CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief netcongestie bijlage Congestieonderzoek Zeeland

Commissie Ruimte 3 september 2024, gemeente HulstBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken13.726 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

AUTEUR

TenneT

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 1 van 43

Afname congestiemanagement-onderzoek provincie Zeeland Analyse naar beschikbare transportcapaciteit voor afname van elektriciteit onder toepassing van congestiemanagement

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 2 van 43

SAMENVATTING Aanleiding Op 19 juli 2023 heeft TenneT met een vooraankondiging marktpartijen en de maatschappij geïnformeerd dat er naar verwachting de komende jaren onvoldoende transportcapaciteit in het 150kV-netwerk beschikbaar zal zijn voor verdere groei van afname van elektriciteit in de provincie Zeeland. De voorziene transportschaarste wordt veroorzaakt door recente ontwikkelingen waaronder industriële elektrificatie, grootschalige waterstoffabrieken en batterijsystemen. In dit onderzoek heeft TenneT de vraag naar transportcapaciteit en de aanwezige transportcapaciteit in detail geanalyseerd en de eventuele noodzaak tot en mogelijkheden voor toepassing van congestiemanagement onderzocht. Dit onderzoek is uitgevoerd op basis van de Netcode. Hierbij dient TenneT zich te houden aan de in Netcode gestelde kaders en waar noodzakelijk en mogelijk congestiemanagement toe te passen tot aan de financiële en/of technische grens. Gedurende de looptijd van dit onderzoek is de Netcode gewijzigd door de ACM. TenneT heeft dit rapport in lijn gebracht met de aangepaste regels conform de Netcode die op 19 april 2024 in werking is getreden. Gebied en duur van de congestie De transportschaarste ontstaat op twee verschillende locaties in het 150kV-netwerk in de provincie Zeeland.

De overbelastingen worden voorzien op de 380/150kV-koppeltransformatoren van 380kV-station Borssele, met impact op de gehele provincie Zeeland. Daarnaast worden overbelastingen voorzien op de 150kVverbindingen richting Zeeuws-Vlaanderen, met enkel impact op Zeeuws-Vlaanderen. Deze transportschaarste is eveneens beschouwd en hierover wordt in dit rapport aanvullend gerapporteerd. De duur van de congestieperiode verschilt per regio binnen de provincie Zeeland, vanwege verschillende inbedrijfnamedata

van

de

beoogde

uitbreidingsinvesteringen.

Het

mitigeren

van

de

afname

congestieproblematiek gaat gefaseerd. De congestie in de regio’s Schouwen-Duiveland, Tholen en Sint Philipsland duurt naar verwachting tot en met 2029/2030. De congestie in de regio’s Walcheren, NoordBeveland en Zuid-Beveland duurt naar verwachting tot en met 2035, maar hier zal tussentijds rond 2031 een significante netuitbreiding plaatsvinden met positieve impact op de aanwezige transportcapaciteit. De congestie in de regio Zeeuws-Vlaanderen duurt naar verwachting tot en met 2035, zonder tussentijdse positieve ontwikkeling in de aanwezige transportcapaciteit. Benodigde transportcapaciteit kan volledig worden gefaciliteerd; gevraagde capaciteit gedeeltelijk Uit de rekenresultaten blijkt dat in geheel Zeeland de benodigde capaciteit (2244MW) kan worden gefaciliteerd tot en met het einde van de congestieperiode. Deze benodigde capaciteit bestaat uit de vraag van huidige aangeslotenen, geprognosticeerde vraag van aansluitingen in aanleg/opdracht en de verwachte groei in elektriciteitsvraag van kleinverbruikers. Dit is alleen mogelijk met gedeeltelijke inzet van flexibiliteit. Uit de rekenresultaten blijkt tevens dat de gevraagde transportcapaciteit (inclusief wachtlijst, totaal 2959MW) deels voorwaardelijk kan worden gefaciliteerd met inzet van flexibiliteit. In de regio’s Schouwen-Duiveland,

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 3 van 43

Tholen, Sint-Philipsland, Walcheren, Noord Beveland en Zuid Beveland kan een groot deel van de wachtlijst worden gefaciliteerd (305MW van de 425MW), terwijl voor Zeeuws-Vlaanderen slechts een beperkt deel van de wachtlijst te faciliteren is (120MW van de 290MW). In totaal kan in het congestiegebied Zeeland voorwaardelijk 425MW worden gefaciliteerd. Geïdentificeerd flexibilitieit voor toepassing congestiemanagement zal worden gecontracteerd Om congestiemanagement toe te kunnen passen, moet er voldoende regelbaar vermogen (flexibiliteit) beschikbaar zijn, op basis van contracten conform bijlage 11 (redispatch) en bijlage 12 (capaciteitsbeperking) van de Netcode. Hiervoor is TenneT afhankelijk van huidige en toekomstige aangeslotenen op het hoogspanningsnetwerk van TenneT en het distributienet van Stedin. Aangeslotenen die flexibiliteit leveren, dienen op verzoek van de netbeheerder tijdens piekmomenten tijdelijk meer elektriciteit te produceren of minder elektriciteit af te nemen. In de marktanalyse van TenneT is in totaal 863MW (895MVA) flexibel vermogen geïdentificeerd wat inzetbaar is voor congestiemanagement. Hiervan is 191MW (215MVA) beschikbaar voor Zeeuws-Vlaanderen. Deze flexibiliteit is voornamelijk afkomstig van grootschalige batterijsystemen en waterstoffabrieken.

Dit vermogen is deels nodig om de benodigde transportcapaciteit te kunnen faciliteren en verder inzetbaar om transportcapaciteit voor aanvragers op de wachtlijst beschikbaar te maken. Het geïdentificeerde potentieel aan flexibiliteit is nog niet gecontracteerd tijdens de looptijd van dit onderzoek. TenneT zal deze flexibiliteit na de publicatie van het congestiemanagementonderzoek gaan contracteren om congestiemanagement conform de conclusies van dit rapport te kunnen gaan toepassen. De technische grens wordt tot en met 2030 bereikt De maximale technische grens van 150% van het congestiegebied Zeeland wordt bereikt in 2030, echter doordat TenneT begin 2031 een extra vierde 380/150kV-koppeltransformator op 380kV-station Borssele verwacht in bedrijf te kunnen stellen zal de technische grens na 2030 onder de 150% liggen (134% in 2035). De technische grens voor Zeeuws-Vlaanderen is berekend op maximaal 118%. Het 150kV-netwerk van Zeeuws-Vlaanderen is aangesloten achter de 380/150kV-koppeltransformatoren van 380kV-station Borssele en wordt daardoor tevens tot en met 2030 beperkt. De financiële grens van €159,8 miljoen wordt niet bereikt, vanwege de omvang van de verwachte hoeveelheid aan potentieel regelbaar vermogen. De geschatte kosten voor het toepassen van congestiemanagement zijn over de gehele congestieperiode €75,5 miljoen.

Indien additioneel regelbaar vermogen wordt gevonden, kan op basis van nieuwe analyses door TenneT worden bepaald hoeveel vermogen van de wachtlijst aanvullend na 2030 te faciliteren is. Hierbij dient opnieuw getoetst te worden op de technische en financiële grens, en zullen ook actuele projectplanningen beschouwd worden. Aanvullende regelbaar vermogen kan ook aangeboden worden door partijen op de wachtlijst zelf. Hierbij is wel relevant te vermelden dat de technische grens t/m 2030 bereikt wordt, de verwachte congestie veelvuldig optreedt (meer dan 15% van het jaar) en een behoorlijk grillig patroon kent (weer- en marktgedreven). TenneT en Stedin nemen contact op met aanvragers van transportcapaciteit TenneT en Stedin zullen contact opnemen met de aanvragers van transportcapaciteit over de implicaties van dit onderzoek voor de desbetreffende aanvraag. De wachtlijst per 22 april 2024 bedraagt 715MW aan gevraagd transportvermogen. De huidige conclusies wijzen uit dat een deel van de aanvragen van de wachtlijst (425MW) transportcapaciteit krijgen toegekend, onder de voorwaarde dat deze partijen bijlage 11 en 12

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 4 van 43

contracten tekenen. Het deel van de aanvragen van de wachtlijst die niet kunnen worden gefaciliteerd krijgen transportcapaciteit toegekend als de capaciteit van het hoogspanningsnetwerk in de regio structureel is uitgebreid of indien meer flexibel vermogen beschikbaar komt na 2030. Uitgangspunten en voorwaarden van het onderzoek De resultaten van dit onderzoek zijn afhankelijk van de gehanteerde inputdata en enkele aannames. Een belangrijk uitgangspunt is dat het 150kV-netwerk Zeeland in de operationele bedrijfsvoering gescheiden functioneert van het 150kV-netwerk in Noord-Brabant. Naar verwachting zal dit vanaf begin 2027 de situatie zijn. Een ander belangrijk uitgangspunt van TenneT is dat de kerncentrale Borssele na 2033 niet meer operationeel is conform vigerende wetgeving. Indien is aangetoond dat de levensduur van de kerncentrale Borssele technisch en economisch haalbaar is en de levensduurverlenging juridisch geborgd is tot na einde van de congestieperiode, zal een herijking plaatsvinden van het congestiemanagementonderzoek. TenneT zal te allen tijde de veiligheid en leveringszekerheid vooropstellen en zich daarbinnen maximaal inspannen om gevraagde transporten te faciliteren.

