CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: 001662_WOP01_D04 Waterstraat 14 Walsoorden - Kruisdorpsedijk Kloosterzande

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente HulstBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststellen wijziging omgevingsplan Waterstraat Walsoorden21.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Met de verkoop van de oorspronkelijke woning, die naast een goed geïsoleerde nieuwbouw woning staat met onder andere zonnepanelen, is er de mogelijkheid dat de nieuwe bewoners de woning gaan opknappen en daarmee verduurzamen.

23

Conclusie Het aspect duurzaamheid staat het wijzigen van het omgevingsplan niet in de weg. 4.5 GEZONDE LEEFOMGEVING Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezonde fysieke leefomgeving. Binnen de kaders van Omgevingswet kunnen overheden eigen gezondheidsambities vastleggen en uitwerken. Het aspect gezondheid is veelomvattend en zeer divers. Aan de meeste milieuaspecten (o.a. luchtkwaliteit, geluid en geur) zijn in meer of mindere mate immers gezondheidsaspecten verbonden. De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. 4.5.1

Milieuzonering

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet ervoor zorgen dat voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten voorkomen wordt. Sommige activiteiten die vanuit een planologisch perspectief mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. Om de afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies te bepalen, wordt vooralsnog gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Er wordt gewerkt aan de milieuzonering ‘nieuwe stijl’, echter is deze nog niet definitief. Naar verwachting zal de uitkomst van een toetsing op basis van de nieuwe stijl niet wezenlijk afwijken van een beoordeling op basis van de VNG-publicatie. Het reguleren van de gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf staat centraal in de nieuwe systematiek voor milieuzonering.

De gebruiksruimte van een bedrijf is de milieuruimte die een bedrijf mag benutten voor het uitoefenen van zijn bedrijfsvoering. Waterstraat 14, Walsoorden Op circa 460 meter van het plangebied is in zuidoostelijke richting het Bedrijventerrein Walsoorden gelegen. Hier zijn bedrijven gevestigd met de categorieën 3.1 en 3.2. Hiervoor geldt een grootste richtafstand van 100 meter tot gevoelige objecten. Er wordt hierbij ruim voldaan aan de richtafstanden. Op circa 120 meter ten oosten van het plangebied aan de Waterstraat 14 in Walsoorden is de geluidszone van het industrieterrein gelegen. Het plangebied valt ook hier dus ruim buiten. Ten zuiden van het bedrijventerrein, en dus ten zuidwesten van het plangebied is op circa 480 meter een rioolwaterzuiveringsinstallatie gelegen. Hiervoor geldt een richtafstand van 300 meter. Er wordt ruim aan de richtafstand voldaan. Voor het overige zijn er geen relevante bedrijfsbestemmingen in de omgeving van het plangebied gelegen. Kruisdorpsedijk, Kloosterzande Met de beoogde wijziging wordt er geen gevoelige of milieubelastende functie gerealiseerd. Door het bouwvlak te saneren worden de mogelijkheden op dit perceel beperkt en heeft dit een positieve invloed op de directe omgeving. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan.

24

4.5.2

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Omgevingswet bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een aandachtsgebied van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. Waterstraat 14, Walsoorden In het plangebied is sprake van een bestaande woning en een bestaande woonbestemming. Er wordt met de voorgenomen ontwikkeling geen nieuw geluidgevoelig object gerealiseerd, het gaat om een feitelijk bestaande woning waarvan de locatie ten opzichte van de weg niet wijzigt. Hierdoor is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai niet benodigd. Daarnaast is de verwachting dat de Waterstraat minder dan 1.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal heeft, waardoor geen akoestisch onderzoek nodig is.

De N689 heeft naar verwachting wel een geluidaandachtsgebied vanwege een hogere intensiteit dan 1.000 mvt/etmaal. De woningen vallen niet binnen het geluidsaandachtsgebied, waardoor een akoestisch onderzoek niet benodigd is. Kruisdorpsedijk, Kloosterzande Er wordt op deze locatie geen geluidgevoelig object gerealiseerd. Een akoestisch onderzoek is niet relevant. Conclusie Het aspect geluid staat het wijzigen van het omgevingsplan niet in de weg. 4.5.3

Omgevingsveiligheid

Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.2 Bkl. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Dit in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De doelstelling van omgevingsveiligheid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Omgevingsveiligheid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. De instructieregels van paragraaf 5.1.2 zijn erop gericht gebouwen en locaties te beschermen waar personen gedurende een periode verblijven. In of in de directe omgeving van de plangebieden zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Het risicogebied van de Westerschelde valt niet binnen de begrenzing van de plangebieden.

Verder zijn er enkele opslagtanks van gas aanwezig in de omgeving van de plangebieden. Deze zijn op ruime afstand gelegen en hebben hierdoor geen invloed op de plangebieden.

25

Afbeelding 15 | Uitsnede Signaleringskaart Externe Veiligheid (bron: IPO, bewerking: Juust) Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan. 4.5.4

Luchtkwaliteit

Bij het toelaten van activiteiten moeten, in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, de gevolgen voor de luchtkwaliteit worden beoordeeld. Als sprake is van een zeer beperkte bijdrage aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en PM10 is geen beoordeling nodig of aan de omgevingswaarde wordt voldaan. Er is sprake van een 'niet in betekenende mate bijdrage’ wanneer de toename van de concentratie NO2 en PM10 in de buitenlucht niet hoger is dan 1,2 µg/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2. Daarnaast is een aantal categorieën aangewezen die in elk geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt. Bij activiteiten en werken die binnen deze categorieën vallen hoeft verder niet door middel van berekeningen of op een andere manier aangetoond te worden dat de toename van de concentraties niet de van toepassing zijnde grens voor NIBM overschrijdt. In artikel 5.54 Bkl zijn de standaardgevallen genoemd die niet in betekende mate bijdragen aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en PM10. Hierin is onder andere aangegeven, dat gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met ten hoogste 1.500 woningen en één ontsluitingsweg aan te merken zijn als een categorie die ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de concentratie van stikstofdioxide.

