GRP Hulst, definitief Ontwerp totaal
Tekst van het document
Een aandachtspunt bij de baggerwerkzaamheden is de beschikbare ruimte voor verwerking van de baggerspecie. De gemeente en het waterschap werken hierin nauw samen om geschikte locaties te vinden.
8.4
Maatregelen
8.4.1
Kaderrichtlijn water Naar aanleiding van de Europese Kaderrichtlijn water worden er geen ingrijpende maatregelen verwacht, anders dan de reeds voorgestelde maatregelen. Binnen de grenzen van de gemeente bevinden zich twee KRW-waterlichamen. Deze waterlopen zijn weergegeven in de navolgende figuur. Het waterschap is verantwoordelijk voor het beheer van deze waterlichamen. Figuur 8.2: waterlichamen Europese Kaderrichtlijn Water binnen de gemeente Hulst
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-67-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
8.4.2
Waterkwaliteitsspoor In het kader van het emissiespoor (of de basisinspanning) zijn de afgelopen decennia de emissies uit de afvalwaterketen flink beperkt. Lokaal kunnen er echter nog steeds nadelige effecten op de waterkwaliteit optreden. Het waterkwaliteitsspoor heeft als doel die nadelige effecten tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Dit spoor is een gezamenlijke inspanning van waterschap en gemeente. Omdat de waterkwaliteitseffecten lokaal sterk kunnen verschillen, en de veelal brakke watersystemen in Zeeland afwijken van de rest van Nederland, is de afgelopen jaren aan de hand van metingen onderzocht wat voor de Zeeuwse situatie de bepalende invloeden voor de waterkwaliteit (en ecologie) zijn. Er is onderzoek gedaan in stedelijke watersystemen op Tholen, in Vogelwaarde en in Goes. Daaruit blijkt dat het (vaak wisselende) chloridegehalte en de hoge nutriëntengehalten de meest bepalende factoren zijn voor de aanwezigheid van macrofauna en kiezelwieren. In deze brakke watersystemen hadden de overstorten vanuit het afvalwatersysteem op dat moment geen significante invloed op de (ecologische) waterkwaliteit. Op basis hiervan wordt een aanpak voorgesteld, waarbij gemeente en waterschap samen bepalen of de waterkwaliteit voldoet aan de eisen en wensen. Ook zullen ze een ambitie voor stedelijke wateren moeten vastleggen.
Daarin moeten vragen beantwoord worden als: • Is ecologie belangrijk of juist de beleving van een watergang? • Wordt daarbij een verschil gemaakt tussen brakke en zoete wateren? • Wat is verplicht? • Wat is de potentie van het stedelijk water naar de toekomst toe? • Welke eisen stelt klimaatadaptatie? Deze aanpak krijgt een plaats in het programma SWO (Stedelijke Wateropgave) binnen de SAZ+ en de SWO-onderzoeken die de gemeente Hulst uitvoert.
8.4.3
Stedelijke wateropgave (SWO) De uitwerking van de Stedelijke Wateropgave vloeit voort uit de verantwoordelijkheid die de gemeente samen met het waterschap heeft om de effecten van klimaatverandering in bebouwd gebied het hoofd te bieden. Binnen de SAZ+ is daarom een uitvoeringsprogramma planvorming Stedelijke Wateropgave opgesteld. Het doel van het uitvoeringsprogramma is om de planvorming aan te laten sluiten op de urgentie van de problematiek in de verschillende Zeeuwse kernen en de beschikbaarheid van personele capaciteit. Uiteindelijk moet het resulteren in: • een gewenste ontwikkelingsrichting (per woonkern of wijk) voor het klimaatbestendig inrichten van de waterhuishouding; • een programma van maatregelen dat tussen de gemeente en het waterschap is afgestemd. Om de planvorming handen en voeten te geven, wordt binnen de gemeente Hulst gebruik gemaakt van de werkwijze ‘toekomstbestendige waterhuishouding in bebouwd gebied’
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-68-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
(SAZ+, 2015). Deze werkwijze, ook wel ‘redeneertrant’ genoemd, is ontwikkeld voor het zoeken naar integrale oplossingen voor watervraagstukken in bebouwd gebied onder gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en waterschap. De integrale benadering verbindt de aanwezige kennis van rioleringszorg, stedelijk oppervlakte- en grondwaterbeheer en ruimtelijke inrichting en benut ze in samenhang De belangrijkste kenmerken van de redeneertrant zijn: • Integrale samenwerking (via multidisciplinaire aanpak): denken vanuit de totale waterhuishouding in samenhang met de bovengrondse ruimte en mogelijkheden van de ondergrond. • Beredeneren in plaats van berekenen, waarbij de kennis en ervaring van de betrokken vakmensen centraal staat. • Data opwaarderen tot inzicht in het functioneren van de systemen. Dit vraagt om een inspanning ten aanzien van het analyseren en interpreteren van beschikbare gegevens. • Feitelijke waarnemingen als basis voor inzicht in het functioneren van de watervoerende systemen en de onderlinge samenhang daarvan. • Adaptatie, ofwel optimaal gebruik maken van de kansen die de ruimte en de lokale situatie biedt. • Dienstverleningsniveau in plaats van norm: lokaal maatwerk dat niet persé in generieke maatstaven is te beschrijven. Uitgaan van de mogelijkheden van een gebied.
