BP Oud Ferdinandusdijk 20 Heikant 21-11-2023-samengevoegd
Tekst van het document
Dit betekent een aanzienlijke afname van het stikstofgehalte en daarmee een tegemoetkoming aan de verduurzaming van het bedrijf. Plaatsing van vier warmtewisselaars van €35.000 per stal, in totaal €140.000,-. De nieuwe stal wordt eveneens van een warmtewisselaar voorzien. Bedrijf
P. Dhollander
Adres
Oud Ferdinandusdijk 20
Contactpersoon bedrijf: Adviseur:
4566 RK Heikant Peter Dhollander, 06-20720640 Bram Verhage, 06-55226207
paedholl@planet.nl
Investering
Duurzaam
Maatlat duurzame veehouderij
Extra n.t.b
Ventilatie bestaande stal Warmtewisselaar bestaande stal
€140.000,00
Totaal aantal extra kosten tav. verduurzaming
€140.000,00
Conclusie Het bedrijf neemt verdergaande maatregelen ten einde een verduurzaming van het bedrijf te bereiken, zodat daarnaast de mogelijkheid ontstaat om uit te breiden. De kosten die hiermee gepaard gaan voldoen aan de minimale kosten die voortkomen uit de bijdrage in de vereveningsbijdrage. Het initiatief voldoet daarmee aan de bepalingen, zoals gesteld in de Verordening ruimte van de Provincie Zeeland.
Verduurzaming pluimveehouderij Oud Ferdinandusdijk 20 Heikant
3
AGRARISCHE ADVIESCOMMISSIE ZEELAND van de Stichting Advisering Landelijk Gebied Zeeland secretariaat: Postbus 1153 5200 BE ‘S-HERTOGENBOSCH info@agrarischeadviescommissie.nl
Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hulst t.a.v. Mw. D. Dekker Beleidsmedewerker RO Wonen & Werken (verzonden per e-mail)
Uw kenmerk
Ons nummer
Datum
e-mail/briefkenm. VB/21.2995
BAz 1366
13 januari 2022
Behandeld door
Onderwerp
H. Gerlings/TS
Geacht College, Naar aanleiding van uw schrijven van 15 december 2021, inzake het verzoek van familie Dhollander, Oud Ferdinandusdijk 20 te Heikant, delen wij u het volgende mede. Op basis van overleg met de heer P. Dhollander, de door u toegezonden stukken en nader onderzoek komt de Agrarische Adviescommissie Zeeland tot de volgende bevindingen. Bedrijfsbeschrijving De heer P. Dhollander exploiteert in een vennootschap onder firma met zijn echtgenote M. Dhollander aan de Oud Ferdinandusdijk 20 te Heikant een pluimveebedrijf. In totaal worden op dit bedrijf circa 45.000 ouderdieren gehouden voor de productie van broedeieren. Op het bedrijf zijn vijf evenwijdig aan elkaar gesitueerde stallen aanwezig, en is een loods aanwezig waarin een voerinstallatie is ingericht en waarin de stalling van landbouwwerktuigen plaatsvindt.Verder zijn op het bedrijf een aantal silo`s aanwezig voor de opslag van droge producten zoals maïs/graan. De stallen dateren van midden jaren negentig tot circa 2005, en zijn ingericht met grondhuisvesting voor de ouderdieren (derhalve zonder etages). Van de vijf stallen zijn drie stallen ingericht met een emissiebeperkend systeem, hetgeen in dit geval de toepassing van mestbeluchting van bovenaf betreft; twee stallen zijn niet voorzien van een emissiebeperkend systeem. De verwarming van de stallen vindt plaats op basis van gasgestookte kachels.
De opfok van de pasgeboren kuikens tot opfokhen vindt plaats op een collegabedrijf. Deze opgefokte ouderdieren worden op een leeftijd van 18 à 20 weken aangevoerd op het bedrijf aan de Oud Ferdinandusdijk 20 en leggen gedurende circa 42 weken broedeieren. Daartoe zijn in de stallen ook circa 9% hanen aanwezig. De heer P. Dhollander levert de broedeieren aan een broederij in Frankrijk op basis van een afnamecontract. Na afloop van een ronde wordt de mest uit de stallen verwijderd en afgevoerd naar een verwerker voor de verdere verwerking tot exportwaardig product. De mest uit de stallen met mestbeluchting is met circa 72% ds droger dan de mest uit de traditionele stallen die ruim 60% ds heeft.
BAz 1366 Blad 2
Het rantsoen voor de legkippen bestaat uit de hoofdcomponenten maïs en graan aangevuld met 8 tot 12% soya, maximaal 5% veldbonen en 2% premix van vitaminen en mineralen. Het bedrijf zelf is gevestigd op een huiskavel van 18 ha. Deze gronden worden gebruikt voor de eigen voerproductie en voor ruiling van gronden met akkerbouwers. In totaal is jaarlijks circa 100 ha graan en circa 100 ha aan korrelmaïs nodig, hetgeen wordt ingekocht bij akkerbouwers in de omgeving. Het bedrijf beschikt zelf over een moderne maaidorser op rupsen voor de oogst ervan. Om tot een bewaarbaar product te komen wordt de korrelmaïs elders in een maïsdrogerij teruggedroogd naar circa 14% vocht, voordat deze wordt opgeslagen op het bedrijf aan de Oud Fernandusdijk 20. Enkele jaren geleden is de teelt van veldbonen opgestart, waarvan het afgelopen jaar 15 ha werd geteeld. De doelstelling van deze teelt is om daarmee een bijdrage te leveren aan de eiwitvoorziening van het bedrijf. Maïs en graan zijn namelijk eiwitarme producten en veldbonen hebben circa 28% ruw eiwit. Ter vergelijking, de aan te kopen soya heeft nagenoeg 50% ruw eiwit. De veldbonen worden getoast voor de verwerking ervan in het voer om de hierin aanwezige tannines af te breken. In het rantsoen kunnen vanuit veevoedingstechnisch oogpunt tot maximaal 5% veldbonen worden opgenomen.
Verzoek Het bedrijf heeft planologisch een toegestane bedrijfsvloeroppervlakte van 6335 m2. Het vergunde aantal vierkante meters staloppervlak bedraagt 6430 m2. Het verzoek omvat de bouw van een stal van 14.50 x 91.70 meter voor 15.315 ouderdieren. Daarnaast gaat het verzoek uit van het bouwen van een loods van 10 x 45 meter. Voor de nieuwbouwstal wordt uitgegaan van het plaatsen van een systeem met twee etages, waardoor het beschikbare vloeroppervlak voor de dieren groter is dan bij de huidige stallen met grondhuisvesting. Een optie die werd geopperd maar nog niet is uitgewerkt betreft het plaatsen van twee legnesten bovenop elkaar om op die wijze meer staloppervlak voor de dieren beschikbaar te hebben. Middels de inrichting van de stal met een etagesysteem kunnen in de stal meer dieren worden gehuisvest dan bij de huidige grondhuisvesting het geval is. In de bestaande stallen zullen de voerlijnen worden vernieuwd en worden uitgebreid. Middels deze uitbreiding van de voerlijnen kan het aantal kippen in de bestaande stallen worden uitgebreid van 45.000 tot 51.459 dieren. In totaal betreft het de uitbreiding van het huidig vergunde aantal ouderdieren van 45.000 naar 66.774 dieren. Voor de bezetting in de stallen wordt uitgegaan van de wettelijke norm van 0,13 m2 per ouderdier.
