CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie VTH 2026-2029

Commissie Bestuur 7 mei 2026, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven22.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Informatiegestuurd werken: De inzet van toezicht is gebaseerd op gegevens uit meldingen, klachten, toezichtregistraties en risicomodellen. Voorkomen gaat vóór herstellen: Het gesprek met initiatiefnemers en ondernemers wordt zoveel mogelijk benut om overtredingen te voorkomen. Samenwerking en kennisdeling: Toezicht gebeurt in nauwe samenwerking met ODU, VRU, politie, waterschap en omliggende gemeenten.

Toetsingskaders Toezicht vindt plaats binnen de wettelijke kaders van de Omgevingswet, de APV, de Alcoholwet en de gemeentelijke verordeningen. De belangrijkste toetsings- en controlekaders zijn: Toezichtdomein

Kaderwetgeving

Bouwen

Omgevingswet, Bbl, Wkb

Brandveilig gebruik

Omgevingswet, Wet veiligheidsregio’s

Milieu-inrichtingen

Bal, Besluit milieubeheer

APV en openbare orde

APV IJsselstein 2023

Evenementen en horeca

Alcoholwet, APV, Wet Bibob

Illegaal gebruik / bewoning

Omgevingswet, Omgevingsplan (i.o.)

Erfgoed en monumenten

Erfgoedwet, Welstandsnota

Toetsingsdocument / norm Toets- en toezichtprotocol BWT (ODU), controleverslagen bouwveiligheid Controlelijst VRU brandveilig gebruik, evenementenprotocol ODU-toezichtmatrix milieu, inspectierapportages APV (afval, bijplaatsing, terrassen, reclame, honden) beleidsregels evenementen en exploitatie Toetsingskader strijdig gebruik, woonkwaliteit en veiligheid Controlelijst MooiSticht, bouwinspectie erfgoed, controlelijst ODU (archeologie)

De controles worden uitgevoerd op basis van vooraf vastgestelde toezichtprotocollen, waarin per type activiteit de diepgang, frequentie en werkwijze zijn vastgelegd. De ODU hanteert hiervoor de toezicht- en inspectiematrix die jaarlijks wordt afgestemd met de gemeente.

44

Toetsnivaus en controles in kader bouwproces (bouwtechnisch toezicht) Evenals bij het beoordelen van vergunningaanvragen wordt bij het toezicht risicogestuurd gewerkt. Het toetsniveau van het toezicht en het aantal controles rond een bouwactiviteit is in lijn met de risico-inschatting bij de vergunningverlening. De basis is ook hier het toetsprotocol van de Vwbt (LTB 2025 Bbl BrisToets). Toetsniveau

4. Zeer hoog risico – integraal toezicht

3. Hoog risico – representatief toezicht

2. Gemiddeld risico – visueel toezicht

1. Laag risico – administratief / steekproef

Beschrijving Volledige toetsing en controle op alle onderdelen van de activiteit. Gecontroleerd wordt of alle uitgangspunten correct zijn en of berekeningen, constructies, materialen, installaties en brandveiligheidsvoorzieningen voldoen aan de eisen. Van ieder te toetsen aspect worden de resultaten gecontroleerd en zo nodig nagerekend. Controle op de belangrijkste, representatieve onderdelen van het bouwproject. Uitgangspunten worden gecontroleerd op juistheid en aannemelijkheid. Van de belangrijkste onderdelen worden berekeningen steekproefsgewijs gecontroleerd of nagerekend. Toezicht op de uitvoering aan de hand van visuele waarnemingen en toetsing van plausibiliteit van de uitgangspunten. Controle of werkzaamheden conform vergunning en regelgeving worden uitgevoerd. Toezicht op basis van dossiercontrole en steekproefsgewijze fysieke inspecties. Controle of de stukken voldoende informatie bevatten en of de uitvoering aannemelijk overeenkomt met de vergunning.

Toezichtstrategie

Werkwijze

5–10 controles per project: start, fundering, casco, installatie, brandveiligheid, eindcontrole en oplevering.

Intensieve begeleiding en toezicht. Alle disciplines (ODU, VRU, gemeente) nemen deel aan inspecties. Elk controlepunt wordt geregistreerd in het VTHsysteem.

5–7 controles per project, afhankelijk van complexiteit en omvang.

Focus op risicovolle onderdelen zoals constructie, brandcompartimentering, vluchtroutes en brandveilig installaties. Bij afwijkingen wordt opgeschaald naar niveau 4.

3–5 controles per project: start, ruwbouw, brandveiligheid, eindcontrole.

Bezoeken worden gecombineerd met informatiegestuurd toezicht. Eventuele afwijkingen leiden tot aanvullend dossieronderzoek of herstelbezoek.

Steekproefsgewijs (ca. 10– 20%), doorgaans één controle tijdens of na afronding van het werk.

Administratieve controle via het VTH-systeem. Fysieke inspectie alleen bij signalen, klachten of herhaalde overtredingen.

Controle naar aanleiding van een klacht, melding of handhavingsverzoek Klachten, meldingen en handhavingsverzoeken kunnen belangrijke signalen zijn dat zich mogelijk een risico voordoet. Om deze reden streeft de gemeente ernaar om elke melding/klacht of elk handhavingsverzoek binnen één week in behandeling te nemen. Soms is dit door een groot aantal meldingen tegelijkertijd niet mogelijk, en moeten er meldingen en handhavingsverzoeken in de werkvoorraad blijven staan. Daarbij wordt een risico-inschatting gemaakt en wordt een prioriteit aan het signaal toegekend. In dat geval worden de volgende termijnen gehanteerd: Prioriteit Termijn reactie De frequentie van toezicht naar aanleiding van meldingen 4. Zeer hoog 1 week is, zowel bij vergunninggebonden als niet3. Hoog 2 weken vergunninggebonden toezicht, ongeacht de prioritering, 2. Matig 3 weken minimaal eenmaal. Wanneer er sprake is van een 1. Laag 4 weken handhavingsverzoek, wordt de toezichtfrequentie verhoogd naar driemaal. Afhankelijk van de bewijslast kan er meer of minder toezicht plaatsvinden.

