Buitengebied Hulst_ Bijlagen regels merge
Tekst van het document
89 9ÿÿ 9ÿÿÿ4ÿÿ9ÿ9ÿÿ9ÿÿÿ29!ÿ"ÿÿ9ÿ9#9ÿÿ 9ÿ#9ÿÿ9ÿ$%9&ÿ89 9 ÿÿ9ÿÿÿ29ÿ'ÿ9ÿ 899&ÿÿ9ÿ9#9ÿÿ&%%99ÿ9 &ÿÿ ()*+,-.)/0,+1.)/ 2&9&9ÿ 9ÿ76ÿÿ9ÿ9ÿ39 8999ÿ99ÿÿ89ÿÿ49&ÿÿ9ÿ93ÿ ÿ#9ÿ499ÿÿ9ÿ99ÿÿ99ÿ899%ÿÿ99ÿ59#ÿ93ÿ99ÿ 9#9ÿ3ÿ &ÿ%ÿ99ÿ9#9ÿÿ9ÿ9%%9ÿÿ99ÿ&9ÿ#9&ÿ99%ÿ &99ÿ8ÿ9ÿ'#9ÿÿ9ÿ$%9&ÿ09 9 ÿÿ9ÿÿÿ29ÿ2ÿ ÿ&9ÿ99ÿÿ89ÿÿ49&ÿÿ9ÿ'#9ÿÿÿ9#9ÿ99%ÿ89 67ÿ9:1:;0,:<+ÿ,+/.;0,:0.+ÿ =9#9ÿ89&ÿÿ&939ÿÿ9ÿ989ÿ9&9ÿÿ9ÿ=9 ÿÿ9ÿ> 9ÿÿ &ÿÿ9ÿ9ÿ989ÿ 89999ÿ899&9ÿ999ÿ#9ÿ?8!ÿ @ÿ&ÿÿ 9ÿ7ÿÿ9ÿ9&9&ÿ899&99& 9ÿ88ÿ9ÿÿ9&9ÿ 89&ÿ99ÿ 89999ÿ899&ÿ ÿÿ999ÿ4ÿ9ÿ 9ÿ99ÿÿ 9ÿ893ÿ&999ÿ%ÿ&9999ÿ9 &ÿÿ9 9&ÿ@ÿ9ÿ999ÿÿ99ÿ99ÿ 9 &9ÿ9 9&&ÿÿ9ÿ&49ÿ#ÿ ÿA9ÿ89 9%ÿ999ÿ9ÿ#ÿ 899ÿ89ÿ9ÿ99949ÿ ÿÿ9ÿ 9ÿ99ÿÿ9ÿ893ÿ?399ÿÿ7Bÿ CDÿÿ99ÿ9 9ÿ89ÿ9ÿ99949! =9ÿ 89999ÿ899&ÿ99%ÿ89 9&ÿÿ9ÿ&99ÿ999E F+G++)0+ ;+H0.+ )IGG+, ÿJKÿLMÿJK1ÿN A9 9O PP5 8 Qÿ8ÿ89 9%ÿ9ÿ&999ÿ999Rÿ8ÿ89
9%ÿ99ÿ&9999ÿÿ9ÿ999 0&99&ÿÿ99ÿ 9ÿ ÿ39ÿÿ9ÿ ÿÿ9ÿ99949ÿ9ÿ9ÿ 9ÿ &ÿÿ9ÿ999ÿ#S#9ÿ4ÿ9ÿ 89999ÿ 899&ÿ&9 A9ÿ9ÿÿ9ÿ&ÿÿ9ÿ989ÿ9&9ÿÿ989ÿÿ9ÿ 89999ÿ 899&ÿ'ÿ89 99S89&98899ÿÿÿ99ÿ&ÿÿÿ9ÿ999ÿ99ÿ 89&ÿÿ9ÿ999S999ÿÿ&939ÿ9ÿ9ÿ39ÿ99%ÿ39ÿ9ÿ9 ÿÿ9ÿ 893 0ÿ9ÿ> 9ÿ9ÿ8ÿÿÿ99ÿ99ÿ%39ÿ49ÿ&9& T99 999ÿ9ÿÿU99 39ÿ9#9 %ÿ%9&ÿ'9& &9 39ÿ3 ÿ&ÿ2ÿV9
010232456667
5
Bijlage 1. Watertoetstabel Thema
Waterdoelstelling
Toetsing
Veiligheid waterkering
Waarborgen van het veiligheidsniveau tegen water en de daarvoor benodigde ruimte.
n.v.t.
Wateroverlast (vanuit oppervlaktewater)
Voldoende hoogte om instroming van oppervlaktewater in maatgevende situatie(s) te voorkomen. Voldoende ruimte voor vasthouden/ bergen/afvoeren van water.
Verhard oppervlakte neemt niet toe. Hemelwater wordt conform bestaande situatie afgevoerd.
Waterschapsobjecten
Geen belemmering voor (milieucontouren Geen waterschapsobjecten in omgeving rondom) waterschap objecten
Riolering/RWZI (inclusief water op straat/overlast)
Optimale werking van de zuivering en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken
Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande IBA klasse 3
Watervoorziening/aanvoer
Het tegengaan van nadelige effecten van veranderingen in ruimtegebruik op de behoefte aan water.
n.v.t.
Volksgezondheid (watergerelateerd)
Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via onder andere de daarvoor benodigde ruimte.
n.v.t.
Bodemdaling
Voorkómen van maatregelen die (extra) maaivelddalingen met name in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.
n.v.t.
Grondwateroverlast
Tegengaan/verhelpen van grondwateroverlast.
n.v.t.
Oppervlaktewaterkwaliteit
Behoud/realisatie van goede waterkwaliteit voor mens en natuur
Geen gebruiksmogelijkheden voor functies die invloed hebben op de waterkwaliteit
Grondwaterkwaliteit
Behoud / realisatie van een goede grondwaterkwaliteit.
n.v.t.
Verdroging
Bescherming karakteristieke grondwaterafhankelijke ecologische waarden;
n.v.t.
Natte Natuur
Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.
n.v.t
Onderhoud(mogelijkheid) waterlopen
Oppervlaktewater dient adequaat onderhouden te worden.
n.v.t.
Waterschap wegen
Rekening houden met eventueel aanwezige waterschap wegen
Gebruik van waterschapswegen blijft gelijk.
Toelichting - Wijzigingsplan “Zeildijk 1 Terhole” - 21
Bijlage 2. Beschikking Wet bodembescherming
Toelichting - Wijzigingsplan “Zeildijk 1 Terhole” - 22
Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw Project 23180087 23 mei 2018
Opdrachtgever:
dhr. T.M.L. de Caluwé Oude Graauwsedijk 4 4569 PJ GRAAUW
Opgesteld door:
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Auteur:
ir. B. Boomstra
Telefoon:
0113-352 222
Autorisatie:
ir. R. van de Woestijne 2018
Manager SMA Zeeland B.V. Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Postbus 25
E
info@smazeelandbv.nl
Rabobank Beveland 34.60.39.169
Heinkenszandseweg 22
4453 ZG ‘s-Heerenhoek
I
www.smazeelandbv.nl
BIC RABONL2U
4453 VG ‘s-Heerenhoek
T +31 113 352 222
NL24 RABO 0346 0391 69
F +31 113 352 208
KvK Middelburg 22038560 BTW nr. NL8044.04.070.B01
Inhoudsopgave SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 1 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 3 1.1 AANLEIDING EN DOEL .................................................................................................................... 3 1.2 REFERENTIEKADER ........................................................................................................................ 3 1.3 BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 5 2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................................ 7 2.1 LOCATIEBESCHRIJVING EN HISTORISCHE GEGEVENS ............................................................. 7 2.2 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE................................................................................. 7 3. VELDWERK .............................................................................................................................................
