Ontwerpbestemmingsplan Kernen Hulst 1H
Tekst van het document
16
64.
16
Pagina 42 van 60
65.
Grote Kreekweg 7 Hulst
Voor het perceel Grote Kreekweg 7 wordt conform het voormalige bestemmingsplan ‘Hulst Zuid’ op het gehele perceel een bouwvlak opgenomen.
16
66.
Kreekzoom 7 Hulst
De aangegeven gronden met de bestemming ‘Groen’ wordt naar aanleiding van grondverkoop gewijzigd in ‘Gemengd’ zonder de aanduiding ‘bijgebouwen’ in verband met een onderhoudsstrook van het Waterschap.
16
Pagina 43 van 60
67.
Van der Maelstedeweg 4246 / Wittebrug Hulst
Er zijn verschillende gronden met de bestemming ‘Groen’ verkocht als tuingrond. De bestemmingen komen niet meer overeen met de werkelijke situatie. Derhalve worde de planologische situatie in overeenstemming gebracht met de werkelijke situatie.
16
Pagina 44 van 60
68.
Stanleystraat 85, 87, 89 en 95 Hulst
De met blauw omlijnde bestemming ‘Tuin’ wordt gewijzigd naar de bestemming ‘Woongebied’. De met paars omlijnde bestemming ‘Groen’ wordt gewijzigd naar ‘Woongebied’. De met rood omlijnde bestemming ‘Groen’ wordt gewijzigd naar ‘Wonen – Vrijstaand’ met de aanduiding ‘bijgebouwen’. De met oranje omlijnde bestemming ‘Groen’ wordt gewijzigd naar ‘Wonen - Twee-aaneen’ met de aanduiding ‘bijgebouwen’. De gronden achter Stanleystraat 85, 87, 89 en 95 zijn verkocht en worden dienovereenkomstig bestemd als ‘Wonen – Twee-aaneen’ met de aanduiding ‘bijgebouwen’.
18
Pagina 45 van 60
69.
Heerlijkheid 11 Sint Jansteen
De gronden naast Heerlijkheid 11 zijn verkocht en worden dienovereenkomstig bestemd als ‘Wonen – Twee-aaneen’.
19
70.
Landbouwroute N290 Sint Jansteen Puttingstraat 13-39
Het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.0677.bplandbwrouteN290-000V wordt opgenomen, voor zover gelegen binnen de plangrenzen. Het bouwvlak van de woningen Puttingstraat 13 – 39 wordt overeenkomstig de vergunde situatie
19
71.
19 Pagina 46 van 60
72.
73. 74.
Sint Jansteen Burg. Ijsebaertstraat 19 Sint Jansteen
aangepast. De gronden achter Burg. Ijsebaertstraat 19 zijn verkocht en worden dienovereenkomstig bestemd als ‘Wonen – Vrijstaand’ met de aanduiding ‘bijgebouwen’. De groenbestemming ten zuiden van het verkochte wordt ook bestemd voor wonen met de aanduiding ‘bijgebouwen’.
Esdoorn – Prins Hendrikstraat Sint Jansteen Hoofdstraat 15 Sint Jansteen
Het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpstjanprinshesdoo-001V wordt opgenomen.
20
Ter plaatse van Hoofdstraat 15 te Sint Jansteen wordt conform voorgaande bestemmingsplan en conform huidig gebruik de aanduiding ‘kamerverhuur’ opgenomen.
20
20
Pagina 47 van 60
75.
Oude Drydijck 1B, Sint Jansteen
Het perceel Oude Drydijck 1B te Sint Jansteen wordt bestemd als ‘Verkeer - Garages en bergplaatsen’. De aanduiding ‘bijgebouwen’ wordt op dit perceel vervangen door een bouwvlak. Er wordt een maximale goot- en bouwhoogte van 3 meter opgenomen en een maximale oppervlakte aan bebouwing van 30m².
20
Pagina 48 van 60
76. 77. 78.
Wilhelminastraat 53 Sint Jansteen Wilhelminastraat 53a Sint Jansteen Inghelosenberghe 13 Sint Jansteen
Conform het geldende bestemmingsplan ‘Sint Jansteen’ wordt een agrarische bestemming opgenomen.
20
Het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpstjanwilhelm53a-000V wordt opgenomen. De gronden voor Inghelosenberghe 11 zijn verkocht en worden dienovereenkomstig bestemd als ‘Wonen Twee-aaneen’. De groenbestemming ten zuiden van het verkochte wordt ook bestemd voor wonen met de aanduiding ‘bijgebouwen’. De strook wordt in het verlengde tot en met halverwege nummer 19 ook bestemd als wonen.
20 21
Pagina 49 van 60
79.
Roskamstraat 3434a Sint Jansteen
Ter plaatse zijn geen bedrijfsmatige activiteiten meer aanwezig. Met instemming van de eigenaar wordt de bedrijfsbestemming gewijzigd in Wonen. Met het schrappen van de bedrijfsbestemming verbetert het woon- en leefklimaat. Voor het omzetten van de bestemming is een bodemonderzoek uitgevoerd, hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn (zie bijlage). De aanduiding ‘verhuis- en transportbedrijf’ vervalt. De bestaande bedrijfswoning is abusievelijk niet bestemd, derhalve wordt nu een bouwvlak opgenomen voor één woning. Voor het bouwvlak wordt aangesloten op het westelijk gelegen bouwvlak. Er wordt een maximale goot- en bouwhoogte van 8 meter opgenomen. De gronden aan de achterzijde van het bouwvlak worden bestemd met de aanduiding ‘bijgebouwen’.
21
Pagina 50 van 60
80. 81. 82. 83. 84.
Wilhelminastraat 82 Sint Jansteen Wilhelminastraat 96 Sint Jansteen Wilhelminastraat 124 Sint Jansteen Magdalenastraat Heikant Schoolstraat 22 Heikant
Het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.0677.wpstjanWilhelstr82-001V wordt opgenomen. Het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpstjanWilhelstr96-001V wordt opgenomen en de plangrenzen worden op elkaar aangesloten. Ter verduidelijking wordt in het bouwvlak van Wilhelminastraat 124 te Sint Jansteen opgenomen dat maximaal één woning is toegestaan. Het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpbuitenzeilzandRR-001V wordt, voor zover gelegen aan de Magdalenastraat te Heikant, opgenomen. De gronden achter Schoolstraat 22 zijn verkocht en worden dienovereenkomstig bestemd als ‘Wonen’ met de aanduiding ‘bijgebouwen’.
22 22 22 23 23
Pagina 51 van 60
85. 86. 87. 88. 89.
Vlasstraat 13E Heikant Vlasstraat 35B Heikant Julianastraat 58 Heikant Weverij 5-9 Heikant Weverij – Polenlaan Heikant
Het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpheikvlasstr13e-001V wordt opgenomen.
23
Het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpheikvlasstr35b-001V wordt opgenomen en de kleine met de bestemming ‘Bos’ aan de oostzijde wordt bestemd als wonen. De bedrijfswoning Julianastraat 58 wordt positief bestemd.
23
Het aantal woningen wordt conform de vergunde situatie gemaximaliseerd op 3 eenheden.
