Concept jaarstukken 2020 (9-6-2021)
Tekst van het document
Voor de vertaling van de technische R-norm naar beeldkwaliteit wordt de B-norm gehanteerd. Door het tijdig uitvoeren van klein onderhoud zoals het repareren van plaatselijke verzakkingen, losliggende tegels, boomwortelschades en dergelijke worden risico’s zoveel mogelijk vermeden, de beeldkwaliteit verhoogd en de service richting bewoners en gebruikers van de openbare ruimte verbeterd. Met betrekking tot de investeringen in het kader van herinrichting en reconstructie wegen is er in principe sprake van rehabilitatie en dus de mogelijkheid tot het maken van afwegingen over verkeersafwikkeling en/of inrichting. Aanleiding voor rehabilitatie kan ook voortvloeien uit afstemming met andere beleidsterreinen. Het is belangrijk dat de rehabilitatie van de wegen uitgevoerd wordt. Met andere woorden: aan het einde van de levensduur moeten zowel verharding als fundering volledig vervangen worden. Beschikbaar zijn van middelen voor rehabilitatie is essentieel om rioleringsprojecten en rehabilitatie van wegen op elkaar af te kunnen stemmen. In het VGRP is bij projecten waar de riolering vervangen wordt, ervan uitgegaan dat uitkomende bestratingsmaterialen hergebruikt worden. De kosten voor het vervangen van de fundering en het opnieuw leggen van de oude materialen worden uit de opbrengst rioolrechten gedekt.
Het hergebruiken van het bestratingsmateriaal heeft echter zeer nadelige gevolgen voor de kwaliteit. Voor het vervangen van de verhardingsmaterialen als onderdeel van rioleringsprojecten is gemiddeld ongeveer € 300.000 per jaar nodig. Deze kosten mogen niet ten laste van de voorziening riolering worden gebracht. De middelen voor het vervangen
Pagina 68 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst van bestratingsmateriaal bij rioleringsprojecten worden voortaan meegenomen in de planning voor het Meerjaren InvesteringsPlan. Financieel kader De onderhoudskosten voor de korte en middellange termijn worden grotendeels bepaald door de huidige kwaliteit van de verhardingen en bestaat uit: Klein onderhoud: Het bedrag dat volgens de CROW-systematiek benodigd is voor het uitvoeren van Klein onderhoud aan zowel asfalt- en elementenverharding was geraamd op € 148.300 per jaar. Dit Klein onderhoud kan in eigen beheer worden uitgevoerd. De kosten daarvan zijn reeds in de begroting verwerkt. Groot onderhoud: Na de weginspectie is door het wegbeheersysteem een basisplanning gegenereerd. Conform de systematiek is een zogenaamde maatregeltoets uitgevoerd. Deze maatregeltoets, waarbij kritisch is gekeken naar de gekozen maatregelen en afstemming heeft plaatsgevonden met geplande projecten, heeft geresulteerd in een gemuteerde basisplanning. Hierin is berekend dat ten behoeve van uitvoering van het Groot onderhoud een bedrag van € 426.640 per jaar benodigd is. Groot onderhoud ter plaatse van geplande projecten voor riolering of rehabilitatie (MIP wegen) is niet meegenomen in de raming van de kosten voor groot onderhoud. In de begroting is voor 2020 een bedrag opgenomen van € 289.000 voor groot onderhoud.
Daarnaast is een bedrag van € 60.000 voor het aandeel uitgevoerd groot onderhoud in eigen beheer. In 2020 is voor een bedrag van € 225.000 aan onderhoud uitgevoerd. Er zijn 2 projecten doorgeschoven naar 2021. Hiervoor zijn de middelen die in 2020 beschikbaar waren (zoals in de Najaarsnota 2020 was besloten) tijdelijk toegevoegd aan de reserve MIP wegen. In 2021 zullen deze projecten alsnog ten laste van de reserve worden uitgevoerd. Door creatief om te gaan met de budgetten voor klein onderhoud en het combineren van de onderhoudsplanning van het wegbeheer en de planning van rioolbeheer en rehabilitatie valt, ondanks de budgettaire beperking 95 % van het wegenareaal binnen de gestelde kwaliteitsnormen. Ten aanzien van de investeringen (rehabilitatie) hebben een aantal projecten vertraging opgelopen. Enerzijds door het vooraf inplannen van de vervanging van kabels en leidingen door de nutsbedrijven, anderzijds heeft het intensiever betrekken van de omwonenden in de voorbereiding ook de nodige tijd gevraagd. PFAS en stikstof hebben in het begin tot enige vertraging geleid. Nu wordt het in de voorbereiding al meegenomen. Ten behoeve van de uitvoering van het MIP wegen (rehabilitatie) wordt jaarlijks een structurele dotatie aan de reserve MIP wegen gedaan. De meerjarenplanning is in december 2020 weer bijgesteld.
Pagina 69 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst Overzicht Meerjarig Investeringsplan Oorspronkelijk beschikbar gesteld krediet
Krediet 2020
Uitgaven 2020
Nog te verwachte uitgaven
1.095.000
5.273
-
-
570.000
553.149
-
553.149
133.000
1.336.712
806.155
300.000
Vernieuwing omgeving Janseniuslaan
231.000
71.947
-
71.947
Herinrichting Cloosterstraat (2018)
848.000
15.000
3.247
11.753
Verbreding Zoetevaart (2018)
125.000
11.179
-
-
Herinr Houtm,Kl.Bag.str....L. Nieuwstr CP (2019)(K)
595.000
577.706
20.433
557.273
Reconstr. Fred. Hendrikstraat (2019)(K)
305.000
300.655
-
300.655
215.000
198.489
197.360
1.129
175.000
171.080
97.630
73.450
2.610.800
2.595.212
34.125
2.561.087
Reconstructie Tivoliweg (2019)(K)
38.000
762.678
287.915
474.763
Bestrating Kloosterzande fase 2 (2020)
155.000
155.000
-
155.000
Bestrating Vogelwaarde fase 1 (2020)
95.000
95.000
-
95.000
4.000
40.000
-
40.000
150.000
287
-
-
7.344.800
6.889.367
1.446.865
5.195.206
Lopende inversteringe MIP 2020 Reconstr. Kruising Zoutestr.-Koolstr. (2015) GVVP maatregelen Vogelwaarde (Rapenburg) (2016) Reconstr. Julianastraat Heikant wegen (2016)
Bestrating bij verv. rioolstelsel St.Janst.(2019)(K) Bestr. bij verv.rioolstelsel Klz fase 1(2019)(K) Landbouwroute Vogelwaarde (2018)(K)
Bestrating Plevierstraat Hengstdijk (2020) Reg. Impuls - grensoverschrijdende bossen (2017)
Knelpunten/risico’s Met het vaststellen van het duurzaam financieel beleid heeft het gemeentebestuur richting gegeven om achterstanden in het onderhoud te voorkomen en de hiermee gepaard gaande risico’s te beperken. Zaken als verkeersveiligheid, externe prioriteiten enz. kunnen ertoe leiden dat de planning bijgesteld moet worden.
Ontwikkelingen Om het beheer en onderhoud ook in de toekomst goed vorm te kunnen geven wordt in afstemming met de Basiskaart Grootschalige Topografie (BGT) de wijzigingen in het wegenareaal continu bijgehouden. De MIP’s worden periodiek bijgewerkt en ter besluitvorming voorgelegd. Sinds 2016 mogen er geen onkruidbestrijdingsmiddelen op verhardingen meer toegepast worden. Het onkruid op de verhardingen wordt verwijderd door gebruik te maken van alternatieve methodes/machines. De ervaringen in 2016 tot en met 2018 wijzen uit dat het verbod op bestrijdingsmiddelen wel een verandering in het straatbeeld geeft, maar dat uit controles blijkt dat het nog binnen de vastgestelde beeldkwaliteit valt. Naar aanleiding van het grote aantal MOR-meldingen (Melding Openbare Ruimte) over onkruid op de openbare weg is in 2020 de veegfrequentie verhoogd en daarmee de onkruidgroei beperkt. Hiervoor is in 2020 € 40.000 beschikbaar gesteld. De kosten van de extra veegrondes bedroegen in 2020 ruim € 48.000. In 2020 zijn vergunningen aangevraagd voor het aanleggen van glasvezelkabel in Hulst. De daadwerkelijke aanleg zal plaatsvinden vanaf 2021. De opbrengsten van de verleende vergunningen worden in 2020 gereserveerd in de reserve MIP om in 2021 de kosten van het toezicht op de aanleg van het glasvezel net en het herstel van de infrastructuur te dekken.
