Bijlage 1 20260527 Concept Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
Tekst van het document
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
1 biliteit
1
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
Inhoudsopgave VOORWOORD........................................................................................................................................................................ 3 1
SAMENVATTING ............................................................................................................................................................ 4
2025 IN HET KORT ................................................................................................................................................................. 5 2
3
4
PROGRAMMA MILIEU ................................................................................................................................................... 8 2.1
PROGRAMMA MILIEU....................................................................................................................................... 8
2.2
OVERZICHT BATEN EN LASTEN PROGRAMMA MILIEU.................................................................................... 11
OVERZICHTEN ............................................................................................................................................................. 12 3.1
OVERHEAD...................................................................................................................................................... 12
3.2
DEKKINGSMIDDELEN ...................................................................................................................................... 12
PARAGRAFEN .............................................................................................................................................................. 13 4.1
BEDRIJFSVOERING .......................................................................................................................................... 13
4.2
FINANCIERING ................................................................................................................................................ 16
4.3
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ......................................................................................... 17
4.4
OPENBAARHEID .............................................................................................................................................. 20
5
VERANTWOORDING RECHTMATIGHEID...................................................................................................................... 21
6
JAARREKENING 2025 ................................................................................................................................................... 23 6.1
BALANS ........................................................................................................................................................... 23
6.2
OVERZICHT VAN LASTEN EN BATEN ............................................................................................................... 29
6.3
WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) ...................................................................................................... 31
6.4 TOELICHTING BATEN EN LASTEN PER PROGRAMMA ................................................................................................ 35
7
8
6.4
OVERZICHT INCIDENTELE LASTEN EN BATEN ................................................................................................. 38
6.5
RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING ........................................................................................................ 39
OVERIGE GEGEVENS.................................................................................................................................................... 40 7.1
GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM ........................................................................................................... 40
7.2
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT ................................................................ 40
BIJLAGEN JAARREKENING 2025................................................................................................................................... 41 8.1
Informatie paragraaf verbonden partijen deelnemers ................................................................................... 41
8.2
SiSa-bijlage bij de jaarrekening ....................................................................................................................... 43
8.3
Lasten en baten per taakveld ......................................................................................................................... 43
2
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
VOORWOORD 2025 was een zeer dynamisch jaar voor de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland. Een jaar wat in het teken stond van realisatie van de maatregelen uit het plan ‘naar een robuuste RUD’, de voorbereiding op de verhuizing van het stadskantoor Terneuzen naar een kantoor in Middelburg en het overbrengen van de ondersteunende bedrijfsvoeringstaken van de gemeente Terneuzen naar de Provincie. Tijdens de verbouwing moet de winkel open blijven en dat is ook gebeurd. Sterker nog, de geplande eerste en tweede tranche van de in het plan ‘naar een robuuste RUD’ voorziene personele groei is gerealiseerd. De interne organisatie is aangepast aan deze groei en aan de toenemende vraag om kennis en deskundigheid. Met meer op de verschillende branches gerichte teams krijgt kennis en deskundigheidsontwikkeling meer ruimte. Het resultaat van de jaarrekening 2025 is € 2.223.076 negatief. Dit wordt vooral veroorzaakt door de incidentele implementatiekosten PIOFACH en nog niet volledige personele bezetting op het operationele deel van de RUD taken. De huidige PXQ financierings- en begrotingssystematiek, gebaseerd op productiecijfers (aantallen vergunningen en controles), helpt niet bij het zichtbaar maken van resultaten of op het sturen op regionale opgaven.. Het gesprek over het milieu veiligheids- en leefbaarheidsbeeld van Zeeland wordt door deze systematiek naar de achtergrond gedrukt.
Dit is één van de redenen waarom het algemeen bestuur het besluit heeft genomen om per begrotingsjaar 2028 over te gaan naar een nieuwe financierings- en begrotingssystematiek, waarvoor de voorbereidingen inmiddels zijn gestart. Het doel is een stabiele en toekomstgerichte financiering met een meer solide beeld van de resultaten waarbij meer de nadruk wordt gelegd op de effecten dan op de pure productie van de RUD Zeeland. Het bestuur heeft met het plan ‘naar een robuuste RUD’, de ingezette implementatie ervan en het besluit over te willen gaan naar een aangepaste financieringssystematiek een koers ingezet die het mogelijk maakt voor de RUD Zeeland om de komende jaren door te kunnen ontwikkelen naar een Omgevingsdienst Zeeland, waar data en programmatische samenwerking een grotere rol gaan spelen bij het terugdringen van milieu- en veiligheidsrisico’s.
Ankie Smit
Voorzitter Dagelijks Bestuur
3
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
1 SAMENVATTING In dit hoofdstuk vindt u een samenvatting van onze prestaties.
Algemeen Voor u ligt de rapportage van de financiële resultaten en voortgang van onze milieuorganisatie over 2025. In deze rapportage geven we een uitgebreid overzicht van onze primaire activiteiten en financiële ontwikkelingen, om u als deelnemende gemeenten en provincie Zeeland een helder inzicht te geven in onze prestaties. Het jaar 2025 was het jaar dat voornamelijk in het teken staat van de ontwikkeling naar een robuuste omgevingsdienst. Op basis van een afspraak tussen het ministerie van IenW, het IPO en de VNG zullen alle omgevingsdiensten moeten voldoen aan het IBP/VTH. Dat betekent het versterken van de inzet om schade aan het milieu en de leefomgeving voorkomen. Hierin is de ontwikkeling op basis van de zes pijlers in volle gang. Groeien in zowel capaciteit als kennis zal ons in staat stellen om onze kerntaken nog beter uit te voeren en in te spelen op de uitdagingen waar Zeeland voor staat. Daarnaast zijn de voorbereidingen op de verhuizing van standplaats en dienstverlening een belangrijke ontwikkeling in 2025. Hier is binnen de organisatie en samen met de Provincie hard aan gewerkt om per 1 januari 2026 verhuisd en operationeel te zijn. Deze verhuizing is inmiddels achter de rug en het eerste kwartaal 2026 heeft met name in het teken gestaan om operationeel op vlieghoogte te komen. Met name de complexe migratie van systemen heeft meer tijd gekost dan gedacht.
Eén van de gevolgen is dat dit jaarverslag later aangeboden kan worden dan verwacht. Deze verhuizing ziet RUD Zeeland vooral als een middel om onze ambitie om te groeien en robuust te worden te ondersteunen. Onze prioriteit ligt op het versterken van onze organisatie, zodat RUD Zeeland optimaal kan bijdragen aan een duurzamer en veerkrachtiger Zeeland. Dit jaarverslag biedt niet alleen een terugblik op onze activiteiten tot nu toe, maar legt voor RUD Zeeland ook de basis voor de verdere groei en ontwikkeling van onze organisatie in de komende maanden en jaren. Samen willen we werken aan een toekomst waarin we effectief kunnen blijven voldoen aan de gestelde milieu- en duurzaamheidsnormen. Financieel resultaat 2025 Het negatieve resultaat van € 2.223K is voornamelijk toe te schrijven aan het achterblijven in productie. Hierbij is de productie 2025 ten opzichte van de jaarplannen 78% voor de directe uren (2024: 73%). De urenbesteding 2025 op de generieke uren is 85% wat voornamelijk veroorzaakt is doordat uren die besteed zijn aan de migratie en de verhuizing, conform afspraken met de deelnemers, als generiek verantwoord zijn. De productie over 2025 is verbeterd ten opzichte van 2024 maar nog niet op het gewenste niveau van 100%.