Continuïteit en verduurzaming P. Dhollander beargumenteerde dat, hoewel zijn bedrijf nog steeds een bovengemiddelde omvang heeft, de gemiddelde omvang van de bedrijven met ouderdieren in de afgelopen jaren verder is toegenomen daar waar het aantal dieren op zijn bedrijf sinds 2005 niet meer is toegenomen. Hij verwacht economische schaalvoordelen van een uitbreiding van het aantal ouderdieren. Ten aanzien van de verduurzaming van zijn bedrijf wordt door Derks Advies aangegeven dat de nieuwbouwstal zal voldoen aan de Maatlat Duurzame Veehouderij, waardoor deze stal zal voldoen aan een aantal bovenwettelijke eisen. De nieuwbouwstal zal worden uitgevoerd met een warmtewisselaar.Daarnaast zullen 4 van de 5 bestaande stallen worden uitgevoerd met een warmtewisselaar. De vijfde en grootste stal (circa 16.000 ouderdieren) wordt in het voorstel niet uitgevoerd met een luchtwasser. De overweging hierbij is het verlagen van de investering. Het nadeel van het niet uitvoeren van deze stal met een warmtewisselaar is dat de kosten van verwarming in deze stal niet kunnen worden verlaagd, hetgeen bij de huidige energieprijzen een wezenlijk nadeel vormt. De beide bestaande niet emissie arme stallen zullen net als de andere stallen worden voorzien van een systeem met mestbeluchting van bovenaf.
Deze maatregel wordt mede genomen in verband met aangescherpte emissie eisen die gelden voor pluimvee op IPPC bedrijven.
BAz 1366 Blad 3
Emissies De toepassing van warmtewisselaars heeft geen effect op de emissies aan ammoniak en geur. Een warmtewisselaar verlaagt de fijnstofemissie per dier en heeft uiteraard een gunstig effect op het energieverbruik van het bedrijf. De emissie aan fijnstof van het bedrijf blijft door de toepassing van warmtewisselaars op een aantal van de bestaande stallen in combinatie met de uitbreiding van het aantal dieren min of meer gelijk, namelijk 1935 kg in de huidige situatie en 1929 kg na uitbreiding. Op bedrijfsniveau daalt de emissie aan ammoniak van 16.455 kg naar 15.558 kg. Deze daling komt voort vanuit het inrichten van twee bestaande stallen met de ook in de andere stallen aanwezige mestbeluchting ter beperking van de ammoniakemissie. De daling door de aanpassing van deze twee stallen is groter dan de toename van de ammoniakemissie door de uitbreiding van het aantal dieren. In de bestaande stallen bedraagt de ammoniakemissie met een emissiebeperkend systeem 0.25 kg per dier. In de nieuwbouwstal bedraagt de ammoniakemissie per dier, in verband met de toepassing van mestbandbeluchting onder de roosters, 0.17 kg per dier. De geuremissie per ouderdier blijft gelijk. Hierdoor neemt de geuremissie van het bedrijf toe naar rato van het aantal dieren. Dit betreft een toename van 41.850 oudeur units naar 62.100 oudeur units.
Loods De nieuwbouwloods is bedoeld voor de toekomstige inpandige opslag van ccm (corncobmix). In de huidige situatie wordt de maïskorrels na het oogsten gedroogd om te komen tot een bewaarbaar product. Bij het oogsten van de maïskorrels als ccm wordt een natter product ingekuild en vervallen de kosten van het drogen. P. Dhollander heeft een sterke voorkeur voor de inpandige opslag van ccm om op die wijze vogels en besmetting van het voer met uitwerpselen daarvan (o.a. i.v.m. salmonella) te voorkomen. Advies Op basis van de voorgaande bevindingen komt de Agrarische Adviescommissie Zeeland tot de volgende conclusie. Het voorliggende verzoek betreft de uitbreiding van het pluimveebedrijf aan de Oud Ferdinandusdijk 20 te Heikant. De vraagstelling van uw gemeente betreft of een significante bijdrage wordt geleverd aan de verduurzaming van het bedrijf, en of de uitbreiding noodzakelijk is voor de continuïteit van het bedrijf. Noodzaak uitbreiding De afgelopen decennia is het aantal ouderdieren per bedrijf toegenomen. In hoofdlijnen is in de periode vanaf 2000 het aantal bedrijven met ouderdieren iets meer dan gehalveerd en is het aantal ouderdieren per bedrijf iets meer dan verdubbeld. De totale omvang van de sector is redelijk gelijk gebleven. Dit resulteert in een gemiddelde omvang van nagenoeg 30.000 ouderdieren per bedrijfslocatie.
Er zijn een aantal bedrijven die beschikken over meerdere bedrijfslocaties. Het plan voor de uitbreiding van de bedrijfsvoering komt primair voort vanuit bedrijfseconomische overwegingen. In de eerste plaats zal bij een uitbreiding van het aantal ouderdieren de omzet en het bijbehorende rendement van het bedrijf toenemen. Daarnaast spelen aspecten van schaalvoordelen. Enerzijds betreft dit kostenvoordelen die voortvloeien uit het verdelen van een aantal vaste lasten over een groter aantal dieren, anderzijds heeft een groter bedrijf een betere onderhandelingspositie en resulteert dit veelal in een scherpere inkoopprijs en een verbetering van de verkoopprijs. Het bedrijf aan de Oud Ferdinandusdijk 20 functioneert sinds 2005 in de huidige omvang. Hoewel een bedrijf met 45.000 ouderdieren heden ten dage nog steeds een bedrijf met een courante omvang betreft, is het relatieve schaalgroottevoordeel van voorliggend bedrijf en de reserveringscapaciteit die met dit bedrijf kan worden gerealiseerd afgenomen. Vanuit dat perspectief kan het verzoek van de ondernemer om het bedrijf te ontwikkelen worden gevolgd. De Adviescommissie is van mening dat voor het behoud van het langere termijnperspectief van de bedrijfsvoering bedrijfsontwikkeling op enig moment noodzakelijk is, en dat om die reden de voorgestelde uitbreiding noodzakelijk is voor de continuïteit van het bedrijf.
BAz 1366 Blad 4
Verduurzaming Op bedrijfsniveau zijn er een aantal aspecten die bijdragen aan de verduurzaming van de bedrijfsvoering. In hoofdlijnen betreft dit de uitvoering van de nieuwbouwstal volgens de Maatlat Duurzame Veehouderij en de toepassing van warmtewisselaars. Een plan voor de landschappelijke inpassing maakt onderdeel uit van het plan. Daarnaast betrekt het bedrijf het merendeel van het benodigde veevoer in de vorm van maïs, graan en veldbonen uit de nabije omgeving. De Adviescommissie ervaart deze lokale gebondenheid van de voerproductie en de verkorting van de transportketen als positief vanuit optiek van duurzaamheid. Het bedrijf zal in de toekomstige bedrijfsopzet met de nieuwbouwstal voldoen aan de vereisten van de Maatlat Duurzame Veehouderij. Bij deelname aan de Maatlat Duurzame Veehouderij wordt een breed aantal aspecten meegewogen die de verduurzaming van de veehouderij ten goede komen. Voordeel van deelname aan de Maatlat Duurzame Veehouderij is voorts dat, vanwege verwevenheid met fiscale benefits, een onafhankelijke certificeringinstantie de monitoring van de bedrijfsvoering verzorgt en aangeeft of de stal waarvoor het certificaat is aangevraagd voldoet aan de Maatlat zoals deze gold ten tijde van de investering. De Agrarische Adviescommissie Zeeland acht deelname aan de Maatlat van wezenlijke meerwaarde voor de verduurzaming van het pluimveebedrijf.
