CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

12.1 Bijlage Concept Jaarverslag WIL 2020

Commissie Samenleving 26 mei 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Overige ingekomen stukken21.691 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Instroompercentage jongeren (< 27 jaar) Waardering werkgevers (jaarlijks werkgeverstevredenheidsonderzoek) Aantal plaatsingen via werkgeversbenadering Aantal plaatsingen op garantiebanen via WGSP Waardering inzet WIL (i.c. accountmanagers) binnen participatieteams (op basis van gezamenlijke evaluatie) Meldingen aan de poort Maatregelquote rechtmatigheid (betalingen waarop een maatregel is toegepast) Aantal werkgevers waarmee WIL zaken doet (aantal warme contacten)

Prestatie 2018 Bij 12 maanden besparing is het 155% van de investering 7,2%

Prestatie 2019 Bij 12 maanden besparing is het 118% van de investering 7%

Begroot 2020 Investering uit de re-integratie-middelen + 120% 7%

Prestatie 2020 Bij 12 maanden besparing is het 101% van de investering 6,1%

2.689 huishoudens per 31-12 Waarvan 10,71% < 27 jaar

2.612 huishoudens per 31-12 Waarvan 10,64% < 27 jaar

32% van de instroom Niet gemeten in 2018

32,4% van de instroom Niet gemeten in 2019

2.874 huishoudens per 31-12 Waarvan 12,5 % < 27 jaar (Hoger door jonge taakstellers) 25% van de instroom 7,8

2.419 huishoudens per 31-12 Waarvan 12,6 % < 27 jaar (In 2020 geen volume Vijfheerenlanden meer) 34,8% van de instroom Niet gemeten in 2020

899 188 Niet gemeten in 2018

838 202 Niet gemeten in 2019

800 70 7,5

571 173 Niet gemeten in 2020

1.198 Benchmark: 2,9% WIL: 0,6% 347

1.122 Benchmark: 3,0% WIL: 0,7% 419

1.250 1 procent lager dan de benchmark 275

1.338 Benchmark: 2,3% WIL: 0,6% 311

21

JAARVERSLAG 2020

4.3 Financiële verantwoording Programma Werk Lokale handgeld Houten* Lokale handgeld IJsselstein* Lokale handgeld Lopik* Lokale handgeld Nieuwegein* Personeelslasten Totaal lasten Personeelslasten Totaal Baten Saldo van baten en lasten

Rekening 2019 163.000 299.000 65.000 504.000 2.979.000 4.010.000 73.000 73.000 3.937.000

Begroting 2020 primitief na uittreding VHL 215.000 336.000 83.000 987.000 2.564.000 4.185.000 0 0 4.185.000

Begroting 2020 na wijziging

DVO gerealiseerd

Rekening 2020

Verschil

246.000 336.000 88.000 1.296.000 2.684.000 4.650.000 0 0 4.650.000

0 0 0 0 0 0 0 0 0

17.000 329.000 20.000 1.056.000 2.882.000 4.304.000 86.000 86.000 4.218.000

229.000 7.000 68.000 240.000 -198.000 346.000 86.000 86.000 432.000

Verklaring verschillen (overschrijding/onderschrijding > € 50.000) 1. Lokale handgelden, voordeel € 544.000: Dit komt voornamelijk doordat de uitgaven op het lokale handgeld achterblijven. De WIL-gemeenten hebben bepaald de overschotten over te hevelen naar 2021. De gemeente Lopik heeft bepaald het overschot gedeeltelijk over te hevelen en de resterende € 17.000 af te rekenen. De gemeente Nieuwegein rekent de lastenverzwaring als gevolg van de compensatie Berenschot separaat af. *Overhevelingsvoorstel naar 2021 van Lokale Handgelden € 527.000. Na vaststelling overheveling zal het voordeel kleiner worden, namelijk € 17.000. 2. Personeelslasten, nadeel € 111.000: Om de dienstverlening op het juiste niveau te houden, is hiervoor extra inhuur ingezet. Dit in verband met de vervanging bij langdurige zieken en hoge werkdruk op klantgroep 3. Daarnaast vraagt de veranderde samenstelling van ons klantenbestand (complexer en moeilijker naar werk te begeleiden) voor het begeleiden van klanten op trajecten (naar werk) meer inzet van personeel. De formatie die is ingezet ten behoeve van Tozo is reeds doorbelast. Bijdragen gemeente voor afrekening Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein Vijfheerenlanden Totaal bijdragen gemeente

Rekening 2019 617.065 785.654 159.150 2.123.602 345.357 4.030.828

Begroting 2020 primitief na uittreding VHL 684.000 882.000 168.000 2.451.000 0 4.185.000

Begroting 2020 na wijziging

DVO gerealiseerd

Rekening 2020

Afrekening

744.254 907.141 179.277 2.819.976 0 4.650.648

0 0 0 0 0 0

715.000 882.000 173.000 2.761.000 0 4.531.000

-28.000 33.000 0 -319.000

Nieuwegein 1.056.000 1.386.000 2.442.000

Totaal 1.422.000 2.795.000 4.217.000

-314.000

Conform de GR, artikel 34, wordt het saldo van baten en lasten per gemeente verrekend. Verdeling Regelingskosten Uitvoeringskosten Totaal

Houten 17.000 670.000 687.000

IJsselstein 329.000 586.000 915.000

Lopik 20.000 153.000 173.000

22

JAARVERSLAG 2020

5 PROGRAMMA INKOMENSONDERSTEUNING Ook in 2020 hebben we onze dienstverlening zodanig ingericht dat we een belangrijke bijdrage konden blijven leveren aan het bestrijden en tegengaan van armoede, sociale uitsluiting en schulden voor de inwoners in de Lekstroom en de klanten van WIL in het bijzonder. Hierdoor zijn meer inwoners in staat geweest actief te participeren in de samenleving, voor zover dit niet werd beperkt door corona. Ondanks de coronacrisis hebben we de aanvragen klantgericht kunnen afhandelen. Dit hebben we ook in 2020 zoveel mogelijk, zover de corona maatregelen het toelieten, gedaan vanuit lokale aanwezigheid van WIL-medewerkers. Tegelijkertijd heeft het uitvoeren van de Tozo-regeling er voor gezorgd dat we een groep inwoners kunnen bereiken die niet snel bij WIL in zicht komt, de ondernemers en zzp’ers. Ook deze groep hebben we actief kunnen wijzen op de mogelijkheden om ook vanuit het minimabeleid ondersteuning te krijgen. Een helder integraal advies aan de klanten (met oog voor de individuele problematiek op meerdere leefgebieden) vereist een goede samenwerking met de gemeenten en de maatschappelijke ketenpartners. Met lokaal actieve organisaties stemden wij om die reden onze inzet voor inwoners met meervoudige problematiek af, zodat die ondersteuning een goede aansluiting bood op de leefwereld van de klant.

De sociale teams en de WIL-generalisten hebben daarin een belangrijke rol gespeeld. In 2020 konden we de bestaande samenwerking met de ketenpartners niet verder versterken en uitbreiden. Waar het nodig was, zochten wij de ketenpartners digitaal op. De dienstverlening is in stand gebleven, maar niet verder geoptimaliseerd. 5.1 Wat hebben we gerealiseerd? Gerealiseerde doelstellingen Nieuwe toegang schuldhulpverlening De nieuwe toegang (zonder verplichte groepsbijeenkomst) is in het eerste half jaar reguliere werkwijze geworden. Het afschaffen van de verplichte groepsbijeenkomst had een positief effect op het aantal aanmeldingen bij de schuldhulpverlening. Het aantal aanmeldingen leek toe te nemen doordat de toegang nu laagdrempelig is. Inmiddels lijkt dit positieve effect geen nawerking meer te hebben. Inhaalslag Eind 2020 zijn we erin geslaagd om de vertraging in de primaire werkzaamheden, als gevolg van de coronacrisis (beperkte fysieke dienstverlening), in te lopen. Hierbij merken we ook het grote belang van fysieke afspraken met klanten, vooral met die klanten die de Nederlandse taal nog onvoldoende machtig zijn. We merken ook vertragende effecten doordat de Rechtbank Midden-Nederland haar insolventie-zaken niet tijdig heeft kunnen behandelen. Projecten Schuldhulpverlening De budgetcursus en de pilot Vindplaat Schulden (VPS) zijn als kritisch projecten aangemerkt.