De degeneratievergoeding in 2021 zal eveneens worden gereserveerd om de kosten van het extra onderhoud als gevolg van de aanleg in de komende jaren te dekken.
Pagina 70 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst Haven Walsoorden Kerncijfers Kademuur
630 m1
Jaarlijks te baggeren slib
15.000 m3
Beleid De haven van Walsoorden is in eigendom bij de Staat (het Rijksvastgoedbedrijf RVB). De gemeente heeft een opstalrechtovereenkomst met het RVB afgesloten, die stilzwijgend doorloopt sinds 30-06-2017 (opstalrecht industriehaven) en een erfpachtovereenkomst die loopt tot 31-12-2023 (erfpacht getijdenhaven). De gemeente heeft op haar beurt overeenkomsten (opstalrechten, erfpacht, huur) gesloten met verschillende gebruikers van de haven. De gemeente en het RVB zijn met elkaar in gesprek over het toekomstige beheer en onderhoud van de haven. Financieel kader Op dit moment zijn in de beheerbegroting de dagelijkse onderhoudskosten geraamd, maar worden geen reserves opgebouwd voor groot onderhoud zoals vervanging van de kademuren. De toestand in de haven van Walsoorden gaat hierdoor achteruit en daarmee bestaat het risico dat het budget niet toereikend is om onverwachte spoedreparaties te dekken. Om een goed beeld te krijgen van de huidige conditie van de gehele haven in Walsoorden is in 2020 een risicoanalyse opgesteld. De risico’s op korte tot middellange termijn worden aangevuld met geraamde financiële consequenties van de noodzakelijke reparaties op korte termijn. Er is een inventarisatie gemaakt van het op korte en middellange termijn noodzakelijke onderhoud. Volgens het inspectierapport is in totaal circa € 630.000 nodig voor het uitvoeren van achterstallig onderhoud.
Er is echter nog discussie gaande over de verantwoordelijkheid voor dit onderhoud. In de 2020 en 2021 is een incidentele uitgave opgenomen van € 100.000 voor de dekking van het meest dringende onderhoud. Er is in 2020 nog niet gestart met grote onderhoudswerken. Dit in afwachting van het overleg met RVB en RWS over de verantwoordelijkheid van dit onderhoud. In de meerjarenraming is voor het op niveau brengen van het onderhoud rekening gehouden met een structurele last van € 90.000.
Knelpunten/risico’s Er zijn investeringen nodig om de haven weer robuust te maken voor de toekomst. Deze investeringen kunnen bestaan uit: − Achterstallig onderhoud: circa € 800.000 (€ 650.000 met tot 30% afwijking + of -, voor een periode van 0 – 3 jaar: rapport Sweco); − Bodemsanering van de getijdehaven: circa € 800.000; − Reconstructie van het afgesloten kadedeel: circa € 400.000 (rapport Sweco).
Ontwikkelingen De komende tijd wordt in overleg getreden met de Staat en de huidige gebruikers om te bezien hoe de toekomst van de haven eruit zal komen te zien en welke financiële verplichtingen de verschillende partijen op zich willen nemen. Daarnaast zal komende tijd een programma van eisen worden opgesteld om meer duidelijkheid te krijgen over de benodigde acties.
Openbare verlichting Kerncijfers Lichtmasten
6.854 stuks
Armaturen
7.082 stuks
Waarvan: - LED-verlichting (nachtbrander en dimregime)
1.433 stuks
Lampen
7.082 stuks
Pagina 71 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst Beleid Doel van het Beleidsplan Openbare Verlichting 2018-2023 is het hebben en in stand houden van een sobere, en doelmatige verlichting in dienst van de sociale en verkeersveiligheid van de burgers. Bij vervanging van materialen wordt duurzaam geïnvesteerd en gebruik gemaakt van de nieuwste technieken. De doelstelling uit het energieakkoord wordt ondersteund door toepassing van energiezuinige verlichting. Sinds 2016 werken de Zeeuwse gemeenten, het Waterschap, de Provincie en Zeeland Seaport samen in het gezamenlijk beheren en onderhouden van de openbare verlichting in Zeeland. De doelstellingen van deze samenwerking zijn een uniform, innovatief, effectief en efficiënt beheer en onderhoud van de openbare verlichting, zodat de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk worden gehouden en de personele kwetsbaarheid van partijen wordt verminderd. Deze samenwerking is vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst openbare verlichting Zeeland. Op basis hiervan is een ‘Bureau Openbare Verlichting Zeeland’ (BOVZ) gevormd, dat zorg draagt voor een gezamenlijk onderhoudsbestek, gezamenlijke directievoering, gebruik van één database – beheerpakket (Onderhoud Management Systeem of OMS) en het beheren van het beheerpakket.
Financieel kader Prim. begroting
Begrotingswijz.
Begroting 2020
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Personele kosten
€ 64.441
€-
€ 64.441
€ 66.172
€ 65.733
Elektriciteitsverbruik
€ 85.000
€ 33.000
€ 118.000
€ 114.425
€ 118.000
Duurzame vervangingen
€ 195.000
€-
€ 195.000
€ -10.503
€ 200.000
Onderhoud Bureau Openbare verlichting Zeeland (BOVZ)
€ 40.000
€ 10.500
€ 50.500
€ 82.826
€ 35.500
€ 45.500
€ 4.500
€ 50.000
€ 46.427
€ 50.000
Schades
€ 15.000
€ 25.000
€ 40.000
€ 44.724
€ 15.000
Totaal Lasten
€ 444.941
€ 73.000
€ 517.941
€ 344.071
€ 484.233
Detachering BOVZ
€ 38.300
€ -16.000
€ 22.300
€ 26.782
€ 38.300
Ontvangsten schades
€ 15.000
€-
€ 15.000
€ 12.263
€ 15.000
Totaal Baten
€ 53.300
€ -16.000
€ 37.300
€ 39.046
€ 53.300
€ 391.641
€ 89.000
€ 480.641
€ 305.026
€ 430.933
€ 240.450
€ 240.450
€ 240.450
€ 240.450
€ 240.450
Openbare Verlichting
Saldo openbare verlichting gemiddelde jaarlijkse vervanging beleidsplan
De vervangingswaarde van de installatie bedraagt globaal € 9.665.000. Begin 2020 was er een vervangingsachterstand van 1053 aan masten en 2569 aan armaturen. De doelstelling is het achterstallig onderhoud in 10 jaar in te halen. Hierdoor kan er verder worden bespaard op energie en onderhoud, waardoor, binnen de bestaande budgetten voor openbare verlichting, uiteindelijk de vervangingsplanning op het benodigde niveau kan worden gebracht. Hiervoor is echter wel gedurende een periode van 10 jaar een extra inspanning nodig om het achterstallig onderhoud weg te werken. In 2019 is gestart met het uitvoeren van deze inhaalslag. In 2020 heeft de aanbesteding van het onderhoud en de vervanging van de openbare verlichting in Zeeland plaatsgevonden. Hierdoor zijn wel opdrachten verstrekt, maar zijn deze voor een groot deel nog niet uitgevoerd. De uitvoering zal voor een groot deel pas in 2021 plaatsvinden. De budgetten hiervoor zullen voor zover nodig naar 2021 worden overgebracht. Door de vertraging in vervanging in 2020 zijn de kosten voor storingsonderhoud fors hoger uitgevallen. Tevens zijn in 2020 nieuwe energietarieven van kracht geworden, waardoor de energiekosten zijn gestegen in plaats van gedaald. In 2020 heeft de aanbesteding van onderhoud en vervanging van de openbare verlichting in Zeeland plaatsgevonden. De kosten voor onderhoud en vervanging zijn vanaf 2021 fors hoger.
Momenteel wordt onderzocht wat de gevolgen zijn voor de vervangingsplanning. Op basis daarvan zal de planning van de vervangingsinvesteringen worden aangepast. Afhankelijk van de beschikbare middelen zal het ambitieniveau opnieuw worden vastgesteld. De middelen die vrijgemaakt zijn voor de afkoop van onderhoud bij overdracht van lichtmasten aan het Waterschap zijn nog niet ingezet. Wel zijn inmiddels een aantal van de masten in het buitengebied vervangen. Het budget dat hiervoor gereserveerd was, kan ingezet worden voor de vervanging van de masten die niet zullen worden overgedragen.