Twee bestaande stallen zijn nog niet uitgevoerd met een systeem dat de ammoniakemissie beperkt. De huidige emissie van deze stallen is 0.58 kg per dier en deze wordt verlaagd naar 0.25 kg per dier. De Adviescommissie merkt op dat de toepassing van een emissiebeperkend systeem mede voortkomt vanuit de strengere wetgeving. Zo geldt op IPPC-bedrijven voor bestaande stallen een maximale emissiewaarde van 0.435 kg per dier, en geldt bij nieuwbouw, vervanging of uitbreiding een maximale emissiewaarde van 0.25 kg per dier. De nieuwbouwstal presteert op dit gebied met 0.17 kg ammoniak per dier beter dan de wettelijke bovengrens. In het overleg met de heer P. Dhollander is gesproken over het niet meenemen in het investeringsplan van een warmtewisselaar voor de bestaande stal voor 16.000 ouderdieren. Tegenover de investering hierin staat een besparing op de kosten van verwarming met fossiele brandstoffen, hetgeen zeker bij de huidige energieprijzen van wezenlijke betekenis is. Op het gebied van dierenwelzijn wordt uitgegaan van de wettelijk toegestane norm van 0.13 m2 per ouderdier. De emissie aan ammoniak zal op bedrijfsniveau licht dalen (van 16.455 naar 15.558 kg). Met 0.25 kg ammoniak per dier voor het merendeel van de dieren presteert het bedrijf conform de standaard emissiewaarde voor IPPC-bedrijven.
De emissie aan geur neemt naar rato van het aantal dieren toe van 41.850 naar 62.100 oudeur units. Uitgaande van de toepassing van een warmtewisselaar in alle stallen zal op bedrijfsniveau de emissie aan fijn stof licht dalen van 1935 kg naar 1644 kg. Een plan voor landschappelijke inpassing maakt onderdeel uit van het plan. Uit overleg blijkt dat de nieuwbouw bouwtechnisch wordt uitgevoerd met betonnen wanden en sandwichpanelen op het dak. Een nadere uitwerking hiervan is er nog niet. Conclusie In de Omgevingsverordening Zeeland is opgenomen dat de doelstelling voor bestaande hoofdtakken intensieve veehouderij is om te 'verduurzamen'. Bij verduurzaming wordt maatwerk geleverd, waarbij de volgende criteria worden afgewogen: dierenwelzijn, milieuwinst, omgevingskwaliteiten, maatschappelijk verantwoord ondernemen en een vanuit bedrijfsvoering verantwoord ontwikkelingsperspectief. Niet op alle onderdelen hoeft er sprake te zijn van het toepassen van bovenwettelijke normen. Uit het gemeentelijk maatwerk moet blijken dat een significante bijdrage wordt geleverd aan de verduurzaming van het bedrijf met een belangrijke kwaliteitsimpuls voor de omgeving en dat het gaat om een ontwikkeling die meer betekent dan het voldoen aan wettelijke eisen.
De provincie hecht waarde aan het treffen van maatregelen die leiden tot 'milieuwinst' (bijvoorbeeld het beperken van stankhinder en het verminderen van stikstofuitstoot) en het versterken van omgevingskwaliteiten (bijvoorbeeld een verbeterde landschappelijke inpassing). Verduurzaming is uitgangspunt en de door gemeenten via maatwerk te verlenen uitbreidingsruimte is daaraan gerelateerd en daarvan afhankelijk.
BAz 1366 Blad 5
De verduurzaming van het bedrijf wordt ingevuld middels de warmtewisselaars, enige beperking van de ammoniakemissie op dierniveau, het voldoen met de nieuwbouwstal aan de Maatlat Duurzame Veehouderij en de lokale funding van veevoer. Afgezet tegen het toetsingskader is de Agrarische Adviescommissie Zeeland van oordeel dat hiermee een valide aanzet wordt gemaakt in de verduurzaming van het bedrijf. Aanvullend op hetgeen in het plan is opgenomen is de Adviescommissie van oordeel dat het passend is om alle stallen te voorzien van een warmtewisselaar. Na verrekening van de bedrijfseconomische voordelen op langere termijn van warmteterugwinning is dit ten opzichte van het totale investeringsplan slechts een heel beperkte meerinvestering, daar waar een warmtewisselaar wezenlijk bijdraagt aan de verduurzaming van de bedrijfsvoering. Voor wat betreft het aspect omgevingskwaliteit is een beplantingsplan uitgewerkt. Een goede landschappelijke inpassing is bij de uitbreiding van de stalcapaciteit essentieel voor de omgevingskwaliteit, en de planologische verankering van de landschappelijke inpassing is noodzakelijk. De materiaalkeuze/kleurstelling en uitstraling van de op te richten bebouwing is nog niet concreet uitgewerkt.
De Adviescommissie adviseert om voorafgaand aan de planwijziging de toekomstige uitstraling van de bebouwing uit te werken, zodat hieraan voor zover nodig de gewenste sturing kan worden gegeven. Graag ontvangen wij een kopie van de beslissing van de gemeente. Hoogachtend, AGRARISCHE ADVIESCOMMISSIE ZEELAND
H.P. Gerlings secretaris
Landschappelijk inpassingsplan Oud Ferdinandusdijk 20 4566 RK Heikant Project:
Oud Ferdinandusdijk 20 4566 RK Heikant
Datum: Projectnummer:
14 juli 2022 347
De locatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Hulst, tussen het buurtschap Absdale en de kern Heikant. Het maakt deel uit van de Groot- of Oud Ferdinanduspolder, een polder die werd ingedijkt in de middeleeuwen maar in de loop der tijd te lijden had van overstromingen en inundaties. In 1787 werd de polder pas definitief herdijkt. De Ferdinandusdijk vormt de oostelijke begrenzing van de polder en is nog altijd als dijklichaam duidelijk herkenbaar in het landschap. Ten noorden van de locatie is een dubbele bomenrij te zien aan weerzijden van de dijk waardoor deze van ver leesbaar is in het landschap. De dijk maakt onderdeel uit van het Natuur Netwerk Zeeland en wordt beheerd als bloemdijk.
NOORD
locatie
Topografische kaart met aanduiding locatie. (topografische kaart: www.pdok.nl)
1
De locatie is gesitueerd in het dekzandgebied, dat te beschouwen is als de voorloper van het uitgestrekte dekzandgebied in België. Het dekzandgebied strekt zicht globaal uit van Zuiddorpe naar Koewacht, Heikant, Hulst en Clinge. In zijn algemeenheid hebben de dekzandgebieden, in vergelijking met de zeekleipolders, een dichter beplantingsbeeld en een kleinschaliger verkavelingsstructuur. Ter plaatse van de locatie is de herkenbaarheid van het dekzandgebied gering. Het deel van de polder tussen de Oud Ferdinanduysdijk en de Heidestraat, beide als dijklichaam herkenbaar in het landschap, wordt ingevuld door een open agrarisch landschap. Ten zuiden zien we de kern Heikant en de overgang naar een meer kleinschalig en gesloten landschap. Ten noorden van de locatie is het Kapersgat gelegen, door een vroegere dijkdoorbraak is een wiel ontstaan waar vanuit een kreek verder de polder in loopt. Tegenwoordig is dit een klein natuurgebied dat tevens deel uitmaakt van het Natuur Netwerk Zeeland.
