Ontwerp bestemmingsplan Mountainbikepark Wittebrugstraat Hulst
Tekst van het document
6.2
kan worden
dat de economische
uitvoerbaarheid
in voldoende
mate
is verzekerd.
Handhaving
Handhaving van regelgeving vraagt om actuele regels. Regels die zijn gebaseerd op gedateerde inzichten, hebben hun geloofwaardigheid verloren en kunnen in redelijkheid ook niet meer afgedwongen worden. Door verouderde regels neemt de kans op misbruik daarvan ook toe. De regels van het bestemmingsplan leggen een ruimtelijk relevante norm vast, met n bepaalde gevallen een daaraan gekoppelde bevoegdheid tot afwijken, die het bestuur de mogelijkheid geeft in te spelen op de dynamiek van de samenleving. Op die wijze wordt ook de gelegenheid geboden een belangenafweging te maken van de individuele belangen ten opzichte van het algemeen belang. Afwijkingsbevoegdheden zijn echter gelimiteerd. Daar waar geen afwijkingen meer mogelijk zijn begint de handhaving. Handhaving van bestemmingsplannen en ruimtelijke regelgeving is de laatste jaren in een steeds verder toenemende belangstelling komen te staan van bestuurlijk Nederland. Door het plaatsvinden van enkele ingrijpende incidenten is de handhaving in een stroomversnelling gekomen. In toenemende mate spreken burgers de gemeente aan op het handhaven van de (eigen) regels. Ook in de jurisprudentie is een verandering tot stand gekomen. De rechter spreekt zich nadrukkelijk uit over het handhaven van de regelgeving en neemt zelfs in beginsel een plicht tot handhaving aan.
Daarnaast krijgt de rechtszekerheid van bestemmingsplannen bij de rechterlijke toetsing een steeds belangrijkere rol. Voor een aanvaardbaar handhavingsbeleid wordt in de eerste plaats gestreefd naar een voldoende draagvlak voor het bestemmingplan en de daarin opgenomen regels. Een bestemmingsplan met weinig draagvlak houdt immers het risico in dat het slecht wordt nageleefd en is dan weinig zinvol. In verband hiermee is het bestemmingsplan zodanig opgezet dat het voor zoveel mogelijk betrokkenen een duidelijke, toegankelijke en op de hedendaagse behoeften en eisen afgestemde bestemmingsregeling bevat. Verder wordt informatie verstrekt omtrent de inhoud van het bestemmingsplan. Hiermee wordt onder andere beoogd het begrip bij de burgerte vergroten. Het geven van voorlichting vormt daarmee ook een belangrijke schakel in de handhavingsactiviteiten. Van gemeentewege worden hiertoe de nodige activiteiten ondernomen, waaronder een informatieavond.
Toelichting - Bestemmingsplan ‘Mountainbikepark Wittebrugstraat Hulst - 29 'an
Kerkhoff
Maakoerk in RO
Daarnaast worden de regels in de praktijk toegepast en gehandhaafd. Ten aanzien van overtredingen zal een actief handhavingsbeleid worden gevoerd. Getracht wordt de controlewerkzaamheden ten aanzien van geconstateerde overtredingen op een intensieve manier uit te voeren. Handhavingsactiviteiten worden zoveel mogelijk onderling afgestemd. Controle in het kader van het bestemmingsplan wordt gekoppeld aan controle in het kader van milieuwetgeving en omgekeerd. Dit i van belang om de benodigde inzet van extra middelen zo beperkt mogelijk te houden, maar ook om tot een samenhangend handhavingsbeleid te komen. Tegen activiteiten, die in strijd zijn met het bestemmingsplan zal het gemeentebestuur, administratiefrechtelijk optreden, op grond van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht
(Awb). Wanneer eenmaal sancties moeten worden getroffen, zal dit op consistente wijze, maar met oog voor de juridische spelregels, worden gedaan. Indien de activiteiten niet kunnen worden gelegaliseerd, zullen de instrumenten van aanschrijving, stillegging bouw, bestuursdwang en dwangsom worden toegepast. De uitvoering van de strafrechtelijke vervolging ligt in handen van het Openbaar Ministerie.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op basis van artikel 3.1.1 Bro is het bestemmingsplan in vooroverleg gezonden naar de provincie Zeeland, het Waterschap Scheldestromen en Staatsbosbeheer. De provincie Zeeland heeft in haar reactie aangegeven dat het nader onderzoek naar flora en fauna dient te worden uitgevoerd en mede op grond daarvan aangegeven zal moeten worden hoe met de afwegingszone van 100 meter rond bestaande natuurgebieden wordt omgegaan. Verder verzoekt de provincie in de regels te borgen dat er geen vaste verlichting of geluidsinstallaties kunnen komen. In het ontwerpbestemmingsplan zijn deze opmerkingen verwerkt. Het ontwerp bestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter visie gelegd.
Toelichting - Bestemmingsplan ‘Mountainbikepark Wittebrugstraat Hulst - 30 n
Kerkhoff ù
RO
BESTEMMINGSPLAN MTB-TERREIN
WITTEBRUGSTRAAT HULST
BIJLAGEN
BIJ
DE TOELICHTING
Toelichting - Bestemmingsplan ‘Mountainbikepark Wittebrugstraat Hulst -31
C
an, Ke rkl1\_ogá
Bijlage 1. Watertoets
Aanmeldformulier watertoets waterschap Scheldestromen
„wsomrtestromen
De watertoets of waterschapstoets geeft inzicht in de consequenties van uw plan voor de taken van Waterschap Scheldestromen. Voorafgaand aan het overleg stuurt u ons een zo volledig mogelijk ingevuld aanmeldformulier. Dit formulier is de agenda voor ons contact met u (in persoon, per mail en/of telefonisch). De watertoetstabel met definitieve invullingen en eventueel aanvullende documenten is inhoudelijk gelijk aan de, wettelijk verplichte, waterparagraaf van het ruimtelijk plan. Het ruimtelijk plan vormt de basis voor ruimtelijke besluitvorming en vergunningverlening.
Uw gegevens Gegevens initiatiefnemer
(particulier /bedrijf) Eigenaar
Naam:
Formulier ingevuld door
(werkend voor initiatiefnemer, b.v. adviesbureau)
Organisatie: Adres:
Postcode + plaats:
Van Kerkhoff Maatwerk in RO Reinier de Graafstraat 17 5017 GP TILBURG
E-mailadres:
info@vankerkhoffmaatwerk.nl
Telefoonnummer:
06-31771881
Datum aanvraag:
15 augustus 2022
Gegevens van het plan Wat is de (concept)plannaam:
Bestemmingsplan ‘Mtb-terrein Wittebrugstraat Hulst”
Waar is het plan gelegen:
Wittebrugstraat Hulst, kadastraal bekend als R 541, 605, 607, 1006 en 1007.
