CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Duurzaamheidsbeleid 2026-2032

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente HulstBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vrijgave voor inspraak van ontwerp duurzaamheidsbeleid 2026-203211.153 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Duurzaamheidsbeleid gemeente Hulst 2026-2032 Samen bouwen aan een duurzaam en leefbaar Hulst

Juni 2026

Waar het land ademt en de stad leeft

1. Hulsterse ambities en middelen .................................................................................................... 3 1.1 de opdracht en de middelen .................................................................................................... 4 1.2 Een aanpak die past bij Hulst ................................................................................................... 5 2. Communicatie en participatie ....................................................................................................... 7 2.1 Het belang van communicatie ................................................................................................. 7 2.2 Betrekken en stimuleren .......................................................................................................... 7 2.3 Natuurlijke momenten voor verduurzamen .............................................................................. 8 2.4 Praktische aanpak ................................................................................................................... 8 3. Energietransitie .......................................................................................................................... 10 3.1 Landelijke doelstellingen & lokale prioriteiten ........................................................................

10 3.2 Stakeholders en complementaire doelstellingen ....................................................................13 3.3 Samenwerking ....................................................................................................................... 15 3.4 Duurzame mobiliteit .............................................................................................................. 16 4. Duurzaam ondernemen .............................................................................................................. 18 4.1 Netcongestie en economisch belang ..................................................................................... 19 4.2 Samen aan de slag ............................................................................................................... 19 4.3 Praktische impact .................................................................................................................. 20 4.4 Lokaal eten en winkelen ........................................................................................................ 20 4.5 Integrale benadering ............................................................................................................ 21 5.Gezonde leefomgeving ................................................................................................................

22 5.1 De toekomstbestendige leefomgeving ................................................................................... 22 5.2 De circulaire economie .......................................................................................................... 25 5.3 Een ecologisch Hulst .............................................................................................................. 27

2/29

Inleiding In Hulst waarderen we de pracht van onze gemeente; het mooie landschap, de bedrijvigheid en gezelligheid in onze dorpen en steden en de unieke kwaliteit van het leven tussen de Westerschelde en het Vlaamse land. Om deze kernwaarden te beschermen werken wij aan een evenwichtige afweging tussen ecologische draagkracht, economische continuïteit en sociale kwaliteit, waarbij de onderlinge samenhang expliciet wordt erkend en benut. Voor de gemeente Hulst vormt dit het fundament onder het duurzaamheidsbeleid en de keuzes die de komende jaren worden gemaakt. De gemeente Hulst kiest ervoor om de komende periode concrete stappen te zetten richting een samenleving met aanzienlijk minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en een leefomgeving dat voorbereid is op een veranderend klimaat. Met dit duurzaamheidsbeleid voor de periode 2026–2032 wordt een duidelijke koers uitgezet. Daarbij staat niet het streven naar voortrekkersrol centraal, maar het maken van doordachte en haalbare keuzes die passen bij de gemeente en haar inwoners. Duurzaamheid wordt gezien als een belangrijke voorwaarde voor een toekomstbestendig Hulst. Met de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn wordt nu al gewerkt aan een leefomgeving die in balans is met het water- en bodemsysteem.

Dit beleidsplan richt zich op concrete en uitvoerbare maatregelen voor de middellange termijn met het lange termijnperspectief nadrukkelijk in beeld. De beschreven opgaven en doelstellingen onderstrepen dat de energietransitie en de bredere duurzaamheidsopgave niet alleen een technische of bestuurlijke uitdaging zijn, maar vooral ook een maatschappelijke. Samenwerking, sociale inclusie en een geleidelijke vrijwillige verandering in houding en gedrag zijn hierbij essentieel. De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid door richting te geven, het goede voorbeeld te tonen, en ruimte te bieden aan initiatieven vanuit de samenleving. Daarbij kiest de gemeente voor een proactieve, maar niet dwingende rol. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners worden uitgenodigd om mee te denken en mee te doen op een manier die aansluit bij hun mogelijkheden en wensen. Door uitvoering centraal te stellen en beschikbare middelen effectief in te zetten wordt gewerkt aan zichtbare resultaten en een structurele bijdrage aan brede welvaart. Op deze manier bouwt de gemeente Hulst samen met haar gemeenschap aan een toekomst waarin het prettig wonen, werken en leven blijft. Een toekomst waarin duurzaamheid niet alleen een opgave is, maar vooral een kans om de kwaliteit van de leefomgeving te versterken voor huidige en toekomstige generaties.

Gino Depauw Wethouder Duurzaamheid Gemeente Hulst

1. Hulsterse ambities en middelen

3/29

De aanpak van de gemeente Hulst houdt rekening met een aantal grootschalige ontwikkelingen die onze welvaart en de kwaliteit van leven kunnen beïnvloeden. Van geopolitieke onrust tot lokale netcongestie, een solide duurzaamheidsaanpak kan onze samenleving versterken binnen onze kernwaarden. Het fundament van onze duurzaamheidsaanpak rust op het principe van vrijwilligheid en het gebruik maken van natuurlijke momenten om slimme en zuinige keuzes te maken. Wij ondersteunen zo inwoners en ondernemers om stap voor stap te besparen op energiekosten en comfortabel te kunnen leven en werken. Verder houden we rekening met een veranderend klimaat met oog voor de plaatselijke economie, mens en natuur. Gelukkig doen we dit niet alleen. Vanuit het Rijk is er een uitgebreid pakket aan steun waarvan we dankbaar gebruik maken om het mooie leven in de gemeente te beschermen.

1.1 de opdracht en de middelen De gemeente Hulst staat voor een complexe en samenhangende opgave om de fysieke leefomgeving op een duurzame en toekomstbestendige wijze te ontwikkelen. Deze opgave wordt in belangrijke mate ingegeven door mondiale en nationale ontwikkelingen. Klimaatverandering, netcongestie, schaarste aan grondstoffen en de noodzaak tot een energietransitie manifesteren zich ook op lokaal niveau. Het duurzaamheidsbeleid vormt daarmee niet slechts een beleidskader, maar een richtinggevend instrument waarmee structurele keuzes worden gemaakt ten aanzien van ruimtelijke inrichting, economische ontwikkeling en maatschappelijke participatie. De kern van deze opgave ligt in het realiseren van een evenwichtige afweging tussen ecologische draagkracht, economische continuïteit en sociale kwaliteit, waarbij de onderlinge samenhang expliciet wordt erkend en benut. Binnen deze context hanteert de gemeente een ambitieniveau dat enerzijds realistisch en uitvoerbaar is, maar anderzijds nadrukkelijk gericht is op het realiseren van substantiële en blijvende verbeteringen. Het streven naar klimaatneutraliteit op de langere termijn fungeert hierbij als richtinggevend perspectief, waarbij gefaseerde reductie van broeikasgasemissies en een toenemende inzet op hernieuwbare energiebronnen centraal staan.

Tegelijkertijd wordt ingezet op het bevorderen van circulaire principes, zodat het gebruik van primaire grondstoffen wordt beperkt en reststromen zo hoogwaardig mogelijk worden hergebruikt waar mogelijk. Lokaal eten en winkelen wordt ondersteunt en aangemoedigd. Deze benadering draagt niet alleen bij aan milieudoelstellingen, maar versterkt tevens de economische weerbaarheid van de gemeente. Van wezenlijk belang is dat deze opgave niet uitsluitend binnen de grenzen van de gemeentelijke organisatie kan worden gerealiseerd. Duurzaamheid veronderstelt een gedeelde verantwoordelijkheid, waarin inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties een actieve en betrokken rol vervullen. De gemeente positioneert zich daarbij als regisseur en facilitator, die kaders stelt, samenwerking stimuleert en initiatieven ondersteunt. Door in te zetten op zowel kortetermijnmaatregelen als langjarige structurele veranderingen, wordt beoogd een consistente koers te waarborgen die recht doet aan de urgentie van de opgave zonder de uitvoerbaarheid uit het oog te verliezen.

