CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Notitie beantwoording zienswijzen en overzicht ambtshalve wijzigingen

Gemeenteraad 13 februari 2025, gemeente HulstBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststellen wijziging bestemmingsplan Perkpolder, 2e herziening13.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Pagina 29 van 41

hoogwaardige markering van het project en een stedenbouwkundig accent in de omgeving.

8.h3

Er kunnen maar liefst 8 hotels verschijnen.

Het maximaal aantal hoteleenheden is geregeld in artikel 14.C lid 2. Het aantal hotels is niet geregeld en planologisch niet relevant. Artikel 14C.2 is aangepast waardoor uitsluitend binnen de gebiedsaanduiding ‘overige zone – hotelkern’ een hotel is toegestaan.

Er is een sub c. toegevoegd in artikel 14C.2.

8.h4

Kunstobjecten zullen tot 25,2 meter boven het landschap uit steken (12 meter boven NAP + 10 meter + 10%).

Naar aanleiding van de zienswijze zijn artikel 4.2.1 sub d. en artikel 9.2.1 sub b. gewijzigd, waardoor binnen het Veerplein en het Stranddorp kunstobjecten met een hoogte van 5 meter zijn toegestaan.

Artikel 4.2.1 sub d. en artikel 9.2.1 b. zijn aangepast.

De regeling is aangepast, in die zin dat kunstobjecten in het resterende agrarische deel van de Westelijke Perkpolder niet meer mogelijk worden gemaakt.

8.h5

Woningen worden verhoogd van 12 naar 13 meter + 10%.

Op het Stranddorp zal een kunstobject daardoor een maximale hoogte kunnen hebben van (12 m +NAP + (5 meter + 10%)) = 17,5 m +NAP In bestemmingsplan ‘Perkpolder 1e herziening’ is voor de bestemming ‘Gemengd-2’ geregeld: de bouwhoogte van hoofdgebouwen (woningen) bedraagt ten hoogste 13 meter (artikel 4.2.3 sub e.). In ‘Perkpolder 2e herziening’ is voor hoofdgebouwen binnen de bestemming ‘Gemengd-2’ geregeld: de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 13 meter (artikel 4.2.2 sub d.) Uitsluitend binnen de aanduiding ‘gestapeld’ is de bouwhoogte vergroot. In de geldende bestemming Woongebied is de maximale bouwhoogte van woningen 12 meter, met uitzondering van gestapelde woningen.

Nee

Aangezien met het bestemmingsplan ‘Perkpolder 2e herziening’ één compact dorp wordt mogelijk gemaakt, zijn de maximale bouwhoogtes van woningen op het ‘Veerplein’ en in het ‘Stranddorp’ gelijk getrokken. In dit

Pagina 30 van 41

bestemmingsplan zijn daarom de gooten bouwhoogte van het Woongebied gelijk getrokken aan de goot- en bouwhoogte van Gemengd-2 (artikel 4.2.2 sub c. en d. en artikel 9.2.2 sub c.). De maximale hoogtes zijn niet groter geworden.

8.h6

Gestapelde gebouwen worden verhoogd tot 16 meter + 10%.

De bouwaanduiding ‘gestapeld’ binnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – stranddorp’ is wel nieuw ten opzichte van het bestemmingsplan ‘Perkpolder 1e herziening’. Dit komt omdat het golfdorp naar de dijk is verschoven. In bestemmingsplan ‘Perkpolder 1e herziening’ is voor ‘Gemengd-2’ in artikel 4.2.3 sub e. geregeld dat de bouwhoogte van hoofdgebouwen ten hoogste 13 meter bedraagt. In deze bestemming waren geen gestapelde woningen mogelijk. Voor ‘Woongebied’ is geregeld dat de goothoogte en bouwhoogte ten hoogste 16 respectievelijk 16 meter (artikel 9.2.2 sub f.) mag zijn voor gestapelde woningen.

