CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bestemmingsplan ‘Achtersloot 144 tm 148 in IJsselstein’

Commissie Ruimte 16 september 2025, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: 22:00 uur Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Achtersloot 144 t/m 148 in IJsselstein31.897 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

12 3.3 Specifieke gebruiksregels ............................................................................................................................. 12 3.3.1 Niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten ............................................. 12 3.3.2 Voorwaardelijke verplichting inrichting ................................................................................................12 3.4 Afwijken van de gebruiksregels .................................................................................................................... 12 3.4.1 Afwijken publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis ............................................................. 12 3.4.2 Afwijken ten behoeve van Bed & Breakfast als niet-agrarische activiteit ................................................. 12 3.4.3 Afwijken ten behoeve van een theeschenkerij als niet-agrarische nevenactiviteit ................................... 13 Artikel 4 Waarde - Archeologie - 3 .......................................................................................................................... 13 4.1 Bestemmingsomschrijving ............................................................................................................................

13 4.2 Bouwregels ................................................................................................................................................... 13 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ................................................................................................................................................. 13 4.4 Wijzigingsbevoegdheid ................................................................................................................................. 14

3 Algemene regels .................................................................................................................................... 15 Artikel 5 Anti-dubbeltelregel ................................................................................................................................... 15 Artikel 6 Algemene gebruiksregels .......................................................................................................................... 15 6.1 Verboden gebruik ......................................................................................................................................... 15 6.2 Parkeergelegenheid ...................................................................................................................................... 15 6.3 Laad- en losruimte ........................................................................................................................................ 16 Artikel 7 Algemene afwijkingsregels ....................................................................................................................... 16 7.1 Afwijken........................................................................................................................................................

16 7.2 Voorwaarden afwijken ................................................................................................................................. 16 Artikel 8 Algemene wijzigingsregels ........................................................................................................................ 16

4 Overgangs- en slotregels ....................................................................................................................... 17 Artikel 9 Overgangsrecht......................................................................................................................................... 17 9.1 Overgangsrecht bouwwerken ...................................................................................................................... 17 9.2 Overgangsrecht gebruik ............................................................................................................................... 17 Artikel 10 Slotregel .................................................................................................................................................. 17

4

5

1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Achtersloot 144 t/m 148 in IJsselstein van de gemeente IJsselstein.

1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0353.Asloot144tm148VA01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen).

1.3 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6 aanduidingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde aanduiding.

1.7 ander-werk een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid.

1.8 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.9 bestaand a.

bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat en is gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald;

6

b.

bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald.

1.10 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.

1.11 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.12 bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is van het hoofdgebouw.

1.13 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.14 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

1.15 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.16 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel.

1.17 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.18 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.19 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

7

1.20 dienstverlening het beroeps- of bedrijfsmatig aanbieden, verkopen en/of leveren van diensten.

1.21 dove gevel Bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht waarin: a. b.

geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB; alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

1.22 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover dit bestemmingsplan deze inrichting verbiedt.

1.23 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.24 gebruiken het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven.

1.25 hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt.

1.26 horeca een bedrijf waar hoofdzakelijk overdag en/of in de avonduren dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie.

1.27 kelder een (gedeelte van) een gebouw waarvan de diepte gemeten wordt vanaf de begane grondvloer waaronder wordt gebouwd en dat in hoofdzaak dient als bergruimte.

1.28 peil a. b. c.

voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land.

8

1.29 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.30 uitbouw een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.31 uitvoeren het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven.

1.32 vloeroppervlak totale oppervlakte, binnenwerks gemeten, van alle ruimten op de begane grond, de verdiepingen en de zolder.

1.33 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt.

1.34 zijerf gedeelte van het erf dat aan de zijkant van het gebouw is gelegen.

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.

2.2 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

9

2.3 dakhelling langs het dakvlak gemeten ten opzichte van het horizontale vlak.

2.4 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.5 horizontale diepte van een gebouw de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd.

2.6 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.7 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.8 ondergeschikte bouwonderdelen bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, aircoinstallaties, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt en de overschrijding van maximale bouwhoogtes niet meer dan 2 m bedraagt.

2.9 verticale diepte de diepte, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer waaronder wordt gebouwd.

10

2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Wonen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

woningen; niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; parkeren op eigen erf; hobbymatige agrarische activiteiten; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

hoofdgebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak; per bouwvlak is ten hoogste één woning toegestaan; de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding. de inhoud van een woning mag maximaal 800 m³ bedragen.

3.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g.

aan- en uitbouwen, bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; de breedte van aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen of aangebouwde overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw mag maximaal de breedte van de achtergevel van het hoofdgebouw bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen op het zij- en achtererf achter de voorgevelrooilijn mag bij woningen maximaal 50 m² bedragen; het zij- en achtererf mag niet voor meer dan 50% worden bebouwd; de bouwhoogte van overkappingen mag maximaal 3 m bedragen; de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag maximaal 3 m bedragen; de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag maximaal 6 m bedragen.

3.2.3 Kelders Kelders mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd, waarbij de verticale diepte maximaal 3 m mag bedragen, het bepaalde in subsubparagraaf 3.2.2 onder a t/m f is van overeenkomstige toepassing. 3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag maximaal 2 m bedragen, van overige erf- en terreinafscheidingen mag de bouwhoogte maximaal 1 m bedragen; de bouwhoogte van overig straatmeubilair mag maximaal 6 m bedragen; de bouwhoogte van antennes mag maximaal 5 m bedragen; de bouwhoogte van tuinmeubilair mag maximaal 2 m bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 m bedragen.

11

3.2.5 Voorwaardelijke verplichting dove gevel Ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' dient een dove gevel te worden aangebracht en in stand te worden gehouden. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten Binnen deze bestemming is gebruik van een deel van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning, met inbegrip van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, mag worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, met dien verstande dat dit nooit meer mag bedragen dan 60 m²; degene die de activiteit in de woning of het daarbij behorende bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; aan huis verbonden activiteiten die vallen onder categorie A van de Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging, niet publieksgerichte aan huisverbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten, zijn toegestaan, voor zover ze voldoen aan de hiervoor genoemde criteria; de totale bebouwde oppervlakte voor niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps of, publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis en niet-agrarische nevenactiviteiten dat wordt toegestaan op grond van artikel 3 lid 1, subparagraaf 3.4.1, subparagraaf 3.4.2, subparagraaf 3.4.3 mag niet meer bedragen dan 60 m².

3.3.2 Voorwaardelijke verplichting inrichting Het gebruiken van de bebouwing ten behoeve van 'Wonen' is slechts toegestaan als de landschappelijke inpassing wordt aangelegd en in stand wordt gehouden overeenkomstig het in bijlage 2 bij de regels opgenomen inpassingsplan met de daarbij behorende randvoorwaarden. 3.4 Afwijken van de gebruiksregels 3.4.1 Afwijken publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 1, teneinde binnen een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen de uitoefening van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis toe te staan. Hiervoor dient aan de volgende criteria de worden voldaan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, mag worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, met dien verstande dat dit nooit meer mag bedragen dan 60 m²; degene die de activiteit in de woning of het daarbij behorende bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en de parkeersituatie ter plaatse; de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving; er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit, met een maximum van 15% van de omzet; aan huis verbonden activiteiten die vallen onder categorie A van de Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging, voor zover ze voldoen aan de hiervoor genoemde criteria; de totale bebouwde oppervlakte voor niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps of, publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis en niet-agrarische nevenactiviteiten dat wordt toegestaan op grond van artikel 3 lid 1, subparagraaf 3.4.1, subparagraaf 3.4.2, subparagraaf 3.4.3 mag niet meer bedragen dan 60 m².

3.4.2 Afwijken ten behoeve van Bed & Breakfast als niet-agrarische activiteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 1 voor het realiseren van een Bed & Breakfast voorziening bij burgerwoningen met dien verstande dat:

12

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

het toegestane aantal woningen niet mag worden uitgebreid; nieuwbouw of vergroting van het bestaand bebouwd oppervlak niet is toegestaan; het bebouwde oppervlak voor een Bed & Breakfast ten hoogste 60 m² bedraagt; op het eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien; speelvoorzieningen zijn toegestaan, met een maximale bouwhoogte van ten hoogste 2,5 m; de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; de totale bebouwde oppervlakte voor niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps of, publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis en niet-agrarische nevenactiviteiten dat wordt toegestaan op grond van artikel 3 lid 1, subparagraaf 3.4.1, subparagraaf 3.4.2, subparagraaf 3.4.3 mag niet meer bedragen dan 60 m².

3.4.3 Afwijken ten behoeve van een theeschenkerij als niet-agrarische nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 1 voor het realiseren van een theeschenkerij bij burgerwoningen met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f.

de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; de theeschenkerij door de bewoner wordt uitgeoefend; het toegestane aantal woningen niet mag worden uitgebreid; nieuwbouw of vergroting van het bestaand bebouwd oppervlak niet is toegestaan; het bebouwde oppervlak voor een 'theeschenkerij' ten hoogste 60 m² bedraagt; een terras is toegestaan 2 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw, mits het terras functioneel is verbonden met de theeschenkerij en landschappelijk wordt ingepast; g. de oppervlakte van een terras ten hoogste 40 m² bedraagt; h. het oprichten van bouwwerken geen gebouwen zijnde, voor reclameborden en/of neonreclame is niet toegestaan. Hetzelfde geldt voor lichtmasten en lichtbakken; i. op het eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien; j. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; k. speelvoorzieningen zijn toegestaan, met een maximale bouwhoogte van ten hoogste 2,5 m en een maximale oppervlakte van 10 m²; l. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; m. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dat wil zeggen dat de afstand van de theeschenkerij inclusief de bijbehorende voorzieningen, zoals terras, tot woningen van derden ten minste 10 m bedraagt en ten minste 30 m indien er op grond van de VNG publicatie geen sprake is van 'gemengd gebied'; n.

de totale bebouwde oppervlakte voor niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps of, publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis en niet-agrarische nevenactiviteiten dat wordt toegestaan op grond van artikel 3 lid 1, subparagraaf 3.4.1, subparagraaf 3.4.2, subparagraaf 3.4.3 mag niet meer bedragen dan 60 m².

Artikel 4 Waarde - Archeologie - 3 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie - 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor de bescherming en instandhouding van archeologische waarden, alsmede secundair voor de andere op deze gronden liggende bestemmingen. 4.2 Bouwregels Op de gronden, gelegen buiten de aangegeven bouwvlakken, die bestemd zijn als Waarde - Archeologie 3 mogen slechts worden gebouwd bouwwerken krachtens de in artikel 4 lid 1 genoemde bestemmingen, mits de archeologische belangen zich daartegen niet verzetten. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

Het is verboden om of in de gronden, die op de plankaart zijn aangewezen voor Waarde - Archeologie 3 en gelegen zijn buiten de aangegeven bouwvlakken, zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren: 1. afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 30 cm; 2. heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen;

13

3. 4. 5.

b.

c. d.

e.

f.

verlagen of verhogen van het waterpeil; aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 6. het aanbrengen of verwijderen van diepgewortelde beplantingen. Het verbod als bedoeld in artikel 4 lid 3 sub a is niet van toepassing, indien de werkzaamheden of werken: 1. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m²; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning aanleg werken of een ontgrondingvergunning, of; 4. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; De aanvrager van een omgevingsvergunning aanleg werken als bedoeld in artikel 4 lid 3, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, is vastgesteld. Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning aanleg werken indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 4 lid 3 sub c genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; 2.

schade door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van een omgevingsvergunning aanleg werken verbonden regels. Het bevoegd gezag kan de volgende regels aan de omgevingsvergunning aanleg werken verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Indien het bepaalde in artikel 4 lid 3 sub e onder 3 van toepassing is, wordt in de regels geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken.

4.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de bestemming geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien uit een archeologisch rapport blijkt dat zich in de gronden geen archeologische waarden bevinden, indien: a. b.

uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn op zich op een andere plaats bevinden; het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.

14

3 Algemene regels

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond welke eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Algemene gebruiksregels

6.1 Verboden gebruik Onder verboden gebruik wordt in elk geval verstaan: a. b. c. d.

een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; het gebruik van gronden en wateren als permanente ligplaats voor woonboten of (woon-)schepen; een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.

6.2 Parkeergelegenheid a. b.

c.

d.

Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, mag niet worden gebouwd wanneer voor dit bouwwerk op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. Bij een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of sprake is van voldoende parkeergelegenheid aan de hand van de normen die zijn neergelegd in het Parkeerbeleidsplan IJsselstein, met dien verstande dat indien gedurende de planperiode een nieuwe versie verschijnt, gerekend wordt met de normen uit de nieuwe versie. Hierbij kunnen voorschriften worden opgenomen over het realiseren en in stand houden van parkeergelegenheid op eigen terrein. De in lid a bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's dient, qua afmetingen, ten minste te voldoen aan de volgende eisen: 1. Personenauto: • Haaks- en hoekparkeren: 5,0 m bij 2,5 m; • Langsparkeren: 6,0 m bij 2,0 m; 2. Gehandicaptenparkeerplaats: • Haaks- en hoekparkeren: 5,0 m bij 3,5 m; • Langsparkeren: 6,0 m bij 2,5 m (7,5 m bij 2,5 m als achter wordt in- en uitgestapt); Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien.

Deze andere wijze dient door de aanvrager van een omgevingsvergunning gemotiveerd te worden.

15

6.3 Laad- en losruimte a.

b.

Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in die behoefte. Deze bepaling geldt niet: 1. voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik; 2. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien. Deze andere wijze dient door de aanvrager van een omgevingsvergunning gemotiveerd worden. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende laad- en losgelegenheid wordt voorzien: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en losruimte wordt voorzien.

Artikel 7 Algemene afwijkingsregels 7.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. b. c.

in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 m, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; de regels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m.

7.2 Voorwaarden afwijken Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7 lid 1 kan slechts worden verleend, mits: a. b.

de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

Artikel 8 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. b.

de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad.

16

4 Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht 9.1 Overgangsrecht bouwwerken a.

b. c.

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder 1 met maximaal 10%. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

9.2 Overgangsrecht gebruik a. b. c. d.

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 10 Slotregel Deze regels worden aangehaald als regels van het bestemmingsplan 'Achtersloot 144 t/m 148 in IJsselstein '.

17

PROJECT 33268 VERKENNEND BODEMONDERZOEK INCL. ASBEST ACHTERSLOOT 144 TE IJSSELSTEIN

Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl

bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies

Project 33268

Titel

Verkennend bodemonderzoek incl. asbest Achtersloot 144 te IJsselstein

Projectleider

Dhr. A. van Steenderen

Adviseur

Dhr. J.I.M.M. Hermens

Datum rapport

14 juli 2020

Opdrachtgever

Buro SRO ’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht

Contactpersoon

Dhr. J. van Nuland

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.2.7 van de BRL SIKB 2000.

Project 33268

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING EN DOEL

1

2

TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Voorgaand onderzoek 2.5 Toekomstige situatie 2.6 Hypothese en onderzoeksopzet

2 2 2 2 3 3 3

3

VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater

4 4 4 4 5

4

CHEMISCHE ANALYSES 4.1 Analyses grond 4.2 Analyses grondwater

6 6 7

5

ASBESTANALYSES

8

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

9

BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V

: Kaartmateriaal : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen : Analysecertificaten : Toetsingskader & Verklarende woordenlijst

1

1

Project 33268

INLEIDING EN DOEL Door Buro SRO is aan Grondslag BV opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek inclusief verkennend asbestonderzoek op het perceel Achtersloot 144 te IJsselstein. De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen aanvraag van een omgevingsvergunning (bouw). Men is voornemens om op het terrein nieuwbouw te realiseren. Het doel van het chemisch onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en het beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning te bepalen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigd is met asbest. Met het verkennend onderzoek wordt een indicatief asbestgehalte bepaald, aan de hand waarvan kan worden bepaald of nader onderzoek noodzakelijk is. Het bodemonderzoek is verricht volgens de vigerende richtlijnen uit de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de NEN 5707 (Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek).

2

2

Project 33268

TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een vooronderzoek conform NEN 5725 verricht. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.

2.1

Afbakening onderzoekslocatie Het terrein Achtersloot 144 te IJsselstein staat kadastraal bekend als gemeente IJsselstein, sectie G, nummers 433 (gedeelte), 588 (gedeelte) en 599. De x- en y-coördinaten van het perceel zijn 130,030 en 449,789. Het terrein heeft een totale oppervlakte van ca. 3.200 m2. De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.

2.2

Huidige situatie De oprit naar het perceel bestaat uit volledig menggranulaat, hier bovenop is een dunne laag grind aangebracht. Het centrale gedeelte is afgedekt met stelconplaten. Op het terrein staan enkele schuurtjes en worden diverse materialen zoals platen en gereedschappen opgeslagen. Ten zuidwesten van de oprit en het centrale gedeelte is een kleinschalige boomgaard aanwezig. Het oostelijk gelegen gedeelte (circa 1500 m2) is braakliggend. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I.

2.3

Historie tot op heden Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - huidige eigenaar - opdrachtgever - omgevingsdienst regio Utrecht - oud kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) - www.bodemloket.nl - terreininspectie (plaatsgevonden ten tijde van het veldwerk 25 juli 2020) Op de locatie zijn, voor zover bekend bij de gemeente, geen ondergrondse brandstoftanks aanwezig (geweest). Op Achtersloot 142 (afstand circa 40 m) is een bovengrondse dieseltank gelegen. Op nr. 148 (afstand circa 100 m) is een ondergrondse HBO-tank geregistreerd. Aan de overzijde van de openbare weg (Achtersloot) is op nr. 63 een bovengrondse HBO-tank aanwezig. Op de zuidwestelijke hoek van het perceel is een kleinschalige boomgaard gelegen, het is onbekend of hier bestrijdingsmiddelen zijn toegepast. Op het maaiveld (stelcon) is asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Echter betreft dit waarschijnlijk plaatmateriaal van nieuwe techniek met golfplatencontour. De bodem ter plaatse van de oprit bestaat uit volledig menggranulaat en dient daarmee als verdacht op het voorkomen van asbesthoudend materiaal te worden beschouwd. Zover bekend zijn er geen sloten gedempt, is er niet structureel afval gestort of verbrand en is het maaiveld niet opgehoogd. Voor zover bekend zijn er geen (grote) obstakels, zijnde puin, funderingsresten, slakken, sintels en/of asfalt in de bodem aanwezig.

3

Project 33268

Voor zover bekend hebben zich op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan, waardoor mogelijk bodemverontreiniging zou kunnen zijn ontstaan. Bij www.bodemloket.nl en het geoloket (bodeminformatie Omgevingsdienst Regio Utrecht) is geen informatie aangaande de onderzoekslocatie bekend. De locatie voldoet aan de klasse Landbouw/Natuur van de ontgravingskaart van de Regio Zuidwest-Utrecht (Bodemkwaliteitskaart regio Zuidwest Utrecht, ontgravingskaart door CSO, kenmerk 10K033 2A). Dit wil zeggen dat er geen tot hooguit lichte verhogingen verwacht kunnen worden op de onderzoekslocatie. 2.4

Voorgaand onderzoek Op de onderzoekslocatie hebben geen voorgaande bodemonderzoeken plaatsgevonden. Zowel bij de omgevingsdienst regio Utrecht als www.bodemloket.nl zijn geen bodemonderzoeken bekend. Op het zuidelijk aangelegen perceel Achtersloot 142 (afstand tot onderzoekslocatie ca. 40 m) is een verkennend bodemonderzoek (ID 149877, BisCode AA035300056) uitgevoerd in het kader van een aanvraag bouwvergunning. Nadere gegevens omtrent dit bodemonderzoek zijn niet beschikbaar.

2.5

Toekomstige situatie Men heeft voornemens nieuwbouw op de locatie te realiseren.

2.6

Hypothese en onderzoeksopzet Chemisch bodemonderzoek Voorafgaand aan het bodemonderzoek wordt geen verontreiniging verwacht. Het onderzoek volgt de "Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL)" van de NEN 5740. Gezien de kleinschalige boomgaard verdacht is op OCB wordt één mengmonster additioneel op OCB geanalyseerd. Asbestonderzoek Voor de locatie geldt op basis van het vooronderzoek geen concrete verdenking op de aanwezigheid van een asbestverontreiniging. Echter bevat de oprit menggranulaat, dat in het verleden ook ter plaatse van het centrale deel (huidige stelconverharding) aanwezig was. Mogelijk dat dit granulaat ook nog onder de stelconverharding is gelegen. Daarom wordt er ter plaatse van de oprit en het centrale deel van de locatie (verhard met stelcon), met een totale oppervlakte van 950 m2, een onderzoek verricht conform de onderzoeksstrategie voor een kleinschalig onverdachte locatie van de NEN 5707. Ter plaatse van de stelconverharding was het juist uitvoeren van een asbestonderzoek (boorgaten 35 cm) niet mogelijk, derhalve dient strikt genomen het asbestonderzoek op deze locatie als indicatief worden beschouwd.

Algemeen Opgemerkt dient te worden dat een verkennend bodemonderzoek volgens een steekproefsgewijze opzet wordt uitgevoerd. Tevens dient het bodemonderzoek beschouwd te worden als een tijdelijk vastgestelde status van de bodemkwaliteit ter plaatse. Derhalve kan in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij een toekomstige bestemmingswijziging of aanvraag van een omgevingsvergunning) de geldigheidsduur van het onderzoek beperkt zijn.

4

3

VELDWERK

3.1

Uitvoering

Project 33268

De verrichtingen zijn uitgewerkt in onderstaande tabel: Tabel 3.1: Uitgevoerde werkzaamheden Verrichting

Datum

Persoon

Geldend protocol

Verrichten boringen en plaatsen peilbuizen

25 juni 2020

dhr. J. Nuvelstijn

2001

Maaiveldinspectie en inspectiegaten asbest

25 juni 2020

dhr. J. Nuvelstijn

2018

Grondwatermonstername

3 juli 2020

dhr. P.J. van der Werf

2002

In totaal zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie vijftien boringen verricht (nrs. 01 t/m 15). De boringen zijn verspreid over de onderzoekslocatie geplaatst. Boring 04 is voorzien van een peilbuis. Alle boringen zijn uitgevoerd tot een minimale diepte van 0,5 m-mv. De boringen 01, 03 en 15 zijn doorgezet tot een diepte van circa 1,0 m-mv. De boring 02 en 13 zijn doorgezet tot een diepte van ca. 2,0 m-mv. Boring 04 is i.v.m. de peilbuis doorgezet tot een diepte van circa 3,20 m-mv. Vier boringen zijn gezet ter plaatse van de boomgaard, namelijk de boringen 04, 07, 08 en 09. Ter plaatse van het oostelijk braakliggende terrein zijn vijf boringen geplaatst, namelijk 11 t/m 15. In verband met een foutieve plaatsing van de diepte van het peilfilter is de peilbuis ten tijde van de grondwatername opnieuw geplaatst, goed afgepompt en direct bemonsterd. Dit is een afwijking op de NEN5740. Strikt genomen zijn de resultaten van het grondwater indicatief te beschouwen. Voor het asbestonderzoek is het maaiveld van de locatie visueel geïnspecteerd. Vervolgens zijn vijf inspectiegaten gegraven (01 t/m 03, 05 en 06). Inspectiegat 06 is geplaatst nabij het aangetroffen plaatmateriaal. De uitkomende grond is visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. De gaten zijn circa 0,3 x 0,3 meter breed en tot 0,5 m-mv gegraven.

De ligging van de boringen, de peilbuis en de inspectiegaten is weergegeven in bijlage I. 3.2

Resultaten

3.2.1 Grond Bodemopbouw Vanaf het maaiveld tot een variërende diepte tussen de 0,5 en 1,8 m-mv bestaat de bodem uit zwak siltige klei. Onder de kleilaag tot de een diepte van ca. 3,1 m-mv bestaat de bodem uit matig fijn zand. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II. Zintuiglijke waarnemingen Op de bovengrond ter plaatse van de oprit (01 t/m 03 en 05) is een laag volledig menggranulaat aangetroffen.

5

Project 33268

Ter plaatse van het centraal gelegen terrein (onder de stelconverharding) is in de bovengrond een matige bijmenging aan menggranulaat aangetroffen. In de bovengrond van bijna alle boringen is een lichte bijmenging aan baksteen waargenomen. Deze lichte bijmenging bevindt zich ook in de bodemlaag direct onder het menggranulaat. Zeer plaatselijk is een lichte bijmenging aan kolen of slakken waargenomen. De exacte herkomst van het puin alsmede de periode van toepassing is niet bekend, maar is vermoedelijk geweest voor 1993. Het puin is daarmee verdacht op het voorkomen van asbest en geeft aanleiding tot een bodemonderzoek naar asbest conform NEN 5707. 3.2.2 Grondwater In onderstaande tabel zijn de gegevens vermeld die zijn verzameld tijdens de monstername van het grondwater. Tabel 3.1: Veldwerkgegevens grondwater peilbuis

filterstelling (m-mv)

grondwaterstand pH (m-mv)

EC (µS/cm)

troebelheid (NTU)

04

2,10 – 3,10

1,50

124

39,2

6,5

Er zijn geen bijzonderheden waargenomen die wijzen op het voorkomen van een bodemverontreiniging.

6

4

Project 33268

CHEMISCHE ANALYSES De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium. De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. Het toetsingskader is bijgevoegd in de bijlage.

4.1

Analyses grond De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.1. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.1: Overschrijdingstabel grond Code

Boringen met diepte (m-mv)

Waarnemingen

Analyseparameters

Overschrijding >T

>I

BG1

11 (0,00-0,50) 12 (0,40-0,70) 13 (0,00-0,50) 14 (0,00-0,30) 15 (0,00-0,50)

baksteen+ baksteen+, kolen+ baksteen+ baksteen+ baksteen+

NEN-g

cadmium, koper, kwik, lood, molybdeen, zink

-

BG2

04 (0,20-0,70) 07 (0,00-0,50) 08 (0,00-0,50) 09 (0,00-0,50)

baksteen+ baksteen+ baksteen+ baksteen+, kolen+

NEN-g + OCB

cadmium, kwik, lood, PAK

-

BG3

06 (0,00-0,50) 10 (0,00-0,40)

menggranulaat++ menggranulaat++

NEN-g

barium@, kobalt, PAK kwik, zink Minerale olie

BG4

04 (0,00-0,20)

slakken+, baksteen+

NEN-g + vanadium kwik, PAK

-

-

OG1

04 (1,20-1,60) 13 (0,90-1,40)

-

NEN-g

-

-

-

>AW

-

-

Uitsplitsing BG3 PAK_06

06 (0,00-0,50)

menggranulaat++

PAK

-

-

-

PAK_10

10 (0,00-0,40)

menggranulaat++

PAK

PAK

-

-

waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) Ba@ : de normen voor barium zijn buiten werking gesteld, toetsing vindt plaats aan de vml. normen (AW=190, T=555, I=920)

Mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Door middel van dit analysepakket wordt een breed beeld verkregen van de kwaliteit van de grond. Het mengmonster ter plaatse van de boomgaard (BG2) is uitgebreid met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). In de bovengrond van boring 04 (BG4) is een bijmenging aan slakken aangetroffen, derhalve is het monster aanvullend onderzocht op vanadium. In het licht tot matig menggranulaathoudende mengmonster van de bovengrond (BG3) is een matige verhoging aan Polycylische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) aangetoond. Derhalve is het mengmonster uitgesplitst, hieruit blijkt dat het maximaal gaat om een lichte verhoging. De matige verhoging is niet reproduceerbaar gebleken, vermoedelijk gaat het om een toevalstreffer. De lichte verhoging aan minerale olie betreft op basis van de oliechromatrogram eveneens PAK. In de overige mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn hooguit lichte verhogingen aangetoond aan enkele zware metalen en PAK. Ter plaatse van de boomgaard zijn geen verhogingen aan OCB aangetoond.

7

4.2

Project 33268

Analyses grondwater De analyseresultaten van het grondwater zijn weergegeven in tabel 4.2. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grondwater Peilbuis

04

Filtertraject (m-mv)

Analyseparameters

Overschrijding >S

>T

>I

1,50 – 2,50

NEN-gw

barium, nikkel

-

-

Het grondwater is geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Op deze wijze wordt een breed beeld verkregen van de grondwaterkwaliteit. In het grondwater zijn hooguit lichte verhogingen aan enkele zware metalen gemeten.

8

5

Project 33268

ASBESTANALYSES De analyses zijn uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd laboratorium. Het toetsingskader is opgenomen in de bijlage. Grove fractie (>2 cm) Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tijdens de visuele inspectie van de opgegraven grond is geen asbestverdacht materiaal > 2 cm aangetroffen. Fijne fractie (<2 cm) Voor het onderzoek van de fijne fractie is een aantal mengmonsters samengesteld: MM1: gat 01/02/03/05 MM2: gat 06

volledig menggranulaat oprit matige bijmenging menggranulaat

De mengmonsters zijn geanalyseerd op asbest. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1. Totaalresultaat Voor het totaalresultaat dienen de resultaten van de grove fractie en de fijne fractie te worden opgeteld. De rekentabellen voor de bepaling van het asbestgehalte zijn opgenomen in bijlage III. In tabel 5.1 zijn de voor de toetsing relevante analyseresultaten weergegeven, alsmede het totaalgehalte. Tabel 5.1: resultaten verkennend asbestonderzoek – bepaling indicatief gehalte in mg/kg ds Code

MM1

MM2 blanco (h) / (nh) # * **

Inspectiegat (monster m-mv)

Verzamelmonster (> 2 cm), gemeten waarde serpentijn

amfibool

01 (0,05-0,80)

-

-

02 (0,05-0,70)

-

-

03 (0,00-0,70)

-

-

05 (0,05-0,70)

-

-

06 (0,00-0,50)

-

-

Grond(meng)monster (< 2 cm), gemeten waarde

Totaalgehalte, gewogen#

serpentijn

amfibool

0

0

0

0

0

0

niet aangetroffen niet geanalyseerd hechtgebonden asbest / niet-hechtgebonden asbest gewogen toetswaarde = serpentijn + 10 x amfibool het gehalte overschrijdt de toetswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg ds) het gehalte overschrijdt de interventiewaarde (100 mg/kg ds)

Zowel in de fijne als grove fractie is geen asbest aangetoond. Ter plaatse van boring 10 is een matige bijmenging aan menggranulaat aangetroffen. Echter was het niet mogelijk de boring uit te breiden met een inspectiegat, omdat de boring geplaatst is in een stelconverharding. Boring 06 is naast de stelconverharding geplaatst en is voorzien van een inspectiegat. In deze boring is dezelfde bijmenging waargenomen, derhalve wordt inspectiegat 06 representatief geacht voor boring 10.

9

6

Project 33268

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie Achtersloot 144 te IJsselstein is vastgelegd. Behalve de chemische kwaliteit is tevens de aanwezigheid van asbest in een deel van de bodem onderzocht. Chemische kwaliteit De gestelde hypothese dat geen verontreiniging wordt verwacht is niet bevestigd. Er zijn in de bovengrond en grondwater lichte verhogingen aangetoond aan enkele zware metalen, minerale olie en PAK. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter in voldoende mate de milieuhygiënische situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is derhalve geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend onderzoek. Asbestonderzoek De gestelde hypothese dat de puinhoudende bovengrond ter plaatse van de inrit en het centrale deel van de onderzoekslocatie (verhard met stelcon) onverdacht is op het voorkomen van asbest is bevestigd. In de bovengrond is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek asbest. Algemeen De onderzoeksresultaten vormen ons inziens geen belemmeringen voor de afgifte van een omgevingsvergunning voor nieuwbouw op de locatie.

De afgifte van de omgevingsvergunning blijft echter een beleidsmatige afweging van de gemeente zelf. Aanbevolen wordt om de grond die tijdens de werkzaamheden vrijkomt te hergebruiken binnen de perceelsgrenzen. Indien dit niet mogelijk is kan de grond op basis van dit rapport worden afgevoerd naar een grondbank of -depot. Hiervoor kan het noodzakelijk zijn dat de grond nog onderzocht dient te worden op PFAS. Als de grond wordt afgevoerd voor hergebruik elders, is (normaliter) eerst een keuring nodig (doorgaans incl. PFAS) conform het Besluit Bodemkwaliteit. Met name bij grotere partijen grond is dit laatste voordeliger dan afvoeren naar een grondbank of -depot. De gemeente beschikt over een bodemkwaliteitskaart, waardoor in sommige gevallen hergebruik mogelijk is zonder aanvullend onderzoek.

BIJLAGE I

ISS00 G 160

Achtersloo t

15 150

G 166

14

Overzichtskaart 13

N 148 d

zan G 558

G 203

AVM platen 11

12

146

144 06

Ac

G 559

kee

hte

rwa

t

o rslo

G 433

nd

05

puinpad

01

03

n

lco

02

ste

10

07

04

08

mg boo

d aar

09

BOORPUNTENKAART Legenda

ISS00 G 167

- boorpunt - boorpunt met peilbuis - perceelsgrens G 203 - kadastraal nummer 0

5

10

15

20m

Schaal : 1:500

Formaat : A3

Opdrachtgever: Buro SRO

63

142

Project : Achtersloot 144 te IJsselstein Project nummer: 33268

Naam : 33268tek.dwg

Initialen : MM

Datum : 30-6-2020

Kamerik 0348-402103

Heerhugowaard 072-5729457

Steenwijk 0521-521924

\\grondslag.nl\dfs$\projecten\30000-39999\33200-33299\33268\4 kaartmateriaal\33268tek.dwg

BIJLAGE II

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand

bentoniet afdichting

filter

Boring:

01

Boring:

0 5

0 FF1

FF2

grind

02

0 5

0

Uiterst grindhoudend, zwak zandhoudend, 31x30x50, 70% gf, geen avm Nen

FF1

FF2

Volledig menggranulaat, 60% gf, geen avm

50

grind Uiterst grindhoudend, zwak zandhoudend, 31x30x50, 70% gf, geen avm

Nen

Volledig menggranulaat, 60% gf, geen avm

50 70 80

4

Klei, zwak siltig, lichtgrijs 100

4

100

100

Klei, zwak siltig, sporen plantenresten, sporen baksteen, donkergrijs Klei, zwak siltig, lichtgrijs

120

5 150

150

Klei, sterk zandig, sporen roest, licht beigebruin

6 180

7 200

Boring:

03

Boring:

0

0 FF1

FF2

Nen

grind

Zand, matig fijn, matig siltig, sporen grind, licht beigebruin

0

gras

20

Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen grind, sporen slakken, donker grijsbruin

04

0

Volledig menggranulaat, 32x31x50, 50% ff, geen avm

50

200

1

Klei, zwak siltig, sporen plantenresten, sporen baksteen, licht bruingrijs

2

50 70

3 100

90

4

Klei, zwak siltig, sporen baksteen, sporen plantenresten, donker bruingrijs Klei, zwak siltig, lichtgrijs

3

100

120

120

Zand, sterk kleiïg, laagjes klei, licht grijsbruin, Sterk wisselende lagen zand en klei

4 150

160

Zand, zeer grof, zwak siltig, sporen grind, licht beigebruin

5 200

200

Zand, uiterst grof, matig grindig, licht beigegrijs 6 250

250

Zand, zeer grof, matig grindig, zwak siltig zand houdend, licht grijsbeige 300

300

320

Boring:

05

Boring:

0 5

0 FF1

FF2

grind

Nen

06

0

Uiterst grindhoudend, zwak zandhoudend, 31x30x50, 70% gf, geen avm

1

0

gras

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig menggranulaat houdend, donker beigebruin, 30x30x50, 25% gf, geen avm, bijmenging paardenbakvezels

FF3

Volledig menggranulaat, 50% gf, geen avm

50

50

Klei, zwak siltig, zwak humeus, zwak menggranulaat houdend, zwak baksteenhoudend, donker bruingrijs

70

4 100

100 5

120

Klei, zwak siltig, zwak humeus, zwak menggranulaat houdend, zwak baksteenhoudend, donker bruingrijs Klei, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs

Projectnaam: Achtersloot 144 eisselstein

Klei, zwak zandig, matig siltig

2 100

100 3

120

Klei, zwak siltig, donker bruingrijs

Projectnummer:

33268

getekend volgens NEN-EN-ISO 14688

Boring:

07

Boring:

0

0

gras

0

0

Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen kolen, donker grijsbruin

1 50

50

08

Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen grind, sporen wortels, donker grijsbruin

1 50

50 2

80

3 100

Boring:

09

Boring:

0

0

gras

100

Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, licht beigebruin

0

0

gras

1 40

50

50

50 2 80

Boring:

11

Boring:

0

0

braak

1

Zand, matig fijn, matig kleiïg, zwak humeus, matig menggranulaat houdend, brokken klei, donker beigebruin, Sterk geroerde toplaag, bijmenging paardenbakvezels Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen kolen, donker bruingrijs

12

0

0

Klei, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen metaal, donker grijsbruin

Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, licht bruingrijs

10

Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen kolen, donker grijsbruin

1

gras

braak Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, licht beigebruin

1 40

50

50

50

2 70

Projectnaam: Achtersloot 144 eisselstein

Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen kolen, donker bruingrijs

Projectnummer:

33268

getekend volgens NEN-EN-ISO 14688

Boring:

13

Boring:

0

0

braak

14

0

0

Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen grind, donker grijsbruin

1

1 30

2 50

50

60

3 90

braak Klei, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen grind, donker grijsbruin

50

Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen roest, donker grijsbruin

0

braak

Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen roest, donker bruingrijs Zand, matig fijn, zwak kleiïg, sporen roest, licht beigebruin

100 4

150 5 180

6 200

Boring:

200

15

Boring:

0

0

braak

0

16

Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen grind, donker grijsbruin

1 50

50

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak kleiïg, brokken klei, sporen roest, licht beigebruin

2 100

Zand, zeer grof, zwak siltig, sporen grind, licht beigegrijs

100

Projectnaam: Achtersloot 144 eisselstein

Projectnummer:

33268

getekend volgens NEN-EN-ISO 14688

BIJLAGE III

Project

33268-Achtersloot 144 eisselstein

Certificaten

1054265

Toetsing

T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie

BoToVa 3.0.0

Toetsdatum: 2 juli 2020 10:05

Monsterreferentie

6374440

Monsteromschrijving

BG1 11 (0-50) 12 (40-70) 13 (0-50) 14 (0-30) 15 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

3.9

10

Lutum

% (m/m ds)

24.0

25

%

81.7

81.7

Droogrest droge stof

@

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

170

180

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.86

1.0

1.7 AW

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

12

12

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

46

52

1.3 AW

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0.31

0.32

2.2 AW

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

46

50

1.0 AW

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

1.7

1.7

1.1 AW

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

32

33

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

130

140

1.0 AW

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 63

-

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

anthraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

chryseen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

mg/kg ds

0.35

< 0.35

-

1.5

20.75

40

PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0018

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0018

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0018

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0018

PCB - 138

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0018

PCB - 153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0018

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0018

mg/kg ds

0.005

< 0.013

-

0.02

0.51

1

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Polycyclische koolwaterstoffen

Sommaties som PAK (10)

Polychloorbifenylen

Sommaties som PCBs (7)

Pagina 1 van 6

Pagina 2 van 6 Monsterreferentie

6374441

Monsteromschrijving

BG2 04 (20-70) 07 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

2.3

10

Lutum

% (m/m ds)

43.2

25

%

79.1

79.1

Droogrest droge stof

@

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

230

140

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.62

0.65

1.1 AW

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

17

11

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

39

33

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0.26

0.22

1.5 AW

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

84

75

1.5 AW

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

37

24

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

140

110

-

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 110

-

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

0.25

0.25

anthraceen

mg/kg ds

0.12

0.12

fluoranteen

mg/kg ds

0.76

0.76

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

0.45

0.45

chryseen

mg/kg ds

0.57

0.57

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

0.4

0.4

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

0.44

0.44

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

0.34

0.34

indeno(1,2,3-cd)pyreen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15891220/1