E04BDO-Benchmark-Nederlandse-Gemeenten-2024
Tekst van het document
Investeer in betere samenwerking met andere sectoren Willen gemeenten een rol van betekenis spelen bij de verschillende maatschappelijke opgaven, dan moeten ze meer dan ooit samenwerken met andere gemeenten en provincies, maar bijvoorbeeld ook met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Dat kan bijvoorbeeld een deel van het capaciteitsvraagstuk oplossen. Ook kunnen (netwerken van) bedrijven soms slagvaardiger of innovatiever optreden dan
overheden. Gemeenten kunnen in zo’n geval faciliterend optreden. Het Samenwerkingsprogramma Deelmobiliteit is hier een voorbeeld van. Dit programma zorgt ervoor dat overheden met één stem praten met marktpartijen, zoals mobiliteitsaanbieders en gebiedsontwikkelaars. Door samen te werken wordt het eenvoudiger om standaardafspraken te maken over deel mobiliteit en duidelijke regels te stellen.
Provincies: kijk kritisch naar begrotingen Gemeenten hebben te maken met veel onzekerheden en dat vertaalt zich terug in de begrotingen. Gemeenten gaan in hun begrotingen verschillend om met ontwikkelingen als de Hervormingsagenda Jeugd, langjarige investeringen op het gebied van hun vastgoed, de mate van planningsoptimisme en eventuele taakstellingen. Dat maakt dat het financiële perspectief van gemeenten op landelijk niveau zich weliswaar in een duidelijk negatieve richting beweegt, maar dat de lokale verschillen het lastig maken om te beoordelen hoe compleet de cijfers zijn. Daardoor wordt het provinciaal toezicht nóg belangrijker. Wat zit er nu wel en niet in de begroting? Daarvoor zou het GTK 2020 wellicht aangevuld kunnen worden met een checklist met belangrijke onderwerpen voor de begroting. Daarin zou onder meer aandacht moeten zijn voor de kwaliteit van het weerstandsvermogen, de verschillende soorten bestemmingsreserves, de financiële impact van het beheer van onderhoud en andere beleidsmatige keuzes in de begroting. Ook de invoering van stresstesten kan nog een bijdrage leveren aan het inzicht in, en toezicht op gemeenten.
‘Wat zit er nu wel en niet in de begroting? Daarvoor zou het GTK 2020 wellicht aangevuld kunnen worden met een checklist met belangrijke onderwerpen voor de begroting’
31
FINANCIËLE PERFORMANCE SOLVABILITEIT
Solvabiliteit per omvang gemeenten (2010-2022)
Solvabiliteit Nederlandse gemeenten, gemiddeld en naar groottecategorie (2010-2022)
FINANCIËLE PERFORMANCE
50%
40%
‘De gemiddelde solvabiliteit van gemeenten steeg, van 36,4% in 2021 naar 38,9% in 2022’
SOLVABILITEIT NETTOSCHULDQUOTE
30%
GRONDEXPLOITATIE STRUCTURELE EXPLOITATIERUIMTE BELASTINGCAPACITEIT
20% 2010
< 25.000
2011
2012
2013
25.000-50.000
2014
2015
2016
50.000-100.000
2017
2018
2019
> 100.000
2020
2021
2022
Gemiddeld
In dit hoofdstuk zoomen we in op de kengetallen die de basis vormen voor de BDO-ranking per gemeente. We beginnen met solvabiliteit. Deze wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de totale bezittingen van de gemeente. Hoe hoger de solvabiliteit, des te groter de buffer die gemeenten hebben om tegenvallers op te vangen. Solvabiliteit is een belangrijke graadmeter voor de financiële positie van gemeenten. De gemiddelde solvabiliteit van gemeenten liet tot en met 2019 een dalende lijn zien. Op het dieptepunt (eind 2019) was sprake van een gemiddelde solvabiliteit van 34%. In 2020 steeg de solvabiliteit voor het eerst weer naar 34,8%, vooral als gevolg van de verkoop van
Eneco-aandelen door 44 gemeenten en andere incidentele voordelen. Maar de stijging zette door. In 2021 steeg de solvabiliteit verder naar 36,4% en in 2022 steeg deze zelfs naar 38,9%. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door het resultaat van alle gemeenten
33
34
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2024
BODEGRAVEN -REEUWIJK 117/137
36.308
-3,6%
4,1%
FINANCIËLE PERFORMANCE NETTOSCHULDQUOTE
Solvabiliteit gemeenten, gemiddeld per provincie (2022)
Nettoschuldquote gemeenten, gemiddeld en naar groottecategorie (2010-2022) 100%
34,9%
13,9%
118,2%
135,4% 98,9%
33,1%
37,0%
Elly de Vries wethouder financiën (o.a.)
80%
38,2% 51,8%
‘De gemiddelde schuldquote van gemeenten bedroeg in 2022 32,8%. Dit is het laagste percentage van de afgelopen tien jaar’
41,1%
‘We zijn niet langer het slechtste meisje van de klas’
60% 43,8%
32,9%
38,7%
‘Bodegraven-Reeuwijk was lang een slecht presterende gemeente met een enorme leningenportefeuille. Dat bleek ook wel uit onze positie
40,9%
40%
36,0%
in deze ranking: we waren het slechtste meisje van de klas.
36,3%
Al voor het vormen van de huidige coalitie lag er daarom een financieel
20%
herstelplan, geschreven door onze strategisch adviseur en zonder politieke voorkeur. Het bood volop
2010
< 30%
30<35%
35<40%
40<45%
>45%
< 25.000
2011
2012
2013
2014
2015
25.000-50.000
2016
50.000-100.000
2017
2018
2019
2020
> 100.000
2021
2022
Gemiddeld
mogelijkheden om zaken anders te gaan doen. We hebben nu een meerjarig sluitende begroting, zelfs voor het beruchte ravijnjaar. We willen ons namelijk bewust niet rijk rekenen, ook niet richting de raad. Het mag er nu even wat beter uitzien, we zijn er nog niet. Het herstel is vervolgens extra gesteund door een gunstige
‘Gemeenten in de provincies Flevoland en Zuid-Holland scoren het best, waarbij Flevoland met een solvabiliteit van 51,8% de absolute koploper is.
moeten nemen. Heel bewust algemene reserve aan te vullen. Ze verdwijnen niet in andere potjes. Bovendien hebben we de lasten verhoogd. Dat is zuur, maar het moest.’
baten. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden
meer geld van het Rijk hebben ontvangen, en door de winst die
gebruiken we meevallers om de
gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de totale
Een laag percentage is veelal gunstig. Omdat bij
septembercirculaire, waarbij wij
we op grondexploitaties hebben
De nettoschuldquote geeft inzicht in het niveau van de
gezamenlijk van € 3,7 miljard. Hierdoor is het eigen vermogen toegenomen en dit heeft een positief effect op de solvabiliteit. Maar niet alle gemeenten doen het in dit opzicht goed. Uit de cijfers blijkt dat één op de dertien gemeenten een solvabiliteit heeft van minder dan 20%. Dit percentage wordt beschouwd als meest risicovol. De vermogensgroei bij gemeenten met meer dan 100.000 inwoners en minder dan 25.000 inwoners blijft wat achter. Bij deze gemeenten is de stijging van de solvabiliteit 2,0 %.
Gemeenten in Utrecht hebben de laagste solvabiliteit De solvabiliteit van gemeenten varieert. De gemeenten in de provincies Zeeland (36,0%), Groningen (34,9%), Friesland (33,1%) en Utrecht (32,9%) scoren het minste op deze ratio. Tegelijkertijd steeg de solvabiliteit van gemeenten in Zeeland wel het hardst (6%). Gemeenten in de provincies Flevoland en Zuid-Holland scoren het best, waarbij Flevoland met een solvabiliteit van 51,8% de absolute koploper is.
terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief (gecorrigeerd) als exclusief de doorgeleende gelden.
D
e schuldenpositie van gemeenten schommelde de afgelopen tien jaar rond de 47%. Het hoogst was de gemiddelde nettoschuldquote de afgelopen tien jaar in 2014 (bijna 57%). Sinds 2020 is een forse daling ingezet. In dat jaar daalde de
schuldquote van 49% naar 42%. In 2021 daalde deze verder naar 41%. En in 2022 zette die daling flink door: de gemiddelde schuldquote van gemeenten bedroeg in 2022 32,8%. Dit is het laagste percentage van de afgelopen tien jaar. De schuldquote is het resultaat van het
35
36
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2024
FINANCIËLE PERFORMANCE GRONDEXPLOITATIE, STRUCTURELE EXPLOITATIERUIMTE EN BELASTINGCAPACITEIT
Grondexploitatie gemeenten, gemiddeld en naar groottecategorie (2010-2022) Nettoschuldquote gemeenten, gemiddeld per provincie (2022)
Grondexploitatie gemeenten, gemiddeld en naar groottecategorie (2010-2022)
MEDEMBLIK 117/143
46.031
2,0%
6,0%
40% 38% 34,3% 34,3%
36%
49,0%
-8,0%
98,0%
-22,2%
34%
40,8% 40,8%
32% 35,7% 35,7% 29,9% 29,9%
Harry Nederpelt wethouder financiën & belastingen (o.a.)
30% 28%
25,7% 25,7%
3% 3%
26% 24%
‘We hebben weer middelen om te investeren’
22% 46,8% 46,8%
39,3% 39,3%
28,6% 28,6%
20%
‘Medemblik stond er - zowel qua
18%
29,5% 29,5% 35,5% 35,5%
31,8% 31,8%
16%
personele bezetting als qua
14%
financiën - jarenlang matig voor. De
12%
in 2022 aangetreden coalitie wilde
10%
van Medemblik weer een financieel
8%
gezonde gemeente maken. De ozb
6%
is daarom incidenteel verhoogd.
