GGDProgrammabegroting 2023-2026 (versie t.b.v. raden) (update 040522)
Tekst van het document
Programmabegroting 2023-2026 GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland
11-04-2022.
1
Voorwoord Voor u ligt de begroting 2023-2026 van de gemeenschappelijke regeling (GR) Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland. Deze begroting is een begroting zonder aanvullende maatregelen en nieuw beleid. Zoals we vorig jaar tijdens raadsbijeenkomsten en in het Algemeen Bestuur hebben aangegeven, hebben we vanaf 2021 ingezet op een betere sturing / nog beter grip op het realiseren van onze (wettelijke) taken en om een sterke robuuste en financieel gezonde GGD voor de komende jaren te krijgen. In het Algemeen Bestuur van juli wordt een eerste begrotingswijziging 2023 aangeboden waarin organisatieontwikkelingen en andere maatregelen zijn verwerkt om deze grip te versterken en de basis op orde te krijgen/houden. Bijvoorbeeld de voorgestelde toekomstige maatregelen op basis van de resultaten uit de evaluatie van de tijdelijke hulpstructuur. GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst In de GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland is een onderscheid te maken tussen GGD Zeeland (onder leiding van de Directeur Publieke Gezondheid) en het programma Inkoop Jeugdhulp Zeeland van het Bureau Inkoop Jeugdhulp Zeeland (IJZ). Beide onderdelen komen samen in deze begroting van de GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland.
Dit omdat tijdens het opstellen van deze begroting de uitkomsten van het onderzoek naar de governance sociaal domein ten aanzien van de inkoop Beschermd Wonen en jeugdhulp in Zeeland nog niet bekend waren. Maatschappelijke impact van COVID-19 In de begroting van vorig jaar schreven we in ons voorwoord dat de effecten van COVID-19 wereldwijd groot zijn met zeker ook voor de GGD een enorme impact op de bedrijfsvoering. Nu, begin 2022 is dit nog steeds het geval. Sinds begin 2020 houdt de pandemie de wereld in zijn greep met inmiddels ook een grote maatschappelijke impact. Voor iedereen, maar in het bijzonder voor jongeren, ouderen en kwetsbare personen heeft de maatschappelijke ontwrichting grote effecten. Verwacht wordt dat dit nog ruime tijd van herstel zal vragen. Op dit moment zien we dat het virus met de Omikron variant, ondanks het zeer hoge aantal besmettingen, minder ziekmakend is, waardoor stap voor stap de maatregelen zijn teruggedraaid. ‘Normaal’ wordt het voorlopig zeker nog niet. Het is ook nog ongewis of de nieuwe varianten die er zullen komen weer tot maatschappelijke ontwrichting en/of een druk op de zorg continuïteit zullen leiden. Vanzelfsprekend worden nu, ook door de GGD’en, samen met onder meer VWS en RIVM, scenario’s uitgewerkt. We bereiden ons voor op een pandemische paraatheid, waarbij de organisatie zal worden ingericht op flexibele op- en afschaling.
Van ’waakvlamniveau’ naar pandemische paraatheid COVID-19 heeft ons op verschillende punten met de neus op de feiten gedrukt. Enerzijds liet de praktijk in het begin van COVID-19 – en inmiddels bevestigd door de eerste evaluaties – zien dat er onvoldoende sprake was van een pandemische paraatheid. De GGD’en waren, landelijk en ook in Zeeland, door vele jaren van bezuinigingen onder waakvlamniveau terecht gekomen. In de loop van 2022 verwachten we dat duidelijker wordt hoe de pandemische paraatheid vanuit het ministerie van VWS vorm gaat krijgen en welke rol de regionale GGD daarbij heeft. Tevens wordt dan duidelijk wat dit voor de organisatie en financiering van de GGD zal betekenen. Een sterke regionale verankering van de uitvoering van infectieziektebestrijding blijft belangrijk, echter er zal mogelijk ook meer landelijke sturing komen om een volgende crisis (opnieuw) het hoofd te bieden. We zijn enorm trots op alle medewerkers die met grote betrokkenheid en bevlogenheid er alles aan hebben gedaan om in Zeeland het virus onder controle te krijgen. Onder de omstandigheden die er waren is een enorme prestatie geleverd met GGD Zeeland in een cruciale rol in de bestrijding van het virus. Publieke gezondheid; het belang van vitaliteit en weerbaarheid Naast de kwetsbare positie van infectieziektebestrijding heeft COVID-19 het belang van een vitale en weerbare bevolking aangetoond.
Mensen met een mindere fysieke of mentale weerbaarheid zijn hard geraakt door de crisis. In de ziekenhuizen en op de IC’s lagen voornamelijk mensen met onderliggend lijden. De gezondheid, vitaliteit en weerbaarheid van de bevolking is van groot belang om met tegenslagen in het leven om te gaan. De publieke gezondheid heeft en wil hierin een essentiële taak en rol. We zien bijvoorbeeld dat obesitas toeneemt, evenals eenzaamheid en verward gedrag, gezondheidsverschillen worden groter en de kosten voor 2
(jeugd)zorg nemen verder toe. Om maar enkele zaken te noemen. Ook hier heeft COVID-19 ons met de neus op de feiten gedrukt. Onze missie in Zeeland, ‘Samen werken aan een gezond en veilig Zeeland’, staat fier overeind en is belangrijker dan ooit. Om dit te realiseren zal dit jaar duidelijk worden wat nodig is om een sterke, robuuste en financieel gezonde GGD in Zeeland te krijgen, die gemeenten en haar inwoners helpt de publieke gezondheid van de inwoners te verbeteren en die paraat staat om de volgende gezondheidscrisis het hoofd te bieden. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de publieke gezondheid en veiligheid van haar inwoners. Voor het nieuwe bestuur ligt hier een grote opdracht en uitdaging. Uitvoering wettelijke taken in en na crisistijd Ondanks de coronacrisis hebben het afgelopen jaar de wettelijke taken zoveel als mogelijk doorgang gevonden. Verreweg de meeste taken zijn conform de afspraken uitgevoerd, soms aangepast omdat fysiek contact niet mogelijk was. Ten aanzien van de (reguliere) zorg voor kwetsbaren, vanuit bijvoorbeeld Veilig Thuis en Bemoeizorg, hebben medewerkers een enorme inspanning verricht om de veiligheid van mensen te borgen. De begroting 2023 -2026 borduurt voort op die van de afgelopen jaren, met meenemen van innovatieve werkwijzen bedacht tijdens de coronacrisis.
Dat hierin veranderingen optreden de komende jaren om GGD-en landelijk en in Zeeland te verstevigen, is onvermijdelijk. Zoveel heeft deze crisis al wel aangetoond. Landelijk is in een manifest van de vijfentwintig DPG’en een claim neergelegd bij de minister van VWS voor versterking van de publieke gezondheid met een investeringsagenda van 600 miljoen. De verwachting is dat gedurende 2022 duidelijk wordt welke gevolgen dit heeft voor de afzonderlijke GGD’en. Kwetsbare teams en moeilijk in te vullen vacatures Naast de gevolgen van de pandemie kent GGD Zeeland ook een andere belangrijke uitdaging: de krapte op de arbeidsmarkt. Met name bij de specialistische functies, zoals forensisch artsen en jeugdartsen, is blijvende aandacht voor vernieuwing van werkwijzen, samenwerking en strategische personeelsplanning noodzakelijk. Dit jaar wordt de tijdelijke hulpstructuur geëvalueerd en zal bekeken worden welke structuur nodig is om de kwetsbare teams binnen GGD Zeeland beter te ondersteunen. Inkoop jeugdhulp Zeeland Eind 2023 lopen grote raamovereenkomsten inkoop jeugdzorg met zorgaanbieders af. In 2022 of 2023 volgt besluitvorming op welke wijze de komende jaren inkoop van jeugdzorg plaats zal vinden. Daarnaast wordt vanaf 2023 verder ingezet op de lijn van het plan ‘Van pionieren naar professionaliseren’.
