2. Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028
Tekst van het document
MEERJARENBELEIDSPLAN WIL 2026 – 2028 Hoogwaardige dienstverlening in balans
Versie: Datum:
5.0 4 december 2024
Voorwoord
1. Inleiding en leeswijzer 2. Samenvatting 3. Onze (maatschappelijke) uitdagingen en opgaven 4. Onze opdracht, rol, positie 5. De doorontwikkeling waar wij voor staan 6. De Ontwikkelagenda HODW 2026-2028 7. Programma Inkomen 8. Programma Werk 9. Programma Inkomensondersteuning 10. Programma bedrijfsvoering 11. Meerjarenbegroting
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Specificatie Herijking Opdracht en Dienstverlening WIL Ontwikkelagenda WIL in thema’s Financiële uitgangspunten
2
Voorwoord Het laatste Meerjarenbeleidsplan (MJBP) dateert van voor Corona. Met alle dynamiek erna hebben we de afgelopen jaren tijdelijk gekozen voor een meer adhoc en crisis aanpak, zonder actualisering. We denken dat de tijd ondertussen weer rijp is voor een uitvoeringspraktijk en begroting die gestoeld zijn op een langere termijnvisie en koers. Vandaar dit MJBP. De ondertitel van dit MJBP -hoogwaardige dienstverlening in balans- is in het licht van deze toekomst gekozen. We hebben onze inwoners en klanten hoogwaardige dienstverlening te bieden om hen goed en effectief gericht vooruit te kunnen helpen in het licht van de maatschappelijke uitdagingen en opgaven waar we in de Lekstroom samen voor staan. Onze dienstverlening is in hoge mate mensenwerk en is (erg) arbeidsintensief, zeker gezien de problematiek waarmee veel inwoners en klanten te maken hebben. Net als in de zorg geldt dat de financiering van deze dienstverlening steeds ingewikkelder wordt, zeker in het licht van het ravijnjaar en de jaren erna. Om de balans te borgen tussen onze dienstverlening en de middelen en menskracht die hiervoor nodig zijn, zullen we moeten kijken naar de uitvoering van wat we doen, beleidskeuzes die hieronder liggen, onze opdracht, et cetera. Dat hebben we de afgelopen maanden gedaan en met een positieve uitkomst.
We denken ook de komende jaren de gewenste hoogwaardige dienstverlening in balans te kunnen bieden. Daar zijn we trots op. Dit vraagt op onderdelen wel gemeentelijk commitment en gemeentelijke besluitvorming/inzet. We zijn ervan overtuigd dat dit deze bereidheid er ook is We wensen u veel leesplezier toe. Met vriendelijke groet,
Ellie Eggengoor Voorzitter algemeen bestuur WIL
Rob Esser Directeur WIL
3
1
Inleiding en leeswijzer
Het voorliggende Meerjarenbeleidsplan blikt 4 jaar vooruit, met 2026 als startjaar. De facto ligt het fundament voor het MJBP al in 2024, toen we met het kwaliteitskompas als leidraad onze dienstverlening en opdracht zijn gaan scherpstellen in het licht van de maatschappelijke uitdagingen en opgaven in de Lekstroom. Onze conclusie was toen helder: WIL biedt goede dienstverlening op een hoog niveau, met de inwoner en klant centraal. Het continueren en door ontwikkelen hiervan is van belang. Met kernbegrippen als vertrouwen, eenvoud, maatwerk en economische participatie als drijvende kracht. We willen nog meer zichtbaar, bereikbaar, effectief en dienstbaar zijn voor onze klanten en inwoners. Een tweede conclusie was dat de balans tussen onze opdracht, dienstverlening en middelen niet op orde was, zeker niet in meerjarig (financieel) perspectief. Het herstellen van deze balans hebben we opgepakt met de ontwikkelagenda HODW (Herijking Opdracht en Dienstverlening WIL). In de begroting 2025 is de korte termijn agenda HODW opgenomen; in dit MJBP treft u de langere termijn agenda HODW aan. Met de deze Ontwikkelagenda 2026-2028 zetten we in op het borgen van een hoogwaardige dienstverlening in balans.
Uiteraard bedoelen we hier allereerst mee dat de begroting niet verder oploopt; op onderdelen bedoelen we met ‘in balans’ soms ook een meer risicovolle uitvoering, minder uniek beleid per gemeente of mogelijk een iets ander bereik wat de dienstverlening aan de echt kwetsbare inwoners garandeert. Bij elkaar resulteert e.e.a. in het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026 – 2028 dat voor u ligt. Hierin leest u waar wij voor staan, wat onze beoogde inzet op hoofdlijnen is, wat daarbij belangrijk is en wat e.e.a. kost. Leeswijzer In hoofdstuk 2 treft u een managementsamenvatting van dit Meerjarenbeleidsplan aan. Vervolgens schetsen we in hoofdstuk 3 de maatschappelijke uitdagingen en opgaven van de Lekstroom, inclusief een aantal kerngetallen, waarna we in hoofdstuk 4 de rol, positie en opdracht van WIL beschrijven. In hoofdstuk 5 schetsen we de richting die we met dit Meerjarenbeleidsplan inslaan. Hoofdstuk 6 laat de Ontwikkelagenda WIL 2026-2028 beknopt en bondig zien. We werken het voorgaande verder uit voor onze vier Programma’s in de hoofdstukken 7 tot en met 10. Tot slot geven we in hoofdstuk 11 een overzicht van het meerjarig financieel perspectief. In een drietal bijlagen vindt u een specificatie van de Herijking Opdracht en Dienstverlening van WIL, een specificatie van de Ontwikkelagenda WIL en de Financiële uitgangspunten bij de meerjarenbegroting van dit beleidsplan.
4
2
Samenvatting
In dit Meerjarenbeleidsplan beschrijven we de richting die we de komende jaren inslaan met onze dienstverlening. In beknopte vorm staan wij in de periode 2026 – 2028 voor het volgende:
Onze Opdracht
✓ Met wat we doen dragen we bij aan de maatschappelijke uitdaging en opgaven waar we in de Lekstroom samen voor staan: de verbetering van de financiële bestaanszekerheid van klanten en (kwetsbare) inwoners in de Lekstroom als ook het voorkomen van onnodige armoede, financiële stress en problematische schulden. ✓ We dragen eraan bij dat zoveel mogelijk inwoners participeren naar vermogen, waar mogelijk door betaald werk. ✓ Wij zorgen ervoor dat inwoners weten voor welke ondersteuning ze bij WIL terecht kunnen. ✓ Onze dienstverlening bieden we aan in samenwerking en afstemming met onze partners.
Onze Inzet 2026-2028
✓ We borgen de komende jaren het hoge niveau van dienstverlening van 2024, met de inwoner centraal. We ontwikkelen onze dienstverlening verder langs de lijnen van vertrouwen, eenvoud en maatwerk. ✓ Samen met de lokale werkteams investeren we in economische participatie, zodat meer mensen naar vermogen (parttime) participeren en werken, en minder afhankelijk zijn van een uitkering. We werken in deze aan een robuuste en effectieve sociale infrastructuur voor de Lekstroom en een regionaal Werkcentrum op arbeidsmarktniveau.
De Ontwikkelagenda HODW 2026 2028
✓ Om onze hoogwaardige dienstverlening in balans te kunnen bieden geven we gestructureerd en gefocust uitvoering aan de Ontwikkelagenda WIL 2026-2028. ✓ De uitvoering van deze agenda vraagt op onderdelen een investeringsbudget; overall nemen de uitvoeringskosten en regelingskosten evenwel af. ✓ Met de Ontwikkelagenda WIL zorgen we tegelijk dat de balans tussen opdracht, dienstverlening en middelen op orde blijft.
Financieel 2026 - 2028
✓ We nemen de Begroting 2025 als startpunt voor de meerjarenraming in dit Meerjarenbeleidsplan. ✓ De kosten en baten van de Ontwikkelagenda HODW (Herijking Opdracht en Dienstverlening WIL) zijn nog niet verwerkt in de voorliggende meerjarenbegroting (dat doen we pas na het zienswijzeproces). U treft wel een indicatieve doorrekening aan van de financiële consequenties bij de meerjarenbegroting. ✓ We houden wel alvast rekening houden met reële volumeontwikkelingen, de indexering uitkering, oplopende ICT kosten, een groei van de inzet op Loonkostensubsidie, et cetera.