De groei van de organisatie, in verband met de implementatie van de robuuste RUD, om alle afgesproken productie te leveren kon nog niet gerealiseerd worden omdat niet alle nieuwe vacatures ingevuld zijn conform planning en omdat de complexe migratie en verhuizing aandacht heeft gevraagd. Voor een deel is dit gecompenseerd door externe capaciteit en kennis tijdelijk in te zetten wat een verklaring is voor de hogere kosten van inhuur personeel / werk door derden.
4
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
2025 IN HET KORT Mens Verzuim
Aantal medewerkers
11,7%
118
2024
2024
5,4%
112
Werk Periodieke controles
Vergunningen
Meldingen activiteitenbesluit
1.264
228
492
1.802
2024
2024
2024
2024
1.006
161
518
1.600
Milieuklachten
Middelen (in euro’s) Lasten1 €19.157.000 (begroot € 19.836.000)
Baten2 € 16.934.000 (begroot € 19.835.000)
Restant onvoorzien € 178.000
Personeel van derden € 2.731.000
2024 € 17.506.000 (begroot € 17.300.000)
2024 € 16.845.000 (begroot € 17.300.000)
2024 € 177.000
2024 € 2.016.000
5
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
6
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
Personeel Openstaande vacatures
Taken (aantallen) Verzuim %
Vergunningen
Periodieke inspecties
per 31/12 22,6 10,8
2023
2024
2025
228
11,7
18,0 6,6
5,4
2023
2024
2025
165
161
2023
2024
1.501 1.006
2025
2023
2024
1.264
2025
7
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
2 PROGRAMMA MILIEU In dit hoofdstuk lichten we de resultaten van programma Milieu toe. Het programma bestaat uit twee onderdelen: Vergunningverlening en Toezicht & Handhaving. Tot slot geven we een overzicht van de baten en lasten programma Milieu.
2.1
PROGRAMMA MILIEU
In de onderstaande alinea’s lichten we in algemene zin de uitvoering van onze primaire taken toe. De realisatie is gebaseerd op de uitvoering van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025. In de deelnemersrapportages rapporteren we over de uitvoering van de taken specifiek per deelnemer. Tabel 2-1
Directe uren inzet per deelnemer (exclusief de generieke uren)
Tabel 2-2
Generieke uren inzet per deelnemer
8
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
Wat hebben we gedaan? Aandachtsdossiers Zowel op het gebied van vergunningverlening als op het gebied van toezicht en handhaving is sprake van een toename van het aantal aandachtsdossiers. Hoewel hiervoor gereserveerde uren beschikbaar zijn, blijven deze in de praktijk ontoereikend. Achtergrond is dat aandachtsdossiers vaak niet planbaar zijn maar wel acuut handelen vragen. Ook zijn de aandachtsdossiers omvangrijker dan in voorgaande jaren. Elke casus vraagt in de praktijk een informatie- en behoeftegestuurde benadering en is vrijwel altijd maatwerk. Toch is er bewust gekozen om extra aandacht te geven aan deze dossiers, omdat vaak effectief kan worden ingespeeld op situaties die meer risico’s of (politieke) complexiteit met zich meebrengen. We zetten in op heldere communicatie met zowel de omgeving als het bedrijf, stimuleren pro-actie en preventie en informeren het bevoegd gezag. Omgevingswet De verandering die gepaard gaat met de Omgevingswet (OW) is complex. Alhoewel de wet sinds 1 januari 2024 van kracht is, ijlen de gevolgen na. Dit geldt vooral voor vergunningverlening. Vanwege de stelselwijziging hebben veel bedrijven en/of hun adviseurs nog net voor 1 januari 2024 een vergunningaanvraag ingediend.
Wij zijn, in het belang van de bedrijven, coulant geweest met de mogelijkheid tot aanvulling van gegevens waardoor we ook in 2025 nog bezig zijn geweest met het afhandelen van vergunningen onder het oude regime (WABO). Eén van de relevante wijzigingen betreft het loslaten van het begrip “Inrichting” en het invoeren van het begrip “Milieu Belastende Activiteit” (MBA). Wij merken in de praktijk dat zowel bedrijven, adviseurs worstelen met het opdelen van bedrijven in diverse activiteiten én het bepalen aan welke regels een bepaalde activiteit moet voldoen. Het project Omgevingswet is afgerond. Milieubelastende activiteiten Om snel de juiste informatie in onze systemen te hebben staan, zijn alle MBA’s van voormalige vergunningsplichtige inrichtingen geregistreerd in ons zaakgericht systeem. Stikstofproblematiek Eind december 2024 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan die een enorme impact heeft op de manier waarop de vergunningverlening op basis van de natuurwetgeving tot nu toe in Nederland werd uitgevoerd. Alle lopende procedures waarin stikstof een rol speelt, zijn opgeschort. Uiteraard zijn alle betrokken bedrijven geïnformeerd. Samen met de provincie, de vergunningverlenende instantie op grond van de natuurwet, wordt per geval bekeken of een natuurvergunning verleend kan worden, waarna de vergunning op grond van de WABO of OW soms alsnog verleend kan worden.
Voor de agrarische sector is het wachten op duidelijkheid vanuit het Rijk. Op dit moment zijn er 11 procedures opgeschort voor agrarisch en 5 voor industriële bedrijven. Toezicht en handhaving op de natuurwet Dit is als plustaak door de provincie bij de RUD-Zeeland belegd. In 2025 is door de Provincie en de RUD gewerkt aan het Optimalisatieplan Natuurtoezicht, waar besluitvorming in 2026 over zal plaatsvinden. Vooruitlopend hierop is gedurende 2025 extra capaciteit ingezet op dit onderwerp, vooral gericht op de Natura 2000 gebieden. In 2025 is er intensief gecontroleerd op oa toegangsverboden en bijvoorbeeld het rapen van schelpdieren. Specifiek gericht op stikstof zal er in 2026 extra controlecapaciteit beschikbaar komen Inventariserende controles
9
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
In 2025 verrichtten we inventariserende controles in de branches akkerbouw en horeca. Hierbij voerden een klein aantal inspecteurs in korte tijd bij een groot aantal bedrijven, die nog niet eerder bezocht waren, korte controles uit en verstrekten daarbij informatie aan de ondernemer. Waar nodig werd een integrale controle op een later moment uitgevoerd. Zwemwater Sinds de invoering van de Omgevingswet in 2024 zijn de regels voor wat betreft zwemwater gewijzigd. Per 1 januari 2025 is opnieuw een aantal regels veranderd die impact hebben op het beheer van het zwemwater (kwaliteit). De ervaring is dat werknemers van zwembaden niet voldoende op de hoogte zijn van de meest recente wijzigingen. Het aantal controles op gebied van zwemwater loopt achter op de planning vanwege ziekte van medewerkers. In totaal zijn er 176 zwemlocaties. Van de zwembaden is 78% gecontroleerd dit jaar, zwemwaterlocaties zijn 100% gecontroleerd. Het onderwerp heeft onverminderd prioriteit. Energie We controleren bedrijven op de energiebesparingsplicht, de informatieplicht, de onderzoeksplicht en vanaf dit jaar ook op de Werkgebonden-Personen-Mobiliteit (WPM). Onze inzet richt zich op de beoordeling van de rapportages en op fysieke controles bij bedrijven.