8 3.1 VISUELE INSPECTIE VAN HET MAAIVELD .................................................................................... 8 3.2 VISUELE INSPECTIE ONTGRAVEN GROND EN PUIN .................................................................. 8 3.3 VISUELE INSPECTIE VAN DE ONDERGROND .............................................................................. 8 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................................................... 9 4.1 ANALYSESTRATEGIE ...................................................................................................................... 9 4.2 TOETSING RESULTATEN VELDWERK EN ANALYSES ................................................................. 9 4.3 INTERPRETATIE............................................................................................................................. 10 5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 11 6. LITERATUURLIJST ................................................................................................................................ 13 BIJLAGE 1. OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2. SITUATIETEKENING BIJLAGE 3. VELDWAARNEMINGEN BIJLAGE 4. BEREKENINGEN ASBESTGEHALTEN BIJLAGE 5. ANALYSERAPPORTEN BIJLAGE 6. FOTO’S
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
Samenvatting Door dhr. T.M.L. de Caluwé is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in bodem en puin op een locatie gelegen aan de Oude Graauwsedijk 2A te Graauw. Aanleiding voor het onderzoek zijn de resultaten van een eerder uitgevoerd bodemonderzoek (Eindrapport verkennend onderzoek asbest en asfaltonderzoek Oude Graauwsedijk 2A te Graauw, SMA Zeeland B.V., kenmerk: 23180010, d.d. 22 februari 2018). Vanwege het aantreffen van indicatieve, gewogen gehalten asbest >100 mg/kg.ds in de grond aan de oostzijde van de locatie, werd nader onderzoek naar asbest noodzakelijk geacht. Doel van het onderzoek is het bepalen van definitieve gehalten asbest in de bodem ter plaatse van de door de opdrachtgever aangegeven onderzoekslocatie. Ten behoeve van het onderzoek is de locatie opgedeeld in drie ruimtelijke eenheden (RE’s). Tijdens het onderhavige onderzoek zijn in totaal zeven sleuven in drie RE’s gegraven. Het uitgegraven materiaal is visueel geïnspecteerd op het voorkomen van grove asbestverdachte materialen (stukken groter dan 20 mm). Deze zijn in vier proefsleuven aangetroffen. Na analyse in het laboratorium blijkt dit materiaal daadwerkelijk asbesthoudend te zijn. In de door het laboratorium geanalyseerde monsters van de fractie grond/puin kleiner dan 20 mm is geen asbest aangetroffen.
In RE 1, grond met bodemvreemde bijmengingen, bedraagt het hoogste, berekende gewogen asbestgehalte 318 mg/kg.ds. In RE 2, grond met bodemvreemde bijmengingen, is geen asbest aangetroffen In RE 3, puinverharding, bedraagt het hoogste, berekende gewogen asbestgehalte 368 mg/kg.ds. Conclusie RE 1 dient op basis van de huidige onderzoeksresultaten te worden aangemerkt als geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. De omvang van dit geval van ernstige bodemverontreiniging wordt 3
globaal geschat op 135 m . Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. RE 3 dient op basis van de huidige resultaten te worden aangemerkt als asbesthoudende weg met een gewogen asbestgehalte hoger dan 100 mg/kg.ds. De omvang van deze asbestweg wordt op basis van de 3
huidige onderzoeksresultaten globaal geschat op ca. 75 m .
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
1
Een weg, pad en/of erfverharding met een gewogen asbestgehalte hoger dan 100 mg/kg.ds wordt aangemerkt als een asbestweg waarop het Besluit asbestwegen milieubeheer van toepassing is. Aanbevelingen Geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest, RE 1 Wanneer grondwerkzaamheden zijn voorzien binnen de contouren van het geval van ernstige bodemverontreiniging, dient een saneringsplan opgesteld te worden dat door het bevoegd gezag Wet bodembescherming dient te worden goedgekeurd. De wijze van saneren kan vaak afgestemd worden op de herinrichtingsplannen en in dit geval vermoedelijk goed gecombineerd worden met de sanering van de asbestweg. De uitvoerende partijen van de saneringswerkzaamheden dienen BRL 6000 en/of BRL 7000 gecertificeerd te zijn. Grond waarin geen asbest is aangetoond, RE 2 Nader bodemonderzoek naar asbest wordt in ruimtelijke eenheid 2 niet noodzakelijk geacht. Op basis van de uit dit milieuhygiënisch onderzoek verkregen gegevens kan echter in geval van grondverzet c.q. herbestemmen van grond alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit nodig zijn. Dit is onder andere afhankelijk van aangetroffen gehaltes, alsook op basis van visueel aangetroffen bodemvreemde materialen in de te verplaatsen grond. De eventuele mogelijkheden dienen in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald.
Asbesthoudende weg met gewogen asbestgehalten >100 mg/kg.ds, RE 3 Op grond van artikel 5 lid 1 van het Besluit asbestwegen milieubeheer dient degene die weet of had kunnen weten dat hij een asbestverdachte weg voorhanden heeft, dit direct te melden aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is formeel het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving voor asbestwegen. De asbestweg dient gesaneerd te worden. De wijze van saneren kan vaak afgestemd worden op de herinrichtingsplannen en in dit geval vermoedelijk goed gecombineerd worden met de sanering van het geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Voorafgaande aan de sanering dient een plan van aanpak te worden opgesteld en, ter goedkeuring, te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag.
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Door dhr. T.M.L. de Caluwé is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in bodem en puin op een locatie gelegen aan de Oude Graauwsedijk 2A te Graauw. Aanleiding voor het onderzoek zijn de resultaten van een eerder uitgevoerd bodemonderzoek (Eindrapport verkennend onderzoek asbest en asfaltonderzoek Oude Graauwsedijk 2A te Graauw, SMA Zeeland B.V., kenmerk: 23180010, d.d. 22 februari 2018). Vanwege het aantreffen van indicatieve, gewogen gehalten asbest >100 mg/kg.ds in de grond aan de oostzijde van de locatie, werd nader onderzoek naar asbest noodzakelijk geacht. Doel van het onderzoek is het bepalen van definitieve gehalten asbest in de bodem ter plaatse van de door de opdrachtgever aangegeven onderzoekslocatie.
1.2 Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is afgeleid van de NEN 5707 in geval van grond en van de NEN 5897 in geval van niet-vormgegeven bouwstoffen. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, analyses, interpretatie en toetsing. Voor wat betreft asbest in bodem worden de resultaten van een onderzoek beoordeeld op basis van de NEN 5707 en het VROM beleid voor asbest in de bodem. Toetsingskader bodemonderzoek naar asbest NEN 5707 Het beleid ten aanzien van asbest in de bodem is vermeld in de Beleidsbrief asbest in bodem, grond en puin(granulaat) en de Circulaire Bodemsanering. Bij toetsing van het asbestgehalte in bodem wordt enkel een interventiewaarde gehanteerd. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (gewogen betekent de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest). Deze nu geldende interventiewaarde voor asbest in bodem van 100 mg/kg ds, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen serpentijn- en amfiboolasbest, is gebaseerd op het Verwaarloosbaar Risiconiveau in lucht, zoals voorgesteld door de Gezondheidsraad in 1988 en vervolgens opgenomen als streefwaarde in de beleidsnotitie asbest in het milieu uit 1991.
Op materialen met een asbestconcentratie beneden genoemde norm worden het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit geacht niet van toepassing te zijn (bij
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
3
een gehalte van 100 mg/kg ds gewogen en lager is, bij historische asbestverontreinigingen d.w.z. verontreinigingssituaties die voor 1 juli 1993 zijn ontstaan, formeel geen sprake van een asbestverontreiniging). Tijdens verkennend onderzoek is in principe geen directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien het indicatief vastgestelde asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Toetsingskader asbestonderzoek in puin NEN 5897: wettelijk kader Besluit asbestwegen milieubeheer De regelgeving voor asbest in bodem, grond en puin(granulaat) is vermeld in de beleidsbrief “Asbest in bodem, grond en puin(granulaat)” van 3 maart 2004. Tevens is de volgende regelgeving (mogelijk) op de onderhavige locatie van toepassing: x
Besluit asbestwegen milieubeheer van 8 september 2000 (gepubliceerd in Staatsblad 2000, 374) en;
x
Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer (gepubliceerd in Staatcourant 2000, 190 en Staatscourant 2000, 212V, laatstelijk gewijzigd Staatscourant 2002, 175).
Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving van asbest in puin(granulaat). Het Besluit asbestwegen milieubeheer is van toepassing op alle asbest bevattende wegen (gedefinieerd als wegen, paden, erfverhardingen of gedeeltes daarvan, alsmede andere grond die bestemd is om door rij- of ander verkeer te worden gebruikt) en stroken (gedefinieerd als stroken van een halve meter aan beide zijden van en direct aansluitend op wegen), met dien verstande dat: a)
het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien het gewogen asbestgehalte ten hoogste 100 mg/kg ds is;
b)
het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien de eigenaar heeft aangetoond dat het asbest vóór 1 juli 1993 is aangebracht én het asbest is afgeschermd door een verharding die geen asbest bevat én die voldoet aan CROW publicatie 189, uitgave januari 2005. De weg moet voldoen aan één van de volgende criteria: -
de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke bestaat uit asfalt, klinkers of beton en in een goede staat verkeert of
-
de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke afscherming bestaat uit een laag zand, grond, puingranulaat of materiaal dat een vergelijkbare afscherming biedt, waarvan de dikte ten minste 0,2 m. is.
In alle andere gevallen dient het asbest te worden verwijderd.
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
4
1.3 Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit en de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het veldwerk is uitgevoerd door SMA Zeeland B.V. Het milieukundige veldwerk ten behoeve van het grondonderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5707. SMA Zeeland B.V. beschikt hiertoe over het procescertificaat “Veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en de monsters. Onderzoek aan asfaltverharding, halfverhardingen en funderingsmaterialen valt niet onder de scope van de BRL SIKB 2000. In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart SMA Zeeland B.V.
dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. De analyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe geaccrediteerd laboratorium. Een bodemonderzoek asbest is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben. Door het beperkt aantal proefgaten en boringen, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden. Het onderzoek garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is. Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Gezien
deze
overwegingen,
dienen
de
hier
gerapporteerde
onderzoeksresultaten
met
meer
voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak gedaan worden over de algehele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, hiervoor dient tevens een bodemonderzoek plaats te vinden in het kader van de NEN 5740.
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
5
SMA Zeeland BV kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
6
2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit heeft geleid tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie.
2.1 Locatiebeschrijving en historische gegevens De locatie is gelegen aan de Oude Graauwsedijk 2A te Graauw in de gemeente Hulst (bijlage 1 en 2). Deze locatie staat kadastraal bekend als gedeelte van het perceel gemeente Hulst, sectie O, nummer 707 2
en heeft een oppervlakte van circa 800 m . De locatie betreft de grond met lichte tot sterke bijmengingen van baksteen en beton aan de noordoostzijde van het perceel, ten oosten van een schuur. Uit het eerder in 2018 uitgevoerde verkennend onderzoek naar asbest 23180010 (SMA Zeeland B.V., d.d. 22 februari 2018, naar aanleiding van een verkennend bodemonderzoek NEN 5740 met kenmerk 23170234, d.d. 4 januari 2018) werden in proefgaten PG16 en PG18 berekende, indicatieve gewogen gehalten asbest >100 mg/kg.ds aangetroffen. Deze gehalten gaven formeel aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek naar asbest. Op 26 februari 2018 is in overleg tussen de opdrachtgever, de gemeente Hulst, RUD Zeeland en SMA Zeeland B.V. besloten ten behoeve van een beoogde herinrichting van de locatie uit 23810010 tot woonfunctie, het benodigde nader bodemonderzoek te beperken tot de directe omgeving van proefgaten PG16 en PG18. Hier zijn in het verkennend bodemonderzoek naar asbest grove asbestverdachte materialen aangetroffen. Op basis van historisch fotomateriaal uit 1970 zijn twee ruimtelijke eenheden (RE’s) vastgesteld waar nader bodemonderzoek naar asbest zinvol wordt geacht. Deze initiële en defintieve RE’s zijn weergegeven in bijlage 2.
De in project 23180010 onderzochte puinfundering onder een asfaltverharding op het zuidwestelijk deel van het perceel behoort niet tot de huidige onderzoekslocatie. Wel werd hier in één proefgat een indicatief gewogen gehalte asbest >100 mg/kg.ds aangetroffen hetgeen formeel nog steeds aanleiding geeft tot nader onderzoek volgens NEN 5897 in deze fundering. Zie ook het briefrapport 23180010add d.d. 6 maart 2018.
2.2 Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het voorgaande dient te worden uitgegaan van de hypothese: verdacht voor bodem- en puinverontreiniging met asbest. Het onderzoek zal worden uitgevoerd op basis van de strategie ter vaststelling van een gemiddeld gehalte asbest per ruimtelijke eenheid (RE), § 7.2 uit NEN 5707 cq. § 7.3.2 uit NEN 5897. Een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten daarvan, volgt in hoofdstuk 3.
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
7
3. Veldwerk Het veldwerk is uitgevoerd op 1 mei 2018 door de erkende veldmedewerker de heer J. Kwast met assistentie van de veldwerker in opleiding de heer H. Vermue. De volgende werkzaamheden hebben plaatsgevonden (bijlage 3):
3.1 Visuele inspectie van het maaiveld Hierbij is het maaiveld van het gehele onderzoeksterrein, zowel in de lengte als daarna nogmaals in de breedte, per strook van 1,5 m breedte afgelopen en visueel onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn niet aangetroffen. Vanwege begroeiing was een efficiënte maaiveldinspectie conform protocol 2018 niet mogelijk.
3.2 Visuele inspectie ontgraven grond en puin Ruimtelijk verdeeld over het onderzoeksterrein zijn per RE twee of drie proefsleuven gegraven van 1,7 à 2,0 x 0,3 m tot een diepte van maximaal 0,7 m-mv. Aan de oostgevel van de schuur ten westen van de locatie bleek een strook puinverharding aanwezig tot ca. 3 meter uit de gevel. Proefsleuven SL1 en SL3 zijn deels door deze puinlaag gegraven waarna deze puinlaag werd aangemerkt als derde RE, RE 3. Het uitgegraven materiaal is gezeefd (maaswijdte 20 mm) danwel uitgespreid in lagen van maximaal 2 cm en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van grove asbestverdachte materialen (stukken groter dan 20 mm). In het uitgegraven materiaal van sleuven SL01A (puin), SL01B, SL02 en SL06 (grond) worden asbestverdachte materialen aangetroffen.
3.3 Visuele inspectie van de ondergrond De proefsleuven zijn gegraven tot in de voor verontreiniging met asbest onverdachte ondergrond. Deze is veelal aanwezig vanaf 0,25 à 0,4 m-mv. De veldwerkgegevens zijn opgenomen in bijlage 3. Zowel op het maaiveld, in de toplaag, in de bovengrond als in de ondergrond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen.
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
8
4. Analytisch onderzoek 4.1 Analysestrategie Na het verwijderen van de grove delen bodemvreemde bijmengingen (delen groter dan 20 mm) zijn in het veld zes analysemonsters samengesteld van de grove asbestverdachte materialen en gezeefde puin- en grondfracties <20mm. De volgende materiaal- en grond/puinmonsters zijn ter analyse aangeboden aan het laboratorium AL-West B.V. te Deventer. De analyserapporten zijn opgenomen in bijlage 5. Tabel 4.1 Samenstelling analysemonsters Analysemonster
Samengesteld uit sleuf
Type materiaal
Grof asbestverdacht materiaal (>20 mm) SL1A-3
SL01A
grof asbestverdacht materiaal in puin
SL1B-2
SL01B
grof asbestverdacht materiaal in grond
SL2-2
SL02
grof asbestverdacht materiaal in grond
SL6-2
SL06-2
grof asbestverdacht materiaal in grond
MM1-SL1B+SL2+SL6
SL01B, SL02, SL06
grond met bodemvreemde bijmengingen
MM2-SL4+SL5
SL04, SL05
grond met bodemvreemde bijmengingen
MM3
SL01A, SL03
puin
Fijne fractie (<20 mm)
4.2 Toetsing resultaten veldwerk en analyses Met behulp van de veldwerkgegevens en de analyseresultaten zijn de initiële ruimtelijke eenheden herzien en zijn per definitieve RE asbestgehalten bepaald. Deze gehalten zijn weergegeven in de onderstaande tabel. In bijlage 4 zijn de bijbehorende berekeningen opgenomen. Tabel 4.2 Gewogen asbestgehalten Sleuf
Type materiaal
Gewogen asbestgehalte (mg/kg.ds)
Ruimtelijke eenheid 1 SL01B
grond met bodemvreemde bijmengingen
318,0
SL02
grond met bodemvreemde bijmengingen
114,9
SL06
grond met bodemvreemde bijmengingen
37,5
Ruimtelijke eenheid 2 SL04
grond met bodemvreemde bijmengingen
geen asbest aangetroffen
SL05
grond met bodemvreemde bijmengingen
geen asbest aangetroffen
Ruimtelijke eenheid 3 SL01A
puin
368,1
SL03
puin
geen asbest aangetroffen
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
9
4.3 Interpretatie In ruimtelijke eenheden 1 en 3 blijkt sprake van een significant verschil in gewogen asbestgehalten tussen de sleuven van de betreffende RE’s. Het hoogste gehalte asbest binnen een RE dient als representatief te worden gezien voor de betreffende RE. In RE 1 (grond) en RE 3 (puin) overschrijden de gewogen asbestgehalten de interventiewaarde respectievelijk grenswaarde van 100 mg asbest/kg.ds. Voor zowel RE 1 als RE 3 is het zeer aannemelijk dat sprake is van historische verontreinigingen. Er is geen bewijs voor het tegendeel gevonden in onderhavig nader (bodem)onderzoek. In RE 1 is daarmee sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Aan de west- en zuidzijde zijn de contouren van dit geval van ernstige bodemverontreiniging grotendeels begrensd door RE 3 en een schuur (er is op verzoek van de opdrachtgever geen inpandig onderzoek naar de funderingssamenstelling verricht). Aan de noordoostzijde wordt de interventiewaarde-contour begrensd middels RE 2, waarin geen asbest is aangetroffen. Aan de zuidoostzijde wordt de interventiewaardecontour begrensd door sleuf SL06 waarin een beperkte hoeveelheid asbest is gevonden, hoewel deze formeel gesproken wel dient te worden gezien als onderdeel van het geval van ernstige bodemverontreiniging.
De omvang van dit geval van ernstige bodemverontreiniging (RE 1) wordt op basis van de huidige 2 1 3 onderzoeksresultaten geschat op 415 m x തതതതതത Ͳǡ͵ʹ m = 135 m . In RE 3 is daarmee sprake van een asbesthoudende weg in de zin van het Besluit asbestwegen milieubeheer, waarin gehalten asbest >100 mg/kg.ds zijn aangetoond. De contouren van deze asbesthoudende weg zijn aan de west- en zuidzijde begrensd door een schuur (er is op verzoek van de opdrachtgever geen inpandig onderzoek naar de funderingssamenstelling verricht), aan de oostzijde door het geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in de grond van RE 1 en aan de noordzijde middels proefgaten en proefsleuf PG14, PG15, PG16 en SL04 waarin geen volledige puinlaag is aangetroffen. In boring 08 (23170234) is nog wel een toplaag uiterst puinhoudende klei aangetroffen welke naar alle waarschijnlijkheid een historische samenhang heeft met de asbestweg in RE 3. De omvang van deze asbesthoudende weg inclusief de noordwestelijk aangrenzende toplaag uiterst 2 1 puinhoudende klei wordt op basis van de huidige onderzoeksresultaten geschat op 185 m x തതതത Ͳǡ͵ m + 100 2
1
3
m x 0,15 m = 75 m .
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
10
5. Conclusies en Aanbevelingen Tijdens het onderhavige onderzoek zijn in totaal zeven sleuven in drie RE’s gegraven. Het uitgegraven materiaal is visueel geïnspecteerd op het voorkomen van grove asbestverdachte materialen (stukken groter dan 20 mm). Deze zijn in vier proefsleuven aangetroffen. Na analyse in het laboratorium blijkt dit materiaal daadwerkelijk asbesthoudend te zijn. In de door het laboratorium geanalyseerde monsters van de fractie grond/puin kleiner dan 20 mm is geen asbest aangetroffen. In RE 1, grond met bodemvreemde bijmengingen, bedraagt het hoogste, berekende gewogen asbestgehalte 318 mg/kg.ds. In RE 2, grond met bodemvreemde bijmengingen, is geen asbest aangetroffen In RE 3, puinverharding, bedraagt het hoogste, berekende gewogen asbestgehalte 368 mg/kg.ds. Conclusie RE 1 dient op basis van de huidige onderzoeksresultaten te worden aangemerkt als geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. De omvang van dit geval van ernstige bodemverontreiniging wordt 3
globaal geschat op 135 m . Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. RE 3 dient op basis van de huidige resultaten te worden aangemerkt als asbesthoudende weg met een gewogen asbestgehalte hoger dan 100 mg/kg.ds. De omvang van deze asbestweg wordt op basis van de 3
huidige onderzoeksresultaten globaal geschat op ca. 75 m . Een weg, pad en/of erfverharding met een gewogen asbestgehalte hoger dan 100 mg/kg.ds wordt aangemerkt als een asbestweg waarop het Besluit asbestwegen milieubeheer van toepassing is. Aanbevelingen Geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest, RE 1 Wanneer grondwerkzaamheden zijn voorzien binnen de contouren van het geval van ernstige bodemverontreiniging, dient een saneringsplan opgesteld te worden dat door het bevoegd gezag Wet bodembescherming dient te worden goedgekeurd. De wijze van saneren kan vaak afgestemd worden op de herinrichtingsplannen en in dit geval vermoedelijk goed gecombineerd worden met de sanering van de asbestweg. De uitvoerende partijen van de saneringswerkzaamheden dienen BRL 6000 en/of BRL 7000 gecertificeerd te zijn. Grond waarin geen asbest is aangetoond, RE 2 Nader bodemonderzoek naar asbest wordt in ruimtelijke eenheid 2 niet noodzakelijk geacht. Op basis van de uit dit milieuhygiënisch onderzoek verkregen gegevens kan echter in geval van grondverzet c.q. herbestemmen van grond alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit nodig zijn. Dit is 23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
11
onder andere afhankelijk van aangetroffen gehaltes, alsook op basis van visueel aangetroffen bodemvreemde materialen in de te verplaatsen grond. De eventuele mogelijkheden dienen in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald. Asbesthoudende weg met gewogen asbestgehalten >100 mg/kg.ds, RE 3 Op grond van artikel 5 lid 1 van het Besluit asbestwegen milieubeheer dient degene die weet of had kunnen weten dat hij een asbestverdachte weg voorhanden heeft, dit direct te melden aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is formeel het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving voor asbestwegen. De asbestweg dient gesaneerd te worden. De wijze van saneren kan vaak afgestemd worden op de herinrichtingsplannen en in dit geval vermoedelijk goed gecombineerd worden met de sanering van het geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Voorafgaande aan de sanering dient een plan van aanpak te worden opgesteld en, ter goedkeuring, te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag.
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
12
6. Literatuurlijst 1.
Circulaire Bodemsanering 2013. Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013
2.
Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5707, Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, ICS 13.080.01, Delft, augustus 2015
3.
Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5897, Inspectie en monsterneming van asbest in bouwen sloopafval en recyclinggranulaat, ICS 13.030.30, Delft, augustus 2015
4.
Brief van de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Tweede Kamer 28 600 XI, 81, Den Haag, 17 december 2002
5.
