CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 Bijlage Adviesrapport Groepsbegeleiding IJsselstein

Commissie Samenleving 15 oktober 2025, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven9.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Adviesrapport Groepsbegeleiding gemeente IJsselstein 10 juni 2025

Inhoud 1.

Inleiding

2.

Conclusie en Advies

3.

Hoe tot dit advies gekomen?

4.

Context

5.

Bevindingen en analyse

6.

Financiële paragraaf

Literatuurlijst Bijlagen

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Aanzet afwegingskader groepsbegeleiding Wmo Kenmerken cliënten en ondersteuningsvragen Contra-indicaties voorgroepsbegeleiding Verkenning eHealth Competenties groepsbegeleiders Samenwerking ketenpartners

2

1. Inleiding Rol D18 D18 is gevraagd een advies uit te brengen over de vraag of groepsgerichte begeleiding een mogelijk alternatief is voor producten binnen de Individuele Begeleiding die gemeente IJsselstein aanbiedt aan (toekomstige) cliënten die gebruik maken van deze Wmo-voorziening. De vraag “Wat zijn de mogelijkheden voor het aanbieden van begeleiding in groepsverband binnen het huidige IB-cliëntbestand door het Sociaal Team, in gemeente IJsselstein?” stond hierin centraal. Bij de aanpak van D18 om tot het advies te komen is gekozen drie invalshoeken centraal te zetten, zijnde literatuuronderzoek, lokale documentanalyse en praktijkgerichte verdieping via interviews. In het literatuuronderzoek is gekeken naar de landelijke situatie en de documentanalyse en de interviews kennen een lokale insteek gericht op gemeente IJsselstein en de regio Lekstroom/Utrecht.

Lokale vraagstuk Binnen gemeente IJsselstein zien we een stijging van 34,5% in het toewijzen van unieke besluiten voor indicaties voor een product in Individuele Begeleiding1. Professionals geven aan ook een stijging te ervaren in de toename van individuele personen die een beroep doen op deze vorm van ondersteuning binnen de Wmo. Dit terwijl de financiële middelen onder druk staan. Een belangrijke ambitie van IJsselstein is, waar mogelijk, cliënten die nu gebruikmaken van een maatwerkvoorziening Individuele Begeleiding ondersteuning te kunnen bieden in groepsverband. Uitgangspunt hierbij is dat deze groepsbegeleiding wordt uitgevoerd door het Sociaal Team (eigen inzet). Een maatwerkvoorziening bij een specialistische aanbieder wordt dan alleen ingezet als groepsbegeleiding niet toereikend of (voldoende) passend is. Met behulp van middelen uit het Integraal Zorgakkoord (IZA) heeft gemeente IJsselstein een nadere verkenning laten uitvoeren naar de mogelijkheden voor groepsbegeleiding binnen gemeente IJsselstein met de volgende twee doelen: 2. Het doel van de opdracht is inzichtelijk te maken (middels onderzoek) welke mogelijkheden er zijn om (delen van) het product Individuele Begeleiding in groepsverband aan te kunnen bieden via het Sociaal Team. 2. Advies te geven in hoe met dit inzicht om te gaan (in beeld brengen van de vervolgstap).

1 Gekeken is naar het toekennen van unieke indicaties in de jaren 2023 en 2024. Let op, dit betreft niet unieke personen (een persoon kan meerdere indicaties ontvangen). Ook is niet gekeken of de unieke indicaties eenzelfde product behelst dat meerdere, opvolgende keren, wordt toegekend.

3

2. Conclusie en Advies Conclusie Wat zijn de mogelijkheden voor het aanbieden van begeleiding in groepsverband binnen het huidige IB-cliëntbestand door het sociaal team, in gemeente IJsselstein? De analyse van de ondersteuningsplannen en gesprekken met het sociaal team laten zien dat er binnen het huidige cliëntenbestand van Individuele Begeleiding (IB) duidelijke mogelijkheden zijn om groepsbegeleiding als (gedeeltelijk) alternatief aanbod in te zetten. Groepsbegeleiding biedt kansen om cliënten met vergelijkbare ondersteuningsvragen samen te brengen rond gedeelde thema’s, zoals structuur, mentale veerkracht, zingeving of assertiviteit. In het bijzonder is groepsaanbod kansrijk voor cliënten aan het begin van een IB-traject (als vorm van preventie of instroombeheersing) en bij het afbouwen van ondersteuning richting het voorliggend veld (uitstroom). De aard van een aantal ondersteuningsvragen zoals het vinden van balans, het aanbrengen van structuur, sociaal functioneren en omgaan met psychische klachten sluit goed aan op collectieve interventies. Daarnaast biedt groepsbegeleiding mogelijkheden tot leren van elkaar, sociale steun en empowerment, zeker wanneer ervaringsdeskundigen betrokken worden als rolmodel en bruggenbouwer tussen professional en leefwereld. Tegelijkertijd geldt dat groepsaanbod niet voor iedere cliënt en voor iedere ondersteuningsvraag passend is.

De beide insteken (groepsgericht- individueel) zijn een aanvulling op elkaar en vervangen elkaar meestal niet volledig. Contra-indicaties, zoals ernstige psychische problematiek of disruptief gedrag, vereisen zorgvuldige individuele afweging aan de voorkant. Ook kent groepsbegeleiding een aantal risico’s en randvoorwaarden die aandacht vragen.

Advies Ons advies hoe groepsgerichte begeleiding aan te kunnen bieden omvat drie onderdelen. Als eerst adviseren wij te starten met het opzetten van een kleinschalig Leertraject Groepsbegeleiding. Op deze manier kan gedurende een jaar positieve ervaring voor zowel cliënt als professional opgebouwd worden. De wijze waarop we het leertraject voorstellen komt voort uit de uitkomsten van de onderzoeksopdracht. Tevens heeft D18 een draaiboek ontwikkeld om dit leertraject te kunnen implementeren. Daarnaast adviseren wij in te zetten op (meer) gerichte dataverzameling tijdens de looptijd van het leertraject, zodat de kostenefficiëntie van deze voorziening beter kan worden aangetoond. De aanname dat groepsbegeleiding een kostenbesparende, en daarmee interessante optie voor de Wmo is, zal beter moeten worden onderbouwd. Het aangaan van het leertraject waarmee de benodigde data kan worden opgehaald is essentieel om aan te tonen dat deze vorm van begeleiding een toekomstbestendige toevoeging is aan de begeleidingsproducten van gemeente IJsselstein. 4

Tevens adviseren wij ook om als gemeente IJsselstein gedurende de looptijd van het leertraject in te zetten op het (door)ontwikkelen van een zogenaamd afwegingskader. Dit afwegingskader is helpend bij het wel of niet toewijzen van cliënten richting groepsbegeleiding en zal bij verdere implementatie van het leertraject naar volledig aanbod, een goede ondersteuning en houvast bieden voor professionals. D18 heeft een eerste aanzet ontwikkeld qua afwegingskader (bijlage 1). Wij adviseren dit samen met professionals van het sociaal team door te ontwikkelen met input vanuit het leertraject. Rest ons te zeggen dat verandering tijd nodig heeft en het belangrijk is om samen met elkaar behaalde (kleine) successen te vieren en stil te staan bij behaalde mijlpalen. Ook het inbouwen van terugkerende evaluatiemomenten en het inbedden van de uitkomsten in het leertraject zijn belangrijke stappen om gezamenlijk een positieve blik te ontwikkelen en behouden op deze veranderopgave. Voorstel Leertraject Groepsbegeleiding Gezien de potentie én aanwezige risico’s en randvoorwaarden, adviseert D18 om stapsgewijs te starten met Groepsbegeleiding in de vorm van een leertraject. Het is niet verstandig om groepsbegeleiding direct grootschalig te implementeren. Hiervoor mist het aan overtuigend bewijs zowel aan de kostenkant als voor het lange(re) termijneffect voor cliënten.