De gemeente Hulst kiest ervoor om tijdens het doorlopen van het SWO-proces het onderzoeksgebied hydraulisch door te rekenen (riolering) voor zowel de huidige situatie als de toekomstige situatie met maatregelen. Ook de effecten op de waterkwaliteit worden daarbij betrokken. Het proces van ruimtelijke adaptatie loopt parallel aan deze planvorming (SWO-proces). Zowel de regionale als de lokale risicodialoog, waarin de strategie wordt bepaald hoe wordt omgegaan met de klimaatontwikkelingen, is van invloed op de uitkomsten van de SWOonderzoeken. Op voorhand is al wel duidelijk dat het scheppen van ruimte voor water in de vorm van oppervlaktewater en/of het realiseren van infiltratiemogelijk-heden en vergroening in het bebouwde gebied een grote rol zullen spelen. Daarnaast is het SWO-onderzoek afhankelijk van de resultaten uit het PWO (Planvorming WaterOpgave van het waterschap). De planvorming SWO dient in samenhang met deze plantrajecten plaats te vinden. In de afgelopen planperiode zijn er reeds SWO-onderzoeken uitgevoerd voor de kernen Kloosterzande, Heikant, Sint Jansteen en Kapellebrug. Hierbij is gebruik gemaakt van de genoemde redeneertrant in combinatie met het hydraulisch doorrekenen van de riolering. Voor de kernen Hulst en Vogelwaarde is inhoudelijk al veel onderzocht, maar deze onderzoeken dienen nog bestuurlijk te worden vastgesteld. In de voorliggende planperiode
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-69-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
zullen verschillende andere kernen, te beginnen bij Hengstdijk, onderwerp zijn van een SWO-onderzoek met behulp van de redeneertrant. Daarbij zullen ook de uitgangspunten uit de regionale en lokale klimaat-adaptatiestrategie worden meegewogen.
8.4.4
Planvorming Wateropgave (PWO) Naast het programma SWO kent het waterschap het programma Planvorming Wateropgave (PWO). Daarmee brengt het waterschap het watersysteem dat vooral buiten bebouwd gebied ligt op orde. In dit programma toetst het waterschap per afvoergebied aan de hand van metingen en hydrologische modelberekeningen welke waterpeilen er nu en in de toekomst optreden. Daarbij wordt gekeken naar zowel normale (dagelijkse) omstandigheden (met normen vanuit GGOR en KRW) als naar extreme omstandigheden (met normen vanuit WB21). De normen dienen dus de waterkwantiteit, maar ook de waterkwaliteit. Aanvullend onderzoekt het waterschap welke maatregelen kunnen worden genomen om aan de normen te kunnen voldoen. Op basis daarvan wordt met de belanghebbenden in het gebied de gewenste waterpeilen bepaald en vastgelegd in een peilbesluit. In 2021 moeten voor alle afvoergebieden in Zeeland peilbesluiten genomen zijn. De uitvoering van de maatregelen moet in 2027 gereed zijn. De maatregelen vanuit SWO en PWO worden zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Binnen de gemeente Hulst zijn twee PWO-gebieden gelegen, te weten Paal en Campen. Voor beide peilgebieden zijn de PWOonderzoeken uitgevoerd en zijn aansluitend peilbesluiten vastgesteld.
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-70-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
9
Middelen en kostendekking In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de noodzakelijke financiële en personele middelen voor de gemeentelijke watertaken. Voorts wordt aangegeven op welke wijze de kosten voor de gemeentelijke watertaken in de komende planperiode gedekt gaan worden.
9.1
Personele middelen Voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken zijn personele middelen nodig. De omvang van de personele middelen is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het inwoneraantal, het aantal aanwezige rioolobjecten, het ambitieniveau van de gemeente en de beschikbaarheid en toegankelijkheid van actuele gegevens. Een belangrijke keuze daarnaast is de verhouding tussen het uitbesteden van werkzaamheden en het zelf uitvoeren daarvan. De gemeente Hulst kiest ervoor om een aantal werkzaamheden uit te besteden. Daarbij voert de gemeente regie, maar heeft zij wel personele middelen nodig voor deze regievoering. Daarvoor is het belangrijk dat de betreffende medewerkers voldoende toegerust zijn qua middelen en qua kennisniveau om de uitbesteedde activiteiten aan te kunnen sturen. De omvang van de noodzakelijke personele middelen is gebaseerd op de handreikingen uit de Kennisbank Riolering en de eigen gemeentelijke ervaringen van de afgelopen planperiode. Die laatste ervaringen laten zien dat de huidige personele bezetting, met name op het gebied van planvorming en onderzoek niet volledig toereikend is om alle gemeentelijke watertaken uit te voeren. Er is externe ondersteuning noodzakelijk. De Kennisbank Riolering maakt onderscheid in vijf onderdelen van de gemeentelijke watertaken die moeten worden uitgevoerd. Dit zijn: 1. Planvorming 4. Maatregelen 2.