Beleidsbegroting en financiële begroting Deze beleidsbegroting volgt hetzelfde stramien als de vorige editie en is ingedeeld in een beleidsbegroting en een financiële begroting. De beleidsbegroting kent drie programma’s; Publieke gezondheid, Veilig Thuis en Inkoop Jeugdhulp Zeeland. De systematiek van hoofddoelen, subdoelen en indicatoren is gehandhaafd. De hoofddoelen, die tot stand zijn gekomen in samenwerking met een ambtelijke werkgroep vanuit de gemeenten, zijn in 2023 ongewijzigd gebleven. Deze hoofddoelen en subdoelen worden de komende jaren gemonitord en in overleg aangepast. Begrotingsresultaat De begroting 2023-2026 is sluitend door naast het opnemen van een verhoging van de gemeentelijke bijdragen op basis van de VZG-richtlijn 2023 van 2,7% ad € 449.538, een stijging van de gemeentelijke bijdragen voor de meerkosten uit de jaren 2019 tot en met 2022 ten opzichte van de VZG-richtlijn van in totaal € 513.973 op te nemen. Deze meerkosten worden voornamelijk veroorzaakt door exogene salarisstijgingen, zoals CAOaanpassingen en wijzigingen pensioenpremies (beiden uitstijgend boven de VZG-norm van deze jaren). Omdat de begroting voor een groot deel bestaat uit personeelslasten, heeft dit voor de GGD een substantieel effect op de begroting. Tevens zijn er nagenoeg geen knoppen meer om aan te draaien.
De door de VZG vastgestelde norm is onvoldoende toereikend om dit tekort, met name over de jaren 2019 tot en met 2022 te compenseren. Daarnaast zijn we geconfronteerd met een structurele inkomstenderving als gevolg van het wegvallen van extra inkomsten MRU-bus uit markttaken, mede ter dekking van (een gedeelte van) onze wettelijke taak Tuberculosebestrijding. Als gevolg hiervan zijn de gemeentelijke bijdragen met €105.645 verhoogd.
3
Tot slot Nogmaals, een groot compliment aan alle GGD-medewerkers is op zijn plaats. Met hun inzet hebben zij zowel in hun crisistaak als in de reguliere werkzaamheden laten zien waar de GGD voor staat en toe in staat is. Dit geeft veel vertrouwen voor de toekomst van de publieke gezondheid in Zeeland. Het dagelijks bestuur van GGD Zeeland, maart 2022,
Mw. S. Suij,
Mw. E Verhage,
Mw. J. Gaemers
Voorzitter
Secretaris
Ambtelijk secretaris
4
Inhoudsopgave Voorwoord
2
Inhoud
5
1. Beleidsbegroting 1.1 Het programmaplan 1.1.1 Programma Publieke Gezondheid 1.1.1.1 Programmalijn Fysieke veiligheid & bescherming 1.1.1.2 Programmalijn Gezondheid in de wijk 1.1.1.3 Programmalijn Sociale veiligheid 1.1.2 Programma Veilig Thuis 1.1.3 Programma Inkoop Jeugdhulp Zeeland 1.1.4 Overhead en kostentoerekening 1.1.5 Algemene dekkingsmiddelen 1.1.6 Onvoorzien 1.2 De paragrafen 1.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen 1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering 1.2.3 Paragraaf Financiering 1.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1.2.5 Paragraaf Verbonden partijen
6 6 6 6 10 13 14 16 20 22 25 26 26 26 28 28 37
2. Financiële begroting 2.1.1 Totaal overzicht van lasten en baten 2.1.2 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2021 en de begroting 2.2 Uitgangspunten voor de begroting 2.3 Begrotingstekort en taakstelling 2.4 Incidentele baten en lasten per programma 2.5 Uiteenzetting financiële positie 2.5.1 Geprognosticeerde begin- en eindbalans (2018 t/m 2024) 2.5.2 Geprognosticeerde EMU-saldo 2.5.3 Investeringsplan 2020-2024 2.5.4 Stand en verloop van de reserves en voorzieningen 2.5.4.1 Stand en verloop van de reserves 2.5.4.2 Stand en verloop van de voorzieningen 2.5.5 Overzicht van baten en lasten per taakveld
38 38 40
Bijlage 1 Gemeentelijke bijdrage 2023 (P) GGD incl. IJZ
57
5
41 41 44 45 45 46 47 49 49 55 56
1.1
HET PROGRAMMAPLAN
1.1.1
Programma Publieke Gezondheid
Eind 2022 wordt het activiteitenplan 2023 aangeboden aan gemeenten zodat daarmee zicht komt op welke wijze de GGD inzet op de benoemde doelen. 1.1.1.1 Programmalijn Fysieke veiligheid & bescherming Beoogd maatschappelijk effect: Inwoners van Zeeland zijn optimaal beschermd tegen schadelijke gezondheidseffecten vanuit de fysieke leefomgeving Onder de Programmalijn Fysieke Veiligheid en Bescherming vallen de activiteiten behorende tot de infectieziektebestrijding, taken in het kader van de medische milieukunde, technische hygiëne zorg en activiteiten ter voorkoming van en het inperken van gezondheidsschade als gevolg van crises en calamiteiten. Infectieziekten Vanaf 2020 staat een groot deel van de infectieziektebestrijding in het teken van COVID-19, met focus op kwetsbare groepen, het signaleren en beheersen van clusters (brandhaarden), onderzoeken van onderlinge verbanden tussen patiënten en mogelijke bronnen en ondersteuning van de COVID-19 teams (testen en bronen contactonderzoek). Naast deze crisistaak houdt de GGD zicht op (nieuwe) infectieziekten en voert maatregelen uit ter voorkoming van verspreiding van infectieziekten zoals de ziekte van Lyme, Legionella, Hepatitis B/C, Meningokokken, TBC en SOA.
GGD Zeeland verzorgt de diagnose, behandeling en begeleiding van mensen met infectieziekten en zorgt voor het voorkomen van (verspreiding van) infectieziekten via surveillance/onderzoek, signaleren/melden/waarschuwen, informeren, het geven van voorlichting en vaccinaties. Daarnaast participeert GGD Zeeland in één van de tien regionale zorgnetwerken antibioticaresistentie in Nederland. Dit zijn samenwerkingsorganen tussen verschillende zorginstellingen, organisaties en zorgprofessionals in een regio. Het belangrijkste doel is het indammen van de ontwikkeling en verspreiding van antibioticaresistentie. Rijksvaccinatieprogramma De GGD voert het Rijksvaccinatieprogramma uit als onderdeel van de jeugdgezondheidszorg. Kinderen krijgen vaccinaties tegen besmettelijke infectieziekten. In Nederland is het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verantwoordelijk voor het Rijksvaccinatieprogramma. De minister bepaalt welke vaccinaties kinderen krijgen aangeboden. De minister neemt die beslissing op basis van een advies van de Gezondheidsraad. De ontwikkeling van het Rijksvaccinatieprogramma staat niet stil. Er komen jaarlijks nieuwe vaccins op de markt, de kennis over vaccinaties neemt toe en soms komt een nieuwe infectieziekte in beeld. Ook komende jaren worden er nieuwe vaccinaties aan het Rijksvaccinatieprogramma toegevoegd.
Toezichtstaken In het kader van de Wet Kinderopvang inspecteert GGD Zeeland in opdracht van de Zeeuwse gemeenten kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en gastouders. De getoetste eisen gaan over ouderinspraak, kwalificatie personeel, veiligheid en gezondheid, accommodatie en inrichting, groepsgrootte, pedagogische beleid en praktijk, klachtenafhandeling en de voorschoolse educatie. De inspecties vinden jaarlijks plaats en kunnen, afhankelijk van eerder geconstateerde tekortkomingen op die locatie, in omvang en diepte variëren. Gemeenten hebben GGD Zeeland opdracht gegeven reactief toezicht te houden in het kader van de Wmo. Dit betekent dat GGD Zeeland als toezichthouder onderzoek doet naar onderliggende oorzaken van een melding ‘calamiteit’ of ‘geweldsincident’ WMO volgens de Prisma methode, met als doel het voorkomen van soortgelijke incidenten in de toekomst.
6
Leefomgeving, medische milieukunde Een gezonde leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl. In de Omgevingswet worden omgeving en gezondheid met elkaar verbonden. De GGD zet zich in om vroegtijdig betrokken te zijn bij gemeentelijke en provinciale trajecten rond nieuwe Omgevingsvisies en -plannen, samen met de VRZ en RUD. Door de inzet van inhoudelijke kennis, deskundigheidsbevordering en instrumenten (waaronder de Leefplekmeter en de GOmethode), waarbij burgers betrokken worden, brengen wij de leefomgeving in kaart en stimuleren wij het meenemen van publieke gezondheid in ruimtelijke planvorming. Door de fysieke leefomgeving (onder andere schoolpleinen en buurten met gezondheidsachterstanden) gezonder in te richten wordt gezondheidswinst behaald. Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving waar gezonde keuzes gemakkelijk en logisch zijn en waar negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is. Crises en calamiteiten Als de GGD te maken krijgt met een ramp- of crisissituatie organiseert de GGD zich in een crisisbeleidsteam, welke wordt geleid door een crisiscoördinator die de DPG adviseert. In het GGD Rampen Opvang Plan (GROP) is beschreven hoe de GGD voorbereid is op een ramp of crisissituatie, en hoe te handelen.
