CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

2.4 Plan Weer Thuis

Commissie Samenleving 22 september 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven9.941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Plan van aanpak Weer Thuis Lekstroom Versnellingsopgave wonen voor uitstroom en directe instroom jeugdhulp met verblijf en maatschappelijke opvang en beschermd wonen Lekstroom

1

Plan van aanpak Weer Thuis Lekstroom

Inhoud Vooraf .............................................................................................................................................................. 3 1.

Aanleiding voor de aanpak ....................................................................................................................... 5

2.

De opgave voor de regio Lekstroom ......................................................................................................... 6

3.

Wat verbindt de 5 gemeenten vanuit de opgave .................................................................................... 10

4.

Aanbod en scenario’s voor in- en uitstroom ............................................................................................ 10

5.

Ambitie en doelen ...................................................................................................................................15

6.

Actielijnen .............................................................................................................................................. 16 Actielijn 1: Meerjarenafspraken over volume, variatie van woonvormen en spreiding ................................. 16 Actielijn 2: Instroom aan de voorkant (Eerst een Thuis)................................................................................ 17 Actielijn 3: Verbeteren van werkprocessen voor instroom en uitstroom ...................................................... 18 Actielijn 4: Aandacht voor buurt en buren ................................................................................................... 18 Actielijn 5: Maatwerk voor jongvolwassenen .............................................................................................. 19

Bijlagen .......................................................................................................................................................... 21

2

Vooraf De woonopgave realiseren die volgt uit de ambulantisering. Dat is de inzet van dit plan van aanpak. Als gemeenten, aanbieders, sociale teams en corporaties in de Lekstroom streven we ernaar om personen die zijn aangewezen op maatschappelijke opvang en beschermd wonen of jeugdhulp met verblijf zoveel mogelijk te huisvesten in een passende woonvorm. Om tijdige uitstroom te realiseren zijn voldoende, passende en betaalbare woningen nodig. We gaan meer met instroomwoningen werken, waarbij mensen direct vanaf de start van hun traject een zelfstandige woonruimte krijgen toegewezen. Ook dat maakt onderdeel uit van deze opgave. We willen de in- en uitstromers sneller woonruimte bieden zodat zij ook sneller een zelfstandig leven kunnen opbouwen. En daarmee voorkomen we ook dat er (langere) wachtlijsten gaan ontstaan bij de aanbieders omdat de uitstroom stagneert. Voor u ligt het plan van aanpak dat door de werkgroep Weer Thuis Lekstroom hiervoor is opgesteld. Met dit plan leggen gemeenten, aanbieders en corporaties de afspraken en te ondernemen acties vast om de woonopgave te realiseren. De doelgroepen voor dit plan zijn (jong)volwassenen die een urgente vraag naar woonruimte hebben omdat zij zijn aangewezen op maatschappelijke opvang en beschermd wonen en jeugdhulp met verblijf.

Ongeacht de wijze van financiering van zorg van deze cliënten (Wmo, Wlz, Forensische Zorg of de Zorgverzekeringswet). Het plan is inhoudelijk verbonden met het regioplan ‘Op weg naar beschermd thuis’ (2020) en de projectplannen voor 18-/18+ en Jeugdhulp met Verblijf (Zorg voor Jeugd Lekstroom). Voor de genoemde doelgroepen komen onvoldoende woningen tijdig beschikbaar. Dit blijkt ook uit de monitor ‘Huisvesting en ondersteuning kwetsbare doelgroepen’ waarin maandelijks de realisatie van de contingentwoningen1 voor zorginstellingen uit bijvoorbeeld de maatschappelijke opvang, beschermd wonen jeugdzorg en behandeling is opgenomen. Jaarlijks wordt in de regio Lekstroom gemiddeld slechts de helft van de afgesproken woningen (=de taakstelling) gerealiseerd. Hierdoor blijven veel mensen onnodig lang op een wachtlijst staan of in verblijf zitten, en blijft de doorstroming onder druk staan. In dit plan staan de maatregelen om versnelling te brengen in de uitstroom en instroom aan de voorkant (direct huisvesten). Door direct huisvesting te bieden kan de instroom in verblijf beperkt worden. Minder instroom en snellere uitstroom uit verblijf leidt tot een hogere doorloopsnelheid, kortere wachtlijsten en een efficiënter gebruik van verblijfsvoorzieningen.

Om dit plan tot uitvoering te brengen en daarmee onze gezamenlijke ambities waar te maken zullen nieuwe of aanvullende afspraken moeten worden gemaakt over de uitstroom en instroom. Daarbij zal zowel worden gekeken naar de bestaande woningvoorraad als naar de mogelijkheden van nieuwbouw en verbouw. De afspraken zullen op drie niveaus en in wisselwerking met elkaar tot stand komen, namelijk op U16 niveau, op het niveau van de regio Lekstroom en op lokaal gemeentelijk niveau. Uiteindelijk moeten alle afspraken landen in de prestatieafspraken die de individuele gemeenten maken met de in de gemeenten actieve corporaties. De opbouw van het plan van aanpak is als volgt: 1. Aanleiding voor de aanpak 2. De woonopgave voor de regio Lekstroom 3. Wat verbindt de vijf regiogemeenten vanuit de opgave? 4. Aanbod en scenario’s voor in- en uitstroom 5. Ambitie en doelen 6. Hoe gaan we die realiseren? 7. De actielijnen Bijlagen: 1. Kwalitatief onderzoek uitstroom en doorstroom Jeugdhulp met verblijf 2. Mutatiegegevens inclusief goedkope eengezinswoningen 3. Scenario’s contingentverdeling

1 Afspraken tussen corporaties en zorgaanbieders over jaarlijks aantal woningen voor toewijzing aan kandidaten uit de maatschappelijke

opvang en beschermd wonen. De procedure verloopt via Beter Wonen en het Vierde Huis.

3

4

1. Aanleiding voor de aanpak Er zijn twee redenen voor een plan van aanpak, namelijk: 1. De beweging van Beschermd wonen naar een Beschermd Thuis 2. Het dichterbij en meer ambulant en gezinsgericht organiseren van de jeugdhulp (Zorg voor Jeugd). Met Beschermd Thuis (1) willen we mensen met psychische of sociale kwetsbaarheid zoveel mogelijk in hun eigen omgeving laten wonen en mee laten doen in de samenleving. Dit betekent dat het wonen en de hulp en begeleiding in de wijken georganiseerd zal gaan worden. Deze beweging volgt op de regionale koers maatschappelijke opvang en beschermd wonen U16 en de bestuurlijke afspraken ambulantisering. Voor de Lekstroom is hiervoor het plan ‘Op weg naar Beschermd Thuis’ opgesteld2, en per gemeente een lokaal plan met daarin een basisset aan randvoorwaarden voor ambulantisering. De beweging naar Beschermd Thuis brengt een extra woonopgave met zich mee. Dat gaat om het beschikbaar stellen van betaalbare woonruimte en het ontwikkelen van een breder arsenaal van woonvormen zodat voor iedereen tijdig een passend thuis beschikbaar is, in combinatie met de juiste ondersteuning. We gaan ook meer met instroomwoningen werken, waarbij mensen direct vanaf de start van hun traject een zelfstandige woonruimte krijgen toegewezen en waardoor instroom in de opvang kan worden voorkomen.

Dat gebeurt in de regio nu al op kleine schaal met een ‘Pitstop’ en met Housing First in Nieuwegein. Een kans om de omslag naar instroomwoningen een extra boost te geven is de versnelde aanpak van de dak- en thuisloosheid van VWS, BZK en SZW: Een (t)huis, een toekomst’. Deze aanpak is gericht op preventie, het vanuit een eigen woning direct werken aan duurzaam herstel en draagt bij aan de vernieuwing van de maatschappelijke opvang en wonen. Er komt extra geld beschikbaar voor begeleiding en ruimte voor tijdelijke of permanente woonplekken. De U16 speelt hierop in met het plan ‘Living lab Eerst een Thuis’ dat voorziet in 200 extra plekken in 2020-2021 voor dak- en thuislozen op de wachtlijst voor wie er nu geen huisvesting en begeleiding is. Gemengd wonen wordt een belangrijk concept waarin dit vorm krijgt met 600 extra (semi)permanente woningen. De regio Lekstroom participeert actief in Living lab Eerst een Thuis, te beginnen met het gemengd wonen project Meander in Nieuwegein. Met het project programma Zorg voor Jeugd zet de Lekstroom in op een mix van maatregelen om de jeugdhulp met verblijf dichterbij en meer ambulant en gezinsgericht te organiseren.

