CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

De Statie 2021 obp versie

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan De Statie 202125.625 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.15

De woonbestemmingen

Status: alleen aan de regels in Artikel 26 Wonen, Artikel 27 Wonen - Aaneen of geschakeld, Artikel 28 Wonen - gestapeld, Artikel 29 Wonen - Twee-aaneen en Artikel 30 Wonen - Vrijstaand kunnen rechten worden ontleend.

3.15.1 Voor welke gebieden en percelen zijn de bestemmingen opgenomen? In dit bestemmingsplan zijn verschillende gedetailleerde woonbestemmingen opgenomen. Dit heeft als voordeel dat de artikelen beter leesbaar zijn. Bij raadpleging van het digitale bestemmingsplan worden alleen de regels getoond die voor het betreffende woningtype van belang zijn. y Voor de bestaande woningen en woonbuurten de bestemmingen: 1. Wonen (artikel 26); 2. Wonen - Aaneen of geschakeld (artikel 27); 3. Wonen - gestapeld (artikel 28); 4. Wonen - Twee-aaneen (artikel 29); 5. Wonen - Vrijstaand (artikel 30). 3.15.2 Welke functies zijn toegestaan y Binnen de bestemmingen mag uitsluitend worden gewoond. Andere activiteiten in woningen (de 'vrije beroepen', kleinschalige beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten en voor logies met ontbijt) zijn mogelijk. In paragraaf 2.5.6 is hierop al ingegaan. y Binnen de bestemming mag het wonen worden gecombineerd met zorgvoorzieningen of verpleging, (para)medische voorzieningen en dienstverlening. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een huisarts die regelmatig ter plaatse praktijk houdt, een fysiotherapie, een apotheek of een zorgkantoor.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 24

20191460

3.15.3 Wat mag er worden gebouwd en hoeveel? 3.15.3.1 Regeling in bestemmingsplan y Zoals in paragraaf 2.5.3 al is aangegeven, wordt de bouwwijze van woningen geregeld met aparte bestemmingen. y De open bebouwingsstructuur bij vrijstaande woningen wordt gewaarborgd door een afstand van vrijstaande hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrenzen aan te houden van ten minste 3 m. Hiervan zijn geen afwijkingsbevoegdheden opgenomen. De afstand van aan- en uitbouwen en aangebouwde overkappingen tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt ten minste 3 m. Dit sluit aan op de hedendaagse praktijk en de regeling uit de voorheen geldende bestemmingsplan die van toepassing was op verschillende locaties. Daarnaast worden de mogelijkheden van het bouwvergunningvrij bouwen toereikend geacht. y In de gedetailleerde bestemmingen is onderscheid gemaakt tussen een bouwvlak voor het hoofdgebouw en een vlak voor de erfbebouwing. Woningen behoeven niet geheel binnen het bouwvlak voor hoofdgebouwen te worden gebouwd. Ook op het erfbouwvlak (aangegeven met de aanduiding 'bijgebouwen') mogen aan- of uitbouwen in gebruik worden genomen als woonruimten. y De bouwvlakken mogen volledig worden bebouwd, met inachtneming van eventuele afstanden die moeten worden aangehouden tot bijvoorbeeld de zijdelingse perceelsgrens. Binnen het erfbouwvlak is de oppervlakte erfbebouwing gemaximeerd.

Hiervoor is een staffelregeling opgenomen (zie paragraaf 2.5.5). Omdat overkappingen vrijwel dezelfde ruimtelijke uitstraling hebben als genoemde gebouwen, worden overkappingen voor het bepalen van de bebouwingsmogelijkheden meegerekend. y Buiten het bouwvlak en het vlak met de aanduiding 'bijgebouwen' zijn geen gebouwen en geen overkappingen toegestaan. Kleinschalige aan- of uitbouwen vóór de voorgevellijn - zoals erkers - zijn wel mogelijk (via artikel 35 lid 35.1 Overschrijding bouwgrenzen). y Het kan voorkomen dat bij grondverkoop of andere zaken dat een bouwperceel bij een woning is gelegen in twee verschillende woonbestemmingen. Het is dan toegestaan om binnen de ene woonbestemming erfbebouwing te realiseren bij een hoofdgebouw dat is gelegen in een andere woonbestemming, een en ander wel in achtneming van de regels van de betreffende bestemming. Hiervoor is in artikel 35 lid 35.4 Erfbebouwing een regeling opgenomen. 3.15.3.2 Vergunningvrij bouwen y Los van de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, worden er op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) bouwmogelijkheden geboden. Alle bouwwerken die in artikel 2 van bijlage II van het Bor passen, zijn - ongeacht wat het bestemmingsplan aangeeft - vergunningvrij. y In de Wabo en het Bor wordt het begrip 'bijbehorend bouwwerk' gebruikt.

Dit begrip is niet exact gelijk aan 'aan- en uitbouwen' en 'bijgebouwen'. Bij een 'bijbehorend bouwwerk' kan het ook gaan om een op zichzelf staande uitbreiding van het hoofdgebouw. Deze uitbreiding behoeft niet per definitie een aan- en uitbouw te zijn. Om deze reden is ervoor gekozen om de begrippen 'aan- en uitbouw' en 'bijgebouw' niet te vervangen door het nieuwe begrip 'bijbehorend bouwwerk' en om beide toetsingskaders los van elkaar te hanteren. Daarbij komt dat er in een hele lange periode veel jurisprudentie over 'aan- en uitbouwen' en 'bijgebouwen' is ontstaan, terwijl de jurisprudentie over het begrip 'bijbehorend bouwwerk' nog moet worden gevormd. 3.15.4 Welke veranderingen worden verwacht? y Een verbreding van de woonfunctie is de komende periode te verwachten. Hiervoor zijn specifieke regels opgenomen die daarin voorzien. y In het bestemmingsplan zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor het realiseren van woningbouw.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ

Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

20191460

blz 25

3.15.5 Wat zijn de belangrijkste verschillen met de vigerende bestemmingsregeling? y De bouwwijze van woningen/bebouwingstypologie is vastgelegd met bestemmingen in plaats van met nadere aanwijzingen. Hiermee is de leesbaarheid/toegankelijkheid van de regeling vergroot. y De bebouwingsregeling voor de erfbouwvlakken is aangepast. Op de grotere percelen is nu 60 m² tot 120 m² aan gebouwen en overkappingen toegestaan. Voorheen was dit ten hoogste 60 m². y Het onderscheid tussen aan-huis-gebonden beroepen enerzijds en kleinschalige beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten anderzijds wordt losgelaten en voor alle soorten functies wordt ten hoogste 25 m² rechtstreeks toegestaan. Deze niet-woonfuncties kunnen volgens het nieuwe bestemmingsplan ook worden uitgeoefend in een losstaand bijgebouw. y Voor logies met ontbijt is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen tot maximaal 6 personen. De voorwaarden zijn overgenomen uit de Beleidsnotitie bed&breakfastvoorziening.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 26

20191460

Hoofdstuk 4

4.1

Dubbelbestemmingen en overige bepalingen

Leiding - Gas

Status: alleen aan de regels in Artikel 31 Leiding - Gas kunnen rechten worden ontleend. Er ligt in het plangebied één planologisch relevante gasleiding. Voor de beschrijving daarvan wordt verwezen naar de paragrafen 5.10.2 en 5.11. De gasleiding is als zodanig bestemd. De breedte van de bestemming bestaat uit de leiding zelf en de belemmerende strook (4 m aan weerszijden van de leiding). Aangezien de leiding samenvalt met andere bestemmingen is deze bestemming als dubbelbestemming opgenomen. Voor de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' (Artikel 31 Leiding - Gas) mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Voor de samenvallende bestemmingen dient het bouwen steeds aan het leidingenbelang te worden getoetst.

4.2

Waarde - Archeologie

Status: alleen aan de regels in Artikel 32 Waarde - Archeologie 2 kunnen rechten worden ontleend. In paragraaf 5.5 wordt ingegaan op het aspect archeologie en op het archeologiebeleid van de gemeente Hulst. Daarin is aangegeven dat in het plangebied verschillende archeologische (verwachtings)waarden voorkomen en dat deze een beschermende regeling in het voorliggende bestemmingsplan behoeven. Uitgangspunt van de regeling is dat voor graafwerkzaamheden waarbij de oppervlakte groter is dan de vrijstellingsoppervlakte en de verstoringsdiepte dieper reikt dan deze aangeduid op de vrijstellingenkaart, een omgevingsvergunning nodig is. Omdat de archeologische (verwachtings)waarde samenvalt met een groot aantal andere bestemmingen, is de zogenoemde dubbelbestemming gehanteerd. De dubbelbestemming is met arceringen (kruizen) op de verbeelding weergegeven. De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 is opgenomen in de artikel 32. Binnen deze dubbelbestemmingen is het volgende geregeld. y Voordat er voor een samenvallende bestemming (bijvoorbeeld Wonen) een omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden verleend, moet eerst worden nagegaan of daardoor geen onevenredige schade aan de archeologische waarden wordt toegebracht. Om deze afweging mogelijk te maken is het bouwen afhankelijk gemaakt van een omgevingsvergunning.

y Voor andere werkzaamheden dan bouwen (bijvoorbeeld graven) is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden nodig. Deze wordt niet verleend indien daardoor in onevenredige mate schade aan de archeologische waarde wordt of kan worden toegebracht. Slechts onder bepaalde voorwaarden is geen omgevingsvergunning noodzakelijk.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ

Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

20191460

y

blz 27

Bij Artikel 32 Waarde - Archeologie 2 is een bodemverstoring toegestaan van tot 500 m². Anders geldt er een onderzoeksplicht.

In alle gevallen geldt een vrijstelling van archeologisch onderzoek wanneer werkzaamheden niet dieper dan op de vrijstellingenkaart is weergegeven worden uitgevoerd. Deze vrijstellingenkaart is opgenomen in Bijlage 6 van de regels. Op deze kaart wordt voor de verschillende gebieden verschillende vrijstellingsdieptes vrijgegeven: y

0 m -mv Wettelijk beschermde archeologische monumenten en waterbodems.

y

0,40 m –mv Zones met hoge en gematigde verwachting met uitzondering van de wettelijk beschermde monumenten en waterbodems.

y

vrijgesteld Zones met lage archeologische verwachting (laag 1-2) het betreft jongere afzettingen van Walcheren voor zover gelegen binnen de polders die dateren van ná 1532; Zones die middels selecte besluiten van de gemeenten werden vrijgesteld.

Omdat in de loop van de tijd (i.c. de planperiode van het bestemmingsplan) steeds meer kennis over het archeologisch erfgoed wordt verkregen, kan het zijn dat in een bepaalde situatie toch geen archeologisch onderzoek nodig is, ook al worden de hiervoor genoemde oppervlaktematen overschreden. Daarom in is elk artikel met een archeologische dubbelbestemming de bepaling opgenomen dat kan worden afgezien van archeologisch onderzoek indien het bevoegd gezag (doorgaans burgemeester en wethouders) beschikt over een verklaring van de archeologisch deskundige waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarde van de betrokken locatie niet nodig is.

4.3

Waarde - Beschermd Stadsgezicht

Status: alleen aan de regels in Artikel 33 Waarde - Beschermd Stadsgezicht kunnen rechten worden ontleend. Een klein gedeelte van het beschermd Dorps- en Stadsgezicht Hulst is gelegen binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan. Ter plaatse is dan ook de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd Stadsgezicht' opgenomen.

4.4

Algemene regels

Status: alleen aan de regels in Hoofdstuk 3 Algemene regels kunnen rechten worden ontleend. In hoofdstuk 3 Algemene regels zijn regels opgenomen die voor alle bestemmingen in dit bestemmingsplan van toepassing of relevant zijn. Daarnaast zijn in dit hoofdstuk algemene wijzigingsregels opgenomen en wijzigingsbevoegdheden die betrekking hebben op meerdere bestemmingen.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 28

20191460

4.4.1 Anti-dubbeltelregel In artikel 34 is een anti-dubbeltelregel opgenomen. Dit artikel is verplicht voorgeschreven in artikel 3.2.4 van het Bro. Het doel van dit artikel is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Om hiervan een voorbeeld te geven: binnen de bestemming Wonen mag een bepaald percentage van het erf worden bebouwd. Indien het absolute oppervlak (uitgedrukt in m²) niet is bereikt, kan door het bijkopen van een stuk erf van het aangrenzend perceel extra bebouwing tot dit maximum worden gerealiseerd. De antidubbeltelbepaling voorkomt dat het overgedragen erf nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel erf kan worden betrokken. 4.4.2 Algemene bouwregels Artikel 35 Algemene bouwregels bevat twee leden. y In lid 35.1 Overschrijding bouwgrenzen is een regeling opgenomen voor beperkte en ondergeschikte overschrijding van de grenzen van bouwvlakken. Deze bouwvlakken zijn op de verbeelding aangeduid met een dikke lijn. y Lid 35.2 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten bevat een regeling voor bestaande maten die afwijken van de voorgeschreven maten in deze regels. Het artikel betreft uitsluitend een bouwbepaling en geen gebruiksbepaling.

