CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 Bijlagebundel Vergunningen, Toezicht en Handhaving beleid 2020-2022 gemeente IJsselstein

Commissie Bestuur 28 oktober 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven36.277 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De gemeente is sedert 2013 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Drank- en Horecawet. De burgemeester is daarin bevoegd gezag voor de vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van de wet- en regelgeving. Het ‘Preventie- en handhavingsplan Drank- en Horecawet’ is mei 2014 vastgesteld en de ‘Sanctiestrategie Drank- en Horecawet en horeca-exploitatie’ is van november 2013. 9.3 Cijfermatige onderbouwing prioriteiten 9.3.1 Methodiek risicomodule Voor het uitvoeren van de risicoanalyse is gebruik gemaakt van een methodiek die ontwikkeld is door de ANTEA Groep. Met behulp van de Risicomodule is het kwantitatieve deel van de probleemanalyse uitgevoerd. In het onderstaande figuur is de Risicomodule schematisch weergegeven.

Risicomodule © Gemeente IJsselstein

Figuur 3: Risicomodule IJsselstein

Centraal in de systematiek van de Risicomodule staat de formule: RISICO = KANS maal EFFECT. Deze formule is een internationaal geaccepteerde en veel gebruikte methode om een adequate inschatting te kunnen maken van de benodigde prioriteit van (onder andere) handhavingstaken. Het risico wordt berekend door de scores van het negatief effect te vermenigvuldigen met de kans op niet naleving. De volgende aspecten worden gescoord:

24

• •

Negatief effect: Hoe groot zijn de negatieve gevolgen als regels niet worden nageleefd; Kans op niet-naleving: Hoe groot is de kans dat een doelgroep de regels niet naleeft?

De elementen [KANS] en [EFFECT] zijn opgebouwd uit allerlei thema's en variabelen. De thema's zijn standaard van toepassing op elk taakveld, de variabelen binnen een thema zijn per taakveld verschillend. De thema’s die de negatieve effecten omvatten zijn: • • • •

Fysieke veiligheid (o.a. gevaar indicatie VNG, opslag en gebruik gevaarlijke stoffen); Hinder & leefbaarheid (hinder als gevolg van geur, geluid, licht, stof en verkeer); Duurzaamheid (bodem, water, afval, verbruik van gas en elektra); Volksgezondheid (gebruik toxische stoffen, locatie met asbest, emissie naar lucht).

De thema’s die de kans op niet-naleving omvatten zijn: • • •

Attitude (politieke gevoeligheid, klachten, houding & gedrag); Nalevingstabel (spontane naleving van gedragsregels); Ervaringscijfers (naleving tijdens toezicht in afgelopen drie jaar).

Aan de variabelen zijn scores toegekend die uitdrukking geven aan het risico van een bepaalde taak of object. Op basis van een automatisch rekenmodel komt de totaalscore tot stand. De risico's (conceptprioriteiten) die op basis van de risicomodule zijn bepaald, zijn voorgelegd aan de medewerkers van de gemeente resp. ODRU en VRU naar taakveld. Hierbij zijn de onderlinge wegingen aangepast op de praktijksituatie in IJsselstein. Alle criteria kunnen zwaarder of lichter gewogen worden. Dit hangt af van de aanwezigheid van gegevens. Wat je niet weet, kun je ook niet beoordelen. De risicomodule wordt om die reden periodiek geëvalueerd en aangepast. Deze totaalscore bepaalt in feite de prioriteit. Voor de VRU-taken is ook van het Prevap-model gebruik gemaakt. De risicomodule is uitgevoerd voor de taakvelden milieu, ruimtelijke ordening, bouwen, bestaande bouw (gebiedstoezicht), brandveiligheid, APV en bijzondere wetgeving. Per taakveld is de methodiek gevuld met de specifieke gegevens van IJsselstein. Ieder taakveld heeft zodoende eigen prioriteiten. Per risicoanalyse zijn de prioriteiten bepaald. Dat wil niet zeggen dat de hoogste prioriteiten per taakveld automatisch de hoogste prioriteit krijgen in de integrale prioritering. 9.3.2 Indeling prioriteiten In de risicomodule krijgen objecten of taken een kleur toegekend op basis van hun eindscore.

Hoe groter de score, des te groter het risico. De prioriteitenstelling uit de risicomodule moet richting geven aan de inzet van mensen, middelen, de frequenties van toezicht en handhaving en de aspecten waarop tijdens het toezicht wordt gelet. De prioriteitenstelling wil zeggen dat overal aandacht aan wordt besteed, alleen met een verschillende handhavingsinzet. Klachten en verzoeken om handhaving worden eveneens getoetst aan dit beleid, hetgeen kan inhouden dat aan laag-prioritaire zaken niet direct aandacht wordt geschonken. Uiteraard wordt dit wel met de klager gecommuniceerd. In de risicomodule worden vijf kleuren gebruikt: rood, oranje, geel, lichtgroen en donkergroen. De kleur bepaalt welke inzet gepleegd wordt op dat object of die taak. Hieronder een korte omschrijving wat betreft inzet en behandeling per kleur. De weging voor APV-taken is gebaseerd op bevindingen uit de voorbije jaren en dus volledig gebaseerd op de werkelijke situatie.

25

Categorie Rood = Zeer groot risico Oranje = Groot risico

Omschrijving - Structurele toekenning van een volledige capaciteit. - Toezicht op en handhaving van overtredingen: proactief beleid - Inzet van een gemiddelde capaciteit. - Toezicht en handhaving projectmatig, gebieds- en Geel = Beperkt risico steekproefsgewijs. - Nader onderzoek naar oorzaak overtredingen. - Inzet van een zeer beperkte capaciteit. - Registreren en analyseren van incidenten. Verder een gerichte inzet van de capaciteit op effecten in naleefgedrag met als doel Lichtgroen = Klein risico het vergroten van de voorbeeldfunctie (bijv. door Donkergroen = Zeer klein risico vooraankondigingen controles in media en publicatie van uitgevoerde controle- en handhavingsacties). - Altijd controle indien er sprake is van een cluster van incidenten. 9.3.3 Bestuurlijke prioriteiten De uitwerking van de bestuurlijke prioriteiten is terug te zien in het overzicht uit de risicomodule. Omwille van de dynamiek van een risicomodule zijn deze vormgegeven als addenda in het handhavingsbeleid. Op basis van de jaarlijkse evaluatie kan de risicoanalyse, en daarmee ook de prioriteitsstelling aangepast worden vastgesteld. De risicomodule is opgenomen in bijlage 12.

26

Bijlage 10: Toelichting risicoanalyse en prioritering 10.1 Inhoud Risicomodule De Risicomodule geeft inzicht in risico’s met betrekking tot effecten en naleefgedrag. De volgende criteria zijn in de modules opgenomen: APV Fysieke veiligheid / Hinder/ Leefbaarheid • aantal personen aanwezig • aanwezigheid van (tijdelijke) bouwwerken of attracties • aanwezigheid gevaarlijke stoffen • bereikbaarheid en ontvluchting • verspreiding van afval(stoffen) • veroorzaken van geluidhinder • veroorzaken van geurhinder • verkeer aantrekkende werking • verstoring natuurwaarden • veroorzaken zwerfafval Volksgezondheid • gebruik/aanwezigheid verdovende middelen • drankgebruik Bouw- en woningtoezicht Fysieke veiligheid / Hinder/ Leefbaarheid • aantal personen aanwezig • complexiteit van de constructie • wijziging in gebruik en/of functie • vrijkomen gevaarlijke stoffen bij sloop • impact op de beeldkwaliteit • verloedering en sociale onveiligheid • afval en verstoring • gevolgen openbare orde/veiligheid/gezondheid • monumentale waarde • brandveiligheid • bekendheid gebouwen • gevaarlijke stoffen in het kader van brand • gevaar voor belendingen (brandoverslag) Duurzaamheid • duurzaamheid materiaalgebruik • levensduur gebouw • energie- en waterverbruik • hoeveelheid bedrijfsafval • hoeveelheid gevaarlijk afval Volksgezondheid • gevaarlijke stoffen bij sloop (asbest) •

toegankelijkheid/bereikbaarheid • ventilatie • daglicht • slaapfunctie • vervuilde grond (PFAS) Milieu Fysieke veiligheid / Hinder/ Leefbaarheid • gevaarindicatie VNG • bevi-inrichting: ja of nee? • opslag en gebruik gevaarlijke stoffen • risicoregistratie RIVM (RRGS) ja of nee? 27