4/29

Op deze wijze wordt gewerkt aan een duurzaam Hulst dat niet alleen bestand is tegen toekomstige uitdagingen, maar ook een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving biedt. Als onderdeel van de regionale en nationale ambities omtrent het klimaatneutraal-maken van de samenleving levert het Rijk een bijdrage aan de lokale aanpak. Zo zijn er middelen beschikbaar voor het bestrijden van energiearmoede en om bewoners te ondersteunen met het beter isoleren van de woning. Om de interne capaciteit van de gemeente te versterken heeft het Rijk jaren voor speciale uitkeringen gekozen. Deze steun zal in de toekomst een andere vorm aannemen en als decentrale uitkeringen via het gemeentefonds het duurzaamheidsproces blijven financieren. Door deze bijdrage hoeft de uitvoering van de duurzaamheidsopdracht dus maar minimaal aanspraak te maken op de lokale gemeentefinanciën. Opgave

Regeling

Beter isoleren van woningen

Regeling specifieke uitkering verduurzaming slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verengingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma

Lokale capaciteit

Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaaten energie- beleid

Energiearmoede

Aanpak energiearmoede

Beleidsplan Circulaire economie

Middelen komen uit de CDOKE-subsidie

Algemeen duurzaamheidsbudget

Bijdrage gemeente

1.2 Een aanpak die past bij Hulst De uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in Hulst vraagt om een benadering die recht doet aan het karakter van de gemeente: pragmatisch, betrokken en gericht op haalbare resultaten. Hulst kiest er bewust voor om niet voorop te lopen in experimentele of risicovolle trajecten, maar om te sturen op bewezen oplossingen en een geleidelijke, consistente ontwikkeling richting meer duurzaamheid. Deze positionering betekent niet dat de ambitie ontbreekt, maar dat deze wordt ingevuld op een wijze die aansluit bij de schaal, de sociale structuur en de economische realiteit van de gemeente. De aanpak richt zich in de eerste plaats op het concretiseren van de beleidsdoelstellingen in uitvoerbare programma’s en projecten, waarbij prioritering plaatsvindt op basis van effectiviteit, haalbaarheid en maatschappelijk draagvlak. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar maatregelen die meerdere doelen tegelijk dienen, zoals energiebesparing die zowel bijdraagt aan kostenreductie voor inwoners als aan emissieverlaging. Door te kiezen voor een integrale benadering wordt voorkomen dat duurzaamheid een op zichzelf staand beleidsveld blijft en wordt het verankerd in bestaande processen binnen ruimtelijke ontwikkeling, beheer van de openbare ruimte en economische stimulering.

Een belangrijk uitgangspunt in de uitvoering is het aansluiten bij initiatieven en ontwikkelingen die zich reeds hebben bewezen in vergelijkbare gemeenten, of die juist van groot belang kunnen zijn

5/29

binnen onze gemeente. Hulst volgt actief regionale en landelijke ontwikkelingen en past succesvolle werkwijzen toe waar deze aansluiten bij de lokale context. Hiermee wordt het risico op inefficiënte inzet van middelen beperkt en kan tegelijkertijd tempo worden gemaakt in de uitvoering. De gemeente Hulst benut daarbij bestaande samenwerkingsverbanden en zoekt actief de afstemming met provinciale en nationale programma’s, zodat kennis, capaciteit en financiële middelen optimaal worden ingezet. De rol van de gemeente kenmerkt zich door een combinatie van sturing en facilitering. Enerzijds stelt zij duidelijke kaders en doelen, anderzijds ondersteunt zij inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij het realiseren van duurzame initiatieven. Dit gebeurt onder meer door het bieden van toegankelijke informatie, het wegnemen van belemmeringen in regelgeving waar mogelijk en het stimuleren van samenwerking. Gezien het sociale karakter van Hulst is het versterken van lokaal eigenaarschap hierbij essentieel: duurzame ontwikkeling krijgt pas blijvend vorm wanneer deze wordt gedragen door de gemeenschap zelf. Tot slot wordt ingezet op een stapsgewijze en lerende uitvoering. Door periodiek de voortgang te monitoren en resultaten te evalueren, kan het beleid waar nodig worden bijgesteld en aangescherpt.

Dit wordt gerealiseerd door 2-jaarlijks het uitvoeringsprogramma te evalueren en na 6 jaar het gehele beleid te actualiseren. Deze adaptieve werkwijze maakt het mogelijk om in te spelen op nieuwe inzichten en veranderende omstandigheden zonder de continuïteit uit het oog te verliezen. Op deze manier werkt Hulst doelgericht en realistisch toe naar een duurzame toekomst, waarbij vooruitgang wordt geboekt in een tempo dat past bij de gemeente en haar inwoners.

6/29

2. Communicatie en participatie De gemeente Hulst wil een breed gedragen en vrijwillige aanpak realiseren, waarbij inwoners en ondernemers altijd kunnen rekenen op duidelijkheid en ondersteuning. Het duurzaamheidsbeleid vertaalt deze ambitie in een uitgebreide communicatie en participatie aanpak. De gemeente staat zo zij-aan-zij met inwoners, ondernemers en lokale partners in de ruimtelijke omgeving en het sociaal domein. De lokale duurzaamheidsaanpak moet dan ook lokale ambities steunen en respect hebben voor de cultuur en kernwaardes van de gemeenschap. Wij willen mensen en bedrijven enthousiasmeren en betrekken bij het verduurzamen van de gemeente om zo samen energiekosten te besparen en nog fijner te kunnen leven en werken. 2.1 Het belang van communicatie De transitie naar een klimaatneutraal en klimaat robuust Hulst gaat niet vanzelf. Alleen door samen te werken en elkaar aan te zetten tot vrijwillige verandering kunnen we de doelstellingen bereiken. Effectieve en laagdrempelige communicatie en toegankelijke participatie zullen onderdeel zijn van de duurzaamheidsopgave in Hulst. Omdat wij willen enthousiasmeren en inspireren, in plaats van dirigeren, zal nauwe participatie met inwoners en ondernemers een essentieel onderdeel zijn van onze aanpak. Iedereen profiteert van een energiezuinige en comfortabele woning en werkplek.

Transparantie en heldere communicatie spelen daarbij een belangrijke rol om deze boodschap breed binnen de gemeenschap te laten leven. We geven de communicatie zo vorm dat deze aansluit bij de verschillende doelgroepen en activiteiten, en past bij de lokale waardes en cultuur. Uitgangspunt voor alle communicatie is dat taalniveau B1 wordt gebruikt en we gebruik maken van moderne en flexibele communicatie uitingen, waar ruimte is voor regelmatig evalueren en bijsturen waar nodig. 2.2 Betrekken en stimuleren De gemeente Hulst wil duurzaamheid niet opleggen, en kiest bewust om door goede informatie en een gezond enthousiasme inwoners en ondernemers te steunen in het efficiënter maken van de woning en werkplek. Communicatie We zetten bij communicatie in op twee doelen. Wij willen inwoners en bedrijven helpen; 1. 2.

Te informeren en enthousiasmeren Slimme keuzes te maken

Informeren en enthousiasmeren In dit duurzaamheidsbeleid zijn veel verschillende opgaves en doelstellingen opgenomen. Het is in de eerste plaats belangrijk dat we de betrokken doelgroepen goed informeren. Duidelijkheid zorgt voor rust. We zijn transparant over onze doelstellingen en welke mogelijkheden er zijn om daaraan bij te dragen. Wij steunen waar mogelijk lokale initiatieven en collectieve acties en verwelkomen inspraak en kennis delen. We werken nauw samen met andere partners en afdelingen binnen de gemeente om de afstand tussen gemeente en bewoners te verkleinen en zo samen aan de slag te gaan.

