E08BDO-benchmark-Nederlandse-Gemeenten-2021
Tekst van het document
‘Gemeenten moeten ervoor waken dat de tekorten niet structureel worden’
37
38
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2021
TOEZICHT
Signaleringswaarden financiële kengetallen Waarderingscijfer
Minst risicovol (%)
Neutraal (%)
Meest risicovol (%)
Nettoschuldquote
<90
90-130
>130
Nettoschuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90
90-130
>130
Solvabiliteitsrisico
>50
20-50
<20
Grondexploitatie
<20
20-35
>35
Structurele exploitatieruimte (begroting)
>0
0
<0
Belastingcapaciteit
<95
95-105
>105
Gemeenten onder preventief toezicht (begroting 2020) Assen
Haaksbergen
Vlaardingen Zwijndrecht Schouwen-Duiveland Middelburg Vlissingen
Borsele
Signaleringswaarden alle gemeenten gezamenlijk (2019) Aantal gemeenten
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Totaal
Solvabiliteitsrisico
18%
63%
19%
100%
Nettoschuldquote gecorrigeerd
86%
11%
3%
100%
Grondexploitatie
84%
8%
8%
100%
Structurele exploitatieruimte (begroting)
48%
13%
39%
100%
Belastingcapaciteit
26%
35%
39%
100%
Relatief veel Zeeuwse gemeenten onder verscherpt toezicht Op basis van de begrotingen 2020 vielen acht gemeenten in Nederland onder preventief toezicht waarvan vier in de provincie Zeeland. In 2019 waren dat er nog drie. Twee gemeenten ontvingen in 2020 een aanvullende uitkering boven op de uitkering uit het gemeentefonds: Vlissingen en Lelystad. Deze gemeenten hebben een artikel 12-status. Opvallend is dat veel Zeeuwse gemeenten een slechte financiële positie hebben. Zo gaan Borsele en Schouwen-Duiveland vooral gebukt onder de hoge kosten van het sociaal domein, en staat Middelburg al enkele jaren onder curatele, ondanks flinke verhogingen van de lokale belastingen. Voor Schouwen-Duiveland lijkt het preventief toezicht van tijdelijke aard. Om die reden heeft de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten de Tweede Kamer al in
2019 gevraagd om een structureel budget van € 45 miljoen voor alle Zeeuwse gemeenten samen.
Waken voor structurele tekorten Het aantal gemeenten wat onder preventief financieel toezicht valt varieert de afgelopen 10 jaar tussen de 1 en 5%. Door de jaren heen is sprake van een relatief stabiel beeld. We vinden het opvallend dat het aantal gemeenten dat onder preventief toezicht valt stabiel is, terwijl het aantal gemeenten met tekorten toeneemt. Het is de vraag of het bij deze aantallen blijft wanneer de kosten van het sociaal domein, en extra kosten als gevolg van de coronacrisis de komende tijd naar verwachting alleen maar verder oplopen. Het is dan ook zaak dat toezichthouders goed zicht hebben én houden op de ‘ins en outs’ van gemeentelijke financiën. Hoe genuanceerder dit inzicht, hoe beter.
Bron: www.rijksoverheid.nl
Hoe gemeenten scoren op de signaleringswaarden BDO heeft haar ranking gebaseerd op de signaleringswaarden. Daarnaast is in beeld gebracht hoe alle gemeenten gezamenlijk verhoudingsgewijs scoren op deze waarden, dan ontstaat het beeld wat in de tabel hiernaast is opgenomen.
Een op de vijf gemeenten heeft een solvabiliteit lager dan 20% De solvabiliteitsratio is een belangrijk kengetal. Het zegt iets over de eigen buffers van de gemeente. Inmiddels zit 19% van de gemeenten in de categorie ‘meest risicovol’. Dit wil zeggen dat de solvabiliteit lager is dan 20%. Deze categorie gemeenten is extra kwetsbaar voor tegenvallers. Daarentegen zit 18% van de gemeenten nog in de categorie ‘minst risicovol’. Deze gemeenten hebben een solvabiliteit van meer dan 50%.
Nettoschuldquote veelal in categorie ‘minst risicovol’ De nettoschuldquote bij gemeenten zit veelal in de categorie ‘minst risicovol’. Concreet betekent dit dat de schuldenlast ten opzichte van de baten in dit geval lager is dan 90%. Bij de huidige extreem lage rentestanden kan het aantrekkelijk zijn om middelen aan te trekken
voor investeringen waar burgers nog jaren van kunnen profiteren. Schulden maken voor risicovolle investeringen moet echter weloverwogen gebeuren en geld lenen om tekorten in de structurele begroting te dekken zijn niet wenselijk.
Gronden zijn grotendeels verkocht Onderhanden investeringen in grondexploitaties zijn de afgelopen jaren afgenomen. Voor de meeste gemeenten geldt dat de gronden grotendeels zijn verkocht en dat er verder beperkte ruimte en mogelijkheden zijn voor grondexploitaties. Door de krapte zijn de risico’s daarentegen ook lager.
Ruimte om belastingen te verhogen neemt af Voor belastingcapaciteit geldt dat relatief veel gemeenten in de categorie ‘meest risicovol’ terechtkomen. Dit is herkenbaar: veel gemeenten hebben de afgelopen jaren de belastingen verhoogd, waardoor de belastingcapaciteit (de ruimte om de belastingen te verhogen) afneemt. Hetzelfde geldt voor structurele exploitatieruimte. Vanwege toenemende tekorten in de begroting en de jaarrekening komen steeds meer gemeenten in de categorie ‘meest risicovol’ terecht.
‘Bij de solvabiliteits ratio zit 19% van de gemeenten in de categorie "meest risicovol"'
39
40
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2021
41
FLEVOLAND 423.021
53%
15%
2%
106%
40%
Gemeenten in Flevoland scoren goed in vele opzichten. Is het makkelijk toezicht houden op gemeenten die financieel sterk zijn? ‘Ja, omdat we tot nu toe weinig moeilijke gesprekken hoeven voeren met gemeenten en nee, omdat we ook vooruitkijken. Ook in Flevoland vergrijst de bevolking. Dan weet je dat de gemeentelijke financiën in de toekomst zwaarder worden belast doordat inwoners – vergeleken met nu - een groter beroep gaan doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Maar ook is de infrastructuur binnenkort toe aan groot onderhoud. Met toekomstige investeringen als deze moeten gemeenten nu al rekening houden. De begrotingen moeten niet mooier lijken dan ze zijn. Daar zien wij op toe.’ Hoe vult de provincie Flevoland haar rol in als toezichthouder? ‘We houden om te beginnen de lijnen kort. Ik heb geregeld direct contact met de wethouders en zij met mij. We hebben elkaars telefoonnummer. Daardoor zijn we goed op de hoogte van wat er speelt in de verschillende gemeenten. Ook organiseren we bijeenkomsten met de wethouders financiën van de verschillende gemeenten. We doen dat zodat ze kennis en ervaringen kunnen uitwisselen en van elkaar kunnen leren. Dat wordt zeer gewaardeerd. Signalen die wij oppikken, brengen wij dan weer in in het Interprovinciaal Overleg (IPO). Zo’n schakelfunctie is bij uitstek weggelegd voor de provincie.
Maar te allen tijde is onze rol natuurlijk die van toezichthouder. We blijven daarin rolvast.’ Is corona een extra aandachtspunt bij de gemeentelijke financiën? ‘Ja. Gemeenten moeten ook in dit opzicht verder kijken dan het komend jaar. Vooralsnog worden de effecten van de crisis gedempt door extra rijksmiddelen. Maar die steun is niet oneindig. Zo loopt bijvoorbeeld de gemeente Dronten flink wat inkomsten mis omdat festivals – waaronder Lowlands – voorlopig niet door kunnen gaan. En vrijwel alle gemeenten hebben te maken met gesloten sportverenigingen, theaters en minder toeristeninkomsten. Die tegenslagen en bijbehorende onzekerheden moeten ze meenemen in de meerjarenbegrotingen en de risico’s daarin duidelijk benoemen. Wij denken daarbij graag met hen mee.’
‘Onze lijnen zijn kort, dat helpt’ Harold Hofstra, gedeputeerde provincie Flevoland
HET SOCIAAL DOMEIN
HET SOCIAAL DOMEIN
Sociaal domein blijft ‘zorgenkind’ Het sociaal domein is nog steeds de nummer één kostenpost voor gemeenten. Gemiddeld genomen ging in 2019 maar liefst 39% van de gemeentelijke middelen naar het sociaal domein. In 2018 was dit nog 38%. Na tal van bezuinigingen zien veel gemeenten zich genoodzaakt om alleen nog die taken uit te voeren die wettelijk verplicht zijn.
H
et sociaal domein blijft voor gemeenten een belangrijk ‘zorgenkind’. De lasten hiervoor zijn opnieuw gestegen: ruim 3% op een bedrag van meer dan € 25 miljard. Dat betekent een kostenstijging die richting de € 1 miljard gaat (CBS en Divosa). Als we 2018 en 2019 met elkaar vergelijken, zien we dat de kaart in 2019 weer donkerder kleurt dan het jaar ervoor. Dat wil zeggen dat de kosten voor het sociaal domein alleen maar verder zijn toegenomen en een nog groter deel uitmaken van de uitgaven van gemeenten dan voorheen. In 2019 betaalde een gemeente gemiddeld € 1.478 per inwoner aan het sociaal domein. In 2018 was dit nog € 1.452, hoewel de verschillen in kosten per gemeente, alleen al vanwege de omvang, groot zijn. Voor zestien gemeenten geldt zelfs dat de kosten van het sociaal domein meer dan de helft beslaan van de totale kosten (2019). In 2018 waren dat nog slechts twaalf gemeenten. Opvallend is dat vier van deze
zestien gemeenten aangrenzende gemeenten in Oost-Groningen zijn.
Niet alleen stijgende kosten Overigens zijn niet alle kosten binnen het sociaal domein gestegen. Zo zijn de kosten voor inkomensregelingen tussen 2018 en 2019 gedaald. In alle gemeenten met meer dan 100.000 inwoners daalde het aantal mensen in de bijstand. Ook bij ruim 85% van de kleinere gemeenten was sprake van een daling. In totaal daalde het aantal mensen in de bijstand in 2019 met meer dan 4%.
Wmo, jeugdhulp en continuïteits bijdrage drukken op de kosten Daartegenover staat dat de kosten van maatwerkvoorzieningen en maatwerkdienstverlening met maar liefst circa 10% zijn toegenomen. Vooral de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en jeugdhulp drukken steeds sterker op de financiën van het sociaal domein. De vraag
'Dat betekent een kostenstijging die richting de € 1 miljard gaat'
43
44
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2021
HET SOCIAAL DOMEIN
Lasten per hoofdtaakveld sociaal domein gemeenten (2018)
Lasten sociaal domein als percentage van totaal per gemeente (2018)
HERVERDELING ALGEMENE UITKERING UITGESTELD In 2021 zou een nieuw verdeelmodel van de algemene uitkering worden ingevoerd. Het nieuwe model zou beter zijn afgestemd op de verschillen in kosten en zelf gegenereerde inkomsten per gemeente. Het model zou ‘eerlijker’ zijn en voorkomen dat er als gevolg van de verdeling van rijksgelden grote verschillen ontstaan in de leefbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Eind januari 2020 bleek echter dat het nieuwe verdeelmodel voor twee van de drie gemeenten nadelig uitpakt. Vooral kleine en middelgrote gemeenten zien hierdoor hun inkomsten dalen. Voor steden valt de herverdeling daarentegen juist gunstig uit. Deze bevinding maakt dat het nieuwe verdeelmodel verder moet worden aangepast waardoor de invoering ervan is uitgesteld tot 2023.