De voorgenomen ontwikkeling betreft het slopen van een schuur aan de Kruisdorpsedijk in Kloosterzande om zo planologisch de mogelijkheid te hebben om twee woningen aan de Waterstraat 14 in Walsoorden toe te staan. Deze valt onder de hiervoor genoemde categorie. De instructieregels voor de bescherming van de kwaliteit van de buitenlucht zijn derhalve niet van toepassing. Om die reden wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling als een ontwikkeling is te beschouwen die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat het wijzigen van het omgevingsplan niet in de weg.

26

4.5.5

Milieueffectrapportage

De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In bijlage V van het Omgevingsbesluit zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Bij de ontwikkeling van woningen moet beoordeeld worden of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen als bedoeld in kolom 1 onder J11 uit bijlage V Omgevingsbesluit geldt een mer-beoordelingsplicht waarbij een zogenaamde ‘mededeling’ van het voornemen voor de planontwikkeling moet worden gedaan (voorheen de aanmeldnotitie). Er moet beoordeeld worden of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Deze motivering wordt gezien als de mededeling. Of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten is mede afhankelijk van de aard en omvang van de ontwikkeling en de relatie met andere plannen, projecten of activiteiten en de kenmerken van de effecten en van de gebieden die kunnen worden beïnvloed. In onderhavig plan is er sprake van het slopen van een schuur en het planologisch toestaan van twee woningen binnen één bouwvlak.

Er zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten, omdat de milieueffecten zeer beperkt zijn (zie paragraaf 4.1 t/m 4.6). Conclusie Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.

27

5. Conclusie 5.1 EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES Om het omgevingsplan te kunnen wijzigen, moet gemotiveerd worden dat de ontwikkeling met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) aanvaardbaar wordt geacht, volgens artikel 8.0a, tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Daarnaast moet ook voldaan worden aan de instructieregels en instructies van zowel de provincie als het Rijk (artikel 8.0b Bkl). In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het geldende beleid en zijn de relevante milieu- en omgevingsaspecten beschouwd. Hieronder is aangegeven of aan een aspect voldaan wordt, niet wordt voldaan of onder voorwaarden kan worden voldaan. Kan aan aspect worden voldaan Kan onder voorwaarden worden voldaan Kan niet aan aspect worden voldaan

V ~ X

Ondergrond en cultuurhistorie Archeologie Bodemkwaliteit Niet Gesprongen Explosieven Cultuurhistorische waarden

V V V V

Natuur en water Weging van het waterbelang Soortenbescherming Gebiedsbescherming

V V V

Mobiliteit en bereikbaarheid Parkeren Verkeersgeneratie en ontsluiting Vervoersmodaliteit

V V V

Duurzaamheid

V

Gezonde leefomgeving Milieuzonering Geluid Omgevingsveiligheid Luchtkwaliteit Milieueffectrapportage

V V V V V

5.2 BELANGENAFWEGING Zoals uit de tabel uit paragraaf 5.1 blijkt, wordt aan alle aspecten voldaan. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De ontwikkeling wordt aanvaardbaar geacht ten aanzien van de leefomgeving.

28

6. Uitvoerbaarheid 6.1 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID De wijziging van het omgevingsplan is gericht op het planologisch mogelijk maken van twee woningen aan de Waterstraat 14 in Walsoorden. Om te waarborgen dat het project ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd, moet aangetoond worden dat het ook financieel uitvoerbaar is. Er is sprake van een ontwikkeling welke volledig op initiatief en voor eigen rekening van de grondeigenaar (tevens initiatiefnemer) plaatsvindt. De te verhalen kosten voor de gemeente betreffen eventuele nadeelcompensatie en proceskosten. Ten aanzien van deze aspecten is het mogelijk een privaatrechtelijke overeenkomst te sluiten tussen de gemeente en de initiatiefnemer zodat er geen publiekrechtelijk kostenverhaal in het kader van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig is. Deze overeenkomst zal voor het verlenen van de omgevingsvergunning worden gesloten. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. 6.2 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 6.2.1 Participatie Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Een initiatiefnemer moet bij een wijziging van het omgevingsplan of het aanvragen van een omgevingsvergunning aangeven of hij aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. Dit aanvraagvereiste omvat geen verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen.

De gemeenteraad kan echter gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht is. Ten behoeve van de woning aan de Waterstraat 14 in Walsoorden is met de directe omwonenden gesproken over de voorgenomen ontwikkeling. Hieruit komt naar voren dat de omgeving positief staat tegenover de ontwikkeling. Hierdoor wordt de woning die al meerdere jaren leeg staat weer in gebruik genomen en zorgt dit voor een betere uitstraling dan in de huidige situatie. Conclusie De omgeving staat positief tegenover de voorgenomen ontwikkeling.

29

Bijlagen

Bijlage 1: Verkennend Bodemonderzoek Waterstraat 14, Walsoorden

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden Project 23160004 22 februari 2016

Opdrachtgever:

Goossen Walsoorden Vastgoed B.V. De heer T. de Caluwé Noordstraat 24 4588 KM WALSOORDEN

Opgesteld door:

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Projectleider:

A. Eijke

Telefoon:

0113-352 222

Autorisatie:

ir. R. van de Woestijne

2001/2002

Manager SMA Zeeland B.V. Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Postbus 25

E

info@smazeelandbv.nl

Rabobank Beveland 34.60.39.169

Heinkenszandseweg 22

4453 ZG ‘s-Heerenhoek

I

www.smazeelandbv.nl

BIC RABONL2U

4453 VG ‘s-Heerenhoek

T +31 113 352 222

NL24 RABO 0346 0391 69

F +31 113 352 208

KvK Middelburg 22038560 BTW nr. NL8044.04.070.B01

Inhoudsopgave SAMENVATTING .......................................................................................................................... 3 1. INLEIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 4 1.2. REFERENTIEKADER ....................................................................................................................... 4 1.3. BETROUWBAARHEID ..................................................................................................................... 5

2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................. 7 2.1. LOCATIEBESCHRIJVING EN HISTORISCHE GEGEVENS ............................................................ 7 2.2. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................ 7 2.3. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................... 8

3. VELDWERK .............................................................................................................................. 9 3.1. UITVOERING VELDWERK .............................................................................................................. 9 3.2. RESULTATEN VELDWERK ............................................................................................................. 9

