CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

19.1 Concept jaarverslag WIL 2021

Commissie Samenleving 1 juni 2022, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Overige ingekomen stukken22.584 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Niet (geheel) gerealiseerde doelstellingen Detacheringsconstruct WIL heeft in het kader van nieuw beschut werk, banenafspraakbanen en Participatiewettrajecten behoefte aan een “eigen” detacheringsfaciliteit. Op die wijze zijn we beter in staat zijn om onze klanten op de juiste plek te laten participeren en werkgevers waar nodig te ontzorgen. Door de coronacrisis zijn de voorbereidingen hiervoor stil komen te liggen. Daarom is de samenwerking met Avres op dit gebied verlengd. De verwachting is dat medio 2022 de besluitvorming en implementatie evenwel afgerond kunnen worden.

18

Jaarstukken 2021

4.2 Operationele doelstellingen KPI Rendement re-integratie-inspanningen (bespaarde uitkeringslast door volledige uitstroom naar werk, niet door gemeente gesubsidieerd) Gemiddeld percentage klanten dat parttime werkt Percentage jongeren (<27 jaar) dat afhankelijk is van een uitkering via WIL ten opzichte van het totaal aantal uitkeringen per 31-12 Instroompercentage jongeren (< 27 jaar) Aantal plaatsingen via werkgeversbenadering (WGSP en lokale werkteams) (niet unieke personen) Aantal plaatsingen op garantiebanen via WGSP Meldingen aan de poort Maatregelquote rechtmatigheid (Het percentage betalingen waarop een maatregel is toegepast, als percentage van het gemiddelde volume BUIG) Aantal werkgevers waarmee WIL zaken doet (aantal warme contacten)

Prestatie 2019 Bij 12 maanden besparing is het 118% van de investering (Peildatum 31-1-2020) 7% 2.612 huishoudens waarvan 10,64% < 27 jaar (incl. Vijfheerenlanden) 32,4% van de instroom

Prestatie 2020

Begroot 2021

Prestatie 2021

Bij 12 maanden besparing is het 101% van de investering

Investering uit de re-integratie-middelen + 125%

Bij 12 maanden besparing is het 118% van de investering

6,1% 2.419 huishoudens waarvan 12,6% < 27 jaar (excl. Vijfheerenlanden) 34,8% van de instroom

7,5%

25% van de instroom

6,1% 2.343 huishoudens per 31-12, waarvan 13,36% < 27 jaar 33,4% van de instroom

838

571

825

589

202 1.122

173 1.338

200 1.150

1.012

Benchmark: 3,0% WIL: 0,7%

Benchmark: 2,3% WIL: 0,6%

1% lager dan gemiddelde van de benchmark

Benchmark: 1,8% WIL: 0,4%

419

311

400

280

11,0% van het totaal

244

19

Jaarstukken 2021

4.3 Financiële verantwoording Programma Werk Lokale handgeld Houten Lokale handgeld IJsselstein Lokale handgeld Lopik Lokale handgeld Nieuwegein Personeelslasten Totaal lasten Personeelslasten Totaal Baten Saldo van baten en lasten

Rekening 2020

Begroting 2021 primitief

Begroting 2021 na wijziging

DVO gerealiseerd

Rekening 2021

Verschil

17.000 329.000 20.000 1.190.000 2.882.000 4.438.000 86.000 86.000 4.352.000

160.000 340.000 57.000 1.064.000 2.708.000 4.329.000 0 0 4.329.000

390.000 347.000 107.000 1.304.000 3.153.000 5.301.000 0 0 5.301.000

0 0 0 0 0 0 0 0 0

71.000 368.000 72.000 1.467.000 3.017.000 4.995.000 61.000 61.000 4.934.000

319.000 -21.000 35.000 -163.000 136.000 306.000 61.000 61.000 367.000

Verklaring verschillen 1. Lokale handgelden, voordeel € 170.000 Doordat de uitgaven op het lokale handgeld van de gemeenten Houten en Lopik achterblijven, hebben zij bepaald om de overschotten over te hevelen*. De uitgaven van de gemeenten IJsselstein en Nieuwegein overschrijden met € 184.000. De inhoudelijke verantwoording is niet aan WIL, maar lokaal en aan de gemeenten zelf. De gemeente Nieuwegein rekent de lastenverzwaring als gevolg van de compensatie Berenschot separaat af. In de bestedingen Lokale handgeld is in veel gevallen 21% Btw begrepen. Als de gemeenten de Btw met betrekking tot de Lokale handgelden terugvorderen gaat het om onderstaande bedragen: BTW handgeld Totaal

Houten 35.480

IJsselstein 57.367

Lopik 11.092

Nieuwegein 230.227

Totaal 334.166

*Overhevelingsvoorstel naar 2022 van Lokale Handgelden € 355.000. Lopik € 35.000 en Houten € 320.000 2. Personeelslasten, voordeel € 197.000: De personeelslasten zijn € 136.000 lager dan begroot. Daarnaast zijn er extra baten, € 61.000.

20

Jaarstukken 2021

Bijdragen gemeente voor afrekening Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein Totaal bijdragen gemeente

Rekening 2020

Begroting 2021 primitief

Begroting 2021 na wijziging

DVO gerealiseerd

Rekening 2021

Afrekening

715.000 883.000 173.000 2.761.000 4.532.000

823.000 905.000 212.000 2.389.000 4.329.000

1.162.000 1.005.000 287.000 2.847.000 5.301.000

0 0 0 0 0

1.053.000 912.000 262.000 2.630.000 4.857.000

61.000 72.000 14.000 284.000 431.000

Conform de GR, artikel 34, wordt het saldo van baten en lasten per gemeente verrekend. Verdeling Regelingskosten Uitvoeringskosten Overheveling Totaal

Houten 71.000 723.000 320.000 1.114.000

IJsselstein 368.000 616.000 0 984.000

Lopik 72.000 169.000 35.000 276.000

Nieuwegein 1.467.000 1.447.000 0 2.914.000

Totaal 1.978.000 2.955.000 355.000 5.288.000

21

Jaarstukken 2021

5 PROGRAMMA INKOMENSONDERSTEUNING Binnen het programma Inkomensondersteuning helpen we klanten gericht vooruit via het bieden van schuldhulpverlening, minimaregelingen en bijzondere bijstand. Wij zijn in deze niet alleen een vangnet voor onze klanten, maar helpen hen indien nodig ook preventief. Wat nodig is vanuit de bedoeling doen we. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat elke klant goed en snel geholpen wordt. We proberen hiervoor zo goed mogelijk aan te sluiten bij de leefwereld van de klant, uitgaande van een brede uitvraag en goede voorlichting. Het programma bestaat uit de teams Bijzondere Regelingen, de WIL-Generalisten en Schuldhulpverlening. De WILgeneralisten zijn de verbindende schakel binnen WIL en tussen WIL, de gemeenten en tal van ketenpartners in het geval van veelal complexere klantvraagstukken. 5.1 Wat hebben we gerealiseerd? Gerealiseerde doelstellingen Ondersteuning aan zzp-ers We hebben naast de uitvoering van de TOZO in 2021 ingezet op een actiever en meer integraal aanbod voor ondernemers en zzp-ers. Zij kunnen bij WIL bij een door ons nieuw opgezet ondernemersloket terecht voor financieel advies en informatie. Dat is in 2021 ook gebeurd. Meerdere zzp-ers zijn vervolgens met bijzondere bijstand dan wel een minimaregeling vooruit geholpen.

Daar waar meer ondersteuning nodig was, bij bijvoorbeeld een bedrijfsbeëindiging, hebben we hen door verwezen naar Bureau Zelfstandigen Utrecht, dat de Bbz voor ons uitvoert. Daarnaast heeft WIL de samenwerking met Menzing & Partners, een schuldhulpverleningsbureau voor ondernemers, verder ingezet. De voorbereiding voor een methode om de integrale dienstverlening, ook bestaande uit begeleiding, in te kleden is gestart eind 2021. Deze werkplaatsmethode voor verdere optimalisering van onze dienstverlenging aan ondernemers en zzp-ers zal samen met de gemeenten verder worden uitgewerkt in 2022. Ondersteuning aan statushouders In 2021 is één budgetcursus voor statushouders in samenwerking met het Nibud en de Hogeschool Utrecht gegeven. Voor het begeleiden van de statushouders naar financiële zelfredzaamheid schakelen de gemeenten, verwachten wij, vanaf 2022 andere partijen in. Klanttevredenheidsonderzoek (KTO) Het geplande tweejaarlijkse KTO is uitgevoerd in het najaar van 2021. We vinden het belangrijk om te weten hoe klanten onze dienstverlening ervaren. Klanten met een minimaregeling geven onze dienstverlening een 7,9 en klanten schuldhulpverlening waarderen onze dienstverlening met een 8. Mooie cijfers waaruit blijkt dat klanten onze dienstverlening positief ervaren.

