15.1 Vestingstad IJsselstein
Tekst van het document
Vestingstad IJsselstein ADVIESGROEP BB+W VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
1
HISTORISCHE KRING IJSSELSTEIN Dit plan 'Vestingstad IJsselstein' is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting Historische Kring IJsselstein (HKIJ). De HKIJ beijvert zich o.a. voor het behoud van de zichtbare en immateriële cultuurhistorische identiteit van IJsselstein en omgeving. Het plan is een doorontwikkeling van eerdere initiatieven van de HKIJ die in het recente verleden tot beeldbepalende resultaten hebben geleid daar waar het de oorspronkelijke vestingwerken betreft. Meer info over het werk van de HKIJ: www.hkij.nl. MUSEUM IJSSELSTEIN Museum IJsselstein (MIJ) vertelt het verhaal van verleden, heden en toekomst van IJsselstein en de wereld. Hoe duidelijker het verhaal van ‘Vestingstad IJsselstein’ in de binnenstad zichtbaar is hoe beter onze veelzijdige IJsselsteinse geschiedenis voor de eigentijdse mens tot leven komt. YSELVAERT Yselvaert vaart al vele jaren door de prachtige stadsgracht van IJsselstein. ‘Vestingstad IJsselstein’ laat de middeleeuwse gracht, de verhalen in en over Kasteel IJsselstein en onze rijke geschiedenis nog meer tot de verbeelding spreken. STADSMARKETING De historische binnenstad is voor Stadsmarketing IJsselstein een van de belangrijkste kernwaarden. Realisatie van ‘Vestingstad IJsselstein’ zal een positieve impuls geven om IJsselstein in stad, regio en in het land nog prominenter op de kaart te zetten.
Dat is goed voor de economie, de bewoners en het culturele leven van de stad. ‘UIT in IJsselstein’ zet zich in om bezoekers en toeristen uit het hele land de leukste en mooiste plekjes van onze stad te laten ervaren. ‘Vestingstad IJsselstein’ zal veel bezoekers tot de verbeelding doen spreken. Laten we met elkaar trots zijn op onze vestingstad. Er zijn maar weinig steden die zich vestingstad mogen noemen. ONDERNEMERSVERENIGING BIJ Als ondernemers in de binnenstad hechten wij aan de historische uitstraling van onze stad. Daarom zouden wij het aanmoedigen om ‘Vestingstad IJsselstein’ ook concreet met elkaar te gaan realiseren. Vestingstad IJsselstein gaat, voor de lange termijn, ook zeker een positieve impuls geven aan een gezond ondernemersklimaat in onze historische binnenstad.
Vestingstad IJsselstein Inspiratiedocument met als doel: aanwijzing Gemeentelijk Monument Vestingstad IJsselstein en realisatie van een aaneengesloten reeks markeringen, reconstructies en visualiseringen die herinneren aan de middeleeuwse vestingwerken van Vestingstad IJsselstein.
adviesgroep BB+W i.s.m. Historische Kring IJsselstein januari 2021 door Wim van Sijl
INHOUD
erfgoedkunstwerk © Wim van Sijl, 2021 isbn 978-90-75447-18-7 digitaal bestand: http://www.wimvansijl.eu/VESTING_IJSSELSTEIN/VESTINGSTAD.html dank: C. Alsbach, Grafimarie druk: Libertas
7
inleiding / gemeentelijk monument / financiering
8
voorgeschiedenis
10
Plan Vestingstad IJsselstein
12
voorbeeld rondgang
13
voorbeeld stadsmuur in bestrating en plantsoen
14
voorbeeld inrichting IJsselpoort
15
voorbeeld inrichting Bastion Zwijg Utrecht
16
voorbeeld informatieborden
17
reconstructie van stadsmuur en rondgang bij Molenstraat
18
reconstructie van stadsmuur en rondgang bij Walkade
19
conclusie en stappenplan
19
literatuurlijst
Inleiding De middeleeuwse vesting van IJsselstein vormt het belangrijkste erfgoed van de stad IJsselstein en heeft grotendeels de autonomie én de identiteit van stad en bewoners bepaald. De vesting is door de eeuwen heen weliswaar aangetast, maar is als geheel nog intact. De gracht is gaaf en omzoomt de binnenstad en wordt doorsneden door een haven. Restanten van de slotgracht herinneren aan kasteel en hof. De vestingmuur is te zien bij Vestingplantsoen en Molenplantsoen. Voorts schuilt de stadsmuur onder voorgevels maar is ook aanwezig onder maaiveld, onder plaveisel en onder groenstroken. De wallen en mogelijke weergangen zijn merendeels geslecht. De wal aan de Walkade is nog aanwezig. Aan het Kronenburgplantsoen is de wal te herkennen in de hoogte verschillen. De historische Benschopperpoort en de IJsselpoort werden veranderd in barrières. De historische bruggen over gracht en haven zijn intact. Tussen 1950 -’60 kreeg de vesting aan de zuid- en noordkant toegangspoorten en bruggen naar nieuwe woonwijken. Bastion Zwijg Utrecht, bijna vergeten, is weer in beeld gekomen.
plattegrond van IJsselstein anno 1832 met alle vestingwerken nog intact
Noemenswaardig:
◆ IJ sselstein was tussen 1556-1799 één van de vijf vrijsteden in Nederland
◆B innenstad IJsselstein heeft sinds 1966 de status Beschermd Stadsgezicht ◆ i n 2016 werd IJsselstein in de Top City Voting verkozen tot ‘Meest geliefde vestingstad van Nederland’.
BB+W doet in dit inspiratiedocument een verkennend onderzoek naar Aanwijzing Gemeentelijk Monument Vestingstad IJsselstein en ondersteunt dit onderzoek met conceptuele voorstellen en voorbeelden in een integraal Plan Vestingstad IJsselstein.
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN verdient een nieuw elan en een krachtige uitstraling !
Gemeentelijk Monument Vestingstad IJsselstein De IJsselsteinse vestingwerken verdienen het als Gemeentelijk Monument Vestingstad IJsselstein te worden aangewezen en als historische herinnering te worden gevisualiseerd.
reconstructie van stadsmuur en toren aan de Walkade naar aanleiding van beschermingsproces 1986-’92
6
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
Meerdere elementen van de vesting zijn als Rijksmonument reeds beschermd. Het rijk heeft in 1993 de Aanwijzing Rijksmonument Complex Vesting IJsselstein afgewezen. Sinds de jaren ‘90 is het wel mogelijk het complex van vestingwerken als Gemeentelijk Monument aan te wijzen. Tot op heden is hier geen opvolging aan gegeven.
Financiering Voor uitvoering van het integrale Plan Vestingstad IJsselstein zijn diverse erfgoed subsidies beschikbaar:
◆R oest Crolius Fonds, IJsselstein ◆d iverse landelijke fondsen w.o. Prins Bernard Fonds
◆p rovincie Utrecht, Erfgoedparels ◆R ijksdienst Cultureel Erfgoed, SIM ◆E uropese Unie, Interreg
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
7
Voorgeschiedenis In de periode 1986-1992 werkten de Historische Kring IJsselstein (HKIJ), beeldend kunstenaar Wim van Sijl en de juridische afdeling Rijksdienst Monumentenzorg (RDMZ) samen aan de Complex Omschrijving Vesting IJsselstein ter ondersteuning van het verzoek tot Aanwijzing Rijksmonument Complex Vesting IJsselstein en de bedreigde stadsmuur aan de Walkade. Het verzoek werd 10 januari 1991 officieel bij de RDMZ ingediend (bijlage 1 in digitaal bestand).
de indruk van de Middeleeuwse Vesting IJsselstein, maar de Minister diende toendertijd een selectie te maken van alle ‘gave’ te beschermen vestingsteden in Nederland, zoals Heusden, Elburg en Naarden. Vesting IJsselstein was op nationale schaal niet gaaf genoeg. Het verzoek tot Aanwijzing Rijksmonument Complex Vesting IJsselstein werd in dit gesprek afgewezen. De aanvraag leidde echter wel tot bescherming van de stads muur aan de Walkade met de restauratie van de muur en de aanleg van het Vesting plantsoen in 1997 tot gevolg (bijlage 2 in digitaal bestand).