Wie is de contactpersoon bij de gemeente?
(geanonimiseerd) S
Watertoetstabel
‘Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden
Geen waterkering in nabijheid
met de daarvoor benodigde ruimte.
Voorkomen overlast door oppervlaktewater
De inrichting van het perceel is nog niet bekend.
Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water.
worden met het waterschap over de hoeveelheid
Bij uitvoering van het plan zal overleg gepleegd
overstroming vanuit oppervlaktewater in
verharding, demping van de aanwezige watergangen en waar de benodigde waterberging
maatgevende situaties te voorkomen.
zal worden gerealiseerd. De reeds bekende
Waarborgen van voldoende bouwpeil om Rekening houden
met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme
gegevens zijn ingevuld in onderstaande tabel.
weersituaties.
huidige
na
situatie
_
realisatie
dakoppervlak
o|
100m |:
dichte
bodemverharding
0
0|2
doorlatende
°
°1?
bodemverharding
wateroppertak | 1500m | 1500n; [ 4
C?Van Ke rkür:_$fá
Toelichting - Bestemmingsplan ‘Mountainbikepark Wittebrugstraat Hulst - 32
Thema en water(beheer)doelstelling Voorkomen
overlast door hemel-
Uitwerking
en afvalwater
Hemelwater op daken en terreinverharding wordt
Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en
volledig afgekoppeld en in de bodem geïnfiltreerd.
van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband
Er zal geen gebruik gemaakt worden van uitlogende
met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI,
Plangebied biedt voldoende ruimte om water te
het transportsysteem en het beperken van overstorten.
laten infiltreren en te bergen.
Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van
infiltratiegebieden en -mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit
Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.
materialen.
Geen onttrekking van grondwater. is dat
hemelwater
van
schone
Uitgangspunt
verharde
oppervlakken via bodeminfiltratie wordt afgevoerd.
Geen gebruiksmogelijkheden voor functies die invloed hebben op de waterkwaliteit.
Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit.
Geen gebruiksmogelijkheden voor functies die
Vergroten van de veerkracht van het watersysteem.
invloed hebben op de waterkwaliteit.
Toepassing van de trits schoonhouden,
scheiden, zuiveren.
Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via 0.a. de
Geen gebruiksmogelijkheden voor functies die invloed hebben op de volksgezondheid.
daarvoor benodigde ruimte.
Bodemdaling Voorkomen van maatregelen
die (extra)
maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen
Niet van toepassing
veroorzaken.
Natte
Realisatie van waterberging. De locatie en
natuur
Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.
inrichting zijn nog onbekend. De waterberging zal
zoveel mogelijk aansluiten op de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van de omgeving.
Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adeguaat onderhouden
Zones langs de watergangen
worden. Rekening houden met obstakelvrije
bebouwing en beplanting. Bebouwing op ruime
blijven vrij van
onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande
afstand.
Langs watergangen komen graspaden.
(hout)beplanting.
Andere belangen waterbeheer
Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de
Meerdere watergangen dwars door het plangebied worden gedempt. Deze zullen elders in het plangebied in samenspraak met het
werking van objecten (terreinen, milieuzonering)
waterschap worden gecompenseerd.
van
worden duikers en drainage aangebracht om een
Relatie met eigendom waterbeheerder de waterbeheerder
niet
belemmeren.
Indien nodig
goede afwatering mogelijk te maken. Zuidelijk deel Wittebrugstraat is in beheer bij het Waterschap.
Wegen in beheer bij het waterschap
Er worden twee uitritten
gerealiseerd. Op deze twee plaatsen zijn reeds uitritten aanwezig voor de agrarische gronden,
duikers zijn dan ook al aanwezig.
Toelichting - Bestemmingsplan ‘Mountainbikepark Wittebrugstraat Hulst -33
an
Kerkhof f
C Maakoerk in RO
Bijlage 2. Aeriusberekening Van Kerkhoff Maatwerk in RO, 16 oktober 2023
Toelichting op berekening in paragraaf 4.6.
Toelichting - Bestemmingsplan ‘Mountainbikepark Wittebrugstraat Hulst - 34 'an
Kerkhoff
Maakoerk in RO
a AERIUS
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen
stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort,
of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
=
Overzicht
=
Samenvatting situaties
=
Resultaten
=
Detailgegevens per emissiebron
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
a AERIUS
Contactgegevens Rechtspersoon
Van Kerkhoff Maatwerk in RO
Inrichtingslocatie
Wittebrugstraat , 4562CAHulst
Activiteit
Mountainbikepark Hulst Aanlegen gebruik van een mountainbikepark met oefenparcours
Omschrijving
Toelichting
Berekening AERIUS
RXTWiJ8MRbEu
kenmerk
Datum berekening
16 oktober 2023, 18:38
Rekenconfiguratie
Wnb-rekengrid indl. eigen rekenpunten
2024
Emissie NHs
aanlegen gebruik-Beoogd
Rekenjaar
0,4kg/i
Emissie NO, 26,5kg/j
Resultaten
Hoogstebijdrage
Hexagon
Gebied
Totale emissie
aanlegen gebruik-
Beoogd
Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste
toename
Grootste afname
RXTWIJSMRbEu (16 oktober 2023)
28
[+]
Projectberekening
AERIUS
aanleg en gebruik (Beoogd), rekenjaar 2024
Emissiebronnen
EmisieNH
EmissieNO
ED
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | aanleg
02kg/j
24,0kg/j
&
Verkeersnetwerk
0,2kg/j
25 kg/j
RXTWIJSMRbEu (16 oktober 2023)
3/8
[+]
Projectberekening
AERIUS
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
Absdaalseweg
van de
Industieweg
u$
k
&
£
&
&
e
e
®
wes
£
N;
ë
;
s
e
e
3
K
ë
3
€9
&&
e} 3 <
3
&
%,
KS
Her,
s
ë
é
\ &
x
ë Molenstraat
Sint Jansteen
L
9
Rosk Oskar 500m
_© &
MStraat
&®
&
S
[D][D] Vogetrichtlijn Habitatrichtlijn [D] Vogetrichtlijn, Habitatrichtlijn
E Niet bepaald
è&
@ Grootste toename (projectberekening) © Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabelsop de kaart geven bij welke type situatiesde bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RXTWIJSMRDEu (16 oktober 2023)
4/8
[+]
Projectberekening
AERIUS
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "aanleg en gebruik" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend(ha
_
gekarteerd)
Hoogstetotale
Mettoename
depositie(mol
(hagekarteerd)
_ Grootste
N/hajjr) Totaal
RXTWIJSMRbEu (16 oktober 2023)
-
Metafname(ha
toename(mol
_ gekarteerd)
_ Grootsteafname (mol N/hafjr)
N/hajjr) -
-
-
-
5/8
Projectberekening
a AERIUS Pereigen rekenpunt
Naam
Coördinaat
1
Rekenpunt1
X:63728,86Y:363154,36
onu
Rekenpunt2
X:61967,83Y:362331,52
Rekenpunt1
X:63103,41:363005,03
Rekenpunt2
X:63664,74:363163,28
Rekenpunt3
X:62440,37:362519,06
RXTWIJSMRbEu (16 oktober 2023)
Projectbijdrage (mol N/hajr)
6/8
Projectberekening
a AERIUS
aanleg en gebruik, Rekenjaar 2024
ED
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam
aanleg
Loaatie
NOx
x62148,66
NHs
Y:365118,94
Oppervlakte
3,02ha
Naam
Stageklasse
mobiele kraan
24,0kg/j 92kg/j
Brandstof- _ Draaiuren AdBlue _ Stof verbruik verbruik NOx 200 u/j
_ Middelzware utiliteitsvoertuigen (tot6L cilinderinhoud) op diesel
NH:
ED
Emissie
240
kgí 0,2kg/j
Wegverkeer | Weg
Naam
aanleg
X:61999,63 :365505,46 634,75m
Typesscherm Hoogte
-
-
Wegtype
Buitenweg
Afstand tot de weg
-
-
Tunnetfactor
1
Locatie Lengte Rijrichting
Beide richtingen
Type hoogteligging
Normaal
Weghoogtet.0.v.