Het selecteren van bedrijven voor fysieke controles vindt plaats aan de hand van het risicomodel van de RVO, aangevuld met de jarenlange ervaring van de toezichthouders zelf. Bij grotere en complexe bedrijven ligt de nadruk op de inhoudelijke beoordeling van de onderzoeksrapportages en de opvolging van maatregelen. De beoordeling van de WPM-rapportages draagt bij aan een breder inzicht in mobiliteitsemissies. Het onderwerp energie blijft onverminderd in beeld. Meerdere gemeenten hebben aangegeven behoefte te hebben aan een intensievere inzet. We benaderen gemeenten daarom proactief om met elkaar in gesprek te gaan over de uitvoering, de behoeften van de gemeenten en de verdere samenwerking binnen de energietransitie. In de recente onderzoeksrapportage van de Zeeuwse Rekenkamers zijn diverse acties voor gemeenten benoemd om het toezicht en de handhaving op de energiebesparingsplicht te versterken. Deze aanbevelingen onderstrepen het belang van een consistente en toekomstbestendige aanpak van energietoezicht. PFAS-aandachtslocaties RUD Zeeland voert het project PFAS-aandachtslocaties uit. Het project PFAS-aandachtslocaties bevindt zich in de laatste fase van het project: het bodemonderzoek. De voorbereidende werkzaamheden gericht op het uitvoeren van bodemonderzoek worden uitgevoerd.
Het onderzoek betreft 18 locaties, verspreid over 10 gemeenten, en wordt uitgevoerd door ABO Milieuconsult B.V.. De betreffende locaties zijn in een eerder stadium reeds gedeeld met de Zeeuwse gemeenten. De specifieke locaties waar het bodemonderzoek daadwerkelijk plaatsvindt, worden afzonderlijk gecommuniceerd met de desbetreffende gemeenten. In aanloop naar de uitvoering van het bodemonderzoek vindt geen aanvullende communicatie met overheden plaats. Op basis van de huidige projectplanning worden de onderzoeksresultaten naar verwachting in april 2026 opgeleverd. Programma indirecte bemonsteringen PFAS In 2025 is uitvoering gegeven aan de bemonstering van de provinciale bedrijven die uit een risicoanalyse naar voren zijn gekomen. De uitkomsten van de bemonsteringen hebben geleid tot een representatief beeld in de aanwezigheid van PFAS bij provinciale bedrijven. Het programma PFAS-indirecte lozingen maakt onderdeel uit van het reguliere programma indirecte lozingen (PFAS/ZZS/KRW). De nieuwe aanbesteding voor dit programma is gestart in december 2025 en wordt naar verwachting in februari 2026 afgerond. De uitkomsten van het programma 2025, waaronder de nieuwe risicoanalyse en de uitgevoerde metingen, worden meegenomen bij het opstellen van het bemonsteringsplan voor 2026.
Als aanvulling op het bestaande reguliere bemonsteringsprogramma voor indirecte lozingen is een specifiek PFAS-bemonsteringsprogramma ingericht voor 10
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
provinciale inrichtingen. Dit vloeit voort uit het milieuprogramma. Binnen RUD Zeeland heeft hierover VTH-breed afstemming plaatsgevonden en is de gunning voor de uitvoering in 2026 in gang gezet. Pilot brononderzoek PFAS-lozingen op het riool In gezamenlijkheid met de provincie Zeeland, Waterschap Scheldestromen en RUD Zeeland is een pilot vormgegeven. Het doel van de pilot is om beter inzicht te krijgen in de aanwezigheid van PFAS in afvalwater naar een specifieke RWZI. In het eerste trimester van 2025 zijn de eerste bevindingen voortgekomen uit een gedeelde data-uitwisseling. Deze data-uitwisseling toont aan dat er gerichte vervolgstappen en dus extra middelen nodig zijn om risico’s niet alleen te identificeren, maar ook structureel te beheersen. Op dit moment wordt door de provincie Zeeland en Waterschap Scheldestromen gezocht naar financiële middelen om daadwerkelijk een vervolg te kunnen geven. Wet open overheid (WOO) In 2025 zijn 12 WOO-verzoeken afgehandeld en ultimo 2025 zijn 2 verzoeken in behandeling. Het aantal verzoeken neemt niet alleen toe, maar ook de omvang en complexiteit ervan groeien. Woo-verzoeken bestrijken steeds vaker brede dossiers en langere tijdsperioden, waardoor de behandeling meer inzet van capaciteit en afstemming zowel binnen als buiten de eigen de organisatie vraagt.
De afhandeling van een Woo-verzoek blijft een zorgvuldig en meerstaps proces, variërend van de toets op ontvankelijkheid en het verzamelen van informatie tot het opstellen van (voorgenomen) besluiten en het verwerken van zienswijzen.
2.2
OVERZICHT BATEN EN LASTEN PROGRAMMA MILIEU
In het onderstaande overzicht staan de lasten van het programma Milieu waarbij een ‘V’ staat voor voordeel en een ‘N’ voor Nadeel. Tabel 2-3
Lasten en baten programma Milieu 2025
Een toelichting op de baten en lasten en een analyse van de resultaten staat in de paragraaf 6.2.1 Analyse Rekeningresultaat.
11
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
3 OVERZICHTEN 3.1
OVERHEAD
Tabel 3-1
Overhead 2025
3.2
DEKKINGSMIDDELEN
Onder de algemene dekkingsmiddelen zijn de bijdragen van de deelnemers verantwoord. Tabel 3-2 Lasten en baten dekkingsmiddelen 2025
Onvoorzien De directeur van RUD Zeeland mag beschikken over onvoorzien tot een bedrag van € 25.000 per besluit. In 2025 is het niet nodig geacht gebruik te maken van de post onvoorzien. Om die reden is de gehele post onvoorzien van € 178.000 niet benut.
12
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
4 PARAGRAFEN In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn acht verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen te weten: 1. Lokale heffingen; 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Financiering; 5. Bedrijfsvoering; 6. Verbonden partijen; 7. Grondbeleid; 8. Openbaarheid. Deze paragrafen zijn niet allemaal van toepassing bij RUD Zeeland. In deze jaarstukken zijn de volgende relevante paragrafen opgenomen: Bedrijfsvoering, Financiering, Weerstandsvermogen & Risicobeheersing en Openbaarheid.
4.1
BEDRIJFSVOERING
Bouwsteen Structuur Robuuste RUD Een omgevingsdienst die voldoet aan de robuustheidscriteria is de basis voor een sterk VTH-stelsel milieu. Het is van belang dat alle omgevingsdiensten zijn opgewassen tegen de uitdagingen op het terrein van de leefomgeving, nu en in de toekomst. Hoewel een goede taakuitvoering gaat over meer dan alleen voldoen aan de robuustheidscriteria, vormen deze criteria een fundament in het VTH-stelsel. Er zijn landelijke robuustheidscriteria opgesteld waar iedere omgevingsdienst per 1 april 2026 aan moet voldoen. In 2024 heeft het Algemeen Bestuur van de RUD Zeeland hiervoor een Plan van Aanpak vastgesteld en stapsgewijs zijn - met als laatste stap de vaststelling van de begroting 2026 - de benodigde middelen beschikbaar gesteld door de deelnemers om deze ontwikkeling naar een robuuste omgevingsdienst Zeeland mogelijk te maken. Verwachting is dat RUD Zeeland vanuit op 01 april robuust zijn. In 2025 is uitvoering gegeven aan de versterking van de organisatie om te ontwikkelen naar een robuuste omgevingsdienst. Enerzijds door de huidige en toekomstige taken te vertalen naar een formatief plan en anderzijds door de organisatiestructuur aan te passen aan de vereiste uitvoeringskracht. Het traject van besluitvorming is zorgvuldig uitgevoerd in nauwe afstemming met de medezeggenschap.