4. CHEMISCHE ANALYSE ......................................................................................................... 11 4.1. ANALYSESTRATEGIE ................................................................................................................... 11 4.2. ANALYSERESULTATEN ................................................................................................................ 12 4.3. INTERPRETATIE RESULTATEN ................................................................................................... 13

5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................... 14 5.1. CONCLUSIES ................................................................................................................................ 14 5.2. AANBEVELINGEN.......................................................................................................................... 14

LITERATUURLIJST .................................................................................................................... 15 LIJST VAN BIJLAGEN ................................................................................................................ 16

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

2

Samenvatting Door Goossen Walsoorden Vastgoed B.V. is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op een locatie gelegen aan de Waterstraat 14 te Walsoorden. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen transactie van de betreffende locatie. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). Conclusies Deellocatie 1: voormalige ondergrondse HBO-tank In de grondmonsters worden zowel zintuiglijk als analytisch geen olieproducten aangetoond. In het grondwater is een zeer licht verhoogde concentratie aan naftaleen aangetoond. Voor het onderzoek is uitgegaan van de hypothese verdacht voor verontreinigingen met olieproducten in grond en grondwater. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten formeel te worden aangenomen. Deellocatie 2: overig terrein In de bovengrond van het noordoostelijk terreindeel (woning met schuur en tuin) worden licht verhoogde gehalten aan cadmium, kwik, lood, zink en PAK aangetoond. In de ondergrond op dit deel van het terrein wordt een licht verhoogd gehalte aan lood aangetoond. In de bovengrond van het overig deel van het terrein (weiland) wordt een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond.

Voor het onderzoek is uitgegaan van de hypothese onverdacht. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten formeel te worden verworpen. Aanbevelingen De op de onderzoekslocatie geconstateerde licht verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Er dient wel rekening mee gehouden te worden dat (ook) licht verontreinigde grond niet zonder meer mag worden verplaatst op of van de onderzoekslocatie. De eventuele mogelijkheden dienen in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald.

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

3

1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel Door Goossen Walsoorden Vastgoed B.V. is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op een locatie gelegen aan de Waterstraat 14 te Walsoorden. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen transactie van de betreffende locatie. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater).

1.2. Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is afgeleid van de NEN 5740 (lit.4). Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, interpretatie en toetsing. Toetsingskader De voor de standaardbodem (lutum 25% en organische stof 10%) gecorrigeerde analyseresultaten van de grond worden conform de Wet bodembescherming getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en interventiewaarden (lit.1). De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streefwaarden en interventiewaarden. Daarnaast worden de (gecorrigeerde) analyseresultaten van grond en grondwater getoetst aan de tussenwaarden. De achtergrondwaarden hebben betrekking op achtergrondgehalten van stoffen die van nature voorkomen, of op detectiegrenzen bij stoffen die niet van nature voorkomen. In principe is sprake van een onbeïnvloede bodemkwaliteit. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem) verontreiniging.

Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde

gemeten

concentratie

van

minimaal

25

m3

bodemvolume

in

het

geval

van

grondverontreiniging, of 100 m3 bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: -

moestuin/volkstuin, plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing.

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

4

Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. De tussenwaarde is het gemiddelde van de achtergrondwaarde/streefwaarde en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat (lit. 4). De verhouding van de meetwaarde ten opzichte van de tussenwaarde wordt weergegeven met een index getal. Indien deze index groter is dan 0,5 dan is de (voor de standaardbodem gecorrigeerde) meetwaarde hoger dan de tussenwaarde en is nader onderzoek in principe aan te bevelen. De achtergrond-, streef-, tussen- en interventiewaarden worden in het vervolg, samenvattend, toetsingswaarden genoemd. De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (interventiewaarde barium voor een standaardbodem (bodem met 10% humus en 25% lutum)).

1.3. Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2008) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het milieukundige veldwerk is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en conform de hierbij van toepassing zijnde protocollen. SMA Zeeland B.V. beschikt hiertoe over het procescertificaat “Veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002, 2003, 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters. In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart SMA Zeeland B.V. dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen.

De chemische analyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium.

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

5

Een

verkennend

onderzoek

is

erop

gericht met beperkte middelen

vast te stellen of er

bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het verkennend onderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben. Door het verkennend karakter en het daarmee samenhangende beperkt aantal boringen en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden. Het verkennend onderzoek garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het verkennend onderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd. Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders. Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten

de

onderzoekslocatie.

Gezien

deze

overwegingen,

dienen

de

hier

gerapporteerde

onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak worden gedaan over de aan- of afwezigheid van asbest. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform de NEN 5707 (Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond) en/of de NEN 5897 (Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit. SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

6

2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit heeft geleid tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie.

2.1. Locatiebeschrijving en historische gegevens De locatie is gelegen aan de Waterstraat 14 te Walsoorden in de gemeente Hulst (bijlage 1 en 2). Deze locatie is kadastraal bekend als gemeente Hontenisse, sectie L, nummer 767 en heeft een oppervlakte van circa 4.600 m2. Het vooronderzoek richt zich op de onderzoekslocatie én de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter en/of het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. De locatie heeft een woonfunctie. Op de locatie bevindt zich een woonhuis met een schuur en een kleine schapenstal. De oprit van de locatie is verhard met asfalt. De omgeving van de locatie bestaat uit agrarische percelen. Er zijn plannen om de locatie te verkopen. De gemiddelde maaiveldhoogte van de locatie bedraagt globaal NAP + 1,2 m (www.ahn.nl). Op basis van de bodemkwaliteitskaart uit de Nota bodembeheer van de gemeente Hulst ligt de onderzoekslocatie binnen zone A, Buitengebied en woonwijken voor 1960, met een bodemkwaliteitsklasse “achtergrondwaarde (AW)” voor de boven- en ondergrond. De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkwaliteitskaart niet binnen een zone van een voormalige boomgaard. Uit historische kaarten kan worden opgemaakt dat de locatie omstreeks 1910 en 1960 reeds in gebruik was als woonlocatie en vermoedelijk tevens agrarisch bedrijf.

