CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Hof te Zandeplein, Kloosterzande Ontwerp-15-11-22

Gemeenteraad 16 februari 2023, gemeente HulstBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hof te Zandeplein23.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De bestaande archeologische waarden zijn overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Hiermee zijn de archeologische waarden in het plan voldoende geborgd. Conclusie De dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie 1 en 2 zijn opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Het aspect archeologie is hiermee voldoende geborgd.

4.10 Cultuurhistorie Beleid en normstelling Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Hiertoe dient middels bestudering van kaarten bepaald te worden of binnen (de invloedsfeer van het plangebied) Rijksmonumeten (historische gebouwen, sluizen, tuinbeelden en grafstenen), Archeologische Rijksmonumenten, Werelderfgoederen en beschermde stads- en dorpsgezichten aanwezig zijn. Ook het voorkomen van gebieden met landschappelijke waarden en beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Wetlands, Beschermde Natuurmonumenten, Nationale Parken, Nationale Landschappen en de Ecologische Hoofdstructuur dient bepaald te worden. Onderzoek De cultuurhistorische waardevolle objecten zijn door de provincie aangegeven op de cultuurhistorische

39/399

waardenkaart. Op de uitsnede in figuur 4.5 is te zien dat in het plangebied geen cultuurhistorische waardevolle objecten aanwezig zijn die door de ontwikkeling geschaad zouden kunnen worden.

Figuur 4.5 - Cultuurhistorische waardenkaart Provincie Zeeland Conclusie De geplande ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op eventuele cultuurhistorische waarden. Het aspect 'cultuurhistorie' staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.11 Ecologie Beleid en normstelling Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van

40/399

natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren.

GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van

41/399

gebieden. Onderzoek Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het plangebied is gelegen op 1,44 km afstand van Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe en op 2,56 km afstand van Natura 2000-gebied Vogelkreek. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering zijn hierdoor uitgesloten. Ook kunnen negatieve effecten als verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten. Met het programma AERIUS Calculator (2020) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie in de gebruiksfase in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. In Bijlage 9 is het stikstofonderzoek opgenomen. Hieruit blijkt dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jr voor de gebruiksfase (2023). Met het programma AERIUS Calculator wordt tevens een berekening uitgevoerd voor de aanlegfase, in verband met de nieuwe versie eind novmeber 2022, wordt deze later aan het bestemmingsplan toegevoegd om de gevolgen voor de stikstofdepositie in de aanlegfase in beeld te brengen. Op grond van de Wet natuurbescherming voor het onderdeel Natura 2000-gebieden zijn er qua stikstofdepositie geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit project.

Natuur Nederwerk Nederland (NNN) Het plangebied is gelegen op minimaal 600 meter van Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebieden (zie figuur 4.6). Directe negatieve effecten zijn hierdoor uitgesloten.

42/399

Figuur 4.6 - Ligging plangebied (rode stip) ten opzichte van Natuur Netwerk Nederland gebied. Soortenbescherming De ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 44 woningen. Verder worden de brandweerkazerne en de gemeentewerkplaats gesloopt en verplaatst naar een nieuwe locatie. Hotel-restaurant de Linde behoudt enkel het café-restaurant aan de voorzijde. De feestzaal aan de achterzijde en de skihut aan de noordzijde worden omgebouwd naar woning. Ook wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht. Bij de voorbereiding van de ontwikkeling moet worden onderzocht of de Wet Natuurbescherming (Wnb) de geplande ontwikkeling niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning ingevolge de Wet Natuurbescherming zal kunnen worden verkregen. Verkennend ecologisch onderzoek Om te achterhalen welke beschermde soorten binnen het plangebied aanwezig zijn wordt een verkennend ecologisch onderzoek naar de gebouwen uitgevoerd (Adviesbureau Wieland, 28-7-2021). Hieruit is gebleken dat de bebouwing potentieel geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen en als broedlocatie voor huismus en gierzwaluw. Of deze daadwerkelijk voorkomen dient nader onderzocht te worden. De te slopen bebouwing is niet geschikt voor andere beschermde soorten.

Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er is ook geen negatief effect te verwachten op de natuurkwaliteiten van terreinen die zijn aangemerkt in het kader van het natuurnetwerk Zeeland. Het plangebied is op voldoende afstand gelegen van deze gebieden en de werkzaamheden zijn kleinschalig van aard.

43/399

De overige gronden in het plangebied zijn volledig geroerd tijdens de bodemsanering, hierdoor zijn hier geen natuurwaarden te vinden. Het verkennend ecologisch onderzoek is opgenomen in bijlage 10. Nader onderzoek Uit het verkennend ecologisch onderzoek is gebleken dat nader onderzoek noodzakelijk. Tijdens het nader veldonderzoek is 1 broedgeval van de gierzwaluw vastgesteld en zijn er 3 broedgevallen van de huismus vastgesteld. Er zijn geen foerageergebieden, schuilplaatsen, of rustplaatsen van de huismus vastgesteld. Er zijn geen broedgevallen vastgesteld van andere vogels waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Er zijn 3 zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis (telkens 1 exemplaar en niet gelijktijdig) en er is 1 zomerverblijfplaats van de laatvlieger (1 exemplaar) vastgesteld. Er zijn geen paarverblijven, kraamkolonies en winterverblijven vastgesteld. Er zijn geen vaste rust- of verblijfplaatsen van andere vleermuissoorten vastgesteld. Voor het verlies aan broedplaatsen en verblijfplaatsen dient een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Advies Het wordt aanbevolen om voor de ontheffingsaanvraag een mitigatieplan uit te werken. Hierin kunnen mitigerende en compenserende maatregelen in detail uitgewerkt worden. Hieronder wordt weergegeven waar deze uit dienen te bestaan.