Daarom is op de momenten dat het kon wel uitvoering gegeven aan het geven van de budgetcursus. Dit is echter bemoeilijkt door herhaaldelijke aanscherping van coronamaatregelen, die steeds invloed hadden op groepsgrootte en bijeenkomsten. Daardoor is een achterstand ontstaan die we nog niet helemaal hebben kunnen inhalen. Daarnaast is in 2020 de pilot VPS zoveel mogelijk blijven doorgaan, alleen konden grote delen van het jaar geen huisbezoeken worden afgelegd. Dit heeft mogelijk gevolgen gehad voor de effectiviteit van het project. Hier kan echter niets van worden ingehaald, gelet op de aard van het project. Inzet WIL-direct In 2020 zijn meer producten in WIL-direct geactiveerd. Door de inzet van WIL-direct te verhogen krijgen klanten voor verschillende kostensoorten de gelegenheid om op eenvoudige wijze een aanvraag in te dienen. De klanten weten direct of zij een toekenning krijgen. Het gebruik van WIL-direct voor de minimaregelingen van Lopik blijft nog wel achter bij de verwachtingen. Om er toch voor te zorgen dat deze klanten snel weten waar zij aan toe zijn, wordt deze applicatie gebruikt door de consulent voor de afhandeling van de aanvraag. 23

JAARVERSLAG 2020

Kinderopvang met Sociale medische indicatie Voor alle gemeenten hebben we deze regeling uitgevoerd. De nieuwe werkwijze heeft bijgedragen aan het sneller en beter maatwerk leveren aan de klant. Er zijn korte lijnen tussen de Sociale Teams, de WIL-generalist en de uitvoeringsafdeling van WIL. Het op een hoger niveau brengen van de samenwerking is (deels) gelukt ondanks de coronacrisis. Er is maatwerk tot stand gekomen voor inwoners in kwetsbare situaties. De meerwaarde van een integrale aanpak met minder bureaucratisch omwegen voor de klant werpt in deze nieuwe werkwijze haar vruchten af. Lokale ontwikkelingen armoedebeleid Ook in 2020 zijn we doorgegaan met de uitvoering van het eerdere beleid vastgesteld rondom de lokale minimavoorzieningen. Hierdoor hebben inwoners van de Lekstroomgemeenten deelgenomen aan het maatschappelijk verkeer. Voorbeelden hiervan zijn de Stadspas Nieuwegein, de regeling Chronisch Zieken van Houten, de Minimaregelingen maatschappelijke participatie van Lopik. Collectieve zorgverzekering (gemeentepolis) De gemeente Houten, IJsselstein en Lopik zijn op 1 januari 2020 van Menzis naar VGZ overgegaan omdat Menzis stopte met het aanbieden van een gemeentepolis. Nieuwegein was al een jaar daarvoor overgestapt. De gemeentepolis draagt bij aan het toegankelijk zijn van een goede en betaalbare zorgverzekering voor mensen met een laag inkomen en hoge zorgkosten.

Een vangnet bieden Wij bieden een vangnet voor de inwoners die dat nodig hebben. Als gevolg van de coronacrisis hebben de inwoners hier in toenemende mate behoefte aan. Dat vangnet is er altijd ter ondersteuning van de eigen mogelijkheden van de klant. Door het verminderen of wegnemen van een aantal zorgen, ontstaat bij de klant ruimte om gericht te werken aan participatie in de maatschappij. Voor inkomensondersteuning, meer specifiek minimabeleid en bijzondere bijstand, hebben wij te maken met vier gemeenten die op dit terrein ieder hun eigen beleid hebben ontwikkeld en vastgesteld. Dat beleid verschilt per gemeente, bijvoorbeeld qua inkomensgrenzen, hoogte van vergoedingen en aard van de verstrekkingen. Dat maakt de uitvoering van de diverse regelingen ingewikkeld en bewerkelijk. Dit is bij uitstek het domein waarop de lokale politiek accenten kan leggen en keuzes kan maken. Brede toegang In 2020 hebben we ons ook gericht op de brede toegang van de dienstverlening om vanuit de leefwereld aan te sluiten bij de situatie van de klant en tot een zo integraal mogelijke aanpak te komen. Op het moment van aanvraag van een uitkering krijgt de aanvrager direct te horen voor welke andere diensten/regelingen hij/zij in aanmerking kan komen. Met deze aanpak is een start gemaakt, maar (nog) niet verder uitgebouwd.

Toename aanvragen inrichtingskosten vooruitlopend op de Wet MOBW De Wet MOBW is uitgesteld tot 1 januari 2023. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van deze wet hebben een tweetal projecten gedraaid. In september en december hebben we in samenspraak met de partners, de Tussenvoorziening en Lister, de procedure van aanvragen vormgegeven. Deze extra kwetsbare groep vergt meer maatwerk. Het afhandelen van aanvragen heeft een hoge prioriteit voor deze groep inwoners. Andere domeinen zijn bij een vlotte afhandeling ook gebaat. De extra inzet van de afdeling Bijzondere Regelingen heeft de woonsituatie verbeterd en bijgedragen aan het vergroten van de zelfstandigheid van deze groep van ruim 30 inwoners.

24

JAARVERSLAG 2020

Niet (geheel) gerealiseerde doelstellingen In de begroting 2020 zijn enkele concrete acties benoemd waaraan dit jaar gewerkt zou worden. De volgende acties zijn nog niet behaald: Leefwereld - Systeemwereld doorontwikkelen De aandacht voor dit onderwerp stond in 2020 als gevolg van de coronamaatregelen op een lager pitje. Bij Schuldhulpverlening was dit al wel vergevorderd, maar zaken zoals de geplande uitrol van de Krachtwerk-methodiek hebben stilgelegen door de corona maatregelen. Dit wordt ondertussen weer opgepakt. Nieuw softwareprogramma shv De introductie van een nieuw softwareprogramma voor schuldhulpverlening is uitgesteld door de leverancier. We wachten nu de komst van dit nieuwe programma af voordat opnieuw naar de mogelijkheid van zaakgericht werken wordt gekeken. Geen klanttevredenheidsonderzoek (KTO) schuldhulpverlening Het geplande tweejaarlijkse KTO is niet uitgevoerd door de coronacrisis. Dit KTO is een jaar uitgesteld. Deze is vereist voor certificering NVVK. Grote instroom shv is achterwege gebleven De verlenging van de steunpakketten en de andere (financieel) ondersteunende maatregelen vanuit het Rijk zijn een mogelijke reden waarom de verwachtte flinke toename van het aantal aanvragen schuldhulpverlening na de zomer is uitgebleven.

Een ander effect van de corona maatregelen is dat mensen minder kunnen uitgeven en daardoor meer geld overhouden voor het betalen van de vaste lasten. Minder mensen dan verwacht hebben zich gemeld met vragen over geldzorgen of andere financiële hulp. We hebben naast de uitvoering van de TOZO ingezet op een actiever aanbod voor ondernemers en ZZP-ers. Zij kunnen via het ondernemersloket terecht voor financieel advies. Ook op deze inzet is de grote toestroom tot nu toe achterwege gebleven. Aanvragen bijzondere regelingen binnen 8 weken termijn Daar waar de aanvragen meer prioriteit hebben, worden deze binnen acht weken afgehandeld. Door de grote aantallen aanvragen door corona i.c.m. ICT problemen bij het thuiswerken zijn de afhandelingstermijnen in 2020 opgelopen. In de meeste gevallen werden de aanvragen binnen acht weken afgehandeld. Aanpassen huidig beleid De afdeling Bijzondere regelingen wilde afgelopen jaar een slag slaan om op projectmatige wijze de uitvoering nog efficiënter te laten verlopen. Hier hadden we een aantal aandachtsgebieden voor aangewezen. In samenspraak met de gemeenten wilden we het beleid op onderdelen aanpassen. Door de coronacrisis is de planning hiervan vertraagd en uitgesteld naar volgend jaar.

