2.1 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie VTH 2026-2029
Tekst van het document
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie VTH 2026-2029
Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH), omgevingsrecht, Apv en bijzondere wetten
Gemeente IJsselstein
Samenvatting Voor een veilige, leefbare en toekomstbestendige stad De gemeente IJsselstein staat voor grote opgaven. De druk op de woningmarkt neemt toe, de historische binnenstad moet met zorg worden behouden, economische vitaliteit staat onder spanning en inwoners ervaren op diverse plekken in de stad leefbaarheidsproblemen. Tegelijkertijd vraagt de Omgevingswet — samen met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de Wet goed verhuurderschap — om een meer integrale en transparante uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&H-strategie) van IJsselstein maakt integraal onderdeel uit van de beleidscyclus van de Omgevingswet Daarmee vormt dit document de strategische basis voor het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma (UVP), de uitvoering én de monitoring via het jaarverslag. Door deze koppeling ontstaat een continue cyclus van analyseren, prioriteren, uitvoeren en evalueren (Big-8), waarmee de kwaliteit van de leefomgeving duurzaam wordt geborgd. In deze cyclus worden beleidskaders uit de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, de APV en bijzondere wetten expliciet verbonden met de uitvoering van VTH-taken. Door deze verbinding worden beleidsdoelen structureel omgezet in uitvoerbare keuzes voor vergunningverlening, toezicht en handhaving.
De strategie is daarbij een opmaat naar een meer integraal VTH-beleid voor de hele fysieke leefomgeving, dat wil zeggen voor het omgevingsrecht en voor VTH-openbare orde en veiligheid (VTH-OOV). Vooral voor VTH-OOV ligt er nog een ontwikkelopgave. Die is op hoofdlijnen beschreven in deze strategie en wordt in een apart spoor nader uitgewerkt.
Werken waar het echt nodig is: risico’s en maatschappelijke opgaven centraal De gemeente richt haar VTH-inzet nadrukkelijk op de thema’s waar de risico’s voor veiligheid, gezondheid en leefbaarheid het grootst zijn. Dat betreft in het bijzonder constructieve veiligheid, brandveiligheid, strijdig gebruik, illegale (ver)bouw, horeca en evenementen, overlast en de kwaliteit van de openbare ruimte. Bij de inzet en uitvoering zijn daarbij de komende jaren de volgende doelstellingen en principes leidend: Veilige gebouwen: voorkomen van constructieve en brandonveilige situaties door gerichte toetsing en toezicht. Voorkomen van illegale (ver)bouw en sloop: vroegtijdige signalering, tijdige interventie en consequente handhaving. Beheersen van strijdig gebruik: tegengaan van ongewenste bewoning, short-stay, kamerverhuur en andere vormen van oneigenlijk gebruik. Veilige en verantwoorde horeca: actuele en handhaafbare exploitatie- en Alcoholwetvergunningen en programmatisch toezicht op naleving. Verbeteren van leefbaarheid in wijken: terugdringen van overlast, afvalproblematiek en ongewenst gebruik van de openbare ruimte. Veilige evenementen: tijdige toetsing, duidelijke voorschriften en effectief toezicht tijdens publieksevenementen. Informatiegestuurde inzet: werken op basis van meldingen, hotspots, risicoanalyses en trends in veiligheid en leefomgeving.
Deze risicobenadering is niet alleen een technische exercitie; het is een manier van werken die maatschappelijke waarde centraal stelt. Veilig gebruik van gebouwen, beheersing van overlast en behoud van ruimtelijke kwaliteit zijn randvoorwaarden voor een leefbare stad. De prioriteiten bepalen de diepgang van toetsing, de intensiteit van toezicht en de snelheid en zwaarte van handhaven.
VTH als partner in stedelijke ontwikkeling IJsselstein ziet VTH niet als een uitvoeringsdomein dat aan de zijkant opereert, maar als een essentieel instrument om de doelen van de gemeente te realiseren.
2
Bij de woningbouwopgave draagt VTH bij door voorspelbare en tijdige vergunningverlening, het faciliteren van woningtoevoeging in de bestaande voorraad (splitsen, optoppen, herbestemmen) en het beschermen van bewoners via de Wet goed verhuurderschap. Rond het erfgoed houdt VTH toezicht op instandhouding, biedt het maatwerk bij verduurzaming van monumenten en treedt het consequent op bij schade aan cultureel erfgoed. Bij bodemverstorende activiteiten (bijvoorbeeld bij sloop) het voortijdig betrekken van Archeologie om onherstelbare schade te voorkomen. Voor economie, recreatie en toerisme biedt VTH (snel) duidelijkheid over de geldende regels en procedures (zoals APV en Omgevingswet) en beoordeelt aanvragen vanuit een ‘ja, mits’-benadering. Zo worden initiatieven die bijdragen aan de vitaliteit van de binnenstad en het buitengebied – zoals kleinschalige logies en nieuwe publieksfuncties – zorgvuldig mogelijk gemaakt binnen de gestelde kaders. Tegelijk wordt strak gestuurd op actualiteit van exploitatie- en Alcoholwetvergunningen en wordt via de Wet Bibob misbruik van vergunningen tegengegaan. Voor veiligheid en leefbaarheid werken handhavers zichtbaar en gebiedsgericht, samen met politie, Cazas Wonen, Stichting Pulse, wijkbeheer de Veiligheidsregio Utrecht (VRU, brandveiligheid en crisisbeheersing) en de Omgevingsdienst Utrecht (ODU, milieu en bouw).
Zij signaleren vroegtijdig onveilige situaties en dragen bij aan het normaliseren van overlast, afvalproblematiek en strijdig gebruik.
Basis op orde: noodzakelijke randvoorwaarden voor een betrouwbare uitvoering Een belangrijke rode draad in dit beleidsplan is het versterken van de uitvoeringskwaliteit. De gemeente kiest voor het op orde brengen en houden van de basis. Dit betekent onder meer: Actuele vergunningen: Verouderde of onvolledige (exploitatie)vergunningen worden opgeschoond of geactualiseerd. Vergunningen worden zo opgesteld dat ze uitvoerbaar en handhaafbaar zijn, en standhouden in bezwaar en beroep. Professionalisering van toezicht: De inzet wordt risicogestuurd, informatiegestuurd en gebiedsgericht. Toezichthouders zijn zichtbaar aanwezig en beschikken over actueel inzicht in risicolocaties. Volledig en modern instrumentarium: Naast waarschuwingen en last onder dwangsom zet de gemeente — waar nodig — ook zwaardere instrumenten in, zoals bouw- of gebruiksstops, bestuurlijke boetes, intrekking van vergunningen en sluiting van panden. IJsselstein beschouwt handhaving als een verantwoordelijkheid richting veilige en rechtvaardige leefomgeving. Digitale informatievoorziening op orde: De ontwikkeling van dashboards en informatiegestuurde processen ondersteunt het maken van keuzes, het monitoren van resultaten en het verbeteren van beleid.
Integraal samenspel tussen beleid en uitvoering: VTH wordt structureel betrokken bij de actualisering van het omgevingsplan en andere beleidskaders, zodat regels uitvoerbaar zijn en toezicht niet wordt geconfronteerd met onduidelijk of verouderd beleid.
Preventie voorop: naleving begint bij duidelijkheid IJsselstein kiest voor een stevige preventieve aanpak. Door heldere informatie, toegankelijke procedures, tijdig vooroverleg en goede communicatie worden veel overtredingen voorkomen. Toezichthouders en boa’s vervullen een belangrijke signalerende rol en werken nauw samen met ODU, VRU, politie en sociaal domein. Preventie is daarmee niet alleen informeren, maar ook vroeg signaleren, begeleiden en bemiddelen waar dat nodig is.
Een consequente en voorspelbare overheid De gemeente wil voorspelbaar zijn in haar handelen: duidelijke verwachtingen vooraf, duidelijke beslissingen tijdens vergunningverlening en duidelijke consequenties bij overtredingen. IJsselstein hanteert de Landelijke Handhavingsstrategie en laat zien dat handhaving geen toevalligheid is, maar een ordelijk en transparant proces waarbij risico’s, motieven en omstandigheden worden meegewogen. Herstel staat daarbij voorop.