45

Prioritering en toezichtfrequentie Het toezicht binnen IJsselstein is risicogestuurd ingericht. Dat betekent dat toezichtcapaciteit wordt ingezet op de activiteiten en locaties waar de risico’s voor de fysieke leefomgeving, veiligheid, gezondheid en leefbaarheid het grootst zijn. De prioritering sluit aan op de risico- en omgevingsanalyse in hoofdstuk 4 van de U&Hstrategie, de uitvoeringskaders voor vergunningverlening en handhaving (bijlagen 3 en 5) en de afspraken met ketenpartners zoals ODU, VRU, politie, MooiSticht en OOV. Door toezicht op deze manier te ordenen ontstaat een transparante, uitlegbare en uitvoerbare systematiek waarin duidelijk is wat voorrang krijgt, waarom dat zo is en welke frequentie daarbij hoort. Dit sluit aan bij de eisen uit het Omgevingsbesluit en de handreiking van de provincie Utrecht voor de beleids- en uitvoeringscyclus. In de prioritering worden vier niveaus onderscheiden: Prioriteit Zeer hoog

Hoog

Matig

Laag

Omschrijving Activiteiten die een direct en acuut risico vormen voor veiligheid, gezondheid, erfgoed, openbare orde of ondermijning krijgen de hoogste aandacht en worden onmiddellijk en intensief, waar nodig integraal met ketenpartners, fysiek gecontroleerd. Activiteiten die een aanzienlijk risico opleveren voor structurele veiligheid, gebruiksveiligheid, leefbaarheid, milieu of ruimtelijke kwaliteit worden planmatig en met gerichte, frequente toezichtinzet gevolgd. Activiteiten die wel een structurele maar geen acute impact hebben op de leefomgeving worden periodiek of thematisch gecontroleerd, doorgaans op basis van administratief en gericht fysiek toezicht. Activiteiten met beperkte risico’s voor veiligheid, leefbaarheid, milieu of erfgoed worden in principe signaalgestuurd opgepakt, eventueel aangevuld met steekproeven of lichte administratieve controles.

De vier prioriteitsniveaus zijn het algemene kader voor risico-gestuurd toezicht. In de volgende toezichttabellen is dit uitgewerkt per toezichtsgebied, zodat zichtbaar wordt welke toezichtwijze en frequentie bij elk niveau hoort. Daarmee wordt concreet hoe de prioriteiten worden toegepast binnen de domeinen bouwen, sloop, gebruik, horeca, evenementen, erfgoed, ondermijning, openbare ruimte en buitengebied. Deze uitwerking zorgt voor eenduidige keuzes in toezichtinzet en maakt het mogelijk capaciteit effectief te richten op de activiteiten met de grootste risico’s. 1. Bouwen en verbouwen Toezicht op bouwen en verbouwen richt zich op het borgen van constructieve veiligheid, brandveiligheid en naleving van vergunningvoorschriften. De frequentie en diepgang zijn afgestemd op de risico’s die tijdens de bouwfase kunnen ontstaan. Prioriteit

Activiteiten

Zeer hoog

Risicovolle bouw, GK3, complexe constructies

Hoog

Illegale (ver)bouw, acuut veiligheidsrisico

Matig

Reguliere GK2-(ver)bouw

Laag

Vergunningsvrije GK1-bouw

Toezichtwijze + frequentie Intensief fysiek toezicht: 5–10 controles per bouwfase Gericht fysiek toezicht: beoordeling binnen 48 uur, controle binnen 7 dagen Gericht fysiek toezicht: 3–5 controles per bouwfase Signaalgestuurd toezicht: steekproef 10–20% of bij meldingen

2. Sloop Bij sloopwerkzaamheden staan veiligheid, asbest en het voorkomen van ongecontroleerde of illegale sloop centraal. De prioriteit bepaalt of toezicht direct fysiek, administratief of signaalgestuurd plaatsvindt. Prioriteit Zeer hoog

46

Activiteiten Illegale sloop, acuut gevaar, asbest

Toezichtwijze + frequentie Intensief fysiek toezicht: altijd direct fysiek na melding

Hoog Matig Laag

Meldingsplichtige risicovolle sloop Reguliere sloopmeldingen Niet-meldingsplichtige sloop

Administratief + gericht fysiek toezicht: volledige toets + fysieke controle bij risico Administratief toezicht: volledige dossierbeoordeling Signaalgestuurd toezicht

3. Gebruik (omgevingsplan) Toezicht richt zich op het voorkomen van onrechtmatig, strijdig of hinderlijk gebruik van gebouwen, percelen en functies in strijd met het omgevingsplan. Dit omvat o.a. illegale bewoning, kamerverhuur, logies, bedrijfsmatigheid op woonlocaties en verkeerd gebruik van bijgebouwen. Prioriteit Zeer hoog

Hoog Matig Laag

Activiteiten Gebruik met acuut risico zoals illegale bewoning, overbewoning, onveilige logies, ondermijning. Strijdig gebruik met aanzienlijke leefbaarheidsof veiligheidsimpact zoals kamerverhuur met risico, strijdige bedrijvigheid. Gebruik dat afwijkt van planregels zonder acuut risico, beperkte functiewijzigingen. Kleine of incidentele strijdigheden zonder veiligheids- of leefbaarheidsrisico.

Toezichtwijze + frequentie Intensief fysiek toezicht: direct handelen, spoedcontrole binnen 24–48 uur, frequente vervolgcontroles. Gericht fysiek toezicht: controle binnen 5 werkdagen, periodieke vervolgbezoeken. Administratief + gericht fysiek toezicht: periodieke controle (1× per 1–2 jaar). Signaalgestuurd toezicht: inzet bij meldingen, steekproeven mogelijk.

4. Brandveiligheid Toezicht op brandveilig gebruik richt zich op het waarborgen van veilige ontvluchting, voldoende zelfredzaamheid en het voorkomen van brandgevaarlijke situaties tijdens het gebruik van een gebouw. Daarbij wordt gekeken naar gebruiksfuncties, aanwezigheid van publiek of slapende personen en de organisatorische maatregelen die nodig zijn om risico’s te beheersen. Prioriteit Zeer hoog

Hoog

Matig Laag

Activiteiten Brandveilig gebruik met laag zelfredzaam publiek, nachtgebruik of grote publieksfuncties (zorg, logies, kinderopvang). Publieksfuncties met normaal zelfredzame personen zoals horeca, scholen, sporthallen. Gebouwen met beperkt brandveiligheidsrisico zoals kantoren met daggebruik, bedrijfsruimten zonder publiek. Objecten met zeer beperkte risico’s onder algemene regels.

