CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Onderlegger keuze en beslisdocument

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze Ontwerp Centrumregeling Sociaal domein Lekstroom9.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

PROOF Adviseurs BV. Aan

Van

Regio Lekstroom

Chantelle Jessurun, Matthia Goedegebuur, 3000 CS Rotterdam

t.a.v. Ivonne Vlooswijk

Postbus 2704

Maarten Waleboer namens PROOF

info@proofadviseurs.nl

Adviseurs

(+31)850471007 www.proofadviseurs.nl Rabo NL43RABO0303425660

Plaats/datum

Betreft

Rotterdam, 25 juni 2025

Keuzememo Centrumregeling t.o.v. BVO en KvK 63089068

Btw NL8550.87.250.B01

openbaar lichaam GR vorming regio Lekstroom Bijlage: Voorbeeld centrumregeling

Inhoudsopgave 1

Inleiding ....................................................................................................................................... 2

2

Centrumregeling .......................................................................................................................... 3

3

Alternatieve GR vormen .............................................................................................................. 7 3.1

Openbaar Lichaam................................................................................................................. 7

3.2

Bedrijfsvoeringsorganisatie .................................................................................................. 8

4 Inzicht in de van belang zijnde aspecten van een centrumregeling ten opzichte van een bedrijfsvoeringorganisatie en openbaar lichaam voor regio Lekstroom ......................................... 9

5

6

4.1

Huidige netwerksamenwerking en voordeel centrumregeling ........................................... 9

4.2

Schematisch overzicht van de aspecten in de drie samenwerkingsvormen ..................... 9

Keuzes ....................................................................................................................................... 14 5.1

Algemeen ............................................................................................................................. 14

5.2

Bevoegdheden, taken, verantwoording, deelname financiering ....................................... 16

5.3

Nieuwe instrumenten Wgr ................................................................................................... 23

5.4

Toetreding, wijziging, geschilbeslechting en inwerkingtreding ........................................ 25

Vervolg proces uitgelijnd .......................................................................................................... 27

proofadviseurs.nl

Pagina 1 van 27

1 Inleiding De gemeenten Houten, IJsselstein, Lopik, Nieuwegein en Vijfheerenlanden werken al geruime tijd samen aan een doeltreffende en doelmatige uitvoering van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze samenwerking is vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst Sociaal Domein Lekstroom (SOK), die in 2017 werd ondertekend door Houten, IJsselstein, Lopik, Nieuwegein en Vianen. Na een herindeling op 1 januari 2019 is de gemeente Vianen opgegaan in de nieuwe gemeente Vijfheerenlanden. In 2021 sloot de gemeente Vijfheerenlanden zich aan via een addendum, dat in 2025 werd verlengd tot en met 31 december 2026. Het in de Eerste Kamer voorliggende wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht gemeenten om in een regio samen te werken op het gebied van 1) inkoop 2) administratieve processen 3) bovenregionale afstemming en 4) regionale expertteams. De regio’s dienen voor deze samenwerking een openbaar lichaam (OL), bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) of centrumregeling op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in te richten (art. 2.16 voorliggende wijziging Jeugdwet). De wetgever heeft hierbij een voorkeur voor een openbaar lichaam of bedrijfsvoeringsorganisatie, maar schrijft nadrukkelijk in de Memorie van Toelichting dat het bestaande, goed functionerende samenwerkingsverbanden niet wil ontmantelen.

Daarom is ook de mogelijkheid tot het treffen van een centrumregeling opgenomen. De gemeenten in de regio Lekstroom werken momenteel samen op basis van een privaatrechtelijke SOK. Zoals hierboven beschreven, wil de regering dat alle regio’s publiekrechtelijk gaan samenwerken. Een vergelijking tussen de huidige SOK van de regio Lekstroom met een openbaar lichaam, bedrijfsvoeringsorganisatie en centrumregeling laat zien dat de huidige samenwerkingsovereenkomst het meeste aansluit bij een centrumregeling 1. Om deze SOK te vertalen naar een gemeenschappelijke regeling (GR), dienen er keuzes te worden gemaakt voor uitgangspunten waaraan de op te stellen GR moet voldoen. In het geval van regio Lekstroom geldt dat, zo is aan ons aangegeven, veel keuzes feitelijk al gemaakt zijn omdat in de huidige praktijk met een SOK en dienstverleningsovereenkomst (DVO) wordt gewerkt. De te maken keuzes zijn daarmee, in ieder geval voor een deel, een omzetting van de SOK, en de daarmee verbonden DVO, naar een GR. Bij de huidige samenwerking, zo is eveneens aangegeven, wordt voldaan aan ‘good’ governance’.

Daarvan is sprake als de institutionele (vorm, sturing, verantwoordelijkheden, bevoegdheden), procedurele (overlegstructuren, bepaling agenda, protocollen van verantwoording e.d.) en de relationele (vertrouwen, commitment) governance in evenwicht zijn, zodat de samenwerking goed verloopt en de goede dingen gedaan worden. Good governance draait uiteraard, in beginsel, om de inhoud van de samenwerking. In essentie gaat het in dezen grotendeels om het wijzigen van de institutionele governance met daaraan verbonden de samenhangende (soms procedurele) verplichtingen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. De drie mogelijke publiekrechtelijke samenwerkingsvormen (OL, BVO of Centrumregeling) die de Wet beschikbaarheid Jeugdzorg voorschrijft zijn, zoals hierboven aangegeven, op basis van de Wgr. Onderhavige memo geeft kort weer wat de drie samenwerkingsvormen inhouden, waarna schematisch de elementen per vorm worden ingevuld. Daarnaast verkent deze memo hoe de huidige privaatrechtelijke SOK kan worden omgezet naar een passende gemeenschappelijke regeling, en welke keuzes daarbij al impliciet of expliciet gemaakt zijn. Ook

1

PROOF Adviseurs (2024). Advies samenwerkingsovereenkomst sociaal domein Lekstroom inzake regiovorming.

proofadviseurs.nl

Pagina 2 van 27

wordt uiteengezet hoe deze overgang zich verhoudt tot principes van good governance en wat dit betekent voor de toekomstige samenwerking.

2 Centrumregeling Een eerder onderzoek alsmede vergelijking2 tussen de huidige SOK (en daarmee samenhangende netwerksamenwerking) van de regio Lekstroom met een openbaar lichaam, bedrijfsvoeringsorganisatie en centrumregeling laat zien dat de status quo het meeste aansluit bij een centrumregeling. Voor het oprichten van een centrumregeling dienen de gemeenten in de regio Lekstroom een gemeenschappelijke regeling te treffen. In deze regeling dienen verschillende aspecten geregeld te worden, waarbij sommige aspecten gelijk zijn aan die van de SOK. In onderstaande tabel is per onderwerp aangegeven wat er aanvullend op de huidige overeenkomst geregeld zou moeten als wordt gekozen voor een centrumregeling. Mocht uiteindelijk de wens zijn om te kiezen voor een openbaar lichaam of bedrijfsvoeringsorganisatie dan dient er aanvullend op onderstaande onderwerpen ook nog gekeken te worden naar de inrichting van een bestuur en diens besluitvormingsprocedure, de P&C cyclus, de zienswijze, oprichting en deelname aan andere rechtspersonen en het eventueel inrichten van raadsadviescommissie. Onderwerp

Wat is nodig voor een centrumregeling?

Naam (en citeerwijze):

De huidige samenwerking vindt plaats onder Samenwerkingsovereenkomst Sociaal Domein Regio Lekstroom 2017. Bij een op te richten GR dient deze naam veranderd te worden.

Vestigingsplaats:

Er dient een keuze gemaakt te worden over de vestigingsplaats van de gemeenschappelijke regeling. Wanneer Houten de centrumgemeente wordt kan dit gelijk blijven aan de samenwerkingsovereenkomst.

Treffen:

Een centrumregeling dient te worden getroffen conform de besluitvormingsprocedure uit de Wgr. Deze procedure duurt gemiddeld negen maanden. Door de wijziging van de Wgr krijgen raden namelijk de mogelijkheid om hun zienswijze te uiten op een ontwerpregeling, voordat het college toestemming kan vragen tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling.

