Bijlage 2 - Was - Wordt lijst verordening
Tekst van het document
Vervallen
Dit artikel vervalt. Nazorg wordt op basis van maatwerk toegepast.
Vervallen.
Dit artikel vervalt. De inkomstenregeling is al uitgewerkt in artikel 31 lid 2.
Artikel 5.4 Beëindiging - PW, IOAW, IOAZ 1. We kunnen het recht op een voorziening intrekken als: a. de voorziening niet langer passend of nodig is; b. u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die we aan de voorziening hebben verbonden;
Artikel 2.5. Beëindiging voorziening 1. Het college kan het recht op een voorziening als bedoeld in artikel 2.4 tot en met 2.4.13 van deze verordening intrekken als: a. de voorziening niet langer passend of nodig is; b. belanghebbende zich niet houdt aan de voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden;
Dit artikel is verplaatst naar hoofdstuk 2. Dat hoofdstuk gaat over deze voorzieningen.
35
c. We de voorziening hebben verstrekt op grond van verkeerde of onvolledige gegevens door u; d. als u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening en we hierdoor niet langer kunnen vaststellen of we een voorziening kunnen voortzetten; e. u de voorziening voor een ander doel gebruikt dan bedoeld; f. u binnen drie maanden geen gebruik maakt van de voorziening, behalve als u daar niets aan kunt doen. 2. We kunnen de voorziening met terugwerkende kracht intrekken. Artikel 2.6.2 Premie (PW, IOAW, IOAZ) 1. Als u goed meewerkt aan het krijgen van betaald werk kunnen wij u een premie verstrekken. 2. De premie krijgt u in twee termijnen per kalenderjaar en is niet hoger dan het bedrag zoals genoemd in artikel 31, lid 2, sub j van de Participatiewet. 3. Een premie kan alleen verstrekt worden aan personen van 27 jaar en ouder. 4. Er worden nadere regels vastgesteld over de voorwaarden.
c. de voorziening is verstrekt op grond van verkeerde of onvolledige gegevens verstrekt door belanghebbende; d. belanghebbende onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voortzetting voorziening; e. de voorziening voor een ander doel gebruikt wordt dan waarvoor hij is verstrekt; f. belanghebbende binnen 3 maanden geen gebruik maakt van de voorziening, tenzij hiervoor geen verwijt kan worden gemaakt. 2. Het college kan het recht op de voorziening met terugwerkende kracht intrekken.
Artikel 2.6. Uitstroompremie - PW, IOAW, IOAZ 1. Het college kan eenmalig een uitstroompremie toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer recht heeft op een uitkering van het college. 2. De premie is ter hoogte van 50% van het bedrag zoals genoemd in artikel 31, lid 2 sub j Pw en wordt in 2 termijnen uitbetaalt. 3. Als in hetzelfde kalenderjaar al een participatieplaatspremie is toegekend, zoals bedoeld in artikel 10a lid 6 Pw, wordt deze reeds toegekende
De uitstroompremie is een bevoegdheid die aan het college gegeven is. In dit artikel worden de voorwaarden nader uitgewerkt. De premie kan zonder leeftijdsbeperking verstrekt worden. Naast de vergoeding voor een Participatieplaats (artikel 2.2.1.) is het mogelijk een uitstroompremie te ontvangen indien aan de 36
4.
5.
6.
7.
participatieplaatspremie in mindering gebracht op de uitstroompremie. Onder een langdurig werkloze wordt verstaan: een persoon die gedurende een aaneengesloten periode van 12 maanden of langer op een uitkering van het college aangewezen is geweest. Onder duurzame uitstroom wordt naar het oordeel van het college verstaan: een periode van uitkeringsonafhankelijkheid van tenminste 6 maanden. De premie kan worden aangevraagd vanaf 7de maand na de indiensttreding en moet binnen 18 maanden na de indiensttreding zijn aangevraagd. Het college blijft verantwoordelijk voor betaling van de uitstroompremie als belanghebbende binnen de termijn van lid 5 verhuist naar een andere gemeente.
voorwaarden wordt voldaan. Een eventuele premie voor een Participatieplaats wordt hierop in mindering gebracht om binnen de belastingvrije vergoeding te blijven.
37
Hoofdstuk 3: Minimaregelingen en aanvullende inkomensondersteuning
Hoofdstuk 3. Individuele inkomenstoeslag en Minimabeleid
Artikel 3.1 Individuele inkomenstoeslag (PW) 1. U komt in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag als: a. u in de 36 maanden voor de aanvraagdatum een inkomen had dat niet hoger was dan 110 procent van de toepasselijke uitkeringsnorm.
Artikel 3.1. Individuele Inkomenstoeslag - Pw 1. Een verzoek om individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 lid 1 Pw wordt ingediend via een door het college vastgesteld formulier. 2. Om in aanmerking te komen voor de individuele inkomenstoeslag moet sprake zijn van een langdurig laag inkomen. Hiervan is sprake als: a. het inkomen in de 36 maanden voor de aanvraagdatum niet hoger was van 110% van de toepasselijke bijstandsnorm; b. het vermogen op datum aanvraag is niet hoger dan de toepasselijke vermogensgrens zoals genoemd in artikel 34 Pw. 3. De individuele inkomenstoeslag wordt één keer per 12 maanden toegekend.
b. uw vermogen niet hoger is dan de voor u geldende vermogensgrens, zoals genoemd in artikel 34 van de Participatiewet. c. er geen zicht is op inkomensverbetering. 2. U kunt maar één keer in de twaalf maanden in aanmerking komen voor een individuele inkomenstoeslag. Artikel 3.3.1 Hoogte van de individuele inkomenstoeslag - PW De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: 1. € 350,00 als u alleenstaand bent; 2. € 450,00 als u alleenstaande ouder bent; 3. € 500,00 als u gehuwd of samenwonend bent.
Artikel 3.2. Hoogte individuele inkomenstoeslag - Pw 1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per jaar: a. Voor een alleenstaande: 27% van de gehuwdennorm; b. Voor een alleenstaande ouder: 35% van de gehuwdennorm; c. Voor gehuwden: 39% van de gehuwdennorm. 2. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag onder de
Titel aangepast. Bepalingen komen te vervallen en/of kunnen opgenomen worden in beleidsregels. Het artikel is aangescherpt. Lid 1c vervalt. Het is niet verordeningsplichtig.
De vaste bedragen worden gewijzigd in percentages van de gehuwdennorm. Zo stijgen de bedragen jaarlijks zonder zelf te hoeven indexeren.
38
artikelen 11 of 13 lid 1 Pw, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 3. Voor toepassing van lid 1 en 2 is de situatie op de peildatum bepalend. 4. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar vastgesteld op basis van de dan geldende gehuwdennorm. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s. Artikel 3.2 Individuele studietoeslag (PW) 1. U komt in aanmerking voor een individuele studietoeslag als u: a. 18 jaar of ouder bent, en; b. een opleiding volgt, en; c. een tegemoetkoming in de schoolkosten of studiefinanciering van DUO krijgt of kan krijgen, en; d. door dat u door een structurele medische of psychische beperking niet in staat bent om naast uw studie bij te verdienen.