Pagina 72 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst
Knelpunten/risico’s Er is een ontwikkeling om duurzaam om te gaan met energie. Vanuit de Rijksoverheid is een “verplichting” opgelegd om voor 2020 een energiereductie te halen van 30% ten opzichte van 2013. Indien de vervangingsplanning wordt uitgevoerd zal deze norm voor de openbare verlichting worden gehaald.
Ontwikkelingen Tot voor kort was er nog een groot prijsverschil (aanschaf) in de conventionele verlichting en nieuwe verlichtingstechnieken als bijvoorbeeld LED. De laatste jaren is de trend ingezet dat de armaturen met LED verlichting voordeliger worden en conventionele armaturen langzamerhand uit de markt genomen. Led verlichting is in aanschaf nog steeds duurder dan conventioneel. Maar wanneer naar de total cost of ownership (TCO) wordt gekeken, wordt de keuze voor “nieuwe technieken” steeds interessanter. Hierdoor zullen de kosten van energieverbruik verder dalen en meer budget beschikbaar komen voor vervangingsinvesteringen. Ook is de levensduur van de LED verlichting langer. Overdracht openbare verlichting buitengebied Uitgangspunt voor de overdracht is, dat alles wat bijdraagt aan het goed functioneren van een weg in eigendom, beheer en onderhoud is bij de betreffende wegbeheerder. In de gemeente Hulst staan 429 masten die overgedragen kunnen worden naar het waterschap Scheldestromen en 8 masten die nu in beheer zijn bij het waterschap en naar de gemeente Hulst komen. Conform de gemaakte afspraken zullen te oude masten en armaturen eerst vervangen worden waarna de verlichting wordt overgedragen. Een deel daarvan is dus in 2020 vervangen ten laste van de budgetten in de begroting.
Daarnaast wordt afhankelijk van de leeftijd een vergoeding betaald voor de vervangingen en exploitatie. Rioleringen Kerncijfers Riolering (vrijverval, druk, persleiding)
311 km
Gemalen
59 stuks
IBA's klasse 3
34 stuks
IBA's klasse 2
26 stuks
Kolken
12.750 stuks
Drukrioleringsunits
472 stuks
Bergbezinkbassins
8 stuks
Bergbezinkleidingen
2 stuks
Totale vervangingswaarde rioolstelsel
€ 176.000.000
Pagina 73 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst Beleid De zorgplicht voor stedelijk afvalwater is een gemeentelijke taak die is vastgelegd in de Wet milieubeheer. In deze wet is verder vastgelegd, dat gemeenten verplicht zijn om een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) op te stellen, waarin zij hun beleid voor de rioleringszorg vaststellen. In april 2016 is het VGRP 2016-2021 vastgesteld door de raad. Hierin is het beleid voor de betreffende periode vastgesteld. Er zijn drie hoofddoelen die ten grondslag liggen aan de gemeentelijke zorg voor de inzameling en het transport van afvalwater: • duurzame bescherming volksgezondheid; • handhaving goede leefomgeving; • duurzame bescherming van natuur en milieu. Deze algemene beweegredenen voor de rioleringszorg worden in het kader van dit verbreed GRP Hulst vertaald naar de onderstaande doelen. Daarbij is rekening gehouden met de verbreding van de gemeentelijke zorgplichten volgens de Waterwet naar de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. 1. Doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk afvalwater. 2. Doelmatige inzameling van het hemelwater en overtollige grondwater dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding. 3. Transport van het ingezamelde afvalwater, hemelwater en grondwater naar een geschikt lozingspunt. 4.
Voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater. 5. Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken. 6. Doelmatig beheer en een goed gebruik van de gemeentelijke voorzieningen tegen de laagst maatschappelijke kosten. De indicatie voor vervanging van een rioolleiding vindt plaats op basis van de verwachte gemiddelde levensduur, gecombineerd met de resultaten van de uitgevoerde riool-inspecties. Voor de gemiddelde levensduur van de voorzieningen wordt uitgegaan van de onderstaande gegevens. • • • •
Vrijverval riolering Gemalen bouwkundig Gemalen elektrisch/mechanisch Persleidingen
60 jaar 60 jaar 15 jaar 60 jaar
Door het actueel houden van het beheerpakket met nieuwe inspectiegegevens is er inzicht in de actuele situatie van het rioleringssysteem. Daarmee is ook de omvang van de achterstallige vervangingen beter in beeld gekomen. Deze achterstand is aanzienlijk en vergt een inhaalslag voor rioolvervangingen op korte termijn. De gemeente Hulst kiest ervoor om het achterstallig onderhoud weg te werken binnen één levensduurcyclus van het gehele rioleringssysteem. Met andere woorden: De achterstallige vervangingen, worden over een periode van circa 60 jaar vervangen. Door jaarlijks een klein deel van de achterstallige vervangingen in te lopen, wordt na circa 60 jaar een break-evenpoint bereikt. Voor het opstellen van de concrete planning voor de planperiode van dit verbreed GRP is rekening gehouden met het combineren van vervanging van de riolering met rehabilitatie van wegen, de risico’s die de gemeente loopt bij instortende riolen, maatregelen in het kader van het basisrioleringsplan of toekomstbestendige waterhuishouding, mogelijkheden om de riolering te renoveren en noodzakelijke afkoppeling van verhard oppervlak. Door beperkte middelen voor rehabilitatie van de wegen in combinatie met de risico’s voor instorten van riolering zal afstemming niet altijd mogelijk zijn. Op basis van de bovenstaande uitgangspunten is een vervangingsplanning gemaakt voor de komende planperiode.
Op basis van de bijstelling van de planning in het kader van de tussentijdse kostenherrekening, ziet de planning voor de komende periode er als volgt uit. Vervangingsplanning
60 jaar
15 jaar
Totaal investering
Uitgaven 2020
geraamd restant 2012-2020
3.085.477
-
3.085.477
2.227.052
nieuwe kredieten 2020
3.514.000
400.000
4.984.500
590.055
werkelijk 2020
2.730.996
86.112
2.817.108
2.817.108
2021
2.709.000
180.000
2.889.000
2022
4.070.000
270.721
4.340.721
2023
2.532.667
270.721
2.803.388
Pagina 74 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst Financieel kader In de begroting worden de middelen voor het dagelijks onderhoud van de riolering opgenomen. Jaarlijks wordt een operationeel programma opgesteld waarbij de gemeenteraad budget wordt gevraagd voor de uit te voeren rioleringswerken in het betreffende begrotingsjaar. De kosten van de riolering worden gedekt uit de opbrengsten rioolrechten. Voor zover de lasten afwijken van de opbrengsten vindt egalisatie plaats middels de voorziening riolering (investeringen). Het rioolrecht is binnen de vervangingscyclus kostendekkend. T.a.v. het vastgestelde VGRP is in 2018 een geactualiseerde berekening aan u voorgelegd waaruit blijkt dat de geraamde verhoging van de tarieven met € 12,- voor de komende planperiode kan worden bijgesteld naar een verhoging met € 6,-. Deels kan deze bijstelling van de tariefstijging verklaard worden door een hoger aantal heffingseenheden dan voorzien in 2016 en voor een ander deel dat de geplande uitgaven later plaats vonden dan voorzien. Dit laatste heeft weer te maken met de noodzakelijke voorbereidingstijd en afstemming met andere werkzaamheden. Ook zijn de exploitatielasten lager uitgevallen dan in het VGRP is opgenomen en heeft een verschuiving van personeelskosten van investeringen naar exploitatie plaatsgevonden door de nieuwe BBV voorschriften.
Tot slot heeft de verlaging van de rente op investeringen een positieve invloed. Genoemde zaken en de totale lastendruk voor de inwoners hebben in 2019 geleid tot een afweging om voor 2020 de rioolheffing niet te laten stijgen.