Onderzoek 5. Facilitair 3. Onderhoud Voor de deeltaken planvorming (1), onderzoek (2) en facilitair (5) zijn er kengetallen beschikbaar op basis van de omvang van het inwoneraantal. De onderhoudsinspanningen (3) kunnen worden bepaald op basis van de lengte riolering en het aantal voorzieningen. De personele inzet voor de maatregelen (4) is afhankelijk van het niveau van de investeringen. De uitwerking van de noodzakelijke formatie op basis van de Kennisbank Riolering is opgenomen in bijlage 7. Aanvullend aan de kentallen uit de Kennisbank Riolering is een inschatting gemaakt van de personele middelen die nodig zijn om invulling te geven aan het beleid ten aanzien van samenwerking en klimaatadaptatie. Daarvoor is op basis van de huidige inzichten vooralsnog uitgegaan van 0,2 fte. Voor de komende planperiode is er in totaal circa 7,4 fte aan personele middelen noodzakelijk voor alle gemeentelijke watertaken. De onderbouwing van deze personele
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-71-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
behoefte is opgenomen in de navolgende tabel. Hierbij is uitgegaan van 180 werkdagen (1450 productieve uren) per jaar voor 1 fte. Tabel 9.1: totaal benodigde personele middelen
Deeltaak 1. planvorming 2. onderzoek 3. onderhoud 4. maatregelen 5. facilitair Samenwerking en klimaatadaptatie Totaal
Personele inzet [dagen] [fte] 170 0,94 148 0,82 521 2,89 390 2,17 65 0,36 36 0,20 1.330 7,39
De totaal benodigde personele inzet blijkt groter te zijn dan de huidige beschikbare personele capaciteit van circa 6,8 fte. In de afgelopen planperiode is door inhuur van personeel extra menskracht beschikbaar geweest voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Naast het tekort aan menskracht is ook de onderlinge verhouding tussen de taken verschillend. Er zouden meer uren beschikbaar moeten zijn voor onderzoek en planvorming en voor de bijdrage in diverse samenwerkingsverbanden. Dit wordt in de praktijk grotendeels door één persoon gedaan, waardoor de beschikbare tijd daarvoor beperkt is. Het is van belang om in dit oogpunt ook een landelijk zichtbare trend te signaleren die laat zien dat personele kwetsbaarheid een steeds belangrijker aandachtspunt wordt binnen de gemeentelijke watertaken. Door klimatologische en maatschappelijke ontwikkelingen, technische innovaties en benodigde kostenbesparingen neemt de complexiteit van het werk toe, evenals de druk op de personele middelen van de gemeentelijke organisaties. Het is van belang een helder beeld te ontwikkelen van de invulling van de gemeentelijke watertaken en de kwetsbaarheden op dat gebied om deze zo goed als mogelijk te kunnen ondervangen.
9.2
Kosten Voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken worden er kosten gemaakt. Kosten voor het beheer en onderhoud van de voorzieningen, kosten voor aanleg en vervanging van rioleringsobjecten, maar ook kosten voor onderzoek en beleidsvorming. De kosten zijn onderverdeeld in investeringen enerzijds en in exploitatielasten en kapitaallasten anderzijds. In de navolgende paragrafen zijn samenvattende tabellen opgenomen van de kosten voor de gemeentelijke watertaken in de komende planperiode. Voor alle kosten geldt dat is uitgegaan van prijspeil 2021. Alle kosten (exploitatie en investeringen) zijn exclusief BTW gerekend. Bij de kostendekkingsberekening is wel een BTW-component (apart) toegevoegd. Een uitgebreid overzicht van alle kosten en de bijbehorende onderbouwing is opgenomen in bijlage 8.
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-72-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
9.2.1
Investeringen De investeringen betreffen in hoofdzaak de kosten voor het vervangen en renoveren van de riolering en de gemalen (hoofdgemalen en drukriolering). Deze investeringen worden over langere tijd afgeschreven. De afschrijvingstermijn verschilt per onderdeel en is afhankelijk van de levensduur van het betreffende object. De kapitaallasten van de investeringen worden opgenomen in de exploitatiebegroting. Voor de investeringen is een doorkijk gemaakt over een periode van 60 jaar. Dit komt overeen met de gemiddeld langste levensduur van de rioolobjecten. Deze investeringen, gebaseerd op levensduur, zijn vervolgens uit oogpunt van een gelijkmatige vraag naar personeel en middelen gemiddeld over de totale periode. Dat leidt tot een totaal gemiddeld investeringsniveau per jaar. Dit gemiddelde investeringsniveau zorgt ervoor dat pieken worden voorkomen en dat er een gelijkmatig investeringsniveau ontstaat over de tijd. Het gemiddelde investeringsniveau bedraagt op deze manier circa 3,2 miljoen euro per jaar. Daarbij is rekening gehouden met het feit dat enkele objecten niet perse na de betreffende 60 jaar vervangen hoeven te worden (randvoorzieningen, lamellenfilters en het bouwkundige deel van de IBA’s). Vervolgens is op basis van inspectiegegevens bepaald welke locaties concreet het eerst voor vervanging in aanmerking komen op basis van kwaliteit.
Daarnaast is gekeken waar combinaties gemaakt kunnen worden andere werkzaamheden zoals het wegonderhoud. Dat heeft geleid tot een geconcretiseerde vervangingsplanning voor de komende planperiode, waarbij diverse locaties tot op straatniveau benoemd zijn. Deze planning is opgenomen in paragraaf 6.5 van dit verbreed GRP. Hierin zijn reeds de potentiële besparingen uit afstemming (MIP) en renovatie (relining in plaats van vervangen) verwerkt. De investeringsbedragen voor de planperiode zijn daarmee gedifferentieerd. Naast de investeringen op basis van kwaliteit van het rioolstelsel worden er investeringen gedaan ter verbetering van het totale systeem. Aanleiding voor deze investeringen zijn het voldoen aan milieueisen of het terugbrengen van de kans op wateroverlast (onder andere voortvloeiend uit het de klimaatadaptatiestrategieën). Deze verbetermaatregelen worden zo veel mogelijk gecombineerd met reguliere vervangingswerkzaamheden. Voor de verbeteringsinvesteringen is tot en met 2038 jaarlijks een bedrag van 0,4 miljoen euro gereserveerd. Voor de planperiode zijn deze verbetermaatregelen reeds geïntegreerd in de geconcretiseerde vervangingsplanning. Tot slot is er een separate vervangingsplanning voor de gemalen en de drukriolering.