Toezichtwijze + frequentie Intensief fysiek toezicht: jaarlijkse controle en extra toezicht bij signalen of wijzigingen. Gericht fysiek toezicht: controle 1× per 2 jaar, aanvullend toezicht bij evenementen of gebruikswijzigingen. Administratief + fysiek toezicht: 1× per 4 jaar.

Signaalgestuurd toezicht: alleen inzet bij meldingen of opvallende signalen.

5. Horeca Het toezicht op horeca is gericht op veiligheid, leefbaarheid en naleving van de Alcoholwet en exploitatievoorwaarden. Prioriteiten worden bepaald op basis van risicoprofiel, overlastpatroon en het type inrichting. Prioriteit Zeer hoog Hoog

47

Activiteiten Nachtzaken, locaties met structurele overlast Alcoholverstrekkende horeca met verhoogde risico’s

Toezichtwijze + frequentie Integraal toezicht: jaarlijkse controle + extra acties bij overlast Gericht fysiek toezicht: 1× per 2 jaar

Matig Laag

Reguliere horeca Lichte daghoreca

Administratief + fysiek toezicht: 1× per 2–3 jaar Signaalgestuurd toezicht

In 2026–2029 wordt toezicht op horeca jaarlijks programmatisch uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma, inclusief themacontroles op sluitingsuur, alcoholverstrekking, geluid en terrasgebruik. 6. Evenementen Toezicht op evenementen waarborgt publiekveiligheid en ordelijke afwikkeling in de openbare ruimte. De toezichtinzet is afhankelijk van het risicoprofiel van het evenement (A, B of C). Prioriteit Zeer hoog Hoog Matig Laag

Activiteiten Grote evenementen (Type C), binnenstadsevenementen Type B-evenementen Wijk- en buurtevenementen Type A-evenementen

Toezichtwijze + frequentie Integraal toezicht: voorcontrole, toezicht tijdens evenement, nazorg Gericht fysiek toezicht: vooraf en op de dag zelf Onderdeel surveillance Signaalgestuurd toezicht

7. Erfgoed Het erfgoedtoezicht beschermt de cultuurhistorische waarde van monumenten en het beschermd stadsgezicht. De risico’s bepalen de intensiteit van toezicht tijdens werkzaamheden en verbouwingen. Prioriteit Zeer hoog

Hoog Matig Laag

48

Activiteiten Ingrijpende verbouwingen, sloop of risicovolle werkzaamheden aan monumenten, Rijksmonumenten, monumenten met publieksfunctie Ingrijpen in beschermd stadsgezicht, grotere gevelwijzigingen Kleine wijzigingen (zonnepanelen, beperkte gevelaanpassing) Overige monumenten Klein onderhoud

Toezichtwijze + frequentie Integraal toezicht; 3–5 controles per bouwfase + Jaarlijkse inspectie Rijksmonumenten en monumenten met publieksfunctie Gericht toezicht; 1–2 controles per bouwfase Administratief en fysiek toezicht; 1 controle 1× per 2 jaar gevelcontroles Signaalgestuurd toezicht

8. Openbare ruimte (APV) Toezicht in de openbare ruimte is gericht op orde, netheid en veiligheid, waaronder afval, terrassen, reclameuitingen en hinderlijk gebruik. De inzet varieert van projectmatige acties tot signaalgestuurde controles. Prioriteit Zeer hoog

Hoog

Matig

Laag

Activiteiten Acute verstoringen van de openbare orde, direct gevaarlijke situaties en ernstige jeugdoverlast op hotspots. Structurele overlast, herhaalde afvaldumpingen, belemmerende terrassen/uitstallingen en verkeersonveilige parkeersituaties. Zwerfafval, verkeerd aanbieden afval, hondenoverlast, fietsoverlast en parkeren zonder direct risico. Incidentele lichte verrommeling, kleine APVovertredingen zonder veiligheids- of leefbaarheidsrisico.

Toezichtwijze + frequentie Direct fysiek optreden + intensieve surveillance (vooral avonden/weekenden), meldingen direct oppakken, aanwezigheid tot rust is hersteld. Gerichte fysieke controles + gebiedsgerichte surveillance; hotspots 1× per kwartaal, meldingen binnen 5 dagen afhandelen. Thematisch toezicht + reguliere surveillance; thema-acties 1–2× per jaar, meldingen beoordelen en gericht optreden bij herhaling. Signaalgestuurd toezicht + beperkte surveillance; afhandeling op basis van meldingen en steekproeven.

9. Ondermijning Toezicht op ondermijning en het buitengebied richt zich op het signaleren en aanpakken van criminele inmenging, misbruik van panden en ongewenste ontwikkelingen. Waar nodig wordt integraal met ketenpartners opgetreden. Prioriteit Zeer hoog

Hoog

Matig

Laag

Activiteiten Sterke aanwijzingen voor criminele inmenging (drugs, wapens, mensenhandel), verdachte panden of percelen met acuut risico, signalen uit RIEC/politie over criminele bedrijfsvoering. Verhuur aan onbekende of slecht traceerbare partijen, misbruik van woningen of bedrijfslocaties, verdachte activiteiten in het buitengebied (schuren, stallen, opslag). Kwetsbare sectoren zonder concrete signalen (horeca, logistiek, detailhandel), ongebruikelijke transacties of bedrijfswisselingen die nadere toetsing vragen. Reguliere ondernemers zonder risicoindicatoren, afwezigheid van meldingen of signalen van misbruik, incidentele afwijkingen zonder structurele aanwijzingen.

Toezichtwijze + frequentie Directe integrale actie (politie, RIEC, OOV, BOA’s), spoedtoezicht ter plaatse, intensieve opvolging en frequente hercontroles. Gerichte fysieke controles + gebiedsgerichte surveillance, minimaal 1× per kwartaal, met integrale controles bij toenemende risico’s. Thematisch toezicht + administratieve screening, fysieke controles 1× per 1–2 jaar of bij risicosignalen; koppeling met Bibob waar passend. Signaalgestuurd toezicht + beperkte surveillance, inzet bij meldingen of opvallende signalen, eventueel steekproeven.

