VRZ Jaarverslag 2025
Tekst van het document
47
Niet alle beschikbare middelen zijn in 2025 besteed. Het voordeel moet in samenhang worden bezien met het budget voor versterking van de crisisorganisatie op economische categorie “1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)”, “3.8 Overige goederen en diensten” en “4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)”. Het voordeel wordt gereserveerd op de balans en heeft een neutraal effect op het resultaat 2025. Project FIER (deels incidenteel, deels neutraal) € 140.000 V Veiligheidsregio Zeeland is partner binnen het FIER-project. FIER (Flooding, Infrastructure, Evacuation and Resilience) is een grensoverschrijdend Interreg North Sea-project met tien partners uit België, Frankrijk, Duitsland, Zweden en Nederland. Het project richt zich op het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid en het beperken van de impact van overstromingen, een risico dat door klimaatverandering steeds groter wordt. Initieel stond het ontwikkelen van twee applicaties op de planning. Gedurende het project is gebleken dat de middelen op een andere manier ingezet dienen te worden. Dit heeft tot gevolg dat uitvoering in 2026 zal plaatsvinden. Hierdoor ontstaat een incidenteel voordeel. Doordat hier ook een Europese subsidie aan is gekoppeld, dient het voordeel op deze economische categorie samen met het nadeel op de economische categorie “4.3.7 Inkomensoverdrachten – Europese Unie (baten)” te worden bezien.
Opleidings- en cursuskosten (incidenteel) € 103.324 V In verband met uitval van capaciteit is een deel van het opleidingsplan van de crisisorganisatie (multidisciplinair) niet uitgevoerd. Onder andere de systeemtest is uitgesteld naar begin 2026. Beleidsontwikkelingen Maritieme Veiligheid (incidenteel, neutraal) Zie 710 “Mutaties reserves (baten)”
€ 33.856 V
Overig (incidenteel) € 70.879 V Uit analyse van de realisatie is gebleken dat over de volledige breedte van het programma Voorbereide Crisisorganisatie meerdere voordelen ontstaan welke onder de toelichtingsgrens liggen. De optelsom van deze kleine voordelen bedraagt in totaal € 70.879. 4.3.3 Inkomensoverdrachten gemeenschappelijke regelingen (lasten)
€ 31.356 V
De OCB heeft een financiële bijdrage ontvangen voor de CaCo’s van de LMS. Hiervan zorgt het aandeel van 26% voor een verlaging van de bijdrage van VRZ aan VRMWB. Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)
€ 39.541 N
Uitgeleend personeel (incidenteel/neutraal) € 39.541 N In verband met hercategoriseren van de realisatie op deze economische categorie ontstaat er een neutraal verschil ten opzichte van de begrote bedragen. Voor “3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)” betreft dit een nadeel. 4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)
€ 418.588 N
Versterking crisisorganisatie, BDuR geoormerkt (neutraal) € 418.588 N Zie hiervoor de toelichting bij de economische categorie “1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)” en “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”. 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden (baten)
€ 49.991 V
Uitkeringen UWV (incidenteel/neutraal) € 49.991 V In verband met hercategoriseren van de realisatie op economische categorie “3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)” ontstaat er een neutraal verschil ten opzichte van de begrote bedragen. Voor de categorie “4.3.6 Inkomensoverdachten – overige overheden (baten)” betreft het een voordeel.
48
4.3.7 Inkomensoverdrachten – Europese Unie (baten)
€ 106.313 N
Project FIER (deels incidenteel/deels neutraal) € 106.313 N Zie hiervoor de toelichting bij de economische categorie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”. 7.1 Mutaties reserves (baten)
€ 33.856 N
Reserve Maritieme Veiligheid (neutraal) € 33.856 N De reserve maritieme veiligheid is bedoeld voor: a. Het herijken van de positie van VRZ binnen het domein Maritieme Veiligheid Zeeland, waarbij onderzoek gedaan wordt naar de ontwikkelingen in de maritieme sector, met name op de Westerschelde en welke rol een Veiligheidsregio hierin heeft. b. Het inhalen van achterstand in opleidingen. c. Het verbeteren van kwaliteit om te voldoen aan (inter)nationale standaarden zowel op het gebied van planvorming als op het gebied van vakbekwaamheid. Voor de onderdelen a en deels c was in 2025 op dit programma € 125.000 extra begroot. Er is in 2025 € 91.144 extra besteed ten opzichte van het reguliere budget. Het plan Risico Inventarisatie wateren boven de Westerschelde is opgeleverd. De beleidsnotitie Westerscheldedelta is voor een groot deel gereed. Verdere besteding wordt vanaf 2026 verwacht. Onderdeel b en deels c vallen onder het programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’.
49
5.3 Programma Overhead / bedrijfsvoering
Rijlabels 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 2.1 Belastingen 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 5.1 Rente 7.2 Mutatie voorzieningen 7.3 Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.6 Huren 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 5.1 Rente Gerealiseerd resultaat
Begroting 2025 10.580.309 10.580.309 7.035.700 11.200 16.200 2.995.148 35.000 146.240 30.200 0 310.621 0 0 0 0 0 0 0 0 10.580.309
Begroting 2025 na wijz. Jaarrekening 2025 11.114.370 10.916.250 11.332.866 10.308.116 7.084.465 7.113.044 6.200 2.164 180.800 243.277 3.482.269 2.321.535 35.000 34.239 164.240 169.456 8.500 30.534 48.200 70.673 323.192 323.193 -218.496 608.134 -64.300 -4.189 -23.334 -23.334 -13.362 -13.864 0 122.983 0 744.863 0 -71.567 -117.500 -146.758 11.114.370 10.916.250
Verschil -198.120 -1.024.750 28.579 -4.036 62.477 -1.160.734 -761 5.216 22.034 22.473 1 826.630 60.111 0 -502 122.983 744.863 -71.567 -29.258 -198.120
Het resultaat in 2025 op het programma ‘Overhead/bedrijfsvoering’ is € 198.120 voordelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget (na wijziging) worden toegelicht. Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)
€ 28.579 N
Versterking crisisorganisatie, BDUR geoormerkt, bedrijfsvoering (incidenteel, neutraal) € 23.009 V De kosten voor de inzet van personeel ten behoeve van de versterking van de crisisorganisatie zijn lager dan begroot. Het voordeel moet in samenhang worden bezien met het budget voor versterking van de crisisorganisatie op economische categorie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)” en “4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)”. Het voordeel wordt gereserveerd op de balans en heeft een neutraal effect op het resultaat 2025. Voor een meer uitgebreide toelichting zie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”. Overig (incidenteel) Het betreft een optelsom van meerdere, kleinere voor- en nadelen.
