CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

E13SignificantEindrapportage onderzoek Zeeland en het gemeentefonds

Commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken 29 maart 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Ingekomen stukken21.222 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Jeugd HVE (nieuwe volume): In het cluster jeugd hebben elf van de dertien Zeeuwse gemeenten een positief financieel effect als gevolg van de voorgestelde verdeling. Alleen de gemeenten Veere (€ - 0,4 miljoen) en Noord-Beveland (€ -0,4 miljoen) aan er op achteruit. In totaal is het financiële effect voor Zeeland € 10,1 miljoen. HVE (huidig volume): Ongeveer een helft van de mutatie wordt veroorzaakt door een gunstige ontwikkeling in de budgetaandelen (€ 4,7 miljoen). In negen van de dertien Zeeuwse gemeenten stijgt het budgetaandeel. Dit leidt tot budgetmutaties van € 0,15 miljoen (Kapelle), tot € 1,3 miljoen (Vlissingen). Verandering clustertotaal: Door de veranderingen in het clustertotaal stijgt het budget in Zeeland met € 5,4 miljoen (tabel 6). Dit komt door een stijging van het clustertotaal van € 3,6 miljard naar € 3,8 miljard.

Tabel 4: totale budgetmutatie per cluster sociaal domein (HVE nieuw volume)

Totaal sociaal Gemeente

Basisvoorzieningen

Participatie

Wmo

Jeugd

domein

Borsele

€ 6.504

-€ 280.162

-€ 1.750.355

€ 676.898

-€ 1.347.116

Goes

-€ 682.174

-€ 1.086.549

-€ 2.808.905

€ 1.388.144

-€ 3.189.484

Hulst

-€ 306.123

-€ 789.056

-€ 1.916.469

€ 1.057.967

-€ 1.953.681

Kapelle

€ 124.200

-€ 122.168

-€ 813.451

€ 290.563

-€ 520.857

Middelburg (z.)

-€ 1.147.611

-€ 1.879.790

-€ 2.501.028

€ 1.899.843

-€ 3.628.586

Terneuzen

-€ 1.221.691

-€ 1.861.786

-€ 3.108.544

€ 465.697

-€ 5.726.324

Tholen

€ 82.559

€ 48.296

-€ 2.278.559

€ 102.648

-€ 2.045.057

Veere

€ 520.841

-€ 221.558

-€ 1.692.123

-€ 446.995

-€ 1.839.836

Vlissingen

-€ 2.092.733

-€ 1.924.177

-€ 2.639.667

€ 2.157.273

-€ 4.499.304

Reimerswaal

-€ 23.192

-€ 284.119

-€ 1.594.371

€ 1.168.702

-€ 732.981

Sluis

€ 214.883

-€ 600.956

-€ 1.429.955

€ 978.049

-€ 837.979

Schouwen-Duiveland

-€ 173.184

-€ 587.980

-€ 2.559.294

€ 740.846

-€ 2.579.612

Noord-Beveland

€ 213.334

-€ 77.828

-€ 752.452

-€ 373.803

-€ 990.750

Zeeland

-€ 4.484.389

-€ 9.667.834

-€ 25.845.175

€ 10.105.832

-€ 29.891.566

26

Tabel 5: Budgetmutatie per cluster als gevolg van verschuiving van de budgetaandelen (HVE huidig volume)

Gemeente

Basisvoorzieningen

Participatie

Wmo

Jeugd

Totaal sociaal domein

Borsele

€ 242.543

-€ 211.076

-€ 689.479

€ 384.989

-€ 273.023

Goes

-€ 211.080

-€ 871.711

-€ 66.572

€ 821.811

-€ 327.553

Hulst

-€ 10.905

-€ 698.631

-€ 68.105

€ 688.626

-€ 89.014

Kapelle

€ 259.907

-€ 90.760

-€ 219.651

€ 146.025

€ 95.522

Middelburg (z.)

-€ 554.003

-€ 1.542.621

€ 728.532

€ 1.109.245

-€ 258.848

Terneuzen

-€ 577.044

-€ 1.570.049

€ 1.044.051

-€ 379.993

-€ 1.483.035

Tholen

€ 371.904

€ 160.621

-€ 991.791

-€ 262.320

-€ 721.585

Veere

€ 762.169

-€ 166.667

-€ 706.526

-€ 609.637

-€ 720.661

Vlissingen

-€ 1.544.310

-€ 1.450.926

€ 618.832

€ 1.345.563

-€ 1.030.840

Reimerswaal

€ 215.022

-€ 217.363

-€ 525.728

€ 822.071

€ 294.002

Sluis

€ 502.790

-€ 515.122

€ 286.357

€ 693.709

€ 967.733

Schouwen-Duiveland

€ 185.220

-€ 463.944

-€ 427.385

€ 350.128

-€ 355.981

Noord-Beveland

€ 308.479

-€ 47.133

-€ 373.500

-€ 439.527

-€ 551.681

Zeeland

-€ 49.307

-€ 7.685.382

-€ 1.390.965

€ 4.670.689

-€ 4.454.965

Tabel 6: Budgetmutatie als gevolg van verandering van het clustertotaal (HVE bij huidig budgetaandeel)

gemeente

Basisvoorzieningen

Participatie

Wmo

Jeugd

Totaal sociaal domein

Borsele

-€ 236.040

-€ 69.086

-€ 1.060.877

€ 291.908

-€ 1.074.093

Goes

-€ 471.094

-€ 214.837

-€ 2.742.333

€ 566.333

-€ 2.861.931

Hulst

-€ 295.219

-€ 90.425

-€ 1.848.364

€ 369.340

-€ 1.864.667

Kapelle

-€ 135.708

-€ 31.408

-€ 593.801

€ 144.538

-€ 616.379

Middelburg (z.)

-€ 593.607

-€ 337.169

-€ 3.229.560

€ 790.598

-€ 3.369.738

Terneuzen

-€ 644.647

-€ 291.737

-€ 4.152.594

€ 845.690

-€ 4.243.289

Tholen

-€ 289.345

-€ 112.326

-€ 1.286.768

€ 364.968

-€ 1.323.471

Veere

-€ 241.328

-€ 54.892

-€ 985.597

€ 162.642

-€ 1.119.175

Vlissingen

-€ 548.424

-€ 473.252

-€ 3.258.499

€ 811.710

-€ 3.468.464

Reimerswaal

-€ 238.215

-€ 66.756

-€ 1.068.644

€ 346.632

-€ 1.026.982

Sluis

-€ 287.907

-€ 85.833

-€ 1.716.312

€ 284.340

-€ 1.805.712

Schouwen-Duiveland

-€ 358.404

-€ 124.036

-€ 2.131.909

€ 390.719

-€ 2.223.631

Noord-Beveland

-€ 95.145

-€ 30.695

-€ 378.952

€ 65.724

-€ 439.069

-€ 4.435.082

-€ 1.982.452

-€ 24.454.210

€ 5.435.142

-€ 25.436.601

Zeeland

In de volgende paragrafen gaan we met namen nader in op de clusters waar de Zeeuwse gemeenten er op achteruit gaan. Dit betreft •

Participatie: In dit cluster is de ontwikkeling van de budgetaandelen voor de Zeeuwse gemeenten zeer ongunstig.

•

Wmo: In dit cluster is het financiële effect voor de Zeeuwse gemeenten zeer ongunstig en is de verandering in de budgetaandelen ook ongunstig.

Als we nader ingaan op de HVE zullen we met name stil staan bij de HVE (huidig volume). Dat wil zeggen de HVE als gevolg van budgetmutaties. Deze zijn het zuiverst om de effecten van het nieuwe model op de verdeling te analyseren.

27

Opvallende HVE voor individuele gemeenten

Gemeenten die er individueel uitschieten zijn: •

Noord-Beveland: De gemeente is binnen Zeeland een uitschieter met grote negatieve HVE per inwoner in de clusters Wmo en Jeugd, en is een positieve uitschieter in het cluster basisvoorzieningen.

•

Vlissingen: Vlissingen krijgt ondanks de artikel 12 status van de afgelopen jaren (en de bijbehorende bezuinigingen) een negatief HVE in het sociaal domein. Dit komt met namen door sterke negatieve HVE in de clusters basisvoorzieningen (in afwijking van het totale Zeeuwse beeld) en participatie.

Verschillen binnen Zeeland

Tot slot constateren we dat in sommige clusters de HVE samenhangen met het inwonertal van de gemeenten. In het cluster basisvoorzieningen gaan grotere gemeenten erop achteruit (in afwijking van de overige gemeenten), in het cluster Wmo gaan de grotere gemeenten er juist op vooruit.

Aansluiting sociaal domein

Verbetering van de aansluiting was een belangrijk doel van de herijking

Een belangrijk doel van de herijkingsoperatie in het sociaal domein is de verbetering van de aansluiting van de budgetten bij lokale noodzakelijke kosten. Uiteindelijk moet het verdeelmodel dus worden beoordeeld op de aansluitingsverschillen. Herverdeeleffecten kunnen immers noodzakelijk zijn om een scheve verdeling beter aan te laten sluiten bij de gemeentelijke opgaven.

Rapportage gaat bepekt in op de aansluiting van de deelmodellen

Terecht merkt AEF op dat de verdeling die resulteert uit het verdeelmodel uitlegbaar moeten zijn. Voor gemeenten waarvan de kosten afwijken van de uitkomst van het verdeelmodel is het van belang dat inzichtelijk is waar dit door veroorzaakt wordt. In de rapportage van AEF wordt echter slechts beperkt inzicht gegeven in de aansluitverschillen die optreden bij de voorgestelde verdeling. In de rapportage wordt alleen per grootteklasse de gemiddelde aansluiting gepresenteerd. De onderzoekers hadden meer inzicht kunnen geven in de aansluiting van het model door ook de absolute aansluitverschillen te rapporteren. De aansluitingsverschillen lijken niet systematisch op kwantitatieve wijze te zijn onderzocht, bijvoorbeeld met behulp van een residu-analyse. De gerapporteerde aansluitverschillen zijn weergegeven in tabel 7. Met uitzondering van de groep 50.000 – 100.000 inwoners zijn de gemiddelde aansluitverschillen kleiner. Zoals AEF zelf opmerkt kan de gemiddelde aansluiting grote minnen en plussen verbergen. Theoretisch kunnen achter een gemiddeld aansluitingsverschil van 0 inderdaad heel grote positieve en negatieve aansluitingsverschillen schuilgaan.

