Bijlage 1: Notitie beantwoording zienswijzen en overzicht ambtshalve wijzigingen
Tekst van het document
Bestemmingsplan “Perkpolder, 2e herziening”.
Notitie Beantwoording zienswijzen en overzicht ambtshalve wijzigingen.
Hulst, 15 november 2024
Pagina 1 van 41
Inhoud 1. 2. 3.
4.
Inleiding ................................................................................................. 3 1.1 Algemeen ........................................................................................... 3 1.2 Leeswijzer .......................................................................................... 3 Zienswijzen ............................................................................................. 4 2.1 Ingediende zienswijze ............................................................................ 4 2.2 Ontvankelijkheid .................................................................................. 4 Samenvatting en beoordeling zienswijze .......................................................... 5 Zienswijze: Indiener 1 ................................................................................ 5 Zienswijze: Dorpsraad Ossenisse-Zeedorp ......................................................... 9 Zienswijze: Indiener 2 .............................................................................. 10 Zienswijze: Stichting dorpsbelangen Rond de Kleine Vogel & Actiecomité Leefbaarheid Kuitaart ........................................................................................ 12 Zienswijze: Camping Perkpolder ..................................................................
15 Zienswijze: Provincie Zeeland ..................................................................... 21 Zienswijze: ZLTO..................................................................................... 23 Zienswijze: Stichting Schone Polder.............................................................. 26 Ambtshalve wijzigingen ............................................................................. 41
Pagina 2 van 41
1. INLEIDING 1.1 Algemeen Het ontwerpbestemmingsplan “Perkpolder, 2e herziening” heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening, van 30 november 2023 tot en met 10 januari 2024 ter inzage gelegen. Er zijn gedurende deze termijn acht zienswijzen ingediend. Tevens zijn enkele ambtshalve wijzigingen noodzakelijk gebleken.
1.2 Leeswijzer Deze notitie bevat de beantwoording van de ingediende zienswijze. De opbouw van de notitie is als volgt. In hoofdstuk 2 wordt een overzicht gegeven van de ingediende zienswijzen en wordt ingegaan op de ontvankelijkheid. In hoofdstuk 3 wordt de ingediende zienswijze samengevat en beantwoord. In hoofdstuk 4 worden aansluitend de ambtshalve wijzigingen beschreven, die bij de vaststelling in het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming is het niet toegestaan de persoonsgegevens (NAW-gegevens) van natuurlijke personen te verwerken zonder een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. Daarom worden de indieners van zienswijzen van natuurlijke personen in deze zienswijzenota niet bij naam genoemd.
Pagina 3 van 41
2. ZIENSWIJZEN 2.1 Ingediende zienswijze De navolgende (rechts-)personen hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om een zienswijze in te dienen: Indiener Indiener 1 Dorpsraad Ossenisse-Zeedorp Indiener 2 Stichting dorpsbelangen Rond de Kleine Vogel & Actiecomité Leefbaarheid Kuitaart Camping Perkpolder Provincie Zeeland ZLTO Stichting Schone Polder
Datum ontvangst zienswijze 18 december 2023 5 januari 2024 9 januari 2024 10 januari 2024
Documentnummer 653689 657433 658736 658641
10 januari 2024 10 januari 2024 10 januari 2024 10 januari 2024
658636 658590 658591 658535
2.2 Ontvankelijkheid De zienswijzen zijn tijdig ingediend. Op grond hiervan worden de zienswijzen ontvankelijk geacht.
Pagina 4 van 41
3. SAMENVATTING EN BEOORDELING ZIENSWIJZE Zienswijze: Indiener 1 #
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Aanpassing plan?
1.a
In tabel 4.5 uit de 1e herziening staat dat voor de jachthaven 0,5/0,7 parkeerplaatsen per ligplaats nodig zijn. Uitgaande van max 500 ligplaatsen zijn hiervoor ca 300 plekken nodig. Er zijn er momenteel ca 200, waar zijn de ontbrekende ca 100 gepland? De regel boven tabel 4.2 uit de 2e herziening vermeldt dat de door de gemeente gevraagde voorziening van 300 parkeerplaatsen wel wordt gehanteerd. Welke parkeerplaatsen betreft het?
Binnen de parkeerbalans van de 2e herziening wordt rekening gehouden met de parkeerplaatsen voor de jachthaven.
De parkeerbalans is verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan en als bijlage 8 toegevoegd aan het bestemmingsplan.
Zijn de parkeerplaatsen van de jachthaven gekoppeld aan de ligplaats of mogen bezoekers van Bar Goed en het strand er ook parkeren?
Binnen de parkeerbalans van de 2e herziening wordt rekening gehouden dat bepaalde parkeerfaciliteiten voor meerdere doelgroepen beschikbaar worden gesteld. Voor een aantal doelgroepen worden binnen Waterzande eigen parkeervoorzieningen gerealiseerd die enkel voor die doelgroep bestemd zijn. Dit zijn de bewoners van de woningen, de hotelgasten en de strandbezoekers.
1.b
1.c
1.d
Is rekening gehouden met de benodigde parkeerplaatsen voor de strandbezoekers/dagjes mensen. Waar zijn die gepland?
De uitwerking van de totale parkeerbehoefte van Waterzande in de beoogde situatie is terug te vinden in bijlage 8 van het bestemmingsplan. Alle benodigde parkeerplekken worden binnen het plangebied gerealiseerd. De exacte locatie van de parkeerplekken wordt in de planuitwerking bepaald. De gemeente had eerst verzocht om 300 parkeerplaatsen te reserveren voor strandbezoekers. Dit is bijgesteld naar 250 parkeerplaatsen voor strandbezoekers. Alle benodigde parkeerplekken worden binnen het plangebied gerealiseerd. De exacte locatie van de parkeerplekken wordt in de planuitwerking bepaald.
De uitwerking van de totale parkeerbehoefte van Waterzande in de beoogde situatie is terug te vinden in bijlage 8 van het bestemmingsplan. In de parkeerbalans is rekening gehouden met 250 parkeerplaatsen voor strandbezoekers. Alle benodigde parkeerplekken worden binnen het plangebied gerealiseerd. De exacte locatie van de parkeerplekken wordt in de planuitwerking bepaald.
De parkeerbalans is verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan en als bijlage 8 toegevoegd aan het bestemmingsplan. De parkeerbalans is verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan en als bijlage 8 toegevoegd aan het bestemmingsplan.
De parkeerbalans is verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan en als bijlage 8 toegevoegd aan het bestemmingsplan.
Pagina 5 van 41
1.e
Tabel 4.2 1e herziening blijkt 4.400 voertuigbewegingen inclusief golfbaan 175. Onder tabel 4.1 2e herziening staat dat het wegvallen van de golfbaan 96 mvt wegvallen. Wat is juist?
1.f
Is bij de verkeersgeneratie rekening gehouden met mvt (licht, zwaar) van meer toeleveranciers en personeel?
1.g
Is in de 2e herziening rekening gehouden qua parkeerplaatsen nu BAR Goed er is gevestigd, dat was in de 1e herziening nog niet het geval?
1.h
1.i
Waarom zijn er in de 2e herziening geen gegevens opgenomen over meer recentere data verkeersstromen? Is de vestiging van BAR Goed meegenomen in de verkeersbewegingen? De verkeersbewegingen zijn gebaseerd op gemiddelden. Waar
175 motorvoertuigbewegingen voor de golfbaan zijn juist. Sinds het opstellen van het bestemmingsplan ‘Perkpolder 2e herziening’ is er een nieuwe CROWpublicatie uitgekomen met daarin geactualiseerde verkeerskencijfers. Deze kencijfers zijn verwerkt in de verkeersberekeningen van de 2e herziening. Uit de geactualiseerde berekening blijkt dat door de ontwikkelingen die worden mogelijk gemaakt in bestemmingsplan ‘Perkpolder 2e herziening’ het aantal motorvoertuigbewegingen stijgt met 876 per etmaal op een werkdag. Bij de berekening van het aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van - het gemiddelde van- de desbetreffende CROWnormen; dit zijn algemeen aanvaarde normen voor de berekening van verkeerscijfers. De kencijfers omvatte al het verkeer per functie. Bij de verkeersgeneratie is dus rekening gehouden met de verschillende voertuigsoorten. In de tabellen is het totaal aantal motorvoertuigbewegingen aangegeven, dus licht, middelzwaar en zwaar gezamenlijk. In tabel 4.1 van het bestemmingsplan staat toegelicht hoe het personeel en de bevoorrading wordt meegerekend. In de 1e herziening was horeca binnen Waterstaatswerken (specifieke vorm van horeca-2) en Gemend-1 (specifieke vorm van horeca-1) toegestaan. De parkeervoorziening was hiervoor geregeld. Bar Goed heeft een tijdelijke vergunning voor de huidige locatie.