7/29

2.3 Natuurlijke momenten voor verduurzamen Onze communicatieaanpak heeft ten doel om inwoners en ondernemers de kennis en kunde te geven om op natuurlijke momenten keuzes te maken die voordelig zijn en bijdragen aan de duurzaamheidsopgave zoals die op regionaal, nationaal en internationaal niveau vorm is gegeven. Onze missie is om potentiële barrières ter verduurzaming zo veel mogelijk te verlagen door middel van communicatie en beleid. In de lange termijn is duurzamer leven en werken voordeliger voor iedereen. Schommelende energieprijzen en geopolitieke tumult maken de huidige afhankelijkheid van fossiele brandstof riskant en onvoorspelbaar. Wij proberen inwoners en ondernemers duidelijkheid en zekerheid te bieden om zo slimme keuzes te maken die goed zijn voor het individu en de gemeenschap. Slimme keuzes maken Het is belangrijk dat inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties de kennis en ondersteuning hebben om slimme keuzes te maken op logische momenten. Wij dwingen niemand om de Cv-ketel vroegtijdig weg te doen. Wél willen we dat inwoners de voordelen van een warmtepomp weten wanneer hun Cv-ketel aan vervanging toe is. Zo zijn er veel slimme keuzes die gemaakt kunnen worden als mensen bewust zijn van de voordelen. Bijvoorbeeld energie besparen, isoleren, elektrisch koken, tegels vervangen door groen, regenwater opvangen voor de tuin, en vele andere voorbeelden.

We zetten onze communicatie zo in dat we deze doelgroepen informeren en stimuleren om in hun eigen voordeel ander gedrag te gaan vertonen. Communicatie vindt samen plaats met diverse beleidsmaatregelen. 2.4 Praktische aanpak De rol van de communicatieaanpak binnen het duurzaamheidsbeleid rust op drie pilaren; bewustwording, laagdrempelige projecten en actieve participatie. Zo willen wij de enthousiasteling steunen, duidelijkheid geven aan de twijfelaar, en iedereen betrekken bij een aanpak die alle lagen van de bevolking raakt. Bewustwording Bewustwording is een belangrijk onderdeel van het duurzaamheidsbeleid dat kan vergroot worden door gericht te communiceren. We willen zo veel mogelijk dat mensen actief betrokken raken, dat betekent dat we enthousiaste mensen ondersteunen, en waar nodig weten inwoners te enthousiasmeren om een actieve bijdrage te leveren of meer begrip te krijgen op ontwikkelingen in de duurzaamheidsopdracht. Wij steunen, waar toepasselijk, regionale en landelijke initiatieven om bewustwording rond duurzaamheid te vergroten. Dit doen wij echter zo veel mogelijk op een manier die past bij de waarden en cultuur in de gemeente. Een goed voorbeeld hiervan is de aanpak rond de jaarlijkse nationale klimaatweek, waar wij inwoners en organisaties steunen om zelf met initiatieven te komen en deze met gemeentesteun complementair uit te voeren.

Ook steunen wij met middelen en actie de communicatiewerkzaamheden van het Zeeuws Isolatieprogramma, ter stimulering van het beter isoleren van koopwoningen. Laagdrempelige projecten De communicatie –en participatieaanpak van de gemeente Hulst streeft altijd na om zo toegankelijk mogelijk het thema duurzaamheid en klimaat onder de aandacht te brengen. Het budget dat vrij te

8/29

besteden is, is echter gelimiteerd waardoor er efficiënte keuzes moeten maken om kleinschalige projecten te ondersteunen die niet direct onder de regelingen van het Rijk passen. Zo organiseren wij acties om regenwater te besparen door het stimuleren van het gebruik van regentonnen, delen kennis met ondernemers over beschikbare subsidies bij bijeenkomsten, stimuleren groene voortuinen via het NK-tegelwippen, en steunen waar mogelijk lokale initiatieven zoals de repaircafes en andere circulaire concepten. Participatie In het visiedocument burgerparticipatie van de gemeente Hulst staat dat participatie wordt gezien als een groot en belangrijk onderdeel van een proces. De inwoners moeten de mogelijkheid hebben inbreng te leveren bij verschillende beleidsprocessen. De transitie die we tot 2050 maken is ingrijpend en komt achter de voordeur bij inwoners en bedrijven. Naast fysieke aanpassingen is dit vooral een sociale transitie. Het is daarom van belang dat alle betrokkenen actief kunnen participeren. Onze participatieaanpak als onderdeel van het warmteprogramma en de daaropvolgende wijkuitvoeringsplannen zullen individueel worden ontworpen om rekening te houden met technologische en politieke ontwikkelingen. Hierbij betrekken we de lokale context en ontwikkelingen binnen het dossier op het regionale en nationale niveau.

We werken met afzonderlijke participatieplannen voor de energietransitie in de gebouwde omgeving. Participatie is een essentieel onderdeel van deze transitie. We maken een onderscheid tussen inwoners- en overheidsparticipatie. Inwonersparticipatie: de overheid betrekt de samenleving bij haar plannen. Denk bijvoorbeeld aan de betrokkenheid van stads-en dorpsraden. Overheidsparticipatie: de overheid wordt betrokken bij plannen of initiatieven vanuit de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan het uitdaagrecht.

9/29

3. Energietransitie Als Zeeuwse en Nederlandse gemeente is de gemeente Hulst onderdeel van een lopend proces om huishoudens en ondernemingen klaar te maken voor een grootschalige energietransitie die zo veel mogelijk gebruik moet maken van economische en technologische ontwikkelingen. Op dit moment is de context waarin deze opgave uitvoert moet worden zeer complex, en moet er zodoende slim en daadkrachtig gehandeld worden met oog voor de plaatselijke bedrijvigheid en levenskwaliteit. Op regionaal en nationaal niveau is de gemeente gecommitteerd aan een opdracht waarin een regierol wordt verwacht op lokaal niveau, met daarbij de benodigde middelen van het Rijk. 3.1 Landelijke doelstellingen & lokale prioriteiten De opgave Op nationaal en regionaal niveau is de gemeente Hulst onderdeel van de energietransitie. Deze energietransitie hoopt de uitstoot van broeikasgassen te verminderen om zo verdere opwarming van de aarde en extreem weer te voorkomen. In het Klimaatakkoord is bepaald dat dit vorm zal krijgen door de overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen zoals aardolie en aardgas naar duurzaam opgewekte energie. Het gebruik van fossiele brandstoffen leidt tot de uitstoot van broeikasgassen. De belangrijkste opgave is om het gebruik van fossiele brandstoffen af te bouwen op een manier die de economie en levenskwaliteit niet schaadt.

De afgesproken doelstelling is om in 2030 de uitstoot van emissies van broeikasgassen met minimaal 55% te verminderen ten opzicht te van 1990. Dit is een wettelijke opgave die is vastgelegd in de Klimaatwet. In de afgelopen jaren is er voor de energietransitie al regionaal beleid ontworpen en vastgesteld. Meest recent is de Regionale Energievisie Zeeland (RES) 2.0. Als onderdeel van de Zeeuwse samenwerking richt de gemeente Hulst zich op een versnelling van de uitvoering van de energietransitie. De context Het uitvoeren van de nationale en regionale opgave vindt plaats in een unieke context als Zeeuwse en Zeeuws-Vlaamse gemeente. Terwijl Zeeland haar opwekcapaciteit van groene energie succesvol vergroot (al 85% van de doelstelling voor 2030 is gehaald), deelt Zeeuws-Vlaanderen grotendeels niet mee in deze weelde. Het gebrek aan hoogspanningsbekabeling die de vereiste capaciteit voor de regio kan leveren zorgt voor extra complexiteit in dit vraagstuk. De plannen voor een 380kv kabel onder de Westerschelde beloven dit probleem te verlichten, maar hoe dit precies vorm gegeven wordt is nog niet vastgelegd. Partijen zoals Tennet en de provincie zijn hier volop mee bezig om er snel duidelijkheid over te geven.