Als gevolg van een wijziging in het bevoegd gezag heeft in 2025 bij RUD Zeeland de warme overdracht bodem plaatsgevonden. Het Algemeen Bestuur stelde in december 2025 bij de 2e begrotingswijziging de financiële effecten vast van de doorvertaling van deze taken en andere wensen van deelnemers in de jaarplannen. Vanaf 01 januari 2026 is de organisatie ingericht in 2 units te weten Vergunningverlening Toezicht Handhaving (VTH) en Regie Ontwikkeling Support (ROS). Het organigram vanaf 01 januari 2026 is dan al volgt:
13
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
Verwachting is dat in 2026 is het management van RUD Zeeland weer compleet is en dat de werving en het inwerken van nieuwe medewerkers succesvol plaatsvindt. Bedrijfsvoering en huisvesting In 2025 werkte RUD Zeeland samen met provincie Zeeland aan de voorbereidingen op de verhuizing van standplaats, de migratie van systemen en het inregelen van de dienstverlening. De besluitvorming over de verhuizing heeft meer tijd gevraagd dan initieel voorzien wat druk heeft gelegd op de uitvoering. Op 1 januari 2026 heeft de verhuizing plaatsgevonden. Vanwege tijdsdruk en complexiteit heeft de organisatie in het 1e kwartaal 2026 veel last gehad van operationele problemen. Dat ging ten koste van effectiviteit en werkplezier. Vanaf het 2e kwartaal zijn die problemen grotendeels opgelost. Wet open overheid (Woo) en publiceren Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) van kracht geworden. De Woo moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De Woo legt meer nadruk op actieve openbaarheid: overheden zijn voortaan vaker verplicht informatie uit eigen beweging openbaar te maken. De Woo bevat een algemene zorgplicht om documenten in goede, geordende en toegankelijke staat te houden.
Het aantal aanvragen op grond van de Woo is niet te beïnvloeden, dit is afhankelijk van hetgeen door bijvoorbeeld door de media of belanghebbenden wordt opgevraagd. Ook in 2025 zien we een toename van het aantal Woo-verzoeken. Daarbij komt niet zozeer het aantal verzoeken, maar wel de omvang en complexiteit van deze zaken. In 2025 is geïnventariseerd hoe we deze werkzaamheden beter vorm kunnen geven, optimaliseren en inzichtelijk maken. Formele wijziging gemeenschappelijke regeling Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) in werking getreden. Op grond van deze Wgr had op die datum een nieuwe gemeenschappelijke regeling vastgesteld moeten zijn. Op dit moment onthoudt één van de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling tot op heden goedkeuring aan de formele wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Binnen het bestuur wordt met de deelnemer gesproken om de formele wijziging zo spoedig mogelijk vast te stellen.
14
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
Bouwsteen Cultuur Kwaliteitscriteria 3.0 Ook in 2025 is RUD Zeeland weer getoetst op de landelijke kwaliteitscriteria. Een externe partij ondersteunde RUD Zeeland hierbij. Alle VTH-collega’s moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria. In 2025 is getoetst op KC3.0. Deze KC3.0 zijn aangepast aan de Omgevingswet, met daarbij ook softskills. Het toetsen houdt in dat men aantoont dat men over een bepaald diploma beschikt, opleiding heeft gevolgd of bijvoorbeeld ruime ervaring heeft in een van de 26 zogeheten deskundigheidsgebieden. Op een groot aantal punten voldoet RUD Zeeland aan KC3.0 en RUD Zeeland pakt de ontwikkelpunten voortvarend op. Bouwsteen Mensen Personele ontwikkelingen De toename van de taken, de complexiteit van de taken en aanscherping van kwaliteitscriteria hebben gevolgen voor de benodigde kennis en competenties in de organisatie. In de voorgaande paragrafen is beschreven wat de aanleidingen en achtergronden hiervan zijn. Voor de medewerkers van RUD Zeeland was 2025 een turbulent jaar met veel personele wisselingen, ook in het management. Om de continuïteit en de vernieuwingskracht te borgen maakte RUD Zeeland 2025 gebruik van externe kennis en kunde. In 2025 heeft RUD Zeeland een aanzet gegeven om het aantrekken, behouden en ontwikkelen van medewerkers gestructureerd aan te pakken.
Doel is om de basisorganisatie in te vullen met medewerkers met een arbeidsovereenkomst en specifieke kennis en flexibiliteit in te vullen door middel van opdrachten. Eind 2025 implementeerde RUD Zeeland de inkoop van deze specifieke kennis en flexibiliteit door gebruik te maken van hetzelfde platform waarvan provincie Zeeland gebruik maakt. Hiermee borgt RUD Zeeland rechtmatige en efficiënte contractering. Het voortschrijdend 12-maandspercentage van het ziekteverzuim is als volgt:
Bouwsteen Middelen PIOFACH De middelen gebruiken we om de activiteiten efficiënt en effectief uit te voeren. Daarbij gaat het om geld, kennis, technologie, materialen en diensten. RUD Zeeland besteedt deze taken grotendeels uit aan de PIOFACHleverancier. Met de nieuwe PIOFAHC-leverancier zijn in 2025 contractuele afspraken gemaakt. De implementatie daarvan heeft deels in 2025 plaatsgevonden en vindt deels plaats in 2026.
15
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
Bouwsteen Resultaten Rechtmatigheid RUD Zeeland heeft de rechtmatigheidsverantwoording geïmplementeerd, zoals wettelijk voorgeschreven. Om tot de rechtmatigheidsverantwoording te komen, voert de RUD Zeeland werkzaamheden uit in het kader van Verbijzonderde Interne Controle (VIC). Deze VIC-werkzaamheden geven inzicht in de kwaliteit van de interne beheersing van (financiële) processen en de rechtmatigheid en hoe die verbeterd kunnen worden. RUD Zeeland heeft in 2025 een verbeterplan opgesteld ter verbetering van de interne beheersing en rechtmatigheid. Het AB heeft in de vergadering van december 2025 kennis genomen van dit plan. Relatiebeheer Zowel RUD Zeeland als haar opdrachtgevers vinden relatiebeheer belangrijk. Het draagt bij aan de verdere opbouw van het vertrouwen tussen partijen door onder andere de verwachtingen over en weer af te stemmen. in 2025 zijn de relatiegesprekken tussen RUD Zeeland en de deelnemers op een andere manier ingevuld. De afdelingsverantwoordelijken binnen RUD Zeeland hebben hierin inmiddels een rol. Daarmee is de beleefde afstand tussen de top van RUD Zeeland en de ambtelijke vertegenwoordigers van de deelnemers verkleind. RUD Zeeland ontvangt hierover positieve feedback van de deelnemers en daarom wordt deze manier van werken gecontinueerd. RUD Zeeland vindt de relatie met provinciale staten en gemeenteraden erg belangrijk.