Om
maaiveld
Verkeer
Max.
Lichtverkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links
Rechts
NO:
NO: NHs
aantal voertuigbewegingen
02kg/j 63,3g/ 59g/
Infile
0,0/jaar 0,0/jaar 100,0 /jaar 0,0/jaar
0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
Wegverkeer | Weg
Naam
gebruik
X:61999,94 :365508,23 638,17m
Typesscherm Hoogte
-
-
Wegtype
Buitenweg
Afstand tot de weg
-
-
Tunnetfactor
1
Locatie Lengte Rijrichting
Beide richtingen
Type hoogteligging
Normaal
Weghoogtet.0.v.
Om
maaiveld
Verkeer
Max,
Lichtverkeer
Voorgeschreven Voorgeschreven Voorgeschreven Voorgeschreven
Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
snelheid
factoren factoren factoren factoren
Links Rechts NO:
NO: NHs
23kgij 9,5kg/j 92kg/j
Aantal voertuigbewegingen
Infile
54,0 /etmaal
0,0%
0,0 /etmaal
0,0%
0,0 /etmaal
0,0%
0,0 /etmaal
0,0%
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag,
kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is, AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden
verleend, zijn voorbehouden.
RXTWIJSMRDEu (16 oktober 2023)
T7/8
Projectberekening
a AERIUS Rekenbasis
Deze berekeningis tot stand gekomen op basis van AERIUS versie
2023_20231004_fd8d865135
Database versie
2023_fd8d865135_calculator_nl_stable
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RXTWIJSMRbEu (16 oktober 2023)
8/8
Bijlage 3. Quickscan natuurwetgeving Wieland, mei 2022
Toelichting - Bestemmingsplan ‘Mountainbikepark Wittebrugstraat Hulst - 35
(@
'an
Kerkhoff
s
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
Opdrachtgever: Datum:
9 mei 2022
Uitgevoerd en opgesteld door: Adviesbureau Liniestraat
4561
ZS
Wieland
13
Hulst
0612352169
© Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
INHOUD
1
_ Inleiding.… Aanleiding en doel onderzoek
1. 1
1. 2
Kader….
1. 3
_ Afbakening plangebied en werkwijze _ Opzet beoordelin: Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteitel _ Soortenbescherming
1. 4
2 3
31 32
Zoogdieren Vogels…
3.2.1 3.2.2 33
Broedvogels Watervogels Reptielen en Amfibieën
34
Vissen…
3.5 _ Ongewervelden 36 _ Vaatplanten 4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn ) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ). 5 _ Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering
Bijlage 1 Bijlage 2
Kaart Natuurbeheerplan, Natura 2000 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel onderzoek
Gepland is om aan de zuidzijde van Hulst een mountainbikepark aan te leggen. Het huidige terrein bestaat uit landbouwgrond en bos, ook liggen er enkele sloten in. Een quickscan in
het kader van de Wet natuurbescherming is noodzakelijk om te bepalen of hierbij beschermde natuurwaarden een nadelig effect ondervinden. Deze rapportage bevat de resultaten van een voorstudie van beschikbare kennis op het gebied van beschermde natuurwaarden. Op basis van de gevonden resultaten kan op voorhand bepaald worden of significante effecten op de huidige (beschermde) natuurwaarden al dan niet uit te sluiten zijn en wat eventueel nog nader onderzocht dient te worden.
In deze beoordeling worden dan ook de volgende vragen, voor zover mogelijk, beantwoord:
e
Tot welke (mogelijke) effecten leidt de aanleg van een mountainbikepark op beschermde
1.2
natuurwaarden?
e
Wat is de reikwijdte van de mogelijke effecten?
«
Hoe beïnvloeden de effecten de jaarrond beschermde soorten en de kwalificerende natuurwaarden, gelet op de instandhoudingsdoelen?
e
Zijn mogelijke negatieve effecten significant? Al of niet in combinatie met andere
e
projecten in de omgeving? Op welke wijze kunnen negatieve effecten voorkomen of gemitigeerd worden?
Kader
Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen en projecten getoetst te
worden aan eventuele natuurbescherming.
strijdigheid
met
de
verbodsbepalingen
uit
de
Wet
Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en
plantensoorten niet worden, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield. Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) staan vernoemd in onderstaand
kader. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)
Beschermingsregime Vogelichtljn 831 Wo soorten Anzalid1
Beschermingsregime Mabitatrichtlijn 6 3.2 Wnsoorten Anz5lid1
Beschermingsregime soorten$33Wn andere Anzrolidsa
vogels opzentelijk te doden ofte vangen.