Werkwijze toezicht Toezicht houdt in dat de gemeente controleert of activiteiten in de fysieke leefomgeving voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en de voorwaarden van verleende vergunningen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen nalevingstoezicht en opsporing. Nalevingstoezicht is het reguliere, planmatige toezicht op naleving van regels en vergunningen; opsporing is gericht op het vaststellen van overtredingen naar aanleiding van klachten, signalen of een redelijk vermoeden van een onrechtmatige situatie. Beide vormen kunnen elkaar aanvullen: nalevingstoezicht voorkomt overtredingen, opsporing herstelt ze. Het toezichtproces kent verschillende stappen: voorbereiden, uitvoeren, overdragen, afstemming en rapportage. 1. Voorbereiden De voorbereiding van toezicht vindt plaats binnen het zaaksysteem, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen vergunninggebonden en niet-vergunninggebonden toezicht. De toezichthouder analyseert beschikbare

49

informatie, zoals vergunningen, meldingen, bouwtekeningen, eerdere controles en signalen van andere afdelingen. Bij niet-vergunninggebonden toezicht worden aanvullende bronnen geraadpleegd, zoals luchtfoto’s, BRP-, KvK- en GIS-gegevens. Op basis van deze voorbereiding bepaalt de toezichthouder de toezichtstrategie en risicoclassificatie (volgens de toezichtmatrix) en stelt hij vast of de controle aangekondigd of onaangekondigd zal plaatsvinden. 2. Uitvoeren van toezicht Tijdens het toezicht wordt gecontroleerd of de activiteit in overeenstemming is met de verleende vergunning of met de algemene regels uit de Omgevingswet en het omgevingsplan. De toezichthouder legt waarnemingen systematisch vast, met datum, tijd, locatie, foto’s en bevindingen. Bij vergunninggerelateerd toezicht vindt dit plaats op vooraf vastgestelde momenten, afhankelijk van het risiconiveau (steekproef tot 10 controles per bouwproject). Bij niet-vergunninggebonden situaties wordt gewerkt op basis van signalen of thema’s, waarbij de toezichthouder als ogen en oren van de organisatie fungeert. Indien een overtreding wordt vermoed, bespreekt de toezichthouder dit ter plaatse of achteraf met de betrokkenen en beoordeelt hij of herstel, legalisatie of handhaving aan de orde is. Afhankelijk van de mogelijkheden tot legalisatie wordt of een bouwstop opgelegd of worden aanvullende bescheiden opgevraagd. 3.

Overdragen en afstemming Wanneer sprake is van een (mogelijke) overtreding, draagt de toezichthouder de zaak over aan de handhavingsjurist. Dit gebeurt via het zaaksysteem, waarin alle bevindingen en bewijsmateriaal zijn opgenomen. Er vindt wekelijks overleg plaats tussen toezichthouders en juristen om zaken af te stemmen, prioriteiten te bepalen en te beslissen of bestuursrechtelijke maatregelen (zoals een last onder dwangsom of bestuursdwang) nodig zijn. Indien de overtreding betrekking heeft op brandveiligheid of evenementen, wordt afgestemd met de VRU, die bij herhaalde constatering een handhavingsadvies aan de gemeente kan geven. Ook de ODU en OOV worden betrokken bij complexe of integrale casussen, zoals milieuovertredingen of ondermijnende activiteiten. 4. Rapportage en registratie Na afloop van elke controle wordt een constateringsrapport opgesteld volgens het uniforme werkproces in het zaaksysteem. Hierin wordt vastgelegd: wie de controle uitvoerde, datum en locatie, aanleiding, betrokkenen, bevoegdheden, waarnemingen, bevindingen volgens de LHS(O)-systematiek, en de voorgestelde vervolgactie. De coördinator Toezicht en Handhaving ziet toe op de kwaliteit en uniformiteit van de rapportages. De uitkomsten worden gebruikt voor monitoring, risicobeoordeling en het jaarverslag VTH, zodat trends en naleefgedrag zichtbaar worden en beleid kan worden bijgesteld.

Integraal werken bij het toezicht De gemeente haar ketenpartners houden op verschillende wijzen op verschillende zaken toezicht. De inzet is om waar mogelijk zoveel mogelijk integraal te werken. Dat is niet alleen effectief maar beperkt ook de toezichtlast voor degene die wordt gecontroleerd. Integraal toezicht kan op verschillende manieren worden ingevuld. Controleren met elkaar Waar mogelijk wordt integraal toezicht uitgevoerd. Dit betekent dat bij controles gebruik wordt gemaakt van andere actoren om expertises te bundelen en complexe situaties minder complex te maken. De gemeente speelt hierin een actieve rol door vooraf te beoordelen of andere belanghebbenden kunnen aansluiten bij de uitvoering van het toezicht. Controleren na elkaar Wanneer controles na elkaar worden uitgevoerd dient er op een integrale manier een vorm van informatiedeling plaats te vinden. Dit heeft als voordeel dat toezicht verspreid wordt over een langere periode. De gemeente speelt hier een actieve rol in door het hebben van afstemmingsgesprekken met partners die een toezichthoudende rol uitvoeren. Controleren voor elkaar Wanneer de situatie zich hiervoor leent, kan één toezichthouder een integrale rol op zich nemen om bijvoorbeeld ook het toezicht van een andere instantie uit te voeren. Dit geldt uitsluitend voor de minder complexe dossiers.

50

Signaleren voor elkaar De toezichthouder neemt tijdens de controle een actieve rol op zich om ook de ogen en oren te zijn voor andere beleidsvelden en/of bestuursorganen. Op deze manier kunnen signalen worden doorgegeven aan partners, die deze vervolgens vanuit hun expertise verder kunnen oppakken. ‘Slim’ toezicht De slimme toezichthouder binnen de gemeente maakt gebruik van innovatieve programma’s, handreikingen en hulpmiddelen die beschikbaar zijn. Daarnaast vervult de toezichthouder de taak met inachtneming van de prioritering om dossiers te creëren die (bestuurlijk) draagvlak hebben. Zo blijft toezicht effectief en efficiënt wat moet resulteren in dat de toezichthouder betere resultaten kan behalen.