Voor de sloop dienen de volgende alternatieve (tijdelijke) voorzieningen in de directe omgeving geplaatst te worden (op advies van een ecologisch deskundige): Huismus nestlocatie: minimaal 6 stuks Gierzwaluw: minimaal 5 stuks Gewone dwergvleermuis zomerverblijf kast: minimaal 12 stuks Laatvlieger zomerverblijf kast: minimaal 4 stuks De kasten worden geplaatst op locaties waar voldoende jachtgebied aanwezig is. Er mag geen kunstlicht op de kasten schijnen. Voor vleermuizen dienen de kasten minimaal 3 meter boven maaiveld of een dak te hangen. Er dient een gewenningsperiode in acht genomen te worden zodat er voldoende tijd is om de alternatieve voorzieningen te ontdekken. Bij nieuwbouw dienen de volgende voorzieningen aangebracht te worden: In de nieuwbouw dienen minimaal de volgende permanente voorzieningen aangebracht te worden: - Huismus: 6 inbouwkasten Gierzwaluw: 5 inbouwkasten - Gewone dwergvleermuis: 12 inbouwkasten - Laatvlieger: 4 inbouwkasten Indien dit project (gedeeltelijk) uitgevoerd zal worden in de broedperiode, dient er rekening gehouden te

44/399

worden met broedende vogels, dit geldt ook voor andere soorten (turkse tortel, en kauw). Mitigerende maatregelen om te voorkomen dat dieren gedood worden kunnen zijn: Het aanbrengen van een exclusionflap. Het maken van tochtgaten op hoeken van gebouwen, het handmatig verwijderen van gevelbeplating, het handmatig verwijderen zonneschermen, loodslabben, kantdakpannen en de onderste rij dakpannen. Maatregelen dienen uitgevoerd te worden onder ecologische begeleiding. Dit wil zeggen een ecologisch deskundige bepaalt in overleg met de sloper waar de maatregelen (veilig) uitgevoerd kunnen worden. De maatregelen worden 1 week voor de sloop uitgevoerd. In de betreffende periode dient het minimaal 1 keer hoger dan 10 graden te zijn bij zonsondergang. Vlak voor de sloop wordt nog een keer gecontroleerd of er vleermuizen (uitvliegers) aanwezig zijn. Het volledig nader onderzoek is bijgevoegd in bijlage 11. Conclusie Het aspect ecologie staat de ontwikkeling niet in de weg.

4.12 Kabels en leidingen Beleid en normstelling Voor planologisch relevante kabels en leidingen geldt in het algemeen een belemmeringenzone waarmee in de ontwikkeling van een plangebied rekening moet worden gehouden. Onderzoek In het plangebied en in de directe nabijheid van het plagebied liggen geen hogedruk aardgasleidingen, rioolwatertransportleidingen, drinkwatertransportleidingen, of hoogspanningsleidingtracé. Planologische relevante kabels en leidingen vormen daarom geen belemmering voor de vaststelling van dit plan. Voordat de werkzaamheden starten wordt een Klic melding gedaan om alle relevante kabels en leidingen in beeld te brengen. Conclusie Kabels en leidingen vormen geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.

4.13 Externe veiligheid Beleid en normstelling Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk: bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen. Ten aanzien van deze aspecten moeten de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld tot een aanvaardbaar minimum worden beperkt In het externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).

45/399

Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde. De gemeente heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicorelevante inrichtingen Relevant is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een ruimtelijke onderbouwing of bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde.

Vervoer van gevaarlijke stoffen over water, wegen en spoorwegen Relevant is de circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (circulaire RVGS) en in de toekomst ook het Besluit Transportroutes Externe Veiligheid (BTEV). Op basis van de circulaire RVGS geldt het volgende: Voor bestaande situaties gelden er plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten de grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar en de streefwaarde van 10-6 per jaar. In nieuwe situaties geldt ter plaatse van kwetsbare objecten de grenswaarde voor het PR van 10-6 per jaar. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Bij een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het GR of een toename van het GR geldt een verantwoordingsplicht. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als nieuwe situaties. De circulaire vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Vooruitlopend op het BTEV zijn in de circulaire RVGS veiligheidsafstanden opgenomen uit het Basisnet Weg en het Basisnet Water1. In het BTEV worden tevens plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Aan de hand van de Basisnetten wordt al geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden.

Buisleidingen Relevant is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In dat Besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek

46/399

Figuur 4.7 - Uitsnede risicokaart (bron: www.atlasleefomgeving.nl) Risicorelevante inrichtingen Uit de informatie op de risicokaart (www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat in de nabije omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Vervoer gevaarlijke stoffen Het plangebied ligt op circa 1.800 meter van de vaargeul van de Westerschelde. Hiermee ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van ongevallen met toxische stoffen (ammoniak, invloedsgebied 2.333 meter) en brandbare gassen (invloedsgebied 2.888 meter) op de Westerschelde. Omdat de afstand van het plangebied tot deze vaargeul groter is dan 200 meter, kan er volgens het Bevt worden volstaan met een beknopte verantwoording en hoeven er geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Verder zijn er geen (spoor)wegen in de omgeving van het plangebied die zijn aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Buisleidingen Er zijn geen buisleidingen in de omgeving van het plangebied aanwezig die zijn aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Met betrekking tot externe veiligheid heeft de Veiligsheidsregio Zeeland advies uitgebracht. Het advies is opgenomen in de beknopte verantwoording. Het document van de Veiligheidsregio is opgenomen in bijlage 12.

47/399

Beknopte verantwoording Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Voor de beoordeling van de beheersbaarheid bij een brand in het plangebied hanteert Veiligheidsregio Zeeland de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2012 van Brandweer Nederland. Het plangebied is bereikbaar via het Hof te Zandeplein (openbare weg). Op de plantekening is te zien dat er een aansluiting komt op het Hof te Zandeplein.

