Bijlage 1 - Regionaal Risicoprofiel 2020-2023
Tekst van het document
De brandweer is (beperkt) toegerust op het ontsmetten van personeel en slachtoffers. Bij grote aantallen besmette personen gelden interregionale bijstandsafspraken. Er zijn binnen de brandweer mogelijk onvoldoende verkenningseenheden beschikbaar voor besmettingsmonitoring, mede i.v.m. opkomstproblematiek (zie 19). Hiervoor is bijstand vanuit een buurregio, het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, Defensie en internationale bijstand noodzakelijk. Daarnaast zal een tekort kunnen ontstaan aan persoonlijke beschermingsmiddelen voor slachtoffers en eigen personeel. De beschikbare meetapparatuur voor straling is bij de brandweer beperkt. Defensie zal bij dit proces bijstand leveren. Ingeval van bijstand moet rekening gehouden worden met lange opkomsttijd. De synchronisatie van de maatregelenzones van Nederland, Belgie en Duitsland is door het ministerie van VWS bekrachtigd. Dit betekent dat het proces van (pre)-distributie van jodiumprofylaxe wordt verruimd naar 100 km. Gezien de grote omvang van het gebied zal er te weinig politiecapaciteit beschikbaar zijn voor het proces ordehandhaving (o.a. afzetten gebied, op afstand houden van plunderaars tec.) en het proces mobiliteit (verkeersregulatie). Tevens speelt de gevaarzetting mee, waarbij politiemensen niet ingezet worden in het getroffen gebied.
Mogelijk ondersteuning van Defensie of derden (EPZ of Covra) nodig voor stralingsmetingen. Het incidenttype langdurige uitval van elektriciteit kan direct gevolgen hebben voor het ontvangen van meldingen voor hulpvragen, het alarmeringsproces en de incidentcommunicatie. Om dit te ondervangen zal het personeel gekazerneerd moeten worden. In principe doet dit scenario geen afbreuk aan de beschikbare capaciteit (beschikbare eenheden die ingezet kunnen worden). De uitval van elektriciteit zal uiteindelijk resulteren in problemen bij melding en alarmering. De onderlinge communicatie wordt ook bemoeilijkt. Afhankelijk van de omvang en de tijdsduur van de uitval is de capaciteit mogelijk onvoldoende. Alle ziekenhuizen hebben een noodstroominstallatie. Het is onbekend welke werkingsduur de noodstroominstallatie van een ziekenhuis heeft. Bij zorginstellingen zijn geen noodstroomvoorzieningen geregeld.
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
63
Discipline
Nummer opmerkingen in tabel
GHOR Pol
27 28
WS
29
GHOR
30
Brw
31
GHOR
32
Pol
33
WS
34
Brw
35
Brw
36
Brw
37
Brw, GHOR
38
alle
39
Pol
40
Aandachtspunten/opmerkingen bij de processen
Dialyseapparatuur en thuisbeademingsapparatuur hebben een batterij die het 4-6 uur volhoudt. Uitval van communicatiemiddelen zorgt voor een extra dilemma. Afhankelijk van de omvang van het gebied en de duur van de uitval van elektriciteit of gas kunnen de capaciteiten voor de politieprocessen onvoldoende zijn. Als in een klein gebied de elektriciteit en/of gas enkele dagen uitvalt, zal dit naar verwachting geen consequenties hebben voor het uitvoeren van de politieprocessen. Als het echter gaat om een groot gebied of geheel Zeeland zal dit een ander verhaal zijn en zijn de capaciteiten onvoldoende. De capaciteit is afhankelijk van het in bedrijf blijven van de (riool)gemalen. Bij uitval van de rioolgemalen is geen toevoer naar de zuivering mogelijk. Langdurige uitval van rioolgemalen zal leiden tot riooloverstorten. In dat geval is de materiële capaciteit onvoldoende. Uitval van rioolsystemen kan gelijk gevaar voor infectieziekte veroorzaken. Afhankelijk van de situatie geeft dit capaciteitsproblemen voor de processen spoedeisende medische hulpverlening en infectieziektebestrijding. De uitval van telefonie en ICT geeft problemen bij het proces melding en alarmering en communicatie. Voor de hoofdstructuur blijft de communicatie mogelijk via nood- en satelliettelefoons. Ook is er een convenant met de zendamateurs.
Een inventarisatie van de beschikbaarheid van de noodtelefoonsystemen bij de hulpdiensten en gemeenten is mogelijk noodzakelijk. Ook de zorgverleners (ambulances, ziekenhuizen etc.) ondervinden grote problemen bij de uitval van telefonie en ICT. Door de uitval van telecommunicatie en ICT is de informatie-organisatie onvoldoende in staat om de andere processen van goede informatie te voorzien. Sluizen, bruggen en gemalen zijn ver geautomatiseerd en worden bediend op afstand. Door het wegvallen van ICT zullen deze handbediend moeten worden. Het bedienend personeel is beperkt beschikbaar en zal dus capaciteitsproblemen geven. Bij een luchtvaartincident is men afhankelijk van de zelfredzaamheid van de betrokken burgers/passagiers. Programma maritieme veiligheid is in uitvoering en de benodigde capaciteiten worden hierin in beeld gebracht. Voor de redcapaciteit op de Westerschelde is uitgegaan van 300 te redden personen, voor het Schelde-Rijnkanaal van 25 personen. Voor de Oosterschelde en de waterweg Gent-Terneuzen is dit momenteel in onderzoek. Bluscapaciteit is voorzien op de Westerschelde en het Schelde-Rijnkanaal. De bereikbaarheid voor de brandweer bij incidenten op het spoor is beperkt. Hierdoor staan de normtijden onder druk. De capaciteit van brandweer en GHOR is bij redding en spoedeisende hulp gebaseerd op 4 te redden personen.
Zonder brand in de tunnel is dit geen probleem, echter bij brand is er wel een capaciteitsprobleem. Er zijn een beperkt aantal hulpverleners getraind voor de inzet in tunnels. Eigen personeel valt ook uit door ziekte en kan capaciteitsproblemen tot gevolg hebben. Continuïteitsplannen voor alle diensten zijn noodzakelijk. Een uitbraak van een grieppandemie heeft vanuit meerdere opzichten gevolgen voor de politie. Enerzijds zal een grootschalige griepuitbraak mogelijk leiden tot een toename van het beroep op de politiediensten in het kader van hulpverlening en handhaving van de openbare orde. Anderzijds zal de politie zelf te maken krijgen met grootschalig ziekteverzuim en uitval van
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
64
Discipline
Nummer opmerkingen in tabel
WS
41
Bz
42
GHOR
43
GHOR
44
BRW
45
BRW
46
BRW
47
BRW
48
BRW
49
BRW
50
BRW
51
BRW
52
BRW
53
Aandachtspunten/opmerkingen bij de processen
ondersteunende diensten, waardoor de reguliere manier van werken onder druk komt te staan. Teneinde een acceptabel niveau van politiewerk tijdens een pandemie te garanderen is er een griepplan opgesteld. In dit griepplan wordt aandacht besteed aan het verwachte ziekteverzuim, de continuïteit van de processen, de pandemie gerelateerde crisismaatregelen en de bescherming van personeel. De ziekte van het personeel legt de geautomatiseerde bedrijfsvoering van sluizen, bruggen en riolen niet plat. Er blijft genoeg capaciteit aanwezig om de bedrijfsvoering uit te blijven voeren. Ook is verkeersmanagement voor de Westerschelde over te nemen door de Belgische centrales. De verantwoordelijkheid voor crisiscommunicatie bij grootschalige incidenten in tunnels is de verantwoordelijkheid van de tunnelbeheerder / Rijkswaterstaat. Informatieverstrekking aan ketenpartners medisch wordt ingeschat als onvoldoende voor dit scenario. Bij de snelheid waarmee een toxische stof zich kan verspreiden in de open lucht is op het gebied van crisiscommunicatie een achterstand te verwachten. Bron- en emissiebestrijding bij overstromingen is een verantwoordelijkheid van het Waterschap als de functionele overheid. Om die reden wordt dit proces voor de brandweer wit gescoord. Redding bij brand in natuurgebieden is een knelpunt. De focus ligt op het ontruimen van de bedreigde gebieden.
Door de natuurbeheerorganisaties dient er preventief gewerkt te worden aan compartimentering door stoplijnen en het creëren van vluchtroutes. Het proces redding door de brandweer scoort hierdoor rood. Bronbestrijding van dierziekten vindt plaats door Ministerie van Landbouw en Visserij (o.a. dierenartsen) en niet door Brandweer. De score voor de brandweer gaat hierdoor naar wit. Doordat er overdag (door de week) kwetsbaarheid is ontstaan in de gegarandeerde basisbrandweerzorg levert dit ook kwetsbaarheid op bij het optreden in grootschalig verband van de Brandweer (GBO) . De verwachting is dat dit de komende jaren nog verder zal toenemen. Het advies is hier de komende jaren extra aandacht aan te besteden en verbetervoorstellen te formuleren. Om die reden verandert de score voor dit proces oranje. Bron- en emissiebestrijding volksgezondheid is verantwoordelijkheid van Geneeskundige zorg. Om die reden wordt dit proces voor de brandweer terug gezet naar de score wit. De komende jaren zal de Brandweer zich moeten bekwamen in de maatregelen om eventuele aanslagen (en slachtoffers onder eigen personeel) het hoofd te kunnen bieden in geval van maatschappelijke onrust/terrorisme . Geadviseerd wordt om dit incidenttype extra aandacht te geven. Dit resulteert in een score oranje. In de komende periode dient de informatiepositie van de Brandweer te worden verbeterd.
Daarvoor is momenteel onvoldoende capaciteit beschikbaar in het veld en de crisisstaf van de brandweer. Voorstel is om alle incidenttypen waar de brandweer bij het proces informatiemanagement een actieve rol vervult oranje te scoren. Het advies is om de komende beleidsperiode het informatiemanagement van de brandweer te actualiseren. Hulpverleningscapaciteit kan beperkt worden door de bereidheid van opkomst van de hulpverleners i.v.m. het type incident. Ontsmetting bij brand of explosie is wel mogelijk. Verbrandingsgassen kunnen ook giftig/bijtend zijn. Daarnaast kan in het kader van schoon werken ook een ontsmettingsunit nodig zijn.
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
65
6
Conclusie
6.1
Inleiding
Veiligheidsregio Zeeland is een relatief risicovolle veiligheidsregio. Het risicoprofiel van Veiligheidsregio Zeeland is complex, divers en dynamisch. In de praktijk is het de optelsom van de 41 relevante, concrete en realistische scenariobeschrijvingen uit dit risicoprofiel. De scenario’s zijn relevant, omdat tijdens de brede risico-inventarisatie niet-relevante risico’s zoals bijvoorbeeld een aardbeving zijn afgevallen. Ze zijn realistisch, omdat ze vervolgens zijn beschreven als een voorstelbaar incident (dus niet worstcase). Tot slot zijn ze concreet, omdat ze zijn beschreven als een daadwerkelijk incident. De scenario’s zijn opgesteld op basis van expert judgement door multidisciplinaire experts. Deze diverse scenario’s hebben niet alleen betrekking op traditionele rampen, zoals overstromingen, grote branden en grote ongelukken (al dan niet met gevaarlijke stoffen), maar ook op moderne crises zoals uitval van spraak- en datacommunicatie en maatschappelijke onrust.
6.2
Zwaartepunten
Veiligheidsregio Zeeland moet zich optimaal prepareren op haar risico’s. Alle scenario’s zijn dus relevant voor het beleid van de veiligheidsregio. Ze vormen de basis voor het beleidsplan. Toch behoeven niet alle 41 scenario’s dezelfde aandacht. In het regionaal risicoprofiel is het risico geanalyseerd op verschillende onderdelen: impact (gevolg), waarschijnlijkheid (kans), beschikbare capaciteiten van Veiligheidsregio Zeeland en bestaand beleid. Deze analyse heeft geleid tot de onderstaande zwaartepunten binnen het risico van Veiligheidsregio Zeeland en onderbelichte zwaartepunten. Daarnaast levert de analyse aanbevelingen voor de toekomst. De zwaartepunten binnen het risico van Veiligheidsregio Zeeland betreffen concreet de scenario’s die te maken hebben met: overstroming vanuit zee; kerncentrales; grieppandemie; risico’s gerelateerd aan transportactiviteiten; externe veiligheidsscenario’s (scenario’s met gevaarlijke stoffen); ontwrichting binnen de samenleving (door bijvoorbeeld cybercrime/verstoring telecommunicatie). Dit deel van het risico – met vaak hoge impact – vormt de identiteit van de regio. De risico’s zijn overigens niet nieuw. De afgelopen jaren heeft Veiligheidsregio Zeeland voor deze risico’s al verschillende bestuurlijke beleidsstukken opgesteld. Deze onderwerpen vragen in de toekomst vooral om continuïteit en eventuele actualisering.
Dit betekent dat het bestaand beleid, bestaande overlegstructuren en planvormingen vooral worden voortgezet.
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
66
6.3
Besluitvorming op basis van het risicoprofiel
Bij de besluitvorming over de vraag welke risico’s (bestuurlijke) aandacht behoeven spelen meerdere invalshoeken een rol. De uiteindelijke prioritering kan worden bepaald door een mix van: Hoge impact en hoge waarschijnlijkheid van risico’s; Wanverhouding risiconiveau en capaciteitsniveau basisvereisten; Groot bestuurlijk afbreukrisico (bijvoorbeeld bij lage waarschijnlijkheid maar grote impact wanneer een incident toch optreedt); Hoog beleidsrendement (relatief geringe inspanning die veel positieve spin off geeft); Beïnvloedingsmogelijkheden van de risico’s; Voldoen aan landelijke doelstellingen en afspraken; Lokale speerpunten. Het regionaal risicoprofiel zal dienen als onderbouwing van het beleid van Veiligheidsregio Zeeland. Zienswijzen van gemeenteraden en adviseurs zullen hierin mede bepalend zijn. (zie hiervoor ook de behandeling van de zienswijzen als onderdeel van het besluit van het Algemeen Bestuur).
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
67
Bijlage 1: overzicht tabellen en figuren Tabellen Tabel 1: kerngegevens Zeeland, bronnen: Staat van Zeeland 2017, CBS en risicokaart 2018 .............. 11 Tabel 2: scenariokeuze maatschappelijk thema Natuurlijke omgeving ................................................ 19 Tabel 3: scenariokeuze maatschappelijk thema Gebouwde omgeving ................................................ 22 Tabel 4: risicobronnen gevaarlijke stoffen ............................................................................................ 24 Tabel 5: scenariokeuze maatschappelijk thema technologische omgeving ......................................... 30 Tabel 6: scenariokeuze maatschappelijk thema vitale infrastructuur .................................................. 37 Tabel 7: scenariokeuze maatschappelijk thema verkeer en vervoer .................................................... 45 Tabel 8: scenariokeuze maatschappelijk thema gezondheid ................................................................ 49 Tabel 9: scenariokeuze maatschappelijk thema sociaal maatschappelijke omgeving.......................... 53 Tabel 10: overzicht impactcriteria (Handreiking Regionaal Risicoprofiel) ............................................ 56 Tabel 11: overzicht veiligheidsthema, crisistype, incidenttype en scenario .........................................
57 Tabel 12: legenda capaciteiten inventarisatie ...................................................................................... 59 Tabel 13: capaciteiten per crisistype en proces .................................................................................... 60 Figuren Figuur 1: samenhang tussen de risicoprofielen ...................................................................................... 5 Figuur 2: processtappen regionaal risicoprofiel volgens de landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel ............................................................................................................................................. 7 Figuur 3: natuurlijke aanwas en migratie in Zeeland, bron CBS ............................................................. 9 Figuur 4: aantal overnachtingen in Zeeland, bron kenniscentrum toerisme ........................................ 10 Figuur 5: bevolkingsprognose Provincie Zeeland .................................................................................. 10 Figuur 6: overzicht risicokaart 2019 ...................................................................................................... 11 Figuur 7: meerlaags veiligheid, bron STOWA 2019 ...............................................................................
12 Figuur 8: dijkvakken Zeeland, bron waterveiligheidsportaal 2019 ....................................................... 13 Figuur 9: RIN Zeeland 2018 ................................................................................................................... 15 Figuur 10: voorbeelden extreem weer; Bosatlas van de veiligheid 2017 ............................................. 16 Figuur 11: risico analyse: brandrisicoprofiel Zeeland 2018 ................................................................... 21 Figuur 12: Seveso bedrijven in en rond Zeeland binnen de 15 km contour (Verdrag van Helsinki, bron Crisisbeheersing 2019) .......................................................................................................................... 25 Figuur 13: A-objecten in Nederland en buurlanden (Centrum kernongevallenbestrijding Veiligheidsregio's 2014) ........................................................................................................................ 28 Figuur 14: geharmoniseerde preparatiezones, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 2018..... 29 Figuur 15: leidingnet water, bron Evides .............................................................................................. 32 Figuur 16: rioolwaterzuiveringsinstallaties en leidingen, Waterschap Scheldestromen ......................
33 Figuur 17: overzicht luchtvaartterreinen, Provincie Zeeland ................................................................ 39 Figuur 20: Vaccinatiegraad Bof, Mazelen en Rode Hond (BMR), bron RIVM ....................................... 46 Figuur 21: grote C evenementen in Zeeland, bron crisisbeheersing VRZ ............................................. 50 Figuur 22: veiligheidsregio Zeeland en zijn aangrenzende regio's ........................................................ 54 Figuur 23: risicodiagram regionaal risicoprofiel Zeeland ...................................................................... 58
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
68
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
69