Zicht langs de Oud Ferdinandusdijk in noordelijke richting.
Zicht langs de Oud Ferdinandusdijk in zuidelijke richting naar de kern Heikant.
Zicht op de zuidelijke rand van het perceel.
In de huidige situatie is er betrekkelijk weinig opgaand groen op het perceel.
Open landbouwperceel tussen het pluimveebedrijf en de kern Heikant.
Zicht vanaf de Heidestraat over het open landschap in de richting van de Oud Ferdinandusdijk.
2
Landschappelijk inpassingsplan Oud Ferdinandusdijk 20 Heikant - 14 juli 2022
De nieuwe kippenstal en opslagloods zijn een uitbreiding van een bestaand pluimveebedrijf. Op het terrein zijn reeds enkele kippenstallen en een opslagloods aanwezig. De nieuwe bebouwing wordt ten westen van de bestaande kippenstallen gesitueerd. In de huidige situatie is er betrekkelijk weinig opgaand groen aanwezig op het perceel. Aan de voorzijde zien we de woning met aangrenzende tuin waarin enkele fruitbomen staan. Tevens zien we tussen de twee inritten vanaf de Oud Ferdinandusdijk een blusvijver met een viertal fruitbomen en een klein struweel. Deze groene elementen worden behouden en nabij de blusvijver worden enkele weggevallen fruitbomen opnieuw aangeplant.
struweel
r
e vijv blus
fruitbomen
Aan de zuidzijde is nu reeds tot halverwege de bestaande kippenstal een coniferenhaag aanwezig. Deze wordt volledig verwijderd om tot een meer eenduidige inpassing te komen. Over de volledige lengte van het perceel wordt een nieuw struweel voorzien. Dit struweel wordt ingevuld door streekeigen soorten waarbij wel een onderscheid in hoogte wordt gemaakt. Het meest oostelijke deel is maximaal 2,5 hoog in verband met de woning en de aanwezige zonnepanelen op de bestaande kippenloods. Ter hoogte van de woning en de aangrenzende tuin kan het struweel onderbroken worden of verlaagt worden ten behoeve van de zichtrelatie tussen het woongedeelte en het omliggende landschap. Het struweel wordt ook aan de west- en noordzijde van de nieuwe kippenstal doorgezet en zal circa 3 tot 4 meter hoog worden. Het struweel wordt hier aangevuld met bomen. Deze bomen worden niet in rijen of op gelijke afstand geplant. De onregelmatigheid zorgt voor een meer spontane toets in de beplantingszone. Het struweel zorgt voor een groene buffer die het zicht vanuit de omliggende percelen op de bestaande en nieuwe bebouwing grotendeels zal ontnemen doordat de kippenstallen een beperkte hoogte hebben. Naast de ruimtelijke impact draagt het struweel bovendien bij aan de verhoging van de natuurwaarden, het biedt een verblijfsplek voor allerhande vogels en insecten.
Fe Oud dijk
s
dus
ood
lagl
an rdin
ops g
nieuwe waterberging
tuin
in won
verharding
38
n
alle nst
m
pe
kip
verharding
ek uw
nie
grasveld met enkele fruitbomen
Op het terrein wordt een zaksloot voorzien, een infiltratievoorziening die tijdelijk gevuld wordt met hemelwater, ter compensatie van de vergroting van het het verhard oppervlak. Ter plaatse van de nieuwe opslagloods is reeds verharding aanwezig. Ter plaatse van de nieuwe kippenstal en de nieuwe verharding voor een deel van de nieuwe kippenstal wordt in de nieuwe situatie infiltratie in de bodem onmogelijk. Ter compensatie wordt een zaksloot van 1 meter diep voorzien met een waterberging van 270 m3. Landschappelijk gezien speelt de valsloot, een verdieping in het maaiveld, een minimale rol omdat deze niet waarneembaar is vanuit de omgeving. De valsloot wordt ingezaaid met een grasmengsel.
nieuw struweel, 5 meter breed, hoogte maximaal 2,5 meter i.v.m. zonnepanelen op bestaande kippenstal.
od
glo s (4 )
0m
5x1
m)
4,5
1 ,7x
91
a psl
l( sta
en
eo uw nie
ipp
Ter hoogte van de woning en de aangrenzende tuin kan het struweel onderbroken worden of verlaagt worden ten behoeve van de zichtrelatie tussen het woongedeelte en het omliggende landschap.
NOORD
onderhoudsstrook, 2 meter breed
nieuw struweel met bomen, 5 meter breed
0
10
20
50
Voorontwerp landschappelijk inpassingsplan, A3 schaal 1:1000
3
Landschappelijk inpassingsplan Oud Ferdinandusdijk 20 Heikant - 14 juli 2022
1. Struwelen Op de locatie worden enkele struwelen aangeplant met een brede bloeiboog bestaande uit inheemse, streekeigen soorten zoals meidoorn, hondsroos, sleedoorn, vogelkers en grauwe wilg. De aanplant van de soorten gebeurt in groepen van 3 tot 8 per soort, er is echter geen verband of ritme tussen de verschillende groepen, er wordt spontaan geplant teneinde een zo afwisselend en natuurlijk mogelijk beeld te krijgen. Het is niet de intentie om een strak gesnoeide haag te voorzien, maar een haag met een robuust karakter. De toe te passen bomen in het struweel zijn streekeigen, zoals zwarte els of zomereik.
sdijk
du inan Ferd Oud
2
nie erh ev uw
1
1
ing
ard
3
s
od
glo
a psl
eo uw
l sta
en
ipp
ek uw
nie
nie
1
Het struweel is 5 meter breed. De aanplant gebeurt in driehoeksverband met een onderlinge afstand van 1 meter. Als het struweel te breed wordt kunnen overhangende takken terug geknipt worden of het struweel geschoren worden. Hoe minder vaak een struweel gesnoeid wordt hoe meer bloemen en bessen erin zullen komen. Het struweel is een natuurlijk element met een seizoensgebonden dynamiek die bovendien een schuil- en huisvestingsplaats biedt aan vogels en diverse insecten. 2. Fruitbomen Er worden laagstam fruitbomen aangeplant aan de oostzijde van het perceel. Ter plaatse zijn reeds een aantal fruitbomen aanwezig, er zijn er echter een aantal weggevallen. De bomen worden opnieuw aangeplant op een onderlinge afstand van circa 7 meter, afhankelijk van de te kiezen soorten. De fruitbomen worden gekozen uit de assortimentslijst van ‘Stichting Landschapsbeheer Zeeland’.
NOORD
3. Zaksloot Tussen de nieuwe kippenstal en het struweel is een zaksloot ter compensatie van de nieuwe verharding op het perceel voorzien. Een watergang voor berging van hemelwater die geen verbinding heeft met andere watergangen en doorgaans droog staat.