• geluidsafstanden/-belasting • geurafstanden • stofproductie (luchtkwaliteit) • lichthinder/ visuele hinder • verkeer aantrekkende werking Duurzaamheid • aantasting woongenot/leefbaarheid • verstoring natuurwaarden • veroorzaken zwerfafval Volksgezondheid • gebruik en opslag toxische stoffen • locatie met asbest ja of nee • emissie naar lucht • vervuilde grond (PFAS) • Ruimtelijke ordening Fysieke veiligheid / Hinder/ Leefbaarheid • opslag gevaarlijke stoffen • veiligheid constructie • brandveiligheid gebouw • bereikbaarheid • aantasting leefomgeving (beeldkwaliteit) • verloedering • overlast illegale bewoners/gebruiker • aantasten woongenot • toename parkeerdruk/verkeer aantrekkende werking • invloed milieucontour Duurzaamheid • toename bouwwerken/verhard oppervlak • afname oppervlakte aan water • schade aan waardevol gebied Volksgezondheid • ligging binnen zonering • gezondheidsrisico’s algemeen Naleving Attitude, per taakveld ingevuld: • politieke gevoeligheid • fraudegevoeligheid • klachten • interne organisatie Tafel van Elf, per taakveld ingevuld: • kennis van regels • kosten/baten (kosten vergunning in relatie tot voordeel overtreding) • mate van acceptatie van regels • normgetrouwheid doelgroep • informele controle (kans op controle door niet-overheid) • informele meldingskans (kans op melding of klacht door derde) • controlekans (kans op controle door overheid) •

detectiekans (kans op constatering overtreding tijdens controle) • selectiviteit (kans op thematische controle) • sanctiekans (kans op sanctie na constatering overtreding) • sanctie-ernst Ervaringscijfers, per taakveld ingevuld: • naleefpercentage • ernst van de overtreding • snelheid herstelsanctie • aantal opgelegde dwangsommen 28

Alle criteria kunnen zwaarder of lichter gewogen worden. Dit hangt af van de aanwezigheid van gegevens. Wat je niet weet, kun je ook niet beoordelen. De risicomodule wordt om die reden periodiek geëvalueerd en aangepast. De volledige lijst met resultaten van de risicoanalyse zijn per taakveld weergegeven. De risico’s zijn ingedeeld in vijf categorieën, van zeer groot tot klein risico. De risicomodules van de vier taakvelden zijn per taakveld gerangschikt naar prioriteit. Hoe interpreteer je zo’n risicoanalyse? Het betekent niet: categorie V pakken we op, categorie III wegen we eerst af en categorie I doen we niets mee. Er zal altijd een inhoudelijke afweging gemaakt worden. De risicomodule geeft slechts aan waar de risico’s die gepaard gaan met een overtreding het grootst zijn, en waar de kans op een overtreding het grootst is. Daaruit kun je afleiden waar toezicht het meest nodig is, en hoe je handhavend optreden moet (/kan) inrichten. Met andere woorden: tegen een overtreding in categorie I zal sneller, ‘harder’ en daadkrachtiger worden opgetreden dan een overtreding in categorie III of IV. Ook hier geldt dat dit in beginsel zo is, maar dat na een belangenafweging de praktijk altijd anders kan zijn. Het kan dus zo zijn dat een bepaalde inrichting één keer in de tien jaar wordt gecontroleerd, maar dat tegen een overtreding fors wordt opgetreden.

Het kan ook andersom: er wordt op een perceel ergens twee keer per jaar gecontroleerd maar treedt niet op tegen een overtreding elders. De risicoanalyse heeft dus invloed op zowel preventief als repressief handhaven. De preventieve aspecten worden enerzijds vertaald in een toezichtsprotocol omtrent het controleren van vergunde activiteiten, anderzijds in een perceels (-of inrichtingsgewijs) controleprogramma over meerdere jaren. Voor gevallen in de categorie II t/m V geldt dat er ook projectmatig kan worden opgetreden. Dit kan het geval zijn als blijkt dat er grote aantallen van bepaalde overtredingen worden vermoed of geconstateerd, gewijzigde inzichten, jurisprudentie of wetgeving daartoe noopt of wanneer dit een efficiencyvoordeel oplevert. Een verdere verfijning van prioriteiten is altijd maatwerk en niet effectief om van tevoren in een prioriteitsstelling vast te leggen. 10.2 Toelichting prioritering Per risicoanalyse zijn de prioriteiten bepaald. Dat wil niet zeggen dat de hoogste prioriteiten per taakveld automatisch de hoogste prioriteit krijgen in de integrale prioritering. De verschillende prioriteiten zijn naast elkaar gelegd en ten opzichte van elkaar nogmaals beoordeeld en ingedeeld door de vakspecialisten.

29

Bijlage 11: Uitleg/ toelichting ‘Tafel van Elf’ 11.1 Naleving in dimensies De Tafel van Elf is een samenhangende opsomming van dimensies die bepalend zijn voor de naleving van regelgeving. De Tafel van Elf is ontstaan vanuit de praktische behoefte om inzicht te krijgen in de factoren die de gehoorzaamheid van mensen aan regelgeving bepalen en de invloed die rechtshandhaving daarop heeft. De basis wordt gevormd door een combinatie van in de literatuur voorkomende sociaal-psychologische, sociologische en criminologische theorieën, aangevuld met algemene inzichten en praktijkervaringen op het terrein van de rechtshandhaving. De dimensies van de Tafel van Elf moeten worden beschouwd als gedragswetenschappelijke variabelen die nalevingsgedrag beïnvloeden. Door ze systematisch na te lopen, vormen ze een hulpmiddel voor de wetgever om te komen tot naleefbare wetgeving. 11.2 De Tafel van Elf als wetgevingsinstrument De Tafel van Elf kan toegepast worden als ondersteunende checklist bij de totstandkoming van wetgeving. Dit geldt temeer wanneer het gedrag van mensen bijdraagt aan te bereiken beleidsdoelen. De Tafel van Elf is dan ook van toepassing op een groot deel van de beleidsinstrumentele wetgeving en ook op enkele delen van het strafrecht. De Tafel van Elf is hiermee een hulpmiddel bij de totstandkoming van wetgeving.

In het kader van het project Marktwerking Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW) wordt de Tafel van Elf bij het onderdeel ‘toetsing van voorgenomen regelgeving’ aangeboden als checklist om een aantal vragen te beantwoorden die betrekking hebben op de verwachte mate van naleving van de (toekomstige) wetgeving. Deze vragen moeten beantwoord worden in de toelichting bij de regeling (in geval van een wet respectievelijk AMvB aangeduid als memorie of nota van toelichting). Het doel ervan is om inzichtelijk te maken wat de verschillende (neven-)effecten zijn van de voorgestelde regelgeving. Een goede, heldere toelichting op de verwachte mate van naleving verhoogt bovendien de kwaliteit van een wetsvoorstel. Aan de hand van de Tafel van Elf worden hierna aanwijzingen gegeven over hoe een toelichting ten aanzien van deze aspecten op te bouwen. Er wordt verder op gewezen dat er meerdere instrumenten voor de wetgever beschikbaar zijn zoals bijvoorbeeld de ‘ketenbenadering’ van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en de ‘Aanwijzingen voor de Regelgeving’ van de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie. Deze uitleg handelt alleen over de Tafel van Elf. De Tafel van Elf is ontwikkeld door de Inspectie voor de Rechtshandhaving van het Ministerie van Veiligheid en het Sanders Instituut van de Erasmus Universiteit Rotterdam. 11.3 Inhoud Tafel van Elf A.

Dimensies voor spontane naleving - T1 Kennis van regels - T2 Kosten/baten - T3 Mate van acceptatie - T4 Gezagsgetrouwheid doelgroep - T5 Informele controle B. Controle dimensies - T6 Informele meldingskans - T7 Controlekans - T8 Detectiekans - T9 Selectiviteit C. Sanctie dimensies - T10 Sanctiekans - T11 Sanctie-ernst Op de volgende pagina’s worden deze elf ‘tafels’ verder uitgewerkt en toegelicht. Met de toepassing van de Tafel van Elf is rekening gehouden bij de opbouw van de landelijke handhavingsstrategie.