Knelpunten/risico’s Zowel het reguliere beheer als de kapitaallasten verband houdende met vervangingsinvesteringen worden gedekt uit tarieven en/of de bestemmingsreserve riolering. Er vindt jaarlijks afstemming plaats tussen het uitvoeren van werken in het kader van het VGRP en het MIP. In de toekomst dient het op elkaar afstemmen van noodzakelijke uitgaven en beschikbare middelen continu punt van aandacht te blijven. Ontwikkelingen Door klimaatverandering ontstaan er langdurige natte periodes, korte hevige buien en langdurige droge periodes. De gevolgen hiervan kunnen niet alleen in de riolering opgevangen worden. Acceptatie van water op straat wordt noodzakelijk. Afgelopen jaren is in de SAZ+ een methode ontwikkeld hoe om te gaan met deze ontwikkelingen. Door gebruik te maken van de mogelijkheden die een gebied heeft zowel boven als onder de grond kunnen de gevolgen zo goed als mogelijk opgevangen worden. De komende jaren zullen de onderzoeken naar het functioneren van de riolering, de stedelijke wateropgave en waterkwaliteitsspoor en klimaatontwikkeling gecombineerd worden. Een bewuste keuze tussen vervangen en renoveren leidt tot kostenbesparingen. Samenwerking in de regio en in Zeeland onder de paraplu van het SAZ+ leiden tot meer kennis, betere afwegingen, risicospreiding in de bedrijfsvoering en kostenefficiency.
De gevolgen van PFAS en Stikstof zijn tot nu toe beperkt gebleven. Wateren Kerncijfers Alle natte ondergronden zoals sloten, kanalen, rivieren (binnenwater)
324 ha
Beleid De gemeente heeft vele wateren in eigendom en deels ook nog in beheer en onderhoud. Het gaat hierbij vooral om wateren binnen de bebouwde kom, zoals: watervoerende sloten, vijvers en overige waterpartijen waaronder de Binnenvest om de historische stadskern van Hulst. In het kader van het Stedelijk Waterplan is samen met het waterschap onderzoek uitgevoerd naar de overdracht van verantwoordelijkheden voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewateren binnen bebouwd gebied. Conform de Waterwet is het de bedoeling dat het waterschap in de toekomst wordt belast met het beheer en onderhoud van al het “stedelijk“ water. In 2015 is hiertoe een overeenkomst gesloten met waterschap Scheldestromen voor een gefaseerde overdracht. Bij de overdracht van het beheer van gemeentelijke wateren naar het waterschap wordt wel geëist dat er geen achterstallig baggeronderhoud meer aanwezig is. Hier is een gezamenlijke inspanning geleverd door de gemeente en het Waterschap, waarbij de kosten gelijk zijn verdeeld. Behalve voor de Buiten- en Binnenvest en Zoetevaart zijn al deze werkzaamheden uitgevoerd en zijn afspraken gemaakt over de werkverdeling van het reguliere onderhoud. Ook voor het baggeren van de Buiten- en Binnenvest en Zoetevaart zijn binnen het VGRP middelen meegenomen.
Een van de overige zaken welke samen met het waterschap gedaan wordt is het opruimen van zwerfvuil en het verwijderen van dode vis of overige dieren. Ook deze kosten worden gezamenlijk gedragen.
Pagina 75 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst Financieel kader De middelen voor het onderhoud van wateren zijn beschikbaar gesteld vanuit de opbrengst van de rioolrechten en zijn betrokken bij de vaststellen van het VGRP. In 2020 is ruim € 32.000 besteed aan het uitbaggeren van waterpartijen. Knelpunten/risico’s De kosten voor het creëren van ruimte voor de bagger welke niet op de oever verwerkt kan worden zijn nog niet in beeld. De onderhandelingen over grondaankoop of ruil lopen nog. De raming van de kosten gaat voorlopig uit van € 450.000 incl. BTW. De helft van deze kosten komen voor rekening van de gemeente. Verder zal tot dat het laatste achterstallig baggeronderhoud uitgevoerd wordt, de hoeveelheid slib groeien. Hoeveel dat is, is onzeker. Uitgaande van de laatste inventarisatie waren de geraamde kosten € 1.600.000. Ook deze kosten worden gedeeld. In het VGRP zijn daarvoor middelen gereserveerd.
Ontwikkelingen Ook na de overdracht van het beheer en onderhoud wordt er in een cyclus van 8 jaar gebaggerd. Daar waar de gemeente Hulst het niet wenselijk acht dat de bagger op de oevers verwerkt wordt, zullen de kosten voor het afvoeren en verwerken van het slib betaald moeten worden. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor het baggeren rond de overstorten. Slib dat door de samenstelling afgevoerd zal moet worden. Openbaar groen Kerncijfers Openbaar groen (oppervlakte)
141,0 ha
Begraafplaatsen (oppervlakte)
4,0 ha
Sportaccommodaties
10,0 ha
Bos
37,0 ha
Beleid Het groenbeheerplan 2019-2023 is vastgesteld. Het doel van dit “Groenbeheer- en beleidsplan 2019-2023” is het in stand houden van een juiste kwaliteit groen en het daar waar nodig aanpassen en verbeteren van het groenareaal. Het plan is opgesteld om als onderbouwing te kunnen dienen voor de in de beheerbegroting opgenomen bedragen voor het beheer en onderhoud van het openbaar groen en als beleidsinstrument ter beschrijving van de huidige en de gewenste kwaliteit van het openbaar groen van de gemeente Hulst. In totaliteit heeft de gemeente Hulst 222 ha aan groenareaal in beheer. Het is opgedeeld in openbaar groen, begraafplaatsen, sportaccommodaties, bos en water. Ten opzichte van het vorig beheerplan is het groenareaal fors toegenomen. Deze toename is te verklaren door het actueel maken van het groenareaal en de nu 100% dekking vanuit de BGT. De herinventarisatie van de bomen vindt dit en de komende jaren plaats. In de gemeente Hulst wordt voor het beheer onderscheid gemaakt in drie kwaliteitsniveaus: • Centrumgebieden en zichtlocaties daarbuiten niveau A (hoge kwaliteit) • Overige gebieden binnen de bebouwde kom niveau B (basiskwaliteit) • Buitengebieden en industriegebieden niveau C (lage kwaliteit) Uit de doorrekening van de kwaliteitsniveaus blijkt dat het beschikbare budget nagenoeg voldoet om de gewenste kwaliteit in stand te houden.
Ondanks het grotere areaal zijn door aanpassing in het beheer en aanpassingen in het areaal de laatste jaren, tekorten op de uitvoering beperkt, door omvorming van arbeidsintensief naar arbeidsextensief groen en aanpassing van cyclisch onderhoud naar beeldkwaliteit gestuurd onderhoud. Het berekende tekort op de uitvoering van € 21.500 zal door verdere omvorming beperkt worden.
Pagina 76 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst Belangrijkste punten uit de beheerstrategie moeten leiden tot een grotere efficiëntie en een betere controle op de kwaliteit : • Beheer en onderhoud: Omschakeling van cyclisch onderhoud naar beeldkwaliteit zorgt er voor dat er eenduidigheid in het niveau van groenonderhoud ontstaat. Het doel van de controle op de beeldkwaliteit is bewustwording en bijsturing. Het realiseren van de juiste beeldkwaliteit zal ook opleiding vragen van het personeel. De afweging van meldingen over het groen zal plaats vinden op basis van de gewenste beeldkwaliteit. • Flora en fauna: Om duurzaamheid en diversiteit te bevorderen zullen bewust keuzes gemaakt worden in gebieden met ecologisch onderhoud. • Omvorming groen: Het huidig beleid bij het omvormen van groen zal voortgezet worden. Bij de keuze van de beplanting zal rekening gehouden worden met onkruidbestrijding. • Renovatie en integrale projecten: Op basis van theoretische onderhoudscycli is ongeveer € 120.000 per jaar nodig voor vervanging van groen dat aan het einde van zijn levensduur is. De komende jaren zal de kwaliteit van het groen beoordeeld worden. Aan de hand van deze inzichten kan bepaald worden of er groen daadwerkelijk structureel vervangen moet worden. Voor de vervanging van groen zal dan mogelijk aanvullend krediet gevraagd worden.
