RabobankBijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
In de noordelijke helft van het plangebied worden de kreekbeddingafzettingen rond 2,00 – 2,10 m -mv/ 0,54 - 0,78 m NAP met een scherpe overgang afgedekt door een circa 1 m dikke, heterogene laag waarvan onduidelijk is of deze een volledig natuurlijke oorsprong heeft. In boring 3 betreft dit een pakket sterk siltig, kalkrijk natuurlijk zand met brokken siltige, soms humeuze klei. In boring 4 betreft het eerder sterk zandige klei met veel dunne zandlagen, schelpfragmenten en sporen van baksteen, kiezel en houtskool. De laag zou opgeworpen kunnen zijn, maar het is niet uit te sluiten dat dit ook al natuurlijke afzettingen zijn van de havengeul. De hierboven gelegen lagen zijn met zekerheid opgebracht. In boringen 1, 3 en 4 is in de opgebrachte grond een cultuurlaag aangetroffen. In boring 1 bestaat deze uit sterk siltig, zwak humeus, kalkrijk zand met sporen van baksteen, kolenas en kiezel. Het betreft hier een 0,85 m dikke laag met de onderzijde op een diepte van 1,35 m -mv/ 0,38 m +NAP, waar zij de bovengenoemde verdroogde, compacte laag afdekt. In boringen 3 en 4 is nog slechts een 0,10 – 0,15 m dun restant van een cultuurlaag over. Hier betreft het zwak tot matig siltig zand met sporen van baksteen, houtskool en kolenas; hier ligt de onderzijde op respectievelijk 0,85 m mv/ 0,71 m +NAP (boring 3) en 1,05 m -mv/ 0,17 m +NAP (boring 4).
52
ARTEFAC T RAPPORT 658
HULST STATIONSWEG 14
In boring 2, in het oosten van het plangebied, worden de kreekbeddingafzettingen op 1,75 m -mv/ 0,02 m -NAP afgedekt door meerdere lagen opgebracht zand met hierin baksteen en soms kalkmortel. Zeker de onderste lagen bevatten veel puin. Een cultuurlaag is in boring 2 niet waargenomen. Geroerde bovengrond De cultuurlaag in boringen 1, 3 en 4 wordt afgedekt door een of meer pakketten verstoorde grond dan wel opgebracht materiaal. In boring 1 betreft dit teelaarde tot een diepte van 0,50 m -mv/ 1,23 m +NAP; in boringen 3 en 4 betreft dit behalve teelaarde ook een laag bouwzand en (in boring 3) een slooplaag. In dit noordelijke deel van het plangebied reikt de geroerde bovengrond al met al tot een diepte van 0,70 m -mv/ 0,86 m +NAP (boring 3) dan wel 0,95 m -mv/ 0,27 m +NAP (boring 4). In het oosten van het plangebied, ter plaatse van boring 2, worden de lagen opgebrachte grond afgedekt door een verhardingslaag, bouwzand en klinkers. Deze reiken gezamenlijk tot een diepte van 0,50 m -mv/ 1,23 m +NAP.
3.3
Archeologie
De vermoedelijke dijk of kade waarvan in het zuiden van het plangebied resten zijn aangetroffen (zie paragraaf 3.2), is opgeworpen op de kreekbeddingafzettingen die zijn afgezet in de 18 de -eeuwse havengeul. Hieruit volgt dat de dijk of kade is opgeworpen tijdens of na het verlandingsproces dat in de loop van de 18de eeuw in de havengeul optrad. De cultuurlaag is aangetroffen in opgeworpen grond op de dijk of kade (in boring 1) dan wel op de kreekbeddingafzettingen (boringen 3 en 4) en dateert zodoende van na het verlandingsproces. Tijdens het verkennend booronderzoek zijn in alle boringen archeologische indicatoren aangetroffen in de opgebrachte lagen. De relevante indicatoren zijn al aan de orde gekomen in paragraaf 3.2. Het betreft onder meer fragmenten of sporen van baksteen, kalkmortel, houtskool en kolenas. De indicatoren zijn niet scherp te dateren, maar de aanwezigheid van kolenas geeft wel aan dat deze cultuurlagen wellicht eerder in de 19 de eeuw zijn te plaatsen. In de natuurlijke afzettingen (d.w.z. de pakketten die met zekerheid als natuurlijk konden worden aangemerkt) zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Tijdens het booronderzoek zijn geen vondsten gedaan.