< 25% 25 < 35% 35 < 45% 45 < 55% ≥ 55% Onbekend
0
1
2
3
Bron: financiengemeenten.nl
4
Lasten per hoofdtaakveld sociaal domein gemeenten (2018)
‘De vraag naar jeugdhulp blijft stijgen. Zowel in aantal als in duur van de trajecten’
naar jeugdhulp blijft stijgen. In de eerste helft van 2019 waren vijfduizend meer jeugdhulptrajecten actief dan in dezelfde periode in 2018. Dit aantal stijgt al sinds 2015, evenals de duur van de hulp. Daarnaast stuwt de vergrijzing de kosten voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) op en blijft het ingevoerde abonnementstarief een discussiepunt tussen gemeenten en het Rijk.
Lasten sociaal domein als percentage van totaal per gemeente (2019)
Financiële zekerheid zorgaanbieders Ook het dringend beroep van het Rijk op gemeenten aan het begin van de crisis om hun zorgaanbieders financiële zekerheid en ruimte te bieden, drukt op de kosten. Het verzoek was om de omzet van zorgaanbieders voor honderd procent door te betalen, ook in geval er sprake was van vraaguitval. Het doel hiervan was om acute liquiditeitsproblemen bij aanbieders te voorkomen en behoud van werkgelegenheid in de zorg en ondersteuning. Hiervoor is echter geen extra geld van het Rijk naar gemeenten gegaan.
de taken in het sociaal domein uit te voeren. Gemeenten zagen zich in 2020 genoodzaakt om bezuinigingen door te voeren, zo merken wij ook in onze dagelijkse praktijk. Ook voor 2021 staan besparingen en saneringen gepland. De bekende ‘kaasschaafmethodiek’, waarbij gemeenten telkens kleine bezuinigingen doorvoeren, is vaak niet meer toereikend. Gemeenten zijn zich dan ook aan het herbezinnen op de uitvoering van het sociaal domein terwijl ze tegelijkertijd kostendekkend kunnen blijven. Daarbij overwegen ze steeds vaker om uitsluitend datgene uit te voeren dat minimaal wettelijk verplicht is. Hierdoor ontstaat verschraling van de voorzieningen, hetgeen de leefbaarheid binnen een gemeente en de wendbaarheid van een gemeentelijke organisatie niet ten goede komt. De rek is eruit, zo lijkt het. Dat, terwijl juist in tijden van crisis, waarin omstandigheden voortdurend wijzigen, wendbaarheid noodzakelijk is.
Corona en het sociaal domein < 25% 25 < 35% 35 < 45% 45 < 55% ≥ 55% Onbekend
0
1
2
3
Bron: financiengemeenten.nl 4
Nieuwe Wet inburgering Naast al deze uitdagingen voor gemeenten, komt er vanaf begin 2022 nog een nieuwe taak bij. Gemeenten worden op dat moment verantwoordelijk voor de nieuwe Wet inburgering. Zo gaan gemeenten de asielstatushouders die bijstand ontvangen ontzorgen door voor deze groep de eerste zes maanden de huur, zorgverzekering en rekeningen voor gas, water en licht vanuit diezelfde bijstand te betalen.
De rek is eruit Het is en blijft dan ook een puzzel voor gemeenten om met de beschikbare middelen
Het is moeilijk te voorspellen op welke manier de coronacrisis invloed zal hebben op de kosten voor het sociaal domein. Maar één ding is duidelijk: de impact zal flink zijn. Met name de arbeidsmarkt is geraakt door de crisis en dat heeft uiteraard gevolgen voor het werk van gemeenten. Ook kan de coronacrisis psychosociale gevolgen met zich meebrengen. Mensen verliezen werk en inkomen, kinderen zitten vaker thuis, en de nabije toekomst is ongewis en voor sommigen uitzichtloos. Hierdoor zullen mensen de komende periode mogelijkerwijs vaker een beroep doen op de Wmo en jeugdzorg.
'De “kaasschaaf methodiek” is vaak niet meer toereikend'
45
46
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2021
HET SOCIAAL DOMEIN
Lasten sociaal domein weergegeven per inwoner 2018 Lasten per hoofdtaakveld Sociaal Domein (2019)
Lasten per hoofdtaakveld Sociaal Domein (2019)
Lasten per hoofdtaakveld Sociaal Domein (2018) Lasten sociaal domein per inwoner, gemiddeld per provincie (2018)
Lasten sociaal domein, gemiddeld per inwoner (2018)
600 <<€€1.200 € 600<<1.300 900 € 1.200 900 << 1.200 €€1.300 1.400 1.400<< 1.500 €€1.200 ≥> €€ 1.500 Lasten sociaal domein weergegeven per inwoner 2018
Lasten per hoofdtaakveld Sociaal Domein (2019) 30%
35%
40%
45%
Onbekend
< € 1.200
< 1.300 (2019) Lasten per hoofdtaakveld Sociaal€ 1.200 Domein € 1.300 < 1.400 € 1.400 < 1.500 > € 1.500
50%
Bron: financiengemeenten.nl
< € 1.200 € 1.200 < 1.300 € 1.300 < 1.400 € 1.400 < 1.500 ≥ € 1.500 Onbekend* Bron: financiengemeenten.nl
Onbekend
Lasten sociaal domein per inwoner (2019)
600 <<€€1.200 € 600<<1.300 900 € 1.200 900 << 1.200 €€1.300 1.400 1.400<< 1.500 €€1.200 ≥> €€ 1.500
30%
35%
‘Bij maar liefst 279 gemeenten zijn de lasten per inwoner voor het sociaal domein toegenomen’
Lasten per hoofdtaakveld Lasten sociaal domein per inwoner, gemiddeld per provincie (2019) Sociaal Domein (2019)
40%
45%
Onbekend
< € 1.200 € 1.200 < 1.300 € 1.300 < 1.400 € 1.400 < 1.500 > € 1.500
50%
Bron: financiengemeenten.nl
< € 1.200 € 1.200 < 1.300 € 1.300 < 1.400 € 1.400 < 1.500 ≥ € 1.500 Onbekend* Bron: financiengemeenten.nl
Onbekend
De totale kosten voor het sociaal domein nemen toe, maar hetzelfde beeld zien we als we kijken naar de lasten van het sociaal domein per inwoner. Bij maar liefst 279 gemeenten zijn deze gestegen. Bij slechts 73 van de 355 gemeenten zijn de lasten per inwoner gedaald. Bij één gemeente zijn de
kosten gelijk gebleven. Van drie gemeenten zijn hierover geen of beperkte data beschikbaar. Gemiddeld bedraagt de kostenstijging in het sociaal domein zo’n € 26 per inwoner. In 2019 zijn er ten opzichte van 2018 tevens vijf gemeenten bijgekomen met lasten van meer dan € 1.500 per inwoner.
Utrecht grootste stijger* In 2019 zijn in alle provincies de uitgaven per inwoner voor het sociaal domein gestegen. Gemiddeld stegen de uitgaven per inwoner in Nederland met meer dan € 30, dat is 2%. In Utrecht blijkt de stijging zowel absoluut als relatief het hoogst met € 74 respectievelijk 7%.
Evenals voorgaande jaren gaven gemeenten in de noordelijke provincies relatief meer uit aan het sociaal domein dan de rest van het land. De gemeenten in de provincie Groningen laten net als in 2018 de hoogste uitgaven per inwoner zien. In 2019 bedragen die ongeveer een kwart meer (€ 500 per inwoner) dan het landelijk gemiddelde.
* In onderstaande analyse is de provincie Zeeland, vanwege ontbrekende gegevens Vlissingen, niet meegenomen. Dat geldt ook voor de kaarten 2018/19.
47
48
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2021
49
EINDHOVEN 234.394
8/32
33,8%
6,8%
46,5%
96,7%
8,1%
KOSTEN SOCIAAL DOMEIN PER CAPITA 2017
2018
2019
Eindhoven
€ 1.821
€ 1.698
€ 1.756
Nederland
€ 1.452
€ 1.478
€ 1.457
Eindhoven balanceerde tot 2017 op de rand van de financiële afgrond. Twee jaar later is de solvabiliteit fors toegenomen. Hoe is dat gelukt? ‘Klopt. We hadden met name flinke tekorten op het sociaal domein. Zo’n € 40 tot 50 miljoen jaar in jaar uit. Bij de formatie van de laatste gemeenteraad is dan ook rekening gehouden met een financiële transformatie. Die is er gekomen. We hebben de woonlasten verhoogd naar het gemiddelde van de G40. En we hebben de kosten voor het sociaal domein flink kunnen drukken en controleren door budgetplafonds te introduceren voor “zorg en ondersteuning”, betere afspraken te maken met zorgaanbieders en door dure specialistische ondersteuning voor hulpvragers zo veel mogelijk te vervangen door goedkopere eerstelijnsondersteuning. Dat heeft gewerkt. In 2018 lieten we al een mooie plus zien, in 2019 werd dat
‘Private rijkdom, publieke armoede’ Stijn Steenbakkers, waarnemend wethouder financiën gemeente Eindhoven
een plus van € 50 miljoen.’ Zijn dat vooral incidentele winsten? ‘Ja. We hebben het been kunnen bijtrekken en zijn weer “in control” doordat we hebben gehandeld op basis van rust, reinheid en regelmaat. We hebben weliswaar een eenmalige uitkering gekregen van € 130 miljoen vanuit de Regio Deal. Maar daar moest wel € 240 miljoen cofinanciering bij. We staan ook nu nog te springen om meer structureel geld zodat we de schaalsprong in de stad op het gebied van infrastructuur en voorzieningen kunnen maken. Met hightechbedrijven als ASML, DAF, VDL, NXP, Signify en Philips zijn we de derde mainport van Nederland. Daar horen een bepaalde infrastructuur en vestigingsklimaat bij. Daar hebben we nu geen geld voor. Eindhoven kent wat dat betreft private rijkdom, maar publieke armoede.’ Wat zijn de verwachtingen voor volgend jaar? ‘Corona geeft veel onzekerheid. Maar voor nu verwachten we een positief resultaat. Op dit moment ongeveer 22 miljoen. Daarmee kunnen we wel zeggen dat de wal het schip heeft gekeerd. Daar zijn we trots op. Maar nogmaals, willen we deze regio verder kunnen laten groeien, en dat verdient hij, is er echt meer geld nodig.’
GEMEENTELIJKE HERINDELING
GEMEENTELIJKE HERINDELING
De krachten worden gebundeld Omdat gemeenten de afgelopen jaren steeds meer verantwoordelijkheden hebben gekregen, is de noodzaak ontstaan om de krachten zo veel mogelijk te bundelen. Door gemeenten samen te voegen, ontstaat een grotere gemeente met een professioneler en zakelijker bestuur. Het uitgangspunt van het kabinet is dat herindelingen bij voorkeur van onderop tot stand komen.
D
e herindeling van Nederlandse gemeenten is al lange tijd gaande. Kende Nederland in 1900 nog ruim 1.100 gemeenten, in 2020 stond de teller op 355. Inmiddels zijn er alweer nieuwe herindelingsvoorstellen gedaan, waardoor het aantal gemeenten verder afneemt. Het zijn overigens de gemeenten zelf die besluiten tot een herindeling. Bij uitzondering is het de provincie die hiervoor het initiatief neemt. Bijvoorbeeld wanneer dit nodig is om bepaalde regionale ontwikkelingen te kunnen ondersteunen of uitvoeren.
Ingrijpend proces Een gemeentelijke herindeling is een ingrijpend proces voor de betrokken gemeenten en haar inwoners. Niet alleen voor de gemeentelijke organisatie, de dienstverlening, huisvesting en personeel, ook voor de financiën. Zo moeten
de belastingen en tarieven worden geharmoniseerd, nieuwe afspraken worden gemaakt over ‘planning & control’, de jaarrekeningen worden opgesteld, en moeten de begrotingen van de herindelende gemeenten op elkaar worden afgestemd en samengevoegd. Bovendien is iedere herindeling uniek.