• Uitgifte snippergroen: Bij de verkoop van snippergroen rekening houden met de voorwaarden bij betreffende structuurindeling. • Toekomstbestendige inrichting bebouwd gebied: Groenvoorzieningen dragen nadrukkelijk bij aan het voorkomen van wateroverlast, het aanvullen van grondwater en het verminderen van hittestress. Bij alle plannen wordt nadrukkelijk rekening gehouden met een toekomstbestendige inrichting. • Burgerparticipatie: Bij nieuwe groenvoorzieningen zal indien mogelijk ruimte worden geboden voor burgerparticipatie, als burgers zich melden. • Richtlijnen voor aanplant bomen: Bij de aanplant van bomen wordt bij de keuze van de boom rekening gehouden met locatie, ruimte voor volwassen boom en bodemgesteldheid. • Klachtafhandeling: Terechte klachten worden binnen redelijke termijn constructief opgelost. • Zorgplicht en bomen: Als professionele boomeigenaar worden aan een gemeente hoge eisen gesteld ten aanzien van de zorgplicht voor bomen. Daardoor zal bij schade snel sprake zijn van aansprakelijkheid als men niet kan aantonen dat maatregelen worden genomen voor de boomveiligheid. Hiervoor is boomveiligheidsregistratie nodig volgens de richtlijn van het CROW. In een periode van drie jaar wordt het gehele bestand aan bomen gecontroleerd en geregistreerd. De noodzakelijke maatregelen voor de boomveiligheid worden tijdig uitgevoerd.
Gelijktijdig met de controle van de boomveiligheid wordt het bomenbestand actueel gemaakt. Na deze periode zal jaarlijks inspectie en registratie moeten plaatsvinden. • Onkruidbestrijding: Door bij het ontwerp van de openbare ruimte rekening te houden met de onkruidbestrijding kan onkruidbestrijding beperkt worden. Door het verbod van chemische middelen zal extra personeel nodig worden.
Financieel kader De middelen voor het dagelijks onderhoud zijn beschikbaar gesteld in de begroting. Op basis van theoretische onderhoudscycli is daarnaast ongeveer € 120.000 per jaar nodig voor vervanging van groen dat aan het einde van zijn levensduur is. De komende jaren zal de kwaliteit van het groen beoordeeld worden. Aan de hand van deze inzichten kan bepaald worden of er groen daadwerkelijk structureel vervangen moet worden. Voor de vervanging van groen zal dan mogelijk aanvullend krediet gevraagd worden. Voor de boomveiligheidsregistratie, controle beeldkwaliteit, actueel maken bomenbestand en beoordeling technische kwaliteit is in 2019 éénmalig een bedrag beschikbaar gesteld van € 9.000 voor opleiding en inrichten beheerprogramma. Dit is in 2020 gerealiseerd. Structureel is voor de boomveiligheidscontrole en beeldkwaliteitsmeting afgerond € 20.000 per jaar nodig. In 2020 is gestart met de boomveiligheidsregistratie. Knelpunten/risico’s Binnen de begroting zijn/worden geen middelen gereserveerd voor incidentele renovatie/grootschalig onderhoud van openbaar groen.
Pagina 77 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst Ontwikkelingen Door het ombouwen van het groenareaal wordt de arbeidsintensiviteit van het onderhoud verder omlaag gebracht. Daarnaast wordt getracht snippergroen te verkopen aan bewoners. Aandachtspunt is het effect van de weersinvloeden op het onderhoud van de gemeente groenvoorzieningen en de onkruidbestrijding. Klimaatadaptatie Groenvoorzieningen spelen een grote rol bij klimaatadaptatie. Zij dragen nadrukkelijk bij aan het voorkomen van wateroverlast, het aanvullen van grondwater en het verminderen van hittestress. Bij alle plannen wordt nadrukkelijk rekening gehouden met een toekomstbestendige inrichting. Tevens is in het beleidsplan rekening gehouden met een gewenste verandering van de inrichting welke bijdraagt aan het bevorderen van de biodiversiteit. Sportvelden Kerncijfers Groene sportaccommodaties
27,7 ha
Aantal voetbalvelden in beheer van gemeente
7
Aantal voetbalvelden geprivatiseerd (natuurgras)
12,5
Aantal voetbalvelden geprivatiseerd (grassmaster)
1
Aantal voetbalvelden geprivatiseerd (kunstgras)
3
Aantal tennisvelden in beheer van gemeente
4
Aantal tennisvelden geprivatiseerd
25
Handbalveld geprivatiseerd
1
Atletiekaccommodatie geprivatiseerd
1
Hockeyaccommodatie privé eigendom
1
Paardensportterrein privé eigendom
1
Beleid Het huidige beleid van de gemeente is erop gericht sportaccommodaties die in eigendom en beheer zijn bij de gemeente op een voldoende onderhoudsniveau te handhaven om aan de eisen van NOC/NSF te voldoen. Daar waar voor gebruikers en de gemeente voldoende voordelen te behalen zijn wordt de accommodatie geprivatiseerd. Op dit moment zijn geen privatiseringen in beeld. Voor accommodaties in eigendom van derden worden in principe gemeentelijke middelen ingezet. In 2019 is een start gemaakt met het nieuwe accommodatie beleid, met als doel de accommodaties toekomstbestendig te maken richting 2025. Hierbij is als eerste gestart van de inventarisatie van de buitensportaccommodaties. De inventarisatie is in 2020 afgerond. Mede op basis hiervan zal het beleidsplan sportaccommodaties worden opgesteld. Financieel kader De middelen voor het dagelijks onderhoud van de gemeentelijke velden zijn in de begroting opgenomen. Voor de geprivatiseerde velden ontvangen de verenigingen een vastgesteld subsidiebedrag per veld voor het dagelijks onderhoud en voor het vormen van een onderhoudsreserve. Deze subsidies zijn eveneens in de begroting opgenomen. Knelpunten/risico’s Door uitbreiding van de sportvrijstelling wordt voor een aantal verenigingen en stichtingen de exploitatie van hun sportaccommodaties nadeliger.
Indien zij niet voldoende middelen kunnen reserveren voor het groot onderhoud van de velden zal de gemeente daar mogelijk later mee geconfronteerd worden. Ontwikkelingen Uit huidig onderzoek van het RIVM blijkt dat er geen relatie is tussen rubbergranulaatkorrels en verhoogde gezondheidsrisico’s. Nieuwe onderzoeksresultaten van het RIVM zullen nauwlettend gevolgd worden.
Pagina 78 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst Begraafplaatsen Kerncijfers Oppervlakte begraafplaatsen
4,0 ha
Aantal gemeentelijke begraafplaatsen
4
Beleid De begraafplaatsen in Hulst worden momenteel op een kwalitatief acceptabel niveau onderhouden op basis van een goede prijs-kwaliteitverhouding. In 2020 is een start gemaakt met het opstellen van een beleidsplan. Dit beleidsplan wordt in 2021 ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Financieel kader Als afgeleide van de leges lijkbezorgingsrechten wordt jaarlijks een bedrag toegevoegd aan de bestemmingsreserve begraafplaatsen. Deze toevoeging is afhankelijk van de gerealiseerde opbrengsten. De post "begraafplaatsen" is in principe een budgettair neutrale post en een dergelijke post vraagt om een actueel beheerplan voor het bepalen van kostendekkende tarieven. Knelpunten/risico’s Door een dalend aantal begrafenissen wordt de basis om de kosten voor instandhouden van de begraafplaatsen te dekken kleiner. Ontwikkelingen Een gedeelte van de begraafplaats aan de Glacisweg en de daarop aanwezige grafmonumenten heeft de status van rijksmonument. Om deze graven in de toekomst te behouden en hoe om te gaan met de gehele begraafplaats is er een plan voor instandhouding en ontwikkeling van de begraafplaats opgesteld.
Hierbij is naast de traditionele functie van de begraafplaats ruimte gemaakt voor het ontplooien van (nieuwe) activiteiten op de begraafplaats en het introduceren van nieuwe functies door bijvoorbeeld het houden van rondleidingen, het verzorgen van publicaties, het houden van exposities en het betrekken van scholen. Met de uitvoering van dit plan is in 2019 een start gemaakt. Verder is er sprake van veranderende omstandigheden waardoor het accent veel meer is komen te liggen op cremeren, as-verstrooien, niet verlengen van grafrecht (dus ruimen). Gebouwen Kerncijfers Openbare dienst (gemeentelijke gebouwen, poorten, etc.)
27 stuks
Onderwijs
16 stuks
Gemeenschapscentra (eigendom gemeente)
4
Gemeenschapscentra (eigendom stichting)
9
Civiele kunstwerken (Bruggen, kademuren, duikers, beelden, monumenten)
15
Beleid De gemeente Hulst heeft gebouwen en civiele kunstwerken in eigendom. De gebouwen variëren in grootte en worden voor diverse doeleinden gebruikt en ingezet. Het betreft gebouwen voor de gemeentelijke organisatie, sportaccommodaties, schoolgebouwen, gebouwen voor sociaal culturele doeleinden (dorpscentra), monumenten en gebouwen voor algemeen gebruik. De civiele kunstwerken betreft diverse de bruggen in Hulst en Kloosterzande, de voorzieningen aan de Bierkaai en kademuur, diverse duikers in de gemeente. In 2020 zijn de meeste gebouwen geïnspecteerd om tot een onderbouwde bijstelling van het meerjarenonderhoudsplan te komen. In de loop van 2021 zal dit worden opgesteld. In 2019 is het “Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2020-2024” vastgesteld. Hierin is het beleid van de gemeente Hulst verwoord ten aanzien van beheer en onderhoud van het gemeentelijk vastgoed. Hierbij is rekening gehouden met alle wettelijke eisen rondom vastgoedbeheer. Dat betekent dat er naast onderhoud- en energiebeheer ook aandacht geschonken wordt aan brandveiligheid, volksgezondheid, milieu en Arbo. Dit heeft tot gevolg dat niet alleen de technische levensduur van gebouwen doorslaggevend is, maar dat ook niet materiële zaken (gezondheid, veiligheid en milieu) meespelen in de besluitvorming.
Bij het opstellen van het beleidsplan is bewust gekozen voor een uitbreiding van gebouwen naar gemeentelijk vastgoed. Voor 2020 wordt ten aanzien van het groot onderhoud nog uitgegaan van de inventarisatie en planning van het groot onderhoud gebouwen uit 2010 en de in 2019 uitgevoerde inspecties bij een deel van de gemeentelijk Pagina 79 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst gebouwen. De werkzaamheden uit de planning 2010 zijn beoordeeld op nut en noodzaak. In 2020 worden de resterende gebouwen geïnspecteerd. In 2019 is software aangeschaft om het gemeentelijk vastgoed op structurele wijze vast te leggen en het onderhoud inzichtelijker te maken. Op deze wijze wordt op bestuurlijk niveau het kwaliteitsniveau van het beheer en onderhoud voor de diverse gebouwen vastgelegd, inclusief de daarbij behorende financiële kaders. De strategische keuzes die in deze nota worden gemaakt, zullen pas in 2021 omgezet kunnen worden naar een nieuw (meerjaren)onderhoudsplan op tactisch niveau en een actieplan op operationeel niveau. In het kader van duurzaamheid en minimaal energiegebruik zijn in 2020 de 3 gebouwen waarin het ambtelijk apparaat is gehuisvest voorzien van zonnepanelen en energiezuinige verlichting. Verder is het gemeentehuis voorzien van een nieuwe verwarming. Ten aanzien van de schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud overgeheveld van gemeenten naar scholen. De gemeente is alleen nog verantwoordelijk voor nieuwbouw. Voor de Brede School te St. Jansteen is de gemeente wel verantwoordelijk voor het onderhoud. Voor de gebouwen die eigendom zijn van derden (voornamelijk gemeenschapscentra) heeft de gemeente formeel geen onderhoudsplicht.
Aan de hand van de gebouwinspecties wordt het benodigde onderhoud geraamd op een bedrag van circa € 150.000 per jaar. De eigenaren dienen hiervoor binnen hun exploitatie budgetten te reserveren. Financieel kader Bij opstellen van het beheerplan was de dotatie aan de reserve onderhoud gebouwen op voldoende niveau gebracht om het geplande onderhoud in de toekomst te kunnen uitvoeren. Jaarlijks wordt de planning bijgesteld op basis van nieuwe inspectiegegevens, beslissingen om gebouwen af te stoten of aan te schaffen of om het gebruik te wijzigen. Op basis van de nieuwe planning zal een bijgesteld financieel kader worden opgesteld. Knelpunten/risico’s Gezien de leeftijd van de inspectiegegevens zal uit het bijgesteld financieel kader mogelijk een bijstelling van de jaarlijkse dotatie noodzakelijk zijn. Ontwikkelingen In het kader van een doelmatige bedrijfsvoering wordt bekeken welke gebouwen op termijn afgestoten kunnen worden. In het “Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2020-2024” is de structuur vastgelegd voor de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gebruikers en beheerder. Samenvatting en conclusies De komende jaren zullen geautomatiseerde beheersystemen op de werkvelden rioleringen, wegen, openbaar groen en gebouwen de instrumenten zijn van waaruit de onderhoudsbehoefte kan worden aangegeven.
Het dagelijkse en groot onderhoud wordt uitgevoerd vanuit de budgetten zoals opgenomen in de begroting. De afgelopen jaren is op diverse terreinen een flinke inhaalslag gepleegd zodat de meeste kapitaalgoederen in een goede staat kunnen worden onderhouden. Door het besluit uit vrijvallende kapitaallasten en rekeningsaldi voldoende middelen voor dit doel beschikbaar te houden is er ook naar de toekomst toe ruimte om het huidige niveau te handhaven. In de jaarrekening 2020 zijn de onderstaande uitgaven voor onderhoud kapitaalgoederen verwerkt. Groot onderhoud
Kapitaallasten
Klein onderhoud
Personeelslasten
Verrekening voorz./res.
Totaal
13.000
382.926
31.370
129.476
-71.885
1.367.896
Sportaccommodaties
59.979
103.651
206.296
Begraafplaatsen
13.551
14.909
47.863
Gebouwen
233.444
739.826
466.511
Haven van Walsoorden
36.389
188
68.204
0
901
478.902
1.202.144
1.681.947
Openbare verlichting*
207.163
0
120.592
69.722
397.477
Riolering
192.344
941.061
409.890
317.944
Openbaar groen
21.783
104.781
559.000
2.420.239
Wateren
-
Wegen**
290.944
264.145
40.331
362.221
288.006
1.245.647
Totaal
1.033.814
2.064.681
1.838.589
1.973.814
819.491
7.730.389
* Personeelskosten OV worden deels gedeclareerd bij het samenwerkingsverband. Groot onderhoud wordt deels gedekt via projecten . ** Personeelskosten wegen is incl uren investeringen en excl uren overige wegenonderhoud (onkruid- en gladheidsbestrijding, meubilair enz).
Pagina 80 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst
FINANCIERING Inleiding De uitvoering van de financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de kaders zoals gesteld in de wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO). De Wet FIDO stelt regels voor het financieringsgedrag van decentrale overheden, waarbij het vooral gaat om regels voor het beheersen van financiële risico’s en regels voor het beheer van de treasury. Financiering Voor de uitvoering van de gemeentelijke taken zijn financieringsmiddelen nodig. De financieringspositie van de gemeente Hulst en de daarbij behorende financieringsbehoefte in 2020 is als volgt: Nr. Omschrijving
31-12-2020
31-12-2019
1
65.477.600
61.918.400
Vaste activa Gefinancierd met:
2
Reserves (incl. rekengsaldo)
21.447.600
17.789.100
3
Voorziening
11.848.800
10.981.800
4
Geldleningen
36.312.600
41.103.900
5
Financieringsmiddelen (totaal 2, 3 en 4)
69.609.000
69.874.800
6
Financieringstekort (1-5)
-4.131.400
-7.956.400
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de gemeente haar investeringen voor circa 28,0% financiert met eigen middelen. Die verhouding was in 2019 circa 29%. In de jaarrekening 2020 is een gemiddelde renteomslagpercentage gehanteerd van 1,20% (primitieve begroting 2020: 1,20%). Mutaties in leningenportefeuille Het gewogen gemiddelde rentepercentage over de leningenportefeuille in 2020 bedraagt 2,3%. Het saldo van de opgenomen leningen in 2020 is gedaald van € 41,1 miljoen naar € 36,3 miljoen. In 2020 is voor € 14,4 miljoen afgelost, daarnaast heeft er in 2020 alleen een technische omzetting plaatsgevonden van de in 2019 afgesloten vaste geldlening ( ad. € 10 mio). Liquiditeitspositie Voor het bepalen van de liquiditeitspositie - de mate waarin op korte termijn aan de verplichtingen kan worden voldaan - is de kasgeldlimiet belangrijk. De kasgeldlimiet volgens de Wet FIDO is het bedrag dat de gemeente als gemiddelde netto vlottende schuld (vlottende schulden -/- vlottende middelen) maximaal kan hebben. In het kader van het liquiditeitsbeheer hebben we in 2020 een drietal keer gebruik gemaakt van een kasgeldlening. De wettelijke toegestane omvang van de kasgeldlimiet is gelijk aan het bedrag ter grootte van een percentage de begroting bij aanvang van het dienstjaar. Het percentage is vastgesteld op 8,5%.
De kasgeldlimiet voor 2020 bedraagt op basis hiervan € 6.077.000 (2019: € 5.642.000). Uit onderstaande tabel blijkt dat afgelopen jaar de kasgeldlimiet niet overschreden is geweest. Kasgeldlimiet Bedragen * € 1,Netto vlottende schuld Kasgeldlimiet
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
94.000,00
-936.000,00
-2.116.000,00
-1.481.000,00
6.077.000,00
6.077.000,00
6.077.000,00
6.077.000,00
5.983.000,00
7.013.000,00
8.193.000,00
7.123.000,00
Overschrijding Onderschrijding
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de renterisico's over de jaren te spreiden zodat de gemeente niet van het ene op het andere jaar met een enorme stijging van de rentelasten geconfronteerd wordt. Renterisico wordt o.a. gelopen bij herfinanciering van de vaste schuld met nieuwe leningen of bij een renteherziening op basis van de leningsvoorwaarden.
Pagina 81 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst Medio 2020 is er een omzetting van een vaste geldlening vanuit 2019 geweest, waardoor de aflossingen aanzienlijk hoger zijn. Betreffende rente had dit nagenoeg minimale gevolgen (0,02%). Verdere renteherzieningen en vervroegde aflossingen van reeds overig bestaande vaste geldleningen hebben in 2020 niet plaatsgevonden. Nr. Omschrijving
Werkelijk 2020
Begroting 2020
1a
renteherziening op vaste schuld (u/g)
-
-
1b
renteherziening op vaste schuld (o/g)
-
-
2
netto renteherziening op vast schuld (1a-1b)
-
-
3a
nieuwe aangetrokken vaste schuld
10.000.000
7.500.000
3b
nieuwe verstrekte lange leningen
-
-
3c
overgenomen geldlening
-
-
4
netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)
10.000.000
7.500.000
5
betaalde aflossingen
14.439.000
4.791.000
6
herfinanciering (laagste van 4 en 5)
10.000.000
4.791.000
7
renterisico op vaste schuld (2 en 6)
10.000.000
4.791.000
8
begrotingsvolume
78.400.000
71.500.000
9
vastgesteld percentage
20%
20%
10
renterisiconorm (minimaal 2.500.000)
15.680.000
14.300.000
toets renterisiconorm 10
renterisiconorm
15.680.000
14.300.000
7
renterisico op vaste schuld
10.000.000
4.791.000
11
Financieringstekort (1-5)
5.680.000
9.509.000
Uit bovenstaande tabel is af te leiden dat onze gemeente voor 2020 binnen de gestelde renterisiconorm blijft. Het aangaan van nieuwe langlopende leningen is onder andere afhankelijk van het tempo waarin nieuwe investeringen zullen worden gedaan. Rentontwikkeling Renteverwachting voor korte rentevaste periode Als er gesproken wordt over de rente van de ECB gaat het meestal om de zogenaamde refirente. De refirente is momenteel reeds 0,000%. De refirente wordt ook wel herfinancieringsrente genoemd. De refirente is de rente die banken moeten betalen aan de ECB wanneer zij geld bij de ECB opnemen. Banken maken gebruik van deze faciliteit als ze liquiditeit te kort komen. Wanneer financiële instellingen geld nodig hebben, dan kunnen ze dat geld uit de markt proberen te halen. In dat geval wordt de hoogte van de rente bepaald door de markt. Bekende rentetarieven voor de interbancaire markt zijn Euribor en Eonia. Omdat financiële instellingen deze keuzemogelijkheden hebben, reageert de bancaire marktrente heel sterk op eventuele renteverhogingen en renteverlagingen van de ECB. Hierdoor is de refirente een goed instrument voor de ECB om invloed uit te oefenen op de marktrente. De ECB gebruikt de refirente daarom voor het beheersen van de geldmarkt en voor het beheersen van de inflatie. Het verruimde beleid van vorig jaar van de ECB leidde tot meer liquiditeit in het financiële stelsel.
Daardoor zijn de Euribor - rentes (Euro Interbank Offered Rate) gelijk gebleven, zelfs iets gedaald (eind 2020 nog steeds onder nul, -0,554 % (1 maands Euribor)). De hoogte van de Euribor is afhankelijk van verschillende factoren. Belangrijk is de economische situatie in de wereld. Gaat het economisch voor de wind en er is veel vraag naar leningen, dan wordt lenen duurder. Gezien de werldwijde onzekerheid is hier dus op moment niets zinnigs over te zeggen.
Pagina 82 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst
Renteverwachting voor langere rentevaste periode Op basis van het nog steeds historisch lage renteniveau lijkt het momenteel aantrekkelijk een wat langere rentevaste periode te kiezen. Men is echter van mening dat het gezien het grillige karakter van de renteontwikkeling (mede vanwege het uitbreken van de coronacrisis) onmogelijk is om de rentestanden voor de langere termijn te voorspellen. Nationale overheden en centrale banken hebben een omvangrijk pakket aan noodmaatregelen aangekondigd om het vertrouwen te herstellen. De ECB zet haar programma voor het opkopen van obligaties ter waarde van 750 miljard euro – in elk geval tot het einde van 2020 – voort. Met deze maatregelen houden bedrijven en gezinnen toegang tot krediet en wordt voorkomen dat de rente op leningen sterk oploopt. De verwachting is dat de Europese economie afgelopen jaar afstevent op een recessie waardoor de ECB de rente voorlopig niet zal gaan verhogen. Ook heeft de ECB besloten banken extra te gaan ondersteunen. Zij kunnen nu geld lenen tegen -1 procent rente in plaats van -0,75 procent. Als gevolg van de steunmaatregelen zijn de kapitaalmarktrentes iets opgeveerd. De hoogte van de ‘lange’ hypotheekrentetarieven hangt sterk af van hoe deze rente zich ontwikkelt. Ook de renteopslag die banken betalen, is van invloed op deze hypotheektarieven. Deze renteopslagen waren in 2020 toegenomen.
Men verwacht dan ook dat de hypotheekrente licht zal stijgen, zowel bij leningen met een korte als met een lange rentevaste periode. Uiteraard vanwege de onzekerheid waagt men zich dan ook niet aan voorspellingen en nemen daarom geen rentevisie mee in de keuze van de rentevast periode. Schatkistbankieren In december 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de wijziging van de wet FIDO. Vanaf 15 december 2013 is het verplicht schatkistbankieren van kracht en moeten gemeenten overtollige middelen in de schatkist afstorten. Een belangrijke uitzondering op de hoofdregel dat alle middelen in de schatkist moeten worden aangehouden is het drempelbedrag (0,75% tot een begrotingstotaal van € 500 miljoen, daarbovenop 0,2%) dat buiten de schatkist mag blijven. Als de overtollige financiën lager zijn dan de drempels hoeft een gemeente niet te gaan schatkistbankieren. Het drempelbedrag voor de gemeente Hulst bedraagt voor het jaar 2020 € 536.212. De overtollige liquide middelen boven het drempelbedrag worden overgemaakt (automatisch afromen) naar de schatkist. In het kader van het verplicht schatkistbankieren is er een nieuw artikel opgenomen in het BBV, artikel 52c, waarin een rapportageverplichting over de benutting van het drempelbedrag wordt geïntroduceerd.