53
ARTEFAC T RAPPORT 658
4
Conclusie en Advies
4.1
Conclusie: beantwoording onderzoeksvragen
HULST STATIONSWEG 14
Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens uit het bureauonderzoek werd een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde booronderzoek kunnen de onderstaande onderzoeksvragen beantwoord worden en het verwachtingsmodel bijgesteld en verfijnd worden. ⎯ Wat is de geo(morfo)logische situatie binnen het plangebied? In het plangebied is geërodeerd pleistoceen dekzand van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel) aanwezig. Het hoogst liggende restant hiervan is in het noorden van het plangebied aanwezig vanaf (vermoedelijk) 3,00 m -mv/ 1,83 m -NAP, in zuidelijke richting is de erosie (veel) dieper. Of er ooit Hollandveen in het plangebied aanwezig is geweest, valt als gevolg van erosie niet meer vast te stellen. In de Nieuwe Tijd hebben zich in het plangebied jonge kreekbeddingafzettingen van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk) gevormd. Deze zijn aanwezig vanaf 1,75 – 2,50 m -mv/ circa NAP – 1 m -NAP. Deze hebben zich waarschijnlijk afgezet in de 18de eeuw, toen zich net ten zuiden en/of deels binnen het plangebied een havengeul bevond. Deze stond in verbinding met een krekensysteem, dat in de Vroege Nieuwe Tijd ten westen van Hulst was ontstaan als gevolg van opzettelijke inundaties.
Het plangebied maakt deel uit van de noordelijke rand van de havengeul. De getijdenwerking in deze havengeul maakte dat oudere sedimenten geleidelijk zijn geërodeerd, maar ook dat er verlanding optrad. In het zuiden van het plangebied lijkt langs de verlandende havengeul op enig moment in de Midden of Late Nieuwe Tijd een kade of dijkje te zijn opgeworpen. Dit is aan te treffen vanaf 1,35 m -mv/ 0,38 m +NAP. Ook in de rest van het plangebied zijn na, of mogelijk al tijdens, het proces van verlanding meermaals lagen grond opgeworpen. Hierop kon in de Midden of Late Nieuwe Tijd een cultuurlaag ontstaan. In het noorden van het plangebied is deze aan te treffen vanaf 0,70 m -mv/ 0,86 m +NAP (boring 3) en 0,95 m -mv/ 0,27 m +NAP (boring 4). Ook in opgebrachte grond op het opgeworpen dijkje/kade (boring 1) is een cultuurlaag ontstaan. Deze is aanwezig vanaf 0,50 m -mv/ 1,23 m +NAP. Op basis van historische gegevens valt het dijkje mogelijk te relateren aan de duidelijke versmalling van de havengeul die had plaatsgevonden toen de Kadastrale Minuut werd opgesteld (figuur 18). De cultuurlaag valt mogelijk in verband te brengen met het historisch bekende agrarische gebruik van het plangebied in de 19 de eeuw. Vanaf de 20 ste eeuw zijn delen van het plangebied bebouwd, eerst ten behoeve van bewoning en in de 21 ste eeuw ten behoeve van een bankkantoor met parkeergelegenheid.
De aangetroffen lithostratigrafie wijkt af van het verwachtingsmodel dat was opgesteld op basis van het bureauonderzoek (paragraaf 2.6), in die zin dat het dekzand in het hele plangebied tot aanzienlijke diepte is geërodeerd en dat Hollandveen, als het al aanwezig was, daarmee ook is weggevaagd. ⎯ Is de bodem intact of werden verstoringen vastgesteld? Het dekzand is niet meer intact als gevolg van erosie door toedoen van kreekbeddingafzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Deze kreekbeddingafzettingen zijn in de Midden en Late Nieuwe Tijd afgedekt met meerdere antropogene lagen. De (onverstoorde) overgang tussen de natuurlijke afzettingen en antropogene niveaus ligt op 2,45 m -mv/ 0,72 m -NAP (boring 1), 1,75 m -mv/ 0,02 m -NAP (b0ring 2), 2,10 m -mv/ 0,54 m -NAP (boring 3) en 2,00 m -mv/ 0,78 m -NAP (boring 4). Deze antropogene lagen zijn plaatselijk tot op wisselende dieptes verstoord door (voormalige) bebouwing. De bouw van de onderkelderde woning Stationsweg 16 en van het onderkelderde bankkantoor heeft plaatselijk geleid tot verstoringen van 2,50 - 2,60 m -mv/ 0,70 - 0,80 m -NAP, waardoor de archeologisch relevante niveaus bovenop de natuurlijke afzettingen waarschijnlijk zijn vergraven. Dit is vermoedelijk ook het geval ter plaatse van de voormalige olietank ten oosten van het bankgebouw.