4%
Maar we zijn ook een ambitieuze 2010
< 30% < 30%
30<35% 30<35%
35<40% 35<40%
40<45% 40<45%
>45% >45%
< 25.000
2011
2012
2013
25.000-50.000
2014
2015
2016
50.000-100.000
2017
> 100.000
2018
2019
2020
2021
2022
Gemiddeld
campagne begonnen om voldoende goede medewerkers te vinden en hebben heel veel vacatures ingevuld. Tegelijkertijd zijn we steviger aan de wind gaan varen en dat heeft
‘De gemiddelde grondexploitatie in 2022 is 6,0%. Daarmee is deze verder gedaald’
totaal van de schulden gedeeld door de totale baten van een gemeente. Ook leningen bij derden zijn meegewogen in dit percentage.
Schulden dalen verder De forse daling van de schuldquote in 2022 heeft – naast de toegenomen baten met circa 10% – alles te maken met het feit dat gemeenten hun schulden zijn gaan aflossen. Een hogere schuldquote hoeft overigens niet per definitie een slecht teken te zijn. Een gemeente is immers een ‘bestedingshuishouding’. Het hoofddoel is niet om zoveel mogelijk eigen vermogen dan wel middelen aan te houden en daar rendementen uit te halen, maar veel meer om de inkomsten optimaal in te zetten ten behoeve van betere voorzieningen voor de burgers en andere maatschappelijke taken. Zeker bij lage of zelfs negatieve rentestanden kan het zeer effectief zijn om externe middelen aan te trekken om
te kunnen investeren in voorzieningen waar burgers nog jaren van profiteren. Schulden maken voor risicovolle investeringen, zoals grondexploitaties, moet echter weloverwogen gebeuren. Lenen om tekorten in de structurele begroting te dekken, moet niet mogelijk zijn.
Minste schulden voor gemeenten in Flevoland Op provinciaal niveau zien we grote verschillen tussen de schuldquotes van gemeenten. Gemeenten in Flevoland laten de laagste schuldquote zien (3%). Gemeenten met de hoogste schuldquote vinden we in de provincie Utrecht (46,8%) en Friesland (40,8%). Bij gemeenten in de provincie Zeeland daalde de schuldquote het meest: van 51,9% in 2021 naar 35,5% in 2022.
De drie overige kengetallen: grondexploitatie (Grex), structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit bepalen voor een veel minder groot deel de financiële gezondheid van gemeenten. Ze worden dan ook beperkt meegerekend in het onderzoek.
geresulteerd in een flinke stijging in deze ranking. Als BDO de nietsluitende meerjarenbegroting niet had meegewogen, zouden we de komende jaren nog harder stijgen. Onze balansposities zijn uitstekend, het weerstandsvermogen ligt boven de 2 en we hebben een beperkte schuldpositie. Het gaat echt de goede kant op. We hebben nu weer middelen om te investeren in zaken waar lang geen geld of personeel voor was. Of dat voldoende is? Ik
D
e grondexploitatieratio geeft aan hoe groot de waarde van de grond is ten opzichte van de baten. Hoe minder grond een gemeente verkoopt, hoe hoger de grondpositie en hoe hoger de boekwaarde. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. De gemiddelde grondexploitatie in 2022 is 6,0%. Daarmee
is deze verder gedaald. In 2021 was deze nog 7,66%. Al sinds 2013 zien we grondexploitaties van veel gemeenten verder dalen. Met een dalende grondexploitatieratio lopen gemeenten financieel wellicht minder risico’s met de gronden, maar gelijktijdig is er een wooncrisis en is het maatschappelijk gezien wenselijk dat er juist wordt geïnvesteerd in grondexploitaties.
verwacht niet dat het de komende jaren makkelijk zal worden. Rijksmiddelen zijn immers niet eindeloos en er spelen nogal wat dossiers.’
37
38
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2024
Belastingcapaciteit gemeenten, gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2022)
Structurele exploitatieruimte gemeenten, gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2022)
Structurele exploitatieruimte gemeenten, gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2022)
LAND VAN CUIJK 40/59
FINANCIËLE PERFORMANCE GRONDEXPLOITATIE, STRUCTURELE EXPLOITATIERUIMTE EN BELASTINGCAPACITEIT
Belastingcapaciteit gemeenten, gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2022)
35,0%
8,0%
11,0%
90,0%
127/137
45.376
3,0%
5,6%
110%
6%
43,0%
STEENWIJKERLAND
91.423
-22,8%
35,0%
29,0%
72,0%
35,3%
5%
Maarten Jilisen wethouder financiën & belastingen (o.a.)
‘We houden geen rekening met het ravijnjaar’ ‘De gemeente Land van Cuijk bestaat pas sinds 2022 vanwege
105%
Marcel Scheringa wethouder financiën (o.a.)
4%
3%
‘Ik ben er behoorlijk chagrijnig
2%
van geweest dat ik voor het eerst
de samenvoeging van vijf kleine Noord-Brabantse gemeenten. Doel van die herindeling was
‘Ik ben behoorlijk chagrijnig geweest’
100%
een programmabegroting aan de
95%
gemeenteraad heb voorgelegd die
1%
niet meerjarig sluitend is. Daarmee
om als grotere gemeente een
handelen we weliswaar in lijn met
betere positie in Noord-Brabant
de oproep van de VNG, maar het
te kunnen innemen. Het eerste jaar na de herindeling hebben we vooral gebruikt om te
0%
voelt ongemakkelijk. Ook omdat
90% 2014
< 25.000
2015
2016
2017
25.000-50.000
2018
50.000-100.000
2019
2020
> 100.000
2021
2022
Gemiddeld
harmoniseren en te nivelleren, van
2014
< 25.000
2015
2016
25.000-50.000
2017
2018
50.000-100.000
2019
2020
> 100.000
2021
Gemiddeld
2022
de tekorten substantieel zijn. Deze situatie is wel erg uitzonderlijk. Als de onderhandelingen tussen
een doordacht begrotingsbeleid
gemeenten en het Rijk zo stroef
was nog helemaal geen sprake.
blijven verlopen dan kijken we
We zijn nu pas begonnen met
vanaf 2026 tegen een structureel
nieuw risicomanagement voor de
tekort aan. En dat terwijl we het
komende begrotingsjaren. Dat
in de afgelopen jaren juist zo goed deden. De onduidelijkheid mag wat
betekent overigens geenszins dat we begroten met de rem erop. We zijn als nieuwe gemeente behoorlijk ambitieus en willen aan het complete wensenprogramma van de raad en het college invulling geven. En dat lukt de komende jaren ook. In 2026 komt echter het ravijnjaar op ons af en dan komen we geld tekort. Toch hebben we daar in onze plannen geen rekening mee gehouden. Er kan in de tussentijd namelijk nog van alles gebeuren. En eventueel kunnen
Gemeenten wíllen vaak ook wel investeren, maar door het ontbreken van grondvoorraad of door de stikstofproblematiek komt dit niet altijd van de grond. De daling zet dus door in 2022 en deze is het minst bij gemeenten met minder dan 25.000 inwoners: 12% afname. Bij gemeenten tussen de 25.000 en 50.000 inwoners neemt de Grex-ratio het meest af: 29%. Een mogelijke verklaring voor deze dalende cijfers is dat er weinig geïnvesteerd is in grondexploitaties en dat bestaande investeringen grotendeels zijn verkocht. Een trend overigens die de woningnood niet bepaald ten goede komt.
we wat investeringen uitstellen. Daarmee los ik al 25% op.’
Het kengetal structurele exploitatieruimte helpt mee om te beoordelen welke ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen.
Die ruimte wordt in 2022 wederom fors groter, zo blijkt uit de cijfers. Sterker nog, de structurele exploitatieruimte is verdubbeld: van 2,9% in 2021 naar 5,4% in 2022. De toegenomen exploitatieruimte heeft alles te maken met de verbeterde resultaten van gemeenten in 2022. Een gunstige structurele exploitatieruimte is vooral zichtbaar bij gemeenten met 25.000 tot 50.000 inwoners. Daar bedroeg deze in 2022 5,55%. Tot slot de belastingcapaciteit. Dit kengetal geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. De belangrijkste belastingen die gemeenten heffen zijn de onroerendezaakbelasting op huizen en bedrijfspanden en de riool- en afvalstoffenheffing. Als dit kengetal laag is,
betekent het dat een gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. In 2022 is de gemiddelde belastingcapaciteit van alle gemeenten met minder dan 100.000 inwoners gedaald. We zien overigens slechts een minimale stijging van de belastingcapaciteit bij gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. In 2021 was deze 100,11, in 2022 100,17. Grotere gemeenten vanaf 50.000 inwoners hebben gemiddeld genomen een lagere belastingdruk dan kleinere gemeenten, blijkt uit ons onderzoek. Zij kunnen daardoor meer inkomsten genereren in tijden dat dat nodig is dan kleinere gemeenten dat kunnen.
mij betreft dan ook niet veel langer duren, want we kunnen niet ieder jaar niet‑sluitende begrotingen blijven maken. Uiteindelijk zullen we dan vervelende keuzes moeten maken over hoe we het gat moeten dichten. Dan moet je denken aan uitstel van noodzakelijke investeringen in bijvoorbeeld scholen. Of in onderhoud van de openbare ruimte. Dan zakken we echt door de ondergrens en dat hoop ik niet mee te maken.’
39
BEGROTINGEN 2023-2027
BEGROTINGEN 2023-2027
Gemeenten verwachten tekorten Naast de gerapporteerde cijfers over 2022 analyseerde BDO voor dit rapport ook de begrotingen 2023 tot en met 2027 van 341 gemeenten. Die vertonen een somber beeld. Maar liefst tweederde van de gemeenten verwacht over 2023 tot en met 2027 een tekort van in totaal € 3,5 miljard. 115 gemeenten gaan uit van een overschot in deze vijf jaar van per saldo € 1,6 miljard. Het demissionaire kabinet heeft gemeenten toegezegd dat het tot 2025 extra middelen toevoegt aan het gemeentefonds. Ook komt de opschalingskorting opnieuw ter tafel. Maar de middelen zijn incidenteel en er is grote onzekerheid over wat er vanaf 2026 staat te gebeuren. Met incidenteel geld kunnen gemeenten niet langdurig, structurele uitgaven doen. Ook ligt de opschalingskorting nog steeds op tafel. De structurele inkomsten van gemeenten nemen af en de taken en opgaven nemen toe. Het is voor gemeenten lastig om structureel beleid te maken voor de maatschappelijke opgaven die er zijn of om daarin te investeren. De vraag is of er met de komst van een nieuw kabinet verandering komt in de manier waarop gemeenten worden gefinancierd.