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 5 van 43

DATUM REFERENTIE PAGINA

Samenvattend overzicht resultaten congestieonderzoek Zeeland Totale transportcapaciteit provincie Zeeland Jaartal (netsituatie)

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

1200

1200

1200

1200

1200

1200

1200

1200

1716

1716

1716

1870

1870

320

270*

338

903

1079

1333

1682

1693

1719

1733

1746

2210

2244

880

930

862

297

121

-133

-482

-493

-3

-17

-30

-340

-374

320

270

414

1072

1664

1918

2297

2308

2434

2448

2461

2925

2959

Aanwezige transportcapaciteit Zeeland (MW) Benodigde transportcapaciteit Zeeland (MW) Beschikbare transportcapaciteit Zeeland (MW) Gevraagde transportcapaciteit Zeeland (MW)

Totale transportcapaciteit Zeeuws-Vlaanderen** Jaartal (netsituatie)

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

367

367

526

652

652

652

652

652

652

652

652

652

652

116

87

121

182

484

592

604

616

628

640

652

664

677

251

280

405

470

168

60

48

36

24

12

0

-12

-25

116

87*

132

207

644

752

794

806

918

930

942

954

967

Aanwezige transportcapaciteit Zeeuws-Vl. (MW) Benodigde transportcapaciteit Zeeuws-Vl. (MW) Beschikbare transportcapaciteit Zeeuws-Vl. (MW) Gevraagde transportcapaciteit Zeeuws-Vl. (MW)

Financiële aspecten congestiemanagement Verwachte jaarlijkse kosten toepassing van congestie-

0

0

0

0

0

0,3

12,9

13,8

1

1,5

2,2

20,7

23,1

0

0

0

0

0

0,3

13,2

27

28

29,5

31,7

52,4

75,5

management (miljoenen €) Cumulatieve kosten (miljoenen €) Financiële grens (miljoenen €)

159,8

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 6 van 43

* In 2024 ziet TenneT een lichte daling van de benodigde transportcapaciteit vanwege de toenemende duurzame productie in het 150kV-netwerk van Zeeland. In de opvolgende jaren overstijgt de vraag naar elektriciteit de groeiende duurzame productiecapaciteit en neemt de benodigde transportcapaciteit voor afname van elektriciteit netto toe. ** In dit gehele rapport wordt het congestiegebied Zeeland beschouwd. Zeeuws-Vlaanderen is een deelgebied van het congestiegebied Zeeland. Cijfers en tabellen over Zeeuws-Vlaanderen zijn daarmee, tenzij anders vermeld, altijd onderdeel van de gerapporteerde waardes over Zeeland.

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 7 van 43

VOORWOORD Dit rapport bevat de bevindingen van het congestieonderzoek dat is uitgevoerd voor de verwachte transportschaarste ten gevolge van extra afname in het 150kV-netwerk in de provincie Zeeland. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen of en in welke mate sprake is van congestie en om te bepalen in hoeverre congestiemanagement kan worden toegepast in het betreffende congestiegebied. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de eisen die aan een congestieonderzoek zijn gesteld in de Netcode elektriciteit. Gedurende de looptijd van dit onderzoek is de Netcode gewijzigd door de ACM. TenneT heeft dit rapport in lijn gebracht met de aangepaste regels conform de Netcode die op 19 april 2024 in werking is getreden. TenneT en Stedin hebben gezamenlijk onderzoek gedaan naar de toepassing van congestiemanagement. Hierbij heeft Stedin prognoses opgesteld en ondersteund bij het inventariseren van beschikbare flexibiliteit van aangeslotenen in het netwerk van Stedin. Mede op basis van deze gegevens heeft TenneT vastgesteld in welke mate er congestiemanagement uitgevoerd kan en dient te worden. De resultaten hiervan zijn opgenomen in dit rapport, waarbij onderlinge afstemming tussen de beide netbeheerders heeft plaatsgevonden over de conclusies van dit rapport. Dit rapport is als volgt opgebouwd.

Hoofdstukken 1 en 2 behandelen de aanleiding en achtergrond van de verwachte congestie en de gehanteerde methodologie bij het uitgevoerde onderzoek. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de omvang en duur van de verwachte congestie behandeld. Hoofdstuk 4 behandelt de marktanalyse, waarin de uitkomsten van het marktonderzoek worden toegelicht. Congestiemanagement is immers afhankelijk van de deelname van marktpartijen. In hoofdstuk 5 wordt de technische analyse beschreven. Hierin is getoetst hoeveel congestiemanagement toegepast kan worden in relatie tot de technische grens en zijn overige technische beperkingen en randvoorwaarden geanalyseerd. Hoofdstuk 6 behandelt de financiële analyse, waarin de financiële grens en geschatte kosten van congestiemanagement worden berekend. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 geconcludeerd of en in welke mate congestiemanagement kan worden toegepast in het 150kV-netwerk van Zeeland voor het oplossen van de verwachte congestie.

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 8 van 43

Inhoudsopgave VOORWOORD

7

1. INLEIDING EN CONGESTIEGEBIED

9

2. METHODOLOGIE EN UITGANGSPUNTEN

11

2.1 Opbouw onderzoek

11

2.2 Inputdata en uitgangspunten

12

2.3 Netmodel en gehanteerde netontwerpcriteria

13

2.4 Onzekerheden

14

2.5 Overzicht gebruikte definities

15

3. OMVANG VAN DE CONGESTIE

16

3.1 Aanwezige transportcapaciteit

16

3.2 Benodigde transportcapaciteit

19

3.3 Gevraagde transportcapaciteit

19

3.4 Verwachte belasting meest beperkende netcomponenten

21

3.5 Vaststelling en duur van fysieke congestie

24

4. MARKTANALYSE

26

4.1 Werkwijze marktconsultatie

26

4.2 Beschikbare flexibiliteit voor congestiemanagement

26

4.3 Analyse marktconsultatie

27

4.4 Opvolging en aanvullend marktonderzoek

27

5. TECHNISCHE ANALYSE

28

5.1 Aanwezig regelbaar vermogen

28

5.2 Technische grens

29

5.3 Kortsluitvermogen

33

5.4 Technische maatregelen benodigd voor toepassen van congestiemanagement

33

6. FINANCIËLE ANALYSE

35

6.1 Financiële grens

35

6.2 Geschatte kosten van congestiemanagement

36

7. CONCLUSIE

38

7.1 Synthese uitgevoerde analyses

39

7.2 Aanvullende acties

41

8. NAWOORD

42

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 9 van 43

1. INLEIDING EN CONGESTIEGEBIED In de vooraankondiging van 19 juli 2023 is aangegeven dat TenneT structurele congestie voor afname verwacht in de provincie Zeeland. De duur van de congestieperiode verschilt per regio: •

Periode 2023 t/m 2029-2030 geldt voor de regio’s Schouwen-Duiveland, Tholen en Sint Philipsland.

•

Periode 2023 t/m 2035 geldt voor de regio’s Walcheren, Noord-Beveland en Zuid-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen.

