GravenstraatSamengevoegd bp
Tekst van het document
's-Gravenstraat 273, Clinge Bestemmingsplan Ontwerp
adviseurs • ingenieurs • openbare ruimte
COLOFON Documentgegevens Titel Rapportnummer Datum Status IMRO Gemeente
's-Gravenstraat 273, Clinge 000698 24 juni 2022 ontwerp NL.IMRO.0677.bpclingegraven273-001 O Hulst
Opdrachtnemer Naam Adresgegevens Auteur(s) Contactgegevens
Juust Goessestraatweg 17A 4421 AD Kapelle Jessica Ocké | Gerard Verweij +31(0)113 405 051
's-Gravenstraat 273, Clinge
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1 1.2 1.3 1.4
Algemeen Plangebied Doel Leeswijzer
6 6 7 7
Hoofdstuk 2
Het project
8
Beschrijving project Juridische regeling
8 9
Beleidskader
12
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
12 12 12
Kwaliteit van de leefomgeving
14
Inleiding Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Water M.e.r.-beoordeling Conclusie
14 14 15 15 16 16 16 17 17 17 18 19 20
Uitvoerbaarheid
21
Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
21 21
2.1 2.2
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Bijlagen toelichting
23
Bijlage 1
24
Inventariserend BSB-onderzoek
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Hoofdstuk 3
Juust
51 Inleidende regels
52
Begrippen Bestaande regels van toepassing
52 53
Bestemmingsregels
54
Agrarisch - Kernrandzone Verkeer- Garages en bergplaatsen Waarde-Archeologie 2
54 55 56
Algemene regels
57
2
's-Gravenstraat 273, Clinge
Artikel 6
Bestaande regels van toepassing
57
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
58
Overgangsrecht Slotregel
58 59
Artikel 7 Artikel 8
Juust
3
's-Gravenstraat 273, Clinge
Juust
4
's-Gravenstraat 273, Clinge
Toelichting
Juust
5
's-Gravenstraat 273, Clinge
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Algemeen
Op de locatie 's-Gravenstraat 273 te Clinge was voorheen een loonbedrijf gevestigd. Het voornemen is om deze locatie in gebruik te nemen ten behoeve van agrarische doeleinden. De locatie wordt onderdeel van het agrarisch bedrijf (veehouderij) dat gevestigd is op de locatie 's-Gravenstraat 279. De bedrijfswoning op de locatie 's-Gravenstraat 273 wordt in gebruik genomen als tweede agrarische bedrijfswoning bij de locatie 's-Gravenstraat 279 aangezien er op deze locatie reeds een bedrijfswoning aanwezig is. In het geldende bestemmingsplan 'Kernen Hulst 1H' is op de locatie 's-Gravenstraat 273 een bedrijfsbestemming van toepassing, waardoor deze nieuwe functie in strijd is met het bestemmingsplan.
Het college heeft op 4 mei 2021 besloten in principe medewerking te verlenen aan het wijzigen van de bedrijfsbestemming naar een agrarische bestemming, indien voldaan wordt aan een aantal voorwaarden: bedrijfsbebouwing wordt uitsluitend toegestaan ter plaatse van de oostelijk gelegen schuur met een aanduiding 'opslag' (agrarische opslag); beperkte uitbreiding is toegestaan, mits minimaal een vergelijkbaar oppervlakte aan bedrijfsbebouwing (het noordelijk gebouw) wordt gesloopt; laden en lossen ten bate van deze bedrijfsbebouwing is alleen in de dag periode (van 07:00 uur tot 19:00 uur) toegestaan en vindt uitsluitend plaats via de Teerlingstraat; overige agrarische activiteiten zijn niet toegestaan. De uitrit van 's-Gravenstraat 273 mag niet (meer) bedrijfsmatig gebruikt worden; In het principebesluit is eveneens aangegeven de twee bijgebouwen aan de zuidkant van de uitrit van de 's-Gravenstraat 273 te bestemmen als 'Verkeer - Garages en bergplaatsen'. Deze bebouwing is nu bestemd als 'Wonen' met de functieaanduiding 'bijgebouwen'. Aangezien het gebruik niet meer in overeenstemming is met de woonbestemming worden deze bijgebouwen bestemd als 'Verkeer - Garages en bergplaatsen'. De bijgebouwen worden namelijk hobbymatig gebruikt en behoren niet bij een hoofdgebouw.
Door de bijgebouwen te bestemmen als 'Verkeer – Garages en bergplaatsen' wordt bedrijfsmatig gebruik tevens uitgesloten en worden ze bestemd overeenkomstig met het huidige gebruik en als solitaire bebouwing. Een nieuw bestemmingsplan is noodzakelijk om de agrarische functie met opslag ten behoeve van naastgelegen agrarische activiteiten toe te staan. Dit bestemmingsplan wijzigt de bestemming 'Bedrijf' naar 'Agrarisch' en de bestemming 'Wonen' naar 'Verkeer- Garages en bergplaatsen'.
1.2
Plangebied
Het plangebied ligt aan de 's-Gravenstraat te Clinge en is gelegen op het volgende kadastrale perceel: HUL00, sectie K, perceelnummer 435 (1.555 m2 ) HUL00, sectie K, perceelnummer 437 (190 m2 ) HUL00, sectie K, perceelnummer 438 (129 m2 ) Het plangebied heeft hiermee een totale oppervlakte van 1.874 m2 . Het plangebied is omgeven door woonpercelen en agrarische percelen. Aan de westzijde ligt de 's-Gravenstraat. De Teerlingstraat is gelegen aan de zuidzijde van het plangebied en ontsluit de locatie 's-Gravenstraat 279.
Juust
6
's-Gravenstraat 273, Clinge
Afbeelding 1 | Luchtfoto met plangrens (bron: ruimtelijkeplannen.nl; bewerking: Juust B.V.)
1.3
Doel
Het doel van dit bestemmingsplan is de gebruikswijziging planologisch mogelijk te maken.