€ 51.588 N
3.5.1 ingeleend personeel (lasten)
€ 62.477 N
Samenwerking VRZ-GGD, geoormerkt (incidenteel, neutraal) € 56.502N De kosten voor de inzet van personeel van derden ten behoeve van de samenwerking VRZ-GGD zijn hoger dan begroot. Het nadeel moet in samenhang worden bezien met het budget voor de samenwerking op economische categorie op de “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)” en “4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten (baten)”. Per saldo is het effect neutraal op het resultaat 2025. Voor een meer uitgebreide toelichting zie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”. Overig (incidenteel) Het betreft een optelsom van meerdere, kleine voor- en nadelen.
€ 5.975 N
50
3.8 Overige goederen en diensten (lasten)
€ 1.160.734 V
Samenwerking VRZ-GGD, geoormerkt (incidenteel, neutraal) € 801.365 V Voor de totale ontwerpfase van de samenwerking VRZ-GGD is eind 2025 een incidentele gemeentelijke bijdrage ontvangen. Aanvang van deze fase heeft pas in de 2e helft van 2025 plaatsgevonden. Uitvoering van de vervolgwerkzaamheden schuiven door naar 2026. Hierdoor ontstaat incidenteel voordeel op deze economische categorie. Het voordeel moet in samenhang worden bezien met het nadeel op economische categorie “3.5.1 Ingeleend personeel (lasten)” en “4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten (baten)”. Het voordeel wordt gereserveerd op de balans en heeft een neutraal effect op het resultaat 2025. Versterking crisisorganisatie, BDUR geoormerkt, bedrijfsvoering (incidenteel, neutraal) € 99.541 V In 2023 heeft er een landelijke verhoging van € 83 miljoen plaatsgevonden in de BDUR voor versterking van de crisisorganisatie. Deze middelen zijn bedoeld om Veiligheidsregio’s beter voorbereid te laten zijn op toekomstige rampen en crises, onder meer door het versterken van het fundament, netwerk, platform en de informatiefunctie. Daarnaast is de bijdrage ook bedoeld om flexibele netwerksamenwerking tussen regio’s en met het Rijk en andere crisispartners te realiseren.
Tot slot zijn er ook middelen beschikbaar gesteld voor de inrichting van een knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk, dat 24/7 ondersteuning biedt in coördinatie en informatiemanagement tussen regio’s, het Rijk en crisispartners. Om dit uit te kunnen voeren is ook intensivering op de bedrijfsvoering processen benodigd en is een deel van de extra middelen hiervoor gealloceerd. Niet alle beschikbare middelen zijn in 2025 besteed. Het voordeel moet in samenhang worden bezien met het budget voor versterking van de crisisorganisatie op economische categorie “1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)” en “4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)”. Het voordeel wordt gereserveerd op de balans en heeft een neutraal effect op het resultaat 2025. Opleidingen t.b.v. kantoorpersoneel, niet-repressief (incidenteel) € 60.036 V Er is in 2025 minder behoefte geweest aan het volgen van opleidingen. Hierdoor ontstaat een incidenteel voordeel. Verzekeringspremies (incidenteel) € 58.057 V Door gewijzigde systematiek in het factureren van de premie voor aansprakelijkheid ontstaat er een incidenteel voordeel. Daarnaast is de storting voor de Arbeidsongevallenverzekering in het waarborgfonds bij het ERVRS lager uitgevallen. Dit omdat er voorgaand jaar in totaliteit minder aanspraak is gedaan op het waarborgfonds.
Zeeland veilig campagne (incidenteel) € 38.924 V De campagne “Zeeland Veilig” is stopgezet in 2025. Momenteel wordt er gewerkt aan nieuwe plannen om zichtbaarheid te geven aan de Veiligheidsregio. In 2026 zal dit tot uitvoering komen. Overig (incidenteel) € 102.811 V Uit analyse van de realisatie is gebleken dat over de volledige breedte van de bedrijfsvoering meerdere voordelen ontstaan welke onder de toelichtingsgrens liggen. De optelsom van deze kleine voordelen bedraagt in totaal € 102.811. Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)
€ 60.111 N
Uitgeleend personeel (incidenteel) € 60.111 N In verband met hercategoriseren van de realisatie op deze economische categorie ontstaat er een neutraal verschil ten opzichte van de begrote bedragen. Voor “3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)” betreft dit een nadeel.
51
4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)
€ 122.983 N
Versterking crisisorganisatie, BDUR geoormerkt, bedrijfsvoering (incidenteel, neutraal) € 122.983 N Zie hiervoor de toelichting bij de economische categorie “1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)” en “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”. 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten (baten)
€ 744.863 N
Samenwerking VRZ-GGD, geoormerkt (incidenteel, neutraal) € 744.863 N Zie hiervoor de toelichting bij de economische categorie “3.5.1 Ingeleend personeel (lasten)” en “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”. 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden (baten)
€ 71.567 V
Uitkeringen UWV (incidenteel/neutraal) € 71.567 V In verband met hercategoriseren van de realisatie op economische categorie “3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)” ontstaat er een neutraal verschil ten opzichte van de begrote bedragen. Voor de categorie “4.3.6 Inkomensoverdachten – overige overheden (baten)” betreft het een voordeel. 5.1 Rente (baten)
€ 29.258 V
Rente schatkistbankieren (incidenteel) € 29.258 V Het saldo van de rekening-courantverhouding met het Rijk is hoger dan verwacht. Dit komt onder andere door de lagere uitputting op het investeringsplan en de toename van de overlopende passiva. Hierdoor ontvangt VRZ meer rente dan is begroot. Dit levert een incidenteel voordeel op. 5.4 Algemene dekkingsmiddelen
Rijlabels 4 Algemene dekkingsmiddelen Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 3.8 Overige goederen en diensten Baten 4.3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten Mutatie reserves 7.1 Mutatie reserves Gerealiseerd resultaat
Begroting 2025 -45.208.121 -140.000 -140.000 0 -45.068.121 -9.647.854 -35.420.267 0 0 -45.208.121
Begroting 2025 na wijz. Jaarrekening 2025 -47.105.045 -47.108.397 0 0 0 0 0 0 -47.105.045 -47.108.397 -10.375.294 -10.378.644 -36.729.751 -36.729.753 0 0 0 0 -47.105.045 -47.108.397
Verschil -3.352 0 0 0 -3.352 -3.350 -2 0 0 -3.352
Het resultaat in 2025 op ‘Algemene dekkingsmiddelen’ is € 3.352 voordelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget (na wijziging) worden toegelicht. De verschillen behoeven geen toelichting.