Een belangrijk onderdeel hiervan is het beschikbaar maken van betaalbare woonvormen voor jongvolwassenen (16-23 jaar), niet alleen als alternatief voor residentieel verblijf maar ook om deze doelgroep na verblijf de overstap te kunnen laten maken naar zelfstandig wonen. Jongeren blijven nu vaak langer in de (verlengde) jeugdhulp met verblijf omdat ze nog niet volledig op eigen benen kunnen staan en er nog geen passende huisvesting voorhanden is. Door wachtlijsten en versnippering is vaak ook onvoldoende zicht op het aanbod. Verbeteren proces toewijzen van contingentwoningen De belangrijkste aanleiding voor een versnelde aanpak is dat de taakstelling voor uitstroom (contingenten) niet wordt gehaald. Verschillende factoren dragen hieraan bij, namelijk: - Een tekort aan geschikte woningen; - In sommige gemeenten een tekort aan kandidaten, de match van vraag (cliënten) en aanbod (woningen) en contingentafspraken is niet overal in balans; - Te weinig sturing op de realisatie van de taakstelling, lokaal én regionaal; - Het ontbreken van duidelijke afstemming op regionaal niveau; - Inefficiënte werkprocessen, mede omdat in de uitstroomketen veel partijen betrokken zijn maar nog te weinig afstemming. Het tekort aan goedkope huurwoningen en de mutatiegraad in dit woningmarktsegment verschilt sterk per gemeente.

De vraag is of spreiding of herverdeling van de opgave in de regio een oplossing kan bieden. Ook is duidelijk dat in sommige regiogemeenten te weinig kandidaten worden aangemeld om überhaupt de taakstelling te kunnen realiseren; een belangrijk aandachtspunt voor aanbieders en Vierde Huis/Beter Wonen.

2

April 2020 vastgesteld door de colleges van de regiogemeenten

5

De monitor ‘Huisvesting en ondersteuning kwetsbare doelgroepen’ helpt om de realisatie van de taakstelling actief te volgen. Het belang van goede cijfers neemt door de ambulantisering alleen maar toe. Goede cijfers zijn essentieel voor het draagvlak van de contingentafspraken en voor het inzicht in het verloop en de knelpunten in de praktijk. Ze vormen de basis om te komen tot realistische prestatieafspraken en te kunnen sturen op de realisatie daarvan. Om tot goede cijfers te komen wordt de komende tijd een verbeterslag gemaakt met de partners in de regio en de U16. Om zelfstandig wonen succesvol te laten zijn is een goede match tussen kandidaat en (type) woning (omgeving) en adequate begeleiding noodzakelijk. Dat geldt zeker als mensen direct vanaf de start zelfstandig gaan wonen. Daarvoor zijn vooraf afspraken nodig tussen sociaal team, zorgaanbieder en corporatie over begeleiding, een goede landing in de wijk en eventuele extra ondersteuning bij het vinden van werk, inkomen en een sociaal netwerk. Dit vraagt van corporaties meer dan ooit om het creëren van betaalbare woningen en een goede match, en van de sociale teams een actieve, regisserende rol. En de aanbieder moet zorgen voor het 24/7 beschikbaar en aanspreekbaar zijn van ambulante begeleiding. Individueel maatwerk staat voorop, waarbij ook oog moet zijn voor de buurt en buren.

In dit plan gaan we dieper in op hoe gemeenten met corporaties, sociale teams en zorgaanbieders/ Beter Wonen hun werkprocessen beter op de toewijzing van contingentwoningen kunnen inrichten. Een concrete stap ter verbetering is de omkering in mei ’20 geweest van het matchingsproces. Corporaties dragen nu zelf woningen aan voor instroom- en uitstroom bij het Vierde Huis. Deze omkering leidt tot een snellere en effectievere match en biedt elke corporatie meer regie in het behalen van de contingentafspraken. Vanaf mei volgen we of deze aanpak werkt en welke knelpunten zich voordoen. Hierdoor kan de aanpak zo nodig worden bijgesteld. Aan het einde van het jaar volgt hierop een evaluatie van de resultaten en effecten en efficiëntie van het proces.

2. De opgave voor de regio Lekstroom 2.1 Doelgroepen In dit plan focussen we ons op de volgende groepen met een urgente woningvraag, namelijk: ▪ Personen die zijn aangewezen op maatschappelijke opvang en beschermd wonen ▪ Jongvolwassenen die door- en uitstromen uit jeugdhulp met verblijf ▪ (Jong) volwassenen die niet uit verblijf komen maar waarbij sprake is van een hoog uitvalrisico door een: - Opeenvolging van veel verschillende instellingen/ aanbieders Zorgvraag op het grensgebied Wet op jeugdhulp; Wmo; WLZ Gecombineerde problematiek (LVB + GGZ) Overgang van 18-/ 18+ en extra zorg die daarbij nodig blijkt te zijn Dreigende dak- en thuisloosheid. Het gaat hierbij om mensen waarbij de zorg op verschillende manieren wordt gefinancierd, onder andere vanuit de Wmo, de WLZ, Forensische zorg en de Jeugdwet. Al deze groepen kunnen gebruik maken van MO/BW-voorzieningen en op enig moment bij in- of uitstroom toe zijn aan zelfstandig wonen. Voor deze groepen is extra aandacht nodig omdat zij zich niet zelf redden op deze woningmarkt. Zij zijn vaak aangewezen op goedkope huisvesting waar juist sprake van krapte. Voor jongvolwassenen zijn er ook specifieke tekorten; het aanbod voor hen is vaak beperkt tot de particuliere kamermarkt en tussenvormen voor doorstroom zoals Kamers met Kansen, Kamers met Aandacht en kamertrainingscentra.

Dit is nuttig aanbod maar versnipperd en de toegang is verschillend vanwege de diversiteit in verschijningsvormen, criteria en routes waardoor deze capaciteit op dit moment niet optimaal benut kan worden. 2.2. Maatschappelijke opvang en beschermd wonen De woonopgave voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen ontlenen we aan de regionale koers U16 en de bestuurlijke afspraken ambulantisering. Die afspraken gaan overigens niet alleen over ambulantisering maar ook over het eenmalig wegwerken van de aanzienlijke wachtlijsten die die laatste jaren zijn ontstaan voor beschermd wonen en opvang.

6

-

Voor de periode 2019-2023 geldt de afspraak dat aanbieders zelfstandige (instellings)woningen omklappen op naam van de cliënten én verhuizen mogelijk maken van onzelfstandige naar zelfstandige woonvormen. Nieuwe cliënten zullen zoveel mogelijk op basis van maatwerk via een omklapconstructie direct in een zelfstandige woning worden geplaatst.

-

De afspraak is dat de corporaties tot 2024 jaarlijkse extra contingentwoningen beschikbaar stellen om de ambulantisering mogelijk te maken en de wachtlijst op te heffen. Alle partijen stappen geleidelijk over naar toewijzing voor instroom (‘wonen eerst’) in plaats van toewijzing voor uitstroom.