Wel is het zinvol om te gaan starten met een groepsgewijs aanbod gezien de overtuiging en drive bij medewerkers en resultaten voortkomend uit de onderzoeksopdracht. Belangrijk is dat wordt voldaan aan de in het rapport genoemde randvoorwaarden en mitigerende maatregelen worden getroffen voor risico’s. Dit biedt ruimte voor leren, evalueren en bijsturen. Groepsbegeleiding is geen one-size-fits-all oplossing, maar een waardevolle aanvulling op het bestaande Wmo-aanbod. Door te starten met een leertraject waarin kleinschalig geëxperimenteerd wordt met kansrijke thema’s en cliëntgroepen, kan het sociaal team ervaring opdoen, de effectiviteit meten en het aanbod zorgvuldig laten groeien. Zo bouwen we aan een realistisch, gedragen en doelmatig groepsaanbod dat aansluit bij de behoeften van inwoners én bij de visie op passende ondersteuning. Ons advies is dat het leertraject Groepsbegeleiding onderstaande elementen bevat, waarbij het verstandig is element 1 t/m 4 gelijktijdig op te starten. Als de groepsbegeleiding vorm heeft gekregen en met positief resultaat wordt afgenomen kan een doorontwikkeling gemaakt worden met element 5. Voor element 6 kan worden gekozen om dit ofwel direct aan de voorkant van het leertraject mee te nemen, ofwel gelijktijdig met element 5. 1.

Gefaseerde opstart met de twee meest voorkomende thema’s binnen de bestaande ondersteuningsvragen: o Grip op je dag (Structuur, planning en balans) o Omgaan met psychische klachten (mentale weerbaarheid, netwerk en zelfregie) 2. Afwegingskader opnemen in werkproces sociaal team: Bij iedere nieuwe IB-aanvraag brengt het sociaal team op basis van het bestaande afwegingskader in kaart of groepsaanbod een passend (gedeeltelijk) alternatief kan zijn. Belangrijk is dat daarbij bij de toewijzing gemotiveerd wordt waarom wel of niet, en voor welk thema. Dit levert essentiële input op 5

voor het aanscherpen van het afwegingskader en voor een latere businesscase over een meer structurele inzet van groepsbegeleiding. 3. Monitoring en dataverzameling: Zet in op het verkrijgen van inzicht middels monitoring en dataverzameling om het aanbod verder te kunnen ontwikkelen. Via dit proces ontstaat inzicht in potentiële groepsgroottes, deelnamebereidheid, effectiviteit en door- of uitstroom. 4. Scholing, coördinatie en materialen: Houd rekening met bijkomende essentiële kosten voor (bij)scholing, coördinatie en materialen. Zorg voor de start van het leertraject voor de ontwikkeling of aanschaf van een draaiboek per thema. Hiervoor kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van de training Versterk Jezelf van gemeente Houten. Wel zal deze aangepast moeten worden om te kunnen gebruiken als alternatief voor IB (in plaats van ter wachtlijstoverbrugging). Er zijn ook kant en klare methodieken te koop, scholing van de professional is hiervoor meestal voorwaardelijk. 5. Stapsgewijze uitbreiding: Op basis van de evaluatie en monitoring kunnen geleidelijk andere kansrijke groepen en thema’s worden toegevoegd, zoals gericht op een zingevende daginvulling, weerbaarheid en assertiviteit of een groep gericht op autisme. Ook kan het toevoegen van eHealthmodules worden overwogen (zie bijlage 4).

Het is verstandig de volgorde te bepalen op basis van behoefte van doelgroepen, organisatorische uitvoerbaarheid en behaalde resultaten vanuit het leertraject. 6. Samenwerking met aanbieders en/of welzijnsorganisaties: Vanuit cliëntenperspectief kan groepsaanbod vanuit een zorgaanbieder of welzijnsorganisatie meer vertrouwd of neutraler aanvoelen dan vanuit de gemeente zelf. Het is daarom wenselijk om samenwerking met externe partijen te verkennen, bijvoorbeeld bij de uitvoering van groepen of het inzetten van ervaringsdeskundigen. Ook kan bestaande expertise benut worden door trainingen gezamenlijk (door) te ontwikkelen. Ter ondersteuning van het opzetten van het leertraject heeft D18 een draaiboek ontwikkeld (los bijgevoegd). Voorstel verkrijgen benodigde data voor toekomstbestendige financiële onderbouwing Uit onze onderzoeksopdracht blijkt dat op dit moment bepaalde data ontbreekt om een goede inschatting te kunnen maken van de kostenefficiëntie (op de langere termijn) wat betreft het inzetten van Groepsbegeleiding. Ook landelijk en regionaal ontbreekt dit inzicht, omdat de toepassing nog minimaal is en niet op eenzelfde manier door gemeenten wordt ingevuld.

6

Om een beter inzicht te krijgen in wat groepsbegeleiding als financieel voordeel heeft adviseren wij om tijdens het leertraject Groepsbegeleiding de volgende data te verzamelen: o Inzicht in absolute aantallen inwoners geschikt voor groepsbegeleiding versus individuele begeleiding. o Succesratio groepsbegeleiding versus individuele begeleiding; hoeveel minder of korter wordt individuele begeleiding nog ingezet tijdens of na een succesvol traject groepsbegeleiding. o Contra-indicaties en de mate van invloed op de keuzes voor geschikte thema’s waarop groepsbegeleiding mogelijk is. o Absolute doelgroep-bepaling; vastlegging van thema’s waarop ondersteuning nodig is geeft een beeld van de omvang van de groepen.

3. Hoe tot dit advies gekomen? Zoals aangegeven heeft D18 zich geconcentreerd op drie invalshoeken, zijnde literatuuronderzoek, documentenanalyse en interviews. Het literatuuronderzoek richtte zich op groepsgerichte ondersteuning binnen het Sociaal Domein, met specifieke aandacht voor effectiviteit en randvoorwaarden voor groepsbegeleiding in het kader van de Wmo. Hiervoor zijn kennisdocumenten van onder andere Movisie, onderzoeksrapporten en wetenschappelijke artikelen gebruikt. De selectie vond plaats op basis van relevantie, toepasbaarheid op de onderzochte context en waar mogelijk op actualiteit (2020–2025). Voor de documentanalyse zijn 51 ondersteuningsplannen met een meldingsdatum tussen 2022 en 2025 van gemeente IJsselstein geanalyseerd om inzicht te krijgen in terugkerende hulpvragen en cliëntkenmerken. De verdeling van de opgevraagde ondersteuningsplannen is gemaakt op basis van de grootte van de aanbieder en hoe vaak een indicatie bij een aanbieder voorkomt. De steekproef is getrokken uit alleen indicaties van 1 tot 4 resultaatgebieden met een gemiddelde of plus intensiteit. Ook indicaties waakvlam zijn meegenomen. In totaal bevat de dataset 469 indicaties. Van de steekproef van 51 indicaties bleken er na onderzoek van het ondersteuningsplan 12 indicaties geschikt te zijn voor groepsbegeleiding binnen het leertraject. Dit komt neer op 23,5% van de steekproef.

Naast de ondersteuningsplannen zijn interne beleidsdocumenten en inkoopafspraken van de regio Lekstroom en gemeente IJsselstein doorgenomen om de beleidsmatige uitgangspunten en randvoorwaarden in kaart te brengen. Tot slot zijn beleidsregels en documenten van enkele gemeenten die werken met groepsbegeleiding meegenomen. Ook heeft D18 negentien semigestructureerde interviews van een uur gehouden 7

met medewerkers van gemeente IJsselstein, Lopik, Houten, Nieuwegein, Utrecht en de Regionale Backoffice Lekstroom. Geïnterviewden zijn beleidsadviseurs en -medewerkers, teamleiders en -coördinatoren, medewerkers Wmo, een netwerkcoördinator voorliggend veld en een contractmanager. De interviews richtten zich op kansen, knelpunten, praktijkervaringen, randvoorwaarden en verbeterpunten. De uitkomsten van de gesprekken zijn thematisch geanalyseerd, waarbij gebruik is gemaakt van een combinatie van vooraf opgestelde onderwerpen en inductieve codering. Naast medewerkers heeft gemeente IJsselstein zich ingespannen om cliënten te betrekken in het onderzoek. Hiervoor heeft gemeente IJsselstein bij nieuwe Wmo-meldingen gekeken of deze inwoners geschikt waren om te interviewen. In de periode dat het onderzoek liep, waren de aanmeldingen echter beperkt en de aanmeldingen die er wel waren, waren te zwaar voor deelname.