Met deze bepaling wordt voorkomen dat bestaande bouwwerken, die wat betreft afstandsmaten of andere maten afwijken van de maatvoering zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan, - onbedoeld - geheel of gedeeltelijk onder het overgangsrecht komen te vallen. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak (3 augustus 2005) blijkt dat deze algemene bepaling aanvaardbaar is. Een gedetailleerde inventarisatie en individuele beoordeling van afwijkingen zijn niet nodig. Essentieel is dat het gaat om bevestiging van bestaande, afwijkende situaties, zodat bij beoordeling van bouwaanvragen direct duidelijk is welke maat bepalend is: namelijk de bestaande maat. Hiermee ligt objectief de strekking van de bepaling vast. Daar waar daadwerkelijk andere situaties worden nagestreefd, is dit door andere bestemmingen of bouwbepalingen vastgelegd. Dit komt overigens in dit bestemmingsplan niet voor. In de bepaling is nadrukkelijk vastgelegd dat op de bedoelde bestaande afwijkingen het overgangsrecht niet van toepassing is. Onder de oppervlaktematen valt ook het bebouwingspercentage. y In lid 35.3 Aantal woningen is een regeling opgenomen waarmee wordt vastgelegd dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' binnen de verschillende bestemmingen, het maximum aantal woningen niet wordt overschreden. Hiervoor is op de verbeelding een aanduiding opgenomen.

Als op de verbeelding geen aanduiding is opgenomen geldt dat voor grondgebonden woningen per bouwperceel maximaal één woning gerealiseerd mag worden. In de huidige situatie geldt dat er binnen de kernen op enkele percelen nog een woning gebouwd mag worden. Om te voorkomen dat meer woningen gebouwd worden dan met dit plan beoogd, wordt de bepaling van het bouwperceel nader vastgelegd op de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. In beginsel wordt uitgegaan van de vergunde situatie en het kadastraal perceel. Meerdere kadastrale percelen kunnen in ruimtelijke zin ook als één geheel worden aangemerkt, als de inrichting van de percelen ten dienste staat van de woning als geheel. Hiermee wordt voorkomen dat bouwpercelen worden gesplitst ten einde meer woningen te kunnen realiseren. y Lid 35.4 Erfbebouwing regelt dat erfbebouwing binnen de bestemmingen Wonen, Wonen - Aaneen en Wonen - Vrijstaand ook voor hoofdgebouwen gelegen binnen een andere bestemming Wonen is toegestaan. y Lid 35.5 Ondergronds bouwen bevat een regeling voor het ondergronds bouwen. Het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m². Daarnaast bedraagt de diepte van ondergrondse bouwwerken maximaal 4 m.

y Lid 35.6 Nadere eisen regelt dat het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen bij een omgevingsvergunning ten aanzien van de afmeting en positie van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ

Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

20191460

blz 29

4.4.3 Algemene gebruiksregels Artikel 36.1 is vooral bedoeld om duidelijk te maken welk gebruik in ieder geval strijdig is met onderhavig bestemmingsplan. In dit geval betreft dat het gebruik van een woning door meer dan één huishouden. 4.4.4 Algemene aanduidingsregels De gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op nieuwe geluidgevoelige bebouwing als gevolg van het industrielawaai. 4.4.5 Algemene afwijkingsregels In artikel 38 zijn verschillende afwijkingsbevoegdheden opgenomen. Met deze bevoegdheid kan het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het bestemmingsplan. In lid 38.1 Goot- en bouwhoogten hoofdgebouwen is een algemene afwijkingsregel opgenomen voor het bouwen van hogere hoofdgebouwen met een goothoogte van 6,3 m en een bouwhoogte van 10 m. Voorwaarde hiervoor is dat deze afwijking past in het bestaande stedenbouwkundig beeld en dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen.

In lid 38.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde is een algemene afwijkingsregel opgenomen waarbij voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde een hogere bouwhoogte kan worden toegestaan, mits deze niet hoger is dan de maximale bouwhoogte binnen het bouwvlak, of indien geen bouwvlak is opgenomen maximaal 6 m. Voor ondergeschikte afwijkingen van de bestemmingsplanbepalingen (de bouwregels) zoals maten en bouwgrenzen is in lid 38.4 Maten en bouwgrenzen een algemene afwijkingsregel opgenomen. Daarnaast bevat lid 38.5 Arbeidsmigranten een mogelijkheid om de huisvesting van arbeidsmigranten onder voorwaarden met een omgevingsvergunning mogelijk te maken. 4.4.6 Algemene wijzigingsregels 4.4.6.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen In lid 39.1 is een algemene flexibiliteitsbepaling opgenomen om voor bepaalde onderdelen van bestemmingen of gebouwen dan wel bouwwerken af te wijken van de bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Deze bepaling gaat verder dan die van artikel 35 lid 35.2. Vandaar dat hier altijd een wijziging voor nodig is van burgemeester en wethouders. Overigens geldt ook hier dat deze bepalingen als algemene regel gelden voor alle bestemmingen.