Het GROP geeft richting aan de taakverdeling en samenwerking bij de belangrijke processen (intern en extern) van de openbare gezondheidszorg en psychosociale hulpverlening bij crises en rampen. De GGD heeft als zorginstelling een eigenstandige verantwoordelijkheid zich voor haar eigen zorgprocessen voor te bereiden op rampen en crises (Wet Publieke Gezondheid en Kwaliteitswet Zorginstellingen). De GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) houdt vanuit haar verantwoordelijkheid voor coördinatie en regie op de zorgketen (Wet op de Veiligheidsregio’s), toezicht op adequate voorbereiding van de GGD en op inzet bij (eigenstandige) opschaling. De Directeur Publieke Gezondheid is verantwoordelijk voor de voorbereiding en inzet van de GGD bij ramp en crisis. Het GROP heeft tot doel om een efficiënte respons- en afstemmingsorganisatie te creëren binnen de GGD, voor de taken en verantwoordelijkheden van de GGD bij crises voor de vier GGD-processen; Infectieziektebestrijding (IZB), Medische Milieukunde (MMK), Psychosociale Hulpverlening (PSH) en Gezondheidsonderzoek na Rampen (GOR). De crisiscoördinator heeft hierin een coördinerende rol. Naast de crisiscoördinator zijn ook de processen IZB, MMK (GAGS) en PSH via een piketregeling 24/7 bereikbaar.
De interne trainings- en oefenprogramma’s (OTO) worden, indien de crisissituatie dit toelaat, aan de hand van het opgestelde OTO jaarplan opgepakt. Tevens wordt het GROP aan de hand van de uitkomsten van de verschillende evaluaties (intern maar ook extern met de ketenpartners) geüpdatet.
7
8
9
Wat mag het kosten: Programma(lijnen) Fysieke Veiligheid & Bescherming
2023 (P)
2024 (P)
2025 (P)
2026 (P)
1.326.012
1.324.870
1.274.240
1.325.038
Kosten
3.342.179
3.341.037
3.290.407
3.341.205
Opbrengsten
-2.016.167
-2.016.167
-2.016.167
-2.016.167
1.326.012
1.324.870
1.274.240
1.325.038
Eindtotaal
1.1.1.2 Programmalijn Gezondheid in de wijk Beoogd maatschappelijk effect: de Zeeuwse inwoners zijn én voelen zich gezonder Met de programmalijn Gezondheid in de wijk wordt via twee hoofddoelen ingezet op de gezondheid van de Zeeuwse inwoners. Eén gericht op de jeugd en één gericht op volwassenen (inclusief ouderen). Jeugd De uitvoering van de jeugdgezondheidszorg vormt de belangrijkste pijler onder het doel ‘De Zeeuwse jeugd groeit gezond op’. Door alle kinderen en jongeren in beeld te hebben, hebben wij zicht op de gezondheid van de Zeeuwse jeugd. De basis hiervoor is de uitvoering van het basistakenpakket, aangevuld met activiteiten en werkzaamheden toegespitst op de lokale situatie en activiteiten om (de collectieve) preventie vorm te geven. De ontwikkeling van het basistakenpakket staat niet stil, in 2022 is het prenataal huisbezoek hieraan toegevoegd. Daarnaast wordt middels het project Toekomstbestendige JGZ binnen Zeeland gewerkt aan een toekomstbestendige invulling van het basistakenpakket gericht op maximale kansen op het veilig, gezond en kansrijk opgroeien van de jeugd in Zeeland. We richten ons hierbij op meer risicogericht werken, flexibiliteit om mee te bewegen met nieuwe ontwikkelingen en balans in het werk, op het gebied van taken, formatie,
10
werkplezier en expertise. Uiteraard werken de professionals binnen de voor hun geldende wet- en regelgeving op het gebied van inhoud en kwaliteit. Volwassenen (inclusief ouderen) Het aantal ouderen (absoluut en relatief) in Nederland neemt toe. Ook Zeeland vergrijst, zelfs meer dan andere regio’s in Nederland. Dit wordt versterkt doordat er ook sprake van ontgroening is. Naast een groeiend aantal ouderen in Zeeland, neemt het mantelzorgpotentieel juist af. In combinatie met de ontwikkeling dat mensen langer thuis blijven wonen, levert dit allerlei nieuwe gezondheidsvraagstukken op. Zo ligt het percentage ouderen dat aangeeft eenzaam te zijn, in Zeeland hoger dan de rest van Nederland. Daarbij hebben gemeenten grote uitdagingen op het gebied van zorg- en ondersteuningstaken, zowel inhoudelijk als financieel. Eén van de uitdagingen is om via inzet van preventie de kosten voor zorg- en ondersteuningstaken te verlagen. In samenspraak met relevante partners wordt bekeken welke rol de GGD hierin kan spelen. Op basis van de verzamelde informatie over de Zeeuwse volwassenen/ouderen, zijn de belangrijkste uitdagingen bepaald en vertaald naar een aantal speer/aandachtspunten: Positieve gezondheid/leefstijl, Gezonde leefomgeving en Eenzaamheid.
Preventie en leefstijl Leefstijl heeft een grote invloed op de gezondheid van mensen, zo zijn roken, overgewicht en alcoholgebruik de belangrijkste oorzaak van (chronische) ziekten in Nederland. Een gezonde leefstijl kan chronische ziekten en aandoeningen voorkomen of verminderen. Ook landelijk is hier veel aandacht voor. Om deze reden is het Nationaal preventieakkoord afgesloten met meer dan 70 verschillende organisaties in Nederland. Door in te zetten op een gezonde leefstijl, wil de GGD bijdragen aan het verlagen van de ziektelast veroorzaakt door een ongezonde leefstijl. De onderwerpen uit het preventieakkoord zijn daarin belangrijk, maar er zijn meer onderwerpen zoals stress, zingeving en voldoende bewegen. Inzet op leefstijl staat niet op zichzelf, daarom is leefstijl als subdoel ondergebracht bij het doel op jeugd, volwassenen en ouderen. Uiteindelijk is het doel van de inzet op leefstijl een verbetering van de gezondheid van alle Zeeuwse inwoners. Omgevingsgerichte aanpak en positieve gezondheid Gemeenten worden door de GGD geadviseerd over gezondheidsvraagstukken gericht op de lokale situatie. Positieve gezondheid, Preventie en leefstijl zijn een belangrijk onderdeel van deze advisering. Onder andere adviseert de GGD bij de totstandkoming van de lokale gezondheidsnota en worden projecten uitgevoerd (lokaal en regionaal) gericht op actuele thema’s.
Deze thema’s worden mede gebaseerd op de periodieke onderzoeken die worden gedaan naar de gezondheid van de Zeeuwse inwoners en de prioriteiten uit de landelijk nota. De prioriteiten betreffen vier gezondheidsvraagstukken: (1) Gezondheid in de fysieke en sociale omgeving, (2) gezondheidsachterstanden verkleinen, (3) druk op het dagelijks leven bij jeugd en jongvolwassen en (4) vitaal ouder worden.
11
Wat mag het kosten: Programma(lijnen) Gezondheid in de Wijk
2023 (P)
2024 (P)
2025 (P)
2026 (P)
9.164.982
9.229.746
9.180.481
9.183.126
Kosten
10.083.734
10.141.910
10.092.645
10.095.290
Opbrengsten
-918.752
-912.165
-912.165
-912.165
Eindtotaal
9.164.982
9.229.746
9.180.481
9.183.126
12
1.1.1.3 Programmalijn Sociale veiligheid Beoogd maatschappelijk effect: Het gevoel van veiligheid in het persoonlijke leven is vergroot Het programma Sociale veiligheid richt zich op het gevoel van veiligheid van inwoners. Het gaat hier om kwetsbare inwoners van Zeeland waarvoor een sluitende aanpak nodig is. Hierbij is signaleren en toeleiding naar ondersteuning of zorg van groot belang. Meld- en Actiepunt Bemoeizorg (MAB) Het MAB is gespecialiseerd in het opbouwen van contacten met inwoners die zorg mijdend zijn, dus zelf niet om hulp vragen. Vaak betreft het mensen in een kwetsbare, vrij uitzichtloze situatie die al dan niet voor overlast zorgen. De problematiek wordt steeds complexer en in 74% van de aanmeldingen is er mede sprake van geestelijke problematiek, in samenhang met problemen op andere leefgebieden. Het MAB is gericht op een integrale aanpak van de problemen en er wordt actief met verschillende ketenpartners samengewerkt, waaronder verslavingszorg (SCM), maatschappelijk werk, huisartsen, woningcorporaties, het Zorg- en Veiligheidshuis in het kader van WvGGZ (Wet verplichte GGZ) en het daarbij behorende meldpunt Zorgwekkend gedrag. Meldingen worden onder andere gedaan door gemeenten, zorgnetwerken, politie, woningcorporaties, hulpverleners, maar ook door inwoners.