4. Context Volgens de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein, versie 2025, is het doel van individuele begeleiding het verbeteren van de zelfredzaamheid en/of maatschappelijke participatie van inwoners, zodat zij zelfstandig kunnen blijven wonen (Gemeente IJsselstein, 2025). Binnen de toekenning Individuele Begeleiding vallen ongeveer 18 producten, variërend van lichte tot zware ondersteuning afhankelijk van de situatie en complexiteit. Een aantal van deze producten biedt lichte tot matige ondersteuning. De verwachting is dat groepsbegeleiding een passend alternatief kan zijn. Voor cliënten met zwaardere ondersteuningsbehoeften blijft individuele begeleiding naar verwachting noodzakelijk, gezien de complexiteit van de problematiek en het benodigde maatwerk. Binnen de cliëntgroep van Individuele Begeleiding van gemeente IJsselstein komen diverse doelgroepen voor. Wanneer cliëntkenmerken worden gebundeld naar problematiek, zijn de meest voorkomende doelgroepen: mensen met autisme, angststoornissen, depressieve klachten, niet-aangeboren hersenletsel, een verslavingsachtergrond en een licht verstandelijke beperking.

Ondanks verschillen in achtergrond, delen zij vaak vergelijkbare ondersteuningsbehoeften, zoals hulp bij energiemanagement, structuur, activering, zelfzorg, sociale vaardigheden, het toepassen van behandelinzichten en het leren omgaan met grenzen. De mate van benodigde aansturing en overname van de regie verschilt, afhankelijk van de duur, ernst en complexiteit van de problematiek. Zie bijlage 2 voor een uitwerking van de problematieken en bijbehorende ondersteuningsbehoeften. Binnen de Wmo wordt onderscheid gemaakt tussen ondersteuning vanuit het voorliggend veld, begeleiding door het sociaal team en maatwerkvoorzieningen door zorgaanbieders. Deze drie niveaus vormen samen een samenhangend 8

ondersteuningsaanbod, waarin het sociaal team is gepositioneerd als verbindende spil. In gemeente IJsselstein wordt op dit moment nog niet tot nauwelijks begeleiding geboden door het sociaal team. Het team verzorgt vooral de indicaties voor maatwerkvoorzieningen. Gemeenten die in de regio wel werken met inzet van begeleiding vanuit hun sociaal team, maken onderscheid tussen individuele begeleiding en groepsbegeleiding. Zij geven aan dat de afgelopen jaren voornamelijk ervaring is opgedaan met interne individuele begeleiding. Deze vorm van eigen inzet (in plaats van een zorgaanbieder) wordt door de betrokken gemeenten als positief ervaren, zowel wat betreft effectiviteit als kostenefficiëntie. “De kosten zijn minder gestegen in vergelijking met omliggende gemeentes. Impact prijsverhoging/aanbesteding etc. heeft minder impact als je zelf ook hulpverleent.” - Lopik Daarnaast wordt er, meer recent, in de regio kleinschalig ervaring opgedaan met groepsbegeleiding binnen de Wmo. Varianten van groepsbegeleiding binnen sociale teams zijn thematische trainingen gericht op het ontwikkelen van vaardigheden bij bepaalde doelgroepen en meer algemene groepsbegeleiding gericht op het vergroten van weerbaarheid en netwerk – bij inwoners met een psychische kwetsbaarheid.

Organisatorisch gezien worden verschillende varianten gebruikt, variërend van het intensief samenwerken met specialistische aanbieders tot het zelf als sociaal team ontwikkelen en geven van groepsbegeleiding, waarbij expertise in huis is gehaald. “We hebben veel mensen in huis die ervaring hebben met groepen en/of die het leuk vinden. Een aantal mensen door Santé laten scholen hierin, train de trainer. Hoe geef je nou zo'n groep? Dat was goed bevallen.” - Houten -

9

5. Bevindingen en analyse Hieronder komen de belangrijkste bevindingen uit de interviews, literatuur en documentanalyse aan bod.

Voor- en nadelen Groepsbegeleiding kent een aantal duidelijke voordelen en de eerste ervaringen met groepsbegeleiding binnen de Wmo in de regio worden positief onthaald. Sociale interactie en steun

Deelnemers leren van elkaar, voelen zich minder alleen en ervaren steun vanuit de groep.

Versterking van vaardigheden

In groepsverband kunnen deelnemers nieuwe vaardigheden aanleren en oefenen, wat de zelfredzaamheid bevordert.

Herkenning

Door gedeelde ervaringen voelen mensen zich gehoord en erkend. Dit draagt bij aan zelfvertrouwen en motivatie.

Efficiënt gebruik van middelen

Groepsbegeleiding is kostenefficiënter dan individuele begeleiding en maakt het mogelijk om meer cliënten tegelijk te ondersteunen.

Overbrugging en doorstroom

Groepsaanbod kan ingezet worden als wachtlijstoverbrugging of als afbouwtraject richting het voorliggend veld.

Inzet van ervaringsdeskundigen Zij zorgen voor vertrouwen, herkenning en een betere aansluiting bij de leefwereld van deelnemers, wat de effectiviteit verhoogt.

[De ervaring met ‘Versterk Jezelf’ is] over het algemeen heel positief. Het wordt als succesvol gezien door zowel het sociaal team als de inwoners. Ze leren echt iets, dat vinden inwoners belangrijk. Heel waardevol dat mensen van elkaar kunnen leren en met elkaar kunnen delen. Alvast kunnen starten terwijl ze op een wachtlijst staan wordt ook als positief gezien. -Houten-

10

Naast voordelen, kent groepsbegeleiding ook een aantal nadelen. Op basis van de eerste ervaringen blijkt dat deze gauw worden onderschat en dat het belangrijk is dat er voldoende aandacht aan wordt besteed. Beperkte individuele aandacht In een groep is er minder ruimte voor maatwerk en persoonlijke begeleiding dan bij individuele ondersteuning. Complicerende groepsdynamiek

Spanningen, conflicten of dominante deelnemers kunnen het leer- en herstelproces van anderen in de groep verstoren.

Niet voor iedereen passend

Sommige cliënten voelen zich onveilig of ongemakkelijk in een groep, of hebben een zodanige problematiek dat groepsdeelname niet haalbaar is.

Beperkte openheid

Deelnemers kunnen door o.a. gevoelens van schaamte moeite hebben om persoonlijke of gevoelige onderwerpen te delen in een groep, wat de diepgang en effectiviteit kan belemmeren.

Risico op negatieve beïnvloeding

Ongewenst gedrag of negatieve overtuigingen van groepsleden kunnen anderen juist ontmoedigen of een averechts effect hebben.

Logistieke en praktische uitdagingen

Het organiseren van geschikte groepen vraagt afstemming op tijd, locatie, groepsgrootte en samenstelling, wat complex kan zijn.

‘Daar zie ik van hoe lastig het is en hoe je tegen gewoon hele simpele praktische dingen aanloopt [bij het organiseren van groepen].’ -Nieuwegein-

Risico’s, succesfactoren en randvoorwaarden 1. Groepsbegeleiding kan niet gezien worden als gelijkwaardig alternatief voor Individuele Begeleiding Groepsbegeleiding vormt als voorziening binnen de Wmo een waardevolle aanvulling op individuele begeleiding. Er zijn aanwijzingen dat de inzet van groepsbegeleiding ondersteuningsvragen voor individuele begeleiding verkleint en verkort. Groepsbegeleiding is echter geen volledige vervanging. Niet iedere inwoner past in een groep en niet iedere ondersteuningsvraag leent zich voor groepsbegeleiding. Groepsbegeleiding biedt minder ruimte voor individueel maatwerk en groepsdynamiek kan leiden tot conflicten of gevoelens van buitensluiting. Sommige cliënten zijn

11

hier gevoeliger voor dan andere. Voor deze hulpvragen en cliënten blijft individuele ondersteuning nodig. Er dient per casus en per vraag te worden gekeken naar de geschiktheid. Daarnaast is het een gegeven dat de drempel naar groepsbegeleiding voor een deel van de inwoners hoog kan zijn, samenhangend met problematiek, zoals autisme of sociale angst. Kortdurende individuele begeleiding kan gewenst zijn om de stap naar een groep overbruggen. Wanneer dat niet gebeurt is het risico dat de inwoner tijdelijk uit beeld raakt, de problematiek verergert en vervolgens terugkomt met een grotere ondersteuningsvraag dan voorheen. ‘Bij mensen die overbelast zijn is nodig: eerst basis op orde en dan misschien in groepen. En ook snappen dat sommige mensen een extra zetje nodig hebben door een appje te krijgen of opgehaald te worden.’ - Netwerkcoördinator IJsselstein -