Op 7 januari 1993 volgde een gesprek met twee rijksambtenaren van RDMZ in de Bovenwaag van de HKIJ. De ambtenaren waren onder
In 2000 ontwierp Wim van Sijl, naar aanleiding van het beschermingsproces van de stadsmuur, het kunstwerk IK MUUR.
tekening ten behoeve van het beschermingsproces van de stadsmuur aan de Walkade 1986-1992
Krantenartikelen, persoonlijke notities en andere dossiergegevens werden als erfgoed kunstwerk verwerkt in een documentatiemap. In 2005 publiceerde de HKIJ het boek IJsselstein de Vesting door M.J. de Bruin als vervolg op de wetenschappelijke studie over het ontstaan van de stad door A.M. Fafianie uit 1989. Voor de presentatie van het boek werd in samenwerking met het Stadsmuseum een expositie georganiseerd. Hierbij gaven meerdere kunstenaars reflecties op Vesting IJsselstein. In het jubileumjaar 2010 vierde de stad IJsselstein haar 700 jaar bestaan. Het logo IJsselstein 700 Jaar Stad werd gebaseerd op het kunstwerk IK MUUR. De ontstaans geschiedenis van het logo werd in de ramen van het historische stadhuis getoond en in het naslagwerk Stadsdocument 2010 verwoord en verbeeld.
tekening ten behoeve van het beschermingsproces van de stadsmuur aan de Walkade 1986-1992
8
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
In 2016 publiceerde de HKIJ het boek ...als Mantels om de Stad door P.W.A. Broeders. Dit standaardwerk is een onderzoek naar de geschiedenis van de IJsselsteinse vesting
werken in de periode 1814-1940. Het boek geeft ook een bijzondere historische kijk in bestuurlijke besluiten en daaruit voortvloeiende verhalen en is een rijke aan vulling op de geschiedschrijving van stad en vesting! In de periode 1993-2018 werkten HKIJ en adviesgroep BB+W aan herinrichting en realisatie van Kloosterplantsoen en Kasteel park met in 2014 de oplevering van het Kloosterplantsoen en in 2018 de opening van het Kasteelpark. In 2018 werkten Bart Rietveld en Wim van Sijl aan de markering van Bastion Zwijg Utrecht. In 2020 publiceerde de HKIJ het artikel Van stadsmuur met weergang tot herbestemming door T. Staats, J. Janssen, B. Rietveld, over de geschiedenis en de actualiteit van de vesting werken aan de Molenstraat. In het zelfde jaar werkten HKIJ en adviesgroep BB+W, naar aanleiding van archeologisch onderzoek uit 2019 (bijlage 3 in digitaal bestand) en nieuwbouw ontwikkelingen bij de Molenstraat, aan een reconstructie van de stadsmuur en twee torens.
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
9
PLAN VESTINGSTAD IJSSELSTEIN op plattegrond uit 1832
Muur onder gevels
De stadsmuur aan de Walkade, Nicolaasstraat en Utrechtsestraat wordt gebruikt als fundatie van voorgevels van woningen en schuren. In één gevel (Walkade 55) is de stadsmuur als borstwering terug te vinden. In alle andere gevels is niets van de middeleeuwse muur te zien. voorstel: 1. op de gevels die gebouwd zijn op de stadsmuur ‘beeltenissen’ ter markering aanbrengen
In ontwikkeling 1
Tussen 1950-’60 is de vesting i.v.m. de ontwikkeling van nieuwe woonwijken op twee plaatsen doorbroken. Ten zuiden werd Nieuw poort en ten noorden werd Kasteelkwartier verbonden door nieuwe bruggen en straten over vestingmuur, glacis en gracht. Deze ‘nieuwe toegangspoorten’ geven thans weinig informatie over de vesting.
Muur onder maaiveld
Door onderzoek en tijdens opgravingen zijn op meerdere plaatsten funderingen van de stadsmuur gevonden. Bij de Molenstraat en de Walkade (tegenover Museum IJsselstein) kunnen de muren worden gereconstrueerd zodat het aanzicht op deze karakteristieke plekken, nabij de historische poorten en bruggen, een nieuw elan krijgt dat recht doet aan Vestingstad IJsselstein. voorstel: 1. ligging stadsmuur onderzoeken en zicht baar maken in bestrating en groenstroken door middel van onderscheidend bestratingsmateriaal, bijvoorbeeld kinder koppen of stalen platen
10
2. reconstructie stadsmuur en torens aan de Molenstraat en aan de Walkade tegenover Museum IJsselstein
Beschermd object / gebied
Benschopperpoort en IJsselpoort zijn in 1853 gesloopt en in 1855 als barrières met oude en nieuwe elementen herbouwd. De herkenning van de poorten kan versterkt worden. voorstel: 1. de poorten versterken door middel van onderscheidend bestratingsmateriaal 2. de historische betekenis van de poorten en bastion versterken door middel van plaquettes in de bestrating met daarop relevante beeltenissen
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
voorstel: 1. de twee nieuwe toegangspoorten visueel versterken door middel van onderscheidend bestratingsmateriaal, plaquettes en ruimtelijke toevoegingen
In ontwikkeling 2
Sinds 2018 zijn plannen ontwikkeld om Bastion Zwijg Utrecht in de bestrating te markeren. Tijdens de uitvoering van de fiets straat van Eiteren en Panoven werd een eerder goed gekeurd plan niet verder ontwikkeld met tot gevolg een weinig herkenbare cirkel als vage aanduiding van het bastion. voorstel: 1. de bestrating aanpassen met een buitenste ring van kinderkoppen en eventueel een plaquette in het centrum van de bestrating
In ontwikkeling 3
In december 2019 zijn bij archeologisch onderzoek aan de Molenstraat funderingen van stadsmuur en twee torens gevonden. Onderzoek naar een mogelijke weergang heeft niet plaatsgevonden. Sinds 2020 wordt door de gemeente, Artica, HKIJ en BB+W gewerkt aan het zichtbaar maken van deze stadsmuur en torens. Het dient aanbeveling om de stadsmuur en torens aan de Molenstraat een gelijke vormgeving en materialisatie te geven als de muur en de toren aan de Walkade die in 1997 werden gerestaureerd en gereconstrueerd. voorstel: 1. onderzoek naar een mogelijke weergang onder de huidige bestrating van de Molenstraat 2. het gebied tussen muur en gracht (glacis) afgraven zodat de vestingmuur en torens vanaf het Overtoom beter in zicht komen 3. muur en torens tot borstwering-hoogte t.o.v. straatniveau opmetselen in gelijke vormgeving en materialisatie zoals aan de Walkade 4. de rondgang in de bestrating markeren
Rondgang
In het verleden was op de wal en weergang een rondgang mogelijk. De borstwering van de stadsmuur was vanaf de rondgang ongeveer 1,5 meter hoog. Geparkeerde auto’s in de straten van de rondgang verstoren tegen woordig het elan van de historische Vestingstad IJsselstein. voorstel: 1. de rondgang, die voorheen langs de stads muur liep, markeren door middel van een strook onderscheidend bestratingsmateriaal waardoor een eenduidige markering van Vestingstad IJsselstein ontstaat 2. parkeerplaatsen aan Walkade, Nicolaasstraat en Kronenburgplantsoen opheffen
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
11
Voorbeeld rondgang
Op de plattegrond uit 1832 zijn de looppaden (rondgang) op de wal langs de stadsmuur goed te traceren. Meerdere opgangen (trappen?) zijn ingetekend. De herinnering aan de rondgang kan in IJsselstein geheel worden teruggebracht. Daarmee wordt de verbinding tussen stadsmuur en stadsgracht versterkt. Mogelijk had de stadsmuur ook een weergang. Burgemeester Abbink Spaink heeft in 1935, bij opgravingen bij de molen, fundaties van een weergang opgetekend.
De rondgang kan worden gematerialiseerd door middel van een strook kinderkoppen. Deze strook loopt dan langs de bestaande en zichtbare muur (Walkade en Molen), langs de gevels van de woningen die op de muur zijn gebouwd (Walkade, Nicolaasstraat en Utrechtsestraat) en langs de markeringen van de stadsmuur onder maaiveld (Kronenburgplantsoen, RK. basiliek en H. kerk).