Beleidsbrief asbest in bodem, grond en puin(granulaat), Tweede Kamer 28 663, 15, Den Haag, 3 maart 2004
6.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek, BRL SIKB 2000, versie 5, Gouda, 12 december 2013
7.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem, protocol 2018, versie 3.2, Gouda, 10 maart 2016
8.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Wijzigingsblad BRL SIKB 2000 versie 3, Gouda, 10 maart 2016
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
13
Bijlage 1. Overzichtskaart ligging onderzoekslocatie
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
Ligging onderzoekslocatie
Schaal: 1:25.000
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
Bijlage 2. Situatietekening
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
01
19
20
O ud e
02
03
18
05
09
La ng en da m se dij k
08
G ra a uw se di jk
16
07
22
04
05
17
06
02
11
10
13
12
20
2
SL01A
12
06 14
07
04
13
2A
18 SL01B 11
14
SL06
19
SL05
SL04
15
Oude Graauwsedijk 2A Graauw
MILIEU EN RUIMTE
Onderdeel:
Nader bodemonderzoek asbest
Opdr.gever: T.M.L. de Caluwé
Project:
bovengrondse olietank
RE1
09
16
SL03
RE2
08
10
23
01
SL02
21
24
15
RE2 RE1
3 RE 17
03
4
01
5
Tekeningnr.: 1 van 1 Datum: 22-05-2018
Formaat: A3 Getekend: N. Gabriëlse
15
Schaal: 1:500
10
Projectnr.: 23180087
www.smazeelandbv.nl
tel.: 0113 - 35 22 22
's-Heerenhoek
Postbus 25 4453 ZG
0
20
maten in meters 1:500 schaal
Proefgat (eerder onderzoek) Sleuf bodemonderzoek asbest
SL05
Diepe boring (eerder onderzoek)
Peilbuis (eerder onderzoek)
Boring (eerder onderzoek)
15
nr.
12
LEGENDA Initiële ruimtelijke eenheden Onderzoekslocatie, definitieve ruimtelijke eenheden Bebouwing Asfalt- / betonverharding
Bijlage 3. Veldwaarnemingen
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
RE-Sleuf:
RE3-SL1A
RE-Sleuf:
RE1-SL1B
Lengte (cm):
200,00
Lengte (cm):
170,00
Breedte (cm):
30,00
Breedte (cm):
30,00
Datum:
01-05-2018
Datum:
01-05-2018
Veldwerker:
Jonathan Kwast
Veldwerker:
Jonathan Kwast
0
0 1 2 3
30
50 60
gras Volledig puin, zwak asbesthoudend, beton dakpan baksteen plastic Klei, sterk zandig, zwak baksteenhoudend, zwak dakpan houdend, zwak betonhoudend, zwak plastichoudend, grijsbruin, 2% puin
0
0 1 2
30
50 60
RE-Sleuf:
RE1-SL2
RE-Sleuf:
RE3-SL3
Lengte (cm):
200,00
Lengte (cm):
200,00
Breedte (cm):
30,00
Breedte (cm):
30,00
Datum:
01-05-2018
Datum:
01-05-2018
Veldwerker:
Jonathan Kwast
Veldwerker:
Jonathan Kwast
0
0 1 2
25
50 60
Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak asbestverdacht materiaal houdend, zwak betonhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend, bruingrijs Klei, sterk zandig, grijsbruin
0
0 1 2
50 60
RE2-SL4
RE-Sleuf:
RE2-SL5
Lengte (cm):
200,00
Lengte (cm):
200,00
Breedte (cm):
30,00
Breedte (cm):
30,00
Datum:
01-05-2018
Datum:
01-05-2018
Veldwerker:
Jonathan Kwast
Veldwerker:
Jonathan Kwast
0
40
Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak dakpan houdend, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, bruingrijs, 1%'puin Klei, sterk zandig, grijsbruin
50
Klei, sterk zandig, zwak baksteenhoudend, zwak dakpan houdend, zwak betonhoudend, zwak plastichoudend, grijsbruin, 1% puin
gras Volledig puin, beton dakpan baksteen plastic metalen Grind
30
RE-Sleuf:
0
gras Klei, sterk zandig, zwak humeus, volledig puin, zwak asbesthoudend, zwak dakpan houdend, zwak baksteenhoudend, bruingrijs, 5% puin
0
0
45
Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak dakpan houdend, zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, bruingrijs, 1%'puin
60
Klei, sterk zandig, grijsbruin
30
50
70
Projectnaam: Oude Graauwsedijk 2A te Graauw (0707)
Klei, sterk zandig, zwak baksteenhoudend, zwak dakpan houdend, zwak betonhoudend, zwak plastichoudend, bruingrijs, 2% puin
Klei, matig siltig, donkergrijs
Projectcode: 23180087 Bijlage: 3
RE-Sleuf:
RE1-SL6
Lengte (cm):
200,00
Breedte (cm):
30,00
Datum:
01-05-2018
Veldwerker:
Jonathan Kwast 0
0 1 2
40
Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak dakpan houdend, zwak asbestverdacht materiaal houdend, bruingrijs, 1%'puin Klei, sterk zandig, grijsbruin
50 60
Projectnaam: Oude Graauwsedijk 2A te Graauw (0707)
Projectcode: 23180087 Bijlage: 3
Onafhankelijkheid Ik verklaar dat het milieukundig veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000. J. Kwast 2001 2002 2018 H. Vermue in opleiding
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
Bijlage 4. Berekeningen asbestgehalten
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
project
23180087
deellocatie
RE1
sleuf onderzochte laag
SL01B 0
lengte sleuf
1,7
volume sleuf
0,153 grond
aard materiaal
Oude Graauwsedijk 2A Graauw
0,3 m-mv
tot m 3 m
bulkdichtheid
1,7
ton/m3
onderzochte hoeveelheid
260
kg veldvochtig
codering analysemonster <20 mm
MM1-SL1B+SL2+SL6
drogestofgehalte MM1-SL1B+SL2+SL6
76,4
%
onderzochte hoeveelheid <20 mm
188,8 SL1B-2
kg.ds
codering analysemonster >20 mm vis. geïnsp. hoev. >20 mm
13,005
kg
gewichtpercentage puin e.d. >20 mm
5
%
laagdikte
gewichtspercentage grond/puin < 20 mm:
Uit sleuf SL01B verzameld grof asbestverdacht materiaal > 20 mm: laboratoriumcodering materiaaltypen
0,3 m
breedte
0,30
m
95 %
SL1B-2
SL1B-2a
SL1B-2b
SL1B-2c
SL1B-2d
omschrijving materiaaltypen
cement, golfplaat
0,0
0,0
0,0
totaalmassa (drooggewicht)
505,5
0,0
g
Analyseresultaat laboratoriumonderzoek per materiaaltype:
SL1B-2f 0,0
g
0,0
g
0,0
g
0,0
g
SL1B-2
serpentijngehalte gemiddeld
12,5
%
0
%
0
%
0
%
0
%
serpentijngehalte ondergrens
10
%
0
%
0
%
0
%
0
%
serpentijngehalte bovengrens
15
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte gemiddeld
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte ondergrens
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte bovengrens
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
Berekend asbestgehalte (mg/kg.ds) fractie > 20 mm in de onderzochte hoeveelheid uit sleuf SL01B weergegeven per materiaaltype in mg per kg.ds uitgegraven grond/puin codering analysemonsters avm
SL1B-2a
SL1B-2b
SL1B-2c
SL1B-2d
SL1B-2f
gemiddelde serpentijn
318
0
0
0
0
ondergrens serpentijn
254
0
0
0
0
bovengrens serpentijn
382
0
0
0
0
gemiddelde amfibool
0
0
0
0
0
ondergrens amfibool
0
0
0
0
0
bovengrens amfibool
0
0
0
0
0
In laboratorium onderzocht monster fractie < 20 mm:
MM1-SL1B+SL2+SL6
analyseresultaten (mg/kg.ds) serpentijngehalte
<0,1