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit deze toelichting, regels en een verbeelding. Deze toelichting bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het initiatief toegelicht en de daarbij horende juridische regeling. Hoofdstuk 3 beschrijft het geldende beleidskader. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de verschillende milieuaspecten beoordeeld. In hoofdstuk 5 wordt tot slot de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.
Juust
7
's-Gravenstraat 273, Clinge
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving project
2.1.1
Huidige situatie
Het project
Het plangebied bestaat uit een bedrijfswoning, twee bedrijfsgebouwen en twee bijgebouwen. Rondom de woning, de bijgebouwen en de bedrijfsgebouwen ligt het erf. Het erf is nagenoeg volledig verhard, uitgezonderd de tuin aan de west- en noordzijde van de bedrijfswoning. Het plangebied wordt aan de westzijde, via een lange oprit, ontsloten op de 's-Gravenstraat (afbeelding 2). Het plangebied wordt omgeven door zowel woonbestemmingen als agrarische bestemmingen.
Afbeelding 2 | Ontsluiting plangebied op de 's-Gravenstraat (bron: Google Street View)
2.1.2
Toekomstige situatie
Het gebruik van de bedrijfswoning en schuren op het adres 's-Gravenstraat 273 wordt gewijzigd. De bedrijfswoning zal gebruikt worden als agrarische bedrijfswoning en de schuren zullen gebruikt worden voor uitsluitend agrarische opslag. De bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen maken in de toekomstige situatie deel uit van het agrarisch bedrijf op de locatie 's-Gravenstraat 279. Door de wijziging is derhalve sprake van twee agrarische bedrijfswoningen bij dit agrarisch bedrijf. Aan de zuidzijde van de bedrijfswoning op de locatie 's-Gravenstraat 273 is de bestaande uitbouw verhoogd met één bouwlaag. Hiervoor is reeds een omgevingsvergunning verleend. Het voornemen is om op termijn de bestaande schuur te slopen en een nieuwe schuur terug te plaatsen op exact dezelfde plaats. Hierbij is er geen sprake van uitbreiding van het dakoppervlak. Het slopen van de bestaande schuur en het bouwen van de nieuwe schuur maken geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. De ontsluiting via de 's-Gravenstraat 273 mag in de toekomstige situatie enkel gebruikt worden voor de ontsluiting van de bedrijfswoning. De twee bijgebouwen aan de zuidkant van de uitrit van de 's-Gravenstraat 273 worden hobbymatig gebruikt.
Juust
8
's-Gravenstraat 273, Clinge
2.2
Juridische regeling
2.2.1
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Kernen Hulst 1 H' van de gemeente Hulst. Dit bestemmingsplan is op 15 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor 'Bedrijf' en 'Wonen'. Ter plaatse van de bestemming 'Wonen' is eveneens de bouwaanduiding 'bijgebouwen' opgenomen. Ter plaatse van de bestemming 'Bedrijf' is een bouwvlak aanwezig. Daarnaast is er de functieaanduiding 'bedrijfswoning' en de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' opgenomen. Verder geldt een maximum bebouwingspercentage van 25%, een maximum goothoogte van 4 meter voor de bedrijfsgebouwen en een maximum goothoogte van 6 meter ter plaatse van de bedrijfswoning. Op het plangebied ligt de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 2'. Over het plangebied ligt eveneens de gebiedsaanduiding 'milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied' en het plangebied maakt deel uit van een gebied met de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone -wijzigingsgebied Clinge 5'. De gebiedsaanduiding 'wetgevingszone- wijzigingsgebied Clinge 5' geeft de mogelijkheid aan burgemeesters en wethouders de bestemming te wijzigen naar 'Wonen', 'Verkeer', 'Groen' en 'Water'.
Afbeelding 4 | Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking: Juust)
2.2.2
Planuitwerking
Op de locatie 's-Gravenstraat 273 wordt de bestemming 'Agrarisch-Kernrandzone' met bouwvlak opgenomen. Het huidige bouwvlak wordt teruggelegd tot de voorgevelrooilijn van de woning. De bestemmingsregels uit het bestemmingsplan 'Kernen Hulst 1H' worden van toepassing. Deze zijn integraal overgenomen in dit bestemmingsplan. Er geldt een maximum goothoogte van 4 meter. Bebouwing is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de huidige schuur en beperkte uitbreiding is toegestaan, mits minimaal een vergelijkbaar oppervlakte aan bedrijfsbebouwing (het noordelijk gebouw) wordt gesloopt. Ter hoogte van de woning wordt de functieaanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen. Ter hoogte van het bouwvlak wordt de functieaanduiding 'opslag' opgenomen. Ter plaatse van de bijgebouwen is de bestemming 'Verkeer-Garages en bergplaatsen' opgenomen. Over het gehele plangebied wordt de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 2' en de gebiedsaanduiding
Juust
9
's-Gravenstraat 273, Clinge
'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' gehandhaafd. De gebiedsaanduiding 'wetgevingszone-wijzigingsgebied Clinge 5' is overgenomen, maar moet bezien worden in samenhang met het gehele gebied waarvoor de gebiedsaanduiding van toepassing is (buiten de begrenzing van dit plangebied en bestemmingsplan). Ter hoogte van de uitrit van de 's-Gravenstraat 273 is de aanduiding 'ontsluiting' opgenomen waarbij de uitrit uitsluitend ten behoeve van de bedrijfswoning gebruikt mag worden. Laden en lossen vindt uitsluitend plaats via de Teerlingstraat. Verder is nog geregeld dat laden en lossen ten bate van de bedrijfsbebouwing enkel in de dagperiode (van 07:00-19:00) is toegestaan.
2.2.3
Juridische planbeschrijving
In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het rijk,. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet. Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting. Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen weer.
Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status. Regels Algemeen De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: - Hoofdstuk 1 Inleidende regels - Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels - Hoofdstuk 3 Algemene regels - Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Inleidende regels Begripsbepalingen en Wijze van meten De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten. Bestemmingsregels Agrarisch - Kernrandzone
Juust
10
's-Gravenstraat 273, Clinge
De regels voor de bestemming 'Agrarisch - kernrandzone' zijn afgeleid uit het bestemmingsplan 'Kernen Hulst 1 H'. Daarin is de omvang en hoogte van de bedrijfswoning en het gebruik van de bedrijfsgebouwen geregeld. Verkeer - Garages en bergplaatsen De regels voor de bestemming 'Verkeer - Garages en bergplaasten' zijn afgeleid uit het bestemmingsplan 'Kernen Hulst 1 H'. Waarde- Archeologie 2 Over het gehele plangebied ligt de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie-2'. Om de aanwezige archeologische waarden bij toekomstige bodemingrepen te waarborgen is de dubbelbestemming Waarde Archeologie - 2 opgenomen. Voor bepaalde ingrepen is, afhan kelijk van de oppervlakte en de mate van verticale bodemverstoring, een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijv. ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Algemene bouwregels Dit artikel bevat een aantal algemene bepalingen ten aanzien van het overschrijden van de bouwgrenzen van verschillende bij gebouwen horende elementen zoals galerijen, afdaken en erkers.
Tevens is een regeling opgenomen die waarborgt dat er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid bij nieuwbouw. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het gebruik van gronden en bouwwerken. Algemene aanduidingsregels Dit artikel bevat de regeling ten aanzien van de milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn, behalve voor de agrarische bestemming, tevens bestemd voor waterwinning. Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken van de maximum toegestane bouwhoogte en voor het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bouwgrenzen voor zover dit voor een praktische uitvoering van het plan noodzakelijk is. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden, zoals het overschrijden van bestemmingsgrenzen. Overgangs- en slotregels In deze regels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven.
Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.
Juust
11
's-Gravenstraat 273, Clinge
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte vastgesteld (SVIR). Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Hiernaar wordt gestreefd middels een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit bestemmingsplan voorziet alleen in een functiewijziging van 'Bedrijf' naar 'Agrarisch - Kernrandzone' en een functiewijziging van 'Wonen' naar 'Verkeer- Garages en bergplaasten' binnen bebouwd gebied. Dit raakt geen rijksbelangen.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsplan en Omgevingsverordening Zeeland 2018 Op 21 september 2018 heeft het college van Gedeputeerde Staten het Omgevingsplan 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan geeft de provinciale visie en provinciale belangen op Zeeland weer, waar de Provincie Zeeland een (groot) belang aan hecht. Alle hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Zowel op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, maar ook economie, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. In het Milieuprogramma Provincie Zeeland 2018-2022 wordt ingezet op grondgebonden landbouw, biologische landbouw en aquacultuur. Voor deze vormen van landbouw worden ruime ontwikkelingsmogelijkheden geboden. Voor de niet-grondgebonden landbouw (intensieve veehouderij en glastuinbouw) zijn de ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. In het Omgevingsplan Zeeland 2018 wordt ook ruimte geboden voor toename van het bedrijfsvloeroppervlak als dit noodzakelijk is voor het kunnen toepassen van het zogenaamde Beter Leven Keurmerk voor bestaande hoofdtakken veehouderij. Uitbreiding van het aantal dieren is hierbij echter niet aan de orde. Vanwege de doelstelling om de sector te verduurzamen zijn nieuwe neventakken intensieve veehouderij niet toegestaan.
Voor bestaande neventakken intensieve veehouderij is de maximale uitbreidingsruimte afhankelijk van de bestaande bedrijfsomvang (is er nog sprake van een neventak), de noodzaak voor de continuïteit van het bedrijf en de diersoort. Doorgroei van neventak naar hoofdtak intensieve veehouderij is niet toegestaan. Er zijn in de omgevingsverordening geen specifieke regels opgenomen die dit plan raken. In dit bestemmingsplan gaat het uitsluitend om een functiewijziging van 'Bedrijf' naar 'Agrarisch Kernrandzone' en de functiewijziging van 'Wonen' naar 'Verkeer- Garages en bergplaasten' binnen een bebouwd gebied. Er is, uitgezonderd de verhoging van de bestaande uitbouw aan de bedrijfswoning op de locatie 's-Gravenstraat 273, geen sprake van bouwwerkzaamheden. Onderhavige ontwikkeling voorziet enkel in agrarische opslag en niet in een uitbreiding van de veeteelt. De functiewijziging is niet in strijd met de provinciale belangen. Provinciaal beleid staat de vaststelling van het plan niet in de weg.
3.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Hulst De gemeente Hulst heeft in mei 2012 de structuurvisie vastgesteld, waarin op hoofdlijnen is beschreven waar de gemeente Hulst op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied naar toe gaat in 2025. De agrarische sector is in Zeeuws-Vlaanderen van oudsher een belangrijke sector. Binnen Hulst zijn de agrarische sector en de productie en (groot)handel de ruimtevragende economische activiteiten. In de structuurvisie ligt het plangebied binnen de strategie 'behouden'. Binnen deze strategie zijn (kleinschalige) aanpassingen in het gebied toegestaan, maar dienen deze wel een versterking te zijn van de huidige situatie en de kwaliteit.
Juust
12
's-Gravenstraat 273, Clinge
Afbeelding 5 | Strategie behouden (bron: gemeente Hulst) De bestemmingswijziging voorziet enkel in een functiewijziging van de bestaande bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen naar een agrarische bestemming en de functiewijziging van de bestaande bijgebouwen naar een verkeerbestemming. Ter plaatse is sprake van een goed woon- en leefklimaat (zie Hoofdstuk 4 Kwaliteit van de leefomgeving). De bedrijfswoning op de locatie 's-Gravenstraat 273 wordt een agrarische bedrijfswoning en zal onderdeel worden van de veehouderij op de locatie 's-Gravenstraat 279. Er is ter plaatse geen sprake van een intensivering van de veeteelt, maar uitsluitend agrarische opslag. De bestaande bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend gebruikt worden voor agrarische opslag. Overige agrarische activiteiten zijn niet toegestaan. Het betreft een kleinschalige ontwikkeling die het woonklimaat van de omgeving verbeterd. Een nieuw bedrijf zal zich niet snel vestigen op de locatie en leegstand is ongewenst. Het wijzigen van de agrarische bestemming naar een woonbestemming is niet voor de hand liggend, gelet op de aanwezigheid van het agrarisch bedrijf. Het betreft een kleinschalige ontwikkeling waarbij er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De structuurvisie heeft geen relevantie voor deze bestemmingsplanwijziging. Het gemeentelijk beleid van de gemeente Hulst staat deze planwijziging niet in de weg.