Monitoring toezichtstrategie Doel toezicht Snelle reactie op signalen en meldingen Systematisch en programmatisch uitvoeren van het toezicht

51

Indicator

Meetmoment

% meldingen binnen 1 week opgepakt (KPI: 90%)

Halfjaarlijks

Realiseren toezichtfrequenties volgens de toezichtstrategie (KPI: 90%)

Halfjaarlijks

Bijlage 5: uitvoeringskader handhaving Doel Handhaving is het sluitstuk van de nalevingsketen. Door consequent, proportioneel en transparant op te treden bij overtredingen, draagt VTH bij aan een veilige, leefbare en rechtvaardige stad. Handhaving waarborgt de rechtsgelijkheid, beschermt publieke waarden zoals gezondheid, veiligheid, milieu en ruimtelijke kwaliteit, en bevordert naleving op lange termijn. Het doel van handhaving is: Het herstellen van de rechtmatige situatie en het voorkomen van herhaling. Het bevorderen van naleving door een voorspelbare en geloofwaardige overheid. Het tegengaan van ondermijning en misbruik van regels of vergunningen. Het borgen van vertrouwen in de overheid door evenwichtig en zorgvuldig optreden. Waar niet anders mogelijk kan de gemeente een situatie of activiteit tijdelijk gedogen. Gedogen kan uitsluitend in uitzonderlijke gevallen worden overwogen wanneer direct handhavend optreden zou leiden tot onevenredige gevolgen of disproportionele schade voor de betrokkene of derden, gelet op de aard en ernst van de overtreding, het te beschermen belang en de mogelijkheid tot legalisering. Dit kan onder meer het geval zijn bij onherstelbare economische of maatschappelijke schade, veiligheidsrisico’s die door abrupt ingrijpen ontstaan of situaties waarin een redelijk alternatief (nog) ontbreekt

Uitgangspunten De handhavingsstrategie van IJsselstein sluit aan op de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Belangrijkste uitgangspunten voor de gemeente zijn: Beginselplicht tot handhaving: Bij overtredingen wordt in beginsel handhavend opgetreden. Alleen bij concrete legalisatiemogelijkheden of zwaarwegende belangen kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken. Proportionaliteit en subsidiariteit: De zwaarte van het handhavingsmiddel staat in verhouding tot de aard en ernst van de overtreding. Eerst wordt gestuurd op vrijwillig herstel, daarna volgt bestuursrechtelijke of strafrechtelijke handhaving. Integrale benadering: Handhaving wordt waar nodig afgestemd met ketenpartners (ODU, VRU, politie, OM, RIEC, OOV). Zo nodig wordt gezamenlijk opgetreden bij ondermijnende of complexe overtredingen. Transparantie en rechtszekerheid: De inwoner of ondernemer weet waarom en op welke grond handhaving plaatsvindt. Besluiten zijn navolgbaar, gemotiveerd en toetsbaar. Voorkomen boven sanctioneren: Waar mogelijk zet de gemeente preventieve gesprekken en voorlichting in om escalatie en juridische procedures te voorkomen. Lerend systeem: Handhavingsresultaten leveren input op voor verbetering van vergunningverlening, toezicht en beleid.

Aanpak Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) De gemeente IJsselstein hanteert bij de uitvoering van haar handhaving de uitgangspunten van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Daarmee wordt op een uniforme, transparante en proportionele wijze opgetreden bij overtredingen, met als hoofddoel het herstellen van de rechtmatige situatie en het bevorderen van naleving. De LHSO biedt een interventiematrix die handhavers helpt te bepalen welke maatregel passend is, afhankelijk van de ernst van de overtreding en het naleefgedrag van de overtreder. Bestuurs- strafrechtelijke handhaving De gemeente kiest in beginsel voor bestuursrechtelijke handhaving, omdat deze route laagdrempeliger, flexibeler en sneller is dan strafrechtelijke vervolging. Bestuursrechtelijke sancties kunnen direct worden ingezet door het college en zijn gericht op herstel van de overtreding. Pas wanneer sprake is van ernstige of herhaalde overtredingen, acuut gevaar, forse milieuschade of crimineel handelen, wordt geschakeld naar een strafrechtelijke aanpak door politie en het Openbaar Ministerie (OM) of een combinatie van beide. Een gecombineerde aanpak wordt bijvoorbeeld toegepast bij ondermijnende activiteiten, milieudelicten of illegale

52

bewoning in combinatie met fraude of hennepteelt: het OM vervolgt strafrechtelijk, terwijl de gemeente bestuursrechtelijke maatregelen treft, zoals sluiting van panden of intrekking van vergunningen. Herstelsancties Binnen de bestuursrechtelijke aanpak hanteert de gemeente verschillende herstelsancties: Last onder dwangsom (LOD) – De overtreder wordt opgedragen binnen een vastgestelde termijn de overtreding te beëindigen. Wordt niet voldaan, dan verbeurt de dwangsom. Last onder bestuursdwang (LOB) – De gemeente beëindigt zelf de overtreding, bijvoorbeeld door illegale bouw stil te leggen of materialen te verwijderen. De kosten worden verhaald op de overtreder. Spoedeisende bestuursdwang – Bij direct gevaar of dreigende schade kan onmiddellijk worden ingegrepen; het besluit wordt achteraf vastgelegd. Intrekking van een begunstigende beschikking – Wordt toegepast als een vergunninghouder stelselmatig handelt in strijd met de voorwaarden van zijn vergunning. Begunstigingstermijnen en dwangsommen Het toepassen van een last onder dwangsom gebeurt zorgvuldig en proportioneel, met herstel als belangrijkste doel. De dwangsom moet voldoende prikkelend zijn om naleving af te dwingen, maar mag niet zo hoog worden vastgesteld dat deze een straf vormt.

Bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en de begunstigingstermijn gaat de gemeente in de basis uit van de landelijke leidraad en van de uitgangspunten van de Awb. De begunstigingstermijn wordt zo gekozen dat herstel realistisch mogelijk is, zonder dat feitelijk wordt gedoogd. Bij gedragsvoorschriften of eenvoudig herstel kan een korte termijn volstaan; bij complexer herstel wordt aangesloten op de benodigde herstelinspanning. Een verzoek om verlenging van de begunstigingstermijn wordt alleen gehonoreerd als de overtreder aantoonbaar en substantieel heeft gewerkt aan herstel en een korte extra periode naar verwachting tot volledig beëindigen van de overtreding zal leiden. Verlenging is niet aan de orde wanneer geen inspanning is verricht of wanneer uitstel geen effect zal hebben. Na het aflopen van de begunstigingstermijn volgt een controle. Als de overtreding is beëindigd, wordt de procedure afgesloten; zo niet, dan wordt de dwangsom van rechtswege verbeurd en start zo nodig een invorderingstraject. De gemeente hanteert drie modaliteiten: een eenmalige dwangsom, een dwangsom per tijdseenheid of een dwangsom per overtreding. Bij een dwangsom per tijdseenheid of per overtreding wordt altijd een maximumbedrag vastgesteld.

Standaard kiest de gemeente voor een dwangsom per tijdseenheid, omdat dit beter aansluit bij situaties waarin herstel iets later wordt afgerond zonder dat direct een zeer hoog bedrag wordt verbeurd. Waar wettelijk vereist wordt de overtreding opgenomen in de Wkpbregistratie. In uitzonderlijke situaties kan het bevoegd gezag daarnaast kiezen voor bestuursdwang of — wanneer andere maatregelen geen effect sorteren — (gedeeltelijke) intrekking van een vergunning. De gemeente past bij al deze afwegingen de LHSO toe, waarin ernst, gevolgen, naleefgedrag en omstandigheden bepalend zijn voor de keuze en zwaarte van de interventie. In bijlage 6 zijn de door de gemeente gehanteerde dwangsommen en begunstigingstermijnen verder uitgewerkt. De dwangsommen en begunstigingstermijnen waar het gaat om het taakveld milieu zijn vastgelegd in de U&H-strategie Regio Utrecht 2026. Handhavingsverzoeken Handhavingsverzoeken van inwoners of organisaties worden door het college altijd zorgvuldig beoordeeld, ook wanneer het verzoek betrekking heeft op een overtreding met lage prioriteit. De gemeente heeft een beginselplicht tot handhaving, wat betekent dat alleen van optreden kan worden afgezien bij concreet zicht op legalisatie of bij een onevenredig nadeel voor het algemeen belang. De behandeling van

53

handhavingsverzoeken vindt plaats volgens de uniforme procedure van de Awb; de verzoeker ontvangt altijd een gemotiveerd besluit over de afweging en de eventuele maatregelen. Samenwerking In de uitvoering van de handhaving wordt samengewerkt tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke partners. Binnen het bestuursrecht werkt IJsselstein nauw samen met de ODU (milieu, bouw) en de VRU (brandveiligheid en evenementen). Voor strafrechtelijke zaken is afstemming met politie, OM en RIEC essentieel, vooral bij ondermijningssignaleringen. Deze samenwerking zorgt ervoor dat handhaving daadkrachtig, proportioneel en effectief kan worden uitgevoerd. Overtredingen eigen organisatie of andere overheden Bij overtredingen door de gemeente zelf of andere overheidsinstanties geldt dezelfde lijn: ook de overheid is gebonden aan wet- en regelgeving en heeft een voorbeeldfunctie. Wanneer binnen de eigen organisatie overtredingen worden gesignaleerd, worden deze eerst via korte interne lijnen opgelost. Indien geen herstel volgt, wordt alsnog formeel handhavend opgetreden, zodat de integriteit van het handhavingssysteem gewaarborgd blijft. Gedogen Hoewel handhaving het uitgangspunt is, kan de gemeente in uitzonderlijke gevallen besluiten tot gedogen. Dit is geen recht van de burger, maar een bewuste bestuurlijke afweging van belangen.

Gedogen wordt alleen toegepast als sprake is van tijdelijkheid, transparantie (schriftelijk vastgelegd in een gedoogbeschikking), geen risico’s voor veiligheid, gezondheid of milieu, concreet zicht op legalisatie (bijvoorbeeld bij een lopende vergunningaanvraag) en evenredigheid, wanneer direct handhaven onevenredige schade zou veroorzaken. Het wordt gebruikt bij overgangsperioden tussen regelingen, lopende aanvragen of tijdelijke situaties in afwachting van nieuw beleid. Elk besluit wordt juridisch getoetst, vastgelegd door het college met duidelijke voorwaarden en termijnen, en gemonitord en heroverwogen binnen de gestelde periode. Gedogen is daarmee een tijdelijke, transparante en controleerbare uitzondering op de handhavingsplicht.

Werkwijze De handhavingsprocedure volgt een vaste, zorgvuldige systematiek die is gebaseerd op de Awb en de LHSO. a. Constatering en kwalificatie van de overtreding Overtredingen worden vastgesteld via toezicht, klachten, signalen of meldingen. De bevindingen worden vastgelegd in een controleverslag en juridisch getoetst. Op basis van de ernst, omvang en risico’s wordt de overtreding gepositioneerd in de LHSOmatrix (gedrag vs. effect). b. Afspraken maken over herstel (fase 1) Bij lichte of herstelbare overtredingen volgt eerst een waarschuwing of gesprek met de overtreder. De overtreder krijgt een redelijke hersteltermijn om de situatie in overeenstemming te brengen. De toezichthouder registreert het resultaat en controleert het herstel. c. Bestuursrechtelijke handhaving met het oog op herstel (fase 2) Als herstel uitblijft, volgt een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang. De maatregel wordt afgestemd op de ernst van de overtreding en het effect op de leefomgeving. Bij spoedeisende of gevaarlijke situaties kan direct bestuursdwang worden toegepast. d. Straffend optreden (fase 3) Bij ernstige of recidiverende overtredingen met opzet, onherstelbare (ernstige) schade, gevaarzetting of ondermijning wordt straffend opgetreden. Het kan leiden tot proces-verbaal, aangifte doen of een door de gemeente op te leggen bestuurlijke boete. e.

Nazorg en evaluatie Na afronding wordt gecontroleerd of de overtreding daadwerkelijk is beëindigd. Herhaalde overtredingen leiden tot hogere sancties of structureel toezicht. Bevindingen worden periodiek geëvalueerd en meegenomen in de risicoanalyse.

54

Als een situatie in aanmerking komt voor gedogen, volgt de gemeente een zorgvuldige werkwijze. Eerst wordt beoordeeld of aan de voorwaarden uit de gedoogstrategie is voldaan, zoals tijdelijk karakter, geen risico’s voor veiligheid of milieu en concreet zicht op legalisatie. Vervolgens wordt een gedoogbesluit voorbereid en onderbouwd, waarin het voornemen om te gedogen – indien mogelijk – ter inzage wordt gelegd zodat belanghebbenden hun zienswijze kunnen geven. Na weging van deze zienswijzen besluit het bevoegde bestuursorgaan om wel of niet te gedogen en worden, indien nodig, voorwaarden opgenomen ter bescherming van het algemeen belang. Alleen wanneer een schriftelijke gedoogbeschikking is vastgesteld, is sprake van formeel gedogen; in alle andere gevallen blijft handhaving in principe aan de orde.

Monitoring Doel handhaving Effectieve naleving door proportioneel optreden Consequent optreden

55

Indicator % overtredingen dat ongedaan gemaakt is zonder dat de gemeente formeel heeft moeten optreden (KPI: 90%) % overtredingen dat ongedaan gemaakt is door formeel optreden van de gemeente (KPI:100%) % overtredingen met onherstelbare schade waar de gemeente een bestuurlijke boete heeft opgelegd (KPI: 90%) % aangetroffen situaties met verhuurmisstanden (intimidatie, discriminatie, te hoge borg, ongewenste druk) dat is opgevolgd met een passende maatregel (KPI: 100%)

Meetmoment Halfjaarlijks Jaarlijks Jaarlijks

halfjaarlijks

Bijlage 6: dwangsommen en begunstigingstermijnen

Taakveld

Overtreding

Modaliteit

Minimum

Termijn

Algemeen

Geen medewerking verlenen aan toezichthouder

Per overtreding

5.000

Direct

Ontbrekende onderzoek zoals preventieonderzoek, bodemonderzoek, energiebesparingsonderzoek, akoestisch onderzoek etc.

Ineens

3.000

8 weken

Overleggen ontbrekende gegevens, zoals logboek, administratie, energienota, lekdichtheid, registratie, rapportage etc.

Ineens

1.000

4 weken

Geen melding of omgevingsvergunning brandveilig gebruik

Ineens

20.000

4 weken

Niet naleven voorschriften brandveilig gebruik

Ineens

10.000

2 weken

Niet naleven voorschrift omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik.

Ineens

10.000

8 weken

Ontbreken document over adequate toepassing constructieonderdeel.

Ineens

3.000

1 week

Overschrijden totaal onechte en/of ongewenste meldingen brandmeldinstallaties.

Per overtreding

5.000

direct

Aanleggen, bouwen of slopen in strijd met (planregels) omgevingsplan

ineens

20.000

8 weken

Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning kwalificatie licht: zoals kabels en leidingen, ophogen etc.

ineens

10.000

8 weken

Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning kwalificatie middel: zoals heiwerkzaamheden, bodem verlagen, gronden afgraven etc.

Ineens

15.000

6 weken

Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning kwalificatie zwaar: zoals watergangen, oppervlakteverhardingen van wegen, regels t.a.v. archeologie etc.

Ineens

20.000

6 weken

Bouwen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning, kwalificatie licht: zoals erfafscheiding, tuinmeubilair, vlaggenmasten, schotelantennes, zonweringen etc.

Ineens

5.000

8 weken

Bouwen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning kwalificatie middel: zoals aanbouw aan bestaand hoofdgebouw, bijgebouw,

Ineens

20.000

8 weken

Brandveiligheid

Aanleggen

Bouwen

56

Taakveld

Modaliteit

Minimum

Termijn

Bouwen zonder omgevingsvergunning kwalificatie zwaar: zoals een woning, bedrijfsgebouw etc.

Ineens

100.000

8 weken

Bouwen in strijd met het Bbl, kwalificatie licht: zoals technische voorschriften bruikbaarheid etc.

Per week

10.000

8 weken

Bouwen in strijd met het Bbl, kwalificatie middel: zoals technische voorschriften energiezuinigheid etc.

Per week

15.000

8 weken

Bouwen in strijd met het Bouwbesluit, kwalificatie zwaar: zoals technische voorschriften veiligheid, gezondheid etc.

Per week

20.000

8 weken

Slopen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning of een melding, kwalificatie licht: zoals het slopen van een bijgebouw zonder asbest etc.

Ineens

5.000

6 weken

Slopen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning of een melding, kwalificatie middel: zoals slopen zonder asbest (overig)

Ineens

10.000

6 weken

Slopen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning of een melding, kwalificatie zwaar: zoals slopen met (waarschijnlijk) asbest

Ineens

30.000

6 weken

Verandering aan, op, in of bij een monument zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning.

Ineens

25.000

4 weken

Verandering in beschermd stad- en dorpsgezichten zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning.

Ineens

20.000

4 weken

Gebruik in strijd met omgevingsplan zoals verkeerd gebruik grond/erf, illegale handelingen buitengebied etc

Ineens

10.000

8 weken

Strijdig gebruik omgevingsplan: wonen of bedrijfsmatige activiteiten waar niet toegestaan, etc.

Ineens

20.000

10 weken

Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen, kwalificatie licht: zoals rookmelder, blustoestel, vluchtrouteaanduiding, zelfsluitende deur, etc.

Per week

3.000

2 weken

Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen, kwalificatie middel: zoals brandweeringang,

Per week

6.000

4 weken

Overtreding overkapping, paardenbak, regels t.a.v. archeologie, afwijking van vergunning t.a.v. woning/bedrijfsgebouw etc.

Slopen

Monumenten

Strijdig gebruik

Voorschriften Bbl

57

Taakveld

Modaliteit

Minimum

Termijn

Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen, kwalificatie zwaar: zoals ontruimingsinstallatie, bluswatervoorziening etc.

Per week

10.000

8 weken

In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk – bouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (cat. licht): erfafscheiding, tuinmeubilair, vlaggenmasten en soortgelijke bebouwing.

Per overtreding

10.000

Direct

In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk – bouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (cat. middel): aanbouw, bijgebouw, overkapping en soortgelijke bebouwing.

Per overtreding

15.000

Direct

In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk – bouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (cat. zwaar): nieuwe woning of bedrijfsgebouw en soortgelijke bebouwing.

Per overtreding

50.000

Direct

In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk – bouwen in strijd met het bouwbesluit (veiligheidsvoorschriften).

