E09BDO-Benchmark-Nederlandse-Gemeenten-2023
Tekst van het document
Gemeenten in Zeeland hebben de laagste solvabiliteit, Flevoland wederom koploper De solvabiliteit van gemeenten varieert flink. Het slechtst is deze van gemeenten in de provincie Zeeland en Friesland (29,6% en 30,6%), gevolgd door Groningen (30,9%). Gemeenten in de provincies Flevoland en ZuidHolland scoren het best, waarbij Flevoland met een solvabiliteit van 49,5% de absolute koploper is.
6% (gecorrigeerd) als exclusief de doorgeleende gelden. 2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Bron: financiengemeenten.nl
D
e schuldenpositie van gemeenten schommelde de afgelopen tien jaar rond de 49%. Het hoogst was de gemiddelde nettoschuldquote de afgelopen tien jaar in 2014 (bijna 57%). Sinds 2020 is een forse daling ingezet. In dat jaar daalde de nettoschuldquote van 49% naar 42%. In 2021 daalde deze verder naar 41%. De nettoschuldquote is het resultaat van het totaal van de schulden gedeeld door de totale baten van een gemeente. Ook leningen bij derden zijn meegewogen in dit percentage.
Schulden dalen verder De daling van de schulden heeft alles te maken met het feit dat de baten met ingang
van 2020 fors zijn toegenomen, onder andere als gevolg van de tijdelijke Tozo-regeling (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers) die met ingang van 2020 haar intrede deed. De dalende trend heeft zich in 2021 doorgezet. De nettoschuldquote bedraagt eind 2021 41%. Dit, terwijl gemeenten aanvankelijk aangaven voor 2021 een nettoschuldquote te verwachten van maar liefst 64%. Ook hier spelen de Eneco-inkomsten een bepalende rol. Het ligt voor de hand dat sommige gemeenten deze gelden hebben aangewend om schulden (deels) af te lossen. Ook hebben gemeenten grote investeringen vanwege de coronacrisis vaak niet of gedeeltelijk uitgevoerd.
‘In 2021 daalde de gemiddelde nettoschuldquote verder naar 41%’
33
34
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2023
FINANCIËLE PERFORMANCE GRONDEXPLOITATIE, STRUCTURELE EXPLOITATIERUIMTE EN BELASTINGCAPACITEIT
Netto schuldquote gemeenten, gemiddeld per provincie (2021)
Netto schuldquote gemeenten, gemiddeld per provincie (2021) Grondexploitatie per omvang Nederlandse gemeenten (2010-2021) Grondexploitatie gemeenten, gemiddeld en naar groottecategorie (2010- 2021)
Nettoschuldquote per provincie, gemiddeld per provincie (2021)
< 25.000
41,0%
123/123
> 100.000
Gemiddeld
38% 36%
49,5%
9.450
50.000-100.000
40%
49,5% 41,0%
EEMNES
25.000-50.000
48,8%
34% 32%
48,8%
33,9%
16,4%
114,1%
21,9%
-11,5%
14,8%
33,9%
130,1%
Roland van Benthem burgemeester
14,8%
28%
39,5%
26% 24%
39,5%
22%
35,8%
54,4%
44,6%
30%
20% 18%
44,6%
‘Forse grondposities geven vertekend beeld’
35,8%
54,4%
16% 14% 12%
37,1%
10%
51,9%
8%
‘Wij zijn trotse hekkensluiter van
37,1%
deze benchmark. Grootste bleeder
6%
44,6%
51,9%
is hier de jeugdzorg. Voor een kleine gemeente is dat ook het lastigst om
44,6%
< 30% 30 < 40% 40 < 50% 50 < 60% > 45% 60%
greep op te houden. We hebben hier toevallig twee kinderen die onder de Wet langdurige zorg vallen. Dat
25%
is een enorme last voor een kleine
30%
35%
40%
< 30% 30 < 40% 40 < 50% 50 < 60% > 60%
50%
25%
30%
35%
40%
45%
50%
en vervolgens uitgeven. Daardoor kunnen we 25 procent extra huizen bouwen. Dat is geld dat nu vastzit, maar in de toekomst flink zal renderen. De gemeenteraad wil echter niet te snel groeien waardoor de nettoschuldquote nog wel even hoog zal blijven.’
Gemiddeld
40%
36% 34%
30%
28% structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit
22%
nemen voor langere periodes dan
ingekocht die we bouwrijp maken
Bron: financiengemeenten.nl
gezondheid van gemeenten. Ze worden dan ook beperkt 20% 18%
de vier jaar die het kabinet ons gunt.
tiek en hebben forse grondposities
> 100.000
26%
moeten investeringsbeslissingen
We bedrijven actieve grondpoli-
50.000-100.000
bepalen voor een veel minder groot deel de financiële 24%
het Rijk het wel lastig maakt. Wij
weet waar je aan toe bent.
25.000-50.000
32% drie overige kengetallen: grondexploitatie (Grex), De
zorgen over de toekomst. Hoewel
Je kunt slecht begroten als je niet
< 25.000
38%
begroting als de onze en er valt niet op te sturen.Ik maak me weinig
Grondexploitatie omvang gemeenten (2010-2019) 2010 2011 2012 per2013 2014 Nederlandse 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021
Een hogere nettoschuldquote hoeft overigens niet per definitie een slecht teken te zijn. Een gemeente is immers een ‘bestedingshuishouding’. Het hoofddoel is niet om zo veel mogelijk eigen vermogen dan wel middelen aan te houden en daar rendementen uit te halen, maar veel meer om de inkomsten optimaal in te zetten ten behoeve van betere voorzieningen voor de burgers en andere maatschappelijke baten. Zeker bij lage of zelfs negatieve rentestanden kan het zeer effectief zijn om externe middelen aan te trekken om te kunnen investeren in voorzieningen waar burgers nog jaren van profiteren. Schulden maken voor risicovolle investeringen, zoals grondexploitaties, moet echter weloverwogen gebeuren. Lenen om tekorten in de structurele begroting te dekken, moet niet mogelijk zijn.
Gemeenten in Zeeland en Utrecht hebben ook in 2021 de meeste schulden Op provinciaal niveau zien we grote verschillen tussen de nettoschuldquotes van gemeenten. In Flevoland nam de nettoschuldquote van gemeenten toe van 13% naar 15%, en in Friesland is sprake van een toename van 45% naar 50%. Ook zijn er forse dalers in met name de provincie Groningen (van 49% naar 41%) en in Overijssel waar de nettoschuldquote daalde van 48% naar 40%. Verder zien we dat in de meeste provincies de nettoschuldquote van gemeenten min of meer in de buurt van het landelijk gemiddelde van 41% ligt. Uitschieters zijn gemeenten in Zeeland (51,9%) en Utrecht (54,4%). Zij hebben relatief gezien de meeste schulden. Verreweg de laagste schuldpositie zit bij gemeenten in Flevoland (14,8%).
meegerekend in het onderzoek. 16% 14% 12% 10%
D 8%
e grondexploitatieratio geeft aan hoe groot de waarde van de grond is 2010 2011 2012 2013 2014 ten opzichte van de baten. Hoe minder grond een gemeente verkoopt, hoe hoger de grondpositie en hoe hoger de boekwaarde. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. De gemiddelde ratio grondexploitatie in 2021 is 7,65%. Daarmee is deze verder gedaald. Sinds 2013 al zien we grondexploitaties van welke gemeente dan ook verder dalen. Met een dalende grondexploitatieratio lopen gemeenten financieel wellicht minder risico’s met de gronden maar tegelijktijdig is er een wooncrisis 6%
en is het maatschappelijk gezien wenselijk dat er juist wordt geïnvesteerd in grondexploitaties. 2015 2016 2017 2018 2019 Gemeenten wíllen vaak ook wel investeren, Bron: financiengemeenten.nl maar door het ontbreken van grondvoorraad of door de stikstofproblematiek komt dit niet altijd van de grond. De daling zet dus door in 2021, hoewel deze zich vooral voordoet bij gemeenten met een inwoneraantal tussen de 25.000 en 50.000. Daar is sprake van een daling van 20%. En bij gemeenten tussen de 50.000 en 100.000 inwoners is de daling 10%. Een mogelijke verklaring is dat er weinig nieuwe investeringen
‘De gemiddelde grondexploitatie in 2021 is 7,65%. Daarmee is deze verder gedaald’
35
36
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2023
FINANCIËLE PERFORMANCE GRONDEXPLOITATIE, STRUCTURELE EXPLOITATIERUIMTE EN BELASTINGCAPACITEIT
Belastingcapaciteit (2014-2021)
Structurele exploitatieruimte omvang gemeente (2014-2021)
Structurele exploitatieruimte gemeenten, < 25.000 25.000-50.000 50.000-100.000 gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2021)
> 100.000
Gemiddeld
Belastingcapaciteit gemeenten, < 25.000 25.000-50.000 50.000-100.000 gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2021)
> 100.000
Gemiddeld
110%
4%
LEEUWARDEN 27/32
DOESBURG
125.504
14/123
3%
15,8%
71,1%
25,1%
4,8%
105%
95,5%
Edgar Kuipers Hoofd Financiën Gemeente Leeuwarden
‘Rijksgeld Corona droeg bij aan mooi resultaat’
68,4%
2%
100%
1%
0,4%
5,2%
111,0%
‘Door ons verleden zitten we er bovenop’
95%
‘De gemeente Doesburg is een kleine
taat van 9,4 miljoen euro. Dat is fijn,
gemeente en valt in de categorie 0%
uitdagingen van nu kun je maar
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Structurele exploitatieruimte omvang gemeente (2014-2020)
beter vanuit een pluspositie tegemoet treden. Ons goede resultaat is mede ontstaan door factoren
-11,1%
Birgit van Veldhuizen wethouder financiën
‘We noteren een mooi nettoresulwant de grote maatschappelijke
11.036
< 25.000
25.000-50.000
50.000-100.000
> 100.000
2021
“sociaal zwakke gemeente”. Ooit
90% 2014 2015 per omvang 2016 2017 2018 gemeenten 2019 2020 2021 Grondexploitatie Nederlandse (2010-2019) < 25.000
Gemiddeld
25.000-50.000
50.000-100.000
> 100.000
Bron: financiengemeenten.nl
Gemiddeld
waren we een artikel 12-gemeente, veel burgers hebben het moeilijk. Maar wanneer je ziet hoe we er
40%
financieel voor staan dan mag je dat
waar we zelf maar weinig invloed
38%
best bijzonder noemen. Daar ben
op hadden. Zo hebben tijdens de
36%
ik erg trots op. De reden dat het
34%
goed gaat, is omdat we er door ons
coronapandemie minder mensen een beroep gedaan op de Wmo. Simpelweg omdat ze even geen thuishulp over de vloer wilden hebben. Er ontstond vraaguitval in het sociaal domein. Bovendien zag je een soort omgekeerd “de kost gaat voor de baat uit” vanwege de generieke coronasteunpakketten vanuit het Rijk. Die zijn ook bedoeld voor na 2021. Voor de komende jaren hebben we onze begroting goed op orde. Leeuwarden is goed uit de herverdeling van het gemeentefonds gekomen waardoor het ravijnjaar 2026 minder diep zal zijn. Maar zaken als inflatie en materiaal- en personeelsschaarste blijven een punt van zorg.’