Juust
13
's-Gravenstraat 273, Clinge
Hoofdstuk 4 Kwaliteit leefomgeving 4.1
van
de
Inleiding
Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien deze beleidsvelden dan ook naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling wordt dan ook onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Het is van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt diverse wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. Over het plangebied ligt de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 2'. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk indien voor de realisatie van het bouwwerk de bodem onder 0,4 m-mv moet worden verstoord met een oppervlakte groter dan 500 m2 . Aangezien er geen sloop-, graaf- en bouwwerkzaamheden zijn voorzien, is een archeologisch onderzoek niet nodig. Er is alleen sprake van een functiewijziging en er vinden geen bodemingrepen plaats. Indien in de toekomst de bestaande schuur gesloopt en herbouwd zal gaan worden, heeft dit geen gevolgen voor archeologie aangezien het gaat om vervanging/nieuwbouw waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik zal worden gemaakt van de bestaande fundering.
In het bestemmingsplan wordt de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 2' overgenomen conform het geldende bestemmingsplan. Cultuurhistorie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. De Erfgoedwet heeft zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed vervangen waaronder de Monumentenwet 1988. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden of monumenten rekening is gehouden. Cultuurhistorisch waardevolle objecten in of in de directe omgeving van het plangebied, waarmee in het plan rekening moet of kan worden gehouden, zijn aanwezig. In de nabije omgeving zijn op de locatie 's-Gravenstraat 269 en 's-Gravenstraat 279 enkele historisch waardevolle boerderijen aanwezig. Aangezien er uitsluitend sprake is van een gebruikswijziging heeft het plan geen invloed op cultuurhistorische elementen. Het aspect 'archeologie en cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.
Juust
14
's-Gravenstraat 273, Clinge
4.3
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Sommige activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. In de nabijheid van het plangebied zijn woonbestemmingen gelegen. Voor een intensieve veehouderij (varkens/kippen) geldt, volgens de VNG-brochure 'Bedrijven- en milieuzonering', een richtafstand van 200 meter. Het plangebied behoort, na deze gebruikswijziging, tot de intensieve veehouderijbedrijf. Echter, ter plaatse van het plangebied is geen intensieve veehouderij toegestaan maar uitsluitend agrarische opslag. Voor een agrarisch bedrijf (opslag) geldt, volgens de VNG-brochure 'Bedrijven- en milieuzonering', een richtafstand van 30 meter ten opzichte van een rustige woonwijk.
De afstand tussen de bestemmingsgrens van de locatie 's-Gravenstraat 273 en de bouwvlakken van de hoofdgebouw van de dichtsbijgelegen woonbestemmingen bedraagt circa 30 meter. Daarbij is de ontsluitingsweg voor de bedrijfswoning niet meegerekend, omdat daar geen agrarische activiteiten mogelijk zijn. Doordat de ontsluiting van de loods met opslag aan de achterzijde via de Teerlingstraat zal plaatsvinden wordt bovendien de afstand tussen de (geluidveroorzakende) aan- en afvoerbewegingen en de dichtsbij gelegen woningen meteen nog een stuk groter dan de daarvoor geldende richtafstand van 30 meter. Hierdoor wordt aan de richtafstand voldaan. Deze bedrijfsactiviteiten zijn daarnaast qua milieu-effecten vergelijkbaar met de toegestane milieu-effecten binnen de geldende bedrijfsbestemming. Nu zijn categorie 2-bedrijven toegestaan en die hebben eveneens een richtafstand van 30 meter. Het aspect 'bedrijven- en milieuzonering' vormt geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.
4.4
Bodem
Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. De bestemming 'Bedrijf' wijzigt naar de bestemming 'Agrarisch-kernrandzone' en de bestemming 'Wonen' wijzigt naar de bestemming 'Verkeer- Garages en bergplaatsen'. Met de bestemmingswijziging van de 'Bedrijf' naar 'Agrarisch-kernrandzone' verandert het feitelijke gebruik niet, in beide situaties blijft sprake van bedrijfsmatig gebruik. Aangezien de wijziging tevens geen gevoeligere functie mogelijk gemaakt wordt en de huidige bedrijfswoning nog steeds een bedrijfswoning blijft, is een verkennend bodemonderzoek in het kader van dit bestemmingsplan niet benodigd. Aangezien op de locatie voorheen een agrarisch loonbedrijf aanwezig was met als activiteiten sproeibedrijf, gierkelder, mestplaat en diverse brandstoftanks zowel onder als bovengronds is het van belang te weten of er geen sprake is van een ernstige bodemverontreiniging of een vermoeden daartoe. Door Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium "Zeeuws-Vlaanderen" B.V. is op 23 mei 2001 een een Inventariserend BSB-onderzoek (INVO) uitgevoerd (Bijlage 1).
Uit dit onderzoek blijkt dat verhoogde concentraties minerale olie/PAK/zink zijn aangetoond, maar dat op basis van resultaten vervolgonderzoek en/of nader te nemen maatregelen niet noodzakelijk worden geacht. Er zijn dientengevolge in de huidige situatie geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig. Verder kan uit de onderzoeksgegevens worden opgemaakt dat er geen dringende aanleiding is om op de locatie een ernstige bodemverontreiniging te verwachten of dit te vermoeden. Echter zijn vanuit het gebruik aanwijzingen dat de bodem belast kan zijn geweest, waardoor in zekere mate bodemverontreiniging kan zijn ontstaan. De verantwoordelijkheid en zorg hiervoor blijft bij de huidige eigenaar van de percelen. Om deze reden is aanvullend onderzoek niet benodigd. Echter, bij eventuele toekomstige ontwikkeling van de locatie (nieuwbouw/sloop van de schuur) zal dit opnieuw beoordeeld worden. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.