52
4.3.2 Inkomensoverdrachten gemeenten (baten) Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage in 2025 Bijdrage aan Veiligheidsregio Zeeland 2025 BW2025-1 Gemeente
BW2025-2 Maatwerk
BW2025-3 Incidenteel
Verschil
Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen
2.063.464 3.383.119 2.229.058 1.027.267 4.033.542 1.084.903 1.821.351 3.552.986 2.943.010 4.721.164 2.323.958 2.558.341 3.678.106
23.931 39.466 26.033 12.167 49.560 12.910 21.577 41.689 34.230 54.387 26.749 30.064 45.659
0 0 0 0 0 0 0 0 -23.219 0 0 -23.219 0
53.002 87.680 55.752 26.377 109.217 31.641 46.949 95.808 81.375 118.400 59.103 71.865 100.333
2.140.397 3.510.265 2.310.843 1.065.811 4.192.319 1.129.454 1.889.877 3.690.483 3.035.396 4.893.951 2.409.810 2.637.051 3.824.098
Totaal
35.420.267
418.422
-46.438
937.500
36.729.751
Begroting 2025 50.000 50.000 50.000 50.000
Begroting 2025 na wijz. Jaarrekening 2025 146.071 0 146.071 0 146.071 0 146.071 0
5.5 Onvoorzien
Rijlabels 5 Onvoorzien Lasten 3.8 Overige goederen en diensten Gerealiseerd resultaat
Verschil -146.071 -146.071 -146.071 -146.071
Het resultaat in 2025 op ‘Onvoorzien’ is € 146.071 voordelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget (na wijziging) worden toegelicht. 3.8 Overige goederen en diensten (lasten)
€ 146.071 V
Onvoorzien (incidenteel) € 146.071 V In de laatste, 4e begrotingswijziging 2025 bedroeg het verwachte voordelige saldo € 146.071. Vanwege onzekerheden is dit bedrag toen gereserveerd op de post onvoorzien. De onzekerheden betroffen de uitkomst van de onderhandelingen over de nieuwe CAO Veiligheidsregio’s vanaf 1 augustus 2025 en mogelijke ontwikkelingen rondom de PFAS-voorziening. Werkgevers en vakbonden hebben inmiddels een principeakkoord bereikt. In de jaarrekening 2025 is op de programma’s Toekomstbestendige brandweerzorg, Voorbereide crisisorganisatie en Bedrijfsvoering een loonstijging van 4,1% verwerkt vanaf 1 augustus 2025. Hiermee was voldoende rekening gehouden in de uitgangspunten voor de programmabegroting 2025; de post onvoorzien is voor dekking niet nodig. De PFAS-voorziening is ultimo 2025 niet gewijzigd ten opzichte van ultimo 2024.
53
6. Incidentele en structurele lasten en baten Uit onderstaand overzicht blijkt dat er in 2025 sprake is van materieel evenwicht. Tegenover een bedrag van € 46.024.109 aan structurele lasten staat een bedrag van € 46.224.284 aan structurele baten. Som van Bedrag Rijlabels Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 2.1 Belastingen 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden 5.1 Rente 7.2 Mutatie voorzieningen 7.3 Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.6 Huren 3.8 Overige goederen en diensten 4,3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten - gemeenten 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden 4.3.7 Inkomensoverdrachten - Europese Unie 5.1 Rente Mutatie reserves 7.1 Mutatie reserves Gerealiseerd resultaat
Kolomlabels STR 46.024.109 28.412.248 171.409 320.478 12.384.936 971.435 517.769 235.923
INC 1.273.329 115.997
3.009.910 -46.224.284 -54.803 -500 -257.274 -9.837.073 -35.792.251 -282.383
-9.200 -9.200 -209.375
86.103 612.087 23.151
370.050 65.941 -948.903 -25.669 -23.334 -165.098 0 -192.639 -359.018 -36.387 -146.758 -233.692 -233.692 90.734
Gerealiseerd resultaat 47.297.437 28.528.245 171.409 406.581 12.997.022 994.586 517.769 235.923 370.050 3.075.851 -47.173.187 -80.472 -23.834 -422.372 -9.837.073 -35.984.890 -641.401 -36.387 -146.758 -242.892 -242.892 -118.642
INC = Incidenteel; STR = Structureel
Toelichting incidentele exploitatieruimte Verschillen uit de kolom incidenteel van meer dan € 25.000 per economische categorie worden toegelicht. Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten) Het betreft kosten van tijdelijke medewerkers. Daarnaast is er een positief saldo voor aan- en verkoop verlofuren tegenover. Per saldo is er € 115.997 als incidenteel aangemerkt. 3.5.1 Ingeleend personeel (lasten) Het betreft inhuurkosten voor de uitvoering van het project ‘Samenwerking VRZ-GGD’. 3.8 Overige goederen en diensten (lasten) Dit betreffen kosten voor de uitvoering van projecten die gedekt worden uit de reserves, het project ‘’Samenwerking VRZ-GGD’ en het Europees project FIER. Daarnaast zijn er in de begroting kosten als incidenteel aangemerkt bijvoorbeeld de inhaalslag chauffeurstrainingen (€30.000), inhaalslag oefenmaterialen (€ 50.000) en de uitrol nieuwe dienstkleding brandweer (€ 100.000). 7.2 Mutatie voorzieningen (lasten) Het betreft toevoegingen aan de voorzieningen RVU en verlofsparen, gerelateerd aan de aankoop van verlofuren. 7.3 Afschrijvingen (lasten) Het betreft de restwaarden van verkochte activa (zie ook 3.8 Overige goederen en diensten (baten).
54
Baten 3.8 Overige goederen en diensten (baten) Het betreft de verkoopopbrengsten van activa. 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten (baten) In 2025 is een incidentele gemeentelijke bijdrage ontvangen voor het project ‘Samenwerking VRZ-GGD’ van € 937.500. In 2025 is voor € 192.639 aan kosten gerealiseerd. Uitvoering van het project wordt voortgezet in 2026. 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden (baten) Het betreft ontvangsten van het UWV onder andere i.v.m. zwangerschapsverlof voor een bedrag van € 246.325. Meerjarige tijdelijke geldstromen waarvan de eindigheid vastligt vanwege een toekenningsbesluit worden beschouwd als incidentele baten, ook als de geldstroom (nog) langer is dan 3 jaar. Het betreft hier de bijdrage van de NV Westerscheldetunnel voor de tunneltraining (€ 75.000). Indien deze bijdrage wordt beëindigd is VRZ genoodzaakt de activiteiten die met deze middelen worden uitgevoerd stop te zetten en/of ombuigingen te realiseren. Daarnaast is hier de afboeking in 2025 van de post vooruitontvangen bedragen met een specifiek bestedingsdoel nucleair (€ 35.573) als incidentele dekking opgenomen. 4.3.7 Inkomensoverdrachten – Europese Unie (baten) Het betreft het Europees project FIER. 5.1 Rente (baten) Het betreft de rente op het schatkistbankieren. In 2026 ontstaat er een financieringsbehoefte. De rentebaten zullen afnemen.