24
De bestemmingen worden in overeenstemming gebracht met de kadastrale grenzen. De bouwvlakken worden overeenkomstig de aanvraag omgevingsvergunning aangepast. De bouwvlakken hebben een diepte van maximaal 12 meter (met uitzondering van de twee zuidelijke bouwvlakken). Voor zover de weg valt binnen het bestemmingsplan van de Landbouwweg (NL.IMRO.0677.bplandbouwweg-001V) wordt de wijziging in dit bestemmingsplan opgenomen, zodat de wegenstructuur volledig wordt bestemd als Verkeer.
24
24
Pagina 52 van 60
90.
Driehoefijzersstraat 2 Heikant
Verzocht is om de cultuurhistorisch waardevolle schuur te verbouwen tot woning ter vervanging van de huidige woning. Voor het behoud en versterken van de cultuurhistorisch waardevolle schuur is een
25
Pagina 53 van 60
vervolgfunctie met wonen gewenst. Per saldo is er geen sprake van toevoeging van een woning, zodat de wijziging ook past binnen de Regionale Woningmarktafspraken. Vanuit milieuzonering zijn er ook geen belemmeringen, omdat het perceel al volledig is bestemd als Wonen met de aanduiding ‘bijgebouwen’. Op de aanduiding ‘bijgebouwen’ zijn aan- en uitbouwen toegestaan, zodat in planologische zin geen sprake is van extra belemmeringen voor de omliggende functies. Wel is het wenselijk dat een aanduiding wordt opgenomen dat bebouwing voor bewoning niet naar de noordzijde richting het agrarisch bouwvlak uitgebreid kan worden. Dit wordt middels een aanduiding opgenomen (zie blauwe omlijning). Een bijgebouw of overkapping is wel toegestaan binnen deze aanduiding. De aanduiding ‘bijgebouwen’ wordt zodanig aangepast dat voor de schuur geen gebouwen zijn toegestaan (groene stippellijn).
91. 92. 93. 94. 95.
Heidestraat ong (N169) Heikant Sint Janstraat 8a Kapellebrug Bedrijfsbestemmin gen Kapellebrug Gentsevaart 8 Kapellebrug Gentsevaart 8
Het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpheikheidestrN169-001V wordt opgenomen, voor zover betrekking op de locatie in Heikant. Het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpkapelstjanstr8a-001V wordt opgenomen.
25
Het bebouwingspercentage van de bedrijfsbestemmingen uit het voormalige bestemmingsplan ‘Kapellebrug’ wordt opgenomen. De risicocontour 10-6/jr op het perceel bij Gentsevaart 8 is niet volledig en correct opgenomen. De risicocontour wordt op basis van de risicokaart opgenomen. Op 26 januari 2018 is een omgevingsvergunning (O/17.00489) verleend voor het uitbreiden van de
26, 27
26
27 27 Pagina 54 van 60
Kapellebrug
96.
Gentsevaart 45 Kapellebrug 97. St. Janstraat 2 Kapellebrug 98. ’s-Gravenstraat 45 Clinge 99. Vermeerplein Clinge 100. Woestijneplein Clinge
101. Bedrijventerrein Clinge 102. ’s Gravenstraat 148 Clinge 103. ’s Gravenstraat 232 Clinge
supermarkt op het perceel Gentsevaart 8a te Kapellebrug. Inmiddels is deze vergunning onherroepelijk en wordt verwerkt in het bestemmingsplan. Op 15 mei 2020 is een omgevingsvergunning (158313) verleend voor het uitbreiden van het parkeerterrein aan de zuidzijde van de supermarkt op het perceel Gentsevaart 8 te Kapellebrug. Inmiddels is deze vergunning onherroepelijk en wordt verwerkt in het bestemmingsplan. De aanduiding ‘pension’ wordt gewijzigd conform huidig gebruik gewijzigd in ‘kamerverhuur’, in verband met het opnemen van de definitie Pension, die dan niet meer overeenkomt met het huidige gebruik. Conform het voormalige bestemmingsplan ‘Kapellebrug’ wordt op het perceel Sint Janstraat 2 een aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’ opgenomen. Het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpclingesgravens45-001V wordt opgenomen. Het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpclingevermeerpl-001V wordt opgenomen.
27 27 28 28
Zowel aan de zuidoost als noordoost zijde liggen de woonwagens gedeeltelijk in de bestemming Groen. De bestemming Wonen – Woonwagens wordt in overeenstemming gebracht met de werkelijke situatie.
28
Het bedrijventerrein Clinge wordt in het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Hulst’ opgenomen. Op een aantal percelen – die in bp. Kernen blijven – ligt nog een wijzigingsbevoegdheid voor herstructurering. Deze wijzigingsbevoegdheid vervalt op de verbeelding en in de regels (artikel 62.3.1). Bestemming Wonen-Gestapeld wordt gewijzigd in Wonen
28, 30
Het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.0677.wpclingegravens232-001V wordt opgenomen. Deze wijzigingsbevoegdheid “wetgevingszone - wijzigingsgebied Clinge 10” vervalt op de verbeelding en in de regels (artikel 62.3.10).
30
30
Pagina 55 van 60
104. Klinkerstraat 15-17 Clinge 105. Tiberghienweg 2 Clinge
106. Tiberghienweg 2a Clinge
Beide woningen zijn gesloopt en de gronden zijn als tuingrond verkocht. Het bouwvlak wordt wegbestemd en de aanduiding ‘bijgebouwen’ wordt opgenomen. Op 30 oktober 2007 is vrijstelling als bedoeld in artikel 19 lid 2 WRO verleend voor het verzamelen/restaureren, eventueel verhandelen van klassieke auto’s op het kadastrale perceel HUL00, sectie K, nummer 1269. Deze vrijstelling wordt opgenomen in het bestemmingsplan. Het perceel wordt bestemd als ‘Bedrijf’ met de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’. De aanwezige en vergunde bebouwing wordt strak omlijnd met een bouwvlak, zie onderstaande figuur met rode omlijning.
De maximale goothoogte bedraagt 4 meter en de maximale bouwhoogte 8 meter; ter plaaste van de paarse stippellijn bedraagt de maximale goothoogte 6 meter en de maximale bouwhoogte 10 meter. Op 30 oktober 2007 is vrijstelling als bedoeld in artikel 19 lid 2 WRO verleend voor een loods ten behoeve van groothandel in hout en bouwmaterialen en groothandel in ijzer- en metaalwaren en
30 30
30
Pagina 56 van 60
’s-Gravenstraat 141 Clinge
107. ’s Gravenstraat 298 Clinge
verwarmingsapparatuur op het perceel Tiberghienweg 2a te Clinge. Deze vrijstelling wordt opgenomen in het bestemmingsplan. Het perceel wordt bestemd als ‘Bedrijf’ met de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’ (rode omlijning). De loods wordt strak omlijnd met een bouwvlak, de maximale goothoogte bedraagt 6 meter en de maximale bouwhoogte 10 meter. Daarnaast wordt de achterzijde van de tuin van ’s-Gravenstraat 141 bestemd als Bedrijf, zonder bouwvlak met de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’ (paarse omlijning). Op deze gronden is uitsluitend bedrijfsmatige opslag toegestaan.
Het bouwvlak wordt overeenkomstig de feitelijke situatie aangepast (rode omlijning) en de huidige bouwvlak op het perceel vervalt (blauwe omlijning). De aanduiding ‘bijgebouwen’ wordt aan beide zijden 1 meter achter de voorgevellijn ingetekend.