Vervallen.
Deze artikelen vervallen van rechtswege door invoering van een nieuwe studietoeslag. Dit komt omdat de grondslag voor de verordening in de wet is vervallen.
Artikel 3.2.1 Vaststellen beperking (PW) Nadat u een aanvraag voor individuele studietoeslag heeft ingediend, onderzoeken wij of uw beperking zo groot is dat u niet in staat bent om bij te kunnen verdienen naast uw studie. Wij kunnen een extern advies inwinnen.
39
Artikel 3.2.2 Hoogte en duur individuele studietoeslag (PW) 1. De hoogte van de individuele studietoeslag is afhankelijk van uw leeftijd. Per 1 april 2022 is de hoogte van de individuele studietoeslag vastgelegd in de wet. Vanaf de ingangsdatum van deze verordening sluiten wij aan bij deze bedragen. 2. De individuele studietoeslag wordt toegekend zolang u aan de voorwaarden voldoet zoals vastgelegd in de Participatiewet. 3. Wij betalen de individuele studietoeslag maandelijks aan u uit. 4. De maximale duur van de individuele studietoeslag is vier kalenderjaren. Nieuw
Artikel 3.3. Algemene bevoegdheid minimabeleid Gemeentewet 1. De raad geeft het college de bevoegdheid om beleidsregels vast te stellen over minimabeleid. 2. Bij de op te stellen beleidsregels wordt om in aanmerking te komen voor een regeling een inkomensgrens van maximaal 120% van het sociaal minimum als uitgangspunt genomen. 3. Het college stelt in ieder geval een regeling op waarbij inwoners een bijdrage ontvangen om mee te doen aan sociale- en culturele activiteiten (SCA). 4. Op alle regelingen zijn de vermogensvrijstellingen op grond van de Pw van toepassing zoals genoemd in artikel 34 Pw.
Het artikel is nieuw. Het biedt het college de mogelijkheid beleidsregels op te stellen, waardoor het mogelijk is sneller te anticiperen binnen de gestelde kaders.
40
Artikel 3.3 Maatschappelijke participatie / meedoen budget (Gemeentewet) 1. Het meedoen budget is bedoeld om inwoners met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten. 2. U kunt in aanmerking komen voor het meedoen budget als u een inkomen heeft dat lager is dan 110 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. 3. Het meedoen budget bedraagt € 100,00 per gezinslid dat tot hetzelfde huishouden behoort per jaar. 4. U moet bewijsstukken van de gemaakte kosten bewaren. We kunnen steekproefsgewijs controleren. 5. Wij betalen het meedoen budget in één keer aan u uit. Artikel 3.4 Kindpakket (Gemeentewet) 1. Het kindpakket is bedoeld om kinderen van ouders met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten. 2. U kunt in aanmerking komen voor het kindpakket als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. 3. Het kindpakket kan worden aangevraagd bij de Stichting Leergeld of het Jeugdfonds sport en cultuur.
Vervallen.
Dit artikel is vastgelegd in de Beleidsregels minimabeleid Gemeente Hulst.
Artikel 3.4. Kindpakket (educatie, sport en cultuur) Gemeentewet Het college stelt in overleg met Sportzeeland, Zeeuws Jeugdfonds en Stichting Leergeld beleidsregels op voor educatie, sport en cultuur.
De uitvoering hiervan is vastgelegd in de Beleidsregels minimabeleid Gemeente Hulst. Het college sluit (een) overeenkomst(en) af met de uitvoerende organisatie(s).
41
-
Artikel 3.5. Volwassenenfonds - Gemeentewet Het college stelt in overleg met Sportzeeland beleidsregels op over een volwassenenfonds voor sport en cultuur.
Het college sluit (een) overeenkomst(en) af met de uitvoerende organisatie(s).
42
Hoofdstuk 4. Schuldhulpverlening
Hoofdstuk 4. Schuldhulpverlening
Wij hebben de taak om inwoners met schulden te helpen. Schuldhulpverlening is toegankelijk voor natuurlijke personen, voor zowel privé schulden als voor zakelijke schulden.
Artikel 4.1. Beslistermijn schuldhulpverlening - Wgs De beschikking tot schuldhulpverlening of de afwijzing ervan vindt zo snel mogelijk plaats, maar in ieder geval binnen 8 weken na de dag waarop het eerste gesprek heeft plaatsgevonden.
Artikel 4.1 Doel (Wgs) 1.Ons doel is het voorkomen en verminderen van het aantal inwoners met financiële problemen. 2.Om ons doel te bereiken, bieden wij integrale schuldhulpverlening. Dat is een samenhangend aanbod van preventie tot en met zorg gericht op zowel de financiële als psychosociale en andere oorzaken van schulden. De schuldhulpverlening wordt afgestemd op uw individuele situatie.
Er is maar één artikel verplicht in de verordening (artikel 4a Wgs). Daarnaast moet er een beleidsplan zijn (artikel 2 Wgs). Beleidsregels zijn optioneel. In de verordening wordt alleen de verplichte beslistermijn opgenomen. De overige bepalingen vervallen.
3.Om ons doel te bereiken, gaan we samenwerken met andere organisaties. Artikel 4.2 Toegang (Wgs) 1.Als u schulden en/of betalingsachterstanden heeft, kunt u een aanvraag indienen. 2.Wij doen een aanbod voor een eerste gesprek als we een signaal van schuldeisers ontvangen over betalingsachterstanden. 3.Het eerste gesprek waarin we de hulpvraag vaststellen, vindt zo snel mogelijk plaats, maar in ieder geval binnen
43
vier weken. Bij bedreigende situaties is dit drie werkdagen. Artikel 4.3 Beslistermijn schuldhulpverlening (Wgs) 1.De beschikking tot schuldhulpverlening of de afwijzing ervan vindt zo snel mogelijk plaats, maar in ieder geval binnen acht weken na de dag waarop het eerste gesprek heeft plaatsgevonden.
44
Hoofdstuk 5. Inburgering Als u in onze gemeente komt wonen en u moet inburgeren, dan ondersteunen wij u hierbij. Wij vinden het belangrijk dat u snel kunt starten met inburgering. Het is de bedoeling dat uw traject niet langer is dan nodig, maar maximaal drie jaar duurt. Wij bieden u bij de inburgering maatwerk, kwaliteit en zorgen ervoor dat u tijdens het leren van de taal ook zo veel mogelijk leert over meedoen en werken in Nederland. Artikel 5.1 Informatieverstrekking (WI) 1.Wij informeren u over: a. uw wettelijke rechten en plichten; b. de ondersteuning en begeleiding die u krijgt; en c. wat ons aanbod is. Artikel 5.2 Brede intake (WI) 1.De brede intake wordt zo vroeg mogelijk afgenomen, bij voorkeur zodra u bekend bent bij de gemeente. Voor asielstatushouders is dit het moment van koppeling aan de gemeente, voor gezinsmigranten en overige migranten is dit het moment van inschrijving in de gemeente. 2.De brede intake bestaat in ieder geval uit: a. een onderzoek naar uw onderwijsniveau en werkervaring;
Hoofdstuk 5. Inburgering
Bepalingen zoals die uit hoofdstuk 5 horen in beleidsregels. Een bepaling over verrekening moet wel in een verordening.