Onder niet-onderkelderde bouwdelen (zoals de zijvleugel van het bankkantoor) kunnen deze niveaus nog intact zijn. Verder valt rekening te houden met kleinere, plaatselijke verstoringen als gevolg van boomgroei, aanleg van kabels en leidingen of andere inrichting van het terrein vanaf de 20ste eeuw (zie paragraaf 2.3.2), maar deze reikt naar verwachting minder diep en zal niet alle archeologisch relevante niveaus hebben bereikt. De geroerde bovengrond reikt tot dieptes van 0,50 m -mv/ 1,23 m +NAP (boringen 1 en 2), 0,70 m -mv/ 0,86 m +NAP (boring 3) en 0,95 m -mv/ 0,27 m +NAP (boring 4).
54
ARTEFAC T RAPPORT 658
HULST STATIONSWEG 14
⎯ Werden binnen het plangebied (aanwijzingen voor de aanwezigheid van) vindplaatsen vastgesteld? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Er is in het zuiden van het plangebied (boring 1) een restant van een vermoedelijk dijkje of kade vastgesteld, dat waarschijnlijk in de loop van de Midden Nieuwe Tijd is opgeworpen op de natuurlijke afzettingen in de verlandende havengeul. De top van dit dijkje/kade is aan te treffen vanaf 1,35 m -mv/ 0,38 m +NAP; de onderkant ligt op 2,45 m mv/ 0,72 m -NAP. Dit valt eerder te benoemen als archeologisch fenomeen dan als vindplaats. Hetzelfde geldt voor de cultuurlaag die is aangetroffen in opgebrachte grond op de natuurlijke afzettingen. Deze cultuurlaag is aan te treffen vanaf 0,50 m -mv/ 1,23 m +NAP (boring 1), 0,70 m -mv/ 0,86 m +NAP (boring 3) en 0,95 m -mv/ 0,27 m +NAP (boring 4). ⎯ Bestaat binnen het plangebied een verwachting op het voorkomen van vindplaatsen? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Met andere woorden: kan het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek worden bijgesteld? Gezien de erosie van het pleistocene dekzand, die in het hele plangebied blijkt te hebben plaatsgevonden, kan de (middel)hoge verwachting voor de periode Paleolithicum tot en met Late Middeleeuwen worden bijgesteld naar laag.
De hoge verwachting voor de Nieuwe Tijd kan in een deel van het plangebied gehandhaafd blijven op basis van historische gegevens, met name kaartmateriaal van Hattinga. Hieruit valt af te leiden dat het plangebied in de 18de eeuw deel uitmaakte van de vestingwerken rond Hulst alsook van het terrein aan de haven. Het booronderzoek heeft dit niet onomstotelijk bevestigd, maar booronderzoek is niet de meest geschikte methode om een vindplaats op te sporen. Op basis van het booronderzoek geldt deze hoge verwachting veiligheidshalve direct onder de geroerde bovenlaag, vanaf circa 0,50 m -mv, tot op het niveau waar met zekerheid sprake is van natuurlijke afzettingen, oftewel tot circa maximaal 2,50 m -mv/ 0,80 m -NAP. Deze hoge verwachting voor de Nieuwe Tijd kan worden bijgesteld naar laag in delen van het plangebied die zijn verstoord door onderkelderde (recente) bebouwing; hier zal het archeologisch relevante niveau volledig zijn vergraven. Dit geldt voor het terrein ter plaatse van een deel van het bankkantoor (het deel met meerdere bouwlagen) en een terreindeel in het zuidoosten van het plangebied waar het woonhuis ‘Stationsweg 16’ stond. Het is aan te nemen dat ook ter hoogte van de ondergrondse tank ten oosten van het bankkantoor sprake is van een dergelijke diepe verstoring.