_ natuurlike verspreidingsgebied opzettelijk te doden ofte vangen
doden ofte vangen
Het s erboden n het wil evende
Met s verboden soorten n hun
Anzalid2
An3slidg
He s werboden opzettelik nesten,
ustplaatseneneierenvanvogelste vernielen ofte beschadigen,ofnesten
Met s verboden soorten opzerelijk te
Metis verboden de voortplantingsplaat-
_ _
sen of rustplaatsen van dierente beschadigen ofte ernielen
splaatsen of ustplaatsen van deren opzettelij te beschadigen of 1e
van vogeis weg te nemen
Anzalid3
Hetiswerboden eierenterapenendeze onderzich e hebben
Anzaolidb
_ Het i verboden de vaste voortplanting-
vernielen
_
An3slid3
Hetis verbaden eieren a dieren in de natuur opzettelijkte vernielen ofte
Niet van toepassing
rapen
Ar3lid genlids
Heiswerboden vogelsopzettelijkte
storen, enzi de storing niet van wezenlijkeinoed s op de staat van
__
Ansslid2
Hetis werboden dieren opzetelij e
Niet van toepassing
verstoren
instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing
Anzslids Met i verboden plantensoorten
inhun
Ant 30 d1e _ Het i verboden plantensoorten in hun
natuurlike verspreidingsgebied opzettelij te plukken en e verzamelen, af e snijden, e ontwortelenof te
natuurlike verspreidingsgebied _ opzetteli te plukken en t verzamelen, af e snijden, te ontwortelenof e
vernielen
vernielen
Bron: Soortenbescherming bijruimtelike ingrepen, Ministerie van Economische Zaken
De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In 0.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Beschermde soorten — met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien
van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en
spitsmuizen, de woelrat, de egel, konijn, ree en vos, algemene waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.
amfibiesoorten,
Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
in of bij wet genoemd
belang,
er is geen
alternatief en
‘doet geen
afbreuk aan
de
gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere
algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort.. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen 0.a. alle vleermuissoorten, de bever,
otter, noordse
woelmuis,
verschillende
amfibiesoorten
waaronder
rugstreeppad
en kamsalamander.
Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd,
welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.
De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt.
Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende
het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er
geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren
of amfibieën die in winterslaap gaan.
Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
beschermde
soorten worden
waargenomen
schade
deze
zo veel
aan
individuen
dienen
maatregelen
mogelijk te voorkomen
genomen
te worden
om
(bijvoorbeeld
wegvangen
en
verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien. Gebiedenbescherming Natura
2000
De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ's) in het kader van de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa.
De
Europese
overgenomen. overgenomen.
Vogel
en
Habitatrichtlijn
zijn
in
Wet
natuurbescherming
(Wnb)
Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende
maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Binnen Nederland zijn er, in de periode 1986-2005, 79 belangrijke vogelgebieden als speciale beschermingszone (SBZ) van de Vogelrichtlijn aangewezen. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn in 2003 141 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie. Ongeveer 87% van het oppervlak van deze Habitatrichtlijngebieden heeft overlap met de gebieden die als Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. In Aanwijzingsbesluiten wordt door de minister van EZ de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch
vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden, natuurlijke Habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten, waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1.
Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht;
2.
Er een kans op effecten, maar zeker niet significant:
vergunningaanvraag via een verstoringstoets/ verslechteringstoets; 3.
Er is een kans op significante effecten:
vergunningaanvraag via Passende Beoordeling (alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang). Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen.
Natuurnetwerk
Het Natuurnetwerk Zeeland, vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Zeeuwse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
netwerk
moet
natuurgebieden
beter verbinden
agrarisch gebied. Het maakt onderdeel Natuurnetwerk Nederland liggen:
uit
van
met
elkaar
het
en
met
Nederlandse
het omringende netwerk.
In
het
* bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; * gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; * landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;
ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van
de Noordzee en de Waddenzee;
* alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing
en ontwikkeling van
dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Riijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.
1.3 Het
Afbakening plangebied en werkwijze plangebied
is weergegeven
in figuur
1. Het
plangebied
werkzaamheden zullen plaatsvinden (rood aangegeven).
is het gebied
waar
de
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
Figuur 1. Plangebied.
Het plangebied is bezocht op 15 april 2022. Daarnaast zijn lokale verspreidingsatlassen geraadpleegd, zijn gegevens opgevraagd en zijn openbare websites geraadpleegd.
1.4
Opzet beoordeling
De opzet van deze beoordeling is als volgt. In hoofdstuk 2 is een korte beschrijving gegeven van het studiegebied, het plangebied en de voorgenomen activiteit. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de te verwachten en de aangetroffen natuurwaarden in het gebied. Deze gegevens zijn vervolgens geïnterpreteerd en beoordeeld in relatie tot de voorgenomen activiteit.
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
2
Beschrijving huidige situatie en voorgenomen
activiteiten In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie. Het plangebied waar deze quickscan op van toepassing is, s gelegen aan de zuidzijde van Hulst. Het ligt tussen de weg N260 (westzijde), Hockeyvelden (noordzijde) en de bebossing Zoete Vaart aan de oostzijde. Het plangebied zelf bestaat uit landbouwgrond (akkerbouw) en bebossing, 0,71
ha. De bomen bestaan uit een mix van inheemse bomen
en fruitbomen. Door en
rondom het gebied liggen enkele sloten.
De werkzaamheden bestaan uit het kappen van bomen, grondverzet en in het gebruik nemen van het terrein als mountainbikepark. De exacte terreinindeling is nog niet bekend. Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied.
10
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
Foto 1. Plangebied, links bestaan natuurbied, rechts maisperceel en toekomstig mountainbikepark.
Foto 2.
Plangebied (bos).
11
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
3
Soortenbescherming
Hieronder worden soorten vernoemd die in de omgeving van het plangebied voorkomen. Vervolgens wordt uitgewerkt of deze soorten ook in het plangebied voorkomen en of er
eventueel nadelige effecten te verwachten zijn.
3.1
Zoogdieren
Overige soorten: egel, bosmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis, vos, ree.
Beschermde soorten: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, baardvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, franjestaart, watervleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, bosvleermuis, mopsvleermuis, konijn, wezel, hermelijn, veldspitsmuis, bunzing, eekhoorn. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: Bekker 2009, Zoogdieren in Zeeland, NDFF 1 mei 2022. Het terrein bestaat deels uit landbouwgrond.
Door de intensieve bewerking zijn hier geen beschermde soorten te
verwachten. Een deel bestaat echter ook uit bos en ruigte. Dit is een geschikt leefgebied voor grondgebonden zoogdieren als konijn, wezel, hermelijn, bunzing, veldspitsmuis, eekhoorn
en vleermuizen.
Het is niet bekend
of deze
daar voor komen.