Nee

Aangezien met het bestemmingsplan ‘Perkpolder 2e herziening’ één compact dorp wordt gerealiseerd, zijn de maximale bouwhoogtes voor gestapelde gebouwen op het ‘Veerplein’ en in het ‘Stranddorp’ gelijk getrokken.

8.i

Stranddorp van 250 woningen op locatie direct naast Natura 2000-gebied Westerschelde Saeftinghe. Dit is in strijd met de provinciale regels.

8.j

Zonder een bindende werking van het Landschappelijke inrichtingsplan is dit tweede herzieningsplan in strijd met de eisen van een goede ruimtelijke ordening. De Stichting verzoekt

De maximale hoogte van 16 meter is niet groter geworden. Op basis van het provinciaal beleid moet worden onderzocht of sprake is van onevenredige effecten op natuurgebieden. Deze toets is uitgevoerd en daarin is geconcludeerd dat er geen strijd is met de provinciale regels. Verwezen wordt naar de Passende beoordeling bij de toelichting van het bestemmingsplan. Het inpassingsplan is reeds juridisch bindend. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is noodzakelijk geacht de verplichting tot landschappelijke inpassing te borgen in de regels van het bestemmingsplan (artikel 13A.4). Het inpassingsplan is opgenomen als bijlage 2 bij de regels

Nee

Het landschappelijk inpassingsplan is aangepast en als bijlage 2 bij de Regels toegevoegd. Paragraaf 2.2 is hierop aangepast. Het landschappelijk inpassingsplan is nu

Pagina 31 van 41

8.k

om het Landschappelijke inrichtingsplan (bijlage 2) en de passages over verkeersafwikkeling (nu nog alleen in de toelichting) op te nemen in de regels van het bestemmingsplan en daarmee bindend en handhaafbaar voor te schrijven. De Stichting verzoekt de gemeenteraad om het maaiveld van het hieronder (met rode stippellijnen) aangeduide gebied van ongeveer 87 ha (Westelijke Perkpolder) nadrukkelijk vast te leggen en te definiëren op het huidige / feitelijke, aanwezige, niet-opgehoogde maaiveld. (NB: dit maaiveld ligt nu tussen ongeveer 0,20 en 1,15 m +NAP).

van het bestemminsplan en daarom juridisch bindend. De verkeersafwikkeling kan niet in regels worden vastgelegd. Dit is ook niet noodzakelijk, want uit het verkeersonderzoek is gebleken dat er geen onaanvaardbare ruimtelijke situatie ontstaat als gevolg van het verkeer van Waterzande. In de regels van het bestemmingsplan Perkpolder, 1e herziening is één inhoudelijke bepaling opgenomen met betrekking tot de hoogte van het maaiveld: artikel 4.2.1. onder c. Het gaat daarbij primair om een bouwregel, waarbij is bepaald dat in de bestemming Gemengd-2 de goot - en bouwhoogte van bouwwerken niet wordt gemeten vanaf het bestaande maaiveld, maar ten opzichte van het nieuwe maaiveld van de golfbaan. Ondersteunend is daarbij bepaald dat het nieuwe maaiveld niet hoger mag zijn dan 12 m +NAP. Het combineren van de afwijkende wijze van meten van de goot- en bouwhoogte van bouwwerken in dit lid met een maximale terreinhoogte is verwarrend. Om die reden wordt het begrip ‘peil’ (art. 1.41) aangepast, in die zin dat ter plaatse van het Stranddorp (de aanduiding Specifieke vorm van Gemengd - Stranddorp) als hoogte van het maaiveld het bestaande maaiveld wordt aangehouden (zonder de restrictie dat het om het maaiveld ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan gaat). Artikel 4.2.1.c komt te vervallen.

concreter waardoor het voor derden inzichtelijk is op welke wijze de landschappelijke inpassing vorm krijgt.

Artikel 1.41 sub b is vervangen, artikel 4.2.1 sub c. is verwijderd en artikel 4.5 is toegevoegd.