Daarbij kunnen de onderzoekers door de beperkingen in de data alleen vaststellen wat het aansluitingsverschil is voor de steekproefgemeenten. Er wordt geen informatie gegeven over de wijze waarop aansluitverschillen in de steeproef zich verhouden tot het totaal. Terwijl er wel reden is om aan te nemen dat de relatie niet in elke grootteklasse gelijk is. tabel 7 laat bijvoorbeeld zien dat voor de grootteklasse 50.000 – 100.000 inwoners in de steekproef de aansluiting verandert van € 16,03 in het oude model, naar € 24,24 in het nieuwe model. Terwijl het HVE voor alle gemeenten juist negatief is (€ -9,08).

28

Tabel 7: Herverdeeleffecten en aansluitverschillen sociaal domein Grootteklasse Herverdeeleffect Gemiddeld (alle gemeenten) aansluitverschil oud model (alleen steekproef) 0 – 20.000

€ -58,20

€ 31,30

Gemiddeld aansluitverschilnieuw model (geschaald naar oude clusteromvang, alleen steekproef) € -5,61

20.000 – 50.000 50.000 – 100.000 100.000 – 250.000 250.000+

€ -33,35 € -9,08 € 18,02

€ 33,68 € 16,03 € -19,07

€ -3,60 € 24,24 € -1,74

€ 106,43

€ -107,59

€ -1,15

Aansluiting voor de Zeeuwse gemeenten wordt slechter

In de onderstaande figuur 3 geven we een indicatie van de gevolgen van het nieuwe model voor de aansluiting op de kosten en maatschappelijke opgaven voor de Zeeuwse gemeenten in het sociaal domein. De figuur zet het saldo van de netto-lasten en de inkomsten sociaal domein uit het gemeentefonds af tegen de herverdeeleffecten.9 De figuur laat zien dat elf van de dertien gemeenten in 2017 een tekort hadden in het sociaal domein. Dit betreft de inkomsten uit de sociaal domein clusters versus de bijbehorende nettolasten uit de IV3. Tekorten lopen op van € -0,5 miljoen in Reimerswaal, tot € -5,2 miljoen in Middelburg. In totaal was het tekort in 2017 voor de Zeeuwse gemeenten samen € 17 miljoen.

Voor tien van de dertien gemeenten geldt dat het totale HVE sociaal domein negatief is. De gevolgen voor de aansluiting verschillen echter per gemeente. In de gemeente Terneuzen was er een overschot. Met een negatief HVE wordt dit overschot kleiner, maar de aansluiting 2017 wordt beter (dichterbij een aansluiting van € 0). Voor de meeste gemeenten geldt echter dat de aansluiting door het negatieve HVE slechter wordt. Bij toepassing van het voorgestelde model in 2017 zou het tekort oplopen van € 17 miljoen, naar € 46,9 miljoen. Voor de Zeeuwse gemeenten wordt de aansluiting dus minder gunstig.

Figuur 3: gevolgen HVE Zeeuwse gemeenten voor aansluiting in het sociaal domein € 6.000

€ 4.000

Saldo 2017

€ 2.000

€0 -€ 100

-€ 80

-€ 60

-€ 40

-€ 20

€0

€ 20

€ 40

€ 60

-€ 2.000

-€ 4.000

HVE

9

-€ 6.000

Hierbij moet wel een disclaimer geplaatst worden: in het verdeelonderzoek is niet aangesloten bij de gegevens die

gemeenten aanleveren via de IV3. Door boekingsverschillen tussen gemeenten zijn deze niet nauwkeurig genoeg voor het uitvoeren van een verdeelonderzoek. Daarom worden de nettolasten op basis van grootboekdata bepaald voor een selectie van 100 steekproefgemeenten.

29

Peiljaar en dynamiek

Voor het opstellen van het verdeelmodel is gebruik gemaakt van gegevens uit 2017. De planning is om het model in te laten gaan voor de verdeling van 2023. Met name in het sociaal domein is er echter nog sprake van grote dynamiek in de uitgaven. Hierbij zijn er ook aanzienlijke verschuivingen in de uitgavenaandelen van de gemeenten. In Figuur 4 is de ontwikkeling van de nettolasten sociaal domein tussen 2017 -2019 per grootteklasse weergegeven. De figuur laat zien dat de ontwikkeling van de nettolasten niet gelijk is over de grootteklasse. Vooral de uitgaven van de gemeenten tussen 20.000 – 50.000 inwoners nemen in deze periode sterk toe. De uitgaven in de overige gemeenten laten een minder snelle stijging zien.

In de rapportage van AEF is onderzocht in welke mate het peiljaar uitmaakt door de nettolasten 2017 en 2018 naast elkaar te leggen. De onderzoekers concluderen (ondanks een aantal grotere verschuivingen) dat het patroon van de nettolasten gelijk blijft. Uit de onderstaande figuur blijkt echter dat er grote verschillen zichtbaar zijn tussen de gemeenten in de ontwikkeling van de nettolasten. Met name vanaf 2018 is het stijgingstempo bij de gemeenten in de grootteklasse 20.000- 50.000 relatief fors, terwijl bij de grootste gemeenten (boven de 250.000 inwoners) de nettolasten nagenoeg gelijk zijn gebleven. .

De sterke stijging van de uitgaven geldt ook voor de Zeeuwse gemeenten. In Figuur 5 wordt de Zeeuwse ontwikkeling afgezet tegen de landelijke ontwikkeling. Waar de landelijke nettolasten tussen 2017 – 2019 stegen met 6%, was dit voor de Zeeuwse gemeenten 18%. De vraag is in welke mate het voorgestelde verdeelstelsel in staat is om de gerealiseerde dynamiek in de nettolasten te volgen. Hier wordt in de rapportage van AEF weinig bij stil gestaan, maar is vooral in het sociaal domein een goede vraag. Het voorstel om de clustertotalen te herijken op basis van de nettolasten 2019 zal een deel van de mutaties opvangen (door uit te gaan van een hoger volume), dit komt echter niet tegemoet aan veranderingen in de uitgavenaandelen van gemeenten.

Figuur 4: Index ontwikkeling nettolasten sociaal domein per gemeentegrootteklasse (2017=1)

1,40 1,20 1,00 0,80 0,60 0,40 0,20 0,00

2017

2018

0 - 20.000

20.000 - 50.000

100.000 - 250.000

>250.000

2019 50.000 - 100.000

Bron: IV3 – bewerking: Significant APE

30

Figuur 5: Index ontwikkeling netto lasten sociaal domein, 2017 – 2019 (2017=1)

1,20

1,18

1,15 1,07

1,10

1,06

1,05 1,00

1,00 1,00 0,95 0,90 2017

2018

Zeeland

2019

Nederland

Bron: IV3 – Bewerking: Significant

Nadere duiding cluster participatie

In het voorgaande hoofdstuk hebben we gezien dat Zeeland er in het cluster participatie er relatief sterk op achteruit gaat. Hier zullen we de uitkomsten in dit cluster nader duiden. Het cluster participatie heeft betrekking op de uitvoering van inkomstensvoorzieningen. Dit betreft: •

uitvoering van inkomstensvoorzieningen (zoals apparaatskosten voor de verstrekking van uitkeringen);

•

begeleiding en re-integratie (klassieke en nieuwe doelgroepen);

•

minimabeleid;

•

schuldhulpverlening.

Buiten het cluster vallen: •

WSW;

•

Beschut werk;

•

BUIG-uitkeringen en LKS (worden verdeeld via een specifieke uitkering van het ministerie van SZW).

Budgetontwikkeling participatie

In Tabel 8 is samengevat wat de gevolgen zijn voor de verdeling van het nieuw voorgestelde model voor het cluster participatie. De tabel toont de clusterinkomsten per gemeenten in Zeeland en het Zeeuwse totaal. In de tabel zijn de inkomsten uit het huidige model vergelijkbaar gemaakt met het nieuwe cluster participatie. In totaal zijn de inkomsten uit het cluster participatie in 2017 in het huidige model € 50,2 miljoen. In het voorgestelde model zijn de totale inkomsten voor de Zeeuwse gemeenten € 40,5 miljoen. Een afname van € 9,7 miljoen. De totale afname van € 9,7 miljoen is zowel het gevolg van een verandering in de verdeling (budgetaandeel), als van de mutatie in als gevolg van het aanpassen van het clustertotaal. De mutatie als gevolg van het budgetaandeel is voor Zeeland € -7,7 miljoen. De mutatie als gevolg van aanpassing van het clusteromvang is € -2,0 miljoen. Het clustertotaal daalt van € 2,80 miljard naar € 2,67 miljard.

31

Tabel 8: Budgetinkomsten participatie, HVE budgetaandeel en clusteromvang Gemeente Participatie Participatie Verschil (HVE 2017 huidig 2017 nieuw nieuwe model model volume)

Borsele

€ 1.691.910

€ 1.411.749

-€ 280.162

Mutatie als gevolg mtatie budgetaande el -€ 210.288

Mutatie als gevolg van aanpassing clustertotaal

Goes

€ 5.476.701

€ 4.390.152

-€ 1.086.549

-€ 858.036

-€ 228.513

Hulst

€ 2.636.865

€ 1.847.809

-€ 789.056

-€ 698.186

-€ 90.869

Kapelle

€ 763.989

€ 641.821

-€ 122.168

-€ 90.219

-€ 31.949

Middelburg (z.)