7.1 Mutatie reserves (baten) Zie bijlage 2 voor een verdere toelichting op de onttrekkingen aan de reserves.
55
Structurele en incidentele lasten en baten per programma en economische categorie Som van Bedrag Rijlabels 1 Toekomstbestendige brandweerzorg Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 2.1 Belastingen 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden 5.1 Rente 7.2 Mutatie voorzieningen 7.3 Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.6 Huren 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden Mutatie reserves 7.1 Mutatie reserves 2 Voorbereide crisisorganisatie Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden 5.1 Rente 7.2 Mutatie voorzieningen 7.3 Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4,3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden 4.3.7 Inkomensoverdrachten - Europese Unie Mutatie reserves 7.1 Mutatie reserves 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 2.1 Belastingen 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden 5.1 Rente 7.2 Mutatie voorzieningen 7.3
Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.6 Huren 3.8 Overige goederen en diensten 4,3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten - gemeenten 4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden 5.1 Rente 4 Algemene dekkingsmiddelen Baten 4,3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten - gemeenten Gerealiseerd resultaat
Kolomlabels STR 30.294.044 30.597.800 17.310.486 169.245 136.630 9.299.283 685.652 127.831 204.216 2.664.457 -294.557 -500 -256.674 -37.383 -9.200 -9.200 5.616.585 5.498.400 4.009.347 26.674 966.921 251.544 220.482 1.173 22.261 118.185 -54.803 -600 418.588 -245.000
10.050.891 9.927.908 7.092.414 2.164 157.175 2.118.732 34.239 169.456 30.534 323.193 122.983
122.983
-46.170.895 -46.170.895 -10.378.644 -35.792.251 -209.375
INC Gerealiseerd resultaat 264.314 30.558.358 774.207 31.372.007 104.558 17.415.043 169.245 136.630 294.994 9.594.277 23.151 708.803 127.831 204.216 285.564 285.564 65.941 2.730.398 -367.345 -661.901 -14.224 -14.224 -500 -151.234 -407.908 -201.887 -239.269 -142.548 -151.748 -142.548 -151.748 -101.438 5.515.147 118.913 5.617.313 -9.190 4.000.158 26.674 114.290 1.081.210 251.544 220.482 1.173 13.813 13.813 22.261 -129.207 -11.022 -7.256 -62.059 -600 0 418.588 -85.564 -330.564 -36.387 -36.387 -91.144 -91.144 -91.144 -91.144 865.359 10.916.250 380.208 10.308.116 20.629 7.113.044 2.164 86.103 243.277 202.803 2.321.535 34.239 169.456 30.534 70.673 70.673 323.193 485.151 608.134 -4.189 -4.189 -23.334 -23.334 -13.864 -13.864 122.983 744.863 744.863 -71.567 -71.567 -146.758 -146.758 -937.502 -47.108.397 -937.502 -47.108.397 0 -10.378.644 -937.502 -36.729.753 90.734 -118.642
56
7. Balans per 31 december in Euro's Volg. no. 9.1 Activa 9.1.1
Omschrijving
31-12-2024
Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut
9.1.2
31-12-2025
Volg. no. 9.2 Passiva 9.2.1
22.499.825
Omschrijving
31-12-2024
Vaste passiva Eigen Vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten
22.341.719
31-12-2025
900.343 574.373
306.724 724.453
118.642
686.511
Totaal eigen vermogen
1.593.358
1.717.688
Voorzieningen
1.540.002
1.463.556
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
18.272.706
20.106.510
Totaal vaste passiva
21.406.066
23.287.754
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel Overige overlopende passiva
4.944.661
4.286.876
3.739.151 16.424
2.308.290 65.157
Totaal vlottende passiva
8.700.236
6.660.323
Totaal passiva
30.106.302
29.948.077
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar Overlopende activa
Liquide middelen Totaal vlottende activa
6.937.975
7.010.502
663.086
593.283
5.416
2.573
7.606.477
7.606.358 9.2.2
Totaal activa
30.106.302
29.948.077
57
8. Grondslagen van resultaatbepaling en waardering Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het Algemeen Bestuur op 11 december 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de VRZ. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaats vindt; daarbij moet worden gedacht aan overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van eenmalige schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV. Dat betekent dat: − −
−
De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties; De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 11 april 2025 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het bestuur zijn gemeld. Een verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheid van 2% (zijnde € 945.949) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen.
58
Balans Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen en worden conform de financiële verordening geactiveerd als de waarde meer dan €10.000 (incl. btw) bedraagt. Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. De afschrijving van de activa vindt lineair plaats op basis van een volledig kalenderjaar met inachtneming van de verwachte gebruik- of nuttigheidsduur. Afschrijvingen van nieuwe investeringen vinden voor het eerst plaats in het jaar volgend op de aanschafdatum. De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd: a. maximaal 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen; b. maximaal 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen, groot gereedschap, vaartuigen S&R (model KNRM); c. maximaal 20 jaar: liften, haakarmvoertuigen, dompelpompunits, hoogwerkers en redvoertuigen na revisie, waterwagens en natuurbrandbestrijdingsvoertuigen; d. maximaal 17 jaar: tankautospuiten, hulpverleningsvoertuigen; e.
maximaal 15 jaar: nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, dakbedekking, luchtbehandelingsinstallaties, cv-installaties, elektrische installaties (gebouwen), productiemachines en/of apparatuur, vaartuigen, redvoertuigen (hoogwerkers en autoladders); f. maximaal 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, verbindingen, overige elektrische installaties, kantoormeubilair, groot onderhoud bedrijfsgebouwen, kozijnen, netwerkbekabeling, glasvezelverbinding, verlichtingsvoorzieningen, hydraulische redmiddelen, ademluchtvulstations, klim- en hijsmiddelen, valbeveiliging, personen- en materiaalbussen, personenauto’s, aanhangwagens, (test) ademluchtapparatuur, kleding jeugdbrandweer, bluspakken, blushelmen, gaspakken, vuilwerkpakken, zaagkleding, redvesten, survivalsuits, kettingzagen, aggregaten, duikapparatuur/materiaal, stralingsmeetapparatuur; g. maximaal 8 jaar: hefmiddelen, CO-meetapparatuur, explosiemeetapparatuur, handlampen oplaadbaar, vluchtmaskers, paxtassen/AED’s; h. maximaal 7 jaar: warmtebeeldcamera’s, portofoons/mobilofoons, airbaghoezen; i. maximaal 5 jaar: lichte motorvoertuigen, software, alarmontvangers/pagers, laarzen en handschoenen; j. maximaal 4 jaar: apparatuur t.b.v. kantoorautomatisering; k. maximaal 2 jaar: (mobiele) telefoons; l. niet: gronden en terreinen.
Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Uiteenzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en overlopende activa Waardering vindt plaats tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen Deze activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen zijn gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.
59
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom), verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en vlottende passiva Waardering vindt plaats tegen de nominale waarde. Resultaat Het saldo van de programmarekening 2025 is op de balans verantwoord onder de post ‘Gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten’.