Met deze aanpassing is nog niet bepaald dat het maaiveld in het overige deel van de Westelijke Perkpolder (buiten het Stranddorp) niet opgehoogd kan worden. Het is ongebruikelijk dat in een bestemmingsplan vast te leggen. Er zijn bovendien geen plannen om het maaiveld van de resterende agrarische gronden in de Westelijke Perkpolder te verhogen. Dat laat onverlet dat om tegemoet te komen aan de zorgen van ophoging van de Westelijke Perkpolder. Om die reden zal een verbodsbepaling worden opgenomen voor het structureel

Pagina 32 van 41

8.l

8.m

8.n

8.o

8.p

De Stichting verzoekt dit gebied in een afzonderlijk artikel nadrukkelijk te bestemmen als: - grondgebonden agrarisch gebruik - natuur- en landschapsontwikkeling - extensief recreatief medegebruik - water - kleinschalige nutsvoorzieningen met en maximale oppervlakte van 50 m2. Missende verbeelding en missende regels in het kader van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. De term ‘verkeersdoeleinden’ zal in de regels van het bestemmingsplan moeten zijn omschreven en geborgd. De Stichting verzoekt de gemeenteraad om de wegen die het gebied moeten ontsluiten nadrukkelijk te benoemen en als zodanig (ook op de verbeelding) vast te leggen in het bestemmingsplan. Verkeerskundig onderzoek laten opstellen. De aanname dat al het verkeer zal worden afgewikkeld via de N689, is niet juist. Een belangrijk deel van het verkeer zal de routes nemen van de Noordstraat – Perkstraat, Kalverdijk –

ophogen van de agrarische gronden binnen de bestemming Gemengd-2, met uitzondering van het Stranddorp. Daaraan toegevoegd is dat de hoogte van het maaiveld in het Stranddorp maximaal 12 meter kan bedragen. Er is voor gekozen is om de bestemmingsmethodiek uit ‘Perkpolder 1e herziening’ te handhaven. De bouwmogelijkheden zijn echter niet in de hele bestemming ‘Gemengd-2’ gelijk doordat regels voor specifieke aanduidingen zijn opgenomen. In de Westelijke Perkpolder, binnen de aanduiding ‘wonen uitgesloten’, is met in achtneming van de regels in artikel 4.2.3 slechts één gebouw toegestaan ten behoeve van beheer en onderhoud.

Nee

Verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid zijn aanvullend getoetst. De vertaling hiervan in verbeelding en regels is niet mogelijk.

Nee

In de bestemmingsomschrijving van artikel 4 sub j. en in de bestemmingsomschrijving van artikel 9 sub e. Is 'verkeer, voet- en fietspaden' opgenomen. Deze functies zijn dus toegestaan. Verkeer is in de bestemmingsomschrijving als functie mogelijk gemaakt, dus daarmee bestemd. In de verkeersonderbouwing van de mer-beoordeling is de verkeersontsluiting van de beoogde ontwikkeling uitgewerkt. Deze beoordeling is opgenomen in de bijlagen van het bestemmingsplan. De betreffende wegen zijn al voorzien van een verkeersbestemming. Planologisch is een aanvullende regeling niet zinvol en niet mogelijk. Naar aanleiding van de zienswijzen is – mede op basis van het regionaal verkeersmodel – gebleken dat een deel van het verkeer naar en van Waterzande ook via het onderliggend wegennet zal worden afgewikkeld. Om die reden is de verdeling van het verkeer op het onderliggend wegennet nader onderzocht de resultaten van dit onderzoek zijn terug te vinden in de verkeersonderbouwing van de mer-

Nee

De vormvrije merbeoordeling is aangepast en verwerkt in de verkeersparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan.

De vormvrije merbeoordeling is aangepast en verwerkt in de verkeersparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan.

Pagina 33 van 41

8.q

Perkstraat, Molenweg – Zeedijk en Knuitershoek/Ossenisse – Zeedijk. Al deze smalle straten en dorpen zijn daar niet voor gemaakt. Zij zijn te smal en kunnen deze hoeveelheid verkeer niet aan.

beoordeling. Deze beoordeling is opgenomen in de bijlagen van het bestemmingsplan.

