CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Was - Wordt lijst verordening

Gemeenteraad 8 mei 2024, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling Verordening Participatiewet en Minimabeleid Gemeente Hulst 202419.414 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Was – Wordt lijst Verordening Participatiewet en Minimabeleid gemeente Hulst 2024 Was Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen In deze verordening staan regels en afspraken over participatie, inkomen en inburgering. Er staat wat inwoners van onze gemeente kunnen verwachten, maar u leest ook wat wij van u verwachten. In deze inleiding vindt u informatie over onze uitgangspunten en doelen. De regels en afspraken gaan over de volgende onderwerpen: • Werken en participeren • Uitkeringen • Schuldhulpverlening • Inburgering Hoofdstuk 10: Begrippenlijst In deze verordening gebruiken we allerlei begrippen. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening betrekking heeft. a. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan maatwerkvoorziening/individuele voorziening/uitkering of voorziening. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen

Wordt Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen In deze verordening staan regels over participatie, inkomen, uitkeringen, minimabeleid, schuldhulpverlening en inburgering. Er staat wat belanghebbenden van de gemeente kunnen verwachten. Maar ook wat de gemeente van belanghebbenden verwacht.

Inhoudelijke verschillen

Artikel 1.1. Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Awb: Algemene wet bestuursrecht; b. basisbaan: een basisbaan is een dienstverband dat het arbeidsintegratiebedrijf in opdracht van de gemeente kan aangaan met een bijstandsgerechtigde; c. benadelingsbedrag: zoals vermeld in artikel 18a lid 2 Pw; d. bijstandsnorm: 1° toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, Pw (gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 Pw); of

Enkele oude begrippen vloeien voort uit de wet. Daarom zijn enkele begrippen weggelaten. Bij het begrip ‘vermogen’ is de zinssnede ‘totaal aan bezit in geld en goederen’ verwijderd. Het vermogen is namelijk bezittingen – schulden. Tot slot worden de begrippen aan het begin van de verordening uitgelegd in plaats van op het einde.

Tekstuele aanpassingen. De verordening beperkt zich tot hetgeen wat geregeld moet worden.

1

gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen. b. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. c. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet. d. Basisbaan: een basisbaan is een dienstverband dat het arbeidsintegratiebedrijf in opdracht van de gemeente kan aangaan met een bijstandsgerechtigde. e. Benadelingsbedrag: het bedrag dat de gemeente onterecht heeft uitbetaald. f. Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. g. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. h. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst. i. Detacheringsbaan: het arbeidsintegratiebedrijf kan in opdracht van de gemeente een detacheringsbaan

e.

f. g. h. i.

j.

k. l.

2° grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 IOAW of artikel 5 IOAZ voor zover sprake is van een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ; detacheringsbaan: het arbeidsintegratiebedrijf kan in opdracht van de gemeente een detacheringsbaan aangaan met een bijstandsgerechtigde. De bijstandsgerechtigde wordt door het arbeidsintegratiebedrijf uitgeleend aan andere werkgevers; doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7 lid 1 onderdeel a Pw; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; mantelzorg: alle hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel f Pw; persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de belanghebbende die van belang zijn, inclusief de

2

aangaan met bijstandsgerechtigde. De bijstandsgerechtigde wordt door het arbeidsintegratiebedrijf uitgeleend aan andere werkgevers. j. Doel: het resultaat. k. Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. l. Gemeente: het gemeentebestuur van Hulst. m. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het doel dat hij wil bereiken bespreekt. n. Hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet. o. Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. p. Inwoner: de persoon die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Hulst. q. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. r. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

behoefte van de belanghebbende en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging; m. plan van aanpak: een plan zoals bedoeld in artikel 9 en 44a PW inclusief de in te zetten voorzieningen; n. Pw: Participatiewet; o. uitkering: algemene bijstand op grond van de Pw (gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt bedoeld: de algemene bijstand plus de eventuele aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 Pw) of een uitkering op grond van de IOAW/IOAZ; p. vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 Pw; q. voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; r. werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; s. werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d lid 1 of lid 2 Pw met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; t. Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

3

s. Kindpakket: een pakket van voorzieningen, meestal in natura, dat de gemeente voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar stelt. Het doel van het pakket is te voorkomen dat kinderen die opgroeien in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school. t. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. u. Mantelzorg: Alle hulp aan een hulpbehoevende door iemand uit diens directe sociale omgeving. v. Opleiding: Scholing op MBO-, HBO- of WO-niveau. w. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. x. Plan van aanpak: een plan zoals bedoeld in artikel 9 en 44a Participatiewet inclusief de in te zetten voorzieningen. y. Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. z. Scholing: een opleiding, cursus en/of training. Aa. U: de rechthebbende als bedoeld in de Participatiewet, schuldhulpverlening of de Wet inburgering.

4

bb. Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering. cc. Uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. dd. Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. ee. Voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand: een op de inwoner afgestemde voorziening als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet. ff. Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet inburgering 2021, de wet de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. gg. Wij/we/ons: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst. Artikel 1.1 Waarom deze regels? De gemeente vindt het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente Hulst kunnen deelnemen aan de samenleving, gezond en zelfredzaam zijn. We streven ernaar dat inwoners in ieder geval:

Vervallen

Dit artikel vervalt. De verordening beperkt zich tot hetgeen wat geregeld moet worden. Belanghebbenden kunnen er weinig rechten aan ontlenen.

5

• gezond en veilig opgroeien en zich optimaal ontwikkelen; • een zinvolle dagbesteding hebben (van betaald werk tot vrijwilligerswerk); • een inkomen hebben; • hun financiën op orde hebben en houden. Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. De volgende wetten helpen hierbij: • Participatiewet (PW); • Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); • Inkomensvoorziening Oudere Arbeidsongeschikte Zelfstandigen (IOAZ); • Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs); • Wet inburgering (WI); • Gemeentewet; • Algemene wet bestuursrecht (Awb); • Burgerlijk Wetboek (BW). De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld op 24 februari 2022. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin we bepaalde zaken uitwerken. Ook dat hebben we in deze verordening geregeld.