Belang/doel:

In de huidige samenwerkingsovereenkomst is het doel van de samenwerking opgenomen. Bij de omvorming naar een GR dient dit doel te worden aangevuld, zodat aangesloten wordt op het wetsvoorstel. De taken die de GR zal gaan uitvoeren dienen namelijk logisch voor te vloeien uit het belang/doel. Het belang/doel hoeft overigens niet enkel te zien op de Jeugdwet. Het is ook mogelijk om in dezelfde GR aspecten in te regelen op gebied van Wmo en de Participatiewet (zoals in de huidige samenwerkingsovereenkomst). De Regio Lekstroom dient af te wegen of de nieuw te vormen GR deze taken ook zal gaan uitvoeren of dat hiervoor de (hernieuwde) samenwerkingsovereenkomst blijft gelden.

2

PROOF Adviseurs (2024). Advies samenwerkingsovereenkomst sociaal domein Lekstroom inzake regiovorming.

proofadviseurs.nl

Pagina 3 van 27

Taken:

Het wetsvoorstel regelt dat er regionaal samengewerkt dient te worden op gebied van 1) inkoop, 2) administratieve processen, 3) bovenregionale samenwerking en 4) regionale expertteams. De centrumgemeente Houten voert op dit momenteel al taken uit voor de inkoop en administratieve processen. Het is op dit moment nog onduidelijk in welke mate deze uitvoering volledig voldoet aan het wetsvoorstel, aangezien voor beide taken geldt dat een nadere invulling hiervan nog geregeld wordt bij algemene maatregel van bestuur en ministeriele regeling. De kaders voor de inkoop en administratieve processen dienen uiteindelijk in de gemeenschappelijke regeling te worden vastgelegd. Op dit moment is dit vooral opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst. Voor een nadere invulling van deze taken adviseren wij om alsnog een dienstverleningsovereenkomst worden te sluiten. Wat betreft de bovenregionale samenwerking is de samenwerkingsovereenkomst en de dienstverleningsovereenkomst summier. Belangrijk is om de kaders van de verplichte bovenregionale afstemming in de gemeenschappelijke regeling op te nemen. Verder is er in de samenwerkingsovereenkomst en dienstverleningsovereenkomst niets vastgelegd over de organisatie van de regionale expertteams. Dit dient wel in de gemeenschappelijke regeling te worden opgenomen.

Tot slot kan in de gemeenschappelijke regeling worden opgenomen dat de centrumregeling te taak geven om de regiovisie op te stellen waarna deze door de gemeenteraden wordt vastgesteld. Aanvullend op het wetsvoorstel kunnen ook taken uit de Wmo en Participatiewet in de gemeenschappelijke regeling worden opgenomen en de mogelijke uitvoering hiervoor voor derde worden opgenomen. De Regio Lekstroom dient af te wegen of deze taken ook in de te vormen GR worden opgenomen of dat hiervoor de (hernieuwde) samenwerkingsovereenkomst blijft gelden.

Bevoegdheden

In een centrumregeling kunnen collegebevoegdheden enkel in mandaat aan de centrumgemeente worden opgedragen. Op basis van de huidige samenwerkingsovereenkomst zijn al mandaten en volmachten verleend. Met het oog op het wetsvoorstel en de mogelijke uitbreiding van taken dient gekeken te worden of deze mandaatbesluiten aangevuld of gewijzigd dienen te worden. Dit geldt tevens voor de mandaten binnen de centrumgemeente.

Sturing:

Een centrumregeling kent geen gemeenschappelijk besluitvormend orgaan. De samenwerking kent een contractuele basis van opdrachtgever en opdrachtnemer. De sturing kan gemeenschappelijk worden vormgegeven. In de huidige samenwerkingsovereenkomst wordt gewerkt met een bestuurlijk platform, ambtelijk platform en dagelijkse leiding van het afdelingshoofd. Deze structuur kan behouden blijven. Mogelijk zijn er op basis van het wetsvoorstel wel nog andere/aanvullende wensen voor het versterken van de invulling van de governance.

Informatievoorziening:

proofadviseurs.nl

In de huidige overeenkomst is opgenomen dat partijen zorgdragen voor zorgvuldige, tijdige en juiste informatievoorziening die nodig is

Pagina 4 van 27

voor de uitvoering van de taken. In beginsel is dit ook voldoende voor een centrumregeling. Hierbij ligt, net als bij de huidige overeenkomst, de verantwoordelijkheid van de colleges om hun raden actief te informeren, zodat het zijn kaderstellende en controlerende rol kan uitoefenen. Mogelijk zijn er op basis van het wetsvoorstel wel nog andere/aanvullende wensen voor de informatievoorziening. Financiering:

In de huidige samenwerkingsovereenkomst is een verdeelsleutel opgenomen. Deze verdeelsleutel kan in de gemeenschappelijke regeling behouden blijven. In de gemeenschappelijke regeling kunnen de componenten van de verdeelsleutel worden opgenomen. De precieze invulling hiervan kan in een dienstverleningsovereenkomst worden vastgelegd. Wel dient gekeken worden of dit nog passend is met het oog op het wetsvoorstel.

Personeel:

In de huidige samenwerkingsovereenkomst stellen gemeenten personeel beschikbaar aan de centrumgemeente. Voor een centrumregeling hoeft dit niet gewijzigd te worden.

Rapportage & verantwoording

De wetgever stelt geen eisen aan de rapportage en verantwoording van een centrumregeling. Dit loop namelijk conform de P&C cyclus van de centrumgemeente. Dit is ook het geval in de huidige samenwerkingsovereenkomst. Belangrijk is om hier goede afspraken over vast te leggen, zodat de partnergemeenten weten hoe hun budget wordt besteed. Dit zou kunnen volgens de huidige drie maandelijkse rapportages.

Aansprakelijkheid

In de huidige samenwerkingsovereenkomst is opgenomen dat gemeente zelf aansprakelijk blijven. In een centrumregeling is dit ook het geval, aangezien de centrumgemeente taken in mandaat uitvoert. Dit dient dan ook opgenomen te worden in de gemeenschappelijke regeling.

Geheimhouding

In de huidige samenwerkingsovereenkomst is een artikel opgenomen over geheimhouding. Dit is van belang omdat het een privaatrechtelijke overeenkomst is. Bij een publiekrechtelijke samenwerking van de centrumregeling hoeft dit niet apart geregeld te worden. Het regime van de Gemeentewet geldt dan namelijk.

Archief

In de dienstverleningsovereenkomst is opgenomen dat de centrumgemeente belast is met het beheer van de archiefbescheiden. Voor een centrumregeling kan dit op gelijke wijze worden geregeld. Dit dient opgenomen te worden in de gemeenschappelijke regeling.

Persoonsgegevens

In de huidige samenwerkingsovereenkomst is opgenomen dat gemeenten een verwerkersovereenkomst sluiten als onderdeel van de dienstverleningsovereenkomst. Juridisch gezien klopt dit niet. Een verwerkingsovereenkomst staat namelijk op zichzelf en kent een grondslag van de Jeugdwet. Deze overeenkomst zou ook bij een centrumregeling kunnen gelden. Belangrijk is om te benoemen dat bij een centrumregeling (net zoals bij een overeenkomst) enkel

proofadviseurs.nl

Pagina 5 van 27

bevoegdheden in mandaat kunnen worden opgedragen en de individuele gemeenten dus verwerkersverantwoordelijk blijven. Duur, inwerkingtreding en bekendmaking

In huidige overeenkomst is ook de duur opgenomen. Dit hoeft niet in een gemeenschappelijke regeling. De datum van inwerkingtreding dient wel opgenomen te worden. Wanneer de centrumregeling in werking zal treden is o.a. afhankelijk van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel. De gemeenschappelijke regeling treedt pas in werking als de besluitvormingsprocedure volledig is doorlopen en deze bekend is gemaakt in het Gemeenteblad.

Uittreding

In beginsel kunnen de gemeenten niet uit de gemeenschappelijke regeling treden, omdat er sprake is van verplichte regiovorming is. Echter kan het voorkomen dat er een herindeling plaatst vindt en dat uittreding mogelijk is. In de huidige overeenkomst is een termijn van zes maanden opgenomen en is beschreven hoe de financiële verrekening plaatsvindt. De recente wijziging van de Wgr wil een van tevoren helder uittredingsproces en zicht op de wijze waarop de berekening plaats zal vinden. De bepaling in de huidige samenwerkingsovereenkomst is hiervoor wat te beperkt en dient bij een gemeenschappelijke regeling te worden uitgebreid.