31
Pagina 57 van 60
108. ’s Gravenstraat 313 Clinge 109. Teerlingstraat 27c Clinge 110. Kauterstraat 10-12 Nieuw Namen 111. Nobelplein 34-44 Nieuw Namen 112. Cultuurhistorie beschermde dijken
Aanduiding ‘detailhandel en dienstverlening’ is abusievelijk vervallen; aanduiding wordt hersteld.
31
Het bouwvlak wordt in overeenstemming gebracht met de bebouwing Conform het voormalige bestemmingsplan ‘Nieuw Namen’ wordt voor de percelen Kauterstraat 10 en 12 te Nieuw Namen een aanduiding opgenomen dat maximaal twee woningen zijn toegestaan. Conform het voormalige bestemmingsplan ‘Nieuw Namen’ worden de percelen Nobelplein 34-44 bestemd als ‘Wonen’. In de regels heet Artikel 55: “Waarde - Cultuurhistorie beschermde dijken”. Op www.ruimtelijkeplannen.nl bij Plekinfo: staat er: “Waarde - Cultuurhistorie beschermende dijk”. De naamgeving op www.ruimtelijkeplannen.nl wordt aangepast.
32
33
Pagina 58 van 60
3. Bijlagen
Pagina 59 van 60
3.1 Bodemonderzoek Roskamstraat 34-34a Sint Jansteen
Pagina 60 van 60
Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen (kadastraal bekend Hulst S 274)
Onderzoekslocatie Projectnummer Datum Status
Roskamstraat 34 4564 EK Sint Jansteen 001857 29 mei 2020 Definitief Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. H.R. B.T.W.
Kreekzoom 3, 4561 GX Hulst (NL) +31 (0)114 – 31 15 48 +31 (0)114 – 31 60 11 info@colsen.nl www.colsen.nl Terneuzen 22.05.06.88 NL 810.973.406.B01
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen
Uitgevoerd door Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. Kreekzoom 3 4561 GX Hulst (Zld) Tel: +31 (0) 114 – 31 15 48 Email: info@colsen.nl Opdrachtgever De heer J. van der Windt Australiëweg 20d 4561 PD Hulst Projectleider de heer N. Gelderland paraaf:
Auteur rapportage de heer N. Gelderland paraaf: Controle rapportage mevrouw L. Strobbe paraaf:
Colsen b.v. is, naast de certificeringen in het kader van de BRL1000 en BRL2000 gecertificeerd conform de NENEN-ISO 9001:2015 (certificaat nr. EC-KWA-01187), hetgeen een waarborg is voor een constante kwaliteit en reproduceerbaarheid van onderzoeksgegevens. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v., op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. Niets uit dit drukwerk mag verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt op welke wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v., noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING ..................................................................................................................... 1
2.
VOORONDERZOEK ...................................................................................................... 2 2.1 ALGEMEEN ............................................................................................................... 2 2.2 LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................... 2 2.3 REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ....................................................... 3 2.4 VERWACHTING T.A.V. DE BODEMKWALITEIT ................................................................. 4 2.4.1 Eerder bodemonderzoek .................................................................................. 4 2.4.2 Informatie gemeente Hulst ............................................................................... 4 2.4.3 Digitale bronnen ............................................................................................... 5 2.4.4 Informatie opdrachtgever ................................................................................. 5 2.5 TERREINVERKENNING................................................................................................ 5 2.6 GEBRUIK EN BEÏNVLOEDING VAN DE LOCATIE, VERDACHTE SITUATIE, ACTIVITEITEN, ONGEWOON VOORVAL ..........................................................................................................
6 2.6.1 Historisch kaartmateriaal en luchtfoto’s ............................................................ 6 2.6.2 Toekomstig gebruik .......................................................................................... 6 2.6.3 Calamiteiten/ongewoon voorval ....................................................................... 6 2.6.4 Asbest .............................................................................................................. 6 2.6.5 PFAS ............................................................................................................... 6 2.7 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ................................................................... 7
3.
VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN ....................................................... 9 3.1 UITVOERING VELDWERKZAAMHEDEN .......................................................................... 9 3.2 RESULTATEN VELDONDERZOEK.................................................................................. 9 3.2.1 Bodemopbouw ................................................................................................. 9 3.2.2 Grondwatermeting...........................................................................................10 3.2.3 Verdachtheid asbest in bodem ........................................................................10 3.3 MONSTERSELECTIE EN ANALYSES .............................................................................11
4.
ANALYSERESULTATEN .............................................................................................12 4.1 4.2 4.3
5.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .........................................................................15 5.1 5.2 5.3
6.
ALGEMENE BEGRIPPEN EN TOETSINGSKADER ............................................................12 GROND ...................................................................................................................13 GRONDWATER .........................................................................................................14 CONCLUSIES ...........................................................................................................15 TOETSING VAN DE HYPOTHESE .................................................................................15 AANBEVELINGEN ......................................................................................................15
AANSPRAKELIJKHEID ...............................................................................................17
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Situering onderzoekslocatie Plattegrond met situering boringen en peilfilter(s) Foto’s onderzoekslocatie Boorstaten met legenda Analyseresultaten Toetsingsresultaten Toelichting asbest in de bodem Gegevens vooronderzoek
Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen
1.
Inleiding
In opdracht van de heer J. van der Windt heeft Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v., op de locatie Roskamstraat 34 te Sint Jansteen (kadastraal bekend Hulst N 274) een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Aanleiding Aanleiding tot de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek vormen de voorgenomen bestemmingswijzing en eigendomsoverdracht. Doel Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het freatisch grondwater ten behoeve van de voorgenomen bestemmingswijziging en eigendomsoverdracht. Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740 + A1: 2016 (Bodem – landbodem – strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). Het procescertificaat van Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. en het bijbehorende beeldmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. De onderzoekslocatie is niet in eigendom van Colsen b.v. of in eigendom van een dochter- of zusterbedrijf van Colsen b.v. De onafhankelijkheid van het uitgevoerde bodemonderzoek is hiermee gewaarborgd.
De rapportage kan niet worden toegepast voor de beoordeling van af te voeren grond in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Onderhavig rapport beschrijft de verrichte werkzaamheden en de daaruit volgende conclusies en aanbevelingen van het verkennend bodemonderzoek.
Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
1/17
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen
2.
Vooronderzoek
2.1 Algemeen Conform de NEN5740 moet, voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek uitgevoerd te worden overeenkomstig de NEN 5725:2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De aanleiding tot het vooronderzoek is: Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek In dit hoofdstuk zijn de bij de aanleiding behorende onderzoek aspecten weergegeven. Op basis van deze informatie is een onderzoekshypothese en een onderzoeksstrategie voor het verkennend bodemonderzoek opgesteld. In bijlage 8 zijn de bij de aanleiding behorende onderzoeksvragen inclusief antwoorden weergegeven. In de volgende tabel zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen Bron Kadaster Topotijdreis Boomgaardenkaart en bodemkwaliteitskaart Provincie Zeeland Bodemloket Nazca rapportagemodule Gemeente Hulst Opdrachtgever Waterschap Scheldestromen
Website, contactperoon of archief www.kadaster.nl www.topotijdreis.nl www.zeeuwsbodemvenster.nl www.zeeland.nl www.bodemloket.nl https://zeeland.nazca4u.nl/Rapportage/ Dhr. G.J.J. de Vaan Dhr. J. van der Windt www.scheldestromen.nl
2.2 Locatiegegevens Adres : Roskamstraat 34 Kadastrale gegevens : Hulst S 274 Gemeente : Hulst Gebruik : Woning met voormalig bedrijfsgebouw Oppervlakte : 805 m2 RD-coördinaten : X = 62.445; Y = 364.273 De onderzoekslocatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Sint Jansteen. Het te onderzoeken terrein betreft een woning en voormalig bedrijfsgebouw inclusief buitenterrein. De onderzoekslocatie is deels bebouwd met een woning en het achterliggende voormalige bedrijfsgebouw en is deels verhard met beton en klinkers en deels onverhard. Aan de noordzijde grenst de onderzoekslocatie aan de Roskamstraat met daarachter agrarisch bouwland. Ten zuiden is agrarisch bouwland gesitueerd. Zowel ten oosten als ten westen grenst de onderzoekslocatie aan woningen inclusief bijbehorende tuin. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven op de regionale situatieschets in bijlage 1 van onderhavige rapportage en op de volgende afbeelding.
Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
2/17
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen Figuur 1: Situering onderzoekslocatie (Bron: geografisch loket provincie Zeeland)
2.3 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De globale bodemopbouw is weergegeven in tabel 2. Er is een inschatting gemaakt van de bodemopbouw aan de hand van de dichtstbijzijnde boringen (Dinoloket 2020). Tabel 2: Regionale bodemopbouw Geohydrologische eenheid Formatie van Boxtel
Globale diepte (m-mv) 0,00 – 6,50
Samenstelling bodem Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig; klei, siltig tot zandig, humeus; veen, kleiig
Formatie van Oosterhout
6,50 – 13,00
Zand, matig fijn tot matig grof, glauconiethoudend, schelphoudend; klei, siltig tot zandig
Rupel Formatie
13,00 – 49,00
Klei, lokaal siltig tot zandig; zand, uiterst fijn tot matig fijn, lokaal kleiig, glauconiethoudend
Formatie van Tongeren
49,00 – 51,50
Zand, zeer fijn tot matig grof, glauconiethoudend; klei, lokaal siltig tot zandig
In onderstaand overzicht staan de belangrijkste geohydrologische kenmerken van de geohydrologische situatie schematisch weergegeven. Maaiveldniveau: o circa 1,25 m +NAP. Grondwaterstromingsrichting in het eerste watervoerend pakket: o zuidwestelijke richting. Stijghoogte van het grondwater binnen het eerste watervoerend pakket: o circa 0,71 m +NAP. Dikte van de deklaag: o ontbreekt. Dikte van het eerste watervoerend pakket: Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
3/17
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen
o circa 13,00 m. Top van de slecht doorlatende basis: o circa 13,00 m –NAP. Transmissiviteit (kD-waarde) van het eerste watervoerend pakket: o > 100 m2/dag. Chloridegehalte van het grondwater in het eerste watervoerend pakket: o 18 mg/l (traject 4,00–5,00 m-mv). De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied, wel in een gebied met zoetwatervoorkomens (bron: Waterschap Scheldestromen 2020). Op circa 260 meter ten noordoosten van de onderzoekslocatie is een grondwateronttrekking ten behoeve van de landbouw aanwezig. 2.4
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
2.4.1 Eerder bodemonderzoek Ter plaatse van de onderzoekslocatie is zover bekend niet eerder bodemonderzoek uitgevoerd. In de directe omgeving zijn de volgende gegevens bekend Gentsevaart 2-4 Kapellebrug Ter plaatse van Gentsevaart 2-4 te Kapellebrug, op meer dan 50 meter ten zuidoosten van onderhavige locatie is een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig. Ter plaatse is een fabriek (wassen van textiel) aanwezig geweest, waardoor een verontreiniging met VOCl in de grond en het grondwater is ontstaan. Op de locatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd en vindt monitoring plaats van het grondwater. In 2015 is door ABO Milieuconsult b.v. een afbakenend onderzoek van de interventiewaarde contour uitgevoerd (kenmerk: ANL 15-2903, d.d. 23 september 2015). In dit onderzoek is de interventiewaardecontour van de verontreiniging met VOCl in kaart gebracht. Er is sprake van een verontreiniging van de VOCl afbraakproducten CIS en vinylchloride van per/tri. De interventiewaardecontour heeft een omvang van circa 137.000 m3 bodemvolume. De verontreiniging bevindt zich grotendeels op een diepte van 6 tot 13 m-mv en deels van 4 tot 6 m-mv. Direct ten zuiden van onderhavige locatie is peilbuis 1008 geplaatst. Het grondwater ter plaatse van deze peilbuis is tijdens de uitgevoerde grondwatermonitoring niet verontreinigd met VOCl.
De interventiewaardecontour reikt niet tot onderhavige onderzoekslocatie. De verontreiniging wordt nog steeds gemonitord. Roskamstraat 38 Sint Jansteen Op circa 20 meter ten oosten van onderhavige onderzoekslocatie is in 1995 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met de voorgenomen aanvraag van een bouwvergunning (Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium Zeeuws-Vlaanderen B.V., kenmerk: onbekend, d.d. 09-08-1995). Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er geen reden is voor de uitvoering van een nader bodemonderzoek. Geconcludeerd is dat er geen risico’s voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de onderzoekslocatie. 2.4.2 Informatie gemeente Hulst Er is door de gemeente Hulst een rapportage met bodeminformatie aangeleverd, met informatie van zowel de onderzoekslocatie als de directe omgeving hiervan. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is de volgende (historische) bodembedreigende activiteit bekend: Ondergrondse huisbrandolietank (HBO-tank) met een inhoud van 4000 liter. Het is niet bekend waar ter plaatse van de onderzoekslocatie de tank gesitueerd is (geweest).
Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
4/17
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen
Voor de relevante gegevens van de directe omgeving wordt verwezen naar paragraaf 2.4.1 van onderhavige rapportage. Vanwege de huidige maatregelen omtrent het Coronavirus is het archief van de gemeente Hulst momenteel niet toegankelijk voor personen die niet bij de gemeente werkzaam zijn. Als gevolg hiervan was het niet mogelijk om de informatie uit het milieu-, tank- en bouwarchief in te zien. Omdat er veel informatie is verkregen uit de digitaal ontvangen bodeminformatie en het in de directe omgeving uitgevoerde bodemonderzoek wordt in dit geval aangenomen dat het vooronderzoek compleet genoeg is voor het opstellen van een hypothese en onderzoeksstrategie voor het uit te voeren bodemonderzoek. 2.4.3
Digitale bronnen
Zeeuws Bodemvenster Bodemkwaliteitskaart Volgens de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Hulst is de onderzoekslocatie gelegen in de zone A: Buitengebied en woonwijken > 1960 met bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde voor zowel de boven- als de ondergrond. Volgens de bodemfunctieklassekaart heeft de bodem van de onderzoekslocatie de functie ‘Wonen’. Boomgaardenkaart Volgens de boomgaardenkaart zijn ter plaatse en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie in het verleden geen boomgaarden aanwezig geweest. Geografisch loket provincie Zeeland Volgens het geografisch loket van de provincie Zeeland is op een afstand van circa 20 meter ten oosten van de onderzoekslocatie een verontreinigingscontour aanwezig. Deze contour betreft de verontreiniging met VOCl afkomstig van de Gentsevaart 2-4 te Kapellebrug. Voor meer gegevens over deze verontreiniging wordt verwezen naar paragraaf 2.4.1. Ter plaatse van onderhavige locatie zijn geen verontreinigingen of saneringen bekend/uitgevoerd. Volgens de informatie die geraadpleegd is via het geografisch loket zijn geen (voormalige) stortplaatsen bekend ter plaatse of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. 2.4.4 Informatie opdrachtgever De opdrachtgever is voornemens de onderzoekslocatie te verkopen. De locatie heeft grotendeels nog een bedrijfsbestemming, dit dient te worden omgezet naar een woonbestemming.
De locatie is in het verleden in gebruik geweest als kousenfabriek, wat de locatie, vanwege het wassen/spoelen, verdacht maakt op het mogelijk voorkomen van verhoogde gehaltes aan VOCl (Vluchtige chloorkoolwaterstoffen). Onduidelijk is in welke periode deze fabriek in gebruik is geweest. Het bedrijfsgebouw was vanaf 1995 tot voor kort in gebruik als opslaglocatie voor huis-aan-huisreclamebladen. 2.5 Terreinverkenning Door de heer L. Gelderland, werknemer van Colsen B.V., is op 15 mei 2020 een terreinverkenning uitgevoerd. Op het noordwestelijk deel van de onderzoekslocatie (de smalle strook tussen de bebouwing aan de Roskamstraat 34 en het naastgelegen perceel van Roskamstraat 32) is op het maaiveld asbestverdacht materiaal en puin waargenomen. Uit navraag bij de opdrachtgever blijkt dat het asbestverdachte materiaal niet afkomstig is van de locatie zelf, maar vermoedelijk zwerfasbest betreft. Onderhavig onderzoek is gericht op de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie. De constatering van asbestverdacht materiaal op het noordwestelijk gedeelte van de locatie is vooralsnog niet te relateren aan de (voormalige) bedrijfsactiviteiten op de locatie. Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
5/17
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen
Verder zijn er geen bijzonderheden geconstateerd, de locatie is grotendeels verhard met beton. Er zijn geen aanwijzingen gevonden van de locatie van de voormalige ondergrondse HBO-tank. Tijdens de uitvoering van de terreinverkenning zijn foto’s van de onderzoekslocatie gemaakt. Deze zijn opgenomen in bijlage 3 van onderhavige rapportage. 2.6
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
2.6.1 Historisch kaartmateriaal en luchtfoto’s Volgens het via de website www.topotijdreis.nl geraadpleegde historische kaartmateriaal (periode 1875-2018) is beoordeeld dat de onderzoekslocatie sinds circa 1950 bebouwd is. In de periode daarvoor was de locatie in gebruik als agrarisch bouwland. De Roskamstraat is volgens het kaartmateriaal eveneens sinds 1950 aanwezig. In de loop der jaren is er meer bebouwing ontwikkeld rondom de onderzoekslocatie. De situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie (bebouwing) is sindsdien onveranderd gebleven. Volgens de (historische) luchtfoto’s die geraadpleegd zijn via de website van de provincie Zeeland is op de luchtfoto van 1959 te zien dat op de noordzijde van de onderzoekslocatie een loods aanwezig is, vermoedelijk betreft dit de door de opdrachtgever vernoemde kousenfabriek. Het zuidelijk gedeelte van de onderzoekslocatie is in gebruik als agrarisch bouwland. Op de luchtfoto van 1970 is te zien dat het zuidelijk gedeelte van de locatie betrokken is bij de bedrijfslocatie. Op de luchtfoto van 2003 is te zien dat het dak van de bedrijfsloods is vervangen. Sindsdien is de onderzoekslocatie volgens de geraadpleegde luchtfoto’s nagenoeg onveranderd gebleven. 2.6.2 Toekomstig gebruik In de nabije toekomst blijft het bodemgebruik van de onderzoekslocatie ongewijzigd.
De locatie heeft gedeeltelijk nog een bedrijfsbestemming, deze dient te worden omgezet naar woonbestemming. 2.6.3 Calamiteiten/ongewoon voorval Voor zover bekend zijn er op de onderzoekslocatie geen calamiteiten of ongewone voorvallen in het kader van de Wet milieubeheer en/of Wet bodembescherming en of andere milieuregelgeving bekend. 2.6.4 Asbest Op basis van de geconstateerde asbestverdachte materialen en bijmengingen met puin op het maaiveld ter hoogte van het noordwestelijke deel van de onderzoekslocatie dient de locatie als verdacht te worden beschouwd op het voorkomen van verhoogde gehaltes aan asbest in de bodem. Door de opdrachtgever is aangegeven dat het asbestverdachte materiaal niet afkomstig is van de locatie zelf, waardoor het vermoedelijk zwerfasbest betreft. Het doel van het onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit vast te leggen in verband met de voorgenomen bestemmingswijziging. Aangezien er vooralsnog geen aanwijzingen zijn voor bodembelastende (bedrijfs)activiteiten waarbij asbest op of in de bodem terecht is gekomen, wordt de locatie vooralsnog niet aanvullend op asbest onderzocht. 2.6.5 PFAS PFAS is een stofgroep van gefluoreerde koolwaterstoffen, die van nature niet afbreken en in hogere gehalten/concentraties schadelijke gevolgen kunnen hebben voor mens, dier en milieu. Tot deze stofgroep worden onder andere PFOS, PFOA en GenX gerekend.
Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
6/17
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen
In juli 2019 is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een tijdelijk handelingskader gepubliceerd met betrekking tot de hergebruiksmogelijkheden van PFAS-houdende grond en baggerspecie. In dit document zijn voorschriften omschreven voor het onderzoek en de mogelijkheden voor hergebruik van grond die (mogelijk) PFAS (poly- en perfluor alkyl stoffen) houdend is. Als gevolg van dit tijdelijk handelingskader dient grond die in aanmerking komt voor hergebruik onderzocht te zijn op PFAS. Op 29 november 2019 is een geactualiseerde versie van dit tijdelijk handelingskader gepubliceerd. Er zijn geen gegevens bekend over de aanwezigheid van een puntbronlocatie van poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie (< 25 m) . Voor de definiëring van PFAS puntbronlocaties is tabel 1 en bijgaande tekst in het Handelingskader voor PFAS van Expertisecentrum PFAS (Expertisecentrum PFAS (2018, 25 juni) “Een handelingskader voor PFAS”, beschikbaar via https://www.expertisecentrumpfas.nl/documenten.html) gehanteerd. Hierdoor wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige bron van PFASverontreiniging op deze locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden.
Omdat er geen grond afgevoerd zal worden van de locatie en er wat betreft PFAS geen bekende puntbronnen aanwezig zijn ter plaatse en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie dient de grond niet aanvullend onderzocht te worden op PFAS. 2.7 Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van de verzamelde informatie wordt de onderzoekslocatie als een verdachte locatie beschouwd wat betreft het voorkomen van bodemverontreiniging. Aanleiding hiervoor betreft het voormalige gebruik als kousenfabriek en de (voormalige) aanwezigheid van een ondergrondse HBO-tank. Opgemerkt wordt dat er geen verdere informatie is teruggevonden over de voormalige kousenfabriek ter plaatse van de onderzoekslocatie. Tevens is niet bekend waar ter plaatse van de onderzoekslocatie de tank gesitueerd is (geweest). De halfverharding, op het noordwestelijke deel van de onderzoekslocatie wordt, op verzoek van het bevoegd gezag (gemeente Hulst), vooralsnog als aandachtspunt beschouwd en niet specifiek onderzocht op de asbesthoudendheid. Dit omdat onderhavig onderzoek wordt uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingswijziging. Het aantal uit te voeren boringen wordt op aangeven van het bevoegd gezag gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL), zoals omschreven in de vigerende versie van de Nederlandse Norm NEN 5740.
Aanleiding hiervoor is dat met het volgens deze strategie voorgeschreven aantal boringen een representatief beeld van de locatie verkregen kan worden ten behoeve van de voorgenomen bestemmingswijziging. In afwijking van de NEN 5740 worden alle boringen die volgens de onderzoeksstrategie zijn voorgeschreven tot een diepte van 0,5 m-mv, doorgezet tot een diepte van 2,0 m-mv. Dit omdat niet bekend is waar op de locatie de verdachte activiteiten exact aanwezig zijn geweest. Tevens wordt om deze reden vooralsnog enkel het grondwater en niet de grond onderzocht op het voorkomen van vluchtige koolwaterstoffen (VOCl). In de volgende tabel is de te hanteren onderzoeksstrategie schematisch weergegeven.
Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
7/17
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen Tabel 3: Overzicht onderzoeksstrategie Onderzoekslocatie Oppervlakte (m2) Toe te passen strategie uit de NEN5740+A1 2016 Boringen Tot 2,00 m-mv
Roskamstraat 34 Sint Jansteen 805 ONV-NL**
5
En boring met peilbuis* Peilbuis met bovenzijde filter 0.5 m-grondwaterstand
1
Analyses grond Bovengrond: Pakket 1 Ondergrond: Pakket 1
1 1
Analyses grondwater Pakket 2
1
Pakket 1: Pakket 2:
Standaardpakket grond (bestaande uit: droge stof, organische stof, lutum, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood, zink, PCB (7) minerale olie (C10-C40) en PAK (10 VROM)) conform AS3000 Standaardpakket grondwater (bestaande uit: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood, zink, vluchtige aromaten (BTEXN), VOCL (11), 1,1-dichlooretheen, 1,1-dichloorpropaan, 1,2-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, tribroommethaan, vinylchloride, styreen, minerale olie (C10-C40)) conform AS3000
* Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 meter beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot ten minste 5 meter beneden het maaiveld. ** In afwijking van de NEN 5740 worden alle boringen die volgens de onderzoeksstrategie zijn voorgeschreven tot een diepte van 0,5 m-mv, doorgezet tot een diepte van 2,0 m-mv.Dit omdat niet bekend is waar op de locatie de verdachte activiteiten exact aanwezig zijn geweest. *** Het aantal uit te voeren boringen wordt op aangeven van het bevoegd gezag gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL Aanleiding hiervoor is dat met het volgens deze strategie voorgeschreven aantal boringen een representatief beeld van de locatie verkregen kan worden ten behoeve van de voorgenomen bestemmingswijziging.
De onderzoeksstrategie is in onderling overleg met het bevoegd gezag (gemeente Hulst) vastgelegd. Asbest Op basis van de geconstateerde asbestverdachte materialen en bijmengingen met puin op het maaiveld ter hoogte van het noordwestelijke deel van de onderzoekslocatie dient de locatie als verdacht te worden beschouwd op het voorkomen van verhoogde gehaltes aan asbest in de bodem. Door de opdrachtgever is aangegeven dat het asbestverdachte materiaal niet afkomstig is van de locatie zelf, waardoor het vermoedelijk zwerfasbest betreft. Onderhavig onderzoek is gericht op de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie. De constatering van asbestverdacht materiaal op het noordwestelijk gedeelte van de locatie is vooralsnog niet te relateren aan de (voormalige) bedrijfsactiviteiten op de locatie. Aangezien er vooralsnog geen aanwijzingen zijn voor bodembelastende (bedrijfs)activiteiten waarbij asbest op of in de bodem terecht is gekomen, wordt, in overleg met de gemeente Hulst, de locatie vooralsnog niet aanvullend op asbest onderzocht.
Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
8/17
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen
3.
Veld- en laboratoriumwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op basis van de actuele BRL SIKB 2000, protocol 2001 en protocol 2002. Colsen b.v. is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification BV (certificaat nr. EC-SIK20252) en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op verzoek van de opdrachtgever worden de betreffende protocollen en het procescertificaat toegezonden. De medewerker die de veldwerkzaamheden heeft uitgevoerd is geregistreerd als erkend veldmedewerker voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000. 3.1 Uitvoering veldwerkzaamheden Op 20 mei 2020 zijn de boringen voor het bepalen van de bodemstructuur, het nemen van de grondmonsters en het plaatsen van de peilbuizen uitgevoerd door de heer L. Gelderland. De heer Gelderland heeft verklaard dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd. Verspreid over de onderzoekslocatie zijn geplaatst: 5 boringen tot 2,0 meter – maaiveld (m-mv) (nrs. 101 en 103 t/m 106) 1 peilbuis (nr. 102, filterstelling 2,20-3,20 m-mv) Tijdens de terreinverkenning en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is op zowel het maaiveld als in het opgeboorde materiaal aandacht besteed aan de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Op het maaiveld op het noordwestelijk deel van de onderzoekslocatie, ter hoogte van boring 101, is asbestverdacht materiaal waargenomen.
Een tekening met de situering van de boringen en de peilbuis is bijgevoegd als bijlage 2. 3.2
Resultaten veldonderzoek
3.2.1 Bodemopbouw De boorstaten met de veldwaarnemingen zijn als bijlage 4 bijgevoegd. Uit de veldwaarnemingen blijkt dat de bodem tot een diepte van 1,85 à 2,00 m-mv in het algemeen bestaat uit matig fijn zand met een siltige of kleiige toevoeging. De onderliggende laag bestaat tot een diepte van circa 2,0 à 2,15 uit veen. De diepere ondergrond bestaat tot de maximaal geboorde diepte van 3,20 m-mv uit matig fijn zand. Op het braakliggend gedeelte van de onderzoekslocatie, ter hoogte van boring 101, is asbestverdacht materiaal en puin waargenomen op het maaiveld. Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn waarnemingen gedaan die mogelijk duiden op bodemverontreiniging. De zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn weergegeven in de volgende tabel. De grondwaterstand is tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden bepaald op een diepte van 1,70 m-mv. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn foto’s van de onderzoekslocatie gemaakt. Deze zijn opgenomen in bijlage 3 van onderhavige rapportage.
Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
9/17
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen Tabel 4: Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,50 - 0,70
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
101
Diepte boring (m -mv) 2,00
Zand Zand
102
3,20
0,17 - 0,50
Zand
104
2,00
105 106
2,00 2,00
0,50 - 0,70 0,26 - 0,31 0,31 - 0,50 0,50 - 0,80 1,00 - 1,20 0,20 - 0,70 0,15 - 0,50
Zand Grind Zand Zand Zand Zand
sporen baksteen zwak baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend, matig koolashoudend sporen baksteen, zwak asfalthoudend, zwak koolashoudend zwak baksteenhoudend, sporen koolas volledig baksteen matig baksteenhoudend zwak baksteenhoudend sporen koolas, zwak baksteenhoudend sporen baksteen zwak baksteenhoudend
3.2.2 Grondwatermeting Het grondwater uit peilbuis P102 (boring 102) is op 27 mei 2020 bemonsterd door de heer L. Gelderland. In het veld zijn de grondwaterstand (m-mv), de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) bepaald. In onderstaande tabel worden de uitgevoerde veldmetingen en veldwaarnemingen van de bemonsterde peilbuis schematisch weergegeven. Tabel 5: Overzicht veldmetingen en veldwaarnemingen grondwaterbemonstering Peilbuis Filterdiepte Grondwaterstand Zuurgraad EC-waarde Troebelheid (m-mv) (m-mv) (pH) (µS/cm) (NTU) (P)102 2,20-3,20 1,75 6,06 611 2,12
Belucht (ja/nee) Nee
De in het veld gemeten zuurgraad (pH-waarde) en geleidbaarheid (EC-waarde) zijn normaal voor deze regio. De troebelheid van grondwatermonster GW102 is vergelijkbaar met de troebelheid van grondwater onder natuurlijke omstandigheden. 3.2.3 Verdachtheid asbest in bodem In het kader van dit onderzoek is géén specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond. Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, dan komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren. In de regel is een locatie verdacht op asbest wanneer er asbest(verdachte)resten in of op de bodem zijn aangetroffen, of wanneer er puinhoudende materialen in of op de bodem voorkomen. In bijlage 7 is een nadere toelichting opgenomen op het bepalen van de verdachtheid van een locatie op de aanwezigheid van asbest in de bodem. De locatie is verdacht op het voorkomen van asbesthoudende materialen in de bodem, doordat: Op het maaiveld ter plaatse van het noordwestelijk gedeelte van de onderzoekslocatie asbestverdacht materiaal en een bijmenging met puin (halfverharding) is waargenomen. Door de opdrachtgever is aangegeven dat het asbestverdachte materiaal niet afkomstig is van de locatie zelf, waardoor het vermoedelijk zwerfasbest betreft. Onderhavig onderzoek is gericht op de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie.
De constatering van asbestverdacht materiaal op het noordwestelijk gedeelte van de locatie is vooralsnog niet te relateren aan de (voormalige) bedrijfsactiviteiten op de locatie. Aanbevolen wordt om deze constatering voor te leggen aan het bevoegd gezag om te bepalen of er een aanvullend asbestonderzoek uitgevoerd dient te worden. Onderhavig onderzoek is gericht op de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie. De constatering van asbestverdacht materiaal op het noordwestelijk gedeelte van de locatie is vooralsnog niet te
Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
10/17
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen
relateren aan de (voormalige) bedrijfsactiviteiten op de locatie. De in de opgeboorde grond waargenomen bijmengingen met onder andere baksteen zijn beoordeeld als onverdacht ten aanzien van asbest. 3.3 Monsterselectie en analyses In de volgende tabel is weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet en op welke parameters geanalyseerd is. Tabel 6: Overzicht monstercodes en monstersamenstelling Analysemonster Traject Deelmonsters Zintuiglijke waarneming (m -mv) Grond M01
0,17-0,50
102 (0,17-0,50)
MM02
0,00-0,50
MM03
0,50-1,20
101 (0,00-0,50) 105 (0,20-0,50) 106 (0,15-0,50) 102 (0,50-0,70) 104 (1,00-1,20)
Analysepakket1) (conform AS3000)
Sporen baksteen, zwak Standaardpakket grond asfalt- en koolashoudend Sporen baksteen Standaardpakket grond Sporen baksteen Zwak baksteenhoudend Zwak baksteen-, sporen Standaardpakket grond koolashoudend Zwak baksteen-, sporen koolashoudend
Grondwater GW102 2,20-3,20 102 (2,20-3,20) Standaardpakket grondwater Toelichting: 1) Standaardpakketten: Grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) polychloorbifenylen (PCB som 6), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie, lutum en organische stof Grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie
De monsters zijn respectievelijk op 20 mei 2020 (grond) en 27 mei 2020 (grondwater) door Colsen b.v. ter analyse aangeboden c.q. overgedragen aan Eurofins Analytico B.V., dit is een door de Raad van Accreditatie erkend laboratorium. De monsters zijn onder de vereiste gekoelde omstandigheden opgeslagen en vervoerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de AS3000 ‘Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek’.
Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
11/17
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen
4.
Analyseresultaten
4.1 Algemene begrippen en toetsingskader Wet bodembescherming Om de mate van verontreiniging van de grond en het grondwater te beoordelen worden de analyseresultaten van de grond en het grondwater getoetst aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming. Toetsing vindt plaats met behulp van het computerprogramma Terra Index. Terra Index is een programma dat aansluit op de BoToVa-toetsing (Bodem Toets- en Validatieservice). Hierin is de regelgeving van de wet Bodembescherming verwerkt en vindt een toetsing plaats van de gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD) aan de achtergrond-/ streef- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden (AW) zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als ‘schone’ of ‘niet verontreinigde grond’. De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan, waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging. De interventiewaarden (I) geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd.
Grond, slib of grondwater, waarin stoffen voorkomen die de interventiewaarden overschrijden, wordt aangeduid als sterk verontreinigd. Er wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging, indien het gemiddelde gehalte (of concentratie bij grondwater) aan één stof de interventiewaarde overschrijdt in tenminste 25 m3 grond/slib of voor het grondwater in tenminste 100 m3 bodemvolume. De voormalige tussenwaarde (matige verontreiniging) is het gemiddelde van de achtergrondc.q. streefwaarde en de interventiewaarde van een parameter. Het betreft een rekenkundig gemiddelde, dat niet rechtstreeks aan een specifiek risiconiveau is gekoppeld. Wanneer de gestandaardiseerde meetwaarde deze waarde overschrijdt bestaat het vermoeden van een bodemverontreiniging en dient mogelijk een nader onderzoek uitgevoerd te worden. De norm voor barium is tijdelijk ingetrokken (volgens de Circulaire bodemsanering, d.d. 1 juli 2013). Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium (920 mg/kg d.s.).
De toetsing hoeft alleen nog uitgevoerd te worden in situaties waarbij sprake is van een duidelijke antropogene bron. Correctie van de analyseresultaten De toetsingswaarden voor grond zijn afhankelijk van het lutum- en het organische stofgehalte in de betreffende bodemlagen. De achtergrond- en interventiewaarden van zware metalen zijn afhankelijk van de lutum en organische stofgehalten van de grond. De overige (organische) parameters zijn enkel afhankelijk van het percentage organische stof. Derhalve dienen de eerder beschreven achtergrond- en interventiewaarden of het analyseresultaat te worden gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en organische stofgehalten. In dit geval worden de meetwaarden gecorrigeerd (bodem met 10% organische stof en 25% lutum) en worden de gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD) getoetst aan de normen. Toelichting van de index Bij de getoetste waarden is een index opgenomen. De index geeft aan in welke mate een gehalte/concentratie een richtwaarde overschrijdt voor een specifieke parameter. Deze index wordt als volgt berekend: Index = (GSSD-AW) / (I-AW). Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
12/17
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen
Een negatieve index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD lager is dan de achtergrond-/ streefwaarde. Een index kleiner dan 0,5 houdt in dat de GSSD (ver) onder de interventiewaarde ligt (lichte verontreiniging). Een index boven de 1,0 houdt in dat de GSSD boven de interventiewaarde ligt (sterke verontreiniging). Een index tussen 0,5 en 1 houdt in dat de GSSD dicht bij de interventiewaarde ligt (matige verontreiniging). Afhankelijk van de locatie specifieke omstandigheden geeft laatstgenoemde mogelijk aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader onderzoek. De volledige analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn toegevoegd in bijlage 5. In bijlage 6 zijn de resultaten opgenomen van de toetsing van de gestandaardiseerde meetwaarden aan de achtergrond-/streef- en interventiewaarden inclusief de bijbehorende normen. 4.2
Grond
Resultaten In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven die de betreffende achtergrond- of interventiewaarde overschrijden. Tabel 7: Overschrijdingstabel grond Monster (m-mv)
Deelmonsters (m-mv)
Zintuiglijke waarneming
Overschrijdingen > AW (i <= 0,5) licht
M01 (0,17-0,50)
102 (0,17-0,50)
MM02 (0,00-0,50) MM03 (0,50-1,20)
101 (0,00-0,50) 105 (0,20-0,50) 106 (0,15-0,50) 102 (0,50-0,70) 104 (1,00-1,20)
Toelichting: : AW, I, i :
geen bijzonderheden/geen overschrijding AW = achtergrondwaarde, I = interventiewaarde, i = index
> AW & <= I (0,5 < i <= 1) Matig -
>I (i > 1) Sterk -
Sporen baksteen, zwak asfalt- en koolashoudend Sporen tot zwak baksteenhoudend
Kobalt, zink, PAK Koper, zink, lood, PAK
-
-
Zwak baksteen-, sporen koolashoudend
Zink
-
-
Interpretatie In de zwak asfalt-, koolas- en sporen baksteenhoudende bovengrond (M01, boring 102, traject 0,17 – 0,50 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan kobalt, zink en PAK boven de achtergrondwaarden aangetroffen. De sporen tot zwak baksteenhoudende bovengrond (MM02, boringen 101, 105 en 106, traject 0,00 – 0,50 m-mv) bevat licht verhoogde gehalten aan koper, zink, lood en PAK boven de achtergrondwaarden. In de zwak baksteen- en sporen koolashoudende ondergrond (MM03, boring 102 en 104, traject 0,50 – 1,20 m-mv) is een licht verhoogd gehalte aan zink boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Barium: Antropogene bron De gemeten gehalten aan barium zijn, conform het gestelde in de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, getoetst aan de voormalige interventiewaarde. Dit in verband met het voor deze parameter aanwezig zijn van een aanwijsbare antropogene bron (Bijmengingen met o.a. baksteen, koolas en asfalt). Uit de toetsing blijkt dat de gemeten gehalten aan barium deze voormalige interventiewaarde niet overschrijden.
Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
13/17
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen
4.3 Grondwater In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven die de betreffende streef- of interventiewaarde overschrijden. Tabel 8: Overschrijdingstabel grondwater Monster
Peilbuis (filter, m-mv)
Overschrijdingen >S (i <= 0,5) licht
GW102 Toelichting: : S, I, i :
102 (2,20-3,20)
> S & <= I (0,5 < i <= 1) Matig
>I (i > 1) Sterk
Cis+trans-1,2-dichlooretheen, Tetrachlooretheen (per)
geen bijzonderheden/geen overschrijding S = Streefwaarde, I = interventiewaarde, i = index
Interpretatie In het grondwatermonster GW102 (peilbuis (P)102; filtertraject 2,20-3,20 m-mv) zijn licht verhoogde concentraties aan cis+trans-1,2-dichlooretheen en tetrachlooretheen (per) boven de streefwaarden aangetoond.
Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. – Water, Energie en Milieu
14/17
Projectnummer: 001857 Verkennend bodemonderzoek Roskamstraat 34 Sint Jansteen
5.
Conclusies en aanbevelingen
In opdracht van de heer J. van der Windt is door Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v., in verband met de voorgenomen bestemmingswijziging en eigendomsoverdracht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel aan de Roskamstraat 34 te Sint Jansteen. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de vigerende versie van de NEN 5740. 5.1
Conclusies
Grond De bodem bestaat tot een diepte van 1,85 à 2,00 m-mv in het algemeen uit matig fijn zand met een siltige of kleiige toevoeging. De onderliggende laag bestaat tot een diepte van circa 2,0 à 2,15 uit veen. De diepere ondergrond bestaat tot de maximaal geboorde diepte van 3,20 mmv uit matig fijn zand. Op het braakliggende gedeelte van de onderzoekslocatie, ter hoogte van boring 101, is asbestverdacht materiaal en puin waargenomen op het maaiveld. In de opgeboorde bodem zijn bijmengingen met onder andere baksteen, koolas en asfalt aangetroffen. Er zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan met betrekking tot de voormalige ondergrondse HBO-tank. De grondwaterstand is tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden bepaald op een diepte van 1,70 m-mv. Wet bodembescherming De bovengrond ter plaatse van de locatie bevat maximaal licht verhoogde gehalten aan kobalt, zink, koper, lood en/of PAK boven de achtergrondwaarden. In de ondergrond wordt maximaal een licht verhoogd gehalte aan zink boven de achtergrondwaarde aangetroffen. In de grond zijn geen verhoogde gehaltes aan brandstof gerelateerde parameters aangetoond, die gerelateerd zouden kunnen worden aan de voormalige ondergrondse HBO-tank.
Grondwater In het grondwatermonster GW102 (peilbuis (P)102; filtertraject 2,20-3,20 m-mv) zijn licht verhoogde concentraties aan cis+trans-1,2-dichlooretheen en tetrachlooretheen (per) boven de streefwaarden aangetoond. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties aan brandstof gerelateerde parameters aangetoond, die gerelateerd zouden kunnen worden aan de voormalige ondergrondse HBO-tank. Asbest Op basis van de tijdens de terreinverkenning geconstateerde asbestverdachte materialen en bijmengingen met puin op het maaiveld ter hoogte van het noordwestelijke deel van de onderzoekslocatie dient de locatie als verdacht te worden beschouwd op het voorkomen van verhoogde gehaltes aan asbest in de bodem. Door de opdrachtgever is aangegeven dat het asbestverdachte materiaal niet afkomstig is van de locatie zelf, waardoor het vermoedelijk zwerfasbest betreft. Het doel van het onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit vast te leggen in verband met de voorgenomen bestemmingswijziging. Aangezien er vooralsnog geen aanwijzingen zijn voor bodembelastende (bedrijfs)activiteiten waarbij asbest op of in de bodem terecht is gekomen, de locatie, in overleg met de gemeente Hulst, niet aanvullend op asbest onderzocht.
5.2 Toetsing van de hypothese De vooraf opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ wordt aanvaard, vanwege de in de grond en het grondwater aangetroffen verhoogde gehalten/concentraties. 5.3 Aanbevelingen De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, aangezien de gemeten gehalten/concentraties kleiner zijn