4%
3%
in grondexploitaties zijn gedaan en dat de bestaande investeringen in 2021 voor een groot 2% zijn verkocht. Bij gemeenten met minder deel dan 25.000 inwoners is de daling 2% en bij gemeenten met meer dan 100.000 inwoners is de daling 7%. 1%
Het kengetal structurele exploitatieruimte helpt mee om te beoordelen welke ruimte een 0% gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. 2014 in 20212015 2016 zo Die ruimte wordt wederom groter, blijkt uit de cijfers. Sterker nog, de structurele exploitatieruimte is meer dan verdubbeld. In 2019 hadden gemeenten nog grote moeite om hun meerjarenbegroting structureel sluitend te krijgen. In 2020 lukte dit beter met een overschot van 1,3%. Over 2021 is het beeld nóg rooskleuriger, omdat de gemiddelde exploitatieruimte uitkomt op 2,8%. Deze extra ruimte komt voor veel gemeenten als geroepen. De verhoogde structurele exploitatieruimte is vooral zichtbaar bij gemeenten met 50.000
32%
tot 100.000 inwoners. Daar bedroeg deze over 2020 nog 0,4% terwijl deze in 2021 steeg naar 2,2%. Tot slot de belastingcapaciteit. Dit kengetal geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. De belangrijkste belastingen die gemeenten heffen zijn de onroerendezaakbelasting op huizen 2017 2018 en de riool2019 en 2020 en bedrijfspanden afvalstoffenheffing. Als dit kengetal laag is, betekent het dat een gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. In 2021 is de gemiddelde belastingcapaciteit van gemeenten, groot of klein, over de gehele linie gedaald. Grotere gemeenten hebben gemiddeld genomen een lagere belastingdruk dan kleinere gemeenten, blijkt uit ons onderzoek. Zij kunnen daardoor meer inkomsten genereren in tijden dat dat nodig is dan kleinere gemeenten dat kunnen.
verleden heel erg bovenop zitten.
30% 28%
Nooit meer uitgeven dan begroot.
26%
En dat wordt zowel in de raad als in
24%
het college breed gedragen.
22%
In 2021 konden we een positief
20%
resultaat van 3,7 miljoen euro
18%
bijschrijven. We hebben ervoor
16% 14% 12% 10% 8% 6% 2010
2011
‘De structurele exploitatieruimte is in 2021 meer dan verdubbeld’
2012
2013
2014
2015
2016
gekozen dat voor een groot deel terug te laten vloeien naar de mensen. Zowel naar jong als oud en breed sociaal, zodat iedereen meeprofiteert. Er komt bijvoorbeeld een 2017
2018
2019
Bron: financiengemeenten.nl
skatebaan, maar er is ook ondersteuning voor mensen die hun energierekening niet kunnen betalen.’
37
38
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2023
INTERVIEW
OSS 5/56
51,1%
5,6%
93.307
0,0%
5,2%
95,3%
Goed voor elkaar ‘Oss heeft zijn zaakjes goed voor elkaar. We hebben alles administratief en boekhoudkundig goed op orde en zijn al sinds jaar en dag een financieel gezonde gemeente. Dat is een verdienste van zowel de gemeenteraad, het college als de ambtelijke organisatie. We zitten er alle drie hetzelfde in: zorgvuldig financieel beleid en jezelf niet rijk rekenen wanneer je wat overhoudt en niet in paniek raken als het eens tegenzit. We hebben een goede begrotingsdiscipline en een rustige langjarige stabiele koers. Fijn dat dit in ons rapportcijfer terugkomt.’
Corona ‘Complimenten voor het Rijk die ons tijdens de pandemie van voldoende middelen heeft voorzien die we een-op-een konden doorsluizen naar de samenleving. Corona heeft gezorgd voor uitstel van sommige projecten waardoor onze financiële buffer zelfs iets is toegenomen en we nog iets meer vet op de botten hebben gekregen. Het overschot uit 2021 hebben we toegevoegd aan de algemene reserves. En dat pakt nu goed uit. Een deel van de algemene reserve kunnen we gebruiken als noodfonds in het kader van de energiecrisis. We gebruiken dit om onze burgers te ondersteunen als er actuele nood is. We zijn lenig en krachtig genoeg om dat te kunnen. En we sparen een deel voor de toekomst.’
Financiële rust ‘Het is ook voor ons heel fijn dat het accres voor drie jaar bevroren is. Dat geeft financiële rust en daar houden we van in Oss. Schommelingen in de inkomsten vinden we vervelend. Door de meerjarige rust hoeven we nergens op te bezuinigen. Sterker nog: we gaan een nieuw zwembad en een nieuw theater bouwen en zijn met een mobiliteitsplan en een nieuwe stadswijk bezig. We investeren volop en hebben daar voldoende geld voor liggen. Juist omdat we altijd aan onze vermogenspositie hebben gedacht. Probleem is wel dat geld op dit moment heel snel verdampt.’
Ravijnjaar ‘We anticiperen nu al op het ravijnjaar, maar gaan ook in 2026 uit van een sluitende begroting. Dat betekent dat we daar in 2023, 2024 en 2025 al rekening mee houden zodat de terugval beperkt zal zijn. We willen de lasten voor onze burgers zo laag mogelijk houden en daar slagen we ieder jaar gelukkig in.’
Werkplezier ‘Zeker, ook wij voelen de krapte op de arbeidsmarkt. Maar Oss is groot genoeg om ambities te hebben en compact genoeg om elkaar en de samenleving goed te kennen. De omgangsvormen hier zijn heel erg informeel en dat onderscheidt ons van andere gemeenten. Een baan is hier leuker dan in de grotere steden. Werkplezier en ontwikkelmogelijkheden zorgen samen met trots en de goede sfeer dat mensen graag in Oss willen werken. Dus vooralsnog hebben we voldoende mensen om onze ambities waar te kunnen maken. Ik kan het niet slechter maken.’
HENK MENSINK, gemeentesecretaris / algemeen directeur
‘Groot genoeg om ambities te hebben’
39
TERUGBLIK
TERUGBLIK
De trends over 2017-2021
BDO heeft inmiddels vijf jaar de Nederlandse gemeenten langs de financiële meetlat gelegd, waarvan vier jaar met een gemiddeld rapportcijfer. Op basis van deze meerjarenperformance hebben we, met de rapportcijfers als leidraad, een trendrating toegekend aan gemeenten. Daarnaast blikken we terug op de kengetallen en analyseren we in welke mate gemeenten in staat zijn gebleken om goed te begroten.
O
mdat we de BDO-benchmark nu voor het vijfde jaar op rij maken (waarvan vier jaar met rapportcijfers per gemeente), biedt dit de mogelijkheid om de ratings van de afgelopen jaren naast elkaar te zetten. Zodoende kunnen we de rapportcijfers per jaar met elkaar vergelijken (zie tabel op pagina 62 e.v.). We zien dat bij veruit de meeste gemeenten (189 in totaal) het rapportcijfer in de loop der jaren stijgt. Duidelijke verschillen Opvallend is dat naarmate de gemeenten groter zijn, er vaker sprake is van een stijgende trend in het rapportcijfer. Grote gemeenten zijn het
in de loop van de afgelopen vier jaar - relatief gezien - financieel beter gaan doen dan kleinere gemeenten. Slechts 13% van de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners en slechts 11% van de gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners gingen in de loop der jaren financieel minder presteren. Bij kleinere gemeenten lag dit percentage een stuk hoger (26% van de gemeenten met 25.000 tot 50.000 inwoners en 35% van de gemeenten met minder dan 25.000 inwoners). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat het rapportcijfer van grotere gemeenten ook harder kón stijgen omdat dit de afgelopen jaren lager lag dan dat van kleinere gemeenten. Kleinere gemeenten presteerden financieel gezien beter.
‘Vanaf 2019 nemen de schulden af bij gemeenten’
41
42
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2023
TERUGBLIK
Trendrating (2018-2021)
Overzicht ontwikkeling gemiddelde ratio’s Nederlandse gemeenten (2017-2021)
Over de trendrating Voor de trendrating vergeleken we het rapportcijfer 2021 met het gemiddelde cijfer over de periode 2018 tot en met 2021 – de meerjarenperformance. Ligt het rapportcijfer 2021 hoger dan de meerjarenperformance, dan betekent dit een stijgende trend. Is het cijfer over 2021 hetzelfde als het gemiddelde dan spreken we van een gelijkblijvende trend. Een rapportcijfer over 2021 lager dan de meerjarenperformance duidt op een dalende trend.
Solvabiliteit (2017-2021) LEGENDA
‘De gemiddelde solvabiliteit van alle gemeenten was in 2019 op zijn laagst’
Nettoschuldquote (2017-2021)
37%
50%
36%
48%
35%
46%
34%
44%
33%
42%
Stijgers Gelijkblijvers Dalers
32%
40% 2017
Het rapportcijfer ligt hoger
2018
2019
2020
2021
2017
2018
2019
2020
2021
Grondexploitatie (2017-2021)
Belastingcapaciteit (2017-2021)
Structurele exploitatieruimte (2017-2021)
20%
108%
3%
15%
106%
2%
10%
104%
1%
5%
102%
0%
dan het gemiddelde over de periode 2018 tot en met 2021. Het rapportcijfer is gelijk aan het gemiddelde over de periode 2018 tot en met 2021. Het rapportcijfer ligt lager
0%
dan het gemiddelde over
100% 2017
2018
2019
2020
2021
-1% 2017
2018
2019
2020
2021
2017
2018
2019
2020
de periode 2018 tot en met 2021.
Trendrating in cijfers (2018-2021) Groottecategorie gemeente
totaal
> 100.000
20
8
4
32
> 50.000 < 100.000
34
16
6
56
> 25.000 < 50.000
80
26
35
141
< 25.000
55
25
43
123
Totaal
189
75
88
352
Groottecategorie gemeente > 100.000
63%
25%
13%
> 50.000 < 100.000
61%
29%
11%
> 25.000 < 50.000
57%
18%
25%
< 25.000
45%
20%
35%
Totaal
54%
21%
25%
Ontwikkeling kengetallen We keken ook naar de ontwikkeling van de kengetallen over de periode 2017-2021. Opvallend is dat de gemiddelde solvabiliteit van alle gemeenten in 2019 op zijn laagst was. Dat heeft vooral te maken met de ontwrichtende effecten die het sociaal domein heeft gehad. Gemeenten en Rijk kwamen lijnrecht tegenover elkaar te staan en wethouders gingen protesteren in Den Haag om kenbaar te maken dat er financiële problemen waren. Na 2019 vond de solvabiliteit van alle gemeenten weer de weg omhoog. Dit komt doordat bij de meerderheid van de bovenstaande gemeenten de resultaten verbeterden. Dat heeft gezorgd voor een hoger eigen vermogen. In de bovenstaande grafiek van de nettoschuldquote zien we heel duidelijk dat deze een knik maakt in 2019.