Opheffing

In de huidige overeenkomst is opgenomen dat het mogelijk is om de samenwerking te beëindigen. De verplichte regiovorming zorgt ervoor dat opheffing van de centrumregeling in beginsel niet mogelijk is.

Wijziging

De huidige overeenkomst kan worden gewijzigd wanneer gemeenten hier overeenstemming toe krijgen. Het wijzigen van centrumregeling is complexer. Een wijziging kan namelijk enkel inwerkingtreden als daartoe de besluitvormingsprocedure conform de Wgr wordt gevolgd. Daarnaast dient in de GR opgenomen te worden welke meerderheid een GR wordt gewijzigd. Dit kan bijvoorbeeld bij 2/3 meerderheid van de deelnemende colleges of bij unanimiteit.

Toetreding

In de samenwerkingsovereenkomst kan toetreding van een gemeente enkel bij unanieme instemming van de colleges. Dit zou ook kunnen in een centrumregeling. Hierbij is het van belang dat bij toetreding de gemeenschappelijke regeling gewijzigd dient te worden en volgt de wijzigingsprocedure. In de praktijk zal de vraag zijn of dit voor zal komen, aangezien de regio’s van tevoren zijn bepaald. Toetreding zal enkel bij herindeling plaats kunnen vinden.

Evaluatie

In de huidige overeenkomst is niets opgenomen over evaluatie. Door de recente wijziging van de Wgr in 2022 is het verplicht om in een gemeenschappelijke regeling op te nemen of deze wordt geëvalueerd, en zo ja hoe vaak en op welke wijze.

Geschillen

In de huidige overeenkomst is opgenomen dat geschillenbeslechting gebeurt door mediation en als dat niet lukt door de rechter. Op basis van het regime van de Wgr kan mediation, echter is het niet mogelijk om een geschil aan de rechter voor te

proofadviseurs.nl

Pagina 6 van 27

leggen. Er dient naar voor formele geschilbeslechting naar de Gedeputeerde Staten te worden gestapt. Dit dient in de gemeenschappelijke regeling te worden opgenomen.

3 Alternatieve GR vormen Naast de centrumregeling schrijft de Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg dat het mogelijk is om een Openbaar Lichaam of een Bedrijfsvoeringsorganisatie op basis van de Wgr op te richten. In de paragrafen 3.1 en 3.2 worden beide respectievelijk toegelicht.

3.1 Openbaar Lichaam Het openbaar lichaam is een rechtsvorm met eigen rechtspersoonlijkheid, zodat het zelfstandig kan optreden in het maatschappelijk verkeer. Een openbaar lichaam kan een regeling zijn waarin enkel de colleges van gemeenten, een zogenoemde ‘collegeregeling’, enkel de raden van die gemeenten deelnemen of gemengde regeling waarin naast colleges ook raden deelnemen. Een openbaar lichaam is een verbonden partij. Het komt daardoor terug in de paragraaf verbonden partijen van de begrotingen van de deelnemingen gemeenten. De bijdrage voor het openbaar lichaam is een verplichte bijdrage. Deelnemers kunnen in beginsel alle bevoegdheden mandateren of delegeren aan een openbaar lichaam. Het openbaar lichaam kent een geleed bestuur: een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Elk van deze organen heeft een eigen rol, eigen bevoegdheden en eigen verantwoordelijkheden. Algemeen bestuur Het algemeen bestuur (AB) is de eigenaarsvergadering en het afstemmingsplatform en wordt in de regel gevormd door de portefeuillehouders. Een AB-lid behartigt de belangen van de deelnemende gemeente. In het AB worden de belangen ingebracht en afgestemd. Daarbij houdt het AB wel rekening met het belang van het openbaar lichaam. Het AB is gehouden het openbaar lichaam in stand te houden en daarvoor - onder meer – voldoende financiële middelen ter beschikking te stellen.

Het AB staat aan het hoofd van het openbaar lichaam en aan hen komen in beginsel alle bevoegdheden toe, met uitzondering van de eigen bevoegdheden van het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur kan ook bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur. De bevoegdheden rond de begroting en jaarrekening mogen niet worden overgedragen en berusten dus altijd bij het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur bestaat uit een voorzitter en leden, gevormd vanuit de deelnemers aan de GR. Het aantal leden van het algemeen bestuur is niet voorgeschreven in de Wgr. Dit dient in de regeling zelf te worden vastgelegd. Daarbij mag het aantal leden dat per deelnemer wordt aangewezen verschillen. De basisregel voor besluitvorming in het algemeen bestuur is dat ieder lid één stem heeft, tenzij in de gemeenschappelijke regeling is bepaald dat sommige leden er kan alleen tussen deelnemers gedifferentieerd worden) meervoudig stemrecht hebben. Dit betekent dus dat elk lid enkelvoudig of meervoudig stemrecht heeft. Dit stemrecht is toegekend aan individuele leden en mag niet door iemand anders of in gezamenlijkheid uitgeoefend worden. Besluiten in het algemeen bestuur worden in beginsel genomen bij gewone meerderheid van stemmen, tenzij in de gemeenschappelijke regeling is afgesproken dat besluiten bij gekwalificeerde meerderheid worden genomen.

Dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur heeft enkele eigen bevoegdheden die niet bij het algemeen bestuur worden gelegd. Het gaat hierbij om de volgende bevoegdheden.

proofadviseurs.nl

Pagina 7 van 27

• • • • •

Voeren van het dagelijks bestuur Het voorbereiden en uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur Het stellen van regels omtrent de ambtelijke organisatie Het beslissen tot privaatrechtelijke rechtshandelingen en Te beslissen tot rechtsgedingen.

Onder de voorbereiding van besluiten valt ook het opstellen van de kadernota en ontwerpbegroting, alsmede de voorlopige jaarrekening, die aan de gemeenteraden moeten worden gezonden. Het algemeen bestuur stelt de begroting en jaarrekening definitief vast. Het dagelijks bestuur is verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur. Ook kan het algemeen bestuur controleren wat het dagelijks bestuur besloten heeft of evt. in voorkomende gevallen vooraf wensen en bedenkingen geven. Het dagelijks bestuur van een openbaar lichaam bestaat uit de voorzitter van het openbaar lichaam en twee of meer andere leden die aangewezen worden door én uit het algemeen bestuur. De Wgr schrijft het aantal leden van het dagelijks bestuur niet voor, zolang zij maar een minderheid van het algemeen bestuur vormen en niet allen afkomstig zijn van dezelfde deelnemer. De Wgr maakt het mogelijk dat er in het dagelijks bestuur één of meer leden plaats nemen die niet uit het algemeen bestuur komen. Deze externe leden mogen niet de meerderheid in het dagelijks bestuur vormen. Voorzitter De voorzitter is voorzitter van zowel het algemeen als het dagelijks bestuur en wordt altijd door én uit het algemeen bestuur aangewezen. De voorzitter is hiermee automatisch lid van zowel het algemeen als dagelijks bestuur en heeft ook stemrecht.

3.2 Bedrijfsvoeringsorganisatie Een bedrijfsvoeringsorganisatie is eveneens een rechtsvorm met eigen rechtspersoonlijkheid en kan dus ook zelfstandig optreden in het maatschappelijk verkeer. Een bedrijfsvoeringsorganisatie kan enkel worden getroffen als een collegeregeling. Dat betekent dat er geen raden aan deel kunnen nemen. Een bedrijfsvoeringsorganisatie kent een enkelvoudig bestuur. Feitelijk komt in een bedrijfsvoeringsorganisatie het dagelijks bestuur te vervallen en blijft alleen het (algemeen) bestuur bestaan. Voor een bedrijfsvoeringsorganisatie gelden echter wel twee eisen die voor een openbaar lichaam niet gelden: 1. De gemeenschappelijke regeling moet een collegeregeling zijn. 2. Het bestuur mag geen beleidsrijke taken op- of overgedragen krijgen. Deze laatste eis volgt uit het feit dat een bedrijfsvoeringsorganisatie alleen bedoeld voor uitvoerende, ondersteunende of bedrijfsvoeringstaken. Het is moeilijk om op voorhand af te bakenen wanneer er sprake is van beleidsrijke taken, waarbij moet samengewerkt via een gemeenschappelijk openbaar lichaam, of beleidsarme uitvoeringstaken waarbij ook in een bedrijfsvoeringsorganisatie mag worden samengewerkt. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat er ook bij beleidsarme taken nog steeds sprake kan zijn van beleidsruimte. Beleidsvoorbereiding- en uitvoering kunnen tot de taken van de BVO behoren.