Aanpak vroegsignalering De Aanpak Vroegsignalering die vormgeeft aan de wettelijke taak van de gemeenten om alle meldingen over betalingsachterstanden van vaste lasten in een vroegtijdig stadium op te volgen, is in 2021 vastgesteld en aan deze aanpak is uitvoering gegeven. WIL is aangesloten bij het Landelijk Convenant Vroegsignalering (LCV) waarin de samenwerking met schuldeisers op het gebied van vroegtijdig ingrijpen wordt gefaciliteerd. WIL heeft door uitvoerige gesprekken in 2021 bereikt dat ook de (grotere) lokale woningcorporaties in de Lekstroomgemeenten zich hebben aangesloten bij het LCV. Deze aansluiting wordt geeffectueerd in 2022, waarna het project Vroeg Eropaf op gaat in de Aanpak Vroegsignalering. De keuze voor een nieuwe dataleverancier is gevallen op de huidige leverancier BKR. In het afgelopen jaar is er ook veel functionaliteit ontwikkeld om de Aanpak Vroegsignalering nog beter in te kunnen vullen. Beleidsplan SHV Het nieuwe integrale beleidsplan schuldhulpverlening 2021-2024 en de daarbij aangepaste beleidsregels zijn in 2021 opgesteld. Het beleidsplan en de beleidsregels geven duidelijkheid aan de klant over de richting van de integrale schuldhulpverlening en het voorkomen dat inwoners schulden aan gaan die zij niet kunnen betalen. Uiteraard is het beleidsplan in co-creatie met de Lekstroom gemeenten opgesteld.

In 2021 hebben we verder, zoals opgenomen in het beleidsplan, een start gemaakt met (de voorbereidingen) van een aantal aandachtspunten:

22

Jaarstukken 2021

• • •

Convenant met bewindvoerders ‘Samen Verder’ (samenwerking met bewindvoerders, Schuldhulpmaatjes en sociale teams). Ags (kosten- en batenanalyse als basis voor de afweging of voor dit adviesrecht capaciteit ingezet gaat worden). Ondersteuning aan jongeren (mogelijke samenwerking met het Jongeren Perspectief Fonds, waarin WIL een rol gaat spelen).

WIL-generalisten De gemeenten hebben afgelopen jaar een belangrijke rol gekregen bij de brede afhandeling van de Kinderopvang Toeslagenaffaire (KOT). In nauwe samenspraak is afgesproken de WIL-generalisten vanuit hun expertise bij de uitvoering te betrekken en dat is ook gebeurd: zij begeleiden de gedupeerden uit de Lekstroomgemeenten. Door de toeslagaffaire verwachten wij dat een aantal gedupeerden zich op korte termijn bij schuldhulpverlening zal melden. Naast deze inzet bij de KOT en de reguliere inzet in de verschillende gemeenten, hebben de WIL-generalisten in 2021 een rol gespeeld binnen de Aanpak Vroegsignalering en de SMI: zij leggen contact met klanten, leggen huisbezoeken af, werken integraal samen met tal van ketenpartners en vormen de linking-pin naar andere expertises en kennis binnen WIL. Inzet WIL-direct WIL-direct is in 2021 inzet voor de bestaande regelingen, zoals de IIT (Individuele Inkomenstoeslag), Stadspas Nieuwegein en de minimaregeling Maatschappelijke Participatie Lopik. Hierdoor zijn veel klanten snel geholpen en is de uitvoering ontlast. De doorontwikkeling van WIL-direct staat in 2022 op de agenda. Kinderopvang met sociale medische indicatie (SMI) Voor alle gemeenten hebben we in 2021 de SMI-regeling uitgevoerd en met succes.

Met als belangrijke succesfactor een goede samenwerking tussen de professionals van WIL, het gezin en het Sociaal Team gericht op oplossingen voor de lange termijn; hierdoor hebben we vaak sneller en beter maatwerk kunnen leveren aan inwoners in kwetsbare situaties. In 2021 is in deze verder samenwerking geïnvesteerd, zoals bijvoorbeeld via de Eigen Kracht conferentie geïnitieerd door Geynwijs; ondanks de beperkingen door corona is ons dit toch gelukt. Lokale ontwikkelingen armoedebeleid Voor inkomensondersteuning, meer specifiek minimabeleid en bijzondere bijstand, hebben wij te maken met vier gemeenten die op dit terrein ieder hun eigen beleid hebben ontwikkeld en vastgesteld. Dat beleid verschilt per gemeente, bijvoorbeeld qua inkomensgrenzen, hoogte van vergoedingen en aard van de verstrekkingen. Dat maakt de uitvoering van de diverse regelingen ingewikkeld en bewerkelijk. Dit is bij uitstek het domein waarop de lokale politiek accenten kan leggen en keuzes kan maken. Ook in 2021 heeft WIL dit beleid rondom de lokale minimavoorzieningen uitgevoerd. Hierdoor hebben inwoners van de Lekstroomgemeenten deelgenomen aan het maatschappelijk verkeer.

Voorbeelden hiervan zijn de Stadspas Nieuwegein, de regeling Chronisch Zieken van Houten en de Minimaregelingen maatschappelijke participatie van Lopik waarvoor in 2021 beleidsregels die handvatten geven aan de inwoner en de uitvoering zijn vastgesteld. Collectieve zorgverzekering (gemeentepolis) De gemeentepolis draagt bij aan het toegankelijk zijn van een goede en betaalbare zorgverzekering voor mensen met een laag inkomen en hoge zorgkosten. WIL geeft hieraan uitvoering. In 2021 ging het om de gemeentepolis van VGZ. Na Nieuwegein bieden de gemeenten Houten, IJsselstein en Lopik deze polis ondertussen ook aan hun inwoners aan. Projecten Optimaliseren werkprocessen en project Lean werken Beide projecten hebben een efficiëntere bedrijfsvoering tot doel. Deze projecten zijn in 2021 weer opgepakt en maken onderdeel uit van het totaalpakket (o,a, professionalisering consulenten, teamontwikkeling) om de kwaliteit van de dienstverlening te optimaliseren.

23

Jaarstukken 2021

In 2021 is er door WIL hard gewerkt en extra inzet gepleegd om de achterstanden qua doorlooptijden weg te werken en te komen tot een behapbare caseload/werklast. De omstandigheden waren niet ideaal met corona, diverse personele vraagstukken, tijdelijke ICT-problemen, de uitvoering van de TONKregeling en fors meer aanvragen bijzondere bijstand dan het jaar ervoor. Eind 2021 liggen de afhandelingstermijnen gelukkig weer grotendeels binnen de acht weken termijn. Technisch gezien is 100% niet haalbaar. Een belangrijk dilemma wat hier speelt is dat snelheid van handelen vraagt om een korte klap, terwijl werken vanuit de leefwereld vaak impliceert dat breder gekeken wordt. Achter veel aanvragen zit namelijk vaak een verhaal. Er is daarom in 2021 ook een start gemaakt met een toekomstbestendige aanpak waarin (in de meeste gevallen) de aanvragen binnen acht werken afgehandeld worden en bovenstaand dilemma is opgelost. Niet (geheel) gerealiseerde doelstellingen Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Zowel het gebruik maken van de Nederlandse Schuldhulp Route als de gewenste aansluiting bij het Collectief Schuldregelen en het Schuldenknooppunt is doorgeschoven naar 2022. In 2021 zijn hier wel de eerste voorbereidende stappen in genomen.