Om het plangebied ongehinderd te kunnen bereiken is het van belang dat de infrastructuur voldoet aan de volgende zaken: Eisen: Brandweervoertuig • De rijstrookbreedte is minimaal 3,5 meter verhard • De doorgangshoogte is minimaal 4,2 meter • Bestand tegen een aslast van 11,5 ton • Bestand tegen een totaal gewicht van 30 ton • Een buitenbochtstraal van 10 meter • Een binnenbochtstraal van 5,5 meter (of gelijk aan de buitenbochtstraal verminderd met • 4,5 meter) Het Hof te Zandeplein voldoet aan bovenstaande zaken. Opstelplaatsen Eisen: Per object is een opstelplaats nodig waar de brandweer het voertuig op kan stellen. Bij eengezinswoningen is de maximale afstand van de opstelplaats tot de (brandweer)ingang 40 meter. Bij overige bouwwerken is deze afstand maximaal 20 meter. Tevens dient een opstelplaats te voldoen aan de volgende zaken: • Een breedte van 4,5 meter • Een lengte van 10 meter • Een vrije doorgang van 4,2 meter • Bestand tegen een aslast van 11,5 ton • Bestand tegen een totaal gewicht van 30 ton • Ligt op maximaal 40 meter van de voordeur van het pand of de nader te bepalen brandweeringang De openbare weg voldoet aan bovengenoemde eisen van de opstelplaats. Primair bluswater

48/399

Eisen: Om bij brand snel te kunnen beschikken over bluswater is een primaire bluswatervoorziening nodig. Vanwege de geringe opbouwtijd van een primaire bluswatervoorziening wordt deze gebruikt om snel over bluswater te beschikken die, zeker bij beginnende branden, een verschil kan maken. Een primaire bluswatervoorziening dient te voldoen aan de volgende zaken: • Een onafgebroken capaciteit van 1000 liter per minuut (60 m3/uur). • Bluswater wordt geleverd door brandkranen of alternatieve voorzieningen waarvan binnen 3 minuten water onttrokken kan worden • De maximale afstand van deze bluswatervoorziening, ten opzichte van de opstelplaats is 100 meter. De dichtstbijzijnde primaire bluswatervoorziening bevindt zich op ca. 200 meter van het verst afgelegen object in het plangebied. Aangezien deze afstand te groot is, is het noodzakelijk dat een primair bluswatervoorziening wordt aangelegd binnen 100 meter van het genoemde object. Hiervoor wordt een ondergrondse brandkraan aan het begin van het plangebied aangelegd (figuur 4.8)

Figuur 4.8 - Nieuwe primaire bluswatervoorziening, OBK, 60 m3/uur Secundair bluswater Eis: Voor ontwikkelde branden waarbij grote kans is op verdere escalatie is secundair bluswater nodig, dit wordt vaak gewonnen uit open water. Secundair bluswater dient binnen 1000 meter van het plangebied aanwezig te zijn. Een secundaire bluswatervoorziening die voldoet aan de volgende eisen: • Kan worden opgebouwd binnen 30 minuten • Levering voor minimaal 4 uur • Minimaal 360 m3 water beschikbaar (90 m3 per uur • Waterkwaliteit is dusdanig dat er geen beschadigingen kunnen ontstaan aan de bluspomp en

49/399

brandweerpersoneel niet blootgesteld wordt aan ernstige vervuiling De opstelplaats bij de secundaire bluswatervoorziening voldoet aan de volgende eisen: • Een breedte van 4 meter • Een lengte van 10 meter • Een vrije doorgang van 4,2 meter • Bestand tegen een aslast van 11,5 ton • Bestand tegen een totaalgewicht van 20 ton • De afstand tussen de opstelplaats en het wateroppervlak is maximaal 8 meter • Eventueel voorzien van een bord ‘NIET PARKEREN, Brandweer waterwinning’ De openbare weg kan ook als opstelplaats gebruikt worden mits deze voldoet aan bovenstaande eisen. Aangezien een secundaire bluswatervoorziening (kruising Oudeweg / Hulsterweg) op ca. 350 meter van het plangebied aanwezig is, zijn geen aanvullende zaken nodig op dit gebied. Wel is het advies om regelmatig onderhoud (maai- en baggerwerkzaamheden) uit te voeren langs de wegkant van deze watergang zodat deze bereikbaar blijft voor de brandweer. Hier wordt rekening mee gehouden. Uit de bovenstaande blijkt dat er voldoende vluchtmogelijkheden zijn, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zullen woningen gerealiseerd. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten.

Als gevolg van een incident met toxische stoffen over het water geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. Conclusie Uit de beknopte verantwoording komt naar voren dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. De veiligheidssituatie zal met de beoogde ontwikkeling niet significant verslechten en wordt als aanvaardbaar gezien.

Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

50/399

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische toelichting

Wettelijk kader

In het voorgaande hoofdstuk zijn de uitgangspunten van dit bestemmingsplan geformuleerd. In dit hoofdstuk zijn de bestemmingen en de bijbehorende regels beschreven. Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP). De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. de SVBP is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro gemaakt moeten worden. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden, met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting.

Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijks als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.

5.2

Opzet van de bestemmingsregeling

Ten aanzien van de opzet van de bestemmingsregeling is het volgende van belang. Verbeelding Belangrijke eis is dat het bestemmingsplan dient te voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar dient te zijn. In aansluiting hierop en in relatie tot de digitale verplichting verdient het de voorkeur zoveel mogelijk onderdelen van de regeling op de verbeelding zichtbaar te maken en de regels zo transparant mogelijk te houden. Regels Op grond van SVBP2012 hebben de hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, de volgende vaste volgorde: In Inleidende regels worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald. In Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven. Algemene regels bevat een aantal regels (voorheen bepalingen genoemd) die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelbepaling of de bepaling welke wettelijke regeling van toepassing). Overgangs- en slotregels ten slotte geven overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing

51/399

en de titel van het plan.

5.3

Gehanteerde bestemmingen

Bij het bepalen van de bestemmingen is zoveel mogelijk gesloten bij het bestemmingsplan 'Kernen Hulst 1H'. Dit is het overkoepelende bestemmingsplan geldend voor alle kernen in de gemeente Hulst. Daarnaast is gekeken naar de vormgeving van bestemmingen in de kern Kloosterzande. In Kloosterzande is bijvoorbeeld de bestemming 'Wonen' gebruikt voor alle soorten woningtypologieën en de bestemming 'Horeca' voor verschillende categorieën horeca. Deze lijn wordt in dit bestemmingsplan voortgezet. De bestemmingen worden hieronder toegelicht: Horeca: Met deze bestemming wordt de horecazaak bestemd. De horecazaak is in het huidige bestemmingsplan bestemd als horeca-categorie 1 met de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - café en party- en zalencentrum'. Een partycentrum valt echter onder zware horeca en dat is niet gewenst rondom de beoogde woningen. De functieaanduiding vervalt daarom en de horeca onderneming wordt bestemd als een horeca categorie 2. Wonen: Met deze bestemming zijn de verschillende woningtypologieën bestemd. Door middel van het opnemen van bouwvlakken zijn de locaties voor woningen aangegeven. Voor de goot -en bouwhoogte (6 respectievelijk 10 meter) is aangesloten bij het bestemmingsplan 'Kernen Hulst 1H'. Verkeer: De openbare ruimte bestaat in het plangebied voornamelijk uit wegen en parkeerplaatsen, vandaar dat hiervoor de bestemming 'Verkeer' is gehanteerd.