Het beleid hoeft niet geheel dichtgeregeld te zijn. Of de beleidsruimte zodanig is dat naar een gemeenschappelijk openbaar lichaam moet worden gegrepen is aan de colleges te besluiten, die daarvoor toestemming van de raden nodig hebben. Raadsbevoegdheden kunnen in elk geval nooit worden overgedragen aan een bedrijfsvoeringsorganisatie. De taken die voortvloeien het Wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg zijn te definiëren als uitvoerend.

proofadviseurs.nl

Pagina 8 van 27

4 Inzicht in de van belang zijnde aspecten van een centrumregeling ten opzichte van een bedrijfsvoeringorganisatie en openbaar lichaam voor regio Lekstroom 4.1 Huidige netwerksamenwerking en voordeel centrumregeling De Lekstroomgemeenten werken al jarenlang samen in het sociaal domein, waaronder aan de uitvoering van de Jeugdwet. Deze samenwerking is vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst Sociaal Domein Lekstroom en nader uitgewerkt in een dienstverleningsovereenkomst, waarin de gemeente Houten als opdrachtnemer fungeert. Binnen deze constructie verzorgt Houten reeds de inkoop, het contractbeheer, administratieve processen en de coördinatie van regionale uitvoeringstaken en toezicht. Bij een centrumregeling blijven de gemeenten zelfstandige organisaties. Het beleid op grond van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning wordt nog steeds door de gemeenten vastgesteld. Dit beleid vormen de kaders voor de uitvoering. De uitvoering door alle gemeenten wordt gecentraliseerd. Er wordt geen nieuwe organisatie opgericht, maar de uitvoering vindt in mandaat, dus namens, de andere samenwerkende gemeenten (de partnergemeenten), plaats in de organisatie van de centrumgemeente. Uiteraard staat deze organisatie onder verantwoordelijkheid van het college van de centrumgemeente.

De colleges van de partnergemeenten fungeren als opdrachtgevers en het college van de centrumgemeente is intern de opdrachtgever voor het Regionaal Bureau Lekstroom. Het gezamenlijk belang van alle opdrachtgevers kan worden besproken en afgestemd in het opdrachtgeversoverleg, het Bestuurlijk Platform Sociaal Domein Lekstroom (BPSDL).

4.2 Schematisch overzicht van de aspecten in de drie samenwerkingsvormen Alle drie de rechtsvormen met de van belang zijnde elementen schematisch neergezet. Openbaar lichaam

Bedrijfsvoeringsorganisatie

Centrumregeling

Rechtspersoonlijkheid

Eigen rechtspersoonlijkheid

Eigen rechtspersoonlijkheid

Geen eigen rechtspersoon; deelnemende gemeenten

Doel

Gericht op het uitoefenen van gemeentelijke taken beschreven in de GR binnen de door de Jeugdwet aangegeven werkzaamheden

Gericht op de behartiging van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken van de deelnemers binnen de door de Jeugdwet aangegeven werkzaamheden

Gericht op het laten uitvoeren van taken door één gemeente

Regeling/deelnemers

Collegeregeling, gemengde regeling (raad/college) is ook mogelijk

Collegeregeling

Collegeregeling bij deze jeugdregio, (gemengde regeling ook mogelijk)

proofadviseurs.nl

Pagina 9 van 27

Toetreden/uittreden/

Volgens vast regime Wgr

Volgens vast regime Wgr

Volgens vast regime Wgr

Bevoegdheden

Mandaat of delegatie

Mandaat of delegatie

Mandaat

Beleid

Beleid vaststellende taken

Beleidsuitvoerende en beleidsvoorbereidende taken. Niet mogelijk om zelfstandig beleid vast te stellen, dus geen taken van de raad.

Beleidsuitvoerende en beleidsvoorbereidende taken. Niet mogelijk om zelfstandig beleid vast te stellen, dus geen taken van de raad.

Begroting en jaarrekening

Vaststelling door algemeen bestuur voorbereiding door dagelijks bestuur.

Vaststelling en voorbereiding door het bestuur.

Iedere gemeente heeft zijn eigen begroting, waarbij in het programma de bijdrage aan de centrumgemeente is opgenomen.

Rechtshandelingen/ privaatrechtelijke handelingen

Dagelijks bestuur

Bestuur

Centrumgemeente in mandaat namens gemeenten

Organisatie/Personeel

Dagelijks bestuur stelt regels over de ambtelijke organisatie

Dagelijks bestuur stelt regels over de ambtelijke organisatie

Centrumgemeente heeft eigen organisatie het personeel in dienst

Vertegenwoordiging bestuur

Gelaagd bestuur

Enkelvoudig bestuur

Geen bestuur

Rollen

Algemeen bestuur is eigenaar. Gemeenten zijn gelijkwaardig opdrachtgever. Dagelijks bestuur is opdrachtnemer

Bestuur is eigenaar. Gemeente zijn gelijkwaardig opdrachtgever. Bestuur is opdrachtnemer

Geen apart bestuur. Gemeenten vormen apart en gezamenlijk opdrachtgevers aan de centrumgemeente als opdrachtnemer

Bestuurlijke betrokkenheid

Er dienen zowel voor het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur vergaderingen te worden georganiseerd. Er zijn minimaal 6 bestuursleden nodig

Er dienen enkel bestuursvergaderingen te worden georganiseerd. Er zijn minimaal 2 bestuursleden nodig

De vakinhoudelijke wethouders van de partnergemeenten zijn opdrachtgevers en van de centrumgemeente opdrachtnemer. Collectief opdrachtgeversbelang kan in een opdrachtgeversoverleg vorm krijgen

Sturing

‘Eigen lid’ in bestuur, naast contractuele afspraken. Zienswijze begroting en bevoegdheden raad/ provinciale staten.

‘Eigen lid’ in bestuur, naast contractuele afspraken. Zienswijze begroting en bevoegdheden raad/provinciale staten.

Vakinhoudelijke wethouder als opdrachtgever stuurt in de opdrachtgeversrol aan.

Democratisch gehalte

in het AB zitten gemeentebestuurders.

In het bestuur zitten gemeentebestuurders die verantwoording afleggen.

Volledig langs de lijn van bestaande democratische processen in de

wijzigen

proofadviseurs.nl

Pagina 10 van 27

De raad kan voldoende instrumenten inzetten (zie hierna Rol gemeenteraad).

De raad kan voldoende instrumenten inzetten (zie hierna Rol gemeenteraad).

In de GR dient geregeld te worden hoe inwoners en belanghebbende kunnen participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid

In de GR dient geregeld te worden hoe inwoners en belanghebbende kunnen participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid

Verantwoording en informatieverplichting

Gelijk verantwoordings- en informatieregime volgens de Wgr.

Gelijk verantwoordingsen informatieregime volgens de Wgr.

Centrumgemeente is verantwoording en informatie verschuldigd aan andere gemeenten over de uitvoering.

Rol raad

Kaderstellende, toezichthoudende en controlerende rol.

Kaderstellende, toezichthoudende en controlerende rol.

• Naast de gebruikelijke instrumenten in een gemeente ook nog op basis van de Wgr:

• Naast de gebruikelijke instrumenten in een gemeente ook nog op basis van de Wgr:

Kaderstellende, toezichthoudende en controlerende rol op eigen college

• Verantwoording afleggen door deelnemend bestuursorgaan • Zienswijze en toestemming bij treffen, wijzigen, toe- en uittreding uit GR • Informatieplicht AB en leden AB aan (eigen) raad • Verantwoording lid AB aan eigen raad. • Zienswijzen op besluiten van AB, DB en Voorzitter

proofadviseurs.nl

• Verantwoording door college. • Zienswijze en toestemming bij treffen, wijziging, toeen uittreding uit GR • Informatieplicht lid bestuur aan eigen raad

gemeente, echter uitvoering ligt bij één gemeente via de GR; gemeente is gebonden aan de afspraken.

• Verantwoording door college: informatieplicht, verantwoording-plicht via ‘normale’ gemeentelijke instrumenten • Zienswijze en toestemming bij treffen wijzigen, toe- en uittreding • Betrokkenheid bij evaluatie

• Verantwoording lid bestuur aan eigen raad • Zienswijzen op besluit bestuur • Enquêterecht • Rekenkameronderzoek • Zienswijze op begroting (en

Pagina 11 van 27

• Regionale adviescommissie raadsleden mogelijk

eventueel jaarrekening) • Betrokkenheid bij evaluatie

• Rekenkameronderzoek mogelijk • Enquêterecht • Zienswijze op begroting (en eventueel jaarrekening) • Betrokkenheid bij evaluatie Gemeenschappelijke raadsadviescommissie (nieuwe Wgr)3

Mogelijk om in te stellen.

Niet mogelijk, kan wel op informele basis ingesteld worden.

Niet mogelijk

Kosten

Kan kostendekkend zijn Meestal volledige organisatie incl. pijofach-processen

Kan kostendekkend zijn

Kostendekkende vergoeding van de kosten van de centrumgemeente en eigen inzet voor centrumgemeente

Personeel volgens CAO Samenwerkende gemeenschappelijke organisaties Eigen huisvesting mogelijk Risico’s gemeente financieel

Financiële aandachtspunten

Accountant Verlies ingebracht kapitaal Verhoging bijdrage. Gemeente is verplicht tekorten te dekken.

De GR is een verlengstuk van het lokaal bestuur.

Meestal volledige organisatie incl. pijofachprocessen Personeel volgens CAO Samenwerkende gemeenschappelijke organisaties

Personeel bij centrumgemeente volgens CAO gemeente Accountant voor gemeente

Eigen huisvesting mogelijk Accountant Verlies ingebracht kapitaal verhoging bijdrage Gemeente is verplicht tekorten te dekken

De GR is een verlengstuk van het lokaal bestuur.

Verhoging bijdrage op basis van de werkzaamheden van de centrumgemeente, afhankelijk van afspraken en declaraties, risico centrumgemeente is dat declaratie niet wordt betaald. Verrekening inzet van elkaars personeel kan tegen kostprijs,

3

Bij elke GR waarbij een openbaar lichaam is ingesteld, bestaat de mogelijkheid om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen waarin de raden. Een gemeenschappelijke adviescommissie kan 1) het algemeen bestuur adviseren, 2) besluitvorming m.b.t. de GR voorbereiden en 3) de raden en provinciale staten van advies voorzien. De commissie heeft geen bevoegdheid tot het nemen van besluiten.

proofadviseurs.nl

Pagina 12 van 27

Deelnemers gezamenlijk 100% verantwoordelijk. Bij het optreden als ondernemer is de GR btw plichtig. Btw compensabel. Mogelijke koepelvrijstelling

Gevolgen voor inkoopcontracten

Afhankelijk van de werkzaamheden kan bij een positief resultaat sprake zijn van afdracht vennootschapsbelasting. Rechtspersoon is de wederpartij

Deelnemers gezamenlijk 100% verantwoordelijk. Bij het optreden als ondernemer is de GR btw plichtig. Btw compensabel. Mogelijke koepelvrijstelling Afhankelijk van de werkzaamheden kan bij een positief resultaat sprake zijn van afdracht vennootschapsbelasting.

Rechtspersoon is de wederpartij

Aansprakelijkheid

Rechtspersoon, maar omdat gemeenten via de bijdrageverplichting garant staan voor de verliezen: de gemeenten volgens de verdeelsleutel

Rechtspersoon maar omdat gemeenten via de bijdrage verplichting staan voor de verliezen: de gemeenten volgens de verdeelsleutel

Mededinging en aanbesteding

Samenwerking verondersteld, maakt implementatie Europese regelgeving makkelijk binnen het doel en belang van de GR

Samenwerking verondersteld, maakt implementatie Europese regelgeving makkelijk binnen het doel en belang van de GR

Opdrachtverlening via (quasi-)inbesteding kan

afhankelijk van afspraken, geen BTW. Partnergemeenten dragen bij aan kosten van de (re-) organisatie van de centrumgemeente.

Opdrachtverlening via (quasi-)inbesteding kan

Gemeenten zijn zelf partij, kunnen centrumgemeente als penvoerder aanwijzen Centrumgemeente volledig aansprakelijk voor de uitvoering van de taken. Partnergemeenten via clausules over aansprakelijkheid in de dienstverleningsovereenk omst en de mandaten ten aanzien van de in hun naam genomen beslissingen. Samenwerking vereist extra motivering en de centrumregeling en in de praktijk daadwerkelijke, zichtbaar aan te tonen samenwerking om te kunnen voldoen aan Europese samenwerking. Beroep op horizontale samenwerking onder voorwaarden mogelijk4.

4

PROOF Adviseurs (2025) Advies Aanbestedingsvraagstuk Regionale samenwerking Jeugd Lekstroom

proofadviseurs.nl

Pagina 13 van 27

5 Keuzes Uitgaande van de keuze voor een centrumregeling als een gemeenschappelijke regeling die voortborduurt op de huidige SOK, dienen in lijn met de bovenstaande vergelijking voorafgaand aan het opstellen en vaststellen van een GR keuzes gemaakt te worden. Deze keuzes hebben wij gecategoriseerd op basis van de volgende onderwerpen: • • • •

algemeen (paragraaf 5.1); taken en financiering (paragraaf 5.2); nieuwe instrumenten Wgr (paragraaf 5.3), en toetreding, wijziging, opheffing, inwerkingtreding en geschilbeslechting (paragraaf 5.4).

Per onderwerp wordt in de onderstaande subparagrafen een voorstel voorgelegd aan het BSPDL voor de nieuw op te stellen GR.

5.1 Algemeen 1) Naam van de GR De huidige samenwerking vindt plaats onder Samenwerkingsovereenkomst Sociaal Domein Regio Lekstroom 2017. Bij een op te richten GR dient deze naam veranderd te worden. Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: a) De naam van de GR te bepalen in….. Voorgestelde Keuze: -

Centrumregeling Sociaal Domein Regio Lekstroom

2) Vestigingsplaats Er dient een keuze gemaakt te worden over de vestigingsplaats van de gemeenschappelijke regeling. Wanneer Houten de centrumgemeente wordt, kan dit gelijk blijven aan de samenwerkingsovereenkomst. Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: a) Als vestigingsplaats aan te wijzen: de gemeente… Voorgestelde Keuze: -

Gemeente Houten

3) Het belang van de gemeenschappelijke regeling In artikel 2, lid 1, de samenwerkingsovereenkomst 2017 is het doel van de samenwerking opgenomen als volgt: 1. Ten aanzien van de jeugdwet en Wmo het tot stand brengen van een proces tussen partijen gericht op de verwerving en alle daarmee nauw samenhangende werkzaamheden, waaronder: a. b.

een efficiënte uitvoering van taken door de gastheergemeente. Hiervoor sluiten partijen separaat een DVO; een kwalitatief hoogwaardige dienstverlening door gastheergemeente aan partijen. Hiervoor sluiten partijen separaat een DVO;

proofadviseurs.nl

Pagina 14 van 27

c. d. e.

een passend en continu aanbod van zorg door aanbieders; een betere benutting en doorontwikkeling van het arbeidspotentieel in de Lekstroom; een betere beheersing van risico’s die samenhangen met de verwerving.

2. Het faciliteren van in ieder geval de financiële randvoorwaarden door de gastheergemeente, ten behoeve van bovenregionale en Lekstroombrede transformatie- en samenwerkingsprojecten In aanvulling op de bovengenoemde zijn de volgende doelen in artikel 2 van de Samenwerkingsovereenkomst Regionale Aanpak rechtmatigheid (SOK toezicht) geformuleerd in het kader van Toezicht Rechtmatigheid Wmo en Jeugdwet (2024): •

Partijen gaan een samenwerkingsrelatie aan waarbij ze samenwerken op het gebied van toezicht rechtmatigheid in het kader van de Wmo en de Jeugdwet. Dit met als doel het voorkomen en beëindigen van onterechte zorguitgaven binnen de Wmo en Jeugdwet en daarmee het voorkomen dat kwetsbare inwoners niet de juiste hulp en/of ondersteuning ontvangen. Partijen zijn bereid tot het doen van een investering in tijd en geld op basis waarvan onrechtmatig handelen of fraude wordt voorkomen. Partijen stellen middelen beschikbaar voor toezicht en preventie. De gemeente Houten brengt als opdrachtnemer in de Dienstverleningsovereenkomst deze taken, onder bij de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL). Partijen zijn bereid te leren van casuïstiek en partijen stellen capaciteit beschikbaar aan de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL), te weten juristen, medewerkers sociaal team en beleidsmedewerkers om te adviseren bij het regionale toezicht rechtmatigheid Wmo en Jeugdwet. De gemeente Houten stelt hiervoor de bij de dienstverleningsovereenkomst afgesproken diensten ter beschikking aan de overige partijen.