Voor een overzicht van de benutting van het drempelbedrag in 2020 wordt verwezen naar de toelichting op de balans in het onderdeel jaarrekening. Wet HOF en EMU-saldo De wet HOF is per 1 januari 2014 van kracht geworden. De wet vormt de vertaalslag van de normering zoals die door de EU - regeringsleiders in het aangepaste Stabiliteit- en Groeipact is afgesproken en beoogt aan de gemeenten een inspanningsverplichting op te leggen om te voldoen aan de afgesproken normen voor het EMU saldo (maximaal tekort van 3% van het BBP). Met de Wet HOF gaat per jaar een macroplafond gelden voor het EMU - tekort van alle gemeenten samen. Er is per gemeente een individuele referentie norm vastgesteld. De individuele referentiewaarde voor het EMU - saldo omvat het eigen aandeel, ook een aandeel in het EMU saldo van openbare lichamen (gemeenschappelijke regeling) waarin bijvoorbeeld een gemeente deelneemt. De VNG heeft ten aanzien van individuele referentiewaarde het volgende advies: 'het is de bedoeling dat een gemeente in eerste instantie niets doet met de individuele referentiewaarde voor het EMU - tekort". Het EMU - saldo van de gemeente Hulst bedraagt voor het jaar: 2019 -/€ 5.630.000 (werkelijk) 2020 -/€ 2.225,00 (werkelijk) 2021 -/€ 2.397.000 (begroot)
Pagina 83 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELING In de periode 2011-2015 is aan gemeenten die te maken hebben met een bevolkingskrimp via de zogenaamde krimpmaatstaf in de algemene uitkering uit het gemeentefonds een extra bijdrage verstrekt. In 2015 ontving de gemeente Hulst via deze maatstaf € 167.000. Deze verdeelmaatstaf is in 2016 beëindigd en vervangen door een regionale decentralisatie uitkering. De decentralisatie-uitkering wordt toegekend aan 9 gemeenten in de door het kabinet aangewezen krimpregio’s. Het betreft de grootste gemeente in de regio die voldoet aan het criterium van minimaal 3% verwachte bevolkingsdaling. Zeeuws-Vlaanderen behoort tot de krimpregio’s en Terneuzen is hiervan de grootste gemeente. Om voor deze uitkering in aanmerking te komen was het wel noodzakelijk als regio voor de komende twee tot vijf jaar samenwerkingsafspraken met het Rijk te maken. Het Rijk heeft hiervoor op basis van een thematische indeling een groot aantal regionale opgaven en dito mogelijkheden van rijksondersteuning in de vorm van het beschikbaar stellen van expertise, kennisdeling, etcetera opgesomd. Deze afspraken zijn vastgelegd in een zogenaamde samenwerkingsagenda die als voorwaarde voor de decentralisatie-uitkering geldt. Zeeuws-Vlaanderen ziet hiermee gedurende de periode 2016 t/m 2020 jaarlijks een bedrag van circa €400.000 tegemoet.
Dit betekent voor Hulst een jaarlijkse bijdrage van € 102.873. 2020 is het laatste jaar dat deze decentralisatie-uitkering ontvangen wordt. De lobby, samen met andere landelijke krimpregio’s, voor continuering van de DU is in 2020 gestart. In afwachting van een definitieve beslissing over het al dan niet continueren van de DU heeft de minister in 2020 besloten de uitkering met één jaar te continueren. Hierdoor kunnen de krimpregio’s in 2021 dezelfde uitkering tegemoet zien als gedurende de jaren 2016-2020. Het ministerie laat een evaluatieonderzoek uitvoeren naar nut, noodzaak en vormgeving van de DU in de afgelopen jaren en laat, voor het geval besloten wordt om deze voort te zetten, een advies uitbrengen over de vorm waarin deze voortgezet kan worden. Voor het onderzoek zal onder meer gebruik worden gemaakt van de kwantitatieve informatie uit het herijkingsonderzoek van de verdeling van het gemeentefonds.
Pagina 84 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst BEDRIJFSVOERING Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op de onderdelen binnen de bedrijfsvoering. Daarnaast wordt er ook ingegaan op de Planning en Controlcyclus, doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken, rechtmatigheid, controleprotocol, lastenoverschrijdingen en dergelijke. Personeel Formatie en bezetting De formatie betreft de arbeidscapaciteit die in de organisatie van de gemeente is toegekend om de gemeentelijke output / producten te kunnen realiseren. Het aantal formatieplaatsen wordt uitgedrukt in voltijdsbanen op basis van een volledige werkweek, oftewel Full Time Equivalenten (fte). Ultimo 2020 bedroeg dit aantal 176,33 fte. Salariskosten / cao De salarissen zijn in 2020 gestegen met 3%. Met ingang van respectievelijk 1 januari, 1 juli en 1 oktober 2020 zijn de salarissen gestegen met 1%. Ziekteverzuim Gemotiveerde en gezonde medewerkers zijn de kern van een succesvolle organisatie. Goede verzuimpreventie is onmisbaar bij het gezond houden van medewerkers. De gemeente Hulst maakt hierbij gebruik van een bedrijfszorg pakket en laat zich ondersteunen door een Arbodienst voor re-integratie van medewerkers. In 2020 is het ziekteverzuim iets gestegen naar 5,02% (2019: 4,68%).
Opleiding en ontwikkeling De opleidingsuitgaven zijn de uitgaven die gedaan worden in het kader van vorming, opleiding en training van de medewerkers voor het realiseren van zowel de doelstelling van de gemeentelijke organisatie als van de personeelsleden. In 2020 heeft gemeente Hulst € 120.350 uitgegeven aan opleidingen en cursussen. Dit betreft 0,94% van de totale loonsom. Uiteraard speelt corona hier een rol in. Kerncijfers personeel Omschrijving
Realisatie 2017
Realisatie 2018
Realisatie 2019
Realisatie 2020
Aantal fte ambtelijk apparaat
170
170
172,82
176,33
Aantal fte ambtelijk apparaat per 1.000 inwoners
6,19
6,18
6,28
6,40
Gemiddelde loonsom (salaris en sociale lasten) ambtelijk apparaat
68.864
68.166
70.323
72.260
Percentage ziekteverzuim
4,75%
3,97%
4,68%
5,02%
11 pers of 10,5 fte's 4 pers of 3,72 fte's
8 pers of 7,39 fte's 6 pers of 4,53 fte's
13 pers of 11,83 fte's
12 pers of 11,6 fte's
7 pers of 7 fte's
9 pers of 9 fte's
Doorstroom medewerkers binnen organisatie
0 pers
0 pers
2 pers
6 pers
Uitgaven opleidingen en cursussen personeel als % van totale uitgaven
1,78%
1,31%
1,34%
0,94%
Instroom nieuwe medewerkers Uitstroom medewerkers
ICT Op 20 februari 2020 is de gemeenteraad geïnformeerd over de resultaten van het uitvoeringsplan 2019 en is het uitvoeringsplan 2020 vastgesteld en de bijbehorende middelen voor de realisatie van die projecten in 2020 beschikbaar gesteld. Dit informatiebeleidsplan sluit aan op de verdergaande digitale transformatie, die gaat over de impact van (ICT)technologie en de toenemende digitalisering van bedrijfsprocessen gericht op mens, organisatie en maatschappij. De Rijksoverheid geeft met de Digitale Agenda 2024 (als opvolger van Digitale Agenda 2020) richting aan de verdere doorontwikkeling van de digitale overheid. De focus daarbij ligt op: · (Overheids-)netwerken en koppeling tussen voorzieningen; · Vastleggen, beschikbaar stellen en toegankelijk maken van gegevens; · Digitale dienstverlening en standaardisatie uitwisseling informatie; · (Digitale) identificatie en authenticatie. In het Informatiebeleidsplan 2018-2021 is aangegeven hoe de gemeente Hulst de komende jaren zal aansluiten op voorzieningen en standaarden die uit dit programma voortkomen.
Pagina 85 van 180
Jaarstukken 2020 Gemeente Hulst In 2020 is gestart met de realisatie van de projecten uit het Uitvoeringsplan 2020. De Covid-19 beperkingen hebben een forse impact op de planning en uitvoering van de projecten gehad. De belangrijkste resultaten uit het Uitvoeringsplan 2020 zijn: • Vervanging ICT-infrastructuur: de voorbereidingen voor de vervanging van de huidige ICT-infrastructuur uit 2013 zijn in 2018 gestart. Op basis van een visie op de toekomstige ICT-infrastructuur, uitgewerkt in een aantal mogelijke implementatiescenario’s, is besloten tot het outsourcen van de ICT-infrastructuur. In 2019 is een Europees Aanbestedingstraject gestart met het oog op uitplaatsing van de gemeente ICTinfrastructuur alsmede de hieraan verbonden beheerwerkzaamheden. Dit heeft geresulteerd in een succesvolle aanbesteding die in de tweede helft van 2019 is afgerond met ondertekening van de overeenkomst met de leverancier. Implementatie van die nieuwe infrastructuur heeft geleid tot een formele oplevering op 5 oktober 2020. Daarmee heeft de leverancier formeel het onderhoud en (technisch) beheer van de ICT-infrastructuur overgenomen. Vanwege de Covid-19 beperkingen waren werkzaamheden en trainingen op locatie niet mogelijk. In overleg met de leverancier zijn deze acties aangepast en digitaal ‘op afstand’ uitgevoerd; • Digitaal werken: vanwege Covid-19 werd thuiswerken in toenemende mate de norm.