Vanaf dat moment namen de schulden bij gemeenten af. Dat heeft te maken met een hoger activiteitenniveau en daarmee hogere baten. Het relatieve belang van de schuldpositie is daarmee kleiner geworden. In het verlengde hiervan zien we de structurele exploitatieruimte van gemeenten in een steile lijn omhooggaan vanaf 2019. Gemeenten zitten vanaf dat jaar ruimer bij kas. De belastingcapaciteit laat daarentegen een flauwe stijgende lijn zien sinds 2018. Deze neemt elk jaar een beetje toe. Dat wil zeggen dat gemeenten sinds 2018 elk jaar iets minder ruimte hebben gekregen om belastingen te verhogen. Kijkend naar de cijfers van de laatste vijf jaar daar waar het gaat om grondexploitatie, zien we dat deze fors zijn gedaald. Dat geldt voor alle categorieën van gemeenten: groot én klein.
‘De grond exploitaties zijn fors gedaald’
2021
43
44
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2023
INTERVIEW
SVEN BREEDIJK, directeur Middelen en Control / concerncontroller AMSTERDAM 2/32
50,0%
88,0%
882.633
-8,7%
2,0%
94,0%
Jullie hebben alweer een hoog cijfer in de benchmark. Ervaren jullie zelf ook een positieve financiële performance? ‘We zijn relatief welvarend. Zeker in vergelijking met gemeenten aan de randen van Nederland. De cijfers over 2021 zijn echter ook wat vertekend. Onder andere door corona, maar ook door de verkoop van afvalverwerker AEB. Daar hebben we een stuk voorziening kunnen laten vrijvallen en tot op de dag van vandaag heeft zich dat nog niet gematerialiseerd. We zijn nog in afwachting van de formele toestemming van de mededingingsautoriteit. En verder is ons begrotingstotaal flink gegroeid door alle miljarden die we hebben ontvangen vanwege corona.’ Hoe kijkt u aan tegen de toekomst waaronder het ‘ravijnjaar 2026’; hoe anticipeer je hierop? ‘Gemeenten hebben behoefte aan bestendigheid en stabiliteit, misschien nog wel meer dan dat de financiën op een adequaat niveau liggen. Natuurlijk moeten er voldoende middelen zijn om de aan ons opgelegde taken uit te kunnen voeren. Met name voor de jeugdzorg is dat nog steeds een ingewikkelde dialoog met het Rijk. Ook de nieuwe regering heeft weer een structurele korting in de boeken gezet zonder dat bekend is of het instrumentarium voor gemeenten wel voldoende is om de taken te kunnen uitvoeren. En het accres mag dan voor 2026 enigszins gedempt worden, in 2027 staat het wel weer in de boeken.
Voor Amsterdam betekent dat voor het eerst in de geschiedenis een structureel tekort in de begroting.’ Wordt het daardoor lastiger om richting te geven aan de grote opgaven? ‘Dat is onvermijdelijk. Zeker met het oplopen van de rente, de energiekosten en het algemeen prijspeil. Je kunt dus niet meer alles in je planvoorraad overeind houden. De Amsterdamse bevolking groeit bovendien flink, maar dat zal niet leiden tot een hogere gemeentefondsuitkering. Dus wordt iedereen in de stad een beetje armer.’
‘Iedereen in de stad wordt een beetje armer’
45
46
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2023
TERUGBLIK
Tekorten en overschotten
2017
2018 LEGENDA
LEGENDA
LEGENDA
OVERSCHOT
OVERSCHOT
> 100.000.000
> 100.000.000
10.000.000 - 100.000.000
10.000.000 - 100.000.000
1.000.000 - 10.000.000
1.000.000 - 10.000.000
100.000 - 1.000.000
100.000 - 1.000.000
0 - 100.000
0 - 100.000
TEKORT
TEKORT
100.000 - 1.000.000
0 - -100.000
0 - -100.000
-100.000 - -1.000.000
-100.000 - -1.000.000
0 - 100.000
-1.000.000 - -10.000.000
-1.000.000 - 10.000.000
-10.000.000 - -100.000.000
-10.000.000 - -100.000.000
> -100.000.000
> -100.000.000
OVERSCHOT > 100.000.000 10.000.000 - 100.000.000 1.000.000 - 10.000.000
TEKORT 0 - -100.000 -100.000 - -1.000.000 -1.000.000 - -10.000.000 -10.000.000 - -100.000.000 > -100.000.000
2019
2020 LEGENDA
LEGENDA
OVERSCHOT
OVERSCHOT
> 100.000.000
> 100.000.000
10.000.000 - 100.000.000
10.000.000 - 100.000.000
1.000.000 - 10.000.000
1.000.000 - 10.000.000
100.000 - 1.000.000
100.000 - 1.000.000
0 - 100.000
0 - 100.000
TEKORT
TEKORT
0 - -100.000
0 - -100.000
-100.000 - -1.000.000
-100.000 - -1.000.000
-1.000.000 - 10.000.000
-1.000.000 - 10.000.000
-10.000.000 - -100.000.000
-10.000.000 - -100.000.000
> -100.000.000
> -100.000.000
TOENEMEND TEKORT In de periode 2017 tot en met 2019 kleurt de kaart van Nederland steeds roder. Vanaf 2020 zijn er, duidelijk zichtbaar, meer gemeenten met een overschot. Die ontwikkeling heeft zich over 2021 doorgezet.
47
48
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2023
Tekorten en overschotten LEGENDA OVERSCHOT > 100.000.000 10.000.000 - 100.000.000 1.000.000 - 10.000.000 100.000 - 1.000.000 0 - 100.000 TEKORT 0 - -100.000
Begroting vs. realisatie Nederlandse gemeenten in euros (2019-2021) 2021 Saldo afwijking totaal
2021 > 100.000.000 10.000.000 - 100.000.000 1.000.000 - 10.000.000 100.000 - 1.000.000 0 - 100.000
0 - -100.000
-10.000.000 - -100.000.000
110.917.483
= aantal gemeenten
76
-247.533.771 3.161.632.603
2.111.030.132
110.917.483
270
76
2.111.030.132
270
64.000.000.000
Saldo afwijking totaal als percentage van de totale lasten 2021
TEKORT -100.000 - -1.000.000
82
276 Begroot -1.409.053.725 Saldo afwijking totaal als percentage van de totale lasten 2021 82 -247.533.771 Gerealiseerd5%
OVERSCHOT
-1.000.000 - -10.000.000
-1.409.053.725
276
Saldo afwijking totaal Gerealiseerd
LEGENDA
= aantal gemeenten
3.161.632.603
Begroot 2021
-100.000 - -1.000.000 -10.000.000 - -100.000.000
49
TERUGBLIK
5%
64.000.000.000
2020
-1.000.000 - -10.000.000
Saldo afwijking totaal
> -100.000.000
> -100.000.000
5.588.377.575
Begroot 2020
268
Saldo afwijking totaal Gerealiseerd
127
Begroot Waarvan incidentele verkoop Eneco-aandelen 268
-1.254.933.000
246.840.000
87
5.588.377.575
-516.262.787 -1.254.933.000
246.840.000
87
5.096.547.362 4.099.000.000
127 -516.262.787 Gerealiseerd Saldo afwijking totaal als percentage van de totale lasten 2020 Waarvan incidentele verkoop Eneco-aandelen 9%
44
5.096.547.362 4.099.000.000
228
44
228
64.515.192.000
Saldo afwijking totaal als percentage van de totale lasten 2020
2019
9%
64.515.192.000
Saldo afwijking totaal Begroot 2019
1.784.738.106 323
-2.607.305.755
Saldo afwijking totaal Gerealiseerd
80.299.451 1.784.738.106 229 -1.281.217.682
323 -2.607.305.755 Begroot Saldo afwijking totaal als percentage van de totale lasten 2019 229 Gerealiseerd -1.281.217.682 3%
32
538.949.484 80.299.451
126
32
538.949.484
126
60.233.459.380
Saldo afwijking totaal als percentage van de totale lasten 2019 3%
‘Naarmate gemeenten groter zijn, is er vaker sprake van een stijgend rapportcijfer’
Overschotten nemen toe Sinds 2017 zien we dat de gemeenten in Nederland steeds groener kleuren. De overschotten nemen duidelijk toe. Let wel: het betreft hier uitsluitend de resultaten per jaar, ofwel de ‘kasboeken’. Eventuele reserves en banksaldi zijn hier niet in meegenomen. Dat verklaart ook wellicht het van ‘groen’ naar ‘rood’ kleuren van de gemeenten in het zuidelijke deel van Zuid-Holland. In 2020 ontvingen deze gemeenten grote bedragen uit de verkoop van Eneco-gelden. Daarmee zijn de buffers groot en zijn deze gemeenten wellicht minder terughoudend met het aangaan van tekorten. Begroting wijkt af van realiteit Uit ons onderzoek blijkt dat goed begroten niet eenvoudig is. De begrote tekorten van gemeenten wijken fors af van de realiteit. Vooraf verwachtte bijna 80% van de gemeenten tekorten in 2021. Uiteindelijk blijkt uit de jaarrekeningen 2021 dat maar 23% van de gemeenten (82) tekorten heeft gehad. De vraag
is of gemeenten niet goed begroten of dat ze te afhankelijk zijn van incidentele meevallers – bijvoorbeeld in het kader van corona – en andere (aanvullende) bijdragen vanuit het Rijk die vooraf ook niet goed te ramen waren. Voorspellende waarde onvoldoende We hebben voor de jaren 2019 tot en met 2021 in kaart gebracht hoe de oorspronkelijke begroting zich verhoudt tot de realisatie. Hieruit blijkt dat de verschillen groot zijn. Ook in een jaar als 2019, waarin corona nog geen enkele rol speelde. Zelfs toen was er sprake van een afwijking van 3% tussen begroting en realiteit. Daarmee is de voorspellende waarde van de begroting onvoldoende. Dit maakt het voor gemeenten extra moeilijk om keuzes te maken en te sturen. Gelet op de belangrijke positie die de begroting inneemt bij gemeenten is dit een belangrijk aandachtspunt. Op deze wijze kunnen raden en colleges niet goed sturen en keuzes maken, zeker niet voor de lange termijn. Een herziening van de financiële
verhoudingen kan ook wat dit onderdeel betreft leiden tot meer financiële stabiliteit en voorspelbaarheid. Lessons learned Welke lessen kunnen we nu trekken als we terugkijken op de afgelopen jaren? De invoering en decentralisatie van het sociaal domein hebben een zeer grote impact gehad op gemeenten. En dit heeft zich tot en met 2019 ook vertaald in toenemende tekorten bij gemeenten waardoor de kaart van Nederland over dat jaar rood kleurde. Dat wordt achteraf ook door alle betrokkenen erkend en in meerdere onderzoeksrapporten is dit geëvalueerd. Ook in financieel opzicht kunnen daar lessen uit worden getrokken: - Wees als lokale overheid kritisch bij de acceptatie van nieuwe taken. Kan en wil de gemeente de nieuwe taak oppakken? Bij nieuwe taken moet vooraf een uitvoeringstoets uitgevoerd worden. Dit moet niet alleen op landelijk niveau
60.233.459.380
uitgevoerd worden, maar gemeenten zouden voor zichzelf ook zo’n uitvoeringstoets kunnen uitvoeren. - Zonodig kunnen gemeenten samenwerken in (regio)verband. Soms ook is het nodig om ‘over de gemeentegrenzen heen’ te kijken om maatschappelijke doelen te realiseren. Rijksoverheid, gemeenten of gemeenschappelijke regelingen kunnen daarin meer als één overheid optrekken. - Begroten blijkt lastig. De financiële wispelturigheid bij gemeenten is groot. Tot voor de invoering van het sociaal domein waren gemeenten in financieel opzicht goed voorspelbaar. De afgelopen jaren constateren we dat de afwijkingen tussen begroting en realisatie fors zijn. Dit leidde soms tot bezuinigings rondes die achteraf niet nodig bleken. Die voorspelbaarheid kan beter en daarnaast is er ook behoefte aan een stabieler financieel stelsel.