Juust
15
's-Gravenstraat 273, Clinge
4.5
Externe veiligheid
De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. In de nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen of transportroutes gevaarlijke stoffen (spoor, weg en water) aanwezig. In de huidige situatie is het daarnaast toegestaan om op de locatie te wonen in de bedrijfswoning. Het aantal personen in het plangebied wijzigt door deze functiewijziging niet. Een nadere beoordeling is niet noodzakelijk. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.
4.6
Geluid
Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. In paragraaf 4.3 Bedrijven en milieuzonering is geconcludeerd dat voldaan wordt aan de richtafstand. Er is geen reden voor het uitvoeren van akoestisch onderzoek naar industrielawaai en het woon- en leefklimaat op nabijgelegen woningen wijzigt niet ten opzichte van de huidige situatie. Hoewel de hoofdfunctie van het plangebied wijzigt van 'Bedrijf' naar 'Agrarisch - kernrandzone' en van 'Wonen' naar 'Verkeer - Garages en bergplaatsen' is de verwachte milieu-uitstraling vergelijkbaar met de huidige situatie.
Doordat de ontsluiting aan de 's-Gravenstraat niet bedrijfsmatig, maar uitsluitend voor de bedrijfswoning gebruikt mag worden, vervalt de geluidshinder afkomstig daarvan. Daarnaast is het laden en lossen ten bate van de bedrijfsbebouwing alleen in de dag periode (van 07:00 uur tot 19:00 uur) toegestaan en vindt uitsluitend plaats via de Teerlingstraat. Het akoestisch klimaat aan de 's-Gravenstraat verbetert ten opzichte van de huidige situatie. Het aspect geluid belemmert de vaststelling van dit bestemmingsplan niet. Ten aanzien van wegverkeerslawaai is van belang dat de status van de woning (bedrijfswoning) in het kader van de Wet geluidhinder niet wijzigt. Een onderzoek naar wegverkeerslawaai is niet nodig.
4.7
Kabels en leidingen
In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. Er zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen in of in de directe omgeving van het plangebied aanwezig.
Juust
16
's-Gravenstraat 273, Clinge
4.8
Luchtkwaliteit
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De bedrijfsactiviteiten van het loonwerkbedrijf komen te vervallen. De bedrijfsbebouwing op de locatie 's-Gravenstraat 273 mag enkel gebruikt worden voor agrarische opslag. Overige agrarische activiteiten zijn niet toegestaan. Er is in dit geval geen sprake van een toename van verkeersbewegingen. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.
4.9
Natuur
De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Gebiedsbescherming De planlocatie ligt op een afstand van circa 8,1 km tot het Natura 2000-gebied 'Vogelkreek' en op een afstand van circa 9,2 km tot het Natura 2000-gebied 'Westerschelde & Saeftinghe'. Omdat er geen sprake is van het toevoegen van verkeersbewegingen is er geen extra emissie. Er is dan ook geen sprake van enige stikstofeffecten op bovengenoemde natuurgebieden. Een stikstofberekening is niet benodigd. Soortenbescherming Er is geen sprake van kap van opgaande beplanting of sloop van de bestaande bebouwing. In de toekomst zal de bestaande schuur gesloopt worden en herbouwd worden. De vervanging/nieuwbouw van de schuur maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Er vinden geen werkzaamheden plaats die eventueel aanwezige soorten zouden kunnen schaden. Het uitvoeren van een quickscan Wet natuurbescherming is niet nodig.
4.10
Verkeer en parkeren
Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. De bedrijfswoning is gelegen op een ruim perceel. Er is in de huidige situatie op het perceel voldoende ruimte aanwezig om op eigen terrein te voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Gelet op het feit dat de bedrijfsactiviteiten op de locatie komen te vervallen en enkel agrarische opslag is toegestaan is er geen sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen. In de toekomstige situatie is laden en lossen ten behoeve van de bedrijfsgebouwen enkel mogelijk via de Teerlingstraat. De uitrit van 's-Gravenstraat 273 zal niet meer bedrijfsmatig gebruikt worden. De bijgebouwen ter plaaste van de bestemming 'Verkeer- Garage en bergplaasen' worden hobbymatig gebruikt.
Juust
17
's-Gravenstraat 273, Clinge
4.11
Water
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Aangezien er geen veranderingen plaatsvinden aan de waterhuishouding, is het invullen van de volledige watertoetstabel niet nodig. Het bestemmingsplan maakt geen extra bebouwd oppervlak mogelijk. Er vindt voorts geen wijziging plaats wat betreft afvoer van hemel- en afvalwater. De bestaande bedrijfswoning met uitbouw wordt gehandhaafd en ook de bedrijfsgebouwen worden gehandhaafd. De gebruikswijziging heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding. Volledigheidshalve is onderstaande watertoetstabel ingevuld. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen Het plangebied is niet gelegen in nabijheid van een Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening waterkering en dus ook niet binnen de houden met de daarvoor benodigde ruimte. beschermingszone van de waterkering.
Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het bestemmingsplan maakt geen extra bebouwd Het plan biedt voldoende ruimte voor het oppervlak mogelijk. Watercompensatie is niet vasthouden, bergen en afvoeren van water. benodigd. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties. Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Er vindt voorts geen wijziging plaats wat betreft afvoer Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ van hemel- en afvalwater. Het plan heeft geen RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. negatieve effecten op de waterhuishouding. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten. Grondwaterkwantiteit en verdroging De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast grondwater. De ontwikkeling veroorzaakt evenmin en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen mogelijke grondwateroverlast. van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een grondwaterkwaliteit. Denk grondwaterbeschermingsgebieden.
Er zijn geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit goede te verwachten. aan
Oppervlaktewaterkwaliteit Er zal geen gebruik worden gemaakt van uitloogbare Behoud of realisatie van goede materialen. Er zijn (daardoor) geen nadelige gevolgen oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht voor de waterkwaliteit te verwachten. van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.
Juust
18
's-Gravenstraat 273, Clinge
Volksgezondheid In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling De polderpeilen worden niet aangepast. Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) zal niet optreden. maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur In het plangebied is geen natte natuur aanwezig. Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. Anderer belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder In het plangebied zijn geen gronden van het Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de waterschap gelegen. werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.