€ 8.769.762

€ 6.889.972

-€ 1.879.790

-€ 1.543.093

-€ 336.697

Terneuzen

€ 7.823.359

€ 5.961.573

-€ 1.861.786

-€ 1.568.911

-€ 292.875

Tholen

€ 2.247.057

€ 2.295.352

€ 48.296

€ 161.088

-€ 112.793

Veere

€ 1.343.254

€ 1.121.695

-€ 221.558

-€ 165.629

-€ 55.929

Vlissingen

€ 11.594.963

€ 9.670.786

-€ 1.924.177

-€ 1.455.696

-€ 468.481

Reimerswaal

€ 1.648.253

€ 1.364.134

-€ 284.119

-€ 215.916

-€ 68.203

Sluis

€ 2.354.940

€ 1.753.985

-€ 600.956

-€ 514.425

-€ 86.531

Schouwen-Duiveland

€ 3.122.631

€ 2.534.651

-€ 587.980

-€ 462.533

-€ 125.448

Noord-Beveland

€ 705.077

€ 627.249

-€ 77.828

-€ 46.871

-€ 30.957

Zeeland

€ 50.178.761

€ 40.510.927

-€ 9.667.834

-€ 7.668.716

-€ 1.999.119

-€ 69.874

Voorgesteld model

Tabel 9 toont de voorgestelde modelspecificatie. De nieuwe modelspecificatie bevat een flink aantal minder maatstaven dan voorheen. Het model bevat drie maatstaven: •

Bijstandsontvangers en loonkostensubsidie;

•

Doelgroep register gemeentelijke doelgroep;

•

Gebruik specialistische GGZ.

Weglaten constante in de regressieanalyse is nadelig voor kleinere gemeenten (schaaleffecten)

In de modelspecificatie van de regressieanalyse is gekozen om geen constante op te nemen. De regressieanalyse wordt uitgevoerd op het niveau van de maatstaven per inwoner. Vervolgens wordt alles met inwoners vermenigvuldigd voor het uiteindelijke model. De constante zou dus neerkomen op een bedrag per inwoner. Deze zou in de modelspecificatie negatief zijn. Een negatief bedrag per inwoner duidt op schaaleffecten in de kosten. Een negatief bedrag per inwoner is in het rapport van AEF echter als niet plausibel bestempeld. Dit komt mogelijk ten nadele van kleinere gemeenten met hogere vaste lasten (schaalnadelen). Voor een nadere toelichting zie de onderstaande tekst box.

32

Box 1: regressieanalyse In de herijkingsonderzoeken is gebruikt gemaakt van de regressieanalyse. Dit is een statistische methode om de samenhang te bepalen tussen twee of meerdere parameters. In het geval an het sociaal domein is op clusterniveau gekeken naar de relatie tussen de feitelijke nettolasten van gemeenten en objectieve kenmerken van de gemeenten (niet door de gemeente te beïnvloeden), die theoretisch gezien van invloed moeten zijn op de kosten (uitlegbaarheid). De regressieanalyse schat gewichten voor iedere maatstaf door het kwadraat van de afwijking tussen voorspelling en realisatie te minimaliseren (het kwadraat wordt genomen zodat positieve en negatieve afwijkingen elkaar niet uit opheffen). De regressieanalyse wordt geschat op het niveau per inwoner (alle maatstaven worden dus door het aantal inwoners gedeeld. Uiteindelijk wordt voor het verdeelmodel alles weer vermenigvuldig met het aantal inwoners. De regressie neemt de volgende vorm aan: 𝑁𝑒𝑡𝑡𝑜𝑙𝑎𝑠𝑡𝑒𝑛 𝑀𝑎𝑎𝑡𝑠𝑡𝑎𝑓 1 𝑀𝑎𝑎𝑡𝑠𝑡𝑎𝑓 𝑛 = 𝑐𝑜𝑛𝑠𝑡𝑎𝑛𝑡𝑒 + 𝑔𝑒𝑤𝑖𝑐ℎ𝑡 1 × + 𝑔𝑒𝑤𝑖𝑐ℎ𝑡 𝑛 × 𝑖𝑛𝑤𝑜𝑛𝑒𝑟 𝑖𝑛𝑤𝑜𝑛𝑒𝑟𝑠 𝑖𝑛𝑤𝑜𝑛𝑒𝑟𝑠 Wanneer dit wordt vermenigvuldig met het aantal inwoners krijgen we: 𝐶𝑙𝑢𝑠𝑡𝑒𝑟𝑖𝑛𝑘𝑜𝑚𝑠𝑡𝑒𝑛 = 𝑐𝑜𝑛𝑠𝑡𝑎𝑛𝑡𝑒 × 𝑖𝑛𝑤𝑜𝑛𝑒𝑟𝑠 + 𝑔𝑒𝑤𝑖𝑐ℎ𝑡 1 × 𝑚𝑎𝑎𝑡𝑠𝑎𝑡𝑓 1 + 𝑔𝑒𝑤𝑖𝑐ℎ𝑡 𝑛 × 𝑚𝑎𝑎𝑡𝑠𝑡𝑎𝑓 𝑛

Omdat de constante negatief was in de modelschatting, vertaalde dit in een negatief bedrag per inwoner in het verdeelmodel. Dit werd als niet uitlegbaar ervaren. Om die reden is de constante op nul gezet. De negatieve maatstaf per inwoner duidde op schaalvoordelen voor grotere gemeenten. Het op nul zetten zou dus nadelig zijn voor kleinere gemeenten met mogelijk schaalnadelen.

Maatstaven die niet meer worden opgenomen in het voormalige cluster inkomen en participatie zijn: •

Lage inkomens

•

Klantenpotentieel

•

Omgevingsadressendichtheid

•

Eenpersoonshuishoudens

Voor het deel re-integratie klassiek verdwijnen: •

Lager opgeleiden

•

Gebrek aan werk

•

Inwoners

Tabel 9: voorgestelde model cluster participatie Maatstaf Gewicht (bedrag per eenheid) Bijstandsontvangers of € 4.727,57 loonkostensubsidie Doelgroepregister € 2.595,18 gemeentelijke doelgroep Gebruik specialistische GGZ € 1.599,21

Percentage verdeeld landelijk 74% 4% 22%

Toevoegen maatstaf specialistische GGZ nadelig voor de Zeeuwse gemeenten

Om te analyseren in welke mate Zeeland in het model afwijkt van het Nederlandse gemiddelde hebben we in Tabel 10 per maatstaf weergegeven hoeveel er per ‘huishouden met bijstand of loonkostensubsidie’ wordt verdeeld. Op deze wijze kan worden bekeken hoeveel er wordt verdeeld per maatstaf in relatie tot de omvang van de doelgroep. Voor de maatstaf ‘Bijstand plus loonkostensubsidie’ wordt er op deze wijze evenveel verdeeld voor Zeeland en Nederland. 10 Met de maatstaf ‘doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep’ wordt voor De Zeeuwse gemeenten in licht meer verdeeld 10

Dit is gelijk aan het bijbehorende gewicht maal de uitkeringsfactor.

33

dan het Nederlandse gemiddelde (€ 301 per bijstandshuishouden plus loonkostensubsidie, tegenover € 255). Voor de maatstaf gebruik specialistische GGZ wordt er in Zeeland echter aanzienlijk minder verdeeld ten opzichte van de doelgroep (€ 607 per bijstand huishouden plus loonkostensubsidie, tegenover € 1.293). Deze maatstaf is nieuw en verdeelt een relatief groot deel in het cluster (22%). De redenering om de maatstaf toe te voegen is dat GGZ problematiek samenhangt met het vermogen om inkomsten te genereren en om met financiën om te gaan.

In bijlage I is de onderstaande tabel uitgesplitst voor alle Zeeuwse gemeenten. Vooral de grotere gemeenten in Zeeland hebben nadeel bij toevoeging van deze maatstaf.

Tabel 10: Verdeling per maatstaf per bijstandshuishouden plus loonkostensubsidie Maatstaf Zeeland

Nederland

Bijstand plus loonkostensubsidie

€ 4.492

€ 4.492

doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep

€ 301

€ 255

gebruik specialistische GGZ

€ 607

€ 1.293

Effect op de verdeling (HVE Huidig volume)

HVE in landelijk perspectief

In de eerste plaats merken we op dat Zeeland bij Participatie afwijkend scoort dan de rest van Nederland. In Figuur 6 hebben we alle gemeenten gesorteerd op HVE per inwoner. De Zeeuwse gemeenten zijn donker gearceerd. Een groot deel van de Zeeuwse gemeenten zit landelijk bij de groep gemeenten met de grootste negatieve HVE. Slechts één Zeeuwse gemeente heeft een positief HVE. Dit terwijl landelijk de meeste gemeenten erop vooruit gaan (149 gemeenten een negatieve HVE, tegenover 239 gemeenten positief). AEF schrijft ook in haar rapport ‘bij het cluster participatie zijn de herverdeeleffecten relatief klein (…)’. Dat geldt dus niet voor de Zeeuwse gemeenten.

Figuur 6: HVE per inwoner participatie (huidig volume), Zeeland en Nederland

€ 40 € 30

€ 20 € 10 €0 -€ 10 -€ 20 -€ 30 -€ 40 HVE participatie Zeeland

Welke gemeenten gaan er op achteruit? Zijn er specifieke regio’s aan te wijzen die er in het cluster participatie op vooruit of achteruit gaan? In Figuur 7 zijn in een kaart alle HVE per inwoner opgenomen voor participatie. De kaart laat zien dat de grootste negatieve HVE liggen in de provincies Zeeland, Groningen en Friesland. De Randstedelijke provincies lijken er in de voorgestelde systematiek het meest op vooruit te gaan.

34

Figuur 7: HVE per inwoners (huidige volume) participatie

Zijn er factoren aan te wijzen die samenhangen met de HVE?