Het MAB wordt gefinancierd middels een structurele budgetsubsidie uit (centrum)gemeentegelden voor de Maatschappelijke Opvang. Het CZW Bureau is gemandateerd door de (centrum) gemeente Vlissingen om besluiten te nemen over de uitvoering van deze taken. Onverzekerde zorg Het onverzekerd zijn levert problemen op voor toegang tot de zorg voor verwarde personen. Mensen die onverzekerd zijn moeten vaak actief worden geholpen. Hiervoor heeft het Rijk een subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden gestart. Het doel van deze subsidieregeling is dat de zorgkosten die zorgverleners maken vergoed worden. Vanuit het ministerie is besloten om alle meldingen centraal bij GGD GHOR binnen te laten komen. Dit uit praktisch oogpunt en vanwege de te verwachten OGGZ problematiek. GGD GHOR zet de meldingen door naar de lokale GGD. Door de regeling komt de kwetsbare doelgroep van verwarde personen sneller in beeld. Het MAB is bekend met OGGZ- en complexe problematiek en werkt samen met alle (lokale) OGGZ netwerken in Zeeland. Om de personen verzekerd te krijgen en eventuele vervolghulp die nodig is aan te kunnen bieden, werkt het MAB nauw samen met gemeenten en haar ketenpartners.
Forensische geneeskunde De inzet van forensische geneeskunde omvat lijkschouw voor (mogelijk) niet-natuurlijke overlijdens, medische arrestantenzorg, letselbeschrijvingen, DNA-, urine- en bloedafnames, zedendelicten en euthanasie. In 2019 is de medische arrestantenzorg in navolging van het rapport ‘Toekomst voor de forensische geneeskunde’ van de commissie Hoes, voor het eerst door de politie aanbesteed aangezien medische arrestantenzorg (MAZ) wordt gezien als een private taak. Een nieuwe aanbesteding MAZ is verdaagd tot 2023. Inmiddels is landelijk en vooral in een aantal regio's, waaronder Zeeland, een tekort aan forensisch artsen ontstaan. Wij hopen in 2022 onze dienstverlening (medische arrestantenzorg, forensisch medisch onderzoek en de lijkschouwen) te kunnen continueren met inzet van niet-forensisch artsen. In afstemming met landelijke initiatieven GGD GHOR, politie, (extra) financiering vanuit de drie ministeries (VWS, BZK en J&V) en regionale samenwerking op politieregio niveau (GGD West Brabant en GGD Hart van Brabant) gaan we op een nieuwe wijze invulling geven aan de verlening van forensisch medische zorg & expertise. Parallel hieraan loopt een landelijk programma FMEK (Forensisch Medische Expertise Kindermishandeling), vanuit het verzoek van het ministerie van VWS, om de regionale organisatie van forensisch medische expertise bij kindermishandeling te verbeteren.
Deze tak van geneeskunde past medische kennis toe ten behoeve van rechtszaken en justitieel onderzoek. Binnen de forensische geneeskunde is kindermishandeling een apart expertisegebied. Artsen met deze expertise kunnen vaststellen of letsel bij een kind een gevolg kan zijn van mishandeling. Het programma omvat niet alleen kindermishandeling, maar ook mishandeling van andere 13
kwetsbare personen die niet in staat zijn zichzelf goed uit te drukken. FMEK is onderdeel van en sluit aan bij het landelijke programma Geweld Hoort Nergens Thuis. Op het gebied van het programma FMEK wordt samengewerkt met de GGD West Brabant en GGD Hart voor Brabant. Wettelijk kader
Hoofddoel
Subdoel
Indicatoren
Het ondersteunen en toeleiden naar zorg van kwetsbare personen met complexe meervoudige problematiek. Het geven van medisch advies of verrichten van nader medisch onderzoek op verzoek van gemeente of politie. Dit alles zoals vastgelegd in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Art. 2.1.2), de Wet op de Lijkbezorging, de Politiewet, de Wet Toetsing Levensbeëindiging en de Wet op de orgaandonatie.
1. Zorgwekkende situaties van inwoners worden gesignaleerd en aangepakt
1.1 Inwoners en professionals met zorgen (om anderen) worden geholpen (via een meldpunt ). 1.2 Zorg mijdende inwoners toe leiden naar (lokale) zorg. 1.3 Inwoners zonder zorgverzekering toe leiden naar (lokale) zorg en verzekering. 1.4 Adequate forensische medische zorg verlenen of expertise geven op afroep van politie en justitie.
•
• •
•
•
•
•
Aantal meldingen Meld- en Actiepunt Bemoeizorg (MAB). Aantal adviesvragen MAB. Het aantal herhaalde meldingen MAB van dezelfde cliënten. Aantal meldingen vanuit onverzekerde zorg. Het aantal verleende medische arrestanten zorg. Het aantal forensische geneeskundige onderzoeken. Het aantal lijkschouwen.
Wat mag het kosten: Programma(lijnen) Sociale Veiligheid
2023 (P)
2024 (P)
2025 (P)
2026 (P)
-135.671
-135.671
-135.671
-135.671
Kosten
985.508
985.508
985.508
985.508
Opbrengsten
-1.121.179
-1.121.179
-1.121.179
-1.121.179
Eindtotaal
-135.671
-135.671
-135.671
-135.671
1.1.2
Programma Veilig Thuis
Beoogd maatschappelijk effect: Het gevoel van veiligheid in het persoonlijke leven is vergroot Veilig Thuis Zeeland is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Vanuit deze rol levert Veilig Thuis een bijdrage aan het doorbreken van onveilige situaties en het stoppen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Veilig Thuis geeft daarbij advies, biedt ondersteuning en doet onderzoek. De organisatie kent twee teams; het Advies- en Meldingen Team (AMT) en het Ondersteuning- en Onderzoek Team (OOT). Samen voeren zij, op basis van het handelingsprotocol, de taken uit, waaronder de radar- en monitoringsfunctie. Met ingang van 1 januari 2019 is de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling verbeterd. Door deze verbetering heeft Veilig Thuis een radarfunctie verkregen waardoor Veilig Thuis in staat is gesteld signalen uit verschillende sectoren te combineren. Het doel is dat er eerder en vaker wordt gemeld. De instroom bij Veilig Thuis Zeeland kende vervolgens in 2019 een verhoging van 70% ten opzichte van 2017. Eind 2019 is de stijging van het aantal meldingen en adviesaanvragen afgevlakt en in de jaren erna stabiel gebleven. De complexiteit van casussen is wel gestegen. De afgelopen jaren hebben in het teken gestaan van de opbouw van Veilig Thuis Zeeland en de verdere ontwikkeling van de samenwerking met de lokale toegang bij 14
gemeenten, met andere lokale ketenpartners en met de zorg- en strafketen. Voor de komende jaren verwachten wij de volgende ontwikkelingen en uitdagingen die van belang zijn voor Veilig Thuis Zeeland: • • •
•
De ambities zijn groot en er is blijvende landelijke aandacht voor het thema huiselijk geweld en kindermishandeling, dit resulteert in ambitieuze kwaliteitsagenda’s; Gemeenten willen dat Veilig Thuis Zeeland zowel op provinciaal en regionaal niveau functioneert als op lokaal niveau de verbinding maakt met de lokale keten; De samenwerking binnen de zorg- en strafketen krijgt steeds meer vorm; Binnen Zeeland zijn diverse ontwikkelingen gaande wat betreft het verkorten en efficiënter inrichten van de keten, zoals het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, de bijbehorende proeftuin Vaart in Veiligheid, de doorbraakmethode, MDA++, actieoverleg, JBT en het thema ouderenmishandeling et cetera; Er is sprake van krapte op de arbeidsmarkt, zeker in de regio Zeeland.