Het criterium 'van belang voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken' kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als bij nader inzien: y open water dat als zodanig is bestemd een andere vorm moet krijgen; y een bruggetje dat anders moet worden geconstrueerd of een stukje moet opschuiven; y een fietspad iets anders moet aansluiten op een kruising; y een detailhandelsbestemming moet worden aangepast om een betere entree van één of meer winkels mogelijk te maken. Het gaat in de meeste gevallen om de praktische uitvoering van het plan, waarbij geen belangen van derden worden geschaad. Het criterium 'in verband met de werkelijke toestand van het terrein' is vooral aan de orde in situaties waarbij een terrein of gebied een geheel nieuwe inrichting krijgt en waarbij in het veld maar weinig Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 30

20191460

aanknopingspunten zijn. Bij het uitzetten van het gebied blijkt dat de afmetingen niet exact gelijk zijn aan de coördinaten op tekening/in het digitale bestand en dat de situering van de nieuwe openbare wegen en de uitgeefbare percelen iets moet worden aangepast. Gezien de nauwkeurigheid van tegenwoordig, gaat het daarbij om centimeters in plaats van meters. 4.4.6.2 Algemene voorwaarden voor wijzigingsbevoegdheden In het bestemmingsplan is de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied' opgenomen. Op basis van deze aanduiding kan het college de hier geldende bestemmingen onder voorwaarden wijzigen. De voorwaarden hebben onder andere betrekking op: a. het voldoen aan het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid; b. een, voor de beoogde functie, geschikte bodemkwaliteit; c. de bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden; d. het inzichtelijk maken van de gevolgen van de ontwikkeling op de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse; e. de bescherming van eventueel aanwezig beschermde inheemse planten en diersoorten. 4.4.6.3 Wijzigingsbevoegdheden vrijstellingenkaart Indien er nieuwe archeologische inzichten zijn is het op basis van deze wijzigingsbevoegdheid mogelijk de vrijstellingenkaart te wijzigen. 4.4.6.4 Wijzigingsbevoegdheden In dit bestemmingsplan zijn drie wijzigingsbevoegdheden opgenomen.

Onder voorwaarden is het mogelijk ter plaatse van deze zones de bestemmingen te wijzigen. 4.4.7 Overige regels 4.4.7.1 Werking wettelijke regeling In dit artikel is bepaald dat voor de wettelijke regelingen waar in de regels naar verwezen worden, de regels gelden zoals deze luiden op moment van vaststelling van het bestemmingsplan. 4.4.7.2 Parkeerregeling Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen moet het bevoegd gezag toetsen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid en wordt voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen. Met de regeling zoals hier is opgenomen wordt hierin voorzien. Hierbij geldt dat ten aanzien van voldoende parkeergelegenheid wordt gerefereerd aan de bepalingen zoals zijn opgenomen in parkeerbeleid. De gemeente Hulst kent geen specifiek parkeerbeleid maar hanteert hiervoor de CROW-normen. Bij toetsing aan dit artikel dient dan ook uit te worden gegaan van de meest recente parkeerkencijfers en richtlijnen voor laden en lossen.

4.5

Overgangs- en slotbepalingen

Status: alleen aan de regels in Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels kunnen rechten worden ontleend. Dit hoofdstuk van de regels bevat 2 artikelen.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ

Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

20191460

blz 31

4.5.1 Overgangsrecht In artikel 41 Overgangsrecht is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 41.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 41.2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Van de mogelijkheid die artikel 3.2.3 Bro biedt om hieraan een persoonsgebonden overgangsrecht te koppelen, is geen gebruik gemaakt.

4.5.2 Titel van het bestemmingsplan De titel of de naam van het bestemmingsplan is vastgelegd in artikel 42 van de regels.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 32

20191460

Hoofdstuk 5

5.1

Sectoraal onderzoek

Inleiding

Voor het ontwikkelen en in stand houden van een prettig goed leefklimaat dient bij ruimtelijke planvorming rekening gehouden te worden met de milieu hygiënische aspecten die samenhangen met de aard van het plangebied en/of de omgeving. In voorliggend hoofdstuk worden de verschillende milieu hygienische aspecten die van belang zijn voor het plangebied nader toegelicht.

5.2

Bodem

5.2.1 Toetsingskader Volgens artikel 3.1.6 van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone gronden te worden gerealiseerd. Voor ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. 5.2.2 Toetsing en conclusie Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in functiewijzigingen die een noodzaak voor het in beeld brengen van de bodemkwaliteit ter plaatse hebben. Om deze redenen is een historisch of verkennend bodemonderzoek in het kader van het bestemmingsplan niet noodzakelijk. Bij concrete plannen zal in de toekomst in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen een actueel bodemonderzoek moeten worden overlegd. Geconcludeerd wordt dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

5.3

Water

5.3.1 Toetsingskader Waterbeheer en watertoets Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Scheldestromen, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan is overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder zijn meegenomen in de totstandkoming van de definitieve versie.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ

Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

20191460

blz 33

Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: y Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: y Nationaal Waterplan (NW); y Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); y Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); y Waterwet. Provinciaal: y Provinciaal Waterplan; y Provinciale Structuurvisie; y Verordening Ruimte. Waterschapsbeleid Waterschap Scheldestromen is verantwoordelijk voor het beheer van het binnendijkse oppervlaktewater in Zeeland. Doel van het waterbeheer is het bereiken en in stand houden van een goede toestand van dit oppervlaktewater, zowel wat de waterkwaliteit betreft als de waterkwantiteit. Voor het plangebied van het voorliggend bestemmingsplan is het plan van het voormalige waterschap Zeeuwse Eilanden van toepassing. Het gaat hierbij om 'integraal waterbeheer': waterzuiveringsbeheer en watersysteembeheer. Het waterschap streeft met het beleid, beheer en onderhoud naar een optimale status en aanwezigheid van oppervlaktewater en grondwater, dat van geschikte kwaliteit is voor mens en omgeving.

Dit wordt bereikt met veilige en duurzame systemen voor wateraanvoer, -afvoer en -berging. Het waterschap draagt zorg voor een veilig en goed bewoonbaar gebied met gezonde en duurzame watersystemen. Recreatief medegebruik en 'beleving' van het water hebben daarbij ook de aandacht. Gemeentelijk beleid Op 9 november 2013 is de visienota van het Stedelijk waterplan door de gemeenteraad van de gemeente Hulst vastgesteld. De visie ten aanzien van de thema’s verantwoordelijkheden, waterkwantiteit, waterkwaliteit en ecologie, water en ruimtelijke ordening, afvalwater en afkoppelen regenwater, monitoring en evaluatie en organisatie en communicatie is waar mogelijk gebaseerd op bestaande wet- en regelgeving, zoals vastgelegd door de EU, Rijk, provincie Zeeland, Waterschap Scheldestromen en de gemeente Hulst. Daarnaast heeft de gemeente Hulst het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Hulst 2016-2021 vastgesteld. Het GRP dient onder andere om aan te geven hoe invulling wordt gegeven aan de zorgplicht voor de doelmatige inzameling en transport van afvalwater. Verder geeft de gemeente in dit document aan hoe ze omgaat met het grond- en hemelwater op haar grondgebied. Alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten worden toekomstbestendig uitgevoerd. Verhard oppervlak wordt in principe volledig afgekoppeld.