• • •

•

Bij de omvorming naar een GR dienen deze doelen te worden aangevuld, zodat aangesloten wordt op het eerdergenoemde wetsvoorstel als dat tot wet verheven wordt. De taken die de GR zal gaan uitvoeren, dienen namelijk logisch voort te vloeien uit het belang/doel. Het belang/doel is volgens beide SOK-en breder dan alleen de Jeugdwet. De Regio Lekstroom heeft al afgewogen dat de nieuw te vormen GR de aanvullende taken ook zal gaan uitvoeren. Of alle partijen die taken afnemen, is bij de bepaling van het doel niet relevant. Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: a) Het belang/doel zoals vermeld in de SOK 2017 en de SOK toezicht 2024, betreffende het vorm geven aan de samenwerking op het terrein van de Jeugdwet en de Wmo te handhaven, of; b) Het belang/doel uit te breiden met de Participatiewet, of; c) Het belang/doel te beperken tot de wettelijk verplichte taken (Jeugdhulp). Voorgestelde Keuze: -

Keuze a): Het belang/doel zoals vermeld in de SOK 2017 en de SOK toezicht 2024, betreffende het vorm geven aan de samenwerking op het terrein van de Jeugdwet en de Wmo te handhaven.

De keuze voor a) impliceert dat de te treffen gemeenschappelijke regeling toeziet op: (1) nieuwe wettelijk verplichte samenwerkingstaken op grond van de Jeugdwet en de (2) huidige vrijwillige samenwerkingstaken op grond van de Jeugdwet en de Wmo, w.o. toezicht. Hiermee wordt de breedte van het totale takenpakket dat de centrumgemeente kan uitvoeren

proofadviseurs.nl

Pagina 15 van 27

bepaald. Dit zegt nog niets over de door de individuele gemeente af te nemen taken (zie daarvoor onder 6.)

5.2 Bevoegdheden, taken, verantwoording, deelname financiering 1) Bevoegdheden centrumgemeente In een centrumregeling kunnen collegebevoegdheden enkel in mandaat aan de centrumgemeente worden opgedragen. Op basis van de huidige samenwerkingsovereenkomst zijn al mandaten en volmachten verleend. Met het oog op de verplichte samenwerking ter uitvoering van de Jeugdwet en de mogelijke uitbreiding van taken binnen de regeling dient gekeken te worden of de huidige mandaatbesluiten (zowel tussen de colleges als de interne mandaatbesluiten van de centrumgemeente) moeten worden aangevuld of gewijzigd. Aangezien het om de uitvoering van taken gaat, is het de vraag of daar ook het stellen van beleidsregels onder valt. Zo niet, dan kan dat expliciet in de regeling worden uitgesloten: mandaat tot het vaststellen van beleidsregels wordt niet gemandateerd, tenzij het college van een partnergemeente daartoe expliciet wel besluit. De mogelijkheden tot mandaatverlening kunnen derhalve als volgt worden opgesomd, waarbij wordt opgemerkt dat het voor de uitvoering geen verschil maakt, maar in de verantwoording voor de uitvoering voor de andere colleges een andere invulling geeft. Wordt rechtstreeks gemandateerd aan de teammanager RBL, dan zal hij verantwoording daarover hebben af te leggen, a) De Colleges verlenen mandaat aan het college van de centrumgemeente.

Daarmee is het college van de centrumgemeente opdrachtnemer en intern ‘opdrachtgever’ en de andere colleges zijn opdrachtgever, of; b) Alle Colleges, inclusief het college van de centrumgemeente, verlenen, met overslaan van het college, direct mandaat aan de Teammanager RBL. Deze is daarmee verantwoordelijk opdrachtnemer en alle colleges gezamenlijke opdrachtgever. Ook is het mogelijk hierover slechts een algemene bepaling in de nader te treffen gemeenschappelijke regeling op te nemen. Dat geeft een derde optie: c) In de regeling wordt gesteld dat de colleges mandaat verlenen aan óf de centrumgemeente óf aan de teammanager RBL met de mogelijkheid van doormandatering. Als laatste bestaat de mogelijkheid om het vaststellen van beleidsregels niet te mandateren, tenzij een van de partnergemeenten (i.e. deelnemende gemeenten anders dan Houten) dat expliciet in zijn mandaatbesluit opneemt. Aan het BPSDL wordt voorgesteld om in de gemeenschappelijke regeling op te nemen dat: a) De deelnemende colleges het college van de centrumgemeente de benodigde bevoegdheden mandateren in algemene zin, of; b) De deelnemende colleges de teammanager RBL mandateren, of; c) Of het college van de centrumgemeente of de teammanager RBL wordt gemandateerd. Voorgestelde Keuze

proofadviseurs.nl

Pagina 16 van 27

-

Keuze a): De deelnemende colleges het college van de centrumgemeente de benodigde bevoegdheden mandateren in algemene zin.

Voor het mandaat wordt aangesloten bij de huidige mandaatstructuur, waarbij de colleges van partnergemeenten het college van Houten mandateren. De wens is om deze constructie te behouden. Het college van Houten legt aan de andere colleges verantwoording af. Tevens wordt aangesloten bij de mandaatstructuur zoals deze geldt in de gemeente Houten. Het college van Houten zorgt intern voor een correcte mandaatstructuur jegens de RBL. Afspraak is, conform bovenstaande tekst, dat beleidsregels niet worden gemandateerd.

2) Sturing Een centrumregeling kent geen gemeenschappelijk besluitvormend orgaan. De samenwerking kent een contractuele basis tussen de opdrachtgevers en de centrumgemeente als opdrachtnemer. Het wordt in deze samenwerking wenselijk geacht dat de huidige netwerkstructuur die vorm wordt gegeven rondom de huidige Samenwerkingsovereenkomsten in de te treffen regeling in stand blijft. In de huidige samenwerkingsovereenkomsten wordt gewerkt met een bestuurlijk platform, het Bestuurlijk Platform Sociaal Domein Lekstroom (BPSDL), een ambtelijk platform, het Programmaleiders overleg (PLO) en het Gemeentesecretarissenoverleg (GSO) die eindverantwoordelijk is voor de organisatie van het regionale programma/de regionale organisatie en fungeert als de opdrachtgever voor de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL). Daarnaast is er ook een Wethoudersoverleg Jeugd dat besluiten neemt over de bovenregionale stukken en het vierkant van Gezinsvormen vaststelt. De verhouding van het Wethoudersoverleg ten opzichte van de overige gremia wordt in de DVO opgenomen. Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: a) De huidige governancestructuur te behouden, en in de te treffen regeling vast te stellen dat alle portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten samen komen in het BPSDL.

De verdere gremia en functies omtrent de ‘regionale backoffice’ bij de centrumgemeente (Houten) worden behouden in lijn met de vastgestelde Toekomstvisie. Deze keuze impliceert dat in de te treffen gemeenschappelijke regeling opgenomen worden het BPSDL, het PLO (Programmaleidersoverleg), en het GSO (gemeentesecretarissenoverleg) Voorgestelde keuze: -

Zie bovenstaand

3) Bestuurlijk opdrachtgeversoverleg Het bestuurlijk overleg maakt deel uit van de governance in de centrumgemeenteconstructie, waarbij het bestuurlijk overleg kan functioneren als een opdrachtgeversoverleg waar het collectief opdrachtgeversbelang aan de orde komt. Het bestuurlijk overleg kan tussen de deelnemers ook fungeren als één van de laatste sporten van de escalatieladder. Dit laatste wordt in de dienstverleningsovereenkomst tussen individuele partijen geregeld. Aan het BPSDL wordt voorgesteld om:

proofadviseurs.nl

Pagina 17 van 27

a) Vast te stellen dat het BPSDL het opdrachtgeversoverleg waar het collectieve opdrachtgeverschap aan de centrumgemeente wordt afgestemd en dit opdrachtgeversoverleg als zodanig te gebruiken in de escalatieladder. Voorgestelde keuze: -

Zie bovenstaand.