Voorbeeld stadsmuur in bestrating en plantsoen Onder de bestrating en groenstroken van het Kronenburgplantsoen liggen funderingen van de stadsmuur. Herinneringen aan de stadsmuur kunnen bijvoorbeeld in stalen platen of stalen kloostermoppen zichtbaar gemaakt worden. Rond de Dom van Utrecht zijn stalen herinneringsplaten in de bestrating te vinden die de grenzen van het voormalige Romeinse fort markeren.
voormalig looppad op de ‘Stads wal’ langs de stadsmuur met trappen naar de ‘Doele straat’ anno 1832
de rondgang langs de stadsmuur kan worden gemarkeerd middels een strook onderscheidend bestratingsmateriaal waardoor een eenduidige markering van Vestingstad IJsselstein ontstaat
reconstructietekening door burgemeester Abbink Spaink van de funderingen van stadsmuur en weergang in de gracht bij de Molen anno 1935
12
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
13
verdedigings–werken en belangrijke gebouwen naar de toestand van ±1570 plan uit 2010 voor herbestrating van IJsselpoort inclusief een plaquette met beeltenis van het logo IJsselstein 700 jaar Stad de bestrating aanpassen met een buitenste ring van kinderkoppen en eventueel een plaquette in het centrum van de bestrating
Voorbeeld Bastion Zwijg Utrecht
Sinds 2018 zijn plannen ontwikkeld om Bastion Zwijg Utrecht in de bestrating te markeren. Tijdens de uitvoering van de fietsstraat werd een eerder goed gekeurd plan niet verder ontwikkeld met tot gevolg een weinig herkenbare cirkel ter herinnering aan het bastion.
plaquette IK MUUR DEEL 2
14
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
15
Voorbeeld informatieborden
In Dokkum zijn moderne stalen informatieborden over de historie van de stad geplaatst. Deze borden kunnen als inspiratie dienen voor het nieuwe elan en uitstraling van Vestingstad IJsselstein
reconstructie van stadsmuur en rondgang en aanlegsteiger Yselvaert aan de Molenstraat, tekening R.Verweij 2020
16
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
17
Conclusie en stappenplan
literatuurlijst
Dit inspiratiedocument dient ter overtuiging dat een gerevitaliseerde vestingstad toekomstige generaties zal inspireren en verrijken.
- Abbink Spaink, J.J. 1962. IJsselstein, verleden en heden; Gemeentebestuur IJsselstein.
Voor realisatie van Plan Vestingstad IJsselstein zullen gemeenteraad en college van de gemeente IJsselstein een werkgroep dienen aan te stellen bestaande uit diverse belanghebbende partijen waaronder RCE, provincie, ODRU, HKIJ en BB+W, tot doel hebbende: 1. uitwerken van het integrale plan op basis van archeologisch onderzoek, materialisatie en technische uitvoerbaarheid 2. aanwijzing gemeentelijk monument Vestingstad IJsselstein 3. onderzoek naar financiering en subsidieaanvragen. Zichtbaar erfgoed is onmisbaar voor kwaliteit van leven, werken en wonen.
Stad IJsselstein wezen van 700 jaar oud uit stamouders van ver voor de telling uw vesting een verhaal machtig de stenen voorbij vissen in gracht en maag kogels uit tijdperken
- Giesen-Geurts. B. e.a. 1989. MonumentenInventarisatie IJsselstein; Stichting Publicaties Oud-Utrecht - Fafianie, A.M. 1989. IJsselsteinse stadsmuur, beproefd weerbaar; Stichting Historische Kring IJsselstein nr. 50/51. - HKIJ / Sijl, W.J. van, 1986. Verzoekschrift tot doel hebbende een vergeten vestingwerkmonument toe te voegen aan de reeds geregistreerde vestingwerk-monumenten; Stichting Historische Kring IJsselstein. - HKIJ / Sijl, W.J. van, 1991. Verzoek om aanwijzing ingevolge Monumentenwet 1988 van de verdedigingswerken IJsselstein; Stichting Historische Kring IJsselstein. - Bruin, M.J. de, 2005. IJsselstein de Vesting; Stichting Historische Kring IJsselstein. - diverse auteurs, 2011. Stadsdocument 2010; Gemeente IJsselstein. - Adviesgroep BB+W, 2013. Integraal plan Kasteelcomplex IJsselstein. - Broeders, P.W.A. 2016. Als mantels om de stad; Stichting Historische Kring IJsselstein.
ja ik mag u wel want u bent er eentje van adel tot boer wij zijn uw Vestingstad IJsselstein
- Boon, J.G.M. 1969. IJsselstein voor en na 1900; Historische Vereniging Woerden en Omgeving.
- Engeldorp Gastelaars H.J.N. van, 2020. Torens gezocht, Veldonderzoek aan de Molenstraat; Gemeente IJsselstein. - Staats T. / Janssen J. / Rietveld B. 2020. Van stadsmuur met weergang tot herbestemming; Stichting Historische Kring IJsselstein nr. 168
Wim van Sijl, uit IK MUUR
reconstructie van stadsmuur en rondgang aan de Walkade bij Museum IJsselstein fotobewerking W. van Sijl 2020
18
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
19
BB+W is een samenspel van individuele krachten dat streeft naar behoud en identificering van cultuurhistorisch erfgoed in het algemeen en dat van IJsselstein in het bijzonder. BB+W geeft gevraagd- en ongevraagd advies en doet interventies. Bart Rietveld voorzitter Historische Kring IJsselstein (boekdrukker) Bert Murk onbezoldigd directeur Museum IJsselstein (accountant) Wim van Sijl voorzitter Stichting Boogbrug Vianen (beeldend kunstenaar) BB+W heeft bijdragen geleverd aan: 1986 - 1996 actie tegen woningbouw Walkade / bescherming stadsmuur / realisatie Vestingplantsoen 1992 - heden ontwikkeling en totstandkoming Kasteelpark 1995 behoud Zendergebouw en Portiersloge Radio Nederland Wereldomroep (NOZEMA) 1999 - heden Integrale Visie Binnenstad / herinrichting Schuttersgracht / ontwikkelingen Binnenstad 2000 - 2015 totstandkoming nieuw Kloosterplantsoen 2004
nota Bouwhoogte
2005
zienswijze Regionaal Structuurplan
2008
visie op IJsselstein Stadsarchief
2016 reactie op Stadsvisie ‘Hallo toekomst’, een college-doorkijk naar 2030 2017 'IJsselstein IJzersterk' een manifest voor een krachtige en autonome vestingstad 2018 verzoek tot Aanwijzing Natuurgebied Klaphek bij gemeenten IJsselstein en Lopik 2018 Ontwerp 2e Partiële Herziening Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie: ‘De Kroon’ 2020 proces tot bescherming Kromme IJsselgebied / zienswijze Omgevingswet Provincie Utrecht 2020 proces tot reconstructie vestingwerken Molenstraat 2021 Aanvraag Gemeentelijk Monument Vestingstad IJsselstein inclusief integraal plan
20
VESTINGSTAD IJSSELSTEIN
!
Torens gezocht! Een zoektocht naar twee bastiontorens aan de Molenstraat in IJsselstein rapport 5158
H.J.N. van Engeldorp Gastelaars
Torens gezocht! Een zoektocht naar twee bastiontorens aa n de Molenstraat te IJsselstein door middel van een Inventariserend Veldonderz oek in de vorm van proefsleuven
H.J.N. van Engeldorp Ga stelaars
Met een bijdrage van M.J.A. Melkert
Colofon ADC Rapport 5158 Torens gezocht! Een zoektocht naar twee bastiontorens aan de Molenstraat te IJsselstein door middel van een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven Auteur: H.J.N. van Engeldorp Gastelaars In opdracht van: Gemeente IJsselstein
Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Afbeelding omslag: uitsnede uit de kaart van IJsselstein omstreeks 1649, vervaardigd door J. Blaeu.
© ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, april 2020 Niets uit deze uitgave mag w orden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke w ijze dan ook zonder voorafgaande schrif telijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
G Williams G.