Uit te voeren maatregelen: Inrichten terrein als mountainbikepark. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Nog niet bekend. Mitigerende maatregelen / Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Nog niet bekend. Conclusie:
Het plangebied is gedeeltelijk geschikt als leefgebied voor grondgebonden zoogdieren. Een nader onderzoek naar konijn, wezel, bunzing, eekhoorn, veldspitsmuis en hermelijn moet
uitwijzen of deze daadwerkelijk voorkomen in het plangebied. Daarnaast is een deel van het terrein geschikt leefgebied voor vleermuizen. Een onderzoek dient uit te wijzen welke soorten en welke functies het betreft.
12
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
3.2
Vogels
3.2.1
Broedvogels
De volgende broedvogels zijn in de omgeving van het plangebied vastgesteld: Houtduif, Holenduif, Merel, Zanglijster, Koolmees, Pimpelmees, Kauw, Ekster, Zwarte kraai, Spreeuw,
Turkse Tortel, Zwarte roodstaart, Groenling, Putter, Kneu, Vink, Grasmus, Winterkoning, Heggenmus, Kleine karekiet, Bosrietzanger, Waterhoen, Wilde eend, Meerkoet, Fazant, Bosuil, Boomkruiper, Grote Bonte Specht, Groene Specht, Tuinfluiter, Zwartkop, Roodborst, Buizerd, Ransuil, Sperwer. Cursief zijn soorten die zijn opgenomen in categorie 5. Vet zijn soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: veldinspectie, vogelatlas van Nederland, NDFF versie 1 mei 2022. Het plangebied dat bestaat uit bos is geschikt voor bosvogels. Op de akkers zijn geen broedvogels te verwachten. Er zijn soorten te verwachten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd
is. Het is niet bekend
of deze
hier voorkomen
en wat de functie van
het
plangebied is. Uit te voeren maatregelen: Inrichten terrein als mountainbikepark. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Nog niet bekend. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Nog niet bekend. Conclusie:
De terreindelen die in gebruik zijn als akker zijn niet geschikt als broedlocatie. De sloten en het bos zijn geschikt terrein voor broedvogels. Het is niet bekend of hier jaarrond beschermde
soorten voorkomen.
Dit dient nader onderzocht
te worden.
13
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
3.2.2 Watervogels Er komen geen watervogels voor in het plangebied. Trekvogels en watervogels
Voorkomen / functie van het plangebied: (Ministerie van Verkeer en Waterstaat e.a., Deltavogelat!as, atlas van vogelconcentraties en vliegbewegingen in het Deltagebied, digitale versie 1 mei 2022.; SOVON Vogelonderzoek Nederland & Ganzenwerkgroep Zeeland.2019; Omdat het terrein gelegen is nabij bos en een doorgaande weg en gedeeltelijk uit bos bestaat is het geen geschikt terrein voor watervogels. Uit te voeren maatregelen: Inrichten terrein als mountainbikepark. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet te verwachten
Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie:
Geen nadelig effect te verwachten. Het plangebied is ongeschikt voor watervogels.
3.3
Reptielen en Amfibieën
Amfibieën die kunnen voorkomen in de ruimere omgeving van het plangebied zijn:
Algemene beschermde soorten: Bruine kikker, Groene kikker, Kleine watersalamander, Gewone pad, Levendbarende hagedis.
Voorkomen en functie van het plangebied: Bron: website www.ravon.nl,
NDFF datum
1 mei 2022.
De genoemde amfibiesoorten komen voor in de omgeving van het plangebied en mogelijk ook in het plangebied. Er zijn enkele slootjes die geschikt zijn als voortplantingsbiotoop. Het
habitat is niet geschikt voor reptielen er zijn geen open terreindelen die nodig zijn voor hagedissen.
Uit te voeren maatregelen: Inrichten terrein als mountainbikepark.
Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Bij de inrichting kunnen dieren gedood worden. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet in het geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te
beperken: Nadat de inrichting bekend is kan in overleg met een ecologisch deskundige bepaald worden wat het effect is. Door bijvoorbeeld sloten te dempen buiten de kwetsbare periode kan voorkomen worden dat dieren gedood worden. Conclusie: Geen nadelige effecten te verwachten indien mitigerende maatregelen getroffen worden.
14
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
3.4
Vissen
Tiendoornige stekelbaard, driedoornige stekelbaars Voorkomen en functie van het plangebied: (Website Ravon versie 1 mei 2022). (Nie, Hendrik W. de, Atlas van de Nederlandse zoetwatervissen, Doetinchem, febr. 1996). Waterschap Scheldestromen.
In het plangebied zijn enkele sloten die onderdeel uit kunnen maken van het leefgebied van vissen. Hiervoor geldt de zorgplicht.
Uit te voeren maatregelen: Inrichten terrein als mountainbikepark. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Vissen kunnen gedood worden bij het dempen van sloten.
Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Nadat de inrichting bekend is kan in overleg met een ecologisch deskundige bepaald worden wat het effect is. Door bijvoorbeeld sloten eenzijdig te dempen kan voorkomen worden dat dieren gedood worden Conclusie:
Geen negatieve effecten te verwachten indien ter mitigerende maatregelen getroffen worden.
3.5
Ongewervelden
Voorkomen en functie van het plangebied: Vlinder- en Libellenwerkgroep 2003; Geene et. al. 2007; Wagenaar 2007, NDFF 1 mei 2022. In het plangebied komen geen dagvlinders, nachtvlinders, libellen, sprinkhanen en overige ongewervelden voor die beschermd worden door de Wet natuurbescherming. Het
plangebied is ongeschikt omdat het bestaat uit verhard gebied. Ook zijn ook geen populaties van beschermde soorten gelegen binnen 1 kilometer afstand. Uit te voeren maatregelen: Bouwrijp maken van het terrein. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Er komen geen beschermde soorten voor. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: het biotoop is ongeschikt voor beschermde ongewervelden. Geen negatieve effecten te verwachten. Er komen geen beschermde soorten voor.
3.6
Vaatplanten
In het plangebied komen geen beschermde soorten voor.
[Voorkomen en functie van het plangebied: 15
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
Flora Zeelandica
en veldbezoek.
NDFF
versie
1 mei 2022
In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Tijdens het veldbezoek zijn deze
niet vastgesteld. Beschermde vaatplanten komen vooral voor in kalkrijke (vochtige) biotopen, voedselarme akkers en schraallanden. Deze zijn in het plangebied niet aanwezig. Er geen muren waarop beschermde muurplanten kunnen voorkomen.
Uit te voeren maatregelen Inrichten terrein als mountainbikepark. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing.
Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet in het geding.
Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie:
Er komen geen beschermde soorten voor in het plangebied.
16
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Natura 2000/Natuurbeschermingswet Het plangebied is geen Beschermd Natuurmonument of Natura 2000 gebied, zie bijlage 1. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Stropersbos (België) op 2,5 kilometer afstand. In Nederland is het meest nabij gelegen gebied de Vogelkreek op 7 kilometer afstand.