Het deel van het plangebied waar als gevolg van genoemde verstoringen een lage verwachting geldt, staat aangegeven op onderstaande advieskaart als vrij te geven gebied. ⎯ Worden de (vastgestelde of verwachte) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? De exacte details van de voorgenomen planontwikkeling zijn nog niet bekend, maar het is al wel duidelijk dat een groot deel van het plangebied diep ontgraven zal worden ten behoeve van onderkelderde nieuwbouw en een ondergrondse parkeergarage. In het deel van het plangebied waar momenteel nog geen sprake is van diepe verstoring, worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de planontwikkeling. In paragraaf 4.2 volgt een advieskaart waarop duidelijk wordt om welke zones het gaat. ⎯ Is het plangebied in voldoende mate onderzocht? Zo nee, welke vorm van vervolgonder zoek wordt geadviseerd? De archeologische waarde van een deel van het plangebied is niet in voldoende mate in kaart gebracht. Hier geldt een hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de Nieuwe Tijd en meer specifiek op resten van de vestingwerken en haveninfrastructuur. Indien hier bodemverstoringen gaan plaatsvinden, zal volgens de AMZcyclus vervolgonderzoek nodig zijn. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.2.
4.2
Advies
In bovenstaande hoofdstukken wordt het archeologisch potentieel binnen het plangebied geïllustreerd. Uit het bureau- en booronderzoek blijkt dat in een deel van het plangebied (aangegeven in oranje op onderstaande advieskaart) een hoge verwachting geldt op de aanwezigheid van archeologische resten uit de Nieuwe Tijd. Deze verwachting hangt samen met de ligging van het plangebied ter hoogte van de vestingwerken rond Hulst en ter hoogte van de 18de -eeuwse haven. Deze verwachting geldt vanaf circa 0,50 m -mv tot op het niveau waar met zekerheid sprake is van natuurlijke afzettingen van het Laagpakket van Walcheren, oftewel tot maximaal 2,50 m -mv/ 0,80 m -NAP.
55
ARTEFAC T RAPPORT 658
HULST STATIONSWEG 14
Indien in betreffende zone bodemverstoringen plaatsvinden die dieper reiken dan 0,50 m -mv, wordt archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Met betrekking tot de bestemmingsplanwijziging wordt dan ook geadviseerd voor dit deel van het plangebied de bestaande dubbelbestemming in stand te houden. Voor een kleiner deel van het plangebied (aangegeven in groen op onderstaande advieskaart) geldt een lage archeologische verwachting voor alle perioden, als gevolg van verstoringen. Voor dit deel wordt geadviseerd de dubbelbestemming te verwijderen. Hieruit volgt met betrekking tot de planvorming zoals weergegeven in paragraaf 1.4 en bijlage 4, dat vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht op die plaatsen waar dieper verstoord zal gaan worden dan 0,50 m -mv binnen het oranje gekleurde gebied op figuur 28. Conform de AMZ-cyclus (Archeologische Monumenten Zorg cyclus) dient het vervolgonderzoek te bestaan uit een karterend en/of waarderend inventariserend veldonderzoek. Meestal gebeurt dit in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven (karterende en waarderende fase), voorafgaand aan de ontwikkeling. Indien een voorafgaand proefsleuvenonderzoek niet mogelijk blijkt, kan het onderzoek ook onder de variant Archeologische Begeleiding worden uitgevoerd, een en ander ter beoordeling van de bevoegde overheid.
Voorafgaand aan vervolgonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat ter beoordeling en goedkeuring moet worden voorgelegd aan de bevoegde overheid. Tijdens een dergelijk gravend onderzoek kan de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van vindplaatsen, en de behoudenswaardigheid daarvan, vastgesteld worden. Op basis daarvan kan de bevoegde overheid een selectiebesluit nemen: vrijgeven, behoud in situ of opgraven.
Figuur 28 Advieskaart ten aanzien van vervolgonderzoek in het plangebied. In het oranje gekleurde gebied geldt een hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de Nieuwe Tijd. Bron: Esri Nederland, Jan Willem van Aalst – www.imergis.nl.
56
ARTEFAC T RAPPORT 658
HULST STATIONSWEG 14
Hierbij dient het volgende opgemerkt. Het is nooit uit te sluiten dat in zones waarvoor geen vervolgonderzoek is geadviseerd, toch relevante archeologische vindplaatsen in de bodem verborgen zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van toekomstige graafwerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet (2016). Om ervoor te zorgen dat aan deze wettelijke plicht wordt voldaan bij het eventueel aantreffen van sporen en/of vondsten tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, wordt verzocht om navolgende tekst in het uitvoeringsbestek op te nemen:
Archeologie Ondanks dat er bij het vooronderzoek geen behoudenswaardige archeologische waarden werden aangetroffen, is niettemin de kans aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf- en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016. Bij graafwerkzaamheden dient men dan ook attent te zijn op eventuele vondsten. Opdrachtgever verplicht de aannemers om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de werkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten direct te melden bij de bevoegde overheid.