Het BPSDL is het opdrachtgeversoverleg waar het collectieve opdrachtgeversbelang van alle gemeenten wordt afgestemd. Deze wordt vervolgens gebruikt in de escalatieladder als hoogste trede voor het ambtelijk opdrachtgeversoverleg, het PLO of GSO. De uitwerking en afspraken rondom het reilen en zeilen van dit overleg kunnen worden uitgewerkt in een reglement van orde.

4) Ambtelijk opdrachtgeversoverleg In de GR kunnen de ambtelijke overleggen eveneens geregeld worden, om de rollen van de ambtelijke gremia duidelijk te hebben. De verschillende niveaus kunnen eveneens fungeren als sporten in de escalatieladder. -

Het GSO fungeert als ambtelijke opdrachtgever voor het RBL en gaat enkel over de organisatorische aspecten van de samenwerking, w.o. personeel. Het PLO is de gedelegeerde ambtelijke opdrachtgever en stuurt de uitvoering/inhoud van de samenwerking aan. Zij zijn de ambtelijke opdrachtgever van de verschillende opgaven en accounts en verantwoordelijk voor de totstandkoming van de jaarlijkse samenwerkingsagenda.

-

Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: a) De volgende ambtelijke overlegvormen in de GR op te nemen…, of; b) De ambtelijke overleggen te regelen in de diverse dienstverleningsovereenkomsten en tevens te laten fungeren als sporten in de escalatieladder, of; c) Een combinatie van a) & b). Voorgestelde keuze: -

Keuze c): een combinatie van a) & b).

Deze keuze ziet erop toe dat het PLO en GSO worden geduid in de te treffen regeling. In de uitvoering van taken kunnen deze gremia plaats krijgen in de escalatieladder, verder vorm te geven in de opsomming van taken van en verhoudingen tussen deze gremia in de dienstverleningsovereenkomsten.

5) Indeling van taken Het wetsvoorstel regelt dat er regionaal samengewerkt dient te worden op gebied van Inkoop; administratieve processen; bovenregionale samenwerking en regionale expertteams. De centrumgemeente Houten voert op dit moment al taken uit voor de inkoop en administratieve processen. Op het moment dat het wetsvoorstel in werking treedt zijn dit de verplichte taken op basis van de Jeugdwet, die elke gemeente door de centrumgemeente laat uitvoeren. Deze worden nu al in de centrumregeling opgenomen. Het is op dit moment nog

proofadviseurs.nl

Pagina 18 van 27

onduidelijk in welke mate de huidige uitvoering volledig voldoet aan het wetsvoorstel, aangezien voor beide taken geldt dat een nadere invulling hiervan nog geregeld wordt bij algemene maatregel van bestuur en ministeriele regeling. De kaders voor de inkoop en administratieve processen dienen uiteindelijk in de gemeenschappelijke regeling te worden vastgelegd. Op dit moment is dit vooral opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst. De dienstverlening an sich zal verder vorm krijgen in per gemeente aan te gane dienstverleningsovereenkomsten Belangrijk is de kaders van de verplichte samenwerking te benoemen in de gemeenschappelijke regeling. Verder dient het regionale expertteam, de ROEL-tafel, in de regeling en in de governance van het BPSDL als bestuurlijk opdrachtgever, het GSO en PLO als ambtelijk opdrachtgever en de centrumgemeente als opdrachtnemer, een plaats te krijgen en wel in de gemeenschappelijke regeling te worden opgenomen. Naast deze verplichte taken zijn er nog meer taken op grond van de Jeugdwet die op dit moment door de centrumgemeente worden uitgevoerd. Deze zijn beschreven in de samenwerkings- en dienstverleningsovereenkomst. Deze worden in meer algemene zin in de GR opgenomen en daarnaast gespecificeerd in de dienstverleningsovereenkomst met elke gemeente.

Aanvullend zullen ook taken uit de Wmo in de gemeenschappelijke regeling worden opgenomen en de mogelijke uitvoering hiervoor voor dan wel door derden worden opgenomen. De Regio Lekstroom dient af te wegen of deze taken ook in de te vormen GR worden opgenomen of dat hiervoor de (hernieuwde) samenwerkingsovereenkomst blijft gelden. Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: a) De samenwerkingsovereenkomst (SOK) intact te houden, en in de taakomschrijving van de gemeenschappelijke regeling op de taakomschrijving van de SOK aan te laten sluiten, of; b) De taken van de gemeenschappelijke regeling te expliciteren in: (1) wettelijke samenwerking Jeugdhulp, (2) vrijwillige samenwerking Jeugdhulp, Wmo en Toezicht. c) Enkel de kaders van verplichte samenwerking op te nemen. Voorgestelde keuze: -

Keuze b): De taken van de gemeenschappelijke regeling te expliciteren in: (1) wettelijke samenwerking Jeugdhulp, (2) vrijwillige samenwerking Jeugdhulp, Wmo en Toezicht.

6) Taakuitvoering Onder ‘5) Indeling van taken’ is omschreven dat de taken zullen worden uitgesplitst in (1) wettelijke samenwerking Jeugdhulp, (2) vrijwillige samenwerking Jeugdhulp, Wmo en Toezicht. De vrijwillige taken maken nu reeds onderdeel uit van de samenwerking. Taak 1 is de door de wetgever verplichte samenwerking. Door de verplichte samenwerking zijn dat taken die per definitie voor alle gemeenten worden uitgevoerd. Dit vormt de basis van deze gemeenschappelijke regeling. We gaan daarom uit van deze wettelijke taken. Het niet laten uitvoeren van deze taken is niet aan de orde. De huidige taken zijn taken die niet verplicht zijn, maar wenselijk met het oog op de uitvoering van de maatschappelijke opgaven. Blijft staan dat voor gemeenten deze taken niet per definitie in dit verband behoeven te worden uitgevoerd. Deze vrijwillige taken op het gebied van

proofadviseurs.nl

Pagina 19 van 27

Jeugdhulp, Wmo en Toezicht zijn daarmee aanvullend op het verplichte deel, het zogenoemde ‘vrijwillige kader’. De gemeenten hebben daarmee de keuze om die vrijwillige taken zelf te gaan uitvoeren. Uiteraard is hierin een afweging noodzakelijk met het oog op de realisering van de maatschappelijke opgaven op dit terrein, de effectiviteit en efficiency van de uitvoering en daarmee verband houden financiële effecten. De keuze hangen onder meer samen met de financieringsstromen van de verschillende diensten en producten. Bij het treffen van de gemeenschappelijke regeling kunnen gemeenten deze keuze expliciet uitspreken. Daarna kan via processuele, juridische, financiële en organisatorische afspraken in de centrumregeling gekomen worden tot zowel taakvermindering als taakvermeerdering. Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: a) In de gemeenschappelijke regeling taken: • Onder (1) (‘Verplichte samenwerking Jeugdhulp’) aan te wijzen als wettelijke taken met verplichte afname door alle deelnemers; • Onder (2) (alle ‘vrijwillige samenwerkingstaken’ Jeugdwet, Wmo en Toezicht) aan te wijzen als vrijwillige taken; En in de Dienstverleningsovereenkomsten: •

De voorwaarden waaronder een deelnemer vrijwillige taken wel of niet afneemt te expliciteren, evenals de wijze en termijn waarop de deelnemer dit moet melden bij de centrumgemeente.

Voorgestelde keuze: -

Zie bovenstaand.