In het Lekstroomplan ‘Op weg naar beschermd thuis’ zijn het volume en de spreiding van contingenten opgenomen. De reguliere uitstroom wordt bepaald op basis van de instroom, de extra opgave in het kader van ambulantisering en wegwerken van de wachtlijst zijn ontleend aan het Hhm-rapport (2018) en de bestuurlijke afspraken ambulantisering. Voor de Lekstroom brengt dit de volgende woonopgave met zich mee: Oorspronkelijk contingent 2019

Nieuwegein IJsselstein

21 17

Houten Vijfheerenlanden

Verhoging ambulantisering en wachtlijst

Contingent nieuw tot 2024

15 12

36 29

10

7

17

2

1

3

Lopik

1

1

2

TOTAAL

51

36

87

Tabel 1: aantal benodigde woningen per jaar voor reguliere uitstroom en ambulantisering en wachtlijst (2019-2024)

Uit de monitor Huisvesting en ondersteuning kwetsbare doelgroepen’ blijkt dat extra maatregelen nodig zijn om deze woonopgave te realiseren. De Lekstroom realiseert tot nu toe de helft van de taakstelling waardoor te veel mensen in verblijfsinstellingen blijven zitten (zie pag. 9). Aandachtspunten: ▪ WLZ Mensen die hun leven lang intensieve geestelijke gezondheidszorg (GGZ) nodig hebben, kunnen vanaf 2021 toegang krijgen tot de Wet langdurige zorg (Wlz). Wel moeten zij voldoen aan de bestaande toegangscriteria Wlz. Het gaat naar verwachting om circa 30-35 procent van de cliënten die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. Deze cliënten krijgen nu zorg en ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijk ondersteuning of de Zorgverzekeringswet. Eind 2020 is de nieuwe CIZ-indicatiestelling uitgevoerd en is meer zicht op het aantal cliënten MO/BW en Jeugdhulp GGZ dat in aanmerking komt voor WLZ. ▪ Meerjarige volumeafspraken De aanbieders hebben van de U16-gemeenten de omvorming van verblijf in zelfstandig wonen als ontwikkelopgave meegekregen. In de bestuurlijke afspraken ambulantisering is de opgave voor vijf jaar gekwantificeerd. Meerjarige volumeafspraken zijn een middel om corporaties en aanbieders hier daadwerkelijk uitvoering aan te laten geven.

De realisatie van deze ontwikkelopgave is afhankelijk van de mogelijkheden tot omvorming van het huidig aanbod en vastgoed, de tijdige beschikbaarheid van betaalbare woningen op een ‘perspectiefvolle plek’, in nabijheid van een zorg en welzijnsinfrastructuur en met een lokale basisset voor ondersteuning die op orde is. Dit vraagt om afstemming van strategisch woon, zorg en vastgoedbeleid op regionaal niveau en in de lokale driehoek: aanbieder, gemeente en corporatie. Op regionaal niveau kunnen -om te beginnen- aanbieders op basis van hun strategisch ambulantiseringsbeleid input leveren voor meerjarige volumeafspraken die een kader gaan vormen voor regionale en lokale (prestatie)afspraken in de driehoek. In deze volumeafspraken zijn kortere wachttijden en snellere door- en uitstroomtijden (max. 3 maanden) het uitgangspunt.

7

▪ Opgave Housing First De versnelde aanpak van de dak- en thuisloosheid van VWS, BZK en SZW en het plan ‘Living lab Eerst een Thuis’ van de U16 betekent dat in 2020-2021 200 plekken voor dak- en thuislozen gerealiseerd moeten gaan worden bij voorkeur in de vorm van gemengd wonen met 600 extra (semi)permanente woonplekken. De 200 woonplekken kunnen binnen de huidige contingentregeling gerealiseerd worden, mits het afgesproken aantal de komende jaren ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. De doelgroep wordt onder andere geselecteerd vanuit wachtlijsten bij de regionale toegang en bij zorgaanbieders. Met die wachtlijsten is bij de contingentafspraken al rekening gehouden. In alle gevallen gaat het om personen die dakloos zijn en waar snel gestart kan worden met een Housing-first traject. Daarbij zal een nader te bepalen minimumaantal jongvolwassenen worden geselecteerd. De U16 gemeenten die locaties/ projecten beschikbaar hebben voor Eerst een Thuis vormen de komende tijd allianties om hieraan invulling en uitvoering te geven. Als uitgangspunt geldt dat in elk geval personen vanaf de wachtlijst uit een regio toegeleid worden naar een plek in de betreffende regio. Voorlopig wordt uitgegaan van 29 personen voor de Lekstroom (binnen het huidige contingent). De komende maanden zal duidelijk worden welke opgave hier precies uit gaat voortvloeien voor de regio.

2.3 Uitstroom uit Jeugdhulp met Verblijf Voor uitstroom uit jeugdhulp gelden op dit moment geen gekwantificeerde ambulantiseringsafspraken. Alleen over de bovenregionale specialistische hulpvormen als Jeugdzorgplus, Driemilieuvoorzieningen en klinisch traject GGZ-jeugd (‘Essentiele functies’) is in 2017 afgesproken deze zoveel mogelijk door af- en ombouw overbodig te maken. Cijfers over in-, door- en uitstroom (aantal en profielen) zijn niet bekend. Ook over wachtlijsten en wachttijden ontbreken betrouwbare gegevens. Een deel van de jeugdhulpinstellingen maakt gebruik van de contingenten die door Beter Wonen worden verdeeld. Niet bekend is welk aandeel zij voor uitstroom in de regio Lekstroom benutten, evenmin is bekend of de contingenten toereikend zijn om de ambulantiseringsdoelen te realiseren, in combinatie met andere uitstroomroutes buiten het contingent om. Veel jeugdzorginstellingen ontwikkelen – een deel naast Beter Wonen- eigen uitstroomroutes. Zo is een aantal jeugdhulpverleners met bijvoorbeeld Kamers met Aandacht begonnen. Andere partijen ontwikkelen kamertrainingscentra, doorstroomhuizen of een project als Kamers met Kansen. Deze ontwikkeling is toe te juichen maar heeft als bijeffect dat het aanbod versnipperd is waardoor er weinig zicht en grip op is. Ieder initiatief heeft eigen routes, procedures, toegangscriteria en contractvormen.

Door deze uitstroomroutes onderling af te stemmen kan duidelijkheid geboden worden aan de jongvolwassenen en hun verwijzers en kan een voor alle partijen efficiënter doorstroomproces ontstaan, zonder dubbelingen. Een vraag is of we dit aanbod zien als een tussenstap op weg naar zelfstandig wonen? Verwachten we dat de jongvolwassene de laatste stap op eigen kracht zet en daarna zelf woonruimte zoekt of krijgt hij daarbij hulp of voorrang? Bij verwijzers, aanbieders en gemeenten zijn de verwachtingen hierover verschillend en dat draagt niet bij aan een goede doorstroming. Om de uitstroom van deze doelgroep integraal te kunnen betrekken bij de woonopgave, is er in het voorjaar van 2020 kwantitatief en kwalitatief onderzoek verricht binnen de Lekstroom. Kwantitatief onderzoek Het kwantitatieve onderzoek is gebaseerd op de registratie van de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL). In 2019 zijn binnen de Lekstroom 49 jongeren in de leeftijd 18-23 uitgestroomd vanuit jeugdzorg met verblijf (zie tabel hieronder). Sommigen jongeren gaan weer terug bij de ouders wonen, een ander deel belandt in de opvang of stroomt door naar beschermd wonen, Wmo begeleiding of Kamertrainingscentrum (KTC). Nog in onderzoek is de uitstroom vanuit jeugdhulp met verblijf naar maatschappelijke opvang en beschermd wonen (data centrumgemeente Utrecht).

8

Uitstroom en doorstroom Jeugdhulp met Verblijf

Tabel 2: uitstroom en doorstroom Jeugdhulp met Verblijf (Regionale Backoffice Lekstroom, 2019)

Kwalitatief onderzoek In de gesprekken, die in mei 2020 met aanbieders (jeugd en Wmo) gevoerd zijn3 is op basis van bovenstaande cijfers doorgevraagd over routes (in-, door-, uitstroom) en profielen. In dat kader is ook onderzocht of er enkele hoofdroutes (uitstroomprofielen) te definiëren zijn. We concluderen op basis van een check van de cijfers bij de aanbieders, dat het volledige (gedeelde) inzicht nog ontbreekt. Ondanks alle inspanningen hebben we nog geen goed zicht op de uitstroom uit jeugdhulp met verblijf. Er is bij de ketenpartners ook geen gemeenschappelijk beeld over de opgave (contingenten, in-, uitstroom en wachttijden). Hier ligt een gezamenlijke opgave in het kader van dit plan van aanpak. De aanbieders noemen verschillende knelpunten in relatie tot de in-, door- en uitstroom. Een paar voorbeelden: • Bij door- of uitstroom rond het 18e-jaar wordt vervolgzorg vaak vanuit een ander stelsel gefinancierd. De toegangseisen en het aanbod sluiten dikwijls niet goed aan. Een jongere kan zich vaak ook pas vlak voor zijn 18e jaar voor zorg aanmelden waardoor vertraging kan ontstaan in het proces van uitstroom. En overbruggingszorg tijdens de wachttijd is lang niet altijd te regelen! Dit vergroot de kans op uitval. • Uitstroom op deze leeftijd is sowieso risicovoller in verband met een overgang van wetgeving; inschrijftermijnen.