Per overtreding

25.000

Direct

In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk – bouwen in strijd met het bouwbesluit (overig).

Per overtreding

10.000

Direct

Overtreding brandmeldinstallatie, aankleding ruimten, verbindingsweg, etc.

Stillegging bouw

De dwangsommen en begunstigingstermijnen waar het gaat om het taakveld milieu zijn vastgelegd in de U&Hstrategie Regio Utrecht 2026.

58

Bijlage 7: lijst van ketenpartners Veiligheidsregio Utrecht (VRU): adviseert de gemeente IJsselstein over brandveiligheid en gezondheid bij vergunningverlening en voert het toezicht hierop uit, conform de afspraken in de dienstverleningsovereenkomst (DVO). Omgevingsdienst Utrecht (ODU): De omgevingsdienst voert voor de gemeente de VTH-taken op het gebied van bouwen en milieu uit en voorziet de omgevingsdienst de gemeente IJsselstein waar nodig met specialistisch (milieu)advies; Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDRS): Voor specifieke werkzaamheden en activiteiten is een vergunning nodig van HDRS. Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) met een waterbelang heeft HDRS een adviesrol; Politie en het Openbaar Ministerie: partner als het gaat om de strafrechtelijke handhaving en openbare orde en veiligheid; Staatsbosbeheer (SBB): samenwerkingspartner bij de groene handhaving; De provincie Utrecht: coördineert de samenwerking in vergunningverlening, toezicht en handhaving en is als bevoegd gezag voor natuurwetgeving verantwoordelijk voor de vergunningverlening en handhaving op grond van de Wet natuurbescherming. Rijksdienst voor cultureel erfgoed (RCE) en MooiSticht: Adviseur bij vergunningverzoeken die betrekking hebben op (rijks)monumenten.

Adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit: Advisering over welstand, erfgoed, beeldkwaliteit en de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (bij grote projecten).

59

Bijlage 8: Gebruikte afkortingen en begrippen Afkorting / Begrip APV Aw Bbl Bgbop Bibob Boa BOPA / OPA Bouwactiviteit B&W DVO Handhaving IBT LHSO LTB 2025 BrisToets ODU OM OOV Ow PMO Preventie RIEC Risicogestuurd toezicht RUD

60

Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening. Lokale verordening met regels over de openbare orde, veiligheid, leefbaarheid en evenementen. Alcoholwet. Regelt het schenken en verkopen van alcoholhoudende dranken en stelt eisen aan leidinggevenden en inrichtingen. Besluit bouwwerken leefomgeving. Geeft landelijke technische regels voor bouwwerken onder de Omgevingswet. Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Regelt brandveilig gebruik van plaatsen zoals evenementenlocaties. Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Geeft de gemeente bevoegdheid om te toetsen of een vergunning of transactie misbruikt kan worden voor criminele activiteiten. Buitengewoon opsporingsambtenaar. Handhaver met opsporingsbevoegdheid in het publieke domein. (Buitenplanse) Omgevingsplanactiviteit. Activiteit waarvoor een vergunning nodig is om af te wijken van het omgevingsplan. Activiteit gericht op het bouwen of verbouwen van bouwwerken; onder de Wkb deels onder toezicht van private kwaliteitsborgers. College van burgemeester en wethouders, bevoegd gezag voor de uitvoering van gemeentelijke VTH-taken. Dienstverleningsovereenkomst. Overeenkomst waarin afspraken met partners (zoals VRU of ODU) over taken, kosten en prestaties zijn vastgelegd.

Alle activiteiten gericht op het herstellen van een overtreding of het voorkomen van herhaling, variërend van waarschuwing tot bestuursdwang of boete. Interbestuurlijk Toezicht. Provinciale taak om toezicht te houden op de uitvoering van wettelijke taken door gemeenten. Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. Landelijk kader voor een zorgvuldige en proportionele aanpak bij overtredingen. Toetsprotocol van de Vereniging van Bouw- en Woningtoezicht voor het risicogestuurd toetsen van vergunningaanvragen aan het Bbl en het uitvoeren van toezicht Omgevingsdienst Utrecht (fusie met RUD Utrecht per 1 januari 2026). Uitvoeringsdienst voor milieu, bouwtoetsing en specialistisch (milieu)advies. Openbaar Ministerie. Strafrechtelijke handhavingspartner voor gemeenten en politie. Openbare Orde en Veiligheid. Beleidsveld gericht op veiligheid, crisisbeheersing, toezicht in de openbare ruimte en aanpak ondermijning. Omgevingswet. Hoofdwet voor de fysieke leefomgeving. Bepaalt de kaders voor vergunningverlening, toezicht en handhaving door gemeenten, provincies en waterschappen. Provinciaal Milieu Overleg. Overlegstructuur onder regie van de provincie Utrecht waarin samenwerking over vergunningverlening, toezicht, handhaving en natuurtoezicht wordt gecoördineerd. De inzet van communicatie, voorlichting en overleg om overtredingen en risico’s te voorkomen.

Regionaal Informatie- en Expertise Centrum. Samenwerkingsverband dat gemeenten ondersteunt bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Toezichtstrategie waarbij inzet en frequentie worden afgestemd op de kans en de gevolgen van overtredingen. Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht. Wordt per 2026 onderdeel van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht (ODU).

Afkorting / Begrip Toezicht Vbwt VRU VTH Wkb Wnb

61

Toelichting Het controleren van naleving van wet- en regelgeving, zowel programmatisch, projectmatig, thematisch als signaalgestuurd. Vereniging Bouw- en Woningtoezicht. Branchevereniging die landelijke toets- en toezichtprotocollen ontwikkelt voor gemeenten. Veiligheidsregio Utrecht. Adviseert over brandveiligheid en gezondheid bij vergunningverlening en voert het brandveiligheidstoezicht uit voor de gemeente IJsselstein. Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. De kerninstrumenten van de gemeente om naleving van regels in de fysieke leefomgeving te waarborgen. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Regelt dat private kwaliteitsborgers toezicht houden op de bouwkwaliteit van bouwwerken binnen gevolgklasse 1 - nieuwbouw. Wet natuurbescherming. Wet die regels stelt voor bescherming van natuur, soorten en gebieden; uitvoering en vergunningverlening liggen bij de provincie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16696529/1