Op basis van de gepubliceerde HVE hebben we onderzocht in welke mate de HVE samenhangen met de gemeentelijke kenmerken. Voor participatie lijken de HVE voor een deel samen te hangen met de sociaaleconomische kenmerken van de gemeenten. Figuur 8 en Figuur 9 tonen de relatie tussen de HVE participatie en respectievelijk het aandeel lage inkomens en de gemiddelde WOZ waarden. Hoe groter het aandeel laag Inkomen, hoe groter het negatieve HVE) en hoe hoger de WOZ waarde hoe meer positief het HVE. In de figuren zijn de Zeeuwse gemeenten steeds met blauw aangegeven. Voor beide figuren geldt dat er sprake is van een vrij sterke correlatie met de HVE participatie. Het kenmerk ‘lage inkomens’ is één van de maatstaven die uit het model is verwijderd. De rapportage van het herijkingsonderzoek biedt geen onderbouwing van de plausibiliteit van deze patronen in de HVE.

Daarnaast is er ook een relatie tussen de omvang van de HVE en fysieke eigenschappen die kenmerkend zijn voor Zeeland. In Figuur 11 is bijvoorbeeld de relatie weergegeven tussen de omvang van de HVE per inwoner en het oppervlakte Buitenwater. Ook hier is een negatieve relatie zichtbaar. Hoe meer oppervlakte buitenwater, hoe lager (meer negatief) de HVE per inwoner.

35

Figuur 8: HVE participatie en aandeel lage inkomens

HVE participatie (Euro per inwoner)

40 30 20 10 0 0,1

0,15

0,2

0,25

0,3

0,35

0,4

0,45

-10 -20

R² = 0,3332

-30 -40

% lage inkomens Alle gemeenten

Zeeland

Lineair (Alle gemeenten)

Figuur 9: HVE participatie en gemiddelde WOZ waarde

HVE participatie (Euro per inwoner)

40 R² = 0,2068

30 20 10 0 100

150

200

250

300

350

400

-10 -20 -30 -40

Gemiddelde WOZ waarde Alle gemeenten

Zeeland

Lineair (Alle gemeenten)

36

Figuur 10: HVE per inwoner (huidig volume) participatie en bijstandsuitkeringen per inwoner € 40

HVE per inwoner (huidig volume)

€ 30 € 20 € 10 €0 0

0,01

0,02

0,03

0,04

0,05

0,06

0,07

-€ 10 -€ 20

R² = 0,1605

-€ 30 -€ 40

Bijstandsuitkeringen per inwoner

Figuur 11: HVE per inwoner (huidig volume) participatie en oppervlakte buitenwater. € 40

hve per inwoner (huidig volume)

€ 30 € 20 € 10 €0 0

2000

4000

6000

8000

10000

12000

-€ 10 R² = 0,0806 -€ 20 -€ 30 -€ 40

Oppervlakte buitenwater

Wat zijn de HVE participatie voor de referentiegemeenten?

In Figuur 12 zijn de HVE op het terrein van participatie weergegeven voor de Zeeuwse gemeenten en de referentiegemeenten.11 De figuur laat zien dat de ontwikkeling van de HVE in de referentiegemeenten sterk afwijkt van de Zeeuwse ontwikkeling. Waar de Zeeuwse gemeenten op één na een negatief HVE hebben, heeft het merendeel van de referentiegroepen juist een positief HVE. Alleen in Tholen is de voorgestelde verdeling vergelijkbaar met de referentiegroep.

Uit de figuur kunnen we concluderen dat Zeeland niet alleen afwijkend scoort ten opzichte van Nederland, maar ook ten opzichte van de referentiegroepen, die vergelijkbaar zijn in termen van centrumfunctie, sociale structuur en inwonertal.

11

De samenstelling van de referentiegemeenten, en de exacte selectiemethode zijn uitgewerkt in het rapport van

module 1.

37

Figuur 12: HVE participatie Zeeuwse gemeenten en referentiegemeenten

€ 15 € 10 €5 €0 -€ 5 -€ 10 -€ 15 -€ 20 -€ 25 -€ 30 -€ 35 -€ 40

HVE Zeeuwse gemeenten

HVE referentiegemeenten

Aansluiting participatie

In Tabel 11 zijn de gerapporteerde aansluitverschillen weergegeven voor het cluster participatie. In de rapportage worden de huidige gemiddelde HVE niet op clusterniveau gepresenteerd. We kunnen dus niet bekijken of de gemiddelde aansluitverschillen een verbetering zijn. In alle grootteklassen zijn de gemiddelde aansluitverschillen niet groot. Voor de grootteklasse 20.000 -50.000 inwoners (waar de meeste Zeeuwse gemeenten in vallen) is het gemiddelde aansluitverschil € -0,26 per inwoner. De gemiddelde aansluiting is echter niet een goede maatstaf voor de kwaliteit van het model, aangezien minnen en plussen elkaar opheffen. Zoals ook uit de tabel blijkt zijn er binnen de grootteklassen ook grote aansluitverschillen. In de klasse 20.000 – 50.000 inwoners lopen de aansluitverschillen van € 67,50 tot € + 43,31. Deze verschillen blijken ook uit de figuren die in het AEF onderzoek gerapporteerd worden.

Tabel 11: Herverdeeleffecten en aansluitverschillen Grootteklasse Herverdeeleffect Gemiddeld (alle aansluitverschilnieuw gemeenten) model (geschaald naar oude clusteromvang, alleen steekproef) 0 – 20.000 1 € 4,37 20.000 – 50.000 50.000 – 100.000 100.000 – 250.000 250.000+

Grootste negatieve aansluitingsverschil

Grootste positieive aansluitingsverschil

€ -36,87

€

40,19

3

€

-0,26

€ -67,50

€

43,31

1

€

-4,23

€ -31,38

€

29,29

-3

€

7,41

€ -51,26

€

89,26

-4

€ -22,10

€ -36,36

€

1,17

Bron: AEF (2020)

Verklaring voor aansluitverschillen

In de rapportage worden een aantal oorzaken genoemd voor aansluitingsverschillen. •

In de eerste plaats wijzen de onderzoekers van een relatie tussen aansluitingsverschillen (negatief) en het hebben van een ruimhartig minimabeleid.

•

In de tweede plaats wordt een relatie geconstateerd tussen het saldo op de gebundelde uitkering en de WSE, en aansluitingsverschillen. BUIG- en WSW-tekorten gaan samen met positieve aansluitingsverschillen op Participatie. En andersom, overschotten op BUIG hangen samen met negatieve aansluitingsverschillen op

38

Participatie. Gemeenten met een overschot op de BUIG geven dus het overschot uit binnen participatie (en vice versa). Met deze constatering is niks gedaan in de verdeling. Deze verschillen zouden mee gemodelleerd moeten worden, anders krijgen gemeenten met BUIG- en of WSW-tekorten te weinig en gemeenten met overschotten te veel. •

Tot slot wijzen de onderzoekers op onzekerheden in de toewijzing van kosten naar de clusters.

Conclusie Participatie •

In het cluster participatie gaan de Zeeuwse gemeenten erop achteruit. De Zeeuwse gemeenten hebben samen met de gemeenten in de noordelijke provincies negatieve HVE die zich clusteren rondom de grotere HVE in het cluster.

•

Negatieve HVE hangen samen met maatstaven die uit het model zijn verwijderd (bijvoorbeeld lage inkomens)

•

Negatieve HVE hangen samen met geografische kenmerken zoals oppervlakte buitenwater en oppervlakte land.

•

De rapportage biedt weinig aanknopingspunten om te beoordelen of de aansluiting voor de Zeeuwse gemeenten beter geworden is.

Nadere duiding individuele voorzieningen WMO

Het cluster individuele voorzieningen WMO heeft betrekking op maatwerkvoorzieningen, huishoudelijke hulp, individuele begeleiding en dagbesteding/groepsbegeleiding.

Budgetontwikkeling Wmo

In Tabel 12 zijn voor het cluster Wmo de budgetinkomsten in het huidige model vergeleken met het voorgestelde model. De totale inkomsten Wmo dalen voor de Zeeuwse gemeenten van € 97,5 miljoen naar € 71,7 miljoen. Voor het grootste deel komt deze daling door de daling in het clustertotaal (€ 24,5 miljoen). Het clustertotaal daalt van € 3,98 miljard naar € 2,97 miljard. Deze verschuiving hangt vooral samen met het subcluster in de oude verdeling dat gerelateerd is aan hulpmiddelen. De omvang van dat cluster was fors te groot, wat de afname van het cluster Wmo verklaart. Daarnaast gaat een merendeel van de Zeeuwse gemeenten er ook in de verdeling op achteruit (totaal € 1,4 miljoen).

Tabel 12: Oude en nieuwe model WMO en HVE. Wmo 2017 Wmo 2017 huidig model nieuw model

Verschil (nieuw volume)

Borsele

€ 4.860.221

€ 3.109.865

-€ 1.750.355

HVE als gevolg van mutatie budgetaande el -€ 689.479

HVE als gevolg van mutatie clustertotaal

Goes

€ 10.847.810

€ 8.038.905

-€ 2.808.905

-€ 66.572

-€ 2.742.333

Hulst

€ 7.334.784

€ 5.418.315

-€ 1.916.469

-€ 68.105

-€ 1.848.364

Kapelle

€ 2.554.125

€ 1.740.674

-€ 813.451

-€ 219.651

-€ 593.801

Middelburg (z.)