De Zeeuwse ambitie om haar steentje bij te dragen aan de nationale energiemix krijgt verder uiting met de mogelijke komst van een of twee nieuwe kerncentrales, in Zeeuws-Vlaanderen óf als uitbreiding van de kerncentrale in Borsele/Vlissingen-Oost. Verder werkt de gemeente nauw samen met netbeheerder Stedin om de staat van het plaatselijke laagspanningsnet beter in kaart te krijgen. De gemeente kent op dit moment geen enkele kern waar het laagspanningsnet volledig gemoderniseerd is. In de komende decennia is er nog veel werk aan de winkel om het plaatselijke net klaar te krijgen voor een toekomst waar elektrificatie als praktische oplossing kan gelden voor het aardgasvrij-maken van de samenleving. Beleidskaders

10/ 29

      

RES 2.0 Energievisie Zeeland Beleidsregels zon- en windenergie gemeente Hulst Regionale structuurvisie warmte Transitievisie warmte (wordt opgevolgd door warmteprogramma eind 2026) Routekaart maatschappelijk vastgoed Beleidsnotitie zonnepanelen in het beschermd stads- en dorpsgezicht bij monumenten

Onze doelstellingen

      

Het aantal huishoudens met energiearmoede verminderen De particuliere woningvoorraad beter isoleren Slim besparen van energie bij huishoudens en bedrijven Een lokaal energienetwerk dat toegerust is op de vraag Duidelijkheid bieden aan inwoners en bedrijven over alternatieve warmtebronnen en de fasering in de uitvoering Verduurzaming van bedrijventerreinen Visie op kleinschalige opwek en opslag duurzame energie (lokaal energiesysteem)

Energiearmoede verminderen Energiearmoede gaat over het gebrek aan toegang tot een betaalbare energievoorziening in huis (TNO, 2020). Deze huishoudens hebben onvoldoende financiële middelen/een laag inkomen in combinatie met hoge kosten voor gas en elektriciteit. Of de woning heeft een lage energetische kwaliteit, waardoor de woning slecht te verwarmen is. Om de energierekening te kunnen betalen kiezen sommige mensen er noodgedwongen voor om bijvoorbeeld de verwarming uit te zetten of niet te koken. Door TNO en het CBS wordt ieder jaar gemonitord hoeveel mensen in energiearmoede leven en er wordt onderzoek gedaan naar de mate van energiearmoede, de kloof in energiebetaalbaarheid. Doel is om het aantal huishoudens met energiearmoede te verminderen, maar vooral ook om de mate (intensiteit) te verminderen. Particuliere woningvoorraad isoleren Een belangrijk onderdeel van overgang naar duurzaam opgewekte energie is het beperken van de vraag. Isolatie vormt daarvoor een belangrijk middel. Isolatie zorgt voor het beperken van de warmtevraag en verhoogt het wooncomfort. Door langetermijninvesteringen kunnen inwoners zo direct structureel besparen op de energierekening. Het particuliere woningbezit in de gemeente Hulst is hoog. Het doel blijft om de particuliere woningvoorraad verder te isoleren zodat meer woningen een beter energielabel hebben en/of de energetische staat verbeterd.

Hiermee worden de noodzakelijke voorbereidingen getroffen om de stap naar aardgasvrij te maken op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld wanneer een Cvketel vervangen moet worden of inwoners last hebben van tocht of een hoge energierekening. Energiebesparing bij huishoudens en bedrijven Alles wat niet gebruikt wordt hoeft ook niet duurzaam opgewekt te worden. Daarom is besparing van essentieel belang. Doel blijft om zoveel mogelijk energie te besparen. Het besparen van

11/ 29

energie is niet alleen goed voor het behalen van nationale en regionale doelstellingen, maar ook voor de portemonnee van huishoudens en ondernemers. Lokaal energienetwerk dat toegerust is op de vraag De overgang naar duurzaam opgewekte energie heeft impact op het totale energiesysteem. Naast de energietransitie moet er actief gewerkt worden om netcongestie en de staat van het elektriciteitsnet te verbeteren. Wat worden de energiedragers van de toekomst, welke infrastructuur is daarvoor nodig, hoe zit het met opslag en conversie? Vraagstukken die in de Zeeuwse energievisie geadresseerd zijn. Hoofdoelstelling is dat het energienetwerk toegerust is op de vraag. Variërend van het hoogspanningsnet, midden spanning tot het laagspanningsnet. Van elektriciteit tot alternatieve warmtebronnen zoals warmtenetten, warmte-koude opslag tot waterstof. Ook wordt gekeken wat er aan kabels en leidingen nodig is en aan bijbehorende infrastructuur zoals transformatiehuisjes. Doelstelling is dat het lokale netwerk toegerust is op de (toekomstige) vraag. Duidelijkheid bieden over alternatieve warmtebronnen en de fasering van uitvoering De gemeente Hulst heeft een regierol gekregen in de warmtetransitie. Eerder is de regionale structuurvisie warmte en de transitievisie warmte vastgesteld.

Gemeenten hebben de verplichting om eind 2026 een warmteprogramma vast te stellen en die om de 4 jaar te actualiseren. In de RES 2.0 is tevens afgesproken dat uiterlijk in 2030 gemeenten voor minimaal de helft van alle wijken/kernen in beeld hebben welke wijken/kernen op welke warmtebron over kunnen gaan en wanneer dit kan gebeuren. Het doel is om deze afspraken na te komen en duidelijkheid te bieden aan inwoners en bedrijven. Het warmteprogramma geeft duidelijkheid over de verschillende stappen en tijdpaden, over welke alternatieve warmtebron(nen) er beschikbaar zijn, per wijk of kern. Zo wordt voor inwoners duidelijk hoe de weg naar aardgasvrij eruit komt te zien. Wij geven zo veel mogelijk duidelijkheid over wat inwoners kunnen verwachten van de gemeente en wat ze zelf kunnen doen. Verduurzaming bedrijventerreinen Bedrijven hebben te maken met wet- en regelgeving op het gebied van klimaat en energie en ondervinden de gevolgen van netcongestie. Hulst wil dat de bedrijventerreinen verduurzaamd worden, overeenkomstig de Zeeuwse doelstellingen in de RES 2.0. Bij het verduurzamen van de bedrijventerreinen gaat het om het slimmer delen van energie en het bij elkaar brengen van de vraag en opwek van elektriciteit. We houden hierbij rekening met laadinfrastructuur, circulariteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. In hoofdstuk 4 gaan we hier dieper op in.

Visie op kleinschalige opwek en opslag van duurzame energie De gemeente Hulst wil een actuele visie hebben op kleinschalige decentrale opwerk en opslag van duurzame energie. De energietransitie zorgt voor nieuwe vraagstukken. Het huidige elektriciteitsnet is primair gericht op centrale opwek en het verplaatsen ervan naar gebruikers. Maar in de toekomst zien we meer ontwikkelingen op kleinschalig niveau. Zoals lokale opwek en

12/ 29

opslag van energie. Ook wordt het elektriciteitsnetwerk uitgebreid. Daarvoor gaan veel straten op de schop en zal er een toename zijn van het aantal transformatorhuisjes. Rol gemeente Hulst De energietransitie is niet iets van alleen de gemeente. Het gaat om een transitieopgave, waarin de gemeente een onderdeel is van de omgeving. De gemeente opereert in een omgeving ook op verschillende schaalniveaus. Er zijn een aantal rollen die de gemeente Hulst kan nemen om de doelstellingen te bereiken. Rollen kunnen zijn reguleren, regisseren, stimuleren, faciliteren of loslaten. Onderstaand wordt kort aangegeven welke rol(len) per doelstelling is gekozen. Indien er zich ontwikkelingen voordoen die vragen om een andere rol in de loop van de tijd, zal daar invulling aan worden gegeven. In de bijlage is een nadere omschrijving van de rollen opgenomen.