De brede ontsluitingsweg onder de Zeedijk (die niet is weggehaald en nu slechts onder een hoop zand ligt) zou moeten worden hersteld, dan wel dat er een nieuwe, brede ontsluitingsweg (b.v. een soort westelijke randweg) zou moeten worden aangelegd ten westen van het Stranddorp naar de N689. Dat is niet alleen nodig voor een goede afwikkeling het verkeer naar/van het Stranddorp, maar ook nodig voor de ontlasting van de Kalverdijk, de Perkstraat, Noordstraat etc. en het voorkomen van ongevallen.

N.a.v. de zienswijzen is het verkeersonderzoek uitgebreid. Zie beantwoording 8.p waar wordt verwezen naar de verkeersonderbouwing van de merbeoordeling.

Uit dit onderzoek komt naar voren dat ten westen van het Stranddorp de verkeerstoename ten gevolge van het ‘Bestemmingsplan 2e herziening’ maximaal circa 5 mvt/uur, bedraagt. Deze toename is dermate laag dat geen verkeersbesluiten worden genomen. In plaats daarvan wordt gebruik gemaakt van monitoring om te bepalen of er daadwerkelijk knelpunten ontstaat in de verkeerssituatie op de wegen ten westen van het Stranddorp. Indien blijkt dat dit daadwerkelijk het geval is dan kunnen regelmaatregelen worden toegepast, bijvoorbeeld door de weg enkel voor lokaal bestemmingsverkeer toegankelijk te maken. De vormvrije merbeoordeling is aangepast en verwerkt in de verkeersparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan.

Pagina 34 van 41

8.r

8.s

De Stichting is van oordeel dat de Ladder van Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening) niet of onvoldoende is toegepast. De behoefte aan (vakantie)woningen, horeca en detailhandel onvoldoende is onderbouwd en onvoldoende is nagedacht over alternatieven. De Stichting wijst erop dat in Kloosterzande maar liefst 4 van de 7 horeca-zaken zijn gesloten of op korte termijn zullen sluiten. De Stichting stelt dat er in het bestemmingsplan een absoluut horecamaximum moet komen te staan.

Bij dit tweede herzieningsplan zal een definitie van het begrip ‘hoteleenheid’ moeten worden opgenomen. De Stichting verzoekt de gemeenteraad in dit verband om het bestemmingsplan (op zijn minst) zodanig te wijzigen dat de term ‘hoteleenheden’ overal wordt gewijzigd in ‘hotelkamers’ en dat ook het begrip

• In het plan Waterzande worden geen vakantiewoningen gerealiseerd. Het gaat om 450 permanente woningen die nu al mogelijk zijn binnen de het huidige bestemmingsplan.

Nee

• In het behoefteonderzoek van SWECO is onderzocht in hoeverre er marktruimte is voor de verschillende commerciële functies: hotel, horeca en commerciële voorzieningen op de locatie Waterzande. Daaruit blijkt dat er aantoonbaar voldoende behoefte is. In het bestemmingsplan is een planologisch maximum opgenomen voor de verschillende functies. Het planologisch maximum past binnen de afgegeven bandbreedtes van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Het laat zien dat het gewenste aanbod passend is op de locatie. • Het planologisch maximum kan en mag niet worden overschreden. De gemeente handhaaft hierop. Indien de initiatiefnemer meer wil realiseren dan dient opnieuw een planologische procedure te worden doorlopen waarbij de behoefte op dat moment opnieuw moet worden aangetoond. • Burgemeester en wethouders/de gemeenteraad dienen te beslissen op de aanvraag zoals die is ingediend. Het plan op deze locatie is, zo is aantoonbaar gebleken, in overeenstemming met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. Daarom zijn alternatieve locaties niet beoordeeld, dit dan ook niet noodzakelijk. In het bestemmingsplan is bewust gebruik gemaakt van de term ‘hoteleenheden’. Belangrijkste reden hiervoor is dat door gebruik van deze term verschillende hotelconcepten gerealiseerd kunnen worden in Waterzande, meer dan alleen standaard hotelkamers, met een (dubbel)bed, bad, douche en wc.