0
20
40
100
Landschappelijk inpassingsplan met aanduiding nieuwe elementen, A3 schaal 1:2000 (luchtfoto: www.scheldestromen.nl)
4
Landschappelijk inpassingsplan Oud Ferdinandusdijk 20 Heikant - 14 juli 2022
BIJLAGE 3 Wnb AERIUS Nota van uitgangspunten
Postadres: Boxmeerseweg 9 5835 AB Beugen
+316 14 85 24 54 info@derks-advies.nl www.derks-advies.nl
kvk 74263552 NL16RABO0322772796 btw NL859829893B01
Pluimveebedrijf Dhollander Oud Ferdinandusdijk 20 4566 RK Heikant
Titel : Bijlage 3 Wnb Nota van uitgangspunten AERIUS calculator Versie : 1.2 Datum : 31 januari 2023
Pagina 2 van 33
Inhoud 1.
Gegevens inrichting ..................................................................................................................... 4 1.1
Inrichtinghouder en correspondentieadres ........................................................................ 4
1.2
Vestigingsadres bedrijf ......................................................................................................... 4
2.
Gegevens initiatief ........................................................................................................................ 4
3.
Gegevens verandering ................................................................................................................. 5
4.
Emissies tijdens de bouwfase ..................................................................................................... 5
5.
6.
4.1
Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 6
4.2
Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen).................................... 7
Emissies na in gebruikname ........................................................................................................ 7 5.1
Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 7
5.2
Activiteiten op de projectlocatie (mobiele en stationaire bronnen) ................................ 8
5.3
Emissiepunten vast opgestelde verbrandingsmotoren (stookinstallaties) ...................... 9
5.4
Emissies van de dieren (ammoniakemissie) ...................................................................... 9
5.5
Emissies van mest (ammoniakemissie) ............................................................................ 10
Conclusie ..................................................................................................................................... 10
BIJLAGE; AERIUS berekening bouwfase ........................................................................................... 11 BIJLAGE; AERIUS verschilberekening gebruik.................................................................................. 19
Pagina 3 van 33
1. Gegevens inrichting 1.1
Inrichtinghouder en correspondentieadres
Statutaire naam
: Pluimveebedrijf Dhollander
Adres
: Oud Ferdinandusdijk 20
Postcode
: 4566 RK
Telefoon
: 0114 – 310 248
1.2
Plaats:
Heikant Telefax:
0114 – 310 248
Vestigingsadres bedrijf
Handelsnaam
: Pluimveebedrijf Dhollander
Adres
: Oud Ferdinandusdijk 20
Postcode
: 4566 RK
Vestigingsnr.
: 000003756084
KVK nr.:
20169928
Kadastrale ligging
: Hulst
Sectie:
N
Contactpersoon
: De heer P.A.E. (Peter) Dhollander
Mobiel
: 06 – 20 72 06 40
Plaats:
Heikant
Mail:
Nr(s):
608, 609, 642 en 664
paedholl@planet.nl
2. Gegevens initiatief Het betreft een pluimveehouderij en akkerbouwbedrijf waar de veranderingen zich vooral richten op de bouw van een extra stal en bewaarloods om dieren meer ruimte te geven. De akkerbouwtak bestaat uit de productie van gangbare producten. Producten die vervolgens gedeeltelijk worden opgeslagen in de loodsen op het bedrijf. De pluimveehouderij omvat het houden en verzorgen van vleeskuikenouderdieren voor de productie van broedeieren. Het bedrijf beschikt over een Wnbvergunning van 13 april 2018. Ten opzichte van deze situatie wordt een nieuwe stal gebouwd en worden bestaande stallen allen emissiearm gemaakt. De emissies zullen hierdoor wijzigen en daarom is onder andere een onderzoek naar de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden nodig. Het bedrijf ligt op 9,2 km van de Vogelkreek, 12 km van de Westerschelde & Saeftinghe en 2,9 km van de Belgische Bossen en heiden van zandig Vlaanderen. Voor de locatie zijn de NOx en NH3 emissies van de huidige vergunde en na gewijzigde ingebruikname bepaald en daarmee het projecteffect opnieuw vastgesteld. In deze nota zijn de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen van de stikstofdioxidedepositie en de ammoniakdepositie met AERIUS Calculator vastgelegd.
Pagina 4 van 33
3. Gegevens verandering Het betreft een agrarische intensieve veehouderij waar een vergunning gevraagd wordt voor een extra stal met vleeskuikenouderdieren en de bouw van een akkerbouwloods die vervolgens beide in gebruik worden genomen. Ten opzichte van de vergunde situatie veranderen zowel de stalemissies als de emissies van de transporten welke worden berekend met AERIUS Calculator. Het vrachtverkeer en personenwagens blijven qua bezoek en eigen gebruik gelijk en ook de overige verbrandingsmotoren blijven gelijk, alleen door de extra opslag van akkerbouwproducten en het huisvesten van meer dieren vind een kleine wijziging plaats in transport. Voor de vergunde situatie zijn de bewegingen uit de milieuvergunning gehanteerd en is een verschilberekening gemaakt in AERIUS Calculator. Binnen het bedrijf is een tractor aanwezig. Verder zijn er mobiele heteluchtkanonnen in de stallen aanwezig op gas. De overige installaties zijn elektrisch aangedreven.
4. Emissies tijdens de bouwfase Sinds 1 juli 2021 is de Wet natuurbescherming gewijzigd. Hierin is in artikel 2.9a een partiële vrijstelling opgenomen voor bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk. Hiermee wordt voor deze activiteit de vergunningplicht uit artikel 2.7, tweede lid uitgezonderd voor de gevolgen van stikstofdepositie door in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering activiteiten in de bouwsector aan te wijzen. Dit besluit wijzigt het Besluit natuurbescherming door daarin een nieuw artikel 2.5 op te nemen: "Als activiteiten van de bouwsector als bedoeld in artikel 2.9a van de wet worden aangewezen: 1. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; 2. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen." De partiële bouwvrijstelling is met de Porthos-uitspraak (ECLI:NLRVS:2022:3159) wegens strijd met artikel 6 Habitatrichtlijn 1 op 2 november 2022 vernietigd. Nu aanleg en bouwen onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het project, dient onderbouwd te worden wat de effecten zijn op omliggende Natura2000 gebieden tijdens de bouw.
Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS is voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator bij de bouw twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van transport gelieerd aan de locatie en een vlak op de bouwplaats voor de activiteiten van het laden en lossen van producten en de aanwezige kraan of loader en verreiker.
r.o. 49. Op grond van het voorgaande kan de Afdeling niet anders dan tot de volgende conclusie komen: de bouwvrijstelling is gebaseerd op een niet toereikende generieke voortoets. Daarom moeten artikel 2.9a van de Wnb en artikel 2.5 van het Bnb, in onderling verband gelezen, wegens strijd met artikel 6 van de Habitatrichtlijn buiten toepassing worden gelaten.” 1
Pagina 5 van 33
Tijdens de bouwfase van de loods en de stal en bijbehorende voorzieningen vinden extra emissies plaats. De verwachte bouwtijd bedraagt 8 maanden (35 weken), omdat het een relatief eenvoudige constructie is van beton, stalen spanten en prefabwanden. Eerst zal het grondwerk plaats met een kraan of loader, waarbij in totaal 40 uur gemoeid is en een 75 trekkers in een kwartier het terrein zullen aandoen voor de aan- en afvoer van klei en granulaat en/of zand. Daarna komen dagelijks gemiddeld 4 (bestel)auto’s en 2 zware bestelbussen met personeel die bouwwerkzaamheden verrichten. Bij de fundering (poeren, betonvloer en silovoet) en de betonvloer (afstorten en vlinderen hal) wordt in twee etappes beton gestort. Nadat de poeren zijn gestort worden de spanten geplaatst en gesteld en nadat de vloer is gestort worden de interne wanden gemonteerd. Tenslotte worden de prefabwanden, met daarboven sandwichpanelen en het dak afgemonteerd. Tijdens de spanten plaatsen en panelen plaatsen zal een verreiker die dagen in werking zijn. In het totale project zal dit neerkomen op circa 80 uur. Gemiddeld komen elke week twee vrachtwagens gedurende een half uur materiaal lossen of een container ophalen, waarbij pieken bestaan bij lossen van wapening en los daarvan zijn in het begin telkenmale bij de stort continue betonwagens aan het pendelen met 14 m3 beton.