€ 11.968.195

€ 9.467.167

-€ 2.501.028

€ 728.532

-€ 3.229.560

Terneuzen

€ 15.281.504

€ 12.172.960

-€ 3.108.544

€ 1.044.051

-€ 4.152.594

Tholen

€ 6.050.606

€ 3.772.047

-€ 2.278.559

-€ 991.791

-€ 1.286.768

Veere

€ 4.581.314

€ 2.889.190

-€ 1.692.123

-€ 706.526

-€ 985.597

Vlissingen

€ 12.191.667

€ 9.552.000

-€ 2.639.667

€ 618.832

-€ 3.258.499

Reimerswaal

€ 4.727.005

€ 3.132.633

-€ 1.594.371

-€ 525.728

-€ 1.068.644

Sluis

€ 6.461.171

€ 5.031.216

-€ 1.429.955

€ 286.357

-€ 1.716.312

Schouwen-Duiveland

€ 8.808.796

€ 6.249.502

-€ 2.559.294

-€ 427.385

-€ 2.131.909

-€ 1.060.877

39

Noord-Beveland

€ 1.863.317

€ 1.110.865

-€ 752.452

-€ 373.500

-€ 378.952

Zeeland

€ 97.530.514

€ 71.685.339

-€ 25.845.175

-€ 1.390.965

-€ 24.454.210

Voorgestelde model WMO

In Tabel 13 is het voorgestelde model voor het cluster individuele voorzieningen WMO weergegeven. Het nieuwe model bevat minder maatstaven dan de huidige modellen (28 maatstaven).

Ook in het cluster Wmo is ervoor gekozen om de constante in de modelspecificatie van de regressie op 0 te zetten. Om de schaaleffecten toch in de verdeling mee te nemen is gewerkt met semi-cosmetische drempels in de maatstaven laag inkomen, lage opleidingen, en inwoner 75+.12 In vergelijking met de huidige verdeling bevat het voorgestelde model minder maatstaven die samenhangen met de geografische kenmerken van Zeeland (die zijn verbonden met hogere kosten). Voorbeelden zijn: •

Oppervlakte land

•

Omgevingsadressendichtheid

•

Binnenwater

Daarbij bevat het voorgestelde model een minder verfijnde uitsplitsing naar verschillende demografische en sociaaleconomische kenmerken.

Tabel 13: Voorgestelde modelspecificatie Maatstaf Gewicht (b.p.e.) € Huishouden met laag inkomen 629,46 met drempel

verdeeld landelijk 33%

Gebruik specialistische GGZ Laag opleidingsniveau met drempel

707,20 223,09

9% 14%

Inwoners 75+ met drempel

1.421,45

15%

Centrumfunctie regionaal

48,93

27%

Kernen maal inwoners

0,57

3%

Opmerking Mensen die minder zelfredzaam zijn en dus ondersteuning nodig hebben van de gemeente, hebben vaak een laag inkomen. Gebruik specialistische GGZ en laag opleidingsniveau zijn gerelateerd aan doelgroepen voor Wmo-begeleiding, namelijk mensen met psychische problematiek en mensen met een licht verstandelijke beperking. De groep inwoners 75+ maakt meer dan gemiddeld gebruik van huishoudelijke hulp en dagbesteding De huidige maatstaf is inwoners 75-85. Deze is vervangen omdat het slecht uitlegbaar is als de groep 85+ niet wordt meegenomen, zeker met oog op de ontwikkeling van het aantal thuiswonende ouderen Het regionaal klantenpotentieel geeft de centrumfunctie van een gemeente aan, en is gerelateerd aan grootstedelijke problematiek. Het aantal kernen heeft invloed op de vervoerskosten naar dagbesteding.

In Tabel 14 hebben we weergegeven hoeveel er per inwoner wordt verdeel voor elke maatstaf voor Zeeland en het landelijke gemiddelde. Voor de maatstaven ‘gebruik specialistische GGZ’, ‘laag inkomen met drempel’ en ‘centrumfunctie regionaal’ wordt in de Zeeuwse gemeenten gemiddeld minder verdeeld dan landelijk. Voor de overige drie maatstaven wordt er meer verdeeld. In vergelijking met het landelijke gemiddelde wordt in Zeeland iets meer verdeeld per inwoner.

12

Semi-cosmetische drempels zijn maatstaven die vanaf een bepaalde waarde, of tot een bepaalde waarde worden

meegenomen in de verdeling. De reden is om de verdeling beter aan te laten sluiten.

40

Tabel 14: Verdeling per maatstaf per inwoner Maatstaf

Zeeland

Nederland

Gebruik specialistische GGZ

€5

€ 15

Huishouden met laag inkomen met drempel

€ 56

€ 57

Inwoners 75+ met drempel

€ 49

€ 27

Laag opleidingsniveau met drempel

€ 31

€ 24

Centrumfunctie regionaal

€ 38

€ 46

Kernen maal inwoners

€8

€5

Nadere duiding HVE WMO

HVE Zeeuwse gemeenten in landelijk perspectief

In het voorgaande hoofdstuk hebben we al gezien dat de Zeeuwse gemeenten in het cluster Wmo overwegend negatieve HVE hebben. In Figuur 13 zijn de Zeeuwse HVE in landelijk perspectief geplaatst. Landelijk heeft het merendeel van de gemeenten een negatief HVE (317 gemeenten met een negatief HVE, tegenover 71 gemeenten met een positief HVE). De HVE voor de Zeeuwse gemeenten zijn in de figuur paars gearceerd. Deze zijn in vergelijking tot participatie minder geclusterd, en behoren ook niet tot de groep gemeenten met de grootste negatieve HVE.

Figuur 13: HVE per inwoner (huidig volume), alle gemeenten, Zeeland en 100.000 plus € 150

HVE (Euro per inwoner)

€ 100

€ 50

€0

-€ 50

-€ 100

-€ 150

Hve wmo

Zeeland

100.000 plus

Verschuiving naar 100.000 plus gemeenten

In Figuur 13 zijn de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners oranje gearceerd. Deze zijn zeer sterk geclusterd bij de grootste positieve HVE. Binnen het cluster Wmo is een duidelijke verschuiving van de kleinere gemeenten naar de steden. Op drie gemeenten na gaan alle 100.000 plus gemeenten er op vooruit. De HVE binnen dit cluster hangen dan ook sterk samen met grootstedelijke factoren. Ter illustratie is in Figuur 14 de relatie tussen de HVE per inwoner en het totaal inwonertal weergegeven. Deze relatie is ook terug te zien in factoren als omgevingsadressendichtheid, percentage bijstand, Klantenpotentieel, en oppervlakte stedelijk gebied. In de rapportage van AEF wordt niet stil gestaan bij de oorzaak en wenselijkheid van de verschuiving richting de grote gemeenten.

De HVE hangen ook samen met Zeeuwse geografische kenmerken. In Figuur 15 tonen we bijvoorbeeld de relatie tussen de HVE per inwoner en het aantal kernen per inwoner.

41

Figuur 14: HVE per inwoner WMO (huidig volume) en inwonertal 1.000.000

800.000

Inwoners

600.000

400.000 R² = 0,3722 200.000

0 -€ 150

-€ 100

-€ 50

€0

€ 50

€ 100

€ 150

-200.000

HVE per inwoner (huidig volume)

Figuur 15: HVE per inwoner WMO (huidig volume) en kernen per inwoner

HVE per inwoner (huidig volume)

150

100

50

0 0

0,0005

0,001

0,0015

0,002

0,0025

-50

R² = 0,1026 -100

-150

kernen per inwoner

HVE Zeeland en referentiegemeenten

In Figuur 16 zijn de HVE per inwoner van de Zeeuwse gemeenten vergeleken met de HVE van de referentiegroepen. Voor negen van de dertien Zeeuwse gemeenten gaan het HVE van de referentiegroep dezelfde kant op, al is er voor sommige gemeenten wel een verschil in de omvang. In vergelijking met de participatie is zijn de HVE Wmo voor de Zeeuwse gemeenten meer in lijn met de referentiegemeenten.

42

Figuur 16: HVE per inwoner Wmo (huidig volume), Zeeland en referentiegemeenten € 30 € 20

€ 10 €0 -€ 10

-€ 20 -€ 30 -€ 40

-€ 50 -€ 60 -€ 70

HVE Zeeuwse gemeenten

HVE referentiegemeenten

Aansluiting Wmo model

Net als bij participatie wordt in de rapportage van AEF weinig stil gestaan bij de achtergrond van aansluitverschillen. In Tabel 15 zijn de aansluitverschillen weergegeven zoals in de rapportage van AEF staan vermeld. Wederom bevat de tabel geen informatie over de vraag of de aansluiting is verbeterd. In de rapportage staat wel dat de verklaringsgraad van het nieuwe model ‘veel hoger’ is.

Tabel 15: Herverdeeleffecten per grootteklasse Grootteklasse Herverdeeleffect Gemiddeld (alle gemeenten, aansluitverschil huidig volume) nieuw model 0 – 20.000 -48 € -1,34 20.000 – 50.000 50.000 – 100.000 100.000 – 250.000 250.000+

Grootste negatieve aansluitingsverschil

Grootste positieve aansluitingsverschil

€ -34,52

€ 97,84

-27

€ -0,76

€ -50,68

€ 64,52

-3

€ 13,62

€ -16,29

€ 54,83

19

€ -3,09

€ -53,54

€ 63,62

75

€ -8,24

€ -83,89

€ 41,68

Bron: AEF (2020)

Conclusies Wmo •

Op terrein van de Wmo gaan de Zeeuwse gemeenten er op achteruit.

•

De HVE hangen landelijk zeer sterk samen met stedelijkheid. Bijna alle gemeenten die een positief HVE hebben zijn gemeenten met meer dan 100.000 inwoners.

43

5 Uitkomsten klassiek Inleiding In dit hoofdstuk staan we stil bij de uitkomsten voor de Zeeuwse gemeenten binnen de ‘klassieke’ clusters van het sociaal domein. We kijken eerst overkoepelend naar de HVE en de aansluiting op de maatschappelijke opgaven en de gemeentelijke kosten. Vervolgens gaan we nader in op het cluster ‘openbare orde en veiligheid’, waar de Zeeuwse gemeenten er op achteruit gaan.

HVE klassiek Net als voor het sociaal domein hebben we in Tabel 16 - Tabel 18 de HVE voor de ‘klassieke’ taken in het gemeentefonds op een rij gezet. •

Tabel 16 toont de HVE (nieuwe volume). Deze tabel geeft dus informatie over het totale financiële effect van de voorgestelde herverdeling.

•

Tabel 17 toont de HVE (huidig volume). Deze tabel bevat informatie over het effect op de verdeling (budgetaandelen).

•

Tabel 18 toont de effecten van het aanpassen van de clustertotalen.

Het klassiek domein betreft de clusters: •

Bestuur en ondersteuning;

•

Openbare orde en veiligheid;

•

Onderwijs;

•

Sport, cultuur en recreatie;

•

Infrastructuur, milieu en ruimte.

Op basis van de informatie over de HVE kunnen we het volgende concluderen voor de Zeeuwse gemeenten:

Totaal klassiek HVE (nieuwe volume): Voor de klassieke taken is de voorgestelde ontwikkeling in de ‘klassieke’ domeinen n gunstig voor de Zeeuwse gemeenten. In totaal is het financiële effect voor de Zeeuwse gemeenten € 68,4 miljoen. Dit varieert van € 1,7 miljoen in Noord-Beveland, tot € 8,2 miljoen in Middelburg. Het financiële effect is gunstig voor alle Zeeuwse gemeenten. HVE (huidig volume): De effecten van de voorgestelde systematiek op de verdeling (budgetaandelen) is over het algemeen gunstig voor de Zeeuwse gemeenten. Negen van de dertien Zeeuwse gemeenten zien het budgetaandeel voor de klassieke clusters stijgen. Alleen in Sluis (€ -32.543), Vlissingen (€ - 1.458), Veere (€ -0,37 miljoen) en Middelburg (€ -0,3 miljoen) zien het budgetaandeel in de voorgestelde verdeling dalen. Verandering clustertotaal: Het grootste deel van de stijging in het klassieke deel komt doordat het de som van de clustertotalen sterk is toegenomen. Door de veranderingen in de clustertotalen stijgt het budget in Zeeland met € 66,1 miljoen (Tabel 18). Dit komt door een stijging van het clustertotalen klassiek van € 12,24 miljard naar € 15,20 miljard.

Bestuur en ondersteuning HVE (nieuwe volume): De voorgestelde systematiek heeft in het cluster ‘Bestuur en Ondersteuning’ voor de Zeeuwse gemeenten een gunstig financieel effect. In totaal nemen de inkomsten in dit cluster voor de Zeeuwse gemeenten toe met € 55,8 miljoen. Het financiële effect is gunstig voor alle Zeeuwse gemeenten. HVE (huidig volume): De effecten van de voorgestelde systematiek op de verdeling (budgetaandelen) is in het cluster Bestuur en Ondersteuning’ overwegend ligt ongunstig. In tien van de dertien Zeeuwse gemeenten neemt het budgetaandeel af. Alleen in Middelburg (€ 0,12 miljoen), Goes (€ 32.536), en Vlissingen (€ 53.450) neemt het budget

44

toe. Voor de overige gemeenten neemt het budgetaandeel af. Dit varieert van € -61.988 in Hulst tot € -0,27 miljoen in Schouwen-Duiveland. In totaal is de mutatie als gevolg van veranderingen in de budgetaandelen € -1,3 miljoen). Dit is een slechts een klein deel van het totale financiële effect in het cluster. Verandering clustertotaal: Het grootste deel van de stijging in het cluster komt doordat het clustertotaal is toegenomen. Door de veranderingen in de clustertotalen stijgt het budget in Zeeland met € 57,1 miljoen (Tabel 18). Dit komt door een stijging van het clustertotaal van € 1,67 miljard naar € 4,13 miljard. De stijging van het volume in dit cluster hangt samen met de toename van het gemeentelijke takenpakket, het belang van ICT en communicatie en het opnemen van de overhead in dit cluster.

Openbare orde en veiligheid HVE (nieuwe volume): Het financiële effect van de voorgestelde verdeling in cluster openbare orde en veiligheid toont voor de Zeeuwse gemeenten een gemengd beeld. In zeven van de dertien gemeenten neemt zou het budget afnemen bij toepassing in 2017. In totaal zou voor de Zeeuwse gemeenten het budget afnemen met € -0,68 miljoen. HVE (huidig volume): De effecten van de voorgestelde systematiek op de verdeling (budgetaandelen) is in het cluster Openbare orde en veiligheid negatief voor de Zeeuwse gemeenten. Voor twaalf van de dertien gemeenten neemt het budgetaandeel af, Het totale effect hiervan is € -4,3 miljoen. Verandering clustertotaal: Het clustertotaal in dit cluster neemt toe van € 1,5 miljard, tot € 1,7 miljard. De stijging van het clustertotaal weegt op tegen de negatieve mutatie van het budgetaandeel. In totaal is het effect voor de Zeeuwse gemeenten € 3,7 miljoen. In dit cluster neemt het aandeel dus af, maar de stijging van clustervolume compenseert hier deels voor.

Onderwijs HVE (nieuwe volume): Het financieel effect in het cluster onderwijs is voor de Zeeuwse gemeenten gunstig. Voor twaalf van de dertien gemeenten zou het budget bij toepassing in 2017 toenemen. Alleen het budget van de gemeente Middelburg zou dalen (€ -47.847). In totaal is het financieel effect voor de Zeeuwse gemeenten € 2,5 miljoen. HVE (huidig volume): De effecten van de voorgestelde systematiek op de verdeling (budgetaandelen) is in het cluster ‘onderwijs’ overwegend positief. Voor tien van de dertien Zeeuwse gemeenten neemt het budgetaandeel toe. In totaal neemt is financieel effect als gevolg van de veranderingen in de budgetmutaties € 1,7 miljoen. Verandering clustertotaal: Het clustertotaal neemt toe van € 1,93 miljard naar € 1,97 miljard. Hierdoor neemt het budget voor de Zeeuwse gemeenten toe met € 0,8 miljoen.

Sport, cultuur en recreatie HVE (nieuwe volume): De voorgestelde systematiek heeft in het cluster ‘sport, cultuur en recreatie’ voor de Zeeuwse gemeenten een overwegend positief financieel effect. In totaal nemen de inkomsten in dit cluster voor de Zeeuwse gemeenten toe met € 4,4 miljoen. Het financiële effect is gunstig voor zeven van de dertien Zeeuwse gemeente. HVE (huidig volume): De effecten van de voorgestelde systematiek op de verdeling (budgetaandelen) is dit cluster zijn ongunstig voor twaalf van dertien gemeenten. Alleen in de gemeente Middelburg neemt het budgetaandeel toe (€ 0,8 miljoen). Verandering clustertotaal: Het clustertotaal neemt toe van € 3,36 miljard naar € 3,81 miljard. Hierdoor neemt het budget voor de Zeeuwse gemeenten toe met € 9,2 miljoen.

Infrastructuur, milieu en ruimte HVE (nieuwe volume): De voorgestelde systematiek heeft in het cluster ‘Infrastructuur, milieu en ruimte’ voor de Zeeuwse gemeenten een gunstig financieel effect. Voor elf van de dertien Zeeuwse gemeenten is het financieel effect gunstig. Alleen in de gemeente Middelburg (€ -1,5 miljoen) en Vlissingen (€ -0,4 miljoen) is het financieel effect 2017 ongunstig. In totaal is het effect voor de Zeeuwse gemeenten € 5,4 miljoen). HVE (huidig volume): De effecten van de voorgestelde systematiek op de verdeling (budgetaandelen) is in dit cluster overwegend positief. In totaal is het effect op het budgetaandeel € 10,2 miljoen. Alleen in Middelburg (€ -1,0 miljoen) neemt het budgetaandeel af.

45

Verandering clustertotaal: Het clustertotaal neemt af van € 3,78 miljard naar € 3,61 miljard. Hierdoor neemt het budget voor de Zeeuwse gemeenten af met € -4,7 miljoen.

Tabel 16: HVE (nieuwe volume) klassiek domein, 2017 (financieel effect)

Gemeente

Bestuur en ondersteuning

openbare orde en veligheid

onderwijs

Sport, cultuur en recreatie

infrastructuur , milieu en ruimte

Totaal

Borsele

€ 3.243.370

-€ 320.937

€ 159.811

-€ 209.726

€ 1.023.151

€ 3.895.669

Goes

€ 5.497.108

€ 214.965

€ 62.600

€ 1.041.377

€ 2.254

€ 6.818.303

Hulst

€ 3.969.684

-€ 43.760

€ 172.323

€ 403.384

€ 654.150

€ 5.155.781

Kapelle

€ 1.939.350

€ 52.857

€ 186.030

-€ 10.132

€ 452.495

€ 2.620.601

Middelburg (z.)

€ 7.071.795

€ 459.073

-€ 47.848

€ 2.268.643

-€ 1.507.588

€ 8.244.075

Terneuzen

€ 7.714.056

-€ 153.315

€ 664.035

€ 558.178

€ 483.714

€ 9.266.668

Tholen

€ 3.576.888

€ 8.779

€ 318.108

-€ 48.906

€ 768.702

€ 4.623.571

Veere

€ 3.292.120

-€ 348.828

€ 29.899

-€ 30.315

€ 542.610

€ 3.485.487

Vlissingen

€ 6.568.874

€ 331.315

€ 427.656

€ 943.466

-€ 388.133

€ 7.883.177

Reimerswaal

€ 3.160.296

€ 14.566

€ 264.356

-€ 137.707

€ 835.690

€ 4.137.202

Sluis SchouwenDuiveland

€ 3.593.815

-€ 390.537

€ 169.929

€ 277.723

€ 565.955

€ 4.216.884

€ 4.905.470

-€ 274.715

€ 74.542

€ 448.504

€ 1.210.752

€ 6.364.554

Noord-Beveland

€ 1.302.844

-€ 234.170

€ 28.519

-€ 127.337

€ 761.584

€ 1.731.439

Zeeland

€ 55.835.668

-€ 684.706

€ 2.509.961

€ 5.377.152

€ 5.405.335

€ 68.443.411

Tabel 17: HVE (huidig volume) klassiek domein, clustertotalen 2017 (effect op de verdeling) Bestuur en openbare orde Sport, cultuur infrastructuur, Gemeente ondersteuning en veligheid onderwijs en recreatie milieu en ruimte Borsele

-€ 119.319

-€ 515.231

€ 1.341.215

€ 202.716

Goes

€ 32.536

-€ 138.243

-€ 64.500

Hulst

-€ 94.873

-€ 269.409

€ 116.529

-€ 2.325

€ 395.334

€ 222.802

-€ 255.618

€ 1.012.563

€ 509.192

Kapelle

-€ 61.988

-€ 46.466

€ 154.327

-€ 269.311

€ 598.136

€ 374.698

Middelburg (z.)