Denk aan een tweekamerhotelappartement. Dit biedt nu en in de toekomst enige flexibiliteit om in te spelen op de kwalitatieve behoefte. Het bieden van een breed spectrum aan (hotel)voorzieningen is belangrijk om aan de vraag van de markt te kunnen voldoen.

De begripsbepaling ‘hoteleenheid’ is toegevoegd.

Pagina 35 van 41

hotelkamer daarbij wordt gedefinieerd.

In het nieuwe begrip 1.32a is een begripsbepaling voor ‘hoteleenheid’ opgenomen, om te verduidelijken wat onder de hotelformule wordt toegelaten.

8.t

De Stichting verzoekt de gemeenteraad om het bestemmingsplan zodanig te wijzigen dat er maximaal 140 hotelkamers worden toegestaan. Ook verzoekt de Stichting om hier een maximum van 3.500 m2 aan hotelkamers aan te koppelen (gemiddeld 25m2 per kamer).

8.u

De Stichting verzoekt uw gemeenteraad om de bouwmassa van het grote hotel te houden op de massa van het huidige bestemmingsplan (200 m2) en de hoogte te beperken tot drie bouwlagen (i.p.v. 30 meter).

Uit de Ladderonderbouwing blijkt dat er de komende jaren een behoefte is van tussen de ca. 143 en 270 hotelkamers in Zeeuws-Vlaanderen. De gewenste 250 hotelkamers voor Waterzande passen dan ook binnen deze behoefte. Zie de Ladderonderbouwing in Bijlage 2 van de toelichting. In de ladderonderbouwing staat dat de verscheidenheid aan hoteleenheden, het hotel aantrekkelijk maken voor een brede doelgroep: zakelijke bezoekers (voor kort maar ook lang verblijf) en toeristen (stelletjes, gezinnen en grote groepen). De coronacrisis liet zien dat flexibiliteit steeds meer gewenst is. Zo kan het hotel terugvallen op andere doelgroepen wanneer de vraag voor andere groepen wegvalt (bijvoorbeeld het internationale toerisme). Een oppervlakte van 25 m2 per hoteleenheid (bruto) is dan ook niet realistisch. Tegenwoordig heeft een gemiddelde hotelkamer een oppervlakte van 50 m² bvo. Vanuit de vraag van de markt in relatie tot het beoogde concept van Waterzande is het gewenst om ruimte te bieden aan nieuwe concepten binnen de hotelformule. Wat ruimere hotelappartementen spelen daarin een belangrijke rol. In het bestemmingsplan ‘Perkpolder 1e herziening’ is de bouwhoogte van ten hoogste 30 meter met een afwijkingsbevoegdheid onder voorwaarden mogelijk gemaakt (artikel 9.3.1) . Middels het bestemmingsplan ‘Perkpolder 2e herziening’ wordt deze afwijking rechtstreeks toegepast.

In de toelichting wordt onderbouwd dat aan de afwijkingsregels wordt voldaan (zie paragraaf 2.2.2 van de toelichting).

Nee

Nee

Met het landmark wordt de stedenbouwkundige positie van Waterzande als dorp aan de Westerschelde gemarkeerd. Het landmark vormt ruimtelijk-kwalitatief en architectonisch een meerwaarde voor zowel het project Perkpolder als

Pagina 36 van 41

voor de omgeving: een kwalitatief hoogwaardige markering van het project en een stedenbouwkundig accent in de omgeving.

8.v

De Stichting stelt dat de Voortoets inzake de effecten op het Natura 2000-gebied en het stikstofonderzoek niet juist zijn, althans dat hieraan niet de juiste conclusies zijn verbonden.

De effecten van de vergroting van het plan zijn meegenomen en meegewogen in de effectbeoordeling. Daarbij zijn de effecten van de tweede herziening beoordeeld in de context van de toegenomen ecologische functies en draagkracht van het gebied de Noorddijkpolder en recent aangelegde hoogwatervluchtplaatsen.