serpentijngehalte ondergrens
<0,1
serpentijngehalte bovengrens
<0,1
amfiboolgehalte
<0,1
amfiboolgehalte ondergrens
<0,1
amfiboolgehalte bovengrens
<0,1
Berekend asbestgehalte (mg/kg.ds) fractie < 20 mm in de onderzochte hoeveelheid uit sleuf SL01B (gecorrigeerd met gewichtspercentage grond en puin < 20 mm) weergegeven in mg per kg.ds serpentijngehalte
0,0
serpentijngehalte ondergrens
0,0
serpentijngehalte bovengrens
0,0
amfiboolgehalte
0,0
amfiboolgehalte ondergrens
0,0
amfiboolgehalte bovengrens
0,0
Berekend totaal gewogen asbestgehalte in grond uit sleuf SL01B:
318,0 mg/kg.ds
ondergrens
254,4 mg/kg.ds
bovengrens
381,6 mg/kg.ds
Het gewogen asbestgehalte is het gehalte serpentijnasbest vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest
Bijlage 4
Berekening asbestgehalte SL01B
project
23180087
deellocatie
RE1
sleuf onderzochte laag
SL02 0
lengte sleuf
2
volume sleuf
0,150 grond
aard materiaal
Oude Graauwsedijk 2A Graauw
tot
0,25 m-mv
m 3 m
bulkdichtheid
1,7
ton/m3
onderzochte hoeveelheid
255
kg veldvochtig
codering analysemonster <20 mm
MM1-SL1B+SL2+SL6
drogestofgehalte MM1-SL1B+SL2+SL6
76,4
%
onderzochte hoeveelheid <20 mm
185,1 SL2-2
kg.ds
codering analysemonster >20 mm vis. geïnsp. hoev. >20 mm
12,75
kg
gewichtpercentage puin e.d. >20 mm
5
%
0,25
m
95 %
SL2-2
SL2-2a
SL2-2b
omschrijving materiaaltypen
cement, golfplaat
cement, vlakke plaat
totaalmassa (drooggewicht)
44,0
11,9
g
Analyseresultaat laboratoriumonderzoek per materiaaltype: serpentijngehalte gemiddeld
laagdikte
gewichtspercentage grond/puin < 20 mm:
Uit sleuf SL02 verzameld grof asbestverdacht materiaal > 20 mm: laboratoriumcodering materiaaltypen
0,3 m
breedte
SL2-2c 0,0
SL2-2d 0,0
SL2-2f 0,0
g
0,0
g
0,0
g
0,0
g
%
SL2-2 %
%
0 0
%
%
0 0
%
%
12,5 10
%
serpentijngehalte ondergrens
12,5 10
%
0 0
serpentijngehalte bovengrens
15
%
15
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte gemiddeld
%
%
0 0
%
%
0 0
%
%
0 0
%
%
0 0
%
amfiboolgehalte ondergrens
3,5 2
amfiboolgehalte bovengrens
5
%
0
%
0
%
0
%
0
%
Berekend asbestgehalte (mg/kg.ds) fractie > 20 mm in de onderzochte hoeveelheid uit sleuf SL02 weergegeven per materiaaltype in mg per kg.ds uitgegraven grond/puin codering analysemonsters avm
SL2-2a
SL2-2b
SL2-2c
SL2-2d
SL2-2f
gemiddelde serpentijn
28
8
0
0
0
ondergrens serpentijn
23
6
0
0
0
bovengrens serpentijn
34
9
0
0
0
gemiddelde amfibool
8
0
0
0
0
ondergrens amfibool
5
0
0
0
0
bovengrens amfibool
11
0
0
0
0
In laboratorium onderzocht monster fractie < 20 mm:
MM1-SL1B+SL2+SL6
analyseresultaten (mg/kg.ds) serpentijngehalte
<0,1
serpentijngehalte ondergrens
<0,1
serpentijngehalte bovengrens
<0,1
amfiboolgehalte
<0,1
amfiboolgehalte ondergrens
<0,1
amfiboolgehalte bovengrens
<0,1
Berekend asbestgehalte (mg/kg.ds) fractie < 20 mm in de onderzochte hoeveelheid uit sleuf SL02 (gecorrigeerd met gewichtspercentage grond en puin < 20 mm) weergegeven in mg per kg.ds serpentijngehalte
0,0
serpentijngehalte ondergrens
0,0
serpentijngehalte bovengrens
0,0
amfiboolgehalte
0,0
amfiboolgehalte ondergrens
0,0
amfiboolgehalte bovengrens
0,0
Berekend totaal gewogen asbestgehalte in grond uit sleuf SL02:
114,9 mg/kg.ds
ondergrens
73,9 mg/kg.ds
bovengrens
156,0 mg/kg.ds
Het gewogen asbestgehalte is het gehalte serpentijnasbest vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest
Bijlage 4
Berekening asbestgehalte SL02
%
%
project
23180087
deellocatie
RE3
sleuf onderzochte laag
SL03 0
lengte sleuf
2
volume sleuf
0,180 puin
aard materiaal
Oude Graauwsedijk 2A Graauw
0,3 m-mv
tot m 3 m
bulkdichtheid
2
ton/m3
onderzochte hoeveelheid
360
kg veldvochtig
codering analysemonster <20 mm
MM3
drogestofgehalte MM3
72,7
%
onderzochte hoeveelheid <20 mm
235,5
kg.ds
codering analysemonster >20 mm
n.v.t.
vis. geïnsp. hoev. >20 mm
36
kg
gewichtpercentage puin e.d. >20 mm
10
%
omschrijving materiaaltypen
n.v.t. n.v.t.
totaalmassa (drooggewicht)
0,0
0,30
m
90 %
n.v.t. n.v.t. n.v.t.
g
Analyseresultaat laboratoriumonderzoek per materiaaltype: serpentijngehalte gemiddeld
laagdikte
gewichtspercentage grond/puin < 20 mm:
Uit sleuf SL03 verzameld grof asbestverdacht materiaal > 20 mm: laboratoriumcodering materiaaltypen
0,3 m
breedte
n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
0,0
g
0,0
g
0,0
g
0,0
g
%
n.v.t. %
%
0 0
%
%
0 0
%
%
0 0
%
serpentijngehalte ondergrens
0 0
%
0 0
serpentijngehalte bovengrens
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte gemiddeld
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte ondergrens
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte bovengrens
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
Berekend asbestgehalte (mg/kg.ds) fractie > 20 mm in de onderzochte hoeveelheid uit sleuf SL03 weergegeven per materiaaltype in mg per kg.ds uitgegraven grond/puin codering analysemonsters avm
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
gemiddelde serpentijn
0
0
0
0
0
ondergrens serpentijn
0
0
0
0
0
bovengrens serpentijn
0
0
0
0
0
gemiddelde amfibool
0
0
0
0
0
ondergrens amfibool
0
0
0
0
0
bovengrens amfibool
0
0
0
0
0
In laboratorium onderzocht monster fractie < 20 mm:
MM3
analyseresultaten (mg/kg.ds) serpentijngehalte
<0,1
serpentijngehalte ondergrens
<0,1
serpentijngehalte bovengrens
<0,1
amfiboolgehalte
<0,1
amfiboolgehalte ondergrens
<0,1
amfiboolgehalte bovengrens
<0,1
Berekend asbestgehalte (mg/kg.ds) fractie < 20 mm in de onderzochte hoeveelheid uit sleuf SL03 (gecorrigeerd met gewichtspercentage grond en puin < 20 mm) weergegeven in mg per kg.ds serpentijngehalte
0,0
serpentijngehalte ondergrens
0,0
serpentijngehalte bovengrens
0,0
amfiboolgehalte
0,0
amfiboolgehalte ondergrens
0,0
amfiboolgehalte bovengrens
0,0
Berekend totaal gewogen asbestgehalte in puin uit sleuf SL03:
0,0 mg/kg.ds
ondergrens
0,0 mg/kg.ds
bovengrens
0,0 mg/kg.ds
Het gewogen asbestgehalte is het gehalte serpentijnasbest vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest
Bijlage 4
Berekening asbestgehalte SL03
%
project
23180087
deellocatie
RE2
sleuf onderzochte laag
SL04 0
lengte sleuf
2
volume sleuf
0,240 grond
aard materiaal
Oude Graauwsedijk 2A Graauw
0,4 m-mv
tot m 3 m
bulkdichtheid
1,7
ton/m3
onderzochte hoeveelheid
408
kg veldvochtig
codering analysemonster <20 mm
MM2-SL4+SL5
drogestofgehalte MM2-SL4+SL5
80,9
%
onderzochte hoeveelheid <20 mm
326,8
kg.ds
codering analysemonster >20 mm
n.v.t.