Herindelingsscan Om zicht te krijgen op de financiële gevolgen van herindeling kunnen gemeenten vooraf een zogenaamde herindelingsscan laten uitvoeren. Het is de betrokken provincie die dit in samenwerking met het ministerie en in overleg met de betrokken gemeente uitvoert. De herindelingsscan voor gemeenten geeft inzicht in de financiële positie van de huidige gemeenten en in de financiële levensvatbaarheid van de nieuwe gemeente.
‘Een herindelingsscan geeft inzicht in de financiële positie’
51
52
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2021
Rapportcijfers heringedeelde gemeenten (2019)
6 Noardeast-Fryslân
5
Westerkwartier
Vijfheerenlanden Molenlanden 7 8 9 Hoeksche Waard
9 Altena
NIEUWE HERINDELINGEN
Vragen voor gemeenten die voor een herindeling staan: 1. Is het financiële beeld van de nieuwe gemeente voor de komende jaren realistisch en volledig? Is voldoende rekening gehouden met aanloop- en integratiekosten? 2. Is in het financiële beeld de gemeentelijke toekomstvisie verwerkt? En hoe is deze onderbouwd? 3. Zijn dossiers als sociaal domein en de relatie met gemeenschappelijke regelingen hierin opgenomen? 4. In hoeverre spelen in de begroting incidentele middelen een rol om structurele uitgaven te dekken? 5. Is de organisatie voldoende uitgerust om de opgaven op het gewenste niveau uit te voeren? 6. Op welke wijze is geborgd dat de systemen en processen op tijd gereed zijn om de dienstverlening en administratie op een goede manier uit te voeren?
Per 1 januari 2021 vinden twee gemeentelijke herindelingen plaats, in de provincies Noord-Brabant en Groningen. In de provincie Noord-Brabant gaan de vier dorpen van de gemeente Haaren onderdeel uitmaken van vier buurgemeenten. In de provincie Groningen ontstaat de nieuwe gemeente Eemsdelta. De gemeente Eemsdelta ontstaat uit de gemeenten Appingedam, Delfzijl en Loppersum. In 2022 worden de volgende mutaties verwacht. Het gaat om drie samenvoegingen in de provincie Noord-Holland en twee in de provincie Noord-Brabant: • Amsterdam & Weesp • Beemster & Purmerend • Heerhugowaard & Langedijk • Landerd & Uden • Boxmeer, Cuijk, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis. Indien het parlement instemt met deze herindelingen, komt het aantal gemeenten in Nederland in 2022 op 345.
54
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2021
55
HOEKSCHE WAARD 4/56
87.401
48%
1%
39%
85%
2%
In 2019 zijn vijf gemeenten samengevoegd tot de nieuwe gemeente Hoeksche Waard. Hoe verliep dat? ‘Uiteindelijk verliep het boven verwachting goed. Maar we
Herindeling volgens het boekje
komen van ver. Twintig jaar geleden al begon dit proces van herindeling. Op het laatst waren drie gemeenten tegen, twee waren voor. Uiteindelijk heeft de provincie de herindeling moeten afdwingen. De tegenstribbelende gemeenten vreesden vooral voor hun identiteit. Daar
Piet van Leenen, wethouder en tweede locoburgemeester Hoeksche Waard
hebben we bij de samensmelting dan ook bewust veel aandacht aan besteed. En dat heeft goed gewerkt. Ook hebben we van het begin af aan wethouders een rol laten spelen in het creëren van bestuurlijke nabijheid. Er was angst dat de nieuwe gemeente verder zou afstaan van de inwoners. Nu horen we van inwoners dat ze nog nooit zoveel contact hebben gehad met bestuurders als nu. Een compliment.’ Kan de gemeente problemen nu beter te lijf? ‘Ja, absoluut. We zijn als gemeente veel sterker en vitaler geworden. We doen het nu samen. Niet alleen met het bestuur, ook met de inwoners. Zo hebben we inwoners uitgenodigd om samen – in een participatietraject – de Omgevingsvisie Hoeksche Waard op te stellen. Die is door tweehonderd inwoners opgesteld en ongewijzigd door de gemeenteraad vastgesteld. Het is een prachtig plan dat meteen al op veel steun kon rekenen.’ Welke effecten heeft de herindeling op de financiën van de nieuwe gemeente? ‘We zijn vele malen efficiënter. Van 85 gemeenteraadsleden gingen we naar 37, van 15 wethouders naar 5. Daardoor besparen we veel. En dat niet alleen, één gemeente in plaats van vijf is ook veel makkelijker voor aanbieders en afnemers zoals woningcorporaties en zorginstellingen. Die hoeven niet langer vijf plannen in te dienen. We zijn bovendien een financieel gezonde gemeente met aardig wat vet op de botten.
Vergeleken met andere gemeenten hebben we het eenvoudig. Maar zelfs wij krijgen de begroting vanwege de hoge kosten van het sociaal domein nog maar net rond.’
CORONA
CORONA
Gemeenten: de motor in coronatijd Gemeenten vervullen een spilfunctie in coronatijd. Zij zorgen ervoor dat ze hun maatschappelijke taken blijven uitvoeren, terwijl veel inkomstenstromen stokken en tal van bedrijven en overheids- en culturele instellingen in de problemen komen. Het Rijk heeft gemeenten dan ook verschillende steunpakketten aangeboden, maar het is zeer de vraag of deze toereikend zijn. Aan gemeenten de uitdaging om goed zicht te houden op het eigen huishoudboekje en dat van hun verbonden en gesubsidieerde partijen.
G
emeenten spelen een belangrijke rol in coronatijd. Ze hebben razendsnel een loket ingericht voor zelfstandigen en ondernemers die een beroep kunnen doen op overbruggingsregelingen en tegemoetkomingen (Tozo en TOGS). En niet te vergeten: ze zijn in deze tijden van crisis het vangnet voor mensen die in de bijstand raken. Bovendien hebben gemeenten waar nodig de zorg doorbetaald zodat deze gegarandeerd blijft en hebben burgemeesters ervoor gezorgd dat de coronamaatregelen van het kabinet ook daadwerkelijk werden en worden gehandhaafd.
Financiën onder druk Dat gemeenten een belangrijke maatschappelijke motor vormen in coronatijd is duidelijk. Tegelijkertijd zijn de gemeentefinanciën als gevolg van de coronacrisis dubbel onder
druk gezet. Er moet van alle kanten geld bij om de gemeentelijke taken – waaronder het werk van de GGD’s – naar behoren te kunnen blijven uitvoeren. Aan de andere kant drogen de inkomstenstromen op. Zo komt er tijdens lockdownsituaties bij gemeenten bijvoorbeeld nauwelijks toeristen- en parkeerbelasting binnen en moeten projecten soms noodgedwongen worden uitgesteld. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onderzocht halverwege 2020 wat de gemaakte kosten en gederfde inkomsten zijn van gemeenten als gevolg van de coronamaatregelen. Daaruit bleek dat de kosten al snel tussen de € 2,26 en € 2,78 miljard zouden liggen. Dit is zonder de bedragen voor de Tozo, GGD’s en veiligheidsregio’s. Hierover hebben gemeenten separate afspraken met het Rijk gemaakt.
‘De vraag is of de steunpakketten voor alle gemeenten sluitend zullen zijn’
57
58
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2021
Compensatie
‘Gemeenten zijn goed in staat om snel regelingen op maat te treffen. Maar de gevolgen voor de lange termijn zijn vaak niet duidelijk’
Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en staatssecretaris Vijlbrief van Financiën hebben in 2020 gemeenten dan ook verschillende steunpakketten aangeboden voor de compensatie van inkomsten die gemeenten mislopen en voor de extra kosten die ze maken door corona. Het verdelen van de steunpakketten laat het Rijk over aan de gemeenten zelf. Uitgangspunt is wel dat gemeenten worden gecompenseerd voor de inkomsten die zij mislopen en de extra kosten die ze moeten maken. Zo heeft het Rijk gemeenten in 2020 tot twee keer toe een steunpakket toegekend. Eind mei ontvingen gemeenten, provincies en waterschappen een eerste compensatiepakket van € 566 miljoen. In het najaar volgde een tweede steunpakket van € 777 miljoen. De totaal verleende steun in 2020 bedraagt ruim € 1,5 miljard. Op verzoek van de VNG heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een overzicht samengesteld van de compensatie die elke gemeente afzonderlijk ontvangt voor het eerste en het tweede pakket coronacompensatie.
zijn. Naast de ongewisse financiële impact van de crisis op de gemeentelijke financiën is ook onduidelijk welke impact de crisis zal hebben op de getrouwheid en rechtmatigheid van de jaarrekening. Het zou zelfs kunnen dat de financiële gevolgen en onduidelijkheden rondom corona leiden tot meer niet-goedkeurende verklaringen.
Navigeren in de mist Gemeenten moesten en moeten ten tijde van de coronacrisis vooral snel en pragmatisch handelen. Een crisis vereist dat. Dit blijkt ook uit een impactanalyse die BDO ten tijde van de coronacrisis bij diverse gemeenten heeft uitgevoerd. Deze ‘coronascan’ maakt duidelijk dat gemeenten heel goed in staat zijn om snel regelingen op maat te treffen voor burgers, bedrijven en instellingen. Minder zicht is er op de impact die dit alles heeft voor de interne beheersingsprocessen. De gevolgen voor de lange termijn waren en zijn vaak niet duidelijk. Dit gegeven, plus alle andere onzekerheden die de coronacrisis met zich meebrengt, maakt dat gemeenten de komende tijden niet anders kunnen dan navigeren in de mist.
Verborgen kosten, onduidelijkheden en tekorten
Huishoudboekje doorgronden en zicht houden op de kosten van corona
Hoewel het Rijk als uitgangspunt heeft om gemeenten de kosten die zij maken als gevolg van de coronacrisis te compenseren, is het nog maar de vraag of dit in werkelijkheid ook volledig gebeurt. Het is heel goed mogelijk dat er kosten zijn die nog niet zichtbaar zijn ten tijde van de compensatieberekeningen. Denk aan de precieze verliezen voor bibliotheken of de extra verliezen voor culturele instellingen. Maar ook is moeilijk in te schatten hoe hoog de extra kosten worden voor het sociaal domein. Het is bovendien nog gissen naar de precieze gevolgen van de coronacrisis voor de economie, de werkloosheid en de fysieke en mentale gezondheid van inwoners. Ook verschilt de hoeveelheid steun die elke gemeente ontvangt. De vraag is dan ook of die steun voor elke gemeente sluitend zal
Daarom is het meer dan ooit belangrijk dat gemeenten zelf goed zicht hebben op de eigen financiën. Ze moeten hun huishoudboekje doorgronden en de financiële plaatjes doorrekenen waarbij ze moeten denken in scenario’s. Alleen dan heeft een gemeente inzicht in waar ze welke financiële keuzes kan maken. En alleen dan is het mogelijk om aan de juiste knoppen te draaien en – ondanks de mist – wel degelijk te navigeren. Gemeenten doen er bijvoorbeeld goed aan om te weten in hoeverre de afspraken die ze hebben gemaakt met zorginstellingen ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Hoeveel euro’s aan continuïteitsbijdragen heeft een gemeente nu echt uitbetaald? En hoeveel reguliere zorg is hiervoor geleverd? Achteraf moeten gemeenten dit kunnen verantwoorden.