Vervanging softwarepakket bij schuldhulpverlening Het huidige softwarepakket Key2Schuldhulpverlening wordt door de huidige aanbieder niet langer (door)ontwikkeld. Het proces om nieuwe software aan te schaffen is inmiddels gestart. Het starten van een Europese aanbesteding is vanwege onzekerheden bij de leveranciers doorgeschoven naar 2022. Gebruik van een app voor klanten schuldhulpverlening Gelet op het feit dat we andere zaken in 2021 prioritair vonden, hebben we de keuze gemaakt begin 2021 niet in te zetten op het onderzoeken van de mogelijkheid en wenselijkheid van het inzetten van een app waar een deel van onze klant baat bij zou kunnen hebben. Aanpassen huidig beleid Vanuit de uitvoering blijkt dat de beleidsregels voor bijzondere regelingen op een aantal punten geactualiseerd of aangepast moeten worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de regels voor de gemeentepolis VGZ en voor de regels voor taakstellers. Samen met de gemeenten is eind 2021 een start gemaakt met het traject actualisering van de beleidsregels. Vanwege andere prioriteiten heeft dit traject vertraging opgelopen.

5.2 Operationele doelstellingen KPI Percentage succesvolle schuldregelingen van het totale aantal

Doorlooptijden aanvragen bijzondere bijstand (sec) Percentage afgehandelde aanvragen bijzondere bijstand en in totaal met doorlooptijd < 8 weken (betreft een selectie uit een groter geheel van regelingen) Gebruik van de Collectieve zorgverzekering minima (aan de hand van percentage bereik)

Prestatie 2019 Saneringskredieten: 89,6% Schuldbemiddelingen: 82,6% WSNP: 76,9% 46 dagen 63,7% < 4 weken 73,9% < 6 weken 81,7% < 8 weken 18,3% > 8 weken Houten: 42% IJsselstein: 46% Lopik: 43% Nieuwegein: 44%

Prestatie 2020 Saneringskredieten: 83,3% Schuldbemiddelingen: 81,9% WSNP: 85,7% 56 dagen 78,3% < 4 weken 83,6% < 6 weken 88,8% < 8 weken 11,2% > 8 weken Houten: 36% IJsselstein: 41% Lopik: 39% Nieuwegein: 40%

Begroot 2021 Saneringskredieten: 90% Schuldbemiddelingen: 85% WSNP: 80% 45 dagen 50% < 4 weken 75% < 6 weken 100% < 8 weken Houten: 43% IJsselstein: 47% Lopik: 43% Nieuwegein: 45%

Prestatie 2021 Saneringskredieten: 81,5% Schuldbemiddelingen: 91,7% WSNP: 63,6% 87 dagen 62,6% < 4 weken 66,8% < 6 weken 71,8% < 8 weken 28,2% > 8 weken Houten: 38% IJsselstein: 42% Lopik: 37% Nieuwegein: 39%

24

Jaarstukken 2021

5.3 Financiële verantwoording Programma Inkomensondersteuning Bijzondere bijstand Minimabeleid voorzieningen Kinderopvang voor de minima Personeelslasten Totaal lasten Bijzondere bijstand Minimabeleid voorzieningen Kinderopvang voor de minima Personeelslasten Totaal Baten Saldo van baten en lasten

Rekening 2020 4.046.000 167.000 322.000 2.606.000 7.141.000 568.000 0 4.000 63.000 635.000 6.506.000

Begroting 2021 primitief 3.463.000 0 249.000 2.323.000 6.035.000 269.000 0 0 0 269.000 5.766.000

Begroting 2021 na wijziging 3.463.000 0 249.000 2.473.000 6.185.000 269.000 0 0 0 269.000 5.916.000

DVO gerealiseerd 0 0 0 189.000 189.000 0 0 0 189.000 189.000 0

Rekening 2021

Verschil

3.787.000 0 318.000 2.663.000 6.768.000 398.000 0 6.000 297.000 701.000 6.067.000

-324.000 0 -69.000 -1.000 -394.000 129.000 0 6.000 108.000 243.000 -151.000

Verklaring verschillen 1. Bijzondere bijstand, nadeel € 195.000 Hogere uitgaven bij Bijzondere bijstand (nadeel € 324.000), door het wegwerken van het aantal aanvragen dat op de werkvoorraad stond. Er is meer teruggevorderd dan begroot (voordeel € 129.000). 2. Kinderopvang voor de minima, nadeel € 63.000 Het beroep op deze (open einde) regeling ligt in lijn met 2020. Er is te weinig begroot. 3. Personeelslasten, voordeel € 107.000 De baten zijn hoger dan begroot, als gevolg van doorbelastingen.

Overall resulteert het volgende beeld, naar gemeente uitgesplitst. Bijdragen gemeente voor afrekening Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein Totaal bijdragen gemeente

Rekening 2020

Begroting 2021 primitief

Begroting 2021 na wijziging

DVO gerealiseerd

Rekening 2021

Afrekening

1.214.000 803.000 263.000 2.137.000 4.417.000

1.464.000 1.173.000 332.000 2.797.000 5.766.000

1.501.000 1.204.000 341.000 2.870.000 5.916.000

24.000 43.000 17.000 105.000 189.000

1.464.000 1.173.000 332.000 2.797.000 5.766.000

160.000 -2.000 46.000 97.000 301.000

25

Jaarstukken 2021

Conform de GR, artikel 34, wordt het saldo van baten en lasten per gemeente verrekend. Verdeling Regelingskosten Uitvoeringskosten Totaal

Houten 1.044.000 579.000 1.624.000

IJsselstein 678.000 493.000 1.171.000

Lopik 243.000 135.000 378.000

Nieuwegein 1.735.000 1.159.000 2.894.000

Totaal 3.701.000 2.366.000 6.067.000

5.4 Verantwoording TONK Het Rijk heeft eind 2020 de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) aangekondigd. Inwoners van de WIL-gemeenten konden hier gebruik van maken van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021. Deze regeling bood een tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten voor huishoudens, die door de crisis te maken kregen met terugval in inkomen en daardoor noodzakelijke kosten niet meer konden betalen. De focus lag hierbij op woonkosten. Verdeling Toekenningen Afwijzingen Buiten behandeling Totaal Regelingskosten Uitvoeringskosten Totaal

Houten 33 13 5 51 18.225 55.465 73.690

IJsselstein 5 10 1 16 4.150 17.401 21.551

Lopik 5 1 6 3.375 6.525 9.900

Nieuwegein 42 31 13 86 29.934 93.529 123.463

Totaal 85 54 20 159 55.684 172.920 228.604

Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) Het kabinet ziet begin 2021 de urgentie om huishoudens die hun noodzakelijke kosten, waaronder woonkosten, niet meer kunnen betalen door een inkomensterugval door de Coronacrisis te ondersteunen met de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) en heeft hiervoor middelen beschikbaar gesteld. De TONK-regeling liep uiteindelijk van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021 (inclusief verlenging). De TONK-regeling is op verzoek van de gemeenten door WIL opgetuigd en uitgevoerd. Ondanks alle inspanningen is het bereik van deze regeling (helaas) niet groot geweest. De tegemoetkoming heeft slechts een laag effect gehad. Dit geldt niet alleen voor de inwoners van de Lekstroomgemeenten, maar is een landelijk beeld. De TONK is in 2021 afgerekend met de gemeenten.

26

Jaarstukken 2021

6 PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING Dit hoofdstuk gaat het over de kosten die samenhangen met de uitvoering van de programma’s Inkomen, Werk en Inkomensondersteuning en niet aan een specifiek programma kunnen worden toegeschreven. Deze kosten worden gedekt uit de algemene dekkingsmiddelen; in het geval van WIL gaat het dan om een bijdrage van de deelnemende gemeenten in de uitvoeringskosten. Deze uitvoeringskosten worden omgeslagen naar de deelnemende gemeenten via een vastgesteld percentage dat vastgesteld is in de begroting. Deze uitvoeringskosten als ook de algemene dekkingsmiddelen hiervoor, zijn onderdeel van de reguliere exploitatiebegroting. 6.1 Operationele doelstellingen bedrijfsvoering KPI Percentage gegronde klachten ten opzichte van het totaal aantal klachten Aantal (gegronde) bezwaarschriften (inclusief herziene besluiten) per 100 klanten BUIG

Bereikbaarheid van de dienstverlening door WIL (specifiek bereikbaarheid via telefoon)

Prestatie 2019 Totaal: 60 9,4% gegrond en 10,9% gedeeltelijk gegrond Benchmark: 2,4 WIL: 1,4 (Benchmarkwaarden 2019 op basis van 2018) 93% binnen 41 seconden