Deze huidige locatie van Bar Goed past niet binnen de regeling van de 2e herziening. Binnen ‘overige zone – voorzieningen’ is maximaal 2.950 m2 bvo aan horeca toegestaan, hiervoor wordt de parkeergelegenheid gerealiseerd. In de 2e herziening is gebruik gemaakt van de meest recente verkeersgegevens. Bar Goed is een bestaande situatie. De gehanteerde verkeersintensiteiten komen uit verschillende jaren. In sommige jaren zoals 2012 en 2015 was Bar Goed nog niet aanwezig. In de cijfers uit de jaren vanaf 2018 is Bar Goed wel aanwezig en is de verkeersgeneratie van Bar Goed in deze cijfers dus wel meegenomen. Bij het bepalen van de verkeersintensiteit is het gebruikelijk en algemeen aanvaardbaar uit te gaan van het gemiddeld aantal
De verkeersberekening is bijgewerkt in de toelichting van het bestemmingsplan.
De verkeersparagraaf is verduidelijkt in de toelichting van het bestemmingsplan. Onder dubbelgebruik is de tekst aangepast.
Nee
De verkeersberekening is bijgewerkt in de toelichting van het bestemmingsplan.
Nee
Pagina 6 van 41
vind ik de invloed van (zomerse) piekdagen terug?
1.j
Zijn inwoners geïnformeerd dat een groot deel (hoeveel?) van de verkeersbewegingen via de N689 richting het zuiden (Terhole/Hulst) en dus door Kuitaart rijden?
verkeersbewegingen per etmaal. Binnen de beoogde ontwikkeling wordt niet voorzien in de realisatie van recreatie-eenheden. Voor de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling wordt dan ook aangehouden dat deze gedurende de vakantieperiodes niet afwijkt ten opzichte van de rest van het jaar. Om te bepalen in welke mate de autonome verkeersintensiteiten gedurende de vakantieperioden afwijken van de reguliere periode zijn in 2024 verkeerstellingen uitgevoerd gedurende de meivakantie en de zomervakantieperiode ter controle. Uit de resultaten van deze tellingen bleek dat er geen significante verschillen zijn in de verkeersintensiteiten op het omliggende wegennet gedurende de vakantieperioden ten opzichte van de reguliere periode. Uit de toelichting van de 2e herziening blijkt dat een groot deel van het verkeer van Waterzande over de provinciale weg door Kuitaart rijdt. Bewoners zijn daar niet afzonderlijk over geïnformeerd. Via de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan hebben ze daarvan kennis kunnen nemen. Naar aanleiding van de zienswijzen is nader aandacht besteed aan de verkeersdruk op de provinciale weg en in Kuitaart.
Nee
Er zijn verschillende informatiebijeenkomsten geweest. Er heeft een participatiebijeenkomst plaatsgevonden i.h.k.v. de herziening op datum 13 december 2023, waar aanwezigen zijn geïnformeerd en betrokken bij het plan. Bewoners hebben hiervoor een uitnodiging ontvangen.
1.k
In het plan mogen geen sportvoorzieningen worden aangebracht. Watersport of vissen valt dit wel of niet onder het begrip sportvoorzieningen?
Aan wettelijke voorschriften is voldaan. Aan belanghebbenden is gelegenheid geboden zienswijze over het ontwerp van de omgevingsvergunning naar voren brengen (artikel 3.15, eerste lid, Awb). Dit is de wijze van inspraak waar de wet in voorziet (artikel 3.11, eerste lid, Awb). Aan de wettelijk voorgeschreven procedure is voldaan. Het is onjuist dat sportvoorzieningen niet zijn toegestaan. Sportvoorzieningen zijn toegestaan, mits deze aan de bestemmingsregels voldoen. Uitsluitend binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd- Stranddorp’ en het ‘Veerplein’ zijn sportvoorzieningen toegestaan. Ze dienen kleinschalig te zijn en ten behoeve van Waterzande zelf. Ook voorzieningen ten
Nee
Pagina 7 van 41
behoeve van watersport en vissport zijn aan te merken als sportvoorziening. De regels voor sportvoorzieningen staan in artikel 4.3.1 sub g en 9.3.1 sub f.
1.l
En is rekening gehouden met de verkeersgeneratie dat hotelgasten en bewoners van Stranddorp sportvoorzieningen elders opzoeken?
Voor het bepalen van de verkeersgeneratie wordt gebruik gemaakt van de kencijfers van het CROW. Daarin is ook het verkeer vanuit de woningen naar sportvoorzieningen opgenomen.
Nee
1.m
Is rekening gehouden met de verkeersgeneratie van kinderen uit Stranddorp die naar school gaan of (naschoolse) kinderopvang? Komt er OV richting het plan? Zo ja, wat is de verkeersgeneratie. Zo nee waarom niet?
Voor het bepalen van de verkeersgeneratie wordt gebruik gemaakt van de kencijfers van het CROW. Daarin is ook het verkeer vanuit de woningen naar scholen en naschoolse opvang opgenomen.
Nee
Het is de vraag of het haalbaar is om Waterzande met openbaar vervoer te ontsluiten, gelet op het beperkte gebruik van het openbaar vervoer. Dit zal met de provincie worden kortgesloten. Zodra van toepassing kunnen we er voor kiezen in Waterzande opstappunten voor de flex toe te voegen. Dit is vraag gestuurd OV ofwel publiek vervoer bestaande uit taxi's of kleine busjes. Geen grote bussen.
Nee
1.n
1.o
Vindt de gemeente dat de term dorp/Stranddorp juist wordt gebruikt? De verhouding is 50% vaste bewoners en 50% tweede bewoners
Voor het bestemmingsplan is dat niet van belang, het bestemmingsplan verzet zich niet tegen een goede OV-ontsluiting. De namen Stranddorp en dorp zijn werknamen voor deelgebieden uit het stedenbouwkundig plan. Het ligt voor de hand dat het nieuwe woongebied de kernnaam Waterzande krijgt.
Nee
In de ladderonderbouwing staat dat ingeschat wordt dat de helft van de woningen permanent bewoond zal worden. Wat uiteindelijk de verhouding vaste bewoners / tweede bewoners wordt, is op voorhand niet aan te geven, dat is afhankelijk van het gebruik dat de eigenaren maken van hun woning. Er zijn geen aanvullende regels gesteld voor het bezit van een woning als tweede woning.
Pagina 8 van 41
1.p
Waarom is geen vee toegestaan op 60ha?
1.q
Voorheen kon per openbare inschrijving een jaarlijkse pacht worden aangegaan. Blijft dat openbaar of is dat aan Waterzande BV hoe hiermee om te gaan? Welke maatregelen worden genomen om recreatieve verhuur te voorkomen?
1.r
In artikel 8 Nieuw artikel 14B Algemene gebruiksregels bestemmingsplan 'Perkpolder, 2e herziening' is geregeld dat bemesting slechts mag plaatsvinden als daardoor geen relevante stikstofdepositie op stikstofgevoelige en overbelaste gebieden kan ontstaan. Dat is vertaald in een concrete gebruiksnorm per ha, voor de 60 ha waarbij onderscheid is gemaakt in dierlijke mest en kunstmest. Aanvullend wordt het houden van paarden en vee uitgesloten, om te voorkomen dat er teveel depositie op gevoelige en overbelaste N2000-gebieden ontstaat. Of en op welke wijze gronden binnen het plangebied worden verpacht is in het kader van de ruimtelijke procedure niet relevant. Het is aan de eigenaar van de gronden om te bepalen of (en op welke wijze) gronden worden verpacht. Partijen maken hiervoor privaatrechtelijke afspraken.
Nee
In de bestemmingsregels is opgenomen dat recreatieve verhuur van woningen niet is toegestaan. De regels zijn juridisch voor eenieder bindend.