De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 gebieden is groot genoeg om geen negatieve effecten van trilling, geluid of optische verstoring te veroorzaken. Er wordt ook geen grondwater onttrokken dus er zijn geen verdrogingseffecten. De instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden worden niet aangetast.
Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Het plangebied is niet begrensd in het kader van de Natuurnetwerk Zeeland (NNZ, voorheen
Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), zie bijlage 1. Gebieden die begrensd zijn in het kader van het NNZ liggen op korte afstand < 10 meter. Dit betreft de bossen van de Waterstraat/Zoetevaart van staatsbosbeheer. De inrichting en het in gebruik nemen van het mountainbikepark kan een nadelig effect hebben op de natuurkwaliteiten van dit gebied. Door geen verlichting of geluidsversterkende te plaatsen kan voorkomen dat er ongewenste verstoring is. Het is raadzaam te overleggen met staatsbosbeheer hoe voorkomen kan
worden dat er neveneffect ontstaat van een toenemend gebruikt van mountainbikers in het bosgebied waar dit niet is toegestaan. Er wordt beplanting gekapt. Het totale oppervlakte beplant terrein is 0,71 ha. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom. Het onderdeel houtopstanden in de Wet natuurbescherming is niet van toepassing. Conclusie:
Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op gebieden die zijn aangewezen in het kader van het NNZ indien er mitigerende maatregelen worden genomen.
17
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
5
_ Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering
Te zuiden van Hulst zal een mountainbikepark aangelegd worden. Het terrein bestaat nu uit akkers en uit bos.
Om het terrein in te richten als mountainbikepark zal grondverzet plaats vinden en zullen er bomen gekapt worden. Een deel van de bomen kan behouden blijven.
Het plangebied is een geschikt biotoop voor grondgebonden zoogdieren waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Konijn, wezel, hermelijn, eekhoorn, veldspitsmuis en vleermuizen kunnen voorkomen in het gebied. Ook vogels waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is kunnen voorkomen in het plangebied. Dit betreft buizerd, ransuil en sperwer. Er dient nader onderzocht te worden
of er beschermde
soorten voorkomen
en wat de functie
van het plangebied is. Dit betreft:
e
Grondgebonden zoogdieren;
«
Vleermuizen;
«
Broedvogels (ransuil, sperwer, buizerd)
Bij de inrichting kan dan mogelijk rekening gehouden worden met het beschermde leefgebied/ Indien dit niet mogelijk is dient er een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. In deze beoordeling is er vanuit gegaan dat er geen verlichting, of geluidsapparatuur
geplaatst wordt. Andere soorten die in het gebied voorkomen zijn soorten waarvoor de zorgplicht geldt. Dit betreft amfibieën, grondgebonden zoogdieren (als egels) en vissen. Indien bekend is hoe de inrichting zal zijn en welke werkzaamheden hiervoor uitgevoerd zullen worden kan in overleg met een ecologisch deskundige een ecologisch werkprotocol opgesteld worden. Hierdoor kan voorkomen worden dat dieren gedood worden. Het terrein is niet geschikt voor andere beschermde soorten omdat de essentiële biotopen ontbreken.
Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er is ook geen negatief effect te verwachten op de natuurkwaliteiten van terreinen die zijn aangemerkt in het kader van het natuurnetwerk Zeeland indien er geen verlichting of geluidsapparatuur geplaatst wordt en indien er voorkomen wordt dat er een extra toeloop ontstaat van mountainbikers naar de aangrenzende natuurgebieden waar dit niet is toegestaan. Het wordt aanbevolen om hierover in overleg te gaan met de terreinbeheerder.
18
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
Bijlage 1 Natuurnetwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), rood is plangebied.
19
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
Natura 2000 (rood is plangebied).
20
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland
21
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
Provincie Zeeland, 22 december 2016 :/% Zeeland Checklist ontheffing soortenbescherming Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van planten en dieren op het gehele grondgebied van Nederland (artikelen 3.1 /m 3.11). Dit betekent dat als u werkzaamheden gaat uitvoeren in een omgeving waar een of meerdere beschermde dieren en/of planten aanwezig zijn, u deze checklist dient te doorlopen om een antwoordte krijgen op de vraag of u een ontheffing nodig heeft.
1. Komen er binnen de invloedzone van het plangebied beschermde dier- en/of plantensoorten voor?
In de artikelen 3.1t/m 3.4 Wnb is het beschermingsregime van de soorten die onder de Vogelrichtlijn (VR) vallen geregeld. De artikelen 3.5 tot en met 3.9 regelen het beschermingsregime van soorten uit de Habitatrichtlijn (HR) en in de artikelen 3.10 en 3.11 is het beschermingsregime van de overige soorten geregeld. U dient na te gaan of EE onder een van deze beschermingsregimes vallen. De invloedzone van het plangebied kan ruimer zijn dan het plangebied. Denk bijvoorbeeld aan het aanleggen en/of gebruik van een industrieterrein, waarbij door bijvoorbeeld licht een vliegroute van beschermde vleermuizen buiten het plangebied wordt verstoord. Een hulpmiddel bij het vaststellen van beschermde soorten in uw omgeving is de Effectenindicator soorten van de E E EE JA: ga door naar de volgende vraag
: er
is geen ontheffing nodig
2. Hebben uw activiteiten/handelingen (tijdelijk) negatieve effecten op beschermde dier- en/of plantensoorten?
Denk hierbij bijvoorbeeld aan het doden, vangen of opzettelijk (ver)storen van een soort of in geval van planten het beschadigen of vernielen hiervan. Maar ook vernietiging van het leefgebied of kwaliteitsverlies van het leefgebied van de soort door bijvoorbeeld geluid, versnippering of belichting, kan een effect veroorzaken.
