CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Regionaal Risicoprofiel 2020-2023

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente HulstBij agendapunt: Zienswijze Werkingsduur Regionaal Risicoprofiel18.731 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 16: rioolwaterzuiveringsinstallaties en leidingen, Waterschap Scheldestromen

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inzameling van het huishoudelijk afvalwater en het rioleringsstelsel binnen hun gemeente. Het waterschap zorgt vervolgens voor het afvoeren en zuiveren van het water. Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

33

Aan de volgende risico’s kan worden gedacht:  Door de klimaatverandering valt er regelmatig meer regen in een kortere tijd. Het rioleringsstelsel in Nederland is hier niet op berekend. In combinatie met een toename van het aantal vierkante meter verhard oppervlak in bebouwd gebied, betekent dit dat het regenwater niet weg kan en blijft staan in de straten.  In bebouwd gebied wordt regenwater steeds vaker rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater. Door vervuiling van het regenwater spoelen kleine concentraties zware metalen mee.  Steeds meer mensen gebruiken medicijnen. Via de urine verdwijnen medicijnresten in het afvalwater. Onderzoekers hebben onder andere aangetoond dat hormoon bevattende medicijnenresten invloed hebben op het ecologische systeem.

Indicatoren Voor dit crisistype wordt het aantal inwoners in de regio als indicator gebruikt. Ook het aantal zuiveringsinrichtingen, rioolgemalen en kilometers persleidingen zijn indicatoren. Zeeland heeft 16 rioolwaterzuiveringsinrichtingen, 158 rioolgemalen en 533 kilometer aan persleidingen.12 Impact Verstoring van rioolwaterafvoeren en afvalwaterzuivering heeft vooral impact op het verslechteren van het oppervlaktewater. Ook zaken als verslechtering van het (water)milieu en gezondheidsrisico’s voor mens en dier zijn risico’s van een verstoring in de rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering. Toekomstverwachting De verwachting is dat door de klimaatverandering de plaatselijke overlast door lokale en hevige neerslag op termijn nog zal toenemen.

2.6.4 Verstoring telecommunicatie en ICT 

Uitval voorziening voor spraak- en datacommunicatie

Beschrijving Totale uitval van telecommunicatie heeft een groot effect op het openbare leven en het bedrijfsleven. Vele processen zullen bij een uitval tot stilstand komen. Storingen en uitval van het telefoonnetwerk kunnen (gedeeltelijk) worden verholpen door het plaatsen van hulpzenders. Dergelijke zenders worden ook bij grote evenementen gebruikt waar de waarschijnlijkheid van overbelasting groot is. ICT is een andere kwetsbare dienst die uit kan vallen. Dataverkeer en veel bedrijfsprocessen zijn gekoppeld aan ICT, waardoor het voor velen een groot probleem zal opleveren. Uitval van ICT kan worden opgevangen door gebruik te maken van fall-back procedures, back-up programma’s en door

12 Factsheet Zuiveringsbeheer Scheldestromen, 2015

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

34

bijvoorbeeld gebruik te maken van meerdere gelijkwaardige servers. Daarnaast behoren ook piketregelingen, gegarandeerde opkomsttijden, juiste contracten in DVO/SLA (dienstverleningsovereenkomst / service-level-agreement) tot mogelijke oplossingen. Cybercrime kan een aanleiding zijn tot uitval ICT. Iedereen kan ook te maken krijgen met cybercrime, omdat het digitale domein sterk is verweven binnen de samenleving. Cyberaanvallen kunnen hierdoor ook snel worden verspreid en de aard en omvang hiervan zijn moeilijk in te schatten. Indicatoren Voor dit crisistype wordt het aantal inwoners in de regio als indicator gebruikt. Impact Totale uitval van telecommunicatie en ICT heeft een groot effect op het openbare leven (denk hierbij ook aan het betalingsverkeer) en het bedrijfsleven. Vele processen zullen bij een uitval tot stilstand komen. Ook de alarmerings- en communicatiesystemen (P2000/C2000) en datasystemen van de hulpdiensten zijn afhankelijk van de landelijke netwerken. Een langdurige storing heeft een ontwrichting van de samenleving tot gevolg. Middels cybercrime kan er vertrouwelijke informatie worden gelekt en fysieke systemen worden platgelegd. Dit kan een behoorlijke impact op de samenleving hebben al naar gelang het soort systeem dat wordt geraakt.

Toekomstverwachting De ontwikkelingen op dit terrein gaan snel en de maatschappij wordt steeds meer afhankelijk van datacommunicatie. De continuïteit van de samenleving is een aspect dat daarbij een belangrijke rol speelt.

2.6.5 Verstoring afvalverwerking 

Uitval afvalverwerking

Beschrijving De uitval van afvalverwerking kan leiden tot een gevaar voor de volksgezondheid, omdat er een opeenhoping en verspreiding van afval in de openbare ruimten ontstaat. Dit zal met name in stedelijk gebied zijn. Indicatoren Voor dit crisistype wordt het aantal inwoners in de regio als indicator gebruikt. Impact De effecten van dit crisistype zullen in de eerste periode vooral overlast inhouden. Langdurige uitval kan leiden tot een toenemende kans op ongedierte en infectieziekten, al wordt een dergelijke uitval niet snel verwacht.

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

35

Toekomstverwachting Het ligt niet in de lijn der verwachting dat in de komende vier jaar grote veranderingen zullen plaatsvinden.

2.6.6 Verstoring voedselvoorziening 

Uitval distributie

Beschrijving Het verstoren van de vitale infrastructuur door het uitvallen van de voedselproductie/uitgifte in grote delen van het land, zou kunnen gebeuren door natuurrampen (extreem nat of extreem droog, extreem koud, extreem warm, overstroming, verzilting van het grondwater), door beregening van veldgewassen met besmet water, muizenplaag in graan of bijvoorbeeld door besmetting met vraatdieren zoals sprinkhanen en coloradokevers. Indicatoren Voor dit crisistype wordt het aantal inwoners in de regio als indicator gebruikt. Impact Elementen die bijdragen aan het zeker stellen van de voedselvoorziening, zoals voedselproductie en distributie, zijn in Nederland zo geografisch gespreid dat het risico van tekorten zeer klein is. Ook veel voedingsmiddelen kunnen in geval van nood vervangen worden door alternatieven. Een speciaal punt van aandacht hierbij is de samenhang tussen voedselvoorziening en voedselveiligheid. De kwetsbaarheid van de voedselsector ligt vooral in onveilig voedsel dat door mogelijk veel mensen wordt gebruikt, waardoor ziekten kunnen ontstaan. Verder is de voedselvoorziening voor de continuïteit van andere vitale producten en diensten van groot belang. Uitval van de voedselvoorziening als zodanig dat deze tot crises leidt, kan optreden door een opzettelijke verstoring zoals een staking.

Dit incidenttype kan vooral in meer afgelegen gebieden verstoringen opleveren. Vooral minder zelfredzame personen kunnen hierdoor getroffen worden.

Toekomstverwachting Het ligt niet in de lijn der verwachting dat in de komende vier jaar grote veranderingen zullen plaatsvinden.

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

36

2.6.7 Scenariokeuze In onderstaande tabel wordt weergegeven voor welke crisis- en incidenttypen er een scenario uitgewerkt wordt. Een aantal incidenttypen zal niet nader uitgewerkt worden door een beperkte aanwezigheid van indicatoren of beperkte impact op de regio in verhouding tot andere incidenttypen.

Crisistype

Incidenttype

Scenario

Verstoring energievoorziening

Uitval olievoorzieningen

Nee, geen uitwerking

Uitval gasvoorzieningen

Ja, relevant

Uitval elektriciteitsvoorzieningen

Ja, relevant

Uitval drinkwatervoorzieningen

Ja, relevant

Problemen waterinname

Nee, geen uitwerking

Verontreiniging in het drinkwaternet

Ja, samengevoegd met uitval drinkwatervoorziening

Uitval rioleringssysteem

Ja relevant

Uitval afvalwaterzuivering

Nee, geen uitwerking

Verstoring telecommunicatie en ICT

Uitval voorzieningen voor spraaken datacommunicatie

Ja, relevant

Verstoring afvalverwerking

Uitval afvalverwerking

Nee, geen uitwerking

Verstoring voedselvoorziening

Uitval distributie

Nee, geen uitwerking

Verstoring drinkwatervoorziening

Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering

Tabel 6: scenariokeuze maatschappelijk thema vitale infrastructuur

2.7 Verkeer en vervoer Verkeer over land, water en door de lucht zijn in de hedendaagse maatschappij een veelvoorkomend en vanzelfsprekend fenomeen geworden. Een groot deel van de bevolking beschikt over eigen vervoer of maakt (in-)direct gebruik van tal van transportmogelijkheden zoals vrachtauto, schip of vliegtuig. In dit hoofdstuk wordt alleen ingezoomd op incidenten zonder aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Deze incidenttypen zijn reeds uitgewerkt in paragrafen 2.5.1 en 2.5.2 van dit risicoprofiel. Daarmee blijven er vier crisistypen over die in de volgende paragrafen zijn uitgewerkt.

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

37

2.7.1 Luchtvaartincidenten  

Incident bij start of landing op of rond een luchtvaartterrein; Incident vliegtoestel bij vliegshows.

Beschrijving Dit crisistype omvat grote luchtvaartongevallen, zowel met civiele als militaire toestellen en zowel met passagiers- als cargotoestellen. Indicatoren De belangrijkste indicatoren die gebruikt zijn bij dit incidenttype zijn het aantal vliegvelden, vliegbewegingen per luchthaven of militair terrein en het aantal vliegshows wat in de regio gehouden wordt. In Zeeland zijn vier luchthaventerreinen, dit zijn vliegveld Midden-Zeeland bij Arnemuiden, de zweefvliegvelden bij Axel en Haamstede en een veld voor ultra lichte vliegtuigen bij Sluis. Daarnaast zijn er helihavens bij de ziekenhuizen in Goes en Terneuzen. Tenslotte zijn er drie bedrijfsgebonden helihavens in Zierikzee (Prince Helicopters), Vlissingen (Naval Shipbuilding) en Westkapelle (Zuiderduin Beachhotel). Ook vinden er binnen Zeeland ballonvaarten plaats, deze kunnen starten en landen op andere plaatsen dan een luchthaventerrein. Eens in twee jaar vindt op en aan de Vlissingse boulevards het evenement Rescue Vlissingen plaats. Tijdens dit evenement vinden ook vliegdemonstraties plaats door onder meer helikopters en demonstratieteams met vliegtuigen. De omvang van deze demonstratieteams is 4 à 6 toestellen. De vliegbasis Woensdrecht valt binnen de straal van 15 km. van grensoverschrijdende risico’s.

De reden dat het effectgebied tot in Zeeland reikt, heeft te maken met aanvliegroutes (fly-overs) en typen vliegtuigen. Vanaf vliegbasis Woensdrecht vindt militair en burger vliegverkeer plaats. Impact De impact van een (groot) luchtvaartincident of crash is altijd groot. Een incident zal dan ook vrijwel altijd een effect hebben op de inzet en betrokkenheid van hulpdiensten uit Zeeland. De effecten lopen uiteen van persoonlijk letsel of overlijden tot schade aan gebouwen en omgeving.

Toekomstverwachting Provincie Zeeland heeft ingestemd met maximaal 400 extra helikoptervluchten vanaf Vliegveld Midden-Zeeland. Deze moeten wel vallen in het maximaal aantal vliegbewegingen van 46.558 stuks per jaar. Verwachting is dat het aantal helikoptervluchten in de toekomst nog verder zal toenemen, doordat Midden-Zeeland de helikopterhaven wordt ten behoeve van personeelsvervoer voor de windparken Borssele 1 en 2. 13 Dit houdt in dat helikopters met meerdere passagiers af- en aanvliegen. 13 https://www.omroepzeeland.nl/nieuws/104589/Helikoptervluchten-vanaf-Midden-Zeeland-zijn-opwarmertje-voor-detoekomst

38 Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

Tevens kan de komst van de marinierskazerne in Vlissingen zorgen voor extra militair helikopterverkeer ten behoeve van oefeningen. Ook drones vormen een ontwikkeling die risico’s in kunnen houden. Drones zijn een veelvoorkomend verschijnsel en kunnen ook door ‘amateurs’ worden gevlogen. Wanneer dit plaatsvindt in gebieden met ander luchtverkeer, behoort een botsing met mogelijk een crash als gevolg, tot de risico’s.

Figuur 17: overzicht luchtvaartterreinen, Provincie Zeeland

2.7.2   

Incidenten op het water

Incident waterrecreatie en pleziervaart; Incident beroepsvaart, anders dan met gevaarlijke stoffen; Incident op ruim water.

Beschrijving Deze incidenttypen omvatten ongevallen welke ontstaan zijn door het vervoeren van passagiers en lading en de grootschalige recreatie op het water. De risico’s op deze ongevallen vloeien voort uit het intensieve gebruik van de Zeeuwse wateren. Binnen Zeeland vindt veel recreatief vaarverkeer plaats, naast de populaire sporten zoals (kite)surfen en kanoën. Daarnaast vormt het Deltawaterengebied de internationale toegangsroute naar de havens van Antwerpen en North Seaport (Sloegebied, Terneuzen en Gent) en is Zeeland gelegen aan de Noordzee met haar drukke vaarroutes richting onder meer Rotterdam. Naast watersport en vrachtvervoer vaart er een fiets-voetveer tussen Vlissingen en Breskens. Het veer vervoert jaarlijks zo'n 700.000 reizigers. Tenslotte zijn er in de zomermaanden nog enkele pontjes in de vaart.

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

39

Indicatoren De indicatoren voor deze incidenttypen zijn het aantal scheepvaartpassages. Ook wordt het aantal scheepsvaartincidenten in heel Nederland bijgehouden door Rijkswaterstaat. Dit is mede een indicator voor deze incidenttypen. Impact De impact van een incident op het water wordt medebepaald door de bereikbaarheid en tijd die hulpdiensten nodig hebben om de plaats van het incident te bereiken. De samenwerking met andere organisaties als Rijkswaterstaat, KNRM en Kustwacht maakt dat incidenten vaak ook complex zijn wat betreft de inzet van de hulpdiensten. Binnen Zeeland is de samenwerking bij incidenten op het water geregeld in het Incidentbestrijdingsplan Deltawateren. Hierin zijn de rolverdeling en procedures in samenspraak met alle betroken partners vastgelegd. Toekomstverwachting Een toekomstige ontwikkeling die aandacht vraagt, is de aanleg van een grotere nieuwe sluis in Terneuzen die een verbeterde toegang tot het havengebied van Gent zal genereren, waardoor de intensiteit van scheepsvaart op dit traject naar verwachting zal toenemen. Een andere relevante ontwikkeling is de Seine-Scheldeverbinding. Dit nieuwe kanaal verbindt straks de belangrijke vaarwegen van de rivieren de Schelde en de Seine met elkaar. Daardoor kunnen grote binnenvaartschepen vanaf de Westerschelde rechtstreeks doorvaren naar Parijs.

Ook dit zal leiden tot een toename van het scheepvaartverkeer. 14 Daarnaast is in de afgelopen jaren cruisevaart een nieuwe trend. In december 2015 kondigde de Stichting Cruisevaart Zeeland aan dat zij het aantal riviercruiseschepen dat Zeeland aandoet, wil verdubbelen van 270 naar 450 per jaar. In 2018 is de Dutch Delta Cruise Port opgericht met als doel meer cruiseschepen naar Zeeland te lokken.15 Voor zeecruiseschepen is het streven om het aantal dat in 2020 in Vlissingen aanmeert op 20 te krijgen.16 Door de toegenomen drukte op rivieren zoals de Rijn en de Donau wijken cruiseschepen uit naar de Deltawateren. De onbekendheid met dit gebied en de grotere afstand naar de oevers houden risico’s in. Scenario’s die zich voor kunnen doen zijn (bijna) aanvaringen met veel glasschade en mogelijk zinken tot gevolg, strandingen, brand aan boord, ziekte aan boord, ordeverstoring en grootschalige ontscheping van (minder valide) opvarenden in een korte tijd. Risicofactoren voor de cruisevaart zijn strakke vaarschema’s, vermoeide bemanning, beperkte veiligheidsopleidingen en ervaring, een diversiteit aan nationaliteiten aan boord en beperkte aanwezigheid van medische voorzieningen en reddingsmiddelen. 17

14 https://www.omroepzeeland.nl/nieuws/107481/Frankrijk-trekt-portefeuille-voor-Seine-Scheldeverbindingvoorbereidingen-in-volle-gang 15 https://www.pzc.nl/zeeuws-nieuws/zeeland-lonkt-naar-riviercruises~ac664933 16 https://www.omroepzeeland.nl/nieuws/86783/Cruisevaart-in-Zeeland-kleine-speler-met-grote-ambities 17 Memo beschouwen en dilemmasessie riviercruisevaart (2019)

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

40

Figuur 18: scheepvaartbewegingen 2017, Rijkswaterstaat

Bovenstaande afbeelding geeft het aantal scheepvaartbewegingen in Zeeland weer in het jaar 2017. Uit deze kaart valt op te maken dat de Westerschelde, het Schelde-Rijn Kanaal en de route via de Krammersluizen, Oosterschelde en het Kanaal door Zuid-Beveland de drukst bevaren routes zijn. Hier zal het risico op een incident het grootst zijn. Met name omdat op deze wateren beroepsvaart en pleziervaart samen komen en scheepvaartverkeer elkaar vaak kruist. Sinds 2013 is er een licht stijgende trend te zien in het aantal significante scheepvaartongevallen met een piek in de jaren 2014 en 2015 van 11 ongevallen. In 2016 en 2017 is er een daling in het aantal ongevallen naar 8 respectievelijk 9 ten opzichte van de piekjaren 2014 en 2015. Verder blijkt dat de binnenvaart het vaakst betrokken is bij ongevallen in de periode 2013-2017.18

2.7.3 Verkeersincidenten op land  

Incident wegverkeer; Incident treinverkeer.

Beschrijving Deze incidenttypen betreffen verkeersongevallen van grotere omvang op de weg of op het spoor met mogelijk veel slachtoffers. Naast de autowegen en provinciale wegen loopt door Zeeland ook een autosnelweg, de rijksweg A58. Vrijwel parallel aan de A58 loopt de hoofdspoorlijn. Deze lijn wordt voor zowel transport van passagiers als voor transport van goederen gebruikt. Daarnaast start vlak voor 18

https://geoservices.rijkswaterstaat.nl/ext/Geocortex/Essentials/geoweb51/REST/security/signin?token_type=fragment&ap p=https%3A%2F%2Fgeoservices.rijkswaterstaat.nl%2Fext%2Fgeoweb51%2Findex.html%3Fviewer%3DScheepsongevallen

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

41

Arnemuiden de Sloelijn, een enkelsporige goederenspoorlijn naar de Sloehaven, en in ZeeuwsVlaanderen loopt een spoorlijn van Terneuzen naar Gent bestemd voor goederenvervoer. Tenslotte start bij Goes een museumspoorlijn door Zuid-Beveland.

Indicatoren De indicator voor dit crisistype is het aantal dodelijke ongevallen op de weg en het spoor. Impact Ongevallen op de weg met veel slachtoffers kunnen voorkomen bij ongevallen met bussen of touringcars. Daarnaast behoren ook ongevallen waarbij een groot aantal personenauto’s betrokken zijn, tot de risico’s. Dit werd in Zeeland aangetoond met het mistongeval in september 2014. Deze ongevallen kunnen op zowel gemeentelijke, provinciale als rijkswegen voorkomen. Al zal de impact op snelwegen het grootst zijn. Kenmerkend voor Zeeland is dat er naast de A58 maar een beperkt aantal alternatieve toegangswegen zijn. Een incident op de A58 kan ervoor zorgen dat de toegang tot Zeeland ontregeld raakt, ook voor hulpdiensten. Het risico op spoorwegongevallen is met name aanwezig bij een spoorwegovergang. Dat komt omdat het weg- en spoorverkeer steeds drukker worden. Een gevaar bij treinvervoer is een botsing of een ontsporing. Ten gevolge daarvan kan brand ontstaan. Bij passagierstreinen is de kans op slachtoffers groot. Daarbij kan er paniek ontstaan en zal er sprake zijn van veel materiële schade. Toekomstverwachting Het goederenvervoer per spoor neemt de komende jaren fors toe. Het gaat hierbij met name om langere goederentreinen (tot 750 meter). Daarnaast zijn er de alternatieve brandstoffen die kunnen leiden tot specifieke risico’s.

Hierbij valt te denken aan voertuigen op waterstof of elektrisch aangedreven voertuigen. Kenmerk van waterstof is dat dit al bij een zeer geringe ontstekingsenergie kan ontbranden. Bij lekkage of falen van de tank kunnen explosies en een fakkelbrand van 8 meter ontstaan.19 Risico’s van elektrisch aangedreven voertuigen zijn een zichzelf versterkende brand (thermal run away) en het vrijkomen van toxische stoffen uit de accu’s. 20 Volgens cijfers van het CBS schommelt het aantal verkeersdoden in Zeeland in de periode 2013 t/m 2017 rond de 20, met een uitschieter naar 33 in 2014. 21 In 2018 was er een lichte daling in het aantal verkeersdoden in Zeeland, namelijk 13 slachtoffers.22 Het aantal doden bij spoorongevallen schommelt sterk over de jaren heen. Wel blijkt uit het jaarverslag spoorveiligheid dat de meeste doden vallen onder overweggebruikers en onbevoegden op het spoor. Van de 12 doden in 2017 in Nederland waren er 6 overweggebruikers en 5 onbevoegden. Dit bevestigt dat de spoorwegovergangen een risicovolle plek zijn.23

19 https://www.ifv.nl/kennisplein/Documents/2019-Vexpansie-Brandveiligheid-van-parkeergarages-en-duurzamebrandstoffen.pdf 20 https://www.ifv.nl/kennisplein/Documents/2019-Vexpansie-Brandveiligheid-van-parkeergarages-en-duurzamebrandstoffen.pdf 21 https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/71426ned/table?ts=1532682770432 22 https://www.via.software/Statistics/Accident#table 23 Inspectie Leefomgeving en Transport (2018), Veiligheid op het Spoor, Jaarverslag 2017

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

42

Figuur 19: verkeersstromenkaart 2017, Provincie Zeeland

Bovenstaande kaart geeft de verkeersintensiteit op de wegen in Zeeland weer. Hierop is te zien dat het meest intensieve verkeer plaatsvindt op de snelweg A58. Ook op de diverse provinciale wegen is sprake van relatief veel verkeer. Onder meer op de N59 in Schouwen-Duiveland, de N57 op Walcheren, de N256 bij Goes en de N62 in Zeeuws-Vlaanderen. Volgens de cijfers van het CBS was de verkeersintensiteit op de A58 in Zeeland in de periode 2013 t/m 2015 tussen de 949 en 955 voertuigen per uur. In 2017 steeg dit aantal naar 995 voertuigen per uur. Dit duidt op een toenemende verkeersintensiteit op de A58. 24

2.7.4   

Incidenten in tunnels Incident in treintunnel en ondergronds station; Incident in wegtunnel; Incident in tram- en metrotunnel en ondergronds station.

Beschrijving Dit crisistype omvat vervoersincidenten in tunnels (langer dan 250 meter), met name incidenten waarbij brand ontstaat of sprake is van gevaarlijke stoffen. De effecten van incidenten in tunnels kunnen sterk vergroot worden door het ontstaan van brand. De snelle hittetoename en met name de sterke rookontwikkeling maken het moeilijk gebruik te maken van de beperkte beschikbare vluchtmogelijkheden. Het is, met name bij de incidenten in tunnels voor autoverkeer, denkbaar dat hierbij uiterst brandbare of giftige stoffen betrokken zijn. Dit kan de effecten verder vergroten.

24 https://statline.cbs.nl/Statweb/publication

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

43

Indicatoren Als indicator wordt gehanteerd dat een tunnel minimaal 250 meter volledig overdekt moet zijn. Dit is een landelijke definitie die bepaalt of een bouwwerk wel of geen tunnel is. In Zeeland bevinden zich drie wegtunnels die langer zijn dan 250 meter. Het gaat om de volgende tunnels:   

Westerscheldetunnel (6.600 meter) op het grondgebied van de gemeenten Borsele en Terneuzen. Vlaketunnel (774 m) in de gemeente Kapelle en Reimerswaal. Sluiskiltunnel (1.145 meter) in de gemeente Terneuzen.

Deze drie tunnels bestaan uit twee aparte tunnelbuizen met elk twee rijstroken. Jaarlijks gebeuren er enkele ongevallen in de tunnels. Hierbij gaat het om verkeersongevallen waarbij één of enkele voertuigen bij zijn betrokken. Grote ongevallen met veel slachtoffers hebben zich nog niet voorgedaan in de tunnels. Uit de jaarverslagen van de Westerscheldetunnel blijkt ook dat het merendeel van de ongevallen niet in de tunnel zelf plaatsvindt, maar op het tracé ervoor of erna. Incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse stations Trein-, tram-, en metrotunnels en ondergrondse stations komen in Zeeland niet voor. Toekomstverwachting Er zijn voor de komende jaren geen (nieuwe) tunnels gepland in de regio.

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

44

2.7.5 Scenariokeuze In onderstaande tabel wordt weergegeven voor welke crisis- en incidenttypen er een scenario uitgewerkt wordt. Een aantal incidenttypen zal niet nader uitgewerkt worden door een beperkte aanwezigheid van indicatoren of beperkte impact op de regio in verhouding tot andere incidenttypen. Crisistype

Incidenttype

Scenario

Luchtvaartincidenten

Incident bij start of landing op of om een luchtvaartterrein

Ja, relevant i.v.m. toenemend vliegverkeer vanaf MiddenZeeland (toename helikoptervervoer van en naar windparken).

Incident vliegtoestel bij vliegshows

Ja, relevant. Samen met luchtvaartterrein.

Incident waterrecreatie en pleziervaart

Ja, zeer relevant in zomermaanden. Samen uitwerken met beroepsvaart.

Incident beroepsvaart (anders dan met gevaarlijke stoffen)

Ja, relevant. Samen uitwerken met pleziervaart.

Incident op ruim water

Ja, relevant i.v.m. nabijheid scheepvaartroutes op Noordzee.

Incident wegverkeer

Ja, relevant

Incident treinverkeer

Ja, relevant

Incident treintunnels en ondergrondse stations

Nee, niet aanwezig

Incident in wegtunnels

Ja, relevant i.v.m. Westerscheldetunnel, Sluiskiltunnel en Vlaketunnel.

Incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse stations

Nee, niet aanwezig

Incidenten op of onder water

Verkeersincidenten op land

Incidenten in tunnels

Tabel 7: scenariokeuze maatschappelijk thema verkeer en vervoer

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

45

2.8 Gezondheid De gezondheid van de samenleving is een belangrijk goed. Dit kan echter op verschillende manieren gevaar lopen. Factoren als de mate waarin mensen zijn ingeënt en de grootte van de veestapel zijn van toepassing op dit thema.

2.8.1

Bedreiging volksgezondheid     

Besmettingsgevaar via contactmedia; Feitelijke grootschalige besmetting (nog) zonder ziekteverschijnselen; Besmettelijkheidgevaar vanuit het buitenland; Besmettelijkheidgevaar in eigen regio; Dierziekte overdraagbaar op mens.

Beschrijving Binnen dit crisistype gaat het om plotselinge gebeurtenissen, inzichten in of vermoedens over een directe bedreiging van de gezondheid van een grote groep personen, echter (nog) zonder (veel) ziektegevallen. Problemen van deze aard kunnen ontstaan door een concreet ongeval of gebeurtenis, waardoor een blootstelling plaatsvindt, die schadelijk is voor de gezondheid (op lange termijn). Indicatoren Binnen deze incidenttypen kan het gaan om tal van verschillende oorzaken van een uiteenlopend karakter. Voor Zeeland zijn een aantal relevante indicatoren te benoemen. Een eerste indicator is de aanwezigheid van personen die niet gevaccineerd zijn tegen besmettelijke ziekten. In de provincie Zeeland wonen relatief veel mensen die zich uit (religieuze) overwegingen niet preventief laten vaccineren, wat zich vertaalt in een lage vaccinatiegraad.

Figuur 18: Vaccinatiegraad Bof, Mazelen en Rode Hond (BMR), bron RIVM

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

46

Bovenstaande figuur geeft de vaccinatiegraad weer tegen Bof, Mazelen en Rode Hond (BMR). Te zien is dat in Zeeland een relatief groot aantal gemeenten een vaccinatiepercentage tussen de 80 en 90% en lager dan 80% heeft. Zeeland zit hierbij onder het landelijke gemiddelde en onder het veilige niveau van 95%. 25 Hiermee is het risico op een uitbraak van een besmettelijke ziekte groter dan in regio’s met een hogere vaccinatiegraad. Een tweede indicator betreft de omvang van de veestapel in Zeeland, dit gelet op de uitbraak van dierziektes. Opvallend is dat in de periode 2012 – 2018 het aantal geiten sterk is gestegen, van 751 naar 3.867. Dit is een risicofactor voor de uitbraak van Q-koorts. Q-koorts is een ziekte die overdraagbaar is van dieren op mensen. Al lijkt dit risico relatief laag te zijn. Daarnaast zijn er ruim 1.8 miljoen kippen in Zeeland, wat een relevante indicator is voor het risico op vogelgriep. Bij vogelgriep kan overdracht tussen dier en mens optreden, echter niet primair van mens tot mens. Wel kan het vogelgriep virus zich ontwikkelen tot een variant die wel van mens tot mens kan overgaan, zoals bij de Influenza A (H1N1) het geval is.

Dat vogelgriep een reëel risico is, bleek in oktober 2017 toen op een boerderij in Sint-Philipsland vogelgriep werd geconstateerd, waarbij alle 41.500 kippen werden geruimd.26 Zeehavens vormen een extra risico op besmettelijkheidgevaar vanuit het buitenland. In Zeeland kunnen de havens van North Sea Port een risicofactor vormen, met name in tijden wanneer sprake is van de dreiging van een wereldwijd virus, zoals in 2014 met het ebolavirus. Impact Ook belangrijk bij deze incidenttypen is de maatschappelijke onrust die kan ontstaan bij berichtgeving over dergelijke incidenten. Dierziekten kunnen in Zeeland gevolgen hebben voor het dagelijks leven, ook wanneer er geen sprake is van dier op mens of mens op mens besmetting. Verspreiding of verplaatsing van de dierziekten kunnen leiden tot een verstoring van het dagelijks leven. Dit kan zich uiten in het afsluiten van wegen of gebieden voor (gemotoriseerd) vervoer en vervoersverboden. Toekomstverwachting Het ligt niet in de lijn van verwachting dat er grote veranderingen plaatsvinden op het gebied van bedreiging van de volksgezondheid.

2.8.2 Ziektegolf  

Ziektegolf besmettelijke ziekte; Ziektegolf niet besmettelijke ziekte.

Beschrijving Dit crisistype betreft een feitelijke golf van gezondheidsklachten met initieel soms een onbekende oorzaak, bijvoorbeeld een ziekteverwekker die een grootschalige epidemie teweegbrengt, zoals bij een

25 https://www.omroepzeeland.nl/nieuws/107763/Verplichten-van-vaccinaties-voor-het-eerst-bespreekbaar-in-Den-Haag 26 https://www.omroepzeeland.nl/nieuws/101414/Ruiming-van-41-500-kippen-in-Sint-Philipsland

47 Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

grieppandemie. Ook laat ontdekte oorzaken van het crisistype “Bedreiging Volksgezondheid” vallen hieronder. Indicatoren 'Ziektegolf besmettelijke ziekte' omvat ziekten die van mens op mens of van dier op mens overdraagbaar zijn. De indicatoren komen dus overeen met die van de incidenttypen onder ‘bedreiging volksgezondheid’. Opgemerkt moet worden dat het bij dit incidenttype gaat om grootschalige pandemieën die anders zijn dan het jaarlijks terugkerende griepseizoen. Deze wordt immers veroorzaakt door virussen die al eerder onder mensen circuleerden. ‘Ziektegolf niet besmettelijke ziekte’ omvat ziektes die ontstaan door bacteriën die niet afkomstig zijn van mensen of dieren, maar bijvoorbeeld van stilstaand water, zoals de legionellabacterie. Met name in zwembaden is dit een risico. Volgens de Atlas infectiemonitor van het RIVM is er in Zeeland een stijgende lijn in het aantal longontstekingen als gevolg van een legionellabesmetting (de zogeheten veteranenziekte). In 2015 waren dit nog 1,8 gevallen per 100.000 inwoners, in 2018 waren er 3,1 ziektegevallen per 100.000 inwoners.27 Dit heeft echter niet geleid tot een grote ziektegolf. Impact Door een ziektegolf worden niet alleen burgers en bedrijfsleven getroffen, maar ook de continuïteit van overheid en hulpdiensten komt onder druk te staan.

In combinatie met een schaarste aan vaccins en antivirale middelen kan dit leiden tot grote sociale onrust. De sociale onrust en maatschappelijke ontwrichting zijn afhankelijk van de virulentie van het virus, het percentage zieken, de mortaliteit, vaccinatie en behandelmogelijkheden. Volgens de scenarioberekening zal een ernstige pandemie zonder antivirale middelen landelijk leiden tot ca. 5 miljoen zieken (30% van de bevolking), ca. 80.000 doden (0,47% van de bevolking). Patiënten zullen 1 tot 2 weken thuis zijn en de griepgolf zal ongeveer 10 weken duren.28 Toekomstverwachting De komende jaren zijn er geen concrete aanwijzingen voor een ziektegolf in Zeeland. Indien er een ziekte uitbreekt, is Zeeland wel kwetsbaar. Dit gelet op de relatief lage bereidheid om te vaccineren onder de Zeeuwse bevolking. Tevens ziet men landelijk een dalend percentage van het aantal personen dat de griepprik haalt. Van de mensen met een hoog risico op griep haalde in 2017 slechts 50% een prik. In 2008 was dit nog 72%. 29

27 https://www.atlasinfectieziekten.nl/legionella 28 http://www.bzwmasterclassveiligheid.nl/Bedrijveninfo%20grieppandemie/300000206%20bijlage_4_Scenario%27s_Grieppandemiepdf.pdf 29 https://www.nivel.nl/nl/nieuws/steeds-minder-mensen-halen-de-griepprik-0

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

48

2.8.3 Scenariokeuze In onderstaande tabel wordt weergegeven voor welke crisis- en incidenttypen er een scenario uitgewerkt wordt. Een aantal incidenttypen zal niet nader uitgewerkt worden door een beperkte aanwezigheid van indicatoren of beperkte impact op de regio in verhouding tot de andere incidenttypen. Crisistype

Incidenttype

Scenario

Bedreiging volksgezondheid

Besmettingsgevaar via contactmedia

Geen uitwerking

Feitelijke grootschalige besmetting (nog) zonder ziekteverschijnselen

Ja, relevant

Besmettelijkheidgevaar vanuit het buitenland Besmettelijkheidgevaar in de eigen regio Dierziekten overdraagbaar op mens

Geen uitwerking

Ziektegolf besmettelijke ziekte

Ja, relevant

Ziektegolf niet besmettelijke ziekte

Geen uitwerking

Ziektegolf

Ja, relevant Ja, relevant

Tabel 8: scenariokeuze maatschappelijk thema gezondheid

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

49

2.9

Sociaal-maatschappelijke omgeving Nederland heeft een hoge bevolkingsdichtheid. Veel mensen op een klein oppervlakte of een relatief kleine ruimte, kan leiden tot ernstige incidenten. Zeeland zelf is niet heel dicht bevolkt, maar kent zeker evenementen en festiviteiten en dergelijke waar veel mensen samenkomen. In dit hoofdstuk komen de vier crisistypen aan bod die van toepassing zijn in Zeeland.

2.9.1 

Paniek in menigten Paniek tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties.

Beschrijving Dit crisistype heeft te maken met de verdrukkingen in menigten als gevolg van blind enthousiasme, massale paniek en vluchtgedrag ten tijde van festiviteiten, concerten en demonstraties. Indicatoren Bij dit incidenttype is er geen indicator die adequaat gebruikt kan worden. Door de politie wordt in de crowdmanagement gebruik gemaakt van twee personen per vierkante meter. Ook kan er worden gekeken naar het aantal grote evenementen die in Zeeland jaarlijks worden georganiseerd. De meeste evenementen in Zeeland vallen in de A- en B-klasse evenementen. De grote C-klasse evenementen zijn evenementen met meer dan 5000 deelnemers. In Zeeland hebben we jaarlijks circa tien van dergelijke C-evenementen. In onderstaande kaart zijn deze grote evenementen weergegeven.

Figuur 19: grote C evenementen in Zeeland, bron crisisbeheersing VRZ

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

50

Impact Impact bij dit incidenttype zal voornamelijk bestaan uit mensen die letsel oplopen door verdrukkingen. Toekomstverwachting Concrete aanwijzingen voor veranderingen op dit gebied zijn er niet.

2.9.2 Verstoring openbare orde  

Rellen rondom demonstraties en andere manifestaties; Maatschappelijke onrust en buurtrellen.

Beschrijving De openbare orde kan worden verstoord tijdens demonstraties (b.v. bij nucleaire transporten), uitgaan, evenementen, kermis, markt of braderieën. Indicatoren De bevolkingsdichtheid, ofwel de mate van 'stedelijkheid', is een belangrijke indicator voor de mogelijke omvang van ordeverstoringen met een meer politiek karakter. In steden als Terneuzen, Vlissingen, Middelburg en Goes is de bevolkingsdichtheid in Zeeland het grootst. Impact Er wordt niet verwacht dat een verstoring van de openbare orde zal leiden tot een ontwrichting van de samenleving. Vele maatregelen, regels en vele toezichthouders werken preventief op openbare orde en op veiligheid in de regio. Toekomstverwachting Er zijn geen aanwijzingen dat er grote veranderingen worden verwacht ten opzichte van verstoringen van de openbare orde.

2.9.3 Terrorisme/ ernstige criminaliteit    

Aanslag op vitale infrastructuur; 30 Aanslag op plaatsen waar veel mensen bijeenkomen; Gijzeling/ kaping; Persoon verward gedrag.

30 Terrorisme kan direct worden gericht op het doel (middel) om de maatschappelijke gang van zaken te ontwrichten, door de vitale infrastructuur te treffen. De terroristische aanslag heeft dan een keten van gevolgen. (bijv. aanslag op gas, water, elektra, belangrijke verkeersader, treinstation, communicatiezenders/ontvangers/telescopen, infrastructuur voor ICT, etc.)

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

51

Beschrijving In aanvulling op de landelijke handreiking regionaal risicoprofiel is gekozen om in Zeeland het crisistype terrorisme/ernstige criminaliteit extra op te nemen in het risicoprofiel. Dit wordt ten eerste gedaan om dit crisistype onder de aandacht te brengen/ te houden in Zeeland. Ten tweede speelt mee dat, door dit soort incidenten te (be)noemen, een gedegen afweging gemaakt kan worden of het wel/ niet/ minder relevant is voor de veiligheidsregio. Impact Door toedoen van een aanslag vallen in Zeeland doden of gewonden, ontstaat schade aan gebouwen of andere vitale objecten en ontstaat een ontwrichting van de dagelijkse gang van zaken. Ook incidenten als een gijzeling/kaping zullen een ontwrichting teweeg brengen. Er wordt altijd een doel (target) gekozen waarmee zoveel mogelijk aandacht wordt gegenereerd voor de zaak, welke de plegers nastreven (tegen regering; specifieke maatschappelijke toestanden; gevestigde maatschappelijke orde ontwrichten; internationale motieven; dierenwelzijn; religie etc.). Indicatoren en Toekomstverwachting Er zijn momenteel geen goede indicatoren en toekomstverwachtingen te geven op regionale schaal. Landelijk wordt door de NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid) een Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) opgesteld. Dit beeld is onderverdeeld in een aantal niveaus: 1. 2. 3. 4. 5.

Terroristische dreiging is minimaal Terroristische dreiging is beperkt Terroristische dreiging is aanzienlijk Terroristische dreiging is substantieel Terroristische dreiging is kritiek

2.9.4 Persoon verward gedrag 

Persoon verward gedrag

Beschrijving Eveneens in aanvulling op de landelijke handreiking regionaal risicoprofiel is gekozen om in Zeeland het crisistype persoon verward gedrag op te nemen in het risicoprofiel. Dit crisistype krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht binnen onze regio. In de laatste jaren hebben zich in Zeeland maar ook landelijk een aantal (grote) incidenten voorgedaan waar personen zichzelf of anderen wat aan wilden doen en daarmee een direct gevaar vormden voor hun omgeving.

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

52

Impact De ervaring leert dat dergelijke incidenten grote impact hebben op zowel de directe als de indirecte omgeving. Incidenten die in het (recente) verleden gezorgd hebben voor de meeste impact zijn incidenten waarbij mensen moedwillig de gaskraan open zetten in huis en daarmee (bijna) een explosie veroorzaken. Daarnaast raakt het thema verschillende andere incidenttypen en scenario’s zoals brand of explosie in een kwetsbaar object. Tevens leidt een dergelijk incident mogelijk tot maatschappelijke onrust in (delen van) de regio. Indicatoren en Toekomstverwachting Er zijn momenteel geen goede indicatoren en toekomstverwachtingen te geven op regionale schaal.

2.9.5 Scenariokeuze In onderstaande tabel wordt weergegeven voor welke crisis- en incidenttypen er een scenario uitgewerkt wordt. Een aantal incidenttypen zal niet nader uitgewerkt worden door een beperkte aanwezigheid van indicatoren of beperkte impact op de regio in verhouding tot de andere incidenttypen. Crisistype

Incidenttype

Scenario

Paniek in menigten

Paniek tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties

Ja, relevant gezien het aantal grote evenementen in de provincie.

Verstoring openbare orde

Rel rondom demonstraties en andere manifestaties

Ja, relevant

Gewelddadigheden rondom voetbalwedstrijden

Nee, niet aanwezig

Maatschappelijke onrust en buurtrellen

Ja, relevant

Aanslag op vitale infrastructuur

Nee, geen specifieke uitwerking voor Zeeland

Aanslag op plaatsen waar veel mensen bijeenkomen

Ja, relevant. Uitwerking in combinatie met persoon verward gedrag

Gijzeling/ kaping

Nee, geen uitwerking

Maatschappelijke onrust

Ja, relevant

Terrorisme/ ernstige criminaliteit

Persoon verward gedrag

Tabel 9: scenariokeuze maatschappelijk thema sociaal maatschappelijke omgeving

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

53

3

Buurregio’s

De handreiking van het regionaal risicoprofiel schrijft voor dat bovenregionale risico’s tot 15 kilometer over de regiogrens geïnventariseerd worden. Het betreft hier risicobronnen die een direct effect kunnen hebben op Veiligheidsregio Zeeland, bijvoorbeeld een gifwolk. Onderstaand worden de risicobronnen in de aangrenzende veiligheidsregio’s en Vlaamse provincies besproken. Dit gebaseerd op basis van informatie uit de professionele risicokaart.

Figuur 20: veiligheidsregio Zeeland en zijn aangrenzende regio's

3.1

Veiligheidsregio Midden- en West Brabant

Aan de oostzijde grenst Zeeland aan veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (regio 20). Relevante risicobronnen in deze regio betreffen vliegbasis Woensdrecht en enkele BRZO-bedrijven in Bergen op Zoom. Vliegverkeer van en naar vliegbasis Woensdrecht vliegt vaak over Zeeland heen, met de kans op een crash op Zeeuws grondgebied als gevolg. BRZO-inrichtingen zijn bedrijven met een grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen die specifieke maatregelen moeten nemen om zware ongevallen te voorkomen. Ongevallen bij deze bedrijven kunnen resulteren in (grote) effecten voor de omgeving. Tevens lopen enkele transportroutes voor gevaarlijke stoffen zowel door Zeeland als Midden- en WestBrabant. Dit zijn de snelweg A58, de spoorlijn Roosendaal-Vlissingen en het Schelde Rijn-kanaal. Een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op deze routes nabij de regiogrens kan eveneens aanzienlijke effecten hebben voor Zeeland. Tevens zijn buisleidingen een vorm van transport van gevaarlijke stoffen die vanuit Midden- en West-Brabant Zeeland binnenkomen. Ook is een deel van de buisleidingen onderdeel van de buisleidingenstraat. Dit is een tracé van 73 km dat de industriecomplexen van Rotterdam, Moerdijk, Vlissingen en Antwerpen met elkaar verbindt. 31 Dit tracé loopt vanuit Rotterdam naar Antwerpen en loopt ook een stukje door Zeeland.

31 https://www.lsned.nl/

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

54

3.2

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

In het noorden grenst Zeeland aan veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (regio 17). Binnen deze regio bevinden zich binnen de 15 kilometer grens twee BRZO-bedrijven op het eiland Goeree-Overflakkee. Verder lopen de provinciale wegen N57 en N59 waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt door Zeeland en Rotterdam-Rijnmond. Evenals de reeds benoemde buisleidingenstraat.

3.3

Vlaamse provincies

Zeeland grenst aan de Vlaamse provincies Antwerpen, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen. In de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen bevinden zich gebieden met een concentratie Sevesobedrijven. Dit zijn, net als de BRZO-bedrijven, inrichtingen met een grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen. In Oost-Vlaanderen betreft dit bedrijven in de Kanaalzone van Gent naar Terneuzen. In Antwerpen het Antwerpse havengebied. In de provincie West-Vlaanderen bevinden zich enkele Seveso-bedrijven in Brugge en Zeebrugge. Tevens is de kerncentrale Doel in de provincie OostVlaanderen een belangrijke risicobron van buiten de regiogrens. Nucleaire straling en besmetting die vrijkomt bij een ongeval kan immers effect hebben op een groot gebied. De Westerschelde, het kanaal Gent-Terneuzen en het Schelde Rijn-kanaal zijn vaarroutes voor het transport van gevaarlijke stoffen die zowel door Vlaanderen als Nederland lopen. Ongevallen op deze routes kunnen grensoverschrijdende effecten hebben.

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

55

4

Risicoanalyse

4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de uitkomsten van de risicoanalyse samengevat. De exacte uitwerking van de in het vorige hoofdstuk benoemde crisis- en incidenttypen (scenario’s) is terug te vinden in de bijlagen die digitaal beschikbaar zijn. Aan de hand van de scenario’s beoordeeld de werkgroep op impactcriteria zoals weergegeven in onderstaande tabel. De waarschijnlijkheid van het in dit risicoprofiel omschreven scenario is gescoord van ‘zeer onwaarschijnlijk’ tot ‘zeer waarschijnlijk’. Vitale belangen

Impactcriteria

1.

Territoriale veiligheid

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

2.

Fysieke veiligheid

2.1 Doden 2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

3.

Economische veiligheid

3.1 Kosten

4.

Ecologische veiligheid

4.1 Langdurige aantasting van het milieu en natuur (flora en fauna)

5.

Sociaal en politieke stabiliteit

5.1 Verstoring van het dagelijks leven 5.2 Aantasting van positie lokale en regionale bestuur 5.3 Sociaal psychologische impact

6. Veiligheid van cultureel erfgoed 6.1 Aantasting van cultureel erfgoed Tabel 10: overzicht impactcriteria (Handreiking Regionaal Risicoprofiel)

4.2

Scenario’s

Voor het regionaal risicoprofiel is in samenspraak met de desbetreffende partners gekozen om de volgende 41 scenario’s uit te werken en te scoren op impact en waarschijnlijkheid. Maatschappelijk thema Natuurlijke omgeving

Crisistype

Incidenttype

Scenario en aanduiding in diagram

Overstromingen Natuurbranden Extreme weersomstandigheden

Overstroming vanuit zee Heide, veen- en duinbrand Extreme koude, sneeuw en ijzel Extreme hitte en eventuele smog Windhozen of zware storm Ziektegolf

Overstroming vanuit zee(armen) Natuurbrand Koudegolf Hittegolf Storm Dierziekte

Brand in gebouw met niet zelfredzame personen Brand in gebouw met een grootschalige publieksfunctie Brand in dichte binnensteden Instorting door explosie

Brand verzorgingstehuis

Incident vervoer weg Incident vervoer water Incident spoorvervoer Incident transport buisleidingen Incident stationaire inrichting Incident vervoer weg Incident vervoer water

Brand voertuig Brand schip Brand trein Brand buisleiding Brand in BRZO Gifwolk voertuig Gifwolk schip

Dierziekten

Gebouwde omgeving

Branden in kwetsbare objecten

Instorting in grote gebouwen en kunstwerken

Technologische omgeving

Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht

Incidenten met giftige stof in open lucht

Brand gebouw met publiek Brand binnenstad Instorting gebouw

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

56

Maatschappelijk thema

Crisistype

Stralingsincidenten

Vitale infrastructuur

Verstoring energievoorziening Verstoring drinkwatervoorziening Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering Verstoring telecommunicatie/ICT

Verkeer en vervoer

Luchtvaartincidenten Incidenten op het water Verkeersincidenten op land Incidenten in tunnels

Gezondheid

Bedreiging volksgezondheid

Ziektegolf

Incidenttype

Scenario en aanduiding in diagram

Incident spoorvervoer Incident stationaire inrichting Incident A-objecten: centrale Incident B-objecten: vervoer grote eenheden radioactief materiaal Incident B-objecten: gebruik nucleaire materialen

Gifwolk trein Gifwolk BRZO Incident kerncentrale Incident vervoer radioactief materiaal Incident radioactieve bron

Uitval gasvoorziening Uitval elektriciteitsvoorziening Uitval drinkwatervoorziening

Uitval gas Uitval elektriciteit Uitval drinkwater

Uitval rioleringssysteem

Uitval riolering

Uitval voorzieningen voor spraaken datacommunicatie

Uitval spraak/data

Incident bij start of landing op of om een luchthaven Incident waterrecreatie en pleziervaart Incident beroepsvaart Incident wegververkeer Incident treinverkeer Incident in wegtunnels

Ongeval helikopter

Feitelijke grootschalige besmetting (nog) zonder ziekteverschijnselen Besmettelijkheidgevaar in eigen regio Dierziekten overdraagbaar op mens Ziektegolf besmettelijke ziekte

Asbestbrand

Paniek tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties Verstoring openbare Rel rondom demonstraties en orde andere manifestaties Maatschappelijke onrust en buurtrellen Terrorisme/ernstige Aanslag op plaatsen waar veel criminaliteit mensen bijeenkomen Tabel 11: overzicht veiligheidsthema, crisistype, incidenttype en scenario

Sociaal maatschappelijke omgeving

Paniek in menigten

Aanvaring cruiseschip Stranding containerschip Kettingbotsing Treinongeluk Ongeval tunnel

Uitbraak mazelen Uitbraak Q-koorts Grieppandemie Paniek bij evenement Rellen menigten Maatschappelijke onrust Terreur aanslag

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

57

4.3

Risicodiagram

De geselecteerde crisisscenario’s zijn tijdens expertsessies nader geanalyseerd en beoordeeld op impact en waarschijnlijkheid. De uitkomsten van de impact- en waarschijnlijkheidsanalyse zijn in een risicodiagram gezet. Op de verticale as van dit diagram is de impact weergegeven. Op de horizontale as van het diagram is de waarschijnlijkheid uiteengezet. Het diagram maakt inzichtelijk waar scenario’s zich bevinden met een hoge impact en met een hoge waarschijnlijkheid van daadwerkelijk optreden. Deze incidentscenario’s verdienen meer aandacht dan scenario’s met een lage impact en lage waarschijnlijkheid. Het risicodiagram is onlosmakelijk verbonden aan de totale rapportage. Het kan alleen in het licht van de scenariokeuze worden beschouwd.

Figuur 21: risicodiagram regionaal risicoprofiel Zeeland

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

58

5

Capaciteitenanalyse

5.1

Inleiding

Het is voor de besturen niet goed mogelijk om een oordeel te geven over de geanalyseerde risico's zonder een beeld te hebben hoe op dit moment met het beleid en de huidige organisatie van nu deze risico's zijn afgedekt. Om dit beeld te bieden zijn in deze stap de capaciteiten waarover de regio kan beschikken in beeld gebracht. Hierbij is gefocust op de capaciteiten van de eigen veiligheidsregio inclusief bijstand van Defensie en de partners. Verder ligt de focus op fysieke impact en de primaire hulpverleningsprocessen.

5.2

Capaciteiteninventarisatie

Op basis van expert judgement is voor alle in het risicoprofiel opgenomen scenario's een inschatting gemaakt of de capaciteiten voldoende zijn, of dat niet met zekerheid gesteld kan worden of dit in alle gevallen voldoende is. In de volgende tabel zijn resultaten van deze inventarisatie opgenomen. Hierbij zijn de crisistypen opgenomen en zijn de capaciteiten gebaseerd op de relevante processen in de crisisbeheersing. Door middel van kleurcodes zijn de capaciteiten weergegeven. Zijn de capaciteiten voor een betreffende crisistype naar verwachting voldoende is dit in groen aangegeven. Bij onvoldoende capaciteiten is dit in rood aangegeven en wanneer dit niet geheel duidelijk is in de oranje kleur.

Tabel 12: legenda capaciteiten inventarisatie

5.3

Capaciteiten per crisistype en proces

In tabel 13 op de volgende pagina is het overzicht van de capaciteiten per crisistype en per proces weergegeven. Deze tabel dient gelezen te worden in combinatie met de opmerkingen onder de tabel (de cijfers in de tabel verwijzen naar de bijbehorende opmerkingen).

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

59

Gebouwde omgeving

48

48

Instorting in grote gebouwen

Verkeer en vervoer

8

Informatiemanagement

B

Search and Rescue

5+B

Nautisch verkeersmanagement

12+B

Waterkwaliteitsbeheer

4

Waterkeren en waterkwantiteitsbeheer

12+B

4

Ondersteuning (back-office en nafase)

Informatie (back-office informatie)

13

Publieke zorg

13

Communicatie

5a

4

Informatie

2

5a

4

Ondersteuning

7

12+B

4

(Speciale) interventies

6

11

4

Opsporingsexpertise

Omgevingszorg

Water- en scheepvaartzorg

Evacuatie

Bevolkingszorg

11+B 11+B 11+B

Opsporing

14+B

Branden in kwetsbare objecten en (oude) binnensteden

43

Handhaven netwerken

51

47

2, 32

Ordehandhaving

17

Dierziekten

30

Bewaken & beveiligen

51

Extreme weersomstandigheden (koudegolf, hittegolf, storm)

B

Mobiliteit

51

Informatiemanagement

46

Politiezorg

Publieke gezondheidszorg 2. infectieziektebestrijding

10+B

Publieke gezondheidszorg 3. MMK

Natuurbranden

3, 17 +B 14

Publieke gezondheidszorg 1.gezondheidsonderzoek

2

Psychosociale hulpverlening

1

Informatiemanagement

45

Ondersteuning

Overstromingen vanuit zee(armen)

Ontsmetting

Crisistype

9

2

51 15

15

53

51

16+ B

15

15

53

51

16+ B

Incidenten met toxische stof in open lucht op weg,spoor of water

16

16

16

51

17+ B

44

12+B

Incidenten met toxische stof in open lucht in inrichtingen

16

16

16

51

17+ B

44

12+B

Stralingsincidenten (A-object, kerncentrales)

19+B

19

20+B

B

51

21

44

22

Stralingsincidenten (B-object en transport)

52+B

B

23+B

51

24

25

26

27

28

Verstoring/uitval electriciteits- of gasvoorziening Vitale infrastructuur

Spoedeisende medische hulpverlening

Hoofdprocessen (regionaal crisisplan Zeeland)

Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht op weg, spoor of water Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht in transportbuizen en inrichtingen Technologische omgeving

Geneeskundige zorg

Redding

Natuurlijke omgeving

Brandweerzorg

Bron- en emissiebestrijding

Maatschappelijk thema's (conform Handreiking Regionaal Risicoprofiel)

Disciplines (regionaal crisisplan Zeeland)

12+B 12+B

22

22

28

28

12+B

18 18 5+B

6

7

2

12+B 28

12+B

Verstoring/uitval drinkwatervoorziening

29

29

12+B

Verstoring/uitval rioleringssysteem

30

Verstoring/uitval telecommunicatie en ICT

31

31

31

31

Luchtvaartincident (helikopter)

35

35

Incident op het water (aanvaring of stranding)

36

36

51

3

Verkeersincidenten op het land (weg en spoor)

B

37+B

51

B

Incident in wegtunnels

B

38

51

38+B

Bedreiging volksgezondheid, besmetting (mazelen, Q-koorts)

49

Ziektegolf (grieppandemie)

39

30

30

32

32

33

B

B

34

34

34

41

41

41

34

17

12+B 42

B

B

Gezondheid Sociaal maatschappelijke omgeving

39

39

39

39

Paniek in menigten en verstoring openbare orde Maatschappelijke onrust/ terrorisme

39

39

39

39

39

39

40

40

40

40

40

40

40

40

40

39

17+B 50

50

50

50

51

B

B

Tabel 13: capaciteiten per crisistype en proces

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

60

39

39

39

39

39

41

5.4

Aandachtspunten en opmerkingen per crisistype en proces

In de onderstaande lijst zijn de verwijzingen naar de tabel capaciteitenanalyse op de incidenttypen regionaal Risicoprofiel Zeeland en de processen Crisisplan Zeeland beschreven. Discipline

Nummer opmerkingen in tabel

Aandachtspunten/opmerkingen bij de processen

Generieke aandachtspunten/opmerkingen Alle Brw

i ii

GHOR Bev.zorg

iii iiii

Bev.zorg

v

Alle

vi

Alle

vii

Alle

viii

Brw

1

Allen

2

GHOR Pol

3 4

BZ

5

Bij alle scenario’s is vaak bijstand noodzakelijk. De consequenties van het project maatwerk brandweerzorg zullen in de komende planperiode worden meegenomen in de analyse van de brandweerzorg. Met name in de dagperiode zijn effecten zichtbaar op de beschikbare capaciteit van de brandweer. De medische capaciteit is gebaseerd op max. 50 ernstige slachtoffers. De landelijke prestatie-eisen voor opvang van slachtoffers is max. 200 personen. Ondersteuning door het Rode Kruis is in een overeenkomst vastgelegd. Voor het proces crisiscommunicatie kan bijstand van andere regio’s worden aangevraagd en experts kunnen worden geraadpleegd. Dat is te organiseren via de coördinator crisiscommunicatie bij de vr’s. Door het Veiligheidsberaad zijn in de afgelopen jaren (2014-2017) in samenwerking met het ministerie van V&J, conform een strategische agenda, projecten uitgevoerd op de thema’s 1. Water en veiligheid, 2. Continuïteit van de samenleving, 3. Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming, 4. Kwaliteit en vergelijkbaarheid, 5. Versterking Bevolkingszorg en 6. Versterking samenwerking veiligheidsregio’s en Defensie. De resultaten van deze projecten geven een positieve impuls aan de betreffende crisistypen en processen. Het rampbestrijdingsplan nucleaire veiligheid is landelijk beschikbaar en de implementatiefase is in uitvoering.

Voor alle crisistypen dient generiek ingezet te worden op burgerparticipatie en zelfredzaamheid o.a. door goede risico-en crisiscommunicatie en voorlichting. Specifieke aandachtspunten/opmerkingen bij de crisistypen Redding door de brandweer in overgestroomd gebied is lastig. De brandweer beschikt niet of nauwelijks over materieel hiervoor en is dus sterk afhankelijk van de waterhoogte in het overgestroomd gebied. De samenwerking met waterpartijen als Reddingsbrigade Nederland dienen nader te worden uitgewerkt. Bewoners en aanwezigen in het bedreigde gebied tijdig informeren is noodzakelijk. Dit vraagt om investeringen in informatiemanagement. Een meldpunt voor registratie via internet dient te worden voorbereid. Risicocommunicatie speelt hier ook een belangrijke rol. Er zijn mogelijk veel slachtoffers, die moeilijk bereikbaar zijn. Gezien de omvang van het gebied zal er druk komen te liggen op meerdere politieprocessen. Een groot aantal politiefunctionarissen wonen in het getroffen gebied en zullen derhalve niet inzetbaar zijn. Een groot gebied zal afgezet en bewaakt moeten worden. Er kunnen zich openbare ordeverstoringen voordoen in en buiten het getroffen gebied. Door de omvang, complexiteit en hoge uitval van politiefunctionarissen is de verwachting dat ook de informatie-organisatie onvoldoende zal zijn.

Er is geen opvang voor zo een groot aantal slachtoffers en getroffenen. Hangt dus af van de omvang van het overstroomd gebied, het aantal op te vangen personen en de duur van het incident. Grootschalige opvang moet samen met andere regio’s worden opgelost.

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

61

Discipline

BZ

Nummer opmerkingen in tabel 5a

BZ

6

BZ

7

WS

8

WS

9

Brw

10

Pol

11

BZ

12

Pol

13

GHOR

14

Brw

15

Brw en GHOR

16

Aandachtspunten/opmerkingen bij de processen

Capaciteit is voldoende bij een middelgroot incident, met 2 opvanglocaties, waarbij mensen al op eigen gelegenheid het gebied hebben verlaten. Actualiseren of opnieuw bestendigen van afspraken met omliggende regio’s, Defensie en België. Is vooral na de overstromingsramp een groot isue. Omgevingszorg speelt een cruciale rol in de herstelzorg (infrastructuur/primaire levensbehoefte). Bij overstromingen is zout water ook een groot probleem. Zoveel mogelijk indammen. Capaciteit van SAR is onvoldoende voor een dergelijk crisistype. Afspraken met de reddingsbrigade NL zijn noodzakelijk. Er zijn onvoldoende TS4x4 brandweervoertuigen beschikbaar bij een grote natuurbrand. Er zal snel een beroep gedaan worden op de andere regio’s en/of Defensie. Ook de bluswatercapaciteit is onvoldoende. I.v.m. de toegankelijkheid van het gebied is de brandweer niet in staat om redding uit te voeren. Indien dit scenario zich voordoet zal rekening moeten worden gehouden met het langdurig karakter van het incident, waarbij afhankelijk van de druk keuzes moeten worden gemaakt tussen het uitvoeren van verschillende politieprocessen. Voor het tegelijk uitvoeren van de processen bewaken en beveiligen, mobiliteit en ordehandhaving zal de capaciteit onvoldoende zijn. Hiervoor zal langdurige bijstand nodig zijn. Risico- en crisiscommunicatie vraagt voor deze crisistypen extra aandacht.

Bijstand van andere regio’s kan worden aangevraagd en experts kunnen worden geraadpleegd. Dat is te organiseren via de coördinator crisiscommunicatie bij de vr’s. D.m.v. Zeeland Veilig kan nu worden voorzien in risicocommunicatie. Knelpunt bij crisiscommunicatie is het tijdig beschikbaar zijn van de juiste informatie. De politie-inzet zal zich tijdens dit scenario beperken tot de spoedeisende zaken. De overige kleinere incidenten zullen ondergeschikt raken, waardoor er mogelijk te weinig capaciteit is. De medische hulpcapaciteit vooral voor brandslachtoffers is zeer beperkt en afhankelijk van beschikbare capaciteit van ambulances en IC-capaciteit in de eigen en omringende ziekenhuizen. Alle acties moeten er op gericht zijn om het explosiescenario te voorkomen (wegnemen van de kans). Voor een dergelijk scenario is onvoldoende bluswater en koelcapaciteit beschikbaar. Ook bij incidenten op het spoor is de bereikbaarheid van het incident voor de hulpverleners een probleem. Daarnaast zijn niet alle tankautospuiten uitgerust met een standaardvoorziening voor het opbrengen van schuim. Voor een industriële vloeistofbrand of voor het afdekken van een plasbrand zijn in de regio geen industriële schuimmonitoren beschikbaar in combinatie met onze industriële bluswatercapaciteit die wel beschikbaar is.

Ook bij dit toxische crisistype geldt bij bronbestrijding dat er in de regio geen industriële schuimmonitoren beschikbaar zijn voor het afdekken van de toxische stof (plas). Bij een toxisch scenario heeft de brandweer bij een laag aantal slachtoffers beperkte mogelijkheden voor redding met beschermende middelen. De brandweer is (beperkt) toegerust op het ontsmetten van personeel en slachtoffers. Bij grote aantallen besmette personen gelden interregionale bijstandsafspraken. Er zijn binnen de brandweer voldoende verkenningseenheden beschikbaar, echter met beperkte middelen; niet alle stoffen kunnen worden gemeten. Hiervoor is bijstand vanuit een buurregio, het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu of Defensie noodzakelijk.

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

62

Discipline

Nummer opmerkingen in tabel

GHOR

17

WS

18

Brw

19

Brw

20

GHOR

21

Pol

22

Brw

23

Brw

24

Brw en allen

25

GHOR

26

Aandachtspunten/opmerkingen bij de processen

GHOR merkt op dat er een tekort aan beademingscapaciteit (apparatuur en personeel) voor getroffenen beschikbaar is. Het scenario gaat uit van 40-160 ernstig gewonden. Er is in behandelcentra capaciteit om max. 40 ernstig gewonden te behandelen. Bij meer dan 40 tot 160 ernstig gewonden wordt het proces spoedeisende medische hulpverlening onvoldoende. De medische capaciteit bij 40 ernstig gewonden is mogelijk onvoldoende, maar is bij 160 ernstig gewonden onvoldoende. Bij lekkage van een toxische stof en bij voorkoming van de verspreiding van de ontstane toxische wolk door de brandweer met een waterscherm zal het waterschap de verspreiding in het milieu controleren en proberen in te dammen. Bij een grote omvang kan dit capaciteitsproblemen geven. De bronbestrijding is een samenspel van hulpdiensten en exploitant. Daarnaast is er onzekerheid over de bereidheid van hulpverleners om op te treden bij nucleaire installaties. Voor het bepalen van het effectgebied (emissie) zijn er in de eerste fase van het incident binnen de brandweer voldoende verkenningseenheden beschikbaar. Gezien de lange duur van het incident zullen op termijn onvoldoende verkenningseenheden beschikbaar zijn. Hiervoor is interregionale bijstand, het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, Defensie of internationale bijstand noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13328462/1