Nog geen miljard tekort per jaar Eén ding is duidelijk, zo blijkt uit de begrotingen die we hebben geanalyseerd. Tweederde van de gemeenten verwacht over de periode 2023-2027 per saldo een begrotingstekort. Zoals we eerder
schetsten, is dat ook de reden dat we onze systematiek hebben verfijnd en de begrotingen hebben meegenomen in onze berekeningen. Voor 2024 verwachten gemeenten in totaal € 551 miljoen tekort, voor 2025 een overschot van € 767 miljoen, voor 2026 een tekort van € 1,1 miljard en voor 2027 een tekort van € 1 miljard. Verder zien we dat er 115 gemeenten zijn die per saldo over deze vijf jaar een overschot verwachten van in totaal € 1,6 miljard. De overige 226 gemeenten verwachten een tekort van per saldo zo’n € 3,5 miljard. Over de jaren 2026 en 2027 zien we beide een tekort van ‘slechts’ ruim € 1 miljard.
Tekorten aan de zuinige kant Als we deze cijfers afzetten tegen de structurele korting van het gemeentefonds van € 3 miljard per jaar dat ontstaat vanaf 2026, dan valt op dat het effect van het ravijnjaar zichtbaar is in de begrotingen, maar dat de geraamde tekorten niet in de buurt komen van de € 3 miljard per jaar. We vermoeden overigens wel dat deze
‘Het is voor gemeenten lastig om structureel beleid te maken voor de maatschappelijke opgaven die er zijn of om daarin te investeren’
41
42
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2024
BEGROTINGEN 2023-2027
Som begrotingen naar groottecategorieën (2023-2027) 2023 Groot
-144.578.587
2024
2025
-474.768.369
298.311.570
Begroting vs. realisatie Nederlandse gemeenten in euro’s (2020-2022) 2026
-264.838.795
2027 -108.051.088
Totaal -693.925.269
2022 Saldo afwijking totaal
4.737.407.190
Begroot
204
-1.244.409.500
Gerealiseerd
Middelgroot
20.776.260
-80.295.020
97.399.564
-396.555.253
-413.153.271
-771.827.720
Middelklein
107.399.190
18.263.677
271.644.632
-320.499.383
-354.830.382
-278.022.212
Klein
28.197.075
-17.929.072
97.200.742
-141.226.472
-145.370.863
-179.128.590
= aantal gemeenten
29
243.869.054
137
-145.465.390
3.882.332.134
312
Saldo afwijking totaal als percentage van de totale lasten 2022 7%
69.052.678.678
2021 Saldo afwijking totaal Begroot
3.161.632.603 -1.409.053.725
276
Gerealiseerd
‘In de meerjarenbegrotingen lijken nog geen massale bezuinigingen verwerkt’
Begrotingssaldo
Eigen vermogen
Verhouding
-693.925.269
21.478.698.965
-3%
-771.827.720
6.718.151.569
-11%
Middelklein
-278.022.212
7.903.197.330
-4%
-179.128.590
verwachte tekorten aan de zuinige kant zijn. Sommige gemeenten hanteren een plafond voor het tekort dat ze willen begroten of anticiperen op reparaties van het Rijk. Ook hebben niet alle gemeenten hun toekomstige investeringen op het gebied van vastgoed en infrastructuur goed in beeld en/of verwerkt in hun meerjarenramingen. Hoe dan ook, het beeld van de begrotingen maakt voldoende duidelijk dat deze situatie op termijn leidt tot een verslechtering van de financiële positie van gemeenten. Naast de reguliere inzet van reserves zullen zij bij aanhoudende tekorten gaan interen op het eigen vermogen.
Gemeenten zijn nog niet massaal aan het bezuinigen Hoewel gemeenten voor de komende jaren tekorten verwachten, lijken in de meerjarenbegrotingen van de gemeenten nog geen massale bezuinigingen verwerkt. Maar de vraag is hoe lang gemeenten dat nog kunnen uitstellen. In de begroting 2025 moeten wel keuzes gemaakt worden. Daar hebben zij nu nog (slechts) een half jaar voor.
3.304.517.289
76
-247.533.771
2.111.030.132
270
5%
Middelgroot
Klein
110.917.483
Saldo afwijking totaal als percentage van de totale lasten 2021
Ratio begrotingssaldo/eigen vermogen naar groottecategorieën (2023-2027)
Groot
82
-5%
Gemeenten rapporteren in hun begrotingen de financiële onzekerheden die de komende jaren op hen afkomen en rekenen erop dat het nieuwe kabinet ‘reparaties’ doorvoert in het gemeentefonds. Tot die tijd nemen zij geen grote maatregelen in de begroting. Immers; wanneer je als gemeente op een bepaald moment een voorziening (bibliotheek, zwembad etc.) sluit en vervolgens blijkt dat het Rijk alsnog die reparaties doorvoert, die sluiting waarschijnlijk niet weer teruggedraaid wordt. Dat kost vaak (te) veel geld. Wel bereiden veel gemeenten zich ondertussen voor op de situatie dat het gemeentefonds niet wordt gerepareerd. We moeten de meerjarenbegrotingen van gemeenten dan ook zien in het licht van deze onzekerheden. Deze begrotingen laten zien dat er sprake is van een beweging naar onbalans tussen de huidige taken en middelen. Daarbij beschouwen gemeenten met name de stijgende kosten in de zorg en de kosten van investeringen in onderwijshuisvesting en infrastructuur als belangrijke factoren die het meerjarenperspectief verder kunnen
64.000.000.000
2020 Saldo afwijking totaal
5.588.377.575
Begroot
268
Gerealiseerd
127
-1.254.933.000
246.840.000
87
5.096.547.362
-516.262.787
Waarvan incidentele verkoop Eneco-aandelen
4.099.000.000
228
44
Saldo afwijking totaal als percentage van de totale lasten 2020 9%
verslechteren. Daar staat tegenover dat planningsoptimisme en beperkte personele capaciteit factoren zijn die kunnen leiden tot onderbestedingen ten opzichte van de ramingen. Voor 2024 zien we dat de grootste gemeenten relatief gezien de grootste tekorten verwachten. Opvallend is ook dat de middelgrote gemeenten relatief gezien naar verwachting het meeste hun eigen vermogen inzetten als dekkingsmiddel in hun begroting. Kleine gemeenten begroten minder tekorten dan de andere drie categorieën. Overigens begroot iedere categorie per saldo over de komende vijf jaar een tekort. Alle provincies verwachten per saldo gemiddeld een tekort tot en met 2026. Op één provincie na: Zeeland. Gemeenten in deze provincie verwachten voor deze periode een overschot. Waarschijnlijk speelt het feit dat Zeeland relatief veel kleine gemeenten kent hierbij een rol. Van de kleinere gemeenten weten we dat ze over het algemeen iets minder tekorten verwachten.
64.515.192.000
Late rijksmiddelen zorgen voor onvoorspelbare begrotingen De resultaten van de jaarrekeningen van gemeenten wijken fors af van de begrotingen. Kort gezegd valt het financiële resultaat elk jaar weer mee. Het voorspellend vermogen van de begrotingen is dus beperkt. Traditioneel begroten gemeenten voorzichtig en met planningsoptimisme. Dat zorgt voor wat ruimte in veel gemeentebegrotingen. De positieve verschillen tussen begroting en jaarrekening ontstaan echter grotendeels doordat een deel van de rijksmiddelen pas wordt aangekondigd nadat de gemeentelijke begrotingen al zijn opgesteld. Deze middelen zijn daardoor niet in de begroting opgenomen. Zo becijferde het COELO dat in 2022 maar liefst 40% van de specifieke uitkeringen pas laat bekend werd. Niet alleen verandert daardoor het financiële perspectief op het moment dat de begrotingen al zijn gemaakt, ook zijn gemeenten meestal niet meer in staat de middelen voor het lopende jaar nog te besteden. Het begrotingsproces voor gemeenten wordt kortom geteisterd door tal van onzekere factoren, waardoor de voorspelbaarheid van de begrotingen verre van optimaal is.
‘Het begrotings proces voor gemeenten wordt geteisterd door tal van onzekere factoren’
43
44
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2024
GEMIDDELDE VERWACHTE SALDO 2024 Over 2024 is het gemiddelde verwachte saldo een tekort van € 551 miljoen. Drie provincies verwachten gemiddeld een overschot in plaats van een tekort, en verhogen daarmee dit gemiddelde.
BEGROTINGEN 2023-2027
Verwachte tekorten of overschotten gemeenten, totaal per provincie (2024)
Verwachte tekorten of overschotten gemeenten, totaal per provincie (2026)
> 401 mln.
> 401 mln. -5,5 mln.
301 – 400 mln. 201 – 300 mln.
-43,4 mln.
301 – 400 mln. 201 – 300 mln.
-12,3 mln.
101 – 200 mln.
-42,6 mln.
101 – 200 mln.
51 – 100 mln.
51 – 100 mln.
2,4 mln.
26 – 50 mln.
-151,3 mln.
0 – 25 mln.
0 – -25 mln.
-66,9 mln.
0 – -25 mln.
-64,1 mln.
-26 – -50 mln.
-42,1 mln.
-51 – -100 mln. -80,4 mln.
-101 – -200 mln.
-36,6 mln.
-110,7 mln.
-101 – -200 mln.
-258,4 mln.
-201 – -300 mln.
-201 – -300 mln.
-301 – -400 mln.
-301 – -400 mln.
> -401 mln.
> -401 mln.
-181,8 mln.