Ook de verschillende groenstroken vallen binnen deze bestemming. Er kan op deze manier geschoven worden met wegen, parkeervakken en groenstroken.

52/399

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een ontwikkeling van de gemeente. Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. De kosten worden gedekt uit de opbrengst van de woningen en gronden. Hiermee kan het bestemmingsplan financieel haalbaar worden geacht. De gemeenteraad heeft hiervoor in februari 2022 budget beschikbaar gesteld. De opbrengsten van het plan worden gehaald uit subsidies voor de bodemsanering, verkoop van grond en bovenplanse kosten. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering.

Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De grond is in eigendom van de gemeente. Een deel van deze gemeentelijke gronden wordt gekocht door Woongoed voor de bouw van 23 woningen. 8 kavels liggen op gemeentelijk eigendom. De overige percelen zijn privaat eigendom. De afspraken met de andere partijen worden in een koop-exploitatieovereenkomst vastgelegd. Door middel van een exploitatieplan is de dekking van de gemaakte kosten verzekerd. Er zijn hoge kosten gemaakt door onder andere de bodemsanering en de verplaatsing van de brandweerkazerne.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de geplande ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen. Inspraak en overleg In het kader van de inspraak en vooroverleg wordt het voorontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter

53/399

inzage gelegd. Tijdens deze periode van terinzagelegging wordt een ieder in de gelegenheid steld op het plan te reageren. De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Informatieverstrekking De geplande ontwikkeling is reed gedeeld met verschillende stakeholders via de pers en tevens door informatie op de website. Verder is de gemeente Hulst voornemens de ontwikkeling te delen door middel van en actieve sessie, zoals een bewonersavond voorafgaand aan de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijze Vervolgens wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraaks van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

54/399

Bijlagen toelichting

55/399

56/399

Bijlage 1

57/399

RUD Saneringsplan Hof te Zandeplein

Geactualiseerd saneringsplan tanks, bodem- en asbestverontreinigingen *

Hof te Zandeplein 10-18 Kloosterzande V2.1 Project 23184046 / 23204014 5 juli 2021

Opdrachtgever:

Gemeente Hulst Postbus 49 4560 AA HULST

Opgesteld door:

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Auteur:

ir. B. Boomstra

Autorisatie:

dhr. H. Seffelaar Interim-manager SMA Zeeland B.V.

*

Verschil t.o.v. V2: vervallen opschonen niet-sterk verontreinigde grondlagen tot 0,75 m-mv die vallen onder de Wbbbevoegdheid van de gemeente Hulst.

Inhoudsopgave 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 1 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 1 1.2. KWALITEITSBORGING .................................................................................................................... 1 2. BESTAANDE GEGEVENS ....................................................................................................................... 3 2.1. ALGEMENE BODEM- EN LOCATIEGEGEVENS ............................................................................ 3 2.2. VERONTREINIGINGSSITUATIE ZOALS BEKEND PER SEPTEMBER 2019 ................................. 3 2.3. VERONTREINIGINGSSITUATIE ZOALS BEKEND PER JULI 2020 ................................................ 7 3. SANERINGSDOELSTELLING ................................................................................................................. 9 3.1. BODEMVERONTREINIGING MET BRANDSTOFFEN T.H.V. HOF TE ZANDEPLEIN 18 ............... 9 3.2. TWEE TANKPUTTEN ..................................................................................................................... 10 3.3.

OVERIGE ONDERGRONDSE BRANDSTOFTANKS, BEZINKPUT EN BIJBEHORENDE INFRASTRUCTUUR .............................................................................................................................. 10 3.4. VERONTREINIGING MET ASBEST T.H.V. VOORMALIG BINNENPLEIN .................................... 11 3.5. ASBESTVERONTREINIGING IN ASFALTVERHARDE PUINFUNDERING AAN DE PRES. ROOSEVELTSTRAAT ........................................................................................................................... 12 3.6. GEVAL VAN ERNSTIGE BODEMVERONTREINIGING MET ASBEST T.H.V. VOORMALIGE BEBOUWING VAN HOF TE ZANDEPLEIN 10 ...................................................................................... 12 3.7. GEVAL VAN NIET-ERNSTIGE BODEMVERONTREINIGING MET ASBEST T.H.V. VOORMALIGE BEBOUWING VAN HOF TE ZANDEPLEIN 10 ...................................................................................... 13 4. UITVOERING ......................................................................................................................................... 14 4.1. BETROKKEN PARTIJEN ............................................................................................................... 14 4.2. UITVOERING SANERENDE MAATREGELEN .............................................................................. 14 4.3.

EINDBEMONSTERING .................................................................................................................. 26 4.4. NAZORGPLAN ............................................................................................................................... 27 4.5. GRONDBALANS ............................................................................................................................ 27 4.6. EVALUATIERAPPORT ................................................................................................................... 28 ACHTERGRONDDOCUMENTEN .............................................................................................................. 29 BIJLAGE 1. OVERZICHTSKAART LIGGING SANERINGSLOCATIE BIJLAGE 2. SITUATIETEKENINGEN BIJLAGE 3. EIGENDOMSSITUATIE BIJLAGE 4. TOETSING 23200059 AAN GTHK PFAS VERSIE 2 JULI 2020 BIJLAGE 5. STAPPENPLAN

23184046 / 23204014

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Geactualiseerd saneringsplan tanks, bodem- en asbestverontreinigingen Hof te Zandeplein 10-18 Kloosterzande

1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel

Door Gemeente Hulst is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van een sanering van bodem- en asbestverontreinigingen en ondergrondse tanks aan het Hof te Zandeplein 10-18 Kloosterzande. Als onderdeel hiervan is in september 2019 een saneringsplan met kenmerk 23184046 opgeleverd. Middels de beschikking met kenmerk B-ISPVA190034/00227211 is op 6 april 2020 door het bevoegd gezag Wet bodembescherming ingestemd met dit saneringsplan. Ten tijde van de beoordeling van het saneringsplan 23184046 (februari-maart 2020) werd reeds een uitbreiding van de beoogde saneringswerkzaamheden voorzien omdat op het terrein een asbesthoudende weg werd aangetroffen. Tevens zijn in juni-juli 2020 onverwachts nog enkele op asbest en olieproducten te saneren terreindelen geconstateerd. Hoewel via afwijkingsmeldingen instemming van het bevoegd gezag wordt verkregen om deze uitbreidingen/aanvullingen mee te nemen onder het beschikte saneringsplan 23184046, werd het verstandig geacht het saneringsplan integraal te actualiseren. Dit in verband met de benodigde fasering tijdens het werk omwille van het verzekeren van een gunstig saneringsresultaat alsook het beter kunnen benutten van de beschikbare fysieke werkruimte. Voorliggend geactualiseerd saneringsplan 23184046 / 23204014 is het resultaat van deze actualisatie.

Het is bedoeld als “informele” leidraad voor de saneerder, directievoerder, aannemer en milieukundige begeleider waarin het beschikte saneringsplan 23184046 en de hierop voorziene aanvullingen integraal zijn verwerkt, waarbij extra aandacht is besteed aan de volgorde van de benodigde saneringsstappen. Dit geactualiseerd saneringsplan is niet bedoeld voor besluitvorming of beschikking door het bevoegd gezag Wet bodembescherming. In die gevallen waarbij het beschikte saneringsplan 23184046 en de ingestemde afwijkingsmeldingen anders zijn dan wat in dit geactualiseerd saneringsplan 23184046 / 23204014 is opgenomen, prevaleren het beschikte saneringsplan en de ingestemde afwijkingsmeldingen. 1.2. Kwaliteitsborging

Het hier gerapporteerde saneringsplan is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001:2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen.

23184046 / 23204014

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Geactualiseerd saneringsplan tanks, bodem- en asbestverontreinigingen Hof te Zandeplein 10-18 Kloosterzande

1

SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde gegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.

23184046 / 23204014

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Geactualiseerd saneringsplan tanks, bodem- en asbestverontreinigingen Hof te Zandeplein 10-18 Kloosterzande

2

2. Bestaande gegevens 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens

De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodemsanering worden als volgt samengevat: Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de saneringslocatie Algemene aspecten Locatiegegevens en ligging Adres en plaats

Hof te Zandeplein 10-18 Kloosterzande

Burgerlijke gemeente

Hulst

Kadastrale gemeente

Hontenisse

Sectie(s)

H, L

Nummer(s)

H535 H1970 t/m H1972 H3262 H3268 2

Totale oppervlakte percelen (m )

16.249

NAP hoogte

1,3

Ligging op kaart

zie Bijlage 1

Gegevens ten aanzien van functiegerichte sanering Te saneren oppervlakte (m2)

3 150

Huidige gebruik

Voorheen bedrijfsmatig met woningen en openbare weg aan westzijde, bebouwing recent (2020) gesloopt. Enkele betonvloeren zijn nog wel aanwezig, waaronder die van huisnummers 12 t/m 18 ged. en het voormalige binnenplein.

Toekomstige gebruik

Combinatie woningen zonder tuin, detailhandel en infrastructuur. Exacte inrichting nog onbekend.

Bodemfunctieklasse

Wonen

Bodemtoepassingseis

Wonen voor alle stoffen

Bijzonderheden

Verschillende overlappende bodemverontreinigingen, bodemsanering te combineren met niet-saneringsplichtige (Wbb) opschoning van het terrein

2.2. Verontreinigingssituatie zoals bekend per september 2019

Het saneringsplan 23184046 uit september 2019 is uitgegaan van een verontreiniging zoals beschreven in de bodemrapporten 23130086 (bodemverontreiniging met olieproducten) en 23170215 (asbest- en nevenverontreiniging met olieproducten), beide opgesteld door SMA Zeeland B.V. Deze en overige relevante documenten worden als volgt samengevat, hierbij geordend naar drie overlappende saneringsonderdelen:

23184046 / 23204014

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Geactualiseerd saneringsplan tanks, bodem- en asbestverontreinigingen Hof te Zandeplein 10-18 Kloosterzande

3

Bodem t.h.v. Hof te Zandeplein 18 (geval met olieverontreiniging) - Verkennend bodemonderzoek Hof te Zandeplein 18, Oranjewoud, kenmerk: 38920, d.d. 26 oktober 2000 (incompleet) - Oriënterend bodemonderzoek Hof te Zandeplein 18 te Kloosterzande, Colsen bv, kenmerk: hof18b1, d.d. 30 januari 2002 - Nader bodemonderzoek fase 1 Hof te Zandeplein 18 te Kloosterzande, Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium Zeeuws-Vlaanderen, kenmerk: 01A5123, d.d. 8 juli 2002 - Aanvullend nader bodemonderzoek Hof te Zandeplein 18 te Kloosterzande, Colsen bv, kenmerk: B040929-hof18, d.d. 28 oktober 2004 - Nader- en actualiserend bodemonderzoek Hof te Zandeplein 18 te Kloosterzande, SMA Zeeland B.V., kenmerk: 23130086, d.d. 28 augustus 2013 - Beschikking B-BSEST140009/00021175, Provincie Zeeland, d.d. 10 februari 2014 De onderzoekslocatie betrof een voormalig benzinetankstation aan de westzijde van Hof te Zandeplein 18. De verontreinigingssituatie betreft de situatie zoals in 2013 beschreven: Grond Op basis van de onderzoeksresultaten werd geconcludeerd dat de in 2004 vastgestelde sterke verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in de grond zich niet had verspreid in horizontale richting. De sterke verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in grond bevindt zich ten zuiden en westen van de woning en vermoedelijk gedeeltelijk onder de woning.

In de keuken bij de woning is een kelder aanwezig. Vermoedelijk is de verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in grond aanwezig tot de kelder onder de woning. Ten oosten en noorden van de woning is geen verontreiniging met brandstof-gerelateerde producten in grond aanwezig. De lichte tot sterke verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten wordt aangetroffen over een oppervlakte van circa 2

390 m in een traject van 110-275 cm-mv. De omvang van de verontreiniging wordt geschat op circa 640 3

3

m , waarvan in de kern circa 220 m grond sterk is verontreinigd met minerale olie en vluchtige aromaten in een traject van 140-250 cm-mv. 1

Uit het onderzoek van Oranjewoud, 2000, blijkt dat de bovenste ca. 0,9 m grond ter hoogte van de tank aan de inrit van Hof te Zandeplein 18 niet verontreinigd was met de geanalyseerde selectie zware metalen en PAK10. Hoewel deze gegevens inmiddels verouderd zijn, worden ze geschikt geacht voor gebruik in onderhavig saneringsplan: de verontreinigingssituatie met andere stoffen dan olieproducten in 2000 was ondergeschikt aan de verontreinigingssituatie met olieproducten en er is geen aanwijzing dat deze situatie anno 2019 is veranderd. Grondwater Op basis van de onderzoeksresultaten werd geconcludeerd dat de in 2004 vastgestelde sterke verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater zich niet heeft verspreid in zowel horizontale als verticale richting. Zowel horizontaal als verticaal is de omvang van de verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in grondwater enigszins afgenomen. De sterke verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater bevindt zich ten zuiden en westen van de

23184046 / 23204014

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Geactualiseerd saneringsplan tanks, bodem- en asbestverontreinigingen Hof te Zandeplein 10-18 Kloosterzande

4

woning en vermoedelijk gedeeltelijk onder de woning. Ten oosten en noorden van de woning is geen verontreiniging met brandstof-gerelateerde producten in grondwater aanwezig. De verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in grondwater wordt aangetroffen over een oppervlakte van circa 2

2

420 m . In de kern is het grondwater over een oppervlakte van circa 150 m licht tot sterk verontreinigd in een gemiddeld traject van 200-700 cm-mv. Buiten de kern is het grondwater vermoedelijk licht tot matig verontreinigd tot gemiddeld 500 cm-mv. De omvang van de verontreiniging wordt hiermee geschat op 3

3

circa 1.550 m bodemvolume, waarvan in circa 450 m bodemvolume het grondwater sterk verontreinigd is met minerale olie en vluchtige aromaten. Beschikking en voorschriften In 2014 hebben de Gedeputeerde Staten van Zeeland beschikt dat de hiervoor beschreven verontreiniging een geval van ernstige bodemverontreiniging zonder spoedeisende saneringsnoodzaak betreft (kenmerk B-BSEST140009/00021175). Graafwerkzaamheden dieper dan 1,4 m-mv en onttrekking van sterk verontreinigd grondwater zijn zonder melding Wet bodembescherming en een beschikking vooraf niet toegestaan door het bevoegd gezag. Bodem t.h.v. binnenplein ingesloten door de bebouwing van Hof te Zandeplein 10 (geval asbestpuin) - Verkennend bodemonderzoek Hof te Zandeplein 18, Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium ZeeuwsVlaanderen, kenmerk: onbekend, d.d. 11 oktober 1995 - Bodemonderzoek inclusief asbest in puin Hof te Zandeplein 18 te Kloosterzande, SMA Zeeland B.V., kenmerk: 23170215, d.d. 11 januari 2018 De onderzoekslocaties betroffen in hoofdzaak het binnenplein ingesloten door de bebouwing van Hof te Zandeplein 10. De verontreinigingssituatie betreft de situatie zoals in 2018 beschreven: Noordgrens van het binnenplein In de bovengrond grenzend aan de was- en spoelplaats voor landbouwspuiten werd een geringe achtergrondwaarde-overschrijding voor het bestrijdingsmiddel DDD aangetroffen.

Verder werden de bestrijdingsmiddelen DDE, DDT en methoxychlor in verhoogde gehalten aangetroffen, hoewel er geen normwaarden werden overschreden of bestaan voor deze stoffen. De aanwezigheid van een verontreiniging met olieproducten nabij een drietal brandstoftanks gelegen aan de noordzijde van het binnenplein, ter plaatse van boringen 9 t/m 11, GGM Laboratorium ZeeuwsVlaanderen, 1995, kon niet worden bevestigd. Ondergrondse HBO-tank (D) In

de

ondergrond

met

een

zwakke

brandstofgeur

en

matige

olie-waterreactie

werd

een

achtergrondwaarde-overschrijding voor minerale olie aangetoond. Het betreft huisbrandolie of diesel. In het grondwater zijn beperkte streefwaarde-overschrijdingen voor minerale olie en xylenen aangetoond. Er is waarschijnlijk sprake van een beperkte verontreinigingsomvang. Op basis van de onderzoeksresultaten bleek dat géén sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging danwel van een nieuw geval van bodemverontreiniging.