Toekomstbestendige organisatie Met de komst van de Omgevingswet wordt van gemeenten verwacht dat zij beschikken over een competente, robuuste en wendbare VTH-organisatie. IJsselstein investeert daarom in deskundigheid, rolzuiverheid, samenwerking met de ODU en VRU en een heldere P&C-cyclus waarin doelen, monitoring en evaluatie centraal
3
staan. De landelijke kwaliteitscriteria 3.0 zijn daarbij een belangrijk ijkpunt. Ook voor VTH-OOV geldt een ontwikkelopgave: het structureel borgen van werkprocessen, actualiteit van vergunningen, programmatisch horecatoezicht, wijkgericht werken en vaste samenwerking met politie, VRU en partners in de wijken.
Sturing via uitvoeringsprogramma en (jaarlijkse)evaluatie Deze U&H-strategie beschrijft het kader met prioriteiten, doelstellingen en de wijze van inzet van VTH voor vier jaar. De concretisering daarvan vindt jaarlijks plaats via een uitvoeringsprogramma, met operationele doelstellingen en KPI’s (“Wat dit jaar bereiken en presteren?”). Het jaarverslag laat zien wat daarvan is gerealiseerd en welke ontwikkelingen een bijstelling van beleid of inzet vragen. Zo ontstaat een zichtbare, toetsbare en lerende beleidscyclus.
Kortom Met deze U&H-strategie kiest IJsselstein voor een uitvoerbare, toekomstbestendige en maatschappelijke waardevolle VTH-inzet. Een aanpak die ruimte biedt aan initiatieven, risico’s beheerst, veiligheid versterkt, leefomgeving beschermt en de ambities van de stad mede mogelijk maakt — in goede samenwerking met inwoners, ondernemers en partners.
4
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING ACHTERGROND MISSIE EN VISIE STATUS REIKWIJDTE LEESWIJZER
2.
3.
TERUGBLIK EN OPGAVEN VOOR DE TOEKOMST
BESTUURLIJKE UITGANGSPUNTEN
11
RISICOGESTUURDE PRIORITEITEN
BIJDRAGE AAN DE BREDERE OPGAVEN BIJDRAGE AAN DE REALISATIE VAN DE WOON- EN WONINGBOUWOPGAVE BIJDRAGE AAN HET BEHOUD VAN ERFGOED BIJDRAGE AAN DE ONTWIKKELING VAN ECONOMIE, RECREATIE EN TOERISME BIJDRAGE AAN VEILIGHEID EN LEEFBAARHEID
6.
7.
UITVOERINGSSTRATEGIE VTH
11 12 12 14 14 15 16 18 18 19 19 20 22
PREVENTIE VERGUNNINGVERLENING OMGEVINGSRECHT VERGUNNINGVERLENING APV EN BIJZONDERE WETTEN TOEZICHT OMGEVINGSRECHT HANDHAVING OMGEVINGSRECHT TOEZICHT EN HANDHAVING BIJZONDERE WETTEN
22 22 23 24 25 26
ORGANISATIE EN KWALITEITSBORGING
27
ORGANISATIE, SAMENWERKING EN BORGING FINANCIËLE MIDDELEN KWALITEITSBORGING Bijlagen
5
8 8 8 8 9 9 9
BRANDVEILIGHEID EN CONSTRUCTIEVE VEILIGHEID OPENBARE RUIMTE TEGENGAAN ILLEGALE SLOOP EN (VER)BOUW EN STRIJDIG GEBRUIK 5.
6 6 6 6 7
ONTWIKKELINGEN EN VERANDERENDE CONTEXT BEREIKTE RESULTATEN KNELPUNTEN EN LEERPUNTEN KRITISCHE SUCCESFACTOREN VOOR GOEDE UITVOERING TERUGBLIK VTH-OOV OPGAVEN VOOR DE TOEKOMST
FOCUS OP RISICO’S EN AANSLUITING BIJ DE BESTUURLIJKE OPGAVEN EEN TRANSPARANTE EN CONSEQUENTE UITVOERING BORGING VAN HET UITVOERINGSPROCES EN STEVIGE VERBINDING MET BELEID 4.
6
Bijlage 1: Risicoanalyse 2025 Bijlage 2: Uitvoeringskader preventie Bijlage 3: Uitvoeringskader vergunningverlening Bijlage 4: Uitvoeringskader toezicht Bijlage 5: Uitvoeringskader handhaving Bijlage 6: Dwangsommen en begunstigingstermijnen Bijlage 7: Lijst met ketenpartners Bijlage 8: Gebruikte afkortingen en begrippen
27 29
1. Inleiding Achtergrond Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn voor de gemeente IJsselstein belangrijke instrumenten die bijdragen aan een schone, veilige en gezonde leefomgeving voor de inwoners, ondernemers en bezoekers. Met de vergunningverlening biedt de gemeente inwoners en ondernemers de mogelijkheid om initiatieven te realiseren: bedrijfsactiviteiten te ontwikkelen, te (ver)bouwen of evenementen te organiseren. Dit binnen kaders van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, (brand)veiligheid, het milieu, erfgoed, natuur en landschap, gezondheid en leefbaarheid. Daarop wordt toezicht gehouden en waar nodig op gehandhaafd. De kaders, prioriteiten, doelstellingen en aanpak de komende jaren is vastgelegd in de voorliggende Uitvoeringsen Handhavingsstrategie (U&H-strategie).
Missie en visie De gemeente IJsselstein staat voor een schone, veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Met de inzet van VTH beschermen we wat waardevol is – onze leefkwaliteit, veiligheid en historische identiteit – én maken we ruimte voor ontwikkeling. We doen dit samen met inwoners, ondernemers en partners. Zo dragen we concreet bij aan de ambities uit de Omgevingsvisie IJsselstein: behoud én ontwikkeling. De inzet van VTH is de praktische schakel tussen visie en werkelijkheid. Waar de Omgevingsvisie de koers bepaalt en het toekomstige Omgevingsplan de regels bevat, zorgt de U&H-strategie ervoor dat die regels in samenhang met landelijke regels in de praktijk worden nageleefd en dat initiatieven zorgvuldig worden begeleid. Onze uitvoering geeft zo handen en voeten aan de uitgangspunten van de Omgevingswet: integraal werken, ruimte bieden aan initiatieven, samenwerking in de keten en vertrouwen in de samenleving.
Status Voor zover het gaat om de VTH-taken die vallen onder de Omgevingswet zijn een actueel beleidskader en jaarlijks programma en verslag verplicht . De U&H-strategie is opgesteld in nauwe samenwerking met de Omgevingsdienst Utrecht (UDO) en afgestemd met de gemeenten Lopik en de Ronde Venen en met de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). De strategie is vastgesteld door het college van B&W en ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad en aan de provincie. De laatste ziet er - als Interbestuurlijk toezichthouder (IBT) – op toe dat de gemeente aan haar wettelijke verplichting voldoet. De U&H-strategie wordt jaarlijks vertaald in een (meerjaren)uitvoeringsprogramma. Over de uitvoering en behaalde resultaten wordt elk jaar verslag gedaan. 1
Reikwijdte De U&H-strategie heeft betrekking op de VTH-taken op basis van de Algemene plaatselijke verordening (APV), overige verordeningen, bijzondere wetten (zoals de Alcoholwet), de Omgevingswet en daaraan gelieerde lokale regelgeving zoals het omgevingsplan. De inzet van VTH op basis van de APV en bijzondere wetten heeft vooral betrekking op de horeca, evenementen en de openbare ruimte. De inzet van VTH op basis van de Omgevingswet heeft betrekking op de ruimtelijke inpassing en gebruik van activiteiten, sloop, (ver)bouw, brandveiligheid, cultureel erfgoed (monumenten, archeologie), milieu, reclame-uitingen, het rooien van bomen, natuurbescherming, de aanleg van in- en uitritten, plaatsen objecten op de openbare weg en evenementen (in relatie tot brandveiligheid, tribunes, tenten, podia). Daarnaast wordt VTH ook ingezet bij onder andere adrescontroles, de BAG en het toezicht op de Wet goed verhuurderschap. 2
1 Die verplichting is vastgelegd in art. 13.5 t/m art. 13.11 van het Omgevingsbesluit. 2 Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG).