‘Uit ons onderzoek blijkt dat de voorspellende waarde van begrotingen onvoldoende is’
50
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2023
RONDETAFELDISCUSSIE
Marion van Tilborg Martin Jonker
manager financiën gemeente Zaanstad
Klaas de Vries wethouder gemeente Meppel
concerncontroller gemeente Haarlem
Albert van Heijningen concerncontroller gemeente Alkmaar
Willem van Duijn secretaris interdepartementale taskforce verbetering uitkeringsstelsel Rijk en decentrale overheden en toezichthouders, van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
RONDETAFELDISCUSSIE
‘We moeten als één overheid opereren’ Het gaat in 2021 een stuk beter met de gemeentefinanciën. Er zit wat meer vet op de botten. Maar de realiteit is nog steeds weerbarstig, blijkt tijdens een rondetafeldiscussie georganiseerd door BDO. Ook de moeizame relatie met het Rijk en het oplopend aantal specifieke uitkeringen (SPUKs) komen aan bod tijdens deze middag in kasteel De Vanenburg.
‘Ik vrees dat wanneer de geldstroom vanuit het Rijk straks vanaf 2026 minder wordt, de klap bij gemeenten heel groot wordt’
REFLECTIE UIT HET VELD Ook dit jaar organiseerde BDO een rondetafeldiscussie. Vijf vertegenwoordigers van gemeenten en het Rijk delen in dit verslag inzichten en ervaringen met elkaar over de eerste uitkomsten uit de benchmark, over de grote maatschappelijke opgaven en andere uitdagingen die op het bordje komen van het lokaal bestuur.
51
52
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2023
‘De hoge inflatie op dit moment zorgt ervoor dat resultaten van gemeenten ook snel weer verdampen’ Albert van Heijningen concerncontroller gemeente Alkmaar
RONDETAFELDISCUSSIE
ALS IK MINISTER VAN FINANCIËN WAS…
H
‘Dan zou ik nog beter duidelijk maken aan gemeenten en provincies wat precies de financiële mogelijkheden zijn voor het Rijk, dus laten zien wat er wel en niet kan. Ook voor het Rijk zijn immers de financiële mogelijkheden niet onbeperkt.’ ‘Geld is niet meer de eerste zorg’ Desalniettemin zijn de baten en reserves van
wethouder in het jaar 2000 € 5.000 overhield,
Bijkomende uitdaging is dat na 2025 de algemene
voor de wind. In 2021 vond er bij
dan werd hij weggestuurd. Maar als een gemeente
uitkering flink wordt gekort. De kabinetsplannen
veel gemeenten verder financieel
gemeenten in 2021 sterk gestegen. Dat is vooral
nu na de septembercirculaire van 2021 geen
gaan immers niet verder dan eind 2025. Deze
herstel plaats en realiseerden gemeenten
het gevolg van de verhoging van de algemene
geld overhoudt, dan klopt er iets niet. De
financiële afgrond baart ook de deelnemers aan
een gezamenlijk resultaat van € 1,8 miljard.
uitkering van het Rijk. ‘Geld is op dit moment
vergoedingen waren zeer ruimhartig.’ In hoeverre
de rondetafel de nodige zorgen. Voor de aanpak
Goed nieuws dus. ‘Dat is ook zo’, concluderen
niet meer de eerste zorg. Het gaat veel meer
de coronagelden het positieve resultaat in 2021
van maatschappelijke opgaven en een doordachte
de deelnemers aan deze rondetafel, ‘maar
over inflatieonzekerheid, energietransitie
beïnvloed hebben, is voor de deelnemers niet
besteding van de middelen is immers een
deze cijfers behoeven wel de nodige duiding’,
en vooral arbeidsmarkt’, zegt Martin Jonker,
helemaal duidelijk. Daar is nog weinig zicht op.
structureel, financieel langetermijnbeleid nodig.
benadrukken ze met klem. Om te beginnen,
concerncontroller gemeente Haarlem. Een andere
Jonker: ‘We hebben in Haarlem in 2021 geld
is daar de sterke inflatie waardoor de cijfers
uitdaging die extra baten met zich meebrengt,
overgehouden terwijl we eigenlijk een tekort
rooskleuriger ogen dan ze in werkelijkheid zijn.
betreft het uitgeven van het geld en het realiseren
hadden begroot. Wellicht is dit het gevolg van
Groeiend aantal specifieke uitkeringen De langetermijnvisie ontbreekt soms. Dat
Maar ook zijn de overschotten in veel gevallen
van de beoogde doelen. Marion van Tilborg,
corona, maar zeker weten doen we het niet. Want
zie je ook terug in de financiering. Het aantal
voor een deel alweer uitgegeven. Albert van
manager financiën gemeente Zaanstad: ‘Er zit
ook dit jaar houden we veel geld over. En dat helpt
specifieke uitkeringen (SPUKs) neemt toe. Waar
Heijningen, concerncontroller gemeente
veel zand in de raderen van de wetgeving rondom
niet om 2021 te duiden.’
de algemene uitkering vrij besteedbaar is, zijn de
Alkmaar: ‘Vroeger was het zo dat als een
de vergunningsmachine (Omgevingswet en
gemeente geld overhield, dit geld ook echt
automatisering daarvan, stikstof, personeelstekort).
overbleef. Nu stroomt het direct aan de andere
et gaat gemeenten financieel weer
geoormerkt geld dat een duidelijke bestemming
Dit belemmert gemeenten hun doelstellingen te
kant weer weg om problemen op te lossen of
halen rondom bouw van met name woningen.’
omvang van die reserves is bij veel gemeenten
dit uit te geven. We krijgen alleen een doelstelling
specifieke bestemmingen te financieren. Zo
Klaas de Vries, wethouder in Meppel vult aan: ‘Geld
minder dan de cijfers op het eerste gezicht
toegewezen.’
hadden wij in Alkmaar in 2021 20 miljoen euro
uitgeven is niet het probleem, maar geld uitgeven
doen vermoeden. Bovendien zitten gemeenten
Willem van Duijn die zich bezighoudt met het
over. Nog diezelfde avond verdween daarvan
aan de goede dingen is lastiger geworden.’
met de uitdaging om gelden goed weggezet te
uitkeringsstelsel bij het ministerie van BZK
krijgen. Een tekort aan personeel, grondstoffen
laat weten dat BZK, Financiën en de koepels
en materialen zorgt voor stevige belemmeringen.
hard bezig zijn om dit te veranderen: ‘Er is
wanneer de geldstroom vanuit het Rijk straks
Invloed corona Van Heijningen benadrukt het feit dat gemeenten
Hierdoor ontstaat een financiële disbalans. De
een taskforce verbetering uitkeringsstelsel
vanaf 2026 minder wordt, de klap bij gemeenten
wel geld móeten overhouden. En op dat gebied
baten zijn vooralsnog ruim, maar veel gemeenten
die – in samenwerking met de Vereniging
heel groot wordt.’
is er wel het een en ander veranderd. ‘Als een
kunnen niet voldoende lasten creëren.
van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het
inflatie en jeugdzorg. Ik vrees dan ook dat
ALS IK MINISTER VAN FINANCIËN WAS… ‘Dan zou ik de gemeente niet aansturen vanuit een beleidscode, maar in samenspraak met de uitvoerders, ofwel de gemeenten. Daarnaast zou ik ook mijn verantwoordelijkheid nemen voor de Financiëleverhoudingswet (artikel 2) en dit niet alleen aan de minister van BZK overlaten.’ Martin Jonker, concerncontroller gemeente Haarlem
SPUKs dat niet. De Vries: ‘Er komt steeds meer
Financiële disbalans De reserves zijn kortom gegroeid, maar de
10 miljoen euro alweer in de pot van schades,
‘Geld uitgeven is niet het probleem, maar geld uitgeven aan de goede dingen is lastiger geworden’ Klaas de Vries wethouder gemeente Meppel
Willem van Duijn, secretaris interdepartementale taskforce verbetering uitkeringsstelsel Rijk en decentrale overheden en toezichthouders, van het ministerie van BZK.
heeft. Niet altijd is de procedure duidelijk over hoe
‘Er zit veel zand in de raderen van de wet geving rondom de vergunnings machine’ Marion van Tilborg manager financiën gemeente Zaanstad
53
54
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2023
RONDETAFELDISCUSSIE
‘Geld is op dit moment niet meer de eerste zorg’
ALS IK MINISTER VAN FINANCIËN WAS… ‘Dan zou ik uit mijn ivoren toren komen om gesprekken bij te wonen en te voelen wat er precies gebeurt in de laagste overheidslagen. Die hebben er behoefte aan om hun verhalen wat vaker te kunnen delen.’ Albert van Heijningen, concerncontroller gemeente Alkmaar
Martin Jonker concerncontroller gemeente Haarlem
Interprovinciaal Overleg (IPO) - werkt aan
dit. Deze toets zorgt er bovendien voor dat de relatie tussen Rijk en gemeenten gelijkwaardiger
Schaalvergroting of niet Ook reageren de deelnemers nog op een aantal
de kapitaalgoederen. De ‘case Almere’ komt in
vermindering van de verantwoordingsdruk. Meer via decentralisatie-uitkeringen (gemeentefonds)
wordt en de regiefunctie van BZK wordt versterkt.
stellingen. Een daarvan betreft de schaalgrootte
Almere toe aan een grote onderhoudsbeurt. Denk
van gemeenten: ‘Nog steeds 75% van de
aan het ophogen van verzakte straten en stoepen,
gemeenten heeft minder dan 50.000 inwoners.
het vervangen van bruggen enzovoort. Onderhoud
te verminderen. Van Duijn benadrukt nog dat
Eén overheid De verhouding tussen Rijk en gemeenten houdt
Terwijl grotere gemeenten wenselijk zijn vanwege
waar jarenlang op bezuinigd was. Nu blijkt dat
er bepaald geen wantrouwen bestaat van het
de gemoederen aan deze rondetafel sowieso
de enorme uitdagingen.’
de gemeente hiervoor tot 2050 in totaal maar
Rijk richting gemeenten; integendeel. ‘Er is wel
bezig. De hoge verantwoordingslast en het
‘Oneens’, reageert wethouder De Vries.
liefst € 2,5 miljard nodig heeft. Een herkenbaar
degelijk veel vertrouwen richting decentrale
gefragmenteerd financieel beleid met 2026
‘Schaalvergroting levert wellicht meer efficiency
probleem, zo menen de deelnemers. Jonker:
overheden. Er wordt dan ook in samenwerking
als spreekwoordelijke cliffhanger, doen die
op, maar de uitvoering wil je dicht bij de inwoners
‘Gemeenten bezuinigen al snel op onderhoud.
met de VNG en het IPO hard gewerkt om die
verhoudingen geen goed. Jonker: ‘Het gesprek
houden.’ Ook Jonker is het niet eens met de
De kwaliteit van de openbare ruimte hoeft niet
regeldruk te verminderen.’
tussen Rijk en gemeenten moet openlijk gevoerd
stelling. ‘Een gemeente is niet per se efficiënter
altijd een 10 te zijn, zo wordt dan gedacht. Dat
worden. We hebben een gezamenlijke opgave
wanneer deze groter is, blijkt uit onderzoek van
er wat gras tussen de tegels zit, is geen halszaak.
Uitvoeringstoets voor decentrale overheden Ook werkt het ministerie van BZK aan een
en dat betekent dat het financieel arrangement
het COELO. Er is dus geen argument om die
Maar het kan op den duur tegen je werken.’ De
daaromheen ook helder moet zijn. Gemeenten
schaalvergroting toe te passen. Bovendien komt er
kades en bruggen in Amsterdam zijn hier een
uitvoeringstoets voor decentrale overheden
mogen daarin meer verantwoordelijkheid nemen,
meer levendigheid in een gebied, wanneer zaken
voorbeeld van. Door achterstallig onderhoud zijn
(UDO), laat Van Duijn weten. Hiermee wordt
maar tegelijkertijd moet het ministerie van BZK
lokaal geregeld worden. Dus “nee”, ik ben niet
deze nu in kritieke staat.’ Van Heijningen: ‘Het
voor invoering van nieuw rijksbeleid duidelijk
ook bijsturen als blijkt dat het financieel kader
voor opschalen. Sterker nog, ik sluit niet uit dat
is bovendien lastiger geworden om bouw- en
wat de effecten hiervan zijn voor bijvoorbeeld
niet uitvoerbaar is. En als het Rijk bijvoorbeeld
we weer terug moeten van global naar local.’
onderhoudskosten te begroten. Vroeger kostte
gemeenten en provincies. ‘Het is noodzakelijk dat
wil dat gemeenten minder uitgeven, dan is dat
de opgaven waarvoor medeoverheden staan en
prima, maar dan moeten we die boodschap aan de
de middelen die ze tot hun beschikking hebben
en dus minder specifieke uitkeringen. Maar ook door de administratieve lasten van SPUKs
dit kader ter sprake. Na een kleine vijftig jaar is
van aanvullende eisen en duurder wordende
buitenwereld ook gezamenlijk brengen. Dat moet
in balans zijn,’ schrijft minister Bruins Slot in haar
het Rijk dan niet overlaten aan gemeenten alleen.
zogenaamde ‘verborgen opgaven’. Een daarvan is
dat betreft is begroten er niet eenvoudiger op
hoofdlijnenbrief. De uitvoeringstoets bevordert
We moeten als één overheid opereren.’
de betaalbaarheid van het in stand houden van
geworden.’
Willem van Duijn secretaris interdepartementale taskforce verbetering uitkeringsstelsel Rijk en decentrale overheden en toezichthouders, van het ministerie van BZK
‘Dan zou ik de gemeenten gunnen dat er wat meer stabiliteit komt en wat meer vertrouwen in deze overheidslaag. Gemeenten moeten wel heel veel verantwoording afleggen als het gaat om decentrale uitkeringen en subsidies. Als minister van Financiën geef ik gemeenten een grote pot geld en vertrouw ik erop dat ze die op een goede manier besteden.’ Marion van Tilborg, manager financiën gemeente Zaanstad
een school 2 miljoen euro. Nu is dat – als gevolg
Achterstallig onderhoud Tot slot discussiëren de deelnemers nog over
‘Er wordt hard gewerkt om de regeldruk die samenhangt met de huidige regelgeving voor het uitkeringsstelsel te verminderen’
ALS IK MINISTER VAN FINANCIËN WAS…
goederen - wel 8 miljoen euro geworden. Wat
ALS IK MINISTER VAN FINANCIËN WAS… ‘Dan zou ik meer structuur aanbrengen in de gemeentelijke financiën. Het financiële beleid is nu te onduidelijk en te incidenteel gericht, terwijl financiën een stabiliserende factor zouden moeten zijn.’ Klaas de Vries, wethouder gemeente Meppel
55
BEGROTING 2023
BEGROTING 2023
Begrotingen 2023 laten een gemengd beeld zien Naast de gerapporteerde cijfers over 2021 analyseerde BDO voor dit rapport ook de begrotingen 2023 van alle gemeenten. Die vertonen een divers beeld. 52% van de gemeenten verwacht over 2023 een tekort van in totaal € 1,8 miljard, terwijl 163 gemeenten uitgaan van een overschot in 2023 van in totaal € 0,9 miljard. Per saldo verwachten gemeenten voor 2023 een tekort van € 0,9 miljard.
D
e begroting is voor ieder raadslid een belangrijke uitdaging. De gemeenteraad heeft ‘budgetrecht’ en is daarmee wettelijk bevoegd om de gemeentelijke begroting vast te stellen. Daarmee geeft de raad het college toestemming om geld uit te geven aan onderdelen die in de begroting staan genoemd. Met de begroting wordt duidelijk wat de gemeente wil bereiken, wat daarvoor moet worden gedaan, welke kosten daarmee zijn gemoeid en welke inkomsten daar tegenover staan.
Grote verschillen per provincie Als we de begrotingen voor 2023 verder analyseren, zien we dat de verwachte tekorten per inwoner per provincie flink van elkaar verschillen. Zo verwachten gemeenten in de
provincie Zuid-Holland een tekort per inwoner van maar liefst € 140, terwijl gemeenten in Drenthe uitgaan van een tekort per inwoner van € 34. In Zuid-Holland (tekort € 55) zien we mogelijk de doorwerking van het effect dat we in de jaarrekening 2021 denken te zien: de inzet van de Eneco-middelen. Het grootste tekort heeft Limburg met € 513 per inwoner, het grootste overschot heeft Friesland met € 292 per inwoner. Dat meer dan de helft van de gemeenten een tekort verwacht is opvallend. Gezien het verbeterende financiële perspectief zou verwacht mogen worden dat minder gemeenten een tekort ramen. Over 2019-2021 is gebleken dat er sprake is van relatief forse afwijkingen tussen begroting en realisatie. Het valt niet uit te sluiten dat dit voor 2023 weer het geval is.
‘Met de begroting wordt duidelijk wat de gemeente wil bereiken, wat daarvoor moet worden gedaan, welke kosten daarmee zijn gemoeid en welke inkomsten daar tegenover staan’
57
58
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2023
BEGROTING 2023
Verwachte tekorten of overschotten gemeenten, totaal per provincie (2023)
ZUID-HOLLAND EN LIMBURG UITSCHIETERS
Verwache daling solvabilitieit gemeenten, gemiddeld per provincie (2022-2023)
Verwachte tekorten gemeenten, Verwachte tekorten of overschotten gemeenten, totaal per provincie (2023) totaal per provincie (2023)
Verwachte daling solvabiliteit Verwache daling solvabilitieit gemeenten, gemeenten, gemiddeld per provincie (2022-2023) gemiddeld per provincie (2023 vs. 2021)
LAGERE SOLVABILITEIT
17 mln.
In Zuid-Holland en Limburg worden de meeste tekorten verwacht. Met name opvallend zijn de relatief grote verwachte tekorten in Limburg.
-1%
191 mln.
-6%
17 mln.
-1%
-17 mln.
191 mln.
-5%
-6%
18 mln. -6% -17 mln.
35 mln.
18 mln.
-5%
-180 mln.
0%
-4%
-6% 35 mln. -22 mln.
0%
-180 mln. -76 mln.
-206 mln. -22 mln.
-76 mln.
-4%
-2%
-6% -2%
-6%
-206 mln.
-5%
-5%
-162 mln.
-4%
7 mln.
-3%
> 1 mln. 0 – -25 mln. -26 – -50 mln. > 1 mln. -51 – -100 mln. 0 – -25 mln. -101 – -200 mln. -26 – -50 mln. -201 – -300 mln. -51 – -100 mln. -301 – -400 mln. -101 – -200 mln. > -401 mln. -201 – -300 mln. -301 – -400 mln. > -401 mln.
-162 mln.
-574 mln.
7 mln.
-574 mln.
Verwachte tekorten per inwoner,per inwoner, Verwachte tekorten gemeenten of overschotten gemeenten gemiddeld per provincie (2023) gemiddeld per provincie (2023)
De verwachte tekorten per inwoner zijn veruit het hoogst in Limburg, gevolgd door Overijssel. Gemeenten in Friesland, Flevoland, Groningen, NoordHolland en Zeeland verwachten per saldo een overschot.
0% -1% -2% -3% -4% -5% -6% -7%
-4%
-4%
-3%
0% -1% -2% -3% -4% -5% -6% -7%
-4%
Verwachte tekorten of overschotten gemeenten per inwoner, gemiddeld per provincie (2023)
DIVERS BEELD
Over 2022 en 2023 verwachten gemeenten per saldo uit te komen op een lagere solvabiliteit. Dit wordt vooral veroorzaakt door de forse tekorten die gemeenten over 2022 nog verwachten.