61
RANKING
GEMEENTEN MET > 100.000 INWONERS
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer BDO 2018
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
11,0%
6,0%
2,0%
80,0%
10
40
30
15
10
5
10
40
30
15
10
5
1
53,0%
30,4%
14,4%
0,8%
100,5%
10
40
30
15
10
3
10
40
30
15
10
3
4 3
Ranking 2018
Rapportcijfer BDO 2019
73,0%
ZH
Belastingcapaciteit
Belastingcapaciteit
NB
111.897
Stucturele exploitatieruimte
219.789
Alphen aan den Rijn
Grondexploitatie
Provincie
Tilburg
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Inwoners
=
Solvabiliteit
Gemeente
1
Ranking 2019 3
=
Dordrecht
119.284
ZH
51,0%
54,0%
7,0%
1,8%
95,0%
10
40
30
15
10
3
10
40
30
15
10
5
4
's-Hertogenbosch
155.111
NB
53,0%
24,0%
4,0%
0,0%
80,0%
10
40
30
15
6
5
10
40
30
15
6
5
5
5
Zoetermeer
125.285
ZH
57,3%
23,4%
4,1%
-1,5%
101,9%
9
40
30
15
3
3
9
40
30
15
3
3
6
6
Amsterdam
872.757
NH
55,0%
91,0%
-8,3%
0,6%
87,0%
9
40
20
15
10
5
10
40
30
15
10
5
2
7
=
Zwolle
128.840
O
30,0%
58,0%
13,0%
1,0%
94,0%
9
27
30
15
10
5
9
27
30
15
10
5
7
8
=
Eindhoven
234.394
NB
33,8%
46,5%
8,1%
6,8%
96,7%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
5
8
9
=
Rotterdam
651.157
ZH
30,7%
49,1%
-4,1%
5,1%
103,0%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
3
9
10
=
Amersfoort
157.276
U
27,1%
51,9%
19,2%
1,2%
101,0%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
3
10
11
Leiden
125.099
ZH
36,2%
87,9%
1,3%
1,1%
106,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
12
12
Delft
103.595
ZH
26,1%
63,1%
0,4%
0,7%
118,2%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
13
13
Venlo
101.802
L
21,0%
47,0%
3,0%
3,4%
105,2%
8
27
30
15
10
1
7
13
30
15
10
3
19
14
Enschede
159.640
O
20,0%
43,0%
4,0%
1,0%
109,0%
8
27
30
15
10
1
7
13
30
15
10
1
21
15
Haarlemmermeer
156.002
NH
34,8%
88,0%
20,8%
3,1%
101,9%
8
27
30
10
10
3
8
27
30
10
10
3
14
16
=
Utrecht
357.597
U
35,6%
59,0%
4,7%
-0,7%
104,2%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
3
3
16
17
Maastricht
121.575
L
23,0%
51,0%
2,0%
-1,0%
104,0%
8
27
30
15
3
3
9
27
30
15
10
3
11
18
Alkmaar
109.436
NH
21,2%
96,7%
5,3%
0,1%
82,0%
8
27
20
15
10
5
7
27
20
15
3
5
20
19
Ede
117.165
GE
27,0%
45,0%
34,0%
-2,0%
93,0%
8
27
30
10
3
5
8
27
30
10
3
5
17
Deventer*
100.719
O
18,0%
66,0%
15,0%
1,9%
93,0%
7
13
30
15
10
5
7
13
30
15
10
3
58,0%
31,0%
-0,8%
109,0%
7
27
30
10
3
1
7
27
30
10
6
1
18 25
20 21
Almere
211.893
FL
38,0%
Arnhem
161.348
GE
17,0%
75,0%
7,0%
1,0%
104,0%
7
13
30
15
10
3
6
13
30
15
3
3
Apeldoorn
163.818
GE
17,0%
83,4%
6,7%
2,0%
96,2%
7
13
30
15
10
3
6
13
30
15
3
3
24
24
Leeuwarden
124.084
FR
9,4%
78,3%
24,1%
0,9%
94,0%
7
13
30
10
10
5
6
13
30
10
3
5
26
25
Den Haag
545.838
ZH
17,5%
53,9%
1,6%
-1,6%
76,1%
7
13
30
15
3
5
8
27
30
15
3
5
15
26
Haarlem
162.902
NH
18,0%
88,0%
3,0%
0,0%
112,0%
7
13
30
15
6
1
6
13
20
15
6
1
28
27
Breda
184.069
NB
17,6%
46,3%
6,2%
-0,6%
101,5%
6
13
30
15
3
3
6
13
30
15
3
3
23
28
Westland
110.375
ZH
35,0%
126,5%
71,4%
1,8%
105,3%
6
27
20
5
10
1
7
27
20
5
10
3
22
29
=
Nijmegen
177.659
GE
11,0%
78,0%
38,0%
1,3%
98,0%
6
13
30
5
10
3
5
13
30
5
3
3
29
30
Zaanstad
156.794
NH
16,9%
119,0%
7,9%
3,6%
113,1%
6
13
20
15
10
1
6
13
20
15
10
1
27
31
=
Groningen
232.874
GR
9,0%
111,0%
32,1%
0,9%
108,8%
5
13
20
10
10
1
4
13
20
5
3
3
31
32
3
30
Ranking 2018
22 23
Emmen
107.048
D
4,2%
109,5%
8,4%
-10,0%
104,9%
5
13
20
15
3
3
5
13
20
15
3
GEMEENTEN MET 50.000-100.000 INWONERS
Provincie
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer BDO 2019
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer BDO 2018
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Opbouw cijfer 2018
Inwoners
Opbouw cijfer 2019
Gemeente
Ratioanalyse 2019 Positie t.o.v. 2018
FINANCIËLE STRESSTEST GEMEENTEN VAN BDO
Opbouw cijfer 2018
2
1
=
Amstelveen
91.675
NH
61,0%
0,0%
-1,0%
4,0%
100,0%
10
40
30
15
10
3
10
40
30
15
10
3
1
2
Zeist
64.905
U
68,0%
1,0%
2,0%
-3,0%
100,0%
9
40
30
15
3
3
9
40
30
15
3
5
3
3
9
40
30
15
3
5
4
9
27
30
15
10
5
5
Ranking 2019
RANKING
Opbouw cijfer 2019
Positie t.o.v. 2018
Ratioanalyse 2019
4 5
=
Oosterhout
55.982
NB
58,6%
36,7%
9,8%
-1,4%
97,2%
9
40
30
15
3
3
Hoeksche Waard*
87.401
ZH
48,0%
39,0%
2,0%
1,0%
85,0%
9
27
30
15
10
5
Capelle aan den IJssel
67.122
ZH
35,0%
47,0%
1,0%
4,0%
81,0%
9
27
30
15
10
5 5
Altena*
55.967
NB
32,0%
61,1%
14,0%
1,4%
94,9%
9
27
30
15
10
7
=
Nieuwegein
63.462
U
29,0%
69,0%
0,9%
2,6%
88,0%
9
27
30
15
10
5
9
27
30
15
10
5
7
8
=
Oss
91.915
NB
38,3%
25,9%
8,5%
1,6%
95,5%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
3
8
9
Katwijk
65.753
ZH
33,0%
78,0%
10,0%
2,0%
96,0%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
5
6
10
=
Den Helder
56.296
NH
27,0%
28,0%
6,0%
1,0%
102,0%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
3
10
11
Hoorn
73.261
NH
26,0%
42,0%
1,0%
0,1%
95,0%
9
27
30
15
10
3
8
27
30
15
3
3
28
12
Hilversum
90.831
NH
25,0%
78,0%
1,0%
0,7%
103,0%
9
27
30
15
10
3
8
27
30
15
3
3
27
6
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2021
GEMEENTEN MET 50.000-100.000 INWONERS
GEMEENTEN MET 25.000-50.000 INWONERS Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
1
=
Epe
33.178
GE
78,0%
-13,2%
-0,5%
6,7%
92,0%
10
40
30
15
10
5
10
40
30
15
10
5
1
19
2
=
Teylingen
37.440
ZH
64,6%
-27,6%
3,0%
1,3%
91,0%
10
40
30
15
10
5
10
40
30
15
10
5
2
Ranking 2018
Grondexploitatie
3
Nettoschuldquote gecorrigeerd
6
Solvabiliteit
3
15
Rapportcijfer BDO 2018
10
30
Belastingcapaciteit
15
27
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
30
8
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
27
3
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
9
10
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
3
15
Rapportcijfer BDO 2019
Solvabiliteit
10
30
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer BDO 2018
15
27
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
30
9
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
27
97,0%
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
9
2,6%
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
99,5%
16,0%
Provincie
Solvabiliteit
3,2%
71,0%
Gemeente
Rapportcijfer BDO 2019
-0,5%
22,0%
Positie t.o.v. 2018
Belastingcapaciteit
44,0%
GE
Opbouw cijfer 2018
Ranking 2019
Stucturele exploitatieruimte
23,5%
58.001
Opbouw cijfer 2019
Ranking 2018
Grondexploitatie
ZH
Doetinchem
Gemeente
50.049
Positie t.o.v. 2018
Goeree-Overflakkee*
14
Ranking 2019
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Ratioanalyse 2019
Solvabiliteit
Opbouw cijfer 2018
Provincie
Opbouw cijfer 2019
Inwoners
Ratioanalyse 2019
13
63
RANKING
Inwoners
62
15
Terneuzen
54.426
Z
20,3%
89,8%
6,0%
1,7%
99,2%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
3
12
3
Moerdijk
37.129
NB
53,0%
4,0%
17,0%
6,0%
93,0%
10
40
30
15
10
5
10
40
30
15
10
5
4
16
Krimpenerwaard
56.319
ZH
37,0%
29,0%
4,0%
1,8%
109,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
14
4
Rijssen-Holten
38.177
O
50,0%
42,0%
10,0%
4,5%
83,9%
10
40
30
15
10
5
9
27
30
15
10
5
25
17
Smallingerland
56.150
FR
30,0%
61,0%
4,0%
1,0%
108,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
15
5
Edam-Volendam
36.197
NH
61,8%
13,1%
-9,8%
4,3%
97,2%
10
40
30
15
10
3
10
40
30
15
10
3
6
18
=
Stichtse Vecht
64.931
U
27,0%
66,0%
-0,2%
6,9%
110,1%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
18
6
Wassenaar
26.305
ZH
68,0%
-73,0%
0,0%
2,6%
160,0%
10
40
30
15
10
1
10
40
30
15
10
1
9
19
Roermond
58.260
L
26,1%
58,0%
0,6%
0,0%
90,3%
8
27
30
15
6
5
8
27
30
15
3
5
21
7
Nunspeet
27.851
GE
64,1%
-1,4%
4,1%
3,7%
572,1%
10
40
30
15
10
1
8
40
30
10
3
1
51
20
Hardenberg
60.948
O
36,0%
72,0%
9,0%
0,0%
101,0%
8
27
30
15
6
3
9
27
30
15
10
3
9
8
Hof van Twente
35.017
O
61,0%
36,0%
6,0%
0,1%
108,0%
10
40
30
15
10
1
10
40
30
15
10
1
10
21
Assen
68.599
D
31,0%
84,0%
7,0%
-6,1%
92,0%
8
27
30
15
3
5
8
27
30
15
3
3
23
9
Beekdaelen
35.938
L
60,7%
-4,6%
0,0%
4,5%
111,2%
10
40
30
15
10
1
10
40
30
15
10
3
8
22
Veenendaal
66.493
U
28,0%
71,0%
3,5%
-2,8%
78,0%
8
27
30
15
3
5
8
27
30
15
3
5
20
10
Noordwijk
43.508
ZH
59,4%
16,1%
10,0%
3,0%
111,1%
10
40
30
15
10
1
10
40
30
15
10
1
13
23
LeidschendamVoorburg
76.534
ZH
37,4%
70,4%
18,2%
-1,7%
99,8%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
3
3
24
11
Berkelland
43.747
GE
53,2%
3,7%
5,4%
6,7%
125,2%
10
40
30
15
10
1
10
40
30
15
10
1
19
Pijnacker-Nootdorp
55.308
ZH
36,0%
54,0%
23,0%
0,8%
115,6%
8
27
30
10
10
1
8
27
30
10
10
1
12
Leiderdorp
27.056
ZH
50,2%
28,8%
-6,7%
1,0%
131,2%
10
40
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
53
Weert*
50.105
L
32,8%
57,0%
15,0%
-2,4%
101,9%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
10
10
3
24
25
25
26
=
De Fryske Marren
51.564
FR
26,6%
52,6%
16,7%
-4,5%
98,7%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
3
3
26
27
Gooise Meren
58.055
NH
24,0%
63,6%
4,4%
-0,6%
103,1%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
10
1
17
28
Lelystad
78.598
FL
21,0%
41,0%
27,0%
2,6%
107,0%
8
27
30
10
10
1
8
27
30
10
10
1
29
29
Heerenveen
50.493
FR
20,2%
60,7%
10,2%
-1,3%
103,0%
8
27
30
15
3
3
9
27
30
15
10
3
13
30
Helmond
92.423
NB
48,2%
30,2%
37,6%
4,4%
101,8%
8
27
30
5
10
3
7
27
30
5
3
3
37
8
27
8
27
=
Meierijstad
32
Roosendaal
77.251
NB
28,0%
42,0%
20,0%
0,0%
107,0%
7
27
30
10
6
1
8
27
30
15
10
1
16
33
Heerhugowaard
57.587
NH
44,6%
42,4%
32,4%
-2,9%
102,8%
7
27
30
10
3
3
10
40
30
10
10
5
2
7
27
7
27
7
27
7
27
7
27
31
34
35 36
Houten*
37 38 39 40
West Betuwe
81.194
51.128 50.146
NB
GE U
34,0%
40,0% 28,0%
51,0%
63,0% 77,0%
50,0%
44,0% 20,0%
3,0%
6,6% -0,8%
97,0%
129,7% 99,0%
30
30 30
5
5 10
10
10 3
3
1 3
Woerden
52.299
U
25,0%
127,0%
-9,0%
0,0%
97,0%
7
27
20
15
6
3
Vijfheerenlanden*
56.811
U
15,5%
66,3%
16,2%
2,5%
108,5%
7
13
30
15
10
1
Kampen
54.319
O
16,0%
73,0%
12,0%
-3,2%
82,0%
7
13
30
15
3
5
7
13
7
13
=
Súdwest-Fryslân
Midden-Groningen
89.987 60.797
FR GR
15,1% 11,9%
50,4% 59,1%
3,1% 4,3%
-1,3% -2,0%
93,9% 94,6%
30 30
15 15
3 3
5 5
8
27
7
13
7
13
30
20 20 20
30 30 30
5
15 10 15
15 15 15
10
6 10 3
3 3 10
3
5
31
32
5 3
5 5 3
38
22 39 35
41
Hoogeveen
55.699
D
10,5%
80,0%
8,9%
-2,4%
90,0%
7
13
30
15
3
5
7
13
30
15
6
5
36
42
=
Almelo
73.107
O
8,0%
72,0%
15,0%
0,0%
109,0%
7
13
30
15
6
1
6
13
30
15
3
1
42
43
Vlaardingen
73.397
ZH
11,3%
84,2%
6,1%
-2,4%
102,3%
6
13
30
15
3
3
8
27
30
15
3
3
30
6
13
6
13
44
Heerlen
87.086
L
4,0%
74,0%
0,0%
-4,0%
97,0%
30
15
3
3
30
15
3
3
41
45
Velsen
68.648
NH
19,5%
88,1%
2,7%
-1,2%
110,4%
6
13
30
15
3
1
9
27
30
15
10
3
11
46
Purmerend
81.249
NH
13,1%
103,9%
14,3%
0,9%
98,5%
6
13
20
15
10
3
6
13
20
15
10
3
44
47
Nissewaard
85.219
ZH
10,3%
93,2%
14,9%
4,7%
96,0%
6
13
20
15
10
3
7
13
30
15
10
3
34
48
Gouda
73.427
ZH
17,1%
96,9%
7,0%
8,7%
136,5%
6
13
20
15
10
1
6
13
20
15
10
1
46
49
Sittard-Geleen
92.429
L
13,0%
102,0%
2,0%
4,0%
108,0%
6
13
20
15
10
1
6
13
20
15
10
3
43
50
Hengelo
81.140
O
7,8%
88,3%
27,6%
-0,1%
96,1%
6
13
30
10
3
3
7
13
30
10
10
3
40
51
Lansingerland
62.384
ZH
31,0%
97,0%
55,0%
-3,0%
102,0%
6
27
20
5
3
3
6
27
20
5
6
1
45
5
13
52
Westerkwartier*
63.329
GR
12,8%
103,0%
19,5%
-0,9%
107,3%
20
15
3
1
53
Bergen op Zoom
67.496
NB
8,0%
103,0%
14,0%
-0,8%
110,8%
5
13
20
15
3
1
6
13
20
15
10
1
47
54
Barneveld
59.082
GE
26,8%
135,4%
38,3%
0,0%
104,9%
5
27
10
5
6
3
5
27
10
5
6
3
48
55
Schiedam
78.730
ZH
13,9%
146,7%
3,6%
0,3%
109,6%
5
13
10
15
10
1
5
13
10
15
10
1
49
3
13
3
13
56
Rijswijk
54.450
ZH
8,0%
160,7%
86,0%
-2,6%
98,0%
10
5
3
3
10
5
3
3
50
13
Dronten
41.555
FL
80,0%
-30,0%
26,0%
2,0%
100,0%
9
40
30
10
10
3
9
40
30
10
10
3
15
14
Noordoostpolder
47.291
FL
74,0%
-13,0%
21,0%
1,5%
97,4%
9
40
30
10
10
3
9
40
30
15
3
3
21
15
Veendam
27.384
GR
58,0%
8,0%
19,0%
-1,0%
89,1%
9
40
30
15
3
5
10
40
30
10
10
5
24
16
Aa en Hunze
25.445
D
57,0%
9,0%
14,0%
-1,0%
89,0%
9
40
30
15
3
5
9
40
30
15
3
5
17
17
Dalfsen
28.587
O
53,0%
16,0%
19,0%
-6,4%
87,0%
9
40
30
15
3
5
8
40
30
5
3
5
52
18
Brunssum
27.821
L
70,4%
-6,1%
5,3%
-1,6%
104,7%
9
40
30
15
3
3
9
40
30
15
3
3
22
19
Huizen
41.273
NH
70,0%
-73,0%
3,0%
-6,0%
96,0%
9
40
30
15
3
3
9
40
30
15
3
5
16
20
Drimmelen
27.272
NB
65,0%
13,0%
0,0%
-6,0%
101,0%
9
40
30
15
3
3
10
40
30
15
10
3
5
21
Best
29.988
NB
79,1%
-15,2%
55,0%
1,0%
92,6%
9
40
30
5
10
5
10
40
30
10
10
5
14
22
Bronckhorst
36.055
GE
61,7%
-5,5%
2,2%
-6,2%
112,0%
9
40
30
15
3
1
10
40
30
15
10
1
11
23
Heemskerk
39.182
NH
56,0%
23,0%
0,0%
-1,0%
105,0%
9
40
30
15
3
1
10
40
30
15
10
5
3
24
Leudal
35.879
L
44,0%
49,0%
6,0%
4,0%
94,0%
9
27
30
15
10
5
9
27
30
15
10
3
41
25
Coevorden
35.297
D
31,0%
64,0%
13,0%
2,0%
86,0%
9
27
30
15
10
5
9
27
30
15
10
5
36
26
Venray
43.614
L
30,0%
48,0%
0,0%
1,0%
93,0%
9
27
30
15
10
5
9
27
30
15
10
5
38
27
Geldrop-Mierlo
39.726
NB
29,0%
57,0%
17,0%
2,0%
78,0%
9
27
30
15
10
5
8
27
30
10
3
5
108
28
Goes
38.082
Z
28,0%
81,0%
2,0%
1,0%
93,0%
9
27
30
15
10
5
9
27
30
15
10
3
46
29
Nieuwkoop
28.811
ZH
54,0%
5,1%
79,5%
3,1%
123,2%
9
40
30
5
10
1
7
27
30
5
10
1
120
30
Dinkelland
26.461
O
45,0%
31,0%
6,2%
2,6%
104,0%
9
27
30
15
10
3
8
27
30
15
3
1
93
3
44
31
Schagen
46.483
NH
42,3%
31,4%
4,8%
6,3%
103,8%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
32
Midden-Drenthe
33.185
D
41,0%
41,0%
19,0%
2,5%
96,0%
9
27
30
15
10
3
8
27
30
10
10
5
69
33
Hollands Kroon
48.432
NH
38,0%
28,0%
7,0%
2,0%
95,0%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
3
86
34
Bernheze
31.240
NB
37,0%
40,4%
15,2%
1,3%
95,5%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
5
29
35
Waadhoeke
46.090
FR
36,0%
32,0%
18,0%
1,0%
102,0%
9
27
30
15
10
3
8
27
30
10
10
1
88
36
Buren
26.749
GE
34,0%
23,0%
15,0%
3,9%
103,0%
9
27
30
15
10
3
8
27
30
15
3
3
81
37
Peel en Maas
43.425
L
34,0%
84,0%
7,0%
4,0%
95,0%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
5
27
38
Sint-Michielsgestel
29.208
NB
31,2%
3,9%
4,5%
1,5%
102,0%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
3
42
39
Maasdriel*
25.030
GE
28,8%
49,4%
12,7%
3,8%
102,8%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
3
40
Stein*
25.007
L
27,0%
81,0%
0,4%
1,6%
103,0%
9
27
30
15
10
3
8
27
30
15
6
3
41
Beverwijk
41.626
NH
25,0%
42,0%
2,0%
1,0%
97,0%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
3
48
42
Horst aan de Maas
42.429
L
23,0%
40,0%
3,0%
1,0%
98,0%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
3
45
43
Molenlanden*
43.909
ZH
48,6%
17,0%
9,7%
1,1%
106,3%
8
27
30
15
10
1
44
Lochem
33.729
GE
47,0%
16,0%
10,0%
3,0%
107,0%
8
27
30
15
10
1
9
27
30
15
10
3
45
Zaltbommel
28.881
GE
44,3%
33,9%
18,7%
1,3%
110,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
3
1
95
46
Bergen
29.839
NH
42,4%
25,0%
6,4%
6,5%
145,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
62
47
Aalsmeer
31.859
NH
42,0%
47,0%
18,0%
2,0%
112,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
10
10
3
73
48
Voorschoten
25.596
ZH
42,0%
38,0%
9,0%
4,0%
147,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
57
49
Tynaarlo
33.887
D
42,0%
61,0%
18,0%
0,0%
85,0%
8
27
30
15
6
5
8
27
30
10
10
5
68
50
Winterswijk
28.854
GE
39,6%
72,4%
8,3%
0,4%
110,3%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
56
43
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2021
64
65
RANKING
GEMEENTEN MET 25.000-50.000 INWONERS
GEMEENTEN MET 25.000-50.000 INWONERS Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer BDO 2019
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer BDO 2018
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Ranking 2018
Ranking 2019
Positie t.o.v. 2018
Gemeente
Provincie
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer BDO 2019
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer BDO 2018
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Ranking 2018
Echt-Susteren
31.610
L
38,0%
45,7%
0,2%
2,5%
106,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
55
101
IJsselstein
34.109