5
3
De maatschappelijke uitdagingen en opgaven in de Lekstroom
Onze maatschappelijke uitdaging De bestaanszekerheid van veel inwoners van de Lekstroom staat op verschillende gebieden onder druk, vooral financieel. Veel inwoners zijn afhankelijk van een (aanvullende) uitkering, zijn werkloos, hebben wisselende inkomsten, een inkomen onder het bestaansminimum en/of kampen met (problematische) schulden. Deze onzekere of instabiele financiële situatie leidt vaak tot financiële stress, wat participatie belemmert. Bovendien zoekt een deel van de inwoners geen hulp. Onze maatschappelijke opgave De Lekstroom heeft de maatschappelijke taak om de financiële bestaanszekerheid van deze inwoners te vergroten, zodat zij naar vermogen kunnen participeren. Dit omvat het verbeteren van de bereikbaarheid, vindbaarheid en het gebruik van ondersteuning en regelingen. Het is essentieel dat we inwoners snel, goed, en indien nodig dichtbij via maatwerk helpen als ze dat nodig hebben. Daarnaast is het belangrijk om te voorkomen dat mensen in een situatie van financiële stress terechtkomen.
Schaalgrootte en landelijke afspraken gaan meer en meer een rol spelen, zeker op de thema’s arbeidsmarkt, economie en onderwijs. Handelingsvrijheid gemeenten neemt hierdoor af. Het Rijk legt de bal voor het oplossen van de meeste maatschappelijke uitdagingen en vraagstukken vaak bij de gemeenten neer. Zeker als het om de zorg en inkomenskant van het thema bestaanszekerheid gaat is dit ook logisch. Om de eigen inwoners vervolgens ook effectief en efficiënt te kunnen helpen, slaan gemeenten steeds vaker de handen ineen. Dit is ook logisch, omdat -zeker op de domeinen arbeidsmarkt, economie en onderwijs- een zekere schaalgrootte vaak van belang is. De Lekstroom is hier geen uitzondering op. Soms legt het RIJK evenwel al op voorhand een zekere schaalgrootte op; dit is bijvoorbeeld het geval als het om werk gaat. Gemeenten moeten op dit punt met elkaar op de schaal van de arbeidsmarktregio en in lijn met landelijke kaders met elkaar afspraken maken en ook delen van de uitvoering op dat niveau te regelen (met het Regionaal Beraad en Werkcentra als uitwerking). Een bovenregionale meerjarige agenda op economie, onderwijs en arbeidsmarkt is onderdeel van deze landelijke kaders. Deze beweging is relatief nieuw. De inhoudelijke consequentie hiervan is nog lastig in te schatten.
Helder is wel dat gemeenten hierdoor de komende jaren minder eigen handelingsvrijheid hebben om zaken naar eigen believen in te richten. Het is goed om dit scherp te hebben. In de Lekstroom is WIL de gesprekspartner voor de gemeenten in deze op arbeidsmarktregio niveau.
Kerncijfers Om een beeld te geven bij de omvang van het aantal inwoners dat gebruik maakt van onze dienstverlening brengen we hier kort per programma een aantal kerncijfers in beeld.
6
Inkomen We geven in 2 tabellen een beeld van de omvang van ons klantenbestand. In de 1 ste tabel schetsen wij -ceteris paribus- de verwachte volumeontwikkeling voor de komende jaren. In de 2de tabel maken we inzichtelijk de mate waarin inwoners per gebruik maken van de verschillende regelingen van WIL.
Kengetal Aantal huishoudens in de bijstand per gemeente Aantal huishoudens in de bijstand per gemeente Aantal huishoudens in de bijstand per gemeente Aantal huishoudens in de bijstand per gemeente Aantal huishoudens in de bijstand per gemeente Aantal huishoudens in de bijstand per gemeente
Jaar 2023 2024* 2025 2026 2027 2028
WIL Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein Totaal 535 494 138 1211 2378 538 491 139 1196 2364 549 501 142 1220 2411 560 511 145 1244 2460 571 521 148 1269 2509 582 531 150 1295 2559
*Uitgaande van de stand augustus 2024
*Gebruik van de regelingen van WIL
Wij verstrekken dus ruim 2.400 uitkeringen op 165.000 inwoners. Dit stijgt in 2028 naar ruim 2.600 uitkeringen. Onze regelingen hebben daarnaast een bereik van ruim 7.250 inwoners. Dit bereik is hoger door de grote aantallen voor de Energietoeslag begin 2024. We zien in de tweede helft van 2024 al een daling en komen rond 6.000 inwoners uit. Het gebruik is dus behoorlijk en tegelijkertijd weten we dat er ook inwoners zijn die geen gebruik maken van onze ondersteuning maar daar wel recht op hebben. Werk De volgende grafieken geven een beeld van de omvang van ons klantenbestand en de samenstelling op basis van Participatiewet-indicatoren zoals bijstandsdichtheid, BUIG-saldo en inzet van loonkostensubsidie. In de 1ste grafiek schetsen wij de verwachte volumeontwikkeling voor de komende jaren per
7
doelgroep en voor het totaal. In de 2de grafiek maken we inzichtelijk de mate waarin inwoners per gemeente gebruik maken van de verschillende instrumenten die de lokale werkteams en WIL inzetten.
*Ontwikkeling per doelgroep
8
De eerste grafiek bevestigt dat de groepen klanten die kwetsbaarder zijn en arbeidsbeperkingen hebben, de komende jaren verder groeien. Daarnaast laat de 2de grafiek zien dat in onze gemeenten verbetering mogelijk is bij het gebruik maken of inzetten van instrumenten vanuit de Participatiewet. Deze worden minder ingezet dan vergelijkbare gemeenten1. Niet alleen zouden we meer inwoners kunnen ondersteunen, maar ook financieel benutten we niet volledig de mogelijkheden. Gezien de toenemende volumes wordt de noodzaak ook groter. Inkomensondersteuning We geven in 2 tabellen een beeld van het aantal inwoners dat een beroep doet op inkomensondersteuning. In de 1 ste tabel wordt het aantal klanten vermeld dat op dit moment gebruik maakt van schuldhulpverlening. In de 2de tabel maken we inzichtelijk de mate waarin inwoners gebruik maken van de verschillende ondersteuningsregelingen van WIL. Tabel 1 Cijfers 2023 Kengetal Aantal klanten schuldhulpverlening (in traject) per gemeente
Houten
IJsselstein
Lopik
Nieuwegein
WIL Totaal
105
101
32
284
534
Tabel 2Kerncijfer
Waarde eind 2023
Aantal klanten Bijzondere Bijstand en minimaregelingen per gemeente.
Houten – 1.310 IJsselstein – 1.113 Lopik – 401 Nieuwegein – 3.891 WIL totaal 6.715 In 2023 hebben wij 584 aanmeldingen ontvangen. Met iedereen is contact geweest. Gemiddeld genomen stopt in 30% van de gevallen de inwoner voor de toelatingsbeschikking. Bijvoorbeeld omdat de paniek over is, er een oplossing is gevonden of andere redenen. In het 2e half haar van 2023 konden we dat specifiek meten. Toen ontvingen we 296 aanmeldingen, waarvan 90 voortijdig zijn afgehaakt. In 2023 hebben we 462 dossiers beëindigd, waarvan: o 52,4% succesvol o 14,1% niet succesvol o 33,6% overig (overleden, verhuisd, eigen verzoek, incompleet)
Het aantal aanmeldingen Schuldhulpverlening en de opvolging die hieraan gegeven wordt
Het aantal succesvol afgeronde schuldhulpverleningstrajecten. Een succesvol traject leidt tot een schuldenvrije afronding
1 Divosa Benchmark Werk & Inkomen
9
4
De opdracht, rol en positie van WIL
Onze opdracht De kern van de opdracht van WIL is het vergroten van de bestaanszekerheid van de inwoners die van onze dienstverlening gebruik kunnen en willen maken. De focus ligt hierbij op de inwoner. WIL verbindt zich hiermee aan de maatschappelijke uitdagingen en opgaven van de Lekstroomgemeenten en neemt hierin een actieve rol. Samenwerking met partners is door de complexiteit van de vraagstukken bij klanten, vaak gekenmerkt door multi-problematiek, essentieel. Onze rol WIL is de uitvoeringsorganisatie voor Werk en Inkomen voor de ruim 165.000 inwoners van de vier Lekstroomgemeenten. Wij bieden dienstverlening aan (kwetsbare) inwoners en klanten op de thema’s inkomen, werk, schulden en armoede. Dit zijn in het kader van (financiële) bestaanszekerheid cruciale thema’s voor deze inwoners. WIL vervult daarnaast de rol van kenniscentrum, expert en (beleid)adviseur -ook voor de gemeenten-, hoewel deze rollen soms moeilijk te combineren zijn met de uitvoerende taken die zich dagelijks op de inwoner richten. WIL is in deze een lerende organisatie. WIL faciliteert ook de Lokale werkteams en biedt aan alle Lekstroom gemeenten en WerkwIJSS ook diensten aan in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening. Onze positie WIL is een belangrijke speler binnen het sociaal domein, maar zeker niet de enige.