25

JAARVERSLAG 2020

5.2 Operationele doelstellingen KPI Percentage succesvolle schuldregelingen ten opzichte van het totale aantal

Bekendheid van klanten met beschikbare regelingen Wachttijd schuldhulpverlening tot start proces (= workshop) Gewijzigde indicator najaar 2019: Gemiddelde doorlooptijd tot de intake Gemiddelde doorlooptijd tot de beschikking Waardering klanten m.b.t. dienstverlening traject schuldhulpverlening Doorlooptijden aanvragen bijzondere bijstand (sec) Percentage afgehandelde aanvragen bijzondere regelingen met doorlooptijden (samenstel van meerdere regelingen)

Gebruik van de collectieve zorgverzekering minima (aan de hand van het percentage bereik)

Prestatie 2018 Saneringskredieten: 90,2% Schuldbemiddelingen: 1,0% WSNP: 95,0% Niet gemeten in 2018 15 dagen

Niet gemeten 73 dagen 47,9% < 4 weken 74,0% < 8 weken 26,0% > 8 weken H: 44% IJ: 47% L: 43% N: 43% V: 48%

Prestatie 2019 Saneringskredieten: 89,6% Schuldbemiddelingen: 82,6% WSNP: 76,9% Niet gemeten in 2019 Meting niet meer mogelijk

Begroot 2020 Saneringskredieten: 90% Schuldbemiddelingen 55% WSNP: 90%

18,3 dagen 23,9 dagen Niet gemeten in 2019

28 dagen 56 dagen 7,8

13 dagen 51 dagen Niet gemeten in 2020

46 dagen 63,7% < 4 weken 73,9% < 6 weken 81,7% < 8 weken 18,3% > 8 weken H: 42% IJ: 46% L: 43% N: 44% V: 48%

45 dagen 50% < 4 weken 75% < 6 weken 100% < 8 weken

56 dagen 78,3% < 4 weken 83,6% < 6 weken 88,8% < 8 weken 11,2% > 8 weken H: 36% IJ: 41% L: 39% N: 40%

6,5 14 dagen

H: 40% IJ: 28% L: 37% N: 35%

Prestatie 2020 Saneringskredieten: 83,3% Schuldbemiddelingen 81,9% WSNP: 85,7% Niet gemeten in 2020 Meting niet meer mogelijk

26

JAARVERSLAG 2020

5.3 Financiële verantwoording Programma Inkomensondersteuning Bijzondere bijstand Minimabeleid voorzieningen Kinderopvang met re-integratie Personeelslasten Totaal lasten Bijzondere bijstand Kinderopvang met re-integratie Personeelslasten Totaal Baten Saldo van baten en lasten

Rekening 2019 4.080.000 205.000 285.000 2.936.000 7.506.000 341.000 7.000 136.000 484.000 7.022.000

Begroting 2020 primitief na uittreding VHL 2.479.000 0 249.000 2.007.000 4.735.000 269.000 0 0 269.000 4.466.000

Begroting 2020 na wijziging

DVO gerealiseerd

Rekening 2020

Verschil

2.479.000 0 249.000 2.346.000 5.074.000 269.000 0 0 269.000 4.805.000

882.000 167.000 0 139.000 1.188.000 0 0 0 0 1.188.000

4.046.000 167.000 322.000 2.606.000 7.141.000 568.000 4.000 63.000 635.000 6.506.000

-685.000 0 -73.000 -121.000 -879.000 299.000 4.000 63.000 366.000 -513.000

Verklaring verschillen (overschrijding/onderschrijding > € 50.000) 1. Bijzondere bijstand, nadeel € 386.000: Hogere uitgaven bij Bijzondere Bijstand (voordeel € 35.000). Het hoge aantal aanvragen dat op de werkvoorraad stond heeft tot hogere kosten geleid, is weggewerkt. Hogere inkomsten inzake terugvordering bijzondere bijstand (voordeel € 299.000). 2. Personeelslasten, nadeel € 58.000: De personeelslasten zijn lager dan begroot. Doorbelasting inzet personeel naar Tozo (voordeel: € 63.000) 3. Kinderopvang met re-integratie en uitkeringsverstrekking, nadeel € 69.000: Er is meer beroep gedaan dan begroot op deze (open einde) regeling. Bijdragen gemeente voor afrekening Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein Vijfheerenlanden Totaal bijdragen gemeente

Rekening 2019 1.386.717 1.511.908 399.037 3.025.073 699.015 7.021.750

Begroting 2020 primitief na uittreding VHL 1.218.000 801.000 263.000 2.184.000 0 4.466.000

Begroting 2020 na wijziging

DVO gerealiseerd

1.311.000 883.000 285.000 2.326.000 0 4.805.000

206.000 403.000 44.000 535.000

Rekening 2020

Afrekening

1.188.000

1.213.000 803.000 263.000 2.137.000 0 4.416.000

100.000 232.000 88.000 482.000 0 902.000

Nieuwegein 1.893.000 1.261.000 3.154.000

Totaal 3.962.000 2.544.000 6.506.000

Conform de GR, artikel 34, wordt het saldo van baten en lasten per gemeente verrekend. Verdeling Regelingskosten Uitvoeringskosten Totaal

Houten 909.000 610.000 1.519.000

IJsselstein 905.000 533.000 1.438.000

Lopik 255.000 140.000 395.000

27

JAARVERSLAG 2020

6 PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING Dit hoofdstuk gaat het over de kosten die samenhangen met de uitvoering van de programma’s Inkomen, Werk, Inkomensondersteuning. Deze kosten kunnen niet aan een specifiek programma worden toegeschreven en zijn algemeen inzetbaar. Binnen WIL kennen we de volgende algemene dekkingsmiddelen: Bijdrage deelnemende gemeenten in de uitvoeringskosten. De uitvoeringskosten worden omgeslagen naar de deelnemende gemeenten via een vastgesteld percentage dat vastgesteld is in de begroting. De algemene dekkingsmiddelen worden gefinancierd vanuit de reguliere exploitatiebegroting. Deze lasten worden via een verdeelsleutel, zie hiervoor: “uitgangspunten opstelling financiële begroting”, per gemeente bepaald. Het budget waarover WIL beschikt is weergegeven in onderstaande tabel. 6.1 Operationele doelstellingen bedrijfsvoering KPI Aantal gegronde klachten ten opzichte van het totaal aantal klachten Aantal (gegronde) bezwaarschriften (inclusief herziene besluiten) per 100 klanten BUIG

Telefonisch bereikbaarheid van de dienstverlening door WIL Uitvoeringskosten per klant (Totale kosten exploitatie per klant BUIG)

Prestatie 2018 15,3%

Gemiddelde Benchmark

Prestatie 2020 5,6% gegrond en 11,1% gedeeltelijk gegrond Benchmark: 1,8 WIL: 2,0

87% binnen 74 seconden

Prestatie 2019 9,4% gegrond en 10,9% gedeeltelijk gegrond Benchmark: 2,4 WIL: 1,4 (Benchmarkwaarden 2019 op basis van 2018). 93% binnen 41 seconden

90% binnen 57 seconden

94% binnen 60 seconden

€ 4.314

€ 4.634

€ 4.684

€ 4.769

WIL: 0,84

Begroot 2020 9%

28

JAARVERSLAG 2020

6.2 Financiële verantwoording Bedrijfsvoering Personeelslasten Huisvesting ICT Advisering en ondersteuning Innovatie agenda* Kantoor kosten Kapitaallasten Dotatie voorzieningen frictiekosten Totaal Lasten Opbrengsten SHV Overige opbrengsten Dekking vaste kosten uittreding VHL Totaal Baten Saldo van baten en lasten

Rekening 2019 5.246.967 534.227 1.572.776 505.198 337.603 74.222 305.000 8.575.993 280.336 14.037 0 294.373 8.281.620

Begroting 2020 primitief na uittreding VHL 4.533.000 616.000 1.482.000 336.000 0 328.000 108.000 0 7.403.000 90.000 0 0 90.000 7.313.000

Begroting 2020 na wijziging

DVO gerealiseerd

4.810.000 648.000 1.623.000 356.000 500.000 346.000 54.000 0 8.337.000 90.000 0 241.000 331.000 8.006.000

20.000

20.000 0 0 0 0 20.000

Rekening 2020

Verschil

4.540.000 569.000 1.899.000 440.000 175.000 371.000 54.000 0 8.048.000 98.000 53.000 241.000 392.000 7.656.000