De grootste stort is de betonvloer die ze in een keer doen. In totaal gaat het hier om de stort van circa 285 m3 oftewel circa 21 vrachtwagens beton. Uitgaande van een gemiddelde laad- en lostijd van ongeveer driekwart uur zal gedurende de 8 maanden er 16 uur beton storten en met een betonwagen op het terrein worden gereden. De overige vrachten zijn gemiddeld een kwartier aanwezig en daarmee 19 en 18 uur voor het grondwerk en de bouwmaterialen. Op de locatie zelf zijn verder behalve de kraan of loader, verreiker en vrachtwagens geen stikstof veroorzakende activiteiten.
4.1
Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)
In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de bouwplaats komen in de aan te vragen situatie. Hierin zijn alle transportbewegingen van het gehele project van 35 weken meegenomen. Transportbewegingen ten behoeve van bouwmaterialen, afvalstromen en bouwvakkers. Tabel 1: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar de bouwplaats
Licht verkeer (personenauto’s) Middel zwaar (bestelbus) Zwaar verkeer dieplader
Bewegingen 4/werkdag 2/werkdag 150 grond 2/week 42 beton
Bewegingen bouwproject (35 weken) 700 350 150 trekker met gronddumpers 140 vrachtwagen bouwmaterialen 42 betonstorters
De bewegingen zijn gemodelleerd als lijnbron van de splitsing met andere wegen in de noorden zuidzijde tot aan het bedrijf, waar het meest verkeer heen zal rijden. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht, middelzwaar en zwaar verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg vanuit deze weg geen filevorming kent. Voor het wegverkeer is “buitenweg” aangehouden, omdat het hier een goed begaanbare en overzichtelijke weg in het buitengebied betreft. De emissiefactoren voor zwaar verkeer die zijn opgenomen in AERIUS Calculator zijn gebaseerd op het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark en daarmee representatief. Pagina 6 van 33
4.2
Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen)
De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen binnen het bouwproject zijn gebaseerd op de invoergegevens van AERIUS calculator. In tabel 2 hieronder is de emissies (in kg/jaar) weergegeven tijdens het totale bouwproject van 35 weken die zijn gebruikt in de berekeningen in AERIUS gebaseerd op machines die voldoen aan de emissienorm voor Stage Ill, die afhankelijk van het type en vermogen van de voertuigen geldt sinds ongeveer 2006. Door de aannemer is aangegeven dat gelet op het feit dat niet alle onderaannemers en daarmee de machines die het terrein opkomen al bekend zijn, maar de ervaring leert dat ongeveer een kwart van het machinepark van voor 2006 is en dat de rest nieuwer is. De emissies van nieuwere voertuigen zijn aanzienlijk lager dan die van Stage Ill, zodat onderstaande geen onderschatting zal zijn van de feitelijke emissies. Tabel 2: mobiele en stationaire bronnen op de projectlocatie Vermogen Brandstof Machine kW (ltr/jaar) Wielkraan grondwerk 125
Bedrijfstijd (uur/jaar) *
Trekker met gronddumper
140
446 236
verreiker/kraan zetwerk Betonstorter Vrachtwagen bouw
80 200 380
586 281 591
Cilinderinhoud (liter) ** 40 6,3 19 7,0 80 16 18
4,0 10,0 19,0
* Volgens de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator draaien motoren ongeveer 30% van de volledige bedrijfsduur stationair gemiddeld genomen. De bedrijfstijd is de totale tijd van gebruik inclusief deze circa 30% stationair gebruik. ** De cilinderinhoud van de motor wordt in de regel uitgedrukt in liters of in cc (cubic centimer, 1.000 cc = 1 liter). Het gaat daarbij om totale motorinhoud waarbij alle cilinders worden opgeteld. Als de cilinderinhoud van het werktuig niet bekend is, dan kan deze voor werktuigen op diesel berekend worden met de volgende formule: CI (cilinderinhoud [ltr]) = V (totale motorvermogen [kW]) / 20
5. Emissies na in gebruikname Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS zijn voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator drie bronnen te onderscheiden. Een puntbron voor directe emissies van vast opgestelde installaties of gebouwemissie, lijnbron van transport gelieerd aan de locatie en een vlak op de mobiele installaties binnen de inrichting voor de activiteiten van het laden en lossen van producten en overige mobiele activiteiten met machines.
5.1
Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)
In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de projectlocatie komen in de vergunde situatie. Hierin zijn de totale transportbewegingen van het gehele project jaarrond meegenomen in de berekeningen. Transportbewegingen ten behoeve van grondstoffen, materialen, eindproduct, afvalstromen en personeel zijn dubbel geteld omdat het een heen en retour betreft.
Pagina 7 van 33
Tabel 3: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar de projectlocatie
Licht verkeer (auto’s) Middel zwaar (bestelbus) Zwaar verkeer
Voertuigen 8/dag 5/dag 12/week 9/dag
Voertuigenbewegingen project (jaar) 5.840 bezoekers (bestel)auto’s 3.650 bestelbusbewegingen 1.248 vrachtwagens 6.570 tractoren
De bewegingen zijn net als in de bouwfase gemodelleerd als lijnbron van de splitsing met andere wegen tot aan het bedrijf. Op de kruising of splitsing met die wegen gaat het verkeer over in het overige heersende verkeer. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht, middelzwaar en zwaar verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg vanuit deze weg geen filevorming kent. Voor het wegverkeer is buitenwegen aangehouden, omdat het hier een goed begaanbare en overzichtelijke weg in het buitengebied betreft. De emissiefactoren voor zwaar verkeer die zijn opgenomen in AERIUS Calculator zijn gebaseerd op het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark en daarmee representatief. In de beoogde situatie neemt het aantal zware bewegingen toe met circa 100 extra bewegingen door de uitbreiding in dieren.