60
9. Toelichting balans 9.1 Activa 9.1.1 Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut
Materiële vaste activa (in Euro's) Boekwaarde 01-01-2025 Investeringen Waardeverminderingen Desinvesteringen Bijdragen van derden direct gelieerd aan een actief Desinvesteringen cumm. afschrijvingen Afschrijvingen Saldo per 31 december 2025
Vervoermiddelen 12.694.295 2.219.289 0 -1.348.779 0 1.282.838 -1.387.495 13.460.147
Machines, apparaten, Overige installaties materiële activa 4.368.472 3.131.981 417.350 532.405 0 0 -181.581 0 0 0 181.581 0 -908.426 -619.722 3.877.395 3.044.664
Bedrijfsgebouwen 1.459.385 65.000 0 0 0 0 -94.267 1.430.118
Gronden en terreinen 687.500 0 0 0 0 0 0 687.500
Totaal 22.341.633 3.234.043 0 -1.530.360 0 1.464.419 -3.009.910 22.499.825
De afschrijving van de activa vindt lineair plaats op basis van een volledig kalenderjaar met inachtneming van de verwachte gebruik- of nuttigheidsduur. 9.1.2 Vlottende activa Vorderingen (in Euro's) Vorderingen op openbare lichamen Vorderingen niet-openbare lichamen Totaal vorderingen
31-12-2025 6.862.943 75.032 6.937.975
31-12-2024 6.851.921 158.581 7.010.502
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar (in Euro's) Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Overige verstrekte kasgeldleningen Uitzettingen in 's Rijks schatkist (< 1 jaar) Rekening-courantverhouding Rijk Rekening-courantverhouding met niet-financiele instellingen Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier (< 1 jaar) Overige vorderingen Overige uitzettingen Totaal uitzettingen (< 1 jaar)
31-12-2025 386.853 0 0 6.476.090 0 0 0 75.032 0 6.937.975
31-12-2024 693.735 0 0 6.158.186 0 0 0 158.581 0 7.010.502
Specificatie vorderingen (in Euro's) Debiteuren Nog te ontvangen bedragen SGB Nog te ontvangen energiekosten gemeenten Nog te ontvangen bijdrage Rijk inzake declaratie Covid-19 Rekening-courant Rijk (Schatkistbankieren) Nog te ontvangen bedragen Totaal vorderingen
31-12-2025 68.816 119.086 141.380 0 6.476.090 132.603 6.937.975
31-12-2024 437.008 59.347 27.100 42.409 6.158.186 286.452 7.010.502
Deze post kan als volgt worden gespecificeerd:
61
Specificatie debiteuren (in Euro's) Debiteuren exclusief voorziening Voorziening dubieuze debiteuren Debiteuren inclusief voorziening
31-12-2025 68.816 0 68.816
31-12-2024 437.008 0 437.008
De afwikkeling van de debiteuren en het restant van de overige vorderingen heeft een normaal verloop. Het saldo ultimo 2025 van de vorderingen op openbare lichamen wordt grotendeels verklaard door een rekeningcourantverhouding met het Ministerie als gevolg van het schatkistbankieren (€ 6.476.090), overige nog te ontvangen bijdrage gemeenten en overheidsinstellingen (€ 60.000), nog te ontvangen rente schatkistbankieren (€ 42.279), nog te ontvangen vergoeding Truckkartel (€ 64.000) en nog te ontvangen ERDF subsidie vanuit Europa (€ 20.172). Overlopende activa (in Euro's): Nog te ontvangen bedragen en vooruitbetalingen van/aan overheidslichamen Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen Totaal
31-12-2025 0 663.086 663.086
31-12-2024 872 592.411 593.283
31-12-2025 603.808 59.278 663.086
31-12-2024 570.872 22.411 593.283
Deze post kan als volgt worden gespecificeerd: Overlopende activa (in Euro's): Overige vooruitbetaalde bedragen Overlopende activa Totaal
De vooruitbetaalde bedragen bestaan voornamelijk uit kosten voor software licenties en opleidingen/trainingen binnen de brandweer. Liquide middelen Liquide middelen (in Euro's) Bank Totaal
31-12-2025 5.416 5.416
31-12-2024 2.573 2.573
Deze liquide middelen zijn vrij opneembaar. VRZ heeft een kredietfaciliteit van 2,4 mln. bij de BNG.
62
Schatkistbankieren Decentrale overheden zijn verplicht om hun overtollige middelen in 's Rijks schatkist aan te houden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag, afhankelijk van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is gelijk aan 2% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 mln. De drempel is nooit lager dan € 1 mln. De benutting van het drempelbedrag wordt berekend als gemiddelde over alle dagen in het kwartaal. Gemiddeld mag een decentrale overheid maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist hebben gehouden. Voor VRZ wordt de berekening en de benutting van het drempelbedrag hieronder weergegeven. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)
Drempelbedrag
1.000
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
1
2
36
3
(3a) = (1) > (2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag
999
998
964
997
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
-
-
-
-
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
45.898
(2)
(1) Berekening drempelbedrag (4a) (4b) (4c)
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het Drempelbedrag drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.
45.898 -
1.000
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 3
Kwartaal 4
120
173
3.297
258
90
91
92
92
1
2
36
3
63
9.2 Passiva 9.2.1 Vaste passiva Algemene reserve Het positieve resultaat van € 686.516 over 2024 is conform het bestuursbesluit volledig toegevoegd aan de algemene reserve. De onttrekkingen aan de algemene reserve in 2025 hebben betrekking op de uitgestelde activiteiten 2024, die zijn benoemd in het voorstel voor resultaatbestemming 2024, en die in 2025 geheel of gedeeltelijk tot uitvoering zijn gekomen. Algemene reserve (in Euro's) Saldo
31-12-2025 900.343
31-12-2024 306.724
Algemene reserves (in Euro's) Beginsaldo Bij: toevoeging Af: onttrekking Saldo per 31-12
31-12-2025 306.724 686.516 -92.897 900.343
31-12-2024 899.719 0 -592.995 306.724
31-12-2025 724.453 0 -150.080 0 574.373
31-12-2024 1.285.016 0 -560.563 0 724.453
Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves (in Euro's) Beginsaldo Bij: toevoeging Af: onttrekking Af: vrijval Saldo per 31-12
De bestemmingsreserves zijn als volgt onderverdeeld: Bestemmingsreserves
Saldo per 01-01-2025
Resultaat 2025
Reserve Meldkamer Reserve Uitgestelde activiteiten Reserve Maritieme Veiligheid Reserve Dekking afschrijving
172.154 27.641 365.338 159.320
-
Saldo mutaties 2025
724.453
-
Toevoegingen
Onttrekkingen
Vrijval
Saldo per 31-12-2025
-
23.151 3.665 114.064 9.200
-
149.003 23.976 251.274 150.120
-
150.080
-
574.373
Reserve Meldkamer De Reserve meldkamer wordt gebruikt voor het, in samenwerking met VRMWB, op een verantwoord niveau brengen en in stand houden van de huidige Meldkamer Zeeland-Brabant (= Operationeel Centrum Brandweer (OCB)). Veiligheidsregio Zeeland heeft in 2018 een eenmalige rijksbijdrage van € 1.003.000 ontvangen ter dekking van frictie- en desintegratiekosten. Voor de onttrekkingen 2025 wordt verwezen naar de recapitulatie onttrekkingen reserves. Reserve Uitgestelde activiteiten De reserve uitgestelde activiteiten is gevormd uit het resultaat 2020 met als doel om t/m 2025 achterstallige activiteiten door Covid-19 alsnog plaats te laten vinden en deze te financieren vanuit de bestemmingsreserve. Voor de onttrekkingen 2025 wordt verwezen naar de recapitulatie onttrekkingen reserves. Reserve Maritieme Veiligheid Deze reserve is gevormd vanuit het restant van de programmagelden Maritieme Veiligheid. Dit programma is gestopt per 1 april 2022. Met goedkeuring van het Bestuur en de Raden zijn de resterende gelden is een bestemmingsreserve gestopt met als doel Maritieme Veiligheid verder te ontwikkelen en achterstallige trainingen in te halen. Reserve Dekking afschrijving In 2016 is een toevoeging gedaan van € 230.000 ter dekking van de afschrijvingslasten van de verbouwingen van de kazernes Middelburg Stromenweg en Borssele Quistenburg.