Verwachte stijging nettoschuldquote gemeenten,
gemiddeld per provincie (2022-2023) Verwachte stijging nettoschuldquote gemeenten, Verwachte stijging nettoschuldquote gemeenten, gemiddeld perprovincie provincie (2022-2023) gemiddeld per (2023 vs. 2021)
TOENAME NETTOSCHULDQUOTE
28
292
10% 28
10%
16% -34
292
16% 15%
6 15%
-34 24%
80
6
-153
24% 13%
11% 80 -55
-55
-16
-16
13%
11%
-153 -36
-36
38%
38% 15%
15% 21%
21%
-62 18 19% -62
-513
18
14%
19%
14% 14%
-513
14%
0%-9% 10%-14% 15%-19% 20%-24% >25%
0%-9% 10%-14% 15%-19% 20%-24% >25%
Gemeenten ramen een toename van de nettoschuldquote. Dit betekent dat gemeenten verwachten meer geld te moeten lenen.
59
60
61
ONLINE & INTERACTIEF
Ontdek de scores per groottecategorie
VERGELIJK DE SCORES VAN ALLE GEMEENTEN
Met de interactieve analysetool brengt u de Financiële benchmark Nederlandse gemeenten van BDO nóg meer tot leven. Bekijk en vergelijk uw eigen resultaten met die van andere gemeenten, ontdek sterke en zwakke regio’s en nog veel meer.
BEKIJK & VERGELIJK SPECIFIEKE GEMEENTEN
VERGELIJK DE CIJFERS 2018-2021
DUIDING MEERJARENPERFORMANCE MET TRENDRATING
ONTDEK DE STIJGERS EN DALERS
BEKIJK DE INTERACTIEVE ANALYSETOOL op www.bdo.nl/analysetoolgemeenten én download de volledige digitale BDO-benchmark Nederlandse gemeenten 2023.
FILTER OP GROOTTECATEGORIE, RAPPORTCIJFER EN RANKING
ONTDEK STERKE EN ZWAKKE REGIO’S
VERGELIJK MET STREEKGENOTEN
63
RANKING
GEMEENTEN MET > 100.000 INWONERS
10
10
10
10
1
9
9
10
10
7
3
=
Zoetermeer
125.767
ZH
65,1%
-1,0%
7,9%
5,0%
97,7%
40
30
15
10
3
10
10
10
9
10
3
4
Rotterdam
655.468
ZH
56,0%
20,9%
-2,7%
5,6%
102,0%
40
30
15
10
3
10
10
10
9
9
5
Ranking 2020
10 10
Trendrating
Rapportcijfer 2019
5 5
Gem. 2018-2021
Rapportcijfer 2020
10 10
Rapportcijfer 2018
Rapportcijfer 2021
Belastingcapaciteit
15 15
Structurele exploitatieruimte
30 30
Grondexploitatie
40 40
Nettoschuldquote gecorrigeerd
73,0% 94,0%
Solvabiliteit
0,1% 2,0%
Structurele exploitatieruimte
3,0% -8,7%
Grondexploitatie
19,0% 88,0%
Nettoschuldquote gecorrigeerd
67,0% 50,0%
Solvabiliteit
NB NH
Provincie
224.459 882.633
Inwoners
Tilburg Amsterdam
Gemeente
=
Positie t.o.v. 2020
1
Ranking 2021 5
Alphen aan den Rijn
112.926
ZH
52,4%
23,3%
9,0%
1,6%
100,6%
40
30
15
10
3
10
10
10
10
10
4
6
=
's-Hertogenbosch
156.538
NB
57,0%
20,0%
6,0%
0,0%
79,0%
40
30
15
6
5
10
10
10
10
10
6
7
Dordrecht
119.537
ZH
68,0%
-8,0%
10,0%
-0,7%
94,0%
40
30
15
3
5
9
10
10
10
10
2
8
=
Den Haag
553.417
ZH
38,1%
28,1%
0,7%
0,4%
85,8%
27
30
15
10
5
9
9
9
8
9
8
9
Ede
119.986
GE
32,0%
27,0%
18,0%
3,0%
85,0%
27
30
15
10
5
9
8
8
8
8
19
10
Alkmaar
110.783
NH
28,2%
68,7%
3,6%
2,9%
80,6%
27
30
15
10
5
9
9
9
7
8
9
11
Eindhoven
238.326
NB
39,4%
39,5%
7,4%
8,3%
97,7%
27
30
15
10
3
9
9
9
9
9
10
12
Deventer
101.446
O
31,0%
45,0%
15,0%
8,3%
101,0%
27
30
15
10
3
9
9
9
9
9
13
13
Venlo
102.136
L
31,0%
30,0%
4,0%
6,8%
103,3%
27
30
15
10
3
9
8
8
7
8
17
14
Amersfoort
158.590
U
30,9%
37,2%
13,3%
6,7%
99,8%
27
30
15
10
3
9
9
9
9
9
11 12
15
Apeldoorn
165.611
GE
28,3%
56,0%
1,0%
4,5%
97,2%
27
30
15
10
3
9
9
9
6
8
16
Arnhem
163.888
GE
22,0%
66,0%
6,0%
8,0%
102,0%
27
30
15
10
3
9
7
7
6
7
25
17
Almere
217.828
FL
41,0%
43,0%
18,0%
1,8%
109,0%
27
30
15
10
1
8
7
7
7
7
24
18
Utrecht
361.699
U
40,9%
59,0%
13,4%
13,4%
107,3%
27
30
15
10
1
8
8
8
8
8
14
19
Delft
104.572
ZH
39,2%
24,7%
-1,3%
5,8%
106,2%
27
30
15
10
1
8
8
8
8
8
22
20
Zwolle
130.668
O
37,0%
44,0%
14,0%
0,0%
90,0%
27
30
15
6
5
8
8
8
9
8
15 16
21
Enschede
160.640
O
31,0%
29,0%
1,0%
6,8%
105,0%
27
30
15
10
1
8
8
8
7
8
22
Maastricht
121.151
L
27,0%
56,0%
2,0%
6,0%
105,0%
27
30
15
10
1
8
8
8
9
8
21
23
Haarlem
162.898
NH
26,0%
68,0%
2,0%
3,0%
115,0%
27
30
15
10
1
8
8
8
6
8
18
24
Haarlemmermeer
159.336
NH
34,3%
81,0%
22,7%
4,5%
104,2%
27
30
10
10
3
8
8
8
8
8
20
25
Nijmegen
179.100
GE
20,0%
58,0%
29,0%
0,3%
103,0%
27
30
10
10
3
8
6
6
5
7
28
26
Leiden
125.074
ZH
30,7%
98,8%
1,1%
6,3%
119,6%
27
20
15
10
1
7
7
7
8
8
23 26
27
Leeuwarden
125.504
FR
15,8%
71,1%
25,1%
4,8%
95,5%
13
30
10
10
3
7
7
7
6
6
28
Breda
184.702
NB
18,5%
40,6%
3,9%
-1,0%
97,8%
13
30
15
3
3
6
6
6
6
6
27
29
Westland
112.448
ZH
36,4%
108,3%
47,7%
3,7%
124,4%
27
20
5
10
1
6
5
5
7
6
32
30
Emmen
107.856
D
9,3%
99,0%
5,9%
6,1%
101,3%
13
20
15
10
3
6
6
6
5
6
29
31
Zaanstad
157.166
NH
19,2%
103,0%
8,6%
3,8%
110,4%
13
20
15
10
1
6
6
6
6
6
30
32
Groningen
234.950
G
8,0%
104,0%
32,7%
2,1%
117,1%
13
20
10
10
1
5
5
5
4
5
31
GEMEENTEN MET 50.000-100.000 INWONERS Rapportcijfer 2018
Rapportcijfer 2019
Rapportcijfer 2020
Rapportcijfer 2021
Belastingcapaciteit
19,0%
1,7%
7,0%
76,3%
40
30
15
10
5
10
10
10
9
10
2
59,6%
35,6%
5,4%
0,1%
94,0%
40
30
15
10
5
10
10
10
9
10
5
3
=
Leidschendam-Voorburg
76.659
ZH
64,1%
14,0%
16,3%
1,7%
99,7%
40
30
15
10
3
10
10
10
8
9
3
Ranking 2020
64,5%
Trendrating
ZH NB
Gem. 2018-2021
Structurele exploitatieruimte
67.188 56.535
Grondexploitatie
Capelle aan den IJssel Oosterhout
Solvabiliteit
Structurele exploitatieruimte
Inwoners
1 2
Gemeente
Grondexploitatie
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Meerjarenperformance
Solvabiliteit
Belastingcapaciteit
Opbouw cijfer 2021
Provincie
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Ratioanalyse 2021 Positie t.o.v. 2020
FINANCIËLE BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN VAN BDO
Meerjarenperformance
2
Ranking 2021
RANKING
Opbouw cijfer 2021 Belastingcapaciteit
Ratioanalyse 2021
4
=
Amstelveen
92.331
NH
63,0%
-6,0%
-1,0%
14,0%
101,0%
40
30
15
10
3
10
10
10
10
10
4
5
Oss
93.307
NB
51,1%
5,6%
0,0%
5,2%
95,3%
40
30
15
10
3
10
8
8
9
8
31
6
Hoeksche Waard
88.715
ZH
67,0%
5,0%
1,0%
0,0%
81,0%
40
30
15
6
5
10
10
10
-
10
1
7
=
Zeist
65.987
U
65,0%
7,0%
1,0%
2,0%
108,0%
40
30
15
10
1
10
9
9
9
9
7
8
Pijnacker-Nootdorp
56.572
ZH
62,0%
-2,0%
2,9%
1,6%
129,0%
40
30
15
10
1
10
10
10
8
9
6
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2023
64
65
RANKING
GEMEENTEN MET 25.000-50.000 INWONERS
GEMEENTEN MET 50.000-100.000 INWONERS
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Structurele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Structurele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer 2021
Rapportcijfer 2020
Rapportcijfer 2019
Rapportcijfer 2018
Gem. 2018-2021
8
8
7
8
23
1
=
Epe
33.257
GE
79,0%
-15,7%
-0,2%
6,9%
84,0%
40
30
15
10
5
10
10
10
10
10
1
9
8
8
7
8
30
2
Noordoostpolder
48.048
FL
75,0%
-0,3%
11,0%
3,2%
94,2%
40
30
15
10
5
10
10
10
9
10
5
11
Katwijk
66.032
ZH
31,0%
80,0%
6,0%
0,2%
93,0%
27
30
15
10
5
9
9
9
9
9
9
3
=
Dronten
42.865
FL
56,0%
-27,0%
5,0%
1,1%
91,0%
40
30
15
10
5
10
10
10
9
10
3
Ranking 2020
Provincie
9
1
Trendrating
Inwoners
3
10
Gemeente
10
10
Positie t.o.v. 2020
10
30
Ranking 2021
30
40
Ranking 2020
40
134,0%
Trendrating
96,3%
2,0%
Gem. 2018-2021
4,6%
28,0%
Rapportcijfer 2018
31,8%
29,0%
Rapportcijfer 2019
17,3%
52,0%
Rapportcijfer 2020
Belastingcapaciteit
51,7%
GE
Rapportcijfer 2021
Structurele exploitatieruimte
NB
51.971
Grondexploitatie
93.476
West Betuwe
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Helmond
Solvabiliteit
Structurele exploitatieruimte
Nettoschuldquote gecorrigeerd
9 10
Solvabiliteit
Grondexploitatie
Meerjarenperformance
Provincie
Opbouw cijfer 2021
Inwoners
Ratioanalyse 2021
Gemeente
Belastingcapaciteit
Meerjarenperformance
Positie t.o.v. 2020
Opbouw cijfer 2021
Ranking 2021
Ratioanalyse 2021
12
Assen
68.979
D
31,0%
82,0%
9,0%
2,2%
88,0%
27
30
15
10
5
9
8
8
8
8
24
4
Wijchen
41.344
GE
53,0%
-12,0%
1,0%
3,6%
93,0%
40
30
15
10
5
10
9
9
9
9
25
13
Altena
57.009
NB
30,2%
58,0%
9,1%
1,4%
91,2%
27
30
15
10
5
9
9
9
-
9
12
5
Brunssum
27.674
L
64,1%
-2,6%
2,7%
0,5%
103,5%
40
30
15
10
3
10
10
10
9
10
12
14
Veenendaal
67.671
U
30,0%
57,0%
-2,3%
0,4%
81,0%
27
30
15
10
5
9
9
9
8
9
10
6
=
Molenlanden
44.644
ZH
60,9%
-8,1%
2,4%
3,7%
102,9%
40
30
15
10
3
10
10
10
-
10
6
15
Hoorn
74.298
NH
27,0%
36,0%
-3,0%
5,0%
86,0%
27
30
15
10
5
9
8
8
8
8
28
7
Veendam
27.466
G
59,6%
8,5%
15,9%
6,2%
97,3%
40
30
15
10
3
10
10
10
10
10
8
16
De Fryske Marren
51.597
FR
27,0%
43,9%
4,8%
2,3%
94,9%
27
30
15
10
5
9
8
8
8
8
27
8
Ridderkerk
47.099
ZH
58,6%
-0,9%
-3,0%
1,6%
96,8%
40
30
15
10
3
10
9
9
9
9
22
9
Heemskerk
39.189
NH
57,8%
16,1%
1,3%
1,0%
104,8%
40
30
15
10
3
10
9
9
10
10
24
10
Dalfsen
29.162
O
54,0%
11,0%
8,0%
2,0%
95,0%
40
30
15
10
3
10
10
10
8
10
4
17
Súdwest-Fryslân
90.300
FR
21,7%
42,0%
0,2%
4,3%
92,0%
27
30
15
10
5
9
7
7
7
7
40
18
Goeree-Overflakkee
51.051
ZH
49,1%
12,6%
0,4%
3,2%
99,4%
27
30
15
10
3
9
8
8
-
8
16
19
Nieuwegein
64.554
U
31,0%
64,0%
3,4%
0,2%
95,0%
27
30
15
10
3
9
8
8
9
8
25
11
Teylingen
37.942
ZH
52,6%
-11,4%
2,5%
0,8%
96,8%
40
30
15
10
3
10
10
10
10
10
7
20
Nissewaard
86.332
ZH
29,7%
50,6%
11,0%
0,6%
96,0%
27
30
15
10
3
9
9
9
7
8
13
12
Edam-Volendam
36.471
NH
51,4%
31,6%
-11,8%
6,2%
96,7%
40
30
15
10
3
10
10
10
10
10
9
21
Terneuzen
54.501
Z
26,9%
69,9%
3,2%
4,3%
96,5%
27
30
15
10
3
9
9
9
9
9
14
13
Dinkelland
26.594
O
50,0%
18,5%
4,5%
0,4%
100,0%
40
30
15
10
3
10
9
9
8
9
43
8
15
14
Nunspeet
28.223
GE
65,4%
11,5%
14,5%
7,4%
613,8%
40
30
15
10
1
10
10
10
8
9
13 10
22
Doetinchem
58.546
GE
23,0%
62,0%
14,0%
1,8%
101,0%
27
30
15
10
3
9
9
9
8
23
Hilversum
91.733
NH
22,0%
67,0%
2,0%
0,8%
102,0%
27
30
15
10
3
9
8
8
8
8
35
15
Wassenaar
27.115
ZH
65,0%
-57,0%
0,0%
3,4%
168,0%
40
30
15
10
1
10
10
10
10
10
24
Gooise Meren
58.846
NH
21,3%
69,3%
4,9%
2,2%
103,5%
27
30
15
10
3
9
8
8
8
8
21
16
Beekdaelen
35.922
L
64,6%
3,2%
2,7%
5,5%
111,5%
40
30
15
10
1
10
10
10
10
10
11
25
Hardenberg
61.798
O
42,0%
48,0%
5,0%
0,0%
93,0%
27
30
15
6
5
8
8
8
9
8
22
17
Hof van Twente
35.056
O
55,3%
35,0%
11,6%
2,70%
114,0%
40
30
15
10
1
10
10
10
10
10
14
26
Roosendaal
77.244
NB
35,0%
38,0%
16,0%
1,0%
111,0%
27
30
15
10
1
8
8
8
8
8
18
18
Heemstede
27.557
NH
59,5%
-10,0%
0,0%
2,0%
130,7%
40
30
15
10
1
10
10
10
8
9
16
27
Houten
50.323
U
35,0%
55,0%
12,0%
0,9%
105,0%
27
30
15
10
1
8
8
8
-
8
26
19
Noordwijk
44.365
ZH
57,5%
23,6%
12,9%
6,7%
112,2%
40
30
15
10
1
10
10
10
10
10
15
8
17
20
Aalsmeer
32.452
NH
54,0%
27,0%
15,0%
3,3%
115,0%
40
30
15
10
1
10
10
10
8
9
17
9
18
28
Krimpenerwaard
57.062
ZH
33,0%
15,0%
-1,0%
0,3%
106,0%
27
30
15
10
1
8
8
8
8
29
Vijfheerenlanden
58.788
U
27,2%
80,9%
6,8%
6,5%
107,2%
27
30
15
10
1
8
8
8
-
8
36
21
Lochem
34.069
GE
54,0%
-5,0%
12,0%
6,0%
115,0%
40
30
15
10
1
10
10
10
9
30
Heerenveen
51.119
FR
25,9%
46,6%
12,2%
5,9%
118,4%
27
30
15
10
1
8
8
8
9
8
37
22
Leusden
30.713
U
52,0%
10,0%
1,0%
0,0%
93,0%
40
30
15
6
5
10
9
9
8
9
42
31
Stichtse Vecht
65.240
U
24,0%
63,0%
0,3%
1,7%
114,4%
27
30
15
10
1
8
8
8
8
8
19
23
Uithoorn
31.018
NH
52,0%
37,0%
-1,0%
5,0%
106,0%
40
30
15
10
1
10
8
8
8
8
90
32
Roermond
59.184
L
23,7%
50,3%
1,5%
0,0%
89,9%
27
30
15
6
5
8
8
8
8
8
20
24
Wageningen
39.939
GE
50,4%
22,5%
-0,1%
7,7%
105,1%
40
30
15
10
1
10
8
8
8
8
61
25
Westerwolde
26.571
G
50,0%
23,0%
2,0%
6,9%
114,0%
40
30
15
10
1
10
8
8
9
8
98
26
Huizen
40.938
NH
66,0%
-61,0%
1,0%
0,0%
98,0%
40
30
15
6
3
9
9
9
9
9
20 26
33
Smallingerland
55.895
FR
32,0%
53,0%
2,0%
0,0%
103,0%
27
30
15
6
3
8
8
8
8
8
29
34
Heerhugowaard
58.387
NH
42,0%
17,0%
9,0%
-2,0%
86,0%
27
30
15
3
5
8
8
8
10
8
38
35
Weert
50.346
L
34,5%
44,9%
5,9%
0,0%
95,0%
27
30
15
3
5
8
8
8
-
8
32
27
Best
30.608
NB
71,0%
-16,0%
31,5%
3,4%
95,1%
40
30
10
10
3
9
9
9
10
9
36
Kampen
54.791
O
28,0%
68,0%
2,0%
-3,4%
86,9%
27
30
15
3
5
8
9
9
8
8
11
28
Moerdijk
37.313
NB
56,0%
-8,0%
14,0%
-5,0%
96,0%
40
30
15
3
3
9
10
10
10
10
2
37
Lansingerland
64.110
ZH
55,0%
20,0%
55,0%
-2,0%
119,0%
40
30
5
3
1
8
9
9
6
8
8
29
Drimmelen
27.476
NB
55,0%
23,0%
1,0%
-1,0%
100,0%
40
30
15
3
3
9
9
9
10
9
23
38
Lelystad
81.214
FL
22,0%
22,0%
23,0%
3,0%
106,0%
27
30
10
10
1
8
8
8
8
8
34
30
Bronckhorst
36.077
GE
60,7%
-14,3%
0,2%
-5,4%
119,0%
40
30
15
3
1
9
9
9
10
9
21 27
39
Meierijstad
82.613
NB
38,0%
48,0%
36,0%
4,5%
94,0%
27
30
5
10
5
8
7
7
8
7
45
31
Sliedrecht
25.897
ZH
49,0%
26,0%
3,0%
2,8%
92,0%
27
30
15
10
5
9
9
9
9
9
40
Woerden
52.882
U
23,0%
128,0%
-3,8%
2,4%
105,0%
27
20
15
10
1
7
8
8
7
7
39
32
Rijssen-Holten
38.231
O
49,0%
37,0%
4,0%
1,1%
79,2%
27
30
15
10
5
9
8
8
9
9
57
41
Hengelo
81.476
O
13,3%
68,4%
18,9%
2,4%
93,5%
13
30
15
10
5
7
7
7
7
7
48
33
Tynaarlo
34.221
D
45,0%
53,0%
12,0%
3,9%
80,0%
27
30
15
10
5
9
9
9
8
9
29
42
Schiedam
79.644
ZH
21,4%
127,1%
4,8%
0,0%
103,0%
27
20
15
6
3
7
7
7
5
6
49
34
Raalte
38.140
O
45,0%
53,0%
16,0%
1,0%
94,0%
27
30
15
10
5
9
9
9
8
8
44
43
Den Helder
56.334
NH
18,0%
42,0%
3,0%
3,0%
101,0%
13
30
15
10
3
7
8
8
9
8
33
35
Ooststellingwerf
25.680
FR
41,0%
24,0%
3,0%
4,0%
90,0%
27
30
15
10
5
9
9
9
8
9
31
44
Hoogeveen
55.857
D
16,5%
56,0%
6,9%
5,6%
97,0%
13
30
15
10
3
7
7
7
7
7
43
36
Midden-Drenthe
33.689
D
40,0%
40,0%
4,6%
5,6%
86,0%
27
30
15
10
5
9
9
9
8
9
32
45
Vlaardingen
74.143
ZH
16,1%
74,7%
6,1%
4,3%
103,0%
13
30
15
10
3
7
7
7
8
7
41
37
Waalwijk
49.342
NB
39,9%
71,8%
0,8%
2,0%
81,4%
27
30
15
10
5
9
9
9
8
8
30
46
Midden-Groningen
60.898
G
11,3%
59,3%
1,3%
3,7%
103,6%
13
30
15
10
3
7
7
7
7
7
42
38
Stadskanaal
31.851
G
36,0%
35,0%
0,1%
2,5%
91,0%
27
30
15
10
5
9
9
9
8
9
33
47
Heerlen
86.845
L
9,6%
76,9%
2,9%
1,6%
97,4%
13
30
15
10
3
7
7
7
6
7
44
39
Aalten
27.100
GE
33,3%
26,1%
0,4%
6,5%
70,6%
27
30
15
10
5
9
9
9
9
9
36
48
Almelo
73.155
O
19,0%
54,0%
11,0%
1,0%
109,0%
13
30
15
10
1
7
6
6
6
6
51
40
Steenwijkerland
44.741
O
33,0%
37,0%
4,0%
4,7%
83,0%
27
30
15
10
5
9
9
9
9
9
35
7
46
41
Opsterland
29.791
FR
30,7%
19,8%
2,1%
10,5%
93,1%
27
30
15
10
5
9
9
9
8
9
37
8
88
49
Gouda
74.095
ZH
18,5%
76,8%
5,1%
2,6%
130,6%
13
30
15
10
1
7
7
7
6
50
=
Velsen
68.482
NH
17,1%
74,9%
1,3%
2,0%
107,4%
13
30
15
10
1
7
6
6
9
7
50
42
Oost Gelre
29.603
GE
29,0%
82,0%
2,0%
0,8%
78,0%
27
30
15
10
5
9
8
8
8
51
Westerkwartier
64.306
G
16,8%
80,2%
8,9%
0,7%
112,7%
13
30
15
10
1
7
6
6
-
6
53
43
Goes
38.950
Z
27,0%
84,0%
1,0%
1,0%
91,0%
27
30
15
10
5
9
8
8
9
8
74
52
Sittard-Geleen
91.719
L
13,7%
89,5%
1,6%
0,6%
114,7%
13
30
15
10
1
7
6
6
6
6
54
44
Gilze en Rijen
26.557
NB
26,0%
41,0%
19,0%
4,0%
80,0%
27
30
15
10
5
9
8
8
7
8
84
53
Bergen op Zoom
67.894
NB
11,6%
76,0%
11,6%
2,5%
109,5%
13
30
15
10
1
7
6
6
6
6
55
45
Cuijk
25.404
NB
25,0%
62,0%
9,0%
9,8%
90,0%
27
30
15
10
5
9
9
9
-
9
39
6
47
46
Tholen
26.401
Z
25,0%
44,0%
4,0%
3,9%
94,0%
27
30
15
10
5
9
9
9
6
8
54
47
Overbetuwe
48.266
GE
23,0%
81,9%
1,8%
5,1%
82,4%
27
30
15
10
5
9
8
8
9
8
89
48
Noordenveld
31.238
D
23,0%
54,0%
2,0%
2,0%
90,0%
27
30
15
10
5
9
7
7
8
7
123
54
Rijswijk
56.941
ZH
23,6%
104,4%
53,1%
0,2%
111,7%
27
20
5
10
1
6
7
7
3
55
Purmerend
92.240
NH
15,3%
99,6%
13,2%
4,3%
103,4%
13
20
15
10
3
6
6
6
6
6
52
56
=
Barneveld
60.584
GE
24,3%
131,0%
42,0%
0,0%
103,0%
27
10
5
6
3
5
5
5
5
5
56
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2023
67
RANKING
GEMEENTEN MET 25.000-50.000 INWONERS Meerjarenperformance
9
9
28
97
Uden
42.291
NB
44,5%
45,3%
22,8%
3,0%
87,9%
27
30
10
10
5
8
8
8
8
8
83
8
9
8
92
98
Weststellingwerf
26.278
FR
39,2%
51,1%
20,2%
7,1%
92,4%
27
30
10
10
5
8
8
8
8
8
110
51
Papendrecht
32.208
ZH
44,0%
41,0%
-3,0%
5,9%
98,0%
27
30
15
10
3
9
9
9
8
8
45
99
Boxmeer
29.609
NB
32,0%
71,0%
21,0%
7,0%
91,0%
27
30
10
10
5
8
8
8
7
7
111
9
62
100
Geldrop-Mierlo
40.131
NB
27,0%
77,0%
20,0%
2,0%
83,0%
27
30
10
10
5
8
8
8
8
8
73
52
Ermelo
27.258
GE
42,2%
4,5%
0,4%
8,3%
104,9%
27
30
15
10
3
9
8
8
10
Ranking 2020
Structurele exploitatieruimte
9
8
Trendrating
Grondexploitatie
9
9
Gem. 2018-2021
Nettoschuldquote gecorrigeerd
9
3
Rapportcijfer 2018
Solvabiliteit
3
10
Rapportcijfer 2019
Provincie
10
15
Rapportcijfer 2020
Inwoners
15
30
Rapportcijfer 2021
Rapportcijfer 2018
30
27
Structurele exploitatieruimte
Rapportcijfer 2019
27
102,0%
Grondexploitatie
Rapportcijfer 2021
98,0%
0,8%
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Belastingcapaciteit
1,0%
1,0%
Solvabiliteit
Structurele exploitatieruimte
4,0%
25,0%
Gemeente
Grondexploitatie
42,0%
47,0%
Positie t.o.v. 2020
Nettoschuldquote gecorrigeerd
49,0%
GE
Ranking 2021
Solvabiliteit
L
34.951
Ranking 2020
Belastingcapaciteit
35.928
Berg en Dal
Trendrating
Grondexploitatie
Leudal
Gem. 2018-2021
Nettoschuldquote gecorrigeerd
50
Rapportcijfer 2020
Solvabiliteit
49
Structurele exploitatieruimte
Provincie
Meerjarenperformance
Inwoners
Opbouw cijfer 2021
Gemeente
Ratioanalyse 2021
Positie t.o.v. 2020
Opbouw cijfer 2021
Ranking 2021
Ratioanalyse 2021
Belastingcapaciteit
GEMEENTEN MET 25.000-50.000 INWONERS
Belastingcapaciteit
66
53
Bernheze
31.715
NB
39,8%
24,4%
8,8%
2,2%
98,5%
27
30
15
10
3
9
9
9
9
9
48
101
Oldenzaal
31.741
O
41,0%
42,0%
4,0%
0,0%
96,0%
27
30
15
6
3
8
8
8
8
8
65
54
Hollands Kroon
48.778
NB
39,0%
38,0%
3,0%
3,0%
104,0%
27
30
15
10
3
9
9
9
9
9
47
102
Aa en Hunze
25.579
D
46,0%
12,0%
5,0%
-3,0%
91,0%
27
30
15
3
5
8
8
8
9
8
86
55
Soest
47.113
U
38,0%
21,0%
3,0%
1,4%
97,0%
27
30
15
10
3
9
8
8
9
8
87
103
Gorinchem
37.632
ZH
40,0%
65,0%
30,0%
4,0%
104,0%
27
30
10
10
3
8
8
8
6
7
94
56
Medemblik
45.464
NH
38,0%
11,0%
3,0%
3,0%
99,0%
27
30
15
10
3
9
8
8
9
8
93
104
Schagen
46.833
NH
43,0%
24,0%
3,2%
0,0%
115,0%
27
30
15
6
1
8
8
8
9
8
60
57
Coevorden
35.517
D
37,0%
53,0%
9,0%
2,0%
98,0%
27
30
15
10
3
9
9
9
9
9
34
105
Castricum
36.263
NH
42,0%
20,0%
6,0%
0,0%
105,0%
27
30
15
6
1
8
8
8
8
8
85
58
Echt-Susteren
31.731
L
35,9%
40,6%
0,7%
2,8%
97,4%
27
30
15
10
3
9
9
9
8
8
49
106
Renkum
31.358
GE
23,8%
24,8%
0,0%
0,0%
138,0%
27
30
15
6
1
8
7
7
8
7
125
59
Oldambt
38.521
G
35,9%
19,4%
0,5%
5,4%
103,2%
27
30
15
10
3
9
8
8
8
8
104
107
Waddinxveen
31.342
ZH
41,0%
54,0%
22,0%
0,3%
107,0%
27
30
10
10
1
8
7
7
7
7
112
60
Winterswijk
29.185
GE
35,0%
74,1%
4,3%
2,6%
99,0%
27
30
15
10
3
9
9
9
8
8
46
108
Twenterand
33.718
O
35,4%
21,9%
3,6%
-0,6%
95,9%
27
30
15
3
3
8
9
9
8
8
38
61
Venray
43.964
L
32,0%
40,0%
-2,0%
6,0%
101,0%
27
30
15
10
3
9
9
9
9
9
51
109
Beverwijk
42.084
NH
32,0%
21,0%
0,0%
-1,0%
97,0%
27
30
15
3
3
8
9
9
9
8
52
8
76
110
Horst aan de Maas
43.039
L
28,0%
41,0%
1,0%
8,0%
103,0%
27
30
15
10
3
9
8
8
9
9
81 130
62
Hulst
27.533
Z
32,0%
40,5%
2,4%
4,9%
104,9%
27
30
15
10
3
9
8
8
8
63
De Ronde Venen
44.955
U
31,0%
49,0%
-3,0%
5,2%
100,0%
27
30
15
10
3
9
8
8
9
8
96
111
Het Hogeland
48.022
G
23,0%
39,0%
-1,0%
-6,0%
103,0%
27
30
15
3
3
8
6
6
8
7
64
Zevenaar
44.645
GE
29,6%
77,2%
14,8%
4,3%
99,0%
27
30
15
10
3
9
8
8
8
8
97
112
Harderwijk
48.857
GE
31,0%
58,3%
50,8%
0,4%
87,3%
27
30
5
10
5
8
7
7
8
8
114
65
Zutphen
48.330
GE
27,0%
51,0%
2,0%
2,0%
99,0%
27
30
15
10
3
9
9
9
7
8
40
113
Heusden
45.557
NB
26,4%
76,3%
43,0%
3,9%
93,0%
27
30
5
10
5
8
6
6
5
6
129
66
Peel en Maas
44.278
L
26,0%
83,0%
2,0%
1,0%
96,0%
27
30
15
10
3
9
8
8
9
9
53
114
Berkelland
43.850
GE
49,3%
9,8%
2,5%
-0,7%
116,7%
27
30
15
3
1
8
10
10
10
9
19
67
Etten-Leur
44.152
NB
26,0%
45,0%
1,0%
13,0%
101,0%
27