In een rioleringsplan (of waterparagraaf) zal worden nagegaan waar hemelwater kan worden ingezet voor de lokale waterhuishouding en aan welke eisen daarbij moet worden voldaan. Het hemelwater dat niet aan deze criteria voldoet, zal worden ingezameld en afgevoerd naar de RWZI.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 34

20191460

5.3.2 Toetsing Om na te gaan of het voorliggend plan niet in strijd is met duurzaam waterbeheer, voldoet aan de waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen is getoetst aan de criteria uit de Zeeuwse Handreiking Watertoets. Deze criteria zijn bijeengezet in de watertoetstabel die door het Waterschap Scheldestromen wordt gehanteerd en hierna is opgenomen. Het bestemmingsplan is hoofdzakelijk consoliderend van aard. Er zijn geen grootschalige functieveranderingen en/of herinrichtingen gepland. Er zijn geen grootschalige functieveranderingen en/of herinrichtingen gepland. Vanwege de consoliderende aard biedt het bestemmingsplan weinig of geen mogelijkheden om het watersysteem en -beheer te verbeteren. Watertoets Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en reke- Niet van toepassing, binnen het plangebied zijn ning houden met de daarvoor benodigde ruimte. geen waterkeringen aanwezig. Het bestemmingsplan is hoofdzakelijk consoliderend Voorkomen overlast door oppervlaktewater van aard. Het plan biedt voldoende ruimte voor het Binnen de bestemmingsregels bestaat wel de mogelijkheid tot kleinschalige ontwikkelingen. Het gaat vasthouden, bergen en afvoeren van water.

Waarborgen van voldoende bouwpeil om dan bijvoorbeeld om het bouwen van aan- of bijgeoverstroming vanuit oppervlaktewater in bouwen (al dan niet bouwvergunningplichtig) of het maatgevende situaties te voorkomen. Rekening aanleggen van paden of verhardingen. Dit is overhouden met de gevolgen van klimaatverandering eenkomstige de voorheen geldende bestemmingsplannen. Aanleg van extra waterberging is dan ook en de kans op extreme weersituaties. niet noodzakelijk. Als in de toekomst ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden of een omgevingsvergunning voor Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater bouwen wordt afgegeven, is het uitgangspunt dat Waarborgen optimale werking van de zuiverin- de waterhuishoudkundige situatie niet mag vergen/ RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. slechteren. Op dat moment worden de plannen op Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken beoordeeld hoe er voor gezorgd kan worden dat de in verband met de reductie van hydraulische be- waterhuishouding niet verslechterd of kunnen kan lasting van de RWZI, het transportsysteem en het worden verbeterd. Daar waar nodig kunnen voorwaarden aan de omgevingsvergunning worden verbeperken van overstorten. bonden. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Grondwaterkwantiteit en verdroging Verdroging van het gebied is niet van toepassing.

Er Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast wordt geen grondwater onttrokken. en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit Het gebied is ongeschikt voor infiltratie van hemelBehoud of realisatie van een goede grondwater- water in de bodem. Hemelwater van daken, erven kwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsge- en openbare wegen wordt niet geïnfiltreerd in de bodem. De huidige grondwaterkwaliteit zal daarom bieden. niet veranderen.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ

Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

20191460

blz 35

Oppervlaktewaterkwaliteit Hemelwater afkomstig van daken, erven en openbaBehoud of realisatie van goede oppervlaktewater- re wegen wordt geacht voldoende schoon te zijn en kwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het wordt zonder enige vorm van zuivering afgevoerd watersysteem. Toepassing van de trits schoon- naar het oppervlaktewater. De huidige oppervlaktewaterkwaliteit zal daarom niet veranderen. houden, scheiden, zuiveren. De panden zijn aangesloten op het riool. Door de aanleg van riolering is de volksgezondheid gewaarborgd. Volksgezondheid Minimaliseren risico water gerelateerde ziekten Daar waar waterlopen en waterpartijen aanwezig en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/zijn, zijn deze voorzien van flauwe taluds en plasrisico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. bermen om de kans op verdrinking zo klein mogelijk te maken. Dit is overeenkomstige de huidige situatie. Bodemdaling Niet van toepassing. Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur Niet van toepassing Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Overeenkomstig de huidige situatie: Onderhoud oppervlaktewater - vindt het onderhoud van het oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden plaats vanaf het land en wordt het baggerslib verworden.

Rekening houden met obstakelvrije werkt in de groene randzone dan wel wordt deze onderhoudsstroken vrij van bebouwing en op- afgevoerd. gaande (hout)beplanting. - vindt onderhoud van de (bestaande) grote wateroppervlakken plaats vanaf het water. Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder In het gebied bevinden zich geen waterschapsobjecRuimtelijke ontwikkelingen mogen de ten. werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Scheepvaart en/of wegbeheer Niet van toepassing. Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 36

20191460

5.3.3 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering.

5.4

Ecologie

5.4.1 Toetsingskader Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Dit is anders indien uit de Wnb voortvloeit dat een passende beoordeling moet worden gemaakt. Deze dient te zijn verricht ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: y Natuurnetwerk Nederland (NNN); y Natura-2000 gebieden. De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn).

Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: y alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; y het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en y de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.

In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: y soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; y soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; y de bescherming van overige soorten.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ

Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

20191460

blz 37

De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn.Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden.