Elke overgang zorgt vaak ook voor terugval en motivatieverlies (door wachten). Daarom is het belangrijk om zachte overgangen mogelijk te maken voor jongeren die door- of uitstromen. • Vaak is sprake van crisiszorg in plaats van een vooraf uitgestippelde route. Dan is er hoge nood en zijn er weinig opties voor handen. Een time-outvoorziening kan een oplossing zijn en het risico beperken dat de jongere te lang moet wachten of dat er te zware zorg moet worden ingezet. Een aantal groepen heeft volgens de aanbieders een verhoogd risico om tussen wal en schip te vallen. Daarbij gaat het ook om jongeren die niet uit jeugdhulp met verblijf komen maar wel te maken hebben met opeenvolgend veel verschillende instellingen of met hulp op het grensgebied van jeugdhulp, Wmo en WLZ. Ook jongeren met gecombineerde problematiek (LVB + GGZ) en dak- en thuisloze jongeren lopen meer risico’s. Volgens de aanbieders kan gemengd wonen met vragers/ dragers een goed concept zijn, maar niet voor alle jongeren. Denk daarbij aan de ASS4-groep en aan jongeren uit de jeugdzorg die vaak niet met andere jongeren uit jeugdzorg willen wonen! De doelgroep is vaak “klaar met alle hulp”, maar kan het ook nog niet helemaal zelf. Daar moet oog voor zijn. Financiële zelfredzaamheid en het voorkomen van isolement zijn belangrijke aandachtspunten.

Kamers met Aandacht en Kamers met Kansen bieden goede uitstroom-mogelijkheden voor bepaalde doelgroepen, maar dat aanbod is volgens aanbieders niet altijd bekend (zie verder bijlage 1).

3 Abrona, Reinaerde, Timon, Prokino, Nedereind, Lister, de Rading, Cum Cura en ervaringsdeskundigen via Enik, Recovery College 4 Autismespectrumstoornissen

9

We concluderen dat als het gaat om de huisvesting van kwetsbare jongeren de volgende verdiepingsslag gemaakt moet worden om tot concrete acties te komen: - De ambulantiseringsopgave moet scherper in beeld komen en de omvang van de reguliere uitstroom uit verblijf in relatie tot het beschikbare contingent Beter Wonen. Dit geldt ook voor de wachtlijst en wachttijden voor uitstroom. - Beter inzicht krijgen in de vraag (uitstroom buiten het contingent om) en de huisvestingsmogelijkheden bij corporaties, instellingen, kamerinitiatieven. Verder concluderen we dat partijen door onderlinge afstemming van uitstroomroutes en procedures tot een efficiënter uit- en doorstroomproces kunnen komen, zonder dubbelingen en met minder kans op uitval en mismatches. Een persoonlijke vorm van bemiddeling heeft daarbij voorkeur.

3. Wat verbindt de 5 gemeenten vanuit de opgave Regionale samenwerking is een voorwaarde voor de realisatie van de woonopgave. Immers niet alleen de wens en de perspectieven van de cliënt maar vooral ook de beschikbaarheid op enig moment van een betaalbare woning bepaalt de kans op passende match. Die kansen zijn groter bij samenwerking en een spreiding van aanbod. Bij voorkeur een evenredige spreiding. Lukt dat niet, dan kan een herverdeling van middelen hiervoor een oplossing bieden (zie 4.4). De gemeenten zijn bovendien met elkaar beter dan alleen in staat met de (veelal regionaal) werkende aanbieders tot meerjarige afspraken te komen over het tempo en de voorwaarden voor de ambulantisering. Voor beschermd wonen gaat het bijvoorbeeld om de omvorming van Beschermd Verblijf naar Beschermd Thuis. Deze omvorming moet om discontinuïteit in de zorg te voorkomen hand in hand gaan met de beschikbaarheid van passende woonruimte en een lokale integrale ondersteuning 24/7. Dit geldt ook voor jeugdhulp met verblijf. Ook hier is sprake van omvorming naar kleinschalig en zelfstandig wonen en ook hier hebben we te maken met (boven)regionaal werkende aanbieders. Dat kan elke gemeente afzonderlijk doen, maar een regionale aanpak biedt een kans om te komen tot een betere spreiding, gebruik en doorontwikkeling van aanbod voor jongvolwassenen en tot afspraken over de match van vraag en aanbod.

Ook het uitstroomproces verbindt de regiogemeenten. Hier zijn meer partijen betrokken: Beter Wonen, Vierde Huis, aanbieders, corporaties en sociale teams. Dit proces kan alleen effectief werken als het goed is uitgelijnd, elke schakel doet wat de bedoeling is en de resultaten worden gemeten. Hier ligt een verantwoordelijkheid bij de centrumgemeente maar evengoed bij de regiogemeenten, zeker als het om het samenspel tussen de drie laatste schakels gaat: aanbieders, corporaties en sociale teams. Bij jeugdhulp is de doorstroom uit verblijf tot nu toe veel meer een zaak van de aanbieder. Alleen jeugdhulpaanbieders die lid zijn van Beter Wonen kunnen een appel doen op de contingent-regeling. Hierdoor is voor jeugdhulp minder scherp in beeld wat er qua aantallen en werkproces nodig is voor in- en uitstroom. Door regionaal samen te werken is op dit punt namelijk veel winst te halen. Regionale samenwerking biedt ook het voordeel dat expertise kan worden opgebouwd om bij complexe casuïstiek die lokaal maar af en toe voorkomt toch een passende oplossing te vinden voor betrokken inwoner.

4. Aanbod en scenario’s voor in- en uitstroom 4.1 Aanbod sociale huurwoningen De doelgroepen doen het meeste een beroep op sociale huurwoningen waarbij de specifieke woonbehoefte en benodigde kwaliteit per doelgroep kan verschillen. Binnen de regio Lekstroom zijn 10 corporaties actief met een bezit van in totaal 18.995 woningen in de sociale huursector per 1 januari 2020. Gezien het inkomen van de doelgroepen ligt de nadruk voor de huisvestingsopgave op het betaalbare segment, om woningen met een huurprijs tot de kwaliteitskortingsgrens (€ 432,51 euro) of de eerste aftoppingsgrens (619,01). Dit zijn de woningen die in het kader van passend toewijzen en het verkrijgen van huurtoeslag relevant zijn (met name de woningen tot de kwaliteitskortingsgrens voor jongeren tot 23 jaar).

10

De corporaties in de Lekstroom hebben in totaal 12.173 woningen tot 619,01 euro, waarvan 1.423 met een huurprijs tot 432 euro5. Houten Ijsselstein Lopik Nieuwegein Vijfheerenlanden

< €432 236 283 72 476 356 1.423

€432-619 2.552 1.838 460 4.431 1.469 10.750

€619-663 666 561 157 1.664 403 3.451

€663-737 888 605 222 1.232 424 3.371

Totaal 4.342 3.287 911 7.803 2.652 18.995

Tabel 3: voorraadrapportage 2020 woningcorporaties regio Utrecht Explica

Het huurbeleid van de corporaties is hierin niet mee genomen. Dat betekent als resultaat dat het aantal goedkope woningen door het huurbeleid (heet streefhuurbeleid) zeer waarschijnlijk zal verminderen. Dit zegt iets over lokale prestatieafspraken om daarin als gemeenten en corporaties samen te sturen (zie 4.5). Afspraken over de sociale woningvoorraad zijn in de regio op verschillende manieren geborgd. Zo staat in de concept-visie van de provincie Utrecht (POVI) dat het nieuwbouwprogramma voor de komende jaren voor minstens 50% moet bestaan uit woningen in de betaalbare voorraad. Dat zijn huurwoningen in de sociale sector (2020: tot € 737,14) en huur- en koopwoningen in het middensegment (huur tot ca. € 1000,- en koop tot NHG-grens). Gemeenten hebben zelf een Woonvisie waarin is aangegeven hoe de toekomstige woningvoorraad eruit moet zien en welke opgaven er liggen om dit te bereiken. Ook hier zal de sociale sector en het middensegment huur en koop een nadrukkelijke plek hebben. Over de sociale huursector leggen gemeenten en lokale woningcorporaties in prestatieafspraken hun onderlinge verplichtingen vast. Het gaat dan onder andere over het realiseren van de gewenste samenstelling van de sociale woningvoorraad naar volume, woningtypen en huurklassen.

