Ingekomen_stukken_export_29-03-2023
Tekst van het document
Ingekomen stukken Nummer
A16
Datum publicatie
14-03-2023
Onderwerp
Ontwikkelingen JeugdzorgPlus St. Almata
Afzender
College van B&W
Categorie
Brieven van het college
Raadscommissie
Samenleving
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Hoofddocument
A16Raadsinformatiebrief Zorgcontinuïteit St. Almata zaaknr 300907
Bijlagen: A16bijlage 1 Kamerbrief - Passende zorg voor jeugdigen die bescherming en veiligheid nodig hebben A16bijlage 2 Rapport Kerncijfers Jeugdzorg Plus
Nummer
A18
Datum publicatie
14-03-2023
Onderwerp
Onafhankelijke Meedenkers Zeeuws-Vlaanderen
Afzender
College van B&W
Categorie
Brieven van het college
Raadscommissie
Samenleving
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Hoofddocument
A18OCORaadsinformatiebrief OCO
Bijlagen: A18OCODEF Uitvoeringsplan pilot onafhankelijke meedenkers ZV
Nummer
C06
Datum publicatie
14-03-2023
Onderwerp
Veilig Thuis - Jaaroverzicht 2022
Afzender
Veilig Thuis Zeeland
Categorie
Gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen
Raadscommissie
Samenleving
Hoofddocument
C06Jaaroverzicht 2022 Veilig Thuis Zeeland
Nummer
C07
Datum publicatie
14-03-2023
Onderwerp
LZNVZ - Voortgangsrapportage 2022
Afzender
LZNVZ
Categorie
Gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen
Raadscommissie
Samenleving
Hoofddocument
C07LZNVZActiviteitenoverzicht LZNVZ 2022
Nummer
E11
Datum publicatie
14-03-2023
Onderwerp
Focusbrief voor gemeenten
Afzender
Alzheimer Nederland
Categorie
Overige
Raadscommissie
Samenleving
Hoofddocument
E11ALZ FOCUSBRIEF 2023 GEMEENTE ONLINE
Nummer
E12
Datum publicatie
14-03-2023
Onderwerp
Onderzoek invloed burger op de uitvoering van de Participatiewet
Afzender
Nationale Ombudsman
Categorie
Overige
Raadscommissie
Samenleving
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Hoofddocument
E12Brief start onderzoek Nationale ombudsman naar participatie en invloed in de Participatiewet
Nummer
E13
Datum publicatie
14-03-2023
Onderwerp
investeren in jeugd en gezin
Afzender
Actiz Jeugd
Categorie
Overige
Raadscommissie
Samenleving
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Hoofddocument
A13beantwoordingvragenCDAtoekomstOekraënseVluchtelingen
Nummer
E15
Datum publicatie
14-03-2023
Onderwerp
Als de overheid niet thuis geeft ....
Afzender
Kinderombudsman
Categorie
Overige
Raadscommissie
Samenleving
Bijlagen: E15Mensen- en kinderrechten van gezinnen onvoldoende beschermd bij huisuitzettingen
Nummer
A21
Datum publicatie
23-03-2023
Onderwerp
Harmonisatie en Optimalisatie accommodatiebeleid
Afzender
College van B&W
Categorie
Brieven van het college
Raadscommissie
Samenleving
Hoofddocument
ACCPlan van aanpak d.d. 23-03-2023
Gemeenteraad Hulst T.a.v. Griffier Postbus 49 4560 AA HULST
Uw kenmerk
Zaaknummer
Bijlage(n)
300907
2
Behandeld door
Datum
George Bertram
10 februari 2023
Onderwerp
Ontwikkelingen JeugdzorgPlus St. Almata
Geachte Raad, Inleiding Stichting Almata is een specialistische jeugdhulpaanbieder voor jongeren met complexe problematiek en is 1 van de 11 jeugdhulpspecialisten met het aanbod gesloten jeugdhulp in Nederland, ook wel JeugdzorgPlus. Stichting Almata biedt naast gesloten jeugdhulp ook ambulante en open vormen van residentiele (24 uurs) jeugdhulp in West-Brabant en Zeeland.
Voor 2020 was er al sprake van een dalende instroom in de JeugdzorgPlus. Vanaf 2020 heeft deze daling zich doorgezet. Het proces van afname wordt verstrekt door maatschappelijke druk om de inzet van gesloten jeugdhulp te minimaliseren. (beweging naar 0 en "Stichting Het Vergeten Kind"). Daarnaast heeft de staatssecretaris van VWS in juli 2022 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met de ambitie dat alle gesloten jeugdhulp uiterlijk op 1 januari 2025 kleinschalig werkt en dat instellingen toewerken naar 0 gesloten plaatsingen in 2030 (zie bijlage). Door deze ontwikkelingen zijn we op zoek naar goede alternatieven.
Afdeling: Samenleving
In deze raadsbrief informeren we u over het proces naar duurzame alternatieven voor deze vorm van jeugdhulp.
Bezoekadres: Grote Markt 24 4561 EB Hulst Telefoon 14 0114 Vanuit buitenland +31 114 389000 Telefax +31 114 314627 WhatsApp +31 6 13323399
Postadres: Grote Markt 21 Postbus 49 Website
4561 EA Hulst 4560 AA Hulst
Kernboodschap Gemeenten en Almata zijn (gezamenlijk) op zoek naar het toekomstbeeld voor de JeugdzorgPlus maar ook naar de weg waarop deze situatie zo snel mogelijk, maar tegelijkertijd ook, op een duurzame manier bereikt kan worden.
www.gemeentehulst.nl
Bankgegevens: IBAN NL 21 BNGH0285044370 BIC BNGHNL2G BTW Nummer NL826481164B02 KvK Nummer 20165080
Pagina 1 van 3
Consequenties Door de afname van het gebruik van JeugdzorgPlus en de toegenomen kosten voor personeel, huisvesting en energie loopt de continuïteit bij Stichting Almata op dit moment gevaar. Met ondersteuning van onderzoeksbureau AEF is een continuïteitsplan opgesteld.
In het continuïteitsplan zijn 3 scenario uitgewerkt. Te weten; 1. 2. 3.
Een basisscenario Een transformatiescenario Een faillissementsscenario
Met het basisscenario wordt doorgegaan op de huidige manier inclusief een aantal maatregelen om de kosten te verminderen, genomen door Stichting Almata. Dit scenario is helaas niet toekomstbestendig vanwege de wens van het Rijk om de JeugdzorgPlus af te bouwen. Het transformatiescenario houdt rekening met deze wens maar hiervoor moet nog het een en ander verder uitgewerkt worden. Omdat (Almata) Jeugdzorg Plus een cruciale jeugdhulpaanbieder is met een aanbod dat niet direct overgenomen kan worden door een andere zorgaanbieder, is het faillissementsscenario geen optie.
Vervolg We steken in 2023 in op het basisscenario en stellen binnen de 3 regio's € 610.000,beschikbaar. Voor Zeeland komt dat overeen met een bedrag van € 185.500,- Hiermee zorgen we dat de continuïteit in 2023 geborgd is en creëren we tijd om gezamenlijk met Almata de transformatiedoelen te bepalen en verder vorm te geven. We verwachten voor het zomerreces een besluit te nemen over de randwaarden voor een solide basis waarmee we de komende jaren transformeren naar kleinschalige alternatieven voor deze kwetsbare doelgroep.
Door bovengenoemde ontwikkelingen hebben de VNG en de betrokken ministeries en Jeugdzorg Nederland alle regio's verzocht om de bovenregionale plannen (routekaarten), over af- en ombouw, te actualiseren en vervolgens ieder half jaar te updaten. De routekaarten maken onderscheid tussen wat (boven-)regionaal wordt aangepakt en voor welke zaken landelijke afstemming nodig is. Het doel is dat er geen jongere tussen wal en schip valt bij de af- en ombouw.
Pagina 2 van 3
Bijlagen 01 Kamerbrief - Passende zorg voor jeugdigen die bescherming en veiligheid nodig hebben. 02 Rapport kerncijfers Jeugdzorg Plus
Heeft u nog vragen? Neem contact op via het algemene telefoonnummer van de gemeente Hulst. Ons telefoonnummer is 14 0114 of +31 114 38 90 00 (internationaal). Houd uw (zaak)nummer bij de hand. Dat staat bovenaan deze brief.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst, De secretaris, De burgemeester,
Dit document is digitaal gemaakt en daarom niet voorzien van een zichtbare handtekening.