De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. 5.4.2 Toetsing Gebiedsbescherming Natura2000/Natuurbeschermingswet Om negatieve effecten op de gebieden te voorkomen is in de Wet natuurbescherming een vergunningplicht opgenomen. Ruimtelijke ontwikkelingen die negatieve effecten hebben op de vastgestelde natuurwaarden van Natura 2000, zijn in beginsel niet toegestaan. Indien er een kans bestaat dat effecten zullen optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Binnen de gemeente Hulst zijn enkele natuurgebieden aanwezig waarvan de waarden van zodanig belang zijn, dat ze zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze gebieden genieten daardoor wettelijke gebiedsbescherming. Het gaat enerzijds om de buitendijkse gebieden Westerschelde en het Verdronken land van Saeftinghe, en anderzijds om de Vogelkreek. De gebieden zijn gelegen buiten het plangebied van voorliggend bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan bevestigt het bestaand gebruik en de planologische mogelijkheden. Er is geen sprake van een negatief effect op Natura2000 gebied.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 38

20191460

Figuur 5.1 Ligging Natura 2000-gebieden in de gemeente Hulst Natuurnetwerk Nederland Een klein gedeelte van het plangebied maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Zeeland. Negatieve effecten als gevolg van het continueren van de huidige situatie zijn niet te verwachten.

Figuur 5.2 Ligging locaties (rood) ten opzichte van Natuurnetwerk Zeeland (bron: https://www.zeeland.nl/kaarten-en-cijfers/kaarten/natuur-en-landschap-kaart, bewerking Rho adviseurs)

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ

Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

20191460

blz 39

Soortbescherming De Wet natuurbescherming heeft wat betreft de soortenbescherming betrekking op de in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën, vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op vaatplanten. Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Dat betekent onder andere dat opzettelijke verstoring niet is toegestaan. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet naast de zorgplicht ook rekening gehouden worden met de Europees beschermde soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn. Van deze laatste groep is een lijst opgesteld met vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn en een lijst met vogels waarbij inventarisatie gewenst is. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op dan dient er gekeken te worden of er passende maatregelen getroffen kunnen worden om de functionaliteit van de voortplantings- en / of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen. Voorliggend bestemmingsplan is consoliderend van aard en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Er is dan ook geen sprake van bedreiging van beschermde soorten.

5.4.3 Conclusie Gebiedsbescherming Het plangebied ligt nabij Natura 2000-gebieden en een klein gedeelte van het plangebied maakt deel uit van het Natuurnetwerk Zeeland. De huidige situatie vormt geen aantasting van de beschermde natuurwaarden. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het continueren van de huidige situatie. Negatieve effecten zijn dan ook niet te verwachten. Soortenbescherming Bij vergunningplichtig bouwen, vergunningvrij bouwen en regulier onderhoud en beheer van tuinen en gebouwen geldt rechtstreeks de Wet natuurbescherming en is het in voorkomende gevallen noodzakelijk ontheffing aan te vragen als een activiteit een negatief effect kan hebben op een beschermde soort. Daarbij dient bijvoorbeeld rekening te worden houden met de aanwezigheid van broedende vogels of vleermuizen in tuinen en in/op of onder daken. Voorliggend bestemmingsplan is consoliderend van aard en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Er is dan ook geen sprake van bedreiging van beschermde soorten. Bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het afwijken van specifieke bestemmingen moet een nadere beoordeling beschikbaar zijn. Mogelijk dient op termijn een ontheffing ingevolge de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

5.5

Archeologie

5.5.1 Toetsingskader Het archeologisch beleid van de gemeente Hulst is vastgelegd in het bestemmingsplan Archeologische & Aardkundige Waarden. Het archeologiebeleid van de gemeente Hulst omvat de volgende onderdelen: y Archeologische beleidskaart: vrijstelling in oppervlakte; y Vrijstellingenkaart Landbodem: vrijstelling in diepte. In het nieuwe archeologische beleid is een inventarisatie gemaakt van alle bodemlagen, inclusief het overstromingspakket met daarin geulen en kreken. Per geologische laag is de verwachting op archeologische waarden bekeken en ingedeeld in categorieën van archeologische verwachting op waarden in deze laag. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het buitengebied en de gewaardeerde kernen, omdat de kernen specifieke archeologische waarden uit de middeleeuwen en/of nieuwe tijd bevatten die kenmerkend zijn voor een dorp of stad.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 40

20191460

Daarbij staat niet enkel de opbouw van de bodem centraal, maar vooral wat de mens met en in die bodem heeft gedaan. In de gewaardeerde kernen op de archeologische beleidskaart is met zekerheid bewoning geweest en is er vaak sprake van ophoogpakketten die door menselijk handelen tot stand zijn gekomen. Als instrument van het archeologiebeleid dient de Archeologische beleidskaart van de gemeente Hulst 2016. De hoogste verwachting is hierbij leidend (zie Bijlage 3). Het archeologiebeleid van de gemeente Hulst is het resultaat van het samenvoegen van meerdere beleidsdocumenten waardoor de hoogste verwachting is opgenomen in het kaartbeeld. In het kader van het Zeeuws-Vlaamse samenwerkingsverband is gekozen om Zeeuws-Vlaanderenbreed eenzelfde methodiek in beleid te voeren. Op de beleidskaart zijn in totaal 7 verschillende categorieën opgenomen, verschillend van vrijgesteld oppervlakte en diepte. De categorieën 4 en 5 zijn om die reden in oppervlaktevrijstellingsgrenzen verruimd. Categorie 6 is volledig vrijgesteld van onderzoek. In 2017 vond een update plaats van de vindplaatsanalyse uit 2011. Deze zijn weergegeven op de Vindplaatsenkaart in het vigerende beleid. Hierbij zijn alle archeologische vindplaatsen opgenomen die door de gemeente als archeologisch waardevol worden geacht.