Om die relatie te faciliteren besloot het Dagelijks Bestuur na diverse gesprekken om na de verkiezing van maart 2026 een klankbordgroep op te richten voor deze gemeenteraden en provinciale staten. Samenwerking externe partijen Voor de taakuitvoering van RUD Zeeland is samenwerking met andere partijen essentieel om meer effect te bereiken voor een schoner en veiliger Zeeland. RUD Zeeland overlegde in 2025 periodiek met een groot aantal publieke en private partijen waaronder Omgevingsdienst.nl, Veiligheidsregio Zeeland, het Openbaar Ministerie, Politie en de Brabants- Zeeuwse Werkgeversvereniging, PORTIZ, ZLTO, Rijkswaterstaat en Waterschap voor verdere verbetering van de uitvoering van de taken van RUD Zeeland. Samenwerking GGD, VRZ en RUD In 2023 en 2024 verkende een projectleider vanuit een inhoudelijk en financieel perspectief een gebiedsverkenning Goes-West en is gewerkt aan een inhoudelijke samenwerkingsagenda én een agenda voor gemeenschappelijke bedrijfsvoering(staken) opgesteld. In 2025 besloot het Algemeen Bestuur om de verdere samenwerking aan te houden. 4.2
FINANCIERING
Algemeen De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) geeft de wettelijke kaders voor de treasuryfunctie van decentrale overheden. De Wet fido kent als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van de transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van de renterisico’s. Het beheersen van de risico’s uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, het afsluiten van geldleningen en het uitzetten van gelden. Daarnaast bestaat de verplichting om een treasurystatuut op te stellen. In deze paragraaf geven we de ontwikkelingen aan met betrekking tot onder andere de kasgeldlimiet en de ontwikkeling wat betreft de renterisiconorm. Treasurystatuut In 2016 stelde RUD Zeeland een treasurystatuut vast en dit is in 2025 nog steeds actueel. Treasury is het geheel van sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, financiële posities en de hieraan verbonden risico's. Doelstelling van treasury is dat RUD Zeeland altijd over voldoende liquiditeit 16
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
beschikt om haar verplichtingen na te komen waarbij risico's worden geminimaliseerd en kosten worden beheerst. Het Treasurystatuut 2016 bevat doelstellingen, richtlijnen en limieten voor RUD Zeeland op het gebied van treasury. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm op voor het maximumbedrag waarop overheidsinstanties haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Het doel hiervan is om renterisico’s op korte termijn te beperken. Deze norm bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Voor 2025 bedraagt de kasgeldlimiet ruim € 1,6 miljoen. In 2025 overschreed RUD Zeeland de kasgeldlimiet niet. Renterisico De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering van leningen te beperken. De renterisiconorm is vastgelegd in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden en houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossing en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal met een minimumbedrag van € 2,5 miljoen. RUD Zeeland trekt geen leningen aan en is niet voornemens om dat in de toekomst te gaan doen. Om die reden is de renterisiconorm niet van toepassing bij RUD Zeeland.
Schatkistbankieren De Regeling schatkistbankieren decentrale overheden heeft als doel om de staatsschuld te beperken waarbij alle decentrale overheden hun liquide middelen moeten aanhouden bij het Ministerie van Financiën (schatkist), met uitzondering van een drempelbedrag. Het is niet toegestaan om beleggingen en deposito’s zelfstandig aan te gaan. Het drempelbedrag in 2025 is 2% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1,0 miljoen bedraagt. In 2025 hield RUD Zeeland het positieve saldo op haar bankrekeningen, boven het drempelbedrag (het minimum van € 1,0 miljoen), aan bij het Ministerie van Financiën. Koers- en valutarisicobeheer RUD Zeeland ging in 2025 geen belangrijke c.q. omvangrijke financiële transacties in vreemde valuta aan. Daarmee zijn er geen koers- en valutarisico’s. Relatiebeheer RUD Zeeland heeft een rekening-courant overeenkomst bij de BNG-bank waarbij RUD Zeeland tot een bedrag van € 0,8 miljoen een roodstandfaciliteit heeft. In 2025 maakte RUD Zeeland geen gebruik van de roodstandfaciliteit.
4.3
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING
Organisaties willen doelen bereiken. Er bestaan altijd risico’s die de realisatie van doelstellingen in de weg kunnen staan. RUD Zeeland wil risico’s, kansen en onzekerheden tijdig onderkennen en deze risico’s optimaal beheersen. Op organisatieniveau is per risico de gevolgklasse gerelateerd aan de kansklasse. Zo ontstaat de risicoscore. De risicoscore is bepalend voor de aandacht die een specifiek risico krijgt van het management en het bestuur. De risicoscore (op organisatieniveau) op basis van de geactualiseerde risico-inventarisatie ziet er als volgt uit:
17
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
Tabel 4-1 Geïdentificeerde risico’s en doorrekening (bedragen in €) per 31-12-2025
RUD Zeeland actualiseerde de bedragen van eerder opgenomen risico’s en beoordelen of er sprake is van nieuwe risico’s. Risico met een gemiddeld hoge kans en een groot gevolg (rood): Risico 1: Implementatie Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet is met ingang van 1 januari 2024 een feit. Via het project Omgevingswet besteden we aandacht aan de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet. De implementatie levert een set aan risico’s op: Per gemeente ontstaat een lokaal handhavingskader waardoor het risico op niet-juist handhaven toeneemt; Bij de implementatie van de Omgevingswet vindt er verschuiving plaats van vergunningverlening, toezicht en handhaving van inrichtingen naar activiteiten (hetgeen niet past niet in de huidige P maal Q systematiek); De implementatie c.q. uitvoering van de Omgevingswet vraagt andere (advies-)vaardigheden van medewerkers; Lokale systemen dienen aan te sluiten op de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) om informatie uit te wisselen; Aanpassing begrotingssystematiek naar Omgevingswet (inrichtingen naar MBA). Actueel risico (2026 e.v.): € 311.000
Risico’s met een lage tot gemiddelde kans en met een laag tot gemiddeld gevolg (groen): Risico 2: Onbalans in taken: Tot en met 2023 was de onbalans in taken het grootste risico van RUD Zeeland. In de voorgaande jaren heeft het risico zich dan ook meermalen gemanifesteerd. Daarmee is het risico verschoven van ‘gemiddeld hoge kans en hoog gevolg’(rood) naar ‘gemiddeld lage kans en gemiddeld lag gevolg’ (groen). In 2024 stelde het Algemeen Bestuur het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’, inclusief het bijbehorende ingroeimodel, vast. Hiermee heeft RUD Zeeland in 2026 en verder voldoende financiële middelen ter beschikking om haar taken uit te voeren is het historische risico van de onbalans in taken grotendeels gemitigeerd. In 2025 vond taakoverdracht plaats van provincie Zeeland naar RUD Zeeland inzake bodem. Met de taakoverdracht zijn ook voldoende middelen overgegaan waardoor er geen onbalans is ontstaan. Het restrisico bestaat uit de toekenning van de middelen voor de jaarschijf 2027 uit het ingroeimodel zoals deze nu is opgenomen in de ontwerpbegroting 2027. Actueel risico (2026 e.v.): € 17.000
18
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
Risico 4: Optimalisatie werkomstandigheden toezicht- en handhavingsuitvoering De Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) heeft een rapport opgeleverd, het plan van aanpak is opgesteld. De focus ligt op het doorlopend optimaliseren van de werkomstandigheden en de RI&E en bijbehorende plan van aanpak is daar een belangrijk middel voor. De acties voortvloeiend uit het plan van aanpak worden in uitgevoerd c.q. geïmplementeerd. Actueel risico (2026 e.v.): € 10.000 Tabel 4-2
Weerstandscapaciteit van RUD Zeeland (bedragen in €) per 31-12-2025
Het weerstandsvermogen, zijnde de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde capaciteit, geeft de mate aan waarin financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. De totale beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt ultimo 2025 € 1.131.000 (algemene reserves, bestemmingsreserve en onvoorzien) en bedraagt de ratio voor 2025 3,35. Hierbij is het negatieve resultaat over 2025 buiten beschouwing gelaten. Het cumulatieve ratio weerstandscapaciteit over de jaren 2026 tot en met 2029 bedraagt 1,64. RUD Zeeland heeft als doel een ratio weerstandsvermogen te hebben in de categorie ‘voldoende’ dus tussen 1,0 en 1,4. In deze categorie is er een verantwoorde balans tussen enerzijds de aanwezige risico’s en anderzijds de financiële buffer om deze risico’s op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van de organisatiedoelstellingen. De richtlijn van de VZG staat een reservepositie toe van maximaal 5% van de totale baten. Dat is ongeveer gelijk aan de huidige stand van algemene reserve. De gewenste ratio van tussen 1,0 en 1,4 wordt gehaald en valt enkelvoudig en cumulatief hoger uit. Indien het negatieve resultaat 2025 door de deelnemers gedekt wordt, is het weerstandsvermogen daarom voldoende en valt de reservepositie binnen de VZG-norm.
Kengetallen In de BBV staat een voorschrift om een aantal specifieke kengetallen (inzake solvabiliteit, schuldquote, grondexploitatie, belastingcapaciteit en structurele exploitatieruimte) op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing met een beoordeling van deze kengetallen. RUD Zeeland begroot geen rentelasten of aflossingen. Er is ook geen sprake van grond in exploitatie of inkomsten uit belastingheffing. De structurele lasten zijn in evenwicht met de structurele baten. Alleen het kengetal voor solvabiliteit is dus op RUD Zeeland van toepassing.
19
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
Solvabiliteit: dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin RUD Zeeland in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal is het eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal. In de jaarrekening 2025 bedraagt de solvabiliteit 13%. Hierbij is het negatieve resultaat over 2025 buiten beschouwing gelaten omdat in het voorstel ‘resultaatbestemming 2025’ wordt voorgesteld om het nadelige resultaat over 2025 te verrekenen met de deelnemers. Tabel 4-3
Solvabiliteit
4.4
OPENBAARHEID
Wet open overheid (Woo) en publiceren Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) van kracht geworden. De Woo moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De Woo legt meer nadruk op actieve openbaarheid: overheden zijn voortaan vaker verplicht informatie uit eigen beweging openbaar te maken. De Woo bevat een algemene zorgplicht om documenten in goede, geordende en toegankelijke staat te houden. Het aantal aanvragen op grond van de Woo is niet te beïnvloeden, dit is afhankelijk van hetgeen door bijvoorbeeld door de media of belanghebbenden wordt opgevraagd. Ook in 2025 zien we een toename van het aantal Woo-verzoeken. Daarbij komt niet zozeer het aantal verzoeken, maar wel de omvang en complexiteit van deze zaken. In 2025 is geïnventariseerd hoe we deze werkzaamheden beter vorm kunnen geven, optimaliseren en inzichtelijk maken.
20
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
5 VERANTWOORDING RECHTMATIGHEID Algemeen Tot en met boekjaar 2022 gaf de externe accountant een specifieke rechtmatigheidsverklaring af en rapporteerde daarover aan het Algemeen Bestuur. Vanaf het verslagjaar 2023 is het Dagelijks Bestuur verplicht om een financiële rechtmatigheidsverklaring op te nemen in de jaarrekening. Hierbij legt het Dagelijks Bestuur verantwoording af aan het Algemeen Bestuur over de naleving van de regels die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen bij de RUD Zeeland. Wijziging wet- en regelgeving in 2025 De Kadernota rechtmatigheid van de Commissie BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) van oktober 2024 geeft aan om expliciet te maken welke begrotingsonrechtmatigheden als gevolg van overschrijding van lasten als ‘acceptabel’ worden beschouwd. Om invulling te geven aan het begrip ‘acceptabel’ is in het controleprotocol 2025 opgenomen dat hogere uitgaven acceptabel zijn indien die gecompenseerd worden door direct samenhangende baten en passen binnen het beleid van RUD Zeeland. RUD Zeeland heeft één programma waardoor rechtmatigheid op het niveau van de totale begroting van RUD Zeeland beoordeeld wordt. In 2025 zijn het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) gewijzigd als sluitstuk van de implementatie van de rechtmatigheid.
Daarbij heeft de wetgever ook drie inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd: 1. Tot en met 2024 is de goedkeuringstolerantie voor fouten 1 procent van de omvangsbasis en 3 procent voor onzekerheden. Vanaf boekjaar 2025 vervalt het onderscheid tussen fouten en onzekerheden en wordt één percentage gehanteerd voor afwijkingen (zijnde fouten èn onzekerheden) van 2 procent van de omvangsbasis. 2. Tot en met boekjaar 2024 kon het Algemeen Bestuur de verantwoordingsgrens vaststellen op een percentage tussen 1 en 3 procent van de omvangsbasis. RUD Zeeland had de verantwoordingsgrens gemotiveerd vastgesteld op 3 procent van de omvangsbasis. Vanaf boekjaar 2025 geldt één vast percentage en dient het Algemeen Bestuur de verantwoordingsgrens vast te stellen op 2 procent van de omvangsbasis. 3. De omvangsbasis was tot en met boekjaar 2024 ‘het totaal van de lasten inclusief mutaties in de reserves’. Vanaf boekjaar 2025 is de omvangsbasis ‘het totaal van de lasten exclusief de toevoegingen aan de reserves’. Deze drie zaken zijn opgenomen in het controleprotocol 2025. Ten behoeve van de uitvoering van de accountantscontrole over 2025 én het verstrekken van de rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur zijn een controleprotocol 2025, een normenkader 2025 en een intern controleplan 2025 vastgesteld.
Het Algemeen Bestuur stelde het controleprotocol en het normenkader 2025 vast op 08 december 2025 en het Dagelijks Bestuur stelde het intern controleplan 2025 vast op 10 november 2025. Goedkeuringstolerantie en rapportagetolerantie 2025 De goedkeuringstolerantie over boekjaar 2025 is 2% van de totale lasten exclusief de toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 383.000. Ter vergelijk: de goedkeuringstolerantie over boekjaar 2024 was 3% van de totale lasten inclusief de toevoegingen aan de reserves en bedroeg € 525.000. De rapportagetolerantie voor afwijkingen is € 25.000 (2024: € 25.000). Conclusie rechtmatigheid 2025 Met de jaarrekening 2025 meldt het Dagelijks Bestuur alle niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties aan het Algemeen Bestuur. Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen, € 2.565.000 bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 383.000. 21
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
De geconstateerde afwijking betreft het onterecht niet Europees aanbesteden van inkoopopdrachten (inhuur) voor een bedrag van € 2.565.000 (2024: € 1.917.000). Het betreft opdrachten die in het verleden zijn gegund zonder Europese aanbesteding. Het ontbreekt aan voldoende dossiervorming waardoor nu niet meer kan worden aangetoond dat deze opdrachten terecht niet Europees zijn aanbesteed. De uitkomsten van de verbijzonderde interne controle over 2024 en 2025 die zijn uitgevoerd op basis van het intern controleplan 2025 onderschrijven bovenstaande conclusie. Overigens liggen deze uitkomsten op basis van de verbijzonderde interne controle in dezelfde lijn als de uitkomsten over de voorgaande jaren. In de 2e helft van 2025 is de actie opgepakt om: - Voor nieuwe inhuurcontracten een deugdelijk dossier aan te leggen en een (explicietere) toets te laten plaatsvinden of er wel of niet sprake is van een contract wat Europees aanbesteed moet worden. - Te werken met een dynamisch aankoopsysteem /broker. Hierbij wordt zorg gedragen voor een flexibele en transparante inkoop, waarbij verschillende partijen kunnen inschrijven en de beste aanbieding gekozen wordt. Hiermee is invulling gegeven aan een aantal belangrijke elementen zoals openbaarheid, concurrentie en transparantie en daarmee aan een proces waarmee aantoonbaar sprake is van een rechtmatige aanbesteding van inhuurcontracten.