Artikel 5.1. Verrekening – Wet inburgering Het college is bevoegd een boete op grond van de Wet inburgering 2021 te verrekenen met bijstand op grond van de Pw.
Er is alleen een verordeningsplict ten aanzien van de verrekening van een boete. Overige bepalingen worden vastgesteld in beleidsregels. De Wet inburgering 2021 geeft de gemeenteraad geen opdracht om (zogenoemde medebewinds) verordeningsbepalingen op te stellen. De ruimte voor de gemeenteraad om onder toepassing van artikel 121 Gemeentewet (zogenoemde autonome) verordeningsbepalingen regels stellen is klein. De gemeenteraad mag namelijk niet op de stoel van het college 45
b. een onderzoek naar uw persoonlijke omstandigheden, waaronder de fysieke en mentale gezondheid; c. voor zover van toepassing: een verkenning van de mogelijkheden om uw kind(eren) deel te laten nemen aan de voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, of de vroegschoolse educatie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; en d. een leerbaarheidstoets. Artikel 5.2.1 Verplichtingen bij de brede intake (WI) 1.Het is verplicht mee te werken aan de brede intake. 2.Als u na een uitnodiging niet komt naar de brede intake krijgt u een waarschuwingsbrief. 3.Als u na twee uitnodigingen nog niet komt, ontvangt u een boete. De hoogte van de boete is vastgelegd in de wet. 4.Voordat we u een boete geven, onderzoeken we wat er aan de hand is en waarom u niet naar uw afspraken komt. Artikel 5.3 Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (WI) 1.Na de brede intake maken we samen met u een trajectplan. 2.Dit is het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP). Hierin staat:
gaan zitten. Wanneer een bevoegdheid bij het college is neergelegd, dan mag de raad daarover geen regels stellen in een verordening. Zie voor enkele voorbeelden CRvB 2703-2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA2072 en CRvB 02-12-2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3988. Op het punt van verrekening van een inburgeringsboete met een bijstandsuitkering zit wel ruimte voor de gemeenteraad om op grond van zijn autonome regelgevende bevoegdheid regels te stellen. Artikel 4:93, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat verrekening van een geldschuld met een bestaande vordering slechts geschiedt voor zover in de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien. Een raadverordening is een wettelijk voorschrift in de zin van artikel 4:93, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
46
a. Hoe u gaat inburgeren en waar, wat de leerroute is en wat het einddoel van uw inburgering is. b. Als u (gezins-)migrant bent, krijgt u informatie over waar en bij welke organisatie u goed kunt inburgeren. c. In het PIP staat wat u moet doen om in te burgeren. Er staat ook in hoe wij u daarbij kunnen helpen. d. In het PIP staat ook wat uw kinderen kunnen doen om zo snel mogelijk mee te kunnen doen in Nederland. e. Wij sturen u een brief waarin alle afspraken staan. Deze brief krijgt u in ieder geval tien weken nadat u officieel in de gemeente woont. f. De datum op de brief bij uw PIP is de startdatum van uw inburgering. Vanaf dat moment heeft u maximaal drie jaar de tijd om de afgesproken doelen in uw PIP te halen. g. Als u een bijstandsuitkering heeft, horen de afspraken over het PIP bij de afspraken over uw uitkering en andersom. h. Als u verhuist naar een andere gemeente binnen Nederland, neemt die gemeente het PIP en de afspraken die wij met u daarover maken over. Artikel 5.4 Handhaving tijdens het PIP traject (WI)
47
1.Het is verplicht om mee te werken aan de afspraken in uw PIP. 2.We geven een boete als u de afspraken in uw PIP niet of niet genoeg nakomt. 3.De hoogte van de boete is vastgelegd in de wet. 4.Voordat we u een boete geven onderzoeken we wat er aan de hand is en waarom u zich niet aan uw afspraken houdt. 5.We geven een lagere boete als u zich niet aan uw afspraken houdt en u heeft hiervoor een goede reden. 6.Als u een bijstandsuitkering heeft, en u houdt zich niet aan de afspraken in de PIP, vindt verlaging van de uitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet. U krijgt dan geen boete. In hoofdstuk 6 van deze verordening staat wat de verlaging inhoudt. Artikel 5.5 Leerroutes (WI) 1.Er zijn drie leerroutes die u kunt volgen om in te burgeren: a. de B1-route, zo snel en goed mogelijk de Nederlandse taal leren; b. de onderwijsroute, als u ook een opleiding kunt volgen; of c.de zelfredzaamheidsroute (Z-route) als het leren van Nederlandse taal op hoog niveau te moeilijk is. U leert dan zo snel mogelijk mee te doen in de samenleving.
48
2.Wij zorgen ervoor dat de leerroute past bij alle andere afspraken die wij met u maken. 3.Wij werken samen met andere organisaties, zodat u de best passende leerroute kunt volgen. 4.Als u de leerroute niet binnen de afgesproken termijn behaald, krijgt u een boete. De hoogte van de boete is vastgelegd in de wet. Artikel 5.6 Voortgang inburgering (WI) 1.De gemeente volgt de vorderingen en afspraken die we in het PIP met u maken. 2.Dit doen we door regelmatig met u te praten over de voortgang. 3.Ter voorbereiding op deze gesprekken praten we ook met andere organisaties die bij uw inburgering betrokken zijn. 4.Als het nodig is kunnen we in overleg met u de leerroute en/of het PIP bijstellen. 5.Als we het PIP aanpassen sturen we u hierover een brief. Artikel 5.7 Participatieverklaringstraject – Module Arbeidsmarkt en Participatie (WI) 1.Als u in Nederland komt wonen moet u een Participatieverklaringstraject en een Module Arbeidsmarkt en Participatie volgen. 2.Het Participatieverklaringstraject helpt u om te weten wat de belangrijkste
49
gewoonten, rechten en plichten zijn in Nederland. 3.Een Module Arbeidsmarkt en Participatie volgt u om u te helpen zo snel mogelijk te kunnen gaan werken. 4.U moet de Participatieverklaring ondertekenen. 5.Na afloop van de Module Arbeidsmarkt en Participatie is er een gesprek waarin we kijken of u een volgende stap kunt doen om te gaan werken. 6.Dat u een Participatieverklaringstraject en een Module Arbeidsmarkt en Participatie moet volgen staat ook in uw PIP. 7.U moet binnen drie jaar het Participatieverklaringstraject en de Module Arbeidsmarkt afronden anders krijgt u een boete. De hoogte van de boete is vastgelegd in de wet. Artikel 5.8 Maatschappelijke begeleiding (WI) 1.De gemeente zorgt ervoor dat u zo snel mogelijk nadat u in gemeente Hulst bent komen wonen maatschappelijke begeleiding krijgt. 2.Deze begeleiders helpen u met alles wat het makkelijker maakt om aan uw nieuwe woonplaats en nieuwe omgeving te wennen. De begeleiders helpen u zo snel mogelijk zelf uw zaken rondom wonen, werk, zorg, inkomen en onderwijs te doen.