-72,6 mln. 5,0 mln.
2,9 mln.
In 2025 ziet Nederland er overwegend ‘groen’ uit en wordt per saldo een overschot van € 767 miljoen verwacht.
101 – 200 mln.
51 – 100 mln.
26 – 50 mln.
0– 25 mln.
0– -25 mln.
-26 – -50 mln.
-46,9 mln.
-51 – -101 – -201 – -301 – > -100 mln. -200 mln. -300 mln. -400 mln. -401 mln.
Verwachte tekorten of overschotten gemeenten, totaal per provincie (2025)
> 401 mln.
301 – 201 – 400 mln. 300 mln.
101 – 200 mln.
51 – 100 mln.
26 – 50 mln.
0– 25 mln.
0– -25 mln.
-51 – -101 – -201 – -301 – > -100 mln. -200 mln. -300 mln. -400 mln. -401 mln.
VERGELIJKBAAR TEKORT IN 2027
> 401 mln. 45,1 mln.
301 – 400 mln. 201 – 300 mln.
-39,6 mln.
301 – 400 mln. 201 – 300 mln.
56,1 mln.
101 – 200 mln.
-53,8 mln.
101 – 200 mln.
51 – 100 mln.
26,2 mln.
26 – 50 mln.
51 – 100 mln.
-27,8 mln.
26 – 50 mln.
329,9 mln.
0 – 25 mln.
-109,1 mln.
0 – 25 mln.
0 – -25 mln.
-8,0 mln.
51,3 mln.
-26 – -50 mln.
0 – -25 mln.
-9,7 mln.
-83,1 mln.
-26 – -50 mln.
-51 – -100 mln.
-51 – -100 mln. 3,8 mln.
-101 – -200 mln.
110,3 mln.
-53,5 mln.
-201 – -300 mln.
-301 – -400 mln.
-301 – -400 mln.
> -401 mln.
-101,1 mln.
-101 – -200 mln.
-201 – -300 mln.
-234,2 mln.
> -401 mln.
63,3 mln.
-197,8 mln.
-45,5 mln.
95,1 mln.
101 – 200 mln.
-121,2 mln.
1,5 mln.
45,0 mln.
301 – 201 – 400 mln. 300 mln.
-26 – -50 mln.
Verwachte tekorten of overschotten gemeenten, totaal per provincie (2027)
> 401 mln.
> 401 mln.
-116,6 mln.
-278,0 mln.
46,7 mln.
OVERWEGEND ‘GROEN’
-82,8 mln.
-26 – -50 mln.
-51 – -100 mln.
301 – 201 – 400 mln. 300 mln.
2026 (het zogenoemde ravijnjaar) laat in bijna alle provincies per saldo een gemiddeld tekort zien. Het totale verwachte tekort bedraagt € 1,1 miljard.
-31,8 mln.
26 – 50 mln.
-10,1 mln.
0 – 25 mln.
> 401 mln.
RAVIJNJAAR
51 – 100 mln.
26 – 50 mln.
0– 25 mln.
0– -25 mln.
-26 – -50 mln.
-51 – -101 – -201 – -301 – > -100 mln. -200 mln. -300 mln. -400 mln. -401 mln.
> 401 mln.
301 – 201 – 400 mln. 300 mln.
101 – 200 mln.
51 – 100 mln.
26 – 50 mln.
0– 25 mln.
0– -25 mln.
-26 – -50 mln.
-51 – -101 – -201 – -301 – > -100 mln. -200 mln. -300 mln. -400 mln. -401 mln.
2027 ligt ook nog in het ‘ravijn’ en laat een vergelijkbaar tekort zien met 2026, namelijk van totaal € 1 miljard.
45
46
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2024
GROTE VERSCHILLEN De verschillen tussen provincies zijn groot. In Zeeland wordt een overschot van gemiddeld € 119 per inwoner verwacht en in Flevoland een tekort van € 150 per inwoner.
BEGROTINGEN 2023-2027
Verwachte saldo tekorten/overschotten gemeenten per inwoner, gemiddeld per provincie (2024)
€ 151 – € 200
- € 19,-
€ 101 – € 150 € 51 – € 100
- € 9,-
Som begrotingen per provincie (2023-2027) 2023
2024
2025
2026
2027
Totaal
Drenthe
18.041.520
2.415.750
26.175.401
-31.838.784
-27.754.635
-12.960.748
Flevoland
34.745.000
-66.877.000
-8.030.000
-42.148.000
-9.679.000
-91.989.000
Friesland
5.862.532
-12.298.664
56.096.783
-42.595.141
-53.782.865
-46.717.355
Gelderland
-19.513.550
-36.586.020
110.273.055
-116.580.127
-121.228.214 -183.634.856
Groningen
16.708.214
-5.484.679
45.080.804
-43.408.174
-39.601.426
-26.705.261
Limburg
27.579.573
2.902.194
95.121.511
-46.927.455
-45.480.528
33.195.295
Noord-Brabant
31.823.696
-72.604.812
63.306.597
-181.755.816
-197.795.361
-357.025.696
Noord-Holland
33.493.373
-10.087.334
329.918.622
-151.276.252
-109.131.231
92.917.178
Overijssel
-50.402.264
-64.071.785
51.331.630
-82.809.046
-83.109.040 -229.060.505
Utrecht
-22.078.454
-80.357.355
3.776.546
-110.745.507
-101.122.915
-310.527.685
Zeeland
7.797.440
46.674.837
44.974.944
4.979.163
1.498.585
105.924.969
-53.469.385 -278.014.764 -234.218.920
-896.320.127
€ 0 – € 50 - € 1 – - € 50
€ 5,-
- € 51 – - € 100
- € 3,-
- € 101 – - € 150 - € 151 – - € 200
- € 54,-
- € 150,-
- € 58,-
- € 17,-
- € 69,-
- € 28,€ 119,-
€ 3,-
Zuid-Holland
SOLVABILITEIT DAALT Over nagenoeg het hele land verwachten gemeenten dat de solvabiliteit, de verhouding tussen het eigen en vreemd vermogen, daalt in 2024.
Verwachte daling solvabiliteit gemeenten, totaal per provincie (2024 vs. 2022)
-72.263.142 -258.353.916
Verwachte stijging nettoschuldquote gemeenten, gemiddeld per provincie (2024 vs. 2022)
TOENAME NETTOSCHULDQUOTE
0% - 10%
0% -8%
-3%
10% - 15% 15% - 20%
-9%
-4%
9% 16%
20% - 25%
-5% -6%
-7%
>25%
25%
-7% 23%
-3%
-8% -9%
-4%
0%
-7%
-6%
22%
11%
-7%
28%
25%
21%
27%
-6% 22%
-5%
-5%
28%
Gemeenten ramen een toename van de nettoschuldquote. Dit betekent dat gemeenten verwachten meer geld te moeten lenen.
47
48
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2024
U heeft een sluitende begroting ingediend. Wijkt u daarmee bewust af van de VNGlijn, waarmee gemeenten laten zien dat ze financieel niet uitkomen? ‘Nee, hoor. Ondanks de sluitende begroting voor dit jaar, laten we ook zien dat we in het ravijnjaar 2026 tegen een flink tekort aankijken. We hebben een fusieproces achter de rug met enkele rondes van herijking van budgetten. We hebben onder de motorkap gekeken wat we konden tweaken. De jaren 2024 en 2025 kennen een bescheiden positief begrotingsresultaat, maar voor de ravijnjaren 2026 en 2027 is dat een heel ander verhaal. In lijn met de oproep van de VNG laten die jaren een flink tekort zien. Dat gaat pijn doen, tenzij het Rijk natuurlijk gaat bewegen. Wat we allemaal hopen.’ Wat kunnen jullie niet doen als het Rijk niet over de brug komt? ‘Wij zitten in een bijzondere situatie vanwege de fusie. Er zijn volgens de wet financiële afspraken gemaakt met de provincie als toezichthouder. We hebben het afgelopen jaar gebruikt om weer in het repressieve toezicht terecht te komen. De focus lag vooral op het op orde krijgen van 2023, 2024 en 2025. Nu gaan we verder met de ravijnjaren. We hebben geïdentificeerd dat er onderzoeksgebieden zijn, maar die nog niet geanalyseerd. We sluiten onze ogen dus niet voor 2026. Maar of de tekorten zich in het domein jeugdzorg zullen voordoen, of op wonen of het sociaal domein, weten we nog niet.
Overigens heeft de harmonisatie er wel toe geleid dat we zaken hebben gevonden die helpen de tekorten te beperken.’ Welke zaken waren dat? ‘Dan moet je denken aan verzekeringen, assurantiebelasting, rekenrente, nota reserves en voorzieningen, maar ook de manier van kijken naar een begroting. De spelregels eigenlijk. Dat alles bij elkaar maakt dat we er in Voorne aan Zee gewoon uitkomen.’ U was hiervoor wethouder van een stad met 20.000 inwoners en na de fusie van een gemeente met bijna 74.000 inwoners. Maakt dat veel verschil? ‘Natuurlijk zijn er wel verschillen, bijvoorbeeld dat ons team nu veel robuuster is. Dan zit je niet
INTERVIEW
meteen met een probleem als er eens iemand ziek is. Een jaarrekening blijft een jaarrekening en een begroting een begroting. Het grootste verschil zit hem in het vormen van een nieuwe cultuur.’ En waar geven jullie als nieuwe gemeente de komende jaren het meeste aan uit? ‘Onder andere jeugdzorg is een grote uitgavenpost. Ook omdat die zich slecht laat plannen. Een individueel geval kan al snel tot grote uitgaven leiden, helemaal als zich een keer een crisis zoals corona voordoet. Investeringen in de buitenruimte bijvoorbeeld zijn gemakkelijker te voorspellen en dus ook beter behapbaar.’ Heeft de gemeenteraad nog een wensenlijstje? ‘Zeker. Maar ook dat werkt net iets anders in een fusiegemeente. Gemeenteraadsleden moeten nu ook meebeslissen over zaken waar ze in het verleden niet over gingen. De gemeenteraad heeft daarom een commissie ingesteld die het overdrachtsdossier nog eens beoordeelt om te zien of daar nog zaken in staan die niet in het collegeprogramma staan. Maar dat is onderdeel van een politiek proces.’ Is het een lastig proces geweest om een begroting op te stellen voor zo’n heel nieuwe gemeente? ‘Niet per se lastig. Maar ik ben er wel heel trots op dat we met de hele organisatie een volledig nieuwe begroting voor de komende jaren hebben gebouwd. Vanaf nul eigenlijk, al was de hoofdstukindeling al op elkaar aangepast.