6
Verbinding VTH-omgevingsrecht en openbare ruimte Op een aantal thema’s zoals reclame, horeca en evenementen) is ook sprake van een samenloop tussen omgevingsrecht, APV en bijzondere wetten. Dat vraagt om een goede afstemming tussen VTH-omgevingsrecht en VTH OOV/openbare ruimte. De voorliggende U&H-strategie is een opmaat naar een meer integraal VTHbeleid van de gemeente en legt eerste inhoudelijke verbindingen tussen beide taakgebieden. De VTH-taken voor zover die betrekking hebben op (ver)bouwen en milieubelastende activiteiten (MBA’s) laat de gemeente uitvoeren door de ODU en het toezicht op de brandveilig gebruik gebeurt door de VRU. De gemeente voert zelf de VTH-taken uit waar het gaat om de toetsing aan het omgevingsplan, de VTH-taken vanuit OOV en de juridische handhaving. De OOV taken op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing, jeugd, zorg en veiligheid en de regie op integrale veiligheid vallen buiten de reikwijdte van de U&H-strategie. 3
Leeswijzer De U&H-strategie is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestuurlijke kaders voor het VTH-beleid. Hoofdstuk 3 blikt kort terug op de afgelopen jaren en sluit af met de aandachtspunten voor de komende jaren. Hoofdstuk 4 benoemt de prioriteiten en doelstellingen tot 2029. Hoofdstuk 5 beschrijft de bijdrage die VTH levert aan de realisatie van bredere gemeentelijke opgaven. De wijze waarop VTH wordt ingezet (‘uitvoeringsstrategie’) is in hoofdlijnen beschreven in hoofdstuk 6. In de bijlagen is dit meer in detail uitgewerkt voor de uitvoeringsorganisatie, dit als onderdeel van de wettelijke verplichting. Tenslotte beschrijft hoofdstuk 7 hoe de uitvoering is georganiseerd, hoe de kwaliteit van de organisatie en uitvoering worden geborgd én wat nog de ontwikkelopgave is voor de komende jaren.
3 De integrale regie op handhavingscasussen valt wel binnen de reikwijdte.
7
2. Terugblik en opgaven voor de toekomst Een solide evaluatie vormt de basis voor het actualiseren van het VTH-beleid. Door terug te blikken op de ontwikkelingen van de afgelopen beleidsperiode, kunnen lessen worden getrokken voor de inrichting van de uitvoeringsstrategie in de komende jaren. Deze evaluatie geeft inzicht in de belangrijkste trends, de bereikte resultaten, de knelpunten en de voorwaarden voor succesvolle uitvoering. De analyse is gebaseerd op gesprekken met betrokken bestuurders en medewerkers, rapportages van de ODU, jaarverslagen, en praktijkervaringen in vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Ontwikkelingen en veranderende context De afgelopen beleidsperiode is de inzet van VTH-omgevingsrecht sterk beïnvloed door externe stelselwijzigingen. De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) hebben geleid tot een fundamentele wijziging in het vergunningenproces. Met name de nieuwe knip tussen de omgevingsplanactiviteit (OPA) en de technische bouwactiviteit (BBL) heeft gezorgd voor een grotere complexiteit, vooral bij particuliere aanvragers. Dit leidt in de praktijk regelmatig tot onvolledige verzoeken, vergunningsvrije activiteiten die alsnog toezicht vereisen, het ontbreken van de noodzakelijke meldingen in het bouwproces en een toename van meldingen bij toezicht en handhaving. Daarnaast heeft het fusietraject van de ODRU en de RUD tot de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) geleid tot organisatorische veranderingen. Tegelijkertijd is de maatschappelijke dynamiek toegenomen: inwoners zijn actiever in het melden van overlast en strijdig gebruik, terwijl de gemeente zich geconfronteerd ziet met opgaven rond woningbouw, erfgoedbehoud, verduurzaming en veiligheid.
Bereikte resultaten Hoewel de afgelopen beleidsperiode gekenmerkt werd door ingrijpende veranderingen, heeft de gemeente IJsselstein belangrijke resultaten bereikt in de uitvoering van de VTH-taken. De kwaliteit van de vergunningverlening is duidelijk verbeterd: vergunningen worden zorgvuldiger opgesteld en houden stand in bezwaar- en beroepsprocedures. De samenwerking tussen de gemeente en de omgevingsdienst (voorheen ODRU, nu ODU) is verbeterd. Er is een vaste VTH-coördinator, het overleg is meer gestructureerd en verantwoordelijkheden zijn duidelijker belegd. Dat laat onverlet dat er ook in 2026 nog verbeterpunten zijn voor het samenspel, onder andere in de wijze van en de momenten waarop wordt gerapporteerd. Daarnaast is sprake van een stabiele en deskundige formatie met weinig personeelsverloop. De samenwerking, tussen RO, toezicht en juridische afdelingen, verloopt steeds beter. Ook in de informatievoorziening zijn stappen gezet. De ontwikkeling van dashboards, BI-tools en integratie met P&C-structuren bieden de organisatie beter inzicht in de voortgang en prestaties. Daarnaast zijn de interne processen beter beschreven en vastgelegd, waardoor de uitvoering consistenter is geworden. Op het gebied van erfgoedtoezicht is extra inzet gerealiseerd met de komst van een tweede toezichthouder.
Een verbeterpunt is daar nog het tijdig aanleveren van rapportages met het oog op eventuele vervolgstappen.
Knelpunten en leerpunten Tegelijkertijd zijn er ook duidelijke knelpunten zichtbaar die aandacht verdienen in het nieuwe beleid. In de vergunningverlening blijkt dat verzoeken, met name van particuliere initiatiefnemers, regelmatig onvolledig zijn. Vaak ontbreekt het verzoek voor de omgevingsplanactiviteit (OPA), of zijn essentiële onderdelen zoals constructieve gegevens niet bijgevoegd. Dit leidt tot vertragingen en extra werk bij toezicht en juridische beoordeling. De overdracht tussen vergunningverlening en toezicht is nog niet altijd goed geborgd: signalen of aandachtspunten worden niet systematisch doorgegeven, en gezamenlijke beoordeling bij complexe vergunningverzoeken ontbreekt nog vaak. De beschikbare capaciteit voor toezicht staat onder druk, mede door de toename van vergunningsvrije bouwwerken en seizoensgebonden meldingen zoals hout stook, airco’s of dakterrassen. Er is behoefte aan een duidelijke prioritering binnen het toezicht, maar een afwegingskader of geactualiseerde handhavingsstrategie ontbreekt. Ook het juridische instrumentarium wordt nog beperkt ingezet. In veel gevallen wordt volstaan met
8
waarschuwingen of informele interventies, terwijl bijvoorbeeld de inzet van bestuursrechtelijke boetes, bouwof gebruiksstoppen meer effect zouden kunnen sorteren. Daarnaast kan de afstemming tussen VTH (omgevingsrecht) en bijvoorbeeld de teams beheer openbare ruimte, OOV of het sociaal domein (i.r.t. brandgevaar, ongedierte, veiligheid), beter. Dat geldt ook voor het meer integraal beoordelen van initiatieven (zijn er ook andere toestemmingen nodig, zoals bijvoorbeeld voor het aanleggen van een uitweg of een relcameuiting). Tot slot is er nog winst te behalen in de transparantie van informatievoorziening en sturing: niet altijd is duidelijk welke gegevens nodig zijn voor verantwoording, of wat de gemeente van partners als ODU mag verwachten in de informatievoorziening.
Kritische succesfactoren voor goede uitvoering Uit de evaluatie komt naar voren dat een aantal randvoorwaarden cruciaal is om de VTH-uitvoering toekomstbestendig te maken. Allereerst is de actualisatie van het omgevingsplan van groot belang. Verouderde regels leiden tot onnodige vergunningplichten en maken handhaving soms lastig uitvoerbaar. Een actueel plan dat goed aansluit bij de actuele beleidsdoelen (zoals in de omgevingsvisie) én bij de uitvoeringspraktijk (zoals handhaafbare regels) is essentieel. Het is van belang dat VTH ook vroegtijdig bij de actualisering van het omgevingsplan (en andere beleidsplannen die de inzet van VTH-raken) wordt betrokken. Verder is betere afstemming tussen vergunningverlening en toezicht noodzakelijk. Dossiers moeten compleet en met relevante aandachtspunten worden overgedragen. Gezamenlijke beoordeling – bijvoorbeeld bij complexe of politiek gevoelige vergunningverzoeken – draagt bij aan kwaliteit en voorspelbaarheid. Ook de professionalisering van de handhaving verdient aandacht. Dat betekent niet alleen scherpere keuzes in prioritering, maar ook het inzetten van het volledige instrumentarium. Denk aan het opleggen van bouwstops bij onveilige situaties of het benutten van bestuurlijke boetes als prikkel voor naleving. Tegelijkertijd vraagt de toenemende complexiteit om risico-gestuurde inzet van capaciteit.