Nee
Nee
Zienswijze: Dorpsraad Ossenisse-Zeedorp 2.a
Er wordt enkel gesproken over het verkeer in lokaal Waterzande en de N689 en de N290. Alle verkeersbewegingen
Naar aanleiding van de zienswijzen is de verdeling van het verkeer vanuit Waterzande over het omliggende wegennet en de invloed op de omgeving aanvullend onderzocht. De daarbij behorende motivering is terug te vinden in de mer-beoordeling. In bijlage 1
De vormvrije merbeoordeling is aangepast en verwerkt in de verkeersparagraaf in de toelichting
Pagina 9 van 41
2.b
zowel bewoners als bezoekers, zullen niet via de N689 en N290 verlopen, er zal ook via de polders en langs de dijk die kant op worden gereden. Verkeersplan gehele regio moet bekeken worden. Wij zouden ook graag inzage krijgen in het huidige verkeersplan en de totstandkoming ervan.
van het bestemmingsplan is het document vervangen door de aangepaste versie.
van het bestemmingsplan.
Alle relevante informatie is op genomen in het bestemmingsplan Perkpolder 2e herziening. Er is geen separaat verkeersplan opgesteld.
Nee
Zienswijze: Indiener 2
Pagina 10 van 41
3.a
3.b
De druk op de Kalverdijk neemt rond de 2.000 verkeersbewegingen toe. In het ontwerp wordt uitgegaan van 300. Blijft dit ongewijzigd dan zal dit niet leiden tot een goede leefomgeving. Overlast door geluid, trillingen en vervuiling tasten de leefomgeving aan op de Kalverdijk. De Kalverdijk is een zeer oude en smalle dijk en niet berekend op intensief autoverkeer. Het ontlasten van de Kalverdijk kan door vanaf de kruising N689 tot aan de Perkstraat slechts één rijrichting toe te staan. Het westelijke deel van de Kalverdijk, vanaf de kruising Perkstraat tot aan de Molenweg, zou bestemd kunnen worden voor ‘bestemmingsverkeer’. Hoewel de golfbaan in het ontwerp niet meer voorkomt is onduidelijk of de beoogde ophoging hiermee ook uit het ontwerp is gehaald. Nu de golfbaan uit het ontwerp is gehaald dient de ophoogmogelijkheid geen planologisch doel. Als alternatief wordt voorgesteld om voor de gehele westelijke Perkpolder de hoogte van het maaiveld vast te leggen op het huidige niveau van 0,20 meter tot 1.15 meter boven NAP.
Ten opzichte van bestemmingsplan ‘Perkpolder 1e herziening’ is de ontsluiting aangepast. In het bestemmingsplan ‘Perkpolder 2e herziening’ vindt geen ontsluiting meer plaats op de Kalverdijk. Het verkeer wordt volledig over de N-weg geleidt.
Nee
Daarnaast is niet duidelijk waar de genoemde 300 verkeersbewegingen over de Kalverdijk genoemd zijn.
In de regels van het bestemmingsplan Perkpolder, 1e herziening is één inhoudelijke bepaling opgenomen met betrekking tot de hoogte van het maaiveld: artikel 4.2.1. onder c. Het gaat daarbij primair om een bouwregel, waarbij is bepaald dat in de bestemming Gemengd-2 de goot - en bouwhoogte van bouwwerken niet wordt gemeten vanaf het bestaande maaiveld, maar ten opzichte van het nieuwe maaiveld van de golfbaan. Ondersteunend is daarbij bepaald dat het nieuwe maaiveld niet hoger mag zijn dan 12 m +NAP. Het combineren van de afwijkende wijze van meten van de goot- en bouwhoogte van bouwwerken in dit lid met een maximale terreinhoogte is verwarrend. Om die reden wordt het begrip ‘peil’ (art. 1.41) aangepast, in die zin dat ter plaatse van het Stranddorp (de aanduiding Specifieke vorm van Gemengd - Stranddorp) als hoogte van het maaiveld het bestaande maaiveld wordt aangehouden (zonder de restrictie dat het om het maaiveld ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan gaat). Artikel 4.2.1.c komt te vervallen.
Artikel 1.41 sub b is vervangen, artikel 4.2.1 sub c. is verwijderd en artikel 4.5 is toegevoegd.
Pagina 11 van 41
Met deze aanpassing is nog niet geen regeling opgenomen van de maaiveldhoogte in de Westelijke Perkpolder, waaruit blijkt dat het Stranddorp mag worden opgehoogd en op grond waarvan het overige deel van de Westelijke Perkpolder niet opgehoogd kan worden. Het is ongebruikelijk dat in een bestemmingsplan vast te leggen. Er zijn bovendien geen plannen om het maaiveld van de resterende agrarische gronden in de Westelijke Perkpolder te verhogen. Dat laat onverlet dat om tegemoet te komen aan de zorgen van ophoging van de Westelijke Perkpolder een verbodsbepaling worden opgenomen voor het structureel ophogen van de agrarische gronden binnen de bestemming Gemengd-2, met uitzondering van het Stranddorp. Daaraan toegevoegd is dat de hoogte van het maaiveld in het Stranddorp maximaal 12 meter kan bedragen.
Zienswijze: Stichting dorpsbelangen Rond de Kleine Vogel & Actiecomité Leefbaarheid Kuitaart
Pagina 12 van 41
4.a
4.b
4.c
De voorgenomen plannen in Perkpolder leiden tot een verdubbeling van de verkeersintensiteit. Dat zal enkel leiden tot verdere achteruitgang voor de diverse flora en fauna.
De invloed van bestemmingsplan Perkpolder op de kwaliteit van de natuurgebieden Vogelkreek en ‘Grote Putting’ rondom de kern Kuitaart is naar onze mening onvoldoende onderzocht. Wij vinden geen berekeningen terug van de toename van de stikstofdepositie bij de Vogelkreek en langs de Hulsterweg als gevolg van het bouwen en in een latere fase het in gebruik nemen van Waterzande. De cijfers die Aerius doorgerekend heeft in het kader van de stikstofdepositie zijn onvolledig. Wilt u de volledige berekeningen met ons delen en nader onderbouwen waarom het aspect luchtkwaliteit dan geen belemmering vormt?
De mogelijk negatieve invloed van de toename in de verkeersintensiteit op beschermde natuurwaarden in de omgeving kan ontstaan door stikstofdepositie als gevolg van het verkeer. De effecten van het bestemmingsplan zijn onderzocht voor de natuurgebieden die direct grenzen aan het plangebied, en de gebieden die (redelijkerwijs onderbouwd) worden beïnvloed. Dit is in de toelichting van het plan nader gemotiveerd. Hieruit blijkt dat er vanuit dit aspect geen belemmeringen zijn om medewerking te verlenen aan het plan Vanuit de plantoetsing is er geen aanleiding te veronderstellen dat de onderhavige ontwikkeling aanleiding vormt voor wezenlijke effecten op de genoemde verder weg gelegen natuurgebieden. In aansluiting op punt 4.a. De invloed van de toename van de verkeersintensiteit op de kwaliteit van de natuurgebieden Vogelkreek en Grote Putting is onderdeel van de stikstofdepositieberekening, voor zover sprake is van voor stikstofdepositie gevoelige en overbelaste Natura2000-gebieden. Voor het overige zijn geen negatieve effecten van de ontwikkeling op de genoemde natuurgebieden te verwachten. In de met de meest recente versie van AERIUS uitgevoerde stikstofdepositieberekeningen is de invloed bepaald van de toename van de verkeersgeneratie op de stikstofdepositie op alle voor stikstofdepositie gevoelige en overbelaste gebieden in de omgeving, waaronder de Vogelkreek.
Verwezen wordt naar het stikstofdepositieonderzoek, dat als bijlage 3 bij de toelichting bij het bestemmingsplan is gevoegd. Het stikstofdepositieonderzoek is onderdeel van de ecologische toets, gericht op de stikstofgevoelige Natura2000-gebieden in de omgeving. Daarnaast is getoetst wat de invloed is van Waterzande op de luchtkwaliteit in de omgeving. In de toelichting is onderbouwd dat de extra verkeersbewegingen, die worden veroorzaakt door de extra ontwikkelingen die middels de 2e herziening worden mogelijk gemaakt, niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Door deze uitkomst hoeft dit plan niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen.