We werken daarom samen met gemeenten en ketenpartners die ook taken uitvoeren binnen het sociaal domein. Deze samenwerking is cruciaal omdat eenvoudige oplossingen vaak niet volstaan voor de complexe vraagstukken waarmee inwoners en klanten vaak te maken hebben. Onze insteek is oplossingen integraal aan te pakken, omdat de vraagstukken van inwoners vaak domein overschrijdend zijn. WIL werkt lokaal, regionaal, bovenregionaal en waar nodig domein overschrijdend samen met ketenpartners. We voeren naast de wettelijke taken ook uit wat wij noodzakelijk achten, vooral op klantniveau.
Hoogwaardige dienstverlening in balans vraagt soms om ‘nee’ zeggen Gegeven de huidige en toekomstige financiële speelruimte en arbeidsmarktomstandigheden, vraagt dat doen waar we echt voor aan de lat staan, om scherp aan de wind te varen. Dat mag u van ons verwachten. Als consequentie zullen we soms ‘nee’ moeten/gaan zeggen tegen een aanvullende taak die u graag bij ons zou willen beleggen, of ‘nee’ tegen een lokaal maatwerkverzoek. Waar nodig zullen we ook met u het gesprek aangaan over het afbouwen van niet primaire taken die we in de afgelopen jaren op ons genomen hebben. De grenzen van onze flexibiliteit, mogelijkheden en ‘absorptievermogen’ zijn ondertussen bereikt. Met ingang van 2026 is het uitgangspunt ‘samen uit, samen thuis’. Vooral in belang van onze inwoners en klanten.
10
5
De doorontwikkeling waar wij voor staan
De drie pijlers onder onze huidige en toekomstige dienstverlening Onze dienstverlening stoelt op een aantal pijlers, en dat blijft ook de komende jaren zo: a. De leefwereld van onze klanten staat centraal (niet de systeemwereld). b. Een hybride klantbeeld: ons klantbeeld gaat uit van een beperkte mate van zelfredzaamheid en veelvuldige multi-problematiek. c. Het belangrijkste thema voor (kwetsbare) inwoners en klanten is (financiële) bestaanszekerheid. De leefwereld van onze klanten centraal Wij sluiten voor onze dienstverlening aan bij de leefwereld van onze klanten: • De problematiek waarmee klanten te maken hebben, is complexer geworden, waardoor eenvoudige oplossingen vaak niet volstaan • Een deel van de inwoners ervaart weinig vertrouwen vanuit de overheid en heeft zelf ook weinig vertrouwen in de overheid. • Veel inwoners zoeken laat of helemaal geen hulp bij WIL en melden zich bij andere of meerdere instanties. Het is vaak niet meteen duidelijk wat er speelt, wat nodig is, wat iemand zelf kan en waar een duurzame oplossing Dit vraagt om een flexibele dienstverlening die aansluit bij de mensen waar we het voor doen. Onze vakmensen hebben daardoor niet alleen de rol van vakman of vakvrouw, maar ook die van coach, regisseur, verbinder of samenwerkingspartner. Dit maakt het werk veeleisender, zwaarder en uitdagender. Onze dienstverlening is hierdoor arbeidsintensief.
Een hybride klantbeeld Het klantenbestand van WIL verandert. Steeds meer van onze klanten kampen met meervoudige en zwaardere problematiek. Voor steeds meer van onze klanten blijkt zelfredzaamheid slechts in beperkte mate mogelijk. De hulpvraag van onze klanten is veranderd en vraagt om een dienstverlening die beter aansluit bij hun behoeften. Oplossingen zijn vaak niet simpel of enkelvoudig. We werken vanuit de kernbegrippen eenvoud, vertrouwen en maatwerk aan de redzaamheid van onze klanten. We benaderen onze klanten vanuit een positief mensbeeld, passend bij een bredere maatschappelijke ontwikkeling. We gaan uit van vertrouwen in de klant, waar vroeger vaak wantrouwen de boventoon voerde. We geven het werken vanuit vertrouwen een extra impuls om beter aan te sluiten bij de leefwereld van onze klanten. In het tekstkader beschrijven wij ons klantbeeld.
11
Ons klantbeeld De samenstelling van ons klantenbestand is de afgelopen jaren veranderd. Veel van onze klanten kampen nu met zwaardere en meervoudige problematiek. Steeds meer klanten hebben een beperkt verdienvermogen of mogelijkheden om hun gedrag zelfstandig te veranderen, waardoor zelfredzaamheid voor velen niet haalbaar is. De redzaamheid van de klant wordt bepaald door hun situatie en mogelijkheden, evenals die van hun omgeving. Factoren zoals motivatie, zelfregie, overtuigingen, gedrag, vaardigheden, leerbaarheid en persoons- en achtergrondkenmerken spelen hierbij een rol. Met de steun van hun omgeving, WIL en ketenpartners kunnen de meeste klanten hun redzaamheid vergroten en weer regie over hun leven krijgen.
Financiële bestaanszekerheid De bestaanszekerheid van veel inwoners staat onder druk. Inwoners vinden moeilijk de weg naar hulp en ondersteuning. We richten ons primair op de financiële bestaanszekerheid van inwoners, vooral door ondersteuning in de vorm van uitkeringen, bijzondere bijstand of hulp bij schulden en budgetvraagstukken. Samen met gemeenten en ketenpartners bieden we bereikbare regelingen. Wij zetten bovendien samen met de lokale werkteams in op economische participatie omdat werk bijdraagt aan (financiële) bestaanszekerheid, verbetering van de fysieke en mentale gezondheid en het gevoel van eigenwaarde. De twee hoofdbewegingen die we met dit beleidsplan voorstaan Naast de genoemde 3 pijlers staan we 2 bewegingen voor: a. Door ontwikkelen van onze dienstverlening aan de hand van eenvoud, vertrouwen en maatwerk. b. Minder inwoners in de uitkering. De eerste beweging die we voorstaan (als vierde pijler onder onze dienstverlening): eenvoud, vertrouwen en maatwerk In lijn met de Participatiewet in Balans en de huidige maatschappelijke context willen we onze dienstverlening verder door ontwikkelen op in ieder geval de punten: vertrouwen, eenvoud, maatwerk en participatie. Eenvoud Eenvoud is ons uitgangspunt, zodat inwoners makkelijk en snel gebruik kunnen maken van de regelingen die hen helpen hun bestaanszekerheid te behouden.
We maken regelingen toegankelijker en verkorten onze afhandelingstermijnen door te zorgen dat onze regelingen eenvoudig zijn aan te vragen.
12
Vertrouwen We werken vanuit vertrouwen in onze klanten, waarbij het verhaal van de klant leidend is. We vragen alleen om bewijsstukken waar echt noodzakelijk, geen onnodige administratieve rompslomp. We baseren onze dienstverlening op de situatie van de klant en werken aan het vertrouwen dat inwoners in ons hebben. Dit doen we door goede voorlichting, informatie en het nakomen van afspraken. Maatwerk We bieden maatwerk vanuit de leefsituatie van de klant. Bij meervoudige en zwaardere problematiek is een eenvoudige oplossing zelden mogelijk. We schakelen per situatie op meerdere vlakken en werken samen met interne en externe partners om bij te dragen aan het gestelde doel. Hierbij staat de inwoner centraal. Lokaal aanbieden dienstverlening We willen een deel van onze dienstverlening meer lokaal aanbieden. De aansluiting bij de inwoner en het samenwerken met en betrekken van ketenpartners en het lokale sociaal domein dragen bij aan goede dienstverlening en resultaten. Korte lijntjes en fysieke aanwezigheid helpen hierbij. We vergroten hiermee onze zichtbaarheid en vindbaarheid, zodat het bereik van onze regelingen en dienstverlening toeneemt.