Niet alles kan, en niet alles hoeft. Keuzes moeten worden gemaakt op basis van beleidsdoelen, maatschappelijke urgentie en het verwachte effect. Tot slot is het belangrijk dat VTH beter wordt ingebed in andere gemeentelijke beleidsterreinen. De verbinding met bijvoorbeeld erfgoedbeleid, ondermijningsaanpak, woningbouw, OOV of duurzaamheid moet worden versterkt. Informatie-gedreven sturing op prestaties en maatschappelijke effecten maakt het mogelijk om die verbinding ook bestuurlijk inzichtelijk te maken.
Terugblik VTH-OOV De afgelopen jaren is de inzet binnen VTH-OOV sterk toegenomen door meer meldingen van inwoners, een groei van horeca-activiteiten en een grotere druk op de openbare ruimte. Bij de handhavers wordt steeds vaker een beroep gedaan waarbij het gaat om de leefbaarheid, verkeersveiligheid, jeugdoverlast en toezicht op evenementen. Tegelijk is de complexiteit van de horeca gegroeid door mengvormen en nieuwe bedrijfsmodellen. Bovendien zijn niet alle vigerende exploitatie- en Alcoholwetvergunningen actueel en vindt daarop geen systematisch toezicht plaats. De basisstructuur van het team handhaving staat stevig, maar processen zijn nog niet overal volledig vastgelegd of structureel geborgd. De samenwerking met politie, VRU, ODU en interne teams is verbeterd, maar is nog niet consistent. Door de toenemende druk op capaciteit bestaat het risico dat signalen niet tijdig worden opgepakt en dat toezicht te veel signaalgestuurd blijft. Dit vraagt de komende jaren om een meer gestructureerde, risico- en informatiegestuurde uitvoering. Hier ligt nadrukkelijk een ontwikkelingsopgave.
Opgaven voor de toekomst De nieuwe U&H-strategie vraagt om een duidelijker, meer samenhangende inzet van VTH-omgevingsrecht én VTH-OOV, als opmaat naar één integraal VTH-beleid voor de hele fysieke leefomgeving. De uitvoering moet voorspelbaarder, meer risico- en informatiegestuurd worden ingericht, zodat de gemeente de prioriteiten uit de strategie — brandveiligheid, constructieve veiligheid, strijdig gebruik, illegale (ver)bouw, overlast in de openbare ruimte, horeca, evenementen en leefbaarheid in wijken — daadwerkelijk kan realiseren. Daarvoor is nodig dat vergunningverlening completer en consistenter wordt uitgevoerd, dat overdracht naar toezicht betrouwbaarder verloopt en dat toezicht en handhaving werken volgens vaste prioriteiten en duidelijke keuzes in diepgang en instrumentgebruik. Ook moet de gemeente sterker sturen op actuele en handhaafbare vergunningen, vooral in het horecadomein, en op een consequente toepassing van de LHSO. 9
Voor VTH-OOV betekent dit een professionaliseringsslag richting programmatisch, gebiedsgericht en informatiegestuurd toezicht, met betere borging van processen, vaste overlegstructuren, taakaccenthouders, actualisatie van werkprocessen en structurele samenwerking met politie, VRU en ODU. Om de strategische doelen te halen, moeten de basisvoorwaarden op orde zijn: een actueel omgevingsplan, betrouwbare informatievoorziening, voldoende capaciteit en deskundigheid, duidelijke werkprocessen en een strak functionerende beleids- en uitvoeringscyclus. Dat is een voorwaarde om VTH aantoonbaar te laten bijdragen aan de bestuurlijke opgaven uit de omgevingsvisie: woningbouw, erfgoed, economie, leefbaarheid en veiligheid.
10
3. Bestuurlijke uitgangspunten De juridische basis voor de uitvoering van de VTH-taken door de gemeente IJsselstein bestaat uit landelijke en lokale wet- en regelgeving. Voor VTH-omgevingsrecht zijn de belangrijkste: Omgevingswet en Omgevingsbesluit; Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb); Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop); Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob); Het omgevingsplan gemeente IJsselstein; Welstandsnota en beeldkwaliteitsplan binnenstad; Algemene plaatselijke verordening (APV), overige lokale verordeningen en beleidsregels . 4
Specifiek voor VTH – OOV zijn (daarnaast) van belang: Gemeentewet (art. 147a); Opiumwet (art.13b); Alcoholwet; Wet op de kansspelen; Wet goed verhuurderschap; De inzet van VTH in de periode 2026-2029 gebeurt vanuit drie bestuurlijke uitgangspunten: 1) Prioriteiten worden gesteld op basis van de grootste risico’s en de aansluiting bij bredere bestuurlijke opgaven; 2) Een transparante en consequente uitvoering; 3) Een stevige verbinding tussen beleid en uitvoering.
Focus op risico’s en aansluiting bij de bestuurlijke opgaven De inzet van VTH, in het bijzonder waar het gaat om het toezicht, is enerzijds risicogestuurd: de focus ligt op activiteiten met grote impact op de kwaliteit van de leefomgeving als regels niet worden nageleefd. Aan de hand van aparte risicoanalyses voor bijzondere wetten, APV, Bouwen en RO zijn de risicogestuurde prioriteiten bepaald. In grote lijnen zijn deze voor de komende jaren als volgt: APV en bijzondere wetten: evenementen, toezicht en handhaving openbare ruimte, jeugdoverlast, parkeeroverlast, horeca, verstoring (natuur) Bouwen en RO: brandveiligheid, constructieve veiligheid, welstand, erfgoed en het tegengaan van (ongewenst) strijdig gebruik, illegaal slopen en (ver)bouwen. Daarbij is ook gekeken naar de samenhang in risico’s en prioriteiten. De prioritering bepaalt onder andere hoe uitvoerig de gemeente een vergunningverzoek, of een Bibob-toets wordt uitgevoerd en de wijze waarop de naleving van vergunningvoorschriften of algemene regels worden gecontroleerd en gehandhaafd. 5
Anderzijds gaat de inzet van VTH gerichter bijdragen aan de realisatie van bredere gemeentelijke opgaven zoals onder andere vastgelegd in de omgevingsvisie “behoud én ontwikkeling”. Centraal daarin staat het versterken van identiteit, leefkwaliteit en duurzaamheid, met ruimte voor initiatieven die bijdragen aan een gezonde,
4 Waar relevant worden in de bijlagen en het uitvoeringsprogramma ook overige lokale verordeningen en beleidsregels als kader meegenomen. 5 Op basis van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) kan de gemeente (laten) toetsen of een aanvrager van een vergunning
mogelijk criminele bedoelingen of banden heeft.
11
veilige en aantrekkelijke stad. De visie vraagt om een integrale, gebiedsgerichte en uitnodigende manier van werken, waarin de gemeente samen met inwoners, ondernemers en partners verantwoordelijkheid neemt voor de fysieke leefomgeving. Voor de inzet van VTH betekent dit dat vergunningverlening, toezicht en handhaving niet alleen toezien op naleving, maar ook actief bijdragen aan de realisatie van de brede opgaven uit de Omgevingsvisie. VTH speelt een belangrijke rol bij: De realisatie van een duurzame woningbouwopgave; Het behouden van ruimtelijke kwaliteit en erfgoed in de stad; Bijdragen aan een vitale, toekomstbestendige economie; Het bewaken van gezondheid, veiligheid en leefbaarheid; De VTH-inzet is daarmee gericht op kwaliteit mogelijk maken én risico’s beheersen. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden de doelstellingen uit de U&H-strategie voor het betreffende jaar gespecificeerd: “Wat moet in dat jaar worden bereikt?” In de hoofdstukken 5 en 6 zijn de prioriteiten en de bijdrage van VTH aan de realisatie van de bestuurlijke opgaven nader uitgewerkt.
Een transparante en consequente uitvoering De gemeente ziet zichzelf als een dienstbare, toegankelijke en betrouwbare overheid die samenwerkt met inwoners en ondernemers, meedenkt in mogelijkheden en helder communiceert. Maar wil ook dat de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de veiligheid voldoende geborgd zijn. Van daaruit zijn de volgende principes leidend bij de inzet van VTH: 1. De gemeente beoordeelt en behandelt gelijke gevallen op gelijke wijze (‘gelijke monniken, gelijke kappen"); 2. De gemeente beoordeelt initiatieven servicegericht op welke wijze een initiatief mogelijk gemaakt kan worden; 3. Uitgangspunt is vertrouwen maar ook een eigen verantwoordelijkheid van inwoners en ondernemers; daarop worden ze ook aangesproken; 4. Toezicht vindt risico- en informatiegestuurd plaats waarbij ook thematisch wordt ingezet op een meer projectmatige en programmatische uitvoering; 5. De naleving van landelijke en lokale wet- en regelgeving is het uitgangspunt. Waar regels worden overtreden volgt van de gemeente een passende en proportionele reactie; 6. De gemeente zet waar mogelijk in op preventie, dat wil zeggen het voorkomen van overtredingen en voorkomen dat de gemeente moet handhaven. Voorlichting, bemiddeling of (maatschappelijke) ondersteuning kunnen daarbij instrumenten zijn.
De uitvoeringsstrategie voor de VTH-taken is nader uitgewerkt in hoofdstuk 7 van de U&H-strategie.
Borging van het uitvoeringsproces en stevige verbinding met beleid Een belangrijke voorwaarde voor een kwalitatieve uitvoering is een gesloten uitvoerings- en handhavingscyclus. Vanuit een risico- en omgevingsanalyse worden doelstellingen geformuleerd en wordt (binnen de wettelijke en bestuurlijke kaders) een uitvoeringsstrategie opgesteld. Die worden jaarlijks vertaald in een uitvoeringscyclus van programmering, monitoring/bijsturing en Rapportage.
12
Een goede aansluiting van VTH op de bredere bestuurlijke opgaven betekent dat er een stevige verbinding moet zijn tussen beleid en uitvoering. De beleids- en uitvoeringscyclus van VTH is een onderdeel van de beleidscyclus van de Omgevingswet. Dat betekent enerzijds dat de VTHprioriteiten en doelstellingen mede worden bepaald vanuit van de bredere beleidsdoelstellingen en de omgevingsvisie. En anderzijds dat de ervaringen vanuit de uitvoering ook weer worden teruggekoppeld naar beleid. De uitvoering wordt gemonitord en waar nodig bijgestuurd. Over de resultaten en evaluatie van de uitvoering wordt gerapporteerd aan het college en de raad. De uitkomsten daarvan kunnen leiden tot de bijstelling van prioriteiten en aanpak bij de inzet van VTH. Maar kunnen ook in het licht van de beleidscyclus van de Omgevingswet, voor beleid nieuwe inzichten bieden in ontwikkelingen, vraagstukken en opgaven in de gemeente. Dit geldt nadrukkelijk ook voor VTH-OOV: de ervaringen van de handhavers in de wijken, de horeca en evenementen leveren belangrijke informatie op voor beleidsvorming over leefbaarheid en veiligheid. Het is daarom belangrijk dat uitvoering wordt betrokken bij de beleidsvoorbereiding en planvorming: beleid en plannen moeten immers ook uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. De beleids- en uitvoeringscyclus VTH is daarmee onderdeel van de beleidscyclus van de Omgevingswet.
Naar verwachting zal in 2027 een nieuwe omgevingsvisie worden opgesteld en vastgesteld. VTH wordt nadrukkelijk betrokken bij het opstellen daarvan. De nieuwe omgevingsvisie, en het op basis daarvan te actualiseren omgevingsplan, kunnen op hun beurt aanleiding zijn om de prioritering en uitvoering van de inzet van VTH bij te stellen.
13
4. Risicogestuurde prioriteiten en doelstellingen In dit hoofdstuk staan de risicogestuurde prioriteiten en doelstellingen (horizon 2028/2029) voor de uitvoering van het VTH-beleid. De capaciteit en middelen worden ingezet op activiteiten en thema’s met de grootste risico’s voor de leefomgeving. Die zijn bepaald aan de hand van een omgevings- en risicoanalyse. Daarbij is enerzijds, voor de verschillende typen activiteiten waar de inzet van VTH betrekking op heeft, gekeken naar wat het gevolg kan zijn van het ontbreken en/of niet naleven van regels. Onder andere voor de veiligheid, de leefbaarheid, de gezondheid, de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en voor de natuur. Daarbij zijn scores toegekend voor de mogelijke impact van het niet naleven van regels bij deze activiteiten en wat het naleefgedrag is. De risicoanalyse wordt waar nodig jaarlijkse geactualiseerd (zie bijlage 1). Op basis van de risicoanalyse liggen de prioriteiten in de uitvoering bij de volgende thema’s: Brandveiligheid; Constructieve veiligheid; Openbare ruimte; Tegengaan illegaal slopen en (ver)bouwen; Tegengaan ongewenst strijdig gebruik. Anderzijds zijn aan de hand van de kaart van IJsselstein omgevingsanalyses uitgevoerd rond verschillende bredere opgaven van de gemeente: de woningbouw, het behoud van het erfgoed, leefbaarheid en veiligheid en de ontwikkeling van economie, recreatie en toerisme.
Daarbij is niet alleen gekeken naar de betekenis van deze opgave voor de inzet van VTH (hoofdstuk 5) maar ook naar de belangrijkste omgevingsrisico’s per gebied. Per gebied betekent dit dat de prioriteiten als volgt komen te liggen: Binnenstad: strijdig gebruik, behoud erfgoed, brandveiligheid en overlast horeca; Woonwijken: illegale (ver)bouw, woonoverlast, parkeren en afvaldumping; Bedrijfsterreinen: (brand)veiligheid, strijdig gebruik, illegale bewoning en aanpak ondermijning; Buitengebied: illegale bebouwing, strijdig gebruik (zoals niet vergunde B&B) en ondermijning. De prioriteiten werken door in de diepgang bij de toetsing van vergunningverzoeken, de diepgang en frequentie van het toezicht en de aanpak bij de handhaving. De toezichtfrequenties zijn uitgewerkt in bijlage 4. Op basis van de jaarlijkse evaluatie wordt waar nodig de omgevings- en risicoanalyse geactualiseerd en zullen wijzigingen doorwerken in de prioriteiten, doelstellingen en uitvoering.
Brandveiligheid en constructieve veiligheid Brandveiligheid en constructieve veiligheid vormen de basis van een veilige leefomgeving. De gemeente IJsselstein ziet het voorkomen van onveilige situaties in gebouwen dan ook als een kerntaak binnen VTH. Constructief onveilige bouwwerken, brandonveilige situaties of onjuiste gebruiksvormen kunnen direct leiden tot risico’s voor bewoners, bezoekers, werknemers en hulpdiensten. Daarom richt de gemeente haar inzet bij vergunningaanvragen op de gebouwen en situaties waar de risico’s het grootst zijn, zoals gebouwen met publieksfuncties, monumenten, logiesfuncties, woonfuncties boven winkels, locaties met verminderd zelfredzame doelgroepen, parkeergarages en situaties waarin sprake is van illegale bouw of strijdig gebruik. Bij bouwwerken met een hoog risico vindt altijd een uitgebreide bouwtechnische toets plaats, wordt integraal gecontroleerd en heeft herstel van afwijkingen (met een directe invloed op de constructie en brandveiligheid) hoogste prioriteit. Dat geldt ook voor sloopactiviteiten met eventuele risico’s voor de omgeving. Het toezicht vindt zowel in het kader van het (ver)bouwproces als – wat betreft brandveiligheid - in de gebruiksfase plaats.
De basis voor de toetsing (bij een vergunningverzoek en bij het toezicht) is het toetsprotocol (LTB 2025 BrisToets, zie bijlagen 3 en 4) van de Vereniging van Bouw en Woningtoezicht (VBwt). Wat betreft brandveilig gebruik vinden conform de toetzichtfrequenties in bijlage 3 ook controles plaats in de gebruiksfase en niet alleen in het kader van een (ver)bouwproces. Daarnaast vindt signaalgestuurd toezicht plaats. Bij (periodieke) controles van de horeca fungeert het toezicht van de gemeente ook als oog en oren voor de brandveiligheid.
14
Het doel van de gemeente is dat gebouwen brandveilig en constructief veilig zijn. Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse ligt hoogste prioriteit bij de volgende categorieën van gebouwen en bouwactiviteiten. Gebouwen met publieksfuncties (zoals voor onderwijs, horeca, sport, bijeenkomsten); Woonfuncties boven winkels, kamerverhuur, wonen met zorg; Monumenten, in het bijzonder monumenten met een publieksfunctie; Verminderde zelfredzaamheid (woon- en verzorgingshuizen, kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang); Illegale sloop en (ver)bouw en strijdig gebruik (illegale bewoning, illegale bedrijfsactiviteiten); Gebouwen met een logiesfunctie (hotels, B&B’s); Brandveiligheid industriefuncties; Parkeergarages; Leegstand. De specifieke doelstellingen en tevens indicatoren daarbij zijn dat in 2029: - 100% van de bouwaanvragen in deze hoog-risicocategorieën integraal bouwtechnisch wordt getoetst en gecontroleerd volgens het VBWT-toets- en toezichtsprotocol. - Minimaal 90% van deze vergunningen standhoudt bij bezwaar en beroep. - Minimaal 90% van de geconstateerde overtredingen met een directe invloed op constructieve veiligheid of brandveiligheid binnen maximaal 3 maanden wordt opgelost
Openbare ruimte Overlast in wijken, de binnenstad en op bedrijventerreinen raakt direct aan de leefbaarheid en veiligheid van inwoners. De gemeente richt zich daarom op het tijdig signaleren, terugdringen en — waar nodig — handhaven van overlast veroorzaakt door geluid, jeugd, horeca, verkeer, afval, hinderlijk gedrag of strijdig gebruik. Op basis van de risicoanalyse en de gebiedsprofielen van IJsselstein ligt de hoogste prioriteit daar waar de druk op leefbaarheid en veiligheid het grootst is. Dit betreft naast de binnenstad, diverse woonwijken, diverse hotspots voor met overlast en locaties waar sprake is van strijdig gebruik (zoals kamergewijze verhuur of illegale bewoning). De inzet richt zich op een combinatie van preventie, gebiedsgericht toezicht, samenwerking met ketenpartners (politie, VRU, ODU, OOV, wijkteams) en consequente handhaving. Heldere verwachtingen, snelle opvolging en zichtbare aanwezigheid vormen de leidraad. Het doel van de gemeente is een minimalisering van overlast in de fysieke leefomgeving.
Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse ligt de hoogste prioriteit bij het toezicht en de handhaving in de openbare ruimte de komende jaren op de volgende zaken: Hotspots met meerdere vormen van overlast; Woonoverlast; Overlast door horeca en evenementen; Huisvesting arbeidsmigranten; Prostitutie; Parkeeroverlast (wijken, langparkeren aanhangers, grote voertuigen, kampeervoertuigen); Jeugdoverlast en samenscholing; Drugshandel en drugsgebruik; Het afsteken van vuurwerk; Overlast door honden. De specifieke doelstellingen en tevens indicatoren daarbij zijn dat in 2029: - Minimaal 90% van de overlastmeldingen binnen 3 werkdagen wordt beoordeeld en wordt bepaald of en zo ja welke interventie wordt ingezet - Minimaal 80% van alle structurele overlastsituaties (meer dan 3 meldingen binnen 8 weken) binnen 30 dagen wordt genormaliseerd door inzet van toezicht, handhaving en samenwerking met de ketenpartners
15
Tegengaan illegale sloop en (ver)bouw en strijdig gebruik Illegale sloop, illegale (ver)bouw en strijdig gebruik vormen een serieuze aantasting van de ruimtelijke kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid van de gemeente IJsselstein. Deze overtredingen leiden vaak tot onveilige situaties voor bewoners en gebruikers, verstoring van de omgeving, schade aan cultureel erfgoed en afbreuk aan het vertrouwen van inwoners in een ordelijke ruimtelijke ontwikkeling. De risicoanalyse binnen IJsselstein laat zien dat vooral in de binnenstad, woonwijken en het buitengebied risico’s bestaan op ongeoorloofde bouwactiviteiten, sloop zonder melding of vergunning, functiewijzigingen, kamergewijze verhuur, illegale bedrijfsactiviteiten in woningen en ongewenste opslag van materialen. Ook vergunningsvrije bouw leidt in de praktijk regelmatig tot situaties die alsnog controle vragen, zoals overschrijding van afmetingen, strijdig gebruik van bijgebouwen of situaties die brand- of constructieve risico’s veroorzaken. Het toezicht op illegale sloop en (ver)bouw en strijdig gebruik vindt projectmatig (gebieds- of themagericht) en signaalgestuurd plaats. Het doel van de gemeente is het tegengaan van illegale sloop en (ver)bouw en strijdig gebruik.
Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse ligt de prioriteit van het toezicht daarop en de handhaving daarvan op de volgende zaken: Risico’s van illegale sloop en verbouw in verband met constructieve veiligheid, omgevingsveiligheid en/of brandveiligheid; Illegale bewoning en strijdig gebruik waarbij sprake is van risico’s voor brandveiligheid, humane woonomstandigheden of overlast; Illegale wijzigingen en/of schade aan monumenten, het beschermd stadsgezicht of archeologische vindplaatsen; Gebruik van woningen op bedrijventerreinen dat strijdig is met de beleidsdoelen van evenwichtige toedeling van functies Illegale kap/verwijdering van groene elementen.
De specifieke doelstellingen en tevens indicatoren daarbij zijn dat in 2029: Het aantal illegale (ver)bouw en sloopactiviteiten – door inzet van preventie en zichtbaar toezicht maximaal 5% is ten opzichte van het totaal aantal vergunde en gemelde (ver)bouw en sloopactiviteiten; Alle meldingen van (vermoedelijke) illegale sloop of (ver)bouw binnen 48 uur worden beoordeeld en — indien nodig —fysiek gecontroleerd; Minimaal 80% van de overtredingen ((ver)bouwen zonder of in afwijking van de vergunning, strijdig gebruik) binnen 3 maanden worden gelegaliseerd of beëindigd; In alle gevallen waar sprake is van illegale (ver)bouw of sloop met risico’s voor de omgeving, de constructieve veiligheid, brandveiligheid of schade aan de monumentwaarde, de activiteit direct wordt stilgelegd.
Vertaling doelen naar werkzaamheden Om deze prioriteiten en doelen te realiseren, worden deze jaarlijks vertaald naar concrete werkzaamheden in het uitvoeringsprogramma (UVP). In navolgende tabel is per prioriteit aangegeven welke kernactiviteten door wie worden uitgevoerd en welke instrumenten daarvoor worden ingezet: preventie (P), vergunningverlening (V), toezicht (T) of handhaving (H). De jaarlijkse uitwerking met daarin aantallen, planning, projecten en KPI’s, volgt in het UVP en wordt verantwoord in het jaarverslag en evaluatie.
16
PRIORITEIT
DOEL 2026-2029
KERNACTIVITEITEN
UITVOERING
INSTRUMENT
Brandveiligheid en constructieve veiligheid
Gebouwen zijn brandveilig en constructief veilig. Op basis van de risicoanalyse ligt de hoogste prioriteit bij gebouwen en activiteiten met een verhoogd veiligheidsrisico (o.a. publieksfuncties, logies, monumenten, verminderd zelfredzame personen).
• ODU: toetsing en toezicht • Gemeente: handhaving • VRU: advies
V/T/H
Openbare ruimte
Het versterken van veiligheid en leefbaarheid in wijken door het terugdringen van overlast, afvalproblematiek en ongewenst gebruik van de openbare ruimte.
• Gemeente
P/T/H
Illegale (ver)bouw en sloop
Het tijdig signaleren en beëindigen van illegale bouw- en sloopactiviteiten ter bescherming van veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en erfgoed.
• ODU: technisch toezicht • Gemeente: juridisch
T/H
Strijdig gebruik
Het beheersen en terugdringen van ongewenst strijdig gebruik (o.a. illegale bewoning, kamerverhuur, short-stay) ter bescherming van leefbaarheid, veiligheid en ruimtelijke kwaliteit.
• Integrale toets van aanvragen met verhoogd risicoprofiel • Toezicht tijdens bouw en in gebruiksfase conform prioritering • Signaalgestuurd toezicht bij meldingen • Handhavend optreden bij veiligheidsrisico’s • Gebiedsgericht toezicht op hotspots • Afhandeling en opvolging meldingen • Thematische controles (bijv. afval, jeugdoverlast) • Bestuurlijke maatregelen bij recidive • Verificatie meldingen en signalen • Fysieke controles bij vermoeden overtreding • Bouw- of gebruiksstops bij acuut gevaar • Juridisch traject legalisatie of beëindiging • Dossierselectie o.b.v. meldingen en risicoanalyse • Integrale controles (RO, bouw, brandveiligheid) • Toepassing LHSO bij overtredingen • Gebiedsgerichte aanpak prioritaire gebieden
• Gemeente: regie en handhaving • ODU: technisch toezicht
P/T/H
De concrete uitwerking (aantallen, planning en KPI’s) wordt jaarlijks vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma. Hoe de instrumenten worden ingezet (uitvoeringsstrategie) is nader uitgewerkt in hoofdstuk 6.
17
5. Bijdrage aan de bredere opgaven De inzet van VTH staat niet op zichzelf. De inzet draagt ook bij aan het realiseren van bredere opgaven, ook in het licht van de omgevingsvisie. Voor de komende jaren gaat het daarbij vooral om: De realisatie van de woon- en woningbouwopgave; Het behoud van het erfgoed (bebouwd en onbebouwd); Economie, recreatie en toerisme Veiligheid en leefbaarheid In de volgende paragrafen staat welke rol VTH bij die opgave speelt en hoe VTH bijdraagt aan de realisatie van die opgaven.
Bijdrage aan de realisatie van de woon- en woningbouwopgave De woningbouwopgave in IJsselstein is omvangrijk en urgent. Tot 2030 moeten minimaal 2.500 nieuwe woningen worden gerealiseerd om het inwonertal op peil te houden, de doorstroming te bevorderen en een evenwichtige bevolkingsopbouw te behouden. De opgave wordt versterkt door demografische trends: het aantal ouderen groeit, het aantal gezinnen daalt en het aandeel kleine huishoudens neemt toe. Daardoor neemt de druk op de woningmarkt verder toe, met name voor starters, middeninkomens en ouderen. De ontwikkeling concentreert zich op drie sporen: Binnenstedelijke transformatie en herontwikkeling van bestaande locaties, met ruimte voor betaalbare woningen en seniorenhuisvesting; Inbreiding en vervangingsbouw in de bestaande wijken, gericht op variatie in woningtypen en het verbeteren van de leefbaarheid; Uitbreiding aan de zuidrand (Kromme IJsselgebied), waar duurzame, groen-stedelijke woonmilieus worden ontwikkeld met aandacht voor klimaatadaptatie en bereikbaarheid. De opgave combineert kwantiteit met kwaliteit: bouwen met tempo én met oog voor duurzaamheid, leefomgeving en bereikbaarheid.
De ambitie in de Omgevingsvisie en Woonvisie IJsselstein is om te voorzien in de woningbehoefte van verschillende doelgroepen door circa 2.500 nieuwe, duurzame en toekomstbestendige woningen te realiseren tot 2030, met behoud van de kwaliteit, identiteit en leefbaarheid van de stad en haar wijken. VTH levert een bijdrage aan de realisatie daarvan door: Zorg te dragen voor vlotte en voorspelbare vergunningprocedures Ruimte te bieden binnen de bestaande woningvoorraad Bescherming van kwetsbare doelgroepen en naleving van de Wet goed verhuurderschap De lange termijn doelstellingen en indicatoren voor de inzet van VTH zijn daarbij als volgt: PRIORITEIT 1. Tijdige en voorspelbare vergunningverlening voor woningbouw
2. Veilig (ver)bouwen en brandveilig gebruik 3. Bescherming kwetsbare groepen en bijdragen aan eerlijke verhuur
18
LANGE-TERMIJN DOELSTELLING Minimaal 90% van alle aanvragen voor (ver)bouw en herbestemming binnen de wettelijke termijnen afgehandeld. Initiatiefnemers waarderen de voorspelbaarheid en duidelijkheid van het proces minimaal met een 8,0. Minimaal 90% van de opgeleverde bouwwerken en vergunde gebruiksfuncties aantoonbaar aan de eisen voor constructieve veiligheid en brandveiligheid, zonder dat juridisch optreden nodig is. 100% van de gecontroleerde verhuur voldoet – al dan niet na interventie – aan de vereisten van de Wet goed verhuurderschap.
TIJDSHORIZON 2026 2027 2026
2028
Bijdrage aan het behoud van erfgoed IJsselstein kent een rijk erfgoed dat de identiteit van de stad bepaalt, zowel boven als onder de grond. Voor grote delen van de gemeente gelden archeologische verwachtingswaarden waarbij de historie van IJsselstein onder het maaiveld ligt. De historische binnenstad is aangewezen als rijksbeschermd stadsgezicht en herbergt ruim 140 monumenten, waaronder 69 rijksmonumenten en 72 gemeentelijke monumenten. Daarnaast zijn er twee rijksbeschermde archeologische vindplaatsen. De algemene staat van onderhoud van de monumenten is redelijk tot goed, maar de druk op het erfgoed neemt toe. Onder andere door druk op de binnenstad, verduurzamingsopgaven en de financiële haalbaarheid van onderhoud. In de binnenstad worden komen nietvergunde wijzigingen voor zoals het aanbrengen van zonnepanelen, gevelreclame of luifels die de monumentwaarde (kunnen) aantasten. De belangrijkste uitdagingen liggen in de balans tussen ontwikkeling en behoud. De woningbouwopgave, verduurzaming en klimaatadaptatie vragen om aanpassing van bestaand vastgoed, terwijl de historische waarde behouden moet blijven. Ook spelen stijgende onderhouds- en energiekosten, leegstand en de noodzaak van herbestemming een rol.
Zonder blijvende aandacht voor onderhoud, toezicht en kennisdeling dreigt geleidelijke kwaliteitsachteruitgang van het stadsbeeld, de historische panden en de geschiedenis van IJsselstein gelegen onder het maaiveld. De ambitie in de Omgevingsvisie IJsselstein is om het cultureel en historisch erfgoed – monumenten, archeologische vindplaatsen en de historische binnenstad – te behouden, te versterken en beleefbaar te maken als wezenlijk onderdeel van de identiteit en aantrekkingskracht van de stad. VTH levert een bijdrage aan de realisatie daarvan door: Via periodiek toezicht goed inzicht te houden in de staat van onderhoud en instandhouding Actieve voorlichting en ondersteuning van eigenaren Maatwerk bij vergunningverlening (met ruimte voor verduurzaming en rendabele exploitatie) Gericht toezicht op vergunde en uitgevoerde werkzaamheden Periodieke controles bij monumenten met publieksfunctie Strikte handhaving bij overtredingen of schade aan een monument of archeologische vindplaats Vroegtijdige betrokkenheid vanuit archeologie bij te verwachten bodem-verstorende ontwikkelingen De lange termijn doelstellingen en indicatoren voor de inzet van VTH zijn daarbij als volgt: PRIORITEIT 1. Behoud en versterking van monumentwaarden en het historische stadshart
2. Verantwoorde en toekomstbestendige verduurzaming van monumenten 3. Veilig en verantwoord gebruik van monumenten met publieksfunctie
Lange-termijn doelstelling
Tijdshorizon
Bij minimaal 90% van alle verbouwings-, onderhouds- en restauratieprojecten aan monumenten de monumentwaarde aantoonbaar behouden of versterkt.
2027
Bij het aanrichten van onherstelbare schade aan een monument of een archeologische vindplaats legt de gemeente een bestuurlijke boete op en/of doet aangifte bij de politie.
2028
90% van alle verduurzamingsmaatregelen aan monumenten wordt uitgevoerd met volledig behoud van monumentwaarde én met een aantoonbare verbetering van de energieprestatie.
2028
100% van de monumenten met een publieksfunctie structureel aan de wettelijke eisen voor constructieve veiligheid en brandveiligheid, op basis van periodieke controles en toezichtregistraties.
2027
Bijdrage aan de ontwikkeling van economie, recreatie en toerisme De economie van IJsselstein heeft een brede basis met sterke bedrijvigheid, een levendige binnenstad en een aantrekkelijk buitengebied. De stad kent een mix van maakindustrie, handel, dienstverlening en een groeiend aantal zelfstandigen. De bedrijventerreinen (Lage Dijk, Over Oudland, Paardenveld, IJsseloevers, de Corridor,
19
de Kroon) bieden ruimte aan lokale productie en logistiek, terwijl de binnenstad het centrum vormt voor detailhandel, horeca, cultuur en toerisme. Tegelijkertijd staan de werklocaties en de binnenstad onder druk. De ruimte voor bedrijven is schaars, netcongestie belemmert verduurzaming en uitbreiding, en het veranderende consumentengedrag zorgt voor leegstand in winkelgebieden. De binnenstad moet aantrekkelijk en vitaal blijven, met een goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid. In het buitengebied liggen kansen voor verbrede landbouw, recreatie en logies, mits zorgvuldig ingepast in het landschap en afgestemd op de omgeving. De ambitie in de omgevingsvisie en de economische visie is een evenwichtige economische groei die bijdraagt aan een levendige binnenstad, duurzame bedrijvigheid en aantrekkelijk recreatief aanbod, met behoud van het groene, historische en gastvrije karakter van de stad. VTH levert een bijdrage aan de realisatie daarvan door: Binnen de kaders van het omgevingsplan initiatieven die bijdragen aan de vitaliteit van de stad te faciliteren; daartoe behoort onder andere ruimte voor kleinschalige logies-functies en recreatie langs de Hollandsche IJssel. Het via periodiek toezicht – in lijn met de economische visie - het in beeld krijgen en aanpakken van strijdig (economisch) gebruik op bedrijfsterreinen, in de binnenstad en in het buitengebied.
Het bewaken van de balans tussen levendigheid en leefbaarheid in de binnenstad bij de vergunningverlening en door de inzet van toezicht op en handhaving van de APV, bijzondere wetten en strijdig gebruik. Dat draagt ook bij aan een veilig en gastvrij uitgaan. Heldere communicatie over regels en verwachtingen, zodat ondernemers weten wat kan en mag. De lange termijn doelstellingen en indicatoren voor de inzet van VTH zijn daarbij als volgt: PRIORITEIT 1. Ruimte voor eerlijke en integere horeca6
2. Veilige en goed georganiseerde evenementen 3. Veilig en legaal toeristisch & tijdelijk verblijf (short-stay, B&B, recreatie)
LANGE-TERMIJN DOELSTELLING Minimaal 90% van de exploitatie- en Alcoholwetvergunningen is actueel en volledig. Minimaal 90% van de gecontroleerde horecaondernemingen voldoet structureel aan de voorschriften (exploitatie, Alcoholwet, gebruiksvoorschriften). Bij alle aanvragen voor een exploitatie en/of Alcoholwetvergunning wordt een Bibob-toets uitgevoerd. Minimaal 90% van de B/C evenementen voldoet bij controle aan de veiligheids- en gebruiksvoorschriften. Minimaal 90% van alle short-stay- en B&B-locaties is geregistreerd, legaal en voldoet aan de relevante gebruikseisen.
TIJDSHORIZON 2027 2027 2026 2028 2029
Bijdrage aan veiligheid en leefbaarheid IJsselstein is een veilige en leefbare stad met een sterk sociaal netwerk en betrokken inwoners. De veiligheidsbeleving is bovengemiddeld positief, maar er zijn duidelijke aandachtspunten. In de binnenstad vraagt de balans tussen levendigheid en leefbaarheid blijvende aandacht, met risico’s rond horeca- en evenementenoverlast, afhaal- en bezorgbedrijven, afval en geluid. In de woonwijken spelen meldingen van jeugd- en burenoverlast, verward gedrag en verkeersveiligheid, terwijl op bedrijventerreinen de focus ligt op brandveiligheid, inbraakpreventie en ondermijning. Het buitengebied kent risico’s rond illegale activiteiten, milieu- en verkeersveiligheid en recreatieve druk. De maatschappelijke opgaven op het gebied van veiligheid en leefbaarheid zijn sterk verweven met andere thema’s zoals wonen, economie, duurzaamheid en gezondheid. Dat vraagt om een integrale inzet van VTH als instrument voor preventie, beheersing en herstel. Daarbij speelt VTH-omgevingsrecht een belangrijke rol door actief bij te dragen aan veilig bouwen en gebruiken, het tegengaan van strijdig of risicovol gebruik en het
6 Hierbinnen vindt een nadere prioritering plaats op basis van de nog vast te stellen Detailhandel- en horecastructuurvisie IJsselstein (2026), ook in relatie tot de para-
commerciële horeca.
20
vroegtijdig signaleren van situaties die de leefbaarheid of veiligheid onder druk zetten. Een goed samenspel tussen VTH-omgevingsrecht en VTH-OOV is daarbij essentieel. Ambitie in de omgevingsvisie is een groene, gezonde en veilige leefomgeving waarin inwoners zich prettig en verbonden voelen, met wijken die uitnodigen tot ontmoeting en beweging, en een stad waarin veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid hand in hand gaan. VTH levert een bijdrage aan de realisatie daarvan door: In de wijk samen te werken met de politie, Cazas Wonen, Stichting Pulse en wijkbeheer waarbij de handhavers die zichtbaar aanwezig zijn, signalen oppakken en bewoners en ondernemers aanspreken op hun gedrag. Toezicht te houden en te handhaven bijplaatsingen en dumpingen van afval en daarbij samen te werken met Civiel en Vastgoed, Ruimte en Projecten en het Reinigingsbedrijf Midden-Nederland (RMN). Vanuit VTH-omgevingsrecht toezicht te houden op illegale bouw, sloop en strijdig gebruik van panden, en door handhavend op te treden waar de leefomgeving in het geding is. Te zorgen voor actuele en handhaafbare exploitatie- en Alcoholwetvergunningen Door de structurele inzet van Bibob om ondermijnende activiteiten te weren. Ook vanuit omgevingsrecht oren en ogen te zijn waar het gaat om het herkennen van verdachte situaties en door die te delen met OOV.
De lange termijn doelstellingen en indicatoren voor de inzet van VTH zijn daarbij als volgt: PRIORITEIT 1. Zichtbare en toegankelijke handhaving in wijken
2. Beperking overlast in de openbare ruimte 3. Weerbaarheid tegen ondermijning 4. Hoog naleefniveau in horeca
21
LANGE-TERMIJNDOELSTELLING In alle wijken ervaart ten minste 80% van de inwoners de gemeentelijke handhaving als zichtbaar en goed aanspreekbaar, gemeten via de leefbaarheids- of veiligheidsmonitor. Het aantal structurele overlastlocaties (hotspots afval, parkeren, honden, hinderlijk gedrag) is met minimaal 20% verminderd t.o.v. 2026, op basis van structurele hotspotregistratie. Bij aanvragen voor exploitatie risicovolle branches worden in 100% van de gevallen Bibob-getoetst, waardoor uitsluitend bonafide ondernemers een vergunning ontvangen. Ten minste 90% van de horecagelegenheden voldoet bij controle aan de voorschriften op basis van de Alcoholwet en exploitatievergunning.
TIJDSHORIZON 2029
2028
2029
2028
6. Uitvoeringsstrategie VTH Het grootste deel van de inzet van VTH heeft betrekking op vergunningverlening, toezicht en handhaving. De gemeente wil transparant zijn in de wijze waarop deze instrumenten worden ingezet. Leidend voor de wijze waarop dit gebeurt is de ‘uitvoeringsstrategie’. De uitvoeringstrategie bestaat uit een aantal onderdelen: Preventie Vergunningverlening (regulering) Toezicht Handhaving In de bijlagen 2 tot en met 5 is de uitvoeringsstrategie meer in detail uitgewerkt, inclusief initiële indicatoren. Voor de uitvoering zijn in het uitvoeringsprogramma kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) opgenomen, waarmee de realisatie van de uitvoeringsstrategie systematisch wordt gemonitord en bijgestuurd. De uitvoeringsstrategie is uitgewerkt in vastgelegde werkprocessen en procedures van zowel de gemeente als de ODU; deze vormen het bindend kader voor de uitvoering en handhaving. Tussen gemeente en ODU zijn concrete werkafspraken gemaakt over de onderlinge afstemming en informatievoorziening. De werkprocessen, procedures en afspraken worden periodiek geëvalueerd en waar nodig geactualiseerd. In de kern is de strategie die de gemeente IJsselstein volgt bij de inzet van VTH als volgt.