De duur van de aangegeven congestieperiodes is afhankelijk van de realisatietermijnen van een aantal uitbreidingsinvesteringen. Voor de regio's Schouwen-Duiveland, Tholen en Sint Philipsland betreft dit de realisatie van een nieuw 380/150kV-station nabij Halsteren en de realisatie van een 150kV-netwerk inclusief twee nieuwe 150kV-stations Zierikzee en Tholen. Voor de overige regio's is het noodzakelijk om een 380kVnetwerk richting Zeeuws-Vlaanderen te realiseren en het bestaande 150kV-netwerk van Zeeuws-Vlaanderen op een nieuw 380/150kV-station over te zetten. De verwachte congestie wordt veroorzaakt doordat de gevraagde transportcapaciteit voor de afname van elektriciteit groter is dan de aanwezige transportcapaciteit in het 150kV-netwerk van TenneT. De ontwikkelingen met de grootste verwachte vraag naar transportcapaciteit zijn met name gericht op de elektrificatie van industriële processen, het afvangen van CO2, waterstoffabrieken, batterijsystemen en de verwachte uitbedrijfname van conventionele elektriciteitsproductie-eenheden. De verwachte congestie treedt op bij twee locaties in het 150kV-netwerk: -

Op het station Borssele wordt een capaciteitsknelpunt op de drie 380/150kV-koppeltransformatoren verwacht. Dit capaciteitsknelpunt vormt een beperkende factor in de elektriciteitsvoorziening voor de gehele provincie Zeeland.

-

Op de vier 150kV-verbindingen richting Zeeuws-Vlaanderen wordt een capaciteitsknelpunt verwacht. Overbelastingen zullen zich met name voordoen in de twee 150kV-verbindingen van 150kV-station Borssele naar 150kV-station Terneuzen (circuits BSL-TNZ zwart en wit). Dit capaciteitsknelpunt vormt alleen een beperkende factor in de elektriciteitsvoorziening voor de regio Zeeuws-Vlaanderen.

In Figuur 1-1 en Figuur 1-2 op pagina 10 is een uitsnede gemaakt van het relevante netdeel. De rode pijlen in Figuur 1-2 wijzen naar de beperkende netcomponenten. Het landelijke 380kV-netwerk (ook in Zeeland) en het 150kV-netwerk van Noord-Brabant vallen buiten het congestiegebied van Zeeland. TenneT is voornemens om het 150kV-deelnet van de provincie Zeeland structureel separaat operationeel te bedrijven van het 150kV-netwerk in Noord-Brabant, om meer transportcapaciteit beschikbaar te hebben voor de provincie Zeeland. Dit wordt gedaan ter hoogte van het 150kV-station Rilland. Nadien dragen de twee 380/150kV-koppeltransformatoren van station Rilland enkel bij aan de elektriciteitsvoorziening van de provincie Zeeland. Een aanvullend onderzoek naar spanningsasymmetrie in het 150kV-netwerk moet aantonen in welk jaar dit deelnet structureel op deze wijze kan worden bedreven; dit onderzoek is eind 2024 gereed. Dit congestiemanagementonderzoek is gericht op het hoogspanningsnetwerk dat door TenneT wordt beheerd.

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 10 van 43

DATUM REFERENTIE PAGINA

Onderliggende distributienetten beheerd door regionale netbeheerders en gesloten distributiesystemen (GDS) zijn niet in beschouwing genomen.

Figuur 1-1. Geografisch overzicht deelnet Zeeland

RLL380

Netopening

MDB150

RLL150

GSP150 VSG150

BSL380 WAP150

KNG150

BSL150

VLO150

TNZ150

WDO150 OBG150

Figuur 1-2. Deelnet Zeeland in 2025 (rode pijlen geven locatie capaciteitsknelpunten aan). Betekenis stations afkortingen: BSL = Borssele, GSP = Goes de Poel, KNG = Kruiningen, MDB = Middelburg, OBG = Oostburg, RLL = Rilland, TNZ = Terneuzen, VSG = Vlissingen, VLO = Vlissingen-Oost, WAP = Willem-Annapolder, WDO = Westdorpe.

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 11 van 43

2. METHODOLOGIE EN UITGANGSPUNTEN 2.1 Opbouw onderzoek Het congestieonderzoek start met een berekening van de te verwachten vermogensstromen in de referentiesituatie. Dit is de verwachte toekomstige situatie waarin de reeds toegewezen transportverzoeken bij TenneT en Stedin zijn opgenomen en de door Stedin ingeschatte autonome groei voor (klein)verbruik is gerealiseerd. Aanvullende transportverzoeken die nog niet zijn toegewezen, zijn in de referentiesituatie niet meegenomen. Deze verwachte vermogensstromen worden getoetst aan de netontwerpcriteria. De vermogensstromen zijn berekend per uur voor een geheel jaar. Vervolgens wordt onderzocht of en in welke mate additioneel vermogen toegevoegd zou kunnen worden met toepassing van congestiemanagement. Hiertoe worden meerdere berekeningen gedaan, waarbij het toegevoegde vermogen onder toepassing van congestiemanagement sequentieel opgehoogd wordt. Dit wordt getoetst aan zowel de financiële als de technische grens. Netbeheerders zijn verplicht om waar nodig en mogelijk congestiemanagement toe te passen tot aan de financiële of technische grens (Netcode artikel 9.10 lid 2). De financiële grens is een door de Netcode vastgestelde limiet aan de omvang van congestiemanagement die door netbeheerders gerespecteerd dient te worden.

Conform de Netcode zullen netbeheerders geen congestiemanagement toepassen om transporten te faciliteren waardoor de ingeschatte kosten de vastgestelde financiële grens overschrijden. Startend vanuit de referentiesituatie wordt getoetst hoeveel extra vermogen kan worden toegelaten totdat de verwachte kosten gelijk zijn aan de financiële grens. Om daadwerkelijk congestiemanagement toe te kunnen passen, is participatie van marktpartijen die flexibel inzetbaar vermogen kunnen leveren, d.m.v. getekende bijlage 11 en 12 contracten noodzakelijk. Om dit flexibel vermogen in kaart te brengen is een consultatie bij marktpartijen gedaan, op basis waarvan geanalyseerd is in welke mate marktpartijen flexibiliteit beschikbaar zouden kunnen en willen stellen. Daarbij is het van belang dat deze flexibiliteit ook op de juiste locaties en benodigde tijdstippen wordt aangeboden om daadwerkelijk fysieke congestie op te kunnen lossen. De contracten zijn nog niet getekend, hiermee zal TenneT na publicatie van dit congestiemanagementonderzoek starten. Aan de verplichting van netbeheerders om waar (nodig en) mogelijk congestiemanagement toe te passen, wordt ook een limiet gesteld door het bereiken van de technische grens. De technische grens zorgt ervoor dat het netwerk niet structureel overbelast wordt om zodoende de leveringszekerheid te blijven borgen.

Tijdens de analyses wordt iteratief berekend hoeveel additioneel vermogen toegevoegd zou kunnen worden met inzet van regelbaar vermogen (congestiemanagement) zonder dat de technische grens wordt overschreden. Vervolgens zijn de deelconclusies uit de financiële-, markt- en technische analyse gecombineerd om tot een oordeel te komen of en in welke mate congestiemanagement toegepast kan worden om te voorzien in de gevraagde transportcapaciteit. Daarbij is ook getoetst of er binnen de technische en financiële grens eventueel

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 12 van 43

nog aanvullende ruimte beschikbaar is. Indien er naar verwachting, eventueel onder voorwaarden, nog mogelijkheden zijn voor het honoreren van aanvullende transportverzoeken, is dit ook aangegeven in deze conclusie. Daarnaast is ook getoetst op een mogelijke overschrijding van het toegestane kortsluitvermogen van het netwerk

en

is

er

geanalyseerd

of

er

overige

technische

maatregelen

noodzakelijk

zijn

om

congestiemanagement veilig uit te kunnen voeren.

2.2 Inputdata en uitgangspunten Uitwisselingsprofielen per TenneT-hoogspanningsstation vormen de basis voor dit congestieonderzoek. Deze uitwisselingsprofielen geven de verwachte vermogensstromen weer per station, per uur. Dit zijn netto profielen, dat wil zeggen dat het de optelsom is van de op dat moment geldende elektriciteitsproductie en elektriciteitsverbruik verbonden aan het station. Dit bestaat in dit onderzoek uit een combinatie van de klanten van TenneT en klanten van Stedin. De profielen met daarin de verwachte totale benodigde transportcapaciteit zijn door Stedin aan TenneT aangeleverd en zijn opgebouwd uit verschillende elementen: 1) De meetgegevens van het meest recente jaar ten tijde van aankondiging, in dit geval 2022; 2) De klantaansluitingen (met bijbehorende transportcapaciteit) die reeds in aanleg zijn of in opdracht waren gegeven voor de vooraankondiging; 3) De door Stedin ingeschatte autonome groei van zowel afname als productie.1 Naast de geprognosticeerde uitwisseling tussen TenneT en Stedin, is de verwachte vraag naar transportcapaciteit door aangeslotenen (zowel afname als productie) op het hoogspanningsnetwerk van TenneT van belang voor het bepalen van de totale benodigde transportcapaciteit.