290.000 79.000 -276.000 -84.000 325.000 -25.000 0 0 309.000 8.000 53.000 0 61.000 370.000

Verklaring verschillen (overschrijding/onderschrijding > € 50.000) De besteding van de variabele kosten uittreding VHL is niet expliciet als begrotingswijziging meegenomen in de Turap. Daarom wordt deze apart verantwoord onder 6.3. Omdat dit wel onderdeel is van de bedrijfsvoering worden de cijfers wel onder het programma Bedrijfsvoering meegenomen in het overzicht van baten en lasten. 1. Personeel, voordeel € 290.000: Het grootste deel wordt verklaard door doorbelastingen van de loonkosten aan de SW (€ 95.000) en de TOZO (€ 367.000). Onderschrijdingen hebben plaatsgevonden doordat niet alle inzet ten behoeve van SW en TOZO kon worden vervangen. 2. Huisvesting, voordeel € 79.000: Het grootste deel wordt verklaard door doorbelasting van huisvestingskosten aan de SW € 40.000. 3. ICT, nadeel € 276.000: In 2020 is in verband met corona versneld het thuiswerken ingevoerd. Al onze medewerkers hebben we in deze moeten faciliteren met een laptop/surface en telefoon; ook de kantooromgeving hebben we hierdoor aangepast. Deze inzet is gepaard gegaan met de aanschaf van veel hardware (€ 200.000). ICT Houten heeft in deze ook extra inzet moeten plegen (€ 58.000).

Daarnaast heeft ICT Houten door calamiteiten, storingen, achterstallige investeringen en noodzakelijke aanpassingen in relatie tot de doorontwikkeling van ICT forse meerkosten moeten maken die WIL als ICT-partner van Houten naar rato doorbelast heeft gekregen (ruim € 100.000). Een aantal andere ontwikkelingen heeft vertraging opgelopen. 4. Advieskosten, nadeel € 84.000: Het nadeel komt grotendeels door de hogere accountantskosten en de juridische kosten. De accountantskosten zijn hoger door de externe druk vanuit toezichthouder AFM en de extra controlewerkzaamheden op de debiteuren. Ook de juridische kosten zijn dit jaar hoger dan gebruikelijk als gevolg van de voorbereiding van de kwaliteitsslag. Door de invoering van de WNRA was er meer juridisch advies nodig.

29

JAARVERSLAG 2020

5. Innovatie agenda, voordeel € 325.000: Als gevolg van de coronacrisis is het niet mogelijk geweest om alle innovaties in 2020 te initiëren. Voorstel is om het saldo 2020 ter hoogte van € 325.000 over te hevelen naar 2021. *Overhevelingsvoorstel naar 2021 van innovatieagenda € 325.000. Na vaststelling overheveling zal het voordeel nul zijn. 6. Inkomsten derden, voordeel € 53.000: Deze inkomsten bestaan voor het grootste deel uit de doorbelasting van de accountantskosten debiteuren (€ 24.000), advieskosten BTW (€ 10.000) en cliëntenraad (€ 6.000).

Bijdragen gemeente voor afrekening Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein Vijfheerenlanden Totaal bijdragen gemeente

Rekening 2019 1.741.625 1.561.085 413.253 3.739.151 826.506 8.281.620

Begroting 2020 primitief na uittreding VHL 1.753.000 1.532.000 401.000 3.627.000 0 7.313.000

Begroting 2020 na wijziging

DVO gerealiseerd

Rekening 2020

Afrekening

1.919.000 1.677.000 439.000 3.971.000 0 8.006.000

20.000 0 0 0 0 20.000

1.873.000 1.637.000 428.000 3.875.000 0 7.813.000

-58.000 -33.000 -8.000 -79.000 0 -178.000

Conform de GR, artikel 34, wordt het saldo van baten en lasten per gemeente verrekend. Verdeling Uitvoeringskosten

Houten

IJsselstein

Lopik

Nieuwegein

Totaal

1.835.000

1.604.000

420.000

3.796.000

7.655.000

2021 499.000

2022 241.000

217.000

192.000

716.000

433.000

Totaal 1.499.000 -400.000 650.000 -241.000 1.508.000

6.3 Schadevergoeding uittreding gemeente Vijfheerenlanden Schadevergoeding uittreding VHL Variabele kosten (begroot) Variabele kosten (realisatie) Vaste kosten (begroot) Vaste kosten (realisatie) Saldo*

2020 759.000 -400.000 241.000 -241.000 359.000

*Overhevelingsvoorstel naar 2021 van variabele desintegratiekosten € 359.000. Na vaststelling overheveling zal het voordeel nul zijn. De schadevergoeding uittreding gemeente Vijfheerenlanden is afgerekend en is toegerekend aan de jaren 2019-2022 conform bovenstaand overzicht. De ontvlechting van VHL en de sterke afbouw van de flexibele schil die hiermee gepaard is gegaan, is het in de ogen van het bestuur legitiem een aantal personele uitdagingen financieel ten laste van het budget variabele kosten te brengen. Deze kosten hebben betrekking op de reductie van de personeelskosten WIL breed op een termijn van drie jaar. In 2020 is hiervoor € 389.000 uitgegeven en € 13.000 aan advisering en ondersteuning. De kosten die doorlopen in de jaren 2021 en 2022 worden vooralsnog geschat op € 180.000 resp. € 42.000.

30

JAARVERSLAG 2020

7 DVO – PROGRAMMA SW Financiële verantwoording Sinds 1 januari 2019 voert WIL op grond van dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) onderdelen van de Wet sociale werkvoorziening (hierna: ‘Wsw’) uit voor de gemeenten IJsselstein, Lopik, Nieuwegein, Vijfheerenlanden, Stichtse Vecht en De Ronde Venen. De gemeente Houten neemt de Wsw-dienstverlening niet af. Tussen de afnemende gemeenten, WIL en de gemeente Houten is afgesproken dat de gemeente Houten geen gevolgen zal ondervinden (in financieel- en in organisatorisch opzicht) van de Wsw-dienstverlening aan de gemeenten. Daarom wordt deze DVO separaat afgerekend. DVO-Programma SW Personeelskosten uitvoering ICT Huisvesting Advieskosten Totaal lasten Vaste fee DVO - Stichtse Vecht Vaste fee DVO - De Ronde Venen Detachering Stichting WerkwIJSS Opbrengsten Derden Totaal baten Saldo van baten en lasten

Rekening 2019 2.158.710 148.622 40.000 193.041 2.540.373 369.748 0 838.738 226.854 1.435.340 1.105.033

Begroting 2020 primitief 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Begroting 2020 na wijziging 2.193.000 168.000 40.000 20.000 2.421.000 260.000 110.000 885.000 15.000 1.270.000 1.151.000

Rekening 2020

Verschil

2.085.000 150.000 40.000 101.000 2.376.000 260.000 110.000 808.000 47.000 1.225.000 1.151.000

108.000 18.000 0 -81.000 45.000 0 0 -77.000 32.000 -45.000 0

Verklaring verschillen (overschrijding/onderschrijding > € 50.000) 1. Inkomsten van derden voordeel is € 32.000: Het voordeel wordt veroorzaakt doordat de detachering van WIL personeel hoger ligt dan begroot. 2. Advieskosten nadeel is € 81.000: Deze overschrijding wordt veroorzaakt door aanvullende programmaondersteuning en specialistisch advies (fiscaal, juridisch, € 43.000) en door de kosten van de aanvullende accountantscontrole op de verantwoording salariskosten SW (€ 42.000). 3. Personeelskosten voordeel is € 31.000: Enerzijds is ingezette formatie lager dan begroot (voordeel: € 108.000). Anderzijds ligt door minder activiteit dan voorzien de opbrengst uit detachering lager (nadeel: € 77.000). Bijdragen gemeente IJsselstein Lopik Nieuwegein Vijfheerenlanden Totaal bijdragen gemeente

Rekening 2019 396.953 112.139 491.976 103.965 1.105.033

Begroting 2020 primitief 413.000 117.000 512.000 109.000 1.151.000

Begroting 2020 na wijziging 413.000 117.000 512.000 109.000 1.151.000

Rekening 2020

Afrekening

413.000 117.000 512.000 109.000 1.151.000

0 0 0 0 0

31

JAARVERSLAG 2020

PARAGRAFEN Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor welke paragrafen moeten worden opgenomen in het jaarverslag. Voor WIL zijn de paragraaf financiering, bedrijfsvoering en de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer van toepassing. A. Paragraaf Financiering In de wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en ons treasurystatuut zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasury-functie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid wordt vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd. Langlopende leningen en renterisico Op dit moment zijn er geen langlopende leningen. In zowel het huidige – als het vorige boekjaar hebben geen investeringen plaatsgevonden en is er derhalve geen financieringsbehoefte geweest. Door het ontbreken van langlopende geldleningen is de renterisiconorm nu niet van toepassing. Kasgeldlimiet Om het renterisico op korte financiering te beperken, is de omvang van de korte schuld wettelijk (conform de Wet Fido) gelimiteerd tot 8,5% van de organisatie. Dit bedrag wordt de kasgeldlimiet genoemd. Deze grens is ingesteld om te voorkomen dat financieringstekorten worden afgedekt met kortlopende schulden.