JA:
ga door naar de volgende vraag
NEE:
er is geen ontheffing nodig
3. Geldt voor al deze soorten en handelingen een vrijstelling en/of een gedragscode? Bij deze vraag is het van belang dat u nagaat of voor alle soorten waarop een effect te verwachten is, een vrijstelling volgens de Verordening Wet natuurbescherming Zeeland 2107 (zie www zeeland.nl} en/of een
goedgekeurde gedragscode (zie https://mijn.rvo.nl/flora-en-faunawet-ontheffing-en-vrijstelling) van toepassing is. In veel gevallen zal dit voor slechts een deel van de soorten gelden en dient u naar de volgende vraag te gean
JA: u heeft geen ontheffing nodig
Nee: ga door naar de volgende vraag
22
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1) In artikel 3.1 zijn een aantal verboden opgenomen, waaronder het opzettelijk storen en doden van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van nesten. Onder opzet wordt ook voorwaardelijke opzet verstaan, dat wil zeggen dat een handeling wordt verricht waarbij bewust de aannemelijke kans wordt aanvaard dat deze handeling schadelijke gevolgen kan hebben voor de soort. In artikel 3.1 is ook geregeld dat het verbod om vogels opzettelijk te storen , niet van toepassing is indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort. Het verjagen en/of storen
van niet-broedende vogels -voor zover het niet gaat om jaarrond beschermde verblifplaatsen- wordt niet als storing beschouwd, omdat vogels kunnen viiegen en verderop kunnen gaan zitten, zonder dat dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Voor de vraag wanneer er sprake is van een storing die van wezenlijke invloed s op de staat van instandhouding van de soort verwijzen wij u naar de toelichting van het zanvraagformulier ruimtelijke ingrepen soortbescherming (www.zeeland.nl)
4. Zijn er binnen de invloedsfeer van het plangebied (ecologische functies die essentieel zijn voor de functionaliteit van) voortplantings- of vaste rust-of verblijfplaatsen van vogels?
Tot voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen worden gerekend nesten van vogels gedurende de broedperiode en de jaarrond beschermde verblijfplaatsen. Onder nesten van vogels moet ook de functionele omgeving daarvan worden begrepen, voor zover het broedsucces daarvan afhankelijk is. Het gaat dan om essentiële ecologische functies zoals een goed foerageergebied nabij de nestplaats welke bepalend is voor het broedsucces. Indien dit foerageergebied verdwijnt of wordt aangetast kan di resuiteren in het verlaten van de nestplaats of een lagere overleving van het aantal jongen daar de oudervogels verder moeten vliegen en minder profijt hebben van het foerageren zelf (kosten wegen niet op tegen de baten). Zie voor de lijst van jaarrond beschermde vogeinesten: www.odh.nl Zie voor de wijze waarop dit dient te worden beschouwd, de toelichting op vraag 2 van het aanvraagformulier.
JA: ga door naar de volgende vraag
NEE: ga door naar vraag 6
5. Voorkomt u door het nemen van maatregelen dat de in artikel 3.1 genoemde
verboden
worden
overtreden?
Kunt u aannemelijk maken en verzekeren dat door het tijdig treffen van maatregelen voorafgaand aan de activiteit{en) geen verboden worden overtreden? U kunt hierbij denken aan het afstemmen van de werkzaamheden op de biologische ritmes en seizoencycli van de soort maar het kan ook gaan om maatregelen waardoor (de functionaliteit van) voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen in het geheel niet worden aangetast
JA: ga door naar de volgende vraag
NEE:
e
u dient in ieder geval voor
e
e
23
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
Beschermingsregime diersoorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en overige diersoorten (artikel 3.10 ) In deartikelen 3.5 en 3.10 Wnb zijn een aantal verboden opgenomen, waaronder het opzettelijk doden, vangen en verstoren van de diersoort, maar ook het opzettelijk beschadigen of vernielen van de (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de dieren. Onder opzet wordt ook voorwaardelijke opzet verstaan, dat wil zeggen dat een handeling wordt verricht waarbij bewust de aannemelijke kans wordt aanvaard dat deze ‘handeling schadelijke gevolgen kan hebben voor de soort.
5 innen de invloedsfeer van het plangebied (ecologische functies functionaliteit van) voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van diersoorten?
Tot voortplantings- of vaste rust-of verblijfplaatsen worden bijvoorbeeld locaties gerekend waarin zich kraamkolonies, paarverblijven en overwinteringsplaatsen bevinden, afhankelijk van de soort. Daarnaast vallen ooktijdelijke, seizoensgebonden, verblijfplaatsen (bijvoorbeeld holen, burchten) of standplaatsen die van belang zijn voor de gunstige staat van instandhouding van een soort onder de reikwijdte van artikel 3.5 Wnb. Bij essentiële ecologische functies gaat het bijvoorbeeld om migratie-en vliegroutes of foerageergebieden, die van groot belang zijn voor het functioneren van een voortplantings-of vaste rust- of verblijfplaats.
JA: ga door naar de volgende vraag
NEE: ga door naar vraag 8.
7. Voorkomt u door het nemen van maatregelen dat de in artikel 3.5 en/of artikel 3.10 genoemde verboden worden
overtreden?
Kunt u aannemelijk maken en verzekeren dat door het tijdig treffen van maatregelen voorafgaand aan de activiteit(en) geen verboden worden overtreden? U kunt hierbij denken aan het afstemmen van de werkzaamheden op de biologische ritmes en seizoencyciì van de soort maar het kan ook gaan om maatregelen waardoor (de functionaliteit van) voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen in het geheel niet worden aangetast.
Nee, u dient in ieder geval voor diersoorten (van de Habitatrichtlijn} Ja, a door naar de volgende vraag
een ontheffing aan te vragen
24
Quickscan natuurwetgeving project aanleg mountainbikepark Hulst
Beschermingsregime plantensoorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en EES EE ER} EES E E EN E E e vaatplanten van soorten die in de bijlage, onderdeel B, bij de Wnb zijn genoemd. Onder opzet wordt ook voorwaardelijke opzet verstaan, dat wil zeggen dat een handeling wordt verricht waarbij bewust de zannemelijke kans wordt aanvaard dat deze handeling schadelijke gevolgen kan hebben voor de soort.
8. Zijn er binnen (de invloedsfeer van) het plangebied plantensoorten aanwezig die onder het beschermingsregime van de artikelen 3.5 en/of 3.10 vallen?
Naast het fysiek wegnemen of beschadigen van individuele plantensoorten is ook aantasting van de kwaliteit van de groeiplaats van beschermde soorten relevant. Gedacht kan worden aan verdroging of vernatting wat maakt dat de soorten
in hun voortbestaan worden
Ja, ga door naar de volgende vraag
belemmerd.
Nee, u heeft geen ontheffing nodig
9. Voorkomt u door het nemen van maatregelen dat de in artikel 3.5 en/of artikel 3.10 worden
genoemde verboden
overtreden?
Kunt u aannemelijk maken en verzekeren dat door het tijdig treffen van maatregelen voorafgaand aan de activiteit(en) geen verboden worden overtreden? U kunt hierbij denken aan het ontzien van de groeiplaats, werken buiten de bloeiperiode en periode van zaadzetting of, afhankelijk van welke soort en/of het beschermingsregime van toepassing is. Nee, u dient Ja, u heeft geen ontheffing n
in
ieder geval
voor plantensoorten een ontheffing aan te vragen
Indien u een onthef
1}
g nodig heeft, dient u bij het aanvragen hiervan in alle gevallen aan te tonen dat: ergeen andere bevredigende oplossing bestaat en
2)
2 dat de activiteit nodig is in één van de voor de soort van toepassing geachte belangen.
Daarnaast gelden voor Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn soorten specifieke randvoorwaarden m.b.t. de staat van Instandhouding. Voor een nadere uitleg over deze voorwaarden dient u toelichting op het aanvraagformulier
soortbeschermingte raadplegen. Het aanvraagformulier vindt u op https://www zeeland.nl/vergunningen-en-ontheffingen/soortenbescherming.
25
Bijlage 4. Nader onderzoek beschermde natuurwaarden mountainbikepark Hulst Wieland, december 2022
Toelichting - Bestemmingsplan ‘Mountainbikepark Wittebrugstraat Hulst - 36
(@
'an
Kerkhoff
s
Nader onderzoek beschermde natuurwaarden Mtb park Hulst
Nader
onderzoek
beschermde
natuurwaarden
Mountainbike park Hulst
4 december
2022
Uitgevoerd en opgesteld door:
Adviesbureau Liniestraat
4561
ZS
Wieland
13
Hulst
0612352169
© Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.
Nader onderzoek beschermde natuurwaarden Mtb park Hulst
Inhoud
Inleiding …
1
Omschrijving van het plangebied
2
Methode
21
_ Grondgebonden zoogdieren
22
Vleermuizen
23
Ransuil, sperwer, buizerd…
3 _ Resultaten en aanbevelingen … Conclusie
…
oNnbw
Nader onderzoek beschermde natuurwaarden Mtb park Hulst
Inleiding Gepland is om op een terrein aan de zuidzijde van Hulst een mountainbike park aan te leggen. Het terrein bestaat nu uit bos met ruigte en akker. Om te bepalen welke beschermde diersoorten in het gebied leven is een quickscan uitgevoerd. Middels de quickscan is
bepaald welke soorten er in het plangebied voor kunnen komen die een nadelig effect van de werkzaamheden
kunnen
ondervinden.
Dit betreft:
e
Grondgebonden zoogdieren;
e
Vleermuizen;
e
Broedvogels (ransuil, sperwer, buizerd)
Door gericht veldonderzoek is bepaald of deze soorten ook daadwerkelijk voorkomen in het plangebied. De resultaten van het veldonderzoek zijn uitgewerkt in deze notitie.
Nader onderzoek beschermde natuurwaarden Mtb park Hulst
1
Omschrijving van het plangebied
Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van Hulst. Het ligt tussen de weg N260 (westzijde), hockeyvelden (noordzijde) en de bebossing Zoete Vaart aan de oostzijde. Het
totale plangebied is circa 2,5 ha. Het plangebied bestaat uit landbouwgrond (akkerbouw, circa 1,7 ha) en bebossing (circa 0,8 ha). De bomen bestaan uit een mix van inheemse bomen en fruitbomen. Door en rondom het gebied liggen enkele sloten. Op beide akkers werd in 2022 mais geteeld. De werkzaamheden bestaan uit het kappen van bomen, grondverzet en in het gebruik nemen van het terrein als mountainbikepark. De exacte terreinindeling is nog niet bekend. Figuur 1. Ligging van het onderzoeksgebied.
Nader onderzoek beschermde natuurwaarden Mtb park Hulst
2
Methode
Het gebied is onderzocht op de aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren (konijn, hazen, marterachtigen, eekhoorn, veldspitsmuis) vleermuizen, ransuil, sperwer, buizerd. Op grond van de quickscan zijn effecten op beschermde soorten uit andere soortgroepen
uitgesloten. 21 Grondgebonden zoogdieren Het gehele werkgebied is onderzocht op aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren,
eekhoorn, hazen en konijnen. Het onderzoek is zowel overdag als ’s nachts uitgevoerd. Er is gezocht naar foeragerende dieren en naar sporen (krabkuiltjes, ligplaatsen/legers, holen, mest). De aanwezigheid van konijnen kan sterk fluctueren in verband met ziektes. De
aanwezigheid van eekhoorns, hazen en konijnen is onderzocht op: 15 april, 29 april, 14 mei, 1 juni, 24 juni, 12 juli, 3 augustus, 28 augustus, 5 september. Indien het onderzoek tijdens de nacht was, is er gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera en/of sterke lamp. Met een dergelijke onderzoeksinspanning kan aangetoond worden of de betreffende soorten in het
plangebied aanwezig zijn. Er zijn op drie locaties cameravallen en marterboxen/struikrovers geplaatst, zie figuur 2.
Deze zijn verspreid over het terrein geplaatst op locaties waar marterachtigen te verwachten zijn (ruige vegetatie en struweel). De cameravallen zijn operationeel geweest in de periode juli - september (6 weken). Als lokmiddel zijn sardientjes gebruikt. Met deze mix aan onderzoeksmiddelen kunnen alle marterachtigen vastgesteld worden.
Middels deze
methode worden de marterachtigen naar de camera gelokt. Vervolgens worden ze door de camera gefotografeerd. Om de eekhoorn vast te kunnen stellen zijn walnoten en ongebrande pinda’s gebruikt.
Er zijn 50 muizenvallen (5 raaien van 10 stuks) geplaatst. Die betreft het type longworth waarin muizen tijdens het onderzoek blijven leven. In deze vallen wordt hooi en voedsel (natte kattenbrokjes, meelwormen, granen, appel) gelegd,. De vallen zijn geplaatst op 28
augustus. Ze zijn op scherp gezet op 2 september. Er is gevangen tot en met 5 september. De vallen zijn 3 keer per etmaal gecontroleerd. In figuur 3 is aangegeven waar de vallen zijn geplaatst.
Nader onderzoek beschermde natuurwaarden Mtb park Hulst
Eiguur 2. Locaties marteronderzoek (cameravallen, materboxen/struikrovers).
Eiguur 3. Locaties muizenvallen (iedere raai is 10 vallen).
Nader onderzoek beschermde natuurwaarden Mtb park Hulst
2.2
Vleermuizen
Tijdens de veldbezoeken werd op grond van geluid en zicht geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type: Petterson, D240x) werd de echolocatie die vleermuizen uitzenden hoorbaar gemaakt. Geluiden zijn opgenomen met een songmeter SM4 bat. Met het programma kaleidoscope zijn de opgenomen geluiden
geanalyseerd. Door daarnaast zoveel mogelijk visueel waar te nemen werd de determinatie geverifieerd en werd het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld met behulp van een warmtebeeldcamera.