Hierbij is voor de huidige elektriciteitscentrales en (industriële) afnemers een inschatting gemaakt op basis van bij TenneT bekende gegevens, gebruik makend van historische meetgegevens, door klanten aangeleverde gegevens en verwachtingen en gesimuleerde marktinzet (zoals ook gebruikt in het Investeringsplan Net op Land 20242033). Groei van de vraag naar transportcapaciteit door industriële afnemers is met behulp van dezelfde gegevens voorzien van een zo realistisch mogelijk verbruiksprofiel. Aanvragen tot verhoging van de reeds gecontracteerde transportcapaciteit door bestaande klanten of aanleg van nieuwe aansluitingen voor grootverbruikers zijn geregistreerd als ‘nieuwe aanvragen’. Dit geldt zowel voor aanvragen gedaan bij Stedin als bij TenneT. In het rapport is bestudeerd of aan de gevraagde transportcapaciteit voldaan kan worden 2. Een deel van de benodigde en de gevraagde transportcapaciteit is afkomstig van grootschalige

1

Autonome groei bestaat uit veranderingen binnen het reeds gecontracteerde vermogen (grootverbruik), en prognoses voor kleinverbruikers. Zowel de autonome groei als de aansluitingen in aanleg of opdracht representeren een te verwachten groei in transportbehoefte die door de netbeheerder niet kan worden beïnvloed (omdat hiervoor geen aanvragen tot transportcapaciteit worden gedaan). 2 Gevraagde transportcapaciteit zoals april 2024 bekend bij Stedin en TenneT

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 13 van 43

batterijsystemen. De behoefte aan transportcapaciteit van grootschalige batterijsystemen (BESS) laat zich lastig voorspellen, aangezien deze op verschillende markten actief kunnen zijn, waaronder de real-time markten zoals de passieve en de actieve onbalansmarkten. In dit rapport is gehandeld op basis van regiospecifieke ontwikkelingen en inzichten, waaruit kan worden geconcludeerd dat grootschalige batterijsystemen invloed uitoefenen op de verwachte congestie. De batterijensystemen verergeren op specifieke momenten de verwachte congestie.

2.3 Netmodel en gehanteerde netontwerpcriteria Bij de bepaling van de aanwezige en benodigde transportcapaciteit wordt rekening gehouden met de van toepassing zijnde netontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenzen. De netontwerpcriteria volgen uit de Elektriciteitswet en het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.3 De berekeningen voor dit congestieonderzoek zijn getoetst aan de reguliere ontwerpcriteria: bij normaal bedrijf dient een enkelvoudige storing aan een circuit, transformator of productie-eenheid niet te leiden tot een onderbreking van transport. Hierop zijn enkele uitzonderingen toegestaan. In het gehanteerde netmodel kent elk netwerkcomponent een maximale technische belastbaarheid die van toepassing is in de zomermaanden (april t/m oktober) en in de wintermaanden (november t/m maart). Die waarden kunnen verschillen omdat de thermische belastbaarheid van de netwerkcomponenten samenhangt met de omgevingstemperatuur. De berekende belasting van ieder netwerkcomponent bij een enkelvoudige storing dient lager te zijn dan de maximale belastbaarheid van dit netwerkcomponent; anders is er sprake van een overschrijding. In dit congestieonderzoek is niet getoetst aan het n-2 criterium (‘operationeel n-1’), aanvullende n-2 berekeningen zullen worden uitgevoerd na de publicatie van het congestiemanagementonderzoek.

Dit criterium analyseert het netwerk gegeven de niet-beschikbaarheid wegens onderhoud van één willekeurig circuit, transformator, productie-eenheid of andere asset in combinatie met een storing van één willekeurig ander circuit, transformator of productie-eenheid. Bij de beoordeling van het n-2 criterium wordt rekening gehouden met de mogelijkheid om onderhoud te plannen ten tijde van gunstige productie- en belastingsituaties. Dat wil zeggen dat er sprake is van een knelpunt als onderhoud niet meer gepland kan worden zonder dat de enkelvoudige storingsreserve kan worden gegarandeerd. Om dan toch onderhoud mogelijk te maken, ondanks dat hier in de simulaties geen rekening mee is gehouden, dienen aangeslotenen te

worden

afgeregeld

resp.

afgeschakeld.

Zwaarwegende

beperkingen

die

voortkomen

uit

onderhoudsplanningen zouden invloed kunnen hebben op de kosten gerelateerd aan de onderhoudssituaties.

3

Zie Elektriciteitswet 1998, artikel 16, vierde lid en het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 14 van 43

DATUM REFERENTIE PAGINA

2.4 Onzekerheden Een congestieonderzoek bevat inherent onzekerheid omdat toekomstige netwerk- en marktsituaties worden gesimuleerd. Tegelijkertijd dient het onderzoek te leiden tot een discrete conclusie: welke verzoeken om transportcapaciteit kunnen worden gehonoreerd met toepassing van congestiemanagement? Daarom zijn de uitkomsten van dit congestieonderzoek geënt op prognoses, inschattingen op basis van historische dataanalyses en beoordelingen van experts. De berekende resultaten kunnen zowel positief als negatief beïnvloed worden door verschillende factoren. Voorbeelden

hiervan

zijn

onvoorziene

niet-beschikbaarheid

van

netwerkelementen,

onvoldoende

mogelijkheden om onderhoud te verschuiven, veranderingen in gebruiksprofielen van grootverbruikers, het niet voldoende beschikbaar komen van de veronderstelde hoeveelheid regelbaar vermogen en afwijkingen ten opzichte van de veronderstelde gelijktijdigheid van variabele duurzame elektriciteitsproductie (i.e. het weer). Daarnaast laat het eerste moment waarop fysieke congestie optreedt zich moeilijk bepalen. Dit is afhankelijk van meerdere factoren, waaronder: 1. de snelheid waarmee aangeslotenen de toegekende transportcapaciteit gebruiken bij aangevraagde groei in gecontracteerd transportvermogen; 2. de snelheid waarmee Stedin en TenneT nieuwe aansluitingen realiseren en de snelheid waarmee deze

aansluitingen

daadwerkelijk

gebruik

maken

van

het

toegekende

gecontracteerde

transportvermogen; 3. hoe de voorziene autonome groei in de netwerken van Stedin zich daadwerkelijk manifesteert; 4. andere afhankelijkheden, zoals (on)voorziene niet beschikbaarheid van netcomponenten; en 5. weersinvloeden. De levensduurverlenging van de kerncentrale Borssele is een onzekerheid welke van invloed is op de rekenresultaten. Het uitgangspunt van TenneT in dit congestiemanagementonderzoek is dat de kerncentrale Borssele na 2033 niet meer operationeel is conform vigerende wetgeving. Indien is aangetoond dat de levensduur van de kerncentrale Borssele technisch en economisch haalbaar is en de levensduurverlenging juridisch geborgd is tot na einde van de congestieperiode, zal een herijking plaatsvinden van het congestiemanagementonderzoek. In dit onderzoek heeft TenneT op basis van huidige informatie de meest realistische inschatting van de toekomstige situatie gemaakt. Bij wijzigingen door onvoorziene invloeden, zal TenneT te allen tijde de veiligheid en leveringszekerheid van elektriciteit voorop stellen en zich daarbinnen maximaal inspannen om gevraagde transporten te faciliteren.

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 15 van 43

2.5 Overzicht gebruikte definities

De in het onderzoek gehanteerde definities zijn opgenomen in de Begrippencode Elektriciteit. Begrip

Definitie

Aanwezige transport-

De maximale capaciteit dat een net aan kan, met inachtneming van de van toepassing zijnde

capaciteit (MW)

netontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenzen.

Benodigde transport-

De transportcapaciteit nodig om aan de vraag naar transport van alle gecontracteerde

capaciteit (MW)

aangeslotenen in een (deel)net te voldoen, als bedoeld in artikel 2.3 van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.