ISSN 1875-1067
ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel 033 299 8181 Email info@archeologie.nl
Inhoudsopgave Administratieve gegevens van het onderzoeksgebied Samenvatting 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Vooronderzoek 1.3 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen 1.4 Opzet van het rapport 1.5 Woord van dank 2 Historisch bronnenonderzoek 2.1 De ‘stad’ IJsselstein 2.2 Heropbouw stadsmuur Walkade 2.3 Het Pijltjeshol 3 Methoden 4 Resultaten 4.1 Fysisch geografisch onderzoek 4.2 Sporen en structuren 4.2.1 Bakstenen, mortel en een dakleifragment M.J.A. Melkert 4.3 Reconstructie 5 Synthese 5.1 Algemeen 5.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen 6 Waardering en selectieadvies 6.1 Waardering van de vindplaats 6.2 Selectieadvies Literatuur Lijst van afbeeldingen Lijst van tabellen Bijlage 1 Sporenlijst Bijlage 2 Vondstenlijst Verklarende woordenlijst Afkortingen in de database
4 5 7 7 8 9 9 10 11 11 15 16 17 19 19 20 23 24 26 26 26 29 29 29 31 32 32 33 33 34 35
Administratieve gegevens van het onderzoeksgebied
Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Kadastrale gegevens: Kaartblad: Coördinaten:
Utrecht IJsselstein IJsselstein Molenstraat Kadastraal nr . 1665, gemeente IJsselstein 38 131.276/447.791; 131.315/447.755
Projectverantwoordelijke: Bevoegde overheid: Deskundige namens de bevoegde overheid: Goedkeuring rapport door bevoegde overheid:
H.J.N. van Engeldorp Gastelaars Gemeente IJsselstein Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) Ja, d.d. 06 april 2020
Archiszaaknummer: ADC-projectcode:
4756283100 4210795
Complex: Periode(n): KNA versie: Geomorfologische context: NAP hoogte maaiveld: Maximale diepte onderzoek: Uitvoering van het veldwerk: Beheer en plaats documentatie:
Historische stad Late Middeleeuw en en Nieuw e tijd 4.1 Oeverwal van de IJssel 1,84-2,05 m +NAP 1,40 m -NAP 9 december 2019 – 12 december 2019 Provinciaal depot Utrecht
5
Samenvatting In opdracht van de gemeente IJsselstein heeft ADC ArcheoProjecten een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd voor het plangebied Molenstraat. De opdracht omhelsde het opsporen van twee muurtorens van de middeleeuwse stadsmuur om de exacte locatie en opbouw vast te kunnen stellen. Met deze info rmatie zal een ontwerp worden gemaakt voor de herinrichting van de straat in het kader van stadsvernieuwing. Ter hoogte van de torens zullen zitelementen voor de horeca worden gerealiseerd en ook de ligging van de stadsmuur zal weer terug verschijnen in het straatbeeld. De funderingen van de torens zullen in situ bewaard blijven. Het veldonderzoek is uitgevoerd in december 2019. Hierbij zijn twee locaties onderzocht. De locatie van de hoektoren bevind zich op de hoek van de Molenstraat. Hier is een ronde fundering teruggevonden op ca. 0,77 m +NAP en een deel van de stadsmuur op ca. 1,50 m +NAP. De fundering van de toren heeft een buitenste diameter van 6,50 m bij 5,30 m en is 90 cm dik. De fundering is nog voor 1,70 m hoogte aanwezig: de onderzijde lag ca. 2,90 m beneden het huidige maaiveld. De toren is opgebouwd uit kloostermoppen die dateren in de 14 e of 15 e eeuw. Deels bovenop de ronde torenfundering bevindt zich een rechthoekige fundering die is opgebouwd met bakstenen die zeer waarschijnlijk afkomstig zijn van de toren.
Deze fundering behoorde toe aan een zogenaamd brandspuithuisje, waar de brandweer zijn brandspuitwagen stalde. Dit huisje is e waarschijnlijk aan het begin van de 20 eeuw gebouwd. Op de tweede locatie, halverwege de Molenstraat, is alleen een restant van de toren aangetroffen: de stadsmuur en meer dan de helft van de toren zijn reeds weggebroken. Dit is waarschijnlijk gebeurd bij de sloop van de alhier gestane St. Nicolaasschool, die met zijn voorgevel op de stadsmuur rustte. Deze school is in 1973 verwijderd. De muurtoren is digitaal gereconstrueerd en op basis daarvan moet deze toren een buitenmaat van 6,60 m bij 6,25 m gehad hebben. De dikte van de muur is tussen 1-1,10 m en is tussen 1,20 m en 1,60 m in hoogte bewaard gebleven. De bovenzijde van deze muur ligt tussen 0,66-0,19 m +NAP. Op basis van de waardestellingen worden de aangetroffen funderingen van de verdedigingswerken als behoudenswaardig bestempeld. Gezien de archeologiebesparende plannen kunnen de resten in situ bewaard blijven op de genoemde diepten met een bufferzone van 30 cm . Voor toekomstige ingrepen is het belangrijk te realiseren dat overal waar de verdedigingswerken gestaan hebben – inclusief de Nieuwpoort – resten in de bodem aanwezig kunnen zijn.
Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode Nieuwe tijd: Nieuw e tijd C Nieuw e tijd B Nieuw e tijd A Middeleeuwen: Late Middeleeuwen B / Late Middeleeuwen Late Middeleeuwen A / Volle Middeleeuwen Vroege Middeleeuwen D / Ottoonse periode Vroege Middeleeuwen C / Karolingische tijd Vroege Middeleeuwen B / Merovingische tijd Vroege Middeleeuwen A / Volksverhuizingstijd Romeinse tijd: IJzertijd: Bronstijd: Neolithicum (Jonge Steentijd): Mesolithicum (Midden-Steentijd): Paleolithicum (Oude Steentijd): Bron: Archeologisch Basis Register 1992
Tijd in jaren 1500 - heden 1850 - heden 1650 - 1850 na Chr. 1500 - 1650 na Chr. 450 - 1500 na Chr. 1250 - 1500 na Chr. 1050 - 1250 na Chr. 900 - 1050 na Chr. 725 - 900 na Chr. 525 - 725 na Chr. 450 - 525 na Chr. 12 voor Chr. - 450 na Chr. 800 - 12 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr. 5300 - 2000 voor Chr. 8800 - 4900 voor Chr. tot 8800 voor Chr.
6
Afb . 1. Locatie van het onderzoeksgeb ied. Bovenaan de twee locaties van de torens aangegeven met sterren.
7
1 Inleiding 1.1
Algemeen
In opdracht van de gemeente IJsselstein heeft ADC ArcheoProjecten een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven uitgevoerd voor het plangebied Molenstraat (afb. 1). De opdracht omhelsde het opsporen van twee muurtorens van de middeleeuwse stadsmuur om de exacte locatie en opbouw vast te kunnen stellen (afb. 2). Met de ze informatie zal een ontwerp worden gemaakt voor de herinrichting van de straat in het kader van stadsvernieuwing. Ter hoogte van de torens zullen zitelementen voor de horeca worden gerealiseerd en ook de ligging van de stadsmuur zal weer terug verschijnen in het straatbeeld . De funderingen van de torens zullen in situ bewaard blijven.
Afb . 2. Uitsnede uit de kaart van IJsselstein door Blaeu omstreeks 1649. Rechts zijn de toren s te zien. Het noorden is links.
Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 1000 m 2 en is momenteel in gebruik als wegdek van de noodbrug, plantsoen, grasveld en parkeerplaatsen. Het gebied ligt aan de zuidkant binnen de historische kern van IJssels tein en betreft de Molenstraat. In het gebied zijn twee onderzoekslocaties ontgraven met een totale oppervlakte van 106,1 m 2. Het veldwerk is uitgevoerd van 9 december tot en met 12 december 2019. In die periode zijn de proefsleuven aangelegd en onderzocht conform het Programma van Eisen (PvE), dat door H.J.N. van Engeldorp Gastelaars is opgesteld.1 Dit ontwerp is goedgekeurd door de adviseur namens het bevoegd gezag, D.R. Stiller van de ODRU te Utrecht. De vondsten en bijbehorende documentatie die tijdens het IVO zijn verzameld, zijn gedeponeerd in het Provinciaal depot te Utrecht. Het veldteam bestond uit de volgende personen: H.J.N. van Engeldorp Gastelaars (projectverantwoordelijke & senior KNA archeoloog), H. Lammertink (grondwerker fa. van Wijk Nieuwegein) en J. Ariaans (kraanmachinist fa. Ariaans Grondwerken). De wetenschappelijke begeleiders zijn J. Dijkstra (bouwhistoricus & senior KNA archeoloog) en G. Williams (senior KNA archeoloog). De contactpersoon bij de gemeente IJsselstein is G.A. van der Lit, voor de praktische uitvoering M.P. de Bel. De contactpersoon van de aannemer is J. van Rossum (fa. van Wijk Nieuwegein).
Het vondstmateriaal is bestudeerd door M.J.A. Melkert (bouwmateriaal en natuursteen) en J.T. Verduin (aardewerk). Controle en coördinatie van documentatie en vondstverwerking is uitgevoerd door J.W. Beestman.
1
Engeld orp Gastelaars, H.J.N. v an, 2019: Programma v an Eisen IJsselstein Molenstraat Horeca elementen. Pv E nummer 19019, v ersie 2. Goedgekeurd d.d. 30-9-2019 door D.R. Stiller Omgev ingsdienst Regio Utrecht.
8
Tijdens het project was er veel animo van IJsselsteiners: de burgervader P. van Domburg is dagelijks meermaals langs gekomen om de vorderingen gade te slaan. Tevens waren mo lenaar M. Dolman en een vrijwilliger van de molen ‘de Windotter’ zo vriendelijk om een rondleiding te geven door de molen en de naastgelegen hoektoren ‘Het Pijltjeshol’, waarvan de bovenste verdieping dienst doet als theekoepel en de onderste, nog enigszins originele verdieping wordt gebruikt voor opslag.