€ 116.255

€ 3.935

-€ 168.720

€ 790.222

-€ 1.043.370

-€ 301.677

Terneuzen

-€ 105.302

Tholen

-€ 160.975

-€ 665.217

€ 541.028

-€ 750.704

€ 1.080.278

€ 100.085

-€ 217.960

€ 266.684

-€ 552.650

€ 1.105.544

€ 440.643

Veere

-€ 183.726

-€ 588.619

-€ 1.960

-€ 442.772

€ 847.384

-€ 369.694

Vlissingen

€ 53.450

-€ 119.830

€ 343.195

-€ 332.753

€ 54.479

-€ 1.458

Reimerswaal

-€ 118.684

-€ 175.125

€ 212.212

-€ 564.525

€ 1.116.351

€ 470.229

Sluis SchouwenDuiveland

-€ 221.695

-€ 664.604

€ 122.948

-€ 250.639

€ 981.448

-€ 32.543

-€ 270.299

-€ 619.744

€ 12.892

-€ 337.105

€ 1.748.627

€ 534.372

Noord-Beveland

-€ 120.025

-€ 335.108

€ 15.553

-€ 255.389

€ 930.646

€ 235.676

-€ 1.254.646

-€ 4.351.621

€ 1.670.462

-€ 3.847.792

€ 10.168.637

€ 2.385.041

Zeeland

€ 120.274

Tabel 18: Budgetmutaties door aanpassing van de clustertotalen Bestuur en openbare orde Gemeente ondersteuning en veligheid onderwijs

-€ 624.223

Totaal

Sport, cultuur en recreatie

infrastructuur, milieu en ruimte

Totaal

Borsele

€ 3.362.689

€ 194.293

€ 39.537

€ 414.498

-€ 318.064

€ 3.692.953

Goes

€ 5.464.571

€ 353.208

€ 127.100

€ 1.043.702

-€ 393.080

€ 6.595.501

Hulst

€ 4.064.557

€ 225.649

€ 55.795

€ 659.002

-€ 358.414

€ 4.646.589

Kapelle

€ 2.001.338

€ 99.323

€ 31.704

€ 259.180

-€ 145.641

€ 2.245.903

Middelburg (z.)

€ 6.955.540

€ 455.138

€ 120.872

€ 1.478.420

-€ 464.218

€ 8.545.752

46

Terneuzen

€ 7.819.358

€ 511.902

€ 123.006

€ 1.308.882

-€ 596.565

€ 9.166.583

Tholen

€ 3.737.863

€ 226.740

€ 51.424

€ 503.744

-€ 336.843

€ 4.182.928

Veere

€ 3.475.846

€ 239.791

€ 31.860

€ 412.458

-€ 304.774

€ 3.855.180

Vlissingen

€ 6.515.423

€ 451.145

€ 84.461

€ 1.276.219

-€ 442.612

€ 7.884.636

Reimerswaal

€ 3.278.981

€ 189.692

€ 52.143

€ 426.819

-€ 280.661

€ 3.666.973

Sluis SchouwenDuiveland

€ 3.815.510

€ 274.068

€ 46.981

€ 528.362

-€ 415.493

€ 4.249.428

€ 5.175.769

€ 345.028

€ 61.650

€ 785.609

-€ 537.875

€ 5.830.182

Noord-Beveland

€ 1.422.870

€ 100.938

€ 12.966

€ 128.052

-€ 169.063

€ 1.495.763

Zeeland

€ 57.090.314

€ 3.666.914

€ 839.499

€ 9.224.944

-€ 4.763.302

€ 66.058.370

Aansluiting klassiek

In Tabel 19 zijn de aansluitverschillen voor het klassieke domein weergegeven, zoals ze worden gerapporteerd in de onderzoekverantwoording. Net als in het sociaal domein wordt er beperkt over de aansluitverschillen gerapporteerd. Ook wordt er weinig stil gestaan bij de vraag of de aansluiting een verbetering is ten opzichten van de voorgaande verdeling.

De tabel toont de gemiddelde aansluitverschillen per cluster. Wederom kunnen achter de gemiddelden grote aansluitverschillen schuilgaan.

Tabel 19: aansluitingsverschillen sociaal domein Grootteklasse Bestuur en Openbare ondersteuning orde en veiligheid 0 – 20.000 12 2 20.000 – 5 0 50.000 50.000 – 14 -8 100.000 100.000 – -11 3 250.000 250.000+ -4 0

Onderwijs

Infrastructuur, ruimte en milieu -9 4

Totaal klassiek

-9 6

Sport, cultuur en recreatie 1 -2

-1

-14

-10

-13

-2

8

7

7

0

1

-5

-8

-3 12

Nadere duiding openbare orde en veiligheid Het cluster openbare orde en veiligheid betreft de taken ‘Crisisbeheersing en brandweer’ en ‘overige orde en veiligheid’. In de voorgaande paragraaf hebben we gezien dat in de voorgestelde methodiek de budgetaandelen voor de Zeeuwse gemeenten sterk dalen.

Budgetontwikkeling Openbare orde en veiligheid In tabel 20 zijn de uitkomsten van het huidige en het nieuw voorgestelde verdeelmodel voor het cluster ‘Openbare orde en veiligheid’ weergegeven. In de voorgaande paragraaf hebben we gezien dat er in dit cluster voor Zeeland grote veranderingen zijn in de verdeling van de middelen. In de onderstaande tabel is te zien dat het financieel gevolg de resultante is van enerzijds een toename van de omvang van het cluster waardoor de Zeeuwse gemeenten de clusterinkomsten zien groeien met € 4,2 miljoen en anderzijds een dalend budgetaandeel staat van € -4,9 miljoen. Tabel 18 laat zien dat alle Zeeuwse gemeenten met een daling van hun budgetaandeel worden geconfronteerd (met uitzondering van Middelburg waar het aandeel nagenoeg constant blijft). Per saldo dalen dus de clusterinkomsten voor Zeeland met € 0,7 miljoen (van € 35,6 miljoen naar € 34,9 miljoen).

47

Tabel 20: uitkomsten oude en nieuwe model OOV en HVE Gemeente

Cluster Openbare orde enveiligheid nieuw € 1.851.366

HVE totaal

Borsele

Cluster Openbare orde enveiligheid oud € 2.172.304

-€ 320.937

HVE als gevolg van mutatie budgetaandeel -€ 509.220

HVE als gevolg van mutatie clustertotaal € 188.282

Goes

€ 3.150.648

€ 3.365.613

€ 214.965

-€ 127.315

€ 342.280

Hulst Kapelle

€ 2.193.905

€ 2.150.145

-€ 43.760

-€ 262.428

€ 218.668

€ 893.559

€ 946.416

€ 52.857

-€ 43.393

€ 96.250

Middelburg (z.)

€ 3.877.806

€ 4.336.880

€ 459.073

€ 1.572

€ 457.502

Terneuzen

€ 5.031.077

€ 4.877.762

-€ 153.315

-€ 653.565

€ 500.250

Tholen

€ 2.151.759

€ 2.160.539

€ 8.779

-€ 210.946

€ 219.725

Veere

€ 2.633.730

€ 2.284.903

-€ 348.828

-€ 590.347

€ 241.520

Vlissingen

€ 3.967.516

€ 4.298.830

€ 331.315

-€ 230.509

€ 561.823

Reimerswaal

€ 1.792.949

€ 1.807.516

€ 14.566

-€ 169.256

€ 183.823

Sluis

€ 3.002.050

€ 2.611.514

-€ 390.537

-€ 1.136.780

€ 746.243

Schouwen-Duiveland

€ 3.562.392

€ 3.287.676

-€ 274.715

-€ 630.681

€ 355.965

Noord-Beveland

€ 1.195.980

€ 961.810

-€ 234.170

-€ 331.985

€ 97.815

Zeeland

€ 35.625.676

€ 34.940.970

-€ 684.706

-€ 4.894.853

€ 4.210.147

Bij een landelijk toenemend clusteromvang (van € 1,50 miljard, naar € 1,67 miljard) neemt dus het voor Zeeland de clusteromvang af met € 0,7 mln.

Veiligheidsregio Zeeland

Zeeuwse gemeenten financieren voor een deel de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). De andere inkomstenbron is de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). De verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op artikel 30 van de gemeenschappelijke regeling VRZ 2017 (op basis van de uitkeringsmaatstaf Veiligheid in het Gemeentefonds). De peildatum is de septembercirculaire 2019, jaarschijf 2021. In de begroting 2021 lopen de bijdragen van de Zeeuwse gemeenten op met € 0.6 mln. ten opzichte van de begroting 2020. Desondanks sluit de begroting van de VRZ voor 2021 met een tekort van € 334.403 dat wordt gedekt door een incidentele onttrekking uit de algemene reserve. Voor de jaren daarna (vanaf 2022) is een daadwerkelijke wijziging van beleidskoers met andere vergaande bestuurlijke prioriteiten en beleidskeuzes (ambitieniveaus) nodig om dit begrotingstekort weg te werken. De financiële effecten van de herijking van het cluster Klassiek zullen de financiële problematiek van de VRZ verscherpen. Immers naast de oplopende tekorten staan afnemende inkomsten van de gemeenten die de bijdragen aan de VRZ onder druk zullen zetten.