Wegen in beheer bij het waterschap In en in de nabijheid van het plangebied zijn geen (alleen invullen voor zover van toepassing) wegen gelegen die in beheer zijn bij het waterschap * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? *na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).
4.12
M.e.r.-beoordeling
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria
Juust
19
's-Gravenstraat 273, Clinge
uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het bestemmingsplan maakt geen activiteit mogelijk die genoemd is in onderdeel D van het Besluit m.e.r.. Er is geen sprake van een project waarvoor een (aanmeldnotitie) vormvrije m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden. Ter plaatse wordt uitsluitend opslag toegestaan. Een beoordeling of besluit is dan ook niet benodigd.
4.13
Conclusie
Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.
Juust
20
's-Gravenstraat 273, Clinge
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Er is geen sprake van een bouwplan zoals hierboven bedoeld. Het opstellen van een exploitatieplan of het sluiten van een planschadeovereenkomst is daarom niet aan de orde. Voor het volgen van de bestemmingsplanprocedure worden leges in rekening gebracht. De planschade overeenkomst is gesloten. Hierin is vastgelegd dat eventuele planschade op de iniatiatiefnemer wordt verhaald.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. Omwille van de strekking van het plan is de veiligheidsregio niet geraadpleegd. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.
Juust
21
's-Gravenstraat 273, Clinge
Juust
22
's-Gravenstraat 273, Clinge
Bijlagen toelichting
Juust
23
's-Gravenstraat 273, Clinge
Bijlage 1 Inventariserend BSB-onderzoek
Juust
24
's-Gravenstraat 273, Clinge
--------- GROND-,GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM “ZEEUWS-VLAANDEREN”B.V.-------------------------------------
Inventariserend BSB-onderzoek ’s Gravenstraat 273 te Clinge Projectnr. 01A4944
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Projectnr.: 01A4944 Inventariserend BSB-onderzoek ’s Gravenstraat 273 te Clinge
--------- GROND-,GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM “ZEEUWS-VLAANDEREN”B.V.-------------------------------------
Opdrachtgever:
Uitgevoerd door:
Loonbedrijf P.F. van de Poele
Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium “Zeeuws-Vlaanderen” B.V.
’s Gravenstraat 273 4567 AG Clinge
Zandbergsestraat 1 4569 TC Graauw Tel.: 0114 63 54 00 Fax : 0114 63 57 54
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Projectnr.: 01A4944 Inventariserend BSB-onderzoek ’s Gravenstraat 273 te Clinge
--------- GROND-,GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM “ZEEUWS-VLAANDEREN”B.V.-------------------------------------
INHOUD
blz.
1
INLEIDING
5
2
VOORONDERZOEK
6
2.1 Locatiegegevens 2.2 Vooronderzoek 2.3 Regionale bodemopbouw en geohydrologie 2.4 Hypothese en onderzoeksstrategie
6 6 6 7
3
4
5
UITVOERING VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN 10 3.1 Algemeen 3.2 Veldwerk 3.3 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen 3.4 Grondwater 3.5 Monsterselectie en analyses
10 10 10 13 13
RESULTATEN EN INTERPRETATIE VAN HET ONDERZOEK
15
4.1 Algemene begrippen en toetsingskader 4.2 Grond 4.3 Grondwater 4.4 Toetsing van de hypothese
15 16 17 18
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
19
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Projectnr.: 01A4944 Inventariserend BSB-onderzoek ’s Gravenstraat 273 te Clinge
--------- GROND-,GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM “ZEEUWS-VLAANDEREN”B.V.-------------------------------------
BIJLAGEN I II III IV V VI
Topografische kaart met ligging onderzoekslocatie Situatietekening Beschrijving boorprofielen Analyseresultaten grond- en grondwatermonsters Toetsing analyseresultaten aan gecorrigeerde streef- en interventiewaarden Historische informatie (NVN 5725)
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Projectnr.: 01A4944 Inventariserend BSB-onderzoek ’s Gravenstraat 273 te Clinge
--------- GROND-,GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM “ZEEUWS-VLAANDEREN”B.V.-------------------------------------
1
INLEIDING
In opdracht van Loonbedrijf P.F. van de Poele heeft Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium 'Zeeuws-Vlaanderen' B.V. op de locatie ’s Gravenstraat 273 te Clinge een Inventariserend BSBonderzoek (INVO) uitgevoerd in de periode februari/mei 2001. Aanleiding tot het laten uitvoeren van het bodemonderzoek vormt deelname aan de BSB-operatie Provincie Zeeland (Bodemsanering van in gebruik zijnde bedrijfsterreinen). Het onderzoek is uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek zoals omschreven in de NEN 5740 van het Nederlands Normalisatie Instituut, 1e druk oktober 1999. Het doel van het inventariserend bodemonderzoek op het terrein aan de ‘s Gravenstraat is om een indicatie te krijgen van de verontreinigingssituatie op het betreffende bedrijfsterrein. In onderhavig rapport komt eerst het vooronderzoek aan de orde, vervolgens wordt de uitvoering van het bodemonderzoek beschreven. Het afsluitende hoofdstuk van het rapport bevat de aan het onderzoek te verbinden conclusies en aanbevelingen.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Projectnr.: 01A4944 Inventariserend BSB-onderzoek ’s Gravenstraat 273 te clinge pagina 5
--------- GROND-,GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM “ZEEUWS-VLAANDEREN”B.V.-------------------------------------
2
VOORONDERZOEK
2.1
Locatiegegevens
Adres Plaats Gemeente Kadastrale gegevens Gebruik Onderzocht oppervlak
: ’s Gravenstraat 273 : Clinge : Hulst : Hulst K 435 : agrarisch loonbedrijf : 1450 m2
De locatie is gelegen ten zuiden van de kern Clinge enkele honderden meters ten noorden van de Belgische grens (De Klinge). Op de voormalige boerderij is sinds 1960 een agrarisch loonbedrijf annex landbouwbedrijf gevestigd. Op en rondom het terrein is woonbebouwing aanwezig, de onderzoekslocatie is deels verhard met tegels, sintels, beton en puin. Als bijlage I is de topografische kaart met de ligging van de onderzoekslocatie opgenomen, een tekening van de huidige situatie waarop de onderzoeksgrenzen staan aangegeven is als bijlage II toegevoegd.