Nee
Nee
Nee
Pagina 13 van 41
4.d
4.e
Over de te verwachten toename van verkeer, en de daardoor toenemende overlast van trillingen, geluid en fijnstof langs de Hulsterweg in Kuitaart kunnen wij geen adequaat onderbouwende rapportages of doorberekeningen vinden anders dan een aantal aannames. Wij zouden deze rapportages graag ontvangen. Naast het onderzoeken van de invloed van de verkeerstoename op de leefbaarheid in onze kern, vragen we u een breed onderzoek in te stellen naar de mogelijkheden om onze kern te ontzien. Binnen de bebouwde kom is er te weinig ruimte voor een doorgaande weg met de voorziene verkeersintensiteit. Fietsers, landbouwverkeer, vrachtverkeer en woon-/werkverkeer maken intensief gebruik van deze te smalle weg. Het fietspad voldoet nu al niet aan de minimale geadviseerde breedte en ligt, zonder enige afscherming, direct tegen de rijbaan aan. Met een verdere toename van het verkeer neemt het risico op een ongeluk aanzienlijk toe. Alternatieven zijn: - Het beste alternatief is een rondweg rond Kuitaart - Een versmalde weg waarop 30/50km per uur geldt met
Naar aanleiding van de zienswijzen is aanvullend onderzoek gedaan naar de toekomstige verkeersstroom door Kuitaart. De resultaten van dit onderzoek zijn terug te vinden in de verkeersonderbouwing van de mer-beoordeling. In bijlage 1 van het bestemmingsplan is het document vervangen door de aangepaste versie.
De vormvrije merbeoordeling is aangepast en verwerkt in de verkeersparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan.
In paragraaf 4.6 van het bestemmingsplan is aangetoond dat het extra verkeer geen significante trillingshinder veroorzaakt, doordat het in hoofdzaken licht verkeer betreft.
Paragraaf 4.6 Trillingen is toegevoegd.
In paragraaf 4.5 van het bestemmingsplan is aangetoond dat het extra verkeer geen significante toename van geluidbelasting tot gevolg heeft. Daarom wordt geen aanvullende geluidshinder veroorzaakt voor de omliggende geluidgevoelige objecten. In paragraaf 4.8 van het bestemmingsplan is aangetoond dat de extra voertuigbewegingen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Naar aanleiding van de zienswijzen is aanvullend onderzoek gedaan naar de toekomstige verkeersstroom door Kuitaart. De resultaten van dit onderzoek zijn terug te vinden in de verkeersonderbouwing van de mer-beoordeling. In bijlage 1 van het bestemmingsplan is het document vervangen door de aangepaste versie.
De vormvrije merbeoordeling is aangepast en verwerkt in de verkeersparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan.
Voor Kuitaart is de conclusie van het onderzoek dat binnen de bebouwde kom al maatregelen getroffen zijn voor het verbeteren van de verkeersveiligheid, waarbij de beoogde verkeerstoename als gevolg van het bestemmingsplan Perkpolder 2e herziening er niet toe leidt dat aanvullende maatregelen vereist zijn voor het waarborgen van de verkeersveiligheid en verkeersdoorstroming. De ontwikkelingen die met de 2e herziening van het bestemmingsplan Perkpolder mogelijk worden gemaakt, hebben geen onevenredige invloed op de verkeersveiligheid en -doorstroming.
Pagina 14 van 41
daarnaast een voldoende breed fietspad met 2 richtingen
Zienswijze: Camping Perkpolder
Pagina 15 van 41
5.a
5.b
De camping verzoekt de gemeenteraad om het maaiveld van de gehele westelijke Perkpolder (excl. het Stranddorp) nadrukkelijk vast te leggen en te definiëren op het huidige, aanwezige, nietopgehoogde maaiveld. (NB: dit maaiveld ligt nu tussen ongeveer 0,20 en 1,15 meter).
Missende verbeelding en regels in het kader van de verkeersafwikkeling. Verzoek aan de gemeenteraad is om de wegen die het gebied moeten ontsluiten nadrukkelijk te benoemen en als zodanig vast te leggen in het bestemmingsplan. Er is een slechte ontsluiting van het gebied ten
In de regels van het bestemmingsplan Perkpolder, 1e herziening is één inhoudelijke bepaling opgenomen met betrekking tot de hoogte van het maaiveld: artikel 4.2.1. onder c. Het gaat daarbij primair om een bouwregel, waarbij is bepaald dat in de bestemming Gemengd-2 de goot - en bouwhoogte van bouwwerken niet wordt gemeten vanaf het bestaande maaiveld, maar ten opzichte van het nieuwe maaiveld van de golfbaan. Ondersteunend is daarbij bepaald dat het nieuwe maaiveld niet hoger mag zijn dan 12 m +NAP. Het combineren van de afwijkende wijze van meten van de goot- en bouwhoogte van bouwwerken in dit lid met een maximale terreinhoogte is verwarrend. Om die reden wordt het begrip ‘peil’ (art. 1.41) aangepast, in die zin dat ter plaatse van het Stranddorp (de aanduiding Specifieke vorm van Gemengd - Stranddorp) als hoogte van het maaiveld het bestaande maaiveld wordt aangehouden (zonder de restrictie dat het om het maaiveld ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan gaat). Artikel 4.2.1.c komt te vervallen. Met deze aanpassing is nog niet bepaald dat het maaiveld in het overige deel van de Westelijke Perkpolder (buiten het Stranddorp) niet opgehoogd kan worden. Het is ongebruikelijk dat in een bestemmingsplan vast te leggen. Er zijn bovendien geen plannen om het maaiveld van de resterende agrarische gronden in de Westelijke Perkpolder te verhogen.
Dat laat onverlet dat om tegemoet te komen aan de zorgen van ophoging van de Westelijke Perkpolder. Om die reden zal een verbodsbepaling worden opgenomen voor het structureel ophogen van de agrarische gronden binnen de bestemming Gemengd-2, met uitzondering van het Stranddorp. Daaraan toegevoegd is dat de hoogte van het maaiveld in het Stranddorp maximaal 12 meter kan bedragen. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn de verkeerskundige effecten van de ontwikkeling op de omgeving nader onderzocht. De uitkomsten daarvan zijn verwerkt in de m.e.r.-beoordeling en de toelichting bij het bestemmingsplan. Het vastleggen van de ontsluitende wegen in het bestemmingsplan is niet aan de orde. Al deze wegen hebben al een verkeersbestemming in het bestemmingsplan Buitengebied Hulst.
Artikel 1.41 sub b is aangepast, artikel 4.2.1 sub c. is verwijderd en artikel 4.5 is toegevoegd.
De vormvrije merbeoordeling is aangepast en verwerkt in de verkeersparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan.
Pagina 16 van 41
westen van het nieuwe Stranddorp. Er moet een verkeerskundig onderzoek opgesteld worden. 5.c
5.d
5.e
Verzoek aan de gemeenteraad om de Perkstraat en de nieuw aan te leggen Zeedijk ten westen van het Stranddorp te bestemmen als gebied voor: verkeersdoeleinden, zijnde lokaal bestemmingsverkeer, zoals agrarisch verkeer en campingverkeer.
Camping Perkpolder is van oordeel dat voorafgaand aan dit bestemmingsplan een Milieueffectrapportage (MER) had moeten worden opgesteld, dan wel dat een goede MERbeoordeling had moeten worden toegepast. Voor de goede orde merkt de Camping op de door de ontwikkelaar overgelegde ‘Vormvrije MER-beoordeling’ van 14 november 2023 absoluut niet als zodanig kwalificeert en dat deze ook ernstig gebrekkig is. De afmetingen voor de bouwhoogte van “gestapeld wonen” dienen te worden aangehouden uit het 1e herziene bestemmingsplan.
In een bestemmingsplan kan het gebruik van wegen niet worden gereguleerd. Mocht een beperking van verkeersstromen nodig zijn, dan dient daarvoor een verkeersbesluit genomen te worden. Naar aanleiding van de zienswijzen is de noodzaak voor het treffen van aanvullende maatregelen onderzocht. De resultaten van dit onderzoek zijn terug te vinden in de verkeersonderbouwing van de merbeoordeling. In bijlage 1 van het bestemmingsplan is het document vervangen door de aangepaste versie. Uit dit onderzoek komt naar voren dat ten westen van het Stranddorp de verkeerstoename ten gevolge van het ‘Bestemmingsplan 2e herziening’ maximaal circa 5 mvt/uur, bedraagt. Deze toename is dermate laag dat niet verwacht wordt dat er knelpunten ontstaan in de verkeersafwikkeling op de omliggende wegen. Voorgesteld wordt om de verkeersafwikkeling te monitoren. De ontwikkelingen die met het bestemmingsplan Perkpolder 2h mogelijk worden gemaakt zijn niet mer-plichtig, maar mer-beoordelingsplichting. Om die reden is een vormvrije mer-beoordeling opgesteld. Naar aanleiding van de zienswijzen is de uitgevoerde vormvrije mer-beoordeling aangevuld en geactualiseerd voor met name de aspecten verkeer en geluid. In bijlage 1 van het bestemmingsplan is het document vervangen door de aangepaste versie.
In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd dat geen sprake is van zodanige milieueffecten dat het opstellen van een MER nodig is.
De afmetingen voor gestapeld wonen zijn gelijk aan de afmetingen zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Perkpolder 1e herziening’. In bestemmingsplan ‘Perkpolder 2e herziening’ is geregeld: de goot- en bouwhoogte van gestapelde woningen is ten hoogste 16 meter (artikel 4.2.2 sub e. 2. en artikel 9.2.2 sub d. 2.).
De vormvrije merbeoordeling is aangepast en verwerkt in de verkeersparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan.
De uitgevoerde vormvrije merbeoordeling is aangevuld en geactualiseerd.
Nee
Pagina 17 van 41
5.f
De afmetingen voor de bouwhoogte van “wonen” dienen te worden aangehouden uit het 1e herziene bestemmingsplan.
5.g
De afmetingen voor kunstobjecten dienen te worden aangehouden uit het 1e herziene bestemmingsplan.
In bestemmingsplan ‘Perkpolder 1e herziening’ is geregeld: voor gestapelde woningen is de goothoogte en bouwhoogte ten hoogste 16 respectievelijk 16 meter (artikel 9.2.2 sub f.) De afmetingen voor gestapeld wonen zijn gelijk aan de afmetingen zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Perkpolder 1e herziening’. In bestemmingsplan ‘Perkpolder 2e herziening’ is geregeld: de goothoogte en de bouwhoogte van woningen bedragen ten hoogste 7 respectievelijk 13 meter (artikel 4.2.2 sub c. en d. en artikel 9.2.2 sub c.). Voor gebouwen met een plat dak bedraagt de goot- en bouwhoogte 11 meter. In bestemmingsplan ‘Perkpolder 1e herziening’ is geregeld: de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 7 meter (artikel 4.2.3 sub d.) en de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 13 meter (artikel 4.2.3 sub e.). Naar aanleiding van de zienswijze zijn artikel 4.2.1 sub d. en artikel 9.2.1 sub b. gewijzigd, waardoor binnen het Veerplein en het Stranddorp kunstobjecten met een hoogte van 5 meter zijn toegestaan.
Nee
Artikel 4.2.1 sub d. en artikel 9.2.1 sub b. zijn aangepast.
De regeling is verder aangepast, in die zin dat kunstobjecten in het resterende agrarische deel van de Westelijke Perkpolder niet meer mogelijk worden gemaakt.
5.h
De afmetingen voor de landmark dienen te worden aangehouden uit het 1e herziene bestemmingsplan.
In het bestemmingsplan ‘Perkpolder 1e herziening’ is de bouwhoogte van ten hoogste 30 meter met een afwijkingsbevoegdheid onder voorwaarden mogelijk gemaakt (artikel 9.3.1) . Middels het bestemmingsplan ‘Perkpolder 2e herziening’ wordt deze afwijking rechtstreeks toegepast. In de toelichting wordt onderbouwd dat aan de afwijkingsregels wordt voldaan (zie paragraaf 2.2.2 van de toelichting).
Nee
Met het landmark wordt de stedenbouwkundige positie van Waterzande als dorp aan de Westerschelde gemarkeerd. Het landmark vormt ruimtelijk-kwalitatief en architectonisch een meerwaarde voor zowel het project Perkpolder als voor de omgeving: een kwalitatief hoogwaardige markering van het project en een stedenbouwkundig accent in de omgeving.
Pagina 18 van 41
5.i
5.j
5.k
5.l
De afmetingen voor de bouwhoogte van het “hotel” dienen te worden aangehouden uit het 1e herziene bestemmingsplan.
Camping Perkpolder verzoekt de gemeenteraad om het bestemmingsplan zodanig te wijzigen dat de term ‘hoteleenheden’ worden gedefinieerd en wordt toegevoegd bij Artikel 1: Begrippen. De Camping verzoekt de gemeenteraad om het bestemmingsplan zodanig te wijzigen zodat duidelijk wordt hoeveel hotels er daadwerkelijk gebouwd mogen worden met vermelding van het maximaal aantal kamers en bouwafmetingen. Het plan was altijd voor de bouw van één hotel en de Camping houdt vast aan dit gegeven uit het 1e herziene plan. De projectontwikkelaar heeft niet onderbouwd waarom het hotel (nu nog 200 m² in het huidige bestemmingsplan) een enorme bouwmassa van 550 m2 zou moeten hebben.
Zie beantwoording punt 5.h.
Nee
De landmark valt in de gebiedsaanduiding ‘overige zone – hotelkern’. De landmark wordt onderdeel van het hotel, daarom mag een deel van het hotel 30 meter hoog worden. Alle hotelgebouwen liggen binnen de bouwaanduiding ‘gestapeld’. Hier binnen mogen gebouwen een goot- en bouwhoogte van ten hoogste 16 meter hebben (zie antwoord 5.e.). Naar aanleiding van de zienswijze is een begripsbepaling opgenomen voor hoteleenheid.
De begripsbepaling ‘hoteleenheid’ is toegevoegd.
Het maximaal aantal hoteleenheden (zie antwoord 5.j) is geregeld in artikel 14.C lid 2. Het aantal hotels is niet geregeld en planologisch niet relevant. Zie antwoord 5.i voor de bouwafmetingen van het hotel. Artikel 14C.2 is aangepast waardoor uitsluitend binnen de gebiedsaanduiding ‘overige zone – hotelkern’ een hotel is toegestaan.
Sub c. is toegevoegd in artikel 14C.2.
In paragraaf 2.2.2 van de toelichting staat onderbouwd waarom een vergroting van de bouwmassa nodig is. Doordat de grote internationale golfbaan niet langer haalbaar is, moest er een andere manier worden gevonden om het vastgoed te valoriseren. Deze vergroting van de bouwmassa is noodzakelijk om een gevarieerd programma aan verschillende hotelvoorzieningen te kunnen bieden om in te spelen op de kansen in de markt. Hiermee kan een noodzakelijk economische basis worden gelegd. Zie ook paragraaf 2.2.2. van de toelichting.
Nee
De aangegeven oppervlaktematen hebben overigens betrekking op het landmark. Daarbuiten, binnen de gebiedsaanduiding ‘overige zone – hotelkern’, kunnen ook hoteleenheden worden gerealiseerd.
Pagina 19 van 41
5.m
De projectontwikkelaar heeft niet onderbouwd waarom het hotel maar liefst 30 meter (+10%) hoog zou moeten worden (bovenop de kunstmatige verhoging van twaalf meter +NAP).
Zie antwoord 5.h voor de hoogte van 30 meter.
Nee
5.n
Aan de Voortoets inzake de effecten op het Natura 2000-gebied en het stikstofonderzoek zijn niet de juiste conclusies verbonden. In de Voortoets wordt niet of onvoldoende ingegaan op de veranderingen van dit tweede herzieningsplan. In het bijzonder wordt miskend dat het Stranddorp direct op/naast het Natura 2000-gebied wordt geplaatst en dat er qua bebouwing en voorzieningen (horeca & landmark) wordt ingezet op een enorme vergroting van het eerdere plan. Verzoek om de stikstofgebruikersnorm voor de 80ha “agrarisch gebruik” uit het plan te verwijderen. Deze worden landelijk vastgesteld en horen niet thuis in een bestemmingsplan.
De effecten van de vergroting van het plan zijn meegenomen en meegewogen in de effectbeoordeling. Daarbij zijn de effecten van de tweede herziening beoordeeld in de context van de toegenomen ecologische functies en draagkracht van het gebied de Noorddijkpolder en recent aangelegde hoogwatervluchtplaatsen. Deze draagkracht draagt bij aan de opvang van lokale verstoringsbronnen door het bieden van meer opvang en meer uitwijkmogelijkheden indien nodig. Uit de effectbeoordeling zijn geen belemmeringen gebleken.