6

Artikel 1.2 Uitgangspunten De regels in deze verordening hebben we geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. De regels: • zijn bedoeld om de eerdergenoemde doelen te realiseren; • zijn bedoeld om knelpunten van inwoners op te lossen; • zijn goed leesbaar; • regelen niet meer dan nodig is; • houden de administratieve lasten van gemeente en inwoners zo laag mogelijk; • kunnen we goed uitvoeren; • zijn duidelijk voor de inwoners; • zijn onderling afgestemd op elkaar; • respecteren de wettelijke regels; • helpen om maatwerk toe te kunnen passen. Artikel 1.3 Kernwaarden Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houden we rekening met de doelen van de genoemde wetten. We zorgen ervoor dat het resultaat van een besluit recht doet aan die doelen. We gaan daarbij uit van de volgende kernwaarden: 1. U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om de genoemde doelen te realiseren. 2. U zet zich ervoor in om deze doelen te bereiken. 3. Wij helpen waar dat nodig is en stimuleren u om zelf oplossingen te vinden voor problemen.

Vervallen

Dit artikel vervalt. De verordening beperkt zich tot hetgeen wat geregeld moet worden. Belanghebbenden kunnen er weinig rechten aan ontlenen.

Vervallen

Dit artikel vervalt. De verordening beperkt zich tot hetgeen wat geregeld moet worden. De wettelijke regels moeten altijd gerespecteerd worden. Daar waar mogelijk kan altijd gekeken worden waar wel/geen ruimte is om maatwerk te bieden.

7

4.

5. 6.

7. 8. 9.

Bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (het sociale netwerk). Kwetsbare groepen, zoals kinderen en inwoners met een beperking, hebben extra hulp nodig om volwaardig mee te doen aan de samenleving. We begeleiden u zo goed mogelijk naar passend werk of participatie. Betaald werk gaat voor onbetaald werk en inkomensondersteuning van de gemeente. Iedereen doet mee aan de samenleving. We maken aansluiting tussen uitkering en werk gemakkelijker. We zijn gelijkwaardige partners, we behandelen u professioneel en nemen u serieus.

Artikel 1.4 Artikel en wet Deze verordening baseren we op de wetten die bij artikel 1.1 zijn genoemd. Niet alle wetten zijn op ieder artikel van toepassing. Dat verschilt per artikel. Per artikel geven we aan welke wetten op dat artikel van toepassing zijn.

Vervallen

Dit artikel vervalt. Verwijzingen naar wetgeving zijn in de artikelen zelf en de toelichting opgenomen. Daarnaast staat in de intitulé op welke wetgeving deze verordening is gebaseerd. Daardoor vervalt de juridische noodzakelijkheid van dit artikel.

8

Artikel 1.5 Nadere regels en beleidsregels Deze verordening is een algemeen verbindend voorschrift en is voor u rechtstreeks bindend. De verschillende wetten bepalen dat gemeenten verplicht zijn om een aantal zaken in een verordening te regelen. Vaak wordt dat niet in detail in de verordening uitgewerkt. Dat kan vervolgens in nadere regelgeving.

Vervallen

Dit artikel vervalt. Het bevat geen regels, maar een algemene uitleg.

Nadere regels Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften die een uitwerking zijn van de verordening. Een aantal artikelen van deze verordening bevatten bepalingen, waarover nadere regels kunnen worden vastgesteld. Beleidsregels Een beleidsregel beschrijft hoe wij als college omgaan met een bepaalde bevoegdheid die de wet aan ons geeft. Het geeft u duidelijkheid hoe ons college omgaat met uw hulpvraag en aanvraag.

9

Hoofdstuk 2. Participatie en inkomen

Hoofdstuk 2. Participatie en inkomen

Dit hoofdstuk gaat over participatie, tegenprestatie en aanvullende inkomensondersteuning. Wij vinden het belangrijk inwoners die geen werk hebben te helpen bij het vinden van werk. In dit hoofdstuk leest u voor wie dit geldt, hoe wij u hierbij kunnen helpen en wat wij van u verwachten als u een uitkering ontvangt. Artikel 2.1 Participatie – Voor wie (PW, IOAW, IOAZ) Wij helpen u op weg naar werk als: 1. u een uitkering van de gemeente krijgt en het niet lukt om zelf, met de hulp van de mensen om u heen of met hulp van uitzendbureaus en andere organisaties, werk te vinden; 2. u geen uitkering van de gemeente krijgt en ook geen hulp krijgt van instanties zoals UWV, SVB of werkgevers. Wij beoordelen per persoon of en hoe wij u kunnen helpen; 3. u jonger bent dan 27 jaar, geen werk hebt en geen havo-, vwo- of mbodiploma vanaf niveau 2 of hoger hebt. Wij helpen u bij het vinden van een passende opleiding of passend werk of wij helpen u op weg naar hulpverlening of zorg. Artikel 2.2 Samenwerken (PW, IOAW, IOAZ)

Dit hoofdstuk gaat over participatie, tegenprestatie en aanvullende inkomensondersteuning. De gemeente vindt het belangrijk belanghebbenden die geen werk hebben te helpen bij het vinden van werk. In dit hoofdstuk is opgenomen voor wie dit geldt, hoe het college hierbij kan helpen en wat het college van belanghebbenden verwacht als zij een uitkering ontvangen.

1. Bij het vinden van werk of een opleiding die bij u past, werken wij

Artikel 2.1. Participatie – voor wie - Pw, IOAW, IOAZ 1. Personen uit de doelgroep zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om werk te vinden. 2. Het college biedt de doelgroep ondersteuning bij de reintegratie naar de arbeidsmarkt voor zover het college deze ondersteuning noodzakelijk vindt.