U
30,0%
21,9%
-1,1%
-0,6%
111,5%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
96
Oldenzaal
31.836
O
33,0%
46,0%
5,0%
0,0%
89,0%
8
27
30
15
6
5
8
27
30
15
3
5
76
102
Lingewaard
46.601
GE
30,0%
37,0%
4,7%
-4,7%
109,4%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
10
1
58
53
Heemstede
27.234
NH
31,5%
46,7%
0,0%
1,6%
120,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
59
103
=
Uithoorn
29.478
NH
28,0%
53,0%
-5,0%
-2,0%
111,0%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
103
54
Borger-Odoorn
25.559
D
29,0%
50,0%
5,0%
3,0%
110,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
3
1
102
104
Schouwen-Duiveland
33.839
Z
25,9%
50,0%
4,0%
-2,9%
116,6%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
100
Inwoners
Grondexploitatie
51 52
Inwoners
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Opbouw cijfer 2018
Solvabiliteit
Opbouw cijfer 2019
Provincie
Ratioanalyse 2019
Gemeente
Opbouw cijfer 2018
Positie t.o.v. 2018
Opbouw cijfer 2019
Ranking 2019
Ratioanalyse 2019
55
Maassluis
33.213
ZH
28,5%
62,9%
11,5%
0,8%
111,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
3
1
101
105
Zuidplas
43.885
ZH
24,0%
89,0%
14,0%
-0,3%
110,0%
8
27
30
15
3
1
7
27
20
15
3
1
104
56
Kaag en Braassem
27.297
ZH
26,0%
69,0%
14,0%
8,0%
119,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
60
106
Deurne
32.471
NB
22,0%
35,0%
5,0%
-5,8%
114,0%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
10
10
1
90
57
Montferland
36.011
GE
25,0%
58,0%
6,0%
0,3%
107,0%
8
27
30
15
10
1
9
27
30
15
10
3
47
107
Nijkerk
43.171
GE
45,0%
38,0%
24,0%
-0,7%
82,0%
8
27
30
10
3
5
10
40
30
10
10
5
66
58
Hulst
27.556
Z
23,0%
56,7%
8,3%
0,0%
108,9%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
63
108
Weststellingwerf
25.914
FR
22,3%
66,9%
27,2%
-0,4%
91,1%
8
27
30
10
3
5
8
27
30
10
10
5
70
59
Diemen
30.780
NH
21,0%
38,0%
-3,0%
1,7%
106,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
64
109
=
Waddinxveen
29.291
ZH
29,0%
87,0%
43,0%
2,6%
107,0%
7
27
30
5
10
1
7
27
30
5
10
1
109
60
Uden
42.119
NB
41,3%
54,4%
32,9%
1,2%
91,8%
8
27
30
10
10
5
8
27
30
15
6
5
32
110
Halderberge
30.284
NB
18,8%
76,3%
5,3%
0,7%
103,7%
7
13
30
15
10
3
7
13
30
15
10
3
115
Cuijk*
25.130
NB
20,6%
86,0%
20,2%
5,0%
90,3%
8
27
30
10
10
5
7
27
20
10
10
5
111
Albrandswaard
25.590
ZH
19,0%
72,0%
15,0%
1,5%
122,6%
7
13
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
65
35.986
NH
24,0%
47,0%
6,0%
0,0%
103,0%
8
27
30
15
6
3
8
27
30
15
6
3
71
112
De Bilt
43.137
U
18,1%
73,7%
2,8%
1,9%
126,3%
7
13
30
15
10
1
7
13
30
15
10
1
127
61 62
Castricum
63
Tholen
25.757
Z
22,0%
41,0%
14,0%
0,0%
97,0%
8
27
30
15
6
3
6
13
30
10
3
3
128
113
Vlissingen
44.360
Z
-45,0%
83,0%
6,0%
2,0%
118,0%
7
13
30
15
10
1
6
13
30
15
3
1
124
64
Leusden
30.401
U
44,2%
8,9%
7,9%
-1,3%
83,9%
8
27
30
15
3
5
8
27
30
15
3
3
87
114
Duiven
25.126
GE
30,0%
42,8%
38,4%
-2,2%
101,6%
7
27
30
5
3
3
7
27
30
5
3
1
121
65
Ridderkerk
46.189
ZH
43,0%
18,0%
1,0%
-2,1%
93,0%
8
27
30
15
3
5
9
27
30
15
10
5
30
115
Zutphen
47.934
GE
17,0%
74,0%
13,0%
-2,0%
89,0%
7
13
30
15
3
5
7
13
30
15
6
5
118
66
Soest
46.606
U
42,0%
27,0%
3,0%
-1,0%
91,0%
8
27
30
15
3
5
9
27
30
15
10
5
26
116
Boxmeer
29.365
NB
29,0%
97,0%
40,0%
6,0%
97,0%
7
27
20
5
10
3
7
27
20
5
10
3
122
117
Krimpen aan den IJssel
29.526
ZH
19,5%
45,1%
3,6%
-4,0%
101,8%
6
13
30
15
3
3
8
27
30
15
3
1
105
118
Boxtel
30.801
NB
16,4%
45,6%
6,9%
-2,3%
96,1%
6
13
30
15
3
3
8
27
30
15
3
5
39
119
Kerkrade
45.749
L
13,7%
64,4%
-0,6%
-0,8%
101,2%
6
13
30
15
3
3
7
13
30
15
10
3
116
120
Beuningen
25.890
GE
6,5%
70,0%
27,0%
1,9%
110,0%
6
13
30
10
10
1
5
13
20
10
10
1
135
121
Veldhoven
45.466
NB
29,0%
112,0%
73,0%
0,0%
83,0%
6
27
20
5
6
5
7
27
20
5
10
5
119
122
Het Hogeland
47.801
GR
18,0%
59,0%
1,0%
-6,0%
116,0%
6
13
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
98
1
67
Raalte
37.712
O
39,0%
72,0%
21,0%
1,3%
99,0%
8
27
30
10
10
3
8
27
30
10
10
3
77
68
Oost Gelre
29.627
GE
38,0%
57,0%
6,0%
-5,7%
74,0%
8
27
30
15
3
5
8
27
30
15
3
5
75
69
Stadskanaal
31.686
GR
37,0%
38,0%
0,2%
-4,5%
90,0%
8
27
30
15
3
5
8
27
30
15
3
5
74
70
Steenwijkerland
44.126
O
33,0%
45,0%
12,0%
-1,0%
84,0%
8
27
30
15
3
5
9
27
30
15
10
5
33
71
Sliedrecht
25.220
ZH
33,0%
45,0%
4,0%
-1,0%
85,0%
8
27
30
15
3
5
9
27
30
15
10
5
34
72
Ooststellingwerf
25.469
FR
32,0%
35,0%
3,0%
-1,0%
92,0%
8
27
30
15
3
5
8
27
30
15
6
5
54
73
Aalten
27.121
GE
31,9%
25,5%
3,1%
-1,5%
75,4%
8
27
30
15
3
5
9
27
30
15
10
5
31
74
De Ronde Venen
44.456
U
25,0%
78,0%
14,0%
-1,6%
77,0%
8
27
30
15
3
5
9
27
30
15
10
5
35
75
Overbetuwe
47.906
GE
25,0%
68,0%
7,1%
-0,4%
82,0%
8
27
30
15
3
5
9
27
30
15
10
5
37
76
Etten-Leur
43.878
NB
22,0%
52,0%
4,0%
-4,0%
90,0%
8
27
30
15
3
5
8
27
30
15
3
5
84
77
Rheden
43.761
GE
20,0%
77,0%
0,6%
-6,6%
90,0%
8
27
30
15
3
5
8
27
30
15
3
5
83
78
Renkum
31.419
GE
25,0%
33,0%
1,0%
0,0%
127,0%
8
27
30
15
6
1
8
27
30
15
10
1
61
79
Valkenswaard
31.193
NB
20,0%
76,0%
9,0%
0,0%
107,0%
8
27
30
15
6
1
8
27
30
15
3
1
106
80
Ermelo
27.008
GE
48,9%
-14,8%
-0,7%
-3,4%
99,1%
8
27
30
15
3
3
10
40
30
15
10
3
7
81
Berg en Dal
34.992
GE
47,0%
30,0%
2,0%
-3,2%
98,0%
8
27
30
15
3
3
9
40
30
15
3
5
18
82
Landgraaf
37.445
L
44,2%
11,7%
3,0%
-1,7%
101,3%
8
27
30
15
3
3
9
27
30
15
10
3
40
83
Wijchen
41.110
GE
42,0%
-3,0%
3,0%
-3,0%
98,0%
8
27
30
15
3
3
9
27
30
15
10
5
28
84
Tytsjerksteradiel
32.052
FR
34,6%
25,2%
4,8%
-0,8%
101,4%
8
27
30
15
3
3
6
13
30
15
3
3
123
85
Twenterand
33.743
O
27,4%
51,4%
14,4%
-3,0%
98,2%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
3
5
80
86
Zevenaar
43.750
GE
23,0%
77,0%
14,0%
-2,0%
99,7%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
10
10
3
85
87
Opsterland
29.733
FR
21,9%
35,3%
2,9%
-7,7%
97,9%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
3
5
82
88
Achtkarspelen
27.843
FR
21,3%
51,7%
1,6%
-1,0%
102,4%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
6
3
72
89
Tiel
42.159
GE
21,0%
70,0%
1,0%
-0,2%
101,0%
8
27
30
15
3
3
9
27
30
15
10
3
50
90
Noordenveld
31.253
D
21,0%
57,0%
5,0%
-5,0%
99,0%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
3
5
79
91
Gilze en Rijen
26.431
NB
20,0%
64,0%
32,0%
0,0%
72,0%
8
27
30
10
6
5
7
27
30
5
3
5
110
92
Waalwijk
48.637
NB
35,4%
93,3%
5,6%
4,9%
81,8%
8
27
20
15
10
5
8
27
20
15
10
5
91
93
Harderwijk
48.414
GE
33,0%
48,1%
41,0%
0,9%
88,0%
8
27
30
5
10
5
8
27
30
10
10
5
67
94
Papendrecht
32.136
ZH
25,0%
91,0%
11,0%
0,5%
92,0%
8
27
20
15
10
5
8
27
20
15
10
5
92
95
Westerwolde
25.733
GR
48,0%
23,0%
0,0%
-2,4%
107,0%
8
27
30
15
3
1
9
40
30
15
3
3
23
96
Medemblik
45.101
NH
47,0%
8,0%
4,0%
-3,0%
108,0%
8
27
30
15
3
1
9
40
30
15
6
1
20 94
97
Vught
26.558
NB
46,0%
51,0%
-5,0%
-4,2%
118,0%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
98
Wageningen
39.664
GE
37,0%
38,3%
0,7%
-0,1%
105,1%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
97
99
Culemborg
28.955
GE
31,2%
51,0%
10,4%
-0,6%
105,0%
8
27
30
15
3
1
9
27
30
15
10
3
89
100
Oldambt
38.209
GR
30,5%
48,6%
2,8%
-4,0%
109,3%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
99
Noardeast-Fryslân*
45.228
FR
16,0%
53,0%
2,0%
-6,0%
108,0%
6
13
30
15
3
124
Oisterwijk
26.245
NB
15,0%
80,0%
9,0%
-5,1%
110,0%
6
13
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
107
125
Oude IJsselstreek
39.388
GE
17,0%
104,0%
7,0%
1,0%
101,0%
6
13
20
15
10
3
6
13
20
15
6
3
131
126
Gemert-Bakel
30.723
NB
9,0%
83,0%
36,0%
6,0%
102,0%
6
13
30
5
10
3
7
13
30
10
10
3
117
127
Gorinchem
37.022
ZH
24,0%
108,0%
38,0%
-1,0%
101,0%
6
27
20
5
3
3
6
27
20
5
6
3
125
128
Meppel
33.920
D
8,0%
90,0%
17,0%
-2,0%
82,0%
6
13
20
15
3
5
6
13
20
10
10
5
130 112
123
129
Hellevoetsluis
40.142
ZH
2,7%
96,7%
14,3%
-0,2%
76,8%
6
13
20
15
3
5
7
13
30
15
10
5
130
Eijsden-Margraten
25.768
L
18,0%
110,0%
0,0%
0,0%
115,0%
6
13
20
15
6
1
7
27
20
15
10
1
111
131
Barendrecht
48.714
ZH
19,0%
123,0%
8,0%
-2,0%
104,0%
5
13
20
15
3
3
7
27
20
15
6
3
114
132
Heusden
44.692
NB
19,0%
90,0%
48,0%
3,6%
92,0%
5
13
20
5
10
5
5
13
20
5
10
5
136
133
Zwijndrecht
44.737
ZH
19,0%
105,0%
3,0%
-0,7%
117,0%
5
13
20
15
3
1
7
27
20
15
10
1
126
134
=
Hellendoorn
35.916
O
8,0%
122,2%
7,8%
-2,9%
113,3%
5
13
20
15
3
1
5
13
20
15
3
3
134
135
Utrechtse Heuvelrug
49.580
U
5,0%
122,9%
4,5%
-2,4%
125,1%
5
13
20
15
3
1
5
13
20
15
3
1
137
136
Dongen
26.222
NB
10,0%
100,0%
27,0%
-1,2%
95,3%
5
13
20
10
3
3
5
13
20
15
3
3
133 138
137
Langedijk
28.163
NH
18,0%
97,0%
30,0%
-19,0%
119,0%
5
13
20
10
3
1
4
13
20
5
3
1
138
Middelburg
48.822
Z
16,0%
95,0%
38,0%
-2,0%
99,0%
4
13
20
5
3
3
5
13
20
10
6
5
132
139
Bodegraven-Reeuwijk
34.872
ZH
9,3%
152,5%
16,3%
-1,3%
136,8%
4
13
10
15
3
1
6
13
20
15
10
1
129
140
Hendrik-Ido-Ambacht
31.202
ZH
17,0%
171,0%
121,0%
1,7%
109,0%
4
13
10
5
10
1
3
13
10
5
3
1
139
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2021
66
67
RANKING
GEMEENTEN MET < 25.000 INWONERS
GEMEENTEN MET < 25.000 INWONERS Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer BDO 2018
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Ranking 2018
Ranking 2019
Positie t.o.v. 2018
Gemeente
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer BDO 2019
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer BDO 2018
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Ranking 2018
10,0%
4,0%
90,0%
10
40
30
15
10
5
10
40
30
15
10
5
1
50
Meerssen
18.828
L
33,8%
-5,1%
0,0%
3,0%
135,3%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
3
1
105
1,0%
2,0%
1,0%
85,0%
10
40
30
15
10
5
10
40
30
15
10
5
3
51
Oegstgeest
24.840
ZH
30,2%
63,2%
11,7%
4,3%
128,8%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
66
3
Baarle-Nassau
6.859
NB
74,0%
-5,0%
10,0%
1,0%
88,0%
10
40
30
15
10
5
10
40
30
15
10
5
2
52
Losser
22.683
O
29,9%
39,6%
10,9%
7,8%
107,7%
8
27
30
15
10
1
7
13
30
15
10
1
119
4
Tubbergen
21.275
O
59,6%
0,0%
-1,4%
5,7%
90,0%
10
40
30
15
10
5
10
40
30
15
10
5
5
53
Alphen-Chaam
10.203
NB
29,0%
55,0%
10,0%
1,0%
132,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
3
1
107
5
Putten
54
Enkhuizen
18.591
NH
28,0%
51,0%
2,0%
1,0%
108,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
3
3
89
6
Doesburg
48
7
Sint Anthonis
8
De Wolden
9
Valkenburg aan de Geul
10
Nederweert
17.019
24.112
GE
56,0%
-21,0%
11.077
GE
77,8%
-25,8%
11.664
NB
61,5%
15,2%
24.330
D
59,0%
10,0%
16.367
L
59,0%
-18,1%
L
54,0%
-60,0%
Stucturele exploitatieruimte
Grondexploitatie
-63,0%
77,0%
Grondexploitatie
Nettoschuldquote gecorrigeerd
89,0%
NB
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Solvabiliteit
O
17.322
Solvabiliteit
Rapportcijfer BDO 2019
17.145
Son en Breugel
Provincie
Belastingcapaciteit
Staphorst
Inwoners
Stucturele exploitatieruimte
=
Inwoners
1 2
Ranking 2019
Grondexploitatie
Opbouw cijfer 2018
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Opbouw cijfer 2019
Solvabiliteit
Ratioanalyse 2019
Provincie
Opbouw cijfer 2018
Gemeente
Opbouw cijfer 2019
Positie t.o.v. 2018
Ratioanalyse 2019
1,0%
80,0%
10
40
30
15
10
5
9
40
30
15
3
5
24
1,2%
0,6%
101,8%
10
40
30
15
10
3
9
40
30
15
3
3
30
55
Boekel
10.785
NB
27,0%
58,0%
16,0%
2,0%
111,0%
8
27
30
15
10
1
9
27
30
15
10
3
-0,8%
4,9%
97,4%
10
40
30
15
10
3
9
40
30
15
3
5
25
56
Olst-Wijhe
18.252
O
26,3%
47,1%
8,4%
6,4%
109,6%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
65
0,1%
0,3%
99,0%
10
40
30
15
10
3
10
40
30
15
10
3
12
57
Schiermonnikoog
947
FR
26,0%
65,0%
0,0%
0,9%
110,0%
8
27
30
15
10
1
7
13
30
15
10
1
116
0,0%
9,4%
102,2%
10
40
30
15
10
3
10
40
30
15
10
3
11
58
Heeze-Leende
16.152
NB
26,0%
20,0%
6,0%
1,0%
115,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
3
1
109
13
59
Delfzijl
24.678
GR
25,4%
43,1%
2,6%
0,3%
107,4%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
63
9,0%
5,0%
1,0%
100,0%
10
40
30
15
10
3
10
40
30
15
10
3
11
Hillegom
22.209
ZH
76,5%
-8,5%
7,2%
1,9%
106,0%
10
40
30
15
10
1
10
40
30
15
10
3
9
60
Wijk bij Duurstede
23.914
U
25,4%
48,4%
0,8%
1,2%
113,8%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
64
12
Blaricum
11.540
NH
60,6%
-54,8%
3,0%
0,5%
162,2%
10
40
30
15
10
1
10
40
30
15
10
1
20
61
Heerde
18.589
GE
25,0%
54,0%
5,0%
2,0%
116,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
6
1
85
13
Scherpenzeel
9.880
GE
55,0%
-27,0%
9,0%
3,0%
105,0%
10
40
30
15
10
1
7
27
30
5
10
1
110
62
=
Heumen
16.454
GE
25,0%
30,0%
1,4%
0,7%
109,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
62
14
Beek
15.865
L
54,9%
-14,6%
-1,9%
0,2%
105,0%
10
40
30
15
10
1
9
40
30
15
3
5
28
63
Waalre
17.456
NB
24,0%
19,7%
7,8%
2,1%
105,4%
8
27
30
15
10
1
9
27
30
15
10
3
50
15
Ouder-Amstel
14.026
NH
52,0%
-24,0%
-3,0%
2,1%
111,0%
10
40
30
15
10
1
9
40
30
15
3
1
34
64
Gulpen-Wittem
14.171
L
21,0%
87,0%
1,0%
2,0%
109,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
6
5
55
16
Beesel
13.482
L
64,0%
-14,0%
5,0%
-7,0%
75,0%
9
40
30
15
3
5
9
40
30
15
3
5
26
65
Zeewolde
22.653
FL
69,0%
-41,0%
91,0%
-1,0%
102,0%
8
40
30
5
3
3
8
40
30
5
3
3
73
17
Koggenland
22.749
NH
62,3%
6,9%
20,7%
8,6%
96,4%
9
40
30
10
10
3
10
40
30
15
10
3
10
66
Ommen
18.009
O
27,0%
34,0%
16,0%
0,0%
101,0%
8
27
30
15
6
3
8
27
30
10
10
3
81
18
Elburg
23.161
GE
61,0%
13,0%
0,0%
-0,3%
88,0%
9
40
30
15
3
5
9
40
30
15
3
5
27
67
Noord-Beveland
7.392
Z
45,2%
48,2%
20,1%
2,4%
97,2%
8
27
30
10
10
3
8
27
30
10
10
5
72
19
Asten
16.721
NB
60,0%
-31,0%
8,0%
-0,5%
90,0%
9
40
30
15
3
5
10
40
30
15
10
5
4
68
Bergeijk
18.635
NB
42,0%
40,0%
27,0%
1,1%
95,0%
8
27
30
10
10
3
8
27
30
10
10
1
86
20
Maasgouw
23.965
L
50,6%
32,9%
0,3%
-3,6%
91,0%
9
40
30
15
3
5
10
40
30
15
10
5
7
69
Westerveld
19.460
D
38,0%
25,0%
-1,0%
-2,0%
87,0%
8
27
30
15
3
5
9
27
30
15
10
5
37
21
Someren
19.368
NB
74,0%
4,7%
13,0%
0,0%
100,0%
9
40
30
15
3
3
9
40
30
15
3
5
23
70
Veere
21.880
Z
32,0%
46,0%
9,0%
-2,8%
89,0%
8
27
30
15
3
5
8
27
30
15
3
5
79
22
Rucphen
22.878
NB
59,4%
41,7%
12,7%
-2,9%
95,8%
9
40
30
15
3
3
10
40
30
15
10
3
8
71
Harlingen
15.722
FR
31,2%
77,8%
4,1%
-2,0%
87,2%
8
27
30
15
3
5
9
27
30
15
10
5
39
23
Eersel
19.313
NB
57,1%
-31,3%
2,3%
-1,1%
97,0%
9
40
30
15
3
3
10
40
30
15
10
3
14
72
Hilvarenbeek
15.518
NB
28,0%
48,0%
8,0%
-1,0%
85,0%
8
27
30
15
3
5
9
27
30
15
10
5
40
24
Landerd
15.730
NB
51,0%
9,7%
13,2%
-1,0%
100,2%
9
40
30
15
3
3
10
40
30
15
10
3
15
73
Mook en Middelaar
7.847
L
42,0%
-32,0%
0,0%
0,0%
114,0%
8
27
30
15
6
1
8
27
30
15
6
1
83
25
Rozendaal
1.704
GE
84,0%
-121,0%
8,0%
-11,2%
124,0%
9
40
30
15
3
1
9
40
30
15
6
1
29
74
Borsele
22.739
Z
46,0%
9,0%
0,0%
-3,0%
103,0%
8
27
30
15
3
3
9
40
30
15
3
3
31
26
Opmeer
11.836
NH
75,0%
16
75
Roerdalen
20.574
L
45,5%
4,1%
-1,4%
-2,8%
95,7%
8
27
30
15
3
3
10
40
30
15
10
5
6
27
Lopik
14.467
U
66,6%
28
Bunnik
15.191
U
61,6%
Steenbergen*
24.416
NB
57,5%
-14,6%
Oirschot
18.714
NB
50,7%
17,8%
29 30
7,0%
-2,0%
113,0%
9
40
30
15
3
1
10
40
30
15
10
1
2,8%
0,0%
-3,8%
118,5%
9
40
30
15
3
1
10
40
30
15
10
1
17
76
Oldebroek
23.646
GE
44,0%
27,0%
3,0%
-2,0%
99,0%
8
27
30
15
3
3
10
40
30
15
6
5
19
-0,2%
-2,2%
-1,3%
134,1%
9
40
30
15
3
1
10
40
30
15
10
1
18
77
Haaren
14.370
NB
40,8%
0,5%
26,3%
4,3%
112,3%
8
27
30
10
10
1
8
27
30
15
10
1
59
-2,0%
-1,7%
106,9%
9
40
30
15
3
1
10
40
30
15
10
1
78
Goirle
23.904
NB
35,0%
52,0%
-8,4%
-6,5%
97,9%
8
27
30
15
3
3
9
27
30
15
10
3
45
-2,6%
-0,4%
107,6%
9
40
30
15
3
1
10
40
30
15
10
1
21
79
Woensdrecht
21.876
NB
32,8%
17,5%
1,7%
-2,5%
96,0%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
3
5
77 87
-19,0%
31
Brielle
17.271
ZH
86,0%
-6,0%
28,0%
-2,0%
85,0%
9
40
30
10
3
5
10
40
30
10
10
5
22
80
Grave
12.436
NB
32,6%
63,2%
3,6%
-2,1%
99,3%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
3
3
32
Vlieland
1.155
FR
44,0%
9,0%
0,0%
16,0%
89,0%
9
27
30
15
10
5
9
27
30
15
10
5
38
81
Cranendonck
21.138
NB
28,1%
52,9%
-5,0%
-3,3%
104,0%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
3
3
91
33
Bergen
13.085
L
42,4%
25,0%
6,4%
6,5%
86,1%
9
27
30
15
10
5
9
27
30
15
10
5
36
82
Heiloo
23.968
NH
25,0%
70,0%
18,0%
-4,0%
103,0%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
10
10
3
80
34
Ameland
3.716
FR
33,5%
85,1%
3,0%
1,3%
87,6%
9
27
30
15
10
5
9
27
30
15
10
5
41
83
Oudewater
10.230
U
25,0%
36,0%
11,0%
-2,0%
104,0%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
3
3
95
35
Bladel
20.390
NB
29,0%
68,0%
7,0%
4,0%
93,0%
9
27
30
15
10
5
8
27
30
15
6
3
75
84
Waterland
17.424
NH
23,7%
54,7%
0,0%
-1,3%
102,8%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
3
1
104
36
Texel
13.575
NH
26,0%
53,0%
3,0%
2,0%
92,0%
9
27
30
15
10
5
9
27
30
15
10
5
43
85
Geertruidenberg
21.544
NB
21,5%
40,8%
-0,9%
-0,1%
104,0%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
3
1
108
37
Zoeterwoude
8.605
ZH
45,8%
43,9%
7,1%
17,3%
103,1%
9
27
30
15
10
3
8
27
30
15
10
1
58
86
Voorst
24.552
GE
21,0%
59,0%
6,0%
-5,5%
103,0%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
3
3
93
38
Pekela
12.196
GR
40,2%
17,1%
6,4%
9,0%
103,9%
9
27
30
15
10
3
8
27
30
15
3
3
88
87
West Maas en Waal
19.324
GE
20,0%
34,0%
2,0%
-9,0%
104,0%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
3
3
92
39
Gennep
16.921
L
40,2%
22,3%
1,4%
0,7%
95,3%
9
27
30
15
10
3
8
27
30
15
3
5
78
88
Zundert
21.829
NB
20,0%
42,0%
4,0%
-3,0%
100,0%
8
27
30
15
3
3
8
27
30
15
10
1
71
40
Zandvoort
17.116
NH
31,0%
62,0%
10,0%
2,0%
100,0%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
3
47
89
Vaals
10.105
L
20,0%
83,2%
6,7%
-2,4%
102,8%
8
27
30
15
3
3
5
13
20
10
3
3
127
41
Terschelling
4.888
FR
30,0%
48,0%
9,0%
1,0%
95,0%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
5
42
90
Reimerswaal
22.730
Z
44,0%
47,0%
3,3%
-1,0%
106,0%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
97 103
42
Druten
18.926
GE
24,0%
67,0%
9,0%
0,8%
95,0%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
3
51
91
Voerendaal
12.475
L
42,5%
66,0%
0,0%
-1,6%
113,1%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
43
Sluis
23.210
Z
22,0%
78,0%
3,0%
2,0%
101,0%
9
27
30
15
10
3
9
27
30
15
10
3
53
92
Neder-Betuwe
24.339
GE
42,0%
33,0%
4,0%
-0,6%
109,0%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
99
44
Drechterland
19.719
NH
55,0%
13,0%
22,0%
-5,0%
109,0%
8
40
30
10
3
1
9
40
30
10
10
1
32
93
Bloemendaal
23.571
NH
41,1%
53,6%
0,0%
-1,8%
195,5%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
101
45
Simpelveld
10.555
L
48,0%
21,0%
0,0%
3,0%
113,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
6
3
74
94
Rhenen
20.119
U
39,0%
61,0%
-1,0%
-1,0%
107,0%
8
27
30
15
3
1
9
27
30
15
10
3
44
46
Renswoude
5.444
U
42,0%
80,0%
5,0%
0,7%
108,0%
8
27
30
15
10
1
9
40
30
15
3
1
35
95
Uitgeest
13.666
NH
34,0%
25,7%
0,0%
-3,1%
107,4%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
102
47
Wormerland
16.270
NH
41,0%
33,0%
0,0%
1,0%
122,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
56
96
Wijdemeren
24.358
NH
33,0%
48,0%
4,0%
-3,0%
140,0%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
10
1
60
48
Beemster
10.022
NH
38,0%
45,5%
0,0%
3,8%
127,2%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
3
1
106
97
Baarn
24.868
U
32,4%
63,5%
0,0%
-2,8%
107,0%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
100
49
Mill en Sint Hubert
10.939
NB
38,0%
33,0%
4,0%
2,0%
114,0%
8
27
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
61
98
Loppersum
9.537
GR
28,0%
75,6%
3,5%
-2,8%
117,2%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
10
1
70
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2021
68
Ranking 2019
Positie t.o.v. 2018
Gemeente
Inwoners
Provincie
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer BDO 2019
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer BDO 2018
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Ranking 2018
GEMEENTEN MET < 25.000 INWONERS
99
Hattem
12.209
GE
28,0%
63,0%
-1,4%
-0,7%
108,0%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
3
3
90
100
Landsmeer
11.491
NH
28,0%
64,0%
3,0%
-1,0%
113,0%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
15
3
1
98
18.295
ZH
27,0%
73,0%
15,0%
-2,0%
110,0%
8
27
30
15
3
1
7
27
30
10
3
1
115
23.408
NB
21,0%
50,0%
15,0%
-2,0%
112,0%
8
27
30
15
3
1
8
27
30
10
10
1
94
Ratioanalyse 2019
101
Hardinxveld-Giessendam
102
Loon op Zand
Opbouw cijfer 2019
Opbouw cijfer 2018
103
Bunschoten
21.866
U
26,5%
46,4%
22,5%
-2,3%
78,3%
8
27
30
10
3
5
8
27
30
5
10
5
96
104
Zwartewaterland
22.685
O
26,0%
101,0%
15,0%
1,9%
101,0%
8
27
20
15
10
3
7
27
20
10
6
3
121 123
105
Midden-Delfland
19.341
ZH
39,5%
96,7%
14,7%
1,0%
119,6%
7
27
20
15
10
1
6
27
20
10
3
1
106
Urk
21.031
FL
34,0%
72,0%
44,0%
5,5%
123,0%
7
27
30
5
10
1
7
27
30
5
10
1
111
107
Woudenberg
13.362
U
20,5%
46,0%
30,9%
-4,6%
104,2%
7
27
30
10
3
3
7
27
30
5
3
3
120
108
Reusel-De Mierden
13.112
NB
40,6%
44,1%
35,0%
0,0%
99,9%
7
27
30
5
6
3
7
27
30
5
6
3
114
109
Wierden
24.446
O
23,6%
60,2%
35,0%
0,0%
101,0%
7
27
30
5
6
3
9
27
30
15
10
3
49
110
Laarbeek
22.523
NB
47,0%
48,0%
45,0%
-3,0%
90,0%
7
27
30
5
3
5
9
40
30
5
10
5
33
111
Kapelle
12.695
Z
38,0%
94,0%
18,0%
0,0%
106,0%
7
27
20
15
6
1
8
27
30
15
6
1
84
112
Weesp
19.738
NH
18,0%
68,0%
1,0%
0,0%
71,0%
7
13
30
15
6
5
7
13
30
15
6
5
117
113
Appingedam
11.642
GR
16,0%
4,1%
4,8%
3,3%
116,6%
7
13
30
15
10
1
8
27
30
15
10
1
57
114
Alblasserdam
20.165
ZH
21,0%
90,0%
9,0%
-4,0%
103,4%
7
27
20
15
3
3
8
27
30
15
10
1
67
115
Lisse
22.955
ZH
20,0%
125,9%
0,0%
-3,1%
104,2%
7
27
20
15
3
3
7
27
20
15
10
1
112
116
Eemnes
9.247
U
26,2%
96,9%
6,3%
-1,7%
123,8%
7
27
20
15
3
1
8
27
30
15
10
1
69
117
Dantumadiel
18.922
FR
13,0%
48,0%
4,0%
-6,0%
93,0%
7
13
30
15
3
5
8
27
30
15
3
5
82
118
Westvoorne
14.731
ZH
24,4%
140,3%
-1,3%
0,3%
127,9%
6
27
10
15
10
1
6
27
10
15
3
1
125
119
Montfoort
13.917
U
19,5%
46,8%
4,7%
-5,7%
117,0%
6
13
30
15
3
1
8
27
30
15
10
1
68
120
Stede Broec
21.726
NH
19,0%
55,0%
6,0%
-3,0%
120,0%
6
13
30
15
3
1
9
27
30
15
10
3
52
121
Westervoort
14.971
GE
9,0%
63,0%
0,0%
-7,8%
106,0%
6
13
30
15
3
1
9
27
30
15
10
3
54
122
Haaksbergen
24.311
O
-0,3%
87,0%
8,8%
-1,3%
112,0%
6
13
30
15
3
1
7
13
30
15
10
1
118
123
Oostzaan
9.735
NH
14,3%
105,7%
0,0%
2,7%
121,8%
6
13
20
15
10
1
5
13
10
15
10
1
128
124
=
Laren
11.280
NH
16,6%
92,6%
0,0%
-6,1%
152,8%
5
13
20
15
3
1
6
13
30
10
3
1
124
125
Borne
23.312
O
22,0%
153,0%
131,0%
0,0%
104,0%
5
27
10
5
6
3
5
27
10
5
6
3
126
126
Nuenen, Gerwen en Nederwetten
23.383
NB
27,0%
135,0%
137,0%
-3,0%
117,0%
5
27
10
5
3
1
6
27
20
5
10
1
122
127
3
129
Brummen
20.726
GE
4,4%
132,3%
25,7%
-6,8%
Gestegen
4
100,7%
Gedaald
13
10
10
3
5
3
13
20
10
3
= Blijft gelijk
GEMIDDELDEN Rapportcijfer BDO 2019
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Rapportcijfer BDO 2018
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Stucturele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
66,0%
12,2%
0,7%
99,3%
8
25
28
14
8
3
8
25
28
13
7
3
26,4%
68,9%
13,7%
0,4%
100,7%
7
23
28
13
7
3
8
24
27
14
7
3
25.000-50.000
33,8%
48,2%
12,0%
-0,1%
105,3%
8
27
29
14
6
3
8
28
28
13
7
3
< 25.000
38,6%
37,4%
9,6%
-0,1%
105,9%
8
29
29
14
6
2
8
30
29
14
7
3
NB:
Solvabiliteit
Belastingcapaciteit
29,3%
Stucturele exploitatieruimte
> 100.000 50.000-100.000
Inwonersaantal
Grondexploitatie
Opbouw cijfer 2018
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Opbouw cijfer 2019
Solvabiliteit
Ratioanalyse 2019
Deze ranking is gebaseerd op de gepubliceerde jaarcijfers van alle 355 gemeenten.
Na het uitbrengen van ons vorige benchmarkrapport bleken de ratio’s over 2018 van enkele gemeenten af te wijken van de gepubliceerde. In de bovenstaande ranking gaan wij voor wat betreft de positie ‘gestegen’, ‘gedaald’ of ‘gelijk gebleven’ (ten opzichte van voorgaand jaar) uit van de ranking 2018 op basis van (eventueel) bijgestelde rapportcijfers als gevolg van aangepaste ratio’s. *