In 2014 hebben de Zeeuwse gemeenten besloten de uitvoering van de taken van Veilig Thuis Zeeland neer te leggen bij de gemeenschappelijke regeling (GR) Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland. De verantwoordelijkheid voor adequate financiering is daardoor een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeenten en de centrumgemeente. Een deel van de middelen wordt beschikbaar gesteld vanuit de Decentralisatie Uitkering Vrouwenopvang (DuVo) die gemeente Vlissingen ontvangt voor de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Daarnaast wordt Veilig Thuis Zeeland gefinancierd vanuit alle Zeeuwse gemeenten middels het Macrobudget Jeugd. In 2021 heeft Veilig Thuis Zeeland voor twee jaar de extra benodigde inzet kunnen financieren uit rijksgelden voor de versterking van Veilig Thuis Zeeland via de centrumgemeente Vlissingen. Voor 2023 en verder zal deze inzet nodig blijven mits het aantal adviesaanvragen en meldingen gelijk blijft. Wettelijk kader Het inrichten van een advies- en meldpunt, inclusief het uitvoeren van de bij de meldingen behorende beoordelings- en onderzoeksfunctie voor huiselijk geweld en kindermishandeling zoals vastgelegd in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Art. 4) en de Jeugdwet (Art. 7)
Hoofddoel Inwoners bevinden zich in een veilige thuissituatie.
Subdoel 1.1 Inwoners en professionals met zorgen over huiselijk geweld en kindermishandeling vinden de juiste hulp (via een meldpunt Veilig Thuis; WMO-hoofdstuk 4). 1.2 (acute) veiligheid bieden en toe leiden naar de noodzakelijke zorg. 1.3 Er is voldoende kennis aanwezig over het herkennen en signaleren van situaties van huiselijk geweld en kindermishandeling (inclusief specifieke doelgroepen) bij ketenpartners.
15
Indicatoren • Het aantal meldingen en adviezen (bij specifieke doelgroepen) bij Veilig Thuis. • Het percentage van de meldingen die binnen de wettelijke termijn op veiligheid zijn beoordeeld (doorlooptijd). • Het aantal bemoeienissen of vervolgdiensten (voorwaarden en vervolg en onderzoeken) van Veilig Thuis. • De gemiddelde wachtlijst bij het team Advies en Meldingen en het team Onderzoek en ondersteuning. • Het aantal voorlichtingen dat Veilig Thuis gaf aan ketenpartners.
Wat mag het kosten: Programma(lijnen) Veilig Thuis
2023 (P) 1.149.534
2024 (P)
2025 (P)
2026 (P)
Kosten
2.877.516
1.149.534 2.877.516
1.149.534 2.877.516
1.149.534 2.877.516
Opbrengsten
-1.727.982
-1.727.982
-1.727.982
-1.727.982
Eindtotaal
1.149.534
1.149.534
1.149.534
1.149.534
1.1.3
Programma Inkoop Jeugdhulp Zeeland
Algemeen De Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (Inkooporganisatie) voert sinds 1 januari 2015 namens de dertien Zeeuwse gemeenten taken uit op het gebied van de inkoop van jeugdhulp (inclusief Jeugdbescherming en Jeugdreclassering). Per 1 januari 2020 valt de Wet verplichte Geestelijke Gezondheidszorg hier ook onder. De Inkooporganisatie heeft geen eigen juridische status; zij werkt op de juridische titel van de GGD, en heeft hierin een eigenstandige verantwoordelijkheid. In 2018 zijn door verschillende ketenpartners (de Zeeuwse gemeenten, de Inkooporganisatie en de jeugdhulpaanbieders) maatschappelijke resultaten Jeugdhulp geformuleerd voor de periode 2019 tot en met 2022. Deze maatschappelijke resultaten zijn samengevat in een Transformatieagenda. Het bereiken van deze resultaten is de verantwoordelijkheid van de gemeenten. De Inkooporganisatie ondersteunt dit beleid met haar Inkoopstrategie 2020. Deze strategie vormde de basis voor de aanbesteding van Jeugdhulp voor de contractperiode 2020-2023. De Inkoopstrategie is onder andere gericht op het ontwikkelen van effectieve (regionale) zorgketens. Door de nieuwe manier van inkopen en samenwerken in de jeugdhulpketen wordt gefocust op de drie-eenheid; (i) de beschikbaarheid, (ii) de kwaliteit en (iii) de kosten van Jeugdhulp.
De Inkooporganisatie levert een bijdrage aan het realiseren van de maatschappelijke resultaten zoals genoemd in de Transformatieagenda, maar de gemeenten blijven zelf verantwoordelijk voor het beleid. Daarom zijn de maatschappelijke resultaten uit de genoemde agenda hieronder niet uitgewerkt. Van resultaten naar doelen naar activiteiten De Inkooporganisatie is een uitvoeringsorganisatie. Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten waarvoor de Inkooporganisatie verantwoordelijk is. Deze zijn uitgewerkt via ‘doelenbomen’, waarin wordt getoond wat de Inkooporganisatie gaat uitvoeren en wat het gewenste resultaat is. In de huidige contractperiode (2020 – 2023) ligt de focus op resultaat- en kwaliteitssturing. Het gaat hierbij met name om jeugdinhoudelijke resultaten. De sturing wordt mogelijk gemaakt door gebruik te maken van het digitale berichtenverkeer, uniforme administratieve en financiële afspraken (protocol bedrijfsvoering), een gedragen inkoopstrategie (voor 2020 en verder) en concrete inkoop-/kwaliteitskaders. In de volgende tabel is een weergave te zien van de beoogde resultaten voor de langere termijn. De doelen dragen bij aan het realiseren van deze resultaten en zijn ingericht op de korte termijn. In de kolom met activiteiten staan activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de doelen. Deze werkzaamheden voert de Inkooporganisatie doorlopend uit.
De invulling van de activiteiten wordt bepaald door de situatie en omstandigheden op het moment van uitvoering. De opgenomen lijst is een beknopte weergave. De activiteiten worden waar nodig bijgesteld en of aangepast. Financieel Het uitvoeren van de beschreven activiteiten leidt tot realisatie van de doelen en daardoor worden de resultaten gehaald. De Inkooporganisatie heeft hiervoor financiële middelen nodig. De verwachte kosten zijn hierna opgenomen inclusief een toelichting. Hieronder staat eerst een overzicht met de begrote lasten voor
16
2023. Daarna volgen specificaties en een meerjarenraming per onderdeel (jeugdhulp, uitvoeringskosten IJZ en taskforce jeugd).
Begroting 2023 - lasten Gemeente
Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ) Jeugdhulp
Borsele Goes Kapelle Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Tholen Middelburg Veere Vlissingen Hulst Sluis Terneuzen
Totaal
Uitvoeringskosten
TOTAAL
Taskforce jeugd
6.850.709 13.053.852 4.109.498 1.426.491 7.348.245 7.835.281 6.178.121 19.628.121 4.339.977 16.329.582 7.600.081 5.961.130 19.187.246
81.155 141.697 38.632 32.001 86.921 106.813 107.534 230.780 56.938 183.500 92.831 66.164 216.510
17.305 30.215 8.238 6.824 18.535 22.777 22.930 49.211 12.141 39.129 19.795 14.109 46.168
6.949.169 13.225.765 4.156.367 1.465.315 7.453.700 7.964.871 6.308.585 19.908.112 4.409.056 16.552.211 7.712.707 6.041.403 19.449.924
119.848.333
1.441.477
307.376
121.597.186
Programmalijn Jeugdhulp (zorg in natura) - Lasten De grootste post (zorg in natura - individueel) is gebaseerd op de voorlopige lasten voor 2021 die zijn gerapporteerd in de Monitor Jeugdhulp van 18 februari 2022 (vóór accountantscontrole). De andere posten zijn zoveel mogelijk gebaseerd op bestaande overeenkomsten. De totale begroting voor jeugdhulp voor 2023 bedraagt daarmee ongeveer € 119,8 miljoen.
Specificatie jeugdhulp 2023 - lasten Onderwerp
Begroting 2023
Zorg in natura - individueel Crisishulp jeugd Jeugdzorg Plus Persoonlijke verzorging Onderwijs-zorgarrangement Tholen Penvoerderschap Pleegoudersupport Perceel 5 en 7 Praktijkondersteuning huisartsen Walcheren Kind in scheiding Zeeland Omzetgarantie JB West
111.813.735 3.187.249 3.176.100 298.635 108.483 23.108 66.755 275.603 51.391 333.775 513.500
Totaal
119.848.333
In de programmabegroting 2022-2025, bijgewerkt tot en met de derde begrotingswijziging die door het AB is vastgesteld op 17 december 2021, was voor 2023 € 114,3 miljoen geraamd. Deze stijging dwingt ons de verwachtingen voor 2023 en verder bij te stellen met € 5,5 miljoen per jaar. Op de jaren 2023 en verder zijn de te verwachten prijsindexaties toegepast.
17
Op 1 januari 2022 is het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet veranderd. In de nieuwe definitie ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (BRP). Deze definitie is van toepassing voor jeugdhulp zonder verblijf. Bij jeugdhulp met verblijf is de woonplaats: de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaande aan zijn verblijf zijn woonadres had in de zin van de Wet basisregistratie personen. De gemeente waar de jeugdige vandaan komt, blijft dus verantwoordelijk voor de jeugdige en voor de kosten van de jeugdhulp voor deze jeugdige. De wijziging van het woonplaatsbeginsel heeft per 1 januari 2022 geleid tot een wijziging van de verantwoordelijke gemeente en daarmee ook voor de geldstromen. Omdat niet valt te voorspellen hoe de financiële gevolgen zich zullen ontwikkelen en er ook niet op kan worden gemonitord, zijn de gevolgen van de wijziging van het woonplaatsbeginsel niet in deze meerjarenbegroting meegenomen.
Lasten jeugdhulp Gemeente
Borsele Goes Kapelle Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Tholen Middelburg Veere Vlissingen Hulst Sluis Terneuzen
Totaal
2023
2024
2025
2026
6.850.709 13.053.852 4.109.498 1.426.491 7.348.245 7.835.281 6.178.121 19.628.121 4.339.977 16.329.582 7.600.081 5.961.130 19.187.246
6.850.709 13.053.852 4.109.498 1.426.491 7.348.245 7.835.281 6.178.121 19.628.121 4.339.977 16.329.582 7.600.081 5.961.130 19.187.246
6.850.709 13.053.852 4.109.498 1.426.491 7.348.245 7.835.281 6.178.121 19.628.121 4.339.977 16.329.582 7.600.081 5.961.130 19.187.246
6.850.709 13.053.852 4.109.498 1.426.491 7.348.245 7.835.281 6.178.121 19.628.121 4.339.977 16.329.582 7.600.081 5.961.130 19.187.246
119.848.333
119.848.333
119.848.333
119.848.333
Het financiële verschil tussen de begrote kosten en de werkelijke kosten wordt in het jaar volgend op het verslagjaar afgewikkeld. Uiteindelijk wordt dus afgerekend op basis van werkelijke uitgaven. De werkelijke kosten zijn door de aanpassing niet langer noodzakelijk voor het opmaken van de jaarverantwoordingen van de Zeeuwse gemeenten en daarmee kan het moment van opleveren van deze verantwoordingen eerder plaatsvinden. In de jaarverantwoording van de gemeenschappelijke regeling (GR) Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland worden wel de werkelijke kosten verantwoord. Deze komt ter beschikbaar op 1 juni of zoveel eerder als mogelijk. Per 2020 is deze aanpassing effectief.
Programmalijn Uitvoeringskosten IJZ - Lasten De personele lasten en softwarekosten zijn structureel naar boven bijgesteld op basis van het plan ‘Van pionieren naar professionaliseren’ via de eerste begrotingswijziging 2021, zoals vastgesteld door het AB van 9 juli 2021. Op de jaren 2023 en verder zijn de te verwachten prijsindexaties toegepast. Verder zijn er geen mutaties in deze kostenpost. In paragraaf 1.1.4 is informatie opgenomen over overhead en kostentoerekening. In de totale lasten voor uitvoeringskosten is € 489.118 opgenomen voor overhead. In paragraaf 2.1.1 Totaaloverzicht van lasten en baten zijn de uitvoeringskosten IJZ daarom gesplitst opgenomen: € 952.359 kosten uitvoeringsorganisatie en € 489.118 is onderdeel van de (geconsolideerde) overhead, samen € 1.441.477.
18
Lasten uitvoeringskosten IJZ Gemeente
Borsele Goes Kapelle Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Tholen Middelburg Veere Vlissingen Hulst Sluis Terneuzen
Totaal
2023
2024
2025
2026
81.155 141.697 38.632 32.001 86.921 106.813 107.534 230.780 56.938 183.500 92.831 66.164 216.510
81.155 141.697 38.632 32.001 86.921 106.813 107.534 230.780 56.938 183.500 92.831 66.164 216.510
81.155 141.697 38.632 32.001 86.921 106.813 107.534 230.780 56.938 183.500 92.831 66.164 216.510
81.155 141.697 38.632 32.001 86.921 106.813 107.534 230.780 56.938 183.500 92.831 66.164 216.510
1.441.477
1.441.477
1.441.477
1.441.477
Programmalijn Taskforce jeugd – Lasten Specificatie Taskforce jeugd - lasten Onderwerp
2023
2024
2025
2026
Personele lasten Softwarekosten
203.135 104.241
203.135 104.241
203.135 104.241
203.135 104.241
Totaal
307.376
307.376
307.376
307.376
Door de Inkooporganisatie wordt het beschikbaar gestelde budget voor de TaskForce Jeugd en de bijdrage vanuit het landelijke Transformatiefonds beheerd. Omdat de Inkooporganisatie optreedt als beheerder van deze gelden, zijn deze bedragen hier opgenomen. Lasten Taskforce jeugd Gemeente
Borsele Goes Kapelle Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Tholen Middelburg Veere Vlissingen Hulst Sluis Terneuzen
Totaal
2023
2024
2025
2026
17.305 30.215 8.238 6.824 18.535 22.777 22.930 49.211 12.141 39.129 19.795 14.109 46.168
17.305 30.215 8.238 6.824 18.535 22.777 22.930 49.211 12.141 39.129 19.795 14.109 46.168
17.305 30.215 8.238 6.824 18.535 22.777 22.930 49.211 12.141 39.129 19.795 14.109 46.168
17.305 30.215 8.238 6.824 18.535 22.777 22.930 49.211 12.141 39.129 19.795 14.109 46.168
307.376
307.376
307.376
307.376
19
Lasten en baten totaaloverzicht Lasten en baten totaal Onderwerp
2023
2024
2025
2026
Jeugdhulp Uitvoeringskosten IJZ Taskforce jeugd
119.848.333 1.441.477 307.376
119.848.333 1.441.477 307.376
119.848.333 1.441.477 307.376
119.848.333 1.441.477 307.376
Totaal lasten
121.597.186
121.597.186
121.597.186
121.597.186
Bijdragen gemeenten
121.597.186
121.597.186
121.597.186
121.597.186
Totaal baten Totaal saldo
121.597.186 0
121.597.186 0
121.597.186 0
121.597.186 0
De Inkooporganisatie factureert zelfstandig de hiervoor genoemde bijdragen. Dit omdat in het verleden is afgesproken dat de geldstromen van de Inkooporganisatie gescheiden blijven van andere geldstromen bij de GGD. De werkelijke kosten worden toegerekend aan de gemeente die de kosten heeft gemaakt. Als dat niet mogelijk is wordt de algemene verdeelsleutel gebruikt. Die algemene verdeelsleutel wordt ook gebruikt voor een deel van de begroting. Voor de percentages van de algemene verdeelsleutel wordt het gemiddelde van de macrobudgetten Jeugd 2015 - 2018 gebruikt.
1.1.4
Overhead en kostentoerekening
Om het Algemeen Bestuur meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie, wordt voorgeschreven (BBV-artikel 8, eerste lid, onderdeel c) dat in het programmaplan een apart overzicht moet worden opgenomen van de kosten van de overhead. De overhead wordt centraal begroot en verantwoord op het Overzicht Overhead via Taakveld 0.4 Overhead. De (BBV) definitie van overhead luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Juli 2016 heeft de Commissie BBV de ‘Notitie Overhead’ gepresenteerd. Deze notitie geeft een overzicht van de regelgeving inzake de overhead en geeft op een aantal punten een nadere toelichting, omdat de toepassing van de definitie in de praktijk tot vragen leidde. Overhead bestaat op hoofdlijnen in elk geval uit: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.