Op deze kaarten is meer bebouwing te zien dan nu nog aanwezig (bijlage 6). Bij de afdeling Wonen en Werken van de gemeente Hulst is nagevraagd of er met betrekking tot de locatie bijzonderheden bekend zijn die van invloed kunnen zijn geweest op de bodemkwaliteit. Volgens een medewerker van deze afdeling zijn van de locatie geen bodemonderzoeken bekend. Op de locatie is een ondergrondse HBO-tank in gebruik geweest. Deze tank is op 13 juni 1995 onder KIWA-certificaat gesaneerd. Zintuiglijk werden geen verontreinigingen waargenomen. Het is niet bekend of de tank is verwijderd of gereinigd en afgevuld met zand. Deze informatie is verkregen op 18 december 2015.

2.2. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD, is het in tabel 2.1 vereenvoudigde bodemmodel geformuleerd door SMA Zeeland B.V. De werkelijke bodemopbouw en grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken.

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

7

Uit de grondwater- en geologische kaarten van Nederland kan de bodemopbouw worden afgeleid, zoals is weergegeven in tabel 2.1. De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket zal voornamelijk zuidwestelijk gericht zijn (lit. 5 en lit. 7) Tabel 2.1 Geohydrologisch overzicht ter plaatse van de onderzoekslocatie Typering

Diepte (m-mv)

Lithologie

Formatie(s)

Deklaag

Dun of afwezig

Klei – Marien

Naaldwijk

1e watervoerend pakket

0-20

Zand – Marien

Naaldwijk (0 – 20 m-mv)

Scheidende laag

20-25

Klei – Marien

[Maassluis (20 - 22 m-mv)]

Klei – Marien

Oosterhout (22 - 25 m-mv)

Zand – Marien

Oosterhout (25 - 30 m-mv)

Zand – Marien

Breda (30 – 40 m-mv)

Klei – Marien

Breda

e

2 watervoerend pakket

Hydrologische basis

25-40

40->

2.3. Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het voorgaande wordt de locatie opgedeeld in twee deellocaties. Deellocatie 1: voormalige ondergrondse HBO-tank Voor het onderzoek wordt uitgegaan van de hypothese verdacht voor verontreinigingen met olieproducten in grond en grondwater. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens de strategie voor bodemonderzoek op een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO). Op verzoek van de opdrachtgever zullen de grondmonsters worden geanalyseerd op een standaard analysepakket voor landbodem (pakket A) om een beter inzicht te verkrijgen in de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op het noordoostelijk terreindeel. Het grondwater zal worden geanalyseerd op standaard analysepakket voor grondwater (pakket B) en dit onderzoek zal gecombineerd worden uitgevoerd met onderzoek met het onderzoek op deellocatie 2. Deellocatie 2: overig terrein Voor het onderzoek wordt uitgegaan van de hypothese onverdacht. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens de strategie voor bodemonderzoek op een onverdachte locatie (ONV). De grondmonsters zullen worden geanalyseerd op een standaard analysepakket voor landbodem (pakket A). Een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten daarvan, volgt in hoofdstuk 3.

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

8

3. Veldwerk In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van het veldwerk besproken.

3.1. Uitvoering veldwerk Het veldwerk is op 3 en 4 februari 2016 uitgevoerd door de erkende veldwerker de heer B.A.T.M. Hofman conform de in paragraaf 2.3 vermelde onderzoeksstrategie. Er zijn in totaal 16 boringen geplaatst, zoals hieronder weergegeven: Deellocatie 1: voormalige ondergrondse HBO-tank -

1 boring tot 2,5 m-mv én;

-

1 boring tot in het freatische grondwater afgewerkt met peilbuis.

Deellocatie 2: overig terrein -

11 boringen tot 0,5 m-mv én;

-

3 boringen tot 2,0 m-mv.

De boorlocaties zijn weergegeven in bijlage 2. De boringen zijn gelijkmatig over de locatie verdeeld geplaatst. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Het grondwater is bemonsterd op 11 februari 2016 door de erkende monsternemer de heer M.A.P. de Schepper.

3.2. Resultaten veldwerk Tijdens het veldwerk is de ondergrondse HBO-tank aangetroffen. De inhoud van de tank is vastgesteld op 2.000 liter. De exacte locatie is weergegeven in bijlage 2. Tijdens het veldwerk is het opgeboorde bodemmateriaal zintuiglijk beoordeeld. Uit veldwaarnemingen blijkt dat de bodem tot gemiddeld 150 cm-mv overwegend bestaat uit matig kleiig zand en hieronder, tot 300 cm-mv (maximale boordiepte) uit overwegend matig siltig, matig fijn zand. In de boringen wordt een lichte tot zwakke bijmenging met puin waargenomen. Plaatselijk worden tevens sporen houtskool waargenomen. De grondwaterstand is tijdens het veldwerk bepaald op 150 cm-mv. Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen afwijkingen geconstateerd. In peilbuis 02 is een grondwaterstijghoogte gemeten van 110 cm-mv. Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in bijlage 3.

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

9

De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater zijn in het veld bepaald. De resultaten van deze metingen zijn weergegeven in de toetsingstabellen in bijlage 4.

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

10

4. Chemische analyse In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyseresultaten gepresenteerd evenals de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden.

4.1. Analysestrategie In de onderstaande tabellen is weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters geanalyseerd is. De bepalingen van de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Tabel 4.1 Inzet grond(meng)monsters ter analyse (Meng)

Boring + traject

Grond

monsters

(m-mv)

soort

Reden analyse

Analyse (parameters)

Deellocatie 1: voormalige ondergrondse HBO-tank MM1

02 (0,50 - 1,50)

Zand

mengmonster ondergrond, zwak

pakket A

puinhoudend MM2

01 (1,50 - 2,50)

Zand

mengmonster onderzijde tank

pakket A

Zand

monster bovengrond woning met tuin, pakket A

Deellocatie 2: overig terrein MM3

03 (0,00 - 0,50)

zwak puinhoudend, sporen houtskool MM4

04, 05, 06 (0,00 - 0,50)

Zand

mengmonster bovengrond woning

pakket A

met tuin, sporen puin MM5

07, 08, 09, 10, 11, 12, 13, 14,

MM6

01 (0,50 - 1,50)

Zand

mengmonster bovengrond weilanden, pakket A

15, 16 (0,00 - 0,50)

sporen puin Zand

mengmonster ondergrond

pakket A

03 (0,50 - 1,00) 07 (0,50 - 1,00) 14 (0,50 - 1,50) Opmerkingen: Pakket A:

standaardpakket onderzoek landbodem: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, PCB’s, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), percentages lutum en organische stof.

Tabel 4.2 Inzet grondwatermonster ter analyse (Meng)

Peilbuis

monsters 02-1-1

23160004

Filterdiepte

Reden analyse

(m -mv) 02

Analyse (parameters)

2,00 - 3,00

kwaliteit grondwater

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

pakket B

11

Opmerkingen: Pakket B:

standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten en naftaleen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie.

4.2. Analyseresultaten De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming zijn weergegeven in de tabellen 4.3 en 4.4. In deze tabellen wordt een index weergegeven. Deze index geeft het volgende aan: -

index ≤ 0,00: gehalte onder de achtergrond-/streefwaarde;

-

index > 0,00 en ≤ 0,50: gehalte groter dan achtergrond-/streefwaarde, maar kleiner dan de tussenwaarde uit de NEN 5740;

-

index > 0,50 en ≤ 1,00: gehalte groter dan de tussenwaarde uit de NEN 5740, maar kleiner dan de interventiewaarde;

-

index > 1,00: gehalte groter de interventiewaarde.

In bijlage 2 is de situatietekening opgenomen. De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in bijlage 4. De analyserapporten van het laboratorium zijn weergegeven in bijlage 5. Tabel 4.3 Overschrijdingstabel analyseresultaten grond(meng)monsters aan Wbb (Meng)

Boring + traject

> Achtergrondwaarde

> Tussenwaarde

> Interventiewaarde

monsters

(m-mv)

(index <= 0,5)

(index > 0,5 en <= 1)

(index > 1)

Deellocatie 1: voormalige ondergrondse HBO-tank MM1

02 (0,50 - 1,50)

Lood [Pb] (0,15)

-

-

MM2

01 (1,50 - 2,50)

-

-

-

Zink [Zn] (0,13)

-

-

-

-

-

-

-

-

Deellocatie 2: overig terrein MM3

03 (0,00 - 0,50)

Cadmium [Cd] (0,01) Lood [Pb] (0,01) PAK 10 VROM (0,1) MM4

04, 05, 06 (0,00 -

Zink [Zn] (0,21)

0,50)

Kwik [Hg] (0,01) Lood [Pb] (0,06) PAK 10 VROM (0,03)

MM5

07, 08, 09, 10, 11, PAK 10 VROM (0,02) 12, 13, 14, 15, 16 (0,00 - 0,50)

MM6

01 (0,50 - 1,50)

-

03 (0,50 - 1,00) 07 (0,50 - 1,00)

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

12

(Meng)

Boring + traject

> Achtergrondwaarde

> Tussenwaarde

> Interventiewaarde

monsters

(m-mv)

(index <= 0,5)

(index > 0,5 en <= 1)

(index > 1)

14 (0,50 - 1,50)

Tabel 4.4 Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwatermonster aan Wbb Monster

Peilbuis

Filterdiepte

> S (+index)

(m -mv) 02-1-1

02

2,00 - 3,00

Naftaleen (-)

> Tussenwaarde

> Interventiewaarde

(index > 0,5 en <= 1)

(index > 1)

-

-

4.3. Interpretatie resultaten Deellocatie 1: voormalige ondergrondse HBO-tank In de grondmonsters worden zowel zintuiglijk als analytisch geen olieproducten aangetoond. In het grondwater is een zeer licht verhoogde concentratie aan naftaleen aangetoond. De oorzaak voor deze licht verhoogde concentratie kon niet eenduidig worden vastgesteld. Mogelijk is deze te relateren aan het voormalige gebruik van de ondergrondse HBO-tank. Deellocatie 2: overig terrein In de bovengrond van het noordoostelijk terreindeel (woning met schuur en tuin) worden licht verhoogde gehalten aan cadmium, kwik, lood, zink en PAK aangetoond. In de ondergrond op dit deel van het terrein wordt een licht verhoogd gehalte aan lood aangetoond. In de bovengrond van het overig deel van het terrein (weiland) wordt een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. De licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK zijn te relateren aan de bijmenging met puin en (plaatselijk) houtskool in de bodem.

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

13

5. Conclusies en Aanbevelingen In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens worden deze getoetst aan de hypothese. Tenslotte wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven.

5.1. Conclusies Deellocatie 1: voormalige ondergrondse HBO-tank In de grondmonsters worden zowel zintuiglijk als analytisch geen olieproducten aangetoond. In het grondwater is een zeer licht verhoogde concentratie aan naftaleen aangetoond. Voor het onderzoek is uitgegaan van de hypothese verdacht voor verontreinigingen met olieproducten in grond en grondwater. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten formeel te worden aangenomen. Deellocatie 2: overig terrein In de bovengrond van het noordoostelijk terreindeel (woning met schuur en tuin) worden licht verhoogde gehalten aan cadmium, kwik, lood, zink en PAK aangetoond. In de ondergrond op dit deel van het terrein wordt een licht verhoogd gehalte aan lood aangetoond. In de bovengrond van het overig deel van het terrein (weiland) wordt een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. Voor het onderzoek is uitgegaan van de hypothese onverdacht. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten formeel te worden verworpen.

5.2. Aanbevelingen De op de onderzoekslocatie geconstateerde licht verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Er dient wel rekening mee gehouden te worden dat (ook) licht verontreinigde grond niet zonder meer mag worden verplaatst op of van de onderzoekslocatie. De eventuele mogelijkheden dienen in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald.

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

14

Literatuurlijst 1. 2.

Circulaire Bodemsanering 2013. Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013 Ministeries van VROM en VW, Regeling Bodemkwaliteit, Staatscourant nr. 247, 20 december 2007

3.

Ministeries van VROM en VW, Wijziging Regeling Bodemkwaliteit, Staatscourant nr. 122, 27 juni 2008

4.

Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, ICS 13.080.05, Delft, januari 2009

5.

Provincie Zeeland, samen omgaan met (grond)water, Grondwaterbeheersplan 2002-2007, Middelburg, juni 2002

6.

Topografische dienst, Grote Provincie Atlas Zeeland, schaal 1:25 000, tweede editie, Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, Groningen, november 1995

7. 8.

TNO-dienst grondwaterverkenning, Grondwaterkaart van Nederland, Delft, juni 1985 Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek, BRL SIKB 2000, versie 5, Gouda, 12 december 2013

9.

Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, protocol 2001, versie 3.2, Gouda, 12 december 2013

10. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Het nemen van grondwatermonsters, protocol 2002, versie 4, Gouda, 12 december 2013

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

15

Lijst van Bijlagen Bijlage 1 Overzichtskaart ligging onderzoekslocatie Bijlage 2 Situatietekening Bijlage 3 Boorbeschrijvingen en profielen Bijlage 4 Toetsingstabellen Bijlage 5 Analyseresultaten Bijlage 6 Historische kaarten en luchtfoto’s Bijlage 7 Foto’s

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

16

Bijlage 1 Overzichtskaart ligging onderzoekslocatie

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE

Schaal:

23160004

1:25.000

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

Bijlage 2 Situatietekening

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

2 5

tank 1

t aart sr et a

8

7

W

4

kassen

3

10

9

14

6

schapenstal 11 13 12

16

14

15

LEGENDA Onderzoekslocatie Bebouwing nr. nr. nr.

Boring Diepe boring Peilbuis maten in meters schaal 1:500 0

5

10

15

Postbus 25 4453 ZG 's-Heerenhoek tel.: 0113 - 35 22 22 MILIEU EN RUIMTE

www.smazeelandbv.nl Projectnr.: 23160004

Schaal: 1:500

Opdr.gever: Goossen Walsoorden Vastgoed B.V.

Formaat: A3

Tekeningnr.: 1 van 1

Onderdeel:

Getekend: S. Mous

Datum: 19-02-2016

Project:

Waterstraat 14 te Walsoorden

Verkennend bodemonderzoek

20

Bijlage 3 Boorbeschrijvingen en profielen

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand

bentoniet afdichting

filter

Boring:

01

Boring:

02

X:

59676,54

X:

59676,66

Y:

377661,46

Y:

377663,99

Datum:

03-02-2016

Datum:

03-02-2016

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

0

0

Zand, matig fijn, kleiïg, geen olie-water reactie, neutraalbruin, u6 1

Zand, matig fijn, kleiïg, geen olie-water reactie, neutraalbruin 1

-50

50

0

0

Zand, matig fijn, kleiïg, geen olie-water reactie, grijsbruin

-50

50

2

Zand, matig fijn, kleiïg, zwak puinhoudend, grijsbruin 2

100

100 3

3 -150

150

Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs

-150

150

4

Klei, sterk zandig, grijsblauw 4

200

-200

200 5 -250

250

Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs 5

250

-300

300

Boring:

03

Boring:

04

X:

59659,83

X:

59678,53

Y:

377648,86

Y:

377650,79

Datum:

03-02-2016

Datum:

03-02-2016

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

0

0

Zand, matig fijn, kleiïg, zwak puinhoudend, sporen houtskool, grijsbruin

1 -50

50

Zand, matig fijn, kleiïg, grijsbruin

0

0

Zand, matig fijn, kleiïg, sporen puin, neutraalbruin 1

50

-50

2 -100

100

Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs 3

150 4 200

-200

Projectnaam: Waterstraat 14, Walsoorden

Projectcode: 23160004 Bijlage: 3

Boring:

05

Boring:

06

X:

59655,67

X:

59668,34

Y:

377662,19

Y:

377638,24

Datum:

03-02-2016

Datum:

03-02-2016

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

0

0

Zand, matig fijn, kleiïg, sporen puin, neutraalbruin 1

Zand, matig fijn, kleiïg, sporen puin, neutraalbruin 1

-50

50

0

0

-50

50

Boring:

07

Boring:

08

X:

59620,63

X:

59640,35

Y:

377661,04

Y:

377661,64

Datum:

04-02-2016

Datum:

04-02-2016

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

0

0

Zand, uiterst fijn, kleiïg, neutraalbruin 1

Zand, uiterst fijn, kleiïg, neutraalbruin 1

-50

50

0

0

Zand, uiterst fijn, kleiïg, grijsbruin

-50

50

2 -100

100

Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs 3

150 4 -200

200

Boring:

09

Boring:

10

X:

59621,35

X:

59641,68

Y:

377644,75

Y:

377644,94

Datum:

04-02-2016

Datum:

04-02-2016

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

0

0

Zand, uiterst fijn, kleiïg, neutraalbruin 1

50

0

0

Zand, uiterst fijn, kleiïg, sporen puin, antropogeen, neutraalbruin 1

-50

Projectnaam: Waterstraat 14, Walsoorden

50

-50

Projectcode: 23160004 Bijlage: 3

Boring:

11

Boring:

12

X:

59614,29

X:

59629,25

Y:

377632,51

Y:

377628,41

Datum:

04-02-2016

Datum:

04-02-2016

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

0

0

Zand, uiterst fijn, kleiïg, neutraal 1

Zand, uiterst fijn, kleiïg, neutraal 1

-50

50

0

0

-50

50

Boring:

13

Boring:

14

X:

59653,56

X:

59629,86

Y:

377630,10

Y:

377614,30

Datum:

04-02-2016

Datum:

04-02-2016

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

0

0

Zand, uiterst fijn, kleiïg, neutraal 1

Zand, uiterst fijn, kleiïg, neutraalbruin 1

-50

50

0

0

-50

50

Zand, uiterst fijn, kleiïg, grijsbruin 2

100 3 -150

150

Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs 4 -200

200

Boring:

15

Boring:

16

X:

59654,59

X:

59673,70

Y:

377615,38

Y:

377622,08

Datum:

04-02-2016

Datum:

04-02-2016

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

Veldwerker:

B.A.T.M. Hofman

0

0

Zand, uiterst fijn, kleiïg, sporen puin, antropogeen, neutraalbruin 1

50

0

0

Zand, uiterst fijn, kleiïg, neutraalbruin 1

-50

Projectnaam: Waterstraat 14, Walsoorden

50

-50

Projectcode: 23160004 Bijlage: 3

Onafhankelijkheid Ik verklaar dat het milieukundig veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000. Medewerker

Protocollen

W. van ’t Leven

2001

2002

2003

2018

P.J. Wielemaker

2001

2002

2003

2018

B.A.T.M. Hofman

2001

2002

2003

2018 (in opleiding)

R.H. Snijder

2001

2002

2003

2018

(in opleiding)

M.A.P. de Schepper

2001

2002

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

2003

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

n.v.t.

Bijlage 4 Toetsingstabellen

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming in mg/kgds Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Datum van toetsing

MM1 561928 02, 02 0,50 - 1,50 1,2 12 11-2-2016 Meetw

GSSD

Index

MM2 561928 01, 01 1,50 - 2,50 0,90 2,0 11-2-2016 Meetw

GSSD

Index

MM3 561928 03 0,00 - 0,50 5,4 8,6 11-2-2016 Meetw

GSSD

Index

METALEN Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn]

<20 <0,20 4,5 7,4 <0,05 91 <1,5 8,3 34

<24 (6) <0,21 7,6 11,4 <0,04 121 <1,1 13,2 53

-0,03 -0,04 -0,19 -0 0,15 -0 -0,34 -0,15

<20 <0,20 <3,0 <5,0 <0,05 <10 <1,5 <4,0 <20

<54 (6) <0,24 <7,4 <7,2 <0,05 <11 <1,1 <8,2 <33

-0,03 -0,04 -0,22 -0 -0,08 -0 -0,41 -0,18

86 0,53 5,5 16 0,08 42 <1,5 9,9 130

183 (6) 0,73 11,2 25 0,10 56 <1,1 18,6 217

0,01 -0,02 -0,1 -0 0,01 -0 -0,25 0,13

PAK PAK 10 VROM

0,35

<0,35

-0,03

0,35

<0,35

-0,03

5,3

5,3

0,1

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)

0,0049

<0,025

0,01

0,0049

<0,025

0,01

0,0049

<0,0091 -0,01

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

23160004

<35

<123

-0,01

<35

<123

-0,01

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

<35

<45

-0,03

Tabel 2: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming in mg/kgds Grondmonster Certificaatcode Boring(en)

MM4 561928 04, 05, 06

Traject (m -mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Datum van toetsing

0,00 - 0,50 5,2 11 11-2-2016 Meetw

GSSD

Index

MM5 561928 07, 08, 09, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16 0,00 - 0,50 3,1 13 11-2-2016 Meetw GSSD Index

MM6 561928 01, 01, 03, 07, 14, 14 0,50 - 1,50 1,5 7,8 11-2-2016 Meetw

GSSD

Index

METALEN Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn]

85 0,25 5,1 25 0,34 62 <1,5 10 170

155 (6) 0,33 9,0 36 0,42 80 <1,1 17 262

-0,02 -0,03 -0,03 0,01 0,06 -0 -0,28 0,21

28 0,25 4,8 7,7 0,10 27 <1,5 8,4 64

46 (6) 0,35 7,7 11,2 0,12 35 <1,1 12,8 96

-0,02 -0,04 -0,19 -0 -0,03 -0 -0,34 -0,08

<20 <0,20 4,0 <5,0 <0,05 <10 <1,5 6,6 25

<31 (6) <0,22 8,6 <6,0 <0,05 <10 <1,1 13,0 46

-0,03 -0,04 -0,23 -0 -0,08 -0 -0,34 -0,16

PAK PAK 10 VROM

2,6

2,6

0,03

2,3

2,3

0,02

0,35

<0,35

-0,03

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)

0,0049

<0,0094 -0,01

0,0049

<0,016

-0

0,0049

<0,025

0,01

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

8,88 >AW >T 8,88 6 # GSSD Index

<35

<47

-0,03

<35

<79

-0,02

: <= Achtergrondwaarde : > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 2.0.0 -

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

<35

<123

-0,01

Tabel 3: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming in mg/kgds AW

WO

IND

METALEN Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn]

0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140

1,2 35 54 0,83 210 88 39 200

4,3 190 190 4,8 530 190 100 720

13 190 190 36 530 190 100 720

PAK PAK 10 VROM

1,5

6,8

40

40

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)

0,02

0,04

0,5

1

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

23160004

190

190

500

I

5000

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

Tabel 4: Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming in µg/l Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing GWS (cm-mv) EC (µS/cm) pH Troebelheid (NTU)

02-1-1 11-2-2016 2,00 - 3,00 19-2-2016 110 1780 6,94 28 Meetw

GSSD

Index

METALEN Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn]

<20 <0,20 <2,0 <2,0 <0,05 <2,0 3,3 <3,0 <10

<14 <0,14 <1,4 <1,4 <0,04 <1,4 3,3 <2,1 <7

-0,06 -0,05 -0,23 -0,23 -0,04 -0,23 -0,01 -0,22 -0,08

AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) meta-/para-Xyleen (som) ortho-Xyleen Styreen (Vinylbenzeen)

<0,20 <0,20 <0,20 0,21 <0,20 <0,10 <0,20

<0,14 <0,14 <0,14 <0,21 <0,14 <0,07 <0,14

-0 -0,03 -0,01 0

PAK Naftaleen

0,023

0,023

0

<0,20 <0,20 <0,20 <0,20 <0,10

<0,14 <0,14 <0,14 <0,14 <0,07 <0,14

0,03 0 -0,01 -0,02 0,01 0,01

<0,10 <0,10 0,42 <0,20 <0,20 <0,20 <0,20

<0,07 <0,07 <0,42 <0,14 <0,14 <0,14 <0,14

-0,01

<0,10 <0,10 <0,20 <0,10

<0,07 <0,07 <0,14 <0,07

0 0 -0,05 0,01

<0,10 <0,20

<0,07 <0,14 (14)

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN Vinylchloride Dichloormethaan 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,1-Dichlooretheen cis + trans-1,2Dichlooretheen cis-1,2-Dichlooretheen trans-1,2-Dichlooretheen Dichloorpropaan 1,1-Dichloorpropaan 1,3-Dichloorpropaan 1,2-Dichloorpropaan Trichloormethaan (Chloroform) 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachloormethaan (Tetra) Tetrachlooretheen (Per) Tribroommethaan (bromoform)

23160004

-0,02

-0

0

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing GWS (cm-mv) EC (µS/cm) pH Troebelheid (NTU) Dichloorethenen (som, 0.7 factor) 1.2-Dichloorethenen (som, 0.7 facto OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

8,88 8,88 >T 8,88 11 14 2 6 # GSSD Index

02-1-1 11-2-2016 2,00 - 3,00 19-2-2016 110 1780 6,94 28 0,21 0,14

<50

<35

-0,03

: <= Streefwaarde : > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 2.0.0 -

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

Tabel 5: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming in µg/l S METALEN Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn]

50 0,4 20 15 0,05 15 5 15 65

AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) Styreen (Vinylbenzeen) Som 16 Aromatische oplosmiddelen PAK Naftaleen GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN Vinylchloride Dichloormethaan 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,1-Dichlooretheen cis + trans-1,2-Dichlooretheen Dichloorpropaan Trichloormethaan (Chloroform) 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachloormethaan (Tetra) Tetrachlooretheen (Per) Tribroommethaan (bromoform) OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

23160004

S Diep

Indicatief

200 0,06 0,7 1,3 0,01 1,7 3,6 2,1 24

I

625 6 100 75 0,3 75 300 75 800

0,2 4 7 0,2 6

30 150 1000 70 300 150

0,01

70

0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01

5 1000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40 630

50

600

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

Bijlage 5 Analyseresultaten

23160004

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Waterstraat 14 te Walsoorden

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Postbus 693, 7400 AR Deventer Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

SMA Zeeland A. Eijke HEINKENSZANDSEWEG 22 4453 ZG 'S-HEERENHOEK Datum Relatienr Opdrachtnr.

10.02.2016 35004560 561928

ANALYSERAPPORT Opdracht 561928 Bodem / Eluaat Opdrachtgever

35004560 SMA Zeeland 23160004 Waterstraat 14, Walsoorden

Uw referentie

04.02.16

Opdrachtacceptatie Monsternemer

Opdrachtgever

Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij U de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Indien u gegevens wenst over de meetonzekerheden van een methode, kunnen wij u deze op verzoek verstrekken. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen U met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,

DOC-13-8171923-NL-P1

AL-West B.V. Dhr. Wouter Wanders, Tel. +31/570788115 Klantenservice

Blad 1 van 6 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Elly van Bakergem Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Postbus 693, 7400 AR Deventer Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 561928 Bodem / Eluaat Monsternr. Monstername

Monsteromschrijving

463342 463345 463348 463349 463353

MM1 02 (50-100) 02 (100-150) MM2 01 (150-200) 01 (200-250) MM3 03 (0-50) MM4 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50)

03.02.2016 03.02.2016 03.02.2016 03.02.2016 04.02.2016

MM5 07 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50) 13 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) 16 (0-50)

Eenheid

463342

463345

MM1 02 (50-100) 02 (100- MM2 01 (150-200) 01 (200150) 250)

463348

463349

463353

07 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 MM3 03 (0-50) MM4 04 (0-50) 05 (0-50) 06 MM5 (0-50) 12 (0-50) 13 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50)

(0-50)

16 (0-50)

Algemene monstervoorbehandeling

DOC-13-8171923-NL-P2

Voorbehandeling conform AS3000

-++

-++

-++

-++

-++

-80,5 -<5,0

-82,0 -<5,0

-78,5 -<5,0

-80,3

Droge stof

%

IJzer (Fe2O3) Klassiek Chemische Analyses

% Ds

-82,1 -<5,0

Organische stof Fracties (sedigraaf)

% Ds

1,2--

x)

0,9--

x)

5,4--

x)

5,2--

x)

3,1--

% Ds Fractie < 2 µm Voorbehandeling metalen analyse

-12

-2,0

-8,6

-11

-13

Koningswater ontsluiting Metalen (AS3000)

-++

-++

-++

-++

-++

-<5,0 x)

Barium (Ba)

mg/kg Ds

-<20

-<20

-86

-85

-28

Cadmium (Cd)

mg/kg Ds

-<0,20

-<0,20

-0,53

-0,25

-0,25

Kobalt (Co)

mg/kg Ds mg/kg Ds

Kwik (Hg)

mg/kg Ds

Lood (Pb)

mg/kg Ds

Molybdeen (Mo)

mg/kg Ds

Nikkel (Ni)

mg/kg Ds

Zink (Zn) PAK (AS3000)

mg/kg Ds

-<3,0 -<5,0 -<0,05 -<10 -<1,5 -<4,0 -<20

-5,5 -16 -0,08 -42 -<1,5 -9,9 -130

-5,1 -25 -0,34 -62 -<1,5 -10 -170

-4,8

Koper (Cu)

-4,5 -7,4 -<0,05 -91 -<1,5 -8,3 -34

Anthraceen

mg/kg Ds

-<0,050

-<0,050

-<0,050

-<0,050

-<0,050

Benzo(a)anthraceen

mg/kg Ds

-<0,050

-<0,050

-0,33

-0,31

-0,21

Benzo(ghi)peryleen

mg/kg Ds mg/kg Ds

Benzo-(a)-Pyreen

mg/kg Ds

Chryseen

mg/kg Ds

Fenanthreen

mg/kg Ds

Fluorantheen

mg/kg Ds

Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen

mg/kg Ds

Naftaleen

mg/kg Ds

Som PAK (VROM) (Factor 0,7) Minerale olie (AS3000)

mg/kg Ds

-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 #) 0,35--

-0,35 -0,30 -0,55 -0,57 -0,89 -1,6 -0,52 -0,12 #) 5,3--

-0,20 -0,20 -0,34 -0,34 -0,20 -0,59 -0,32 -<0,050 #) 2,6--

-0,16

Benzo(k)fluorantheen

-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 #) 0,35--

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16252234/2