Het voormalige artikel was te beperkt. Het college heeft de opdracht om aan de volledige doelgroep ondersteuning te bieden bij arbeidsinschakeling. (artikel 7 lid 1 onder a Pw). Daarom is het artikel aangepast.

Vervallen

Dit artikel komt te vervallen. Ook bij andere onderdelen wordt samengewerkt. Juridisch geen meerwaarde.

10

samen met UWV, regiogemeenten en organisaties. 2. Wij ondersteunen werkgevers die werk hebben voor inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen. Artikel 2.3 Budget (PW, IOAW, IOAZ)

Vervallen

Het op weg helpen van inwoners naar werk kost geld. Hoeveel geld wij hiervoor inzetten leggen we elk jaar vast in de begroting van de gemeente. Artikel 2.4 Voorzieningen – Werk (PW, Artikel 2.2. Voorzieningen – werk – Pw, IOAW, IOAZ IOAW, IOAZ) 1. Het college onderzoekt de individuele wensen, acties 1. Wij stemmen de hulp die wij u bieden gericht op vergroting van zelfstandigheid, af op uw situatie. Zo kijken wij onder mogelijkheden en capaciteiten van belanghebbende om andere naar uw opleiding, de ondersteuning zo doelmatig en duurzaam mogelijk te werkervaring, waar u goed in bent en of realiseren. Waar mogelijk wordt rekening gehouden met u zorg biedt aan anderen. individuele wensen. 2. Wij bieden hulp aan in de vorm van 2. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze voorzieningen. Het doel daarvan is het verordening opgenomen voorzieningen rekening met de vinden of behouden van passend werk. omstandigheden en functionele beperkingen van 3. Voor welke voorziening u in aanmerking belanghebbende. De omstandigheden hebben in ieder komt, bepalen we samen met u aan de geval betrekking op zorgtaken van die belanghebbende hand van uw positie op de en de mogelijkheid dat belanghebbende behoort tot de arbeidsmarkt. Dit doen we met behulp doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de van de Zeeuws-Vlaamse revoorziening beschut werk. integratieladder.

Deze vindt u in de 3. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: bijlage. De voorzieningen worden in de a. De opvang van ten laste komende kinderen tot 5 artikelen 2.4 en 2.5 nader toegelicht. jaar; en 4. Als wij het samen niet eens worden over b. De noodzakelijkheid van het verrichten van de inzet van een voorziening dan mantelzorg.

Dit artikel komt te vervallen. Juridisch geen meerwaarde. Belanghebbenden ontlenen hier ook geen rechten aan.

Het voormalige artikel was te beperkt. Het doel is niet altijd het vinden of behouden van werk. Ook dagbesteding kan een doelstelling zijn. Daarom is het artikel aangepast. Bij lid 3 wordt aangesloten bij de leeftijd waarop de leerplicht aangaat. Verder is het begrip mantelzorg gedefinieerd in de begrippenlijst. Voormalig lid 4 is geschrapt. Deze bevoegdheid bestaat al in brede zin op grond van artikel 9 en 18 lid 4 Pw.

11

kunnen wij u op basis van artikel 9 van de Participatiewet hiertoe verplichten.

Artikel 2.4.1 Participatieplaats - PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen u voor een periode van maximaal twee jaar een participatieplaats aanbieden. U komt hiervoor in aanmerking als u een uitkering krijgt, ouder dan 27 jaar bent en de kans op werk klein is. 2. Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Het moet gaan om passende werkzaamheden. 3. Een voorwaarde is dat het werk, naar ons oordeel, niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 4. Na iedere zes maanden kunt u een premie van maximaal € 250 ontvangen. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk.

4. Met behulp van de Zeeuws-Vlaamse re-integratieladder bepaalt het college voor welke voorziening belanghebbende in aanmerking komt. De reintegratieladder is opgenomen in de bijlage. 5. Het college kan beleidsregels vaststellen ter uitwerking van dit artikel. Artikel 2.2.1. Participatieplaats - PW, IOAW, IOAZ 1. Het college kan een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 7 lid 1 onderdeel a Pw die 27 jaar of ouder is overeenkomstig artikel 10a Pw onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten voor een periode van maximaal 2 jaar. Een dergelijke participatieplaats is mogelijk als de kans op werk klein is. 2. Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Het moet gaan om passende werkzaamheden. 3. Een voorwaarde is dat het werk, naar het oordeel van het college, niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 4. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. 5.

De premie, bedoeld in artikel 10a lid 6 Pw, bedraagt per 6 maanden 25% van het bedrag zoals opgenomen in artikel 31 lid 2 onderdeel j Pw op basis van een fulltime dienstverband of bij een parttime dienstverband naar rato van het aantal gewerkte uren. 6. Voor toepassing van lid 5 is het bedrag van 1 januari van dat kalenderjaar van toepassing. 7. De procentuele berekening wordt telkens naar boven afgerond op hele euro’s.

Lid 4 is nieuw. Het zorgt voor meer duidelijkheid. Het vaste premiebedrag wordt gewijzigd in percentages, zodat deze jaarlijks meestijgen. Het opgenomen percentage zit net boven het (maximale) bedrag van 250 euro. Daarmee is ook niet concreet opgenomen hoe hoog de premie daadwerkelijk is (‘maximaal 250 euro’). In artikel 10a lid 6 Pw staat dat belanghebbende voldoende mee moet werken aan het vergroten van de kans op werk. Aanvullend op deze premie is het onder voorwaarden mogelijk om een uitstroompremie (artikel 2.6) te ontvangen. Het bedrag wordt verhoogd om aansluiting te zoeken met de onbelaste vrijwilligersvergoeding van de Belastingdienst.