30

Dimensies van spontane naleving 1. kennis van regels Soms is de regelgeving vaag of complex. Het wordt niet begrepen door de doelgroep. Hier prevaleert communicatie boven sanctioneren 2. kosten en baten Hier is calculerend gedrag aan de orde: is een overtreding lonend? Hier past sanctioneren en communiceren, maar dan als ‘naming and shaming’ 3. mate van acceptatie Wordt het beleid door de doelgroep (burger of bedrijf) onderschreven? Betrek belangengroepen bij de formulering van het beleid. 4. normgetrouwheid Het gaat hier om respect en vertrouwen. Een moeilijk te beïnvloeden doelgroep dimensie, waarbij rekening moet worden gehouden met een sterke individualisering van de maatschappij 5. niet-overheidscontrole De door de doelgroep ingeschatte kans op een positieve- of juist een negatieve sanctionering van hun gedrag. In deze categorie bevindt zich de bewuste overtreder met een calculerend gedrag. Handhavingsdimensies 6. meldingskans De door de doelgroep ingeschatte kans dat een overtreder door een derde wordt gemeld (het verzoek om handhaving of klacht) en dat er vervolgens door de overheid daadwerkelijk wordt opgetreden 7. controlekans De kans dat daadwerkelijk wordt gecontroleerd wordt ingeschat door de doelgroep. Als de overheid “bekend staat” als één, die nauwelijks controleert of sanctioneert dan geeft dat aan het begaan van overtredingen een onjuiste impuls.

Handhavingsbeleid moet stellig zijn en uitvoeringsresultaat laten zien. Communicatie van handhavingsresultaat werkt in die zin weer preventief 8. detectiekans Als er wordt gecontroleerd, dan kan niet altijd alles worden waargenomen. In controlerapporten gaan wij altijd uit “van het moment van de controle, voor zover wij hebben kunnen vaststellen”. Die laatste zin staat symbool voor de detectiekans, dikwijls behorend bij de calculerende overtreder 9. selectiviteit Bij dit item behoort het uitvoeren van toezicht op basis van een naleefstrategie, waarbij recidivisten nadrukkelijker en frequenter worden gecontroleerd. De categorie “bewuste overtreders” calculeren de pakkans al in bij de dimensies controlekans respectievelijk detectiekans 10. sanctiekans In deze categorie zit het bewuste calculerende gedrag van een potentiële overtreder. De overheid kan na constatering van overtredingen sancties opleggen. Dit gebeurt echter niet altijd. Dit hangt af van zaken als het sepotbeleid, de bewijsbaarheid van overtredingen en het eventuele gedoogbeleid. Daardoor is het relevant te beoordelen in hoeverre de doelgroep verwacht straf te krijgen voor bepaalde overtredingen, ofwel naar de gepercipieerde sanctiekans. 11.

sanctie-ernst De hoogte van een sanctie heeft direct te maken met de hoogte van een dwangsom en/of de impact van bestuursdwang respectievelijk de gevolgen van een proces-verbaal. Ook kosten gerechtelijke kosten kunnen een rol spelen. Het proces van sanctieoplegging kan ook bijkomende, immateriële nadelen hebben zoals het verlies van reputatie. De hoogte en ernst van de verschillende soorten sancties zal niet op alle doelgroepen dezelfde impact hebben. De snelheid en zekerheid van sanctieoplegging kan die impact vergroten, bijv. via het beleid van lik-op-stuk.

31

Bijlage 12: Risicoanalyse van de taakvelden APV, bestaand gebruik, milieu, bouwen, RO en brandveiligheid 12.1 Risicogericht en integraal In beginsel zijn wij verplicht de naleving van alle wet- en regelgeving te bevorderen. Omdat er veel regelgeving is en niet alles even belangrijk of risicovol is, worden er via omgevings-, probleem- en risicoanalyses prioriteiten voorgesteld om deze met voorrang op te pakken. Wij zijn ook verplicht volgens de wet VTH 1om een probleem- en risicoanalyse op te stellen. In deze wet staat namelijk: “het VTH-beleid gebaseerd dient te zijn op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van regelgeving”. Verder staat daarin dat de analyse “inzicht geeft in de gevolgen voor de fysieke leefomgeving van overtredingen en de kansen dat overtredingen zullen plaatsvinden”. Met de risicoanalyse proberen wij de beperkte capaciteit daar in te zetten waar de prioriteiten het hoogst zijn. Deze keuzes werken we uit in onze jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Op basis van dit nieuwe VTH beleid is dat voor het eerst in het VTH programma 2020. 12.1.1 Wat is een “risicoanalyse” Kort gezegd is een risicoanalyse een overzicht van bekende of mogelijke risico’s die de omgeving van de gemeente in brede zin kunnen beïnvloeden.

Een risicoanalyse is een methode waarbij nader benoemde risico's worden bepaald door het combineren van de kans dat een dreiging (op deze thema’s) zich voordoet en de gevolgen daarvan. Een wat technische benadering: risico= kans (naleefbeeld, overtredingenbeeld) x gevolg. In deze benadering is ook het naleefbeeld voor de verschillende taakvelden van de gemeente in kaart gebracht. Risicoanalyses worden voor veel beleidsterreinen opgezet vanuit een fasering waarin als eerste stap de wettelijke taken van het bevoegd gezag op een rijtje worden gezet en in dezelfde stap wordt ingegaan op het geografisch (werk)gebied en de specifieke kenmerken van dat gebied. Vervolgens wordt ingegaan op: • • •

1

Een beknopte probleemanalyse “vergunningverlening” De (bekende of veronderstelde) maatschappelijke problemen/overtredingsoorten in het betreffende taakveld, de oorzaak daarvan, de ernst van de problemen Het voorstel waarop de komende periode inzet gepleegd wordt.

Hoofdstuk 5 Wabo en hoofdstuk 7 Bor 32

1

•Wat zijn de wettelijke taken: APV, RO, Bouw, Milieu, Brandveiligheid •Beschrijf de specifieke omgeving, aantallen, soort, ontwikkelingen.

Bijlage 9

2

•Beschrijf het naleefniveau (kwaliteit aanvragen/ouderdom vergunningen (milieu)/ meldingen + naleven regels) + oorzaak overtredingen/knelpunten in VTH organisatie •Pas de risicoanalyse toe en de methodiek van prioriteiten stellen

Bijlage 12

3 Besluitvorming VTH beleid 2020-2022

•Bepaal (als voorstel) de prioriteiten, Waaraan wordt de komende periode menskracht en geld besteed? Bijv. communicatie over nieuwe regels nodig (Omgevingswet)? Communicatiestrategie? Toezicht en hoe ziet handhaving eruit? Welke overtredingen, welke reactie? Sanctiestrategie? •Vaststelling VTH beleid en de daarop gebaseerde VTH programma's

In schema: het proces van omgevings-, probleem- en risicoanalyse in drie fasen Risicoanalyses kunnen in hoofdzaak op twee manieren worden uitgevoerd: 12.1.1.1 Kwantitatieve methode De risico's worden gekwantificeerd via onderzoek, beleidsevaluatie, expertmeetings en in meetbare criteria weergegeven. Dit vergt nauwkeurig onderzoek en gedetailleerde registratie op naleefcriteria gedurende lange tijd. Voor het eerst zijn deze per taakveld in het vorige VTH beleid opgesteld, het zogenaamde “Antea model”. Die analyse en methodiek vormt nog steeds het fundament voor de bepaling van de prioriteiten voor de komende periode. 12.1.1.2 Kwalitatieve methode Er worden op basis van ervaringen van medewerkers en andere bronnen bekende en mogelijke risico’s geanalyseerd en geformuleerd. Deze methode is toegepast in de actualisatie van de risicoanalyse van 2016-2018 en weergegeven in de tabel Top tien per taakveld. In de geactualiseerde analyse is als methodiek gekozen voor de kwalitatieve methode per taakveld, dat wil zeggen dat vooral ingegaan wordt op het taakveld en de voorgestelde prioriteiten. Hierbij is gebruik gemaakt van wat de medewerkers van de gemeente en de ODRU voor de komende periode nodig vinden op basis van de resultaten van de afgelopen jaren en overige bronnen (bijvoorbeeld jaarverslagen). Deze methodiek hanteert de gemeente voor alle taakvelden.

Deze risicoanalyse is te vinden in 12.3 Kwalitatieve risicoanalyse Antea (2016). 12.1.1.3 Wat leverde de geactualiseerde analyse op? We kregen een actueel inzicht in de ontwikkelingen, problemen en risico’s in onze gemeente. De prioriteiten die we eerder vaststelden blijken op basis van het risico, met enkele aanpassingen, ook voor de komende periode voorrang in het werk te moeten krijgen. 12.1.1.4 Vergunningverlening en risicobepaling De vergunningenstrategie en de risicoanalyse voor dit taakveld is nieuw ten opzichte van het vorige beleid. Bij het verlenen van nieuwe vergunningen vindt risicobepaling en prioriteitenstelling plaats aan de hand van de strategie voor vergunningverlening bij nieuwe aanvragen en het actualiseringsbeleid voor bestaande milieuvergunningen. Bij het bepalen van de risico’s bij nieuwe beschikkingen of revisievergunningen houden wij rekening met de complexiteit en aard van de vergunningen. Bij aanvragen willen wij komen tot een goed bij de omgeving passend kader voor de aangevraagde activiteiten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen: • omvang en aard van aangevraagde activiteiten; 33

• de specifieke omgeving waar die activiteiten worden uitgevoerd; • beoordeling van de aanvrager op naleefgedrag en integriteit (Bibob). met als resultaat een beschikking op maat, passend in de omgeving. NB: Op basis van de Wet Bibob heeft de gemeente Bibob-beleid vastgesteld. Toepassing van dit beleid vindt plaats middels vergunningverlening en toezicht/handhaving bij inrichtingen waarvoor de gemeente bevoegd gezag is op grond van de Wabo. Jaarlijks wordt in het VTH- programma (als basis voor de opdracht aan de ODRU) ook ingegaan op de actualisering van met name milieuvergunningen, met als resultaat een overzicht van aantal, volgorde en prioritering van de actualisaties en de benodigde capaciteit die voor de actualisatie vereist is. Een actueel vergunningenbestand (milieu) draagt namelijk bij aan het verlagen van de milieudruk en verbetering van naleefgedrag. Een actuele milieuvergunning met daarin verwerkt de laatste stand der techniek en kennis is beter toetsbaar en handhaafbaar.

Voor het actueel houden van het vergunningenbestand milieu heeft de gemeente het volgende beleid: Het vergunningenbestand milieu wordt in de actualisatietoets specifiek beoordeeld op: - Is er sprake van nieuwe wet- en regelgeving waardoor vergunningen binnen een in die wet gestelde termijn aanpassing behoeven? - Vergunningendossiers van tien jaar oud worden getoetst op inhoud, actualiteit van de voorschriften en overzichtelijkheid. 12.1.1.5 Toezicht en handhaving en risicobepaling Met betrekking tot de prioriteiten uit de vorige beleidsperiode (Antea model) worden geen grote wijzigingen voorgesteld. De beschikbaar gekomen resultaten uit voorgaande jaren gaven geen aanleiding tot grote wijzigingen. Ook de jaarverslagen en de beleidsevaluatie van de ODRU bevatten geen aanleiding tot grote veranderingen in de prioriteitenlijst. De volgende prioriteiten worden toegevoegd: • •

•

Corona impact: “gezondheid” i.c.m. horeca, koppeling aan APV toezicht, terrassen en brandveiligheidstoezicht dit aspect meenemen; Brandveiligheid: de risicoanalyse is vooral gericht op bouwwerken waar mensen verblijven. De afgelopen jaren is gebleken dat bij afvalbedrijven en veehouderijen het vaakst brand is dus preventief toezicht bij die bedrijven is op zijn plaats. (wetgeving: Bouwbesluit en bij gevaarlijk afval aanvullend milieuvoorschriften ter preventie van brand i.c.m toezicht op noodplannen etc.); Duurzaamheid: rijks- en gemeentelijke prioriteit bij de prioriteiten bouw- gebruik en milieu. Het collega heeft duurzaamheid als belangrijk punt benoemd. Het is dan ook logisch dat dit onderwerp in de komende VTH-plannen een belangrijke rol speelt. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet vanaf 1 januari 2020 voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Dit geldt voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw. Utiliteitsbouw is bijvoorbeeld een kantoor, of een grote school of zorginstelling. Voor nieuwe overheidsgebouwen geldt een eerdere datum: 1 januari 2019 omdat de overheid een voorbeeldrol heeft.

12.1.1.6 Toelichting Gasloos bouwen Nieuwe woningen krijgen in principe geen gasaansluiting meer. Dit heeft het kabinet besloten en geldt voor bouwaanvragen die na 1 juli 2018 zijn gedaan. Deze maatregel staat in de Wet voortgang energietransitie. Het Bouwbesluit 2012 is ook hierop aangepast. In het Bouwbesluit (en straks het Besluit bouwwerken leefomgeving) staan de eisen waaraan alle bouwwerken moeten voldoen. 12.1.1.7 Toelichting Toezicht energie bedrijven Elk bedrijf (inrichting) is verplicht om energiebesparende maatregelen, te nemen die een maximale terugverdientijd hebben van 5 jaar. Dit staat in het Activiteitenbesluit. 34

Als alle maatregelen genomen zijn, wordt het volgende per inrichting ca. bespaard: • 10% (10.000 m³) gas en; • 15% (75.000 kWh). NB: Bij vergunningbedrijven staan energievoorschriften in de omgevingsvergunning milieu. 12.1.18 Prioriteiten per taakveld In de risicoanalyse van Antea Group wordt er gesproken over een vijftal risico klassen, van zeer klein risico (donker groen) tot zeer groot risico (rood). In de nieuwe top 10 prioriteiten is daar van afgeweken en wordt er enkel gesproken over groot risico (rood) en middelgroot risico (oranje). In de tabel op de volgende pagina is de ‘nieuwe’ top 10 prioriteiten per taakveld in te zien. Hierin heeft er een kleine verschuiving plaatsgevonden t.o.v. de eerdere prioritering uit 2016-2018 die op de achtergrond blijft gelden. Zo hebben we de afgelopen jaren geen grote ontwikkelingen in onze gemeente gehad dat er nieuwe risico’s zijn ontstaan. Wel hebben we de afgelopen jaren gezamenlijk, als gemeente en raad, nieuwe ambities vastgesteld, met als gevolg dat er een kleine verschuiving van focus heeft plaatsgevonden. De twee onderdelen die van kleur zijn veranderd zijn: - Illegale bouw wonen Cat. III > € 1.000.000 (grote wooncomplexen/seriematige woningbouw) o Van oranje naar rood; o Reden hiervoor is dat we in onze woonvisie hebben gesteld 2500 woningen te realiseren.

Hiermee is de kans groter geworden de komende jaren dat er in deze categorie gebouwd zal gaan worden – en is het risico ook groter. Om die reden is het van belang om hier strakker toezicht op te houden. - Vergunning drank- en horecawet o Van oranje naar rood; o Met een score van 34,7 (vanaf 35 rood) in de eerdere risicoanalyse uit 2016, is deze afgerond naar boven toe en heeft daarmee een groot risico klasse toegekend gekregen. Tabel: risicoanalyse - Top 10 prioriteiten per taakveld Taakveld

De 10 prioriteiten per taakveld

Risico-inschatting (rood: groot en oranje middelgroot)

APV Evenementen categorie B en C Incidentele festiviteiten inrichting Ontheffing tijdelijk schenken alcoholische dranken Sluitingsuur horecabedrijven Ontheffing geluidhinder Vergunning drank- en horecawet Overlast hangjongeren Openbare manifestaties en betogingen Ontheffing kampeerterrein Vergunning verkoop vuurwerk Bestaand gebruik Binnenstad Landelijk gebied: Noord en Zuid Woongebied: Panoven Woongebied: Zenderpark Woongebied: Achterveld Woongebied: IJsselveld-West Woongebied: Kasteelkwartier Woongebied: IJsselveld-Oost Woongebied: Oranje Nassaukades Bedrijventerrein: De Corridor Milieu (Chemische) Wasserij Afvalstoffen LPG tankstations

35

Veehouderij varkens/kippen Metaalbedrijven cat. 3/4 Zwembaden Overige industrie Garage met tankstation Jachthaven cat. 3/4 Bedrijven met hoog energieverbruik RO Illegale bewoning en illegaal gebruik gebouwen Illegale bouw wonen Cat. III > € 1.000.000 (grote wooncomplexen/seriematige woningbouw) Illegale bouw publiek Cat. III > € 1.000.000 (voor publiek toegankelijke gebouwen zoals bijv. winkels, café's, supermarkten, bioscopen, etc.) Illegaal slopen (Rijksmonumenten / beschermd stadsgezicht) Illegaal bouwen aan, in of bij (Rijks)monument Gem. monument/Beschermd stadsgezicht) Illegaal slopen met asbest Illegale bouw bedrijf Cat. III >€ 1.000.000 (grote bedrijfs(verzamel)gebouwen) Illegale bouw bedrijf Cat. II € 100.000 - 1.000.000 (bedrijfsgebouwen) Illegale bouw wonen Cat. II € 100.000 - € 1.000.000 (nieuwbouw van woningen/seriematige woningbouw)

Taakveld

De 10 prioriteiten per taakveld

Risico-inschatting (rood: groot en oranje middelgroot)

Brandveiligheid Bejaardenoorden, verzorgingshuizen-woonzorgcomplexen Kinderdagverblijf > 10 personen Klinieken > 10 personen Woning met zorg- zorgclusterwoning, 24-uurs zorg in een woongebouw en Woning met zorg - groepszorgwoning op afspraak Hotel > 50 pers. School (l.l < 12 jaar) 250 - 1000 pers Dagverblijf (kinderen / gehandicapten) 10-50 pers. Hotel 10-50 pers. School (l.l < 12 jaar) 10 - 250 pers. Afvalbedrijven

36

12.1.2 Samenvatting risicomodule APV / Bijzondere wetten - Stadstoezicht Een risicoanalyse voor de taken, die zijn ondergebracht bij Stadstoezicht is niet wettelijk verplicht, zoals dat wel is voorgeschreven bij het bouw- en milieutoezicht. Er is ook een duidelijk verschil in de aard van de werkzaamheden. In de tabel: risicoanalyse - 10 prioriteiten per taakveld is de top 10 van grootste risico’s te vinden. Daarnaast is er een overzicht gemaakt van alle taken die worden uitgevoerd door stadstoezicht. Stadstoezicht is vrijwel uitsluitend actief in het domein van de openbare orde en veiligheid, terwijl het overig toezicht zich bevindt in de gebouwde omgeving van de fysieke leefomgeving. Omwille van de integraliteit is echter het taakveld van Stadstoezicht wel (zij het beperkt) opgenomen in dit VTH-beleid. Het takenpakket is samengesteld op basis van bestuurlijke prioriteiten en signalen uit de bevolking. Die zijn samengevat in het eerder vastgestelde handhavingsuitvoeringsprogramma. Onderstaand zijn deze taken weergegeven: Aandachtspunt: APV (waar onder evenementen)

Voorkomende overtreding(en) / activiteiten ter handhaving: - er worden goederen gestald op een weg - standplaatsen - vergunningen standplaatsen - vergunning inzameling geld of goederen - er wordt geluidshinder veroorzaakt - er is gekapt zonder vergunning of melding - het houden van een betoging zonder vergunning - niet naleven voorschriften van vergunning voor demonstratie - exploitatievergunning - draaiorgel - vergunning bruikbaarheid van de weg artikel 2:10 APV - straatartiest - venten - spandoek plaatsen - ontheffing vuur stoken - evenementen categorie A - evenementen categorie B - evenementen categorie C - kermis organiseren - openbare manifestaties - autocross - snuffelmarkt - ontheffing kampeerterrein - Afsteken (professioneel) vuurwerk - uitstalling exploiteren - aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg - In- en uitrit 2:12 APV - stankoverlast - tijdelijke gebruiksvergunning - verwijzingsborden, ontheffing

DHW

- er wordt alcohol verstrekt aan 18- vergunning niet actueel - geen SVH diploma - leidinggevende niet op vergunning - ontbreken exploitatievergunning - niet naleven schenktijden - niet naleven sluitingstijden - omgeving wordt niet schoon gehouden - geen klachtenlijn Horeca 37

- er wordt een Besloten Partij (BPA) gehouden waar dat niet mag - verkeerde medewerker heeft bardienst - ontbreken barinstructie voor medewerker - vergunning, melding is niet in orde - 1x/4jr basiscontrole bij drankverstrekkers - Regionale samenwerking in toezicht en handhaving DHW Markt (toezicht)

- toezicht

(Zwerf)afval

- inzamelen afval zonder vergunning - dumpingen afval klein (verkeerd aanbieden huisvuil) - dumpingen grofvuil

Parkeeroverlast

- lang parkeren grote voertuigen (caravans e.d.) - parkeren vrachtauto's in woongebied - parkeerexcessen (Mulderfeiten) - parkeren grote voertuigen/uitzicht belemmerende voertuigen - parkeren van voertuigen van een autobedrijf e.d. - parkeren kampeermiddelen - parkeren van reclamevoertuigen - controle parkeervergunningen afdeling II Parkeerverordening IJsselstein 2018 - controle verbodsbepalingen afdeling III Parkeerverordening IJsselstein 2018

Wrakken

- Autowrakken - Fietswrakken

Jeugdoverlast

- overlast van hangjongeren

Hondenoverlast

- honden lopen los waar dat niet is toegestaan - verontreiniging van honden - gevaarlijke honden (op advies van politie) - houden van hinderlijke en schadelijke dieren

Reclame

- reclamemateriaal verspreiden - reclame tijdelijk in de openbare ruimte - plaatsen van voorwerpen op of aan de weg i.s.m. publieke functie (niet tijdelijke reclame)

Terrassen

- terras exploiteren

Integraal surveillance

- snoeproute middelbare scholen - slooproute horeca - overlast van fietsen en bromfietsen - fiets en voetgangersgebied - assistentie hulpdiensten - ongeluk, afzetting, tram overgang, auto vast, etc. - burenruzies - assisteren sluiten (drugs)panden

38

Digitaal opkoop register (DOR)

- vrijstelling met betrekking tot het verkoopregister

Basisregistratie personen (BRP) controles

- controle (i.s.m. politie, brandweer en ODrU)

Administratie

- dagrapportage - proces-verbaal - aannemen/-horen klachten - evaluatie - terugkoppeling klachten

Nieuwe taken vanaf 2020:

- cameratoezicht - (meer) weekenddiensten

De bestaande formatie wordt in deze beleidsperiode uitgebreid met één formatieplaats, specifiek voor het voeren van cameratoezicht. Onderzocht wordt in hoeverre ook de taken van parkeerservice binnen ons Stadstoezicht kunnen worden opgenomen. De werkzaamheden van onze buitengewoon opsporingsambtenaren zijn zodanig binnen het team verdeeld dat er geen solo-functies zijn. Surveillances zijn ook dikwijls in koppels in verband met de veiligheid, zeker in de avond- en nachturen. In deze beleidsperiode wordt de inzet van Stadstoezicht aangepast aan de actuele behoefte, gebaseerd op de ervaringen van de voorbije jaren. Dat wordt vervolgens geborgd in een nieuw handhavingsuitvoeringsprogramma. Samenwerking met ketenpartners zal steeds op effectiviteit worden bezien.

39

12.2 Probleemanalyse en prioriteiten (2016-2018) De opgestelde risicoanalyse en prioritering borduurt voort op de risicoanalyse en prioritering van het eerdere handhavingsbeleid uit 2016-2018. Voor de volledigheid is de destijds opgestelde risicoanalyse en de prioriteit in dit VTH-beleid opgenomen. Wettelijk kader: Besluit omgevingsrecht Artikel 7.2 Handhavingsbeleid 2. Het handhavingsbeleid is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich naar het oordeel van het bestuursorgaan kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde in de gevallen waarin de zorg voor de handhaving daarvan aan hem is opgedragen. 3. Het handhavingsbeleid geeft inzicht in: a. de prioriteitenstelling met betrekking tot de uitvoering van de krachtens het eerste lid voorgenomen activiteiten; b. de methodiek die het bestuursorgaan hanteert om te bepalen of de krachtens het eerste lid gestelde doelen worden bereikt. Het doel van de probleemanalyse is om sturing te geven aan de inspanningen van het toezicht en de handhaving. De probleemanalyse vormt daarmee de basis voor het stellen van prioriteiten, het formuleren van doelstellingen en het uiteindelijk vaststellen van een uitvoeringsprogramma. De probleemanalyse bestaat uit een omgevingsanalyse (beschrijvend gedeelte) en een risicoanalyse (cijfermatig gedeelte).