1.2
Vooronderzoek
In verband met de stadsvernieuwing in het zuidoostelijke deel van IJsselstein ter hoogte van de Koningshof en de Molenstraat is een eerste archeologische inventarisatie in het onderzoeksgebied uitgevoerd in mei 2011 op de locatie waar een noodbrug werd gerealiseerd.2 Tijdens dit onderzoek zijn twee boorraaien gezet over de vermoede locatie van de stadsmuur en hoektoren. Hierbij werd op ondoordringbaar puin gestuit waardoor de aanwezigheid van de stadsmuur en/of toren op die boringlocaties is geïnterpreteerd. Vervolgens is de aanleg van de noodbrug archeologisch begeleid in november 2015. Hierbij is een deel van een rechthoekige bakstenen structuur aangetroffen. De uitwerking van dit ond erzoek is nog lopende, omdat al de gefaseerde archeologische onderzoeken voor de stadsvernieuwing in één rapport zullen worden gerapporteerd. In fase 1 is aan het Koningshof het uitgraven van de bouwput begeleid. Daar zijn onder andere erfstructuren en meerdere beerputten gevonden. Fase 2 van de stadsvernieuwing wordt in maart 2020 verwacht en betreft het huizenblok aan de Molenstraat tegenover onderhavige onderzoekslocatie. Funderingen van de stadsmuur zijn al eerder aangetroffen tijdens werkzaamheden in het centrum die archeologisch zijn begeleid.
In 2010 werd er een riool vervangen in het Kronenburgplantsoen en de Schapenstraat aan de noordwestzijde van de stad.3 In de Schapenstraat is een bakstenen fundering van nog ca. 1,30 m hoog gevonden. Deze fundering was opgebouwd uit kloostermoppen met afmetingen van 30/29x15,5/14,5x6/6,5 cm. De tien-lagenmaat was 78 cm. Het metselverband bestond uit een laag koppen en een laag strekken afwisselend. De muur was recht opgebouwd: alleen de onderste laag stak enkele centimeters naar buiten toe uit. De breedte was ca. 2 m. Hoewel de buitenzijde netjes was vermetseld met complete bakstenen, bestond de binnenzijde uit gebroken bakstenen. Deze methodiek wordt vaker toegepast bij dikke muren. Onder de muur waren gedeeltelijk wilgenhouten balken aanwezig. Op de kruising van het Kronenburgplantsoen en de Kloosterstraat is eveneens een funderingsmuur aangetroffen. Deze fundering kwam tevoorschijn op ca. 1 m onder het maaiveld en had een breedte van 1,70 m. De muur was spitsvor mig opgebouwd uit kloostermoppen met afmetingen van 30,5x15x6,5 cm. De vijf-lagenmaat was 40 cm. Onder deze fundering waren eveneens wilgenhouten balken aanwezig. Omdat wilgenhout niet middels dendrochronologie gedateerd kan worden, wordt er in het rapport geen datering van de stadsmuur gegeven.
Overige informatie in de vorm van bronnenonderzoek staat beknopt beschreven in het PvE van onderhavig onderzoek, het oorspronkelijke PvE opgesteld voor de herinrichting 4 en de aanvullende notities daarop.5 In hoofdstuk 2 staat een uitgebreide beschrijving van bronnenonderzoek dat is uitgevoerd om meer achtergrondinformatie te vergaren over de historische kennis die bestaat over de stad, de stadsmuur en zijn torens.
2 3
Rooij 2011. Halv erstad 2010.
4
Torremans, R., 2012: Programma v an Eisen IJsselstein, Project Koningshof, Schuttersgracht en Molenstraat. Pv E nummer 12-032. Goedgeke urd d.d. 15-4-2013 door E. Schoonb eek-Biemold te IJsselstein.
5
Engeldorp Gastelaars, H.J.N., Nov ember 2015: Aanv ullende notitie Pv E IJsselstein Koningshof -Schuttergracht-Molenstraat. Goedgekeur d door P.C. de Boer, ODRU. Engeldor p Gastelaars, H.J.N., juni 2018: Addendum op het Pv E AB IJsselstein Centrumplan Fase 2. Goedgekeurd door P.C. de Boer, ODRU. Engeldor p Gastelaars, H.J.N., juni 2018: Addendum op het Pv E IJsselstein Koningshof -Schuttersgracht-Molenstraat. Groenpla n. Goedgekeurd do or F. Hoogenboom, ODRU.
9
1.3
Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen
Doel van het onderzoek is het opsporen van de twee torens in de Molenstraat en de aanzet naar de stadsmuur direct aangrenzend om de exacte locatie, omvang en opbouw in kaart te kunnen brengen. Een IVO heeft tot doel de aard, omvang en kwaliteit (gaafheid en conservering) vast te stellen van de vindplaats(en) in het gebied om te komen tot een definitief oordeel over de behoudenswaardigheid ervan. Daarnaast moeten gegevens verkregen worden om hetzij verder archeologisch onderzoek mogelijk te maken, hetzij adequate maatregelen voor behoud en beheer te kunnen treffen. Het onderzoek wijkt enigszins af van een standaard IVO in de vorm van proefsleuven, omdat de torens en stadsmuur niet bedreigt worden door de ingrepen en vooraf al besloten is dat deze in situ bewaard zullen blijven. De behoudenswaardigheid zal echter wel in dit rapport worden vastgesteld voor eventuele toekomstige ingrepen. In het PvE zijn verschillende onderzoeksvragen gesteld. Deze worden in dit rapport beantwoord op basis van hetgeen in de proefsleuven is aangetroffen. De hoofdvraag is: Zijn de torens en stadsmuur in het onderzoeksgebied aanwezig, en meer specifiek, wat is daarvan de exacte locatie, diepteligging, de afmetingen en opbouw? De volgende onderzoeksvragen zijn in het PvE gesteld: 1. Zijn er archeologische resten (sporen, structuren, vondsten) aangetroffen? 2.
Waar bevindt zich de stadsmuur en hoe is deze opgebouwd? Wat is de diepteligging van de bovenzijde? 3. Waar bevindt zich de hoektoren (‘Waltoren’)? Hoe is deze opgebouwd? Wa t is de diepteligging van de bovenzijde? 4. Waar bevindt zich de toren centraal aan de Molenstraat? Hoe is deze opgebouwd? Wat is de diepteligging van de bovenzijde? 5. Wat is de aard, datering en herkomst van de gebruikte bouwmaterialen? 6. Is een fasering in de aanleg en aanpassingen van de stadsverdedigingswerken te onderscheiden? 7. Zijn er sporen van onderhoud, reparaties aan de stadsmuur, torens of wal? 8. Is er een strook land tussen gracht en stadsverdedigingswerken aanwezig geweest en zijn er uitspraken over inrichting en gebruik mogelijk? 9. Zijn er sporen van de wal aanwezig? Zo ja, waaruit bestaan deze en wat kan hieruit afgeleid worden? 10. Wat is de conservering van de verschillende aangetroffen structuren en vondstmateriaal? 11. Indien het onderzoek geen archeologische resten of beperkte archeologische fenomenen (bijvoorbeeld alleen losse vondsten) oplevert, welke verklaring is hiervoor dan te geven? Is er (bijvoorbeeld) sprake van: verstoring van antropogene aard, beperking van de archeologische waarnemingsmogelijkheden door bodemprocessen, beperking van de archeologische waarnemingsmogelijkheden door werk- of weersomstandigheden? 12. Wat is de omvang van eventuele recente verstoringen?
1.4
Opzet van het rapport
Dit rapport betreft een s tandaardrapport zoals genoemd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA 4.1 -specificatie VS05). In dit rapport worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd, waarna de eerste conclusies volgen. Dit onderzoek vormt geen eindstation, maar de basis van waaruit verder synthetiserend onderzoek kan plaatsvinden. Na de samenvatting en dit inleidende hoofdstuk volgt een historisch bronnenonderzoek in hoofdstuk 2. De onderzoeksmethoden staan beschreven in hoofdstuk 3. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten besproken in hoofdstuk 4, waarbij de bodemopbouw, de aangetroffen sporen en vondsten en een reconstructie van de torens en stadsmuur worden gepresenteerd. In hoofdstuk 5 worden de resultaten uitgezet tegen de verwachting en historische gegevens en worden de onderzoeksvragen beantwoord. In hoofdstuk 6 tenslotte, wordt de vindplaats gewaardeerd met het oog op eventueel toekomstig onderzoek.