Hiërarchisch leidinggevenden primair proces Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie P&O/HRM Inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement) Communicatie Juridische zaken Bestuurszaken en Bestuur ondersteuning Informatievoorziening en automatisering (ICT) Facilitaire zaken en Huisvesting Documentaire Informatie Voorziening (DIV) Managementondersteuning primair proces
We hebben het toepassen van de BBV-richtlijnen in de begroting 2022 verbeterd. Dit betekent dat de overhead niet langer onderdeel uitmaakt van de kosten binnen de twee programma’s die deze begroting kent. Naast de verplichting om de kosten voor overhead afzonderlijk te presenteren in een daartoe bestemd programma kan de oude kostenverdeling niet meer worden toegepast door de ontwikkelingen binnen de organisatie, waarbij onder andere afdelingen zijn opgeheven. Dit heeft geleid tot verschuivingen die de vergelijking op detailniveau met eerdere jaren bemoeilijkt. In deze begroting zijn op grond van BBV regelgeving (Notitie Overhead en Handreiking BBV) de huisvestingskosten van de CB locaties, als huisvesting behorend tot een specifiek uitvoerende taak, verantwoord op het 20
primaire proces. Het planbureau wordt nu verantwoord in het primair proces (registreren en afhandelen klantcontact/voorlichten en informeren klanten). De kostenplaats GVB met onder andere de manager GVB wordt verantwoord onder Overhead. De kosten van Overhead zijn geconsolideerd weergegeven in de tabellen in hoofdstuk 2, Financiële begroting en meerjarenraming. Gesplitst voor GGD en IJZ levert dit het volgende beeld op: Programma(lijnen) Overhead GGD
2023 (P)
2024 (P)
2025 (P)
2026 (P)
6.193.352
6.247.472
6.253.555
6.195.587
Kosten
6.376.978
6.431.098
6.437.181
6.379.213
Opbrengsten
-183.626
-183.626
-183.626
-183.626
Overhead IJZ
-
-
-
-
489.118
489.118
489.118
489.118
Kosten Opbrengsten
-489.118
-489.118
-489.118
-489.118
Eindtotaal GGD+IJZ
6.193.352
6.247.472
6.253.555
6.195.587
21
1.1.5
Algemene dekkingsmiddelen
Standenregister gemeentelijke bijdrage
GGD structureel
GGD incidenteel
GGD totaal
Begrotingsjaar 2022 Programmabegroting 2022-2025 Programmabegroting 2022-2025 (incl. toezicht WMO + MBO ziekteverzuim)
16.649.541
Programmabegroting 2022-2025 meerkosten t.o.v VZG richtlijn
371.669
371.669
371.669
17.021.210
300.000
300.000
16.649.541
671.669
17.321.210
16.649.541 Begrotingswijziging 2022 nr. 4 tijdelijke hulpstructuur Totaal begrotingsjaar 2022 eindsaldo
16.649.541
Begrotingsjaar 2023 Totaal begrotingsjaar 2023 beginsaldo
16.649.541
-
16.649.541
Programmabegroting 2023-2026 VZG index + 2,7%
449.538
-
449.538
Programmabegroting 2023-2026 meerkosten t.o.v. VZG richtlijn
513.973
-
513.973
Programmabegroting 2023-2026 inkomsten derving MRU bus TBC
105.645
-
105.645
17.718.697
-
17.718.697
Totaal begrotingsjaar 2023
22
Gemeentelijke bijdrage per gemeente
Gemeentelijke bijdragen GGD+IJZ
Bijdrage 2023 (P) 7.1 Volksgezondheid (WPG collectief)
Bijdrage 2023 (P) 7.1 Volksgezondheid (BDU JGZ,RVP)
Bijdrage 2023 (P) 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
Bijdrage 2023 (P) 6.2 Wijkteams (Veilig Thuis)
Bijdrage 2023 (P) toezicht WMO 6.6 Maatwerkvoorzieningen
Bijdrage 2023 (P) MBO ziekteverzuim 4.3 Onderwijsbeleid en leerling zaken
Totaal bijdrage 2023 (P) GGD
Borsele
455.932
516.459
26.945
91.381
1.784
4.426
1.096.928
Goes
771.156
772.757
45.574
156.704
3.018
6.623
1.755.832
Hulst
550.983
496.058
32.562
102.437
2.156
4.251
1.188.448
Kapelle
257.398
305.716
15.212
44.821
1.007
2.620
626.775
Middelburg
978.362
1.058.172
57.819
250.797
3.829
9.069
2.358.047
NoordBeveland
151.478
120.623
8.952
34.200
593
1.034
316.879
Reimerswaal
457.491
612.819
27.037
99.191
1.790
5.252
1.203.579
SchouwenDuiveland
680.661
640.350
40.226
119.403
2.664
5.488
1.488.791
Sluis
462.886
393.658
27.356
73.896
1.811
3.374
962.980
1.088.239
1.027.867
64.313
236.064
4.259
8.809
2.429.551
Tholen
521.211
627.674
30.802
119.833
2.040
5.379
1.306.939
Veere
438.648
447.730
25.923
65.998
1.717
3.837
983.853
Vlissingen
886.328
850.994
52.380
199.628
3.469
7.293
2.000.092
7.700.773
7.870.876
455.100
1.594.353
30.137
67.457
17.718.696
Terneuzen
Totaal
23
Onderdeel WPG Gem projecten Verwijsindex BDU uniform Rijksvaccinatieprogramma (AB 14-12-18) BDU maatwerk Toezicht WMO MBO ziekteverzuim Tijdelijke hulpconstructie (incidenteel) Veilig thuis Veilig thuis radarfunctie (AB 14-12-18) Veilig thuis (AB 20-12-19)
Taakveld: 7.1 Volksgezondheid (WPG collectief) 7.1 Volksgezondheid (WPG collectief) 7.1 Volksgezondheid (WPG collectief) 7.1 Volksgezondheid (BDU JGZ, RVP) 7.1 Volksgezondheid (BDU JGZ, RVP) 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.6 Maatwerkvoorzieningen 4.3 Onderwijsbeleid en leerling zaken 0.4 Overhead 6.2 Wijkteams 6.2 Wijkteams 6.2 Wijkteams
Verdeelsleutel: inwoner inwoner inwoner 0-19 jr. 0-19 jr. inwoner inwoner 0-19 jr. inwoner macro 0-19 jr. macro
De volgende verdeelsleutels worden gehanteerd (bron: waarstaatjegemeente.nl d.d. 11-02-2022):
gem macrobudget 2015 t/m 2018 % 5,63% 9,83% 6,44% 2,68% 16,01%
Zeeland: Borsele Zeeland: Goes Zeeland: Hulst Zeeland: Kapelle Zeeland: Middelburg
inwoner inwoner % leeftijd 0-19 jaar 0-19 jaar % 22.818 5,92% 5.215 6,56% 38.594 10,01% 7.803 9,82% 27.575 7,15% 5.009 6,30% 12.882 3,34% 3.087 3,88% 48.964 12,70% 10.685 13,44%
Zeeland: Noord-Beveland Zeeland: Reimerswaal
7.581 22.896
1,97% 5,94%
1.218 6.188
1,53% 7,79%
2,22% 6,03%
Zeeland: Schouwen-Duiveland Zeeland: Sluis
34.065 23.166
8,84% 6,01%
6.466 3.975
8,14% 5,00%
7,41% 4,59%
24
Zeeland: Terneuzen 54.463 Zeeland: Tholen 26.085 Zeeland: Veere 21.953 Zeeland: Vlissingen 44.358 Totaal (Programmabegroting 2023-2026) 385.400 Totaal (Programmabegroting 2022-2025)
1.1.6
383.488
14,13% 6,77% 5,70% 11,51% 100,00%
10.379 6.338 4.521 8.593 79.477
13,06% 7,97% 5,69% 10,81% 100,00%
15,02% 7,46% 3,95% 12,73% 100,00%
100,00%
80.200
100,00%
100,00%
Onvoorzien
De post onvoorzien bedraagt jaarlijks € 15.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven.
25
1.2
DE PARAGRAFEN
1.2.1
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
Afschrijvingstermijnen en vervanging GGD Zeeland houdt bij aanschaf van kapitaalgoederen rekening met het eventueel vervangen van de kapitaalgoederen op termijn (vervangingsschema), zodat dit bij vervanging (over het algemeen) niet leidt tot hogere, onvoorziene lasten. De kapitaalgoederen worden lineair afgeschreven. De afschrijvingstermijnen zijn vermeld in de financiële verordening. Er zijn geen wijzigingen gepland. Het is moeilijk om vooraf exact de technische levensduur van een object of artikel te voorspellen en vast te leggen, zeker wanneer dit een langere periode dan 10 jaar bedraagt. Wanneer er aan een object/artikel na verloop van tijd dusdanige correctieve werkzaamheden moeten worden uitgevoerd die niet meer in verhouding staan tot de restwaarde van het object/artikel moet er op worden geanticipeerd om het object vroegtijdig af te stoten en te vervangen. Omgekeerd kan het echter ook voorkomen dat er een object vervangen zou moeten worden terwijl de maximale technische levensduur nog niet is bereikt en het object zonder noemenswaardige problemen functioneert. In deze situatie kan de vervanging worden uitgesteld en vooruit worden geschoven. Onderhoud gebouw Westwal Goes Van het gebouw aan de Westwal in Goes heeft de GGD het juridisch eigendom. De Stichting GGE heeft het economisch eigendom.