De effecten van vorenstaande actie zullen met name vanaf 2026 zichtbaar zijn en leiden tot het terugdringen van het aantal dossiers waarbij sprake is van het onvoldoende kunnen aantonen van terecht niet Europees aanbesteden. Daarnaast zijn in het kader van interne beheersing een aantal zaken voor verbetering vatbaar. Om de interne beheersing te verbeteren is het actieplan ‘Verbeterplan interne beheersing en rechtmatigheid 2025’ opgesteld en in uitvoering. Het verbeterplan is opgesteld naar aanleiding van de uitkomsten van de verbijzonderde interne controle over 2024 en 2025, waarin eveneens een prioritering van de verbetermaatregelen wordt opgenomen.
22
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
6 JAARREKENING 2025
In dit hoofdstuk geven we de financiële onderbouwing van het jaarresultaat. Deze jaarrekening is opgebouwd uit een aantal onderdelen met de nodige cijfers en tabellen. Door op onderstaande kopjes te klikken kan snel naar het gewenste onderwerp worden gesprongen.
6.1
BALANS
Tabel 6-1
Balans per 31 december 2025
23
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
Toelichting op de balans De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de verslagleggingsvoorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij betreffende balansposten anders is vermeld, neemt RUD Zeeland de activa en passiva op tegen nominale waarde. De baten en lasten rekent RUD Zeeland toe aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten neemt RUD Zeeland slechts op voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, neemt RUD Zeeland in acht indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend waren. Reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die bedrijfseconomisch vrij te besteden zijn. Aan reserves kan RUD Zeeland een bepaalde bestemming geven (bestemmingsreserves). RUD Zeeland waardeert voorzieningen op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De verminderingen in voorzieningen betreffen aanwendingen voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld. Personeelslasten rekent RUD Zeeland toe aan het dienstjaar waarop ze betrekking hebben.
Toelichting op de balans per 31 december 2025 Tabel 6-2
24
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
6.1.1 ACTIVA (bedragen in € 1.000) 1. Financiële vaste activa
a.
Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Het betreft de waarborgsom van de nieuwe kantoorlocatie aan de Buitenruststraat 6 in Middelburg. 2. Uitzettingen < 1 jaar
a.
Uitzettingen in ’s Rijksschatkist betreft het verplicht schatkistbankieren.
Alle decentrale overheden, dus ook RUD Zeeland, zijn verplicht hun banktegoeden aan te houden bij het Ministerie van Financiën wanneer dat een bepaald bedrag (het drempelbedrag) overschrijdt. Het drempelbedrag is voor RUD Zeeland maximaal 2% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1.000.000 bedraagt. In 2025 zijn er geen bedragen boven het drempelbedrag buiten ’s Rijksschatkist aangehouden. Onderstaand is een opsomming op basis van de rapportage schatkistbankieren van de gemiddelde benutting van het drempelbedrag per kwartaal in 2025: 1e kwartaal € 767.472 2e kwartaal € 786.027 3e kwartaal € 440.778 4e kwartaal € 574.622 b.
Vorderingen op openbare lichamen
De vorderingen op openbare lichamen betreffen doorberekende kosten aan deelnemers, andere overheden, andere omgevingsdiensten c.
Bij uitzettingen < 1 jaar zijn er in 2025 geen overige vorderingen.
3. Liquide middelen
De saldi van de liquide middelen sluiten aan bij de laatste saldobiljetten van 2025.
25
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
4. Overlopende activa
a. De te ontvangen gelden van Europese overheidslichamen Er zijn geen nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen van Europese overheidslichamen. b.
De te ontvangen gelden van de Rijksoverheid
Dit betreft nog terug te vorderen BTW over 2025. c.
De te ontvangen gelden van Nederlandse overheidslichamen
De te ontvangen gelden van Nederlandse overheidslichamen zijn te ontvangen gelden van de provincie met betrekking tot materiele kosten en BRIKS. d.
Overige overlopende activa
Overige overlopende activa ultimo 2025 betreffen de inventaris van de nieuwe kantoorlocatie, alsook licenties en certificaten. Ultimo 2024 betrof dit o.a. de vooruitbetaalde verzekeringspremie 2025.
6.1.2 PASSIVA (bedragen in € 1.000) 5. Eigen vermogen
Algemene reserve, bestemmingsreserve en gerealiseerd resultaat
26
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
Tabel 6-3
Overzicht verloop reserves
a. Algemene reserve In 2025 hebben er geen toevoegingen aan en/of aanwendingen uit de algemene reserve plaatsgevonden. b. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserve persoonlijk ontwikkelbudget/ persoonlijk duurzaam inzetbaarheidsbudget Op basis van de cao krijgen de medewerkers van RUD Zeeland (vast en tijdelijk) de beschikking over een persoonlijk ontwikkelbudget (POB) van € 5.000 per vijf jaar. Vanaf 1-1-2023 is dit gewijzigd in het persoonlijk duurzaam inzetbaarheidsbudget (PBDI) van € 6.000 per vijf jaar. Jaarlijks houden we in de begroting rekening met een uitgave van € 40.000. Bij een onderbesteding voegen we het resterende bedrag toe aan de reserve. Dit ter voorkoming van het risico dat in enig jaar sprake zou zijn van financiële begrotingstekorten als meer aanspraak gemaakt wordt op deze regeling. In 2025 is er € 20.339 besteed en voegen we € 19.661 toe aan deze bestemmingsreserve. c. Gerealiseerd resultaat Dit betreft het gerealiseerde negatieve resultaat over 2025 van € 2.223.000. Dit resultaat is in afwachting van de nadere besluitvorming over de resultaatverdeling 2025 opgenomen op de balans. Tabel 6-4
Voorzieningen
Voorzieningen a. Voorziening langdurig zieken: Ultimo 2025 hebben we te maken met een langdurig zieke. Omdat de kans op terugkeer in de organisatie als gering werd ingeschat is hiervoor een voorziening getroffen.