Dit organiseert samenhang tussen de nader te treffen gemeenschappelijke regeling en Dienstverleningsovereenkomst(en), waarbij de GR voorziet in expliciete taken en een rangschikking tussen wettelijke en vrijwillige taken. De financiering blijft gelijk aan de huidige verdeelsleutel. De DVO expliciteert dit onderscheid verder. Daarnaast wordt mandaat verleent aan de centrumgemeente voor de uitvoering van de gekozen taken. Daarnaast zal in de GR worden opgenomen dat de DVO de aan- & afwezigheid van volumeverschil expliciteert. 7) Verantwoording De wetgever stelt geen eisen aan de rapportage en verantwoording van een centrumregeling. Dit loopt namelijk conform de P&C cyclus van de centrumgemeente. Dit is ook het geval in de huidige samenwerkingsovereenkomst. Belangrijk is om hier goede afspraken te maken over de verantwoording van de kosten voor de uitvoering van taken namens de andere partnergemeenten. De partnergemeenten moeten immers kunnen nagaan hoe hun financiële bijdrage wordt besteed. In de huidige samenwerking gebeurt dit via halfjaarrapportages en een eindafrekening. Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: a) Verantwoording gastgemeente Houten afleggen volgens de huidige rapportages. Voorgestelde keuze: -

Zie bovenstaand.

proofadviseurs.nl

Pagina 20 van 27

Het college van Houten legt verantwoording af aan de overige colleges aan de hand van een halfjaarrapportage en eindafrekening.

8) Financiering taakuitvoering In de huidige samenwerkingsovereenkomst (artikel 11) is een verdeelsleutel opgenomen. Deze verdeelsleutel kan in de gemeenschappelijke regeling behouden blijven. De huidige systematiek houdt in dat: •

Voor de uitvoering van de Jeugd- en Wmo-taken vindt financiering plaats op basis van een combinatie van bijdragen naar rato van inwoneraantal, inzet van capaciteit en werkelijke kosten. Kosten voor personeel worden verhoogd met een risico-opslag in verband met het werkgeverschap van de centrumgemeente. Saldi worden jaarlijks verrekend op basis van de verdeelsleutel. Voor de uitvoering van de taak Toezicht geldt een verdeelsleutel op basis van het inwoneraantal per 1 januari van het voorafgaande jaar (CBS). Deze wordt jaarlijks geactualiseerd. De financieringssystematiek van de wettelijk verplichte jeugdwettaken is nog niet bekend.

• •

Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: a) De huidige financiële systematiek te behouden, of; b) De huidige systematiek te wijzigen naar:… Voorgestelde Keuze: -

Keuze a): De huidige financiële systematiek behouden.

Dit impliceert dat in de gemeenschappelijke regeling als gevolg van een scheiden in verplichte en vrijwillige samenwerkingstaken aparte systematieken voor beide moeten worden opgenomen.

9) Dienstverleningsovereenkomst Naast de SOK wordt de dienstverlening tussen de gemeente Houten en de andere gemeenten geregeld in een dienstverleningsovereenkomst. In de GR wordt geregeld dat er een dienstverleningsovereenkomst wordt aangegaan, dat er een model wordt vastgesteld door de centrumgemeente en welke onderwerpen er minimaal in de dienstverleningsovereenkomst geregeld dienen te worden. Nu er al een dienstverleningsovereenkomst bestaat, kan qua invulling van de dienstverlening deze gehandhaafd blijven. Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: a) Vast te stellen dat er een dienstverleningsovereenkomst wordt opgesteld conform huidige DVO Voorgestelde keuze: -

Zie bovenstaand.

In lijn met het onder ‘5) Indeling van taken’ en ‘6) Taakuitvoering’ genoemde zal naast de gemeenschappelijke regeling met alle partnergemeenten een (zoveel als mogelijk gelijkluidende) dienstverleningsovereenkomst worden gesloten.

proofadviseurs.nl

Pagina 21 van 27

Beide bestaande Samenwerkingsovereenkomsten komen daarbij te vervallen.

10) Rekenkamer Het betreft hier toegang geven van de rekenkamer tot documenten die bij de centrumgemeente rusten, maar in mandaat namens een andere gemeente zijn vervaardigd. In geval een gemeente een rekenkameronderzoek wenst op deze taakvelden, werkt de centrumgemeente daaraan mee. Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: a) De rekenkamer toegang te verlenen tot de stukken van de centrumgemeente voor zover deze documenten betrekking hebben op de uitvoering van de taken van een opdrachtgevende gemeente. Voorgestelde keuze: -

Zie bovenstaand.

11) Accountant Hierbij geldt hetzelfde als bij de rekenkamer in geval van onderzoeken door de accountant. Dit in lijn met artikel 35 Wgr jo. 213 Gemeentewet. Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: a) De accountant toegang te verlenen tot de stukken van de centrumgemeente voor zover deze documenten betrekking hebben op de uitvoering van de taken van een opdrachtgevende gemeente. Voorgestelde keuze: -

Zie bovenstaand.

12) Informatievoorziening In de huidige overeenkomst is opgenomen dat partijen zorgdragen voor zorgvuldige, tijdige en juiste informatievoorziening die nodig is voor de uitvoering van de taken. In beginsel is dit ook voldoende voor een centrumregeling. Hierbij ligt, net als bij de huidige overeenkomst, de verantwoordelijkheid van de colleges om hun raden actief te informeren, zodat het zijn kaderstellende en controlerende rol kan uitoefenen. Mogelijk zijn er op basis van het wetsvoorstel wel nog andere/aanvullende wensen voor de informatievoorziening. In de praktijk kunnen wensen t.a.v. specifieke informatievoorziening tussen partijen worden afgesproken Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: b) Vast te stellen op welke wijze dat de colleges en raden van de partnergemeenten actief geïnformeerd worden door de centrumgemeente zodat zij hun taken/controle goed kunnen uitoefenen. Voorgestelde keuze: -

Zie bovenstaand.

proofadviseurs.nl

Pagina 22 van 27

13) Participatie van inwoners en andere belanghebbenden De in 2022 gewijzigde Wgr, maar ook de Gemeentewet, vraagt meer aandacht voor participatie van ingezetenen (van de gemeenten waarvan bestuursorganen deelnemen aan een gemeenschappelijke regeling) en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. In dit geval wordt het beleid door elke gemeente opgesteld en voert de centrumgemeente dit uit. Voorstelbaar is dat de centrumgemeente derhalve de participatie voor zijn rekening neemt. Eveneens kunnen de gemeente zelf de participatie in de eigen gemeenten en op de hun bekend wijze invulling geven. Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: a) Participatie te laten verlopen via de centrumgemeente, of; b) Via de gemeenten waarvan de colleges deelnemen aan de GR. Voorgestelde Keuze: -

Keuze b): Via de gemeenten waarvan de colleges deelnemen aan de GR.

Op deze wijze lopen inwoners de reguliere route bij hun eigen gemeente in het geval van participatie.

14) Archief In de dienstverleningsovereenkomst is opgenomen dat de centrumgemeenten Houten belast is met het beheer van de archiefbescheiden. Voor een centrumregeling kan dit op gelijke wijze worden geregeld. Aan het BPSDL wordt voorgesteld om: a) Centrumgemeente te belasten met het beheer van de archiefbescheiden. Voorgestelde keuze: -

Zie bovenstaand.

5.3 Nieuwe instrumenten Wgr 1) Evaluatie In de toelichting op de wetswijzing Wgr volgt dat het verplicht is om in elke regeling iets op te nemen over evaluatie maar dat dit ook betekent dat mag worden opgenomen dat er geen evaluatie plaats zal vinden. Wordt er niet geëvalueerd dan wordt dat opgenomen in de GR en hoeven er geen verdere keuzes gemaakt te worden. Wordt ervoor gekozen om wel te evalueren dan is het ook goed om na te denken over de frequentie en de termijn van de evaluatie. Bijvoorbeeld eens per drie of vier jaar. Het is aan te raden om de evaluatie niet vlakbij of rondom verkiezingen te laten plaatsvinden omdat dan de evaluatie mogelijk niet de aandacht krijgt of het momentum mee heeft om het een nuttige evaluatie te laten zijn. Overigens kan de keuze voor het moment ook buiten de GR gelaten worden om niet ‘vast te liggen’. Hoe specifieker in de GR wordt opgenomen hoe met de evaluatie om te gaan, hoe ‘vaster’ dit ligt en hoe minder flexibiliteit er is daarvan af te wijken indien de omstandigheden daarom vragen. Tot slot is het ook goed om bij voorbaat na te denken over wát het onderwerp van de evaluatie dient te zijn. Ziet dat bijvoorbeeld op de inhoudelijke taken die zijn opgedragen? Of de wijze waarop de financiën worden geregeld en de deelnemers bijdragen? Het staat vrij om hier iets over op te nemen in de regeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16211479/2