Dit betreft zowel vervangingen van het bouwkundige deel van de gemalen en drukrioleringsunits als vervanging van het elektrisch mechanische gedeelte. Deze laatste vervangingen vinden vaker plaats in de beschouwde periode van 60 jaar, omdat de levensduur van deze voorzieningen korter is (circa 15 jaar). In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de geplande investeringen voor de komende planperiode en een doorkijk naar de toekomst.
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-73-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
Tabel 9.2: samenvatting investeringen planperiode, prijspeil 2021 (exclusief BTW)
Jaar 2022 2023 2024 2025 2026 2040 2050 2080
9.2.2
Riolering (vervanging en renovatie € 3.050.733 € 1.199.446 € 2.400.981 € 3.192.763 € 3.411.094 € 3.201.751 € 3.201.751 € 3.201.751
Gemalen en drukriolering € 385.900 € 385.900 € 385.900 € 385.900 € 385.900 € 423.191 € 551.295 € 553.060
Totaal investeringen € € € € € € € €
3.436.633 1.585.346 2.786.881 3.578.663 4.196.994 3.624.942 3.753.047 3.774.811
Exploitatielasten Onder de exploitatielasten vallen alle directe kosten die jaarlijks gemoeid zijn met de uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Dit betreft het beheer en onderhoud van de voorzieningen, maar ook de planvorming, diverse onderzoeken en de voorbereiding van uit te voeren maatregelen. Onder de exploitatiekosten vallen ook de personeelskosten en de kapitaallasten die voortvloeien uit de investeringen. In totaal bedragen de personeelslasten van de binnen- en buitendienst samen circa 0,95 miljoen euro per jaar (inclusief overhead). Hierin zitten ook alle personeelskosten ten behoeve van de voorbereiding en toezicht van investeringsprojecten. Tot slot vallen onder de exploitatiekosten ook zijdelingse kosten zoals een percentage van het straatvegen en baggeren bij riooloverstorten. Dit zijn zogenaamde ‘gemengde activiteiten’, waarvan de uitvoering ook ten goede komt aan het functioneren van het rioleringssysteem. Voor het baggeren van de Buiten- en Binnenvest en de Zoetevaart is een bedrag van 1,25 miljoen euro geraamd, te verdelen over een periode van 4 jaar. Dit valt buiten de planperiode en staat ingepland vanaf circa 2028. De totale omvang van de kapitaallasten zal in de komende jaren verder groeien.
Niet alleen vanwege kapitaallasten van vervangingsinvesteringen (bestaande leidingen), maar ook vanwege de aanleg van nieuwe riolering bij afkoppelprojecten en nieuwbouwlocaties.
9.3
Kostendekking Tegenover de kosten voor de gemeentelijke watertaken staan ook baten. Deze baten worden grotendeels gevonden in de rioolheffing die door burgers en bedrijven wordt betaald voor het gebruik van de gemeentelijke voorzieningen. Daarnaast zijn er baten afkomstig uit nieuwe aansluitingen die worden gerealiseerd. Dit laatste is echter een zeer klein aandeel in de totale baten. Het streven van de gemeente is een kostendekkend tarief voor de rioolheffing. De komende jaren wordt getracht de kosten voor de gemeentelijke watertaken niet te sterk te laten stijgen om zo de kosten voor de burger beperkt te houden. De kosten voor de
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-74-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
gemeentelijke watertaken stijgen echter, onder meer als gevolg van het structureel vervangen van kwalitatief slechte riolering, van klimaatontwikkelingen waar op moeten worden ingespeeld om (water)overlast te voorkomen, het op peil houden van het onderhoudsniveau van de voorzieningen, uitbreiding van het areaal en het voldoen aan de gestelde eisen van de waterbeheerder. Onder meer in de samenwerking met andere waterpartners, maar ook in risicogestuurd beheer en onderhoud worden mogelijkheden gezocht om kosten te besparen en eventuele kostenstijgingen zoveel mogelijk te beperken (minder meerkosten).