De GGE is verantwoordelijk voor het onderhoud en heeft in verband hiermee een bestemmingsreserve onderhoud gevormd. De aankomende jaren zal, op basis van de criteria onuitstelbaar en onontkoombaar, geïnvesteerd worden in het gebouw Westwal Goes.
1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering De paragraaf Bedrijfsvoering geeft inzicht in de ontwikkelingen rond de bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma’s te realiseren. Het betreft beleidsmatige (primaire) processen, ondersteunende (secundaire) processen en de sturing en beheersing ervan. Visie en kernwaarden Onze visie, ‘Een leven lang meedoen’, sluit aan op de missie (waar we als organisatie voor staan en willen gaan): ‘Samen werken aan een gezonder en veiliger leven in Zeeland.’ Zeeuwen die een leven lang meedoen; dat is onze ambitie. Om die waar te kunnen maken, hebben we vier kernwaarden voor de organisatie als geheel én voor de mensen die er werken. We zijn:
Deskundig
doeltreffend
actief
samen
Organisatie Het werken met zelforganiserende teams blijkt wisselend in succes. In 2022 wordt deze organisatievorm met het inzetten van een tijdelijke hulpstructuur, waarbij een transitiemanager en een viertal teamregisseurs worden ingezet, geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. De eindevaluatie van de tijdelijke hulpstructuur vindt medio 2022 plaats; op dat moment zal de impact voor 2023 en volgende jaren worden beoordeeld. De inzet blijft dat de professionals zoveel mogelijk 'lokaal' de aansluiting zoeken met ketenpartners en preventief werken. Uiteindelijk doel is om de organisatie blijvend in control te houden zodat doelmatigheid en rechtmatigheid een vanzelfsprekend geheel vormen binnen de gehele organisatie.
26
Daarnaast dient de organisatie wendbaar te blijven; medewerkers moeten flexibel kunnen worden ingezet op basis van hun kwaliteiten en talenten. Ten tijde van de COVID-19 crisis hebben medewerkers deze flexibiliteit in de praktijk bewezen. Door samenwerking binnen en tussen teams ontstaan mogelijkheden om de deskundigheid verder te doen toenemen. Speerpunten bedrijfsvoering vanaf 2022 Vanaf 2022 gaan we verder met de maatregelen om doorontwikkeling van bedrijfsvoering mogelijk te maken en beter in control te komen, met als doel bedrijfsvoering GGD breed te verbeteren. Hierbij staan effectiviteit, efficiency én voorspelbaarheid centraal. Onze aandacht gaat daarbij nadrukkelijk uit naar een goede balans tussen (hoeveelheid) taken van de GGD en de beschikbare middelen (waaronder menskracht en financiële middelen) om aan de opdracht van onze gemeenten te voldoen. Dit is hét zorgpunt voor de gehele komende (meerjarige) beleidsperiode. Op basis daarvan hebben wij voor de aankomende periode de volgende speerpunten centraal staan: -
duurzame inzetbaarheid van medewerkers; blijvende aandacht voor de P&C cyclus inclusief afstemming hiervan op de behoeften van de interne en externe partners (gemeenten, w.o. de gemeenteraden).
Inhuur derden Er wordt alleen van de diensten van derden gebruikgemaakt als dit strikt noodzakelijk is en reguliere vacatures niet kunnen worden ingevuld. De post inhuur derden wordt daarmee zo veel mogelijk benut voor onontkoombare situaties. Inhuur vindt plaats voor werkzaamheden met betrekking tot aanvullende diensten, projecten, Meld en Actiepunt Bemoeizorg en voor de Verwijsindex. Strategische Personeelsplanning en Duurzame Inzetbaarheid Ons personeel is ons belangrijkste kapitaal: door strategische personeelsplanning (SPP) willen we anticiperen op de opbouw van het personeelsbestand en structurele tekorten in bepaalde functies, waaronder artsen, oplossen. In 2020 is gestart met strategische personeelsplanning door aan te sluiten bij het Deltaplan, waarin zorg- en welzijnsorganisaties samenwerken aan behoud en toestroom van personeel in deze sector. We nemen deel aan gezamenlijk uitstroomonderzoek, regionale activiteiten voor vitale medewerkers en zoeken de samenwerking op het terrein van arbeidsmarktcommunicatie. Vanaf 2022 gaan we hiermee verder in dezelfde lijn, zodat we als organisatie beter kunnen anticiperen en reageren op veranderingen in de vraag naar arbeid en aansluiten bij regionale oplossingen. Doel hiervan is zodanig georganiseerd te zijn dat de taken uitgevoerd kunnen blijven worden die nodig zijn om de doelstellingen van GGD Zeeland te behalen.
Vitale medewerkers Aangezien we als organisatie streven naar vitale medewerkers en het behoud van medewerkers, blijft regie op duurzame inzetbaarheid, vitaliteit en gezondheid van medewerkers één van de speerpunten voor de komende jaren. In 2020 en 2021 heeft de langdurige COVID-19 crisis zijn weerslag gehad op ons personeel. Het effect van corona en het vele thuiswerken op ziekteverzuim en arbeidsbelasting houden we nauwlettend in de gaten. Doorontwikkeling informatievoorziening De snelheid van de technologische veranderingen is hoog. Als gevolg van deze digitale transformatie neemt het belang van betrouwbare en actuele informatievoorziening toe. Ondersteunend daaraan is een effectieve organisatie van de informatievoorziening. In de aankomende jaren willen we daarom investeren in een verbeterde management informatievoorziening en een adequate ondersteuning bij het gebruik hiervan. Daarbij is informatiebeveiliging cruciaal. Daarom zal in de aankomende periode veel aandacht zijn voor een drietal onderdelen: 1. de organisatie van informatieveiligheid en privacy, 2. de gedragsmatige- en 3. de technische invalshoek van informatieveiligheid en privacy. Samenwerking bedrijfsvoering Het onderzoek naar samenwerking tussen de RUD GGD en VRZ heeft inzicht gebracht op welke thema’s samenwerking mogelijk is.
In 2022 zal per thema verder uitgewerkt worden hoe samenwerking verder vorm en inhoud gegeven kan worden inclusief de gevolgen daarvan.
27
Rechtmatigheidsverantwoording vanaf 1 januari 2022 Naar verwachting zal vanaf het boekjaar 2022 ook het Dagelijks Bestuur van gemeenschappelijke regelingen, naast de colleges van gemeenten, een rechtmatigheidsverantwoording moeten afgeven. Tijdens het opstellen van de begroting 2023 heeft de parlementaire behandeling van de wet nog niet plaatsgevonden. Een rechtmatigheidsverantwoording is een verantwoording van het Dagelijks Bestuur (DB) aan het Algemeen Bestuur (AB), waarin ze aangeeft dat de organisatie rechtmatig heeft gehandeld. Rechtmatig handelen is handelen conform/voldoen aan wet- en regelgeving. Het gaat hierbij om financiële rechtmatigheid. De accountant gaf tot en met 2021 een verklaring af over getrouw beeld en financiële rechtmatigheid. Dat laatste komt nu bij DB te liggen. De accountant geeft vanaf 2022 een verklaring af over het getrouw beeld inclusief getrouw beeld van de bestuursverantwoording. Hierbij wordt meer gesteund op de verbijzonderde interne controle. Het jaar 2021 is benut om de organisatie en interne beheersing zodanig in te richten dat het afgeven van deze verantwoording door het Dagelijks Bestuur mogelijk is. Bij de voorbereiding wordt samengewerkt met de Zeeuwse gemeenten en andere gemeenschappelijke regelingen.
Doelmatigheid In deze meerjarencyclus (2023 t/m 2026) wordt een doelmatigheidsonderzoek uitgevoerd door controllers van Zeeuwse gemeenten.
1.2.3 Paragraaf Financiering De paragraaf financiering is samen met het treasurystatuut voorgeschreven in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido, 2001). De treasuryfunctie heeft tot doel tegen gunstige condities en tegen zo laag mogelijke kosten te voorzien in de benodigde financieringsmiddelen en daarbij risico’s zoveel mogelijk uit te sluiten en te beperken. In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm). In de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) zijn kaders opgenomen ter beperking van de risico’s. De Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF, 2013) bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van gemeenschappelijke regelingen niet hoger mag zijn dan 8,2% van het begrotingstotaal.