De tweede beweging die we voorstaan (als vijfde pijler onder onze dienstverlening): minder inwoners en klanten in de uitkering Er staan nog te veel inwoners en klanten langs de kant; hier zit dus veel verbeterpotentieel voor onze inwoners en klanten zelf, maar ook voor de gemeentelijke portemonnee. In lijn met de uitkomsten van wat Berenschot stelt (we kunnen meer doen), willen we onze dienstverlening verder door ontwikkelen op het punt economische participatie/minder mensen in de uitkering. Dat helpt ook in het licht van het ravijnjaar en de jaren erna. Minder inwoners en klanten in de uitkering We zetten als WIL zelf in breder in op een terechte uitkering, zowel aan de voorkant van het uitkeringsproces als gedurende de rit. Samen met de lokale werkteams zetten we in op meer parttime werken en meer inwoners en klanten betaald aan het werk; bij voorrang die inwoners en klanten met arbeidsbeperkingen. Een hoogwaardige en effectieve werknemers- en werkgeversdienstverlening is hiervoor essentieel. Werknemers- en werkgeversdienstverlening Onze werkdienstverlening richt zich op werkgevers en klanten. Werknemers ondersteunen wij richting (economische) participatie. We zien werkgevers hierbij als alliantiepartners en als klanten met een personeelsvraag. En die hebben we op drie niveaus te bedienen: lokaal (via o.a. de lokale werkteams), regionaal (via o.a.
ons Werkgeverservicepunt) en bovenregionaal (binnen de arbeidsmarktregio Midden-Utrecht). We zetten vanuit de Participatiewet instrumenten in die een brede groep inwoners in staat stellen te participeren. We helpen klanten met een arbeidsbeperking en afstand tot de arbeidsmarkt zo regulier mogelijk aan de slag. Samen met lokale werkteams en WerkwIJSS realiseren we een passende infrastructuur en stemmen we onze inzet en instrumenten goed op elkaar af. Naar 2028 toe werken we samen met lokale werkteams en WerkwIJSS aan de best passende infrastructuur, onder de vlag van Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt (SILW). We verbinden onze werkdienstverlening op lokaal (gemeente), regionaal (WIL) en arbeidsmarktniveau, zodat de inzet op deze niveaus elkaar versterkt en aanvult. De komende jaren versterken en bouwen we deze verbinding verder uit. Ons werkgeverservicepunt werkt hierbij samen met lokale werkteams, ondernemers, het Regionaal Beraad (opvolger Utrechtse Werktafel) en Onderwijs.
13
6
De Ontwikkelagenda WIL 2026 - 2028
Het borgen van onze hoogwaardige dienstverlening in balans vraagt om een doorontwikkeling van onze dienstverlening, organisatie en uitvoering, met op onderdelen een aanscherping van onze opdracht. In de afgelopen maanden hebben we hieraan gewerkt onder de noemer HODW: Herijking Dienstverlening en Opdracht WIL. De korte termijn actielijnen zijn we al in de begroting 2025 opgenomen. De actielijnen die een langere uitwerkingstijd vragen/behoeven, zijn in onderstaande Ontwikkelagenda opgenomen. Bottomline geldt dat alle actielijnen zowel een positieve impact hebben op de dienstverlening aan onze inwoners, als een positieve impact op de kosten (lopen daardoor niet verder op, dan wel dalen per omgaande). In de bijlage lichten we de actielijnen iets uitgebreider toe.
De kosten omlaag; aan welke knoppen valt dan te draaien? De begroting van WIL bestaat grofweg uit twee soorten kosten: uitvoeringskosten en regelingskosten. Deze kosten komen voort uit de inzet die WIL pleegt. Binnen het programma Werk geldt dat de Participatiewet in hoge mate voorschrijft wat die inzet moet zijn, met enige mate van vrijheid. Die vrijheid is verhoudingsgewijs groot als het om de re-integratie van klanten gaat; het primaire domein van de lokale werkteams. Binnen het programma Werk is er geen sprake van regelingskosten, maar alleen van uitvoeringskosten. Voor het programma Werk geldt in de kern dat minder inzet aan de poort, minder inzet op re-integratie en minder inzet op dienstverlening aan werkgevers weliswaar tot lagere uitvoeringskosten leidt, maar ook tot hogere regelingskosten (die op het programma Inkomen drukken, omdat daar de uitkeringen betaald worden). Goedkoop is hier dus duurkoop. De knop om de kosten terug te brengen is hier dus het verminderen van de regelingskosten (en dat vraagt om een investering tegelijkertijd). Een extra reden hiervoor ligt in het feit dat de Lekstroom gemeenten nadeelgemeenten zijn; het Rijk vergoedt niet alle kosten. Het is in dit licht dat de actielijnen op Werk in de Ontwikkelagenda bezien moeten worden. Binnen het programma’s Inkomen geldt deels hetzelfde.
Vanuit onder meer de Participatiewet staat de hoofdlijn van onze inzet vast, enige mate van vrijheid is er als het gaat om de mate van handhaving, inkomensbeheer en terugvordering en incasso. Tegelijk geldt ook hier dat aan deze inzet draaien negatieve effecten heeft op de regelingskosten; goedkoop is ook hier duurkoop. Maar bovenal, de uitvoeringskosten op het programma Inkomen zijn 6% van de totale kosten, de regelingskosten 94%. Daar waar we kansen zien de uitvoeringskosten te verlagen, stellen we die ook voor. Financiele winst zien we echter vooral in het verlagen van de regelingskosten (en dat vraagt om een investering tegelijkertijd). Het is in dit licht dat de actielijnen op Inkomen in de Ontwikkelagenda bezien moeten worden.
14
Vervolg - De kosten omlaag; aan welke knoppen valt dan te draaien? Binnen het programma Inkomensondersteuning ligt e.e.a. anders. Vanuit de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening en de Bijzondere Bijstand ligt de hoofdlijn van onze inzet weliswaar vast; zij het met een redelijke grote mate van vrijheid, zeker als het om de Bijzondere Bijstand en minimaregelingen gaat. Grofweg kan gesteld worden dat een aanzienlijk deel van de kosten bepaald wordt door lokale keuzes (keuze voor doelgroep, behoefte aan maatwerk en lokale regelingen, e.d.). Het Rijk vergoedt slechts een deel van de kosten die gemaakt worden (tot 100% bijstandsnorm en voor slechts een aantal regelingen). De knop om de kosten op Inkomensondersteuning terug te brengen zit hem hierdoor dus zowel op de uitvoeringskosten als de regelingskosten. Het is in dit licht dat de actielijnen op Inkomensondersteuning in de Ontwikkelagenda bezien moeten worden.
15
16
17
18
Hoofdstuk 7
Programma Inkomen
De maatschappelijke uitdaging Een deel van de inwoners van de Lekstroom is aangewezen op een uitkering. Zij hebben geen inkomen, onvoldoende inkomen uit werk of wisselende inkomsten en hebben daardoor te maken met financiële bestaansonzekerheid. Een groot deel ervaart hierdoor financiële stress die meedoen en participeren belemmert. Wat we ook weten is dat een deel van deze inwoners niet voor hulp aanklopt. Voor een deel van de inwoners geldt dat zij te maken hebben met wisselende inkomsten en financiële bestaansonzekerheid. De maatschappelijke opgave Vanuit deze realiteit hebben de Lekstroom gemeenten op hoofdlijnen een driedubbele ambitie c.q., opgave geformuleerd voor zichzelf: a. Het vergroten van de financiële bestaanszekerheid voor alle inwoners door te investeren in werk en (economische) participatie. b. Het nog duidelijker maken waar inwoners terecht kunnen als ze financiële problemen ervaren of inkomensondersteuning (i.c. een uitkering) nodig hebben. M.a.w. het vergroten van het bereik (bereikbaarheid, vindbaarheid en daadwerkelijk gebruik) van de ondersteuning die wij hierop bieden. c. Het snel, goed, toegankelijk en zo nodig dichtbij helpen van inwoners die aankloppen voor hulp De beoogde impact voor inwoners De beoogde impact voor hun inwoners ligt hiermee in het verlengde. Allereerst dat alle inwoners die recht hebben op een uitkering die ook krijgen.
Ten tweede neemt de bestaanszekerheid voor hun inwoners toe en ervaren zij minder tot geen financiële stress meer. En tot slot weten inwoners waar zij moeten zijn in geval zij hulp nodig hebben. In termen van bereik betekent dit een toename van het bereik. De opdracht van Inkomen Door de toegankelijkheid te vergroten krijgen inwoners waar ze recht op hebben, neemt de bestaanszekerheid toe en weten inwoners waar zij moeten zijn als zij hulp nodig hebben. Onze opdracht voor Inkomen is primair het uitvoeren van de Participatiewet en de Wet op de Lijkbezorging. Wij doen dit naar de geest van de wet: we gaan uit van vertrouwen en leveren maatwerk. Wij verkennen daarbij of ondersteuning in nabijheid helpend is. Hierbij zetten wij preventieve en outreachende instrumenten in. Wij beschrijven in het tekstkader hoe we preventief en outreachend werken.
19
Preventief en Outreachend werken bij WIL Wij werken preventief en outreachend om onze dienstverlening eenvoudig, laagdrempelig en toegankelijk te maken voor onze inwoners. Onze ondersteuning begint zo vroeg mogelijk, waarbij we verbinding leggen met het maatschappelijk middenveld. Aan de voorkant werken we preventief door ervoor te zorgen dat inwoners weten met welke (beginnende) vraagstukken ze bij WIL terecht kunnen. Als WIL geen ondersteuning kan bieden, verwijzen we de klant door naar de juiste instantie. Zo dragen we bij aan toegankelijke en bereikbare ondersteuning binnen de keten. In een vroeg stadium kunnen we voorkomen dat problemen verergeren of zich uitbreiden naar andere leefgebieden. We kijken direct welke dienstverlening binnen WIL beschikbaar is en op welke regelingen een klant aanspraak kan maken. Dit draagt bij aan interventies in een zo vroeg mogelijk stadium. We zijn daarom lokaal meer zichtbaar, sluiten aan bij lokale initiatieven en werken samen met onze ketenpartners. Zo zorgen we ervoor dat we vindbaar en toegankelijk zijn voor inwoners en onze regelingen bereikbaarder worden. Nazorg zetten we preventief in om recidive te voorkomen.
Wat gaan we daarvoor doen? • We verstrekken een uitkering aan iedereen die dat nodig heeft. Wij werken hierbij vanuit de gedachte dat iedereen terecht in de uitkering zit. Dat is onze positieve benadering van rechtmatigheid, zie ook het tekstkader. We gaan uit van vertrouwen, leveren maatwerk, kijken breed waar nodig en schakelen en stemmen af met ketenpartners indien bijpassende hulp nodig is. Wij richten ons hiermee op de vindbaarheid, zichtbaarheid en toegankelijkheid van onze ondersteuning. • We vorderen terug wat realistisch is. Hierbij sluiten we aan bij de situatie van de klant. • Wij voeren de handhavingstaken en sociale recherche taken uit als er fraude, misbruik of onrechtmatig gebruik wordt geconstateerd. Zowel de bestuursrechtelijke – als strafrechtelijke afhandeling is dus bij ons belegd. Wij handhaven vanuit vertrouwen zoals beschreven in Handhaven in vertrouwen. • Wij bieden in gevallen van broodnood snelle ondersteuning, zoals bijvoorbeeld financiële ondersteuning • Wij bieden statushouders een goede start binnen de Lekstroom met een stabiele inkomenspositie. Wij hebben hiervoor eenvoudige processen afgesproken met onze externe partners, maar ook WIL-breed. • Inkomen verzorgt een waardig afscheid bij de uitvoering van de Wet op de Lijkbezorging, inclusief het verhalen van kosten op de nabestaanden.
20
Terecht in de uitkering Waar nodig en rechtmatig In de komende jaren richten we ons meer op preventie: we verstrekken uitkeringen waar nodig en rechtmatig. Vanaf de aanvraag ligt de focus op het recht op (de juiste) uitkering. Hierbij houden we rekening met voorliggende voorzieningen en het recht op andere regelingen met gunstigere voorwaarden voor de klant. Als er geen recht is, zijn we daar duidelijk over. De basis hiervoor is werken vanuit vertrouwen, eenvoud en maatwerk. Dit geldt zowel bij de start van de uitkering als gedurende de looptijd. Bij al onze klantcontacten zijn we alert op wat nodig is, zodat intensieve handhaving idealiter niet nodig is. We zien dit als een positieve benadering van rechtmatigheid. De inwoner krijgt de noodzakelijke ondersteuning, die bovendien toegankelijk is. Bij ontwikkelingen zoals werken vanuit vertrouwen, eenvoud, bereik en maatwerk streven we in onze dienstverlening naar een balans tussen de leefwereld en rechtmatigheid. Wat is de leefsituatie van de klant? Zijn er wijzigingen in de situatie waardoor er mogelijk geen recht meer is of juist recht op meer regelingen? Dit bepaalt hoe streng we naar een situatie kijken, waarbij we ook hier maatwerk toepassen. We zijn streng bij oneigenlijk gebruik als dat nodig is.
Onze agenda voor de komende jaren: Wij pakken de volgende thema’s uit de Ontwikkelagenda WIL binnen het programma Inkomen op: a. Digitalisering: we zetten digitalisering in als het onze dienstverlening aan de inwoner te verbetert en tegelijkertijd de processen eenvoudiger en sneller maakt. b. Verbrede inzet op terechte verstrekking van de uitkering: een balans tussen vertrouwen, snellere (en verkorte) procedures met als tegenwicht oog voor rechtmatigheid tijdens alle gesprekken met de klant, themacontroles et cetera. c. Verbreding Poort: we gaan de poort gebruiken als toegang voor de WIL-brede dienstverlening d. Meer lokaal afgestemde dienstverlening: daar waar lokale dienstverlening voor de klant positieve effecten heeft, zetten wij daarop in. Wat willen we bereiken? We verbinden aan onze opdracht bij Inkomen de volgende KPI’s.
21
KPI en streefwaarde 2028
Korte toelichting op het waarom?
Waarde eind 2023
Inzet 2026-2028
Het aantal terecht toegekende uitkeringen is minimaal 95%
We willen dat inwoners inkomensondersteuning krijgen als ze die nodig hebben. We accepteren dat sommige uitkeringen mogelijk niet terecht zijn, maar wel nodig. We accepteren tegelijk niet dat het oneigenlijk gebruik te hoog wordt Het oordeel van inwoners/klanten is bepalend of we op de goede weg zijn denken we. Vooral als we laag scoren levert dat belangrijke input voor bijstelling op.
Geen nulmeting voorhanden. Is nieuwe KPI die nog nader wordt uitgewerkt. Expert guess WIL is ongeveer 95%.
Nulmeting in 2025 Erna toegroeien naar/borgen 95% en liefst hoger
In 2022/2023 voor het laatst gemeten. Score was een 7,6
Borgen 7,6 en zo mogelijk verder uitbouwen
Klantevredenheid t.a.v. bejegening en overall >7,6
22
8
Programma Werk
De maatschappelijke uitdaging Veel inwoners van de Lekstroom zijn aan het werk, waardoor de werkloosheid en de bijstandsdichtheid relatief laag zijn. Maar in de Lekstroom zijn ook nog genoeg inwoners die nog niet werken of participeren. Het arbeidspotentieel, ook binnen ons bestand, wordt niet helemaal benut. Voor een goede werking van de arbeidsmarkt is het belangrijk dat dit potentieel gevonden en ingezet wordt. We hebben ook een groep inwoners voor wie economische participatie blijvend niet mogelijk is. Zij staan nu aan de kant en doen niet mee. De maatschappelijke opgave a. Alle inwoners doen mee. Het aantal inwoners dat afhankelijk is van een uitkering houden we zo klein mogelijk. Iedereen doet mee naar vermogen, het liefst door economisch te participeren. b. Wij leveren maatwerk om de inwoner duurzaam en naar vermogen te laten participeren. Onze focus ligt op groepen die grotere belemmeringen ondervinden bij het aan het werk gaan. Het gaat vooral om de doelgroepen banenafspraak, beschut werk, loonkostensubsidie en statushouders. De beoogde impact voor inwoners Hiermee bieden wij samen met de lokale werkteams de inwoners uit deze doelgroepen een plan waaraan wordt gewerkt of een ontheffing van de sollicitatieverplichting. We verkleinen hiermee ons klantenbestand en laten het aantal openstaande vacatures dalen.
Wij zorgen dat inwoners die willen participeren, weten waar zij voor ondersteuning moeten zijn. De opdracht voor Werk Onze gemeenten bepalen in de lokale werkteams de focus van de inzet op participatie, zowel voor doelgroepen als inzet van instrumenten. We zetten werkgevers hierbij in als belangrijke partners. Hiervoor bouwen we aan allianties en helpen wij werkgevers ook bij het invullen van hun personeelsvraag (zie kader). Wij bieden aanvullende en faciliterende dienstverlening binnen Werk. Zo zetten wij de Poort, het Werkgeverservicepunt en de Werkdienstverlening in. Daarnaast verzorgen wij voor de lokale werkteams personeel, bedrijfsvoering en advisering. Binnen Werk werken wij preventief en outreachend. Dit doen wij samen in het Jongerenloket waarbij de mogelijkheden van direct werken of studeren voor jongeren worden verkend. Wij gaan ook vroegtijdig met PRO-VSO leerlingen en scholen in gesprek over het vervolgperspectief voor deze jongeren. Samen met UWV en gemeenten investeren we in een Werkcentrum of andere ondersteuning om inwoners (klanten en niet Klanten) aan het werk te helpen.
23
Hoe kijken we aan tegen werkgevers Werkgevers zijn essentiële samenwerkingspartners voor WIL. Alleen door samenwerking kunnen we een passende en duurzame match tussen werkgever en klant realiseren. Dit werkt in het voordeel van beide partijen: de inwoner krijgt een goede werkplek en de werkgever vindt een oplossing voor (een deel van) de vraag naar werknemers. We hebben werkgevers nodig als partners in de zoektocht naar banen voor onze klanten, gebaseerd op hun mogelijkheden. WIL kan werkgevers ondersteunen om deze match passend en duurzaam te maken. In de huidige arbeidsmarkt hebben werkgevers ook WIL nodig bij het vinden van werknemers. Het onbenutte arbeidspotentieel binnen het klantenbestand van WIL kan een oplossing bieden voor de personeelsvraagstukken van werkgevers. Daarnaast zijn werkgevers alliantiepartners voor ons, wat sociale ondernemerszin van beide kanten vereist. Samen met werkgevers bouwen we aan een alliantie die mogelijkheden creëert voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Dit richt zich op structurele samenwerking waarbij we gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het vervullen van de randvoorwaarden.
Wat gaan we daarvoor doen? • Wij bieden onze inwoners een integrale laagdrempelige toegang tot onze dienstverlening. Hierbij stemmen we indien nodig af met onze partners zodat de inwoner de ondersteuning krijgt die nodig is. • Voor jongeren tot 27 jaar werken we hierbij samen in het jongerenloket: de toegang voor studie, werk of een uitkering. • We ontzorgen werknemers, werkgevers en de lokale werkteams met onze Werkdienstverlening. Een kwalitatieve ondersteuning die gemakkelijk toegankelijk is. Het gaat dan om specialistische 2 diensten, werkgeverstaken en verduurzaming van de arbeidsrelaties. • Voor ondernemers voeren wij samen met Utrecht de BBZ3 uit. Hieronder valt ook de ondersteuning van ondernemers met schulden. • Arbeidsmarktregio Midden-Utrecht: Wij zetten op arbeidsmarktniveau (Midden-Utrecht) in op het realiseren van extra kansen4 op werk. Dit is aanvullend op de inzet lokaal en in de Lekstroom. Hierbij werken we aan het inrichten van een structuur die daar helpend bij is. Dit vraagt om goede samenwerking en afstemming met onze partners. Zo werken wij samen met werkgevers, Onderwijs, scholen/opleidingen en sociale partners. • Ons Werkgeversservicepunt maakt lokaal een match tussen inwoner en werkgever, waarbij de samenwerking met de andere werkgeverservicepunten meer kansen biedt. Wij doen dit op lokaal, regionaal en arbeidsmarktniveau.
2 Loonkostensubsidie, loonwaardemetingen, jobcoaching, aanpak Banenafspraakbanen, et cetera 3 Bbz: Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 4 Voorbeelden: harmonisatie van instrumenten, Regionaal Actieplan Jeugdwerkloosheid, Hoofdzaak Werk, het inrichten van een WerkCentrum, et cetera.
24
Onze agenda voor de komende jaren Wij pakken binnen het programma Werk het volgende op: a. Meer focus op lager bijstandsvolume; als afgestemde inzet van WIL, Werkgeverservicepunt en Lokale werk teams b. Meer focus op vergroten omvang parttime werk: als gebundelde inzet van WIL (inclusief Werkgeverservicepunt) en Lokale werk teams c. Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt: we bouwen aan een duurzame, toekomstbestendige en effectieve infrastructuur voor de participatie van onze inwoners. Dit betreft zowel de uitvoering van de Participatiewet als Wet Sociale Werkvoorziening. Doel is een vereenvoudiging en verbetering van de uitvoering met meer mogelijkheden voor de inwoners. Iedere inwoner moet (kunnen) meedoen. Dit doen we samen met gemeenten en WerkwIJSS. De implementatie moet in 2028 zijn afgerond. d. Vorming Werkcentra: we bouwen verder aan het Regionaal Beraad Utrecht-Midden en het Werkcentrum met een dependance in de Lekstroom; goed in verbinding met regionaal en lokaal. Wat willen we bereiken? We verbinden aan onze opdracht bij Werk de volgende KPI’s. KPI en streefwaarde 2028
Korte toelichting op het waarom?
Waarde 2023
Inzet 2026-2028
De duurzame uitstroom naar werk of zelfstandig beroep ligt minimaal op benchmarkniveau Het percentage herinstroom in de uitkering ligt fors lager dan het benchmarkniveau De tevredenheid van de werkgevers die wij bedienen > 7.5
We willen dat inwoners naar vermogen participeren. Voor een deel van onze klanten kan dat via economische participatie in de vorm van werk of als zelfstandige en dus financieel zelfstandig worden zodat er geen uitkeringsafhankelijkheid meer bestaat. Het percentage herinstroom zegt iets over de duurzaamheid van de uitstroom richting werk of zelfstandig beroep.
Gerealiseerde uitstroom in 2023 is 631 huishoudens. Daarvan 193 naar werk en 11 naar zelfstandig beroep of bedrijf. Dat is een resultaat van 32,3%. Het benchmarkgemiddelde is 35,5 procent.
Ieder jaar 1% erbij
Trendwaarden herinstroom WIL binnen 12 maanden: 9,8%. Het benchmarkgemiddelde is 11,2%
Borgen en onder de 10% houden
Het oordeel van werkgevers is bepalend of we op de goede weg zijn. Vooral als we laag scoren levert dat belangrijke input voor bijstelling op. De tevredenheid van werkgevers wordt tegenwoordig op het niveau van de arbeidsmarkt Midden-Utrecht gemeten.
In 2023 voor het laatst gemeten op arbeidsmarktniveau. Score was een 7,6
Borgen 7,6
Klantevredenheid t.a.v. bejegening en overall >7,6
Het oordeel van inwoners/klanten is belangrijk voor ons. Vooral als we laag scoren levert dat belangrijke input voor bijstelling op.
In 2022/2023 voor het laatst gemeten. Score was een 7,6
Borgen 7,6 en zo mogelijk verder uitbouwen
25
Aantal klanten BUIG (per gemeente), met specifieke focus op jongeren: 10% lager dan eind 2023
Het aantal klanten BUIG is medebepalend voor de financiering van het Rijk en bepaalt ook een belangrijk deel van de kosten die de gemeenten moeten maken voor de uitvoering van de Participatiewet. Berenschot heeft laten zien dat de Lekstroom gemeenten op dit onderdeel nog veel verbeterpotentieel hebben en hier nog een slag op moeten maken. Niets doen levert een stevig risico op structurele tekorten op.