Doelstelling

Rol

Energiearmoede verminderen

Regisseren

Particuliere woningvoorraad isoleren

Stimuleren en faciliteren

Energiebesparing bij huishoudens en bedrijven

Stimuleren en faciliteren

Lokaal energienetwerk dat toegerust is op de vraag Duidelijkheid bieden over alternatieve warmtebronnen en de fasering van de uitvoering Verduurzaming bedrijventerreinen

Faciliteren

Visie op kleinschalige opwek en opslag van duurzame energie

Stimuleren en faciliteren

Reguleren en regisseren

Stimuleren en faciliteren

Wat gaan we doen Om de doelen te bepalen zijn activiteiten, samenwerking en lokale partners cruciaal. Hierbij raken de doelstellingen en ambities van anderen de activiteiten van de gemeente. Om dit beter in beeld te krijgen schets het volgende hoofdstuk de huidige samenstelling van stakeholders en hun prioriteiten. Voor een uitgebreide lijst aan werkzaamheden, is het specifieke uitvoeringprogramma te raadplegen in de bijlage. 3.2 Stakeholders en complementaire doelstellingen De energietransitie vereist nauwe samenwerking met lokale stakeholders. Vaak hebben deze partijen zelf ook doelstellingen toegewezen gekregen vanuit nationaal en regionaal niveau. Denk hierbij aan woningcorporaties en private verhuurders, die beiden in de komende jaren voor een ambitieuze duurzaamheidsopgave staan. Het is belangrijk dat deze werkzaamheden complementair uitgevoerd worden om zo voor de omgeving de baten te verhogen en de lasten te beperken. Woningcorporaties In het Klimaatakkoord Gebouwde Omgeving is een cruciale rol ingericht voor de woningcorporaties in Nederland. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vat deze taak samen

13/ 29

als de “renovatie van woningen door isolatie en verduurzaming, de aansluiting van corporatiewoningen op warmtenetten of warmtepompen, en de installatie van zonnepanelen.” Woningcorporaties, in de gemeente Hulst en in het algemeen, zijn al vol aan de slag met deze taak. In de gemeente Hulst zien we dat de twee woningcorporaties (Woonstichting Hulst en Woongoed Zeeuws-Vlaanderen) al verregaande verduurzamingswerkzaamheden hebben toegepast, vooral in het vernieuwen van het woningbestand. Hierbij is het volledig vervangen van oudere huizen met nieuwbouw vaak de gekozen optie. Deze ontwikkeling betekent dat sociale huurwoningen in de gemeente Hulst over het algemeen sneller verduurzamen, en een beter energielabel hebben, dan de overige woningvoorraad. Woningcorporaties voeren zo de Nationale prestatieafspraken uit. In 2028 dienen alle woningcorporaties alle slecht geïsoleerde huurwoningen (Energielabel E, F en G) uit gefaseerd te hebben. Ook mogen de corporaties daarbij geen huurverhoging vragen aan zittende huurders voor de isolatiemaatregelen. Private verhuurders Het verduurzamen van de woningvoorraad in bezit van private huurders is een complexe taak. Waar de woningcorporaties voor liggen op de duurzaamheidsopgave, liggen woningen in bezit van private verhuurders juist vaak ver achter.

Ook in de gemeente Hulst zien we dat verhuurders vaak eerder de woning verkopen in plaats van verregaande verduurzaming uit te voeren. Het stimuleren van beter isoleren in private huurwoningen is complex omdat verhuurders hier wel een huurverhoging mogen vragen als de energievraag wordt verminderd door verduurzaming. Dit zorgt voor weerstand of wantrouwen bij zittende huurders, en een gebrek aan motivering bij verhuurders. Op dit moment kan de gemeente vooral mediëren en duidelijkheid scheppen, maar heeft weinig praktische lokale middelen om dit probleem aan te pakken. Private verhuurders mogen vanaf 1 januari 2029 geen woningen meer verhuren met een slecht energielabel (E, F of G). Het minimale toegestane label is vanaf die datum energielabel D. Hoewel er in 2029 een labelverplichting komt, is een verhuurder in principe niet direct verplicht om op verzoek van de huurder energiebesparende maatregelen (zoals isolatie) aan te brengen, tenzij dit noodzakelijk is voor het voldoen aan de onderhoudsstaat. Netbeheerder De gemeente Hulst zal nauw moeten samenwerken en kennis delen met de relevante netbeheerders. Voor het laag- en middenspanningsnet is dit Stedin, terwijl het hoogspanningsnet in beheer is van Tennet. Beide partijen hebben de monumentale opgave gekregen om de energietransitie te faciliteren binnen de huidige context van netcongestie.

Deze rol betekent het grootschalig uitbreiden en moderniseren van laagspanningsnetwerken, de massale aanbouw van nieuwe transformatorhuisjes en grote projecten zoals de geplande 380kv kabel onder de Westerschelde. Een van de belangrijkste projecten voor onze gemeente is de nieuwe 150kv kabel naar Cambron om deze uitbreiding te verbinden aan de gemeente Hulst. De netbeheerders moeten verder rekening houden met de toezichthouder, de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en de sturing vanuit deze partij. Een goed voorbeeld van deze factor is het nieuwe prioriteringskader dat vanaf de zomer 2026 de aanvraag van netverzwaring voor particulieren in dezelfde wachtrij zet als MKB en grootverbruikers.

14/ 29

Lokale huishoudens en ondernemers De belangrijkste stakeholders voor de gemeente Hulst zijn uiteraard de eigen inwoners en ondernemers. De gemeente heeft in de nieuwe Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) een duidelijke rol gekregen, met daarbij nieuwe juridische middelen om de energietransitie te regisseren. De gemeente Hulst kiest ervoor om geen gebruik te maken van de Wgiw's aanwijsbevoegdheid; het aanwijzen van een gebied waar vroegtijdig de aanlevering van gas wordt beëindigt). Omdat de gemeente kiest om verduurzaming op vrijwillige basis te verwezenlijken, is het belangrijk dat lokale huishoudens en ondernemers duidelijkheid en voorspelbaarheid krijgen. Deze werkwijze ambieert om inwoners en ondernemers te helpen op natuurlijke momenten slimme keuzes te maken die voor persoonlijke besparingen zorgen en bijdragen aan de nationale en regionale verduurzamingsambities. Lokale stichtingen en sociale partners De verduurzamingsopgave van de gemeente vindt plaats in een context van breed wantrouwen en dalend vertrouwen in de politiek. Hierdoor is het belangrijk om de participatie en communicatie rond verduurzaming zo veel mogelijk laagdrempelig en toegankelijk te maken. Hierbij hebben lokale partners en stichtingen een cruciale rol.

Deze partijen komen al ‘achter de voordeur’ bij inwoners, helpen met belangrijke prioriteiten en hebben een beter beeld van wat er speelt in de levens van de gemeenschap in de gemeente. Wij zien het samenwerken met, en complementair versterken van, deze lokale partners als een belangrijk element om een vrijwillige en toegankelijk aanpak te verwezenlijken met voldoende draagvlak en participatie van inwoners. Verder kunnen duurzaamheidsprojecten zo ook bijdragen aan andere prioriteiten van de gemeente. Een goed voorbeeld is de steun aan de plaatselijke Repaircafés. Deze initiatieven passen mooi binnen de duurzaamheidsambities rond circulariteit en vermindering van afval, terwijl ze ook de sociale cohesie verbeteren en actief eenzaamheid verminderen. Dit soort multidisciplinaire projecten zorgen niet alleen voor belangrijke stappen in de energietransitie, maar ook voor een warmere en meer weerbare samenleving. 3.3 Samenwerking Zeeuwse samenwerking duurzaamheid In november 2025 is, met terugwerkende kracht, een formele samenwerkingsovereenkomst (SOK) gesloten tussen en vastgesteld door alle 13 Zeeuwse gemeenten op het gebied van Energietransitie en CO2-reductie.