5.2
Activiteiten op de projectlocatie (mobiele en stationaire bronnen)
De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen binnen de inrichting zijn gebaseerd op de invoergegevens van AERIUS calculator. Voor de tractor is aangehouden dat deze per beweging 15 minuten stationair binnen de inrichting aanwezig is, wat neerkomt op 821 uren per jaar. Voor de vrachtwagens van derden is drie kwartier aangehouden per vrachtwagen, wat neerkomt op 468 uren per jaar. Tabel 4: mobiele en stationaire bronnen op de projectlocatie Vermogen Brandstof Machine kW (ltr/jaar)
Bedrijfstijd (uur/jaar) *
Cilinderinhoud (liter) **
vrachtwagens derden
440
24.710
468
22,0
Tractor 1998
150
14.778
821
7,5
* Volgens de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator draaien motoren ongeveer 30% van de volledige bedrijfsduur stationair gemiddeld genomen. De bedrijfstijd is de totale tijd van gebruik inclusief deze circa 30% stationair gebruik. ** De cilinderinhoud van de motor wordt in de regel uitgedrukt in liters of in cc (cubic centimer, 1.000 cc = 1 liter). Het gaat daarbij om totale motorinhoud waarbij alle cilinders worden opgeteld. Als de cilinderinhoud van het werktuig niet bekend is, dan kan deze voor werktuigen op diesel berekend worden met de volgende formule: CI (cilinderinhoud [ltr]) = V (totale motorvermogen [kW]) / 20
In tabel 4 zijn de mobiele bronnen weergegeven tijdens het project die zijn gebruikt in de berekeningen in AERIUS. Voor de niet eigen bronnen (vrachtwagens derden) zijn deze gebaseerd op machines die voldoen aan de emissienorm voor Stage IllA, die afhankelijk van het type en vermogen van de voertuigen geldt sinds ongeveer 2006. Door de inrichtinghouder is mondeling aangegeven dat dit gemiddeld genomen het geval is. De emissies van nieuwere voertuigen zijn lager dan die van Stage IllA, zodat onderstaande geen onderschatting zal zijn van de feitelijke emissies. Pagina 8 van 33
In de beoogde situatie komen er 50 vrachten meer en nemen de uren toe tot 506 per jaar. Tabel 5: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar het bedrijf beoogd Vermogen Brandstof Bedrijfstijd Machine kW (ltr/jaar) (uur/jaar) *
Cilinderinhoud (liter) **
vrachtwagens derden
440
26.717
506
22,0
Tractor 1998
150
14.778
821
7,5
5.3
Emissiepunten vast opgestelde verbrandingsmotoren (stookinstallaties)
In de instructie gegevensinvoer voor AERIUS wordt bij stookinstallaties waar de installatie niet is bemeten verwezen naar de ABees Excel-applicatie van Infomil om te bepalen wat de emissiekentallen zijn. Deze module verwijst naar de emissie-eisen op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Hierin is voor propaangas gestookte heaters een norm opgenomen van 140 mg/m3. Voor het bepalen van het rookgasdebiet kan ingevolge de Handleiding Meten van luchtemissies de volgende formule worden gehanteerd: ((P [kW] / 1.000) * 3.600) / 97,77 [MJ/m3] * 6,42 [m3 rookgas/m3 propaangas]. Waarbij P het vermogen van de ketel is. Voor het verwarmen van de stallen wordt circa 45.000 liter vloeibaar propaan per jaar verbruikt en 3,8 liter propaangas in vloeibare vorm geeft ongeveer 1 m3 (1.000 liter in gasvorm). Het toekomstige verbruik wordt door het gebruik van warmtewisselaars door de inrichtinghouder ingeschat op gemiddeld 35.000 liter per jaar. De kachels van gezamenlijk 1116 kW hebben een flux van maximaal 264 m3/uur per kachel. Het propaangasverbruik is 11.842 m3/jaar, wat gelijk staat 76.026 Nm3 rookgas en met bovenstaande flux uitkomt op 288 vollastdraaiuren met volvermogen en 10,64 kg NOx per jaar in de vergunde situatie.
Het propaangasverbruik in de beoogde situatie is 9.211 m3/jaar, wat gelijk staat 59.132 Nm3 rookgas en met bovenstaande flux uitkomt op 8 draaiuren met volvermogen en 8,28 kg NOx per jaar in de vergunde situatie.
5.4
Emissies van de dieren (ammoniakemissie)
Voor de ammoniakemissie van de te houden dieren is gebruik gemaakt van de emissiefactoren uit Regeling ammoniak en veehouderij. Deze blijft in de vergunde en gevraagde situatie gelijk. Tabel 6: diertabel vergunde situatie stal diercategorie stalsysteem 1 (groot-)ouderdieren BWL 2004.13
Rav E 4.4.1
2 (groot-)ouderdieren BWL 2004.13
E 4.4.1
3 (groot-)ouderdieren overige huisvesting
E 4.100
4 (groot-)ouderdieren overige huisvesting
E 4.100
5 (groot-)ouderdieren BWL 2004.13
E 4.4.1
6 (groot-)ouderdieren BWL 2004.13
E 4.4.1
7 paarden
K 1.100
Totaal
overige huisvesting
dieren plaatsen NH3/dier kg NH3
7.750 7.750 7.750 7.750 7.750 6.250 18
8.724 8.724 9.094 9.094 8.724 7.099 18
0,250 0,250 0,580 0,580 0,250 0,250 5,0
1.937,50 1.937,50 4.495,00 4.495,00 1.937,50 1.562,50 90,00 16.455,00 Pagina 9 van 33
Tabel 7: diertabel beoogde situatie stal diercategorie stalsysteem BWL 2004.13 i.c.m. 1 (groot-)ouderdieren BWL 2021.01 BWL 2004.13 i.c.m. 2 (groot-)ouderdieren BWL 2021.01 BWL 2004.13 i.c.m. 3 (groot-)ouderdieren BWL 2021.01 BWL 2004.13 i.c.m. 4 (groot-)ouderdieren BWL 2021.01 BWL 2004.13 i.c.m. 5 (groot-)ouderdieren BWL 2021.01 BWL 2004.13 i.c.m. 6 (groot-)ouderdieren BWL 2021.01 BWL 2010.22.V1 14 (groot-)ouderdieren i.c.m. BWL 2021.01 9 paarden overige huisvesting
Rav dieren plaatsen NH3/dier kg NH3 E 4.4.1 8.724 8.724 0,250 2.181,03 i.c.m. E7.18 E 4.4.1 8.724 8.724 0,250 2.181,03 i.c.m. E7.18 E 4.4.1 9.094 9.094 0,250 2.273,43 i.c.m. E7.18 E 4.4.1 9.094 9.094 0,250 2.273,43 i.c.m. E7.18 E 4.4.1 8.724 8.724 0,250 2.181,03 i.c.m. E7.18 E 4.4.1 7.099 7.099 0,250 1.774,85 i.c.m. E7.18 E 4.2 i.c.m. 15.315 15.315 0,170 2.603,60 E7.18 K 1.100 18 18 5,0 90,00
Totaal
5.5
15.558,38
Emissies van mest (ammoniakemissie)
Voor bemesten en beregen van de akkers zijn eveneens geen emissies aangehouden. Op 8 juni 2020 overhandigde het Adviescollege Remkes het eindrapport genaamd 'Niet alles kan overal', waarin de minister een advies heeft gekregen hoe hiermee om te gaan. 27 juni 2019 had de minister de kamer al schriftelijk geïnformeerd dat naar een generieke oplossing wordt gezocht om dit te legaliseren. Uit recente jurisprudentie (ECLI:NL:RBOVE:2021:3077) blijkt dat deze activiteit, ook al is deze onlosmakelijk verbonden aan de bedrijfslocatie niet tot hetzelfde project behoeft te worden toegerekend.