Houten jonger dan 27 jaar IJsselstein jonger dan 27 jaar Lopik jonger dan 27 jaar Nieuwegein jonger dan 27 jaar WIL totaal jonger dan 27 jaar
542, waarvan 114
Jaarlijks 2-3% minder
493, waarvan 58 140, waarvan 13 1.216, waarvan 156 2.391, waarvan 341
26
9
Programma Inkomensondersteuning
Maatschappelijke opgave In de Lekstroom leeft een deel van de inwoners in armoede. Dit komt deels doordat hun uitkering niet voldoende is om van rond te komen, of omdat hun inkomen uit werk niet genoeg is om boven het bestaansminimum te komen. Veel van deze inwoners ervaren ook financiële stress, wat hun deelname aan de samenleving belemmert. Daarnaast heeft een deel van de inwoners problematische schulden. We weten ook dat een aantal van deze inwoners geen hulp zoekt. Voor sommigen geldt dat zij te maken hebben met wisselende inkomsten en financiële onzekerheid. Maatschappelijke uitdaging Vanuit de realiteit dat een deel van de inwoners in de Lekstroom in armoede leeft, hebben de Lekstroom gemeenten op hoofdlijnen een driedubbele ambitie c.q. opgave geformuleerd voor zichzelf: a. Voorkomen dat inwoners in armoede en met problematische schulden moeten leven; zeker daar waar het om gezinnen met kinderen gaat. b. Nog duidelijker maken waar inwoners terecht kunnen als ze financiële problemen ervaren of inkomensondersteuning (in combinatie met een uitkering) nodig hebben. Doel is het vergroten van het bereik van de ondersteuning die wij hierop bieden. Bereik gaat hier over vindbaarheid, bereikbaarheid (procedures vormen geen belemmering) en daadwerkelijk gebruik maken. c. Snel, goed, eenvoudig en zo nodig dichtbij helpen van inwoners die aankloppen voor hulp.
Door de toegankelijkheid te vergroten krijgen inwoners waar ze recht op hebben, neemt de bestaanszekerheid toe en weten inwoners waar zij moeten zijn als zij hulp nodig hebben De beoogde impact voor inwoners De beoogde impact voor hun inwoners ligt hiermee in het verlengde. Allereerst krijgen alle inwoners de hulp en inkomensondersteuning die ze nodig hebben. Ten tweede neemt het aantal inwoners in armoede en met (problematische) schulden af. Ten derde is de wijze van aanvragen zo ingericht dat dit voor onze klanten gemakkelijk te realiseren is. En tot slot weten inwoners waar zij moeten zijn in geval zij hulp nodig hebben. In termen van bereik betekent dit een gestage toename per jaar van het bereik van de belangrijkste minimaregelingen. De opdracht voor Inkomensondersteuning De opdracht van WIL is primair gericht op de uitvoering van de Bijzondere Bijstand (onderdeel van de Participatiewet), de vastgestelde minimaregelingen en de Wet Schuldhulpverlening, binnen de financiële kaders die de gemeenten stellen. Het is belangrijk om te werken vanuit vertrouwen en de bedoeling van de wet, waarmee we aansluiten op de leefwereld van de inwoner en maatwerk wordt geleverd waar nodig. Inwoners moeten goed en snel geholpen worden, en er moet onderzocht worden of meer nabijheid effectief en helpend is. WIL is er vooral voor de inwoners die aankloppen.
Wat gaan we daarvoor doen? Vanuit preventief oogpunt heeft WIL de taak om te zorgen voor een betere en bredere informatievoorziening over rechten, plichten en mogelijkheden. Dit gebeurt in samenwerking met gemeenten en andere ketenpartners, onder andere via gerichte communicatiecampagnes om het bereik te vergroten. WIL zoekt niet actief naar inwoners die niet in beeld zijn. Voor Inkomensondersteuning betekent dit bijvoorbeeld dat gezinnen die in armoede leven en recht hebben op ondersteuning, maar deze niet aanvragen, niet actief worden benaderd. Deze taak ligt bij de gemeente of andere ketenpartners, hoewel WIL hierin wel kan meedenken.
27
Hetzelfde geldt voor schuldhulpverlening. WIL is er voor de klanten die in beeld zijn en hulp zoeken. Samen met gemeenten en ketenpartners wordt er geïnvesteerd om te voorkomen dat schulden verder oplopen en om inwoners vroegtijdig te helpen, bijvoorbeeld via vroegsignalering WIL heeft geen outreachende en preventieve opdracht om te voorkomen dat mensen in schulden komen, maar werkt wel mee aan gerichte communicatiecampagnes om het bereik te vergroten en inwoners te informeren over de beschikbare hulp. Bijzondere bijstand en minimaregelingen: • We verstrekken bijzondere bijstand en minimaregelingen aan iedereen die dat nodig heeft, volgens de regelingen en spelregels van de gemeenten of ons beleid. • We werken hierbij vanuit vertrouwen, kijken breed waar nodig en schakelen met ketenpartners om passende hulp te bieden. • We zijn coulant en behulpzaam, en geven voorrang aan aanvragen van gezinnen met kinderen of urgente situaties. • Namens de gemeenten bieden we een collectieve ziektekostenverzekering aan en beoordelen we de aanvragen. • We bieden financiële ondersteuning aan de doelgroep van de Wet Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen doelgroep en zien hier een toenemend beroep op schuldhulpverlening, minimaregelingen en bijzondere bijstand. Veel aanvragen zijn complex en vereisen maatwerk.
We bieden statushouders een goede start via een aangepast dienstverleningsproces, met financiële ontzorging door kortdurend budgetbeheer. Bij bijzondere regelingen zorgen we voor snelle dienstverlening bij woninginrichting en reiskostenvergoeding, in samenwerking met ketenpartners zoals Vluchtelingenwerk. Schuldhulpverlening • We bieden hulp aan inwoners met schulden die bij ons komen. • We voeren de Minnelijke Schuldenregeling Natuurlijke Personen uit volgens de nieuwe wetgeving (18 in plaats van 36 maanden) en bieden waar zinvol saneringskredieten aan in plaats van schuldbemiddelingsregelingstrajecten. Dit geeft ruimte voor maatwerkbegeleiding en schuldenrust. In samenwerking met Bureau BBZ en Ondernemer Centraal blijven we ons inzetten voor ondernemers en zzp’ers met schulden. • Samen met de Lekstroom gemeenten investeren we in beleid en uitvoering van vroegsignalering. In het kader van de landelijke ontwikkelingen voor schuldhulpverlening hebben wij onze basisdienstverlening geëvalueerd. Waar mogelijk leidt dit tot verbeteringen in het voorkomen, signaleren, oplossen en nazorg van schulden. Dit wordt opgenomen in het beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-20295. • We continueren onze inzet volgens de businesscase Bewindvoering, met een centrale rol voor het instrument Plinkr.
We blijven samenwerken met bewindvoerders om de meest passende instrumenten voor elke schuldensituatie in te zetten en werken aan het Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags).
5 Naar verwachting wordt het beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2029 in het 1ste halfjaar van 2025 vastgesteld.
28
Terecht in een regeling Waar nodig en rechtmatig In de komende jaren richten we ons meer op preventie: we verstrekken een regeling/bijzondere bijstand waar nodig en rechtmatig De basis hiervoor is werken vanuit vertrouwen, eenvoud en maatwerk. Dit geldt zowel bij de start van een aanvraag als gedurende de looptijd. Bij al onze klantcontacten zijn we alert op wat nodig is, zodat intensieve handhaving idealiter niet nodig is. We zien dit als een positieve benadering van rechtmatigheid. De inwoner krijgt de noodzakelijke ondersteuning, die bovendien toegankelijk is. Bij ontwikkelingen zoals werken vanuit vertrouwen, eenvoud, bereik en maatwerk streven we in onze dienstverlening naar een balans tussen de leefwereld en rechtmatigheid. Wat is de leefsituatie van de klant? Zijn er wijzigingen in de situatie waardoor er mogelijk geen recht meer is of juist recht op meer regelingen? Dit bepaalt hoe streng we naar een situatie kijken, waarbij we ook hier maatwerk toepassen. We zijn streng bij oneigenlijk gebruik als dat nodig is.
Onze agenda voor de komende jaren Wij pakken de volgende thema’s uit de Ontwikkelagenda WIL binnen het programma Inkomensondersteuning op: a. Lean werken vanuit vertrouwen: er loopt een traject waarmee de werkprocessen bij het team Bijzondere Regelingen opnieuw worden ingericht. We doen dit vanuit eenvoud en vertrouwen, kernwoorden bij onze benadering van klanten. b. Harmoniseren: één pakket aan minimaregelingen voor de hele regio levert duidelijkheid en gelijkheid op voor inwoners, meer efficiëntie in de dienstverlening en daarmee ook een betere dienstverlening. Het concrete doel is om in 2026 en 2027 de regelingen en bijbehorende DVO’s te harmoniseren. c. Verbrede inzet op terechte verstrekking van de uitkering: een balans tussen vertrouwen, snelle en korte procedures met als tegenwicht oog voor rechtmatigheid tijdens alle gesprekken met de klant, themacontroles et cetera. d. Verbreding Poort: we gaan de poort gebruiken als toegang voor de WIL-brede dienstverlening e. Meer lokaal afgestemde dienstverlening: daar waar lokale dienstverlening voor de klant positieve effecten richten we dit in. f. Digitalisering: we zetten digitalisering in als het onze dienstverlening aan de inwoner verbetert en tegelijkertijd de processen eenvoudiger en sneller maakt Wat willen we bereiken? We verbinden aan onze opdracht bij Inkomensondersteuning de volgende KPI’s.
KPI en streefwaarde Korte toelichting op het waarom? Waarde eind 2023 2028 Het bereik van bijzondere bijstand en
Hiermee geven we aan hoeveel inwoners die recht hebben ook daadwerkelijk bij WIL
De vormgeving van deze KPI’s is nog onder handen. Voor een
Inzet 2026-2028? Jaarlijks 2-3% erbij
29
de belangrijkste minimaregelingen is >10% hoger dan eind 2024 Het bereik van schuldhulpverlening is >10% toegenomen t.o.v. 2024. De wachttijden en responstijden bij schuldhulpverlening blijven binnen de wettelijke termijnen. Het % opgevolgde signalen vroegsignalering schuldhulpverlening neemt toe De herinstroom bij schuldhulpverlening bedraagt minder dan 10% binnen een jaar en minder dan 15% binnen 5 jaar. De afhandeltermijn bij aanvragen minimaregelingen is 50% binnen 4 weken en 75% binnen 6 weken.
aankloppen. Dit wordt bij deze KPI onder bereik verstaan. De regelingen waar we nu aan denken zijn: IIT, stadspas.
belangrijk deel van deze KPI zijn wij afhankelijk van de inspanningen van de gemeenten zelf in deze
Het bereik betreft het aantal inwoners dat recht heeft en ook daadwerkelijk bij WIL aanklopt.
Jaarlijks 2-3% erbij
De wachttijd, periode tussen aanmelding en het eerste gesprek (vaststellen hulpvraag) bedraagt maximaal 4 weken. Daarna mogen nog maximaal 8 weken verstrijken tot de klant de beschikking ontvangt. De vroegsignalering wordt in 2025 verder ontwikkeld. Hierbij worden ook afspraken gemaakt over de wijze van opvolging van signalering. Op basis hiervan wordt de KPI vormgegeven. Wij gaan voor een goede kwalitatieve en duurzame schuldhulpverlening. Deze KPI geeft hier een indicatie voor. Het gaat hierbij om de herinstroom na succesvol afgesloten schuldhulpverleningstrajecten.
Realisatie 2023: o 1e termijn: gemiddeld 20 dagen o 2e termijn: gemiddeld 37 dagen De vormgeving van deze KPI is nog onder handen.
Borgen huidige dienstverlening en prestaties
De vormgeving van deze KPI is nog onder handen. Hierbij spelen elementen als de kwaliteit van dienstverlening, nazorg en preventie een rol.
Nulmeting in 2025 Daarna uitbouwen
Wij gaan voor snelle, eenvoudige en bereikbare minimaregelingen. Hierbij hoort ook snelheid in het proces waarbij wij streven naar een kortere afhandeling dan de wettelijke termijnen.
Realisatie 2023: o 62,5% binnen 4 weken o 66,7% binnen 6 weken
In 2025 borgen dat termijn 6 weken gehaald wordt en >90% binnen 8 weken Daarna uitbouwen
Nulmeting in 2025 Daarna uitbouwen
30
Klanttevredenheid op klantbejegening en overall: beleving/ tevredenheid scoort >7,6 voor zowel minima als klanten bij schuldhulpverlening.
De klanttevredenheid wordt gemeten in een Klantbelevingsonderzoek. Het oordeel van onze klanten is bepalend of we op de goede weg zijn. Vooral als we laag scoren levert dat belangrijke input voor bijstelling op.
In 2022/2023 voor het laatst gemeten. Score was een 8,0 voor schuldhulpverlening en 7,6 voor de minima.
Borgen 7,6 en zo mogelijk verder uitbouwen
31
10
Programma Bedrijfsvoering
De dienstverlening van Bedrijfsvoering is voor het grootste deel niet op uitvoering gericht. Daarom geldt in tegenstelling tot de 3 uitvoerende programma’s een andere opdracht die niet direct verbonden is aan de maatschappelijke uitdagingen van onze gemeenten. De opdracht voor Bedrijfsvoering ligt in het verlengde van wat de uitvoerende programma’s nodig hebben. Bedrijfsvoering faciliteert, regelt, denkt mee en adviseert. Dit doen ze gevraagd en ongevraagd. Daarnaast is Bedrijfsvoering operationeel kaderstellend door aan te geven met welke systemen wij werken, hoe we dat doen, enzovoort. Verder adviseert en ondersteunt Bedrijfsvoering het management bij het maken van keuzes en het stellen van kaders. Ten slotte zijn de werkzaamheden van onze klantenservice, bezwaar en beroep en communicatie wel direct op inwoners gericht. Wat gaan we daarvoor doen? • Wij zorgen vanuit HR met passende communicatie, HR-beleid en HR-uitvoering ervoor dat WIL een goed werkgever is. Daarmee hebben en houden we goede en voldoende medewerkers aan boord. • Daar hoort ook bij dat wij voldoen aan onze wettelijke en morele verplichtingen bij het voldoen aan het quotum banenafspraakbanen. • Onze medewerkers zijn van groot belang omdat onze dienstverlening arbeidsintensief is. De kwaliteit van onze dienstverlening is mede afhankelijk van de kwaliteit van onze medewerkers.
We investeren in het laag houden van het ziekteverzuim. We zetten actief in op verzuimbegeleiding, samen met de Arboarts. Preventie is daar onderdeel van en daarvoor bieden wij aandacht en maatwerk. Voor langdurig verzuim bieden wij een goede verzuimbegeleiding. Met ons Arboteam en onze preventiemedewerkers monitoren we de Arbo-risico’s binnen WIL en interveniëren we gericht wanneer nodig op de arbeidsomstandigheden, de gezondheid en veiligheid van de medewerkers van WIL. • Wij zijn in onze communicatie klantvriendelijk en klantgericht. Datzelfde geldt voor de benadering vanuit onze klantenservice richting inwoners. De klantenservice doet dit vanuit de motto’s ”we zijn goed en snel bereikbaar” en “het eerste contact is hoogwaardig”. • De faciliterende en adviserende taken leveren we vanuit Finance & Control, HR, Communicatie, Strategie & Juridische Zaken, ICT en DIV. Hiermee zorgen we dat we in control zijn, blijven en waar we verbeteren. Dit doen we proactief. • Bedrijfsvoering voert ook de bezwaar- en beroepfunctie uit, net zoals de klachtenprocedures, vanuit het principe: ”we lossen het op als dat kan”. • Tenslotte investeren we in scholing en training van onze medewerkers zodat onze medewerkers de professionals blijven die de goede dienstverlening kunnen bieden.
32
Wat willen we bereiken? We verbinden aan onze opdracht bij Bedrijfsvoering de volgende KPI’s. KPI en streefwaarde 2028
Korte toelichting op het waarom?
Waarde eind 2023
Inzet 2026-2028?
Het percentage ziekteverzuim ligt beneden of gelijk met de benchmark. Voor 2028 is het streefpercentage < 5,5% Het aantal medewerkers op een banenafspraakbaan binnen WIL is gelijk aan het quotum voor WIL
WIL heeft te maken met een verhoogd ziekteverzuim. Wij gaan in 2025 voor percentage <6,5% en op termijn gelijk of onder de benchmark en bouwen dit % langzaam op
Realisatie 2023: cumulatief verzuim is 7,98%