Pagina 3 van 3
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG
Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3396156-1032461-J Bijlage(n)
Uw brief
Datum Betreft
8 juli 2022 Passende zorg voor jeugdigen die bescherming en veiligheid nodig hebben
Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.
Geachte voorzitter, De Tweede Kamer heeft unaniem aan de regering gevraagd te komen met een plan om te stoppen met gesloten jeugdhulp.1 De afgelopen maanden heb ik veelvuldig gesproken met jeugdigen en hun ouders die met de gesloten jeugdhulp te maken hebben gehad. Ook heb ik verschillende instellingen bezocht en gesproken met professionals, wetenschappers, bestuurders en andere betrokkenen. Uit deze gesprekken komen verschillende beelden naar voren en dit plaatst mij voor een stevig dilemma over welke kant we op moeten gaan. Enerzijds zijn er jeugdigen die erop aandringen dat we helemaal stoppen met gesloten jeugdhulp. Zij hebben de huidige gesloten jeugdhulp als te repressief, onveilig en weinig liefdevol ervaren. Gesloten jeugdhulp vindt veelal plaats in grootschalige, vaak in buitengebieden gelegen, gesloten jeugdhulpinstellingen. Dit draagt eraan bij dat het leefklimaat in deze instellingen onvoldoende thuisgevoel geeft. Daarnaast ervaart een deel van de jeugdigen een onveilige sfeer.2 Ook worden jeugdigen op dit moment nog te vaak in de gesloten jeugdhulp geplaatst, omdat er een gebrek is aan een beter alternatief. Tot slot kunnen jeugdigen niet altijd doorstromen naar een passende vervolgplek als de behandeling in de gesloten jeugdhulp is afgerond. Al met al vinden zij dat ze (ernstig) nadeel van hun gesloten plaatsing hebben ondervonden.
s Anderzijds heb ik jeugdigen en ouders gesproken die wel baat hebben gehad bij hun verblijf in de gesloten jeugdhulp. Zij gaven aan dan voor hen of hun kinderen vrijheidsbeperkende maatregelen soms tijdelijk noodzakelijk waren, zoals bij ernstig agressief gedrag of wegloopgedrag naar een onveilige omgeving, bijvoorbeeld naar loverboys. Verblijf in een gesloten jeugdhulpinstelling bood in die situaties de benodigde bescherming en veiligheid. Er is wel al een positieve ontwikkeling gaande: het lukt steeds beter het aantal plaatsingen in de gesloten jeugdhulp terug te dringen; er komen meer 1 2
Kamerstukken II 2021-22, 35 925 XVI, nr. 119 Kamerstukken II 2021-22, 2022D07770 Pagina 1 van 9
kleinschalige voorzieningen en het aantal separaties daalt. Gemeenten, aanbieders en professionals hebben zich hier de afgelopen jaren voor ingezet. Ik zie dat deze inzet zijn vruchten afwerpt. Ik heb gezien met welke toewijding professionals het goede willen doen voor jeugdigen. Deze ontwikkeling wil ik verder doorzetten.
Kenmerk 3396156-1032461-J
Mijn ambitie is dat jeugdigen met complexe en meervoudige problemen die veiligheid en bescherming nodig hebben de best passende zorg krijgen, inclusief onderwijs. Op basis van het hierboven geschetste dilemma ga ik langs twee sporen het huidige systeem wijzigen: Het eerste spoor voorziet in de afbouw van de grootschalige, vaak in buitengebieden gelegen, gesloten jeugdhulpinstellingen en de ombouw naar kleinschalige voorzieningen die veiligheid en bescherming bieden. Het tweede spoor heeft als eindstation nul gesloten plaatsingen. Dat is een lang traject. Ik wil dat we in 2030 zo dicht mogelijk bij dat eindstation gekomen zijn. We kiezen dus voor een stapsgewijze aanpak om uiteindelijk bij nul gesloten plaatsingen te komen. We gaan van grootschalig naar kleinschalig en ontwikkelen vanuit daar de af- en ombouw verder door. Deze sporen wil ik samen met ervaringsdeskundigen, professionals, gemeentelijke en zorgbestuurders, de onderwijssector, wetenschappers en andere betrokkenen vormgeven. Hoe we dat willen doen, staat in deze brief. In mijn eerdere brief van 13 mei 2022 over de visie op het jeugdzorgstelsel en noodzakelijke hervormingen heb ik aangegeven dat ik me wil inzetten voor de meest kwetsbare jeugd3.
Deze brief richt zich op de meest kwetsbare jeugd die bescherming en veiligheid nodig heeft en past binnen de brede ontwikkeling van de Hervormingsagenda, waarbij onder meer wordt beoogd om de residentiele zorg verder terug te dringen. Hieronder staat de kern van deze brief, gevolgd door de uitwerking in een visie, een analyse van de huidige situatie, de doelstellingen, acties en randvoorwaarden, en de governance om onze ambities gezamenlijk waar te maken. Kern van deze brief: Rijk, gemeenten en aanbieders zetten zich in voor de liefdevolle en menswaardige zorg die jeugdigen met complexe en meervoudige problemen nodig hebben in een beschermende en veilige omgeving, liefst thuis of in een zo thuis mogelijke omgeving zoals een pleeggezin of een gezinshuis. Als dat niet kan, dan vindt het plaats in een kleinschalige voorziening. Alle gesloten jeugdhulpinstellingen gaan kleinschalig werken. De zorg gaat steeds minder en uiteindelijk helemaal niet meer gepaard met plaatsingen in gesloten accommodaties. Vrijheidsbeperkende maatregelen die nodig zijn, vinden uitsluitend plaats op basis van het “nee, tenzij” principe. De wetgeving ga ik daarop aanpassen. Bij uw Kamer ligt momenteel al een wetsvoorstel waarmee de rechtsbescherming van jeugdigen in gesloten setting stevig wordt verbeterd4. Er komen ook veldnormen voor de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen.
Er komt een verbeterd kwaliteitskader voor de zorg aan deze jeugdigen. De kenmerken van kleinschalige voorzieningen worden daarnaast via een lerende structuur nader uitgewerkt. Deze jeugdigen krijgen onderwijs op de eigen school of nabij de kleinschalige voorziening waar zij tijdelijk verblijven. 3 4
Kamerstukken II 2021-22, 31839, nr. 853 Kamerstukken II 2021-2022, 35 942 Pagina 2 van 9
Rijk en gemeenten maken afspraken over de financiële gevolgen, als onderdeel van de Hervormingsagenda. Sluiting van huidige gesloten accommodaties is een onvermijdelijk gevolg van de uitvoering van deze brief. Het uitgangspunt daarbij is continuïteit van zorg.
Kenmerk 3396156-1032461-J
VISIE - NUL JEUGDIGEN GESLOTEN GEPLAATST Jeugdigen met complexe of meervoudige problemen die specialistische hulp nodig hebben, krijgen de liefdevolle en menswaardige zorg die zij nodig hebben in een veilige en beschermende omgeving, waarbij het leren omgaan met problemen en wonen op een vaste plek uitgangspunten zijn. Rijk, gemeenten en aanbieders zetten zich daar voor in. Het bieden van passende zorg gebeurt dus zoveel mogelijk in de thuissituatie, maar als dat niet kan wordt op basis van een gedegen verklarende analyse gekeken naar een passende plek waar een jeugdige tijdelijk, maar zo lang als nodig, kan verblijven. Dit kan ook zijn in een kleinschalige voorziening: zo huiselijk mogelijk en zo veel mogelijk ingebed in de maatschappij, zodat de jeugdige zoveel mogelijk deel kan blijven nemen aan het gewone leven. Dat vraagt van alle betrokkenen het omgaan met risico’s voor de jeugdige en met de mogelijke gevolgen voor de omgeving waar een kleinschalige voorziening gevestigd wordt. De kenmerken van kleinschalige voorzieningen, waaraan door onder andere het Consortium Kleinschaligheid en het Nederlands Jeugdinstituut gewerkt is, krijgen de komende periode verder vorm. Dit gebeurt via het vijfjarige programma ‘Leren en ontwikkelen van kleinschaligheid in de residentiële jeugdhulp’, waar ik verderop in deze brief nader op in ga.