Nee

Deze draagkracht draagt bij aan de opvang van lokale verstoringsbronnen door het bieden van meer opvang en meer uitwijkmogelijkheden indien nodig.

8.w

Er wordt miskend dat het Stranddorp direct op/naast het Natura 2000-gebied wordt geplaatst.

8.x

De precieze hoeveelheid van bewegingen van verkeer en personen, alsook de gevolgen van lichthinder en toename van stikstof zijn onvoldoende in kaart gebracht

Uit de Voortoets zijn geen belemmeringen gebleken om geen medewerking te verlenen aan het plan. Dit is niet terecht. De aanleg en het gebruik van het Stranddorp zijn getoetst op de te verwachten effecten, waarin de ligging op korte afstand van het Natura 2000-gebied is besloten. De uitkomsten van de toetsing zijn beschreven in de Voortoets. Conclusie is dat de wijzigingen van het bestemmingsplan geen significante effecten op de beschermde natuurwaarden van het Natura 2000gebied veroorzaken. De bewegingen van verkeer en personen zijn beoordeeld op de relevantie voor het Natura 2000-gebied. Bewegingen langs de kust en Noorddijkpolder zijn beoordeeld op m.n. optische verstoring; bewegingen van verkeer betreffen voornamelijk de ontsluiting in zuidelijke richting van het Natura 2000-gebied af gericht, en betreffen m.n. stikstofdepositie; zie het stikstofdepositieonderzoek in Bijlage 3 van de toelichting.

Nee

Nee

Pagina 37 van 41

8.y

8.z

8.aa

De stelling van de Voortoets dat dieren door optische verstoring e.d. verjaagd zouden kunnen worden en dat deze dan maar tijdelijk hun heil elders zouden moeten vinden (omdat er toch ‘genoeg’ ruimte elders in het Natura 2000-gebied is), is in strijd met de Europese Habitatrichtlijn. Feitelijk wordt het leef- en foerageergebied van diersoorten verkleind. Voorts is de Voortoets onjuist alwaar men stelt dat zeehonden slechts sporadisch in het gebied aanwezig zouden zijn, dan wel op ‘enige afstand’ aanwezig zijn. En wat wordt verstaan onder ‘enige afstand’?

Er mist een goede Aerius berekening. Men zal een nieuwe Aerius-berekening moeten opstellen en daarbij moeten rekenen met de stikstof-uitstoot van de nieuwe bestemmingen versus de uitstoot van een golfbaan.

Lichthinder vanwege verkeer vindt niet plaats binnen het Natura 2000-gebied. De interne ontsluiting van Waterzande ligt aan de binnenzijde van de buitenste bebouwingsring. Bovendien rijdt het verkeer vooral parallel aan de grens met Natura2000. Als gevolg van de herinrichting van de Noorddijkpolder is rond de gebiedsontwikkeling nieuwe ruimte gecreëerd die bijdraagt aan de opvang van foeragerende en overtijende kustvogels. Deze nieuwe ruimte biedt extra uitwijkmogelijkheden voor vogels en vergroot daarmee de robuustheid van het systeem voor lokale verstoring. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat er geen significante gevolgen zijn, waardoor er voldaan wordt aan de Europese Habitatrichtlijn.

Bij de beoordeling van de effecten is gebruik gemaakt van de resultaten van recent onderzoek uit 2023. Op het strand worden slechts sporadisch zeehonden aangetroffen en potentieel verstoord; zeehonden op de zandplaten worden vanaf de landzijde niet verstoord in verband met de afstand en de tussenliggende geul. Mede op basis van dit onderzoek is in de Voortoets in Bijlage 5 bij het bestemmingsplan geconcludeerd dat er geen significante effecten optreden als gevolg van het plan. Het aspect soortenbescherming vormt daarmee geen belemmering voor het plan. In het kader van het stikstofdepostieonderzoek (zie Bijlage 3 bij de Toelichting) is een actuele berekening met de laatste versie van het rekenprogramma AERIUS uitgevoerd. Niet duidelijk is waarom een nieuwe AERIUS-berekening zou moeten worden uitgevoerd.