6. Conclusie Uit de AERIUS berekeningen blijkt dat bij de bouwfase het projecteffect nihil is. Bij de gebruiksfase neemt het projecteffect bij het beoogde gebruik af ten opzichte van het vergunde en feitelijk aanwezige gebruik van de stikstofdepositie op omliggende gebieden en heeft daarmee ook geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden. Ten opzichte van de vigerende toestemming Wet natuurbeschermingsvergunning en tevens feitelijk gerealiseerde situatie, is voor deze wijziging en afname in depositie geen negatieve effecten te verwachten en bestaat daarom op basis van artikel 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming geen vergunningplicht voor deze wijziging en uitbreiding.
Pagina 10 van 33
BIJLAGE; AERIUS berekening bouwfase
Pagina 11 van 33
Pagina 12 van 33
Pagina 13 van 33
Pagina 14 van 33
Pagina 15 van 33
Pagina 16 van 33
Pagina 17 van 33
Pagina 18 van 33
BIJLAGE; AERIUS verschilberekening gebruik
Pagina 19 van 33
Pagina 20 van 33
Pagina 21 van 33
Pagina 22 van 33
Pagina 23 van 33
Pagina 24 van 33
Pagina 25 van 33
Pagina 26 van 33
Pagina 27 van 33
Pagina 28 van 33
Pagina 29 van 33
Pagina 30 van 33
Pagina 31 van 33
Pagina 32 van 33
Regels
bestemmingsplan “Oud Ferdinandusdijk 20, Heikant”
Planstatus:
ontwerp
Versiedatum:
16-01-2023
Vaststellingsdatum: Plan identificatie:
NL.IMRO.0677.bpbuitenoudferdk20-001O
Auteur:
Adromi
Adromi B.V.
Pagina 1 van 6
Inhoudsopgave 1 Inleidende regels ............................................................................................................................. 3 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 3 1.1 Bestemmingsplan....................................................................................................................... 3 1.2 Plan ............................................................................................................................................ 3 2 Bestemmingsregels ......................................................................................................................... 4 Artikel 2 Agrarisch ................................................................................................................................ 4 2.1 Specifieke gebruiksregels ........................................................................................................... 4 2.1.1 Voorwaardelijke verplichting .................................................................................................. 4 3 Algemene regels..............................................................................................................................
5 Artikel 3 Overige regels ........................................................................................................................ 5 4 Overgangs- en slotregels ................................................................................................................. 6 Artikel 4 Slotregel ................................................................................................................................ 6
Adromi B.V.
Pagina 2 van 6
1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen De inleidende regels die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArcheologie-001V met eventuele bijlagen zijn onverkort van toepassing op het bestemmingsplan ‘ Oud Ferdinandusdijk 20, Heikant' van de gemeente Hulst. Zulks met uitzondering van de onderstaande leden die alleen gelden voor het bestemmingsplan ‘ Oud Ferdinandusdijk 20, Heikant' met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpbuitenoudferdk20001O. 1.1 Bestemmingsplan De geometrische bepaalde planobjecten als vervat in het GMLbestand NL.IMRO.0677.bpbuitenoudferdk20-001O met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.2 Plan Het bestemmingsplan Oud Ferdinandusdijk 20, Heikant van de gemeente Hulst.
Voor het overige blijven de bestemmingsplanregels behorende bij Hoofdstuk 1 die die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArcheologie-001V met eventuele bijlagen onverkort van toepassing op het bestemmingsplan Oud Ferdinandusdijk 20, Heikant van de gemeente Hulst.
Adromi B.V.
Pagina 3 van 6
2 Bestemmingsregels Artikel 2 Agrarisch De regels behorende bij Artikel 3 die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArcheologie-001V met eventuele bijlagen zijn onverkort van toepassing op het bestemmingsplan ‘Oud Ferdinandusdijk 20, Heikant' van de gemeente Hulst. Zulks met uitzondering van de onderstaande leden die alleen gelden voor het bestemmingsplan ‘Oud Ferdinandusdijk 20, Heikant' met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpbuitenoudferdk20-001O. 2.1 Specifieke gebruiksregels 2.1.1 Voorwaardelijke verplichting a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting waterberging Oud Ferdinandusdijk 20' dient bij de uitbreiding van bedrijfsvloeroppervlakte zoals aangegeven in de bestemmingsplanwijziging voor de ingebruikname hiervan een (solitaire) waterberging/infiltratievoorziening te worden gerealiseerd waarvan de wijze en de dimensionering vooraf is afgestemd met het waterschap.
Het gaat hier om het hemelwater van verharde oppervlakken zoals daken en erfverharding. Deze dienen kenbaar gemaakt te worden in de bouwaanvraag. De goedgekeurde waterberging/infiltratievoorziening wordt opgenomen in de omgevingsvergunning. Voor de aanleg binnen de (Keur Watersysteem) beschermingszones van waterlopen is tevens een watervergunning benodigd. Bij nieuwe uitbreidingen van het verhard oppervlak dient voor ingebruikname de eventuele watercompensatie berekend en toegepast te geworden. b. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Oud Ferdinandusdijk 20’ is het oprichten van nieuwe gebouwen binnen het bouwvlak enkel toegestaan als het plangebied landschappelijk wordt ingepast conform het beplantingsplan in bijlagen bij de regels bijlage 3. De landschappelijke inpassing dient na realisatie in stand te worden gehouden en beheerd.
Adromi B.V.
Pagina 4 van 6
3 Algemene regels Artikel 3 Overige regels De algemene regels die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArcheologie-001V met eventuele bijlagen zijn onverkort van toepassing op het bestemmingsplan Oud Ferdinandusdijk 20, Heikant van de gemeente Hulst.
Adromi B.V.
Pagina 5 van 6
4 Overgangs- en slotregels De regels inzake het overgangsrecht die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArcheologie-001V met eventuele bijlagen zijn onverkort van toepassing op het bestemmingsplan Oud Ferdinandusdijk 20, Heikant van de gemeente Hulst. Zulks met uitzondering van slotregels van alle genoemde bestemmingsplannen die worden gewijzigd overeenkomstig het onderstaande artikel en geldt alleen voor het bestemmingsplan Oud Ferdinandusdijk 20, Heikant met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpbuitenoudferdk20-001O.
Artikel 4 Slotregel De slotregels in de hierboven aangehaalde bestemmingsplannen worden als volgt gewijzigd en gelden alleen voor dit plangebied: Deze regels worden aangehaald als ‘Regels van het bestemmingsplan Oud Ferdinandusdijk 20, Heikant'.
Adromi B.V.
Pagina 6 van 6
Plangebied Oud Ferdinandusdijk 20, Heikant
Enkelbestemmingen A
Agrarisch
Dubbelbestemmingen WR-A2
Waarde - Archeologie 2
Functieaanduidingen (iv)
intensieve veehouderij
(sa-vvli)
specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Oud Ferdinandusdijk 20
(sa-vvwo)
specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting waterberging Oud Ferdinandusdijk 20
Bouwvlakken bouwvlak
Maatvoeringen 6
8889 m2
maximum goothoogte (m)
maximum oppervlakte (bvo) (m2)
A WR-A2 6 (iv) 8889 m2 (sa-vvli) (sa-vvwo)
Bestemmingsplan:
Schaal:
Oud Ferdinandusdijk 20, Heikant
1:1250 02-08-2022
Datum:
Formaat:
Versie:
A4
1.3
Gemeente:
Hulst IMRO code:
Planstatus:
NL.IMRO.0677.bpbuitenoudferdk20-001O
Ontwerp
ADROMI GROEP