12

Artikel 2.4.2 Beschut werk (PW, IOAW, IOAZ) 1. Wij bieden u een beschutte werkplek aan als het UWV heeft vastgesteld dat u alleen kan werken als het werk en de omgeving zijn aangepast aan uw mogelijkheden. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. 2. Het doel is om u een veilige werkplek te bieden als u alleen onder aangepaste omstandigheden kan werken. 3. Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat u beschut kan werken: a. het aanpassen van uw werkplek of de omgeving waarin u werkt; b. uitsplitsing van taken; c. het aanpassen van werktempo, het aantal uren dat u werkt en de begeleiding die u krijgt. 4. Als u in aanmerking komt voor beschut werk, kunnen wij helpen om de stap naar beschut werken makkelijker te maken. Wij kunnen de volgende voorzieningen aanbieden: a. helpen bij de invulling van uw dag; b. vrijwilligerswerk; c. scholing; d. schuldhulpverlening. 5. Wij zetten ons in om iedereen die voor beschut werk in aanmerking komt te plaatsen. We streven ernaar om in ieder geval het door het Rijk opgelegde minimum aantal beschutte werkplekken per jaar te realiseren.

Artikel 2.2.2. Beschut werk - PW, IOAW, IOAZ 1. Het college biedt de voorziening beschut werk aan aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en deze persoon: a. behoort tot de doelgroep; of b. een persoon is die een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziektewet, of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, of recht heeft op arbeidsondersteuning als bedoeld in artikel 2:15 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. 2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 krijgt een persoon van wie is vastgesteld dat deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en die nog niet in aanmerking is gekomen voor een beschut werkplek, voorrang op personen van wie later is vastgesteld dat zij alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. 3. Het college verstrekt om de in artikel 10 lid 1 Pw bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken, de volgende voorzieningen: a.

fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; of

Lid 1 is concreter geformuleerd op basis van artikel 10b Pw. Voormalig lid 4: Anders verwoord om het concreter te maken. Daarnaast valt scholing nu onder maatschappelijke participatie. Hier kan ook mantelzorg onder vallen of andere manieren waarop belanghebbende actief betrokken is in eigen buurt of gemeente. Lid 5: Een gemeente kan in een jaar besluiten om meer, additionele, beschut werkplekken te realiseren dan in de ministeriële regeling is aangegeven als UWV meer positieve adviezen heeft afgegeven.

13

Artikel 2.4.3. Proefplaatsing 1. Wij kunnen u een proefplaatsing aanbieden. U gaat dan bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uw uitkering aan de slag bij een bedrijf om werkervaring op te doen. 2. Het doel is dat u kennis en vaardigheden opbouwt. 3. Tijdens deze periode kan het bedrijf een beeld krijgen om te zien of u geschikt bent voor het werk. 4. De plaatsing duurt drie maanden, maar stopt als het doel eerder duidelijk is. 5. Het uiteindelijke doel is dat u voor minimaal zes maanden in dienst komt bij het bedrijf. 6. De werkgever moet u, naar ons oordeel, goed begeleiden. 7. Een voorwaarde is dat dit niet leidt

c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 4. Het college kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b lid 1 Pw, daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden: a. arbeidsmatige dagbesteding; b. vrijwilligerswerk; c. andere vormen van maatschappelijke participatie of werk; d. schuldhulpverlening 5. Voor alle personen die in aanmerking komen voor beschut werk realiseert het college een werkplek. Artikel 2.2.3. Proefplaatsing 1. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon uit de doelgroep die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaatsing bij een werkgever voor de duur van 2 maanden onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2. Voor een proefplaatsing wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt;

Dit artikel is uitgebreid naar aanleiding van het breed offensief (artikel 8a lid 2). Voormalig lid 5 is geschrapt. Dit is onderdeel van goed werkgeverschap.

14

tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het, naar ons oordeel, niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

3.

4.

5.

6.

Artikel 2.4.4 Werkervaringsplaats/stage PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen u een werkervaringsplaats aanbieden. U gaat dan bij wijze van proef

d. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e. de werkgever bij aanvang van de proefplaatsing schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal 6 maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de voorziening proefplaatsing; en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. De termijn in lid 1 kan verlengd worden met maximaal 4 maanden, dus tot maximaal 6 maanden. Het doel van een proefplaatsing is te onderzoeken of de baan en belanghebbende bij elkaar passen en belanghebbende geschikt is voor de functie. Belanghebbende doet tegelijkertijd werkervaring op en werkt een periode op proef met behoud van uitkering. De plaatsing duurt 2 maanden, maar stopt als eerder duidelijk is dat belanghebbende niet geschikt is voor de functie.

Artikel 2.2.4. Werkervaringsplaats/stage - PW, IOAW, IOAZ 1. Het college kan een persoon met behoud van uitkering een voorziening werkervaring gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze behoort tot de

Het artikel is aangescherpt. Een voorbeeld hiervan is wanneer een plaatsing stopt. Lid 3 is nieuw.

15

2.

3.

4.

5.

6.

tijdelijk en met behoud van uw uitkering aan de slag bij een reintegratiebedrijf om werknemersvaardigheden te leren. Tijdens deze periode willen wij een beeld krijgen van de voortgang van de doelen in het trajectplan. De plaatsing duurt drie maanden, maar stopt als u de afgesproken doelen hebt gehaald. We kunnen de plaatsing na 3 maanden verlengen, maar met verlenging duurt de plaatsing maximaal 6 maanden. Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. U doet tijdens deze periode werkzaamheden die bij u passen. Een voorwaarde is dat dit, naar ons oordeel, niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

Artikel 2.4.5 Detacheringsbaan - PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen u een detacheringsbaan aanbieden. 2. Hierbij gaat u via een andere organisatie aan de slag bij een

doelgroep. 2. Het doel van een werkervaringsplaats/stage is het opdoen van werkervaring en/of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de voorziening werkervaring; en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. 4. De plaatsing duurt 3 maanden, maar stopt als eerder duidelijk is dat belanghebbende niet geschikt is voor de functie. 5. Het college kan de plaatsing na 3 maanden verlengen, maar met verlenging duurt de plaatsing maximaal 6 maanden. 6. De werkervaringsplaats/stage mag verder niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

VeVervallen.

Dit artikel vervalt. In de praktijk wordt deze voorziening door de gemeente niet ingezet. Een detacheringsbaan via Dethon blijft mogelijk.

16

werkgever. 3. Het doel is dat u uiteindelijk bij de werkgever in dienst komt. Artikel 2.4.6 Basisbaan - PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen u een basisbaan aanbieden. 2. Deze baan bieden we u aan als na afloop van een werkervaringsplaats blijkt dat er geen werk voor u is, terwijl u uw doelen wel hebt gehaald. 3. Het doel is u een werkplek te bieden zodat u niet meer afhankelijk bent van een uitkering.

Artikel 2.2.5. Basisbaan - Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan een basisbaan aanbieden als: a. belanghebbende een bijstandsuitkering ontvangt; b. ouder is dan 27 jaar; c. niet in aanmerking komt voor een indicatie banenafspraak en/of niet in aanmerking komt voor het doelgroepenregister; d. nog niet in staat is reguliere arbeid te verrichten. 2. Het college kan een basisbaan aanbieden als na afloop van een werkervaringsplaats en/of participatieplaats blijkt dat er geen werk is voor belanghebbende, terwijl de vastgelegde doelen wel zijn behaald. 3. Het doel van de basisbaan is belanghebbende helpen naar betaald werk zodat belanghebbende niet meer afhankelijk is van een uitkering. 4. Bij de invulling van de basisbaan wordt uitgegaan van maatwerk voor belanghebbende. 5. Belanghebbende ontvangt bij inzet van deze voorziening het wettelijk minimumloon.

Het artikel is aangescherpt.

Artikel 2.4.7 Sociale activering - PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen u sociale activering aanbieden. U gaat dan nuttige werkzaamheden doen die u dichter bij werk brengen.

Artikel 2.2.6. Sociale activering - Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening.

Het artikel is aangescherpt. Nuttige werkzaamheden is niet opgenomen, omdat dit discutabel is. Verder is gekaderd wanneer sociale activering wordt aangeboden. Het gaat om re-

17

2. Het doel is u te helpen moeilijkheden op weg naar werk of in uw dagelijks leven te overwinnen.

2. Het doel is om personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt terug te leiden naar de arbeidsmarkt met eventueel als tussendoel dat personen zelfstandig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. 3. Het college stemt de duur van de in lid 1 bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. 4. Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.

Artikel 2.4.8 Vrijwilligerswerk - PW, VeVervallen. IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen u vrijwilligerswerk aanbieden. Vrijwilligerswerk kan u helpen om uw afstand tot werk kleiner te maken. 2. Het doel van het vrijwilligerswerk is dat u uw kennis en vaardigheden vergroot. 3. Een vergoeding voor vrijwilligerswerk mag u geheel of gedeeltelijk houden. Dit bedrag wordt niet gekort op de uitkering die u ontvangt. Dit is geregeld in landelijke regels. Artikel 2.4.9 Diagnostische VeVervallen. instrumenten - PW, IOAW, IOAZ

integratie/terugleiding naar de arbeidsmarkt. Dit volgt ook uit jurisprudentie, zie toelichting. Doelstelling is op basis hiervan aangepast. Lid 3 is nieuw, zodat gekeken wordt hoelang sociale activering noodzakelijk is.

Dit artikel vervalt. Sociale activering is een vorm van vrijwilligerswerk, waardoor dit onder artikel 2.4.7. valt. Dit is in de toelichting van artikel 2.11 opgenomen.

Dit artikel vervalt. Deze bevoegdheid vloeit voort uit de

18

1. Wij kunnen u testen en/of onderzoeken aanbieden. U gaat dan naar een deskundige die onderzoekt welke belemmeringen en mogelijkheden u heeft om te kunnen werken of om uw werk te kunnen houden. 2. Het doel van testen en onderzoeken is dat u uw kans op betaald werk vergroot en dat werk of een voorziening past bij uw mogelijkheden. Artikel 2.4.10 Werkgeverssubsidie en tijdelijke loonkostensubsidie - PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen werkgevers een subsidie geven. 2. Het doel is om werkgevers te stimuleren u in dienst te nemen. 3. Wij stellen vast of een werkgever een subsidie krijgt en hoe hoog de subsidie is. Dit is afhankelijk van uw situatie. Een voorwaarde is dat dit, naar ons oordeel, niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

wet/het zorgvuldigheidsbeginsel.

Artikel 2.2.7. Loonkostensubsidie buiten de wettelijke doelgroep - Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan een loonkostensubsidie verstrekken aan personen die buiten de wettelijke doelgroep vallen. Dit zijn personen die geen recht hebben op loonkostensubsidie zoals bedoeld in artikel 10c en 10d Pw. Het college kan deze loonkostensubsidie verstrekken als het college dit noodzakelijk vindt. 2. Het doel van de subsidie is om werkgevers te stimuleren personen in dienst te nemen en de extra kosten voor begeleiding te vergoeden. 3. De loonkostensubsidie wordt alleen verstrekt als de werkgever bij aanvang schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan de subsidie, bedoeld in lid 1, voor minimaal 12 maanden, zonder proeftijd, in dienst houdt.

Het nieuwe artikel omvat meer kaders. Het gaat bijvoorbeeld om aanscherping van voorwaarden (lid 3).

19

Artikel 2.4.11 Wettelijke loonkostensubsidie - PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen een werkgever die u in dienst neemt een wettelijke loonkostensubsidie geven, als u wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen met een fulltime baan. 2. Het doel is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en hen een vergoeding te geven voor productieverlies. 3. Wij stellen vast of u in staat bent om het wettelijk minimumloon te

4. De loonkostensubsidie, bedoeld in lid 1, bedraagt ten hoogste 50 procent van de loonkosten gedurende maximaal 12 maanden met de mogelijkheid van verlenging tot maximaal 24 maanden. 5. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk. 6. De loonkostensubsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 7. Niet-uitkeringsgerechtigden hebben geen recht op de loonkostensubsidie buiten de wettelijke doelgroep. Vervallen.

Dit artikel vervalt. Er geldt geen verordeningsplicht meer met regels over de wijze van het bepalen van de doelgroep loonkostensubsidie en de wijze van de loonwaardebepaling (breed offensief). De wettelijke loonkostensubsidie en de loonwaarde vloeit voort uit de wet.

20

verdienen. De loonwaarde deskundige bepaalt uw loonwaarde op de manier zoals beschreven in het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet. De loonkostensubsidie stemmen we af op de loonwaarde. Artikel 2.4.12 Scholing (PW, IOAW, IOAZ) 1. Wij kunnen u scholing aanbieden. 2. De scholing is bedoeld om werk te kunnen vinden of te kunnen behouden. 3. In overleg met u bepalen wij welke scholing u krijgt en hoelang deze duurt. De scholing stemmen we af op uw mogelijkheden en afstand tot de arbeidsmarkt. 4. Wij kunnen u ondersteunen bij een leerwerktraject. Dit doen we als u a. 16 of 17 jaar bent en leerplichtig bent, of b. 18 tot 27 jaar bent en nog geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger hebt. Artikel 2.4.15 Kinderopvang (PW, IOAW, IOAZ, WI) 1.We kunnen er voor zorgen dat er passende kinderopvang beschikbaar is als: a. u meedoet aan een activiteit die nodig is om in te burgeren, aan het werk te gaan of om werkervaring op te doen, en b. u zelf geen kinderopvang kunt regelen en betalen.

Artikel 2.2.8. Scholing, cursussen, trainingen - Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep scholing, een cursus of een training aanbieden. 2. De scholing is bedoeld om werk te kunnen vinden en/of te kunnen behouden. 3. De scholing, cursus of training kan worden aangeboden in de vorm van subsidie of verstrekking in natura. 4. Een scholingstraject, cursus of training voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a. het sluit aan bij de capaciteiten van de te scholen persoon; en b. het vergroot de kansen op de arbeidsmarkt; of c. het leidt tot duurzaam werk.

Het artikel is uitgebreid. Zo is opgenomen dat het moet aansluiten bij de capaciteiten van de te scholen personen. Anders heeft training/scholing minder effect. Daarnaast is de verstrekkingsvorm opgenomen.

Artikel 2.2.9. Kinderopvang – Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan ervoor zorgen dat er passende kinderopvang beschikbaar is voor kinderen tot 12 jaar als dit noodzakelijk is voor personen uit de doelgroep om: a. mee te doen aan een activiteit; of b. in te burgeren; of c. aan het werk te gaan; of d. om werkervaring op te doen, en

Het gaat er om of kinderopvang noodzakelijk is in het kader van re-integratie en of de persoon de kinderopvang kan betalen. De leeftijd voor kinderopvang is begrenst. Hierbij is aangesloten bij artikel 9 lid 4 Pw.

21

2.Wij kunnen de kosten van kinderopvang die voor uw rekening blijven, vergoeden.

e. kinderopvang niet kan worden betaald vanuit eigen middelen. 2. Het college kan de kosten van kinderopvang, die voor rekening van belanghebbende blijven, vergoeden. Artikel 2.4.17 Andere voorzieningen en Artikel 2.2.10. Voorzieningen en vergoedingen, vergoedingen, maatwerk - PW, IOAW, maatwerk - Pw, IOAW, IOAZ IOAZ 1. Het college kan andere voorzieningen inzetten als dat 1. We kunnen andere voorzieningen nodig is om de kans op werk te vergroten voor personen inzetten als dat nodig is om uw kans op uit de doelgroep. werk te vergroten. 2. Het college kan kosten vergoeden die personen uit de 2. Wij kunnen kosten vergoeden die u moet doelgroep moeten maken om mee te kunnen doen aan maken om mee te kunnen doen aan een een voorziening of om te kunnen werken. voorziening of om te kunnen werken. 3. Het college biedt personen uit de doelgroep de 3. We bieden u de mogelijkheid om zelf een mogelijkheid om zelf een plan in te dienen om de kans plan in te dienen om uw kans op werk te op werk te vergroten. vergroten. 4. Er kunnen nadere regels worden vastgesteld onder welke voorwaarden en eventueel tot welke duur de voorziening wordt ingezet en tot bijvoorbeeld welke hoogte een vergoeding wordt betaald.

Artikel 2.5 Voorzieningen – Tegenprestatie - PW, IOAW, IOAZ Op het moment dat u een uitkering van de gemeente ontvangt, kunnen wij u een verplichting opleggen om een tegenprestatie te doen. De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.

Artikel 2.2.11. Tegenprestatie - Pw, IOAW, IOAZ 1. Een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 Pw kan door het college worden opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten naast of in aanvulling op reguliere arbeid. 2. Het college kan een belanghebbende als bedoeld in artikel 9 lid 1 Pw opdragen om een tegenprestatie te verrichten, voor zover hiermee de zelfredzaamheid en/of de kansen op werk worden vergroot.

Lid 4 vervalt. Het artikel wordt gedeeltelijk uitgewerkt in de toelichting.

Enkele artikelen zijn samengevoegd tot één langer artikel.

22

Artikel 2.5.1 Waarom een tegenprestatie? - PW, IOAW, IOAZ Een tegenprestatie is een passende manier om iets terug te doen voor de samenleving. U zet zich in voor de samenleving als reactie op inspanningen van de gemeente voor u. Het doel van een tegenprestatie is het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het vergroten van uw kansen op werk. Zelfredzaamheid is het vermogen om voor uzelf te zorgen. Artikel 2.5.2 Voorbeelden van een tegenprestatie PW, IOAW, IOAZ 1. U kunt de tegenprestatie invullen door: a. a. het doen van vrijwilligerswerk; b. b. het leveren van mantelzorg; c. c. overige maatschappelijke nuttige werkzaamheden; d. d. door te werken aan persoonlijke problemen zodat u (later) in staat bent aan één van de hiervoor genoemde vormen van tegenprestatie te voldoen. 2. De tegenprestatie mag uw stap naar werk niet in de weg staan. 3. U mag zelf een voorstel doen hoe u de tegenprestatie wil invullen. Als dit nodig is, kunnen wij meedenken en ondersteuning bieden. Wij beoordelen uw voorstel. 4. Het kan zijn dat u al maatschappelijk actief bent. Als u al een of meerdere van

3. Bij het opleggen van een tegenprestatie houdt het college rekening met persoonlijke omstandigheden. 4. Het college legt geen tegenprestatie op als belanghebbende zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 Pw, tenminste 20 uur per week vrijwilligerswerk of mantelzorg verricht. 5. De tegenprestatie duurt zolang er nog geen reintegratietraject wordt gevolgd of betaald werk is gevonden. 6. De tegenprestatie mag het vinden van werk niet in de weg zitten. 7. Het college draagt alleen op om een tegenprestatie te verrichten als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 8. Een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 Pw mag een voorstel doen hoe hij de tegenprestatie wil invullen. Als dit nodig is, kan het college meedenken en ondersteuning bieden. Het college beoordeelt het voorstel. 9. Een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 Pw kan de tegenprestatie invullen door: a. het doen van vrijwilligerswerk; b. het leveren van mantelzorg; c. overige maatschappelijke nuttige werkzaamheden; d. door te werken aan persoonlijke problemen zodat hij later in staat is aan één van de hiervoor genoemde vormen van tegenprestatie te voldoen. 10. Het kan zijn dat een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 Pw al maatschappelijk actief is. Als

23

de hierboven genoemde activiteiten doet, kunnen we deze activiteiten aanmerken als tegenprestatie. Artikel 2.5.3 Wanneer doet u een tegenprestatie? PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen u een tegenprestatie opleggen, zolang u nog geen reintegratietraject volgt of betaald werk heeft gevonden. 2. Wij leggen geen tegenprestatie op als: a. U tenminste 20 uur per week vrijwilligerswerk of mantelzorg verricht; b. U tenminste 20 uur per week betaalde arbeid verricht. 3. Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met uw persoonlijke situatie en omstandigheden.

hierbij al een of meerdere van de hierboven genoemde activiteiten wordt/worden verricht, kan het college deze activiteit(en) aanmerken als tegenprestatie. 11. Een tegenprestatie duurt maximaal 320 uur per jaar. Hierbij hoeft er niet meer dan 20 uur per week en 40 weken per jaar een tegenprestatie te worden verricht.

Artikel 2.5.4 Duur en omvang tegenprestatie - PW, IOAW, IOAZ 1. Een tegenprestatie duurt maximaal 320 uur per jaar. 2. U hoeft niet meer dan 20 uur per week en 40 weken per jaar een tegenprestatie te doen.

24

-

-

Hoofdstuk 2A Specifieke bepalingen Paragraaf 2A.1 Administratief proces loonkostensubsidie Artikel 2.3. Administratief proces loonkostensubsidie 1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d Pw, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Bij een beschikking op aanvraag stuurt het college de beschikking naar de aanvrager (werkgever of de persoon) en de medebelanghebbende (werkgever of persoon die niet de aanvraag heeft ingediend). 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c lid 1, onder a Pw. 4. Het college stelt binnen 6 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d lid 5 Pw. 5. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht. Paragraaf 2A.2 Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel 2.4.1. Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen - PW, IOAW, IOAZ

Dit artikel is nieuw. Breed offensief.

Dit artikel is nieuw. Breed offensief.

25

1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal 18 jaar oud. Wanneer iemand VSO/PRO-onderwijs heeft genoten geldt de minimale leeftijd van 18 jaar niet; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal 6 maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk.

26

-

Artikel 2.4.2. Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen – Pw, IOAW, IOAZ 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 2. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 3. Het college onderzoekt, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 6 weken na de aanvraag de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon. Het college onderzoekt of integrale samenwerking nodig is. Zo ja, dan zal worden samengewerkt met andere partijen, zoals bijvoorbeeld instanties op het gebied van gezondheidszorg, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn of wonen. Dit om te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel g onder 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel g onder 2 Pw 4. Het college maakt na afronding van het onderzoek, een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek dat wordt neergelegd in een onderzoeksverslag. 5.

Op basis van het onderzoeksverslag neemt het college een besluit en zendt dit aan de persoon of zijn gemachtigde en, indien van toepassing, aan de werkgever.

Dit artikel is nieuw. Breed offensief.

27

-

Artikel 2.4.3. Inhoud beschikking persoonlijke Dit artikel is nieuw. Breed ondersteuning bij werk en overige – Pw, IOAW, IOAZ offensief. voorzieningen 1. Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. 2. Als de aanvraag wordt afgewezen moet het college de reden van de afwijzing goed gemotiveerd in de beschikking vermelden.