Voorliggend rapport is beoordeeld en goedgekeurd door de bevoegde overheid.
57
ARTEFAC T RAPPORT 658
HULST STATIONSWEG 14
Lijst met figuren Figuur 1 Ligging in Nederland. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2020. .................................. 7 Figuur 2 Ligging van het plangebied op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: Esri Nederland, Jan Willem van Aalst – www.imergis.nl. ........................................................................................................................ 9 Figuur 3 Projectie van het plangebied op een uitsnede van de luchtfoto (2020). Bron: ESRI Nederland, Beeldmateriaal.nl.................................................................................................................................... 12 Figuur 4 Ligging van de pleistocene cuesta’s (asymmetrische heuvels) en dekzandruggen. Bron: Verbruggen 2002. 15 Figuur 5 Paleogeografische ontwikkeling Zeeland. Blauwe stip: ligging plangebied. Bron: Vos & De Vries 2013....... 17 Figuur 6 Ligging van het plangebied (in rood) op de Geologische Overzichtskaart van Nederland. Bron: De Mulder et al. 2003. ................................................................................................................................................ 20 Figuur 7 Projectie van het plangebied (rode polygoon) en situering van de geselecteerde DINO-boringen op uitsnede van de Geologische Kaart. Bron: Van Rummelen 1977a.
................................................................................. 21 Figuur 8 Projectie van het plangebied (rode polygoon) op uitsnede van de Geomorfologische Kaart van Nederland. Bron: Brus & De Lange 1987. ..................................................................................................................... 22 Figuur 9 Projectie van het plangebied (zwarte polygoon) op bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN3 0,5 meter raster DTM). ....................................................................................... 23 Figuur 10 Projectie van het plangebied (zwarte polygoon) op bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN3 0,5 meter raster DTM). ....................................................................................... 24 Figuur 11 Globale ligging van het plangebied (in de rode cirkel) op uitsnede uit een 17 de-eeuwse kopie naar de zgn. kaart van Gwijde van Dampierre uit 1274. Bron: Rijksarchief Gent; RAG-065-7. .................................................. 26 Figuur 12 Globale ligging van plangebied (rode cirkel) op een uitsnede uit de stadsplattegrond van Hulst door Jacob van Deventer uit omstreeks 1560.
Bron: Koeman & Visser 1992........................................................................27 Figuur 13 Ligging van het plangebied (bij benadering; in rode cirkel) op Kaart van Hulst en omgeving tijdens het beleg en de verovering van Hulst door prins Frederik Hendrik (1645), vervaardigd door J. van Duynen. Bron: Zeeuws Archief, Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata, deel III, nr 160. ................................................................... 28 Figuur 14 Gezicht op de stad Hulst, met in de rode ovaal de globale ligging van het plangebied. De prent dateert uit 1650 – 1662. Bron: Zeeuws Archief, Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata, deel II, nr 2256.............................. 29 Figuur 15 Ligging van het plangebied (rode cirkel; bij benadering) op kaart Zelandiae Comitatus Novissima Tabula van Visscher en Ottens uit de tweede helft van de 17de eeuw. Bron: Zeeuws Archief, Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata, Deel I, nr 96. ............................................................................................................................. 30 Figuur 16 Projectie van het plangebied (rode polygoon) op uitsnede van de kaart van Hulst, vervaardigd in 1751 door D.W.C. Hattinga. Bron: Zeeuws Archief, Atlassen Hattinga, nr 466.
..................................................................31 Figuur 17 Projectie van het plangebied (rode polygoon) op uitsnede van de kaart van Hulst, vervaardigd in 1751 door D.W.C. Hattinga. Bron: Zeeuws Archief, Atlassen Hattinga, nr 466. ................................................................. 32 Figuur 18 Projectie van het plangebied (roze polygoon) op een uitsnede van de gedigitaliseerde Kadastrale Minuut (1811-1832). Bron: Geoloket Cultuurhistorie Provincie Zeeland. .......................................................................33 Figuur 19 Projectie van het plangebied (blauwgroene polygoon) op de Topografische (Militaire) Kaarten uit 1850, 1916, 1950, 1970, 1990 en 2010. Bron: Esri Nederland, Kadaster. ..................................................................... 34 Figuur 20 De oorspronkelijke bebouwing in het plangebied, kijkend in westelijke richting vanaf de Stationsweg. Links Stationsweg 16; rechts Stationsweg 14 (‘Ravels’). Bron: PZC, 14 augustus 1997, foto: Charles Strijd. ..............35 Figuur 21 De tegenwoordige bebouwing in het plangebied, kijkend in zuidwestelijke richting vanaf de Stationsweg. Bron: Google, opname: mei 2021.