9.3.1
Heffingsgrondslag In de ‘Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Hulst 2021’ wordt gesproken over een gebruikersdeel waarover de heffing wordt bepaald. Dit gaat uit van het principe ‘de gebruiker betaalt’. Het gebruikersdeel is opgesplitst in een afvalwaterheffing en een regenwaterheffing. De afvalwaterheffing is afhankelijk van het waterverbruik en geclassificeerd in verschillende klassen. De regenwaterheffing kent ook verschillende klassen en is afhankelijk van de perceelsomvang (in m2). In de onderstaande tabel is ter illustratie de vastgestelde rioolheffing voor 2021 opgenomen. Tabel 9.3a: rioolheffing afvalwater 2021
Klasse 1 - 100 m3 101 - 200 m3 201 - 350 m3 351 - 500 m3 501 – 1.000 m3 1.001 m3 of meer
Tarief gebruiker € 255,10 € 275,10 € 320,20 € 385,20 € 655,10 € 1012,80
Tabel 9.3b: rioolheffing regenwater 2021
Klasse 1 - 50 m2 50 - 250 m2 250 - 500 m2 500 m2 of meer
9.3.2
Tarief gebruiker € 43,70 € 131,20 € 144,00 € 201,90
Voorziening riolering De gemeente Hulst beschikt over een voorziening riolering. Deze voorziening wordt gebruikt om schommelingen in het tarief te egaliseren (tariefegalisatiereserve). De effecten van grote verschillen tussen verschillende jaren ten aanzien van de hoogte van de investeringen en exploitatielasten worden opgevangen via deze voorziening. Het eventuele overschot tussen kosten en baten wordt in de voorziening gestort. Met deze voorziening wordt ook gespaard voor latere jaren wanneer er pieken worden verwacht in de vervangingsinvesteringen. Het uitgangspunt voor de rioolvoorziening is dat er over de beschouwde periode van 60 jaar geen tekort of overschot is en dat het saldo van de voorziening aan het einde van de periode nagenoeg nihil is. De voorziening mag in principe
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-75-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
niet negatief worden. In de actualisatie van het verbreed GRP wordt iedere keer opnieuw een afweging gemaakt wat noodzakelijk is om de voorziening aan de dan geldende eisen te laten voldoen. Met de (toegenomen) investeringen op de middellange termijn nemen de totale lasten toe. Voor een deel wordt deze toename gedekt vanuit de voorziening. Er wordt, met andere woorden, ingeteerd op de bestaande omvang van de voorziening. Met een verouderend rioolstelsel en de voorliggende klimaatopgave is het wel raadzaam om voldoende financiële middelen beschikbaar te hebben voor calamiteiten of onvoorziene gebeurtenissen.
9.3.3
Scenario’s kostendekking en hoogte rioolheffing Voor het bepalen van de hoogte van de rioolheffing is uitgegaan van de hiervoor beschreven uitgangspunten. Daarbij is een doorkijk gemaakt naar een langere periode van 60 jaar. Deze periode komt overeen met de gemiddeld langste levensduur van de bestaande riolering en afschrijvingstermijn. Daarmee wordt een volledige cyclus van het vervangen van het complete rioleringssysteem beschouwd. Zoals genoemd wordt de hoogte van de rioolheffing gebaseerd op de inhoud van dit verbreed GRP, de kosten van de geprojecteerde rioolvervangingen en renovatiewerkzaamheden en de kosten van de gemeentelijke watertaken in zijn algemeen. Ook de lopende en de nieuwe kapitaallasten die voortvloeien uit de investeringen worden uit de rioolheffing gedekt. Om de exacte hoogte van de rioolheffing te bepalen, maakt de gemeente Hulst vervolgens gebruik van de kosten inclusief BTW. De BTW component wordt over een deel van de totale exploitatielasten berekend en aan de totale kosten toegekend. Op basis van die getallen wordt vervolgens de hoogte van de rioolheffing vastgelegd. In de voorgaande planperiode is vastgesteld dat de rioolheffing jaarlijks met € 6,- of € 12,zou stijgen tot en met 2024 (exclusief inflatiecorrectie). Voor de afgelopen planperiode is de stijging jaarlijks afgewogen en verschillende malen beperkt of niet doorgevoerd (stijging is € 0,-).
Voor dit verbreed GRP zijn twee varianten uitgewerkt. Hierbij wordt het bestaande beleid min of meer voortgezet zoals dat in het voorgaande verbreed GRP is vastgesteld. Dat betekent dat de rioolheffing gedurende de planperiode jaarlijks met € 6,- stijgt, behalve voor 2022 waar al een gelijkblijvend niveau voor is afgesproken. Bij variant A stijgt de heffing na 2022 vervolgens mee met de toenemende lasten (ook veelal met stappen € 6,of € 12,- vanuit oogpunt van uniformiteit). Bij variant B wordt na de planperiode eerst de volledige voorziening leeg getrokken (jaarlijkse stijging bedraagt € 0,-), totdat deze volledig is verbruikt. Daarna wordt een kostendekkend tarief ingesteld (eenmalige sterke stijging), waarna over de rest beschouwde periode de hoogte van de heffing gelijke tred houdt met de hoogte van de te compenseren kosten (jaarlijks variabele stijging). De resultaten van beide varianten voor de rioolheffing is weergegeven in de onderstaande tabel.
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-76-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
Bij de berekening van de rioolheffing is uitgegaan van een gemiddeld gewogen heffing. Daarbij is de inbreng van alle categorieën drinkwaterverbruik op basis van het aantal aanslagen gemiddeld over de totale inkomsten van 2021. Zo is een gewogen gemiddelde rioolheffing verkregen. Met deze heffing zijn de kostendekkingsberekeningen uitgevoerd. Tabel 9.3: varianten hoogte rioolheffing (prijspeil 2021, zonder inflatiecorrectie)
2021
Variant A: 6 euro stijging per jaar planperiode en daarna lasten volgend. stijging heffing heffing afvalwater regenwater -€ 265,23 € 57,34
Variant B: 12 euro stijging per jaar planperiode en daarna voorziening legen Stijging heffing heffing afvalwater regenwater -€ 265,23 € 57,34
2022
--
€
265,23
€
57,34
--
€
265,23
€
57,34
2023
6 euro
€
271,23
€
57,34
6 euro
€
271,23
€
57,34
2024
6 euro
€
277,23
€
57,34
6 euro
€
277,23
€
57,34
2025
6 euro
€
283,23
€
57,34
6 euro
€
283,23
€
57,34
2026
6 euro
€
289,23
€
57,34
6 euro
€
289,23
€
57,34
2027
6 euro
€
295,23
€
57,34
--
€
289,23
€
57,34
2028
6 euro
€
301,23
€
57,34
--
€
289,23
€
57,34
2029
6 euro
€
307,23
€
57,34
--
€
289,23
€
57,34
2030
6 euro
€
313,23
€
57,34
--
€
289,23
€
57,34
2031
6 euro
€
319,23
€
57,34
--
€
289,23
€
57,34
2032
6 euro
€
325,23
€
57,34
--
€
289,23
€
57,34
2033
6 euro
€
331,23
€
57,34
--
€
289,23
€
57,34
2034
6 euro
€
337,23
€
57,34
--
€
289,23
€
57,34
2035
6 euro
€
343,23
€
57,34
--
€
289,23
€
57,34
2036
6 euro
€
349,23
€
57,34
96 euro
€
385,23
€
57,34
2037
6 euro
€
355,23
€
57,34
10 euro
€
395,23
€
57,34
2038
6 euro
€
361,23
€
57,34
9 euro
€
404,23
€
57,34
2039
12 euro
€
373,23
€
57,34
8 euro
€
412,23
€
57,34
2040
12 euro
€
385,23
€
57,34
8 euro
€
420,23
€
57,34
2060
6 euro
€
565,23
€
57,34
6 euro
€
567,23
€
57,34
2081
--
€
643,23
€
57,34
--
€
648,23
€
57,34
jaar
In bijlage 8 is een overzichtstabel van de kostendekkingsberekening opgenomen.
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-77-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
Effecten voorziening Beide varianten hebben uiteraard effect op het verloop van de voorziening. Omdat in de beginperiode de kosten en baten elkaar redelijk in evenwicht houden, blijft ook de voorziening op peil (evenals de kostendekkendheid). Na de planperiode echter wordt er fors op de voorziening ingeteerd (door de stijgende lasten) en loopt ook de kostendekkenheid in de eerste jaren aanzienlijk terug tot ruim onder de 90%, afhankelijk van de beschouwde variant. Na die tijd (periode rond 2040) komt de kostendekkendheid weer op het niveau van de rond de 100%, zoals dat voor de gehele beschouwde periode van 60 jaar geldt. Een overzicht van het verloop van de voorziening en de kostendekkendheid per variant voor de eerste 10 jaar is opgenomen in de onderstaande figuren. Figuur 9.1a: overzicht stand van de voorziening en kostendekkendheid riooltarief variant A (eerste 10 jaar) €8.000.000
110%
€7.500.000
105%
€7.000.000
100%
€6.500.000 95% €6.000.000 90% €5.500.000 85%
€5.000.000
stand van de voorziening
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
75%
2023
€4.000.000
2022
80%
2021
€4.500.000
kostendekkendheid
Figuur 9.1b: overzicht stand van de voorziening en kostendekkendheid riooltarief variant B (eerste 10 jaar) €8.000.000
110%
€7.500.000
105%
€7.000.000 100%
€6.500.000 €6.000.000
95%
€5.500.000 90%
€5.000.000 €4.500.000
85%
€4.000.000 80%
€3.500.000
stand van de voorziening
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
75%
2021
€3.000.000
kostendekkendheid
-78-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
9.3.4
Evaluatie kostendekkingsplan Bij het opstellen van het kostendekkingsplan zijn alle maatregelen en bijbehorende investeringen zo nauwkeurig mogelijk geraamd, evenals alle posten van de exploitatie en de personele middelen. De praktijk in de planperiode kan echter afwijken, onder meer als gevolg van onvoorziene financiële of technische ontwikkelingen. Voorbeelden hiervan zijn de gestegen transportkosten van af te voeren grond of de gestegen leveringskosten van materialen. Daarnaast is gebleken dat de omvang van de personele middelen (kosten en beschikbare menskracht) van aanzienlijke invloed is op de omvang van de exploitatie. Ontwikkelingen in beschikbaarheid, in toerekening van bijvoorbeeld overhead (vanuit de BBV), maar ook het in de praktijk toeschrijven van gemaakte uren rioleringswerkzaamheden heeft hier direct invloed op. Het is daarom van belang de geschetste ontwikkeling van de rioolheffing als indicatief te beschouwen en deze met enige regelmaat tegen het licht te houden in het perspectief van de ontwikkelingen op langere termijn (doorkijk). Daarom wordt uitgegaan van een tussentijdse evaluatie binnen de planperiode na twee of drie jaar.
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-79-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-80-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
BIJLAGE 1
VERKLARENDE WOORDENLIJST
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-81-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
BIJLAGE 1:
VERKLARENDE WOORDENLIJST
Het verbreed GRP Hulst maakt gebruik van een groot aantal begrippen dat nauw samenhangt met de rioleringszorg. In deze bijlage wordt een aantal van deze begrippen nader verklaard. aantasting
Een wijziging van de structuur van de buiswand als gevolg van (bio)chemische of mechanische processen.
afkoppelen
De afvoer vanaf verhard oppervlak loskoppelen van de gemengde riolering en anderszins laten plaatsvinden.
afvalwater
Al het water dat is verontreinigd en waarvan men zich wenst te ontdoen.
afvalwaterketen
Het deel van de waterketen dat betrekking heeft op de inzameling, transport, zuivering en lozing van gezuiverd afvalwater, ofwel riolering en rioolwaterzuivering.
afvalwaterstelsel
Stelsel voor de inzameling en het transport van afvalwater.
afvalwatersysteem
Het geheel van rioleringstechnische en zuiveringstechnische werken.
AWZI / RWZI
Afvalwaterzuiveringsinstallatie / rioolwaterzuiveringsinstallatie
basisinspanning
Afspraak om rioleringssystemen zodanig aan te passen, dat de vuiluitworp uit de overstorten van deze systemen wordt verminderd tot een vastgestelde norm.
basisrioleringsplan
Plan waarin op gedetailleerde wijze wordt aangegeven hoe de inzameling en afvoer van afvalwater en neerslag binnen een bepaald gebied dient te geschieden.
BBB, BBL, BBR
Bergbezinkbassin, bergbezinkleiding, bergbezinkriool. Deze vallen onder het begrip randvoorziening.
bemalingsgebied
Een gebied dat door één rioolgemaal wordt bemalen. Bij drukriolering en vacuümriolering betreft dit het totale gebied dat op het systeem van pompputjes c.q. vacuümputten is aangesloten.
bergbezinkbassin / -riool
Een open of gesloten bassin (of riool) als onderdeel van het rioolstelsel, dat als doel heeft de lozing van vuil uit een rioolstelsel op oppervlaktewater te verminderen. Door de speciale vormgeving van het bassin (of riool) is de stroomsnelheid laag en zal bezinking van vuil optreden.
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-82-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
berging
De nuttige inhoud van een rioolstelsel uitgedrukt in m3, dan wel gerelateerd aan het daarop aangesloten verhard oppervlak (mm). De inhoud van inspectieputten wordt niet bij de berging meegerekend. Het volume van de droogweerafvoer wordt daarentegen niet in mindering gebracht.
berging op straat
Dat deel van de neerslag welke op het straatoppervlak valt, maar niet direct tot afstroming komt naar het riool. Meestal gebeurt dit wel in een later stadium.
BOK, (BOB)
Binnenonderkant (buis).
bouwtechnische maatregelen
Maatregelen in de woning (in de kruipruimte, kelder of woonruimte) met als doel vochtoverlast te beperken.
CZV
Chemisch zuurstof verbruik, de zogenaamde ‘gidsparameter’ voor alle vervuilende stoffen. Deze parameter weerspiegelt de effecten op langere termijn en de regionale effecten in het oppervlaktewater.
drainage
Een systeem van doorlatende leidingen met omhulling in de bodem, waarin de opvang en afvoer van overtollig grondwater plaatsvindt om zo de grondwaterstand te beheersen.
droogweerafvoer
De hoeveelheid (vuil)water die in droogweerperioden wordt afgevoerd. Afkorting DWA.
drukriolering
Riolering waarbij het transport van afvalwater plaatsvindt via (kleine) pompen en persleidingen.
effluent
Het uitstromende gezuiverde afvalwater uit een afvalwaterzuivering.
foutieve aansluiting
Een aansluiting van een afvoer op de riolering, die niet op de juiste plaats of op de juiste leiding is aangesloten (bijvoorbeeld een vuilwaterafvoer die is aangesloten op een regenwaterriool).
gemengd rioolstelsel
Rioolstelsel waarbij het afvalwater en regenwater door hetzelfde buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd.
gescheiden rioolstelsel
Rioolstelsel, waarbij het afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsels worden ingezameld. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een RWZI. Het regenwater wordt (rechtstreeks) afgevoerd naar het oppervlaktewater.
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-83-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
GGOR
Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime. GGOR is een hulpmiddel dat - onder meer in de vorm van kaarten - voor elke (gebruiks)functie in landelijk of stedelijk gebied de gewenste toestand van het grondwater en het oppervlaktewater aangeeft en wordt vastgesteld na een integrale ruimtelijke afweging.
IBA
Systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater.
Infiltratie
Water dat in de bodem dringt of weg zijgt.
Ingrijpmaatstaf
Grenstoestand, waarbij ingrijpen in de actuele toestand noodzakelijk is en waarbij maatregelen moeten worden opgesteld.
IT- (of infiltratie) riolering
Riolering voorzien van openingen, waardoor het water in de bodem kan infiltreren.
Kennisbank Riolering
Handreiking en kennisdocument vanuit de landelijke koepelorganisatie Stichting Rioned met daarin algemeen geaccepteerde uitgangspunten, methoden en technieken over alle aspecten van het vakgebied stedelijk waterbeheer.
klimaatadaptatie
Maatregelen om de gevolgen van klimaatveranderingen op te vangen en te verbeteren.
KRW
Europese Kaderrichtlijn Water. Dit is een Europese richtlijn die voorschrijft dat de waterkwaliteit van de Europese wateren vanaf 2015 aan bepaalde eisen moet voldoen.