Dit omdat geen sprake is van ‘reguliere vervanging’ na 64
de afschrijvingstermijn. De onttrekkingen hebben betrekking op de dekking van de afschrijvingslasten van bovenstaande investeringen. Voorzieningen Voorziening RVU Aansprakelijkheid schadeclaims Verlofsparen Totaal
Saldo per 01-01-2025 237.706 575.000 650.850
1.463.556
Toevoegingen
Onttrekkingen
24.156 0 357.411 381.567
132.881 0 172.240
172.240
Saldo per 31-12-2025 128.981 575.000 836.021 1.540.002
Voorziening Regeling vervroegd uittreden (RVU) Op 30 mei 2023 is in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) een afspraak gemaakt over een tijdelijke RVU (Regeling voor Vervroegde Uittreding). De regeling geldt vanaf 1 januari 2025. De regeling geldt voor medewerkers die: • •
Voor 1 januari 2029 de AOW-leeftijd bereiken; Op het moment van RVU-ontslag minimaal 40 jaar bij de overheid gewerkt hebben, waarvan de laatste 10 jaar in dienst van een Veiligheidsregio;
De afspraak over deelname moet uiterlijk 31 december 2025 zijn vastgelegd en de duur van de uitkering is maximaal 24 maanden. Op basis van deze voorwaarden is een selectie gemaakt van medewerkers die aanspraak mogen maken op deze regeling. In de dotatie zijn alleen de uitkeringen opgenomen van medewerkers die hebben aangegeven gebruik te willen maken van deze regeling en van medewerkers die nog geen keuze gemaakt hebben. Voorziening Aansprakelijkheid schadeclaims Als gevolg van het gebruik van PFAS houdend blusschuim op een locatie in Borsele is VRZ aansprakelijk gesteld voor mogelijke hieruit voortvloeiende schade. Hiervoor is een voorziening gevormd die gedurende het jaar niet aangesproken hoefde te worden. In het verslagjaar is VRZ door een ontwikkelaar, samen met andere betrokken partijen, aansprakelijk gesteld in verband met PFAS-verontreiniging op een andere locatie die geen eigendom is van VRZ. VRZ erkent deze aansprakelijkheid niet en is hierover in overleg. Per saldo zijn per ultimo 2025 teveel onduidelijkheden en onzekerheden waardoor aanpassing van deze voorziening niet noodzakelijk wordt geacht. Voorziening Verlofsparen Met ingang van 1 januari 2022 heeft een wijziging in de cao van de veiligheidsregio’s plaatsgevonden waarbij het mogelijk is geworden bovenwettelijke verlofuren op te sparen, zonder dat deze uren naar vijf jaar vervallen (artikel 6.3A CAR UWO).
Het gevolg van deze wijziging is dat wettelijk is bepaald dat voor de bovenwettelijke verlofuren met een onregelmatig verloop een voorziening gevormd en jaarlijks bijgewerkt moet worden. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onder de vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer zijn de langlopende leningen opgenomen met een looptijd van één jaar of langer.
65
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Saldo 1 januari (in Euro's) 2025 Vermeerderingen Onderhandse leningen van:
Aflossingen
Saldo per 31 december 2025
Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Binnenlandse bedrijven
20.106.510 0
0 0
1.833.804 0
18.272.706 0
Totaal vaste schulden
20.106.510
0
1.833.804
18.272.706
In 2025 bedroeg de rentelast voor de leningen € 233.925.
66
9.2.2 Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar (in Euro's) Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen Overige kasgeldleningen Banksaldi Overige schulden Totaal
31-12-2025 0 0 10.589 4.934.071 4.944.660
31-12-2024 0 0 478 4.286.398 4.286.876
31-12-2025 1.242.914 1.621.121 2.033.230 36.805 10.589 4.944.660
31-12-2024 1.005.734 1.259.421 1.971.558 49.685 478 4.286.876
Deze post kan als volgt worden gespecificeerd: Kortlopende schulden (in Euro's) Crediteuren Nog te betalen bedragen Belastingdienst, loonheffingen en sociale lasten Belastingdienst, omzetbelasting Credit saldo BNG Totaal
In de post crediteuren zijn geen bedragen opgenomen die langdurig open staan. De nog te betalen bedragen bestaan onder andere uit na te betalen salarissen als gevolg van de primo 2026 afgeronde CAO-onderhandeling die met terugwerken kracht per 1 augustus 2025 ingaan (€ 491.027), nog te betalen vergoedingen brandweervrijwilligers 2025 (€ 513.684), rente langlopende leningen (€ 197.908), afrekening gebruikerskosten Koegors 2025 (€ 171.383) en nog te betalen onderhoudskosten voertuigen (€ 55.101). Overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel Van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangt VRZ voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Onder de overlopende passiva Projecten worden bijdragen van derden opgenomen waarvan de besteding gebonden is. Het verloop van deze post in het boekjaar is als volgt: Projectomschrijving (in Euro's) 1 Project Nucleaire Veiligheid 2 Project Samenwerking VRZ-GGD 3 Project Weerbaarheid 4 Versterking Crisisbeheersing en informatievoorziening
Totaal
01-01-2025 35.573 0 0 2.272.717 2.308.290
Toevoegingen Realisatie 2025 0 0 744.863 0 180.000 0 541.571 0 1.466.434 0
Vrijgevallen / terugbet. bedragen 35.573 0 0 0 35.573
31-12-25 0 744.863 180.000 2.814.288 3.739.151
Project Nucleaire Veiligheid Voor de verbetering van de voorbereiding door de veiligheidsregio’s op kernongevallen is in het verleden door het Rijk geld beschikbaar gesteld. De ontvangen gelden zijn gedurende 2025 volledig vrijgevallen. Met de middelen is de evaluatie van de nationaal nucleaire oefening (NNO) bekostigd. Project Samenwerking VRZ-GGD Voor de totale ontwerpfase van de samenwerking VRZ-GGD is in 2025 een incidentele gemeentelijke bijdrage ontvangen. Aanvang van deze fase heeft pas in de 2e helft van 2025 plaatsgevonden. Uitvoering van de vervolgwerkzaamheden schuiven door naar 2026. Met de gemeenten is een terugbetaalverplichting afgesproken als de geoormerkte middelen niet worden besteed. Het voordeel wordt daarom gereserveerd op de balans. Versterking Crisisbeheersing en informatievoorziening In 2023 heeft er een landelijke verhoging van € 83 miljoen plaatsgevonden in de BDUR voor crisisbeheersing. Dit geld is bedoeld om Veiligheidsregio’s beter voorbereid te laten zijn op toekomstige rampen en crises, onder meer door het versterken van het fundament, netwerk, platform en de informatiefunctie. Daarnaast is de bijdrage ook bedoeld om flexibele netwerksamenwerking tussen regio’s en met het Rijk en andere crisispartners te realiseren. Tot slot is er 67