Kenmerken VRZ

De Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) kenmerkt zich door een aantal regio-specifieke factoren die mede in de kosten tot uitdrukking komen. In geografisch opzicht kunnen worden genoemd de kleinschaligheid, de vele kernen en de grote wateroppervlakten tussen de verzorgingsgebieden die een relatief groot aantal posten noodzakelijk maken. Omdat de aanrijtijden wettelijk zijn vastgelegd moeten er, los van het aantal inwoners op bepaalde afstanden brandweerposten zijn gevestigd. Zeeland beschikt over 66 brandweerposten waar hoofdzakelijk vrijwilligers werkzaam zijn (1.100) en een relatief gering aantal beroepskrachten (ruim 130). De omvang van de formatie van Veiligheidsregio Zeeland is kleiner dan gemiddeld.13 De Veiligheidsregio Zeeland heeft te maken met een aantal specifieke risico’s vanwege de kerncentrale in Borssele, water waardoor de regio doorsneden wordt, verschillende tunnels (waaronder de Westerscheldetunnel), en

13

Berenschot, Benchmark Veiligheidsregio Zeeland, 14 januari 2020

48

Deltawerken. Door de eigenschappen van de regio is in sommige gevallen extra capaciteit nodig. Het aantal BRZObedrijven in de regio ligt relatief hoog. Daarnaast is de grensligging met België relevant. In het grensgebied liggen twee kerncentrales (Borsele en Doel) en het vierde havencomplex ter wereld. Deze landsgrensoverschrijdende risico’s vereist samenwerking met Belgische provincies op het gebied van bijvoorbeeld scheepsbrandbestrijding en planvorming. Een ander specifiek kenmerk ís het toerisme binnen Veiligheidsregio Zeeland. Met name in de zomerperiode, maar ook gedurende andere vakantieperioden, neemt de bevolkingsomvang binnen de regio fors toe. Op zomerse dagen ligt het aantal aanwezigen in het verzorgingsgebied boven de 1 miljoen. Veiligheidsregio Zeeland dient haar organisatie in te richten op risico's met betrekking tot deze piekbelasting. Het gaat hier om dag- en verblijfsrecreanten maar ook tweede woningeigenaren. Bovengenoemde factoren leiden er mede toe dat in vergelijking met andere veiligheidsregio’s de kosten van de brandweerzorg per inwoner in Zeeland substantieel hoger zijn. Het aantal inwoners per post bedraagt in Zeeland 5.984. In Friesland ligt dit bijna een factor 2 hoger (9.938) en in Groningen en Drenthe bijna een factor 3 hoger (14.550 resp. 13.583).

Hoewel het aantal posten van Zeeland nagenoeg gelijk is aan die van Friesland, is het aantal inwoners van Veiligheidsregio Friesland 69% hoger dan dat van Zeeland.

Specificatie model Het voorgestelde verdeelmodel voor het cluster ‘openbare orde en veiligheid’ is weergegeven in Tabel 21. Het nieuwe model bevat acht maatstaven, waar het huidige model er zestien bevat. Maatstaven die zijn komen te vervallen zijn onder anderen: •

Kernen

•

WOZ niet-woningen eigenaar

•

oppervlakte bebouwing

•

Minderheden

•

Buitenwater

•

Land

•

Regionaal klantenpotentieel

•

Lokale klantenpotentieel

Tabel 21: Voorgestelde verdeelmodel ‘openbare orde en veiligheid’ Maatstaven

Gewicht

kernen > 500 adressen

75.166,66

niet-westerse migratieachtergrond

148,41

huishoudens met laag inkomen boven drempel

127,48

Bedrijfsvestigingen

84,44

Woonruimten

56,12

omgevingsadressendichtheid

18,26

Inwoners

11,40

nieuwe lokale centrummaatstaf (max 20km)

5,39

Aandeel in de verdeling

Duiding Herverdeeleffecten

Herverdeeleffecten in landelijk perspectief

In Figuur 17 zijn de HVE per inwoner voor het cluster openbare orde en veiligheid gesorteerd van negatief naar positief. De Zeeuwse gemeenten zijn paars gearceerd. De Zeeuwse gemeenten hebben allemaal een negatief HVE. Deze clusteren ook rond de sterkste negatieve HVE landelijk. Het is opvallend dat vijf van de tien gemeenten met de grootste nadelige HVE op dit terrein liggen in Zeeland.

49

Figuur 17: Herverdeeleffect per inwoner (huidig volume) openbare orde en veiligheid, Zeeland

HVE per inwoner (huidig volume)

€ 30 € 20 € 10

€0 -€ 10 -€ 20 -€ 30 -€ 40 -€ 50 -€ 60

Gemeenten gesorteerd naar HVE openbare orde en veiligheid HVE openbare orde en veiligheid

Zeeland

Welke gemeenten gaan er op achteruit? Zijn er specifieke regio’s aan te wijzen die er in het cluster participatie op vooruit of achteruit gaan? In 15 zijn in een kaart alle HVE per inwoner opgenomen voor het Openbare orde en veiligheid. De kaart laat zien dat de grootste negatieve HVE liggen in de provincies Zeeland, Groningen en Friesland.

Figuur 18: HVE Openbare orde en veiligheid (huidig volume)

HVE hangen sterk samen met maatstaven die zijn komen te vervallen. Dit is negatief voor Zeeland Waar hangen de HVE in het cluster openbare orde en veiligheid mee samen? Het is opvallend dat de variabelen die binnen het cluster zijn komen te vervallen pakken zeer nadelig uit voor Zeeland. Figuren 19, 20 en 21 tonen sterke negatieve relaties tussen de HVE per inwoner en maatstaven ‘oppervlakte land per inwoner’, ‘kernen per inwoner’, en ‘oppervlakte buitenwater’.

50

Figuur 19: HVE per inwoner (huidig volume) openbare orde en veiligheid versus oppervlakte land per inwoner

40 20 0 0

0,5

1

1,5

2

2,5

-20 -40 R² = 0,6399

-60 -80 -100

De correlatie is heel sterk, bijna 0,8. Dit lijkt een direct gevolg van het weghalen van het element land uit de vergelijking. Een zelfde correlatie zien we bij meerkernigheid (zie Figuur 17).

Figuur 20:HVE per inwoner (huidig volume) openbare orde en veiligheid versus kernen per inwoner

30 20 10 0 0

0,0005

0,001

0,0015

0,002

0,0025

-10 -20 -30

R² = 0,5459

-40 -50 -60

51

Figuur 21: HVE per inwoner (huidig volume) openbare orde en veiligheid versus oppervlakte buitenwater

30 20 10 0 0

2000

4000

6000

8000

10000

12000

-10 -20

R² = 0,1063

-30 -40 -50 -60

Ook het verwijderen van de variabele ‘niet-woningwaarde’ uit het model is voor Zeeland problematisch (zie Figuur 22).

Figuur 22: HVE per inwoner (huidig volume) openbare orde en veiligheid versus oppervlakte buitenwater

Niet-woningwaarde per inwoner vs HVE O&V 30 20 10 0 -10 -20

0

0,01

0,02

0,03

0,04

0,05

0,06

0,07

0,08

0,09

R² = 0,2349

-30 -40 -50 -60

Interessant is ook de correlatie met toeristen. Een aantal Zeeuwse gemeenten heeft veel toeristen (gemeten door toeristenbelasting per inwoner). Zij krijgen een negatief hve. De spreiding is wel erg groot, dus een correlatie zegt niet alles.

52

Figuur 23: HVE per inwoner (huidig volume) openbare orde en veiligheid versus toeristenbelasting per inwoner

40 20 0 -0,03 -20

0,02

0,07

0,12

0,17

0,22

0,27

0,32

-40 -60 -80 -100 -120

R² = 0,2374

-140 -160

Aansluitverschillen

De aansluitverschillen die op clusterniveau door Cebeon worden gerapporteerd zijn weergegeven in Tabel 22. Het betreft de aansluiting tussen de gemiddelde feitelijke nettolasten per inwoner en de bijbehorende uitkomsten van het verklaringsmodel. De uitkomsten van het verklaringsmodel sluiten niet aan bij de aansluiting van het uiteindelijke verdeelmodel doordat in het aansluitingsmodel ook de Algemene Eigen Middelen zijn meegenomen als verklarende factoren, met als doel om te corrigeren voor inkomstenverschillen van gemeenten. Net als in de rapportage van het sociaal domein zijn de gerapporteerde aansluitverschillen beperkt tot de gemiddelde aansluiting. Er wordt geen informatie gegeven over de bandbreedte van aansluitingsverschillen. Ook hier is het dus lastig om een oordeel te vellen over de wenselijkheid van de HVE.

Tabel 22: Aansluiting verklaringsmodel cluster openbare orde en veiligheid Grootteklasse Feitelijke nettolasten per Uitkomst inwoner verklaringsmodel 0 – 20.000 € 84 € 86 20.000 – 50.000 € 89 € 89 50.000 – 100.000 € 96 € 88 100.000 – 250.000 € 99 € 102 250.000+ € 190 € 190

Aansluitverschil €2 €0 € -8 €3 €0

Conclusie openbare orde en veiligheid •

Het budgetaandeel in het cluster ‘openbare orde en veiligheid’ daalt voor alle Zeeuwse gemeenten. Voor sommige gemeenten is er sprake van een forse daling.

•

De veranderingen in de budgetaandelen hangen sterk samen met maatstaven die uit het model zijn gehaald. Deze zijn voor Zeeland nadelig

53

6 Eigen inkomsten HVE eigen inkomsten

HVE nieuwe volume)

In Tabel 23 zijn de herverdeeleffecten weergegeven die samenhangen met het vergroten van de verevening van de Algemene Eigen Middelen (OEM en OZB). De eerste kolom toont de HVE (nieuwe volume). Dit betreft weer het financieel effect van de verevening op de Algemene Uitkering. Doordat de omvang van de verevening is gestegen, is dit voor alle Nederlandse gemeenten negatief. Gemiddeld is heft effect voor de Zeeuwse gemeenten € -93 per inwoner.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9898479/1