50
Hoofdstuk 6. Afspraken tussen inwoner en gemeenten
Artikel 6.1 De rol van de inwoner (PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet, Awb) 1. U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem. Wij vullen de mogelijkheden van u en uw sociale netwerk aan als dat nodig is. U zorgt voor het volgende: a. U zet eerst de eigen mogelijkheden in voordat u hulp vraagt aan de gemeente. b. Als wij hulp verlenen werkt u mee aan de oplossing van uw probleem. c. U zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is. 2. U werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier we uw probleem zo snel mogelijk kunnen oplossen. Dat betekent het volgende: a. U informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk. Het gaat dan over alles wat belangrijk is voor het beoordelen van uw hulpvraag, uw persoonlijke situatie en uw rechten en plichten.
Hoofdstuk 6. Afspraken tussen belanghebbende en gemeenten Dit hoofdstuk gaat in op de afspraken en verplichtingen tussen de belanghebbenden en de gemeente. In dit hoofdstuk staat wat de gevolgen zijn van het schenden van verplichtingen. Hierbij wordt rekening gehouden met de menselijke maat. Vervallen.
Dit artikel vervalt. Deze verplichtingen volgen uit de wet.
51
b. Wij ontvangen alle documenten en bewijsstukken die we nodig hebben zo snel mogelijk van u. U brengt ons zo snel mogelijk op de hoogte van uw beperkingen, als die van belang zijn in het contact met ons. Artikel 6.2 Afspraken en verplichtingen
Artikel 6.1. Afstemming op houding en gedrag - Pw, IOAW, IOAZ 1. De gemeente kan de uitkering verlagen als Artikel 6.2.1 Afstemming op houding en belanghebbende zich niet houdt aan de afspraken en gedrag van de inwoner (PW, IOAW, IOAZ, verplichtingen. Awb) 2. Bijzondere bijstand kan worden verlaagd als: 1. Wij kunnen uw uitkering verlagen, als u a. aan belanghebbende bijzondere bijstand zich niet aan afspraken en wordt verleend met toepassing van artikel 12 verplichtingen houdt. Pw, of; 2. Als bijzondere bijstand is toegekend, b. de verwijtbare gedraging van kan een verlaging daarop worden belanghebbende in relatie met zijn recht op toegepast: bijzondere bijstand daartoe aanleiding geeft. a. aan belanghebbende bijzondere 3. Bij verlaging van de uitkering wordt belanghebbende bijstand wordt verleend met op de hoogte gesteld: toepassing van artikel 12 van de a. waarom de uitkering wordt verlaagd; b. hoe lang de uitkering wordt verlaagd; Participatiewet, of; c. met hoeveel procent of welk bedrag de b. de verwijtbare gedraging van uitkering wordt verlaagd; belanghebbende in relatie met zijn d. eventueel waarom van bovenstaande wordt recht op bijzondere bijstand daartoe afgeweken. aanleiding geeft. 4. Bij het verlagen van de uitkering wordt rekening 3. Als wij uw uitkering verlagen, laten wij gehouden met: u weten: a. de ernst van het gedrag; a. waarom wij uw uitkering verlagen; b.
verwijtbaarheid van het gedrag; b. hoelang wij uw uitkering verlagen; c. de persoonlijke situatie van belanghebbende. c. met hoeveel procent wij uw 5. Voordat een verlaging wordt opgelegd krijgt uitkering verlagen of om welk belanghebbende de mogelijkheid om een reactie te bedrag het gaat; en geven. 6. Van lid 5 kan worden afgeweken als: 52
d. als dat van toepassing is, waarom wij hiervan afwijken. 4. Als wij een beslissing nemen om uw uitkering te verlagen, houden wij rekening met: a. hoe ernstig uw gedrag is; b. of u er iets aan kunt doen (valt u iets te verwijten?); c. uw persoonlijke situatie. 5. Voordat wij uw uitkering verlagen, geven wij u de mogelijkheid om uw reactie te geven. 6. Wij kunnen besluiten om u niet de gelegenheid te geven een reactie te geven (zoals bedoeld in lid 4). Dit doen wij als: a. u al eerder uw reactie heeft kunnen geven en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zijn veranderd; of b. wij uw reactie niet nodig hebben om te oordelen over uw gedrag of dat u iets te verwijten valt.
a. belanghebbende al eerder reactie heeft kunnen geven de feiten en omstandigheden sindsdien niet veranderd zijn; b. de reactie niet nodig is om te oordelen of het gedrag verwijtbaar is; c. belanghebbende hier geen gebruik van wil maken; d. spoed zich hiertegen verzet.
53
Artikel 6.2.2. Geen schuld en verlaging (PW, IOAW, IOAZ, Awb) Het college ziet af van verlaging als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of sprake is van een dringende reden.
Artikel 6.2. Afzien van verlaging - Pw, IOAW, IOAZ Het college ziet af van verlaging als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of sprake is van een dringende reden, zoals bedoeld in artikel 18 lid 10 Participatiewet.
Artikel 6.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging (PW, IOAW, IOAZ, Awb) 1. Wij verlagen uw uitkering of bijzondere bijstand over de kalendermaand nadat dit gedrag heeft plaatsgevonden. 2. Wij kunnen uw uitkering ook verlagen over de kalendermaand na de maand waarop wij hierover een besluit hebben genomen. Dat kan als we de uitkering over die periode al hebben uitbetaald. Wij houden hierbij rekening met de op dat tijdstip geldende uitkeringsnorm. 3. Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende kracht verlagen over de periode waarop uw gedrag betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit kan op het moment dat we lid 1 van dit artikel niet kunnen toepassen, omdat we de uitkering hebben beëindigd of ingetrokken en zo lang wij de uitkering nog niet hebben uitbetaald. 4. Wij kunnen uw uitkering verlagen met ingang van de ingangsdatum van uw uitkering. Dit kan in afwijking van lid 1 van dit artikel. Dit kan op het moment dat uw gedrag heeft plaatsgevonden in de periode tussen de uitkeringsaanvraag en het besluit op die aanvraag.