27
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
b. Voorziening arbeidsrechtelijke verplichting In verband met een onderzoek naar functieherwaardering was ultimo 2024 een voorziening ter dekking van een mogelijke nabetaling over 2022, 2023 en 2024 opgenomen. In 2026 is besloten dat de functieherwaardering niet zal plaatsvinden en is de voorziening ten gunste van het resultaat vrijgevallen. c. Voorziening overmatig verlof Op basis van het BBV moeten we een financiële verplichting opnemen voor overmatig verlof. De RUD merkt het bovenwettelijke verlof en het compensatieverlof conform de daarbij behorende vereisten uit het BBV en het interne personeelshandboek aan als overmatig. 6. Vlottende passiva
Dit betreffen de crediteuren per 31-12-2025. 7. Overlopende passiva
a. Vooruit ontvangen en nog te betalen bedragen Rijksoverheid De overlopende passiva met betrekking tot Rijksoverheid betreffen met name vooruit ontvangen SPUK-gelden. b. Vooruit ontvangen en nog te betalen bedragen Nederlandse overheden De vooruit ontvangen bedragen Nederlandse overheidslichamen betreffen onderbestedingen op de uitvoering van het jaarplan (producten en/of materieel budget). De deelnemers worden op de hoogte gesteld van de te verwachten kosten versus het betaalde voorschot. c. Vooruit ontvangen en nog te betalen bedragen overig De nog te betalen bedragen betreffen onder meer bedragen die over 2025 nog betaald moeten worden, maar waarvoor in 2025 nog geen factuur was ontvangen. 8. Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen
PIOFACH Diensten provincie Zeeland: RUD Zeeland ging met provincie Zeeland in 2025 een overeenkomst aan inzake levering PIOFACH-diensten voor een periode van vijf jaar. Het bedrag van de komende jaren wordt geïndexeerd op basis de inflatie conform CBS. De jaarlijkse verplichting voor de levering van deze PIOFACH-diensten bedraagt € 3.599.100 (excl. B.T.W., prijspeil 2025).
28
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
Huur huisvesting: RUD Zeeland ging met Onroerend Goed Maatschap Rijkse in 2025 een huurovereenkomst voor huisvesting aan voor een periode van vijf jaar. Het bedrag van de komende jaren wordt geïndexeerd op basis de inflatie conform CBS. Het bedrag over 2025 van de huur bedraagt € 300.723 (excl. B.T.W.). Leasekosten voertuigen: RUD Zeeland ging met Broekhuis en Driven diverse leaseovereenkomsten, die aflopen in 2026, aan voor zeven auto’s: vier piketauto’s en drie auto’s voor groen toezicht. Het resterende verwachte bedrag voor de leasekosten bedraagt: € 42.409 (excl. B.T.W.).
6.2
OVERZICHT VAN LASTEN EN BATEN
Saldo jaarrekening Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten schrijft expliciet voor hoe we het rekeningresultaat bepalen en presenteren. Primair bepaalt RUD Zeeland het totaal saldo van baten en lasten. Dit resultaat is het saldo van de baten en lasten van de programma’s, overhead, onvoorzien en de algemene dekkingsmiddelen. Vervolgens doen we toevoegingen of onttrekkingen aan de reserves waarover het Algemeen Bestuur besluit. Dit is ten laste c.q. ten gunste van dit resultaat. Het saldo dat dan resteert, noemen wij het Gerealiseerd Resultaat. Waar wij in deze jaarstukken spreken over het rekeningresultaat bedoelen wij het Gerealiseerd Resultaat. Tabel 6-5
Exploitatie
6.2.1 ANALYSE REKENINGRESULTAAT Tabel 6-6
Toelichting op baten en lasten
29
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
Bovenstaande tabel geeft de belangrijkste verschillen tussen de raming en de werkelijkheid van de verschillende programma’s weer. In onderstaande tabel zijn de verschillen per kostensoort inzichtelijk. Tabel 6-7
Het financieel resultaat over 2025 bedraagt € 2.223.000 negatief. Onderstaand lichten we de belangrijkste oorzaken toe: Overige inkomsten V 417.000 Het voordeel op de overige inkomsten ontstaat met name door de verrichte werkzaamheden voor DCMR en subsidies. Daarnaast vormen de SPUK’s IBP en THE het overige deel van de inkomsten. Bijdragen deelnemers N 3.816.000 De bijdragen van deelnemers voor generieke taken en bijdragen voor producten blijven fors achter op de begroting. Het proces van implementatie naar een robuuste RUD is nog in volle gang, waardoor nog niet de gehele bijkomende formatie is toebedeeld aan functies. Hierdoor is een groot deel van de productieve uren conform begroting niet gerealiseerd. Het gevolg hiervan is dat de deelnemers een deel van hun voorschot terugkrijgen. Materiële budgetten V 499.000 De kosten voor materiële budgetten worden volledig door de deelnemers vergoed. De overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door BRIKS. Personeelslasten V 6.111.000 Het voordeel op de personele lasten ontstaat door onderbezetting in personeel op basis van de formatie. De voornaamste reden hiervan is de impact van de 1e begrotingswijziging robuuste RUD. De begrotingswijziging is van een dermate omvang, waardoor het niet mogelijk is na vaststelling de hele toegevoegde formatie gelijk operationeel te laten zijn.
Daarnaast is het proces van implementatie naar een robuuste RUD nog in volle gang, waardoor nog niet de gehele bijkomende formatie is toebedeeld aan functies. Voor een deel is dit gecompenseerd door inhuur van derden.
30
Jaarstukken 2025 RUD Zeeland
De vrijval in 2025 van de voorziening arbeidsrechtelijke verplichting van € 572K is in mindering gebracht op de personeelslasten. Reis- en verblijfskosten V 258.000 Als gevolg van het tijds- en plaats onafhankelijk werken wordt een voordeel behaald op de reiskosten. Hierdoor worden door het personeel minder kilometers gemaakt wat leidt tot een onderschrijding op de reiskosten. Daarnaast leidt de onderbezetting van de formatie tot een voordeel op de gebudgetteerde reiskosten. Inhuur personeel van derden/ werken voor derden N 2.710.000 Het nadeel op het inhuurbudget is het gevolg van onvoorziene uitval van vaste medewerkers en extra inzet om de robuuste RUD te realiseren. Organisatiekosten/ overige directe kosten N 2.463.000 In 2025 zijn de kosten van de PIOFACH-taken fors hoger ten opzichte van de begrote kosten. Dit is het gevolg van een periode waarin dienstverlening heeft plaatsgevonden door zowel de gemeente Terneuzen als implementatie van de dienstverlening vanaf 2026 door de provincie Zeeland.
6.3
WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT)
Op 1 januari 2013 ging de Wet Normering Topinkomens (WNT) van kracht. De WNT verplicht tot openbaarmaking van de bezoldiging van de zogenaamde ‘topfunctionarissen’. Topfunctionarissen zijn diegenen die leidinggeven aan de gehele organisatie en die de WNT als zodanig aanmerkt. Conform de WNT maakt dit jaarverslag de beloning van de topfunctionarissen binnen RUD Zeeland openbaar. Deze verplichting tot openbaarmaking geldt ook voor de beloning van andere werknemers, indien die bezoldiging meer bedraagt dan het voor topfunctionarissen geldende bezoldigingsmaximum (norm 2025: € 246.000 op jaarbasis). Dit is bij RUD Zeeland niet aan de orde.
6.3.1 Bezoldiging topfunctionarissen Onder topfunctionarissen wordt verstaan: Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. Bij RUD Zeeland is de directeur in de zin van de WNT een topfunctionaris. De beloning van de directeur valt ruimschoots onder het genoemde bezoldigingsmaximum. Ook de leden van het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur van RUD Zeeland behoren tot topfunctionarissen, ook al is de vergoeding nihil. Onderstaande tabel geeft de topfunctionarissen van RUD Zeeland volgens de WNT-richtlijnen weer. De directeur heeft in 2025 een fulltime (36 uur) dienstverband gehad van februari tot en met december. Tabel 6-8