In 2019 hebben het Rijk, de provincie Utrecht en de U16 een Woondeal gesloten waarin onder andere is afgesproken het benodigd aantal sociale huurwoningen te bepalen en daartoe locaties te inventariseren. 4.2 Mutaties in de regio in 2018 en 2019 (spreidingsvraagstuk) Het aantal woningen is niet de meest geschikte indicatie voor de druk vanuit de uitstroom op de woningmarkt. De mutaties vormen daar een betere indicatie voor en daarom duiden we de contingentafspraken in de regio Lekstroom ten opzichte van die mutatiegegevens. Dat doen we door het aantal daadwerkelijke mutaties in de goedkope woningvoorraad (onder de 1ste aftoppingsgrens van €619 in 2019) af te zetten tegen de afgesproken contingenten. Zo zien we waar op de woningmarkt de problemen liggen en waar de contingentafspraken zich naartoe zouden kunnen bewegen als de uitstroom uit MO en BW hoger dient komen te liggen. Hieronder is een samenvattende tabel met mutatiegegevens in de goedkope woningvoorraad van appartementen weergegeven.

5 Bron: voorraadrapportage 2020 woningcorporaties regio Utrecht Explica

11

Gemeente Houten

IJsselstein

Woningtype

Huurklasse < KKG Appartement max. 2 slaapkamers < 1e ATG Totaal Houten Appartement max. 2 slaapkamers

< KKG < 1e ATG

Totaal Ijsselstein Lopik

Appartement max. 2 slaapkamers

< KKG < 1e ATG

Totaal Lopik Nieuwegein

Appartement max. 2 slaapkamers

< KKG < 1e ATG

Totaal Nieuwgein Vijfheerenlanden

Appartement max. 2 slaapkamers

< KKG < 1e ATG

Totaal Vijfheerenlanden Totaal

Mutaties 2018 48 166 214

2018 % van Contin- toegewegent zen app.

21 69 90 3 13 16 3 323 326 14 62 76

29

2

36

3

17

13%

32%

22 51 73

29

40%

13%

6 9 15

2

13%

11%

5 222 227

36

16%

4%

5 31 36

3

8%

12%

65 414 479

87

18%

< KKG < 1e ATG

89 633 Totaal Regio Lekstroom 722 Tabel 4: mutaties voorraadrapportage 2020 woningcorporaties regio Utrecht Explica Appartement max. 2 slaapkamers

17

Mutaties 2019 27 101 8% 128

87

2019 % van Contin- toegewe gent zen app.

KKG = kwaliteitskortingsgrens (€432 huur per maand en daarmee bereikbaar voor mensen onder de 23 jaar) ATG = 1ste aftoppingsgrens huurtoeslag (onder de €619 huur per maand)

NB: Om deze jaren vergelijkbaar te maken is voor 2018 uitgegaan van de 87 contingenten terwijl dat er in werkelijkheid maar 51 waren.6

Wat zegt het ons? Wat de verschillen tussen 2018 en 2019 betekenen laat zich raden; door de toenemende krapte op de woningmarkt stijgen de percentages van 12% in 2018 naar 18% in 2019 (contingenten als % van de mutaties). Als de aantallen uitstromers toenemen naar bijvoorbeeld 150 dan zullen de percentages naar iets boven de 30% van alle mutaties in deze prijsklassen stijgen (zie bijlage 2). Moeten de contingenten nog verder omhoog dan stijgen de percentages tot boven de 30% van het aantal mutaties in deze prijsklassen. Dat zal politiek zeker discussie op gaan leveren omdat het altijd een verdelingsvraagstuk van schaarste is. Gerealiseerde aantallen 2019 Om deze paragraaf in het juiste perspectief te plaatsen wordt hieronder de tabel getoond van de opgave in relatie tot de realisatie: Nieuwegein IJsselstein Houten Vijfheerenlanden Lopik

Opgave 36 29 17 3 2 87

Realisatie 2019 20 9 12 1 0 51

Tabel 5: realisatie contingentafspraken Lekstroom 2019 (monitor Huisvesting en ondersteuning kwetsbare doelgroepen, Utrecht).

De realisatie blijft duidelijk achter bij de taakstelling. Met de keuze tot omdraaiing van het uitstroomproces kan dit snel anders worden. 6

In bijlage 2 staat de uitgebreide versie van de opgevraagde mutatiegegevens inclusief die van de goedkope eengezinswoningen. Die uitkomsten verschillen niet heel veel van die van de appartementen. Omdat de meeste uitstromers alleenstaanden zijn die voor de overgrote meerderheid in appartementen gehuisvest worden is dat segment verder voor de eenvoud aangehouden.

12

Wat de cijfers ons nog meer zeggen is de opvallende positie van IJsselstein. Daar is -als de huidige opgave daadwerkelijk gerealiseerd zou worden- sprake van een hoog percentage benodigde toewijzingen van 40%. Als de contingenten op basis van mutatiecijfers zouden worden bepaald dan daalt in IJsselstein het aantal en dat wordt gecompenseerd door de andere gemeenten. Procentueel het meeste door Vijfheerenlanden (lees Vianen) die nu op 8% zit en getalsmatig het meest door Nieuwegein (stijgt van 36 naar 68 woningen, bijna een verdubbeling). Zie bijlage 2 voor de tabel. Relatie met lokale prestatieafspraken Corporaties en lokale gemeenten hebben vaak over dit onderwerp prestatieafspraken. Dat levert geen grote afwijkende zaken op m.u.v. IJsselstein die uitgaat van maximaal 10% toewijzingen aan uitstromers uit MO en BW en daar overheen gaan. Gemeente Houten Nieuwgein Lopik IJsselstein Vijfheerenlanden

Afspraken Conform contingent plus 5 voor uitstroom jeugd met verblijf Conform contingent Geen afspraken Maximaal 10% van alle mutaties bijz. doelgroepen excl. urgenten Fien Wonen: 1 woning Lekstede: conform contingent Kleurrijk Wonen: maximaal 20% (in praktijk 10 woningen)

Tabel 6: prestatieafspraken Lekstroom

Door regionaal eensluidende afspraken te maken kan deze bron van onduidelijkheid weggenomen worden. Daarbij kan een gemiddelde over de hele regio, of per gemeente worden afgesproken voor de verdeling van instroom (eerst een woning) en uitstroom. Jongeren Er is onderscheid gemaakt tussen 2 belangrijke grenzen bij mutatie; die van de kwaliteitskortingsgrens van €432 huur per maand en die van de 1ste aftoppingsgrens van €591 huur per maand. Reden om dat te doen is te kunnen duiden hoeveel woningen er in de regio Lekstroom per jaar beschikbaar komen voor jongeren tot 23 jaar. Tabel 1 laat zien dat er slechts 65 goedkope woningen voor jongeren vrijgekomen zijn in 2019 in de hele regio (groene cijfers). Wat dit betekent voor de in- en uitstroom van kwetsbare jongeren laat zich raden. Als uit het verdiepend onderzoek naar de huisvestingsbehoefte van jongeren (2.3) blijkt dat sprake is van een tekort, dan zijn extra en specifieke prestatieafspraken nodig voor de doelgroep jongvolwassenen. 4.3 Ander bestaand aanbod Naast de corporaties zijn er ook andere aanbieders actief. Het gaat dan om woningen voor jongvolwassenen (doorgaans 16-27 jaar) bij instellingen, beleggers, kamers. Aanbod Kamers met Aandacht

Aantal plaatsen 10 kamers

Kamers met Kansen Nieuwegein Kamertrainingscentra: ▪ Enkeltje zelfstandig Leger des Heils ▪ Woontrainingshuis Vijfheerenlanden

24 plaatsen

Opmerkingen Te realiseren in 2020 Opnieuw 10 in 2021 Gemengd wonen In Between

18 plaatsen 3 plaatsen

Bovenregionaal gebruik In 2020 geopend

Tabel 7: aanbod huisvesting jongvolwassenen Lekstroom

4.4

Instrumentarium van corporaties

De primaire rol van corporaties in het huisvesten van kwetsbare doelgroepen bestaat uit het leveren van passende woonruimte. Hierin zijn de volgende zaken van belang: 1. Het woonconcept past bij de fase waarin een cliënt verkeert. De woonruimte moet passen bij de mate van zelfstandigheid die iemand aan kan. Zo kan het voor bepaalde doelgroepen prettig zijn om tijdelijk semi-zelfstandig te wonen waarbij begeleiding op beperkte afstand aanwezig is.