23184046 / 23204014

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Geactualiseerd saneringsplan tanks, bodem- en asbestverontreinigingen Hof te Zandeplein 10-18 Kloosterzande

5

Overig binnenplein In de grond met diverse bodemvreemde bijmengingen werden achtergrondwaarde-overschrijdingen voor koper, kwik, lood, zink, minerale olie, PAK10 en PCB7 aangetoond. In het grondwater werd een streefwaarde-overschrijding voor molybdeen aangetoond. Asbest in grond In de grond ter plaatse van de bovengenoemde ondergrondse HBO-tank werd een gewogen gehalte asbest aangetroffen dat de interventiewaarde benadert maar niet overschrijdt. In de overige grond is weliswaar plaatselijk asbest aangetroffen, maar dit betrof gehalten beneden de halve interventiewaarde. Asbest in puinfundering In de puinfundering in de noordoostelijke hoek van de locatie werd een gehalte asbest >100 mg/kg.ds aangetoond. Een weg, pad en/of erfverharding met een gewogen asbestgehalte hoger dan 100 mg/kg.ds wordt aangemerkt als een asbestweg waarop het Besluit asbestwegen milieubeheer van toepassing is. De omvang van deze asbestweg kan op basis van de onderzoeksresultaten slechts beperkt worden ingeschat 2

3

op ca. 600 m x 0,3 = 180 m . In de overige puinfundering binnen de onderzoekslocatie werd asbest in gehalten <50 mg/kg.ds aangetroffen. Ondergrondse brandstoftanks, bezinkput en bijbehorende infrastructuur - Verkennend bodemonderzoek Hof te Zandeplein 18, Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium ZeeuwsVlaanderen, kenmerk: onbekend, d.d. 11 oktober 1995 - Overzicht tanks Hof te Zandeplein 18 Kloosterzande.pdf, gemeente Hulst, d.d. onbekend - Meldingsformulier tanksanering BRL-K902, Hof te Zandeplein 18 Kloosterzande, Wubben Noord, kenmerk: 130502529.01, d.d. 26 juni 2013 Volgens informatie afkomstig van de gemeente Hulst en de uitgevoerde bodemonderzoeken zijn binnen de saneringslocatie momenteel minimaal 7 te saneren ondergrondse brandstoftanks en een bezinkput aanwezig. Voor zover bekend beschikken deze brandstoftanks niet meer over leidingwerk, vul-, ontluchtings- en afleverpunten. Twee (gemeente Hulst) maar zeer waarschijnlijk drie (onderzoeken vanaf 2000) ondergrondse tanks à 1.500 liter (tanks A&B: benzine, C: diesel) met oorspronkelijk twee afleverpunten zijn aanwezig ter hoogte van huisnummer 16 en onder de oprit van huisnummer 18. Het is niet bekend in hoeverre de opslagtanks zijn afgevuld met zand.

Het betreft drie ondergrondse tanks à 2.000 (gemeente Hulst) danwel 5.000 liter (GGM Laboratorium Zeeuws-Vlaanderen, 1995, en Oranjewoud, 2000), mogelijk tevens met olie-benzineafscheider met onduidelijke locatie, aan de noordzijde van het binnenplein. Het vermoeden bestaat dat de 3 ondergrondse tanks à 5.000 liter en vermoedelijk ook de OBAS nog steeds in de uiterste westhoek van de was- en spoelplaats voor landbouwspuiten gelegen zijn, enkele meters ten noorden en oosten van boringen 103 en 104 (zintuiglijk en analytisch schoon). Twee hiervan betreffen dieseltanks (E, F) en één een benzinetank (G).

23184046 / 23204014

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Geactualiseerd saneringsplan tanks, bodem- en asbestverontreinigingen Hof te Zandeplein 10-18 Kloosterzande

6

Daarnaast is een ondergrondse HBO-tank à 1.000 liter (D) aanwezig op het binnenplein, ter hoogte van peilbuis 106 uit het onderzoek 23170215 van SMA Zeeland B.V. Verder wordt door Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium Zeeuws-Vlaanderen in 1995 melding gemaakt van een bezinkput à 20.000 liter (H) aan de uiterste oostzijde van de saneringslocatie op perceel L1220, zeer globaal X60010;Y376180. Van deze bezinkput zijn anno 2019 geen gegevens meer aangetroffen in het gemeentelijk archief van Hulst. In de loods op het noordoostelijk deel van de locatie is een put gesitueerd met een rooster er bovenop. Het is niet duidelijk of dit dezelfde put is waar in 1995 melding van is gemaakt. 2.3. Verontreinigingssituatie zoals bekend per juli 2020

Ná september 2019 zijn nog drie bodemonderzoeken uitgevoerd (001716 uit januari 2020, Colsen BV, 23200059 uit maart 2020 en 23200121 uit agustus 2020, beide SMA Zeeland BV). Onderzoek 001716 is uitgevoerd aan de zuidzijde van huisnummer 10, op kadastraal perceel H3262. Dit 2

terrein ligt tegen de Pres. Rooseveltstraat. Het terrein, met een oppervlakte van ca. 300 m , is verhard met ca. 3 cm teerhoudend asfalt. Dit ligt op een puinfundering van onbekende dikte, aanwezig tot minimaal 0,25 m-mv. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden bleek het technisch niet mogelijk om tot de onderkant van de funderingslaag te graven. De exacte dikte van de puinfundering is hiermee niet in beeld. Wel blijkt dat bij alle vier de proefgaten het funderingspuin van gelijke aard en struktuur is. Het funderinspuin blijkt homogeen van aard. In de proefgaten werd grof (>20 mm) asbesthoudend materiaal gevonden. In de onderzochte puinfundering is een totaal gewogen asbestconcentratie aangetroffen van ruim 250 mg/kg.ds. Er is besloten deze puinlaag direct aan te merken als te saneren asbestverontreiniging door middel van volledige verwijdering. Deze verwijdering onder saneringscondities valt binnen de reikwijdte van dit geactualiseerd saneringsplan. In hoeverre onder het puin nog asbesthoudene grond aanwezig is, is niet bekend. Dit dient als onderdeel van de verificatie door de milieukundig begeleider te worden bepaald. Onderzoek 23200059 betreft een bodemonderzoek naar PFAS ter hoogte van de te saneren brandstoftank aan voormalig Hof te Zandeplein 18.