Artikel 6.3. Ingangsdatum en periode van verlaging - Pw, IOAW, IOAZ 1. Een verlaging op de uitkering of bijzondere bijstand vindt plaats over de kalendermaand volgend op de maand nadat dit gedrag heeft plaatsgevonden. 2. Als verlaging over de maand als bedoeld in lid 1 niet mogelijk is, wordt de verlaging toegepast over de kalendermaand na de maand waarop het besluit tot oplegging van de verlaging is bekend gemaakt. Hierbij wordt rekening gehouden met de op dat tijdstip geldende bijstandsnorm. 3. Een verlaging kan met terugwerkende kracht worden toegepast op de uitkering over de periode waarop het gedrag betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit kan als verlaging als bedoeld in lid 1 niet toepasbaar is, omdat de uitkering al is beëindigd of ingetrokken en zolang de uitkering nog niet is uitbetaald. 4. Een verlaging kan in afwijking van lid 1 wordt toegepast met ingang van de ingangsdatum van de uitkering. Dit kan op het moment dat het gedrag plaatsvond in de periode tussen de meldingsdatum en het besluit op die aanvraag.
54
Artikel 5.2.4 Berekening verlaging (PW, IOAW, IOAZ, Awb) 1. De verlaging is een percentage van de voor u geldende uitkeringsnorm. 2. Als u maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kunnen wij deze bijstand met een percentage verlagen. Artikel 6.2.5 Niet nakomen arbeidsverplichtingen (PW, IOAW, IOAZ, Awb) 1. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm, als u zich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het UWV of u niet tijdig uw registratie heeft verlengd. 2. Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u: a. niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; b. de verplichtingen op basis van artikel 9 en 55 niet nakomt voor zover deze niet zijn aan te merken als verplichtingen op basis van artikel 18 lid 4 voor zover niet opgenomen in dit artikel; c. een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing
Artikel 6.4. Berekening verlaging- Pw, IOAW, IOAZ 1. De verlaging is een percentage van de toepasselijke bijstandsnorm. 2. De periodieke bijzondere bijstand kan maandelijks met een percentage worden verlaagd. Artikel 6.5. Niet nakomen arbeidsverplichtingen Pw - Pw 1. Bij het niet tijdig laten registeren of verlengen van de registratie als werkzoekende bij het UWV wordt de uitkering verlaagd met 10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand. 2. De uitkering wordt verlaagd met 20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand als: a. belanghebbende onvoldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; b. de ontheffing van de arbeidsplicht voor alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 9a lid 1 Pw wordt ingetrokken als door houding en gedrag blijkt dat geen gebruik wil worden gemaakt van een voorziening die het kans op werk vergroot; c. belanghebbende niet of onvoldoende meewerkt aan een opgelegde tegenprestatie; d. belanghebbende niet of onvoldoende meewerkt aan de taaltoets als bedoeld in artikel 18b lid 2 Pw; e. belanghebbende onvoldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). 3. De uitkering wordt verlaagd met 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand als de
Voormalig artikel gesplitst in twee artikelen voor Pw en IOAW/IOAZ. Om te voorkomen dat verkeerde percentages worden gebruikt, wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen Pw, IOAW en IOAZ. Pw: Lid 4 is nieuw. Oude sub b vervalt. Dit wordt later in artikel behandeld. Voormalig lid 4 volgt uit de wet (artikel 18 lid 11). Daardoor geen noodzaak om op te nemen in de verordening.
55
van de arbeidsplicht (artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet) is ingetrokken; d. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie; e. niet of niet voldoende meewerkt aan de taaltoets (artikel 18b, tweede lid, van de Participatiewet); f. niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). 3. Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand. 4. Op verzoek van belanghebbende herziet het college een opgelegde maatregel door deze te beëindigen per datum van het weer nakomen van de verplichtingen, indien uit de houding en gedraging van belanghebbende ondubbelzinnig is gebleken dat de verplichtingen van artikel 9, 9a en 55 weer worden nagekomen. 5. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZuitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u:
geüniformeerde verplichtingen uit artikel 18 lid 4 Pw niet worden nagekomen. 4. In geval van bijzondere omstandigheden wordt de verlaging als bedoeld in lid 2 en 3 gelijk verdeeld over 2 maanden. De 2 maanden zijn de maanden waarover de verlaging oorspronkelijk is opgelegd. Artikel 6.6. Niet nakomen arbeidsverplichtingen IOAW/IOAZ - IOAW, IOAZ 1. De IOAW- of IOAZ-uitkering wordt verlaagd met 20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand als: a. belanghebbende onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen; b. belanghebbende niet of onvoldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW/IOAZ) en verplichtingen (artikel 37 IOAW/IOAZ). Tenzij dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening; c. de ontheffing van de arbeidsplicht voor alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 37 IOAW/IOAZ wordt ingetrokken als door houding en gedrag blijkt dat geen gebruik wil worden gemaakt van een voorziening die het kans op werk vergroot; d. belanghebbende onvoldoende meewerkt aan een opgelegd tegenprestatie. 2. De IOAW- of IOAZ-uitkering wordt verlaagd met 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand als: a. niet naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid wordt verkregen of behouden; b. belanghebbende onvoldoende gebruik maakt van hulp van de gemeente waardoor sneller werk gevonden had kunnen worden (artikel 56
a. niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen; b. niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening; c. een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken; d. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie. 6. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZuitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u: a. niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen; b. niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft
36 en 37 IOAW/IOAZ). Tenzij dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening. 3. De IOAW/IOAZ-uitkering wordt niet verlaagd als de uitkering blijvend of tijdelijk kan worden geweigerd op grond van artikel 20 IOAW/IOAZ en artikel 6.7. van deze verordening.
57
geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening; c. een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken; d. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie; e. niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen. 7. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZuitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm, als u: a. een baan afwijst (in de bedoeling van niet aanvaarden); b. er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt (in de bedoeling van niet behouden); c. niet of niet voldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening. 8. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZuitkering niet, als wij deze uitkering blijvend of tijdelijk kunnen weigeren (zoals bedoeld in artikel 20 IOAW en IOAZ). 58
-
Artikel 6.7. Blijvend en tijdelijk weigeren IOAW- of IOAZuitkering – IOAW, IOAZ 1. Het college kan de uitkering: a. tijdelijk gedurende 1 maand weigeren als aan de beëindiging van de dienstbetrekking van belanghebbende een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en belanghebbende ter zake een verwijt kan worden gemaakt; of b. tijdelijk gedurende 1 maand weigeren als de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd; of c. tijdelijk gedurende 1 maand weigeren als belanghebbende nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden; of d. tijdelijk gedurende 1 maand weigeren als belanghebbende door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt. 2. De verlaging is gelijk aan de mate waarin de belanghebbende inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 IOAW/IOAZ had kunnen verwerven, doch niet hoger dan de verstrekte uitkering per maand. 3. Het college kan afzien van de tijdelijke of blijvende weigering als het college daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Dit artikel is nieuw. Wanneer blijvend en tijdelijk weigeren IOAW- of IOAZ uitkering ontbrak in verordening.