Het gaat om vindplaatsen die niet als kern zijn opgenomen op de Archeologische Beleidskaart maar als terrein met een bekende archeologische waarde (Categorie 2). Deze vindplaatsen hebben een dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1. Voor de diepte wordt verwezen naar de vrijstellingenkaart. 5.5.2 Toetsing Een gedeelte van de gronden is gekoppeld aan de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 met hier in een aanlegvergunningenstelsel opgenomen. Door het opnemen van dubbelbestemmingen voor archeologische waarden wordt een adequate bescherming geboden aan de archeologische waarden die in het plangebied voorkomen 5.5.3 Conclusie Het bestemmingsplan heeft een consoliderend karakter. Door het opnemen van de dubbelbestemming met hierin opgenomen een vergunningenstelsel worden de archeologische waarden voldoende beschermd. En vormt derhalve het aspect archeologie geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

5.6

Cultuurhistorie

5.6.1 Toetsingskader In het Bro (artikel 3.6.1. lid 2) is bepaald dat in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving moet worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Cultuurhistorie is – omdat het in belangrijke mate bepalend is voor de regionale identiteit – benoemd tot één van de omgevingskwaliteiten van Zeeland. Naast het vastleggen van de verschillende objecten zijn in de cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) ook verschillende gebieden opgenomen met bijzondere cultuurhistorische waarden. De provincie Zeeland geeft prioritair aandacht aan deze gebieden en heeft hier inpasbaarheidstrategieën voor opgesteld, afhankelijk van hun waarde en ontwikkelingsmogelijkheden. De strategieën zijn: y behoud cultuurhistorische elementen en relicten; y behoud door ontwikkeling en versterken van de samenhang; y herkenbaarheid als voorwaarde voor inpassen nieuwe ontwikkeling.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ

Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

20191460

blz 41

5.6.2 Toetsing De cultuurhistorische waardevolle objecten zijn door de provincie aangegeven op de cultuurhistorische waardenkaart. Op de uitsnede in figuur 5.3 is te zien dat in het plangebied geen Rijksmonumenten voorkomen. Wel bevinden zich meerdere MIP-objecten binnen het plangebied. Dit betreft bouwwerken en ensembles uit de periode 1850-1945. Deze zijn rond 1990 op rijksinitiatief op basis van criteria als gaafheid, kenmerkendheid voor periode en herkenbaarheid geselecteerd (MIP-objecten en -gebieden). Deze hebben echter geen beschermde status, zoals Rijksmonumenten. Een klein gedeelte van het noordoostelijke plangebied maak deel uit van het Dorps- en Stadsgezicht Hulst. Het gebied binnen dit beschermd stad- en dorpsgezicht wordt in voorliggend bestemmingsplan planologische beschermd door middel van de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd Stadsgezicht'. Dit betekent dat bepaalde werkzaamheden alleen onder voorwaarden zijn toegestaan.

Figuur 5.3 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart en globale ligging plangebied (bron: geoweb provincie Zeeland, bewerkt Rho adviseurs).

5.6.3 Conclusie Voorliggend bestemmingsplan is conserverend van aard, er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Er zijn geen Rijksmonumenten aanwezig binnen het plangebied. Wel maakt een klein gedeelte van het noordoostelijk plangebied deel uit van het Dorps- en Stadsgezicht Hulst. De waarden worden planologisch beschermd door middel van de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd Stadsgezicht'. De MIP-panden hebben geen beschermde status en behoeven geen regeling in voorliggend plan.

5.7

Geluid

5.7.1 Toetsingskader Wegverkeerslawaai Indien bij een ruimtelijke procedure nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dan is volgens de Wet geluidhinder (Wgh) akoestisch onderzoek verplicht indien deze worden geprojecteerd binnen de geluidszone van een weg. Daarnaast dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening aannemelijk te worden gemaakt dat sprake is van een aanvaardbaar geluidsniveau. Industrielawaai Indien in een bestemmingsplan (of ruimtelijke procedure) een nieuwe geluidsgevoelige functie mogelijk wordt gemaakt, dan is volgens de Wgh akoestisch onderzoek verplicht indien deze worden geprojecteerd binnen de zone van een geluidsbron.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 42

20191460

5.7.2 Toetsing Wegverkeerslawaai In het bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij het aantal geluidsgevoelige functies kan uitbreiden of nieuwe wegen worden gerealiseerd. Akoestisch onderzoek is dan ook niet nodig. Industrielawaai Het plangebied ligt nabij het gezoneerde industrieterrein Hogeweg. Omdat het bestemmingsplan bedrijventerrein Hogeweg I en II ruimte biedt voor inrichtingen die ingevolge de Wet geluidhinder in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, is rondom het gehele bedrijventerrein een geluidszone van kracht. Een gedeelte van het plangebied uit voorliggend bestemmingsplan valt binnen de geluidzone van het bedrijventerrein. Binnen de geluidzone geldt voor woningen een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Als hoogst toelaatbare gevelbelasting met ontheffing (via een verzoek van hogere waarde) geldt een waarde van 55 dB(A). De geluidszone is bestendigd in de regeling en als gebiedsaanduiding opgenomen (37.1 geluidzone industrie). 5.7.3 Conclusie Het aspect wegverkeerslawaai is niet relevant aangezien er geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden mogelijk gemaakt. Wel is voor de het gezoneerde industrieterrein Hogeweg de bijbehorende geluidszone bestendigd in voorliggend bestemmingsplan.

5.8

Bedrijven en milieuhinder

5.8.1 Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: y ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; y rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. 5.8.2 Toetsing Milieuzonering Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en milieugevoelige functies in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit bestemmingsplan gebruik gemaakt van een milieuzonering. Deze milieuzonering vindt plaats aan de hand van een Staat van Bedrijfsactiviteiten. Dit is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Hoe hoger de milieubelasting van het bedrijf, hoe hoger de categorie is waaronder het bedrijf valt. De Staat van Bedrijfsactiviteiten is gebaseerd op de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering en is ingedeeld volgens de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI) die onder andere wordt gebruikt door het Centraal bureau voor de Statistiek en de Kamers van Koophandel. In dit bestemmingsplan worden twee verschillende staten gehanteerd: y Voor de bedrijven die geclusterd liggen wordt de Staat van Bedrijfsactiviteiten gehanteerd.