2.2
Vooronderzoek
Sinds 1960 is op de locatie een agrarisch loonbedrijf gevestigd (voorheen boerderijbedrijf) waarbij op de locatie wordt een vijftal verdachte deellocaties aanwezig is, te weten: -
voormalige locatie bovengrondse petroleumtank (200 l) voormalige locatie ondergrondse dieseltank (5000 l) cluster bovengrondse dieseltank (5000 l) en bovengrondse dieseltank (1000 l) werkplaats incl. voormalige bestrijdingsmiddelenopslag opslag olie en smeermiddelen
Voor uitgebreide historische informatie evenals vastlegging van deze per geraadpleegde informatiebron wordt verwezen naar bijlage VI Historische informatie (NVN 5725).
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
Ter plaatse van het onderzoeksgebied en zijn omgeving varieert de deklaag van 0,0 tot 3,5 m. Deze slecht doorlatende deklaag ligt aan maaiveld als een holoceen klei/veendek (Westland Formatie) en wigt uit tegen de dekzanden van de Formatie van Twente langs de Belgische grens. De ondergrond is geologisch opgebouwd uit mariene, fluviatiele en eolische sedimenten. De oudste lagen behoren tot het Tertiair (Eoceen), de jongste afzettingen stammen uit het Kwartair (Holoceen). ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Projectnr.: 01A4944 Inventariserend BSB-onderzoek ’s Gravenstraat 273 te clinge pagina 6
--------- GROND-,GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM “ZEEUWS-VLAANDEREN”B.V.-------------------------------------
Indien men het kwartaire dek wegdenkt, dan dagzoomt langs het tertiaire erosievlak de Formatie Rupel. Het watervoerend pakket is overwegend samengesteld uit fijne tot matig grove zanden van mariene, fluviatiele en eologische oorsprong. Dit pakket verkeert onder freatische condities, de dikte is ongeveer 15 meter en het doorlaatvermogen bedraagt ca. 150 m2/d. De bergingscoëfficiënt bedraagt ongeveer 0,20. De eerste scheidende laag binnen het watervoerend pakket wordt gevormd door klei-afzettingen van de Formatie van Rupel. De dikte is circa 5 meter. De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied, de regionale grondwaterstromingsrichting is noordelijk, er is niets bekend betreffende lokale invloeden (particuliere grondwateronttrekking). 2.4
Hypothese en onderzoeksstrategie
Hypothese: Op grond van de verzamelde informatie in het vooronderzoek wordt de locatie als onverdacht beschouwd met een vijftal verdachte deellocaties met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP): 1. voormalige locatie bovengrondse petroleumtank (200 l) 2. voormalige locatie ondergrondse dieseltank (5000 l) 3. cluster bovengrondse dieseltank (5000 l) en bovengrondse dieseltank (1000 l) 4. werkplaats incl. voormalige bestrijdingsmiddelenopslag 5. opslag olie en smeermiddelen
Ter plaatse van de verdachte deellocaties wordt de onderzoeksstrategie voor een locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) aangehouden. Verdachte deellocaties Voor de uitvoering van de veldwerkzaamheden wordt voor de deellocaties 1, 2 en 3 (brandstoftanks) per deellocatie een 3-tal grondboringen uitgevoerd tot een diepte van 0.5 m-mv beneden de tankbodem met minimaal 1 boring tot 2 m-mv waarvan voor bemonstering van het freatisch grondwater deze diepe boring wordt doorgezet en afgewerkt met een peilbuis waarbij het filter (2 m lengte) snijdend met de grondwaterspiegel wordt geplaatst. Van de grond wordt afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen minimaal één (meng-) monster ter analyse aangeboden op minerale olie en BTEX. Het grondwatermonster zal worden geanalyseerd op minerale olie, BTEX en naftaleen. T.p.v. deellocatie 4 (werkplaats incl. v.m. bestrijdingsmiddelenopslag) worden vier boringen uitgevoerd tot 1.0 m-mv en één boring tot 2.0 m-mv welke wordt geplaatst bij de voormalige
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Projectnr.: 01A4944 Inventariserend BSB-onderzoek ’s Gravenstraat 273 te clinge pagina 7
--------- GROND-,GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM “ZEEUWS-VLAANDEREN”B.V.-------------------------------------
bestrijdingsmiddelenopslag en afgewerkt wordt met een peilbuis waarvan het filter (lengte 1 meter) 0.5 meter beneden de grondwaterspiegel wordt geplaatst. Zowel de grond- (minimaal twee mengmonsters) als de grondwatermonsters worden ter analyse aangeboden op een standaard NEN 5740-pakket. Tenslotte zullen twee boringen tot 1.0 m-mv worden uitgevoerd bij de olie, vet en smeermiddelopslag (deellocatie 5). Hierbij wordt minimaal één grond(meng-)monster geanalyseerd op minerale olie en BTEX. In onderstaande tabellen is de te volgen onderzoeksstrategie voor de sublocaties schematisch weergegeven.