De gehalten PFAS28+2 en GenX liggen onder de tijdelijke achtergrondwaarden uit het Geactualiseerd Tijdelijk Handelingskader versie 2 juli 2020. De achtergrondwaarden zijn in de huidige wet- en regelgeving ruimer dan in maart 2020. Zie Bijlage 4 voor een geactualiseerde toetsing van de onderzoeksresultaten. Aangenomen mag worden dat deze PFASresultaten ook representatief zijn voor de overige terreindelen. Onderzoek 23200121 is uitgevoerd ná sloop van de opstallen van huisnummer 10-18, die in juni 2020 werd afgerond. Er bleek sprake van nog een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest, verdeeld over drie terreindelen. De terreindelen worden verbonden door een zintuiglijke, niet-ernstige maar wel ongewenste bodemverontreiniging met asbest. Er bleek ook sprake van twee gevallen van ernstige bodemverontreiniging (grond) met minerale olie, waarvan één tevens met benzeen en xylenen. In beide gevallen is ook het grondwater sterk verontreinigd

23184046 / 23204014

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Geactualiseerd saneringsplan tanks, bodem- en asbestverontreinigingen Hof te Zandeplein 10-18 Kloosterzande

7

met minerale olie, vluchtige olie en vluchtige aromaten. De uiterste begrenzingen zijn niet exact bepaald, maar

in

dit

geactualiseerde

saneringsplan

wordt

rekening

gehouden

met

ruime

ontgravingscontouren/volumes. Er is zeer waarschijnlijk ook sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zink, welke overlapt met het geval van ernstige bodemverontreiniging met olieproducten in de oostelijke tankput. Ook van dit geval zijn de uiterste begrenzingen nog niet te bepalen. Deze wordt beschouwd als nevenverontreiniging en, in overleg met de RUD Zeeland, ondergeschikt aan het geval met olieproducten.

23184046 / 23204014

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Geactualiseerd saneringsplan tanks, bodem- en asbestverontreinigingen Hof te Zandeplein 10-18 Kloosterzande

8

3. Saneringsdoelstelling Er is sprake van ruimtelijk binnen de saneringslocatie overlappende saneringsonderdelen. Voor elk onderdeel is een saneringsdoelstelling vastgesteld. Op een terreindeel kunnen daardoor meerdere saneringsdoelstellingen van toepassing zijn. 3.1. Bodemverontreiniging met brandstoffen t.h.v. Hof te Zandeplein 18

Doelstelling Doel van dit saneringsonderdeel is het verwijderen van de grondverontreinigingen met brandstoffen in de bronzone tot een maximale diepte van 2,7 m-mv en in horizontale richting tot globaal de achtergrondwaarde-contour zoals in 2013 vastgelegd. Voor de controle op het behalen van de saneringsdoelstelling vindt een bodemtype-correctie plaats. Gelet op het beoogde toekomstige gebruik (wonen zonder tuin, detailhandel en infrastructuur) wordt als terugsaneerwaarde gestreefd naar een waarde overeenkomend met een bodemfunctieklasse die past binnen de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Hulst. Concreet betekent dit de klasse Wonen voor de bovengrond en ‘vrij toepasbaar’ voor de ondergrond. Daarnaast dient de ontgraving geurvrij te zijn. Voor het grondwater wordt gestreefd naar het verwijderen van de grondwaterverontreinigingen totdat de resterende

concentraties aan minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater uit de

controlepeilbuizen stabiel onder de tussenwaarden liggen. Nevendoel van de sanering is het verwijderen van de nog aanwezige ondergrondse tanks met bijbehorende infrastructuur binnen de te verwijderen grondverontreinigingen. De ontgraving wordt aangevuld met grond die voldoet aan de bodemfunctieklasse Achtergrondwaarde of Wonen. Vooralsnog is het de bedoeling grond te gebruiken die lokaal is vrijgekomen bij gemeentelijke werkzaamheden en nu opgeslagen ligt aan plan Zoutedijk te Kloosterzande. Toelichting Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie, uitgaande van de BUS-definitie: er is een tussenwaarde-overschrijding in het grondwater. De verontreinigende parameters betreffen olieproducten. Het betreft zowel minerale olie als vluchtige aromaten. De bron- en pluimzone zijn eveneens in voldoende mate bekend. De sanering van mobiele verontreinigingen moet leiden tot een kwaliteit van grond en grondwater die het gewenste gebruik van de boven- en ondergrond mogelijk maakt, de risico’s van de verspreiding van (rest)verontreinigingen na sanering zo veel mogelijk beperkt en zo min mogelijk nazorg vereist. Er kunnen in de pluimzone beperkte restverontreinigingen achterblijven in met name het grondwater 3

(<1 000 m met concentraties olieproducten <interventiewaarde). De vracht of leveringsbron zal door het

23184046 / 23204014

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Geactualiseerd saneringsplan tanks, bodem- en asbestverontreinigingen Hof te Zandeplein 10-18 Kloosterzande

9

verwijderen van de sterk verontreinigde grond worden geminimaliseerd. Met een dergelijke omvang zal er naar verwachting nauwelijks sprake zijn van verspreiding van de restverontreiniging. De gekozen terugsaneerwaarde en aanvulkwaliteit voor de grond sluiten aan bij het beoogde gebruik van dit terreindeel als openbaar, verhard gebied en de Nota bodembeheer voor de regio Zeeuws-Vlaanderen. 3.2. Twee tankputten

Doelstelling Doel van dit saneringsonderdeel is het verwijderen van de twee onverwachts onder de voormalige bebouwing van huisnummer 10 aangetroffen bodemverontreinigingen met olieproducten. De stalen putten zelf zijn reeds uitgegraven. Bij het verwijderen van verontreinigde grond wordt, voor zover de verontreiniging gerelateerd kan worden aan de betreffende tank, put of infrastructuur, gestreefd naar het behalen van de Maximale Waarde voor de bodemfunctieklasse Wonen. Hierbij vindt een bodemtype-correctie plaats. Voor het grondwater wordt gestreefd naar het verwijderen van de grondwaterverontreinigingen totdat de resterende concentraties aan minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater uit de controlepeilbuizen stabiel onder de tussenwaarden liggen. De te verwijderen lagen rond de putten buiten het terreindeel Bodem ter hoogte van Hof te Zandeplein 18 worden tot aan het omliggende maaiveld vervangen door grond van elders welke voldoet aan de plaatselijke bodemfunctieklasse (Wonen) in geval van toekomstige bovengrond en de Achtergrondwaarde in geval van toekomstige ondergrond. Toelichting Voor grond: zie de toelichting bij § 3.3. Voor grondwater: zie de toelichting bij § 3.1. 3.3. Overige ondergrondse brandstoftanks, bezinkput en bijbehorende infrastructuur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12336380/1