2. Veranderopgave; we moeten anders gaan kijken naar de ondersteuningsbehoefte van cliënten Voor inwoners en professionals is individuele begeleiding al lange tijd de standaard (Van Arum et al., 2023; Teekman et al., 2019; Binkhorst, 2016). Dit sluit ook aan bij hoe de maatschappij is ingericht: meer gericht op het individu dan op het collectief. Groepsbegeleiding is dan ook verder buiten de comfortzone dan individueel. Het is voor veel mensen spannend en onwennig, wat maakt dat zowel cliënten als professionals het als een drempel kunnen ervaren en terughoudend zijn. Hier verandering in aanbrengen vraagt om positieve ervaringen en gewenning. ‘Dit is echt een expertise die je moet hebben [groepsbegeleiding geven]. Je hart moet er echt liggen. Wij hebben allemaal een keuze gemaakt voor individueel werk, dus ik vraag me af of daar de voorkeur is.’ - ST IJsselstein –

3. Zorg voor een dekkend aanbod en frequentie van groepen Voor een effectieve groepsbegeleiding is het belangrijk dat mensen in een groep voldoende overeenkomsten hebben, zodat deelnemers zich in elkaars situaties en ervaringen herkennen en zich veilig genoeg voelen om open te delen en van elkaar te leren. Als de groep bestaat uit cliënten met te verschillende problemen of situaties, sluit de begeleiding onvoldoende aan (Yusop et al., 2020; Pappas et al., 2023; Teekman et al., 2019). Ook wordt dan niet goed gebruikgemaakt van wat groepsbegeleiding juist sterk maakt: dat mensen zich in elkaar herkennen en steun bij elkaar vinden. Voldoende differentiatie van groepen op thema of doelgroep is daarom belangrijk. Hierdoor kan het langer duren voordat een groep daadwerkelijk van start kan, wat leidt tot oplopende wachttijden voor deelnemers. In dit licht kan een regionale samenwerking (bijvoorbeeld met de gemeente Lopik, die hier positief tegenover staat) kansen bieden om sneller voldoende deelnemers voor specifieke groepen te vinden. 12

‘Dat is ook een heel ding, dat je op hetzelfde moment voldoende inwoners hebt die kunnen deelnemen om te kunnen starten. Je wil met een groep niet de hele tijd inen uitloop, want dan is het effect weg. Je moet een vaste groep hebben ook voor de veiligheid. Ook daarbinnen verwachtingsmanagement van nou wij gaan elkaar een traject aan.’ -Nieuwegein-

4. Praktische en organisatorische investeringen zijn nodig Organisatorisch komt veel kijken bij groepsbegeleiding; meer dan bij individuele begeleiding. Gemeenten die werken met groepsbegeleiding geven aan dat dit meer was dan voorzien: o

o

o o o

o

Een geschikte locatie is belangrijk. De ruimte moet goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer of met de auto en voldoende privacy bieden om persoonlijke ervaringen te kunnen delen. De ervaring van regiogemeenten dat het gemeentehuis niet geschikt is als locatie, omdat inwoners daar een onvoldoende neutrale associatie mee hebben. De ruimte moet praktisch ingericht zijn voor groepswerk. Denk aan een opstelling die uitnodigt tot gesprek, een flip-over, of screen voor visualisatie. Eventueel een aparte ontvangstruimte voor deelnemers waar ze even kunnen landen voor of na de bijeenkomst. Bestaande draaiboeken moeten afgestemd worden op de lokale situatie. Er is meer voorbereiding nodig voor een groepssessie dan voor een individuele sessie. Er is vaak aanvullende scholing nodig. Ook hier kan een regionale samenwerking kansen bieden om scholingskosten te verlagen door gezamenlijk te scholen (de gemeente Houten staat hier bijvoorbeeld positief tegenover). Het aanpassen van werkprocessen (ook juridisch), het trainen van teamleden en de communicatie richting samenwerkende en verwijzende partijen kost meer tijd dan verwacht. Een andere manier van kijken en communiceren wordt ook vaak genoemd. Dit alles vraagt een voorinvestering in tijd en middelen.

‘Het is best wel alles bij elkaar intensief. Besteed er aan de voorkant voldoende tijd aan hoe je dat passend krijgt, dan heb je er daarna heel veel plezier van.’ -Houten-

5. Kwaliteit moet op orde zijn Vertrouwen, motivatie en hoop zijn sleutelfactoren voor het slagen van vormen van psychische ondersteuning. Vertaald naar groepsbegeleiding moeten inwoners vertrouwen hebben dat de kwaliteit hoog is en hen voldoende ondersteunt bij het bereiken of behouden van hun zelfredzaamheid en participatie. Dit vraagt om expertise, zorgvuldigheid in opzet, organisatie en uitvoering en een voldoende passend aanbod bij hulpvragen en doelgroep. Een goede afweging per cliënt en het continu

13

monitoren en evalueren van de balans tussen collectief en individueel aanbod is belangrijk om de effectiviteit te waarborgen (Teekman et al., 2019). Succesvolle groepsbegeleiding vereist een veilige en ondersteunende omgeving, deskundige begeleiding en een goed doordachte samenstelling van de groep. Organisatorische randvoorwaarden zoals voldoende tijd, ruimte en middelen zijn essentieel. Belemmeringen zijn bijvoorbeeld onvoldoende motivatie bij cliënten, onvoldoende aansluiting van het groepsaanbod op individuele behoeften en organisatorische barrières. Voor deelnemers is een gevoel van veiligheid binnen de groep belangrijk. Zij moeten zich vrij voelen om hun gedachten en gevoelens te uiten zonder angst voor oordeel of afwijzing. Het bevorderen van wederzijds respect, empathie en vertrouwelijkheid draagt bij aan een positieve groepssfeer waarin deelnemers zich kunnen ontwikkelen (Yusop et al., 2020; Pappas et al., 2023).

6. Deskundigheidsvereisten voor groepsbegeleiding De kwaliteit en effectiviteit van groepsbegeleiding worden sterk bepaald door de competenties van de begeleider (Yusop et al., 2020; Pappas et al., 2023). De professional moet beschikken over specifieke expertise, vaardigheden en houding. Het is unaniem erkend als een ‘vak apart’, dat niet alleen inhoudelijke kennis vereist van de doelgroep en het thema, maar ook diepgaand inzicht in groepsdynamiek. Voor evidence-based interventies is regelmatig aanvullende scholing nodig en het begeleiden van groepen vraagt om flexibiliteit en afstemming. Voor de essentiële competenties van groepsbegeleiders, zie bijlage 5.

7. Zorg voor een duidelijke structuur en doelstellingen Effectieve groepsbegeleiding vraagt een helder gestructureerd programma met duidelijke doelstellingen en passende methodieken. Dit helpt deelnemers te begrijpen wat er van hen wordt verwacht en wat ze kunnen bereiken en is essentieel voor het creëren van een veilige en ondersteunende groepsomgeving (Yusop et al., 2020).