Beschikbare

Het deel van de aanwezige transportcapaciteit welke niet wordt ingezet om aan de benodigde

transportcapaciteit

transportcapaciteit te voldoen. De beschikbare transportcapaciteit is gelijk aan het verschil

(MW)

tussen de aanwezige transportcapaciteit en de benodigde transportcapaciteit.

Gevraagde transport-

De transportcapaciteit nodig om aan alle vraag naar transport te voldoen als gevolg van

capaciteit (MW)

additionele aansluitingen en/of groei in transportbehoefte van bestaande aansluitingen

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 16 van 43

3. OMVANG VAN DE CONGESTIE 3.1 Aanwezige transportcapaciteit De totale aanwezige transportcapaciteit voor afname in de provincie Zeeland bedraagt 1870MW (betreft tevens MVA) in 2035. Hierbinnen is de aanwezige transportcapaciteit voor afname voor Zeeuws-Vlaanderen vastgesteld op 652MW (betreft tevens MVA) in 2035. De aanwezige (nuttig inzetbare) transportcapaciteit in het vermaasde netwerk van TenneT is niet eenduidig vast te stellen. Hoewel de belastbaarheid (technische geïnstalleerde transportcapaciteit) van individuele netwerkelementen bekend is, is de aanwezige transportcapaciteit hier geen simpele optelling van. Zo is de actuele belasting van het netwerk van invloed op de verdeling van vermogensstromen over de verschillende schakels in het netwerk en daarmee van invloed op de nog resterende transportcapaciteit. De totale aanwezige transportcapaciteit is berekend op basis van een voor deze congestie relevante situatie tijdens een uur waarin de vraag naar transportcapaciteit het hoogste is. De aanwezige transportcapaciteiten voor de gehele provincie Zeeland en voor Zeeuws-Vlaanderen zijn vastgesteld door de vermogensstromen in dit deelnet te analyseren op basis van de benodigde transportcapaciteit, bestaande uit metingen en door TenneT samengestelde profielen op basis van ontvangen klantdata.

Voor de provincie Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen is door middel van berekeningen voor beide een uur geïdentificeerd waarop naar verwachting de hoogste piekbelasting wordt gevoerd. Uit de rekenresultaten blijkt dat in de piekuren van zowel de provincie Zeeland als Zeeuws-vlaanderen het faciliteren van de benodigde transportcapaciteit leidt tot overschrijdingen van de aanwezige transportcapaciteit van 100%. Door deze overschrijdingen rekenkundig terug te regelen naar de aanwezige transportcapaciteit van 100%, met het potentieel beschikbare regelbaar vermogen, is vervolgens de totale netcapaciteit van het betreffende gebied bepaald. Hieruit blijkt dat bij uitval van één van de drie 380/150kV-koppeltransformatoren op 380kV-station Borssele (n-1 situatie) de overige twee 380/150kV-koppeltransformatoren een belasting van 100% voeren, waarbij de belasting van de twee 380/150kV-koppeltransformatoren van Rilland 25% is. Dit leidt tot een beschikbare transportcapaciteit van 1200MW4 voor Zeeland. Voor Zeeuws-Vlaanderen is door middel van berekeningen bepaald dat bij uitval van de 150kV-verbinding Borssele-Terneuzen Wit (BSL-TNZ W), de overgebleven verbinding Borssele-Terneuzen Zwart (BSL-TNZ Z) een belasting van 100% 5 voert, waarbij de belasting in de verbinding Goes de Poel-Terneuzen Wit 75% is en Goes de Poel-Westdorpe 79% is.

Dit leidt tot een aanwezige transportcapaciteit van 652MW voor Zeeuws-Vlaanderen. De komende jaren wordt de aanwezige transportcapaciteit in de provincie Zeeland uitgebreid met de in tabel 3-1 genoemde projecten om structureel te kunnen voorzien in de groeiende vraag naar transportcapaciteit. De 4 Bij het bepalen van de aanwezige transportcapaciteit is rekening gehouden met het inschakelen van compensatiespoelen op de

380/150kV-koppeltransformatoren van station Borssele, conform IP2024 uitbreidingsinvestering A-1002872 BSL380 realiseren blindstroomcompensatie. Hiervoor is 5% (50MVA) van de transformatorcapaciteit van 380/150kV-station Borssele gereserveerd. 5 Bij het bepalen van de aanwezige transportcapaciteit is rekening gehouden met de dynamische belastbaarheid van een verbinding op het moment dat de andere verbinding in dezelfde boring buiten bedrijf is en de in bedrijf zijnde verbinding niet meer thermisch beïnvloed. De verbindingen Borssele-Terneuzen zwart en wit zitten in één boring en Goes de Poel – Terneuzen wit en Goes de Poel – Westdorpe zitten in één boring.

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 17 van 43

geplande in bedrijf name datum is gebaseerd op het ‘Investeringsplan Net op land 2024-2033’ d.d. 17 april 2024. Naast deze negen projecten zijn er nog diverse andere netverzwaringsprojecten in de provincie Zeeland gepland. Deze hebben echter geen significant effect op de aanwezige transportcapaciteit of zullen pas na de congestieperiode in bedrijf komen. Deze zijn daarom niet meegenomen in Tabel 3-1. Tabel 3-1. Geplande uitbreidingsprojecten Provincie

Projecten

Geplande datum in bedrijf name

Zeeland

A-1002562 GSP-BSL-TNZ150 verzwaren verbinding

2025-2026

Zeeland

A-1003120 HST380 realiseren station

2029

A-1003004 HST150 ZRZ150 realiseren station Zeeland

A-1002757 BSL380 plaatsen transformator

2029-2031

A-1000317 GSP150 vervanging installatie (niet in IP) Zeeland

A-1003059 TNZ380 realiseren station

(380kV en 150kV

A-1003602 TNZ150 realiseren station

netversterking Zeeuws-Vlaanderen)

>2033

A-1003603 TNZ-WDO150 verzwaren verbinding A-1003604 BSL-GSP-TNZ150 aanpassen verbinding

De aanwezige transportcapaciteit op de koppelpunten (koppeling tussen de 380kV- en 150kV-netwerken) zal groeien als gevolg van de geplande investeringen, echter de toekomstige aanwezige transportcapaciteit is afhankelijk van enkele scenario’s. Zie hiervoor Tabel 3-2 en Tabel 3-3 op pagina 18 met een overzicht van totale transportcapaciteit van de provincie Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen; hierbij is de inbedrijfname data van de projecten 380kV en 150kV netversterking Zeeuws-Vlaanderen eind 2035 verondersteld. Indien dit project eerder gerealiseerd wordt, is transportcapaciteit eerder beschikbaar. Voor Schouwen-Duiveland, Tholen en Sint Philipsland zal eerder transportcapaciteit beschikbaar komen tussen 2029 en 2030 na de realisatie van de projecten “A-1003120 HST380 realiseren station” en “A-1003004 HST150 ZRZ150 realiseren station”. Na de congestieperiode (na 2035) verwacht TenneT de totale 150kV-transportcapaciteit te hebben uitgebreid naar 3200MVA tot 3500MVA, afhankelijk van welke deelnetten te zijner tijd worden gemaakt.

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 18 van 43

DATUM REFERENTIE PAGINA

Tabel 3-2. Transportcapaciteit voor de provincie Zeeland gedurende congestieperiode Overzicht ontwikkeling transportcapaciteit provincie Zeeland Jaartal (netsituatie)

2023-2030

2031-2033

2034-2035

1200MW

1716MW

1870MW

Aanwezige transportcapaciteit Tussen 2029-2030 worden

Door het plaatsen van een

Indien de kerncentrale Borssele uit

delen van het distributienetwerk

vierde 380/150 kV

bedrijf genomen wordt, neemt de

van Stedin overgezet op de

transformator op Borssele

uitwisselingscapaciteit tussen het

nieuwe 150kV-stations

neemt de aanwezige

380/150kV-netwerk toe met circa. 9%

Reden toename

Halsteren en Zierikzee. Hiermee

transportcapaciteit met circa

( ca.150MW). Dit komt doordat bij de

aanwezige

zullen de regio’s Schouwen-

43% toe (ca. 516MW).

afname van productie bij station

transportcapaciteit

Duiveland, Tholen en Sint-

Vanwege het toenemende

Borssele de transformatoren bij

Philipsland niet meer in het

kortsluitvermogen dient de

station Rilland een grotere bijdrage

congestiegebied Zeeland vallen

150kV-installatie van het

gaan leveren (waterbedeffect).

en is daarmee de congestie in

150kV-station Goes de Poel

die deelgebieden opgelost.

geheel te worden vervangen.

Tabel 3-3. Transportcapaciteit voor Zeeuws-Vlaanderen Overzicht ontwikkeling transportcapaciteit Zeeuws-Vlaanderen Jaartal 2023-2024

2025

2026-2035

>2035

367MW

526MW

652MW

1425MW

(netsituatie) Aanwezige transportcapaciteit

Reden toename

Met het project “A-1002562

In 2026 worden twee

Na de realisatie van een

GSP-BSL-TNZ150

kabelverbindingen ter

nieuw 380kV-netwerk richting

verzwaren verbinding” wordt

hoogte van de

Zeeuws-Vlaanderen, een

de aanwezige transport

Westerschelde kruising

nieuw 380/150kV station en

capaciteit van Zeeuws-

met elkaar omgewisseld,

de overname van het 150kV-

Vlaanderen vergroot. Vanuit

om de vier verbindingen

netwerk van Zeeuws-

Goes worden twee nieuwe

richting Zeeuws-

Vlaanderen op het nieuwe

kabelverbindingen

Vlaanderen gelijkmatiger te

station, neemt de aanwezige

aangelegd waarvan één

belasten, waardoor de

transportcapaciteit toe,

richting Terneuzen en één

aanwezige

waarmee de netcongestie is

richting Westdorpe.

transportcapaciteit

opgelost.

N.v.t. transportcapaciteit

toeneemt.

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 19 van 43

DATUM REFERENTIE PAGINA

3.2 Benodigde transportcapaciteit De benodigde transportcapaciteit is gedefinieerd als de capaciteit benodigd om aan de vraag naar transportcapaciteit van alle gecontracteerde aangeslotenen te kunnen voldoen. Hieronder wordt verstaan de vraag naar transportcapaciteit van huidige aangeslotenen, de vraag naar transportcapaciteit van nog niet aangesloten maar reeds gecontracteerde aansluitingen en de vraag naar transportcapaciteit als gevolg van autonome groei (zie § 2.2). De verwachte netto benodigde transportcapaciteit voor de afname van elektriciteit in de provincie Zeeland bedraagt 320MW (2023) met een groei naar 2244MW (2035) en de netto transportcapaciteit voor het deelnet Zeeuws-Vlaanderen bedraagt 116MW (2023) met een groei naar 677MW (2035). De benodigde transportcapaciteit is berekend aan de hand van de piek van alle gelijktijdige belastingprofielen. Dit betreft een netto berekening, daar de som van alle individuele pieken van belastingprofielen hoger ligt. De benodigde transportcapaciteit voor de provincie Zeeland is in Tabel 3-4 weergegeven en voor Zeeuws-Vlaanderen in Tabel 3-5.

3.3 Gevraagde transportcapaciteit De gevraagde transportcapaciteit bestaat uit de benodigde transportcapaciteit aangevuld met de openstaande (offerte)aanvragen voor transportcapaciteit door klanten van ofwel TenneT danwel Stedin (‘nieuwe aanvragen’). De gevraagde transportcapaciteit is berekend door de wachtlijst integraal op te tellen bij de benodigde transportcapaciteit. De wachtlijst zoals bekend in april 2024 is hiervoor gebruikt. De gevraagde transportcapaciteit voor de provincie Zeeland is in Tabel 3-4 weergegeven en voor Zeeuws-Vlaanderen in Tabel 3-5. Tabel 3-4. Gevraagde transportcapaciteit in de provincie Zeeland in MW Overzicht ontwikkeling gevraagde transportcapaciteit in MW Jaartal (netsituatie)

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

320

270

338

903

1079

1333

1682

1693

1719

1733

1746

2210

2244

0

0

76

169

585

585

615

615

715

715

715

715

715

320

270

414

1072

1664

1918

2297

2308

2434

2448

2461

2925

2959

Benodigde transportcapaciteit Wachtlijst (april 2024) Gevraagde transportcapaciteit

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 20 van 43

DATUM REFERENTIE PAGINA

Tabel 3-5. Gevraagde transportcapaciteit in Zeeuws-Vlaanderen in MW Overzicht ontwikkeling gevraagde transportcapaciteit in MW Jaartal (netsituatie)

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

116

87

121

182

484

592

604

616

628

640

652

664

677

0

0

11

25

160

160

190

190

290

290

290

290

290

116

87

132

207

644

752

794

806

918

930

942

954

967

Benodigde transportcapaciteit Wachtlijst (april 2024) Gevraagde transportcapaciteit

De aanwezige transportcapaciteit zowel in de provincie Zeeland als ook in deelnet Zeeuws-Vlaanderen is onvoldoende om te voldoen aan de vraag naar de benodigde transportcapaciteit zonder toepassing van congestiemanagement. Tevens is de aanwezige transportcapaciteit in zowel de provincie Zeeland als in deelnet Zeeuws-Vlaanderen onvoldoende om de totale gevraagde transportcapaciteit te kunnen faciliteren.

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 21 van 43

3.4 Verwachte belasting meest beperkende netcomponenten In deze paragraaf wordt visueel weergegeven wat de verwachte belasting is op de beperkende netcomponenten in een situatie met de benodigde transportcapaciteit en zonder congestiemanagement. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt dat de verwachte belastingstromen tot overschrijdingen leiden van de aanwezige transportcapaciteit. De benodigde transportcapaciteit kan dus niet worden gefaciliteerd zonder toepassing van congestiemanagement. De verwachte belasting van de netcomponenten wordt berekend met vermogensstroomberekeningen. Hierbij is gewerkt met de uitgangspunten uit Hoofdstuk 2. De basis van deze berekeningen vormen historische metingen op alle uitwisselpunten in het 150kV-netwerk, aangevuld met de benoemde elementen waaronder autonome groei, reeds gecontracteerd vermogen en de te verwachten transportvraag van industriële afnemers, duurzame elektriciteitsproductie en thermische elektriciteitsproductie. Voor elk van deze categorieën is een reële inschatting gemaakt van het belastingpatroon op basis van metingen en/of scenario’s6. Ook is bij deze berekeningen rekening gehouden met de van toepassing zijnde netontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenzen zoals beschreven in paragraaf 2.3.

Vanwege het industriële karakter van de belasting in de provincie Zeeland, zijn er weinig pieken en dalen; het belastingprofiel is vrij vlak. De pieken en dalen die wel aanwezig zijn in het profiel worden veroorzaakt door het opladen en ontladen van batterijsystemen, het (tijdelijk) stopzetten van grote installaties, het (tijdelijk) stopzetten van conventionele productie-eenheden of door weersafhankelijkheden van het aanwezige duurzame productievermogen (zon en wind). De beperkende netcomponenten in het 150kV-netwerk binnen de provincie Zeeland zijn: •

Koppeltransformatoren

Borssele;

De

380/150kV-koppeltransformatoren

op 380kV-station

Borssele vormen een capaciteitsknelpunt met invloed op de gehele provincie Zeeland. De provincie Zeeland omvat derhalve de 150kV-stations Borssele, Vlissingen-Oost, Vlissingen, Middelburg, Goes de Poel, Willem Annapolder, Kruiningen, Rilland, Terneuzen, Westdorpe en Oostburg. •

Verbindingen richting Zeeuws-Vlaanderen; De (toekomstige) vier 150kV-verbindingen komend vanaf de 150kV-stations Borssele en Goes de Poel vormen een additionele capaciteitsknelpunt met invloed op de regio Zeeuws-Vlaanderen. De regio Zeeuws-Vlaanderen omvat de 150kV-stations Terneuzen, Westdorpe en Oostburg.

In het congestieonderzoek zijn de beperkingen in de 380/150kV-koppeltransformatoren op 380kV-station Borssele en in de vier 150kV-verbindingen richting Zeeuws-Vlaanderen (onderliggend netwerk) apart beschouwd,

aangezien

de

beperkingen

in

de

150kV-verbindingen

richting

Zeeuws-Vlaanderen

opzichzelfstaand zijn. De betreffende netcomponenten raken jaarlijks structureel overbelast. De mate van overbelasting is sterk afhankelijk van zowel de regionale elektriciteitsproductie en de regionale waterstofproductie in combinatie met het opladen en ontladen van batterijsystemen. De waterstofproductie en Belastingprofielen op basis van scenario’s zijn gebaseerd op de scenario’s, klantdata en marktsimulaties conform het Investeringsplan Net op land 2024-2033. 6

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 22 van 43

de inzet van batterijsystemen zijn gekoppeld aan duurzame elektriciteitsproductie (hoofdzakelijk offshore wind), de energiemarkt en onbalansmarkt, met als gevolg dat deze lastig voorspelbaar zijn. Daarbij komt dat de 150kV-klanten het regionale belastingprofiel sterk beïnvloeden, omdat zij ten opzichte van de belasting van de regionale netbeheerder Stedin een veel groter aandeel hebben in de totale vermogensvraag (72%). Dit maakt het bepalen van een eenduidige aanwezige transportcapaciteit complex. Capaciteitsknelpunt met impact op provincie Zeeland: Het 150kV-netwerk in de provincie Zeeland wordt gevoed vanuit de twee 380/150kV-stations Borssele en Rilland. Het zwaartepunt van de belasting zit aan de zuidelijke en westelijke zijde van de provincie Zeeland, waardoor het 380/150kV-station Borssele in verhouding zwaarder wordt belast dan het 380/150kV-station Rilland. Door deze verhouding worden overbelastingen alleen op de 380/150kV-koppeltransformatoren van Borssele gesignaleerd in de rekenresultaten. Deze 380/150kV-koppeltransformatoren zijn de beperkende netcomponenten voor de transportcapaciteit van het gehele 150kV-netwerk in Zeeland en hebben in de huidige situatie een redundante (n-1) transportcapaciteit van 1000MW.

In het congestieonderzoek worden de uitbreidingsinvesteringen uit het IP2024 meegenomen, waaronder het uitbreidingsproject “A-1002757 BSL380 plaatsen transformator”. Deze uitbreidingsinvestering betreft het plaatsen van een vierde 380/150kV-koppeltransformator op 380kV-station Borssele, waarmee de 150kV redundante (n-1) transportcapaciteit van station Borssele wordt uitgebreid naar 1500MW. Uit rekenresultaten blijkt dat op de momenten dat overbelastingen door de afname van elektriciteit zich voordoen op de 380/150kV-koppeltransformatoren van station Borssele, de belasting in het 380kVnetwerk van Zeeland relatief laag kan zijn (<10%). Dit gebeurt wanneer de op 380kV-netwerk aangesloten offshore windproductie en overige productie lokaal wordt omgezet in waterstof en/of wordt opgeslagen in batterijen. De lage belasting van het 380kV-netwerk kan tot hoge spanningen leiden, waarvoor compensatiespoelen moeten worden ingeschakeld om de spanning naar beneden te regelen. Deze 100Mvar compensatiespoelen zijn aangesloten op de tertiaire zijde van elke 380/150kV-koppeltransformator van station Borssele en hebben een daarmee een directe invloed op de aanwezige transportcapaciteit. Het uitgangspunt in dit congestieonderzoek is dat 5% van de transformatorcapaciteit beschikbaar moet zijn voor de inzet van compensatiespoelen om de 380kV-spanning binnen de wettelijke grenzen te houden.

Met dit uitgangspunt is de toekomstige aanwezige transportcapaciteit op station Borssele 1425MW in plaats van 1500MW. In figuur 3-1 op pagina 23 is de belasting weergeven op de 380/150kV-koppeltransformatoren van station Borssele in de n-1 situatie op basis van de benodigde en gevraagde transportcapaciteit data. Bij het faciliteren van de benodigde transportcapaciteit ontstaan overschrijdingen van maximaal 115% van de aanwezige transformatorcapaciteit op station Borssele en bij het faciliteren van de gevraagde transportcapaciteit (2959MW) ontstaan overschrijdingen van maximaal 149% van de aanwezige transformatorcapaciteit.

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 23 van 43

Figuur 3-1. Verwachte belasting 380/150kV-koppeltransformatoren station Borssele in n-1 situatie (inclusief uitbreidingsinvestering met de vierde koppeltransformator op station Borssele) Capaciteitsknelpunt met impact op alleen Zeeuws-Vlaanderen: Het 150kV-netwerk van ZeeuwsVlaanderen wordt momenteel gevoed met twee 150kV-verbindingen vanuit 150kV-station Borssele, met een redundante aanwezig transportcapaciteit van 367MW. TenneT heeft enkele jaren geleden het uitbreidingsproject “A-1002562 GSP-BSL-TNZ150 verzwaren verbinding“ opgestart. Dit uitbreidingsproject omvat de aanleg van twee nieuwe 150kV-verbindingen vanuit het 150kV-station Goes de Poel richting Zeeuws-Vlaanderen, waarbij vanaf de Westerscheldekruising gebruik wordt gemaakt van bestaande netcomponenten. Hiermee neemt het aantal verbindingen richting Zeeuws-Vlaanderen toe van twee naar vier en neemt de aanwezige transportcapaciteit toe van 367MW naar 526MW. Als optimalisatie worden aanvullende werkzaamheden uitgevoerd in 2026, waarbij twee 150kV-verbindingen worden “omgewisseld”. Dit resulteert in een gelijkmatiger belastingverdeling over de vier 150kV-verbindingen, met als positief effect dat de aanwezige transportcapaciteit wordt vergroot naar 652MW.

Na deze optimalisatie zijn geen aanvullende maatregelen meer mogelijk om gedurende de congestieperiode de aanwezige transportcapaciteit van Zeeuws-Vlaanderen te vergroten. Uiteindelijk zal de realisatie van een nieuw 380kV-netwerk richting ZeeuwsVlaanderen en het overzetten van het 150kV-netwerk van Zeeuws-Vlaanderen naar een nieuw 380/150kVkoppelpunt nabij Terneuzen, zorgen dat de congestie structureel wordt opgelost. De beperkende netcomponenten in de 150kV-verbindingen richting Zeeuws-Vlaanderen zijn de kabeldelen die middels een boring onder de Westerschelde zijn gerealiseerd. In de netberekeningen is rekening gehouden met een hogere belastbaarheid van een verbinding, wanneer een andere verbinding in dezelfde boring uit bedrijf is (n-1 situatie), omdat de uit bedrijf zijnde verbinding de in bedrijf zijnde verbinding niet meer thermisch beïnvloedt. Hiervoor zijn gegevens van eerder uitgevoerde belastbaarheidsstudies gebruikt. In figuur 3-2 op pagina 24 is de belasting weergegeven op de 150kV-verbindingen richting Zeeuws-Vlaanderen in de n-1 situatie op basis

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 24 van 43

van de benodigde en gevraagde transportcapaciteitsdata. Bij het faciliteren van de benodigde transportcapaciteit ontstaan overschrijdingen van maximaal 104% van de aanwezige transportcapaciteit van ZeeuwsVlaanderen en bij het faciliteren van de gevraagde capaciteit ontstaan overschrijdingen van maximaal 142% van de aanwezige transportcapaciteit.

Figuur 3-2. Verwachte belasting Zeeuws-Vlaanderen in n-1 situatie in 2035

3.5 Vaststelling en duur van fysieke congestie Zoals eerder is toegelicht, is de aanwezige transportcapaciteit lager dan de benodigde transportcapaciteit. De conclusie is dat de huidige aanwezige transportcapaciteit van de beperkende netcomponenten in het congestiegebied, zowel voor de provincie Zeeland als voor Zeeuws-Vlaanderen, ontoereikend is voor de voorziene vraag naar transportcapaciteit. Hieruit is te concluderen dat er sprake is van congestie. Met de in Tabel 3-1 genoemde projecten zal het hoogspanningsnet de komende jaren gefaseerd worden uitgebreid. De aanwezige transportcapaciteit zal daarmee ook geleidelijk vergroot worden. Door deze structurele uitbreidingen, zal vanaf 2035 de aanwezige transportcapaciteit weer voldoende zijn om in de toekomstige verwachte transportcapaciteit te voorzien.7 Dit houdt in dat naar huidige verwachting voor een periode van zeven tot acht jaren (vanaf 2028) fysieke 7 Voor het totale programma “380kV en 150kV netversterking Zeeuws-Vlaanderen” wordt een in bedrijf name datum van 2035 verwacht

gebaseerd op de huidige planning. In het congestieonderzoek wordt daarom uitgegaan van een in bedrijf name eind 2035. Indien dit project eerder gerealiseerd wordt, wordt de congestie eerder opgelost.

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 25 van 43

DATUM REFERENTIE PAGINA

congestie optreedt. Veranderingen in omstandigheden, zoals aanvullende aanvragen naar transportcapaciteit, kunnen de periode van congestie verlengen. Dit zal te zijner tijd opnieuw bestudeerd worden en leidt dan mogelijk tot herijking van dit onderzoek. Daarmee is er structurele congestie voor een periode langer dan 1 jaar. Tabel 3-6 en Tabel 3-7 tonen de aanwezige, benodigde, beschikbare en gevraagde transportcapaciteit voor de komende jaren voor de provincie Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen. Tabel 3-6. Overzicht transportcapaciteit provincie Zeeland Overzicht ontwikkeling transportcapaciteit provincie Zeeland

Jaartal (netsituatie)

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

1200

1200

1200

1200

1200

1200

1200

1200

1716

1716

1716

1870

1870

320

270

338

903

1079

1333

1682

1693

1719

1733

1746

2210

2244

880

930

862

297

121

-133

-482

-493

-3

-17

-30

-340

-374

0

0

76

169

585

585

615

615

715

715

715

715

715

320

270

414

1072

1664

1918

2297

2308

2434

2448

2461

2925

2959

Aanwezige transportcapaciteit Benodigde transportcapaciteit Beschikbare transportcapaciteit Wachtlijst Gevraagde transportcapaciteit

Tabel 3-7. Overzicht transportcapaciteit Zeeuws-Vlaanderen Overzicht ontwikkeling transportcapaciteit Zeeuws-Vlaanderen Jaartal 2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

367

367

526

652

652

652

652

652

652

652

652

652

652

116

87

121

182

484

592

604

616

628

640

652

664

677

251

280

405

470

168

60

48

36

24

12

0

-12

-25

0

0

11

25

160

160

190

190

290

290

290

290

290

116

87

132

207

644

752

794

806

918

930

942

954

967

(netsituatie) Aanwezige transportcapaciteit Benodigde transportcapaciteit Beschikbare transportcapaciteit Wachtlijst Gevraagde transportcapaciteit

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 26 van 43

4. MARKTANALYSE Dit hoofdstuk geeft inzicht in het potentiële aanbod van flexibiliteit in Zeeland. Door middel van een consultatie bij marktpartijen is geïnventariseerd welke flexibiliteit mogelijk beschikbaar is voor congestiemanagement. Vervolgens is bekeken welk gedeelte hiervan inzetbaar is op de benodigde momenten. Flexibiliteit aangeboden door marktpartijen als onderdeel van congestiemanagement kan bestaan uit : 1. redispatch of 2. capaciteitsbeperking

4.1 Werkwijze marktconsultatie In Zeeland is een inventarisatie uitgevoerd naar de mogelijke flexibiliteit van marktpartijen om te kunnen bijdragen aan congestiemanagement. Deze inventarisatie is gedaan door middel van: •

Openbare belangstellingsregistratie: op de website PartnersinEnergie.nl is een formulier gepubliceerd waarmee belangstelling van marktpartijen in congestiemanagement geregistreerd wordt. Dit is een gezamenlijke belangstellingsregistratie van alle regionale netbeheerders en landelijke netbeheerder. Alle partijen die zich binnen dit gebied hebben aangemeld zijn benaderd door Stedin om de aangeboden flexibiliteit goed in kaart te brengen.

•

Gesprekken met aangeslotene TenneT: Naast de openbare belangstellingsregistratie, heeft TenneT ook gesprekken gevoerd met alle partijen in het gebied die naar inzicht van TenneT potentieel de grootste bijdrage zouden kunnen leveren aan congestiemanagement. In Zeeland betrof dit 7 partijen, waarmee diverse gesprekken zijn gevoerd.

•

Gesprekken met aangeslotene RNB’s: Aanvullend op de gesprekken met direct aangeslotene van TenneT is in samenwerking met Stedin een inschatting gemaakt van partijen welke mogelijk flexibiliteit kunnen leveren. Naar aanleiding hiervan zijn, in samenwerking met Stedin, 10 klanten benaderd voor het leveren van congestiemanagement diensten. TenneT heeft samen met Stedin deze klanten bezocht om verdiepende vragen te stellen omtrent mogelijke flexibiliteit.

Via de openbare belangstellingsregistratie heeft elke aangeslotene in dit gebied de mogelijkheid gehad om aan Stedin en TenneT te laten weten interesse te hebben in het leveren van congestiemanagementdiensten. Er is met 1 partij een gesprek gevoerd die geselecteerd is op basis van omvang en mogelijke flexibiliteit.

4.2 Beschikbare flexibiliteit voor congestiemanagement Uit de analyse blijkt dat er 292 aansluitingen in het gebied zijn die groter zijn dan 1MW, bestaande uit 171 groter dan 1MW voor invoeding en 121 aansluitingen groter dan 1MW voor afname. In de marktconsultatie (combinatie belangstellingsregistratie en gesprekken) is een reactie ontvangen op 22 van deze aansluitingen. Flexibiliteit aangeboden door marktpartijen als onderdeel van congestiemanagement kan bestaan uit ofwel biedingen voor redispatch en/of het sluiten van contracten over capaciteitsbeperking. Het beschikbare

DATUM REFERENTIE PAGINA

10 juni 2024 PU-AMT 24-98 27 van 43

vermogen voor congestiemanagement wordt bepaald door het opgegeven geïnstalleerd vermogen van markpartijen, maar ook door de beschikbaarheid van dat vermogen op de benodigde momenten. Zo kunnen elektriciteitsproductie-eenheden die al op maximaal vermogen draaien, geen extra vermogen meer leveren en kunnen zodoende op dat moment geen opregelvermogen aanbieden ten behoeve van congestiemanagement. Anderzijds kan geen afregelvermogen worden geleverd op momenten dat elektriciteitsproductie-eenheden geen elektriciteit produceren. Andere voorbeelden van deze afhankelijkheid zijn dat flexibiliteit uit zon- en windproductie alleen onder bepaalde weersomstandigheden te benutten is en dat industriële vraagrespons niet altijd beschikbaar is. Deze afhankelijkheden zijn door TenneT meegenomen in het onderzoek. Op basis van data uit historische metingen (steekjaar 2022) en ontvangen klantdata is de flexibiliteit van conventionele productie-eenheden en zon- en windproductie bepaald. Voor de overige flexibiliteit is een inschatting gemaakt van de beschikbare capaciteit op het meest kritische moment.

4.3 Analyse marktconsultatie Uit de marktanalyse blijkt dat zowel de aangeboden flexibiliteit als het theoretisch potentieel aan flexibiliteit, bij de huidige aansluitingen in het congestiegebied, zeer beperkt zijn. Dit betreft zowel grootverbruikers als meerdere thermische productie-eenheden,. In het congestiegebied worden nieuwe industriële klanten voor afname aangesloten op zowel het 150kVnetwerk van TenneT als op het distributienetwerk van Stedin. Met meerdere klanten zijn verdiepende gesprekken gevoerd om te onderzoeken welke flexibiliteitsmogelijkheden er in de toekomst beschikbaar komen. Een beperkt aantal klanten hebben duidelijk te kennen gegeven dat ze in de toekomst flexibelvermogen beschikbaar hebben. Op basis van deze toezegging heeft TenneT met de betreffende klanten besproken welk flexibel-vermogen als voorwaardelijk kan worden aangenomen ten behoeve regelbaar vermogen zoals beschreven in hoofdstuk 5.1.

4.4 Opvolging en aanvullend marktonderzoek De in dit rapport uitgevoerde analyses zijn gebaseerd op de resultaten van het marktonderzoek. Contracten met marktpartijen zijn nog niet gesloten. Na publicatie van het onderzoek zal TenneT, afhankelijk van het verwachte moment waarop de congestie zich manifesteert, dit verder met de relevante marktpartijen bespreken en contracten afsluiten. In de marktconsultatie is alleen met een bepaalde selectie van klanten gesproken, waarvan verwacht werd dat daar het grootste flexpotentieel zou kunnen zitten. Dit is aanleiding voor TenneT om te veronderstellen dat meer potentieel regelbaar vermogen beschikbaar kan zijn in Zeeland dan nu is geïdentificeerd. Dit kan meerdere redenen hebben, waaronder een bij marktpartijen beperkte bekendheid van de voorziene congestie en de mogelijkheid hieraan een bijdrage te leveren met flexibiliteit ten tijde van de marktconsultatie. TenneT zal zich met Stedin gaan inspannen om een groter deel van het potentieel te kunnen gaan betrekken in de toepassing van congestiemanagement.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14420952/1