Nee
De stikstofgebruiksnorm is opgenomen om te voorkomen dat de resterende agrarische gronden te ruim worden bemest, waardoor stikstofdepositie zou kunnen ontstaan in daarvoor gevoelige en overbelaste beschermde natuurgebieden. In artikel 14B lid 1 sub a. staat dat bemesting is toegestaan voor een oppervlakte van ten hoogste 60 ha. Niet duidelijk is waarop de oppervlakte van 80 ha is gebaseerd. In artikel 4.2.2 sub b. staat ‘woningen zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘wonen uitgesloten’. In artikel 4.2.3 zijn de bouwregels opgenomen als uitzondering op de aanduiding ‘wonen uitgesloten’. Daarmee is de aanduiding ‘wonen uitgesloten’ correct geregeld in de regels. In de bestemmingsomschrijving in artikel 4.1 worden de gebruiksmogelijkheden van de bestemming in algemene zin benoemd, zoals te doen gebruikelijk in bestemmingsplannen. In de volgende leden worden het bouwen en het gebruik uitgewerkt in specifieke bouw- en gebruiksregels al dan niet nader gespecificeerd middels aanduidingen.
Nee
5.o
5.p
Bestemmingsomschrijving ´wonen uitgesloten´ is niet verankerd in artikel 4. Gemengd-2.
5.q
Vele van de genoemde ´aangewezen gronden´ uit artikel 4 (a t/m m) zijn open einden, d.w.z. geven de mogelijke bestemmingen geen enkele restricties, maximalisaties.
Nee
In artikel 4.1 zijn sub a. en g. aangepast.
Pagina 20 van 41
5.r
Zo zijn op het gebied van 4.1.h. `Evenementen´ in 4.3.3. regels vastgesteld waar men dan in 4.4.1. weer mag afwijken van die regels, maar vervolgens wordt er hier geen enkele maximalisatie van het aantal evenementen en/of maximaal aantal bezoekers, maximalisaties van het aantal toegelaten decibels tijdens zo´n evenement genoemd. M.a.w. Alles is mogelijk. Dit kan nooit het uitgangspunt zijn van een gedegen bestemmingsplan.
Twee leden van artikel 4.1 zijn gespecificeerd: Bij sub a. is 'met inachtneming van het bepaalde in artikel 14B.1' toegevoegd. Daardoor wordt in de bestemmingsomschrijving al de link gelegd met de beperkte bemestingsruimte van de agrarische gronden. Sub g. is aangepast in 'extensieve dagrecreatie'. In de regels is primair de omvang van en het aantal evenementen vastgelegd. Het college kan daarvan, na een zorgvuldige afweging van belangen, de effecten op het woon- en leefklimaat en de effecten van de verkeersaantrekkende werking afwijken. Daarmee is in kwalitatieve zin geborgd dat geen ongewenste effecten optreden. Zo’n afwijkingsbesluit is vervolgens onderhevig aan bezwaar en beroep.
Nee
Zienswijze: Provincie Zeeland 6.a
Er is sprake van een beperkte uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein, zoals bedoeld in artikel 2.11 en bijlage D onder 3 van de Omgevingsverordening. De uitbreiding dient te voldoen aan de genoemde eisen in onderdeel A tot en met D van bijlage D onder 3. (Ruimtelijke kwaliteit (integrale kwaliteitsimpuls), economische uitvoerbaarheid, markt en onderscheidend vermogen van het concept en sociaal maatschappelijke bijdrage). In de toelichting van het ontwerp-bestemmingsplan wordt niet ingegaan op dit artikel en deze voorwaarden en daarmee wordt de
Uit de toelichting op de Omgevingsverordening blijkt dat ook hotels door de provincie als verblijfsrecreatie worden gezien. Als de uitbreiding van het hotel als uitbreiding van verblijfsrecreatie moet worden gezien (hoewel dat niet blijkt uit de regels van de provinciale Omgevingsverordening, dan is van belang dat deze uitbreiding plaatsvindt binnen planologisch bestaand gebied (een vastgesteld bestemmingsplan, dat de ontwikkeling van een woonkern mogelijk maakt).
De toetsing aan deze regel uit de Provinciale Omgevingsverordening is opgenomen in paragraaf 3.3.2 van de Toelichting.
Pagina 21 van 41
uitbreiding van hoteleenheden derhalve niet onderbouwd.
6.b
6.c
6.d
De ontwikkeling dient te worden getoetst aan beschermd (Delta-)landschap van de Westerschelde (Zie hiervoor artikel 2.28 van de Omgevingsverordening 2018). Er wordt gesteld dat dit in de voortoets is meegenomen, maar deze toets heeft betrekking op Natura 2000.
De landschappelijke inpassing beperkt zich in het ontwerp tot een dubbele rij populieren langs de Perkstraat en wat knotbomen. Dit staat niet in verhouding tot de ontwikkeling en voldoet niet aan hetgeen hierover in de Omgevingsvisie is opgenomen. Voor deze ontwikkeling dient een integraal landschapsplan te worden opgesteld dat wordt geborgd in de bestemmingsplanvoorschriften.
Op basis van de voortoets kan wat betreft het onderdeel over de mogelijke effecten op vogels niet met zekerheid op voorhand worden uitgesloten dat er significante negatieve effecten optreden. Daarvoor zijn de resultaten van de vogeltellingen die nu nog worden uitgevoerd
In de huidige versie van de Omgevingsverordening Zeeland is dit artikel 5.36 Landschap en erfgoed. Landschappelijk verandert er met deze 2e herziening aanzienlijk minder dan in het huidige bestemmingsplan is toegestaan t.b.v. de golfbaan. In het huidige bestemmingsplan was toegestaan dat de gehele polder tot 12 meter + NAP zou mogen worden opgehoogd t.b.v. de golfbaan. In deze 2e herziening wordt alleen het Stranddorp, het woongedeelte achter de dijk opgehoogd, zie o.a. beantwoording zienswijze 3b. De dijken rondom het plangebied blijven volledig intact en zichtbaar in het landschap. Als bijlage bij de regels is een nieuw landschappelijk inrichtingsplan toegevoegd. In het plan zijn inpassingen opgenomen voor natuur, water en bos.
De toetsing aan deze regel uit de Provinciale Omgevingsverordening is opgenomen in paragraaf 3.3.2 van de Toelichting.
Het nieuwe landschappelijk inpassingsplan is opgenomen in bijlage 2 van de Regels.
‘We behouden enerzijds bestaande landschapsstructuren zoals sloten, dijken, bomenrijen en wegen. Anderzijds willen we meer gradiënten aanbrengen met als doel het verhogen van de biodiversiteit, het creëren van een boeiender en mooier landschap, het zoveel mogelijk ter plekke houden van het regenwater en het zorgen voor een verfijnder en gerichter beheer, wat werken op doelsoorten beter mogelijk maakt.’ De vogels zijn jaarrond geïnventariseerd en de resultaten van het onderzoek zijn verwerkt in de voortoets. effect op vogels vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
Pagina 22 van 41
noodzakelijk (Wat overigens ook in de voortoets wordt gesteld, namelijk dat voor sommige vogelsoorten dit noodzakelijk is om een eindoordeel te kunnen geven). 6.e
6.f
Het aspect Stikstof kan niet volledig worden beoordeeld doordat de afzonderlijke pdfbestanden van de berekeningen ontbreken. Wat betreft Soortenbescherming wordt in het ontwerp-bestemmingsplan ten onrechte gesteld dat het onderzoek uit 2014 kan worden gebruikt voor de tweede herziening. Omdat de nieuwe ontwikkeling wezenlijk afwijkt van de eerste herziening uit 2014 en bovendien wet- en regelgeving sindsdien zijn gewijzigd, dient voor dit onderdeel opnieuw onderzoek te worden uitgevoerd. Wij kunnen niet instemmen met een planologische wijziging waarbij op voorhand niet is aangegeven dat wordt voldaan aan de relevante natuurwet/regelgeving waarvoor wij bevoegd gezag zijn.
De afzonderlijke AERIUS-uitdraaien zijn op verzoek aan de provincie toegestuurd op 10 januari 2024.
Nee
De soortenbeschermingstoets is geactualiseerd in 2023. Deze rapportage betreft een integrale actualisatie van de soortenbescherming en leidt tot de conclusie dat het plan uitvoerbaar is.
De actuele Natuurtoets, waarin de effecten van de ontwikkeling van Waterzande voor beschermde soorten flora en fauna worden getoetst, is toegevoegd als bijlage aan de toelichting.
.
Zienswijze: ZLTO 7.a
7.b
Art. 1.40a. De classificatie van nutsvoorzieningen als niet-agrarische neventak roept vragen op.
Art. 2-4.2.3c. De vermelding van sleufsilo’s en hun toegestane oppervlakte van 2 hectare is
Het begrip in artikel 1.40a nutsvoorziening is niet gelinkt aan het artikel 1.40 nietagrarische neventak. In alfabetische volgorde komt ‘nutsvoorziening’ na ‘niet-agrarische neventak’. Om de nummering uit het bestemmingsplan ‘Perkpolder 1e herziening’ niet aan te hoeven passen, zijn begrippen toegevoegd middels het toevoegen van letters. Tussen artikel 1.40 en 1.41 wordt artikel 1.40a toegevoegd. Wij delen uw zienswijze. Wanneer het houden van dieren niet is toegestaan, zijn sleufsilo’s niet van toepassing. We passen de betreffende bestemmingsregel(s) hier op aan. Artikel 4,2,3 sub c. is verwijderd.
Nee
Artikel 4.2.3 sub c. is verwijderd.
Pagina 23 van 41
7.c
opmerkelijk, zeker gezien het feit dat later in de regelgeving wordt gesteld dat het houden van dieren hier niet is toegestaan. Deze bepaling lijkt onlogisch en mist samenhang met de algemene doelstellingen van het bestemmingsplan. Art. 8. Beperkingen op bemesting en het houden van dieren. Een gemeentelijk bestemmingsplan is NIET het instrument om aan dergelijke landelijke normen beperkingen aan te brengen.
7.d
Art. 14B. Het bestemmingsplan verbiedt Agrarisch Grasland. Deze term is naar onze mening onduidelijk. Heeft dit bijvoorbeeld ook betrekking op graszaadteelt, kruidenrijk grasland, grasland t.b.v. groenbemesting?
7.e
Art. 9. De toevoeging van 2 grote en 6 middelgrote horecabedrijven zal onvermijdelijk leiden tot een significante toename van verkeersstromen. Met name de verkeersstroom van/naar Terneuzen baart ons zorgen. Deze zal NIET enkel plaatsvinden over de N689 (zoals beweerd in het bestemmingsplan), maar ook via de polderwegen langs Kreverhille,
Sleufsilo's zijn hierdoor niet meer toegestaan.
Het beperken van de hoeveelheid bemesting en het houden van dieren is noodzakelijk om te voorkomen dat het plan onbedoeld leidt tot een onaanvaardbare stikstofdepositie op daarvoor gevoelige en overbelaste natuurgebieden in de omgeving. Om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening is het voorkómen van stikstofdepositie noodzakelijk. Om die reden moet de stikstofdepositie van de agrarische gronden in het plangebied worden vastgelegd. Om te voorkomen dat het plan ten opzichte van de referentiesituatie leidt tot een toename van de stikstofdepositie op daarvoor gevoelige en overbelaste Natura 2000gebieden in de omgeving, is de teelt van agrarisch grasland niet gewenst. De reden daarvoor is dat op alle soorten grasland meer bemesting met een hogere ammoniakemmissie mag worden toegepast dan op bouwland. Deze bepaling heeft derhalve betrekking op alle vormen van agrarisch geëxploiteerd grasland. De regeling zal op dat punt worden verduidelijkt. Naar aanleiding van de zienswijzen is – mede op basis van het regionaal verkeersmodel – gebleken dat een deel van het verkeer naar en van Waterzande ook via het onderliggend wegennet zal worden afgewikkeld. Om die reden is de verdeling van het verkeer op het onderliggend wegennet nader onderzocht. De resultaten van dit onderzoek zijn terug te vinden in de verkeersonderbouwing van de mer-beoordeling.
Deze beoordeling is toegevoegd aan de bijlagen van het bestemmingsplan.
Nee
Artikel 14B.1 sub c. is aangepast.
De vormvrije merbeoordeling is aangepast en verwerkt in de verkeersparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan.
Uit dit onderzoek komt naar voren dat ten westen van het Stranddorp de verkeerstoename ten gevolge van het ‘Bestemmingsplan 2e herziening’ maximaal circa 5 mvt/uur, bedraagt. Deze toename is dermate laag dat vooralsnog geen verkeersbesluiten worden genomen. In plaats
Pagina 24 van 41
7.f
7.g
Noordstraat, Ossenisse en Zeedorp. Dit brengt zorgen met zich mee over de capaciteit van de bestaande infrastructuur, die momenteel niet lijkt te zijn berekend op dergelijke verkeersintensiteiten. Artikel 14c2 en Artikel 14c1.3 De toestemming voor de realisatie van 360 hoteleenheden (250+110) vereist een grondige evaluatie van de impact op de lokale verkeerslogistiek, een aspect dat momenteel onderbelicht blijft in de planregels. Het ontbreekt in de planregels aan specifieke aandacht voor verkeersontsluitingen en calamiteitenontsluitin gen. Hoewel de toelichting verwijst naar een verkeersonderzoek, lijkt dit niet afdoende om de praktische realiteit weer te geven, vooral wat betreft de routekeuzes naar/van Terneuzen. De verwachte toename van verkeer kan leiden tot significante overlast en problemen in de kleine dorpjes, maar ook bij de ontsluiting van landbouwpercelen en de afvoer van agrarische producten. En daarnaast ook de algehele verkeersveiligheid voor zowel bewoners
daarvan wordt gebruik gemaakt van monitoring om te bepalen of er daadwerkelijk knelpunten ontstaat in de verkeerssituatie op de wegen ten westen van het Stranddorp. Indien blijkt dat dit daadwerkelijk het geval is dan kunnen regelmaatregelen worden toegepast, bijvoorbeeld door de weg enkel voor lokaal bestemmingsverkeer toegankelijk te maken. In totaal worden 250 hoteleenheden toegestaan, waarvan er maximaal 110 binnen ‘Gemengd-2’ worden toegestaan. Er is dus geen sprake van 360 hoteleenheden. De daarmee samenhangende verkeersgeneratie is meegenomen in de berekening van de verkeersgeneratie als gevolg van de extra ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. De effecten van de verkeersgeneratie zijn getoetst in de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Naar aanleiding van de zienswijzen is – mede op basis van het regionaal verkeersmodel – gebleken dat een deel van het verkeer naar en van Waterzande ook via het onderliggend wegennet zal worden afgewikkeld. Om die reden is de verdeling van het verkeer op het onderliggend wegennet nader onderzocht. De resultaten van dit onderzoek zijn terug te vinden in de verkeersonderbouwing van de mer-beoordeling. Deze beoordeling is toegevoegd aan de bijlagen van het bestemmingsplan.
Nee
De vormvrije merbeoordeling is aangepast en verwerkt in de verkeersparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan.
Uit dit onderzoek komt naar voren dat ten westen van het Stranddorp de verkeerstoename ten gevolge van het ‘Bestemmingsplan 2e herziening’ maximaal circa 5 mvt/uur, bedraagt. Deze toename is dermate laag dat vooralsnog geen verkeersbesluiten worden genomen. In plaats daarvan wordt gebruik gemaakt van monitoring om te bepalen of er daadwerkelijk knelpunten ontstaat in de verkeerssituatie op de wegen ten westen van het Stranddorp. Indien blijkt dat dit daadwerkelijk het geval is dan kunnen regelmaatregelen worden toegepast, bijvoorbeeld door de weg enkel voor lokaal bestemmingsverkeer toegankelijk te maken.
Pagina 25 van 41
als (fietsende) toeristen.
Zienswijze: Stichting Schone Polder 8.a
Er moet één duidelijk bestemmingsplan zijn. Verzoek is om het ontwerpbestemmingsplan niet vast te stellen en de projectontwikkelaar de opdracht te geven om te komen tot een integraal dekkend omgevingsplan (onder de Omgevingswet).
Het ontwerpbestemmingsplan is op 30 november 2023, vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, ter inzage gelegd. Hierdoor geldt het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing is tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Dat betekent dat de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van toepassing blijft.
Een geconsolideerde versie wordt op ruimtelijkeplannen.nl gepubliceerd.
Aanvullend op de 2e herziening wordt een geconsolideerde versie van de verbeelding en de regels opgesteld, als werkversie, waarin de totale bestemmingsregeling voor het gebied na
Pagina 26 van 41
8.b
Is het toekomstige maaiveld van 12 meter boven NAP nu in de Westelijke Perkpolder weer losgelaten en wordt het hersteld naar het huidige maaiveld? Er is geen ruimtelijk belang dat het rechtvaardigt, laat staan noodzaakt.
vaststelling van de 2e herziening inzichtelijk wordt gemaakt. Een geconsolideerd bestemmingsplan is niet juridisch bindend. In de regels van het bestemmingsplan Perkpolder, 1e herziening is één inhoudelijke bepaling opgenomen met betrekking tot de hoogte van het maaiveld: artikel 4.2.1. onder c. Het gaat daarbij primair om een bouwregel, waarbij is bepaald dat in de bestemming Gemengd-2 de goot - en bouwhoogte van bouwwerken niet wordt gemeten vanaf het bestaande maaiveld, maar ten opzichte van het nieuwe maaiveld van de golfbaan. Ondersteunend is daarbij bepaald dat het nieuwe maaiveld niet hoger mag zijn dan 12 m +NAP. Het combineren van de afwijkende wijze van meten van de goot- en bouwhoogte van bouwwerken in dit lid met een maximale terreinhoogte is verwarrend. Om die reden wordt het begrip ‘peil’ (art. 1.41) aangepast, in die zin dat ter plaatse van het Stranddorp (de aanduiding Specifieke vorm van Gemengd - Stranddorp) als hoogte van het maaiveld het bestaande maaiveld wordt aangehouden (zonder de restrictie dat het om het maaiveld ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan gaat). Artikel 4.2.1.c komt te vervallen.
Artikel 1.41 sub b is vervangen, artikel 4.2.1 sub c. is verwijderd en artikel 4.5 is toegevoegd.
Met deze aanpassing is nog niet bepaald dat het maaiveld in het overige deel van de Westelijke Perkpolder (buiten het Stranddorp) niet opgehoogd kan worden. Het is ongebruikelijk dat in een bestemmingsplan vast te leggen. Er zijn bovendien geen plannen om het maaiveld van de resterende agrarische gronden in de Westelijke Perkpolder te verhogen. Dat laat onverlet dat om tegemoet te komen aan de zorgen van ophoging van de Westelijke Perkpolder. Om die reden zal een verbodsbepaling worden opgenomen voor het structureel ophogen van de agrarische gronden binnen de bestemming Gemengd-2, met uitzondering van het Stranddorp. Daaraan toegevoegd is dat de hoogte van het maaiveld in het Stranddorp maximaal 12 meter kan bedragen.
Pagina 27 van 41
8.c
8.d
8.e
8.f
Artikel 4: het lijkt dat de polder nog steeds met die enorme hoeveelheid Belgische grond en baggerspecie mag worden volgestort? Hierdoor gaat goede Zeeuwse landbouwgrond verloren en het landschap wordt onnodig aangetast. In het bestemmingsplan ‘Perkpolder 2e herziening’ wordt voor de term ‘wonen uitgesloten’ een andere functie bedoeld dan diezelfde term uit het bestemmingsplan ‘Perkpolder 1e herziening’,
Bestemmingsplannen mogen hooguit 10 jaar oud zijn. Het oplappen van het bestemmingsplan van 2008 is hiermee strijdig. Geen MER opgesteld, onvoldoende MERbeoordeling. De vormvrije MERbeoordeling van 14 november 2023 is ernstig gebrekkig. Er is niet aan de MER-eisen voldaan. Het plan is in strijd met de eisen van een goede ruimtelijke ordening.
De Westelijke Perkpolder wordt buiten het Stranddorp niet opgehoogd. Er is dan ook geen sprake van het verloren gaan van landbouwgrond en aantasting van landschap buiten het Stranddorp.
Ja Zie 8.b
Zie beantwoording 8.b voor een toelichting op het peil.
In het bestemmingsplan ‘Perkpolder 1e herziening’ staat in artikel 4.2.3 sub c.: woningen en dienstwoningen zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten', met uitzondering van één woning als bedoeld onder 4.2.2 onder e. : in 2 gebouwen is een (dienst)woning toegestaan met een inhoud van ten hoogste 1.250 m3. In het bestemmingsplan ‘Perkpolder 2e herziening’ staat in artikel 4.2.2 sub b. dat woningen niet zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘wonen uitgesloten’. Ook één woning is niet toegestaan. In beide bestemmingsplannen behoren de aanduidingen bij de bestemming Gemengd-2 en op de functie ‘wonen’. Het enige verschil is dat in het bestemmingsplan ‘Perkpolder 2e herziening’ wel bouwregels zijn opgenomen voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, die anders zijn dan woningen. De verplichting om iedere 10 jaar een nieuw bestemmingsplan vast te stellen geldt niet als het bestemmingsplan digitaal of als gescande versie raadpleegbaar is via ruimtelijkeplannen.nl. De ontwikkelingen die met het bestemmingsplan ‘Perkpolder 2e herziening’ mogelijk worden gemaakt zijn niet mer-plichtig, maar merbeoordelingsplichting. Om die reden is een vormvrije mer-beoordeling opgesteld. Naar aanleiding van de zienswijzen is de uitgevoerde vormvrije mer-beoordeling aangevuld en geactualiseerd, met name op de aspecten verkeer en geluid.
Nee
Nee
De vormvrije m.e.r.beoordeling is aangepast en te vinden in bijlage 1 bij de toelichting van het bestemmingsplan.
Pagina 28 van 41
8.g
Rapport gaat uit van een toename van 110 hotelkamers. Dat zijn blijkens artikel 14C.2 in totaal 360 hoteleenheden (namelijk 250 binnen de hotelkern en nog een 110 binnen de bestemming Gemengd2.
In totaal worden ten hoogste 250 hoteleenheden toegestaan binnen de aanduiding ‘overige zone – hotelkern'. De aanduiding ‘overige zone – hotelkern' ligt over twee bestemmingen, Gemengd-2 en Woongebied. Van de in totaal 250 hoteleenheden zijn er maximaal 110 binnen de bestemming ‘Gemengd-2’ toegestaan. Er is geen sprake van 360 hoteleenheden. Het totaal aantal hoteleenheden is vastgelegd op 250. Om te voorkomen dat ook buiten de aanduiding ‘overige zone – hotelkern’ een hotel mogelijk wordt gemaakt, zal een aanvullende bepaling worden opgenomen in de regels.
In artikel 14.C is een sub c. toegevoegd.
8.h
De Stichting verzoekt om de proporties van horeca en gebouwen terug te brengen tot standaarden die beter passen bij de Gemeente Hulst (en in het bijzonder in de nabijheid van Walsoorden en Kloosterzande). Er worden (naast de al 2 aanwezige horecazaken Bargoed en Veerhuis Huisman) maar liefst 8 horecavestigingen mogelijk gemaakt en 6 winkels. Het landmark-hotel (artikel 9.2.2) zal maar liefst 45 meter boven het landschap uittornen (12 meter boven NAP + 30 meter + 10%)
De extra horeca is vanuit levendigheid van het plan gewenst. De marktruimte is onderzocht en onderbouwd door BSP/SWECO. Het plan maakt een ontwikkeling mogelijk waar een aantoonbare behoefte aan is. Hierna zijn in 8.h1 t/m 8.h6 antwoorden gegeven op de deelvragen van vraag 8.h.
Nee
De marktruimte hiervoor wordt in de ladderonderbouwing onderbouwd. Veerhuis Huisman is planologisch mogelijk, maar nog niet bestaand. Bargoed is op basis van een tijdelijke vergunning toegestaan.
Nee
In het bestemmingsplan ‘Perkpolder 1e herziening’ is de bouwhoogte van ten hoogste 30 meter met een afwijkingsbevoegdheid onder voorwaarden mogelijk gemaakt (artikel 9.3.1) . Middels het bestemmingsplan ‘Perkpolder 2e herziening’ wordt deze afwijking rechtstreeks toegepast. In de toelichting wordt onderbouwd dat aan de afwijkingsregels wordt voldaan (zie paragraaf 2.2.2 van de toelichting).
Nee
8.h1
8.h2
Met het landmark wordt de stedenbouwkundige positie van Waterzande als dorp aan de Westerschelde gemarkeerd. Het landmark vormt ruimtelijk-kwalitatief en architectonisch een meerwaarde voor zowel het project Perkpolder als voor de omgeving: een kwalitatief