In deze staat wordt iedere milieucategorie vertaald naar een minimaal aan te houden richtafstand ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype). Voor een gemengd gebied (en daarmee te vergelijken gebieden) gelden kleinere afstanden. Daarnaast dient in de milieuzonering rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van eventuele bedrijfswoningen op een bedrijventerrein. Het gaat uitdrukkelijk om indicatieve afstanden. In een concrete situatie wordt de werkelijk aan te houden afstand bepaald. In Bijlage 5 is een uitgebreidere toelichting op de staat opgenomen.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ

Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

20191460

y

y

blz 43

Voor de bedrijven die verspreid liggen en in de omgeving van woningen wordt de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' als uitgangspunt genomen. In deze Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' wordt niet gewerkt met richtafstanden, maar met de bouwkundige situatie ten opzichte van milieugevoelige functies in het plangebied en de directe omgeving. In de kernen blijven de huidige bedrijfsactiviteiten gehandhaafd. De bedrijfsbestemmingen grenzen aan een aantal percelen direct aan de woonbestemmingen. Daarom worden ter plaatse van de bedrijfsbestemmingen bedrijven uit maximaal categorie B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' algemeen toelaatbaar geacht. In Bijlage 5 is een uitgebreidere toelichting op de staat opgenomen. Voor kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis is een afzonderlijke lijst opgenomen, de Staat van Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. In deze lijst is een overzicht van activiteiten en beroepen opgenomen die in een woning zijn toegestaan.

Inschaling van bedrijven Met behulp van de staten wordt ook de mate van milieubelasting van de al aanwezige bedrijven en bedrijfsactiviteiten globaal beoordeeld. In planologisch opzicht zullen bestaande rechten echter worden gerespecteerd. Voor bedrijven die niet mogelijk zijn zullen conform voorheen geldend bestemmingsplan door middel van specifieke aanduidingen deze bedrijven concreet worden geregeld. Hogere categorie Het bovenstaande betekent niet dat de uitoefening van activiteiten uit een hogere categorie in alle gevallen onaanvaardbaar is. In bepaalde gevallen kan onder voorwaarden worden meegewerkt aan de vestiging van een zwaardere categorie. Dit is het geval als het bedrijf als gevolg van de geringe omvang van hinderlijke (deel)activiteiten minder hinder veroorzaakt dan in de Staat van Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is verondersteld. Klachten over bedrijven Bij de gemeente zijn geen klachten van omwonenden over de aanwezige bedrijven bekend. 5.8.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van woningen binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tevens worden bedrijven door het voorliggende bestemmingsplan niet in hun bedrijfsvoering beperkt. Het aspect bedrijven en milieuhinder staat de vaststelling van dit bestemmingsplan daarom niet in de weg.

5.9

Horeca

5.9.1 Toetsingskader Voor het reguleren van horecabedrijven is een Staat van Horeca-activiteiten beschikbaar. In dit bestemmingsplan wordt hiervan gebruik gemaakt. Vergelijkbaar met de Staat van Bedrijfsactiviteiten wordt bij de uitwerking van een ruimtelijk beleid voor hinderlijke horeca-activiteiten drie stappen onderscheiden: y indelen van activiteiten in ruimtelijk relevante hindercategorieën; y onderscheiden van gebiedstypen met een verschillende hindergevoeligheid; y uitwerken van een beleid in hoofdlijnen: in welke gebieden zijn welke categorieën in het algemeen toelaatbaar. Mede op grond van bovengenoemde criteria worden in de Staat van Horeca-activiteiten drie hindercategorieën onderscheiden (waarvan één categorie met drie subcategorieën): lichte, middelzware en zware horeca. Voor een uitgebreide toelichting op de Staat van Horeca-activiteiten wordt verwezen naar Bijlage 6.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ Status: Ontwerp / ϮϯͲ-03-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 44

20191460

5.9.2 Toetsing Inschaling en toelaatbaarheid Uit milieuhygiënisch oogpunt kunnen in het plangebied horeca-activiteiten uit maximaal categorie 1 rechtstreeks toelaatbaar worden geacht. Dit zijn lichte horecabedrijven die over het algemeen slechts beperkt hinder veroorzaken voor omwonenden. De gemeente kiest echter voor een scherper toelatingsbeleid en laat in navolging van de voorheen geldende bestemmingsplannen alleen horecabedrijven toe waar deze in het verleden al toelaatbaar waren. Inschaling van horecabedrijven De thans gevestigde horecabedrijven zijn geïnventariseerd en ingeschaald in de desbetreffende milieucategorieën van de Staat. Dit betekent niet dat de uitoefening van activiteiten uit een hogere categorie in alle gevallen onaanvaardbaar is. De Staat van Horeca-activiteiten geeft namelijk een algemene indeling van de hinderlijkheid van horecabedrijven. De situatie bij een specifiek bedrijf kan daarvan afwijken. In bepaalde gevallen kan onder voorwaarden worden meegewerkt aan de vestiging van een zwaardere categorie. Dit is het geval als het bedrijf als gevolg van de geringe omvang van hinderlijke (deel)activiteiten minder hinder veroorzaakt dan in de Staat van Horeca-activiteiten is verondersteld. Klachten over horecabedrijven Voor zover bij de gemeente bekend veroorzaken de horecabedrijven geen structurele en/of parkeerhinder.

5.9.3 Conclusie In dit bestemmingsplan wordt door de gehanteerde milieuzonering voor horeca die in de bestemmingsplanregeling en op de verbeelding is opgenomen, zorg gedragen voor een goede afstemming tussen gevoelige functies (zoals woningen) en horeca-activiteiten.

5.10

Externe veiligheid

5.10.1 Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk: y bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; y vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen. Risico relevante inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het plaatsgebonden risico (PR) een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of een nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het groepsrisico (GR), wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van een inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan De Statie ϮϬϮϭ

Status: Ontwerp / Ϯϯ-03-2021

20191460

blz 45

Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of over het water. De concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt voor het PR onderscheid in bestaande en in nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6-waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6-contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes.

Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Besluit externe veiligheid buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. In dat besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op advies van de minister wordt bij de toetsing van externe veiligheidsrisico's van buisleidingen al enkele jaren rekening gehouden met deze risicobenadering. 5.10.2 Toetsing Risicovolle inrichtingen In (de omgeving van) het plangebied zijn geen risicorelevante inrichtingen aanwezig. Vervoer van gevaarlijke stoffen Vervoer van gevaarlijke stoffen in leidingen Aan de westzijde van de kern Hulst loopt een gasleiding van de Gasunie. Het betreft de gasleiding A 53006. Deze leiding kent echter geen plaatsgebonden risicocontour. Het Groepsrisico dient conform artikel 12 van het BEVB (Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen) vastgesteld te worden. In bijlage 1 is een kwalitatieve risicoanalyse opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10279760/1