Kortlopende schulden zijn doorgaans goedkoper maar brengen een relatief groot renterisico met zich mee. Uit onderstaande overzicht blijkt dat WIL de kasgeldlimiet gedurende 2020 niet heeft overschreden. In zowel het huidige als in het vorige boekjaar zijn geen kortlopende schulden aangegaan anders dan de kortlopende schulden die voortvloeien uit de normale bedrijfsvoering. Omschrijving (in €) Kasgeldlimiet 2020 8,5% van Gemiddelde schuld in kwartaal < 1 jaar Vlottende middelen Liquide middelen Schatkistbankieren kortlopende vorderingen 4. Totaal netto vlottende schuld Ruimte onder renterisiconorm

56.192.000 50.958.451 277.443 5.573.244 45.107.764 -48.875.464 53.651.784

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

4.776.320 2.082.987 48.097.805 -197.186 10.571.686 37.723.306 -44.964.213 49.740.533

4.776.320 3.133.592 29.018.164 259.466 6.699.634 22.059.064 -25.722.367 30.498.687

4.776.320 3.295.796 5.852.730 10.284 4.113.072 1.729.374 74.207 4.702.113

4.776.320 5.926.937 5.852.730 10.284 4.113.072 1.729.374 75.635 4.700.685

Het onderstaande overzicht geeft op kwartaalbasis inzicht in de vraag of WIL de norm van het verplicht afromen heeft overschreden. Overzicht Schatkistbankieren (bedragen in €) Omvang begroting 2020 56.192.000 Maximaal bedrag eigen beheer 0,75% (drempelbedrag) * 421.440 Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag:

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

421.440

421.440

421.440

421.440

194.289 227.151

206.537 214.903

178.704 242.736

171.552 249.888

* Drempelbedrag ex art. 7 lid 2 Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden (2013)

32

JAARVERSLAG 2020

B. Paragraaf Bedrijfsvoering Personeel Formatieoverzicht en budget Inkomen (ex Tozo Werk Inkomensondersteuning Bedrijfsvoering SW Totaal

Begroot Werkelijk verschil 24,25 22,21 2,04 30,58 33,13 -2,55 28,69 32,34 -3,65 48,71 47,85 0,86 29,90 27,65 2,25 162,13 163,18 -1,05

Salaris begroot 1.766.000 2.430.000 2.214.000 4.598.000 2.193.000 13.201.000

Salaris werkelijk 1.407.000 2.214.000 2.070.000 3.922.000 1.990.000 11.603.000

Salaris verschil 359.000 216.000 144.000 676.000 203.000 1.598.000

Inhuur begroot 212.000 254.000 132.000 212.000 0 810.000

Inhuur werkelijk 628.000 606.000 531.000 618.000 94.000 2.477.000

Inhuur verschil -416.000 -352.000 -399.000 -406.000 -94.000 -1.667.000

Totaal begroot 1.978.000 2.684.000 2.346.000 4.810.000 2.193.000 14.011.000

Totaal werkelijk 2.035.000 2.820.000 2.601.000 4.540.000 2.084.000 14.080.000

Totaal Verschil -57.000 -136.000 -255.000 270.000 109.000 -69.000

Deze cijfers zijn exclusief baten en exclusief de personeelskosten voor de Lokale Handgelden (€ 851.000), uitvoering van de Tozo (€ 1.255.000) en de personeelskosten desintegratie (€ 389.000). Deze kosten worden gedekt uit specifieke budgetten. -

-

De personeelskosten zijn € 69.000 hoger dan begroot: De salariskosten liggen algemeen lager dan begroot: voordeel € 1.598.000. Dit is voor € 1.193.000 te verklaren door doorberekeningen aan de uitvoeringskosten Tozo (€ 561.000), salariskosten ten laste van het budget Schadevergoeding uittreding Vijfheerenlanden (€ 315.000) en detacheringen/opbrengsten DVO’s (€ 317.000). Het restant wordt verklaard door vacatureruimte en door afwijkingen tussen de werkelijke inschalingen en de genormeerde kosten per FTE. De kosten van inhuur zijn hoger dan begroot: nadeel € 1.667.000. Dit is te verklaren door de inzet van inhuur voor vacature- en ziekte vervanging.

Ziekteverzuim: Het verzuimpercentage is in 2020 fors gedaald tot 6,5% gemiddeld (was 8,2%). Het percentage is desondanks gemiddeld genomen nog te hoog. In de tweede helft van het jaar hebben de corona-maatregelen impact gehad op het verzuimpercentage waardoor de balans werk-privé extra onder druk is komen te staan; deze trend zet door schatten we in. Het werken op afstand maakte de verzuimbegeleiding lastiger, de werkdruk in tijden van corona werd groter en het ontstaan van een aantal langdurige verzuimsituaties en loopbaanvraagstukken zijn invloed gebleken op dit verzuimpercentage. HR is samen met leidinggevenden, de Arbodienst en de inzetbaarheidscoach voortdurend op zoek naar de juiste interventies om het verzuim op een aanvaardbaar niveau te houden; intensieve aandacht voor onze medewerkers is hierin een belangrijke sleutel. Doorontwikkeling sturingsfilosofie: Met behulp van een extern bureau heeft WIL de huidige sturingsfilosofie/ontwikkelstrategie geëvalueerd. Een belangrijke conclusie van het MT hieruit is dat ze de huidige sturingsfilosofie, waarin een hulpstructuur met teamcoördinatoren centraal staat, verder door willen ontwikkelen. In een projectgroep met HR, een aantal teamcoördinatoren en MT-leden wordt hier momenteel aan gewerkt.

De belangrijkste insteek blijft om taken, verantwoordelijkheden en een aantal personele bevoegdheden zo laag mogelijk in de organisatie neer te leggen om op deze manier ‘professionals aan zet’ en taakvolwassenheid van teams nog meer te bevorderen. De effectiviteit en kwaliteit van dienstverlening is hier het meest mee gebaat. Interne mobiliteit: WIL heeft extra geïnvesteerd in de loopbaanontwikkeling van haar medewerkers. WIL zet in op 'learning on the job' waarbij bredere inzetbaarheid bij collega's wordt gestimuleerd en zij ook kunnen worden ingezet om de werkdruk in andere teams te verminderen. Daarnaast heeft WIL geïnvesteerd in de ondersteuning van de teamcoördinatoren in hun nieuwe rol. Een extern opleidingsbureau (SPAN) heeft hen gecoacht en getraind om met name de personele aansturing te waarborgen.

33

JAARVERSLAG 2020

Beoordelen en belonen: Bij “professionals aan zet” hoort ook reflectie, feedback en waardering. Wij hebben daarom extra aandacht besteed aan de gesprekscyclus inclusief 360 graden feedback en adequate beloning. Tevens was er aandacht voor loopbaangesprekken en interventies met medewerkers. Werving en selectie: Bepaalde functies zijn nog steeds moeilijk vervulbaar door de krapte in de arbeidsmarkt. In deze situatie zijn extra wervingsactiviteiten ingezet om geschikte kandidaten te bereiken. Overige personeelszaken: • SPAN/opleidingen heeft naar aanleiding van het intensieve opleidingstraject voor de teamcoördinatoren verslag gedaan van hun bevindingen. Hieruit zijn een aantal aanbevelingen en adviezen uitgekomen. Dit is in gezamenlijkheid besproken met TC’s en het MT om processen en dienstverlening te verbeteren. • WIL is met de projectgroep ‘herhuisvesting’ bezig om in het kader van ‘het nieuw werken’ ruimere werkplekken te creëren in combinatie met het thuiswerken. De klimaatklachten zijn door het vele thuiswerken bijna niet meer aan de orde. We hopen hiermee dat de mentale gezondheid van de medewerkers gaat verbeteren, mede door kantoortuinen om te buigen naar ‘ontmoetingsplekken’. • Verbindingsprojectgroep: in het kader van het vele thuiswerken blijft verbinding houden een van de belangrijkste HR aandachtsgebieden.

• Extra inzet door de inzetbaarheidscoach voor collega’s die het moeilijk krijgen door het thuiswerken. • Thuiswerkplekken: WIL heeft veel aandacht (gehad) en nog steeds voor het bewerkstelligen van goede ergonomische thuiswerkplekken voor alle medewerkers. Door middel van een ‘menukaart’ kunnen medewerkers naast een laptop, bureaustoel en toetsenbord met muis, extra hulpmiddelen bestellen die meehelpen aan een goede werkplek. De Arbocoördinator (HR adviseur) houdt dit onder de aandacht. HR heeft hier goed in opgetrokken samen met het team ICT. Communicatie en klantenservice Duidelijkheid en klantvriendelijkheid waren ook in 2020 speerpunten op het gebied van communicatie. Daarnaast stond het jaar uiteraard in het teken van de coronacrisis. Dit gold voor zowel de externe als de interne communicatie. Belangrijkste aandachtspunt op het gebied van externe communicatie was het verschaffen van duidelijkheid aan klanten over de aangepaste dienstverlening en over de coronamaatregelen in het contact met WIL. Daar hoorde uiteraard ook het snel en duidelijk informeren van inwoners van de Lekstroom over de nieuwe TOZOregelingen bij. De crisis heeft voor de nodige uitdagingen gezorgd aan de klantenservice, met als gevolg incidenteel hogere wachttijden. Desondanks is de klantenservice dienstverlening in 2020 aan klanten verder verbeterd en zijn de doelstellingen behaald.

Het aantal binnenkomende telefoontjes is in 2020 uitgekomen op 33.575, waarvan 31.615 zijn opgenomen. Dit betekent een bereikbaarheid van 94%. De gemiddelde wachttijd bedroeg ongeveer 59 seconden. Klanten kregen in ruim 80% van de telefonische contacten direct een antwoord van de klantenservice en hoefden niet doorverbonden of teruggebeld te worden. Ook klanten die hun vragen stelden aan de receptie, in spreekuren of per e-mail kregen in 2020 tijdig antwoord van de klantenservice. Met betrekking tot interne communicatie stond WIL in 2020, net zoals iedere andere organisatie, voor de uitdaging om medewerkers goed geïnformeerd en verbonden te houden in de nieuwe situatie waarin het merendeel van de mensen thuiswerkte. Belangrijke acties op het gebied van interne communicatie waren de

34

JAARVERSLAG 2020

ontwikkeling van een wekelijkse interne nieuwsbrief en een nieuw online informatie- en ontmoetingsplatform. Toevallige samenloop van omstandigheden was dat we in 2020 ons online platform al moesten updaten om te kunnen voldoen aan de nieuwe digitale toegankelijkheidseisen. Verder hebben we in 2020 de Werkgroep Verbinding opgericht. Deze werkgroep stimuleert sociale en professionele verbinding onder medewerkers, door middel van onder andere maandelijkse online events. Huisvesting en facilitair Huisvesting In verband met de beperkende maatregelen als gevolg van corona werkt een groot deel van het personeel voornamelijk thuis. Begin 2020 is bij WIL het anderhalve meter kantoor ingericht. Hierdoor zijn minder werkplekken beschikbaar. Voor de beschikbare werkplekken wordt gebruik gemaakt van een reserveringsapp. Om gesprekken met klanten corona-proof te kunnen voeren zijn de werkomstandigheden aangepast door onder meer een uitbreiding van het aantal cubes aanpassing van de ventilatie, plaatsing van kuchschermen. In 2020 is de ontwikkeling van een nieuwe huisvestingsvisie voortgezet. Deze moet het gebruik van onze kantoorruimte op de 3e etage optimaliseren. Uit de laatste MTO kwam een onvoldoende met betrekking tot de huisvesting. De ervaringen opgedaan in de corona crisis leren dat thuiswerken voor veel mensen prima werkt in balans met werken op kantoor.

Dit wordt meegenomen in het vaststellen van onze huisvestingsvisie. Facilitaire zaken In 2020 heeft facilitaire zaken een belangrijke rol gespeeld bij het implementeren van allerhande coronamaatregelen als aanvullend werkplekbeheer en de inzet van desinfectiematerialen voor werknemers en gasten. Mede in verband met de afstemming van coronamaatregelen is het huurdersoverleg weer opgepakt. Verder is eind 2020 de aanbesteding van de koffie is afgerond en (in 2021) geïmplementeerd. Met betere koffie als resultaat! Financieel beheer Naast de zorg voor het tijdig betalen van uitkeringen aan onze klanten en rekeningen namens onze klanten schuldhulpverlening, hebben wij de verplichting op periodieke wijze verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. De verantwoording loopt gelijk aan de informatievoorziening. Daarbij communiceren wij transparant over zowel positieve als negatieve ontwikkelingen. Informatie en automatisering In 2020 hebben we als WIL met externe ondersteuning op onderdelen hard gewerkt aan het realiseren van een dashboard Participatie voor sturingsinformatie. Het vormgeven van dit dashboard met bijbehorende management- en bestuursrapportages loopt door in 2021.

In het kader van de corona maatregelen/1,5 meter kantoor en het noodzakelijk thuiswerken zijn verder de volgende ICT bouwstenen gerealiseerd: • Beschikking over smartphone voor alle medewerkers • Beschikking over laptop/leenlaptop of tablet voor alle medewerkers • ICT hulpmiddelen voor thuiswerken (beeldscherm / muis / toetsenbord) • Vervanging werkplekken conform 1,5 meter norm • Inzet beschikbaarheids app werkplekken kantoor

35

JAARVERSLAG 2020

De gerealiseerde ICT draagt bij aan de kritische succesfactoren, onder andere: • Werken op afstand via digitale toegankelijkheid • Passende ICT devices en hulpmiddelen bij de huidige situatie • Flexibiliteit thuis werken, op kantoor werken en onderweg Bezwaar en Beroep Het aantal bezwaarschriften is als gevolg van de uitvoering van de Tozo-regeling toegenomen. Bij de Participatiewet is in de tweede helft van 2020 ook een groei van het aantal bezwaarschriften te zien. De toename is opgevangen binnen de bestaande bezetting en is niet verontrustend. Het uitvoeren van een nieuwe regeling zoals Tozo leidt per definitie ook tot bezwaarschriften. Er zijn verder aanzienlijk meer beroepschriften en verzoeken om voorlopige voorzieningen binnengekomen. De toename in beroepszaken betreft vooral handhavingszaken. Dit laat zich verklaren doordat team Handhaving meer op sterkte is en daarmee meer zaken afhandelt. In beroep blijft het overgrote deel van de besluiten van WIL in stand. Geen van de verzoeken is gehonoreerd door de voorzieningenrechter. Dit past bij ons streven naar goed onderbouwde besluiten. C. Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheer Om weerstand te kunnen bieden tegen substantiële tegenvallers, zonder aantasting van het uit te voeren beleid, is een bepaald weerstandsvermogen onontbeerlijk.

Dit vormt een buffer om onverwachte en onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. Omdat eventuele jaarlijkse financiële resultaten direct worden verrekend met de deelnemende gemeenten, beschikt WIL niet over eigen vermogen en reserves. Dit betekent dat elk negatief effect direct invloed heeft op de doorbelasting naar de gemeenten. Bepaling van het weerstandsvermogen Bij het bepalen van het weerstandsvermogen en de omvang daarvan wordt gekeken naar de algemene reserve en de post onvoorzien. Aangezien beiden bij WIL niet bestaan is er geen weerstandsvermogen. Reserve en Voorzieningen Voorziening frictiekosten personeel De voorziening is het gevolg van aangegane verplichtingen ten behoeve van medewerkers waarmee afspraken zijn gemaakt ten aanzien van hun externe mobiliteit. Deze voorziening is in het dienstjaar 2020 opgebruikt. Het restant is vrijgevallen. Risicoparagraaf WIL kent geen algemene reserve en heeft derhalve geen weerstandsvermogen. Indien de gevolgen van risico’s zich voordoen komen de gevolgen hiervan ten laste van de deelnemende gemeenten. Per risico is in de tabel aangegeven in welke mate wij verwachten of het risico zich zal voordoen: hoog (rood), gemiddeld (oranje, beperkt (groen), en laag (geel).

36

JAARVERSLAG 2020

Risico

Oorzaak

Hoger ziekteverzuim dan geraamd

Afbouw ziekteverzuim lukt minder goed dan gewenst door blijvend hoge werkdruk, niet optimale arbeidsomstandigheden en persoonlijke omstandigheden.

Hogere kosten minimabeleid dan geraamd

Sneller oplopende klantenaantallen dan geraamd.

Onduidelijkheid ten aanzien van de gevolgen en de impact van de Wet Taaleis

Uit Begroting 2020 Gevolgen

Beheersmaatregel

Meer inhuur dan geraamd omdat continuïteit en kwaliteit van dienstverlening anders in het gedrang komt. Financieel: een stijging van de uitvoeringskosten van € 120.000 uitgaande van een ziekteverzuimpercentage van 6% bij een streefcijfer van 5,5%. Meer toekenningen. Financieel: geen gevolgen voor WIL maar de extra kosten worden doorbelast aan de gemeenten.

Vanuit HR wordt voortdurend extra aandacht gegeven aan het ziekteverzuimbeleid, waardoor vroegtijdige preventieve maatregelen kunnen worden genomen. Ontwikkelingen zijn conjunctuurgevoelig en niet beïnvloedbaar. Behoudens een goede informatievoorziening nemen wij hiervoor geen andere beheersmaatregelen.

Uitvoering van de Wet Taaleis inclusief volledige handhaving

Wanneer WIL de Wet Taaleis moet uitvoeren naar de letter, en niet naar de geest van de wet, zal hiervoor meer capaciteit nodig zijn. Financieel: hogere uitgaven.

Participatiemiddelen zijn beperkt

Door de uitvoeringskosten van € 1 miljoen ten laste te brengen van het participatie-budget wordt de "speelruimte" voor andere interventies e.d. kleiner.

Klanten blijven in de bijstand. Een deel van de klanten participeert minder dan mogelijk zou zijn. Financieel: Hogere uitkeringslasten dan nodig, extra kostendoorbelastingen naar de gemeenten

Landelijke/ gemeentelijke wijzigingen met financiële en politieke consequenties

Veranderende inzichten en politiek klimaat over ons domein

Een veranderend takenpakket voor WIL. Financieel: p.m.

Afhankelijk van de koers die de staatsecretaris in overleg met VNG en Divosa gaat varen. Voor de uitvoering hebben gemeenten extra middelen ontvangen in het gemeentefonds. Dit is t/m 2020. WIL heeft nog geen beroep gedaan op deze middelen. Periodieke monitoring van de stand van zaken. Indien noodzakelijk worden de reeds doorbelaste uitvoeringskosten gedeeltelijk teruggedraaid, zodat klanten gebruik blijven maken van de beschikbare middelen. Inzetten op flexibele en duurzame inzetbaarheid personeel

Realisatie Conclusie Het verzuimpercentage is in 2020 fors gedaald tot 6,5% gemiddeld (was 8,2%).

Heeft zich voorgedaan. De personeelslasten zijn ten opzichte van de begroting hoger. Dat komt door het inlopen van achterstanden in de verwerking van aanvragen en een toegenomen beroep op kinderopvangvergoedingen. Bij de halfjaarrapportage zijn de gemeenten ingelicht. Risico heeft zich niet voorgedaan. Verwachting is ook dat het niet gaat gebeuren. Risico niet meer aanwezig.

Risico heeft zich niet voorgedaan omstandigheden zijn gewijzigd. Met als voornaamste oorzaak corona. Er wordt hier bovendien lokaal scherp op gestuurd. Risico beperkt en kan verwijderd worden.

Risico heeft zich deels voorgedaan door invoering Tozo-regeling. WIL heeft flexibiliteit laten zien. Risico niet meer aan de orde.

37

JAARVERSLAG 2020

Onduidelijkheid ten aanzien van de gevolgen van WIL 2.0

WIL gaat meer lokaal werken om beter aan te sluiten op de wensen van werkgevers en klanten en medewerkers zullen meer extern opereren.

Onduidelijkheid ten aanzien van de gevolgen en de impact van de kabinetsplannen

Loondispensatie

Extra inzet personeel en ICT-faciliteiten. Er komt een overgangsfase waarbij onduidelijkheid kan ontstaan over de regievoering. Waarborgen privacyvraagstukken. Financieel: kosten tussen € 100.000 - € 200.000. Nog onduidelijk is hoe de nieuwe wetgeving in de praktijk zal uitpakken. Oude gevallen blijven onder de loonkostensubsidieregeling vallen; nieuwe gevallen vallen per midden 2019 onder de loondispensatie. Financieel: pm.

Onderzoek en eventuele consequenties voorleggen aan bestuur.

Risico heeft zich niet voorgedaan door verlenging Innovatieagenda tot eind 2021.

Onderzoek en eventuele consequenties voorleggen aan bestuur.

Gevolgen in beeld. Risico niet meer aanwezig en kan verwijderd worden.

Kengetallen BBV De (netto) schuldquote is een indicator die aangeeft hoe de netto schulden zich verhouden tot de totale baten van de organisatie. Hoe hoger dit percentage, hoe meer externe financiering (geleend geld) WIL heeft aangetrokken om de activiteiten te financieren. Netto schuldquote: de netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van WIL ten opzichte van de eigen middelen (bedragen in €) A B C D E F G H

Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) Liquide middelen (cf art. 40 BBV) Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves) Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

Rekening 2019 0 2.606.000 610.000 0 3.053.000 285.000 82.000 63.727.262 -0,32%

Begroot 2020 0 3.700.000 600.000 0 3.500.000 300.000 400.000 59.252.000 0,17%

Rekening 2020 0 3.095.000 1.130.000 0 5.818.000 10.000 165.000 77.859.000 -2,27%

Omdat WIL geen geldmiddelen door- of uitleent zijn de netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan elkaar gelijk. Daarom wordt volstaan met het overzicht “Netto schuldquote”. In de GR, art 34 is vastgelegd dat alle resultaten toekomen aan de deelnemende gemeenten. Hierdoor beschikt WIL niet over een eigen vermogen.

38

JAARVERSLAG 2020

Jaarrekening Balans per 31 december 2020 ACTIVA

2020

2019 PASSIVA

Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

75.000

129.000

Totaal Vaste activa

75.000

129.000

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar 1.376.000

Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige uitzettingen Overige vorderingen

4.113.000 39.000 290.000

424.000 108.000 329.000

Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar

5.818.000

3.053.000

1.987.000

0

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

2019

Voorziening

0

305.000

Totaal vaste passiva

0

305.000

3.095.000

2.606.000

1.130.000

610.000

2.509.000

0

1.536.000

28.000

Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische

Vorderingen op openbare lichamen

Overlopende activa De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Overige nederlandse overheidslichamen

2020

Vaste passiva

165.000

2.192.000 looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd maar die in een volgend begrotingsjaar tot uitbetaling komen

Voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek 82.000 bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

2.152.000

82.000

Banksaldi

226.000

285.000

Totaal liquide middelen

226.000

285.000

Totaal vlottende activa

8.196.000

3.420.000 Totaal vlottende passiva

8.271.000

3.244.000

Totaal activa

8.271.000

3.549.000

8.271.000

3.549.000

0

0

Totaal overlopende activa Liquide middelen

Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

Totaal passiva totaalbedrag waartoe aan natuurlijke en rechtspersonen borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt

39

JAARVERSLAG 2020

Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Begroting lasten primitief 2020

Begroting baten primitief 2020

Begroting lasten na wijziging 2020

Begroting baten na wijziging 2020

Programma Inkomen*

38.239.000

38.239.000

0

38.377.000

38.377.000

0

55.249.000

55.249.000

0

Programma Werk

4.185.000

4.185.000

0

4.650.000

4.650.000

0

4.304.000

4.304.000

0

Programma Inkomensondersteuning

4.735.000

4.735.000

0

5.074.000

5.074.000

0

7.141.000

7.141.000

0

0

0

0

2.421.000

2.421.000

0

2.376.000

2.376.000

0

Totaal programma's

47.159.000

47.159.000

0

50.522.000

50.522.000

0

69.070.000

69.070.000

0

Kosten van de overhead (Bedrijfsvoering)**

7.678.000

7.678.000

0

8.337.000

8.337.000

0

8.809.000

8.809.000

0

Gerealiseerd totaal van saldo van baten en lasten

54.837.000

54.837.000

0

58.859.000

58.859.000

0

77.879.000

77.879.000

0

54.837.000

54.837.000

0

58.859.000

58.859.000

0

77.879.000

77.879.000

0

Programma

DVO - programma SW

Saldo Primitief

Saldo na wijziging

Werkelijke lasten 2020

Werkelijke baten 2020

Rekening 2020

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

* Programma Inkomen: inclusief verantwoording Tozo ** Kosten van de overhead (Bedrijfsvoering): inclusief verantwoording variabele kosten uittreding Vijfheerenlanden Vennootschapsbelasting: De resultaten van de door WIL uitgevoerde programma’s worden op grond van art. 34 van de GR volledig verrekend met de deelnemende gemeenten (Nieuwegein, Houten, Lopik en IJsselstein). Op grond hiervan is WIL niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.

Toelichting WIL heeft over het jaar 2020 een financieel resultaat gerealiseerd van nul. Dit komt doordat conform art. 34 van de GR de resultaten volledig worden verrekend met de deelnemende gemeenten. Het resultaat voor verrekening met de deelnemende gemeenten bedraagt € 742K voordelig. Dit resultaat wordt veroorzaakt door programma Inkomen (€ 587K voordelig), programma Werk (€ 298K voordelig), programma Inkomensondersteuning (€ 513K nadelig) en Bedrijfsvoering (€ 370K voordelig). Het resultaat op deze programma’s wordt conform voorgaande jaren op basis van art. 34 van de GR afgerekend met de gemeenten. De Tozo regeling heeft in 2020 € 16.868K gekost. Aan voorschotten is ontvangen € 17.387K. Het restant van de ontvangen middelen, € 521K, zal in 2021 worden besteed. Deze regeling is door het Rijk in de loop van het jaar ingevoerd en is derhalve niet begroot. In het jaarverslag is op de programma’s een analyse gegeven van de verschillen tussen de rekening en de bijgestelde begroting. De analyse van de afwijkingen tussen de begroting en het overzicht baten en lasten maakt formeel deel uit van de jaarrekening. Volgens de commissie BBV mag deze analyse ook worden opgenomen in het jaarverslag, mits beide onderdelen in één boekwerk zijn opgenomen en in de jaarrekening wordt verwezen naar het relevante onderdeel van het jaarverslag.

Om de leesbaarheid van de jaarstukken te vergroten willen we zoveel mogelijk herhaling in de jaarstukken vermijden.

40

JAARVERSLAG 2020

Toelichting op de balans Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het AB op 20 juni 2013 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht. Vorderingen op, en schulden aan openbare lichamen De vorderingen op, en schulden aan openbare lichamen betreffen voor het overgrote deel posten als gevolg van de uitvoering van de participatiewet zoals opgedragen aan de gemeenschappelijke regeling.

Deze posten zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De debiteuren worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Debiteuren uit hoofde van uitvoering participatiewet en tozo De debiteuren betreffende de openstaande vorderingen op cliënten uit hoofde van de uitvoering van de participatiewet en tozo zoals opgedragen aan de gemeenschappelijke regeling zijn niet opgenomen in de balans van de jaarrekening van deze gemeenschappelijke regeling. Overeengekomen is met de deelnemende gemeentes dat deze debiteurenposities onderdeel zijn van hun gemeentelijke jaarrekening. De ontvangen bedragen worden als bate verantwoord. Vakantiegeld van de sociale uitkering De kosten van bijstandsuitkeringen worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Met betrekking tot het opgebouwde vakantiegeld behorende bij deze uitkeringen wordt geen reservering per balansdatum getroffen maar deze lasten worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling ervan plaatsvindt. Dit met inachtneming van de systematiek zoals gebaseerd op het verwerken van verplichtingen uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

41

JAARVERSLAG 2020

ACTIVA Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut Omschrijving

Boekwaarde 1-1-2020

Investeringen Desinvesteringen

Afschrijvingen

Bijdragen van Afwaarderingen derden

Boekwaarde 31-12-2020

ICT

73.000

0

0

32.000

0

0

41.000

Meubilair

56.000

0

0

22.000

0

0

34.000

Totaal

129.000

0

0

54.000

0

0

75.000

De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingprijs (inkoopprijs en de bijkomende kosten). Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Daarnaast wordt een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling. De volgende waarderingsgrondslagen zijn van toepassing op de opgenomen vaste activa met economisch nut (financieel beleid artikel 9): 1. Afschrijvingsmethode lineair en economische levensduur 5 jaar 2. Activa met economisch nut en een verkrijgingprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd. 3. Bij het bepalen van de afschrijvingen wordt uitgegaan van een restwaarde van nihil. In 2020 hebben geen investeringen of desinvesteringen plaatsgevonden.

42

JAARVERSLAG 2020

Vlottende activa Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar, de liquide middelen en de overlopende activa. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Gemeente Houten Gemeente IJsselstein Gemeente Lopik Gemeente Nieuwegein Gemeente Vijfheerenlanden Gemeente Stichtse Vecht Gemeente De Ronde Venen Totaal vorderingen op openbare lichamen

2020 245.000 484.000 74.000 553.000 1.000 15.000 4.000 1.376.000

2019 605.000 349.000 615.000 535.000 24.000 64.000 2.192.000

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rente typische looptijd < 1 jaar

4.113.000

424.000

De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar zijn opgenomen tegen de nominale waarde. De uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar betreffen de positie schatkistbankieren die wordt aangehouden bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Overzicht Schatkistbankieren (bedragen in €) Omvang begroting 2020 56.192.000 Maximaal bedrag eigen beheer 0,75% (drempelbedrag) * 421.440 Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag:

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

421.440

421.440

421.440

421.440

17.680.304 91 194.289 227.151

18.794.885 91 206.537 214.903

16.440.789 92 178.704 242.736

15.782.824 92 171.552 249.888

De Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden stelt verplicht dat WIL gebruik maakt van schatkistbankieren. Dit houdt in dat middelen boven een bepaald drempelbedrag worden aangehouden op een tussenrekening bij een bank waarover het Rijk de beschikking heeft. Deze middelen zijn dagelijks opvraagbaar. Het drempelbedrag is – in het geval van WIL – vastgesteld op 0,75% van het begrotingstotaal. WIL heeft ervoor gekozen om saldi boven deze 0,75% automatisch te laten afromen.

43

JAARVERSLAG 2020

Overige uitzettingen ABN-AMRO (BBZ Utrecht) ABN-AMRO (St. derdengelden Intersolve) Totaal overige uitzettingen

2020 4.000 35.000 39.000

2019 81.000 27.000 108.000

Overige vorderingen

290.000

329.000

De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Overige Nederlandse overheidslichamen

Verloopoverzicht voorschotbedragen Tozo Nieuwegein - af te rekenen Tozo middelen

1.987.000

Saldo 1 januari Toevoegingen 2020 7.519.000 0

-

Saldo 31 Ontvangen december bedragen 2020 5.532.000 1.987.000

Overlopende activa Verstrekte voorschotten klanten Accountantskosten Overige Premies ziektekostenverzekeringen Betalingen onderweg Totaal overlopende activa

2020 0 74.000 1.000 48.000 42.000 165.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10037663/2