...............................................................................................................35 Figuur 22 Zones waar sprake kan zijn van verstoring als gevolg van inrichting in de 20 ste (en voor de perceelsgrenzen ook 19de ) eeuw. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors. ............................................................. 37 Figuur 23 Monumenten, onderzoeken en vondstlocaties, geprojecteerd op een uitsnede van de Topografische Kaart. Gegevens ontleend aan Archis 3. Bron: Esri Nederland, Jan Willem van Aalst – www.imergis.nl. ........................... 38
58
ARTEFAC T RAPPORT 658
HULST STATIONSWEG 14
Figuur 24 Projectie van de in 2014 aangetroffen grondsporen (matten en beerput) ten zuiden van onderhavig plangebied op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2020. ............................................................................................................................................................ 43 Figuur 25 Projectie van de in 2014 aangetroffen grondsporen (matten en beerput) ten zuiden van onderhavig plangebied op uitsnede van de kaart van Hulst, vervaardigd in 1751 door D.W.C. Hattinga. Bron: Zeeuws Archief, Atlassen Hattinga, nr 466. ........................................................................................................................ 44 Figuur 26 Plangebied geprojecteerd op uitsnede van luchtfoto uit 1970. Bron: Geoloket Atlas van Zeeland. .......... 45 Figuur 27 Boorpuntenkaart op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors. ..........................................................................................................................................51 Figuur 28 Advieskaart ten aanzien van vervolgonderzoek in het plangebied. In het oranje gekleurde gebied geldt een hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de Nieuwe Tijd. Bron: Esri Nederland, Jan Willem van Aalst – www.imergis.nl.
........................................................................................................... 56
59
ARTEFAC T RAPPORT 658
HULST STATIONSWEG 14
Bronnen Literatuur Alkemade, M., R.M. van Heeringen en W.A.M. Hessing, 2011. Archeologiebeleid gemeente Hulst. Deel A: Beleidsnota archeologie, Vestigia-rapport V704-A, Amersfoort. Augustyn, B., 1986. Integratie van natuurwetenschappelijke en historische bronnen voor de ontginningsgeschiedenis van het zuidoostelijke Westerscheldegebied. In: M.C. Van Trierum & H.E. Henkes (ed.), Rotterdam Papers V. A contribution to prehistoric, roman and medieval archaeology, Rotterdam. Berendsen, H.J.A., 2004. De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie, Assen. Brand, P.J., 1972. De geschiedenis van Hulst, Stadsbestuur Hulst, Hulst. Brand, K.J.J., 1982-1984. Fortificaties En Vestingsteden In Oost Zeeuws-Vlaanderen. Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984; zie: websites. Brugman, B.A., R.M. van Heeringen en R. Schrijvers, 2011. Archeologiebeleid gemeente Hulst. Deel B: Toelichting beleidskaart, Vestigia-rapport V704-B, Amersfoort. Brus, D.J. en G.W. de Lange, 1987. Geomorfologische Kaart van Nederland, schaal 1:50.000, kaartblad 53 Sluis – 54 Terneuzen – 55 Hulst – 47 Cadzand – 48 Middelburg – 49 Bergen op Zoom (gedeeltelijk). Wageningen, Stichting voor Bodemkartering. Coppens, E., 2014. Hulst Princebolwerk 2 – Uitbreiding Willibrordusschool. Gemeente Hulst. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen.