KRW-waterlichaam
Een oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een overgangswater of een strook kustwater. Het in de regel dus om grotere oppervlaktewateren.
ledigingstijd
De tijd die nodig is om een rioolstelsel te ledigen wanneer het volledig gevuld is (bijvoorbeeld na een overstorting).
negatieve overstort
Instroming van water in het rioolsysteem via de overstorten vanuit oppervlaktewater.
OAS
Optimalisatie Afvalwater Systeem: studie naar de mogelijkheden om riolering en afvalwaterzuivering op elkaar af te stemmen tegen de laagst maatschappelijke kosten.
ontwatering
Minimale afstand van het maaiveld tot de hoogst toelaatbare grondwaterstand.
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-84-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
onderdrempelberging
De inhoud van het rioolstelsel gelegen beneden het niveau van de laagste overstortdrempel.
overstort
Een voorziening waarlangs bij neerslag een teveel aan rioolwater, dat niet in het stelsel kan worden geborgen, wordt geloosd op oppervlaktewater.
overstortingsgebeurtenis Een lozing van rioolwater uit een overstort, waarvan de overstortingspauze maximaal 24 uur mag duren. POC
Pompovercapaciteit.
pompcapaciteit
De som van de droogweerafvoer en injecties en de pompovercapaciteit.
pompovercapaciteit
De theoretische regenwaterafvoercapaciteit (bestaande uit de pompcapaciteit minus de droogweerafvoer). Afgekort POC.
PWO
Planvorming Wateropgave: met dit proces neemt waterschap Scheldestromen haar watersysteem onder de loep, bepaalt de knelpunten en geeft een doorkijk naar de maatregelen om het gebied klimaatbestendig te maken.
randvoorziening
Een tot de riolering behorende voorziening in of achter het rioolstelsel met als doel de vuilemissie ten gevolge van overstortingen te reduceren (zie ook BBB).
regenwaterafvoer
Het totale debiet dat bij een regensituatie door het rioolstelsel kan worden afgevoerd. Bij een gemengd rioolstelsel is dit debiet inclusief de droogweerafvoer.
regenwaterstelsel (RWA stelsel)
Rioolstelsel waarmee uitsluitend hemelwater (regenwater) wordt afgevoerd.
relinen
Een renovatietechniek waarbij een kunststof hars geïmpregneerde kous in de bestaande rioolleiding wordt geblazen of uitgerold. De buizen worden hierbij van binnenuit bekleed (ook wel ‘kousmethode’ genoemd).
STOWA
Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer, het kenniscentrum van de Nederlandse waterschappen en provincies.
SWO
Stedelijke Wateropgave: proces waarbij waterschap Scheldestromen samen met de gemeente in beeld brengt of het huidige watersysteem toereikend is om wateroverlast en watertekort te voorkomen en wat mogelijke gevolgen voor de waterkwaliteit zijn. Op basis van de verkregen inzichten worden concrete maatregelen bepaald.
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-85-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021
verbeterd gescheiden rioolstelsel
Een gescheiden rioolstelsel, waarbij het eerst afstromende en mogelijk verontreinigde regenwater naar de RWZI wordt afgevoerd (eventueel via het vuilwaterstelsel). Pas na vulling van het regenwaterstelsel stort het nog aanwezige, relatief schone regenwater over op oppervlaktewater. De vervuiling als gevolg van foutieve aansluitingen op het regenwaterstelsel wordt ook beperkt.
verhard oppervlak
Alle verharde oppervlakken van waar hemelwater wordt afgevoerd naar de riolering.
verloren berging
Het deel van de berging in het rioolstelsel, dat niet beschikbaar is voor het bergen van rioolwater, bijvoorbeeld ten gevolge van zettingen, waardoor het riool niet leeg kan stromen.
vuilemissie
De hoeveelheid vuil, die vanuit de riolering per tijdseenheid of per gebeurtenis geloosd wordt op het oppervlaktewater.
vuilwaterstelsel
Stelsel waarlangs uitsluitend afvalwater wordt ingezameld en afgevoerd (ook wel DWA-stelsel genoemd).
WB21
De Commissie Waterbeheer 21e eeuw bracht in augustus 2000 advies uit over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De kerngedachte van de Commissie was dat het watersysteem in 2000 niet op orde was, dat water meer ruimte nodig heeft en dat er geen rekening gehouden werd met de verwachte klimaatveranderingen. Het advies gaat uit van meer ruimte voor water, met als gedachteleidraad de drietrapsstrategie: ‘vasthouden, bergen, afvoeren’ en dat water meer ordenend moet zijn.
water-op-straat
Het verschijnsel, waarbij enige tijd water op straat blijft staan ten gevolge van een hevige regenval.
wateroverlast
Het verschijnsel, dat ten gevolge van water op straat overlast wordt ondervonden en/of schade ontstaat.
waterkwaliteitsspoor
Het waterkwaliteitsspoor moet er voor zorgen dat het ontvangende oppervlaktewater, ondanks de lozing, aan de milieukwaliteitsnormen voldoet (= immissietoets). Voor het waterkwaliteitsspoor geldt, dat de vuiluitworp volgens de basisinspanning geen belemmering mag zijn voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit. Is dit toch het geval, dan moeten boven op de basisinspanning nog aanvullende maatregelen worden getroffen. Deze maatregelen kunnen zowel in de riolering als in de waterhuishouding worden gezocht. De toetsing aan het waterkwaliteitsspoor wordt uitgevoerd door de waterkwaliteitsbeheerder.
verbreed GRP Hulst eindconcept rapport
-86-
R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021