Het afgelopen jaar werkten we nog met een soort rechtmatigheidskader voor het doen van uitgaven. Een echte begroting was er nog niet.’ Bent u een tevreden wethouder financiën? ‘Ja, best wel. We hebben heel veel zaken op orde gebracht en een keurige boekhouding op poten gezet. En zolang het Rijk zijn onzalige plannen niet doorzet, is er geen probleem in Voorne aan Zee.’
NB D e gemeente Voorne aan Zee is ontstaan uit een fusie en bestaat per 1 januari 2023. De gemeente is daarom ook niet in de ranking 2022 opgenomen.
ROBERT VAN DER KOOI, WETHOUDER FINANCIËN VOORNE AAN ZEE
‘Trots op een geheel nieuwe begroting’
49
50
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2024
Peter Ritzema concerncontroller gemeente Groningen
RONDETAFELDISCUSSIE
Hans Buijtelaar
Pim Verkerk
wethouder gemeente Wijk bij Duurstede
financieel adviseur gemeente Krimpenerwaard
Pascal van der Hek wethouder gemeente Krimpenerwaard
Rik Bruggeman Monique Treur
RONDETAFELDISCUSSIE
‘Laagvlakte van financiële onzekerheid’ Het ravijnjaar, het tekort aan structurele financiering, het groeiend aantal SPUKs plus de suboptimale verhouding tussen Rijk en gemeenten. Het komt allemaal aan bod tijdens dit rondetafelgesprek naar aanleiding van de eerste resultaten uit de Financiële
directeur Financiën gemeente De Ronde Venen
concerncontroller gemeente Eemsdelta
Ron Suanet wethouder gemeente Heemskerk
REFLECTIE UIT HET VELD Voor de derde keer organiseerde BDO een rondetafeldiscussie. Negen vertegenwoordigers van gemeenten, de VNG en het Rijk delen in dit verslag inzichten en ervaring met elkaar over de eerste uitkomsten uit de benchmark, over de grote maatschappelijke opgaven en andere uit dagingen waarvoor het lokale bestuur zich gesteld ziet.
Jan van der Bij clustermanager bij het ministerie van BZK en lid van de commissie BBV
benchmark Nederlandse gemeenten. Peter van Zoest teammanager Financiën VNG
Wethouders en controllers gaan vandaag op het kantoor van BDO in Utrecht met elkaar in gesprek over de financiële gezondheid van gemeenten en wat daarbij komt kijken. Ook schuiven Peter van Zoest van de VNG en Jan van der Bij, die de financiële verantwoording van decentrale overheden aan het Rijk coördineert bij het ministerie van BZK, aan. Een mooie gelegenheid voor de deelnemers aan tafel om nu eens helderheid te vragen over de toegenomen specifieke uitkeringen (SPUKs). Want waarom toch zoveel? Van der Bij: ‘Er zijn heel veel SPUKs. Maar we moeten niet vergeten dat er een tijd was dat er zelfs meer dan duizend waren. Die werden toen op aanbeveling van de Auditdienst Rijk (ADR) teruggebracht door ze om te zetten naar decentralisatie-uitkeringen (DU). Maar het Rijk kende in sommige gevallen niet alleen een DU toe, maar legde ook voorwaarden vast in convenanten, die vervolgens de bestedingsvrijheid van gemeenten weer beperkten. Hierdoor kwam de Algemene Rekenkamer in 2018 tot de conclusie dat deze DU’s onrechtmatig waren.
51
52
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2024
RONDETAFELDISCUSSIE
MIJN AGENDAPUNT VOOR HET NIEUWE KABINET Peter van Zoest teammanager Financiën VNG
‘Belangrijk is dat het nieuwe kabinet vertrouwen schept en duidelijkheid brengt. En bovenal niet steeds weer nieuwe dingen bedenkt. Gemeenten willen dat het Rijk een stabiele en betrouwbare partner is.’
MIJN AGENDAPUNT VOOR HET NIEUWE KABINET Pim Verkerk financieel adviseur gemeente Krimpenerwaard
‘Ik wil dat het nieuwe kabinet een heldere visie heeft over hoe we met elkaar omgaan in tijden van onzekerheid. We willen best onzekere beslissingen nemen, als we ons daar maar bewust van zijn en we de ruimte en het vertrouwen krijgen van het kabinet om dit soort beslissingen te nemen.’
Het ministerie van BZK zou graag een opvolger van de DU in de Financiële-verhoudingswet opnemen, namelijk de bijzondere fondsuitkering (BFU). Bij de BFU wordt geen verantwoording en een controleverklaring gevraagd over de besteding van iedere euro, zoals bij de SPUK. Er wordt door de gemeente informatie aangeleverd over de output of outcome (zonder accountantscontrole), waarbij de mate van doelbereiking centraal komt te staan. Deze BFU zou uit moeten groeien tot een volwaardig alternatief voor de SPUK, in situaties waarin financiële verantwoording niet vereist is.’ Van Zoest van de VNG onderschrijft die ambitie. ‘Er zijn heel wat beleidsteams die liever met een specifiek bedrag aan de slag gaan voor een specifiek doel. Maar wij als VNG zien toch liever een hogere algemene uitkering die daarmee structureler is.’
financiering de gemoederen flink bezighoudt. Gemeenten willen vooral weten waar ze aan toe zijn. Treur: ‘De inkomsten zijn onzeker en gericht op de korte termijn. Ze bieden incidentele dekking terwijl we te maken hebben met structurele uitgaven. Denk aan achterstanden in onderhoud, vastgoed en scholen.’ Suanet: ‘We lopen echt aan tegen het ravijn. Dat maakt de financiën onvoorspelbaar. Dat is moeilijk uitleggen aan de bewoners. En 60% van de begroting gaat noodgedwongen naar het sociaal domein. Ik heb het stuur in handen, maar het stuur lijkt niet in mijn auto te zitten. Gemeenten schieten nu bovendien veel geld voor. Als Jeugdhulp groeit met 9%, moeten wij dat wel één tot anderhalf jaar voorschieten. Dat gaat al gauw om veel middelen. En vroeger wisten we 100% zeker dat het Rijk over de brug zou komen met dat geld. Nu is dat totaal niet zeker.’
Te veel onzekerheden
Sappelen
Na een kort rondje ‘grootste uitdagingen’ is duidelijk dat het opdoemende ravijnjaar en het daarbij behorende gebrek aan structurele
Ook anderen aan tafel herkennen de financiële spagaat waarin gemeenten zich bevinden. Buijtelaar: ‘Het is natuurlijk doodzonde als
‘Een “rolling forecast” is een mooi instrument, maar het is lastig in de uitvoering’ Pim Verkerk financieel adviseur gemeente Krimpenerwaard
‘Wij zien als VNG liever een hogere algemene uitkering die daarmee structureler is’ Peter van Zoest teammanager Financiën VNG
MIJN AGENDAPUNT VOOR HET NIEUWE KABINET Jan van der Bij clustermanager bij het ministerie van BZK en lid van de commissie BBV
‘Ik zie graag dat er meer oog komt voor de financiële autonomie van gemeenten. Daarnaast is het van belang dat ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht met elkaar in balans zijn. De Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) faciliteert het proces om hiertoe te komen.’
53
54
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2024
RONDETAFELDISCUSSIE RONDETAFEL
MIJN AGENDAPUNT VOOR HET NIEUWE KABINET Rik Bruggeman concerncontroller gemeente Eemsdelta
‘Ik wil dat het nieuwe kabinet zich committeert aan de gezamenlijke doelen die gemeenten en kabinet stellen en dat beide partijen accepteren dat het realiseren van die doelen gebeurt binnen een onzeker speelveld. Gezamenlijk moeten we daarop acteren in plaats van dat we over en weer de vinger naar elkaar wijzen.’
ik nu vanwege bezuinigingen een bibliotheek moet sluiten, terwijl twee jaar later blijkt dat ie best open had kunnen blijven. We kunnen nu beter het Rijk opvoeren als risicofactor in de begroting. Ik spreek inmiddels ook niet meer over een ravijn maar over een laagvlakte van financiële onzekerheid. Tegelijkertijd is er veel achterstallig onderhoud en is het sappelen met personeel. Ik heb nu al moeten bezuinigen. Dat vonden gemeenteambtenaren lastig, maar straks wordt het nog veel moeilijker. Ergens denkt men nog steeds: “We smeren de tekorten wel dicht.” Maar dat kan echt niet meer. Het geld is er gewoonweg niet. Met name de kleinere gemeenten hebben hier veel last van.’ Van Zoest: ‘Gemeenten staan voor een periode waarin de schaarste aan middelen, in geld én mensen, er heel hard aan komt. We moeten echt keuzes gaan maken.’
moeten meer gaan prioriteren en focussen, en de rest van de doelstellingen loslaten. Het is niet anders. Je wordt slechts positief afgerekend op hetgeen je realiseert, niet op hetgeen je niet afmaakt.’ Buijtelaar: ‘We moeten woningen bijbouwen, maar er zíjn geen metselaars en er zíjn geen installateurs voor zonnepanelen te krijgen. Er wordt veel gesproken over aantallen woningen, veel minder over de condities hiervoor, zoals bijvoorbeeld personeelskrapte. Maar daar loopt het wel op stuk. Ook al is je beleid nog zo mooi.’ Treur: ‘Eens. Beleid krijgt voorrang en de wijze waarop de uitvoering plaatsvindt, is kennelijk niet interessant.’ Ook de vertegenwoordiger van het ministerie van BZK beaamt dat de uitvoeringskracht vaak onbelicht blijft.