ook geld beschikbaar gesteld voor de inrichting van een knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk, dat 24/7 ondersteuning biedt in coördinatie en informatiemanagement tussen regio’s, het Rijk en crisispartners. VRZ heeft in 2025 € 1.744.060 ontvangen voor crisisbeheersing en voor informatievoorziening. De bestedingen in 2025 worden verantwoord via de SiSa-regeling. Volgens de voorwaarden van de BDUR mag het niet bestede bedrag worden verantwoord via de balans, onder de post ‘overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel’. Weerbaarheid De ontwikkeling van noodsteunpunten en burgerhulpverlening heeft hoge prioriteit bij Rijk, veiligheidsregio’s en gemeenten. In de eerste helft van 2025 is in samenwerking tussen Veiligheidsberaad, VNG en het ministerie van JenV ambtelijk en bestuurlijk verkend welke uitgangspunten voor noodsteunpunten wenselijk zijn. Parallel hieraan heeft het kabinet bij de Voorjaarsnota middelen vrijgemaakt voor het versterken van weerbaarheid, waarbij het ontwikkelen van noodsteunpunten belangrijk is. Op de bestuurlijke tafel weerbaarheid van 9 juli 2025 hebben de minister van JenV, en vertegenwoordigers van VNG en Veiligheidsberaad afgesproken om in gezamenlijkheid te komen tot een voorstel voor een pilotfase.
In een notitie (“Bestuurlijke afspraken versterking regionale en lokale weerbaarheid in het kader van crisisbeheersing) is één integraal voorstel verwerkt voor de kaders voor noodsteunpunten, een aanpak met regionale pilots met landelijke projectorganisatie, en omschrijving van de financiële kaders. Beoogd wordt om hiermee een gefaseerde aanpak te realiseren die moet leiden tot een landelijk netwerk. VRZ heeft in 2025 € 180.000 ontvangen voor de pilotfase ontwikkeling noodsteunpunten. Overige overlopende passiva Overlopende passiva (in Euro's) Overige vooruitontvangen bedragen Totaal
31-12-2025 16.425 16.425
31-12-2024 65.157 65.157
9.3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Voor de komende jaren zijn we verbonden aan een aantal, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste verplichtingen: Rijlabels Advies en onderzoek Bijdragen derde Contributies en abonnementen Datacommunicatie Huren Licenties Onderhoud apparatuur Onderhoud gebouwen Opleiden/trainen/oefenen Overige Personeel van derden Verzekeringen ICT middelen Inventaris kazernes Natuurbrandbestrijdingsvoertuigen Nieuwbouw Goes-West Overige voertuigen Persoonlijke beschermingsmiddelen TS6 en SB-voertuigen Totaal NIBOV
Som van bedrag 307.813 1.065.537 265.040 309.481 189.158 1.065.866 237.956 121.128 1.285.371 293.485 100.310 56.937 44.936 18.971 2.632.948 108.537 480.457 16.030 22.160.775 30.760.735
68
10. Wet Normering Topinkomens 2025 De WNT is van toepassing op Veiligheidsregio Zeeland. Het voor Veiligheidsregio Zeeland toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. 1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling. Gegevens 2025 bedragen x € 1
J. Gaemers
Functiegegevens
Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2025 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?
01-01 t/m 31-12 0,815 ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 169.788
Voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn
€ 19.177
Subtotaal
€ 188.965
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€ 200.399
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging
N.v.t. € 188.965
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Gegevens 2024 bedragen x € 1
J. Gaemers
Functiegegevens
Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2024
01-01 t/m 31-12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
0,77
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 132.383
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 17.904
Subtotaal
€ 150.287
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€ 178.711
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging
N.v.t. € 150.287
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
69
1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder Topfunctionarissen inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder. Gegevens 2025 Naam topfunctionaris
Functie
H.J.A. van Merrienboer (burgemeester van Terneuzen)
Voorzitter AB (01-01 t/m 31-12)
G.M. Dijksterhuis (burgemeester van Borsele)
Lid AB (01-01 t/m 31-12)
C.H. van den Bos (burgemeester van Goes)
Lid AB (01-01 t/m 31-12)
Y.P. van Mastrigt (burgemeester van Middelburg)
Lid AB (01-01 t/m 31-12)
I.M.M. Jense – van Haarst (burgemeester van Hulst)
Lid AB (01-01 t/m 31-12)
C. Jansen op de Haar (burgemeester van Kapelle)
Lid AB (01-01 t/m 31-12)
G.L. Meeuwisse (burgemeester van Noord-Beveland)
Lid AB (01-01 t/m 31-12)
J. van Egmond (burgemeester van Reimerswaal)
Lid AB (01-01 t/m 01-04)
J.J. Luteijn (burgemeester van Reimerswaal)
Lid AB (02-04 t/m 31-12)
J.C. van der Hoek (burgemeester van Schouwen-Duiveland)
Lid AB (01-01 t/m 31-12)
M.M.D. Vermue (burgemeester van Sluis)
Lid AB (01-01 t/m 31-12)
M.L.P. Sijbers (burgemeester van Tholen)
Lid AB (01-01 t/m 31-12)
F.J. van Doesburg – Schouwenaar (burgemeester van Veere)
Lid AB (01-01 t/m 31-12)
A.R.B. van den Tillaar (burgemeester van Vlissingen)
Lid AB (01-01 t/m 31-12)
1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is
Gegevens 2025 J. Gaemers is werkzaam in dienstbetrekking bij de volgende WNT-plichtige instellingen als topfunctionaris niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris
Datum aanvang Naam WNT-instelling dienstbetrekking
Totale bezoldiging per WNTinstelling (bedragen x € 1)
Gegevens per WNT-instelling
01-08-2023
Veiligheidsregio Zeeland
€ 188.965
06-06-2019
GGD Zeeland
€ 32.891
Gecumuleerde totale bezoldigingen bij alle WNT-instellingen gezamenlijk i.v.m. anticumulatiebepaling
€ 221.856
Het algemeen bezoldigingsmaximum dan wel een voor één van de dienstbetrekkingen van toepassing zijnde hoger bezoldigingsmaximum.
€ 246.000
Gegevens overschrijding en eventuele onverschuldigde betaling
N.v.t.
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
70
Gegevens 2024 J. Gaemers is werkzaam in dienstbetrekking bij de volgende WNT-plichtige instellingen als topfunctionaris niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris
Datum aanvang Naam WNT-instelling dienstbetrekking
Totale bezoldiging per WNTinstelling (bedragen x € 1)
Gegevens per WNT-instelling
01-01-2020
Veiligheidsregio Zeeland
€ 150.287
06-06-2019
GGD Zeeland
€ 54.764
Gecumuleerde totale bezoldigingen bij alle WNT-instellingen gezamenlijk i.v.m. anticumulatiebepaling
€ 205.051
Het algemeen bezoldigingsmaximum dan wel een voor één van de dienstbetrekkingen van toepassing zijnde hoger bezoldigingsmaximum.
€ 233.000
Gegevens overschrijding en eventuele onverschuldigde betaling
N.v.t.
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individuele toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. In 2025 zijn geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.
71
11. Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 11 april 2025 vastgestelde normenkader van relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 945.949.
De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025. Bevinding Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 688.535 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 945.949. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het Dagelijks Bestuur een bedrag van € 519.359 acceptabel op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde afspraken. In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota Rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie zij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
72
12. Vaststelling jaarrekening 2025 Dagelijks Bestuur De jaarrekening 2025 is vastgesteld en aangeboden aan het Algemeen Bestuur op …... Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland, De secretaris,
de voorzitter,
J. Gaemers
F.M. Weerwind
Algemeen Bestuur De jaarrekening 2025 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland in de openbare vergadering van ……... Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland, De secretaris,
de voorzitter,
J. Gaemers
F.M. Weerwind
73
13. Gebeurtenissen na balansdatum CAO Veiligheidsregio’s Na balansdatum zijn de onderhandelingen over de nieuwe CAO Veiligheidsregio’s afgerond. In de CAO is een structurele loonsverhoging overeengekomen van 4,1% per 1 augustus 2025. De financiële impact van de overeengekomen loonontwikkeling op het verslagjaar 2025 is reeds volledig verwerkt in de cijfers per 31 december 2025. De formele bekrachtiging van de nieuwe CAO in 2026 zal derhalve geen aanvullende invloed hebben op het resultaat over 2025.
74
14. Overige gegevens Controleverklaring accountant --
75
15. Bijlagen Bijlage 1 Realisatie begrote investeringen 2025 Rijlabels INV 001 C2000 Portofoons,mobilofoons,luistersets INV 002 ICT INV 003 Bluskleding INV 004 Inventaris kazernes INV 005 Natuurbrandbestrijdingsvoertuigen (NBT's) INV 006 TS6 en SB-voertuigen INV 007 Logistieke voertuigen INV 013 Paxtas/AED's INV 015 MDT's (Ipads op de voertuigen) INV 016 Ipads brandweer ROL INV 017 Midlife vervanging banden + straalpijpen INV 019 Handlampen oplaadbaar INV 020 Precom-schermen INV 022 Duikmaterialen INV 025 Voertuigen waterongevallenteams INV 027 Dienstbussen INV 029 Dienstauto's (klein) INV 031 Hoogwerkers / Redvoertuigen INV 032 Waterwagens INV 036 I&A Telefoons INV 039 Energiebesparende maatregelen INV 041 Ademluchtmaskers INV 044 Werkplaatsinirchting MTL INV 048 Kettingzagen en zaagkleding INV 055 Redvesten INV 058 Blushelmen INV 059 Blushandschoenen INV 060 Bluslaarzen INV 069 Investeringsbijdragen nieuwe kazernes INV 075 Voorbereiding nieuwbouw kantoor Goes-West Eindtotaal
Budget 2025 61.200 215.900 76.400 118.600 0 160.000 441.500 58.800 39.303 27.901 61.200 34.400 30.600 86.683 0 0 94.100 2.139.000 0 45.380 164.720 5.600 39.700 2.600 4.000 35.000 33.200 97.700 65.000 1.626.000 5.764.487
Realisatie 2025 0 224.203 79.091 130.677 6.285 295.447 441.150 53.004 26.229 22.524 53.118 12.224 29.657 86.613 1.683 13.936 94.118 2.164.073 44.271 49.508 0 5.536 33.121 5.979 3.775 31.711 32.318 70.464 65.000 72.334 4.148.048
Verschil Status AT 61.200 -8.303 Activeren 4 -2.691 Activeren 10 -12.077 Activeren 10 -6.285 OHW 17 -135.447 Activeren/OHW 2 350 Activeren 10 5.796 Activeren 8 13.074 Activeren 4 5.377 Activeren 4 8.082 Activeren 8 22.176 Activeren 8 943 Activeren 5 71 Activeren 7 -1.683 OHW -13.936 OHW -18 Activeren 10 -25.073 Activeren 15 -44.271 OHW -4.128 Activeren 4 164.720 64 Activeren 10 6.579 Activeren 10 -3.379 Activeren 10 225 Activeren 10 3.289 Activeren 10 882 Activeren 5 27.236 Activeren 5 0 Activeren 25 1.553.666 OHW 1.616.439
Op de investeringen is er € 1.616.439 minder uitgeven dan begroot. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget (na wijziging) worden toegelicht. INV 001 C2000 Portofoons, mobilofoons en luistersets € 61.200 V We hebben 2e hands communicatie-apparatuur ‘om-niet’ overgenomen van een andere Veiligheidsregio. Het is daardoor niet nodig geweest om in 2025 nieuwe apparatuur aan te schaffen. INV 006 TS6 en SB-voertuigen € 135.447 N Het betreft een investering in bepakking voor nieuwe TS-en die in 2026 zullen worden geleverd. De uitgaven staan onder ‘onderhanden werk’. INV 031 Hoogwerkers / redvoertuigen € 25.073 N De meerkosten zijn het gevolg van het toevoegen van een ademlucht-systeem in de korf. Hiermee was in de oorspronkelijke inkooporder geen rekening gehouden. INV 032 Waterwagens € 44.271 N Het betreft een investering in bepakking voor nieuwe waterwagens die naar verwachting in 2027 zullen worden geleverd. De uitgaven staan onder ‘onderhanden werk’.