28

-

-

Paragraaf 2A.3 Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk Artikel 2.4.4. Persoonlijke ondersteuning bij werk – Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van de gemeente of een derde, waarbij de gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht. 2. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3. De in lid 1 en 2 genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject. Artikel 2.4.5. Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk – Pw, IOAW, IOAZ 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen. 2. Lid 1 geldt niet als voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 3.

Het college besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen.

Dit artikel is nieuw. Breed offensief.

Dit artikel is nieuw. Breed offensief.

29

-

Artikel 2.4.6. Interne werkbegeleiding – Pw, IOAW, IOAZ 1. Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het college een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. 2. Het college kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden.

Dit artikel is nieuw. Breed offensief.

Artikel 2.4.13 Jobcoaching - PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen voor begeleiding op uw werkplek een jobcoach inzetten. 2. Dit doen we als u extra begeleiding nodig heeft om uw werk te behouden. 3. We kunnen ook uw werkgever een vergoeding geven als hij een jobcoach inzet. 4. Wij spreken met uw werkgever af hoe en hoe lang we de jobcoach inzetten.

Artikel 2.4.7. Jobcoaching - Pw, IOAW, IOAZ 1. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan de volgende kwaliteitseisen: a. de jobcoach beschikt over minimaal Hbo werken denkniveau; b. de jobcoach heeft een jobcoach opleiding gevolgd; c. de jobcoach heeft een registratie in het Register Loopbaancoach (voormalig Noloc Jobcoach) of het NVS-Beroepenregister voor jobcoaches en/of is werkzaam bij een organisatie die een Blik op werk of Oval Keurmerk heeft of een jobcoach erkenning heeft van het UWV. d. de jobcoach heeft ervaring op het gebied van jobcoaching; e. de jobcoach heeft kennis van de specifieke doelgroep met een arbeidsbeperking, regionale

Dit artikel is uitgebreid. Breed offensief.

30

arbeidsmarkt (ontwikkelingen) en de regionale sociale kaart; f. de jobcoach zorgt ervoor dat zijn kennis en vaardigheden actueel blijven en investeert in naen bijscholing. 2. Een uitzondering op de gestelde voorwaarden van lid 1 geldt voor situaties waarin een werknemer met baan en bijbehorende jobcoach binnenkomt bij de gemeente, bijvoorbeeld als gevolg van verhuizing of een stageplek vanuit het VSO/PRO onderwijs. De jobcoach moet binnen 1 jaar alsnog aan de in lid 1 gestelde eisen voldoen. 3. De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van de volgende begeleidingsregimes: i. Licht: jaar 1: 6%, jaar 2: 3% en jaar 3 en daaropvolgende jaren: 3% van het aantal overeengekomen werkuren ii. Midden: jaar 1: 10%, jaar 2: 5%, jaar 3 en daaropvolgende jaren: 3% van het aantal overeengekomen werkuren iii. Intensief: jaar 1: 15%, jaar 2: 7,5%, jaar 3 en daaropvolgende jaren 6% van het aantal overeengekomen werkuren 4. Het college kan van de in het lid 2 bedoelde maximale percentages afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

31

5. Als de gemeente een of meer jobcoaches zelf in dienst of gecontracteerd heeft, kan het college deze bij voorrang aanbieden. 6. Voordat het college de jobcoaching beëindigt verricht het college onderzoek. Als de beëindiging plaatsvindt met instemming van de werkgever en de werknemer kan het college van dit onderzoek afzien. -

Artikel 2.4.8. Jobcoaching in natura – Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in artikel 2.4.1. tot en met 2.4.5. en artikel 2.4.7. van deze verordening van overeenkomstige toepassing.

Dit artikel is nieuw. Breed offensief.

-

Artikel 2.4.9. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching – Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.4.1. tot en met 2.4.5. en artikel 2.4.7., worden verleend als: a. de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is;

Dit artikel is nieuw. Breed offensief.

32

c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3. Het college kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het college zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. 4. Met instemming van de werkgever en de werknemer voor wie de subsidie wordt verleend, kan de jobcoach mede: 1. ondersteuning geven gericht op het vinden van werk; of 2. integrale ondersteuning geven bij de overgang van werk naar werk en van werk naar onderwijs. -

Artikel 2.4.10. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening – Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die tot de doelgroep behoort. De vervoersvoorziening moet noodzakelijk zijn om naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie te reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het

Dit artikel is nieuw. Breed offensief.

33

-

-

in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Artikel 2.4.11. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap – Pw, IOAW, IOAZ Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. Artikel 2.4.12. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen – Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. De meeneembare voorziening wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. Artikel 2.4.13. Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen – Pw, IOAW, IOAZ Het college kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren.

Dit artikel is nieuw. Breed offensief.

Dit artikel is nieuw. Breed offensief.

Dit artikel is nieuw. Breed offensief.

34

Artikel 2.4.14 Bemiddeling - PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen een jobhunter inzetten voor het vinden van werk. 2. Een jobhunter zoekt passend werk voor de werkzoekende.

Hoofdstuk 2B Beëindiging en uitstroom Vervallen

Dit artikel vervalt. Er gelden namelijk arbeidsverplichtingen. Daardoor is het niet noodzakelijk om het op te ne nemen in een artikel. Het college kan gewoon een jobhunter inzetten.

Artikel 2.4.16 Nazorg PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen u ondersteunen of begeleiden als u werk gevonden heeft en uw uitkering is beëindigd. 2. Dit doen we als dat nodig is om uw werk te kunnen doen of te kunnen behouden. Artikel 2.6.1. Inkomensvrijlating - Pw, IOAW, IOAZ 1. Een deel van uw inkomsten kunnen wij op basis van de wet vrijlaten. 2. We gaan ervan uit dat vrijlaten in alle gevallen bijdraagt aan arbeidsinschakeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13975485/1