Artefact! Rapport 92, Middelburg. Coppens, E. en S. Diependaele, 2019. Hulst Princebolwerk. Gemeente Hulst. Opgraven – variant Archeologische Begeleiding. Artefact! Rapport 488, Zaamslag. Demey, D., T.A. Goossens, M.H.J.M. Kocken en B.H.F.M. Meijlink, 2006. De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de binnenstad van Hulst en de dorpskernen van Clinge en Nieuw-Namen, ADC, Amersfoort. Depuydt, S. en E. Coppens, 2019. Hulst Zoutestraat – Koolstraat Rotonde, Gemeente Hulst. Archeologische Begeleiding, protocol Opgraven. Artefact! Rapport 363, Zaamslag. Depuydt, S. en M.W.A. de Koning, 2005. Archeologische begeleiding/ opgraving onder beperkende omstandigheden Lange Bellingstraat 8 te Hulst. ArcheoMedia Rapport A05-421-R, Capelle aan den IJssel. D’hondt, F.G.R., 2011. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven en Archeologische Begeleiding Plangebied Canadalaan-Paul Krugersdreef, Sas van Gent, Gemeente Terneuzen. SOB Research, Heinenoord. Dierendonck, R.M. van, 2016. Nieuwe wijn uit oude zak(k)en, Evaluatie van de Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland (POAZ) 2009-2015. SCEZ, Middelburg. Exaltus, R. en J. Orbons, 2010. Wallen, Hulst. Gemeente Hulst. Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, geofysisch onderzoek en karterend booronderzoek. ArcheoPro Archeologisch rapport nr. 837, Maastricht. Gemeenteblad Hulst nr.
99271, 14 juni 2017. Hulst Archeologie- en Aardkundebeleid.
60
ARTEFAC T RAPPORT 658
HULST STATIONSWEG 14
Gottschalk M.K.E., 1984. De Vier Ambachten en het Land van Saeftinghe in de Middeleeuwen: een historischgeografisch onderzoek betreffende Oost-Zeeuws-Vlaanderen, Assen: Koninklijke Van Gorcum. Hermans, R.A.R., 1997. Verkennend Bodemonderzoek. Locatie gelegen aan: Stationsweg 14 en 16 te Hulst. Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium “Zeeuws-Vlaanderen” b.v., Graauw. Koeman, C. en J.C. Visser, 1992. De stadsplattegronden van Jacob van Deventer. Kraker, A.M.J. de, 1993. De Vier Ambachten in vogelvlucht. Circa 750 jaar kaartbeeld. In: De Kraker et al., 5-12. Kraker, A.M.J., de, 1997. Landschap uit balans. De invloed van de natuur, de economie en de politiek op de ontwikkeling van het landschap van de Vier Ambachten en het Land van Saeftinghe tussen 1488 en 1609. Utrecht. Kraker A.M.J. de, van Royen H., de Smet M.E.E, (eds.), 1993. Over den Vier Ambachten: 750 jaar Keure, 500 jaar Graaf Jansdijk, Duerinck, Kloosterzande. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1, 19 februari 2018, Stichting Infrastructuur en Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Lases W.B.P.M. en A.M.J. de Kraker, 2009. De Westerschelde, natuurlijk? Verdieping van en ontpoldering langs de Westerschelde in historisch perspectief geplaatst. In: Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis 18/ 2, 25-39. Lockefeer. J., 2018. De Haven van Hulst vanaf de Middeleeuwen tot in de Franse Tijd. Hulst.
Meulemeester, J. de, 1993. Aarden versterkingen in Noord-Vlaanderen. In: De Kraker et al., 137-148. Mulder, E.F.J. de, T. Kuijt en M.G.F.M. van der Aa, 2003. De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Provinciaal Blad van Zeeland, nr. 8080, 2019. Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 10 december 2019, kenmerk 19434306, houdende vaststelling regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019. Provincie Zeeland, 2017: Wie wat bewaart, die heeft wat. Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 20172020. Middelburg. Ras, J., 2003. Aanvullende Archeologische Inventarisatie Bouwlocaties B en C Lange-/Korte Bellingstraat, Hulst. SOB Research, Heinenoord. Rummelen F.F.F.E. van, 1977a. Geologische Kaart van Nederland, Zeeuwsch-Vlaanderen (Oostblad), 1: 50.000, Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Rummelen F.F.F.E. van, 1977b. Toelichtingen bij de Geologische Kaart van Nederland, Zeeuwsch-Vlaanderen, 1: 50.000, Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Stichting voor Bodemkartering, 1980. Bodemkaart van Nederland 1:50.000. 49 West (gedeeltelijk) Bergen op Zoom – 55 Hulst, Wageningen. Stockman, P.E.M., 2004. Land van Hulst, in: T. de Kruijf (red.), Atlas van de historische vestingwerken in Nederland. Zeeland, 241‐251. Strydonck M. van en G. de Mulder (eds.), 2000. De Schelde, verhaal van een rivier, Leuven.
61
ARTEFAC T RAPPORT 658
HULST STATIONSWEG 14
Tys D., 2010. Embankment as a Social Practice. The historical study of embankments and rising sea level in medieval coastal Flanders and our understanding environmental sustainability, geraadpleegd op 5 mei 2021 op http://vub.academia.edu/DriesTys/Papers/1560800/EMBANKMENTS_AS_A_SOCIAL_PRACTICE_The_historical_stu dy_of_embankments_and_rising_sea_level_in_medieval_coastal_Flanders_and_our_understanding_of_environmen tal_sustainability Uleners, H.H.J., 2010. Archeologische Begeleiding Rioleringswerken Binnenstad Hulst, Tuinstraat, Paardenmarkt, Asschepoort, Lange Bellingstraat, Korte Bellingstraat en Princebolwerk, Gemeente Hulst. SOB Research, Heinenoord. Verbruggen, C., 2002. Het ontstaan van de Westerschelde, in: A.M.J. de Kraker, De Westerschelde, een water zonder weerga: ontstaansgeschiedenis en kaartbeeld, havens, handel en scheepvaart, verkeer, verdronken dorpen, oorlog en verdedigingswerken, natuur en milieu en andere aspecten van de Westerschelde, 9-16. Verhulst, A., 1995. Landschap en Landbouw in Middeleeuws Vlaanderen, Gent. Visser, N.J.G. de, 2002. Aanvullende Archeologische Inventarisatie Bouwlocatie Lange-/Korte Bellingstraat, Hulst. SOB Research, Heinenoord. Visser, J.M. en H.J. Boschloo, 2006. Archeologisch Bureauonderzoek. Plangebied Houtenkwartier 9 te Hulst. Gemeente Hulst. Sagro. Visser, J.M. en H.J. Boschloo, 2007.
Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (in de vorm van boringen). Plangebied Stationsweg te Hulst. Gemeente Hulst. Sagro Milieu Advies Zeeland. Vos, P.C. en R.M. van Heeringen, 1997. Holocene geology and occupation history of the province of Zeeland (SW Netherlands), in: M.M. Fischer, Holocene evolutions of Zeeland (SW Netherlands), Mededelingen Nederlands Instituut voor Toegapaste Geowetenschappen TNO, 59, 5-109. Vos, P. en S. de Vries, 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Op 25 september 2019 gedownload van www.cultureelerfgoed.nl. Wattenberghe, J.E.M. en B.K. Terryn, 2012. Hulst Beestenmarkt 2-4. Gemeente Hulst. Archeologisch Bureauonderzoek met controleboringen. Transect-rapport 27, Lelystad. Weerden, J.F. van der en M.C. Brouwer, 2004. Hulst Lange Bellingstraat. Inventariserend Veldonderzoek. BAAC rapport 03.120, ’s-Hertogenbosch. Weerts, H.J.T., 2003. Formatie van Naaldwijk. In: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, NITG-TNO, Utrecht. Weerts, H.J.T. en F.S. Busschers, 2003. Formatie van Nieuwkoop. In: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, NITG-TNO, Utrecht. Wilderom M.H., 1973. Tussen afsluitdammen en deltadijken. Deel 4: Zeeuwsch Vlaanderen, Vlissingen.
Websites Archis: archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Cultureel Erfgoed: https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ Bestemmingsplan: http://www.ruimtelijkeplannen.nl
62
ARTEFAC T RAPPORT 658
HULST STATIONSWEG 14
Bodemloket: www.bodemloket.nl Bodemrapportages Zeeland: https://zeeland.nazca4u.nl/Rapportage Geoloket Cultuurhistorie Provincie Zeeland: http://zldgwb.zeeland.nl/gwbh5/?Viewer=Cultuur%20Historie DINOloket: www.dinoloket.nl Encyclopedie van Zeeland: https://encyclopedievanzeeland.nl Google Streetview: www.google.com Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME): www. Ime.nl/ Krantenbank Zeeland: https://krantenbankzeeland.nl/ Oudheidkundige Kring De Vier Ambachten: https://www.devierambachten.nl/ Spoorlijnen en stations: www.stationsweb.nl Wageningen University & Research: https://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf Werkgroep Archeologie Hulst: https://www.archeologiehulst.nl/ Zeeuws Archief: https://www.zeeuwsarchief.nl/
63