10
1.5
Woord van dank
De stichting Historische Kring IJsselstein heeft een belangrijke bijdrage geleverd door beschikbare informatie over de stad, de stadsmuur en de torens middels boeken en artikelen beschikbaar te stellen. Mijn dank gaat uit naar de voorzitter van de HKIJ: B. Rietveld. Ook molenaar M. Dolman en uitvoerder J. van Rossum leverden informatie aan in de vorm van literatuur. Mijn hartelijke dank daarvoor! Het is als archeoloog een groot cadeau om een project uit te voeren in een stad waar bewoners zo mee begaan zijn!
11
2 Historisch bronnenonderzoek 2.1
De ‘stad’ IJssel stein
De oudste vermelding van ‘IJss elstein’ staat in een oorkonde van 7 november 1279 van Gijsbrecht van IJsselstein.6 IJsselstein is op dat moment een nederzetting van hofsteden (boerderijen) langs de IJssel, aan de noordwestzijde geflankeerd door Gijsbrechts’ woning, een stenen kasteel. Het kasteel was een vierkante burcht met vier hoektorens en een voorburcht- of hof, geheel omgeven door een gracht welke in verbinding stond met de gracht om het (kasteel -)dorp. Het ‘Land van IJsselstein’ behoorde toentertijd al ten minste twee generaties toe aan de Benschops -IJsselsteinse tak van de Van Amstels. In 1310 wordt de parochie Eiteren opgeheven en wordt de parochiekerk verplaatst naar IJsselstein. St. Nicolaas is de patroonheilige van de nieuwe parochie. Ook verleende de bisschop van Utrecht de s tad in wording het recht om drie jaarmarkten te houden. De gunstige ligging van IJsselstein aan de IJssel en in de nabijheid van de Lek zorgde voor inkomsten uit tolheffingen. In een akte van 17 oktober 1321 heeft IJsselstein voor het eerst de veelzeggende status van ‘poort’, welke term is afgeleid van het Latijnse ‘portus’, wat haven of handelsplaats betekent. In dit jaar vertoonde de nederzetting stedelijke kenmerken. De oppervlakte van de stad bestaat dan uit 32 morgen land wat overeenkomt met ca. 27,2 ha.
Een dergelijk oppervlak zou dan de huidige historische stad, het kasteel, de grachten en het land van Nieuwpoort omvatten. Ter illustratie is op afbeelding 3 de situatie omstreeks 1570 te zien: hierop staat tevens het land van de Nieuwpoort afgebeeld als omgracht groen weiland. Op deze locatie heeft alleen in het noorden een klooster e gestaan: het land is verder onbebouwd gebleven. Dat de Nieuwpoort in de 14 eeuw in ieder geval gedeeltelijk ommuurd is geweest bewijzen muurresten die in 1935 bij het dro ogleggen van de stadsgracht zijn aangetroffen (afb. 4). Deze fundering rustte op eikenhouten balken.
Afb . 3. Uitsnede uit de kaart van IJsselstein door Jacob van Deventer omstreeks 15 70. Waar de naam staat is het gebied ‘Nieuwpoort’. Hier heeft alleen in het noorden een klooster gestaan maar bleef verder in de Middeleeuwen onb ebouwd.
6
Onderstaande paragr af en grotendeels ov ergenomen uit Faf ianie 1989.
12
Afb . 4. Links een overzichtsfoto van de opgraving in de drooggelegde stadsgracht gezien vanuit het zuidoosten en rechts een detailopname van de stadsmuur. Onder: de door toenmalig b urgemeester Abbink Spaink gemaakte reconstructietekening van de teruggevonden fundamenten van de stadsmuur. Bron: Fafianie 1989. Wanneer IJsselstein precies ommuurd is, is een punt van discussie. Een bron vermeld dat Arnold van Egmond omstreeks 1390 een stadsmuur met poorten en torens om de stad liet bouwen, maar het is ook mogelijk dat dit al eerder is gebeurd of een begin mee is gemaakt. Vanaf het eind van de 14 e eeuw krijgt IJsselstein het regelmatig zwaar te verduren: met name de stad Utrecht is het er niet mee eens dat het ‘stadje’ zo veel privileges heeft. In 1346 wordt er brand gesticht door de bisschop van Utrecht; in 1349 wordt een belegering doorstaan; in 1374 zijn er diverse rooftochten en plunderingen in de stad gepaard met brandstichting; in 1417 worden muur, poorten en torens (gedeeltelijk?) afgebroken waardoor de stad tussen 1418 en 1424 braak ligt. Het klooster op de Nieuwpoort wordt opnieuw opgebouwd, maar de stadsmuur niet. Vanaf 1424 wordt de stad en verdedigingswerken weer heropgebouwd. In 1466 wordt de hele stad in as gelegd en de verdedigingswerken en het kasteel geslecht.
In 1471 komt er toestemming van Karel van Bourgondië om IJsselstein weer op te bouwen wat ook weldra gebeurde. In 1482 doorstaat
13
IJsselstein nogmaals een belegering, wat erop duidt dat de verdedigingswerken toen weer van aanzienlijke omvang moeten zijn geweest. Bekend is dat de opbouw van de stadsmuur in 1500 uit e 7 een fundament bestond, waarvan delen nog dateerden uit de 14 eeuw. Op het fundament stond een spits toelopende bakstenen muur met een hoogte van 4,5 meter. Aan de binnenkant lag een aarden wal van ongeveer 3,5 meter breed en 3 meter hoog. Deze aarden wal werd aan de stadzijde door een klein muurtje gesteund; een volwassene kon vanuit de s tad, staande op de wal, over de muur naar de omgeving kijken. Tussen gracht en stadsmuur lag een smalle strook grond – ‘cingel’ genoemd – met doornstruiken erop als extra hindernis tegen indringers. In eerste instantie grensde de stadsmuur aan de buitenzijde waarschijnlijk alleen aan de grachten en zijn de cingels pas in de 17e eeuw aangebracht door de grachten gedeeltelijk te dempen. De muurtorens stonden op ongeveer 60 meter van elkaar verwijderd, ze hadden oorspronkelijk een houten dak en staken als halfronden uit de stadsmuur. De beschrijving van de stadsmuur is gebaseerd op een opmeting in 1769.8 Na nog diverse strooptochten en een belegering van het kasteel in 1511, wordt de vrede tussen Utrecht en IJsselstein getekend. Daardoor raakte de stadsverdediging verwaarloosd, want die was nu niet meer nodig.
In 1570 wordt er in opdracht van Koning Philips een kaart vervaardigd door Jacob van Deventer van IJsselstein met de Nieuwpoort en de buurtschap Eiteren (afb. 3). Van deze kaart is een reconstructie gemaakt van de belangrijkste gebouwen en verdedigingswerken door Fafiani (afb. 5). Hierop zijn onder andere de twee torens van onderhavig onderzoek te zien: nummers 31 en 32. Nummer 31 was toentertijd de muurtoren van Janneke Hoogenboom. In sommige muurtorens woonden met toestemming van het stadsbestuur oude en armlastige personen die daar gratis mochten verblijven. Het wonen in een toren moet allesbehalve gerieflijk zijn geweest, zeker ’s winters. De staat van onderhoud zal ook niet al te best zijn geweest. Nummer 32 is de muurtoren van Grietjes Beernts. Grietje moest eigenlijk per jaar één gulden huur betalen aan de stad, maar haar armoede liet dat niet meer toe en daarom mocht zij er vanaf 1585 gratis wonen, mits ze de toren goed schoon hield. In 1570 woonde ze samen met ene Niesje, die ook één gulden per jaar aan huur verschuldigd was.
Afb . 5. Reconstructie van de verdedigingswerken en belangrijke gebouwen naar de toestand van 1570. Uit: Fafianie 1989. 7 8
Faf iani 1989, 223. Faf iani 1989, 234.
14
De verdedigingswerken verkeerden omstreeks 1570 in slechte staat. Vooral in 1580 werden veel reparaties uitgevoerd waarbij de bovenste lagen werden afgebroken en weer hernieuwd 9 opgemetseld. In een rondeel (mogelijk nr. 25, het Pijltjeshol bij de molen) werd een kalkoven gemetseld voor het vervaardigen van de metselspecie. Waarschijnlijk zijn de funderingen van de stadsmuur en torens wel origineel, maar de opbouw dateert vooral uit omstreeks 1580. Zie ook afbeelding 2 voor de kaart van Blaeu omstreeks 1649. Tussen 1672 en 1673 werd een bouwpremie ingesteld: delen van de stadsmuur werden gebruikt voor gerief en nut evenals de stroken groen tussen de gracht en walmuren. Volgens de kadastrale minuut van omstreeks 1832 is de waltoren nog wel aanwezig (afb. 6). In 1843 werden de bakstenen van de walmuur aan de zuidzijde van de stad verkocht: alleen de stadsmuur bij de molen, die op de wal staat, mocht blijven staan.