8. Geschikte groepssamenstelling is essentieel voor het slagen van deze vorm van ondersteuning Het zorgvuldig selecteren van deelnemers die baat kunnen hebben bij groepsbegeleiding is belangrijk. Een goede triage en indicatiestelling zijn essentieel zijn om de juiste vorm van begeleiding te kiezen. De geschiktheid van groepsbegeleiding hangt sterk af van cliëntkenmerken (Teekman et al., 2019; Sanders, 2020). Cliënten met voldoende cognitieve en sociale vaardigheden profiteren meer van groepsaanbod. Complexe problematiek, zoals ernstige psychiatrische aandoeningen of gedragsproblemen, kan het functioneren in een groep belemmeren. Contra-indicaties, zoals ernstige psychiatrische problematiek of gedragsproblemen die de groepsdynamiek verstoren, moeten in overweging worden genomen bij de 14

selectie. Daarnaast is het belangrijk dat deelnemers kunnen functioneren binnen een groep: zij moeten zich voldoende veilig en verbonden kunnen voelen met groepsgenoten en de groepsdynamiek niet verstoren. Er zijn verschillende kenmerken van inwoners of ondersteuningsvragen die maken dat groepsbegeleiding niet geschikt is als ondersteuningsvorm. Zie bijlage 3 voor een uitwerking van de contraindicaties. Voor sommige groepen is daarnaast een bepaalde homogeniteit van groepsleden belangrijk. Dit om voldoende aansluiting binnen de groep te ervaren of vanwege een andere verwerkingssnelheid. Dit geldt bijvoorbeeld voor een stoornis op het autismespectrum (ASS), een licht verstandelijke beperking (LVB) en niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Mits homogeen samengesteld, voldoende frequent en begeleid door professionals met de juiste expertise, kan groepsbegeleiding waardevol zijn voor deze groepen. Als dit niet voldoende gewaarborgd wordt, werkt groepsbegeleiding voor hen averechts. ‘Ik denk goed om dit te gaan proberen maar er blijven situaties waarbij iemand meer gebaat is bij individuele begeleiding. Soms is er gewoon diepgang nodig.’ - ST IJsselstein –

9. Keuze voor type voorziening Binnen de Wmo wordt onderscheid gemaakt tussen algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Algemene voorzieningen zijn voor alle inwoners toegankelijk, zonder dat een diepgaand onderzoek naar de hulpvraag van een inwoner nodig is. Maatwerkvoorzieningen worden pas ingezet als blijkt dat de eigen mogelijkheden van inwoners en hun sociale netwerk of algemene voorzieningen onvoldoende ondersteuning bieden. Bij de inrichting van groepsbegeleiding door het sociaal team zijn er belangrijke overwegingen tussen het aanbieden als maatwerkvoorziening of als algemene voorziening. Het inrichten als algemene voorziening wordt daarbij vaak als een logische optie gezien en wordt – bij inzet door het sociaal teamdoor alle gemeenten gedaan. Dit biedt meer flexibiliteit en ruimte binnen de bestaande kaders, waardoor de toegang eenvoudiger en laagdrempeliger kan worden georganiseerd. Wel is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken over de organisatie en uitvoering, en de werkprocessen waar nodig aan te passen. Gemeente Houten en gemeente Nieuwegein werken op basis van juridisch advies met een informed consent, waarmee de inwoner toestemming geeft voor begeleiding door het sociaal team.

In de Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke Ondersteuning 2022 van gemeente IJsselstein is opgenomen dat het uitgangspunt van maatwerkvoorzieningen is dat deze worden aangeboden door gecontracteerde aanbieders. Hiermee is het niet mogelijk om groepsbegeleiding als maatwerkvoorziening zelf aan te bieden. Naast dat de verordening het niet toelaat, leidt het toewijzingsproces ook tot administratieve problemen en tot belangenverstrengeling en daarmee in het waarborgen van een objectieve beoordeling. Een juridisch oordeel (jurist IJsselstein) is 15

daarom essentieel om helderheid te krijgen over de toelaatbaarheid, risico’s en mogelijke aanpassingen die nodig zijn als deze route toch wordt overwogen.

10. Werk samen met aanbieders en/of welzijnsorganisaties Samenwerking met ketenpartners biedt kansen om groepsbegeleiding beter aan te laten sluiten bij wat inwoners nodig hebben. Groepsaanbod kan gezamenlijk worden ontwikkeld of uitgebreid, en ook de inzet van ervaringsdeskundigheid kan worden benut. Zorgaanbieders en welzijnsorganisaties beschikken vaak over veel kennis van specifieke problematiek en groepsbegeleiding. Vanuit het perspectief van cliënten kan begeleiding via een externe partij bovendien vertrouwder of neutraler aanvoelen dan wanneer dit enkel vanuit de gemeente wordt aangeboden. Regiogemeenten die al werken met groepsbegeleiding hebben allemaal een vorm van samenwerking met ketenpartners opgezocht en waarderen de ingebrachte expertise. Om dubbel werk te voorkomen en de beschikbare kennis optimaal te benutten, is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken over ieders rol en bijdrage. Zeker in een tijd van personeelstekorten in het sociaal domein is het inefficiënt wanneer organisaties afzonderlijk naar dezelfde oplossingen zoeken. Daarnaast wordt ondersteuning soms onnodig lang ingezet doordat partijen vooral vanuit hun eigen perspectief handelen en het gesprek met andere betrokkenen uitblijft. Zowel welzijnsorganisaties als zorgaanbieders kunnen meer worden gestimuleerd om met groepen te werken.

Door effectieve samenwerking wordt de samenhang tussen het voorliggend veld, het sociaal team en zorgaanbieders versterkt. Dit vraagt om wederzijds vertrouwen, open communicatie en de bereidheid om elkaar aan te spreken op keuzes en werkwijzen. Zie bijlage 6 voor een overzicht van mogelijke samenwerkingspartners. “[Je kunt als gemeente] opdracht geven aan welzijnsorganisatie om meer in groepen te werken. Er zit veel energie [bij aanbieders en welzijnsorganisaties]. Mensen willen wel [groepsbegeleiding organiseren] maar puntje bij paaltje is het soms best lastig. Het betekent veel voor de werkprocessen en het personeel”

-Netwerkcoördinator11. Houd rekening met de huidige contractafspraken In de huidige contractafspraken voor Wmo Individuele Begeleiding is vastgelegd dat uitbreidingen met nieuwe vormen van dienstverlening die bijdragen aan zelfredzaamheid en participatie, maximaal 20% van de oorspronkelijke opdrachtwaarde mogen bedragen. Dit betekent dat binnen de contractperiode het aanbod niet meer dan 20% mag afnemen. Voor gemeente IJsselstein houdt dit in dat er ruimte is om kleinschalig te starten met groepsbegeleiding. Voor een grootschalige vervanging van individuele begeleiding is echter vooraf toestemming nodig van de gecontracteerde aanbieders.

16

Kansrijke thema’s voor groepsgericht aanbod Voor het selecteren van thema’s voor groepsaanbod is geïnventariseerd welke individuele ondersteuningsvragen bij welke cliëntkenmerken vaak voorkomen én die zich lenen voor het oppakken in een groep. Dit geldt voor cliënten met een ontwikkelperspectief, maar ook voor cliënten waar geen direct ontwikkelperspectief is en de meerwaarde zit in het behouden van de bestaande situatie om zo (zwaardere) zorgkosten op langere termijn te voorkomen. De thema’s vallen grofweg onder drie hoofdclusters. Elk cluster omvat meerdere onderwerpen die zich goed lenen voor groepsbegeleiding. Cluster 2 is in het bijzonder kansrijk ter wachtlijstoverbrugging of ter afbouw van individuele begeleiding naar het voorliggend veld. Cluster 1: Aanleren van praktische en mentale vaardigheden (specifieke, relatief afgebakende thema’s) o Het leren plannen en prioriteren, mits geen intensieve individuele aansturing nodig is. o Het structureren van dag- en weekritme; vaardigheden gericht op organisatie en zelfsturing in het dagelijks leven. o Het vinden van balans tussen draagkracht en draaglast, met aandacht voor energieverdeling en herstelmomenten. o Het aanleren van assertiviteit en het stellen van grenzen. o Het vinden van passende daginvulling, gericht op zingeving en activering.

Cluster 2: Versterken van weerbaarheid en zelfredzaamheid bij psychische klachten (brede insteek) Ondersteuning bij het omgaan met psychische kwetsbaarheden en het vergroten van mentale weerbaarheid. De focus ligt op: o Het versterken van emotieregulatie en het leren omgaan met psychische klachten. o Het vergroten van de eigen regie en weerbaarheid. o Het ontdekken van wat nog wél mogelijk is en het ontwikkelen van realistische perspectieven. o Het stimuleren van hulp vragen en gebruik maken van ondersteuningsbronnen. Inclusief mogelijkheden binnen het voorliggend veld. Cluster 3: Doelgroepgerichte ondersteuning Een relatief groot aandeel inwoners binnen de groep Individuele Begeleiding zijn mensen met autisme. Hier is groepsbegeleiding mogelijk als deze goed aansluit bij hun behoeften en mogelijkheden. Het verschilt per persoon of een algemene groep passend is. Rekening houden met contra-indicaties is essentieel; voor sommige mensen met autisme is groepsdynamiek belastend of zelfs belemmerend wanneer zij niet voldoende herkenning en aansluiting ervaren binnen een groep. Groepsbegeleiding werkt dan averechts. Groepsbegeleiding gericht op autisme omvat: o Het bieden van voorspelbare structuur en heldere communicatie. o Het trainen van sociale vaardigheden en het uitbreiden van het netwerk. o Ondersteuning bij het structureren van het dagelijks leven en het omgaan met prikkels.

o Aandacht voor passende activering en zingeving. 17

Voor een overzicht van de meest voorkomende cliëntkenmerken (problematieken) en de meest voorkomende ondersteuningsthema’s (geclusterde doelen), zie bijlage 2.