vis. geïnsp. hoev. >20 mm
4,08
kg
gewichtpercentage puin e.d. >20 mm
1
%
omschrijving materiaaltypen
n.v.t. n.v.t.
totaalmassa (drooggewicht)
0,0
0,40
m
99 %
n.v.t. n.v.t. n.v.t.
g
Analyseresultaat laboratoriumonderzoek per materiaaltype: serpentijngehalte gemiddeld
laagdikte
gewichtspercentage grond/puin < 20 mm:
Uit sleuf SL04 verzameld grof asbestverdacht materiaal > 20 mm: laboratoriumcodering materiaaltypen
0,3 m
breedte
n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
0,0
g
0,0
g
0,0
g
0,0
g
%
n.v.t. %
%
0 0
%
%
0 0
%
%
0 0
%
serpentijngehalte ondergrens
0 0
%
0 0
serpentijngehalte bovengrens
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte gemiddeld
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte ondergrens
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte bovengrens
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
Berekend asbestgehalte (mg/kg.ds) fractie > 20 mm in de onderzochte hoeveelheid uit sleuf SL04 weergegeven per materiaaltype in mg per kg.ds uitgegraven grond/puin codering analysemonsters avm
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
gemiddelde serpentijn
0
0
0
0
0
ondergrens serpentijn
0
0
0
0
0
bovengrens serpentijn
0
0
0
0
0
gemiddelde amfibool
0
0
0
0
0
ondergrens amfibool
0
0
0
0
0
bovengrens amfibool
0
0
0
0
0
In laboratorium onderzocht monster fractie < 20 mm:
MM2-SL4+SL5
analyseresultaten (mg/kg.ds) serpentijngehalte
<0,1
serpentijngehalte ondergrens
<0,1
serpentijngehalte bovengrens
<0,1
amfiboolgehalte
<0,1
amfiboolgehalte ondergrens
<0,1
amfiboolgehalte bovengrens
<0,1
Berekend asbestgehalte (mg/kg.ds) fractie < 20 mm in de onderzochte hoeveelheid uit sleuf SL04 (gecorrigeerd met gewichtspercentage grond en puin < 20 mm) weergegeven in mg per kg.ds serpentijngehalte
0,0
serpentijngehalte ondergrens
0,0
serpentijngehalte bovengrens
0,0
amfiboolgehalte
0,0
amfiboolgehalte ondergrens
0,0
amfiboolgehalte bovengrens
0,0
Berekend totaal gewogen asbestgehalte in grond uit sleuf SL04:
0,0 mg/kg.ds
ondergrens
0,0 mg/kg.ds
bovengrens
0,0 mg/kg.ds
Het gewogen asbestgehalte is het gehalte serpentijnasbest vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest
Bijlage 4
Berekening asbestgehalte SL04
%
project
23180087
deellocatie
RE2
sleuf onderzochte laag
SL05 0
lengte sleuf
2
volume sleuf
0,180 grond
aard materiaal
Oude Graauwsedijk 2A Graauw
0,3 m-mv
tot m 3 m
bulkdichtheid
1,7
ton/m3
onderzochte hoeveelheid
306
kg veldvochtig
codering analysemonster <20 mm
MM2-SL4+SL5
drogestofgehalte MM2-SL4+SL5
80,9
%
onderzochte hoeveelheid <20 mm
245,1
kg.ds
codering analysemonster >20 mm
n.v.t.
vis. geïnsp. hoev. >20 mm
3,06
kg
gewichtpercentage puin e.d. >20 mm
1
%
omschrijving materiaaltypen
n.v.t. n.v.t.
totaalmassa (drooggewicht)
0,0
0,30
m
99 %
n.v.t. n.v.t. n.v.t.
g
Analyseresultaat laboratoriumonderzoek per materiaaltype: serpentijngehalte gemiddeld
laagdikte
gewichtspercentage grond/puin < 20 mm:
Uit sleuf SL05 verzameld grof asbestverdacht materiaal > 20 mm: laboratoriumcodering materiaaltypen
0,3 m
breedte
n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
0,0
g
0,0
g
0,0
g
0,0
g
%
n.v.t. %
%
0 0
%
%
0 0
%
%
0 0
%
serpentijngehalte ondergrens
0 0
%
0 0
serpentijngehalte bovengrens
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte gemiddeld
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte ondergrens
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte bovengrens
0
%
0
%
0
%
0
%
0
%
Berekend asbestgehalte (mg/kg.ds) fractie > 20 mm in de onderzochte hoeveelheid uit sleuf SL05 weergegeven per materiaaltype in mg per kg.ds uitgegraven grond/puin codering analysemonsters avm
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
gemiddelde serpentijn
0
0
0
0
0
ondergrens serpentijn
0
0
0
0
0
bovengrens serpentijn
0
0
0
0
0
gemiddelde amfibool
0
0
0
0
0
ondergrens amfibool
0
0
0
0
0
bovengrens amfibool
0
0
0
0
0
In laboratorium onderzocht monster fractie < 20 mm:
MM2-SL4+SL5
analyseresultaten (mg/kg.ds) serpentijngehalte
<0,1
serpentijngehalte ondergrens
<0,1
serpentijngehalte bovengrens
<0,1
amfiboolgehalte
<0,1
amfiboolgehalte ondergrens
<0,1
amfiboolgehalte bovengrens
<0,1
Berekend asbestgehalte (mg/kg.ds) fractie < 20 mm in de onderzochte hoeveelheid uit sleuf SL05 (gecorrigeerd met gewichtspercentage grond en puin < 20 mm) weergegeven in mg per kg.ds serpentijngehalte
0,0
serpentijngehalte ondergrens
0,0
serpentijngehalte bovengrens
0,0
amfiboolgehalte
0,0
amfiboolgehalte ondergrens
0,0
amfiboolgehalte bovengrens
0,0
Berekend totaal gewogen asbestgehalte in grond uit sleuf SL05:
0,0 mg/kg.ds
ondergrens
0,0 mg/kg.ds
bovengrens
0,0 mg/kg.ds
Het gewogen asbestgehalte is het gehalte serpentijnasbest vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest
Bijlage 4
Berekening asbestgehalte SL05
%
project
23180087
deellocatie
RE1
sleuf onderzochte laag
SL06 0
lengte sleuf
2
volume sleuf
0,240 grond
aard materiaal
Oude Graauwsedijk 2A Graauw
0,4 m-mv
tot m 3 m
bulkdichtheid
1,7
ton/m3
onderzochte hoeveelheid
408
kg veldvochtig
codering analysemonster <20 mm
MM1-SL1B+SL2+SL6
drogestofgehalte MM1-SL1B+SL2+SL6
76,4
%
onderzochte hoeveelheid <20 mm
308,6 SL6-2
kg.ds