59
Artikel 6.2.6 Te weinig besef van verantwoordelijkheid (PW, Awb) 1. Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag. 2. Onder tekortschietend besef wordt in ieder geval begrepen: a. het op onverantwoorde wijze besteden van vermogen, inbegrepen het doen van een schenking, voorafgaand aan de uitkeringsverlening, voor zover het beroep op uitkeringsverlening redelijkerwijs was te voorzien; b. Indien belanghebbende niet alles doet ter voorkoming van het, gedeeltelijk of volledig, afhankelijk worden van een uitkering. 3. De verlaging van de uitkering is: a. 10 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00; b. 20 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot € 2.000,00; c. 50 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,00 tot € 4.000,00;
Artikel 6.8. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid - Pw 1. Bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wordt de uitkering verlaagd op grond van artikel 18 lid 2 Pw. De verlaging wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. 2. De verlaging van de uitkering is: a. 10% van de bijstandsnorm voor de duur van 1 maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,-; b. 20% van de bijstandsnorm voor de duur van 1 maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,- tot € 2.000,-; c. 50% van de bijstandsnorm voor de duur van 1 maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,- tot € 4.000,-; d. 100% van de bijstandsnorm voor de duur van 1 maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,- tot € 8.000,-; e. 100% van de bijstandsnorm voor de duur van 2 maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 8000,- tot € 12.000,-; f. 100% van de bijstandsnorm voor de duur van 3 maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 12.000,- tot € 16.000,-; g. 100% van de bijstandsnorm voor de duur van 4 maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 16.000,- tot € 20.000,-; h. 100% van de bijstandsnorm voor de duur van 5 maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 20.000,-. Iedere overschrijding van dit bedrag met € 4.000,- leidt tot een verlenging van de duur met 1 maand. 3. De uitkering wordt verlaagd met 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand als de
De titel is aangepast. Hierdoor sluiten we aan bij de wet. Voormalig lid 2 wordt opgenomen in de toelichting. Lid 4 is nieuw. In de verordening was niet opgenomen hoe om te gaan als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld.
60
d. 100 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,00 tot € 8.000,00; e. 100 procent voor de duur van twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 8.000,00 tot € 12.000,00; f. 100 procent voor de duur van drie maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 12.000,00 tot € 16.000,00; g. 100 procent voor de duur van vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 16.000,00 tot € 20.000,00; h. 100 procent voor de duur van vijf maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 20.000,00. Iedere overschrijding van dit bedrag met € 4.000,00 leidt tot een verlenging van de duur met één maand. 4. Wij verlagen uw uitkering met 100 procent voor een maand als u een uitkering aanvraagt, doordat u door eigen toedoen betaalde arbeid niet heeft behouden. Artikel 6.2.7 Onacceptabel gedrag (PW, IOAW, IOAZ, Awb) Wij verlagen uw uitkering als u zich op een onacceptabele manier gedraagt tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Participatiewet, IOAW en IOAZ uitvoeren. Wij verlagen uw uitkering met: 1. 100 procent voor de duur van een maand bij fysiek geweld tegen de genoemde medewerkers;
uitkeringsaanvraag komt door het door eigen toedoen niet behouden van betaalde arbeid. 4. Kan het exacte benadelingsbedrag niet of niet schattenderwijs worden vastgesteld, dan bedraagt de verlaging 20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand.
Artikel 6.9. Zeer ernstige misdragingen - Pw, IOAW, IOAZ De uitkering wordt verlaagd 100% van de bijstandsnorm voor de duur van 1 maand als een belanghebbende zich op een onacceptabele manier gedraagt tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Pw, IOAW of IOAZ uitvoeren tijdens het verrichten van hun werkzaamheden. Denk aan: fysiek geweld tegen medewerkers of spullen en/of mondelinge of schriftelijke bedreiging.
Titel aangepast.
61
2. 100 procent voor de duur van een maand bij bedreiging (mondeling of schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers of bij fysiek geweld tegen spullen. Artikel 6.2.8 Niet nakomen van andere verplichtingen (PW, Awb) 1. Wij verlagen uw uitkering als u andere verplichtingen, bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet, niet nakomt. 2. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met: a. 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet voldoende nakomen van verplichtingen over werken en arbeidsinschakeling; b. 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet voldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand; c. 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op een vermindering van de bijstand; d. 50 procent bij het niet instemmen met het financieel ontzorgen door het vanuit de uitkering betalen van vaste lasten 100 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de uitkering.
Artikel 6.10. Niet nakomen andere verplichtingen Pw 1. Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a, 17 lid 2, 55 en 56a Pw niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. Eerste categorie: a. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. het niet nakomen van de in artikel 56a lid 2 Pw neergelegde ontzorgplicht. Dit is de verplichting om gedurende een periode van 6 maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken aan het door het college in naam van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering; b. Tweede categorie: i. het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a Pw; ii. het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 lid 1 of 55 Pw, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende 4 weken na een melding als bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 Pw,
Dit artikel is opgesplitst in twee artikelen. Dit in verband met het ontbreken van de grondslag voor verlaging IOAW. Deze was nog niet compleet.
62
voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18 lid 4 Pw; iii. het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17 lid 2 Pw; iv. het niet of onvoldoende nakomen van de identificatieplicht als bedoeld in artikel 17 lid 4 Pw. c. Derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18 lid 4 Pw 2. De verlaging bij gedragingen uit lid 1, wordt vastgesteld op: a. 50% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. 50% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de derde categorie. Artikel 6.11. Niet nakomen andere verplichtingen IOAW/IOAZ, IOAW/IOAZ 1. Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 13 en 37 IOAW/IOAZ niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende: a. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar
63
Artikel 6.2.9 Samenloop van gedragingen (PW, IOAW, IOAZ, Awb) 1. Wij leggen u één verlaging op, op het moment dat één gedraging schending van meerdere verplichtingen van dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet oplevert. Wij leggen u de hoogste verlaging op, inclusief de duur van de verlaging die daarbij hoort. 2. Wij leggen u meerdere verlagingen op, op het moment dat meerdere gedragingen leiden tot het niet nakomen van één of meerdere verplichtingen. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd. 3. Wij leggen geen verlaging op, als er sprake is van één gedraging waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met
vermogen als bedoeld in artikel 37 lid 1 onderdeel f IOAW/IOAZ; c. het niet of onvoldoende nalaten van dat wat inschakeling in de arbeid belemmert als bedoeld in artikel 37 lid 1 onderdeel d IOAW/IOAZ d. het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 13 lid 2 IOAZ/IOAZ; e. het niet of onvoldoende nakomen van de identificatieplicht als bedoeld in artikel 13 lid 4 IOAW. 2. De verlaging bij gedragingen uit lid 1, wordt vastgesteld op: 50% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand. Artikel 6.12. Samenloop van gedragingen - Pw, IOAW, IOAZ 1. Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van meerdere in deze verordening, artikel 18 lid 4 Pw of artikel 18b Pw genoemde verplichtingen, wordt één verlaging opgelegd. Voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging wordt uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld. 2. Als sprake is van 18b Pw genoemde verplichtingen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is. 3.
Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van zowel een in deze verordening of artikel 18 lid 4 Pw, of artikel 18b Pw genoemde verplichting als een in artikel 17 lid 1 Pw of artikel 13 lid 1 IOAW/IOAZ, genoemde verplichting, wordt geen verlaging opgelegd. Er wordt voor die schending een bestuurlijke boete opgelegd.
Lid 5 is nieuw.
64
artikel 17, lid 1 Participatiewet. Dan leggen we een bestuurlijke boete op. 4. Wij leggen u meerdere verlagingen op, als er sprake is van meerdere gedragingen waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Wij doen dit niet als dit niet verantwoord is. Wij houden hierbij rekening met de ernst van uw gedrag, mate van verwijtbaarheid en uw persoonlijke omstandigheden. Artikel 6.2.10 Herhaling (recidive) (PW, IOAW, IOAZ, Awb) 1. Wij verdubbelen de hoogte van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast, opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 5.2.6, lid 1, 2, 4 en 5, artikel 5.2.8, lid 3, artikel 5.2.9 en artikel 5.2.10. 2. Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarin we een verlaging van 100 procent op de uitkeringsnorm hebben toegepast, opnieuw schuldig maakt aan hetzelfde of ander verwijtbaar gedrag. 3. Wij verlagen uw uitkering met 100 procent gedurende twee maanden als u zich binnen twaalf maanden na de
4. Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van zowel een in deze verordening of artikel 18 lid 4 Pw, of artikel 18b Pw genoemde verplichting als een in artikel 17 lid 1 Pw of artikel 13 lid 1 IOAW/IOAZ genoemde verplichting, waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is. 5. Als het college voor dezelfde gedraging de bijstand op grond van artikel 18 of 18b Pw kan verlagen en een boete op grond van de Wet inburgering 2021 op kan leggen, dan wordt de bijstand verlaagd en geen boete op te leggen. Artikel 6.13. Recidive - Pw, IOAW, IOAZ Titel is aangepast. Hierdoor 1. De hoogte van de verlaging wordt verdubbeld als sluiten we aan bij de wet. belanghebbende zich binnen 12 maanden na datum van het besluit tot verlaging, zich opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in de artikelen 6.5. tot en met 6.11. van deze verordening. 2. De duur verlaging wordt verdubbeld als belanghebbende zich binnen 12 maanden na datum van het besluit tot verlaging opnieuw schuldig maakt aan dezelfde gedraging en er een verlaging van 100% was opgelegd. 3.
De uitkering wordt met 100% van de bijstandsnorm verlaagd voor de duur van 2 maanden als belanghebbende binnen 12 maanden na de datum van het besluit tot verlaging zich opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 18 lid 4 Pw. 4. De uitkering wordt met 100% van de bijstandsnorm verlaagd voor de duur van 2 maanden als binnen 12 maanden na de datum van het besluit tot verlaging: a. belanghebbende zich opnieuw schuldig maakt aan een gedraging; én 65
datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast, opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 Participatiewet. 4. Wij verlagen uw uitkering met 100 procent gedurende twee maanden als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een gedraging én we hebben toepassing gegeven aan lid 1, 2 of 3 van dit artikel.
b. lid 1, 2 of 3 van dit artikel is toegepast.
66
Hoofdstuk 7. Handhaving en naleving
Vervallen.
Hoofdstuk vervalt. Algemeen stuk toegevoegd in toelichting onder hoofdstuk 6. Artikel 7.2. is opgenomen in hoofdstuk 2.
Artikel 7.1 Terugvordering en incasso (PW, IOAW, IOAZ) 1. We vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven. We doen dat volgens de regels van de wet en de beleidsregels van het college. We vorderen niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen voor u heeft. 2. Bij de incasso zorgen we ervoor dat u een inkomen blijft houden dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan of hoger dan de beslagvrije voet. 3. Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de redenen die we in artikel 7.2 hebben opgesomd. Wij kunnen voorzieningen alleen bij opzet van u terugvorderen als we die voorzieningen hebben ingetrokken, omdat u onjuiste of onvolledige gegevens aan ons heeft verstrekt. Artikel 7.2 Beëindiging (PW, IOAW, IOAZ) 1. We kunnen het recht op een voorziening intrekken als: a. de voorziening niet langer passend of nodig is;
Vervallen.
Dit artikel vervalt. Zie toelichting hiervoor.
Verplaatst naar hoofdstuk 2 artikel 2.6.
In verband met verduidelijking wordt dit artikel verplaatst. Hoofdstuk 2 gaat over voorzieningen.
67
b. u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die we aan de voorziening hebben verbonden; c. We de voorziening hebben verstrekt op grond van verkeerde of onvolledige gegevens door u; d. als u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening en we hierdoor niet langer kunnen vaststellen of we een voorziening kunnen voortzetten; e. u de voorziening voor een ander doel gebruikt dan bedoeld; f. u binnen drie maanden geen gebruik maakt van de voorziening, behalve als u daar niets aan kunt doen. 2. We kunnen de voorziening met terugwerkende kracht intrekken. Artikel 7.3 Hoe controleert de gemeente? Vervallen. (PW, IOAW, IOAZ) 1. We controleren regelmatig of u recht heeft op een uitkering of voorziening en of u de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangt. We controleren dit onder andere door: a. huisbezoeken te doen; b. gegevens te vergelijken met andere instanties; en c. signalen en tips uit te zoeken. 2. Wij doen de controles ook om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of u de
Dit artikel vervalt. Deze verplichtingen en bevoegdheden volgen uit de wet.
68
voorziening op de juiste manier gebruikt. 3. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen we ervoor dat we de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten naleven. 4. Als u de uitkering of voorziening wilt stoppen, onderzoeken wij wat de reden daarvan is. Daarnaast controleren wij of we de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht hebben verstrekt. 5. Er kunnen nadere regels worden vastgesteld over dit onderwerp. Artikel 7.4 Voorkomen van fraude – (PW, IOAW, IOAZ) 1. Wij voeren een actief fraudepreventiebeleid. Een onderdeel hiervan is dat wij u vroegtijdig informeren over rechten en plichten die verbonden zijn aan het krijgen van een uitkering of voorziening. Ook geven wij u informatie over de gevolgen van misbruik en/of oneigenlijk gebruik. 2. Als u een verzoek of aanvraag heeft gedaan, mogen wij gebruik maken van alle benodigde gegevens die wij tot onze beschikking hebben. Hieronder vallen ook bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de daaruit voorkomende signalen. 3. Wij onderzoeken of u recht op een uitkering of voorziening heeft. Hierbij maken wij gebruik van de
Vervallen.