18

6. Financiële paragraaf Werkwijze en onzekerheden Voor de financiële consequenties van het uitvoeren van het leertraject zijn we op zoek gegaan naar data die een onderbouwing geven van de financiële baten ten opzichte van de begrote kosten. In eerste instantie zijn we daarvoor in de eigen data van de gemeente IJsselstein gedoken. Daarna zijn we op zoek gegaan naar aanvullende gegevens bij gemeenten die al succesvol groepsbegeleiding inzetten. Hiervoor zijn de gemeente Houten en de gemeente Utrecht benaderd. In alle gevallen heeft ons onderzoek te weinig data opgeleverd om een echt gefundeerde onderbouwing te geven van de financiële baten van het inzetten van groepsbegeleiding in plaats van individuele begeleiding. De volgende gegevens zijn onvoldoende aanwezig: o o

o o

Inzicht in absolute aantallen inwoners geschikt voor groepsbegeleiding versus individuele begeleiding. Succesratio groepsbegeleiding versus individuele begeleiding; hoeveel minder of korter wordt individuele begeleiding nog ingezet tijdens of na een succesvol traject groepsbegeleiding. Contra-indicaties en de mate van invloed op de keuzes voor geschikte thema’s waarop groepsbegeleiding mogelijk is. Absolute doelgroep-bepaling; vastlegging van thema’s waarop ondersteuning nodig is geeft een beeld van de omvang van de groepen. Deze informatie is niet voorhanden waardoor we ons moeten baseren op informatie uit de ondersteuningsplannen (arbeidsintensief).

Aan het einde van deze paragraaf doen we de aanbeveling om tijdens de implementatiefase van het leertraject registratiesystematiek in te bouwen in de systemen waardoor deze informatie op termijn beter beschikbaar wordt. Voor het becijferen van de kosten versus de baten hebben we gekozen voor een beredeneringssystematiek waarbij het meest voorzichtige scenario steeds is gekozen. De uiteindelijke baten zijn naar verwachting hoger dan geprognotiseerd, maar hier kan geen enkele garantie voor worden gegeven. Daarnaast zijn er externe factoren die invloed hebben op het uiteindelijke resultaat. Enkele voorbeelden: o o o

Samenloop van problematiek waardoor een of enkele deelnemers niet kunnen aansluiten bij een groepssessie, wat de efficiëntie verlaagt. Uitval van de groepsbegeleider door ziekte, waardoor minder groepstraining kan worden gegeven. Ontwikkelingen in de doelgroep die afwijken van het gemiddelde van de afgelopen drie jaar. Dit kan ook betekenen dat er meer groepsbegeleiding kan worden gegeven. 19

Financiële onderbouwing De volgende uitganspunten zijn gehanteerd bij het berekenen van de kosten: o o o o o

Groepsbegeleider in dienst van de gemeente, schaal 10 Geïndexeerde kosten (o.b.v. informatie 2023) circa € 103.000 per jaar inclusief overhead. Netto beschikbare uren op jaarbasis: 1200 uur (verzwarende omstandigheden als extra training, coördinatie en casuïstiekoverleg) Gratis locaties beschikbaar voor groepsbegeleiding Initiële opleidingskosten van circa € 5.000, -

De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd voor de invulling van de groepsbegeleiding: o o o o

In het leertrajectfase één begeleider per groep (i.v.m. beperkte omvang) Groepsgrootte van gemiddeld 6 personen 8 groepssessies totaal per traject van 3 maanden Tijdsinvestering groepsbegeleider van 5,5 uur per sessie

Binnen het leertraject wordt geadviseerd om naast de groepsbegeleider ook een collega uit het sociaal team aan te laten sluiten bij de sessies. Dit versterkt de groepsdynamiek en bevordert borging in de werkwijze van het team. Deze inzet is echter niet meegenomen in de financiële berekening. Om zicht te krijgen op de potentiële doelgroep voor groepsbegeleiding is een steekproef van 51 indicaties geanalyseerd, getrokken uit 469 indicaties (2022-2025) met een gemiddelde of plus intensiteit op 1 tot 4 resultaatgebieden, inclusief waakvlamindicaties. Uit de analyse blikt dat 12 van de 51 indicaties (23,5%) geschikt zijn voor groepsbegeleiding binnen het leertraject. Ervaringen uit andere gemeenten bieden aanvullende context. In Utrecht wordt groepsbegeleiding binnen het jeugddomein ingezet, met een huidig aandeel van 9%, oplopend naar een beoogde 20%. De Wmo-cijfers zijn daar nog niet beschikbaar. Houten schat het aandeel cliënten dat groepsbegeleiding ontvangt op 2025%, mede doordat groepsbegeleiding ook als voorliggende voorziening tijdens wachttijd wordt ingezet. Voor de leertrajectfase zien we voldoende onderbouwing om de cijfers uit de steekproef te extrapoleren naar de gehele populatie. We starten in het leertraject immers met thema’s waarop we de meeste kansen zien voor het omschakelen naar groepsbegeleiding.

De financiële berekening is gebaseerd op de 469 indicaties in de doelgroep. Aan deze indicaties is per kwartaal een waarde toegekend op basis van de gemeentelijke productenmix. Voor waakvlamindicaties is uitgegaan van een gemiddelde inzet van 2 uur per maand, met een bijbehorende kostprijs van €147,60 per maand.

20

1-2 resultaatgebieden

3-4 resultaatgebieden

Behouden

Behouden

Ontwikkelen

Plus

€ 293,46 € 440,18

021M0/Waakvlam

€ 147,60

Gemiddeld

€ 440,18 € 663,21

Ontwikkelen

€ 440,18 € 663,21

€ 663,21 € 991,88

Tabel 1 Kosten per indicatie/maand

Om een gewogen berekening te kunnen maken van de kosten voor de totale doelgroep is gekeken naar de onderverdeling binnen de benoemde 469 indicaties. Met behulp van de bovenstaande tarieven is vervolgens de kostprijs van individuele begeleiding gedurende 3 maanden becijfert, dit is gelijk aan groepsbegeleiding die 3 maanden zal duren. Hierdoor kunnen we uiteindelijk de besparing gedurende deze periode berekenen. We gaan er daarbij vanuit dat er verder niets verandert tijdens of na de groepsbegeleiding. In de praktijk is de kans echter aanwezig dat er na het traject minder of geen individuele begeleiding meer nodig is. Aan de andere kant, tijdens de trajecten groepsbegeleiding kan het zijn dat een inwoner op een of meerdere resultaatgebieden aanvullende individuele begeleiding nodig heeft. Data om dit te berekenen ontbreekt, waardoor we de gevonden uitkomsten met voorzichtigheid moeten interpreteren. Als we de indicaties van de doelgroep afzetten tegen de maandelijkse kosten dan ontstaat het volgende beeld.

Code 021M0 022A1 022A2 022B1 022B2 024A1 024A2 024B1 024B2 Totaal

Totaal 23/24/25 38 76 25 75 30 77 37 62 49 469

Gemiddeld P/J Kosten per traject P/M 13 € 147,60 25 € 440,18 8 € 663,21 25 € 293,46 10 € 440,18 26 € 663,21 12 € 991,88 21 € 440,18 16 € 663,21 156

Totaal Kwar- Besparing bij taal 23,5% groep € 5.756 € 1.353 € 33.014 € 7.758 € 15.917 € 3.741 € 22.010 € 5.172 € 13.205 € 3.103 € 51.730 € 12.157 € 35.708 € 8.391 € 27.731 € 6.517 € 31.834 € 7.481 € 236.905 € 55.673

Tabel 2 Totale kosten doelgroep en per traject/kwartaal

Als we vervolgens kijken naar het aantal inwoners dat de overstap naar groepsbegeleiding kan maken binnen een kalenderjaar, dan moeten we kijken naar de gemiddelden per jaar uit de doelgroep van 469 om een doelgroep per jaar te berekenen. Dat levert een doelgroep van 156 per jaar op. Uitgaande van het eerder gevonden percentage van 23,5% zouden per jaar dus totaal 37 inwoners de overstap van individuele begeleiding naar groepsbegeleiding kunnen maken. Uitgaande van een gemiddelde groepsgrootte van 6 inwoners komen we dan afgerond op 7 groepen per jaar uit. Uitgaande van 8 sessies per traject levert dit een

21

totaal van 56 sessies per jaar op. De gemiddelde tijdsinvestering per sessie bedraagt 5,5 uur. De totale uren per jaar bedragen dan 308 uren, wat neerkomt op afgerond 0.25 FTE personele inzet. Bij een loonsom van € 103.000, - per jaar komen de loonkosten (incl. overhead) voor groepsbegeleiding uit op circa € 25.750, -, aangevuld met initiële opleidingskosten van € 5.000, - komen we op een totale investering van € 30.750, - voor het leertrajectjaar. Let wel, deze kosten zijn exclusief implementatie- en ontwikkelkosten en eventueel benodigde systeemaanpassing. Ook dient opgemerkt te worden dat 0.25 FTE moeilijk in te vullen zal zijn, waardoor de formatie idealiter gekoppeld zal moeten zijn met een andere rol of taak die eventueel lager is ingeschaald. Afgezet tegen de gemiddelde kosten per kwartaal die de gemeente zou maken als een inwoner individuele begeleiding ontvangt, levert het leertraject in eerste voorzichtige aanblik een positief resultaat op van € 55.673 -/- € 30.750 = € 24.923. Uiteraard is dit financiële effect puur een indicator als onderbouwing voor het uitvoeren van het leertraject. Overige winst zal veelal zitten in een betere ondersteuning van inwoners door kortere, gerichte trajecten, waarbij groepsdynamiek en samenwerking worden bereikt. Dit leidt op de lange termijn tot besparingen die niet te berekenen, maar wel te verwachten zullen zijn.

Aandachtpunten Tijdens ons onderzoek is gebleken dat veel data nog niet beschikbaar is. Dit heeft mede te maken met een bepaalde manier van registreren. Ook bij andere gemeenten die experimenteren met het inzetten van groepsbegeleiding is het ontbreken van data een aandachtspunt. Om toekomstig een meer accurate financiële onderbouwing te kunnen geven is het van wezenlijk belang om tijdens de leertrajectfase al over te gaan tot een andere manier van registreren zonder dat dit tot een grote verzwaring van de werkprocessen leidt. Hiervoor zouden aanpassingen in het systeem van ZorgNed moeten worden gedaan die het mogelijk maken om te monitoren: o Hoeveel mensen gebruik maken van groepsbegeleiding en hoe lang; o Welke individuele begeleiding met welke duur ze zouden hebben gehad als er geen groepsbegeleiding was geweest; o Welke individuele begeleiding aanvullend of nadien noodzakelijk is; o Als er geen groepsbegeleiding mogelijk is, waardoor dat dan komt en welke begeleiding wel wordt ingezet. Aanvullend moeten de resultaten van de groepssessies zelf afzonderlijk worden gemonitord. Denk dan aan zaken als groepsgrootte per sessie, tijdinvestering per sessie en per thema, aantal sessies per kwartaal en gemiddelde uitval of no show gedurende sessies.

Ook is het belangrijk om voor, tijdens en na het leertraject inwoners te bevragen op kwalitatieve aspecten rondom de groepsbegeleiding. In welke mate zijn ze tevreden met het aanbod, en in welke mate kan gesteld worden dat er meer contact is met lotgenoten of andere mensen bijvoorbeeld en hoe goed voelen ze zich geholpen en gehoord.

22

Literatuurlijst Binkhorst. (2016). Wmo-wijzer: Balans individuele en collectieve benaderingen in de wijk. Geraadpleegd van Op-zoek-naar-balans-tussen-individuele-en-collectieve-benaderingen-in-de-wijk-2016-JB-def-1-2016.pdf Gemeente IJsselstein. (2025). Beleidsregel jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2025. Geraadpleegd op 10 maart 2025, van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR737911 Gemeente IJsselstein. (2022). Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2022. Geraadpleegd op 10 maart 2025, van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR672751 Gemeente Houten. (2024). Beleidsregels Jeugd en Wmo gemeente Houten 2024. Geraadpleegd op 1 april 2025, van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR714349 Gezonde Boel. (2023). Factsheet Top 10 indicatoren [Factsheet]. https://gezondeboel.nl/wp-content/uploads/2023/11/2023_Factsheet_Top10_indicatoren_final2_smaller.pdf Movisie. (2023). Interventiebeschrijving Grip en Glans. Geraadpleegd op 27 mei 2025, van https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2023-06/Interventiebeschrijving-Grip-en-Glans-februari-2023.pdf Pappas, S. (2023). Group therapy is as effective as individual therapy, and more efficient. Here’s how to do it successfully. Monitor on Psychology, 54(2), 30. Rensen, P. (2014). Begeleiding nieuwe stijl: 29 beproefde methoden voor extramurale begeleiding.

Movisie. Sanders, T. (2010). Indicatiestelling voor groepspsychotherapie. Groepen, 5 (3) 43-55 Teekman, C., van Kampen, E., Pruim, E., & Algera, M. (2019). Collectief en individueel werken in balans: Hoe werkt het? Onderzoeksrapportage over de huidige (dis)balans tussen collectief en individueel werken door sociale wijkteams in Zwolle. Zwolle: Gemeente Zwolle. Van Jaarsveld, A., Janson, I., Knispel, A., Hulsbosch, L., & Kroon, H. (2024). Factsheet E‑health: Ervaringen van mensen met langdurige psychische problemen [Factsheet]. Trimbos‑instituut. https://www.trimbos.nl/aanbod/webwinkel/tri75-010-factsheet-e-health-ervaringen-van-mensen-met-langdurige-psychische-problemen/ Van Arum, S., Van den Bosch, A., Dermaux, J., De Vries, S., & Van Xanten, H. (2023). Magazine COLLECTIEF 1: Samen aan de slag in buurten en wijken [Magazine]. Movisie. https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2024-03/Magazine%20Collectief.pdf

23

Yusop, Y. M., Zainudin, Z. N., Ahmad, N. A., Wan Othman, W. N., Surat, S., & Fung, W. S. (2020). The effectiveness of group counselling: A systematic review. Journal of Critical Reviews, 7(13).

24

Bijlage 1: Aanzet afwegingskader groepsbegeleiding Wmo Onderstaand afwegingskader helpt medewerkers van het sociaal team om een eerste inschatting te maken: is groepsbegeleiding geschikt voor deze cliënt. Het sociaal team kan dit kader verder aanvullen en verbeteren op basis van ervaringen uit het leertraject groepsbegeleiding. Indicaties voor groepsbegeleiding Groepsbegeleiding is mogelijk passend als: o De cliënt beschikt over voldoende cognitieve vaardigheden om informatie te verwerken en toe te passen in de eigen leefomgeving o De cliënt is in staat om in een groep te functioneren: de cliënt beschikt over voldoende sociale vaardigheden en is bereid tot deelname aan groepsinteracties o De cliënt heeft baat bij gezamenlijk leren, sociale interactie en het versterken van het sociale netwerk o De cliënt kan zich veilig en verbonden voelen in een groepscontext o Er is sprake van motivatie, leerbaarheid en een basis aan zelfreflectie NB: Soms is voorafgaande individuele begeleiding nodig om een overstap naar groepsdeelname mogelijk te maken, bijvoorbeeld bij cliënten met sociale angst. Contra-indicaties voor groepsbegeleiding Indien er één of meerdere duidelijke contra-indicaties zijn, ligt inzet van individuele begeleiding of andere ondersteuning meer voor de hand. 1.

Gezondheid en functioneren o Ernstige psychische aandoeningen (bijvoorbeeld actieve psychoses, ernstige depressie) o Cognitieve beperkingen of instabiliteit (bijvoorbeeld dementie, ernstige NAH) o Ernstige vermoeidheid of beperkte belastbaarheid o Instabiele medische of psychische situaties (bijvoorbeeld suïcidaliteit, epilepsie) 2. Gedrag en veiligheid o Agressie, impulsiviteit, antisociaal gedrag of actieve verslaving o Angst of trauma die groepsdeelname belemmert o Verstoring van groepsdynamiek of onveiligheid voor anderen 3. Begeleidingsbehoefte en leerbaarheid o Behoefte aan intensieve, specialistische of op maat aangepaste begeleiding (bijvoorbeeld blijvend toezicht, specifieke aansturing in de eigen leefomgeving) o Lage motivatie, weinig leerbaarheid of zeer beperkt zelfinzicht o Complexe hulpvragen die niet gedeeld kunnen worden met anderen 4. Omgevingsfactoren o Beperkte taalvaardigheid die deelname aan de groep belemmert 25

o o

Onvoldoende draagvlak of stabiliteit in de thuissituatie Negatieve gevolgen van afbouw van individuele begeleiding (bijvoorbeeld ernstige verwaarlozing)

Aansluiting bij aanbod o Is er een passende en veilige groep op korte termijn beschikbaar voor deze cliënt? o Is er een groep die goed past bij het tempo en de manier van denken van de cliënt? Voor sommige cliënten (zoals met ASS, LVB of NAH) werkt een groep met vergelijkbare aandoeningen beter dan een gemengde groep. Overwegingen bij twijfel o Individuele ondersteuning als opstap: Is individuele begeleiding tijdelijk nodig om groepsdeelname mogelijk te maken? o Resultaatgerichtheid: Draagt groepsbegeleiding naar verwachting bij aan het versterken van zelfredzaamheid of het voorkomen van zwaardere ondersteuning?

26

Bijlage 2: Kenmerken cliënten en ondersteuningsvragen Op basis van 51 ondersteuningsplannen Individuele Begeleiding binnen gemeente IJsselstein, zijn veelvoorkomende doelgroepen (op basis van problematiek) en ondersteuningsbehoeften (op basis van ondersteuningsdoelen) in kaart gebracht. Veelvoorkomende doelgroepen zijn: o

o

o

o

o

o

Cliënten met autisme (ASS): vaak moeite met prikkelverwerking, veranderingen, sociale interactie en het overzien van complexe situaties. Structuur en voorspelbaarheid zijn essentieel. Cliënten met angststoornissen: spanningen rondom sociale contacten, onbekende situaties of (dreigende) overbelasting. Deze cliënten vermijden vaak situaties, wat leidt tot verminderde participatie. Cliënten met depressieve klachten: verminderde motivatie, gevoelens van zinloosheid en passiviteit. Activatie en ondersteuning bij structuur zijn hier belangrijk. Cliënten met niet-aangeboren hersenletsel (NAH): problemen met geheugen, planning, prikkelverwerking en het reguleren van emoties. Vaak is er sprake van overvraging door de omgeving. Cliënten met een verslavingsachtergrond: veelal aanwezig zijn problematiek op meerdere leefgebieden, inclusief schuldproblematiek, instabiliteit in relaties en terugvalrisico’s. Cliënten met een licht verstandelijke beperking (LVB): beperkt leervermogen, impulsiviteit en moeite met het overzien van gevolgen van gedrag maken dat deze cliënten langdurig ondersteuning nodig hebben om hun zelfredzaamheid te behouden. Vaak is er sprake van beperkte sociale redzaamheid en een verhoogde kwetsbaarheid voor beïnvloeding.

Mobilisering van het netwerk – indien aanwezig – is van belang, maar er blijft doorgaans behoefte aan externe ondersteuning en regie om stabiliteit te borgen en escalatie te voorkomen.

Hoewel de precieze invulling verschilt per cliënt, is er een aantal ondersteuningsbehoeften (thema’s) die vaak voorkomen bij meerdere doelgroepen: o

o

o

Balans en energiemanagement Ondersteuning bij het vinden van een balans tussen inspanning en ontspanning en tussen draagkracht en draaglast. Cliënten hebben vaak moeite met het doseren van hun energie en het herkennen van overbelasting. Aansturing en activering Begeleiding is vaak nodig bij het aansturen en activeren van cliënten om dagelijkse taken uit te voeren. Dit omvat onder andere het regelen van praktische zaken, het onderhouden van contact met instanties, en het stabiliseren van de leefsituatie. De begeleider vervult hierin een signalerende en ondersteunende rol bij het oplossen en voorkomen van problemen, bijvoorbeeld door tijdig contact met instanties te onderhouden. Structuur in dag en week Veel cliënten hebben behoefte aan begeleiding bij het opbouwen en vasthouden van een dag- en weekstructuur. Daarbij horen vaardigheden als 27

o

o

o

o

o

plannen, organiseren en prioriteren. Bij doelgroepen zoals cliënten met ASS of NAH is het aanleren en inslijten van vaste routines van groot belang. Zelfzorg en praktische vaardigheden Afhankelijk van de mate van zelfredzaamheid is er ondersteuning nodig bij zelfzorg. Dit kan variëren van motiveren tot het daadwerkelijk begeleiden bij taken. Denk aan het aanleren van woonvaardigheden, het op orde houden van het huishouden en het stap voor stap opbouwen van zelfstandigheid. Zinvolle daginvulling Samen met de cliënt wordt gezocht naar een passende en betekenisvolle dagbesteding. Daarbij is ook inzicht nodig in de eigen mogelijkheden en grenzen: wat past en wat kan? Sociale vaardigheden en relaties Veel cliënten hebben ondersteuning nodig bij het aangaan en onderhouden van sociale contacten. Dit betreft zowel praktische ondersteuning als het aanleren van communicatieve en sociale vaardigheden. Toepassen van inzichten uit behandeling De transfer van inzichten en vaardigheden uit behandeling naar het dagelijks leven verloopt niet vanzelf. Begeleiding kan helpen bij het toepassen van geleerde copingstrategieën, gedragsverandering en het aanhouden van helpende routines. Omgaan met grenzen en assertiviteit Het leren aangeven van eigen grenzen en het opkomen voor zichzelf is voor veel cliënten een ontwikkelpunt.

Begeleiders ondersteunen cliënten bij het ontwikkelen van assertiviteit en het voorkomen van overvraging door de omgeving.

28

Bijlage 3: Contra-indicaties voor groepsbegeleiding o

Gezondheid en functioneren Cliënten met ernstige beperkingen in psychisch, cognitief of fysiek functioneren zijn doorgaans minder geschikt voor groepsbegeleiding. Dit geldt bijvoorbeeld voor cliënten met actieve psychoses, ernstige angststoornissen of depressie, waarbij sociale interactie en groepsdeelname belemmerd worden. Ook cliënten met cognitieve beperkingen zoals dementie, een licht verstandelijke beperking (LVB) of niet-aangeboren hersenletsel (NAH) kunnen moeite hebben om de groepsactiviteiten te volgen of begrijpen. Ernstige vermoeidheid of beperkte belastbaarheid, zoals vaak voorkomt bij chronische aandoeningen of NAH, maakt deelname fysiek of mentaal te belastend. Daarnaast geldt dat bij instabiele medische of psychische situaties (zoals epilepsie of suicidaliteit) groepsdeelname veiligheidsrisico’s kan opleveren. Voor deze cliënten is individuele, specialistische ondersteuning vaak passender.

o Gedrag en veiligheid Gedrag dat de groepsdynamiek verstoort of de veiligheid van deelnemers in gevaar brengt vormt een duidelijke contra-indicatie voor groepsbegeleiding. Dit betreft bijvoorbeeld cliënten met agressief gedrag, impulsiviteit, antisociale gedragskenmerken of een actieve verslaving. Dergelijk gedrag kan leiden tot onvoorspelbare of onveilige situaties, die het groepsproces ondermijnen. Ook cliënten die zich door trauma, autisme of sociale angst erg angstig voelen in groepsverband of moeilijk contact kunnen maken, kunnen onvoldoende profiteren van deze vorm van begeleiding. In dergelijke situaties is individuele begeleiding vaak effectiever en veiliger. In een later stadium kan eventueel wel aan een overgang naar groepsdeelname worden gewerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15953740/2