13

Voor andere doelgroepen kan het daarentegen passend zijn om regulier zelfstandig te wonen. Ook kan er worden gekozen voor een proefperiode door de inzet van een zogenaamd ‘omklapcontract’. Corporaties kunnen samen met gemeenten en zorgpartijen afspraken maken over passende woonconcepten en instrumenten. 2.

De kwaliteit van de woonruimte moet passen bij het huishouden dat wordt gehuisvest. Een groot deel van de kwetsbare huishoudens bestaat uit eenpersoonshuishoudens. Dit zal in de praktijk resulteren in een vraag naar 1 t/m 3 kamer woningen. Het verdient de aanbeveling als corporaties samen met gemeenten kijken naar consequenties voor de toekomstige bouw- en transformatieopgave.

3.

De huurprijs moet passend zijn. Een aanzienlijke deel van de kwetsbare doelgroepen is aangewezen op een laag inkomen. Dit betekent dat de vraag naar woningen met een huur op de aftoppingsgrens toeneemt. Dit kan ertoe leiden dat corporaties in sommige gevallen huren moeten aftoppen om de taakstelling te kunnen realiseren. Het ligt voor de hand dat corporaties en gemeenten in de prestatieafspraken hierover nadere afspraken vastleggen. De omgeving van de woonruimte moet passend zijn. Het huisvesten van doelgroepen is erop gericht mensen een nieuwe start in het leven te bieden. Een perspectiefvolle omgeving is hierbij belangrijk. Dit betekent dat huisvesting bij voorkeur plaats moet vinden in de omgeving van sociaal netwerk, zorg en welzijn, dagbesteding en vrijetijdsbesteding. Omdat dit maatwerk betreft, is overleg hierover tussen corporaties en zorgpartijen in het matchingsproces waardevol.

4.

4.5 Scenario’s voor in- en uitstroom Uit het voorgaande blijkt dat vraag en aanbod niet in alle Lekstroom gemeenten op elkaar aansluiten. De afspraken over het aantal te leveren woningen voor de beschreven doelgroep worden niet gehaald. Dit kan wel door regionaal meer samen te werken; door regionale samenwerking lijkt de woonopgave van 87 woningen goed te realiseren. Er zijn 3 samenwerkingsscenario’s mogelijk (berekening zie bijlage 3) 1. Vasthouden aan Instroom = uitstroom per gemeente (huidige verdeling over gemeenten) 2. Verdeling van het contingent op basis van de mutatiegraad van de betaalbare huurwoningvoorraad per gemeente 3. Een tussenvorm, waarbij problemen/extreme afwijkingen door het hanteren van instroom=uitstroom worden verdeeld over de regio. Getalsmatig hanteren we de oorspronkelijke uitstroomaantallen van 51 dan op basis van instroom= uitstroom. De extra 36 woningen kunnen op basis van de mutatiegraad betaalbare woningen worden verdeeld of op basis van inwoneraantal.

Scenario 1 Instroom = uitstroom

Voordeel o Bij goed presteren (voorkomen instroom) worden partijen in die gemeente ‘beloond’

Scenario 2 spreiding op basis mutatiepercentage.

o

“Eerlijke” verdeling uitstroom over de vrijkomende woningen; dus in ieder gemeente een gelijke kans voor de reguliere woningzoekenden

Scenario 3 Tussenvorm

o o

Heft extremen van scenario 1 op Maakt gebruik van voordeel van scenario 2

Nadeel o Heeft geen relatie met de beschikbaarheid aan huurwoningen; bij hogere contingenten dan nu komt dit sneller onder druk te staan dan scenario 2. o Kan jaarlijks flink fluctueren waardoor eerder extreme afwijkingen kunnen ontstaan o Nieuwbouw is vaak lastige factor; als je dat 100% meeneemt dan zal die gemeente het jaar daarna veel uitstromers krijgen o Hoeveelheid sociale huurwoningen is niet gelijk verdeeld tussen gemeenten

Aanbeveling: in te stemmen met scenario 3 (zie bijlage 3) met de bestaande aantallen (instroom= uitstroom) en de plus op basis van inwoneraantal.

14

5. Ambitie en doelen De ambitie met het plan is dat mensen die nu zijn aangewezen op maatschappelijke opvang, beschermd wonen en jeugdhulp met verblijf binnen 3 maanden zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen om weer een eigen leven op te kunnen bouwen. Wij hopen daarmee ook te voorkomen dat er (langere) wachtlijsten gaan ontstaan bij de aanbieders omdat de uitstroom stagneert. Onze ambitie is ook om meer te gaan werken met instroomwoningen, waarbij mensen direct vanaf de start van hun traject een zelfstandige woonruimte krijgen toegewezen vanuit waar zij aan hun herstel kunnen werken. Deze werkwijze draagt bij aan duurzaam herstel en het voorkomen van instroom in verblijf. Om deze ambitie te realiseren willen wij naar: ▪ Meerjarenafspraken over volume, variatie van woonvormen en spreiding in de regio ▪ Meer instroomwoningen aan de voorkant (Eerst een Thuis) ▪ Een drastische verkorting van de doorlooptijden tussen aanmelding en plaatsing (max 3 maanden) ▪ Een efficiënt en effectief werkproces voor uitstroom en instroomwoningen met duidelijke afspraken tussen corporaties, sociale teams, gemeenten en Beter Wonen/Vierde Huis over ieders rol, verantwoordelijkheid en inspanningsverplichtingen. ▪ Extra aandacht voor de buurt en buren ▪ Persoonlijk maatwerk voor jongvolwassenen.

Hoe gaan we dit realiseren? Dit plan van aanpak vraagt een gezamenlijke inspanning van woningcorporaties, zorgaanbieders, gemeenten, sociale teams, initiatiefnemers van woonvormen jeugd. Iedere partij is binnen het eigen werkveld hierop al volop actief, heeft een eigen rol, maar om echt tot een effectieve aanpak voor instroom (‘eerst een thuis’) en uitstroom te komen is het nodig dat partijen meer op één lijn komen, samen de schouders eronder zetten en de acties daadwerkelijk uitvoeren en gaan volgen. De regio Lekstroom kent een overlegstructuur voor gemeenten maar niet voor gemeenten, corporaties, aanbieders en andere partners op dit dossier van wonen en opvang, beschermd wonen en jeugdhulp. De gesprekken daarover vinden nu vooral in de U16 of lokaal plaats, maar niet in de (sub)regio. De regio mist hierdoor nu nog een sterke sturing op beleids- en uitvoeringsniveau. Organisatie: versnellingsteam en stuurgroep Voor de uitvoering van dit plan van aanpak is het van belang om meer informatie te gaan delen, samen in gesprek te gaan over de ambitie en de vraagstukken die er liggen en vooral om samen meer te doen, te leren en te verbeteren.

De samenwerking en gezamenlijke verantwoordelijkheid en aanpak beleggen we op werkniveau in een werkgroep dat bemenst wordt door gemeente, corporaties, zorgaanbieders en op bestuurlijk niveau in een stuurgroep samengesteld uit dezelfde geledingen. De werkgroep is verantwoordelijk om namens alle partijen in hun geleding acties uit te zetten en te rapporteren over de voortgang, resultaten en knelpunten. De werkgroep komt 4 x per jaar bijeen, rapporteert de resultaten en knelpunten aan de stuurgroep. Die beoordeeld of (andere) acties nodig zijn. Alle geledingen organiseren medewerking aan de werkgroep en dragen zorg voor voldoende mandaat. De stuurgroep is eindverantwoordelijk voor de realisering van het plan van aanpak en geeft op basis van de rapportages van de werkgroep sturing aan de ambities, acties en randvoorwaarden.

De planning om te komen tot overlegstructuur ziet er als volgt uit: - September ’20: besluitmoment in de (voorlopige) stuurgroep over het plan van aanpak en de vorming van een werkgroep en stuurgroep - Oktober-november ’20: geledingen regelen ieder de deelname en het mandaat - December ’20: de overlegstructuur is operationeel.