12.2.1 Wettelijk kader toezicht en handhaving De verantwoordelijkheid voor toezicht vloeit voort uit wettelijke verplichtingen, zoals bijvoorbeeld artikel 5.2 lid 1 Wabo en artikel 125 Gemeentewet. In de jurisprudentie is een ontwikkeling naar de plicht tot handhaving te bespeuren, met name wanneer derden de overheid vragen op te treden. De handhavingsplicht wordt als het ware geactiveerd door een handhavingsverzoek van een derdebelanghebbende. Alleen indien of de mogelijkheid bestaat tot legalisering, of er sprake is van bijzondere omstandigheden, zou van handhaving mogen worden afgezien. De zorg voor de naleving valt uiteen in twee deeltaken, namelijk toezicht en handhaving.

12.2.2 Gebiedsbeschrijving IJsselstein 12.2.2.1 Historie De stad IJsselstein is een landelijke en groene gemeente, gelegen ten westen van de stad Utrecht. IJsselstein is bekend van de monumentale binnenstad en de mediatoren. De monumentale binnenstad van IJsselstein is tot beschermd stadsgezicht aangewezen. Naast de vele monumenten kent IJsselstein ook veel, gezellige horecabedrijven en terrassen. Elke vrijdag is er een middag- en avondmarkt, die bezoekers vanuit ruime omstreken trekt. IJsselstein is Baroniestad en kent een rijke historie en mede daardoor talrijke gemeentelijke- en Rijksmonumenten. Ook archeologisch is het een belangrijke plaats, hetgeen vooral in de binnenstad tot uiting komt. Die binnenstad kent een beschermd stadsgezicht. 12.2.2.2 Ondernemen in IJsselstein De ligging van de stad, langs de A2 is van groot belang voor ondernemend IJsselstein. IJsselstein is ook Zenderstad, vanwege de aanwezigheid van de grootste mediatoren van ons land. Industrieel gezien is de stad, gelegen langs de Hollandse IJssel, bekend van de meubelindustrie. Ook al is die nu beperkt tot één bedrijf. De stad kent meerdere – kleine – industrieterreinen met een gevarieerd aanbod aan bedrijvigheid. Recent is een omvangrijk vleesverwerkend bedrijf gevestigd. Er is nog een beperkte mogelijkheid tot uitbreiding van de bedrijventerreinen.

40

12.2.3 Specificatie per taakveld 12.2.3.1 Specificatie Milieu Binnen het bedrijvenbestand waarvoor de gemeente bevoegd gezag is, zijn 6 bedrijven met een verhoogd risico. Het betreft in het bijzonder twee voormalige provinciale bedrijven, 2 LPG-tankstations en enkele grotere industriële bedrijven. Binnen de gemeente zijn 3 vuurwerkverkoop- en opslagpunt aanwezig, waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. Inmiddels zijn overal in het land de RUD’s operationeel en zijn ook provinciale milieutaken aan die organisaties overgedragen. Voor IJsselstein zijn die taken ondergebracht bij de ODRU. De vergunningsituatie bij de IJsselsteinse bedrijven is dekkend. Bestaande vergunningen worden tijdig geactualiseerd, waarbij de toepassing van de best beschikbare technieken voorop staat. Toezicht op de naleving van de gestelde voorschriften ter bescherming van het milieu vindt periodiek plaats op basis van de eerder genoemde risicoanalyse en het HUP. 12.2.3.2 Specificatie BWT en Ruimtelijke ordening In de gemeente IJsselstein worden er jaarlijks ongeveer 200 omgevingsvergunningen aangevraagd. Daarvan heeft 65% betrekking op bouwen, 10% op slopen, 10% op monumenten/archeologie, 6% aanleggen en 9% op overige activiteiten die vallen onder bouwen en wonen en ruimtelijke ordening.

In deze beleidsperiode worden minder grote bouwwerken verwacht maar wel een toename van vergunningvrij bouwen, asbestsaneringen en kleinere vergunningplichtige werken. 12.2.3.3 Specificatie brandveilig gebruik bouwwerken en evenementen Het objectenbestand van de gemeente IJsselstein waarmee de VRU uitvoering geeft aan de Taakuitvoeringsovereenkomst (TUO) bestaat uit objecten en evenementen met een verhoogd risico, zoals vergunning- en meldingsplichtige bouwwerken brandveilig gebruik, evenementen, gebruik brandbeveiligingsverordening en bouwwerken algemeen gebruik. Deze laatste categorie objecten bestaat voor een groot deel uit industriegebouwen welke opgenomen zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het objectenbestand, waarvoor de gemeente als bevoegd gezag verantwoordelijk is, wordt continu geactualiseerd. Naast toezicht heeft het bestuur van de VRU gekozen voor een accent op gerichte communicatie over veiligheid, onder de noemer “Stimulerende Preventie”. Daarbij wordt actief en gericht gewerkt aan bewustwording over veiligheid, bieden van handelingsperspectief en uiteindelijk gedragsbeïnvloeding. Daarmee wordt beoogt incidenten te voorkomen en – als die plaatsvinden - minder slachtoffers en minder schade als gevolg te hebben. Deze preventieve activiteit sluit aan op de doelstelling uit de landelijke handhavingsstrategie, die in dit beleid is opgenomen.

12.2.3.4 Specificatie APV, afvalstoffenverordening en bijzondere wetgeving Binnen het taakveld APV en bijzondere wetten wordt toezicht gehouden op verschillende terreinen. Voorbeelden hiervan zijn: ● ● ● ● ● ● ●

Controle (coördinatie) voor en tijdens (grotere) evenementen; Controle op de naleving van horecaregels, naast hetgeen wordt uitgevoerd conform het uitvoeringsplan 2016 “Preventie en Handhaving Alcohol”; Controle op het onjuist aanbieden en het storten en verbranden in strijd met de regels van afval in de openbare ruimte; Controle op het onjuist plaatsen van objecten op en langs de openbare weg; Controle op illegale reclame in de openbare weg; Controle op parkeerexcessen buiten de zone van betaald parkeren; Controle op hondenoverlast.

41

12.2.4 Cijfermatige onderbouwing 12.2.4.1 Methodiek risicomodule Voor het uitvoeren van de risicoanalyse is gebruik gemaakt van een methodiek die ontwikkeld is door de ANTEA Groep. Met behulp van de risicomodule is het kwantitatieve deel van de probleemanalyse uitgevoerd. In het onderstaande figuur is de risicomodule schematisch weergegeven.

Figuur: Risicomodule IJsselstein

Centraal in de systematiek van de risicomodule staat de formule: RISICO = KANS maal EFFECT. Deze formule is een internationaal geaccepteerde en veel gebruikte methode om een adequate inschatting te kunnen maken van de benodigde prioriteit van (onder andere) handhavingstaken. Het risico wordt berekend door de scores van het negatief effect te vermenigvuldigen met de kans op niet naleving. De volgende aspecten worden gescoord: ● Negatief effect: Hoe groot zijn de negatieve gevolgen als regels niet worden nageleefd? ● Kans op niet-naleving: Hoe groot is de kans dat een doelgroep de regels niet naleeft? De elementen [KANS] en [EFFECT] zijn met behulp van Antea Group opgebouwd uit allerlei thema's en variabelen. De thema's zijn standaard van toepassing op elk taakveld, de variabelen binnen een thema zijn per taakveld verschillend. De thema’s die de negatieve effecten omvatten zijn: ●

Fysieke veiligheid (o.a. gevaarsindicatie VNG, opslag en gebruik gevaarlijke stoffen);

●

Hinder & leefbaarheid (hinder als gevolg van geur, geluid, licht, stof en verkeer);

●

Duurzaamheid (bodem, water, afval, verbruik van gas en elektra);

●

Volksgezondheid (gebruik toxische stoffen, locatie met asbest, emissie naar lucht).

De thema’s die de kans op niet-naleving omvatten zijn: ● ● ●

Attitude (politieke gevoeligheid, klachten, houding & gedrag); Nalevingstabel (spontane naleving van gedragsregels); Ervaringscijfers (naleving tijdens toezicht in afgelopen drie jaar).

Aan de variabelen zijn scores toegekend die uitdrukking geven aan het risico van een bepaalde taak of object. Op basis van een automatisch rekenmodel komt de totaalscore tot stand. De risico's (conceptprioriteiten) die op basis van de risicomodule zijn bepaald, zijn voorgelegd aan de medewerkers 42

van de gemeente resp. ODRU en VRU naar taakveld. Hierbij zijn de onderlinge wegingen aangepast op de praktijksituatie in IJsselstein. Alle criteria kunnen zwaarder of lichter gewogen worden. Dit hangt af van de aanwezigheid van gegevens. Wat je niet weet, kun je ook niet beoordelen. De risicomodule wordt om die reden periodiek geëvalueerd en aangepast. Deze totaalscore bepaalt in feite de prioriteit. Voor de VRUtaken is ook van het Prevapmodel gebruik gemaakt. De risicomodule is uitgevoerd voor de taakvelden milieu, ruimtelijke ordening, bouwen, bestaande bouw (gebiedstoezicht), brandveiligheid, APV en bijzondere wetgeving. Per taakveld is de methodiek gevuld met de specifieke gegevens van IJsselstein. Ieder taakveld heeft zodoende eigen prioriteiten. Per risicoanalyse zijn de prioriteiten bepaald. Dat wil niet zeggen dat de hoogste prioriteiten per taakveld automatisch de hoogste prioriteit krijgen in de integrale prioritering. 12.2.5 Indeling prioriteiten In de risicomodule krijgen objecten of taken een kleur toegekend op basis van hun eindscore. Hoe groter de score, des te groter het risico. De prioriteitenstelling uit de risicomodule moet richting geven aan de inzet van mensen, middelen, de frequenties van toezicht en handhaving en de aspecten waarop tijdens het toezicht wordt gelet.

De prioriteitenstelling wil zeggen dat overal aandacht aan wordt besteed, alleen met een verschillende handhavingsinzet. Klachten en verzoeken om handhaving worden eveneens getoetst aan dit beleid, hetgeen kan inhouden dat aan laag-prioritaire zaken geen aandacht wordt geschonken. Uiteraard wordt dit wel met de klager gecommuniceerd. In de risicomodule worden vijf kleuren gebruikt: rood, oranje, geel, lichtgroen en donkergroen. De kleur bepaalt welke inzet gepleegd wordt op dat object of die taak. Hieronder een korte omschrijving wat betreft inzet en behandeling per kleur. Categorie

Omschrijving

Rood = Zeer groot risico

• Structurele toekenning van een volledige capaciteit. • Toezicht & handhaving van overtredingen: proactief beleid

Oranje = Groot risico Geel = Beperkt risico

Lichtgroen = Klein risico Donkergroen = Zeer klein risico

• • • • •

Inzet van een gemiddelde capaciteit. Toezicht en handhaving projectmatig, gebieds- en steekproefsgewijs. Nader onderzoek naar oorzaak overtredingen. Inzet van een zeer beperkte capaciteit. Registreren en analyseren van incidenten. Verder een gerichte inzet van de capaciteit op effecten in naleefgedrag met als doel het vergroten van de voorbeeldfunctie (bijv. door vooraankondigingen controles in media en publicatie van uitgevoerde controle- en handhavingsacties). • Altijd controle indien er sprake is van een cluster van incidenten.

12.2.6 Bestuurlijke prioriteiten De uitwerking van de bestuurlijke prioriteiten is terug te zien in het overzicht uit de Risicomodule. Omwille van de dynamiek van een risicomodule zijn deze opgenomen als bijlagen (bijlage 5) in het handhavingsbeleid 2016-2018.

43

12.3 Kwalitatieve risicoanalyse Antea (2016)

44

45

46

47

48

Bijlage 13: Preventiestrategie 13.1 Preventiestrategie Preventiestrategie is de strategie die primair ziet op het bevorderen van spontane naleving van wet- en regelgeving. Belangrijke elementen van de preventiestrategie zijn voorlichting (communicatiestrategie) en de wijze van toezicht (toezichtstrategie). Handhaving is meer dan het corrigeren van overtredingen door het opleggen van herstellende en/of bestraffende sancties. Aan toezicht en handhaving gaan een acceptatieproces (van de gestelde norm, door burgers en bedrijven) vooraf. Dit vergt een gedegen vorm van communicatie. Zo kan er actief voorlichting worden gegeven wanneer blijkt dat bepaalde regelgeving onvoldoende bekend is. Ook kan ingespeeld worden op ontwikkelingen wanneer blijkt dat in een bepaalde branche (of objectencategorie) calculerend gedrag voorkomt. Om inzicht te krijgen in de redenen van overtreden van wet- en regelgeving wordt gebruik gemaakt van de ‘Tafel van Elf’ van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Deze methodiek sluit aan bij de Landelijke Handhavingstrategie (LHS). Met name bij de overtredingen in de lichte segmenten (A1, A2 en B1) is gekozen voor een aanpak middels preventie en communicatie. De Tafel van Elf is een wetenschappelijk ontwikkeld model die inzage geeft in de redenen waarom mensen de regels overtreden.

De methode laat zien dat er vóór het daadwerkelijke sanctietraject voldoende mogelijkheden zijn om middels gerichte communicatie overtredingen te voorkomen, danwel helderheid over normen te verstrekken (mochten die onvoldoende helder zijn). De Tafel van Elf probeert het activeren van het sanctietraject te voorkomen door een verhoogde inzet op preventie. Dat wordt in onderstaande methode toegelicht:

Figuur 4: Tafel van Elf

Onderin de piramide staan werkwijzen die een breed en langdurig effect hebben, het meest inwerken op ‘norm-internalisatie’ (het eigen maken van de norm) en het minst belastend zijn voor burgers en bedrijven. Helemaal in de punt ziet u handhaving in de vorm van controleren en sanctioneren. Dit is met name van belang als een stok achter de deur. De ervaring leert dat effecten van sancties alleen gunstig zijn zolang de handhaving actief is. Bovendien gaat het om een aanpak die doorgaans ingrijpender is voor burgers en bedrijven. Daarnaast is handhaving voor de overheid een kostbaar middel dat gedoseerde inzet vergt. De Tafel van Elf beschrijft dimensies van spontane naleving. De dimensies uit de Tafel van Elf vormen daarom de basis van de preventiestrategie. Dat wordt verder vormgegeven onder invloed van de LHS. Zo wordt eenduidig sanctionerend opgetreden indien –ondanks preventie en communicatie– toch sprake is van een (herhaling van) een overtreding.

49

De elf dimensies voor naleving van wetgeving zijn ondergebracht in twee groepen, elk met hun eigen uitwerking op de neiging tot naleving. De bovenste twee onderdelen van de Tafel van Elf (zie figuur 4 en bijlage 11) omvatten de daadwerkelijke inzet van toezicht en handhaving. In bijlage 11 zijn de verschillende dimensies benoemd en verder uitgewerkt. In het Handhavingsuitvoeringsprogramma wordt uitgewerkt op welke wijze en op welke onderdelen onze gemeente actief communiceert. Hierin wordt opgenomen in welke concrete gevallen de gemeente wel of niet actief communiceert over haar toezicht- en handhavingstaken. Onderdeel van preventiestrategie is verder het inschakelen van buurtbemiddeling of de toepassing van mediation. Dit is aanvulling op de Tafel van Elf. In geval van klachten kan buurtbemiddeling een sterkere oplossingskracht hebben dan de inzet van toezicht & handhaving. Waar mogelijk zetten we deze vorm van preventie in.

50

Bijlage 14: Communicatiestrategie Vanuit het verleden is handhaving is veelal gericht op de beïnvloeding van gedrag van burgers of bedrijven, zodat deze wet- en regelgeving naleven. Deze beïnvloeding zal succesvoller zijn naarmate handhaving is gestoeld op kennis over dit gedrag en de oorzaken ervan. Ook in het gehele VTH-beleid groeit het besef dat adequate naleving van regelgeving kan worden bevorderd door de inzet van informatie en communicatie waarbij de doelen zijn de bevordering van naleving van regelgeving met als hoger doel verbetering, behoud en/of vergroting van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Als de doelgroep niet op de hoogte is van de regels, deze niet goed begrijpt, of onjuist interpreteert, kan regelgeving niet correct worden nageleefd. Voorlichting kan deze specifieke doelgroep(en) informeren over het bestaan van de regels en de juiste toepassing ervan. Als er minder onbedoelde fouten worden gemaakt bij de naleving, blijft er meer capaciteit beschikbaar voor toezicht en handhaving van overtredingen die de meeste impact hebben op de veiligheid(sbeleving) en impact op het woon-, werken leefklimaat. De communicatie vindt zo gericht mogelijk plaats aan de hand van de volgende communicatievormen: - Algemene communicatie: via websites en/of (lokale) media zo veel mogelijk mensen informeren over de regels en de toepassing daarvan.

- Doelgroepgerichte/gebiedsgerichte communicatie: een doelgroep of gebied informeren over de specifieke regels die voor gebied van toepassing zijn. - Individuele communicatie: persoonlijke voorlichting aan een burger of bedrijf over de regels en de toepassing ervan (Omgevingsloket). IJsselstein communiceert actief: - wij kijken naar de mogelijkheden en kansen binnen de wettelijke kaders; - wij lichten inwoners en bedrijven begrijpelijk voor bij complexe en veranderende wetgeving; - wij creëren bewustwording van de wet- en regelgeving; - wij communiceren over goede voorbeelden; - wij communiceren over het vergunningenplan; - wij leggen verantwoording af over onze resultaten en die van onze uitvoeringspartners; - wij stemmen onze communicatie af op de info-behoefte van de doelgroep; - wij stimuleren naleefgedrag door middel van communicatie; - wij beantwoorden vragen over aanvragen zo snel mogelijk en begrijpelijk en communiceren van tevoren wanneer het antwoord komt; - wij communiceren ook van buiten naar binnen en willen weten welke behoefte er leeft bij onze doelgroep.

51

Bijlage 15: Vergunningenstrategie 15.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de strategieën voor vergunningverlening voor diverse activiteiten. Vanuit een risicoanalyse en de prioriteitenstelling volgt een bepaald toetsingsniveau voor diverse activiteiten. In dit beleidsplan worden de toetsingsprotocollen per taakveld gespecificeerd zodat het toetsingsproces transparant en voorspelbaar is voor zowel de gebruikers als voor de klanten. Voor wat betreft de activiteit bouwen is er een toetsingskader opgesteld (Bijlage 27) en voor de toetsing aan het bouwbesluit een toetsmatrix van kracht (zie bijlage 28). Het bevoegd gezag handelt op grond van een strategie en objectieve criteria voor het beoordelen en beslissen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen, ter uitwerking van de in de wet bepaalde criteria. In deze strategie is vastgelegd welke vormen van vergunningverlening worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is, mede ten aanzien van aanvragen die in strijd zijn met het bestemmings- dan wel inpassingsplan. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de basiswerkwijze van vergunningverlening volgens een geborgd proces verloopt. Het bevoegd gezag handelt op grond van objectieve criteria voor het beoordelen en beslissen over een omgevingsvergunning in aanvulling van de hiertoe in de wet bepaalde criteria.

15.2 Doelstelling Het doel van het toetsingsprotocol is om de verlening van vergunningen transparanter te maken en uniformiteit in de toetsing te bewerkstelligen. Met het toetsingsprotocol legt de gemeente zichzelf voor iedere vergunning een minimumtoetsingsniveau op. Het bestuurlijk vaststellen van de toetsingsniveaus van de diverse voorschriften zodat de vergunningverlening op een verantwoorde wijze plaats vindt. Hierdoor kunnen ook de medewerkers afgewogen en expliciete keuzes maken bij het toetsen van vergunningaanvragen en meldingen. Per * 1 januari 2021 zal dit veranderen op basis van de “Wet kwaliteitsborging bouwen”. 15.3 Uitgangspunten bij beoordelingen van vergunningen en meldingen Het toetsingsprotocol heeft uitsluitend betrekking op de voorschriften zoals opgenomen in de betreffende wet- en regelgeving. De mate van toetsen wordt bepaald door het effect dat een bouwfout met zich meebrengt, de kans dat deze zich voordoet én de bestuurlijke prioriteit. 15.3.1 Informatieverstrekking en vooroverleg Voordat een conceptaanvraag, vooroverleg (schetsplan) of complete aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, komt het regelmatig voor dat een aanvrager vooraf overleg wil over de haalbaarheid van zijn plan (voor een concreet initiatief).

Vaak wordt in eerste instantie het verzoek gedaan bij het Omgevingsloket of bij een betrokken medewerker waarbij de initiatiefnemer het project toelicht en de mogelijke vereiste vergunningen of meldingen worden besproken, met de bijbehorende procedures. Bij het vooroverleg wordt globaal gekeken naar de (ruimtelijke) haalbaarheid en inpasbaarheid van het plan. Hierbij is vaak het bestemmingsplan leidend, aangevuld met ander lokaal beleid. Na het vooroverleg is het voor de initiatiefnemer duidelijk of een later in te dienen aanvraag om vergunning kans van slagen heeft en welke procedure hiermee is gemoeid. Als het plan aangepast moet worden, wordt duidelijk aangegeven op welke onderdelen dit dan dient te gebeuren. Eenvoudige aanvragen om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kunnen door het Omgevingsloket worden afgedaan waarbij voor grotere aanvragen een haalbaarheidsverzoek kan worden ingediend. Aan een dergelijk haalbaarheidsverzoek wordt een casemanager gekoppeld. Deze manier van werken zal mogelijk in 2020 wijzigen o.b.v. nieuwe werkafspraken tussen de gemeente en de ODRU. Per 1 oktober 2020 zijn de werkafspraken tussen de gemeente en de ODRU herzien, zo zijn de RO taken teruggehaald naar de gemeente. Hiermee worden de (formele) vooroverleggen opgepakt door de medewerkers van de gemeente. Over het algemeen gaat het hier om initiatieven die niet passend 52

zijn binnen het bestaande beleid en hierin een beleidsmatige afweging gemaakt dient te worden. Eveneens zijn ook bestemmingsplanwijzigingen teruggekomen naar de gemeente als taak. Met het terughalen van deze taken van de ODRU heeft er uitbreiding in eigen formatie plaatsgevonden met 2 FTE. 15.3.2 Indieningsvereisten De indieningvereisten voor aanvragen om vergunningen, ontheffingen en meldingen zijn opgenomen in diverse regelingen, zoals de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor), het Activiteitenbesluit en/of het Bouwbesluit 2012. In bijzondere gevallen kunnen voor de beoordeling andere gegevens nodig zijn dan in specifieke regelingen is opgenomen of wanneer er geen indieningvereisten zijn vastgesteld. Op grond artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het college om (specifieke) aanvullende gegevens vragen. In het geval een aanvraag niet voldoet aan de indieningsvereisten kan deze niet ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent concreet dat de aanvraag niet in behandeling kan worden genomen. Voordat dit gebeurt wordt de aanvrager altijd eerst in de gelegenheid gesteld de aanvraag binnen een aangegeven termijn aan te vullen. 15.3.3 Overige uitgangspunten Als algemene leidraad voor de toetsing van vergunningen geldt dat uit de ingediende gegevens altijd voldoende aannemelijk moet zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan.

De gemeente zorgt ervoor dat zij zelf voldoende kennis op de diverse disciplines bezit of inhuurt zodat de gemeente zich er altijd van kan vergewissen of rapporten en adviezen van derden voldoen aan de regelgeving. 15.3.4 Interne en externe afstemming Integrale vergunningverlening is een onderdeel van de dienstverlening van een gemeente. Een adequate interne afstemming is nodig om aanvragen binnen de wettelijke termijnen compleet af te handelen en draagt daardoor in grote mate bij aan de klantbeleving van de dienstverlening. Dit behelst in eerste instantie een goede afstemming, zowel tussen vergunningverleners en andere interne betrokkenen, als tussen vergunningverlener, toezichthouder, handhaver en adviseurs. Deze afstemming is van wezenlijk belang voor een eenduidige, uniforme toetsing en optreden naar buiten toe. Hiervoor zijn werkprocessen opgesteld en werkafspraken gemaakt. Afstemming en adviesmomenten zijn verwerkt in deze werkprocessen en -afspraken. De werkprocessen en -afspraken die de organisatie aangaan worden in een afzonderlijk document vastgelegd. Deze dynamische uitwerking is een reactie van de organisatie op de bestuurlijke keuzes in dit beleidsplan. Externe afstemming is van belang om te komen tot een optimaal en integraal resultaat in zowel vergunningverlening, toezicht als handhaving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10597634/1