Kritisch kijken Nog een stelling:
Op zoek naar uitvoeringskracht Tijd voor een paar stellingen. Zoals deze: ‘VNG en Rijk praten te veel over geld en te weinig over de uitvoeringskracht van gemeenten en opdrachtnemers.’ Suanet: ‘Eens. Het wordt tijd dat zowel de politiek als het Rijk zich realiseren dat problemen niet langer alleen op te lossen zijn met geld. Er is eenvoudigweg te weinig personeel. Toch zijn er nog steeds politieke partijen die zeggen: “Waarom neem je zelf niet meer mensen aan?” Dan denk ik: In welke wereld leeft u? We
MIJN AGENDAPUNT VOOR HET NIEUWE KABINET Ron Suanet wethouder gemeente Heemskerk
‘De drie miljard die het vorige kabinet met een gegronde reden heeft uitgenomen, dient nu terug te komen, omdat aan de doelstelling geen gevolg is gegeven. Daardoor is het verworden tot een vorm van “diefstal”.’
‘Het ravijnjaar heeft als positief effect dat gemeenten gaan beoordelen of alle taken nog relevant of gewenst zijn.’ Suanet: ‘Elke vier, vijf jaar de bezem door de organisatie halen, is natuurlijk altijd goed. Maar dat doen veel gemeenten als het goed is al. Daar hebben we eigenlijk geen ravijnjaar voor nodig. Maar nu is de noodzaak er zeker.’ Buijtelaar: ‘Toch moeten we ook eerlijk zijn. Het komt vrijwel niet voor dat oud beleid wordt vervangen door nieuw beleid. Het oude blijft en er komt gewoon wat bij. Zo stapelt het op.’
Bruggeman: ‘Gemeenten schuiven keuzes vaak vooruit. Maar nu, met het ravijnjaar in zicht, wordt de urgentie inderdaad wel degelijk gevoeld en móéten we wel politieke keuzes maken. Het helpt absoluut om kritischer te kijken naar wat we doen.’
Schaalvergroting en kennisdeling ‘Het overheidslandschap is te versnipperd om grote veranderingen te kunnen realiseren’, luidt een volgende stelling. Van der Hek: ‘Schaalvergroting is niet altijd een oplossing. De gemeente Krimpenerwaard is in 2015 ontstaan uit een fusie tussen vijf gemeenten. Het was een gedwongen herindeling. Maar het is heus niet zo dat je dan direct functioneert als één gemeente. Hier gaan enige jaren overheen.’ Van Zoest: ‘Toch zouden gemeenten de schaarse kennis van de grote opgaven van dit moment meer met elkaar moeten kunnen delen.’ Van der Hek: ‘Maar juist omdat die kennis zo schaars is, denk je er wel twee keer over na om die te delen met andere gemeenten. Je hebt die zelf nodig.’ Verkerk: ‘We moeten ook oppassen dat we een gemeente niet gaan opschalen naar de omvang van een probleem. Dat kan ook anders worden georganiseerd en opgelost.’ Ritzema: ‘Schaalvergroting is niet de oplossing voor alles. In het rapport “Elke regio telt!” (2023) wordt juist geconcludeerd
‘We kunnen nu beter het Rijk opvoeren als risicofactor in de begroting’ Hans Buijtelaar wethouder gemeente Wijk bij Duurstede
‘Neem de septembercirculaire. Hoe kun je nu bijsturen in je begrotingsjaar als BZK in zo’n circulaire op de valreep nog met enorme plussen en minnen komt?’ Pascal van der Hek wethouder gemeente Krimpenerwaard
MIJN AGENDAPUNT VOOR HET NIEUWE KABINET Hans Buijtelaar wethouder gemeente Wijk bij Duurstede
‘Snel duidelijkheid geven over de financiën. Als gemeente willen we weten waar we aan toe zijn. Dan kunnen we zo nodig de plannen tijdig aanpassen. Nu is het ongewis.’
55
56
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2024
RONDETAFELDISCUSSIE
‘Beleid krijgt voorrang en de wijze waarop de uitvoering plaatsvindt, is kennelijk niet interessant’
MIJN AGENDAPUNT VOOR HET NIEUWE KABINET Monique Treur directeur Financiën gemeente De Ronde Venen
Monique Treur directeur Financiën gemeente De Ronde Venen
MIJN AGENDAPUNT VOOR HET NIEUWE KABINET Peter Ritzema concerncontroller gemeente Groningen
‘Het nieuwe kabinet mag van mij een duidelijke streep zetten onder het verleden. We moeten vanaf nu in gezamenlijkheid kijken naar de grote opgaven en vooral met elkaar een open en eerlijk gesprek voeren. Belangrijk is dat gemeenten voldoende structurele middelen krijgen voor deze opgaven.’
dat veel problemen mede zijn veroorzaakt doordat de landelijke overheid zich de afgelopen jaren heeft teruggetrokken en zo letterlijk op afstand kwam te staan. We moeten juist de samenwerking tussen het Rijk, de gemeenten en andere belangrijke partners in de regio versterken en kennis delen. Wat er nodig is kan per regio verschillen. Gemeenten kunnen daarin een belangrijke rol vervullen, maar dan moeten de randvoorwaarden wel goed ingevuld worden door het Rijk. Nu gaat er te veel tijd verloren met financiële discussies, onzekerheden door het financiële ravijn en hoge verantwoordingslasten van specifieke regelingen.’
BZK in zo’n circulaire op de valreep nog met enorme plussen en minnen komt? Dan is je begroting niet veel meer waard.’ Verkerk: ‘Een “rolling forecast” is een mooi instrument, maar het is lastig in de uitvoering. Je zit dichter op de ontwikkelingen, maar hoe kun je een beleidsitem doorrekenen met zoveel onzekerheden in deze wereld? Denk alleen al aan een coronacrisis. Die is incidenteel, maar beïnvloedt wel het structurele beeld.’ Ritzema: ‘De wereld is nu een keer onvoorspelbaar, dus gaat het erom hoe flexibel je bent met financiën. Wendbaarheid is meer dan ooit een punt van aandacht.’
De volgende stelling.
Tot slot:
‘De begroting is als financieel instrument steeds minder belangrijk geworden. De realisatie wijkt zodanig af dat de planning-en-controlcyclus een facelift nodig heeft.’
‘Het feit dat gemeenten afhankelijk zijn van het Rijk voor financiering veroorzaakt een
Suanet: ‘Ik wil het wel nuanceren. Voor meer dan de helft van de begrotingen kunnen we de uitkomsten prima voorspellen. Het gaat om specifieke onderdelen waar je dat níét voor kunt.’ Van der Hek: ‘Neem de septembercirculaire. Hoe kun je nu bijsturen in je begrotingsjaar als
voortdurende onbalans tussen ambities, taken en uitvoeringskracht enerzijds en beschikbare middelen van de overheid anderzijds.’ Suanet: ‘Die balans tussen rijksfinanciering en belastingcapaciteit is inderdaad een uitdaging. Want hoe ver ga je daarin? En eigenlijk zou onze financiële autonomie hem moeten zitten op taken die niet wettelijk verplicht zijn. Denk
aan sport en cultuur, het cement van onze samenleving. Daar zou ons geld heen moeten gaan. Daar kunnen we ook op sturen en bezuinigen. In plaats daarvan gaat ons geld naar het dichten van de gaten in bijvoorbeeld het sociaal domein.’ Ritzema: ‘Stabiele financiering is belangrijk voor ons. Denk aan het aanleggen van een warmtenet. Dat vraagt om een investering van wel twee tot drie miljard die we de komende tien jaar willen uitgeven. Maar als we geen zicht hebben op structurele inkomsten, dan wordt dat lastig. Met zoveel onzekerheden is het moeilijk investeren.’ Van der Bij: ‘Tegelijkertijd kun je je afvragen of financiering voor de lange termijn, zeg dertig jaar, altijd mogelijk is. De oplossing van een probleem kan wel zoveel tijd in beslag nemen, maar een investering hoeft niet aan zo’n lange termijn te zijn gekoppeld. Een lerende rijksoverheid moet ook kunnen bijsturen op basis van de gerealiseerde beleidseffecten, zoals in het stikstofdossier. Flexibiliteit en wendbaarheid zijn juist in een tijd met grote maatschappelijke opgaven een belangrijke kwaliteit, voor zowel gemeenten als het Rijk.’
‘Gemeenten schuiven keuzes vaak vooruit’ Rik Bruggeman concerncontroller gemeente Eemsdelta
‘Het helpt ook als het Rijk iets meer centraal zou sturen. Want waarom hebben we bijvoorbeeld allemaal ons eigen rekeningschema met grootboeknummers. Als dat centraal geregeld is, kunnen gemeenten veel eenvoudiger onderling ambtenaren uitwisselen en hoef je veel minder tijd te besteden aan het inwerken in jouw financiële administratie.’
MIJN AGENDAPUNT VOOR HET NIEUWE KABINET Pascal van der Hek wethouder gemeente Krimpenerwaard
‘Ik wil geen zwembad sluiten als ik weet dat het na twee jaar wel weer open kan. Mijn agendapunt voor het nieuwe kabinet is dus: geef financiële duidelijkheid zodat we beter kunnen sturen.’
57
58
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2024
‘Er ontstaat een toenemende, onwenselijke onbalans tussen taken en middelen. Voor gemeenten dreigt een onwerkbaar financieel perspectief’
59
60
61
ONLINE & INTERACTIEF
Ontdek de scores per groottecategorie
VERGELIJK DE SCORES VAN ALLE GEMEENTEN
OOK MOBIEL
Met de interactieve analysetool brengt u de Financiële benchmark Nederlandse gemeenten van BDO nóg meer tot leven. Bekijk en vergelijk uw eigen resultaten met die van andere gemeenten, ontdek sterke en zwakke regio’s en nog veel meer.
BEKIJK & VERGELIJK SPECIFIEKE GEMEENTEN
VERNIEUWDE METHODIEK
VERGELIJK DE CIJFERS 2018-2022
ONTDEK DE STIJGERS EN DALERS
BEKIJK DE INTERACTIEVE ANALYSETOOL op www.bdo.nl/analysetoolgemeenten én download de volledige digitale BDO-benchmark Nederlandse gemeenten 2024.
FILTER OP GROOTTECATEGORIE, RAPPORTCIJFER EN RANKING
ONTDEK STERKE EN ZWAKKE REGIO’S
VERGELIJK MET STREEKGENOTEN
RANKING
GEMEENTEN MET > 100.000 INWONERS
Structurele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Begrotingssaldi/ eigen vermogen
Rapportcijfer 2022
Grondexploitatie
Structurele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
9,6%
-3,0%
1,7%
101,0%
314.250.000
2.814.556.000 11,2%
10
40
30
15
10
3
-
61,0%
13,0%
6,0%
0,0%
76,0%
-35.819.000
748.100.000 -4,8%
9
40
30
15
6
5
-5
Begrotingssaldi/ eigen vermogen
Grondexploitatie
64,0%
NB
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Nettoschuldquote gecorrigeerd
ZH
158.753
Solvabiliteit
Solvabiliteit
663.900
's-Hertogenbosch
Eigen vermogen 2022 (in €)
Provincie
Som van begrotingssaldi 2023 t/m 2027 (in €)
Gemeente Rotterdam
Inwoners
Positie t.o.v. 2021
3
Amsterdam
918.117
NH
50,0%
97,0%
-7,9%
4,0%
93,0%
277.400.000
7.984.100.000
3,5%
9
40
20
15
10
5
-
4
Tilburg
227.707
NB
64,0%
22,0%
3,0%
3,3%
69,0%
-95.847.000
862.900.000 -11,1%
9
40
30
15
10
5
-11 -
5
Ede
122.012
GE
33,0%
26,0%
18,0%
6,0%
82,0%
9.464.000
170.396.000
5,6%
9
27
30
15
10
5
6
Zwolle
132.411
OV
42,0%
25,0%
6,0%
2,0%
89,0%
-1.007.416
299.541.965 -0,3%
9
27
30
15
10
5
-
7
Venlo
103.328
LI
34,0%
20,0%
5,0%
11,0%
96,2%
8.716.000
192.769.000 4,5%
9
27
30
15
10
3
-
8
Dordrecht
121.434
ZH
69,0%
0,0%
10,0%
1,9%
93,0%
-108.536.000
697.280.000 -15,6%
8
40
30
15
10
5
-16
9
Arnhem
165.770
GE
29,0%
61,0%
5,0%
15,0%
100,0%
-5.498.000
276.378.000 -2,0%
8
27
30
15
10
3
-2
10
Haarlem
165.396
NH
33,0%
56,0%
1,0%
7,0%
111,0%
4.615.000
263.412.000
1,8%
8
27
30
15
10
1
-
11
Maastricht
122.734
LI
28,0%
42,0%
2,0%
2,0%
109,0%
26.439.000
221.975.000 11,9%
8
27
30
15
10
1
-
12
Zoetermeer
126.998
ZH
65,5%
-10,4%
0,4%
7,1%
102,0%
-79.839.853
378.503.000 -21,1%
8
40
30
15
10
3
-21
13
Haarlemmermeer
162.300
NH
34,6%
72,4%
18,5%
6,3%
105,0%
-24.530.000
334.964.000 -7,3%
8
27
30
15
10
1
-7
14
Breda
186.438
NB
21,1%
35,5%
1,9%
1,8%
95,1%
-16.676.000
166.489.000 -10,0%
7
27
30
15
10
3
-10
15
Delft
106.086
ZH
41,0%
25,7%
-1,3%
6,2%
128,6%
-25.645.000
273.648.000 -9,4%
7
27
30
15
10
1
-9
16
Utrecht
367.947
UT
38,1%
58,9%
4,2%
1,3%
109,2%
-85.800.000
830.971.000 -10,3%
7
27
30
15
10
1
-10
17
Leiden
127.089
ZH
31,2%
96,4%
1,6%
5,7%
127,1%
-3.984.000
329.322.000 -1,2%
7
27
20
15
10
1
-1
18
Alphen aan den Rijn
114.182
ZH
52,9%
21,3%
9,4%
5,8%
100,5%
-71.995.000
271.015.000 -26,6%
7
40
30
15
10
3
-27
19
Emmen
108.765
DR
16,5%
89,3%
6,5%
11,2%
101,6%
26.222.000
114.535.000 22,9%
7
13
30
15
10
3
-
20
Enschede
161.235
OV
34,0%
21,0%
1,0%
4,6%
107,0%
-27.649.000
220.490.000 -12,5%
7
27
30
15
10
1
-13
21
Nijmegen
182.480
GE
18,0%
48,0%
0,2%
4,4%
127,0%
27.900.000
138.469.000 20,1%
7
13
30
15
10
1
-
22
Zaanstad
159.618
NH
22,2%
91,0%
5,7%
7,8%
106,6%
-9.647.000
222.914.000 -4,3%
7
27
20
15
10
1
-4
23
Almere
222.825
FL
38,0%
40,0%
18,0%
3,0%
105,0%
-67.655.000
453.772.000 -14,9%
7
27
30
15
10
1
-15
24
Leeuwarden
127.073
FR
17,2%
64,6%
25,0%
3,5%
84,5%
43.822.000
125.517.000 34,9%
7
13
30
10
10
5
-
25
Deventer
102.781
OV
39,0%
35,0%
11,0%
10,5%
95,0%
-32.925.000
180.395.000 -18,3%
7
27
30
15
10
3
-18
26
Eindhoven
243.730
NB
43,8%
31,7%
3,8%
11,3%
100,3%
-93.707.000
474.034.000 -19,8%
7
27
30
15
10
3
-20
27
Westland
114.887
ZH
38,5%
81,6%
42,2%
-0,5%
119,2%
-10.945.000
271.354.000 -4,0%
6
27
30
5
3
1
-4
28
Apeldoorn
167.191
GE
32,7%
46,2%
-1,2%
2,9%
101,7%
-64.768.000
250.907.000 -25,8%
6
27
30
15
10
3
-26
180.894.000 -30,3%
6
27
30
15
10
5
-30
280.956.000
2,5%
5
13
20
10
10
1
-
29
Alkmaar
111.834
NH
29,9%
62,0%
3,9%
5,4%
74,7%
-54.796.000
30
Groningen
238.147
GR
8,9%
95,5%
32,3%
4,1%
117,8%
6.981.000
31
Den Haag
562.839
ZH
36,1%
25,9%
0,0%
3,9%
82,6%
-441.867.000
1.243.400.000 -35,5%
5
27
30
15
10
5
-36
32
Amersfoort
160.759
UT
28,5%
28,2%
3,8%
4,3%
95,9%
-80.598.000
204.742.000 -39,4%
5
27
30
15
10
3
-39
GEMEENTEN MET 50.000-100.000 INWONERS
Rapportcijfer 2022
Solvabiliteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Grondexploitatie
Structurele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Begrotingssaldi/ eigen vermogen
Capelle aan den IJssel
67.552
ZH
62,8%
16,8%
1,7%
7,4%
79,9%
4.691.169
194.326.000 2,4%
10
40
30
15
10
5
-
Oss
94.437
NB
53,9%
-1,8%
0,0%
8,2%
89,6%
22.273.000
210.908.000 10,6%
10
40
30
15
10
5
-
3
Amstelveen
94.418
NH
63,0%
-4,0%
0,0%
15,0%
97,0%
17.058.000
264.570.000 6,4%
10
40
30
15
10
3
-
4
West Betuwe
52.720
GE
55,0%
21,0%
19,0%
4,5%
139,0%
-3.008.000
111.627.913 -2,7%
9
40
30
15
10
1
-3
Eigen vermogen 2022 (in €)
Begrotingssaldi/ eigen vermogen
Som van begrotingssaldi 2023 t/m 2027 (in €)
=
Structurele exploitatieruimte
Nettoschuldquote gecorrigeerd
1
Grondexploitatie
Solvabiliteit
Opbouw cijfer 2022
2
Inwoners
Belastingcapaciteit
Begrotingssaldi
Provincie
Ratioanalyse 2022
Gemeente
GEMEENTEN VAN BDO
1
Positie t.o.v. 2021
FINANCIËLE STRESSTEST
Opbouw cijfer 2022
2
Ranking 2022
FINANCIËLE PERFORMANCE
Begrotingssaldi
Ranking 2022
Ratioanalyse 2022
5
Zeist
66.629
UT
66,0%
1,0%
0,0%
6,0%
120,0%
-8.964.740
159.953.000 -5,6%
9
40
30
15
10
1
-6
6
Helmond
94.898
NB
53,2%
20,7%
29,7%
3,9%
97,0%
-14.405.000
276.481.000 -5,2%
9
40
30
10
10
3
-5
7
**
Maashorst
58.934
NB
45,7%
34,9%
15,0%
7,6%
80,4%
47.000
118.204.000 0,0%
9
27
30
15
10
5
-
8
Weert
50.872
LI
38,0%
32,5%
1,1%
3,5%
89,6%
7.666.000
96.563.000
7,9%
9
27
30
15
10
5
-
9
Doetinchem
59.195
GE
36,0%
51,0%
13,0%
10,0%
91,0%
19.190.880
94.738.000 20,3%
9
27
30
15
10
5
-
10
Terneuzen
54.993
ZL
34,7%
48,5%
3,1%
14,2%
90,6%
28.648.000
89.979.000 31,8%
9
27
30
15
10
5
-
63
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2024
RANKING
GEMEENTEN MET 25.000-50.000 INWONERS
6,9%
96,0%
2.251.000
102.501.000
2,2%
9
27
30
15
10
1,0%
3,7%
102,0%
32.661.000
87.585.000 37,3%
9
27
30
15
10
Purmerend
93.992
NH
21,3%
78,5%
8,1%
6,1%
100,5%
2.589.000
94.098.000 2,75%
9
27
30
15
10
-
10
5
-
18.773.000
77.471.000 24,2%
10
40
30
15
10
5
-
4.223.000
46.210.000
9,1%
10
40
30
15
10
5
-
17.096.000
83.553.000 20,5%
10
40
30
15
10
5
-0
93,0%
3
-
7,5%
83,0%
1.227.000
3
-
3
Leudal
36.141
LI
53,0%
29,0%
2,0%
11,0%
88,0%
-
4
Dinkelland
26.743
OV
51,5%
8,8%
0,4%
5,6%
90,0%
Moerdijk
37.711
NB
51,0%
-11,0%
-2,0%
4,0%
92,0%
3
Begrotingssaldi/ eigen vermogen
-4,0%
53,0%
5
15
10,0%
-0,7%
Belastingcapaciteit
29,0%
25,0%
10
30
9,0%
-19,2%
Structurele exploitatieruimte
32,0%
NH
15
40
-38,0%
Grondexploitatie
NH
93.345
30
10
76,0% 76,0%
Provincie
75.216
Hilversum
40
1,7%
FL GE
Inwoners
Hoorn
10
73.089.000
49.729 33.283
Gemeente
150.899.202 20,8%
Noordoostpolder Epe
Positie t.o.v. 2021
12 13
31.409.000
1 2
Ranking 2022
105,2%
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Begrotingssaldi/ eigen vermogen
4,8%
Solvabiliteit
Belastingcapaciteit
2,2%
Rapportcijfer 2022
Structurele exploitatieruimte
-14,9%
Opbouw cijfer 2022 Begrotingssaldi/ eigen vermogen
Grondexploitatie
61,2%
Belastingcapaciteit
Nettoschuldquote gecorrigeerd
ZH
Structurele exploitatieruimte
Solvabiliteit
57.672
Grondexploitatie
Rapportcijfer 2022
Pijnacker-Nootdorp
Nettoschuldquote gecorrigeerd
Begrotingssaldi/ eigen vermogen
Begrotingssaldi
Solvabiliteit
Eigen vermogen 2022 (in €)
Belastingcapaciteit
-10
Structurele exploitatieruimte
1
Grondexploitatie
10
Nettoschuldquote gecorrigeerd
15
Solvabiliteit
30
Provincie
40
Inwoners
9
Gemeente
197.417.000 -10,0%
Positie t.o.v. 2021
-19.745.000
11
14
Ratioanalyse 2022
Eigen vermogen 2022 (in €)
Opbouw cijfer 2022
Som van begrotingssaldi 2023 t/m 2027 (in €)
Begrotingssaldi
Ratioanalyse 2022
Som van begrotingssaldi 2023 t/m 2027 (in €)
GEMEENTEN MET 50.000-100.000 INWONERS
Ranking 2022
64
15
Vlaardingen
75.079
ZH
21,5%
73,0%
5,9%
7,7%
89,3%
-2.972.000
83.638.000 -3,6%
8
27
30
15
10
5
-4
5
16
Gouda
75.316
ZH
24,8%
71,1%
2,7%
7,0%
119,1%
10.398.000
109.694.000
8
27
30
15
10
1
-
6
Molenlanden
45.158
ZH
61,2%
-4,4%
3,9%
8,6%
92,3%
-105.000
135.315.000 -0,1%
10
40
30
15
10
5
7
Veendam
27.616
GE
61,8%
4,9%
15,1%
7,9%
102,3%
2.262.015
69.926.858
3,2%
10
40
30
15
10
3
-
8
Lochem
34.314
GE
55,0%
-6,0%
8,0%
9,0%
101,0%
3.215.000
67.383.000
4,8%
10
40
30
15
10
3
-
9
Zaltbommel
30.349
GE
54,6%
22,2%
7,2%
6,8%
101,2%
12.232.000
61.371.000 19,9%
10
40
30
15
10
3
-
10
Aalsmeer
33.063
NH
51,0%
8,0%
7,0%
5,4%
102,0%
1.267.000
77.306.000
1,6%
10
40
30
15
10
3
-
17
Den Helder
56.539
NH
21,0%
48,0%
4,0%
2,0%
108,0%
-14.000
9,5%
62.588.000 0,0%
8
27
30
15
10
1
-
18
Hardenberg
62.509
OV
46,0%
40,0%
4,0%
4,0%
94,0%
-5.968.000
121.049.000 -4,9%
8
27
30
15
10
5
-5
19
Oosterhout
57.425
NB
61,2%
26,0%
5,1%
3,4%
90,9%
-32.105.000
172.310.000 -18,6%
8
40
30
15
10
5
-19
20
Kampen
55.614
OV
34,0%
42,0%
0,0%
5,9%
83,2%
-5.124.000
76.933.000 -6,7%
8
27
30
15
10
5
-7
21
Leidschendam-Voorburg
77.753
ZH
63,1%
19,0%
15,5%
3,2%
93,6%
-46.723.000
223.166.000 -20,9%
8
40
30
15
10
5
-21
22
Roermond
59.981
LI
33,6%
38,1%
1,5%
-1,3%
99,6%
10.424.000
86.494.000 12,1%
8
27
30
15
3
3
-
23
Goeree-Overflakkee
51.590
ZH
54,5%
1,7%
1,2%
13,9%
100,3%
-23.792.000
116.199.481 -20,5%
8
40
30
15
10
3
-20
24
Katwijk
66.607
ZH
30,0%
71,0%
7,0%
4,5%
86,0%
-11.463.000
102.328.000 -11,2%
8
27
30
15
10
5
-11
11
Huizen
41.252
NH
65,0%
-63,0%
1,0%
7,0%
105,0%
4.654.000
100.896.733
4,6%
10
40
30
15
10
1
12
Neder-Betuwe
25.448
GE
53,0%
17,0%
3,0%
1,4%
113,0%
3.333.000
42.047.000
7,9%
10
40
30
15
10
1
-
13
Dronten
43.593
FL
59,0%
-47,0%
3,0%
1,7%
88,0%
-5.894.000
105.506.673 -5,6%
9
40
30
15
10
5
-6
14
Leusden
31.467
UT
54,0%
7,0%
4,0%
7,0%
86,0%
-3.132.000
55.062.000 -5,7%
9
40
30
15
10
5
-6
15
Nunspeet
28.731
GE
61,4%
11,2%
7,0%
14,5%
80,4%
-4.378.000
72.161.000 -6,1%
9
40
30
15
10
5
-6
16
Drimmelen
27.994
NB
52,0%
21,0%
-1,0%
3,0%
76,0%
-2.935.000
46.030.740 -6,4%
9
40
30
15
10
5
-6
17
Wijchen
41.537
GE
53,0%
-16,0%
0,0%
3,7%
104,0%
-3.647.000
68.012.000 -5,4%
9
40
30
15
10
3
-5
18
Bernheze
32.263
NB
53,4%
-8,3%
4,3%
4,7%
85,6%
-5.467.980
55.028.439 -9,9%
9
40
30
15
10
5
-10
19
Westerwolde
26.537
GR
57,0%
14,0%
2,0%
5,2%
107,0%
-3.685.000
54.482.213 -6,8%
9
40
30
15
10
1
-7
20
Ridderkerk
47.477
ZH
59,3%
2,1%
-4,6%
1,2%
98,2%
-8.380.600
95.155.580 -8,8%
9
40
30
15
10
3
-9
25
Smallingerland
56.098
FR
36,0%
48,0%
2,0%
3,0%
101,0%
-7.658.310
82.579.000 -9,3%
8
27
30
15
10
3
-9
26
**
Dijk en Waard
88.985
NH
35,0%
31,0%
11,0%
1,0%
88,0%
-13.446.000
113.224.000 -11,9%
8
27
30
15
10
5
-12
27
Hoeksche Waard
89.760
ZH
65,0%
6,0%
0,0%
0,0%
76,0%
-46.066.000
203.929.000 -22,6%
7
40
30
15
6
5
-23
28
Gooise Meren
60.341
NH
21,3%
71,2%
4,7%
5,1%
106,2%
-5.675.745
54.493.000 -10,4%
7
27
30
15
10
1
-10
29
De Fryske Marren
51.992
FR
28,2%
35,9%
1,5%
3,8%
87,3%
-6.149.000
41.912.000 -14,7%
7
27
30
15
10
5
-15
30
Roosendaal
77.613
NB
32,0%
36,0%
14,0%
0,0%
104,0%
-8.674.000
97.756.000 -8,9%
7
27
30
15
6
3
-9
21
Rijssen-Holten
38.493
OV
53,0%
29,0%
3,0%
11,6%
68,1%
-9.041.000
81.733.000 -11,1%
9
40
30
15
10
5
-11
31
Nieuwegein
65.426
UT
29,0%
51,0%
6,2%
0,4%
90,0%
-15.888.000
105.458.000 -15,1%
7
27
30
15
10
5
-15
22
Best
30.897
NB
59,7%
-24,3%
15,9%
6,9%
93,5%
-9.029.448
80.299.000 -11,2%
9
40
30
15
10
5
-11
32
Assen
69.414
DR
36,0%
63,0%
7,0%
8,9%
84,0%
-33.149.000
186.294.000 -17,8%
7
27
30
15
10
5
-18
23
Beekdaelen
35.966
LI
63,1%
3,9%
2,5%
2,1%
110,5%
-6.976.000
93.561.800 -7,5%
9
40
30
15
10
1
-7
33
Sittard-Geleen
92.234
LI
18,1%
74,8%
1,1%
8,4%
112,8%
12.019.000
99.618.000 12,1%
7
13
30
15
10
1
-
24
Sliedrecht
26.184
ZH
50,0%
20,0%
2,0%
4,6%
91,0%
-6.988.000
57.184.000 -12,2%
9
40
30
15
10
5
-12 -
34
*
Utrechtse Heuvelrug
50.429
UT
17,2%