Deze overeenkomst heeft als doel een fundament te leggen onder de samenwerking tussen de Zeeuwse gemeenten op strategievorming en het realiseren en efficiënter uitvoeren van de werkzaamheden met betrekking tot de energietransitie en CO2reductie. Naast de SOK die door alle gemeenten is ondertekend, is een dienstverleningsovereenkomst (DVO) en een verwerkersovereenkomst opgesteld. Beide documenten betreft een 1-op-1 overeenkomst tussen elke deelnemende gemeente en de coördinerende gemeente Terneuzen. De Samenwerking Zeeuwse gemeenten op Energietransitie en CO2-reductie omvat de volgende onderdelen:

15/ 29

• • • • • •

Elektriciteit (Opwek en Opslag) Gebouwde Omgeving Duurzame Mobiliteit Regionaal Energiesysteem (infrastructuur) Circulaire Economie Gemeentelijke duurzaamheidsvraagstukken die vragen om een gezamenlijke aanpak.

Zeeuws Isolatieprogramma De uitvoering van het Zeeuws Isolatieprogramma wordt door de 12 deelnemende gemeenten (alle Zeeuwse gemeenten m.u.v. Schouwen-Duiveland) betaald aan de coördinerende gemeente uit de beschikbare SpUk gelden. Voor de uitvoering van het isolatieprogramma zijn 3 tranches SpUk LAI (Lokale Aanpak Isolatie) en een extra SpUk voor het versnellen van de isolatieaanpak beschikbaar. Alle middelen dienen voor eind 2028 te worden besteed. Zeeuws Energieloket De Zeeuwse gemeenten hebben in februari 2026 unaniem besloten tot de oprichting van een eigen Zeeuws Energieloket. Hiermee wordt door de gemeenten voldaan aan de wettelijke plicht tot het aanbieden van een energieloketfunctie voor haar inwoners, ook na het aflopen van het huidige contract voor de uitvoering hiervan door het Duurzaam Bouwloket per 1 juli 2026. Alle gemeenten zullen per deze datum overgaan naar het Zeeuws Energieloket (zeeuwsenergieloket.nl). Doel van dit gezamenlijke Zeeuwse energieloket is het beantwoorden van alle vragen van burgers over het verduurzamen van woningen en hen verder te helpen in de aanvraag van subsidies en de uitvoering van de duurzaamheidsmaatregelen. Het Zeeuws Energieloket wordt in een aantal fasen gerealiseerd en zal per 1 juli 2026 van start gaan.

In de navolgende fase zal het loket verder worden doorontwikkeld en de functionaliteiten en dienstverlening stapsgewijs worden uitgebreid. Programma Circulaire Economie In 2026 wordt onder leiding van een nieuwe regionale programmamanager een gezamenlijk projectenprogramma opgezet voor circulaire economie. De uitvoering vindt plaats in een drietal werkgroepen: (1) bouw en gebouwde omgeving, (2) infrastructuur & openbare ruimte en (3) afval & grondstoffen gecombineerd met inkoop & consumptie. Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) ondersteunt de gemeente Hulst met kennis en kunde door het delen van ervaringen van andere Nederlandse gemeenten. Naast cursussen en webinars ondersteunt het NPLW ook het ontwikkelingen van het gemeentelijke warmteprogramma. Het budget voor het opstellen van warmteprogramma's wordt gedeeld via de Zeeuwse samenwerking. Als gevolg van de fusering van de landelijke programma’s op energietransitie, Nationaal Programma Regionale Energie Transitie (NP-RES), Nationale Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) en het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), wordt dit jaar een basis gelegd voor een integrale bestuurlijke en ambtelijke samenwerking op energietransitie in Zeeland. 3.4 Duurzame mobiliteit De opgave

16/ 29

De transitie naar duurzame mobiliteit vormt een essentieel onderdeel van de bredere klimaatopgave. In het nationale klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland in 2050 beschikt over een volledig emissievrij mobiliteitssysteem. Dit betekent dat zowel personenvervoer als goederenvervoer plaatsvindt zonder uitstoot van broeikasgassen, terwijl de bereikbaarheid van steden en dorpen op peil blijft of zelfs verbetert. Voor de periode richting 2030 zijn tussentijdse doelstellingen geformuleerd, onder meer op het gebied van elektrificatie van vervoer, inzet van duurzame energiedragers, verduurzaming van logistiek en gedragsverandering in mobiliteit. Deze nationale ambities zijn regionaal vertaald in de Regionale Energiestrategie 2.0 Zeeland. Binnen deze strategie is afgesproken dat Zeeuwse overheden zich in eerste instantie richten op het verduurzamen van mobiliteit over de weg, aangezien daar de grootste impact en beïnvloedingsmogelijkheden liggen. Voor een gemeente als Hulst betekent dit dat de focus ligt op het terugdringen van uitstoot in het dagelijkse verkeer, met oog voor de specifieke kenmerken van een landelijke gemeente, zoals grotere afstanden en een relatief hoge afhankelijkheid van de auto. Beleidskaders De gemeente opereert binnen een breed palet aan bestaande beleidskaders op lokaal, regionaal en nationaal niveau.

Belangrijke richtinggevende documenten zijn onder andere de regionale mobiliteitsstrategie, waarin keuzes worden gemaakt over bereikbaarheid en infrastructuur, en de regionale aanpak laadinfrastructuur Zuidwest, die richting geeft aan de uitrol van laadvoorzieningen voor elektrisch vervoer. Daarnaast zijn er lokale regelingen, zoals de beleidsregel voor verlengde huisaansluitingen voor het opladen van elektrische voertuigen en de verordening fysieke leefomgeving, waarin randvoorwaarden worden gesteld aan de inrichting van de openbare ruimte. Deze kaders bieden gezamenlijk een stevig fundament voor de verdere verduurzaming van mobiliteit. Ze zorgen voor samenhang in beleid en maken het mogelijk om op verschillende schaalniveaus – van straat tot regio – gericht te sturen op de mobiliteitstransitie. Onze inzet en uitgangspunten Voor duurzame mobiliteit zijn in de afgelopen jaren al duidelijke ambities en doelstellingen vastgesteld. De gemeente kiest er daarom bewust voor om in deze beleidsperiode de nadruk te leggen op uitvoering. In plaats van het formuleren van nieuwe doelen, ligt de focus op het realiseren van bestaande afspraken en het zichtbaar maken van voortgang. Daarbij hanteert de gemeente het uitgangspunt dat veranderingen zoveel mogelijk plaatsvinden op natuurlijke momenten.

Dit betekent dat verduurzaming wordt gekoppeld aan reguliere vervangings- en investeringscycli, zodat maatregelen financieel en organisatorisch haalbaar blijven. Deze benadering sluit aan bij de schaal en draagkracht van de gemeente en voorkomt dat er onnodige druk ontstaat op inwoners en ondernemers. Binnen deze aanpak werkt de gemeente stapsgewijs toe naar een duurzamer mobiliteitssysteem. Het eigen wagenpark wordt geleidelijk vervangen door schonere alternatieven, waarbij elektrisch rijden waar mogelijk de norm wordt. Tegelijkertijd wordt ingezet op het stimuleren van duurzame mobiliteitsvormen onder inwoners en ondernemers, bijvoorbeeld door het verbeteren van randvoorwaarden en het vergroten van bewustwording. Een belangrijk onderdeel van deze transitie is de verdere ontwikkeling van laadinfrastructuur. De gemeente kiest hierbij voor een vraag gestuurde aanpak, waarbij uitbreiding plaatsvindt op basis van daadwerkelijk gebruik en behoefte. Dit zorgt voor een efficiënte inzet van middelen en voorkomt over- of ondercapaciteit.

17/ 29

Visie op duurzame mobiliteit De gemeentelijke inzet op duurzame mobiliteit draagt bij aan bredere maatschappelijke doelen, waaronder de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. In het bijzonder wordt aangesloten bij het doel gericht op duurzame industrie, innovatie en infrastructuur. Door te investeren in schone mobiliteit en toekomstbestendige infrastructuur wordt niet alleen de uitstoot verminderd, maar ook de economische en sociale vitaliteit van de gemeente versterkt. Duurzame mobiliteit wordt daarbij niet los gezien van andere opgaven, zoals energie, ruimte en leefbaarheid. De transitie biedt kansen om de openbare ruimte anders in te richten, met meer aandacht voor kwaliteit, veiligheid en gezondheid. Tegelijkertijd vraagt dit om zorgvuldige afwegingen, zodat bereikbaarheid en betaalbaarheid gewaarborgd blijven. Rol van de gemeente De gemeente vervult in deze opgave primair een uitvoerende en faciliterende rol. Dit betekent dat zij verantwoordelijk is voor het realiseren van de vastgestelde beleidskaders en het creëren van de juiste randvoorwaarden voor inwoners en ondernemers om duurzame keuzes te maken. Daarnaast treedt de gemeente op als voorbeeldorganisatie. Door het eigen wagenpark te verduurzamen en duurzame mobiliteit actief toe te passen in de eigen bedrijfsvoering, wordt een duidelijk signaal afgegeven.

Ook speelt de gemeente een verbindende rol, door samen te werken met regionale partners, netbeheerders en marktpartijen om de mobiliteitstransitie mogelijk te maken. Uitvoering De concrete invulling van dit beleid vindt plaats via het uitvoeringsprogramma, waarin projecten en activiteiten zijn opgenomen die bijdragen aan de gestelde doelen. Dit programma biedt flexibiliteit om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en inzichten, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan de realisatie van de lange termijn ambities. Door deze aanpak ontstaat een samenhangend en realistisch pad richting duurzame mobiliteit, waarin ambitie en uitvoerbaarheid met elkaar in balans zijn.

4. Duurzaam ondernemen Een toekomstbestendige lokale economie vraagt om een fundamentele verandering in de manier waarop bedrijven produceren, samenwerken en omgaan met energie en grondstoffen. De gemeente ziet duurzaam ondernemen niet als een aparte opgave, maar als een integraal onderdeel van economisch beleid. Daarbij wordt ingezet op het versterken van het vestigingsklimaat én het verminderen van de ecologische voetafdruk. Ondernemers krijgen ruimte om te groeien, maar worden tegelijkertijd gestimuleerd en ondersteund om dit binnen duurzame kaders te doen. De gemeente positioneert zich nadrukkelijk als partner van ondernemers. Niet alleen als regelgever, maar als verbinder, aanjager en soms ook als mede-investeerder. Door in te zetten op samenwerking, innovatie en gebiedsgerichte aanpakken ontstaat een economie die bestand is tegen schaarste aan energie, grondstoffen en ruimte.

18/ 29

4.1 Netcongestie en economisch belang Netcongestie vormt één van de meest urgente uitdagingen voor de economische ontwikkeling van de gemeente. In toenemende mate lopen ondernemers tegen grenzen aan bij het verkrijgen van nieuwe of zwaardere aansluitingen. Dit belemmert niet alleen groei, maar ook verduurzaming, bijvoorbeeld bij de overstap naar elektrisch vervoer of het elektrificeren van productieprocessen. De gemeente erkent dat het elektriciteitsnet voorlopig een beperkende factor blijft en kiest daarom voor een strategie waarin slimmer omgaan met energie centraal staat. In plaats van uitsluitend te sturen op uitbreiding van netcapaciteit, wat afhankelijk is van partijen zoals Stedin en vaak jaren duurt, wordt ingezet op optimalisatie van het bestaande systeem. Een belangrijk onderdeel hiervan is het stimuleren van collectieve energieoplossingen. Op bedrijventerreinen wordt actief gewerkt aan de ontwikkeling van energiehubs, waarbij bedrijven lokaal opgewekte energie delen en hun verbruik onderling afstemmen. Dit vraagt om nieuwe vormen van samenwerking tussen ondernemers, waarbij concurrentie plaatsmaakt voor gedeeld belang in energiezekerheid. Andere gemeentes in Nederland laten zien dat dergelijke hubs niet alleen technisch haalbaar zijn, maar ook economisch aantrekkelijk kunnen worden wanneer ze goed worden georganiseerd.

Daarnaast zet de gemeente in op flexibilisering van de energievraag. Door ondernemers te stimuleren om hun energieverbruik te verschuiven naar momenten waarop het net minder belast is, ontstaat extra ruimte. Dit kan bijvoorbeeld via slimme laadoplossingen voor elektrische voertuigen, de inzet van batterijen of het aanpassen van productieprocessen. De gemeente faciliteert dit door kennis te delen en pilots te ondersteunen/ uit te dragen. Parallel hieraan blijft energie-efficiëntie een cruciale pijler. De meest duurzame energie is immers de energie die niet wordt verbruikt. Door bedrijven te ondersteunen bij het in kaart brengen van hun energiegebruik en het treffen van besparingsmaatregelen, wordt zowel de druk op het net verminderd als de concurrentiepositie van ondernemers versterkt. 4.2 Samen aan de slag De transitie naar duurzaam ondernemen kan alleen slagen wanneer ondernemers zich eigenaar voelen van de opgave. De gemeente kiest daarom nadrukkelijk voor een aanpak waarin samenwerking centraal staat. Ondernemers worden niet alleen aangesproken op hun verantwoordelijkheid, maar ook actief ondersteund bij het zetten van stappen.

Een belangrijk instrument hierbij is het bieden van een laagdrempelig en herkenbaar aanspreekpunt voor ondernemers. In lijn met voorbeelden uit andere gemeentes wordt gewerkt met een ondernemersloket duurzaamheid, waar bedrijven terechtkunnen met vragen over regelgeving, subsidies en technische mogelijkheden. Dit loket fungeert niet alleen als informatiepunt, maar ook als schakel tussen ondernemers, kennisinstellingen en financiers. De gemeente Hulst wil daarnaast inzetten op het versterken van collectieve kracht. Veel duurzaamheidsmaatregelen worden aantrekkelijker wanneer ze gezamenlijk worden opgepakt. Denk aan gezamenlijke inkoop van zonnepanelen, collectieve isolatieprojecten of samenwerking op het gebied van logistiek. Door ondernemers bij elkaar te brengen en initiatieven te faciliteren, ontstaat schaalgrootte en worden kosten gedeeld. Kennisdeling speelt hierbij een belangrijke rol. Door het organiseren van bijeenkomsten, het zichtbaar maken van succesvolle voorbeelden en het stimuleren van netwerken, ontstaat een lerende gemeenschap van ondernemers.

19/ 29

Financiële ondersteuning blijft daarbij onmisbaar. De gemeente onderzoekt de inzet van subsidies, leningen en revolverende fondsen om investeringen in duurzaamheid te stimuleren. Een voorbeeld hiervan is dat de gemeente Hulst meedoet een het revolverende Transitiefonds, waarbij bedrijven geld kunnen gebruiken om hun bedrijven te verduurzamen. Het geleende geld wordt terugbetaald aan het fonds met de kosten die zij besparen. Tegelijkertijd wordt gekeken naar hoe bestaande regelingen beter toegankelijk kunnen worden gemaakt voor het midden- en kleinbedrijf, dat vaak minder capaciteit heeft om complexe aanvragen te doen.

4.3 Praktische impact De grootste impact van duurzaam ondernemen wordt bereikt op plekken waar economische activiteiten zich concentreren, zoals bedrijventerreinen en logistieke knooppunten. Hier komen energiegebruik, grondstoffenstromen en mobiliteit samen, waardoor integrale oplossingen mogelijk zijn. De gemeente kiest daarom voor een gebiedsgerichte aanpak, waarbij bedrijventerreinen worden ontwikkeld tot duurzame werklandschappen. Dit betekent dat niet alleen wordt gekeken naar individuele bedrijven, maar naar het functioneren van het gebied als geheel. Thema’s als energie, klimaatadaptatie, mobiliteit en circulariteit worden in samenhang aangepakt. Het eerste bedrijventerrein heeft dit project al ondergaan (Hogeweg). Hierin is een plan opgesteld samen met de gevestigde bedrijven en een externe partij. Dit traject heeft geleid toch actiepunten die we als gemeente samen met de bedrijven aanpakken en onderzoeken. Op het gebied van energie ligt de nadruk op het benutten van daken voor zonne-energie en het ontwikkelen van collectieve systemen voor opslag en uitwisseling. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een klimaatbestendige inrichting van terreinen, met meer groen en ruimte voor waterberging. Dit draagt niet alleen bij aan duurzaamheid, maar ook aan de aantrekkelijkheid van het gebied voor werknemers en bedrijven. Circulariteit vormt een tweede belangrijke pijler.

Door reststromen van bedrijven beter op elkaar af te stemmen, kunnen grondstoffen opnieuw worden gebruikt en wordt afval geminimaliseerd. Dit vraagt om inzicht in materiaalstromen en om samenwerking tussen bedrijven die elkaar niet vanzelfsprekend vinden. De gemeente kan hierin een faciliterende rol spelen door partijen bij elkaar te brengen en initiatieven te ondersteunen. Ook op het gebied van mobiliteit wordt ingezet op zichtbare verandering. De overgang naar zeroemissie logistiek wordt gestimuleerd, onder andere door het ontwikkelen van logistieke hubs aan de randen van het terrein. Door deze maatregelen ontstaat niet alleen een duurzamer systeem, maar ook een efficiëntere en stillere stedelijke logistiek. 4.4 Lokaal eten en winkelen Een duurzame economie is niet alleen een kwestie van productie, maar ook van consumptie. De gemeente Hulst ziet het versterken van lokale ketens als een belangrijke kans om zowel de ecologische impact te verminderen als de lokale economie te ondersteunen. Door in te zetten op lokaal eten en winkelen worden transportafstanden verkort en blijft meer economische waarde binnen de regio. Tegelijkertijd draagt het bij aan bewustwording bij inwoners en ondernemers over de herkomst van producten en de impact van hun keuzes.

De gemeente stimuleert de ontwikkeling van korte voedselketens, waarbij producenten en consumenten dichter bij elkaar worden gebracht. Dit kan bijvoorbeeld via samenwerking met regionale boeren, het ondersteunen van voedselinitiatieven of het faciliteren van lokale markten. In

20/ 29

verschillende Nederlandse gemeenten is gebleken dat dergelijke initiatieven niet alleen duurzaam zijn, maar ook bijdragen aan sociale cohesie en een sterker gevoel van gemeenschap. Daarnaast wordt ingezet op het versterken van de lokale detailhandel. Door campagnes, ondersteuning en samenwerking wordt lokaal winkelen aantrekkelijker gemaakt. Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de combinatie van duurzaamheid en beleving: winkels en horeca die inzetten op lokale en seizoensgebonden producten dragen bij aan een onderscheidend en toekomstbestendig aanbod. 4.5 Integrale benadering Duurzaam ondernemen raakt aan vrijwel alle beleidsvelden binnen de gemeente, van energie, economie en klimaat tot ruimtelijke ordening en mobiliteit. Door deze thema’s in samenhang te benaderen, ontstaat een consistent en effectief beleid. De gemeente blijft hierbij continu in gesprek met ondernemers en andere stakeholders. De economische en technologische ontwikkelingen gaan snel, en het beleid moet voldoende flexibel zijn om hierop in te spelen. Door te werken vanuit een duidelijke visie, maar met ruimte voor maatwerk en innovatie, wordt gebouwd aan een lokale economie die niet alleen duurzaam is, maar ook veerkrachtig en concurrerend.

21/ 29

5.Gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving is belangrijk voor iedereen in de gemeente Hulst. Maar wat bedoelen we daarmee? Het gaat om een plek waar mensen prettig kunnen wonen, werken en leven. Denk aan schone lucht, genoeg groen, veilige straten en ruimte om elkaar te ontmoeten. Een gezonde leefomgeving draagt bij aan het welzijn van inwoners en maakt een gebied sterker. Om dit voor elkaar te krijgen, moeten we ons voorbereiden op de toekomst en op de uitdagingen die daarbij komen kijken. Een toekomstbestendige leefomgeving is daarbij het doel. De weg daarnaartoe vraagt om klimaatadaptatie, circulaire economie en biodiversiteit een plek te geven binnen onze organisatie en in de leefomgeving. Klimaatadaptatie helpt om beter om te gaan met hitte, droogte en hevige regen. De circulaire economie zorgt ervoor dat we slim omgaan met grondstoffen en minder verspillen. Biodiversiteit zorgt voor een sterke natuur en een fijne leefomgeving voor mens en dier. Samen dragen deze onderwerpen bij aan een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving.

5.1 De toekomstbestendige leefomgeving Dit hoofdstuk focust zich op klimaatadaptatie en wat dit betekent voor onze gemeente. Klimaatverandering en de invloed op onze gemeente Het klimaat verandert merkbaar. Ook in onze gemeente worden de gevolgen van klimaatverandering steeds duidelijker. We krijgen vaker te maken met hevige regen, langere periodes van droogte, hogere temperaturen en vraagstukken rond waterveiligheid. Deze ontwikkelingen hebben invloed op hoe we onze leefomgeving inrichten en hoe we daar samen mee omgaan. De verwachting is dat hevige buien vaker voorkomen en ook in intensiteit toenemen. Dat hebben we in het verleden al gezien, bijvoorbeeld in Clinge, waar straten tijdelijk onder water kwamen te staan door zware regenval. Tegelijkertijd hebben we in de zomers steeds vaker te maken met droogte. Dat heeft gevolgen voor onder andere het groen en voor funderingen, zoals ook zichtbaar is in Vogelwaarde, waar bodemdaling door grondwater fluctuatie voor problemen zorgde. Daarnaast moeten we verstening in onze kernen tegengaan door meer groen en schaduw toe te passen, zodat de buitenruimte ook tijdens extreme hitte aangenaam en toegankelijk blijft. Gelukkig kunnen deze opgaven goed samen worden aangepakt. Door te kiezen voor maatregelen die op meerdere onderwerpen tegelijk effect hebben, versterken we de leefomgeving als geheel.

Klimaatadaptatie is daarmee geen toekomstige opgave, maar een actuele noodzaak. Door tijdig maatregelen te nemen, kunnen schade, hoge herstelkosten en maatschappelijke ontwrichting zoveel mogelijk worden voorkomen. De opgave De gemeente staat voor de opgave om de leefomgeving zodanig in te richten en te beheren dat deze bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering. Dit vraagt om een combinatie van technische, ruimtelijke en sociale maatregelen, die integraal worden meegenomen in beleid, beheer en uitvoering. In Zeeland werken we aan klimaatadaptatie vanuit de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland. Deze strategie sluit aan op het landelijke Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Het DPRA helpt overheden om Nederland stap voor stap klimaatbestendig en water robuust in te richten. Voor Zeeland betekent dit dat we samen werken aan oplossingen voor onder andere wateroverlast,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17068016/3