Afb . 6. Uitsnede van de kadasterkaart van omstreeks 1832. Alleen de hoektoren is hierop nog aanwezig. Het noorden ligt diagonaal richting de rechter b ovenhoek. In de jaren tussen 1854 en 1861 vinden er meerdere ingrepen plaats aan de stadsmuur, singels en wal. Binnen de planlocatie werden puin en stenen van de borstwering verkocht aan aannemer D. de Leur; tevens werden bomen gerooid en de walgrond afgegraven.10 Hoewel een andere bron vermeld dat de waltoren in 1855 werd afgebroken waarbij de onder de toren aanwezige grond werd 11 geruild tegen een gedeelte van een naastgelegen perceel , staan op de topografische kaart van ca. 1920 de stadsmuur en de waltoren nog steeds aangegeven. Mogelijk waren die dus toch nog (in meer of mindere mate) aanwezig. Op een luchtfoto van ca. 1928 is een groot gebouw te zien ter hoogte van de stadsmuur, die als schoolgebouw heeft gediend (afb. 7). Deze stond met de voorgevel op de stadsmuur gefundeerd. Op de foto is nog wel de stadsmuur te zien, maar de waltoren is inmiddels afgebroken. Bij de afbraak van de school in 1973 is de fundering van de stadsmuur mogelijk nog intact gebleven. Bij de aanleg van nutsvoorzieningen op de hoek van de Molenstraat is de fundering van de hoektoren waargenomen. 12 Hierin zou een sleuf zijn gefreesd om nutsvoorzieningen in te kunnen leggen. 9
Faf iani 1989, 229-230.
10 11
Broeders 2016, 124.
Broeders 2015, 117. 12 Pers. Communicatie Gemeente IJsselstein.
15
Afb . 7. Uitsnede uit een luchtfoto van IJsselstein uit 1928. Links is de b rug ‘Benschopperpoort’, één van de toegangspoorten tot de stad, te herkennen als oriëntatiepunt: rechts daarvan staat een groot schoolgebouw. Daarnaast is bij de rode pijl nog een deel van de stadsmuur te zien.
2.2
Heropbouw stadsmuur Walkade
Aan de Walkade in het noordwesten van de s tad had zich vanaf de tweede helft van de 19 e eeuw een industriewijk ontwikkeld. De overblijfselen van de stadsmuur aldaar waren gedeeltelijk geïncorporeerd in de muren van de gebouwen. De meeste panden waren op de inmiddels gedeeltelijk dichtgegooide gracht gebouwd, en gebruikten de stadsmuur als voorgevel. Toen men in 1970 nieuwe plannen aan het maken was onder de naam: ‘Sanering Binnenstad’, werd er al melding gemaakt dat deze stadsmuur nog aanwezig moest zijn. 13 In 1986 diende het bestuur van de HKIJ bij het ministerie van Welzijn en Cultuur een schriftelijk verzoek in om de stadsmuur aan de Walkade aan de reeds geregistreerde vestingwerkmonumenten toe te voegen. In 1992 wordt er archeologisch onderzoek uitgevoerd om de muur in kaart te brengen. Hierbij w orden vier spaarbogen aangetroffen, net als al eerder op de Nieuwpoort was ontdekt. In 1995 liet het gemeentebestuur een bouwhistorisch onderzoek en een archeologische inspectie uitvoeren.14 Daarbij wordt vastgesteld dat de stadsmuur een hoge bouwkundige en cultuurhistorische waarde heeft. Hiertoe besluit de gemeente opdracht te verlenen tot restauratie en reconstructie van de stadsmuur (afb. 8). De bovenzijde van het opgaande muurwerk is vernieuwd en één van de muurtorens is weer terug gebracht.
Hierop staat een kanon dat gericht is op het voormalige kloosterterrein waar inmiddels een speeltuin is gerealiseerd geïnspireerd door kloosterarchitectuur. Toepasselijk, want IJsselstein is in 1482 belegerd geweest waarbij de vijandige troepen zich in (de restanten van) het klooster hadden verschanst.
13 14
Deze paragraaf grotendeels ov ergenomen uit Murk 2002, 160-167. Monumentnummer 2015 2. Datering muur onbekend.
16
Afb . 8. Reconstructie van de stadsmuur aan de walkade gezien richting het zuidwesten.
2.3
Het Pijltjeshol
Direct naast molen de Windotter is één hoektoren van de verdedigingswerken bewaard gebleven (afb. 9 links). Deze toren heeft de bijnaam het pijltjeshol en dateert samen met de muur van na e 1466, maar is wel gefundeerd op de 14 -eeuwse voorganger. Vanaf het maaiveld meet het e opgaande muurwerk uit de 15 eeuw 3,55 m en bestaat uit kloostermoppen en iets kleinere stenen. Op de hoek bevind zich een schietgat. De bakstenen zijn allemaal gebroken en meten 14/16 cm breed en 4-6,5 cm dik. De tien-lagenmaat is 76 cm. Het bovenste gedeelte van de toren – de Koepel – is van na 1850. Het oude gedeelte van de toren is vanaf de wal bij de molen door een luik middels een neergaande trap te betreden. Aan de binnenzijde zijn daar twee lateien te zien waarvan één boven een gedeeltelijk dichtgemetselde alkoof. Mogelijk zijn dit oorspronkelijk schietgaten geweest die later zijn dichtgezet. De stadsmuur aan de oostzijde van de toren heeft naar boven toe taps toelopende steunberen die voor extra stevigheid zorgen (afb. 9 rechts).
Afb . 9. Links het Pijltjeshol aan de zuidzijde van de molen; rechts zicht op de naastgelegen stadsmuur met steunberen.
17
3 Methoden Het onderzoek is uitgevoerd conform de KNA 4.1 en het PvE. 15 Tijdens het IVO zijn twee werkputten aangelegd (afb. 10). De eerste werkput lag ter hoogte van de hoektoren. Conform PvE werd eerst een zoeksleuf gegraven op de locatie waar de toren werd vermoed (aangegeven in rood). Door de aanwezigheid van een bakstenen reconstructie van de stadsmuur en een plantsoen was het niet mogelijk om helemaal in het noordoosten van deze voorgestelde zoeksleuf te beginnen, maar pas vanaf 4 m richting het zuidwesten. Zodra funderingen werden aangetroffen is de werkput uitgebreid om de funderingen (voor zover mogelijk) in beeld te krijgen. Een gedeelte van het plantsoen mocht worden verwijderd, maar de reconstructie van de stadsmuur niet. Oo k waren aan de noordzijde zeer veel kabels en leidingen aanwezig waardoor hier verder niet dieper gegraven kon worden om de loop van de stadsmuur op te zoeken. Hierdoor is een zeer onregelmatig gevormde werkput aangelegd met een oppervlak van 41,1 m 2 (paars). Aan de 2 zuidkant van de torenfundering is een kijkgat gegraven met een omvang van ca. 3,5 m bovenaan 2 en 1 m onderaan. De maximale diepte van het kijkgat was 1,20 m –NAP: ca. 3,1 m beneden het maaiveld (aangegeven in blauw). Hierbij kon de onderkant van de torenfundering worden bekeken.
Afb . 10. De aangelegde werkputten. De tweede toren werd vermoed in het midden van de Molenstraat onder de parkeervakken. Door de aanwezigheid van twee straatlantaarns aan weerszijden van de geplande zoeksleuf kon hier eveneens niet begonnen worden met graven aan de voorgestelde uiteinden van de ze sleuf. Er werd in het zuidoosten begonnen op ca. 2,20 m afstand van de hoek van de voorgestelde sleuf. Omdat het opbreken en weer terugbrengen van de met klinkers verharde parkeervakken veel werk 15
Engeldorp Gastelaars, H.J.N. van, 2019: Programma v an Eisen IJsselstein Molenst raat Horeca elementen. Pv E nummer 19019, v ersie 2. Goedgekeurd d.d. 30-9-2019 door D.R. Stiller Omgev ingsdienst Regio Utrecht.
18
was en de manoeuvreerruimte voor de graafmachine zeer beperkt, hebben we in eerste instantie een smalle zoeksleuf gegraven haaks op de straat met het idee dat bij het aantreffen van de stadsmuur deze al gravend verder gevolgd zou kunnen worden naar de toren toe (nummer 1 in zwart). In deze sleuf werd echter niets aangetroffen en bleek eveneens dat de grond al diep was geroerd (tot minstens 1,5 m beneden maaiveld). Dit is waarschijnlijk te wijten aan de sloop van de school die met zijn voorgevel op de stadsmuur stond. Deze school is in 1973 gesloopt: tijdens het ontgraven waren incidenteel duidelijk de afdrukken van een tandenbak te zien. Vervolgens is in vakken en twee vlakken ontgraven vanwege de diepte van de werkput. Het maaiveld lag tussen 1,84 en 2,05 m +NAP en de vlakken zijn ontgraven tot ca. 0,10 m +NAP. Omdat de bovenste meter uit opgebracht zand bestond was de wand zeer instabiel. De oorspronkelijke zoeksleuf zou veel te smal en instabiel zijn en dus is er in veel bredere vakken en vertrapt ontgraven. Dit leverde twee vlakken op. Het eerste vlak was ca. 65 m 2 en het tweede vlak was ca. 40,5 m 2. In de eerste vier vakken werd niets aangetroffen behalve geroerde grond met af en toe een kloostermopfragment: in vak 4 aan de uiters te noordwestzijde werd bovendien een sterke benzinelucht geroken op een diepte van ca.
1,3 m beneden het maaiveld waardoor dit vak snel is dicht gegooid. De benzinelucht is gemeld bij de gemeente. Pas in het vijfde en laatste vak zijn resten van de fundering van de toren aangetroffen. Deze is vervolgens zo goed als mogelijk vrijgelegd. Aan de binnenzijde van de torenfundering is een kijkgat gegraven met een oppervlak van ca. 1,5 m2 en een diepte tot 1,40 m –NAP, ca. 3,40 m beneden het maaiveld.
Afb . 11. Het opb reken van de b estrating in de parkeervakken ter hoogte van werkput 2. De vlakken zijn machinaal aangelegd op aanwijzen van de senior KNA archeoloog. Tijdens de aanleg van het vlak zijn vondsten per spoor of laag verzameld. De vlakken en de stort zijn met behulp van een metaaldetector onderzocht. Vervolgens is het vlak en ieder spoor daarin gefotografeerd en getekend met GPS, waarbij om de 4 m een vlakhoogte is bepaald. Ook zijn de maaiveldhoogtes langs de werkputten ingemeten. Aangezien de structuren in situ bewaard dienden te blijven zijn ten behoeve van bouwhistorisch onderzoek conform PvE slechts enkele bakstenen en wat mortel verzameld. De sporen zijn daarna weer afgedekt en de bestrating is weer terug aangebracht naar de situatie voor de graafwerkzaamheden. Alle sporen zijn gefotografeerd vanuit verschillende aanzichten. De funderingen zijn beschreven waarbij baksteenformaten, vijf- en tienlagenmaten, de gebruikte mortel en hoogtematen zijn genomen. Beperking tijdens het veldwerk was het slechte weer met veel regen waardoor de vlakken snel volliepen met water en de aangetroffen structuren op foto’s helaas niet heel duidelijk overkomen. Tijdens het aanleggen van de kijkgaten zijn de putprofielen gefotografeerd en beschreven door de senior KNA archeoloog.
19
4 Resultaten 4.1
Fysi sch geografisch onderzoek
Zowel in werkput 1 als werkput 2 zijn de profielwanden en de kijkgaten van de werkputten gefotografeerd en beschreven (afb. 12). De bodemopbouw is als volgt en wordt beschreven vanuit een combinatie van de wandprofielen en de kijkgaten. In werkput 1 ligt het maaiveld rond 1,90 m +NAP. Vanaf het maaiveld zijn er achtereenvolgens een bouwvoor van 30 cm dikte; een recente ophogingslaag van zand en klei met recent materiaal zoals blikjes en plastic van 6 0 cm dikte; een ophogingslaag van 140 cm dikte van blauwgrijze klei (ks2, h1) met een aardewerkscherf en iets bouwmateriaalbrokjes erin; tenslotte een natuurlijk pakket van blauwgrijze klei (ks2, h1) tot onderin het kijkgat op ca. 1,20 m -NAP. De scherf uit het ophogingspakket is verzameld en gedetermineerd door J. Verduin.16 Het betreft de hals van een geglazuurde steengoed kan uit Aken, die door de fragmentatie verder niet op type gebracht kon worden. De datering van de kan ligt tussen 1400 en 1600. Aangezien het kijkgat in werkput 1 aan de buitenzijde van de torenfundering is gegraven, kon hier zowel de grachtvulling als de later aangebrachte ‘cingel’-ophoging verwacht worden. De cingel zou pas in de 18 e eeuw zijn opgebracht. Het is erg lastig om op basis van een profiel dat niet de hele doorsnede van een structuur betreft en weinig vondsten bevat een interpretatie te geven van het ophogingspakket.
Gezien de ligging en samenstelling zal het ophogingspakket mogelijk afkomstig kunnen zijn van de cingel aanplemping. De natuurlijke klei onderin behoort tot de komklei die is afgezet door (een voorloper van) de Hollandse IJssel.
Afb . 12. Van links naar rechts de bodemopbouw in de profielwanden van werkput 1; werkput 2 en het kijkgat in werkput 2.
In werkput 2 ligt het maaiveld tussen 1,84-2,05 m +NAP. De bovenste 70-80 cm bestaat uit recent opgebracht grof zand; vervolgens is er sprake van een sterk geroerd pakket dat waarschijnlijk bestaat uit zowel de natuurlijke klei-ondergrond als ophogingspakketten die tezamen geroerd zijn geraakt bij de bouw alsook sloop van het schoolgebouw dat hier heeft gestaan. Dit pakket was tussen 0,60 en 1,60 m dik; in het kijkgat is tenslotte ook onderin blauwgrijze komklei aangetroffen tot de maximale ontgravingsdiepte van 1,40 m –NAP (ca. 3,40 m beneden het maaiveld).
16
Sr. KNA aardewerk specialist Middeleeu wen en Nieu we tijd. De scherf heef t v nr. 5.
20
4.2
Sporen en structuren
In werkput 1 zijn drie spoornummers uitgedeeld welke tot twee structuren behoren (afb. 13). In eerste instantie is een rechthoekige structuur aangetroffen, opgebouwd uit gebroken bakstenen met afmetingen van ?x14,5/15x6/6,5 cm (S1, afb. 14 bovenaan). De muur is 1,5 steens breed en maximaal tien baksteenlagen hoog waarvan de onderste rij bakstenen verspringt naar buiten toe met 3-4 cm. De tien-lagenmaat is 64 cm. De bovenzijde van de muur ligt op 1,55 m +NAP. De toegepaste mortel is een zandige kalkmortel met wat schelpfragmentjes erin. De buitenzijde is gestuukt met een 1,3 cm dikke stuclaag. Hierbij is een zeer harde mortel toegepast die kwalificeert als cement. Dergelijk cement komt voor vanaf ca. 1880. Aan de binnenzijde van de structuur zijn mortelbaarden te zien, wat suggereert dat de muurfundering vanaf de buitenzijde is opgebouwd. De molenaar wist te vertellen dat deze structuur heeft toebehoord aan een brandspuithuisje.
Afb . 13. De aangetroffen funderingen in werkput 1. Lichtb lauw omlijnt het kijkgat met daarin de verspringing van de toren.
De rechthoekige structuur staat met de onderkant net iets op de eronder gelegen ronde structuur S3 (op ca. 0,77 m +NAP). Deze fundering is van de hoektoren en is opgebouwd uit bakstenen met formaten van 30x14,5/15x6/6,5 cm. De meeste bakstenen zijn gebroken. De buitenste randen zijn netjes opgebouwd, maar de binnenzijde van de muur is rommelig met baksteenfragmenten die niet in een specifieke oriëntatie zijn vermetseld. De bovenzijde van de ronde muur is 90 cm breed. In het kijkgat kon worden vastgesteld dat de muur naar onderen toe uitbolt met ca. 26 cm. Van de torenfundering is nog 1,70 m in hoogte bewaard gebleven: de onderzijde bevindt zich op ca. 1 m –NAP (ca. 2,90 m beneden het maaiveld). De vijf-lagenmaat is 36 cm; de tien-lagenmaat 72 cm. Er is een zeer zandige kalkmortel toegepast. Doordat vooral gebroken bakstenen zijn gebruikt is er alleen sprake van een ‘wild’ metselverband. S2 leek in eerste instantie een apart muurwerk te zijn, maar blijkt onderdeel uit te maken van de toren S3 en de stadsmuur (afb. 14 links onderaan). Deze zijn in elkaar vermetseld. Waarschijnlijk is dit vrij hoog gelegen gedeelte (bovenzijde op ca. 1,50 m +NAP) afkomstig van één van de herstelfasen die rust op het originele fundament van de stadsmuur en toren. De bovenzijde is 55 -60 cm breed en opgebouwd uit gebroken bakstenen met dezelfde formaten als S3. De vijf-lagenmaat is 37 cm.