Voor alle duidelijkheid, het gaat erom dat de jeugdige de best passende zorg krijgt. Dat houdt in dat, als dat nodig is, een uithuisplaatsing ook meteen een plaatsing in deze kleinschalige voorziening kan zijn. Dat sluit aan bij het principe van matched care, dat uitgaat van de juiste inzet van jeugdzorg en jeugdzorgprofessional bij de start van de behandeling, en voorkomt onnodige overplaatsingen. Dat laatste vereist ook dat als een meer gespecialiseerde behandeling nodig is, alleen bij uitzondering overplaatsing volgt. In deze visie past dat we stoppen met gesloten jeugdhulp. Het streven is in 2030 nul jeugdigen gesloten te hoeven plaatsen. Daarmee gaan we door met een ontwikkeling die nu al plaatsvindt: de afgelopen jaren is het aantal plaatsingen in de gesloten jeugdhulp sterk gedaald. Tegelijk kunnen in sommige situaties vrijheidsbeperkende maatregelen soms tijdelijk noodzakelijk zijn, zoals bij ernstig agressief gedrag of wegloopgedrag naar een onveilige omgeving. Om een drempel op te werpen zulke ingrijpende maatregelen te nemen, willen we in de jeugdhulp – net als in de ggz en zoals geldt voor de zorg voor jeugdigen met een verstandelijke beperking – het “nee, tenzij” principe bij de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen het uitgangspunt laten zijn.
Dat wil zeggen dat vrijheidsbeperkende maatregelen niet worden toegepast, tenzij: er voor de jeugdige geen minder bezwarende alternatieven zijn; de maatregel evenredig is; en redelijkerwijs te verwachten is dat de maatregel effectief is. Om te verkennen wat mogelijk is om het aantal gesloten opnames verder terug te dringen, heb ik een adviesaanvraag aan de Raad voor Strafrechtstoepassing en
Pagina 3 van 9
Jeugdbescherming (RSJ) aangekondigd over de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen in een open setting.5
Kenmerk 3396156-1032461-J
ANALYSE Gesloten jeugdhulp is, zoals beschreven in de Jeugdwet, bedoeld voor jeugdigen: met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen; die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren; en voor wie opname en verblijf noodzakelijk is om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de noodzakelijke jeugdhulp onttrekt. Dat gebeurt op basis van de rechtelijke machtiging gesloten jeugdhulp. Tot 2008 werd deze machtiging uitgevoerd in een justitiële jeugdinrichting. De maatschappelijke en politieke onvrede daarover leidde tot een wetswijziging waardoor de machtiging alleen nog maar uitgevoerd mocht worden in aparte instellingen voor gesloten jeugdhulp. Sinds 2008 zijn er aparte instellingen gekomen voor gesloten jeugdhulp. Het overheersende beeld is dat de gesloten jeugdhulp niet is geworden wat bij de start in 2008 verwacht werd. Dat heeft te maken met het verblijf zelf, maar ook met hoe jeugdigen in de gesloten jeugdhulp terecht komen. Veel jeugdigen zijn kritisch over hun verblijf en vinden dat het hen geen goed heeft gedaan. Ondanks de scheiding die is aangebracht in het verblijf van strafrechtelijk en civiel geplaatste jeugdigen, ervaren veel jeugdigen het leefklimaat als repressief en onveilig.
Dat heeft voor die jeugdigen traumatiserend gewerkt.6 Plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp is in veel gevallen geen keuze voor gesloten jeugdhulp, maar vaker een keuze bij gebrek aan andere, meer passende alternatieven.7 Aan een plaatsing ligt vaak onvoldoende diagnostiek in het voortraject ten grondslag gedurende een lange periode; een omissie die de gesloten jeugdinstelling niet altijd goed maakt. Ook vindt niet altijd adequate behandeling plaats. Jeugdigen die verblijven in de gesloten jeugdhulp hebben uiteraard recht op passend onderwijs. Dat lukt niet altijd. Tot slot is er onvoldoende aandacht voor onderliggende patronen in de samenleving en de zorg die uiteindelijk het “afglijden” van kinderen en gezinnen kunnen voorkomen. Deze knelpunten waren in 2019 aanleiding voor de instellingen voor het plan ‘De best passende zorg voor kwetsbare jongeren’.8 De uitvoering van dat plan kreeg vorm in de beweging StroomOp, een netwerk van jeugdhulp- en onderwijsprofessionals, en heeft de afgelopen jaren geleid tot substantiële verbeteringen.9 Mede door de inzet van gemeenten, aanbieders en professionals is het aantal gesloten plaatsingen in 2021 ten opzichte van 2017 afgenomen met 39%.10 Het aantal overplaatsingen binnen de gesloten jeugdhulp is ook verminderd.
Met het project ‘Ik laat je niet alleen’ is tevens het aantal separaties gedaald.11 Daarnaast is het gebruik van de voorwaardelijke machtiging, waarmee (her)plaatsing in de gesloten jeugdhulp voorkomen kan worden, toegenomen. Kamerstukken II 2021-2022, 31 839, nr. 853 ‘Position Paper voor de Tweede Kamer: Stoppen met Gesloten Jeugdzorg’, Stichting ExpEx, te raadplegen via www.expex.nl 7 Legitimiteit en rechtswaarborgen bij gesloten plaatsingen van kinderen, M.P. de Kruijf, 2019 8 Kamerstukken II 2019-2020, 2019D12095 9 Slotrapportage Actieprogramma Zorg voor de Jeugd, Actielijn 2: Zo Thuis Mogelijk, bijlage bij Kamerstukken II 2021-2022, 31 839, nr. 812 10 ‘Factsheet Plaatsings- en Uitstroomgegevens JeugdzorgPlus 2021’, te raadplegen via www.jeugdzorgnederland.nl 11 Eindrapportage ‘Ik Laat Je Niet Alleen’, te raadplegen via www.jeugdzorgnederland.nl 5 6
Pagina 4 van 9
Vooral in Zuid-Nederland zijn daar goede ervaringen mee opgedaan. Het aantal kleinschalige voorzieningen is toegenomen.12 Op 13 oktober 2021 is het wetsvoorstel rechtspositie gesloten jeugdhulp ingediend. Doelen daarvan zijn het versterken van de rechtspositie van jeugdigen en het beperken van de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen. Het legt rechten vast voor jeugdigen, bevat beschermende en verzorgende voorzieningen voor de jeugdigen en beschrijft nauwkeurig onder welke omstandigheden rechten van jeugdigen kunnen worden beperkt. Ik stuur de nota naar aanleiding van het verslag na de zomer naar uw Kamer.
Kenmerk 3396156-1032461-J
DOELSTELLINGEN, ACTIES EN RANDVOORWAARDEN Om gesloten jeugdhulp verder terug te brengen, zet ik mij met de sector in voor de best passende zorg, inclusief onderwijs, voor jeugdigen met complexe en meervoudige problemen, waaronder ernstige gedragsproblemen, die veiligheid en bescherming nodig hebben. Dat wil zeggen liefdevol, zo veel mogelijk ingebed in de maatschappij, zoveel mogelijk vormgegeven binnen de kaders van het normale leven, gericht op het hebben van een menswaardig bestaan, op het in stand houden van de autonomie van jeugdigen zelf, en op passende zorg die de jeugdige centraal stelt. Om dat te realiseren, volg ik de twee hierboven geschetste sporen. Er wordt dit jaar nog een uitvoeringsplan opgesteld dat toeziet op de afbouw en de ombouw van gesloten jeugdhulp. Daarbij hanteren we onderstaande doelstellingen en acties. Kleinschalige voorzieningen in de eigen regio, wat jeugdigen die daar verblijven een ‘meer thuis gevoel’ geeft Na een uithuisplaatsing verblijft een jeugdige – ook als dit op kortere termijn nog in een gesloten setting is – in de eigen regio. Daarom versterk ik de ontwikkeling van kleinschalige voorzieningen. In 2020 heeft het ministerie van VWS via de Specifieke Uitkering Vastgoedtransitie Gesloten Jeugdhulp € 33,5 mln. verstrekt aan de 11 coördinerende gemeenten gesloten jeugdhulp.