Dit artikel vervalt. Deze verplichtingen en bevoegdheden volgen uit de wet.
69
onderzoeksmethoden zoals genoemd in artikel 5.5.1. 4. Als wij hebben vastgesteld dat er sprake is van fraude en/of misbruik en/of oneigenlijk gebruik, kunnen wij uw uitkering of (de waarde) van de voorziening terugvorderen. Wij kunnen u ook een bestuurlijke boete opleggen. 5. Als het ‘Aanwijzingsbesluit sociale zekerheidsfraude’ dit voorschrijft, doen wij aangifte bij het Openbaar Ministerie.
70
Hoofdstuk 8. Inspraak, cliëntenparticipatie en rechtsbescherming Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Ook vindt u informatie over de advies- en cliëntenraad. Het is mogelijk dat u het niet eens bent met de werkwijze van de gemeente. In dit hoofdstuk is vastgelegd wat inwoners in dat geval kunnen doen. Artikel 8.1 Hulp van de gemeente bij inspraak (PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet) De gemeente zorgt voor een goede inspraak en doet dat op de volgende manier: 1. Het moment waarop inspraak kan worden gegeven, geeft inwoners de mogelijkheid om invloed te hebben op plannen van de gemeente over beleid, regels of de uitvoering daarvan. 2. De inwoners worden deskundig ondersteund, zodat de inspraak volwaardig is. 3. De inwoners kunnen deelnemen aan overleg met de gemeente over de kernwaarden, beleid, regels en de uitvoering daarvan. 4. De inwoners krijgen op tijd en voldoende informatie om goede inbreng te kunnen geven.
Vervallen.
Hoofdstuk vervalt, omdat dit geregeld is in ander beleid.
Vervallen.
Dit artikel vervalt. Artikel 47 Pw geeft aan dat bij verordening regels worden gesteld over de wijze waarop de doelgroep of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering van deze wet en de daarop berustende bepalingen. Het is in feite voldoende om alleen de Adviesraad bij de lokale regelgeving te betrekken.
71
5. Er kunnen nadere regels worden vastgesteld over dit onderwerp. Artikel 8.2. Cliëntenparticipatie (PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet) 1. Cliënten en vertegenwoordigers van belangenorganisaties kunnen invloed uitoefenen op het lokale beleid en de uitvoering daarvan. Dit heet cliëntenparticipatie. a. De Adviesraad Sociaal Domein adviseert het college en de Gemeenteraad over zaken die het sociale domein aangaan, waaronder de Participatiewet. b. De Cliëntenraad Sociale Zekerheid vertegenwoordigt inwoners die te maken hebben met de Participatiewet. 2. De regels met betrekking tot de Adviesraad Sociaal Domein en de Cliëntenraad Sociale Zekerheid zijn vastgelegd in de volgende verordeningen: a. ‘Verordening Adviesraad Sociaal Domein Gemeente Hulst 2019’. b. ‘Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet’. Hierin staat onder andere wat de taken en bevoegdheden zijn van deze raden. Artikel 8.3 Klachtenregeling (Awb, Gemeentewet) De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat u het niet eens zijn met
Vervallen.
Dit artikel vervalt. Het is opgenomen in de ‘Verordening Adviesraad Sociaal Domein Gemeente Hulst 2019’ en ‘Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet’.
Vervallen.
Dit artikel vervalt. De klachtenregeling is een aparte regeling, waarvan de inhoud niet in deze verordening wordt opgenomen. Daarbij komt dat 72
de aanpak van de gemeente. In de ‘Klachtenregeling gemeente Hulst 2018’ is vastgelegd hoe wij omgaan met klachten. Artikel 8.4 Bezwaar en beroep (Awb, Gemeentewet) 1. De gemeente kan een besluit nemen waar u het niet mee eens bent. Wij informeren u over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit. 2. U kunt binnen zes weken bezwaar maken indien u het niet eens bent met een besluit dat is genomen op grond van de genoemde wetten en deze verordening. 3. In de ‘Verordening commissie bezwaarschriften 2010’ is vastgelegd hoe wij met het bezwaarschrift omgaan. 4. Bent u het niet eens bent met de beslissing op uw bezwaarschrift? Dan kunt u in beroep bij de rechtbank.
de klachtenregeling al voortvloeit uit de wet en word de Awb op termijn gewijzigd. Vervallen.
Dit artikel vervalt. Dit volgt uit de Awb. Daarbij wordt hier niet de volledige procedure omschreven. De Awb wijzigt op termijn.
73
Hoofdstuk 9. Intrekking en inwerkingtreding verordening Artikel 9.1 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) (Gemeentewet) U kunt de gemeente vragen de hardheidsclausule toe te passen. U kunt dit doen als toepassing van deze verordening voor u gevolgen heeft die niet in verhouding staan tot de doelen die we met deze verordening nastreven. Wij kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze regels zou leiden tot onredelijkheid en onbillijkheid.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 7.1. Hardheidsclausule Het college kan in een bijzonder geval afwijken van de bepalingen in deze verordening voor zover toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van zwaarwegende aard.
Artikel aangepast. Er kan altijd een beroep gedaan worden op de hardheidsclausule. Hier is geen verzoek voor nodig. Dit betekent alleen niet dat het college ook daadwerkelijk moet afwijken. Verder komt onredelijkheid of onbillijkheid op hetzelfde neer.
Artikel 9.2 Geen bepalingen (Gemeentewet) Het college beslist in gevallen waarin deze verordening niet voorziet.
Vervallen.
Artikel 9.3 Intrekken oude verordeningen (Gemeentewet) Wij trekken de volgende verordeningen in op de datum dat deze verordening ingaat (inwerkingtreding): a. Verordening tegenprestatie Participatiewet; b. Verordening loonkostensubsidie en loonwaarde Participatiewet;
Artikel 7.2. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening Participatie, Inkomen en Inburgering Hulst 2022 wordt ingetrokken. 2. Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Verordening Participatie, Inkomen en Inburgering Hulst 2022, die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de
Dit artikel vervalt. Met deze nieuwe verordening wordt voldaan aan de verordeningsplicht. Daaruit volgt ook dat het college verder uitwerkt/beslist over zaken waar de gemeenteraad niets over heeft opgenomen in de verordening. Er zijn aanvullende bepalingen opgenomen ten aanzien van het overgangsrecht. Zo is er ook duidelijkheid ten aanzien van belanghebbenden met een voorziening op basis van de oude verordening.
74
c. Re-integratieverordening Participatiewet; d. Verordening individuele studietoeslag Participatiewet; e. Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Hulst 2016; f. Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive; g. Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet; h. Verordening wachtlijstbeheer Wet sociale werkvoorziening; i. Handhavingsverordening sociale zekerheid; j. Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening.