Bijlage 1 Ontwerp bestemmingsplan GKII
Tekst van het document
7.4 Specifieke gebruiksregels Het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen voor inspectie en onderhoud van de gasleiding, is niet toegestaan, tenzij hiervoor toestemming is gegeven door de leidingbeheerder. 7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1 Omgevingsvergunningsvereiste Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Gas zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 7.5.2 Uitzonderingsregel Het verbod van lid 7.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a.
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend,
19/32
zoals in lid 7.3 bedoeld; b. normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 7.5.3 Voorwaarden De werken en werkzaamheden, zoals in lid 7.5.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant.
20/32
Artikel 8
Leiding - Water
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor een waterleiding. 8.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen voor de in lid 8.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. voor de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 8.3 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 8.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet wordt geschaad. 8.4 Specifieke gebruiksregels Het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen voor inspectie en onderhoud van de waterleiding, is niet toegestaan, tenzij hiervoor toestemming is gegeven door de leidingbeheerder.
8.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.5.1 Omgevingsvergunningsvereiste Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Water zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 8.5.2 Uitzonderingsregel Het verbod van lid 8.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend,
21/32
zoals in lid 8.3 bedoeld; b. normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 8.5.3 Voorwaarden De werken en werkzaamheden, zoals in lid 8.5.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet wordt geschaad.
22/32
Artikel 9
Waarde - Archeologie 2
9.1 Bestemmingsomschrijving 9.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Bouwwerken voor deze bestemming a. op de in artikel 9.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor deze dubbelbestemming worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,50 m. 9.2.2 Andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor andere voor deze gronden geldende bestemming(en) a. voor andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag worden gebouwd, tenzij de grond-of graafwerkzaamheden dieper gaan dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld en hierbij het te verstoren oppervlak onder de groter is dan 500 m²; b. het bepaalde onder artikel 9.2.2 sub a is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
9.3 Afwijken van de bouwregels 9.3.1 Algemene afwijking Burgemeester en wethouders zijn bevoegd via een omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, sub 1 Wabo af te wijken van het bepaalde onder artikel 9.2.2 sub a voor het bouwen in een plangebied met een te verstoren oppervlak groter dan 500 m² onder de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld, indien de aanvrager van de vergunning artikel 2.1, lid 1 sub a Wabo een archeologisch rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate worden veiliggesteld. 9.3.2 Voorwaarden Indien uit het onder artikel 9.3.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de vergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te
23/32
stellen kwalificaties. 9.3.3 Advies Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3.1, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in dat lid. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Omgevingsvergunningsvereiste Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1 sub b Wabo) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage door kettingtechniek; b. het ophogen van de bodem met meer dan 2,00 m waartoe wordt gerekend het aanleggen van tijdelijke gronddepots; c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; d.
het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld bedraagt; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; f. het verlagen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; h. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld. 9.4.2 Uitzonderingsregel Het in artikel 9.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. een te verstoren oppervlak van het plangebied beslaan van ten hoogste 500 m², of een verstorend oppervlak onder de vrijstellingsdiepte hebben van minder dan 500 m²; b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; c. betreffen het aanbrengen van drainage middels sleufloze technieken; d.
reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
24/32
9.4.3 Voorwaarden a. De omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in artikel 9.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologische waarden. b. Voor zover de in artikel 9.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. c. De vergunning kan alleen worden verleend nadat de aanvrager een archeologisch rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
9.4.4 Advies Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in artikel 9.4.3. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven. 9.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie 2', als bedoeld in artikel 9.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
25/32
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 10 Anti-dubbeltelbepaling Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
26/32
Artikel 11 Algemene bouwregels 11.1 Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen 11.1.1 Ondergrondse bouwwerken a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak tot een maximale diepte van 4 meter b. Het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m². 11.1.2 Afwijken van ondergronds bouwen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.1.1 sub a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarde dat: de waterhuishouding niet wordt verstoord. 11.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, niet meer dan 1 meter bedraagt. 11.3 Bestaande afstanden, hoogte-, inhouds- en oppervlakte maten en aantallen a. De bestaande afstanden, hoogte-, inhouds- en oppervlakte maten en aantallen die meer bedragen dan in het plan is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden. b.
De bestaande afstanden, hoogte-, inhouds- en oppervlakte maten en aantallen die minder bedragen dan in het plan is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. c. Ingeval van herbouw is het bepaalde in sub a en sub b uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.
27/32
Artikel 12 Algemene afwijkingsregels
12.1 Maten en bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%, met dien verstande dat afwijken van maximale goot- en bouwhoogten voor aan-, uit- en bijgebouwen en overkappingen niet is toegestaan; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. c. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
28/32
Artikel 13 Algemene wijzigingsregels 13.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
13.2 Wijzigingbevoegdheid vrijstellingenkaart Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de in bijlage 2 opgenomen vrijstellingenkaart te wijzigen indien nieuwe archeologische inzichten daartoe aanleiding geven.
29/32
Artikel 14 Overige regels 14.1 Werking wettelijke regeling De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 14.2 Parkeerregeling Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor laden en lossen. Hiervoor gelden de volgende regels: a. in het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw dient voor het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; b. in het geval van functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient voor het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; c. indien het gebruik van een gebouw en/of gronden daar aanleiding toe geeft, dient te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen; d. voor het bepalen van de benodigde parkeergelegenheid en/of de ruimte voor laden en lossen dient te worden voldaan aan het parkeerbeleid van de gemeente Hulst, zoals geldend ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning; e. de parkeervoorzieningen als bedoeld onder a en b en de ruimte voor laad- en losvoorzieningen als bedoeld onder c dienen in stand te worden gehouden.
30/32
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 15 Overgangsrecht 15.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
31/32
Artikel 16 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Groote Kreek II'.
32/32
17
39
8
18
St
10
2
59
le an
12
1
41
10
20
18
17
20
22
24
28
26
Sta
30
32
34
36
20
35
33
31
29
27
25
23
Binnenpad
42
Pizarrostraat
3
1
21
19
17
21
40
14
13-15
61
38
16
43
19
nle yst raa t
12
39
37
10
41
71
69
67
65
63
44
Alexander de Grote straat
3
t
aa
tr ys
46
48
8
Stanleystraat
6
Stanleystraat
4
Stanleystraat
James Cookstra at
20
37
911
Beringstra
49
15 8
23
85
87 89
91
93
95
2
25
van Ri ebeeck laan
24
22
20
28
26
34
32
30
Binnenpad
van Riebeecklaan
25a
2
27
27
2a
29
27a
2b
23 21a
21
36
19a 38
4
31
29a
4a
33
1 35
39
37
19
40
14
29
Zuiderp ad
23a
van Riebeecklaan
42
van Riebeecklaan
44
49
16
6
Wa t
16
8
Hudsonlaan
29 Hudsonlaan
22
18
10 8
6
21
27
25
19
17
20
23
4
Binnen pad
6
9
6
22
24
Alexander de Grotestraat
Willem Barentszlaan
7
49
51 53
55 26
8
an
la sz
nt
Ba
71
73
75
83
81
79
77 57
28
G
Marco Pololaan
61
59
57
55
26
2
67
65
63
re
m
lle Wi
69
9
11
13
15
47
24
5
2
7
Hudsonlaan
Hudson laan
53
7
3
4
6
12
5
4
4
2
45
8
20
ntlaan
van Rieb eeck laan
sa Stuyve
8
18
1
7
5
43 14
10
51 2
39 41
14
12
3
Zuiderp ad
ra a t e rs t
3
3
10
9
14
5
18 11
10 12
Binnen pad
13
5
3
58
56
37
Alexan der de Grotes traat
zlaan
laan
1
8
54
35
6
52
50
m Ba
4
48
Wille
47
7
laan Coen zoon ieters Jan P
Polo
16
15
46
rents
2
co Mar
12
16
Hudson laan
1
45
14
17
Marco Pololaan
Zuiderpad
(os) Marco Pololaan
Zuiderpad
1
Zuiderpad
G
W
Zuiderpad
WA
W
WG
WG
7
7
11
11
W
V L-G WG [gs]
L-R
W
WR-A-2 (os)
W
W
G
W
W
W
W
W
L-W
W
V
10
V
Plangebied Waterstraat
Plangrens
Enkelbestemmingen
L-W
G
Groen
V
Verkeer
WA
Water
WG
Woongebied
WR-A-2
Dubbelbestemmingen Leiding - Gas
L-R
Leiding - Riool
L-W
Leiding - Water
W
L-G
W
Waarde - Archeologie 2
WR-A-2 W
Functieaanduidingen W
ontsluiting
(os) W W
Bouwvlakken bouwvlak W
L-W
Bouwaanduidingen W W
Maatvoeringen
ww
W
7
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
11
W
ww
gestapeld
[gs]
hm
W
Figuren W
W
hartlijn leiding - water
W 11
W
hm
Molenstraat
V 109
ww
ww
W
Groote Kreek II
hm
Molenstraat
bestemmingsplan
wh
wh
ww
42a
1
42
hm
PROJECT
20191016
FORMAAT
A2
SCHAAL
1:2000
Vastgesteld
KAART
1/1
Ontwerp
GETEKEND
J.V.
Voorontwerp
IDN
NL.IMRO.0677.PM
Concept
44
01-12-2023
art seva
Gent
info@rho.nl www.rho.nl
bestemmingsplan
Groote Kreek II Hulst
DATUM IMRO IDN
1-12-2023 NL.IMRO.0677.bphulgrkreek2-0001
PROJECT PROJECTLEIDER
Groote Kreek H. Wenting
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Gemeente Hulst 20191016
AUTEUR STATUS
L. ten Braak ontwerp
Inhoudsopgave
Bijlagen regels
5
Bijlage 1
Staat van Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
7
Bijlage 2
Vrijstellingenkaart
9
3/10
4/10
Bijlagen regels
5/10
6/10
Bijlage 1
Staat van Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
Kledingmakerij (maat)kledingmakerij en kledingverstelbedrijf woningstoffeerderij Kantoorfunctie ten behoeve van bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, zoals: schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, glazenwasserij, maar ook ten behoeve van bijvoorbeeld een groothandelsbedrijf Reparatiebedrijfjes, waaronder: schoen-/lederwarenreparatiebedrijf uurwerkreparatiebedrijf goud- en zilverwerkreparatiebedrijf reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen reparatie van muziekinstrumenten In ieder geval zijn auto- en motorreparatiebedrijven en las- en montagebedrijven uitgezonderd. Advies- en ontwerpbureaus: reclame ontwerp grafisch ontwerp (bouwkundig, interieur- of tuin- en landschaps-) architect stedenbouwkundige - ingenieur Computerservice- en informatietechnologiebedrijven, waaronder mede verstaan internet- of telefonische detailhandel waarbij de levering elders plaatsvindt (Zakelijke) dienstverlening, waaronder: notaris advocaat accountant assurantie-/verzekeringsbemiddeling exploitatie en handel in onroerende zaken Etenswaren banketbakkerij, zonder detailhandel ter plaatse cateringbedrijf, zonder detailhandel ter plaatse Onderwijs autorijschool
7/10
Ateliers ateliers van beeldend kunstenaars
8/10
Bijlage 2
9/10
Vrijstellingenkaart
bestemmingsplan
Groote Kreek II Hulst
DATUM IMRO IDN
1-12-2023 NL.IMRO.0677.bphulgrkreek2-0001
PROJECT PROJECTLEIDER
Groote Kreek H. Wenting
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Gemeente Hulst 20191016
AUTEUR STATUS
L. ten Braak ontwerp
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
5
Bijlage 1
Vorm vrije mer-beoordeling
7
Bijlage 2
Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking
35
Bijlage 3
Notitie ontsluiting
61
Bijlage 4
Memo verkeerstoedeling nieuwe ontsluiting
83
Bijlage 5
Advies Archeologie
91
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek
97
Bijlage 7
Waterbodemonderzoek
541
Bijlage 8
Indicatief dammenonderzoek
547
Bijlage 9
Akoestisch onderzoek
841
Bijlage 10
Watertoets
901
Bijlage 11
Quickscan ecologie
907
Bijlage 12
Quickscan ecologie ontsluitingsweg Waterstraat
943
Bijlage 13
Nader onderzoekecologie ontsluitingsweg Waterstraat
973
Bijlage 14
Memo stikstofberekening
991
3/1028
4/1028
Bijlagen toelichting
5/1028