Dat ging gepaard met de voorwaarde dat voor de besteding een bovenregionaal plan opgesteld moest worden. Daaraan hebben alle gemeenten inmiddels in samenwerking met de betrokken aanbieder(s) voldaan. De komende jaren voeren deze 11 gemeenten hun bovenregionale plannen uit, waarbij ook rekening gehouden wordt met actuele ontwikkelingen. Bij de uitvoering van hun bovenregionale plannen kunnen gemeenten en aanbieders gebruik maken van de Handreiking afbouw en sluiting residentiële jeugdhulp.13 Deze handreiking vraagt onder andere aandacht voor het betrekken van jeugdigen. Het uitgangspunt is dat jeugdigen met een machtiging gesloten jeugdhulp regionaal geplaatst worden in een kleinschalige voorziening. De huidige praktijk is dat dat niet altijd gebeurt14. We hebben bestuurlijk afgesproken om te onderzoeken of er behoefte is aan een specialistisch alternatief naast de regionaal werkende kleinschalige voorzieningen. Voor alle duidelijkheid: het gaat daarbij niet om het behoud op voorhand van huidige specialismen. De basis voor de behoeftebepaling is de zorgvraag van jeugdigen en ouders, die erg divers kan zijn. Dit vraagt om een systemisch perspectief, waarbij niet alleen gekeken wordt naar Bijlage bij Kamerstukken II 2021-2022, 31 839 nr. 812 Bijlage bij Kamerstukken II 2021-22, 31839, nr.
853 14 Zie bijvoorbeeld de casus van ‘het papieren meisje’, waarbij een 14-jarig meisje uit Dokkum meermaals opgenomen werd in gesloten jeugdhulpinstellingen en daar slechter uit kwam dan ze erin ging. Zie ook Kamerstukken II 2021/2022, 2022D22428. 12 13
Pagina 5 van 9
huidige instellingen voor gesloten jeugdhulp, maar ook naar de samenwerking met andere specialismen, zoals de GGZ en zorg en veiligheid. Bij het onderzoek wordt ook het gedachtegoed van Het Vergeten Kind betrokken over orthopsychiatrische centra waar jeugdigen tijdelijk opgenomen kunnen worden. Op basis van de uitkomsten van dit behoefteonderzoek nemen we in het najaar het besluit of dit specialistisch aanbod er komt en of dat aanbod door een of meer van de huidige instellingen verzorgd kan worden.
Kenmerk 3396156-1032461-J
Kwalitatief betere zorg en leren en ontwikkelen van kleinschaligheid Jeugdigen ontvangen kwalitatief goede en liefdevolle zorg. Dit krijgt invulling in een aangepast kwaliteitskader voor jeugdigen met complexe problemen waaraan aanbieders moeten voldoen. Dit komt werkende, waarbij geleerd kan worden van de ervaringen die worden opgedaan, tot stand. Het kader omvat uiteindelijk niet alleen kleinschalige residentiële jeugdhulp, maar ook ambulante specialistische jeugdhulp. De totstandkoming van het kader vraagt een versterking van de relatie tussen wetenschap, de praktijk en de opgedane ervaringen van jeugdigen. Deze actie wordt geïntegreerd in de aanpak van kwaliteit in de Hervormingsagenda. Om te bevorderen dat dit kwaliteitskader op deze wijze tot stand komt, subsidieert VWS het vijfjarige programma ‘Leren en ontwikkelen van kleinschaligheid in de residentiële jeugdhulp.’ De samenwerking tussen praktijk, wetenschap, en ervaringen van jeugdigen en ouders vormt hiervoor de basis.
Beoogde resultaten zijn continue monitoring van het aanbod van zorg en onderwijs, met aandacht voor variëteit en capaciteit om zicht te krijgen op de kwaliteit en effectiviteit van kleinschaligheid; een stappenplan voor de ontwikkeling van en ombouw naar kleinschaligheid ter voorkoming of verkorting van verblijf in gesloten jeugdhulp; inzicht in voor welke jeugdigen een kleinschalige voorziening onder welke voorwaarden geschikt en mogelijk is; en een leeromgeving waarin voortdurende analyses van actuele zorg helpen patronen te ontdekken waar weer verbetering op ontwikkeld kan worden. Analyses en verbetering (de ontwikkeling van nieuwe producten, scholing, en supervisie) worden gefaciliteerd. Dit wordt gedaan in samenhang met expertteams, bovenregionale expertisenetwerken en de daarbij passende landelijke functie kennis en leren. Het doel is dat alle gesloten jeugdhulpinstellingen per 1 januari 2025 kleinschalig werken. Voor de bredere ontwikkeling van het terugdringen van residentiele jeugdhulp, kan het onderzoek ‘Ketenbreed leren’ inzichten geven. Dit onderzoek laat zien wat we kunnen leren van kinderen en gezinnen ‘aan het einde van de jeugdzorgketen’. Voor de beoogde transformatie is daarnaast de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel essentieel.
Voor deze groep meest kwetsbare jeugdigen is een stabiel en ervaren team van professionals cruciaal om goede zorg te leveren. De krappe arbeidsmarkt is en blijft ook de komende periode een van de grootste uitdagingen in de jeugdhulp. Het is een complex vraagstuk dat niet op korte termijn is opgelost. De ministeries van VWS en JenV werken samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), jeugdhulpaanbieders, beroepsverenigingen en de vakbonden aan het vergroten van de aantrekkelijkheid van het werken in de jeugdhulp voor potentiële jeugdhulpmedewerkers, het aan het aanpakken van arbeidsmarktknelpunten, het behoud van personeel en het aantrekken van nieuw personeel. De verwachting is dat het werken in de residentiële jeugdhulp aantrekkelijker wordt als er meer kleinschalige voorzieningen komen. Het zorgen voor een goed werkklimaat verdient daarbij bijzondere aandacht. Onderwijs passend bij de jeugdige
Pagina 6 van 9
Ontwikkelingen binnen de jeugdzorg hebben effect op het onderwijs. Het is immers belangrijk dat ook jeugdigen in de jeugdzorg zich zo goed als mogelijk blijven ontwikkelen, via onderwijs dat aansluit bij wat de jeugdige kan en nodig heeft. Al eerder is geconstateerd dat het onderwijs voor jeugdigen in de jeugdzorg dit niet overal meer doet, mede gezien de om- en afbouw van de gesloten jeugdhulp. Het onderwijs zal meebewegen met de ontwikkeling naar kleinschaligheid, waarbij onderwijs niet per se gekoppeld is aan de jeugdhulpvoorziening. Dit betekent dat leerlingen bij voorkeur zo gewoon mogelijk naar school gaan, liefst de eigen school of een school in de buurt. In de praktijk zijn er al voorzieningen waar jeugdigen op basis van een machtiging gesloten jeugdhulp verblijven en zij naar hun eigen school blijven gaan.
Kenmerk 3396156-1032461-J
Het afgelopen jaar heeft er een herbezinning van het residentieel onderwijs plaatsgevonden. Deze is gezien de hier beschreven ontwikkelingen extra relevant geworden. Uitgangspunt van de herbezinning was om nog sterker in te zetten op een doorgaande ontwikkellijn van de jeugdige, die doorgaat ook als een jeugdige (voor kortere of langere duur) in de jeugdzorg belandt. Hiervoor is het nodig om een integrale aanpak te realiseren, zodat zorg en onderwijs beter samenwerken en meer maatwerkmogelijkheden voor de leerling kunnen bieden. Op dit moment wordt door de betrokken ministeries samen met alle betrokkenen uit het veld gekeken wat nodig is om dit eindbeeld te realiseren en welke veranderingen de herbezinning met zich mee brengt. Na het zomerreces ontvangt de Kamer de uitkomst van de herbezinning met een beleidsreactie waarin aangegeven wordt welke veranderingen noodzakelijk zijn om kwalitatief beter onderwijs passend bij de jeugdige mogelijk te maken. Alleen vrijheidsbeperking op basis van ‘nee, tenzij’ Op 13 oktober 2021 is het wetsvoorstel rechtspositie gesloten jeugdhulp bij Uw Kamer ingediend. De kerndoelen daarvan zijn het versterken van de rechtspositie van jeugdigen en het beperken van de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen.
Het legt rechten vast voor jeugdigen, bevat beschermende en verzorgende voorzieningen voor de jeugdigen en beschrijft nauwkeurig onder welke omstandigheden rechten van jeugdigen kunnen worden beperkt. Als het gaat om vrijheidsbeperking is het uitgangspunt het ‘nee, tenzij-beginsel’. Uw Kamer ontvangt de nota naar aanleiding van het verslag na de zomer. Het is daarnaast belangrijk dat instellingen meer gaan investeren in zogeheten relationele beveiliging in plaats van in fysieke beveiliging. Dat doel is daarom ook nadrukkelijk opgenomen in de Uitgangspuntennotitie gesloten jeugdhulp ombouw separeerruimten. Deze notitie, waarin al veel van de nadere regels voor kindvriendelijke afzonderingsruimten zijn opgenomen, is leidend voor de besteding van de € 5 mln. die het ministerie van VWS in 2021 beschikbaar heeft gesteld via een specifieke uitkering aan de 11 coördinerende gemeenten gesloten jeugdhulp. Met deze middelen heeft het ministerie van VWS ook de instellingen willen ondersteunen om in de loop van dit jaar de laatste separeerruimten te sluiten. Het ministerie van VWS subsidieert verder het project ‘Terugdringing vrijheidsbeperkende maatregelen’.
Deelresultaten hiervan zijn gezamenlijk gedragen definities van vrijheidsbeperkende maatregelen; het door alle aanbieders registreren van vrijheidsbeperkende maatregelen op uniforme wijze; rapportage met de uitkomsten van het actieonderzoek; en continuering van het lerend netwerk. Alle aanbieders van gesloten jeugdhulp voeren per 1 januari 2023
Pagina 7 van 9
de veldnormen ‘Terugdringen van vrijheidsbeperkende maatregelen’ in en moeten daar per 1 juli 2023 aan voldoen. In reactie op het Signalement vrijheidsbeperkende maatregelen in de open residentiële jeugdhulp van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heb ik verder een adviesaanvraag aan de RSJ aangekondigd.15 Er is geen wettelijke grondslag voor het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen in de open residentiële jeugdhulp. Eén van de aangevoerde motieven waarom die maatregelen in de praktijk worden toegepast, is dat daarmee een plaatsing in de gesloten jeugdhulp voorkomen wordt. Juist vanwege deze overweging wil ik niet volstaan met een adviesaanvraag aan de RSJ. Ik ga met de instellingen die de afgelopen jaren gewerkt hebben aan een ‘high intensive care’ programma de mogelijkheid verkennen van een pilot waarin zij met gebruik van de voorwaardelijke machtiging beperkte vormen van vrijheidsbeperking, als die nodig zijn, toepassen om gesloten plaatsingen te voorkomen. De uitkomsten daarvan en het advies van de RSJ ga ik gebruiken om te bezien of verdere wijziging van wetgeving nodig is.
Kenmerk 3396156-1032461-J
Financiën Rijk en gemeenten moeten komen tot afspraken over de financiële gevolgen die met deze transformatie gepaard gaan als onderdeel van de nog te maken afspraken in de Hervormingsagenda over minder residentiële jeugdhulp, en in relatie tot de specifieke uitkering die gemeenten hebben ontvangen voor de vastgoedtransitie van de gesloten jeugdhulp (€ 33,5 mln). Nader onderzoek vindt plaats om beter zicht te krijgen op de financiële effecten van de transformatie en jeugdhulp in kleinschalige voorzieningen. De financiële gevolgen zijn frictiekosten die gepaard gaan met de om- en afbouw van gesloten jeugdhulpinstellingen. Hierbij zijn gemeenten met elkaar en met instellingen verantwoordelijk voor een zorgvuldige afbouw. Het Rijk kan hierin vanuit een regierol ondersteunen. Daarnaast gaat het onder andere om minder kosten door minder plaatsingen in de gesloten jeugdhulp. In het onderzoek wordt ook rekening gehouden met de dalende instroom die zich nu al voordoet. Gemeenten en instellingen gaan op basis van de uitgangspunten van de in voorbereiding zijnde amvb reële prijzen Jeugdwet werken aan afspraken over tarieven voor de kleinschalige voorzieningen en indien daar behoefte voor bestaat een specialistisch alternatief. Data en monitoring Data en monitoring zijn beschikbaar om voldoende zicht te houden op ontwikkelingen en om hier van te leren.
De afbouw van gesloten jeugdhulpinstellingen mag niet ten koste gaan van de continuïteit van zorg aan jeugdigen. Daarbij komt dat een aantal aanbieders al kampt met financiële problemen als gevolg van de daling van het aantal plaatsingen. Daarom heb ik in overleg met de VNG en Jeugdzorg Nederland de Jeugdautoriteit gevraagd samen met het veld een periodieke monitor op te zetten met daarin kwantitatieve en kwalitatieve informatie over de ontwikkeling van capaciteit en bezetting van gesloten jeugdhulp en de alternatieven voor de vraag naar deze intensieve jeugdhulp. Jeugdzorg Nederland brengt daarnaast ieder halfjaar plaatsingsgegevens uit over alle gesloten jeugdhulpinstellingen. Deze gegevens geven inzicht in de 15 Kamerstukken II 2021-22, 31839, nr. 853
Pagina 8 van 9
ontwikkeling van het aantal en type plaatsingen, kenmerken van de jeugdigen, en uitstroom. Ook zet ik in op de ontwikkeling van onderzoek en kennis over de doelgroep van gesloten jeugdhulp. Dat gebeurt onder andere via de StroomOp Monitor. Deze wordt ontwikkeld met, door en voor jeugdigen en ouders, ervaringsdeskundigen en professionals. De monitor geeft inzicht in de hulpverlening aan jeugdigen. Het omvat onder andere gegevens over afzonderingen en suïcidaliteit. Het ministerie van VWS heeft daarnaast het voornemen ZonMw de opdracht te geven voor een programma ‘Residentiële jeugdhulp’. Dit is een opvolging van het programma ‘Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus’ en zal zich richten op praktijk- en leeronderzoeken voor passende, effectieve jeugdhulp. Ook de al bestaande Lerende Databank Jeugd van het Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdzorg Nederland kan bijdragen aan inzichten over jeugdigen en de effectiviteit van jeugdhulp.
Kenmerk 3396156-1032461-J
GOVERNANCE Ik wil de in deze brief geschetste sporen vormgeven met gemeenten, aanbieders, ervaringsdeskundigen, professionals, de onderwijssector, wetenschappers en andere bij gesloten jeugdhulp betrokken deskundigen. Het is belangrijk dat de plannen ook gedragen worden door professionals, zoals gedragswetenschappers, groepsopvoeders, en systeemtherapeuten. Om de af- en ombouw van gesloten jeugdhulp te realiseren, zal halfjaarlijks bestuurlijk overleg plaats vinden met gemeenten en aanbieders. Een stuurgroep zal zorg dragen voor de voorbereiding van het bestuurlijk overleg en actief toezien op de uitvoering van de plannen. Er worden werkgroepen ingesteld waarin ervaringsdeskundigen, professionals, wetenschappers en andere deskundigen hun inbreng kunnen hebben. Landelijk wordt dit begeleid door een regisseur/aanjager. Waar dat kan, gebeurt dat in samenwerking met de beweging StroomOp. De werkgroepen zullen gaan over: financiën en monitoring; kwaliteit, dat gerelateerd wordt aan werkgroep kwaliteit van de Hervormingsagenda; residentieel onderwijs; en vrijheidsbeperkende maatregelen. Ik informeer uw Kamer over de voortgang in de halfjaarlijkse Jeugdbrief. Hoogachtend, mede namens de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Maarten van Ooijen
Pagina 9 van 9
A16bijlage 2 Rapport Kerncijfers Jeugdzorg Plus
Het bestand A16bijlage 2 Rapport Kerncijfers Jeugdzorg Plus kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://hulst.raadsinformatie.nl/document/12506076/1/A16bijlage_2__Rapport_Kerncijfers_Jeugdzorg_Plus
Gemeenteraad Hulst T.a.v. Griffier Postbus 49 4560 AA Hulst
Datum
Bijlage(n)
23 mei 2022
1
E-mailadres
Telefoonnummer
Info@gemeentehulst.nl
14 0114
Onderwerp
Onafhankelijke Meedenkers Zeeuws-Vlaanderen Geachte Raad, U ontvangt deze raadsinformatiebrief, omdat het college u wil informeren over de stand van zaken van het project rondom de Onafhankelijke Clientondersteuning. Aanleiding In 2017 startten de VNG, Ieder(in) en de Koepel Adviesraden Sociaal Domein, met ondersteuning van kennisinstituut Movisie, het traject Koplopers Cliëntondersteuning om de ontwikkeling van cliëntondersteuning een impuls te geven. Het ministerie van VWS maakt het koplopertraject financieel mogelijk en ondersteunt de koplopergemeenten eenmalig financieel bij de doorontwikkeling van de functie De gemeenten Hulst, Terneuzen en Sluis hebben de handen ineen geslagen om aan de slag te gaan met de doorontwikkeling en borging van de (onafhankelijke) cliëntondersteuning in Zeeuws-Vlaanderen. Hiervoor zijn we sinds 2021 gestart als een van de koplopersgemeente. Wat we al gedaan hebben Om te bepalen hoe we in onze regio en in de gemeente Hulst het beste invulling kunnen geven aan onafhankelijke cliëntondersteuning hebben we een nulmeting laten uitvoeren door een extern adviesbureau. Het doel van deze meting was het vergroten van ons inzicht en onze kennis rondom ons huidige beleid op het gebied van onafhankelijke cliëntondersteuning. De nulmeting (fase 1) bestond uit een aanbod- en behoefteonderzoek en het uitwerken van de visie (visievorming).
Dit is uitgewerkt in de vorm van een uitvoeringsplan pilot onafhankelijke meedenkers Zeeuws-Vlaanderen.
Gemeente Hulst
Bezoekadres: Grote Markt 24
4561 EB Hulst
Telefoon 14 0114 Vanuit buitenland +31 114 389000 Telefax +31 114 314627 WhatsApp +31 6 13323399
Postadres: Grote Markt 21 Postbus 49 Website
4561 EA Hulst 4560 AA Hulst
www.gemeentehulst.nl
Waar we nu staan Het college van B&W heeft ingestemd met bijgevoegd uitvoeringsplan voor de pilot onafhankelijke meedenkers Zeeuws-Vlaanderen. Vanuit het recente aanbod- en behoefteonderzoek naar onafhankelijke cliëntondersteuning in Zeeuws-Vlaanderen zien we verschillende kansen om het aanbod te verbeteren. We zien specifieke kansen, welke zijn benut in dit uitvoeringsplan. Tegelijkertijd erkennen we ook dat er onzekerheden zijn. Vanuit de huidige situatie, waarbij er nauwelijks, gebruik gemaakt wordt van cliëntondersteuning, is het moeilijk te voorspellen hoe de vraag naar deze vorm van ondersteuning zich zal ontwikkelen.
Bankgegevens:
IBAN NL 21 BNGH 0285044370 BIC BNGHNL2G BTW Nummer NL826481164B02 KvK Nummer 20165080
Pagina 1 van 2
Om deze reden kiezen we voor een pilotfase van 1 jaar, waarbij de nadruk ligt op enerzijds het ontwikkelen van en bekendheid geven aan de functie en anderzijds het monitoren en evalueren. Vanuit deze evaluatie kunnen we het aanbod van onafhankelijke cliëntondersteuning nader aanscherpen en doorontwikkelen. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst, De secretaris, De burgemeester, Dit document is niet ondertekend omdat het elektronisch tot stand is gekomen.
Gemeente Hulst
Bezoekadres: Grote Markt 24
4561 EB Hulst
Telefoon 14 0114 Vanuit buitenland +31 114 389000 Telefax +31 114 314627 WhatsApp +31 6 13323399
Postadres: Grote Markt 21 Postbus 49 Website
4561 EA Hulst 4560 AA Hulst
www.gemeentehulst.nl
Bankgegevens:
IBAN NL 21 BNGH 0285044370 BIC BNGHNL2G BTW Nummer NL826481164B02 KvK Nummer 20165080
Pagina 2 van 2
Uitvoeringsplan Pilot | Onafhankelijke Meedenker Zeeuws Vlaanderen
1. Wat is onafhankelijke cliëntondersteuning? Over onafhankelijke cliëntondersteuning Onafhankelijke cliëntondersteuning wordt uitgevoerd door iemand die naast de cliënt/inwoner staat, en hem of haar bijstaat om een hulpvraag te verhelderen en/of de juiste zorg en ondersteuning te vinden. Door cliëntondersteuning worden regie en zelfredzaamheid versterkt, op meerdere levensdomeinen. Onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO) is vanaf 2007 opgenomen in de Wet maatschappelijke ondersteuning (verder Wmo). De Wmo 2015 definieert cliëntondersteuning als: ‘Onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen’. De afgelopen jaren is er sprake van een toenemende aandacht voor de belangrijke rol die cliëntondersteuning kan spelen. Voor een deel van de Nederlanders is (het vinden) van de toegang tot passende zorg en ondersteuning niet eenvoudig. Diverse onderzoeken (onder meer door de Nationale Ombudsman en het Sociaal Cultureel Planbureau) hebben knelpunten in beeld gebracht. Sinds 2015 beschikken gemeenten over de middelen om cliëntondersteuning in te kopen én in te richten.
• Hoe ziet de huidige situatie in Zeeuws-Vlaanderen eruit? In de afgelopen jaren was er geen duidelijke visie op cliëntondersteuning in de regio. Het was onvoldoende duidelijk wat de functie inhoudt en hoe / voor wie cliëntondersteuning kon worden ingezet. Daarbij was de gekozen invulling onvoldoende duidelijk, vindbaar en transparant, zowel voor inwoners als voor intern betrokkenen. Mogelijk voortvloeiend uit bovenstaande constateringen werd er de afgelopen jaren weinig gebruik gemaakt van onafhankelijke cliëntondersteuning in de Zeeuws-Vlaamse gemeenten. Dit terwijl we elders in het land zien dat de functie een meerwaarde kan hebben in het goed en tijdig ondersteunen en verder helpen van inwoners. • Samen (regionaal) aan de slag met cliëntondersteuning? De afgelopen periode is onderzocht op welke manier cliëntondersteuning het beste (gezamenlijk) georganiseerd kan worden om onze inwoners te ondersteunen. Hiervoor zijn de inzichten/ervaringen vanuit verschillende betrokkenen benut (professionals, informele ondersteuners, inwoners/adviesraden, etc.) Deze verschillende elementen komen terug in dit uitvoeringsplan, waarbij de focus ligt op belangbehartiging, samen beleidsleren en monitoren/evalueren.
Pilot – onafhankelijke meedenkers | Februari ‘23
1
2. Starten met onafhankelijke meedenkers in Zeeuws-Vlaanderen 2.1 Pilotfase
Vanuit het recente aanbod- en behoefteonderzoek naar onafhankelijke cliëntondersteuning in Zeeuws-Vlaanderen zien we verschillende kansen om het aanbod te verbeteren. We zien specifieke kansen, welke zijn benut in dit uitvoeringsplan. Tegelijkertijd erkennen we ook dat er onzekerheden zijn. Vanuit de huidige situatie, waarbij er nauwelijks, gebruik gemaakt wordt van cliëntondersteuning, is het moeilijk te voorspellen hoe de vraag naar deze vorm van ondersteuning zich zal ontwikkelen. Om deze reden kiezen we voor een pilotfase van 1 jaar, waarbij de nadruk ligt op enerzijds het ontwikkelen van en bekendheid geven aan de functie en anderzijds het monitoren en evalueren. Vanuit deze evaluatie kunnen we het aanbod van onafhankelijke cliëntondersteuning nader aanscherpen en doorontwikkelen. In de grafische weergave hieronder geven we weer hoe dit proces en tijdsplanning eruitziet:
Voorbereidingsfase
Uitvoering & monitoring pilot
Evaluatie en doorontwikkeling
Januari ‘23 t/m maart ‘23
April ‘23 t/m maart ‘24
April ‘24 t/m ….
• Uitvoering uitvoeringsplan. • Monitoring van uitvoering, bereik en impact. • Gedurende pilotfase: aanscherpen en bijstellen.
• Eindevaluatie van pilotfase. • Doorontwikkeling van aanbod. • Definitieve borging.
• Voorbereiding conform uitvoeringsplan. • Denk aan voorbereiding: werving, communicatie, monitoring, etc.
2.2 Onafhankelijke meedenkers in Zeeuws-Vlaanderen •
De onafhankelijke meedenker
Terminologie De formele naam van onafhankelijke cliëntondersteuning dekt onvoldoende de lading, we willen we de functie in Zeeuws-Vlaanderen op een meer laagdrempelige manier neerzetten. We kiezen voor de term onafhankelijke meedenker. Door te kiezen voor meedenker in plaats van cliëntondersteuning wordt het woord (label) van ‘cliënt’ gemeden. Dit vergroot de laagdrempeligheid en het geeft goed de kern van de ondersteuning weer: de persoon denkt vanuit een onafhankelijke positie mee, zonder het ‘over te nemen’ van de inwoner/ cliënt. Dit sluit goed aan bij het gedachtegoed van positieve gezondheid. Daarnaast sluit het aan bij de ontwikkeling in andere gemeenten in de provincie Zeeland, waar tevens is gekozen voor de term meedenker. Scope van de functie Bij de gemeenten gebeurt al veel, het aanbod is in ontwikkeling. Zo komen er uit het onderzoek verschillende kansen naar voren, waar door de verschillende gemeenten al hard aan wordt gewerkt. Denk hierbij aan het meer outreachend en/of wijkgericht werken of het laagdrempelig ondersteunen van inwoners vanuit een preventieve blik en gericht op eigen regie/netwerk. Dit zijn onderdelen die – per gemeente - in ontwikkeling zijn. Pilot – onafhankelijke meedenkers | Februari ‘23
2
Door de stappen die de gemeenten hier afzonderlijk in zetten wordt zichtbaar dat bij het (overkoepelend/samen) organiseren van cliëntondersteuning de focus met name kan liggen op het onderdeel belangenbehartiging en onafhankelijkheid. Dit is een rol met een daadwerkelijk ander karakter dan de huidig beschikbare ondersteuning. Het is een rol waarbij het, zo komt ook als behoefte naar voren uit het onderzoek, inwoners echt vanuit een onafhankelijke positie kan ondersteunen. Daarbij is het een rol die kan bijdragen aan onderling beleidsleren. Vanuit de signalen die zij binnen krijgen en de onafhankelijke (regiooverstijgende) positie, kunnen ze goed fungeren als actor in het beleidsleren. In de vorige paragraaf schrijven we al over de verschillende ontwikkelingen bij gemeenten waaraan hard gewerkt wordt. Deze functie kan als katalysator dienen om hierin het systeem te verbeteren en de goede stappen te zetten. Voor welke inwoners/vragen zijn onafhankelijke meedenkers? We organiseren de onafhankelijke meedenkers voor inwoners die behoefte hebben of de noodzaak voelen dat er een onafhankelijke actor met hen meekijkt en hen verder helpt. Dit is kern van onafhankelijke meedenkers in Zeeuws-Vlaanderen. Het gaat in deze gevallen om een persoon die met je meedenkt en die inwoner/cliënt probeert verder te helpen. Het gaat in feite om een viertal situaties: 1.
Als de inwoner het niet eens is met de verkregen indicatie, ondersteuning of gang van zaken (in relatie tot gemeenten en overige instanties). Hiermee is het dus een functie zijn die onafhankelijk met je meekijkt en je verder helpt, eventueel ook meegaat naar een instantie. Hiermee wil je onder meer voorkomen dat inwoners zich genegeerd voelen, wantrouwen groeit of er een formeel bezwaar wordt aangetekend. 2. Als de inwoner het lastig vindt om zelf aan te kloppen bij een (gemeentelijke) instantie, bijvoorbeeld vanuit negatieve eerdere ervaringen, weerstand of angstige gevoelens. Er is dus echt behoefte aan een onafhankelijke meedenker. 3. Als de inwoners onvoldoende capabel is (of zichzelf onvoldoende capabel acht) om op een goede manier een vraag te stellen aan de (gemeentelijke) instantie en hierin zijn of haar netwerk onvoldoende ondersteunend is. 4. Als de inwoner behoefte heeft om te sparren met een onafhankelijk actor: ‘welke andere opties heb ik?’, ‘Zet ik de goede stappen?’, etc. De onafhankelijke meedenkers pakken casussen op die passen binnen één of meerdere van bovenstaande gevallen. Met klem noemen we dat overige casussen dan ook niet worden opgepakt. In overige gevallen liggen de taken en ook competenties bij andere actoren in het veld (bijv. uitvoeringsorganisatie, welzijnspartijen, verenigingen, etc.).
De onafhankelijke meedenker heeft dan wel weer een rol in het verbinden/verwijzen naar deze functies in het veld. • Organisatie (vorm) In de pilotfase gaan we uit van een doorontwikkelde carrouselconstructie tussen de gemeenten voor het organiseren van de onafhankelijke meedenkers. In deze ontwikkeling is een belangrijk rol weggelegd voor deskundigheidsbevordering, onafhankelijkheid en voor
Pilot – onafhankelijke meedenkers | Februari ‘23
3
de communicatie/bekendheid. Deze onderdelen komen verderop in het plan aan bod. In dit onderdeel beschrijven we hoe deze constructie organisatorisch wordt vormgegeven. In het verleden is er gewerkt vanuit een carrouselconstructie, waarbij er in 2015 mondelinge afspraken zijn gemaakt over de ‘uitwisseling van cliëntondersteuning’ tussen de drie uitvoerings-/welzijnsorganisaties van de gemeente. Er werd een afspraak gemaakt dat er per situatie wordt bekeken vanuit welke andere uitvoerings-/welzijnsorganisatie de vraag vanuit de andere gemeente zou oppakken. Voorbeeld: een vraag naar onafhankelijke cliëntondersteuning bij een inwoner van de gemeente Sluis wordt behandeld door een professional vanuit Aan-Z of Hulst voor Elkaar. De afgelopen jaren heeft dit echter onvoldoende gefunctioneerd. Dit is te wijten aan onbekendheid, een gebrek aan transparantie over de regeling en simpelweg over (een gebrek aan) de uitwerking van de regeling. Er was onvoldoende visie en duidelijkheid over wat deze functie zou inhouden en voor welke inwoners en vragen het een oplossing zou zijn. In de pilot werken we vanuit eenzelfde constructie, echter in dit geval doen we aantal zaken anders. Dit noemen we hier de carrouselconstructie 2.0, waarbij het volgende geborgd is: • •
• •
• •
We hebben een duidelijke visie over wat en voor wie onafhankelijke meedenkers wel/niet zijn. We zorgen voor een duidelijke, transparante regeling. Dit nemen we tevens mee in de communicatie. We zorgen daarnaast voor meer bekendheid en duidelijkheid over onafhankelijke meedenkers in brede zin (zie verderop in dit uitvoeringsplan). We borgen de onafhankelijkheid van de onafhankelijke meedenkers op verschillende manieren (zie verderop in dit uitvoeringsplan). We scheppen randvoorwaarden voor de meedenkers om een rol te hebben in het beleidsleren. Zij hebben een rol in het oppikken en delen van systeemsignalen, om zo bij te dragen aan gemeentelijke/regionale verbeteringen in het systeem. De werkgroep onafhankelijke meedenkers heeft hierin een belangrijke rol (zie verderop in dit uitvoeringsplan). We stellen eisen aan en borgen de kennis en kunde van de onafhankelijke meedenkers (zie verderop in dit uitvoeringsplan). We monitoren en evalueren met elkaar op een constructieve en structurele wijze (zie verderop in dit uitvoeringsplan). De onderliggende vraag hierbij is telkens: hoe kunnen we de ondersteuning van de meedenkers optimaliseren voor onze inwoners?
Positionering De rol van onafhankelijke meedenker is gepositioneerd parallel aan de gemeente/toegang en overige organisaties. Zo kan elke inwoner (zonder eerst langs een loket te moeten) rechtstreeks aankloppen bij de onafhankelijke meedenker. Hierbij kunnen ook organisaties in het veld inwoners verwijzen naar de onafhankelijke meedenker. Daarnaast heeft de onafhankelijke meedenker in relatie tot de gemeentelijke toegang bijvoorbeeld een rol in het bijwonen van gesprekken (bijv. inwoner helpen om de vraag goed te definiëren). Ook kan de toegang zelf verwijzen naar de onafhankelijke meedenker wanneer het bijvoorbeeld signaleert dat er een conflict is met een andere instantie.
Pilot – onafhankelijke meedenkers | Februari ‘23
4
•
Profiel van onafhankelijke meedenkers
Wie zijn de onafhankelijke meedenkers? Zoals hierboven beschreven zijn de onafhankelijke meedenkers dus werkzaam bij de verschillende uitvoeringsorganisaties (Porthos, Hulst voor Elkaar en Aan-Z). We streven ernaar om per organisatie twee medewerkers te selecteren als ‘onafhankelijk meedenker’. Dit zijn personen die op geen manier in hun overige rollen rechtstreeks te maken hebben met toegangs-/indicatievragen. Dit is een belangrijke voorwaarde. Vervolgens kunnen de onafhankelijke meedenkers worden ingeschakeld bij casussen in de andere twee gemeenten. De zestal onafhankelijke meedenkers (twee per uitvoeringsorganisatie) werken samen in een werkgroep. Het is zinvol om ca. tweemaandelijks (vast frequent) als meedenkers samen te komen om ervaringen uit te wisselen en opvallende zaken te bespreken. Dit helpt enerzijds om de kwaliteit van de eigen ondersteuning te optimaliseren en anderzijds om het beleidsleren vorm te geven, bijvoorbeeld door (onlogische) zaken of verschillen tussen gemeenten te detecteren. Daarnaast zal de werkgroep samen monitoren (bijv. ‘welke vragen krijgen we binnen?’ en ‘hoe gaan we hiermee om?’), op deze manier halen we ook gedurende de pilotperiode gegevens en beelden op voor de eindevaluatie.
Het zinvol om hiervoor een pilotcoördinator aan te stellen die enerzijds de pilot overziet/begeleidt, de werkgroepen leidt en vormgeeft aan het monitoren en evalueren. We zetten in op en borgen de kwaliteit, onafhankelijkheid en deskundigheid We nemen de beroepsvereniging voor cliëntondersteuners (BCMB) als leidraad bij het ontwikkelen en inzetten van onafhankelijke meedenkers in Zeeuws-Vlaanderen. Hierbij nemen we ook het beeld - van wat een goede cliëntondersteuner is - over. Een onafhankelijk meedenker in onze regio: • Is een bevlogen professional met specifieke kennis van beperkingen en algemene kennis over alle levensdomeinen, de sociale kaart, relevante regels en wetgeving en methodieken; • Staat naast de cliënt, versterkt diens regie en benut waar mogelijk diens netwerk; • Behoudt altijd een onafhankelijke positie zodat de cliënt belangeloos kan worden ondersteund; • Biedt cliënten en hun naasten maatwerk bij generalistische én complexe vraagstukken en geeft informatie, advies en werkzame oplossingen op maat. Daarbij beschikt het BCMB over verschillende instrumenten die ons helpen om de kwaliteit en onafhankelijkheid van de onafhankelijke meedenkers te borgen: • • • • •
Beroepscode Beroepscompetentieprofiel Register van Cliëntondersteuners Een klachtenreglement Position Papers
Pilot – onafhankelijke meedenkers | Februari ‘23
5
Op deze manier werken we aan de kwaliteit en borgen we de onafhankelijkheid van onze onafhankelijke meedenkers. Naast bovenstaande instrumenten helpt de vereniging om de kwaliteit te waarborgen. Zo biedt BCMB ook scholing voor startende en ervaren cliëntondersteuners, een visie op samenwerking met vrijwilligers en ervaringsdeskundigen en een netwerk van bevlogen ambassadeurs die zich inzetten voor het borgen van cliëntondersteuning. Als eis stellen we aan de onafhankelijke meedenkers dat zij een afgeronde Hbo-opleiding hebben (richting Social Work of vergelijkbaar). Daarnaast zien we de volgende competentiegebieden voor ons als belangrijke eisen: 1. Een vertrouwensrelatie opbouwen. 2. Verhelder, signaleren en agenderen (individueel niveau en inzake beleidsleren). 3. Versterken van (het voeren van) de eigen regie. 4. Mensen met elkaar verbinden. 5. Ondersteunen van kwaliteit van leven. 6. Samenwerken en positioneren. 7. Werken aan de eigen beroepsuitoefening (m.b.v. BMCB en in werkgroep) Taken Het is goed om te vermelden dat onderstaande taken enkel worden uitgevoerd indien het past binnen de scope (viertal situaties) zoals eerder beschreven. Binnen deze scope is een onafhankelijk meedenker iemand die verheldert, ondersteunt, bemiddeld, verbindt en signaleert. Dit resulteert in de volgende taken: Verhelderen 1. Informatie en advies op maat 2.
Vraagverduidelijking op alle levensgebieden en verduidelijken ondersteuningsbehoeften 3. In kaart brengen informele en formele netwerken Ondersteunen 4. Kortdurende ondersteuning bij leven met specifieke behoeftes 5. Ondersteuning bij (her)indicaties en (her)beschikkingen 6. Ondersteuning bij gesprekken met instanties 7. Ondersteuning bij het opstellen, bijstellen en evalueren van hulp of zorg Verbinden 8. Versterken en verbinden informele en formele netwerk 9. Ondersteuning bij het kiezen van een passende aanbieder voor passende hulp of zorg. Bemiddelen 10. Bemiddeling indien hulp of zorg niet naar verwachting of volgens afspraken wordt geleverd. 11. Bijdragen aan het herstellen van vertrouwensrelaties 12. Ondersteuning bij klachten, geschillen, bezwaar en beroep. Signaleren 14. Signaleert vroegtijdig onrechtmatigheden en knelpunten in passende zorg en ondersteuning en in het systeem (beleidsleren). Pilot – onafhankelijke meedenkers | Februari ‘23
6
2.3 Elementen van de pilot • Communicatieplan In de voorbereidingsfase (t/m maart ’23) werken we, conform de kaders in dit document, een communicatieplan uit. Hierbij betrekken we communicatieprofessionals uit (één van) de gemeenten. In het communicatieplan beschrijven we onder meer hoe we, op een duidelijke en passende wijze, uitleg geven over wat onafhankelijke meedenkers zijn, voor wie het wel/niet is bedoeld en hoe we inwoners gaan bereiken. De in dit plan opgestelde vier criteria dienen hierbij omgezet te worden naar duidelijkere, pakkende beschrijvingen met voorbeelden. Ook is het belangrijk om de carrouselconstructie duidelijk en transparant te presenteren. Hierbij benutten we inzichten uit de literatuur of best practices vanuit andere gemeenten. Ook sluiten we aan bij de website meedenkerszeeland.nl. Daarnaast is het belangrijk om een eigen webpagina en telefoonnummer beschikbaar te hebben, dit in kader van de perceptie van onafhankelijkheid. Ook is het zinvol om qua bekendheid zowel in te zetten op bekendheid bij inwoners als bij verwijzers / actoren uit het veld en de eigen gemeenten. Ook hierin vragen we om de expertise van de betrokken communicatieprofessional(s). • Ophalen van beleidssignalen We beschrijven hoe de onafhankelijke meedenkers een rol hebben in het ophalen en delen van beleidssignalen.
Om op deze manier het systeemleren een impuls te geven en ook onderlinge verschillen en/of tips te delen. De gezamenlijke werkgroep, voorgezeten door de pilotcoördinator, heeft hierin een belangrijke rol. De werkgroep heeft dus, naast het monitoren en bijsturen gedurende de pilotfase, een rol in het met elkaar delen en bundelen van deze signalen. In het bundelen (overzichtelijke weergeven) en verder delen van deze signalen is een rol weggelegd voor de pilotcoördinator. Hierbij worden tevens ervaringen van personen die gebruik maakten van onafhankelijke meedenkers (ervaringsdeskundigen) benut. • Kosten pilotfase Vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft de regio ZeeuwsVlaanderen middelen ontvangen (€600.000) voor het doorontwikkelen van cliëntondersteuning middels het koplopertraject. Deze beschikbare middelen dekken de volledige begrote kosten van de pilotfase, zoals hieronder beschreven. In de voorbereiding en uitvoering van pilot zien we de volgende kosten voor ons:
Pilot – onafhankelijke meedenkers | Februari ‘23
7
- Kosten BCMB / scholing Om de kwaliteit en onafhankelijkheid van onze onafhankelijke meedenkers te borgen willen we investeren in het opleiden van deze personen. Ook vinden we het belangrijk om overige onderdelen (bijv. rond onafhankelijkheid) goed te borgen. Dit doen we door samen te werken met BCMB (conform blz. 5). We begroten deze kosten op ca. €10.000 euro. Het betreft hier lidmaatschap, opleiding, toetsing en opnemen in het registerplein BCMB van een 6-tal onafhankelijke meedenkers. - Personele kosten We begroten daarnaast de ureninzet van de onafhankelijke meedenkers. Aangezien de pilot onder meer is bedoeld om een beter zicht te krijgen op de exacte vraag is het lastig om in te schatten hoeveel beroep er zal worden gedaan op de onafhankelijke meedenkers. We gaan uit van een gemiddelde ureninzet per meedenker van 10 uur per maand (ca. 2 casussen van gemiddeld 5 uur, per meedenker, per maand). Dit betreft voor de gehele pilotperiode, voor de zes meedenkers, een totaal aantal uren van 720 uur. Aanvullend gaan we voor de scholing uit van een totaal van 65 uur per meedenker (verdeeld over het jaar), in totaal dus 390 uur. Ureninzet van de meedenkers voor ondersteuning (720) en opleiding (390) betreft in totaal dus 1.110 uur. Hierbij gaan we uit van een uurtarief van €70. De geschatte kosten van de inzet van de onafhankelijke meedenkers betreft dus €77.700 excl. btw.