Prestatie 2020 5,6% gegrond en 11,1% gedeeltelijk gegrond Benchmark: 1,8 WIL: 2,0 (Benchmarkwaarden 2020 op basis van 2019) 94% binnen 60 seconden

Begroot 2021 Gegrond: 5% Gedeeltelijk gegrond: 12,5% Gemiddelde benchmark (jaarcijfer) 90% binnen 55 seconden

Prestatie 2021 2,1% gegrond en 8,3% gedeeltelijk gegrond Benchmark: 1,1 WIL: 1,1 (Benchmarkwaarden 2021 op basis van 2020) 92,3% binnen 69,5 seconden

27

Jaarstukken 2021

6.2 Financiële verantwoording Bedrijfsvoering Personeelslasten Huisvesting ICT Advisering en ondersteuning Innovatieagenda Kantoorkosten Kapitaallasten Totaal Lasten Overige opbrengsten Dekking VHL Personeelslasten Totaal Baten Saldo van baten en lasten

Rekening 2020 4.540.000 569.000 1.899.000 440.000 175.000 371.000 54.000 8.048.000 151.000 241.000 0 392.000 7.656.000

Begroting 2021 primitief 4.642.000 650.000 1.633.000 380.000 0 349.000 54.000 7.708.000 90.000 217.000 0 307.000 7.401.000

Begroting 2021 na wijziging 4.522.000 650.000 1.633.000 380.000 325.000 349.000 54.000 7.913.000 90.000 217.000 0 307.000 7.606.000

DVO gerealiseerd 21.000 0 0 0 0 0 0 21.000 0 0 21.000 21.000 0

Rekening 2021

Verschil

4.579.000 574.000 1.894.000 512.000 175.000 340.000 76.000 8.150.000 226.000 217.000 120.000 563.000 7.587.000

-36.000 76.000 -261.000 -132.000 150.000 9.000 -22.000 -216.000 136.000 0 99.000 235.000 19.000

Verklaring verschillen WIL is niet belastingplichtig voor de VPB. Daarom wordt op deze post niet nader ingegaan. De besteding van de variabele kosten uittreding VHL is niet expliciet als begrotingswijziging meegenomen in de Turap. Daarom wordt deze apart verantwoord onder 6.3. Omdat dit wel onderdeel is van de bedrijfsvoering worden de cijfers wel onder het programma Bedrijfsvoering meegenomen in het overzicht van baten en lasten. 1. Huisvesting, voordeel € 76.000 Het grootste deel van de onderschrijding wordt verklaard doordat we een deel van onze huisvestingskosten hebben doorbelast aan de SW € 40.000. 2. ICT, nadeel € 261.000 In 2021 is er voor circa € 110.000 geïnvesteerd in de aanschaf van hardware. Daarnaast heeft ICT Houten ook in 2021 door calamiteiten, storingen, achterstallige investeringen en noodzakelijke aanpassingen forse meerkosten moeten maken die WIL, als ICT-partner van Houten, naar rato doorbelast heeft gekregen (ruim € 161.000). Deze meerkosten waren ons niet gemeld ten tijde van de Turap. Richting 2022 en de jaren daarop verwacht Houten structureel hogere kosten voor ICT te moeten maken. 3. Innovatieagenda, voordeel € 150.000 Als gevolg van de coronacrisis is het niet mogelijk geweest om alle innovaties in 2021 te initiëren. Voorstel is om van dit saldo 2021 € 120.000 over te hevelen naar 2022.

*Overhevelingsvoorstel naar 2022 van innovatieagenda € 120.000. Na vaststelling overheveling zal het voordeel € 30.000 zijn. 4. Personeelslasten, voordeel € 63.000 De personeelslasten zijn € 36.000 hoger dan begroot. Daarnaast zijn er extra baten, € 99.000.

28

Jaarstukken 2021

5. Overige, nadeel € 9.000 De lasten op kantoorkosten liggen lager dan begroot (voordeel € 9.000), de kapitaallasten (door volledige afschrijving) liggen hoger dan begroot (nadeel € 22.000). De advieskosten liggen lager (voordeel € 4.000) dan begroot. Overall resulteert het volgende beeld, naar gemeente uitgesplitst. Bijdragen gemeente voor afrekening

Rekening 2020

Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein Totaal bijdragen gemeente

1.874.000 1.637.000 428.000 3.874.000 7.813.000

Begroting 2021 primitief 1.812.000 1.543.000 422.000 3.625.000 7.402.000

Begroting 2021 na wijziging 1.897.000 1.617.000 442.000 3.801.000 7.757.000

DVO gerealiseerd 21.000 0 0 0 21.000

Rekening 2021

Afrekening

1.890.000 1.611.000 440.000 3.786.000 7.727.000

-4.000 -4.000 -1.000 -12.000 -21.000

Conform de GR, artikel 34, wordt het saldo van baten en lasten per gemeente verrekend. Verdeling Uitvoeringskosten Overheveling Totaal

Houten 1.857.000 29.000 1.886.000

IJsselstein 1.582.000 25.000 1.607.000

Lopik 432.000 7.000 439.000

Nieuwegein 3.715.000 59.000 3.774.000

Totaal 7.586.000 120.000 7.706.000

6.3 Schadevergoeding uittreding gemeente Vijfheerenlanden Schadevergoeding uittreding VHL per jaar Variabele kosten (begroot) Vaste kosten (begroot) Jaarlaag schadevergoeding: Restant vorig dienstjaar: Projectkosten Ontvlechting Vaste kosten (begroot) Variabele kosten Restant dienstjaar:

2019

241.101

2020 759.000 241.000 1.000.000 0

2021 499.500 217.000 716.500 359.000

2022 241.000 192.000 433.000 557.000

241.000 400.000 359.000

217.000 301.500 557.000

192.000 798.000 0

241.101

0

*Overhevelingsvoorstel naar 2022 van variabele desintegratiekosten € 557.000. Na vaststelling overheveling zal het voordeel nul zijn. De schadevergoeding uittreding gemeente Vijfheerenlanden is enkele jaren terug reeds afgerekend en is toegerekend aan de jaren 2019-2022 conform bovenstaand overzicht. In relatie tot de ontvlechting van VHL en de sterke afbouw van de flexibele schil die hiermee gepaard is gegaan, is het in de ogen van het bestuur legitiem om een aantal personele uitdagingen financieel ten laste van het budget variabele kosten te brengen. Deze kosten hebben betrekking op de reductie van de personeelskosten WIL breed op een termijn van drie jaar. In 2021 is hiervoor € 301.500 uitgegeven (2020: € 400.000 aan advisering en ondersteuning). Naar verwachting zullen de kosten doorlopen in 2022.

29

Jaarstukken 2021

7 DVO – PROGRAMMA SW Financiële verantwoording Sinds 1 januari 2019 voert WIL op grond van dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) onderdelen van de Wet sociale werkvoorziening (hierna: ‘Wsw’) uit voor de gemeenten IJsselstein, Lopik, Nieuwegein, Vijfheerenlanden, Stichtse Vecht en De Ronde Venen. De gemeente Houten neemt de Wsw-dienstverlening niet af. Tussen de afnemende gemeenten, WIL en de gemeente Houten is afgesproken dat de gemeente Houten geen gevolgen zal ondervinden (in financieel- en in organisatorisch opzicht) van de Wsw-dienstverlening aan de gemeenten. Daarom wordt deze DVO separaat afgerekend. DVO-Programma SW Personeelskosten uitvoering ICT Huisvesting Advieskosten Totaal lasten Vaste fee DVO - Stichtse Vecht Vaste fee DVO - De Ronde Venen Detachering Stichting WerkwIJSS Opbrengsten Derden Totaal baten Saldo van baten en lasten

Rekening 2020

Begroting 2021 primitief

Begroting 2021 na wijziging

DVO gerealiseerd

Rekening 2021

Afrekening

2.085.000 150.000 40.000 101.000 2.376.000 260.000 110.000 808.000 47.000 1.225.000 1.151.000

2.227.000 170.000 40.000 40.000 2.477.000 260.000 110.000 942.500 14.500 1.327.000 1.150.000

2.227.000 170.000 40.000 40.000 2.477.000 260.000 110.000 942.500 14.500 1.327.000 1.150.000

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

2.184.000 150.000 40.000 33.000 2.407.000 260.000 110.000 959.000 -13.000 1.316.000 1.091.000

43.000 20.000 0 7.000 70.000 0 0 16.500 -27.500 -11.000 59.000

Verklaring verschillen DVO Programma SW voordeel is € 59.000 Enerzijds is ingezette formatie lager dan begroot (voordeel: € 43.000). Anderzijds zijn de personeelsbaten (opbrengsten derden) dit jaar negatief, met name door een correctie op de baten van 2020 van € 20.000. Overige voordeel € 20.000 op ICT en € 7.000 op advieskosten. Overall resulteert het volgende beeld, naar gemeente uitgesplitst. Bijdragen gemeente IJsselstein Lopik Nieuwegein Vijfheerenlanden Totaal bijdragen gemeente

Rekening 2020 413.000 117.000 512.000 109.000 1.151.000

Begroting 2021 primitief 413.000 117.000 512.000 108.000 1.150.000

Begroting 2021 na wijziging 413.000 117.000 512.000 108.000 1.150.000

DVO gerealiseerd 0 0 0 0 0

Rekening 2021

Afrekening

413.000 117.000 512.000 108.000 1.150.000

-21.000 -6.000 -26.500 -5.500 -59.000

30

Jaarstukken 2021

PARAGRAFEN Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor welke paragrafen moeten worden opgenomen in het jaarverslag. Voor WIL zijn de paragraaf financiering, bedrijfsvoering en de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer van toepassing. A. Paragraaf Financiering In de wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en ons treasurystatuut zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasury-functie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid wordt vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd. Langlopende leningen en renterisico Op dit moment zijn er geen langlopende leningen. In zowel het huidige – als het vorige boekjaar hebben geen investeringen plaatsgevonden en is er derhalve geen financieringsbehoefte geweest. Door het ontbreken van langlopende geldleningen is de renterisiconorm nu niet van toepassing. Kasgeldlimiet Om het renterisico op korte financiering te beperken, is de omvang van de korte schuld wettelijk (conform de Wet Fido) gelimiteerd tot 8,5% van de organisatie. Dit bedrag wordt de kasgeldlimiet genoemd. Deze grens is ingesteld om te voorkomen dat financieringstekorten worden afgedekt met kortlopende schulden.

Kortlopende schulden zijn doorgaans goedkoper maar brengen een relatief groot renterisico met zich mee. Uit onderstaande overzicht blijkt dat WIL de kasgeldlimiet gedurende 2021 niet heeft overschreden. In zowel het huidige als in het vorige boekjaar zijn geen kortlopende schulden aangegaan anders dan de kortlopende schulden die voortvloeien uit de normale bedrijfsvoering. Omschrijving (in €) Kasgeldlimiet 2021 8,5% van Gemiddelde schuld in kwartaal < 1 jaar Vlottende middelen Liquide middelen Schatkistbankieren kortlopende vorderingen 4. Totaal netto vlottende schuld Ruimte onder renterisiconorm

61.369.000

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

5.216.365 4.583.983 51.226.663 -43.958 2.016.696 49.253.925 -46.642.680 51.859.045

5.216.365 3.798.263 34.370.047 584.081 7.097.858 26.688.109 -30.571.784 35.788.149

5.216.365 2.358.403 18.237.343 557.538 5.429.549 12.250.256 -15.878.940 21.095.305

5.216.365 3.233.326 4.376.386 356.990 3.206.693 812.703 -1.143.060 6.359.425

Overzicht Schatkistbankieren (bedragen in €) Omvang begroting 2021 61.369.000 Maximaal bedrag eigen beheer 0,75% (drempelbedrag) Q1-Q2, 2% Q3-Q4 Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag:

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

460.268

460.268

1.227.380

1.227.380

15.078.000 90 167.533 292.734

18.450.000 91 202.747 257.520

19.185.000 92 208.533 1.018.847

20.212.000 92 219.696 1.007.684

31

Jaarstukken 2021

B. Paragraaf Bedrijfsvoering Personeel Formatieoverzicht en budget Inkomen (ex Tozo) Werk Inkomensondersteuning Bedrijfsvoering SW Totaal

Begroot Werkelijk 24,25 26,02 30,58 31,38 28,69 32,69 48,71 45,38 29,90 30,80 162,13 166,27

Salaris Verschil begroot -1,77 1.995.000 -0,80 2.687.000 -4,00 2.299.000 3,33 3.986.000 -0,90 2.131.000 -4,14 13.098.000

Salaris werkelijk 1.787.000 2.296.000 2.284.000 3.493.000 2.172.000 12.032.000

Salaris verschil 208.000 391.000 15.000 493.000 -41.000 1.066.000

Inhuur begroot 178.000 465.000 174.000 536.000 96.000 1.449.000

Inhuur werkelijk 519.000 662.000 378.000 1.087.000 140.000 2.786.000

Inhuur verschil -341.000 -197.000 -204.000 -551.000 -44.000 -1.337.000

Totaal begroot 2.173.000 3.152.000 2.473.000 4.522.000 2.227.000 14.547.000

Totaal werkelijk 2.306.000 2.958.000 2.662.000 4.580.000 2.312.000 14.818.000

Totaal Verschil -133.000 194.000 -189.000 -58.000 -85.000 -271.000

Deze cijfers zijn exclusief baten en exclusief de personeelskosten voor de Lokale Handgelden (€ 1.260.000), uitvoering van de Tozo (€ 1.194.000), de personeelskosten Tonk (€ 173.000) en de personeelskosten desintegratie (€ 203.000). Deze kosten worden gedekt uit specifieke budgetten. De personeelskosten zijn € 271.000 hoger dan begroot. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door lagere salariskosten als gevolg van doorbelastingen aan de uitvoeringskosten Tozo en Tonk, schadevergoeding Vijfheerenlanden, Lokale handgelden en opbrengsten DVO’s (voordeel: € 1.066.000). Anderzijds zijn de kosten van inhuur hoger dan begroot als gevolg van inzet voor de vervanging van vacatures, ziekte en van personeel dat is ingezet op incidentele dienstverlening zodat de dienstverlening op het gewenste niveau kon worden gehandhaafd (nadeel € 1.337.000).

Ziekteverzuim: Het verzuimpercentage is in 2021 is gestegen van 6,4 naar 7,2% (inclusief zwangerschapsverlof; exclusief van 6,5 naar 6,4%). Het percentage is objectief gezien uiteraard nog te hoog. Corona heeft echter grote impact gehad op het verzuimpercentage. Landelijk gezien is de stijging relatief laag omdat Corona haar invloed vooral zichtbaar is geworden na een jaar thuiswerken en minder sociale contacten. We hebben een actief coronabeleid gevoerd en de medewerkers adequaat geïnformeerd en begeleidt. Daarnaast is de samenwerking met de inzetbaarheidscoach geïntensiveerd. Deze samenwerking is gericht op het begeleiden van frequent verzuim en dossierscreening. Regelmatig en intensieve aandacht voor onze medewerkers blijft hierin een belangrijke sleutel. Overall en meer subjectief bezien hebben we het verzuim binnen de perken weten te houden. Medewerkersonderzoek (MO): Het medewerkersonderzoek is in de tweede helft van het jaar uitgevoerd in samenwerking met een extern bureau. De belangrijkste thema’s in het onderzoek: hybride werken, faciliteiten thuiswerken, leiderschap, feedback geven, sociale veiligheid en werkdruk. Circa driekwart van de medewerkers heeft de digitale vragenlijst ingevuld. WIL wordt beoordeeld met een 8,0 als werkgever door de medewerkers. In 2022 zal er een actieve follow up plaatsvinden van de resultaten vanuit het onderzoek.

Doorontwikkeling sturingsfilosofie: In 2021 is er een vervolg gegeven aan het door ontwikkelen van de sturingsfilosofie. De belangrijkste insteek blijft om taken, verantwoordelijkheden en aantal personele bevoegdheden zo laag mogelijk in de organisatie te leggen om op deze manier maximaal invulling te kunnen geven aan ons uitgangspunt “professionals en teams aan zet” en daarmee onze klanten en werkgevers zo goed als mogelijk van dienst te kunnen zijn (vanuit een leefwereld perspectief met maatwerk waar nodig). Als onderdeel van dit proces zijn onder andere teamanalyses opgesteld. Door deze teamanalyse hebben we inzicht gekregen in de taakvolwassenheid van de teams en wat nodig in de teamontwikkeling naar nog meer taakvolwassenheid. Met deze nieuwe organisatiestructuur beogen we een efficiencyslag en een betere ondersteuning van onze teams en professionals qua HR en bedrijfsvoering. Het MT gaat in dit licht nog meer als concern MT functioneren.

32

Jaarstukken 2021

Werving en selectie: De krapte op de arbeidsmarkt is in het afgelopen jaar toegenomen. Bepaalde functies zijn nog steeds moeilijk vervulbaar. In deze situaties zijn er extra wervingsactiviteiten ingezet en zijn de standaard vacatureteksten herschreven om de juiste kandidaten te bereiken. We verwachten dat dit vraagstuk niet minder zal worden. Interne mobiliteit: WIL heeft extra geïnvesteerd in de loopbaanontwikkeling van haar medewerkers. WIL zet in op 'learning on the job' waarbij bredere inzetbaarheid bij collega's wordt gestimuleerd en zij ook kunnen worden ingezet om de werkdruk in andere teams te verminderen. Daarnaast is er een start gemaakt met een soort intern mobiliteitsbureau. Hierdoor worden de opdrachten en klussen binnen de organisatie gecentraliseerd waardoor medewerkers nog meer de mogelijkheid hebben om duurzaam ingezet te worden. Garantiebanen (Banenafspraakbanen): Vanuit het Sociaal Akkoord van enige jaren terug volgt dat WIL 5,3 fte aan garantiebanen dient te realiseren uiterlijk op 31 december 2023. De projectgroep die zich hier mee bezig houdt heeft tot nu voor 2,33 fte aan banen (boven de formatie) gerealiseerd. Dit verloopt volgens de planning. Communicatie hierover wordt breed gedeeld binnen WIL en heeft de nodige aandacht. Inhuur: De behoefte naar inhuur medewerkers is toegenomen.

Het verzuim veroorzaakt door corona en het verplichte thuiswerken hebben in een aantal teams achterstanden in het werk veroorzaakt. Een aantal langdurige verzuimtrajecten veroorzaken werkdruk. Daarnaast is het creëren van ruimte nodig om de doorontwikkeling voor te bereiden. De krapte op de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat we niet altijd tijdig de juiste kandidaat hebben voor een functie. Overige HR-items: 1. Er zijn voorbereidingen getroffen voor de aanbesteding van de digitalisering van het personeelsinformatiesysteem. 2. WIL heeft met de projectgroep ‘herhuisvesting’ in het kader van ‘het nieuwe werken’ ruimere werkplekken gecreëerd in combinatie met het thuiswerken en duaal werken mogelijk gemaakt en daarnaast ‘ontmoetingsplekken’ en aanlandplekken. 3. Verbindingsprojectgroep: in het kader van het vele thuiswerken blijft verbinding houden een van de belangrijkste HR-aandachtsgebieden. Hiervoor hebben we (al in 2020) een Werkgroep Verbinding opgericht. Deze werkgroep stimuleert sociale en professionele verbinding onder medewerkers. 4. Extra inzet door de inzetbaarheidscoach voor collega’s die het moeilijk krijgen door het thuiswerken. 5. Thuiswerkplekken: WIL heeft veel aandacht (gehad) en nog steeds voor het bewerkstelligen van goede ergonomische thuiswerkplekken voor alle medewerkers.

Door middel van een ‘menukaart’ kunnen medewerkers naast een laptop, bureaustoel en toetsenbord met muis, extra hulpmiddelen bestellen die meehelpen aan een goede werkplek. De Arbocoördinator (HR-adviseur) houdt dit onder de aandacht. 6. Mentale gezondheid en vitaliteit van medewerkers blijft een belangrijk onderwerp voor HR en de organisatie. Communicatie en klantenservice Duidelijkheid en klantvriendelijkheid waren ook in 2021 speerpunten op het gebied van communicatie. Met name in de context van de aanhoudende coronacrisis was het belangrijk extern (klanten) en intern (medewerkers) structureel duidelijkheid te geven over aanpassingen in de dienstverlening. De crisis heeft voor de nodige uitdagingen gezorgd voor team klantenservice, met als gevolg incidenteel hogere wachttijden. Bovendien heeft team KSV te maken gehad met een hoog verzuim. Hierdoor zijn niet alle doelstellingen in 2021 behaald. Het aantal binnenkomende telefoontjes is in 2021 uitgekomen op 27.626, waarvan 25.545 zijn opgenomen. Dit betekent een bereikbaarheid van 92%, waarmee de doelstelling van 90% bereikbaarheid is behaald. De gemiddelde wachttijd en gewogen gemiddelde van opgenomen telefoontjes bedroeg ruim 69 seconden. Hiermee is de norm van 60 seconden overschreden. Reden hiervoor is het hoge verzuim en een toename in de gemiddelde gespreksduur.

Klanten kregen in ruim 80% van de telefonische contacten direct een antwoord van de klantenservice en

33

Jaarstukken 2021

hoefden niet doorverbonden of teruggebeld te worden. Ook klanten die hun vragen stelden aan de receptie, in spreekuren of per e-mail kregen in 2021 tijdig antwoord van de klantenservice. Huisvesting en facilitair Een groot deel van het jaar heeft een deel van het personeel voornamelijk thuisgewerkt als gevolg van de coronamaatregelen. Daarom is bij WIL het anderhalve meter kantoor gehandhaafd met een aantal aanvullende maatregelen zoals spatschermen, aangepaste spreekkamers, etcetera. In 2021 is de nieuwe huisvestingsfilosofie geïmplementeerd waarbij we vooruitlopen op de situatie na afloop van corona. De ervaringen opgedaan in de coronacrisis leren dat thuiswerken voor veel mensen prima werkt in balans met werken op kantoor. Hierdoor hebben wij al kortstondig kunnen werken met de 50-50 filosofie waarbij de helft van de tijd op kantoor wordt gewerkt en de andere helft vanuit huis. Hierbij is er ook een meer gevarieerd aanbod van werkplekken gecreëerd en is de inrichting op onderdelen hieraan aangepast. Facilitaire zaken heeft het ook in 2021 mogelijk gemaakt om flexibel met de veranderende omstandigheden om te gaan door middel van bijvoorbeeld aanvullend werkplekbeheer, creatief overlegruimtebeheer en de inzet van desinfectiematerialen voor werknemers en gasten. Uiteraard is hierbij de samenwerking met de andere gebruikers van het Stadskantoor gezocht.

Financieel beheer Naast de zorg voor het tijdig betalen van uitkeringen aan onze klanten en rekeningen namens onze klanten schuldhulpverlening, hebben wij de verplichting op periodieke wijze verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. De verantwoording loopt gelijk aan de informatievoorziening. Daarbij communiceren wij transparant over zowel positieve als negatieve ontwikkelingen.

Informatie, automatisering en ICT-investeringen en ontwikkelingen Extra ICT-investeringen blijken noodzakelijk om ons werk goed en veilig te doen. Hardware, software en services blijven nodig om onze dienstverlening voor de klanten goed, veilig, efficiënt en vanuit meerdere locaties, thuis, kantoor of onderweg te doen. ICT WIL en ICT Houten doen dat vanuit een samenwerking met een SLA. In 2021 zijn bij WIL o.a. het dashboard Participatie met sturingsinformatie gerealiseerd, is onze informatievoorziening via WIL-plein verbeterd, zijn we in laatste kwartaal gestart met de aanbesteding voor onze website, uitwerking volgt in 2022 en is het 50/50 concept met opties voor duaal vergaderen met enkele aanpassingen in de huisvesting afgerond. De uitdagingen voor zowel WIL als voor ICT Houten om daarnaast de basis goed op orde te houden, worden steeds groter en blijken vooral structureel te zijn en vragen inzet van specialisten zeker ook bij Houten. Dit blijkt uit de jaarlijkse stijging van extra kosten bij de eindafrekening (zie toelichting in brief vanuit Houten) en daarmee ook de grootste verklaring voor onze overschrijding op ICT van € 261.000. Voor het op orde houden van de basis waren en blijven in een steeds sneller veranderende omgeving, extra inzet en investeringen nodig o.a.: dienstverlening door derden en ook aanvullende licenties en onderhoud op Oracle en Cognos.

ICT Houten geeft aan dat ze het afgelopen jaar steeds meer en intensiever te maken hebben met “cyberdreigingen”. De inspanningen en investeringen die daarvoor zijn gedaan, hadden een positief effect. Hackers werden buiten de deur gehouden en de infrastructuur bleef stabiel. Gezien de ontwikkelingen op dit terrein blijft investering hierop hard nodig. Ook bij WIL lopen er veel ICT-ontwikkelingen naast het dagelijkse werk. In 2021 bereikten we de kritische grens die we met onze ICTformatie aankunnen. De werkelijkheid is dat we dit niet meer verantwoord binnen onze begroting kunnen blijven oplossen en moeten we inhuren. ICT moet ons in staat blijven stellen om onze dienstverlening aan onze klanten te doen, om ze gericht vooruit te helpen. Het is een kritisch ondersteunend proces bij ons dagelijks werk. Wat 2022 en verder betreft zijn er bij onze samenwerkingspartner op ICT- gebied, vanuit Houten verkenningen gedaan die effect kunnen hebben op de koers en de vormgeving van de ICT-dienstverlening vanuit Houten. Derhalve staan we ook daardoor in 2022 voor fundamentele keuzes op ICT-gebied.

34

Jaarstukken 2021

Bezwaar en Beroep Voor het team bezwaar en beroep was 2021 een bewogen jaar. Er zijn beduidend meer bezwaarschriften afgehandeld dan in andere jaren. In 2021 gaat het om 393 bezwaarzaken. Ter vergelijking: in de jaren ervoor waren het er gemiddeld 286. Ook in 2021 doet de invloed van Tozo zich weer gelden en dit zorgt ook voornamelijk voor de stijging van het aantal bezwaarzaken. De gemiddelde (netto) doorlooptijd van de bezwaarzaken bedroeg 27 dagen. Het aantal (hoger) beroepszaken nam iets af: 55 ten opzichte van het gemiddelde van 66 zaken. Behalve de toename van het aantal bezwaarzaken heeft het team ook te maken gehad met een verminderde bezetting en is desondanks in staat gebleven tijdig en kwalitatief goed te handelen. C. Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheer Om weerstand te kunnen bieden tegen substantiële tegenvallers, zonder aantasting van het uit te voeren beleid, is een bepaald weerstandsvermogen onontbeerlijk. Dit vormt een buffer om onverwachte en onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. Omdat eventuele jaarlijkse financiële resultaten direct worden verrekend met de deelnemende gemeenten, beschikt WIL niet over eigen vermogen en reserves. Dit betekent dat elk negatief effect direct invloed heeft op de doorbelasting naar de gemeenten.

Bepaling van het weerstandsvermogen Bij het bepalen van het weerstandsvermogen en de omvang daarvan wordt gekeken naar de algemene reserve en de post onvoorzien. Aangezien beiden bij WIL niet bestaan is er geen weerstandsvermogen. Reserves WIL beschikt niet over reserves.

35

Jaarstukken 2021

Risicoparagraaf WIL kent geen algemene reserve en heeft derhalve geen weerstandsvermogen. Indien de gevolgen van risico’s zich voordoen komen de gevolgen hiervan ten laste van de deelnemende gemeenten. Per risico is in de tabel aangegeven in welke mate wij verwachten of het risico zich zal voordoen: hoog (rood), gemiddeld (oranje, beperkt (groen), en laag (geel). Uit Begroting 2021 Realisatie Risico Oorzaak Gevolgen Beheersmaatregel Conclusie Hoger ziekteverzuim dan geraamd

Transitie vergoeding bij ontslag

Hogere kosten BUIG

Calamiteiten

Afbouw ziekteverzuim lukt minder goed dan gewenst door blijvend hoge werkdruk die is toegenomen door het aanhoudende thuiswerken en de maatregelen in verband met Corona. De afname van vitaliteit en de mentale gezondheid van medewerkers is steeds meer merkbaar.

Meer inhuren dan geraamd omdat niet inhuren in relatie tot continuïteit en kwaliteit dienstverlening niet meer verantwoord is.

M.i.v. januari 2020 geldt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). De regels van het civiel recht gelden voor de rechtspositie van personeel. Bij ontslag of afloop van tijdelijke contracten kan transitievergoeding aan de orde zijn. De BUIG budgetten worden op basis van het aantal klanten op 31-12-2019 begroot.

Financiële gevolgen: Extra kosten door de transitievergoeding: € 80.000 - € 120.000. De transitievergoeding bedraagt maximaal € 81.000 bij ontslag (afhankelijk van duur dienstverband, leeftijd en salaris). Bij afloop van tijdelijke contracten gaat het vaak over een half tot heel maandsalaris. Meer uitkeringen, waarvoor geen middelen beschikbaar zijn. Lastig te ramen, extra kosten worden doorbelast aan de gemeenten.

Gebeurtenissen waar WIL zelf geen invloed op heeft, waarvan onvoorspelbaar is dat ze gebeuren en waarvan we niet weten wanneer en in welke vorm ze zich voordoen. Vergelijkbaar met de coronacrisis. Zou ook het uitvallen van systemen, brand in

De dienstverlening komt ernstig in de knel, is beperkt mogelijk of wordt tijdelijk stilgelegd. De klanten krijgen niet wat ze nodig hebben.

Vanuit management, teamcoördinatoren en HR wordt extra aandacht gegeven aan verzuimpreventie.

De uitvoeringskosten zullen stijgen. Financiële gevolgen: € 120.000. Uitgaand van 7% ziekteverzuim, bij een streefcijfer van 5,5%

Inrichten van beoordelings- en beheerprocessen personeel en bij tijdelijke contracten rekening houden met deze bepalingen.

Ontwikkelingen zijn conjunctuurgevoelig en niet beïnvloedbaar. Behoudens een goede informatievoorziening nemen wij hiervoor geen andere beheersmaatregelen Een actueel bedrijfscontinuïteitsplan (crisisprotocol) waarbij we voor verschillende scenario’s maatregelen treffen. De scenario’s houden rekening met voor ons werk drie noodzakelijke factoren: 1. Digitale systemen 2. Locatie

In de praktijk hebben we ons ziekteverzuim met alle inzet op een redelijk aanvaardbaar peil weten te houden met slechts her en der enkele noodzakelijke personele interventies en meerkosten; overall echter ruim binnen de geschatte risicomarge. Om beter zicht te krijgen op wat mogelijk ‘onder de oppervlakte’ speelt qua mentale gezondheid, sociale veiligheid, werkdruk, e.d., houden we in Q2 2022 een verdiepende PSA-meting (pychosociale arbeidsomstandigheden/belasting) als onderdeel van de RI&E 2022. In de praktijk hebben we inderdaad met diverse mobiliteitsvraagstukken te maken gehad; deze hebben we evenwel weten op te vangen binnen de begroting, waarbij veel kosten ten laste zijn gebracht van het personele frictiebudget VHL.

Zoals geschetst is in de praktijk het BUIG volume in 2021 juist gedaald; het risico is dus niet aan de orde geweest.

Qua corona hebben we ook in 2021 veelvuldig gebruik kunnen maken van ons 'spoorboekje ’WIL en Corona’, met uiteraard op meerdere momenten 'handwerk’ gezien de omstandigheden. Qua ICT hebben we in 2021 beperkt last gehad van hacks en uitval van systemen door (wereldwijde) cyberaanvallen; door Houten is hierop ook stevig geïnvesteerd;

36

Jaarstukken 2021

gebouw, overstroming of terroristische aanslag kunnen zijn.

3.

Bezetting

een deel van de meerkosten ICT Houten 2021 is ook in dit licht ingezet.

Kengetallen BBV De (netto) schuldquote is een indicator die aangeeft hoe de netto schulden zich verhouden tot de totale baten van de organisatie. Hoe hoger dit percentage, hoe meer externe financiering (geleend geld) WIL heeft aangetrokken om de activiteiten te financieren. Netto schuldquote: de netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van WIL ten opzichte van de eigen middelen (bedragen in €) A B C D E F G H

Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) Liquide middelen (cf art. 40 BBV) Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves) Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

Rekening 2020 0 3.364.000 4.732.000 0 5.725.000 144.000 2.152.000 77.134.000 0,10%

Begroot 2021 0 2.472.000 602.000 0 3.036.000 131.000 74.000 59.997.000 -0,28%

Rekening 2021 0 3.307.000 2.447.000 0 4.056.000 307.000 1.391.000 67.889.000 0,00%

Omdat WIL geen geldmiddelen door- of uitleent zijn de netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan elkaar gelijk. Daarom wordt volstaan met het overzicht “Netto schuldquote”. In de GR, art 34 is vastgelegd dat alle resultaten toekomen aan de deelnemende gemeenten. Hierdoor beschikt WIL niet over een eigen vermogen. Om deze reden is de berekening van de solvabiliteitsratio niet opgenomen. Als gevolg van de verrekening van alle resultaten met de deelnemende gemeenten conform art 34 van de GR is de structurele exploitatieruimte altijd 0. Om deze reden is deze ratio niet opgenomen.

37

Jaarstukken 2021

Jaarrekening Balans per 31 december 2021 ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

0

2020 PASSIVA Vaste passiva Voorziening 75.000 Totaal vaste passiva

Totaal Vaste activa

0

75.000

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige uitzettingen Overige vorderingen Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Overlopende activa De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Overige nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende activa

2021

480.000

Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische 1.283.000 looptijd korter dan één jaar

3.207.000 0 369.000 4.056.000

4.113.000 Overlopende passiva 39.000 Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd maar die 290.000 in een volgend begrotingsjaar tot uitbetaling komen 5.725.000

1.264.000

1.987.000

127.000 1.391.000

Voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek 165.000 bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren 2.152.000

2021

2020

0 0

0 0

3.307.000

3.364.000

1.118.000

1.048.000

896.000

2.509.000

433.000

1.175.000

Liquide middelen Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

Banksaldi

307.000

144.000

Totaal liquide middelen

307.000

144.000

Totaal vlottende activa

5.754.000

8.021.000 Totaal vlottende passiva

5.754.000

8.096.000

Totaal activa

5.754.000

8.096.000 Totaal passiva

5.754.000

8.096.000

0

0

Recht op verliescompensatie krachtens wet VPB 1969

0

Vaste passiva 0 borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt

38

Jaarstukken 2021

Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Programma Programma Inkomen Programma Werk Programma Inkomensondersteuning DVO SW Totaal programma's Uitvoeringskosten Gerealiseerd totaal van saldo van baten en lasten Mutaties reserve Gerealiseerd resultaat

Begroting uitgaven primitief 2021 39.392.000 4.329.000 6.035.000 2.477.000 52.233.000 8.425.000

Begroting inkomsten primitief 2021 39.392.000 4.329.000 6.035.000 2.477.000 52.233.000 8.425.000

0 0 0 0 0 0

Begroting uitgaven na wijziging 2021 39.492.000 5.301.000 6.185.000 2.477.000 53.455.000 7.914.000

Begroting inkomsten na wijziging 2021 39.492.000 5.301.000 6.185.000 2.477.000 53.455.000 7.914.000

60.658.000

60.658.000

0

61.369.000

60.658.000

60.658.000

0

61.369.000

Saldo Primitief

Saldo na wijziging

Werkelijke uitgaven 2021

Werkelijke inkomsten Rekening 2021 2021 45.340.000 0 4.995.000 0 6.997.000 0 2.407.000 0 59.739.000 0 8.150.000 0

0 0 0 0 0 0

45.340.000 4.995.000 6.997.000 2.407.000 59.739.000 8.150.000

61.369.000

0

67.889.000

67.889.000

0

61.369.000

0

67.889.000

67.889.000

0

* Programma Inkomen: inclusief verantwoording Tozo ** Programma Inkomensondersteuning: inclusief verantwoording TONK *** Kosten van de overhead (Bedrijfsvoering): inclusief verantwoording variabele kosten uittreding Vijfheerenlanden **** Als gevolg van de resultaatverrekening op grond van art. 34 van de GR beschikt WIL niet over reserves. Vennootschapsbelasting: De resultaten van de door WIL uitgevoerde programma’s worden op grond van art. 34 van de GR volledig verrekend met de deelnemende gemeenten (Nieuwegein, Houten, Lopik en IJsselstein). Op grond hiervan is WIL niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.

Toelichting WIL heeft over het jaar 2021 een financieel resultaat gerealiseerd van nul. Dit komt doordat conform art. 34 van de GR de resultaten volledig worden verrekend met de deelnemende gemeenten. Het resultaat voor verrekening met de deelnemende gemeenten bedraagt € 53K voordelig. Dit resultaat wordt veroorzaakt door programma Inkomen (€ 764K voordelig), programma Werk (€ 431K nadelig na overheveling), programma Inkomensondersteuning (€ 301K nadelig) en Bedrijfsvoering (€ 21K voordelig). Het resultaat op deze programma’s wordt conform voorgaande jaren op basis van art. 34 van de GR afgerekend met de gemeenten. De Tozo regeling heeft tot en met 2021 € 23.2 miljoen gekost. Aan voorschotten is ontvangen € 22.8 miljoen. Het restant van de ontvangen middelen, € 368K, zal in 2021 worden verrekend. Deze regeling is door het Rijk in de loop van het jaar 2020 ingevoerd en is in zowel 2020 als 2021 niet begroot. In het jaarverslag is in de programmaverantwoording analyse gemaakt van de verschillen tussen de rekening en de bijgestelde begroting. De analyse van de afwijkingen tussen de begroting en het overzicht baten en lasten maakt formeel deel uit van de jaarrekening.

Volgens de commissie BBV mag deze analyse ook worden opgenomen in het jaarverslag, mits beide onderdelen in één boekwerk zijn opgenomen en in de jaarrekening wordt verwezen naar het relevante onderdeel van het jaarverslag. Om de leesbaarheid van de jaarstukken te vergroten willen we zoveel mogelijk herhaling in de jaarstukken vermijden.

39

Jaarstukken 2021

Toelichting op de balans Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het AB op 20 juni 2013 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht. Vorderingen op, en schulden aan openbare lichamen De vorderingen op, en schulden aan openbare lichamen betreffen voor het overgrote deel posten als gevolg van de uitvoering van de participatiewet zoals opgedragen aan de gemeenschappelijke regeling.

Deze posten zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De debiteuren worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Debiteuren uit hoofde van uitvoering participatiewet en Tozo De debiteuren betreffende de openstaande vorderingen op cliënten uit hoofde van de uitvoering van de participatiewet en Tozo zoals opgedragen aan de gemeenschappelijke regeling zijn niet opgenomen in de balans van de jaarrekening van deze gemeenschappelijke regeling. Overeengekomen is met de deelnemende gemeentes dat deze debiteurenposities onderdeel zijn van hun gemeentelijke jaarrekening. De ontvangen bedragen worden als bate verantwoord. Vakantiegeld van de sociale uitkering De kosten van bijstandsuitkeringen worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Met betrekking tot het opgebouwde vakantiegeld behorende bij deze uitkeringen wordt geen reservering per balansdatum getroffen maar deze lasten worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling ervan plaatsvindt. Dit met inachtneming van de systematiek zoals gebaseerd op het verwerken van verplichtingen uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

40

Jaarstukken 2021

ACTIVA Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut Omschrijving

Boekwaarde 1-1-2021

ICT Meubilair Totaal

42.000 33.000 75.000

Investeringen Desinvesteringen 0 0 0

Afschrijvingen

0 0 0

32.000 22.000 54.000

Bijdragen van Afwaarderingen derden 0 0 0

10.000 11.000 21.000

Boekwaarde 31-12-2021 0 0 0

De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingprijs (inkoopprijs en de bijkomende kosten). Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Daarnaast wordt een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling. De volgende waarderingsgrondslagen zijn van toepassing op de opgenomen vaste activa met economisch nut (financieel beleid artikel 9): 1. Afschrijvingsmethode lineair en economische levensduur 5 jaar 2. Activa met economisch nut en een verkrijgingprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd. 3. Bij het bepalen van de afschrijvingen wordt uitgegaan van een restwaarde van nihil. In verband met de snelle veranderingen in 2021 op het gebied van huisvesting en ICT die samenhangen met de coronacrisis is besloten om het restant van de boekwaarde per ultimo 2021 af te boeken. Vlottende activa Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar (liquide middelen en overlopende activa). Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Gemeente IJsselstein Gemeente Lopik Gemeente Nieuwegein Gemeente Vijfheerenlanden Gemeente Stichtse Vecht Gemeente De Ronde Venen Totaal vorderingen op openbare lichamen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11408165/2