Tabel 1.1
Onderzoeksstrategie voormalige locatie bovengrondse petroleumtank (200 l) Aantal boringen
Analyses
Locatie tot 1.0 m-mv tot 2.0 m-mv ’s Gravenstraat 273 te Clinge
Tabel 1.2
2
1
met peilbuis
minerale olie + BTEX
Minerale olie, BTEX en naftaleen
1
1
1
Onderzoeksstrategie voormalige locatie ondergrondse dieseltank (5000 l) Aantal boringen
Analyses
Locatie tot 2.5 m-mv tot 2.0 m-mv ’s Gravenstraat 273 te Clinge
Tabel 1.3
3
-
met peilbuis
minerale olie + BTEX
Minerale olie, BTEX en naftaleen
1
1
1
Onderzoeksstrategie cluster bovengrondse dieseltank (5000 l) en bovengrondse dieseltank (1000 l) Aantal boringen
Analyses
Locatie tot 1.0 m-mv tot 2.0 m-mv ’s Gravenstraat 273 te Clinge
2
1
met peilbuis
minerale olie + BTEX
Minerale olie, BTEX en naftaleen
1
1
1
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Projectnr.: 01A4944 Inventariserend BSB-onderzoek ’s Gravenstraat 273 te clinge pagina 8
--------- GROND-,GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM “ZEEUWS-VLAANDEREN”B.V.-------------------------------------
Tabel 1.4
Onderzoeksstrategie werkplaats incl. voormalige bestrijdingsmiddelenopslag Aantal boringen
Analyses
Locatie tot 1.0 m-mv tot 2.0 m-mv ’s Gravenstraat 273 te Clinge
Tabel 1.5
4
1
met peilbuis
NEN 7540-pakket
Anders
1
2
-
Onderzoeksstrategie opslag olie, vet en smeermiddelen Aantal boringen
Analyses
Locatie tot 1.0 m-mv tot 2.0 m-mv ’s Gravenstraat 273 te Clinge
2
-
met peilbuis
minerale olie en BTEX
Minerale olie, BTEX en naftaleen
-
1
-
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Projectnr.: 01A4944 Inventariserend BSB-onderzoek ’s Gravenstraat 273 te clinge pagina 9
--------- GROND-,GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM “ZEEUWS-VLAANDEREN”B.V.-------------------------------------
3
UITVOERING VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN
3.1
Algemeen
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de hiervoor geldende normen en richtlijnen (N.E.N.-normen en NPR voor bodemonderzoek en V.K.B. protocollen). Tijdens de veldwerkzaamheden is met name aandacht geschonken op eventueel zintuiglijk waarneembare verontreinigingen van het opgeboorde materiaal en opgepompte grondwater.
3.2
Veldwerk
De veldwerkzaamheden zijn opgestart d.d. 13 februari 2001 conform de onderzoeksstrategie. Ter plaatse van de voormalige locatie van de bovengrondse petroleumtank (sublocatie 1) zijn twee boringen (nrs 1 en 2) uitgevoerd tot 1.0 m-mv en is één boring uitgevoerd tot 2.0 m-mv (nr 3). De diepe boring is doorgezet en afgewerkt met een peilbuis (materiaal PVC zonder zware metalen). Het filter (2m lengte) is snijdend met de grondwaterspiegel geplaatst Ter plaatse van de voormalige locatie van de ondergrondse dieseltank (sublocatie2) is een drietal boringen (nrs 4, 5 en 6) uitgevoerd tot 2.0 m-mv en één boring (nr 6) is is doorgezet en afgewerkt met een peilbuis welke snijdend met de grondwaterspiegel is uitgevoerd. Ter plaatse van het bovengronds tankcluster van twee bovengrondse dieseltanks (sublocatie 3) zijn twee boringen (nrs 7 en 8) uitgevoerd tot 1.0 m-mv en is één boring uitgevoerd tot 2.0 m-mv (nr 9). De diepe boring is doorgezet en afgewerkt met een peilbuis (materiaal PVC zonder zware metalen), het filter (2m lengte) is snijdend met de grondwaterspiegel geplaatst In de werkplaats (sublocatie 4) zijn vier boringen uitgevoerd tot 1.0 m-mv (nrs 10, 11, 12 en 13), één boring is tot 2.0 m-mv uitgevoerd en afgewerkt met een peilbuis waarbij het filter (0.5 meter) 0.5 meter beneden de grondwaterspiegel is geplaatst.
Tenslotte zijn twee boringen tot 1.0 m-mv uitgevoerd ter plaatse van de olie, vet en smeermiddelenopslag (sublocatie 5). Het freatisch grondwater is op 23 februari 2001 bemonsterd, in het veld zijn electrische geleidbaarheid (EC) en de zuurtegraad (pH) bepaald. De plaatsen van de boringen en peilbuizen zijn weergegeven op bijlage II: locatietekening.
3.3
Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Projectnr.: 01A4944 Inventariserend BSB-onderzoek ’s Gravenstraat 273 te clinge pagina 10
--------- GROND-,GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM “ZEEUWS-VLAANDEREN”B.V.-------------------------------------
Voor gedetailleerde boorbeschrijvingen evenals voor de monsternemingstrajecten wordt verwezen naar bijlage III. Hieruit blijkt dat de bodem op de onderzoekslocatie voornamelijk bestaat uit kleiig soms zwak siltig zand, lokaal worden puinsporen aangetroffen. In de grond van boring 9 (bovengronds tankcluster) wordt tot 1.0 m-mv een lichte dieselgeur waargenomen. In het opgepompte grondwater uit de peilbuizen P1, P2, P3 en P4 zijn organoleptisch geen verontreinigingen waargenomen. In onderstaande tabel is een overzicht van de veldwaarnemingen weergegeven. Tabel 2
Vervolg tabel 2
Overzicht veldwaarnemingen
Overzicht veldwaarnemingen
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Projectnr.: 01A4944 Inventariserend BSB-onderzoek ’s Gravenstraat 273 te clinge pagina 11
--------- GROND-,GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM “ZEEUWS-VLAANDEREN”B.V.-------------------------------------
3.4
Grondwater
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Projectnr.: 01A4944 Inventariserend BSB-onderzoek ’s Gravenstraat 273 te clinge pagina 12
--------- GROND-,GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM “ZEEUWS-VLAANDEREN”B.V.-------------------------------------
In onderstaande tabel zijn de grondwatergegevens opgenomen. Tabel 3
gegevens grondwater Peilbuis filtertraject [m-mv]
nummer
Grondwaterstand [m-mv]
Zuurgraad (pH) [-]
Geleidbaarheid (EC) [µS/cm]
P1
0.00 – 1.80
0.90
6.4
980
P2
0.00 – 2.00
0.95
6.4
560
P3
0.00 – 2.00
0.90
6.9
660
P4
1.50 – 2.00
0.90
6.7
290
De gemeten zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EC) zijn normaal voor deze regio.