Nee

Nee

Nee

Pagina 38 van 41

8.ab

8.ac

8.ad

De habitats van de voormalige Noorddijkpolder zijn niet vastgesteld wat wel wordt gesteld. De Noorddijk-polder habitat H1130, H1310A (zilte pioniersbegroeiing, zeekraal), H1320 (slijkgrasvelden) en H1330 (schorren en zilte graslanden, buitendijks) zijn wel degelijk al deels overbelaste en/of stikstofgevoelige habitats. In tegenstelling tot hetgeen er gesteld word staat de Stikstofproblematiek dit plan dus in de weg. Waterzande had voor de uitvoering van de eerste herziening nadrukkelijk een Wnbvergunning van GS Zeeland nodig. Nu dit plan een verdere verzwaring inhoudt, zullen de Wnbaspecten van deze kwestie moeten aanhaken en zal GS Zeeland moeten worden betrokken. Niet is gebleken dat de Provincie bij dit tweede herzieningsplan is betrokken.

Het Stranddorp is geprojecteerd binnen 100 meter van het Natura 2000-gebied. Dat brengt mee dat artikel 2.27 van de Provinciale Omgevingsverordening hieraan in beginsel in de weg staat.

Voor de beoordeling van de Voortoets op het onderdeel stikstofdepositie wordt verwezen naar het stikstofdepositieonderzoek, dat als Bijlage 3 bij de Toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd. De AERIUS calculator is hierin leidend. Op basis van de uitgevoerde berekeningen en het aanvullende onderzoek wordt geconcludeerd dat geen sprake is van significante effecten op voor stikstofdepositie gevoelige habitats in Natura 2000-gebied.

Nee

Er heeft vooroverleg plaatsgevonden met de provincie. Hoe dit overleg wordt gevoerd schrijft de wet niet voor. Het voorontwerp is toegestuurd aan de provincie. Gelet op het vorenstaande bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het plan is vastgesteld in strijd met artikel 3.1.1, eerste lid van het Bro.

Nee

Daarnaast heeft het plan en het ontwerpbesluit ter inzage gelegen. Aan belanghebbenden is gelegenheid geboden zienswijzen over het ontwerp van het bestemmingsplan naar voren te brengen (artikel 3.15, eerste lid, Awb). Dit is de wijze van inspraak waar de wet in voorziet (artikel 3.11, eerste lid, Awb). Aan de wettelijk voorgeschreven procedures is voldaan. In de geldende Omgevingsverordening Zeeland is dit artikel 5.35 Afwegingszone natuurgebieden geworden. Middels de Voortoets in Bijlage 5 van de Toelichting van het bestemmingsplan is aangetoond dat geen onevenredige aantasting van de bedoelde kenmerken en waarden van de Westerschelde plaatsvindt.

De toetsing aan deze regel uit de Provinciale Omgevingsverordening is opgenomen in paragraaf 3.3.2 van de Toelichting.

Pagina 39 van 41

8.ae

De Stichting heeft met verwondering kennisgenomen van de stikstofnormen die zijn opgenomen in dit tweede herzieningsplan. Naar het oordeel van de Stichting zijn deze stikstofnormen niet onderbouwd. Het is ook niet duidelijk wat hiervan precies de bedoeling is.

In de stikstofberekeningen is bepaald hoeveel emissie voor agrarisch gebruik er nog mogelijk zou zijn in de Westelijke Perkpolder, zonder significante depositie op Natura 2000gebieden te veroorzaken.

Nee

In artikel 8 Nieuw artikel 14B Algemene gebruiksregels bestemmingsplan 'Perkpolder, 2e herziening' is geregeld dat bemesting slechts mag plaatsvinden als daardoor geen relevante stikstofdepositie op stikstofgevoelige en overbelaste gebieden kan ontstaan. Om dit te borgen zijn er concrete gebruiksnormen per ha opgenomen, voor de 60 hectare resterende agrarische grond. Daarbij is er onderscheid gemaakt in dierlijke mest en kunstmest. Aanvullend wordt het houden van paarden en vee uitgesloten, om te voorkomen dat depositie op gevoelige en overbelaste Natura 2000gebieden ontstaat. Verwezen wordt naar het stikstofdepositieonderzoek, zoals opgenomen als bijlage bij de toelichting.

Pagina 40 van 41

4. AMBTSHALVE WIJZIGINGEN Er worden ambtshalve wijzigingen in het plan opgenomen. 1. In afwijking van artikel 4.2.3 sub d. 4. mogen uitkijktorens tot een hoogte van 6 meter worden opgericht in de Westelijke Perkpolder. Artikel 4.2.3 d. is aangepast. 2. In paragraaf 2.3 stond 'minimaal 20 ha'. 'minimaal' is verwijderd. Er zal 20 ha natuur, bos en water worden gerealiseerd. 3. Naar aanleiding van de overlegreactie van de provincie Zeeland is in paragraaf 4.10 van de toelichting opgenomen dat in aanvulling op de toetsing van de effecten van de ontwikkeling op Natura 2000 toetsing aan het NNZ niet nodig is. De buitendijkse delen van het NNN vallen onder de verantwoordelijkheid van het rijk en niet van de provincie. De effecten van Waterzande op het NNN zijn met de passende beoordeling getoetst. 4. Naar aanleiding van de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2024 inzake de Amercentrale en Rendac is aanvullend op de passende beoordeling onderbouwd dat het additionaliteitsprincipe geen belemmering is voor toepassing van interne saldering van de stikstofdepositie. Daarvoor is een memo opgesteld, dat als bijlage 10 aan de toelichting is toegevoegd. In paragraaf 4.10 van de toelichting is de conclusie opgenomen dat de externe saldering additioneel is op door de provincie te nemen passende maatregelen. 5.

Artikel 13A.4 is aangepast: er wordt een Voorwaardelijke verplichting natuur, bos en water opgenomen, op grond waarvan het oprichten van bebouwing binnen de bestemming 'Gemengd-2' overeenkomstig de betreffende bestemmingsomschrijving en bouwregels uitsluitend is toegestaan nadat de grond binnen de aanduiding 'natuur, bos en water' landschappelijk is ingepast conform het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 2 bij de regels. 6. Artikel 1.32 (begrip hotel) is aangepast, waarbij is opgenomen dat mensen die gebruik maken van de hoteleenheden hun hoofdverblijf elders hebben. 7. In artikel 4.1 onder b is toegevoegd: 'water- en bosontwikkeling'. 8. Artikel 4.3.1. onder h is tekstueel afgestemd op het identieke artikel 9.3.1. onder g. 9. Naar aanleiding van de voortoets zijn voorschriften voor evenementen, licht en geluiddragers opgenomen in de algemene aanduidingsregel in artikel 14C.3. In de verbeelding is de aanduiding 'overige zone - gebied niet noodzakelijke verlichting uitgesloten' opgenomen. 10. De evenementen regeling uit artikel 4.4.3 en 4.4.1 in de bestemming Gemengd - 2 is ook opgenomen in artikel 9.3.3 en 9.4.1 in de bestemming Wonen. 11. Artikel 14B.2 Niet essentiële verlichting gebouwen is aangepast. 12. Artikel 14B.3 Vuurwerk is toegevoegd. Hierin is geregeld dat het afsteken van vuurwerk binnen het werkingsgebied van dit plan niet is toegestaan. 13.

Voor de berekening van de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte was gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381 en is nu gebruik gemaakt van de meest recente CROW publicatie 744. 14. De nieuwste versie van de AERIUS calculator is gebruikt voor de stikstofdepositieberekeningen. 15. De tekst van de toelichting is op een aantal plekken gewijzigd ter verbetering van de leesbaarheid.

Pagina 41 van 41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15046634/1