15

Monitoring en sturing Om de taakstelling en de doelen van dit plan van aanpak te realiseren en elkaar te kunnen aanspreken als blijkt dat de realisatie achterblijft, bouwen we gezamenlijk een monitor op in aansluiting op die van de U16. Hiermee kan maandelijks per gemeente de instroom, uitstroom, mutatiegraad en ontwikkeling van de wachtlijst gevolgd worden. In de monitor nemen we ook kwalitatieve aspecten op zoals spreiding, kwaliteit en snelheid van werkprocessen, de matching vraag-aanbod jongvolwassenen, draagvlak buurt en buren etc. Regionale sessies meerjarige prestatieafspraken Om tot realistische afspraken te komen over volume, variatie en spreiding van woonvormen moeten zorgaanbieders, corporaties en gemeenten met elkaar om tafel. Iedere partij speelt nu binnen het eigen werkveld in op de nieuwe ontwikkelingen met een strategische visie op vraag, aanbod en vastgoed. Voor de een betekent de ambulantisering om- en afbouw, voor de ander juist opbouw van vastgoed. De impact voor de ene gemeente is netto minder en voor de andere juist meer plekken. De opgave voor instroomwoningen is urgent (gelet op de wachtlijsten) en vraagt om korte-termijn-oplossingen in bestaande of om te vormen gebouwen of op tijdelijke locaties. De beschikbaarheid bepaalt de spreiding en variatie.

De reguliere uitstroom daarentegen is een steady proces waarvoor op grond van de bekende cijfers meerjarenafspraken kunnen worden gemaakt over aantallen, variatie en spreiding ook in samenhang met beschikbaarheid en bereikbaarheid van voor de doelgroepen relevante voorzieningen. Dit alles vraagt een onderlinge afstemming die uiteindelijk moet leiden tot een programma voor de korte en middellange termijn. We hebben hiervoor een 1 of 2 regionale sessies voor ogen met corporaties, aanbieders en gemeenten met daarvoor en erna lokale gesprekken voor het ophalen van input. De output kan vervolgens lokaal vertaald worden naar prestatieafspraken. Evaluatie omkering matchingsproces Voor de versterking van de samenwerking in de uitvoering beginnen we met het werkproces Beter Wonen/ Vierde Huis. Bij dit proces zijn veel partijen die daarbij sterk van elkaar afhankelijk zijn om tot een resultaat te komen, maar vaak nog onvoldoende samenwerken. Dit kan alleen goed gaan werken als het proces samen wordt uitgelijnd en gekeken wordt naar de resultaten en effecten ervan en wat daaruit te leren is. Het doel is uiteindelijk om te komen tot een effectief en efficiënt werkproces met korte doorlooptijden en een goed eindresultaat: een perspectiefvolle match binnen 3 maanden.

Het voorstel is de evaluatie van het omgekeerde matchingsproces (per mei ingevoerd) te nemen als startpunt en direct ook te kijken naar hoe aan de invoering van instroom aan de voorkant praktisch handen en voeten kan worden gegeven.

6. Actielijnen Om de ambities en doelen te realiseren zetten we in op de volgende actielijnen: 1. Meerjarenafspraken over volume, variatie en spreiding van woonvormen in de regio 2. Instroom aan de voorkant 3. Verbetering van werkprocessen processen voor instroom en uitstroom 4. Aandacht voor buurten en buren 5. Persoonlijk maatwerk voor jongvolwassenen.

Actielijn 1: Meerjarenafspraken over volume, variatie van woonvormen en spreiding Wat willen we bereiken Een bij de woonopgave en doelgroepen passend volume, variatie en spreiding van betaalbare woonvormen voor uitstroom en instroom aan de voorkant in de regio. Het volume kan ook vergroot worden door het verlagen van huren. Uitgangspunt is passende huisvesting binnen 3 maanden na verblijf (voor instroom aan de voorkant binnen 3 maanden na toekenning voorrang).

16

De gemeenten vertalen de regionale opgave in hun Woonvisie en leggen de verplichtingen vast in prestatieafspraken met corporaties en (zorg)aanbieders. Dit is een cyclisch proces waar (meerjaren)afspraken met aanbieders over volume en planning van ambulantisering onderdeel van zijn. Permanent inzicht per gemeente in instroom, uitstroom, mutaties, wachtlijsten en realisatie vormt de basis (actielijn 6: monitoring). Acties ▪ Per gemeente in beeld brengen van goed te onderbouwen cijfers over instroom, uitstroom, mutatiegraad goedkope woningen en wachtlijsten. Voor de korte termijn vraagt met name het instroomcijfers (= uitstroom) aandacht. ▪ Organiseren van sessie(s) met zorgaanbieders, corporaties en gemeenten gericht op afstemming van strategisch beleid met betrekking tot volume, variatie en spreiding van woonvormen. ▪ Afspraken over spreiding van instroom aan de voorkant en uitstroom over de regio op basis van het voorkeurscenario 3. ▪ Meerjarenafspraken over volume en variatie aan woonruimte om personen uit maatschappelijke opvang en beschermd en jeugdhulp met verblijf binnen 3 maanden te kunnen huisvesten. • Dit betekent dat voor de periode 2019-2024 per jaar minimaal 87 woningen nodig zijn en dat we dit tegen elkaar afzetten. • Een deel van dit volume zal bestemd worden voor het huisvesten van jongvolwassenen.

Voor de huisvesting van deze doelgroep worden bij voorkeur kleine studio’s benut, gemengd wonen, woningdelen en kamerverhuur in corporatiewoningen. Van de 65 mutaties in de woningvoorraad onder de €432 zouden partijen kunnen besluiten 33,3% te reserveren voor de uitstromende jongeren. Dat zijn 22 woningen van het contingent van 87 (25%). Keuze kan ook zijn uit te gaan van een concreet aantal in plaats van een percentage.

Actiehouders: Gemeenten en corporaties Planning: meerjarenafspraken gereed Q4 2021

Actielijn 2: Instroom aan de voorkant (Eerst een Thuis) Wat willen we bereiken Een instroom direct in zelfstandige huisvesting heeft de voorkeur boven opvang in 24-uursverblijf zodat mensen niet meer de route van opvang in hoeven maar meteen een woonplek krijgen waar ze de ondersteuning krijgen die ze op dat moment nodig hebben. Daarvoor zetten we komende tijd meer in op woningtoewijzing voor instroom en een hierbij passend begeleidingsarrangement (op maat) aan begeleiding, dagbesteding, budgetbeheer en inkomen en bijpassende contractvormen voor huur en begeleiding. We benutten hiervoor de praktijk en de leeromgeving die wordt ingericht voor de uitvoering van Living lab Eerst een Thuis en we maken een koppeling met het Oefentraject Wachtlijst met de sociale teams om kennis en ervaring op te bouwen over de toegang, de doelgroepen en het aanbod. Bij een succesvolle preventie is op

den duur een kleiner volume voor uitstroom nodig. Acties ▪ Inventariseren van projecten, locaties voor (semi)permanente huisvesting in aansluiting op het project Living Lab Eerst een Thuis. ▪ Bepalen van het volume voor instroom aan de voorkant. Het volume voor Living Lab Eerst een Thuis is voorlopig in de U16 geraamd op 29 in afwachting van de afbakening van doelgroepen en deelname van de regiogemeenten aan de allianties die hiervoor gevormd worden. ▪ Afspraken in de U16 over de selectie van personen die thans van de regio Lekstroom op de wachtlijst staan en in aanmerking komen voor instroom direct in zelfstandige huisvesting (incl. jongvolwassenen) ▪ Ontwikkelen van instroomprofielen als hulpmiddel om bij instroom meer perspectiefgericht te kijken naar wat een passende plek is, om mismatch en doorplaatsing te voorkomen.

17

▪

▪ ▪

Ontwikkelen van begeleidingsarrangement op maat voor instromers met voldoende waarborgen om een eventuele terugval op te vangen en met heldere afspraken over signalering en een flexibel inspelen op meer/minder behoefte aan (bemoei)zorg. Opstellen van bijpassende contractvormen voor huur en begeleiding (in samenhang met actielijn 3) en het contracthouderschap. Preventief beleid ontwikkelen: op tijd er op tijd bij zijn en mensen in hun eigen huis hulp bieden.

Actiehouders: Gemeenten en corporaties Planning: Plan medio 2021 gereed

Actielijn 3: Verbeteren van werkprocessen voor instroom en uitstroom Wat willen we bereiken De uitvoering van de contingentregeling vindt plaats tussen aanbieders, Beter Wonen/Vierde Huis, corporaties en sociale teams. Een van de factoren waardoor het aantal afgesproken contingenten niet wordt gerealiseerd is de inrichting van de werkprocessen. Complicerende factoren zijn het aantal partijen dat in de uitstroomketen betrokken is en het ontbreken van sturing van de keten. Om tot resultaten te komen is het nodig om tot een beter op elkaar afgestemd werkproces te komen, met kortere doorlooptijden en met duidelijke afspraken tussen corporaties, sociale teams en gemeenten over taken, rollen en inspanningsverplichting met als doel een houvast te bieden voor professionals bij matching, begeleiding en calamiteiten. De evaluatie en borging van de omgekeerde match vormt het startpunt. Daarbij worden de noodzakelijke aanpassingen meegenomen die nodig zijn voor inrichting van de instroom aan de voorkant met bijbehorende contractvormen (actielijn 2) en een bijpassend arrangement voor begeleiding, schuldhulpverlening & budgetbeheer, signaleren van problemen (waakvlam) etc.

Acties ▪ Voorbereiden en uitvoeren van de evaluatie van de omgekeerde matching ▪ Organisatie van regionale werksessies gericht op verbeteren en vernieuwen van het werkproces Beter Wonen/Vierde Huis met als resultaat een handreiking voor een op de lokale situatie toe te passen werkproces en een set werkafspraken over taken, rollen en inspanningsverplichtingen van ketenpartners in het werkproces. ▪ Elke gemeente stelt met behulp van de handreiking lokaal met betrokken partners een werkprocedure uitstroom en instroom aan de voorkant op (actielijn 2). Actiehouders: Gemeenten, corporaties en Beter Wonen/Vierde Huis Planning: Evaluatie eind 2020; Verbetering/ vernieuwing werkproces mei 2021 gereed.

Actielijn 4: Aandacht voor buurt en buren Wat we willen bereiken Dat mensen die weer zelfstandig gaan wonen zich thuis kunnen voelen in de wijk en kunnen meedoen en de buurt en buren weten waar ze aan toe zijn. Belangrijke aandachtspunten zijn: • Tegenaan van stigmatisering door het stimuleren van contact met buurt en buren en integratie in de wijk en zorgen voor een stevig netwerk rond de persoon die zelfstandig gaat wonen. • Werken aan een goede sociale buurtaanpak met de partners in de buurt en borging in de werkstructuur op wijk- en buurtniveau. • Het in balans houden van draagkracht en draaglast van de buurt. Draagvlak in de buurt maakt onderdeel uit van de basisset voor ambulantisering. De gemeenten kunnen het beste coalities vormen met buurtorganisaties, sociale teams, welzijn, politie en corporaties om de leefbaarheid op peil te houden en te zorgen voor een goede landing in de wijk.

18

Dit onderwerp is voor de meeste gemeenten een nog redelijk onontgonnen terrein. Hoe pak je dat aan, hoe communiceer je hierover met de buurt? Hoe maak je organisaties en voorzieningen in de buurt toegankelijk voor kwetsbare inwoners? Juist vanwege het onontgonnen karakter willen de gemeenten in deze versnellingsaanpak Weer Thuis hierin gezamenlijk optrekken om kennis te delen, acties te bundelen en de resultaten te monitoren. Draagvlak van de buurt speelt ook een rol bij regionale afspraken over spreiding om een te grote druk op kwetsbare wijken te voorkomen en bij het inrichten van het werkproces (optimaliseren van de match, contact met buurt en buren, signaleren van (beginnende) problemen, 24/7 bereikbaarheid etc.). Met betrekking tot de framing in de communicatie rondom deze transformatie binnen de regio Lekstroom geldt dat we niet communiceren over nieuwe en/of extra inwoners met een psychische kwetsbaarheid die in de gemeente komen of blijven wonen. Dit werkt stigmatiserend en kan leiden tot onrust. Daarentegen communiceren we over leefbaarheid in wijken waarin deze doelgroep een van de vele groepen is in de wijk en ondersteuning van (alle) inwoners één van de onderwerpen is. Wat is er op het gebied van leefbaarheid nodig in een bepaalde wijk? Hiervoor kunnen verschillende interventies worden ingezet. Acties. • •

Opstellen communicatieplan Lekstroom breed Uitvoeren diverse activiteiten die stigmatisering tegengaan (lokaal niveau)

Het communicatieplan heeft de volgende doelen: 1. Inwoners voelen zich geïnformeerd over de veranderingen, weten bij wie ze terecht kunnen voor meer informatie of hulp indien nodig en inwoners ontwikkelen een beter beeld van psychisch kwetsbare inwoners en hoe ze hierop kunnen reageren. 2. Nieuwe inwoners voelen zich geïnformeerd over hun nieuwe leefomgeving en weten waar zij terecht kunnen voor vragen of hulp. (Hoe ziet hun nieuwe buurt eruit, wat voor mensen wonen er, welke voorzieningen en faciliteiten zijn er binnen hun wijk, gemeente? 3. Bestuur en gemeentelijke organisatie, lokale professionele en informele partners geïnformeerd zijn over de veranderingen en weten welke bijdrage zij (moeten en) kunnen leveren aan herstel en meedoen in de samenleving. Daarnaast kunnen in iedere gemeente (nu al) specifieke instrumenten worden ingezet, die een bijdrage leveren aan de gestelde doelen. Voorbeelden zijn de training Mental Health First Aid en de Crisis- of hulpkaart. Beide hebben een concreet doel (voor de betrokkenen), maar dragen ook bij aan een beter (en realistischer) beeld van kwetsbare inwoners. Een ander instrument is de buurtcirkel of andere vormen van (online) buurtcontacten. Waar sprake is van (enige) spanning of overlast, is het nodig om te interveniëren, om verdere escalatie te voorkomen.

Een van de instrumenten op dit niveau kan de ‘Bewustwordingsbijeenkomst’ van Samen Sterk zonder Stigma zijn. In het communicatieplan zullen deze en andere activiteiten worden uitgewerkt. Tenslotte is het belangrijk is om maatschappelijke organisaties toegankelijk te laten zijn voor kwetsbare mensen. Actiehouders: Gemeenten, corporaties, aanbieders (in samenwerking met welzijn, buurtorganisaties) Planning: • Communicatieplan: 4e kwartaal 2020 gereed, uitvoering 2021 e.v. • Activiteiten: doorlopend (verantwoordelijkheid voor iedere gemeente) en verdere uitwerking in het communicatieplan

Actielijn 5: Maatwerk voor jongvolwassenen Wat willen we bereiken Doel is om kwetsbare jongeren die uitstromen uit jeugdhulp met verblijf of die dreigen in te stromen in verblijf ten gevolge van huisvestingsproblemen in combi met andere problemen ondersteuning te bieden gericht op een succesvolle start van hun wooncarrière en een zachte landing in de wijk.

19

Bij de overgang naar zelfstandig wonen houden we rekening met de kwetsbare positie van de jongvolwassene en de versnippering en daardoor beperkte zicht op het aanbod. Dat vraagt om maatwerk bij de matching dat in samenspel tussen professionals en ervaringsdeskundigen uitgevoerd zal worden. Hiervoor wordt een pilot met de werktitel ‘De Sleutelplaats’ ontwikkeld. Deze pilot krijgt twee sporen: 1. Creëren van een plek van en voor jongvolwassenen zelf die ruimte biedt voor peersupport en community building. Jongeren kunnen er ervaringsdeskundigen ontmoeten en een persoonlijk netwerk ontwikkelen. De plek biedt gelegenheid om zich beter voor te bereiden op zelfstandigheid, zelfredzaamheid en subjectief herstel. Dit kan de positieve (mentale) gezondheid versterken en isolement en terugval voorkomen. 2. Inrichten van een platform, ter versterking van de netwerksamenwerking tussen de professionals van verschillende domeinen onderling (Big 5), zodat zij jongeren in deze cruciale fase gezamenlijk beter en tijdiger kunnen voorbereiden en ook adequater kunnen ondersteunen. Dit vraagt een centraal punt, waar overzicht is over het specifieke huisvestingsaanbod en de verschillende toegangseisen. Een onafhankelijke woonbemiddelaar geeft gedurende de pilotperiode praktisch handen aan voeten aan beter maatwerk voor deze doelgroep.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10344232/3