codering analysemonster >20 mm vis. geïnsp. hoev. >20 mm
4,08
kg
gewichtpercentage puin e.d. >20 mm
1
%
laagdikte
gewichtspercentage grond/puin < 20 mm:
Uit sleuf SL06 verzameld grof asbestverdacht materiaal > 20 mm: laboratoriumcodering materiaaltypen
0,3 m
breedte
0,40
m
99 %
SL6-2
SL6-2a
SL6-2b
SL6-2c
SL6-2d
omschrijving materiaaltypen
cement, golfplaat
0,0
0,0
0,0
totaalmassa (drooggewicht)
24,6
0,0
g
Analyseresultaat laboratoriumonderzoek per materiaaltype:
SL6-2f 0,0
g
0,0
g
0,0
g
0,0
g
SL6-2
serpentijngehalte gemiddeld
12,5
%
0
%
0
%
0
%
0
%
serpentijngehalte ondergrens
10
%
0
%
0
%
0
%
0
%
serpentijngehalte bovengrens
15
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte gemiddeld
3,5
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte ondergrens
2
%
0
%
0
%
0
%
0
%
amfiboolgehalte bovengrens
5
%
0
%
0
%
0
%
0
%
Berekend asbestgehalte (mg/kg.ds) fractie > 20 mm in de onderzochte hoeveelheid uit sleuf SL06 weergegeven per materiaaltype in mg per kg.ds uitgegraven grond/puin codering analysemonsters avm
SL6-2a
SL6-2b
SL6-2c
SL6-2d
SL6-2f
gemiddelde serpentijn
10
0
0
0
0
ondergrens serpentijn
8
0
0
0
0
bovengrens serpentijn
12
0
0
0
0
gemiddelde amfibool
3
0
0
0
0
ondergrens amfibool
2
0
0
0
0
bovengrens amfibool
4
0
0
0
0
In laboratorium onderzocht monster fractie < 20 mm:
MM1-SL1B+SL2+SL6
analyseresultaten (mg/kg.ds) serpentijngehalte
<0,1
serpentijngehalte ondergrens
<0,1
serpentijngehalte bovengrens
<0,1
amfiboolgehalte
<0,1
amfiboolgehalte ondergrens
<0,1
amfiboolgehalte bovengrens
<0,1
Berekend asbestgehalte (mg/kg.ds) fractie < 20 mm in de onderzochte hoeveelheid uit sleuf SL06 (gecorrigeerd met gewichtspercentage grond en puin < 20 mm) weergegeven in mg per kg.ds serpentijngehalte
0,0
serpentijngehalte ondergrens
0,0
serpentijngehalte bovengrens
0,0
amfiboolgehalte
0,0
amfiboolgehalte ondergrens
0,0
amfiboolgehalte bovengrens
0,0
Berekend totaal gewogen asbestgehalte in grond uit sleuf SL06:
37,5 mg/kg.ds
ondergrens
23,7 mg/kg.ds
bovengrens
51,3 mg/kg.ds
Het gewogen asbestgehalte is het gehalte serpentijnasbest vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest
Bijlage 4
Berekening asbestgehalte SL06
Bijlage 5. Analyserapporten
23180087
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport nader onderzoek naar asbest in bodem en puin Oude Graauwsedijk 2A te Graauw
6DJUR0LOLHX$GYLHV=HHODQGE 7DY%%RRPVWUD 3RVWEXV =* 6+((5(1+2(. 1(7+(5/$1'6
$QDO\VHFHUWLILFDDW 'DWXP0D\
+LHUELMRQWYDQJWXGHUHVXOWDWHQYDQKHWQDYROJHQGHODERUDWRULXPRQGHU]RHN &HUWLILFDDWQXPPHU9HUVLH 8ZSURMHFWYHUVODJQXPPHU 8ZSURMHFWQDDP 8ZRUGHUQXPPHU 0RQVWHU V RQWYDQJHQ
2XGH*UDDXZVHGLMN$WH*UDDXZ 0D\
'LWFHUWLILFDDWPDJXLWVOXLWHQGLQ]LMQJHKHHOZRUGHQJHUHSURGXFHHUG 'HDQDO\VHUHVXOWDWHQKHEEHQDOOHHQEHWUHNNLQJRSKHWEHSURHIGHREMHFW 'HJURQGPRQVWHUVZRUGHQWRWZHNHQQDGDWXPRQWYDQJVWEHZDDUGHQZDWHUPRQVWHUVWRWZHNHQQD GDWXPRQWYDQJVW=RQGHUWHJHQEHULFKWZRUGHQGHPRQVWHUVQDGLHQDIJHYRHUG ,QGLHQGHPRQVWHUVODQJHUEHZDDUGGLHQHQWHEOLMYHQYHU]RHNHQZLM8GLWH[HPSODDUXLWHUOLMNZHUNGDJYRRUDIORRS YDQGHVWDQGDDUGEHZDDUSHULRGHRQGHUWHNHQGDDQRQVWHUHWRXUQHUHQ9RRUGHNRVWHQYDQKHWODQJHUEHZDUHQ YDQPRQVWHUVYHUZLM]HQZLMQDDUGHSULMVOLMVW
%HZDUHQWRW 'DWXP
1DDP
+DQGWHNHQLQJ
:LMYHUWURXZHQHURSXZRSGUDFKWKLHUPHHQDDUYHUZDFKWLQJWHKHEEHQXLWJHYRHUGPRFKW8QDDUDDQOHLGLQJYDQGLW DQDO\VHFHUWLILFDDWQRJYUDJHQKHEEHQYHU]RHNHQZLM8FRQWDFWRSWHQHPHQPHWGHDIGHOLQJ9HUNRRSHQ$GYLHV
0HWYULHQGHOLMNHJURHW (XURILQV$QDO\WLFR%9 ,QJ$9HOGKXL]HQ 7HFKQLFDO0DQDJHU
(XURILQV$QDO\WLFR%9 *LOGHZHJ 1%%DUQHYHOG 32%R[ $/%DUQHYHOG1/
%133DULEDV6$ 7HO ,%$11/%13$ )D[ (PDLOLQIRHQY#HXURILQVQO %,&%13$1/$ .Y.&R&1R 6LWHZZZHXURILQVQO %7:9$71R1/%
(XURILQV$QDO\WLFR%9LV,62JHFHUWLILFHHUGGRRU7h9 HQHUNHQGGRRUKHW9ODDPVH*HZHVW 29$0HQ'HS2PJHYLQJ KHW%UXVVHOVH*HZHVW %,0 KHW:DDOVH*HZHVW '*51(2:' HQGRRUGHRYHUKHLGYDQ/X[HPEXUJ 0(9
!"# $ %&'' !"& ' ! &'' !& &' !& ' .
- 3 " &'' 4 ( ' ) ! % ' * $ % + %&
112 ,*,
/ # "0% !&
6''
251
152
251
2751
1
5
5
52
751
'%
5
5
5
15
'%
1
8 !% !3 /
!
& $
%
"0
'3 /!!$ /
,"0 ! $
(" $ %
(9(9
(9*(9*
(9(9
7
(91(917
+7 &#
"#"
$ %771 :** &#$ +55*!.72 9 * &#$ :9
$ "
1
C!! )#% "" #
)
"0 &%
"0 &%
(((@A* &#
"0 &%
449)>9 &#
"0 &%
->);( &
;$5<771 = .<77122 >' $ &3!&#? !3 & 5&$ ( 5 !3 & 5&$
8 " 3 " ' % $ & &E &%0$ ! &% !" 5 *:++ / (5527 > !3 & & $ "!*545 @(77%" 3 " !! ;D4 @*::9*:+27 & &!! 04$ ' 4&8 5'%# &%, *@-*:+:9 0* $ *@,0B $ 8):>B8 A#A-!-:!521 &!! !# 0 # &9.'/ %>45 *;B4;:!5:975755*
2 &"'"
VS
!
$
%
"
#
&'
() !"!
! "#"$% !
&"' ( ) *%' ( ) +,-$!./ $-0" 1"/ $-0"
20"" 34 354 ! 5$5$" &6 7&$" " " "
+/ $-0819$"7"03# 4 9 1-9 $$ &:7 ;$$ <17,001(#7=>?"#,!)@ <1 /00001(3=)@<16001(>A+#6>) $$ $! <!/%,2/ (=+7)"
!
!
!
"# $ %&%
!! "##$ % &#'()* !!+#$ % "
, - ./ 0(- ./ ** 123' %4 $'3 5 $'3
#"$5+!*)) 6#+"7"! #"+!*)) #687#"+"+ 9%9 8'8"'* #,: ;+,"'" #
1$'3+<='#;65& 7 = $3= $''$,>; $? ''$@ ;2 .&;+A &2 %/B @ #$ .#6A/B@ : . C"1&: / ''$ '% $@ %( 2$.A1;/
!"
#
#
$ %&' (
$
%&
) * "
% +)
$
!!"
, -)
* ) -* %!, ./" !! -0 )
!-! * )
% + ,
, .1* 2' (&
'(# )*)
9- : '<( ?@@ 33 * - &5&3> ?@@#=3 * -=
7 -&A? ?''(? B>A? ?''(? <)-< *C &/ :::& &-
3 /&#&''@'' 43#6=@ 3#''@'' 3463#='# D*D &('? 37 $#7&=?& &?&3
#-0 !3&$&4/5 6' ! ! 78$ + , $-) 9 : 5$# "&5) *1 , 3 - 9 : 34 1, - 9 : 9;<5 * , *=> ) $&
Tabel 1 van 5 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever