Bijlage 10 BP bijlagen_Hulst Stationsweg 1-3-5
Tekst van het document
Achtergrondconcentratie (2021) 15,7 µg/m3 15,2 µg/m3 8,1 µg/m3
Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3
Stikstofdioxide en (zeer) fijnstof huidige situatie gemeten nabij het plangebied (bron: Atlas Leefomgeving).
4.6.2
Effecten ontwikkeling Voorliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 12 woningen. Gezien de omvang is het plan ruimschoots als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM), zoals weergegeven in navolgende uitsnede. Van
18
plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig plan onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit.
Berekening NIBM-tool, op basis van 93 extra voertuigbewegingen, waarvan 1,0% vrachtverkeer (Bron: Infomil / ministerie van Infrastructuur en Milieu).
Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het plan kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.
19
5
Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van de beoogde woningbouwontwikkeling aan de Stationsweg in Hulst belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)
Natuur (soortenbescherming)
Archeologie
Verkeer
Geluid
Beoordeling milieueffecten Het uitgevoerde stikstofonderzoek wijst uit significant negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden/wetlands zijn uit te sluiten. Ook volgt uit de natuurtoets dat significant negatieve effecten op NNZ-gronden zijn uit te sluiten. Er is geen sprake van negatieve milieueffecten op het gebied van gebiedsbescherming. Uit verricht natuuronderzoek volgt dat mogelijk beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn. Naar deze soorten zal aanvullend onderzoek worden uitgevoerd. Mocht blijken dat deze soorten daadwerkelijk aanwezig zijn dan zal naar verwachting een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd moeten worden. Met inachtneming van deze vervolgstappen zal hoogstens een beperkt negatief effect optreden, maar zeker geen significant negatief effect. Op grond van het verkennende archeologisch bureau- en booronderzoek wordt geconcludeerd dat mogelijk archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. Middels een archeologische dubbelbestemming wordt gewaarborgd dat bij bodemingrepen archeologisch onderzoek moet worden verricht. Op deze manier zijn de (mogelijke) archeologische waarden in het plangebied in voldoende mate beschermd en kan in ieder geval worden uitgesloten dat sprake zal zijn van een belangrijk nadelig milieueffect.
De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking, maar er worden geen afwikkelingsproblemen verwacht ten gevolge van de ontwikkeling. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De toename van het verkeer op de Stationsweg is echter minder dan 40% ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit. Daarmee zijn negatieve (milieu)effecten uitgesloten. 20
Luchtkwaliteit
Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.
De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van de ontwikkeling die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er hoogstens een beperkt negatief effect kan optreden (soortenbescherming en archeologie). Significant negatieve effecten hoeven niet te worden verwacht. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
21
De Klinker Milieu Adviesbureau
VERKENNEND BODEMONDERZOEK en ASBESTONDERZOEK volgens NEN 5740 en NEN 5707 Stationsweg 1, 3 en 5 Hulst
Datum rapport: Aangepast rapport:
7 juni 2023 30 oktober 2023
Adviesbureau:
De Klinker B.V. Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517298
Rapportnummer:
K2320086-V2
Opdrachtgever:
SAB Frombergdwarsstraat 54 6814 DZ Arnhem
Auteur: W. Wilbrink
Paraaf
Gecontroleerd door N. Looman
Paraaf
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................2 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................3 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie...................................................................................3 2.2 Locatie-inspectie........................................................................................................................3 2.3 Historische kaarten / Luchtfoto’s ..............................................................................................4 2.4 Informatie Omgevingsrapportage en gemeente Hulst ............................................................4 2.5 Bodemkwaliteitskaart ...............................................................................................................4 2.6 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................4 2.7 Beïnvloeding vanuit de omgeving .............................................................................................5 2.8 Bodemonderzoek noodzakelijk? ...............................................................................................6 2.9 Hypothese en strategie
.............................................................................................................7 3 ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................8 3.1 Onderzoeksopzet.......................................................................................................................8 3.2 Veldonderzoek...........................................................................................................................8 3.3 Chemisch onderzoek .................................................................................................................9 4 ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................................................................ 10 4.1 Globale bodemopbouw .......................................................................................................... 10 4.2 Zintuiglijke waarnemingen ..................................................................................................... 10 4.3 Veldmetingen ......................................................................................................................... 10 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest ...................................................
10 4.5 Toetsingskader ....................................................................................................................... 11 4.5.1 Wet bodembescherming ................................................................................................ 11 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit................................................................................................... 12 4.5.3 Asbest ............................................................................................................................. 12 4.5.4 PFAS ................................................................................................................................ 13 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater ............................................................................... 13 4.7 Grond ...................................................................................................................................... 14 4.8 Grondwater ............................................................................................................................ 14 4.9 Asbest ..................................................................................................................................... 14 4.10 Toetsing hypothese ................................................................................................................
14 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 15 5.1 Conclusies ............................................................................................................................... 15 5.2 Aanbeveling ............................................................................................................................ 15 5.3 Algemeen................................................................................................................................ 15 BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
Ligging onderzoekslocatie Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten Toetsingstabellen Situering monsterpunten Checklist vooronderzoek
Rapportnummer: K2320086
1
1 INLEIDING In opdracht van SAB is door De Klinker Milieu Adviesbureau een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en NEN 5707 op de locatie Stationsweg 1, 3 en 5 te Hulst. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 1035 m2. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 5 een overzicht van de onderzoekslocatie. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen ontwikkeling van de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Onderhavige rapportage vervangt de rapportage van 7 juni 2023. Op verzoek van de gemeente is de adressering van de onderzoekslocatie gewijzigd naar ‘Stationsweg 1, 3 en 5’. Het door De Klinker Milieu Adviesbureau gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NEN-EN-ISO 9001:2015. Tussen De Klinker Milieu Adviesbureau en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek.
In hoofdstuk 2 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven. Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 5.
Rapportnummer: K2320086
2
2
VOORONDERZOEK
Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2017). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel uit de NEN 5740 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Hulst, sectie A, perceelnummers 2937, 2938, 2635, 2634 en 3261. Voor het vooronderzoek zijn gegevens van zowel de onderzoekslocatie als de direct aangrenzende percelen bekeken. 2.2 Locatie-inspectie De onderzoekslocatie is gelegen ten zuiden van het centrum van Hulst bij de Gentse Poort, direct aan ‘de Vest’ die rondom de bolwerken van het vestingstadje loopt. De locatie is grotendeels bebouwd met twee (voormalige) restaurants (nr. 1 en 3) en Slijterij (nr. 5) met bedrijfswoningen.
De omgeving van de locatie wordt gekarakteriseerd door woningen, horeca en winkels. De locatie is voor zover bekend niet opgehoogd. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden op 5 mei 2023 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden. Het terrein is deels verhard met tegels. Achter het pand is een voormalige kas aanwezig. Onderstaande foto’s geven een indruk van de onderzoekslocatie.
foto 1: voorzijde
foto 2: achtertuin
foto 4: achterzijde
foto 5: noordzijde (toegangsweg behoort niet tot onderzoekslocatie)
Rapportnummer: K2320086
foto 3: vml. kas
3
2.3 Historische kaarten / Luchtfoto’s Historische kaarten, afkomstig van www.topotijdreis.nl, tonen aan dat al in het begin van de vorige eeuw bebouwing op de locatie aanwezig was. De bebouwing eind vorige eeuw is uitgebreid aan de oostzijde. Er zijn geen verdachte zaken waar te nemen op de historische kaarten die betrekking hebben op het voorkomen van bodembedreigende activiteiten.
2022 (luchtfoto)
2010
1990
1950
1920
1990
2.4 Informatie Omgevingsrapportage en gemeente Hulst Uit de omgevingsrapportage van Provincie Zeeland en informatie van de gemeente Hulst (mail van G.J.J. de Vaan, 17 maart 2023) blijkt het volgende: op Stationsweg 3 was een lunchroom gevestigd; op Stationsweg 5 is een handel in zaai- en pootgoed (fa. Blommaert&Zoon) gevestigd geweest; vooralsnog komen er geen aanwijzingen naar voren dat de locatie asbestverdacht is. Tevens zijn van de omgeving van de locatie diverse bodemonderzoeken en saneringen bekend, deze worden besproken in paragraaf 2.7. 2.5 Bodemkwaliteitskaart De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart gelegen in een gebied met de bodemkwaliteit ‘industrie’ (bovengrond) en ‘wonen’ (ondergrond). De bodemfunctie van het gebied is ‘wonen’ (bron: Zeeuws Bodemvenster, via gemeente Hulst). 2.6 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B55A0002 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:
Rapportnummer: K2320086
4
Afbeelding 1: Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)
De regionale grondwaterstroming is westelijk gericht (bron: Grondwatertools). 2.7 Beïnvloeding vanuit de omgeving In de omgeving van de locatie zijn diverse bodemonderzoeken en saneringen uitgevoerd. Deze worden hieronder beschreven: Op Stationsweg 6 heeft in de periode juli 1999 tot oktober 1999 een bodemsanering plaatsgevonden ter plaatse van het voormalige tankstation. Op 7 maart 2001 is door provincie Zeeland ingestemd met het evaluatieverslag. Op Stationsweg 9 (ten zuiden van de onderzoekslocatie) was in het verleden een benzine-servicestation gevestigd (vanaf 1925). Onder en achter het pand nr. 9 waren enkele ondergrondse tanks aanwezig. Na het verwijderen van de tanks is verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd. Aan de zijde van nr. 11 is een lichte restverontreiniging achtergebleven (Evaluatierapport Stationsweg 11, Sagro Milieu Advies, 13 juni 2007). In afbeelding 2 en 3 zijn de voormalige tanks en is de saneringslocatie weergegeven.
Afbeelding 2: Ligging o.g. tanks pand nr. 9 (HO 1998)
Rapportnummer: K2320086
Afbeelding 3:Sanering Stationsweg 9-11 (EVA 2007)
5
Op Stationsweg 9 is tevens in 2003 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (SMA, rapportnummer 830028). In de bovengrond is een sterk verhoogd gehalte lood, matig verhoogd gehalte koper en zink een licht verhoogde concentraties PAK (10 van VROM), kwik en nikkel aangetroffen. In de ondergrond zijn maximaal licht verhoogde concentraties zware metalen en PAK (10 van VROM) aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met arseen, benzeen, xyleen en trichlooretheen. Vervolgens is een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd naar de verontreiniging met lood. Hieruit blijkt dat de bovengrond sterk verontreinigd is met lood. Er is geen saneringsnoodzaak, uit de gegevens komt niet naar voren waarom er geen saneringsnoodzaak is. Het onderzoeksrapport is niet beschikbaar. Ook op Stationsweg 13 was een benzine-servicestation gevestigd, in het trottoir tussen de Stationsweg en het pand nr.13 lagen drie ondergrondse tanks. Twee tanks zijn gereinigd en afgevuld met zand. De benzinetank is verwijderd en afgevoerd. Tevens is verontreinigde grond in het trottoir en in de weg ontgraven. Onder de bebouwing is een restverontreiniging achtergebleven. Het grondwater was na de sanering nog maximaal licht verontreinigd (Evaluatie bodemsanering, Adviesbureau voor milieutechniek Colsen bv, 16 januari 2003). In afbeelding 4 en 5 zijn de tanks en de ontgraving weergegeven.
Afbeelding 4: Ligging o.g. tanks pand nr. 13 (VO 1998)
Afbeelding 5:Sanering Stationsweg 13 (EVA 2003)
Om de verspreiding van de restverontreiniging te monitoren is vanaf 2004 tot 2013 een monitoring uitgevoerd van het grondwater. Uit de resultaten blijkt dat er geen verspreiding heeft plaatsgevonden (Grondwatermonitoring 2013, Adviesbureau voor milieutechniek Colsen bv, 16 januari 2003, projectnummer SCN08-0108); In een onderzoek aan de overzijde van de Stationsweg (Havenfort/Traverse) is in 2022 een sterk verhoogd gehalte lood aangetroffen in de bovengrond. Bij uitsplitsing zijn deze verhoogde concentraties niet meer aangetroffen.
Gezien de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken en saneringen en de afstand tot de huidige onderzoekslocatie wordt niet verwacht dat er zaken vanuit de omgeving de bodemkwaliteit ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie beïnvloeden. 2.8 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet bekend. Er zijn vooraf echter geen aanwijzingen aangetroffen dat de bodem op de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging.
Rapportnummer: K2320086
6
2.9 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategieën zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Geselecteerde deellocaties en hypothese Deellocatie Gehele terrein
Oppervlakte (m²) 1053
Hypothese Onverdacht
Verdachte stoffen -
Verdachte bodemlaag -
Strategie* ONV-NL / NEN 5707 tabel 4
* ONV-NL = onverdachte, niet lijnvormige locatie
Indien in de geanalyseerde monsters geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de achtergrondwaarde/streefwaarde uit de “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en of de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop) wordt de hypothese onverdacht aangenomen.
Rapportnummer: K2320086
7
3
ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1 Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 1035 m2. Het aantal boringen, gaten en peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en NEN 5707 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. In tabel 3.1. worden de uit te voeren veld- en laboratorium werkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1: Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden Locatie
Veldwerk
Analyses
Gehele terrein
8 gaten tot 0,5 m-mv 2 boringen tot 2,0 m-mv 1 peilbuis
2x standaardpakket grond (laag 0,0-0,5 m-mv) 1x standaardpakket grond (laag 0,5-2,0 m-mv) 1x standaardpakket grondwater 2x PFAS in grond1 2x asbest in grond
De opgeboorde grond wordt in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen en bodemlagen. 3.2 Veldonderzoek In tabel 3.2 worden de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.2: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie
Aantal boringen (excl. peilbuizen)
Aantal peilbuizen
Gehele terrein
9 gaten tot 0,5 m-mv (02 t/m 10) 2 boringen tot 2,0 m-mv (01 en05)
1 peilbuis (PB01, filterstelling 2,5-3,5 m-mv)
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 5 mei 2023 (boorwerkzaamheden) en op 15 mei 2023 (monsterneming grondwater) door de heer M .Inge van Soil Select. Zowel Soil Select als de heer Inge zijn erkend voor het uitvoeren van deze werkzaamheden (certificaat K85363-6). Er werd door de eigenaar geen toestemming gegeven inpandig te boren. Derhalve zijn de boringen uitsluitend uitpandig geplaatst. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001, 2002 en 2018. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2.
1 Op verzoek van de opdrachtgever worden de bovengrondmonsters aanvullend geanalyseerd op PFAS
Rapportnummer: K2320086
8
3.3 Chemisch onderzoek De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling staan weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling Deellocatie
Monster
Gehele terrein
BG1
Uitsplitsing2
Samenstelling
Traject (m-mv)
Analyse
G
01-2, 2-2, 03-2, 09-1, 10-1
0,0-0,55
Standaardpakket grond en PFAS
BG2
G
05-2, 06-1, 06-2, 07-1, 08-2
0,05-0,55
Standaardpakket grond en PFAS
OG1
G
01-3, 01-4, 01-5, 05-3, 05-4, 05-5
0,55-2,0
Standaardpakket grond
01-1-1
W
PB01
2,5-3,5
Standaardpakket grondwater
AMM1
A
01-9, 02-3, 03-3, 09-2, 10-2
0,0-0,55
Asbest in grond
AMM2
A
04-4, 05-6, 06-3, 07-2, 08-3
0,05-0,55
Asbest in grond
01-2
G
01-2
0,1-0,55
Lood, organische stof en lutum
02-2
G
02-2
0,1-0,55
Lood, organische stof en lutum
03-2
G
03-2
0,1-0,55
Lood, organische stof en lutum
09-1
G
09-1
0,0-0,5
Lood, organische stof en lutum
10-1
G
10-1
0,0-0,5
Lood, organische stof en lutum
G=grond W=grondwater A=grondmonsters i.k.v. asbestonderzoek
Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NEN-EN-ISO/IEC 17025). Tevens is SGS Environmental Analytics B.V ISO 14001 (2004) gecertificeerd en AS 3000 erkend. In de onderstaande tabel worden de samenstelling van de standaard analysepakketten weergegeven Tabel 3.4: Samenstelling standaard analysepakketten Grond
Grondwater
Zware metalen: Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn
*
*
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM))
*
PCB (7)
*
Minerale olie
*
*
Vluchtige aromaten, incl. naftaleen en styreen
*
Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (incl. vinylchloride, chloorpropanen en bromoform)
*
Geleidbaarheid, pH en troebelheid
*
Organische stof en lutum
*
2 Naar aanleiding van de analyseresultaten heeft een uitsplitsing van het bovengrondmengmonster BG1 plaatsgevonden. De deelmonsters
zijn geanalyseerd op lood.
Rapportnummer: K2320086
9
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1 Globale bodemopbouw Een globale beschrijving van de bodemopbouw is opgenomen onderstaande tabel. Het is de beschrijving van de bodemopbouw ter plaatse van boring 01 van onderhavig onderzoek. Tabel 4.1: Lokale bodemopbouw Diepte [m-mv] 0-0,1 0,1-0,55 0,55-1,5 1,5-2,0 2,0-3,0 3,0-3,5
Bodemsamenstelling zand, matig fijn, zwak siltig zand, matig fijn zwak siltig, sterk humeus zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zand, matig fijn, zwak siltig zand, matig fijn, matig siltig zand, matig fijn, zwak siltig
Opmerkingen straatzand onder tegels
laagjes klei
4.2 Zintuiglijke waarnemingen De tijdens de veldwerkzaamheden waargenomen zintuiglijke afwijkingen in de bodem zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2: Zintuiglijke afwijkingen Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke afwijking
01
0,10 - 0,55
zwak baksteenhoudend
02
0,10 - 0,55
zwak baksteenhoudend
03
0,10 - 0,55
zwak baksteenhoudend
04
0,10 - 0,55
zwak baksteenhoudend
05
0,10 - 0,55
zwak baksteenhoudend
06
0,10 - 0,55
zwak baksteenhoudend
07
0,05 - 0,55
zwak baksteenhoudend
08
0,10 - 0,55
zwak baksteenhoudend
09
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend, gestaakt op harde laag
10
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend, gestaakt op harde laag
4.3 Veldmetingen Bij bemonstering van het grondwater uit de peilbuizen is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De meetresultaten zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.3: Grondwaterstand, zuurgraad, geleidbaarheid en de troebelheid grondwater Peilbuis
Plaatsingsdatum
Bemonsteringsdatum
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad pH
Geleidbaarheid EGV (µS/cm)
Troebelheid (ntu)
PB01
05-05-2023
15-05-2023
2,5-3,5
2,01
7,6
2170
113
De troebelheid van het grondwater is hoger dan 10 NTU. Een hoge troebelheid kan invloed hebben op de analyseresultaten. Tevens is de geleidbaarheid van het grondwater aan de hoge kant. Geen van de overige gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest op de bodem plaatsgevonden (maaiveld inspectie). Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Rapportnummer: K2320086
10
Op de locatie zijn 9 gaten gegraven. De grond uit de gegraven gaten is geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. In de grond uit de gaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De gezeefde grond is bemonsterd. 4.5 Toetsingskader De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de waarden van de toetsingstabel uit de circulaire “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en achtergrondwaarden en maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). 4.5.1 Wet bodembescherming De in deze tabel genoemde toetsingswaarden hebben de volgende betekenis: achtergrond-/streefwaarde3 tussenwaarde4
= =
interventiewaarde
=
referentiewaarde referentiewaarde voor nader onderzoek grond: 1/2(AW+I-waarde) grondwater: 1/2(S+I-waarde) toetsingswaarde voor sanering of saneringsonderzoek
De achtergrond-, tussen- en interventiewaarden voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel (zie bijlage 3 voor de analyseresultaten en bijlage 4 voor de toetsing). Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: kleiner dan de achtergrond-/streefwaarde tussen achtergrondwaarde en tussenwaarde tussen tussenwaarde en interventiewaarde groter dan de interventiewaarde
= = = =
niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde. Overschrijding van de tussenwaarde houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Als voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde is het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bevestigd. Het bovenstaande toetsingskader is alleen van toepassing voor “bestaande” gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987). Recente gevallen van bodemverontreinigingen vallen onder de “zorgplicht”. De aantasting van de bodem dient dan gesaneerd te worden of de aantasting en de directe gevolgen daarvan dienen beperkt en zoveel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Dit staat los van de ernst en urgentie van de verontreiniging. 3
Voor grond wordt de achtergrondwaarde en voor grondwater wordt de streefwaarde als referentiewaarde gehanteerd.
4 De term tussenwaarde is niet meer in de wet verankerd maar wordt landelijk nog wel op deze wijze gebruikt.
Rapportnummer: K2320086
11
4.5.2 Besluit bodemkwaliteit Voor het toetsen van de kwaliteit van grond en baggerspecie aan de verschillende normen van het Besluit en voor het indelen van de (water)bodem in kwaliteitsklassen kent het Besluit als uitgangspunt dat de rekenkundige gemiddelden moeten voldoen aan de gestelde maximale waarden. Deze maximale waarden zijn landelijk (generiek) vastgesteld. Daarnaast mogen gemeenten gebiedsspecifieke maximale waarden hanteren. Deze dienen te worden vastgelegd in een bodembeheernota. Bij de toetsing geldt een rekenregel voor het standaardiseren van de gemeten concentraties met de daadwerkelijk gemeten concentraties lutum en organische stof. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de achtergrondwaarde en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Kleiner dan de achtergrondwaarde(a) Kleiner dan maximale waarde wonen(b) Kleiner dan maximale waarde industrie (a)
(b)
= = =
Bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie
De kwaliteit van de grond en baggerspecie overschrijdt niet de achtergrondwaarde als bij meting van X stoffen in de grond of baggerspecie het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoging mag per stof maximaal 2x de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
7
16
27
37
Y
2
3
4
5
4.5.3 Asbest In de circulaire Streef/ en interventiewaarden bodemsanering (Staatscourant 2000, 39) is voor asbest een interventiewaarde opgenomen van 100 mg/kg (gewogen: serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Bij concentraties asbest beneden de 100 mg/kg gewogen zijn geen risico’s aanwezig en wordt vastgehouden aan de benadering dat beneden deze norm het materiaal als asbestvrij beschouwd mag worden. Echter bij een verkennend asbestonderzoek kan door de lage intensiteit van het onderzoek niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde, maar dient deze waarde gecorrigeerd te worden met factor 2. Indien het asbestgehalte groter is dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. In de circulaire bodemsanering is aangegeven dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, wanneer er asbest wordt aangetroffen in een concentratie boven de interventiewaarde (onafhankelijk van het volume).
Rapportnummer: K2320086
12
4.5.4 PFAS In onderstaande tabel zijn de toepassingsnormen van grond en baggerspecie weergegeven in oppervlaktewater (diepe plassen) (bron: handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (versie december 2021)): Tabel 4.2: Generieke toetsingskader PFAS Functieklasse in de zin van het Besluit bodemkwaliteit Op landbodem landbouw/natuur (achtergrondwaarde) wonen industrie
PFOS (µg/kg.ds)
PFOA (µg/kg.ds)
GenX (µg/kg.ds)
Overige PFAS (µg/kg.ds)
<1,4
<1,9
<1,4
<1,4
3,0 3,0
7,0 7,0
3,0 3,0
3,0 3,0
4.6 Analyseresultaten grond en grondwater In tabel 4.5 zijn de toetsingsresultaten van de grond en grondwater weergegeven en wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming en een indicatieve toetsing ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3, de toetsingsresultaten in bijlage 4. Tabel 4.5: Resultaten toetsing grond en asbest Deellocatie
Monster
Traject
Toetsing Wbb
[m-mv]
> AW
Gehele terrein
BG1
0,0-0,55
koper, kwik, zink
BG2
0,05-0,55
cadmium, koper, kwik, lood, zink, PAK
OG1
0,55-2,0
kwik, lood, PAK (10 van VROM)
AMM1
0,0-0,55
Asbest: 2,38 mg/kg ds
n.v.t.
AMM2
0,05-0,55
Asbest: < 2 mg/kg ds
n.v.t.
01-2
0,1-0,55
lood
wonen
02-2
0,1-0,55
lood
wonen
03-2
0,1-0,55
lood
wonen
09-1
0,0-0,5
10-1
0,0-0,5
Uitsplitsing BG1
Toetsing Bbk >T
>I
Beoordeling
lood
niet toepasbaar
-
-
industrie
-
-
wonen
lood lood
niet toepasbaar industrie
Tabel 4.6: Resultaten toetsing grondwater Deellocatie
Gehele terrein
Monster
01-1-1
Traject
Toetsing Wbb
[m-mv]
>S
>T
>I
2,5-3,5
barium, molybdeen, xylenen
-
-
Tabel 4.7: Resultaten toetsing PFAS Mengmonster BG1 BG2
Rapportnummer: K2320086
PFOS (µg/kg.ds) 1,8 1,2
PFOA (µg/kg.ds) 0,5 0,6
Overige PFAS (µg/kg.ds) PFUnDA, PFDoDA, MePFOSAA: 0,1 PFBA: 0,2
Toetsing wonen achtergrondwaarde
13
4.7 Grond In het bovengrondmengmonster BG1 is een sterk verhoogd gehalte lood en licht verhoogde gehalten koper, kwik en zink aangetroffen. Na uitsplitsing blijkt dat de hoge concentraties voornamelijk veroorzaakt worden door de monsters uit boringen 9 en 10. De verontreiniging met lood bevindt zich dus aan de noordzijde van de onderzoekslocatie. In het bovengrondmengmonster BG2 is een licht verhoogd gehalte cadmium, koper, kwik, lood, zink, PAK (10 van VROM) aangetoond. De ondergrond is licht verontreinigd met kwik, lood en PAK (10 van VROM). In het bovengrondmengmonster BG1 is tevens een licht verhoogd gehalte PFOS aangetroffen. De aangetroffen concentratie voldoet aan de maximale waarde voor klasse Wonen. 4.8 Grondwater Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is licht verontreinigd met barium, molybdeen en xylenen. 4.9 Asbest In de grond is een zeer licht verhoogd gehalte asbest aangetroffen. De concentratie ligt ruim onder de interventiewaarde of de toetsingswaarde voor nader onderzoek. 4.10 Toetsing hypothese In de onderstaande tabel staan de hypotheses weergegeven. Tevens wordt aangegeven of deze aangenomen of verworpen kan worden. Tabel 4.6: Toetsing hypotheses Deellocatie Gehele terrein
Oppervlakte (m²) 1053
Hypothese
Verdachte stoffen
Onverdacht
-
Verdachte bodemlaag -
Toetsing verworpen
Door de aangetroffen verontreinigingen in de grond en het grondwater dient de hypothese ‘onverdachte locatie’ verworpen te worden. De aangetroffen concentratie lood in de grond behoeft nader onderzoek. De aangetroffen gehalten asbest in de grond zijn van dien aard dat geen nader asbestonderzoek noodzakelijk is.
Rapportnummer: K2320086
14
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van SAB is door De Klinker Milieu Adviesbureau een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en NEN 5707 op de locatie Stationsweg 1, 3 en 5 te Hulst. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen ontwikkeling van de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. 5.1 Conclusies Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: de bodem op de locatie is in de bovengrond zwak baksteenhoudend; de bovengrond aan de noordzijde is matig tot sterk verontreinigd met lood; in de bovengrond van het buitenterrein zijn verder licht verhoogde gehalten zware metalen en PAK (10 van VROM) aangetroffen; in de ondergrond van het gehele terrein zijn licht verhoogde gehalten kwik. lood en PAK (10 van VROM) aangetoond; het grondwater is licht verontreinigd met barium, molybdeen en xylenen; de grond is plaatselijk zeer licht asbesthoudend, de concentratie ligt ruim onder de interventiewaarde of de toetsingswaarde voor nader onderzoek. er zijn geen inpandige boringen uitgevoerd, derhalve kan geen uitspraak gedaan worden over de bodemkwaliteit onder het pand; de hypothese dient verworpen te worden.
Het terrein is ons inziens op basis van de milieuhygiënische kwaliteit niet geschikt voor het voorgenomen gebruik. 5.2 Aanbeveling Aanbevolen wordt de omvang en herkomst van de aangetroffen verontreiniging met lood in beeld te brengen. Door middel van enkele boringen kan bepaald worden of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en of spoedige sanering noodzakelijk is. Vervolgens kan een saneringsplan of een BUS-melding ingediend te worden bij het bevoegd gezag (provincie Zeeland)5. 5.3 Algemeen Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond op een locatie buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten. Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.
5 Met de invoering van de omgevingswet (januari 2024) gaan er taken in het kader van de Wet Bodembescherming vanuit de Provincies over
naar de gemeenten. Gemeenten kunnen deze taken zelf uitvoeren of bij één van de omgevingsdiensten beleggen.
Rapportnummer: K2320086
15
BIJLAGE 1: LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
Rapportnummer: K2320086
BIJLAGE 2: BOORSTATEN EN ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN
Rapportnummer: K2320086
Boring:
01
Boring:
02
Datum:
5-5-2023
Datum:
5-5-2023
GWS:
200
0 5 10
0 1 2
55
3
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, Edelmanboor
0 5 10
0 1
Zand matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, geelbruin, Edelmanboor
9
50
braak Edelmanboor, Tegel
2
Edelmanboor, Tegel Zand matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, geelbruin, Edelmanboor
3
50
braak
55
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, Edelmanboor
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker beigebruin, Edelmanboor
100
4 150
150
Zand matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, geelbruin, Edelmanboor
5 200
200
Zand matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, donker geelbruin, Edelmanboor
6 250
250
Zand matig fijn, matig siltig, laagjes klei, geen olie-water reactie, donker bruingrijs, Edelmanboor
7 300
300
Zand matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
8 350
350
Boring:
03
Boring:
04
Datum:
5-5-2023
Datum:
5-5-2023
0 5 10
0 1 2 50
3 55
Projectcode: K2320086
braak
2
Zand matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, geelbruin, Edelmanboor
3
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, Edelmanboor
0 5 10
0
Edelmanboor, Tegel
50
braak Edelmanboor, Tegel Zand matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, geelbruin, Edelmanboor
4 55
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, Edelmanboor
Boring:
05
Boring:
06
Datum:
5-5-2023
Datum:
5-5-2023
GWS:
180
0 5 10
0 1 2
6
50
55
3 100
100
braak
1
Zand matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, geelbruin, Edelmanboor
2
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, Edelmanboor
0 5 10
0
Edelmanboor, Tegel
Edelmanboor, Tegel Zand matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, geelbruin, Edelmanboor
3
50
braak
55
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, Edelmanboor
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker beigebruin, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, geelbruin, Edelmanboor
4 150 5 200
200
Boring:
07
Boring:
08
Datum:
5-5-2023
Datum:
5-5-2023
0 5
0
1
2
50
braak
0 5 10
0
Edelmanboor, Tegel
1
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, Edelmanboor
2
55
Boring:
09
Boring:
10
Datum:
5-5-2023
Datum:
5-5-2023
0 1 50
0
braak
50
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, donker beigebruin, Edelmanboor, Gestaakt op harde laag
2
Projectcode: K2320086
0 1 50
Edelmanboor, Tegel Zand matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, geelbruin, Edelmanboor
3
50
55
braak
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, Edelmanboor
0
braak
50
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, donker beigebruin, Edelmanboor, Gestaakt op harde laag
2
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
BIJLAGE 3: ANALYSERESULTATEN
Rapportnummer: K2320086
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
De Klinker B.V. Wilma Wilbrink-Wullink Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ ZUTPHEN
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 10
: Stationsstraat Hulst : K2320086 : 13865689, versienummer: 1.
Rotterdam, 16-05-2023
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project K2320086. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 10 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.
blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
René Eugster Operations Manager Rotterdam
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 10
Analyserapport De Klinker B.V. Wilma Wilbrink-Wullink Projectnaam Stationsstraat Hulst Projectnummer K2320086 13865689 - 1 Rapportnummer
Orderdatum 09-05-2023 09-05-2023 Startdatum Rapportagedatum 16-05-2023
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
BG1 BG2 OG1
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 83.1 <1 geen
Ja 85.2 <1 geen
Ja 85.2 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
2.8
3.0
0.5
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
4.0
4.9
6.0
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
220 0.31 5.2 39 0.27 950 0.89 13 140
130 0.46 4.6 23 0.20 180 0.68 12 180
40 <0.2 2.4 19 0.14 74 <0.5 7.2 44
0.02 0.20 0.06 0.76 0.54 0.49 0.43 0.71 0.53 0.57 1) 4.31
<0.01 0.05 0.04 0.28 0.25 0.22 0.18 0.37 0.24 0.24 1) 1.877
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S 0.01 fenantreen mg/kgds S 0.13 antraceen mg/kgds S 0.03 fluoranteen mg/kgds S 0.25 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.14 chryseen mg/kgds S 0.13 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.10 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.18 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.14 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.14 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 1.25 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
002
003
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 3 van 10
Analyserapport De Klinker B.V. Wilma Wilbrink-Wullink Projectnaam Stationsstraat Hulst Projectnummer K2320086 13865689 - 1 Rapportnummer
Orderdatum 09-05-2023 09-05-2023 Startdatum Rapportagedatum 16-05-2023
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
BG1 BG2 OG1
Analyse
Eenheid
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
PER- EN POLYFLUORALKYLSTOFFEN PFBA (perfluorbutaanzuur) µg/kgds PFPeA (perfluorpentaanzuur) µg/kgds PFHxA (perfluorhexaanzuur) µg/kgds PFHpA µg/kgds (perfluorheptaanzuur) PFOA lineair µg/kgds (perfluoroctaanzuur) PFOA vertakt µg/kgds (perfluoroctaanzuur) som PFOA (0.7 factor) µg/kgds PFNA (perfluornonaanzuur) µg/kgds PFDA (perfluordecaanzuur) µg/kgds PFUnDA µg/kgds (perfluorundecaanzuur) PFDoDA µg/kgds (perfluordodecaanzuur) PFTrDA µg/kgds (perfluortridecaanzuur) PFTeDA µg/kgds (perfluortetradecaanzuur) PFHxDA µg/kgds (perfluorhexadecaanzuur) PFODA µg/kgds (perfluoroctadecaanzuur) PFBS µg/kgds (perfluorbutaansulfonzuur) PFPeS µg/kgds (perfluorpentaansulfonzuur) PFHxS µg/kgds (perfluorhexaansulfonzuur) PFHpS µg/kgds (perfluorheptaansulfonzuur) PFOS lineair µg/kgds (perfluoroctaansulfonzuur) PFOS vertakt µg/kgds (perfluoroctaansulfonzuur) som PFOS (0.7 factor) µg/kgds PFDS µg/kgds (perfluordecaansulfonzuur)
Q
001
002
S
<5 <5 10 9 <20
<5 <5 7 6 <20
Q Q Q Q
<0.1 <0.1 <0.1 <0.1
0.2 <0.1 0.1 <0.1
Q
0.4
0.5
Q
<0.1
<0.1
Q Q Q Q
0.5 0.3 0.5 0.1
Q
0.1
<0.1
Q
<0.1
<0.1
Q
<0.1
<0.1
Q
<0.1
<0.1
Q
<0.1
<0.1
Q
<0.1
<0.1
Q
<0.1
<0.1
Q
<0.1
<0.1
Q
<0.1
<0.1
Q
1.6
1.0
Q
0.2
Q Q
1.8 <0.1
2)
0.6 <0.1 <0.1 <0.1
003
<5 <5 <5 <5 <20
2)
0.2 2)
1.2 <0.1
2)
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning. De met Q gemerkte analyses zijn geaccrediteerd door de RvA.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 4 van 10
Analyserapport De Klinker B.V. Wilma Wilbrink-Wullink Projectnaam Stationsstraat Hulst Projectnummer K2320086 13865689 - 1 Rapportnummer
Orderdatum 09-05-2023 09-05-2023 Startdatum Rapportagedatum 16-05-2023
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
BG1 BG2 OG1
Analyse
Eenheid
Q
001
002
4:2 FTS (4:2 fluortelomeer sulfonzuur) 6:2 FTS (6:2 fluortelomeer sulfonzuur) 8:2 FTS (8:2 fluortelomeer sulfonzuur) 10:2 FTS (10:2 fluortelomeer sulfonzuur) MePFOSAA (n-methyl perfluoroctaansulfonamide acetaat) EtPFOSAA (n-ethyl perfluoroctaansulfonamide acetaat) PFOSA (perfluoroctaansulfonamide) MeFOSA (n-methyl perfluoroctaansulfonamide) 8:2 DiPAP (8:2 fluortelomeer fosfaat diester)
µg/kgds
Q
<0.1
<0.1
µg/kgds
Q
<0.1
<0.1
µg/kgds
Q
<0.1
<0.1
µg/kgds
Q
<0.1
<0.1
µg/kgds
Q
0.1
<0.1
µg/kgds
Q
<0.1
<0.1
µg/kgds
Q
<0.1
<0.1
µg/kgds
Q
<0.1
<0.1
µg/kgds
Q
<0.1
<0.1
003
De met Q gemerkte analyses zijn geaccrediteerd door de RvA.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 5 van 10
Analyserapport De Klinker B.V. Wilma Wilbrink-Wullink Projectnaam Stationsstraat Hulst Projectnummer K2320086 13865689 - 1 Rapportnummer
Orderdatum 09-05-2023 09-05-2023 Startdatum Rapportagedatum 16-05-2023
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1 2
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. De sommatie na verrekening van de 0.7 factor conform AS3000
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 6 van 10
Analyserapport De Klinker B.V. Wilma Wilbrink-Wullink Projectnaam Stationsstraat Hulst Projectnummer K2320086 13865689 - 1 Rapportnummer
Analyse
Orderdatum 09-05-2023 09-05-2023 Startdatum Rapportagedatum 16-05-2023
Monstersoort
Relatie tot norm
monster voorbehandeling
Grond (AS3000)
droge stof
Grond (AS3000)
gewicht artefacten
Grond (AS3000)
aard van de artefacten
Grond (AS3000)
Grond: NEN-EN 16179. Grond (AS3000): AS3000 en NEN-EN 16179 Grond: NEN-EN 15934. Grond (AS3000): AS3010-2 en NEN-EN 15934 AS3000 Idem AS3010-3 en NEN 5754. Grond: eigen methode. Grond (AS3000): AS3010-4 AS3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2 (ontsluiting NEN 6961) Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3010-6 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
lutum (bodem)
Grond (AS3000)
barium
Grond (AS3000)
cadmium
Grond (AS3000)
kobalt
Grond (AS3000)
koper
Grond (AS3000)
kwik
Grond (AS3000)
lood
Grond (AS3000)
molybdeen
Grond (AS3000)
nikkel
Grond (AS3000)
zink
Grond (AS3000)
naftaleen
Grond (AS3000)
fenantreen
Grond (AS3000)
antraceen
Grond (AS3000)
fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)antraceen
Grond (AS3000)
chryseen
Grond (AS3000)
benzo(k)fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)pyreen
Grond (AS3000)
benzo(ghi)peryleen
Grond (AS3000)
indeno(1,2,3-cd)pyreen
Grond (AS3000)
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) PCB 28
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
PCB 52
Grond (AS3000)
PCB 101
Grond (AS3000)
PCB 118
Grond (AS3000)
PCB 138
Grond (AS3000)
PCB 153
Grond (AS3000)
PCB 180
Grond (AS3000)
som PCB (7) (0.7 factor)
Grond (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grond (AS3000)
PFBA (perfluorbutaanzuur)
Grond (AS3000)
PFPeA (perfluorpentaanzuur)
Grond (AS3000)
PFHxA (perfluorhexaanzuur)
Grond (AS3000)
PFHpA (perfluorheptaanzuur)
Grond (AS3000)
PFOA lineair (perfluoroctaanzuur)
Grond (AS3000)
PFOA vertakt (perfluoroctaanzuur) som PFOA (0.7 factor)
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
PFNA (perfluornonaanzuur)
Grond (AS3000)
PFDA (perfluordecaanzuur)
Grond (AS3000)
AS3010-8 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3010-7 en NEN-EN-ISO 16703 AS3080-1 (2020), niet erkend en NTA 8065 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 7 van 10
Analyserapport De Klinker B.V. Wilma Wilbrink-Wullink Projectnaam Stationsstraat Hulst Projectnummer K2320086 13865689 - 1 Rapportnummer
Orderdatum 09-05-2023 09-05-2023 Startdatum Rapportagedatum 16-05-2023
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
PFUnDA (perfluorundecaanzuur)
Grond (AS3000)
PFDoDA (perfluordodecaanzuur)
Grond (AS3000)
PFTrDA (perfluortridecaanzuur)
Grond (AS3000)
PFTeDA (perfluortetradecaanzuur) PFHxDA (perfluorhexadecaanzuur) PFODA (perfluoroctadecaanzuur)
Grond (AS3000)
Idem Idem Idem Idem
Grond (AS3000)
Idem
Grond (AS3000)
PFBS (perfluorbutaansulfonzuur)
Grond (AS3000)
PFPeS (perfluorpentaansulfonzuur) PFHxS (perfluorhexaansulfonzuur) PFHpS (perfluorheptaansulfonzuur) PFOS lineair (perfluoroctaansulfonzuur) PFOS vertakt (perfluoroctaansulfonzuur) som PFOS (0.7 factor)
Grond (AS3000)
Idem Idem Idem
Grond (AS3000)
Idem
Grond (AS3000)
Idem
Grond (AS3000)
Idem
Grond (AS3000)
Idem
Grond (AS3000)
PFDS (perfluordecaansulfonzuur)
Grond (AS3000)
4:2 FTS (4:2 fluortelomeer sulfonzuur) 6:2 FTS (6:2 fluortelomeer sulfonzuur) 8:2 FTS (8:2 fluortelomeer sulfonzuur) 10:2 FTS (10:2 fluortelomeer sulfonzuur) MePFOSAA (n-methyl perfluoroctaansulfonamide acetaat) EtPFOSAA (n-ethyl perfluoroctaansulfonamide acetaat) PFOSA (perfluoroctaansulfonamide) MeFOSA (n-methyl perfluoroctaansulfonamide) 8:2 DiPAP (8:2 fluortelomeer fosfaat diester)
Grond (AS3000)
Idem Idem Idem
Grond (AS3000)
Idem
Grond (AS3000)
Idem
Grond (AS3000)
Idem
Grond (AS3000)
Idem
Grond (AS3000)
Idem
Grond (AS3000)
Idem
Grond (AS3000)
Idem
Grond (AS3000)
Idem
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 001 001 001 002 002 002 002
O0689689 O0689773 O0689789 O0689645 O0689639 O0689650 O0689631 O0689633 O0689642
08-05-2023 08-05-2023 08-05-2023 08-05-2023 08-05-2023 08-05-2023 08-05-2023 08-05-2023 08-05-2023
05-05-2023 05-05-2023 05-05-2023 05-05-2023 05-05-2023 05-05-2023 05-05-2023 05-05-2023 05-05-2023
ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 8 van 10
Analyserapport De Klinker B.V. Wilma Wilbrink-Wullink Projectnaam Stationsstraat Hulst Projectnummer K2320086 13865689 - 1 Rapportnummer
Orderdatum 09-05-2023 09-05-2023 Startdatum Rapportagedatum 16-05-2023
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
002 003 003 003 003 003 003
O0689641 O0689676 O0689636 O0689679 O0689684 O0690332 O0689632
08-05-2023 08-05-2023 08-05-2023 08-05-2023 08-05-2023 08-05-2023 08-05-2023
05-05-2023 05-05-2023 05-05-2023 05-05-2023 05-05-2023 05-05-2023 05-05-2023
ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 9 van 10
Analyserapport De Klinker B.V. Wilma Wilbrink-Wullink Projectnaam Stationsstraat Hulst Projectnummer K2320086 13865689 - 1 Rapportnummer
Orderdatum 09-05-2023 09-05-2023 Startdatum Rapportagedatum 16-05-2023
Monsternummer:
001
Monster beschrijvingen
BG1
Karakterisering naar alkaantraject benzine
C9-C14
kerosine en petroleum diesel en gasolie motorolie
C10-C16 C10-C28 C20-C36
stookolie
C10-C36
De C10 en C40 pieken zijn toegevoegd door het laboratorium en worden gebruikt als interne standaard.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 10 van 10
Analyserapport De Klinker B.V. Wilma Wilbrink-Wullink Projectnaam Stationsstraat Hulst Projectnummer K2320086 13865689 - 1 Rapportnummer
Orderdatum 09-05-2023 09-05-2023 Startdatum Rapportagedatum 16-05-2023
Monsternummer:
002
Monster beschrijvingen
BG2
Karakterisering naar alkaantraject benzine
C9-C14
kerosine en petroleum diesel en gasolie motorolie
C10-C16 C10-C28 C20-C36
stookolie
C10-C36
De C10 en C40 pieken zijn toegevoegd door het laboratorium en worden gebruikt als interne standaard.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport