CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan Gemeentelijk Vastgoed 2025-2029 V1

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente HulstBij agendapunt: Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-202912.963 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BELEIDSPLAN GEMEENTELIJK VASTGOED 2025 - 2029

Afdeling realisatie & Beheer

15 oktober 2024

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

2

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029 Inhoud 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 6 1.2 Inhoud Beleidsplan Gemeentelijk Vastgoed 6 1.3 Procedure 1.4 Leeswijzer 6

15 oktober 2024

6

2

Evaluatie 2.1 Huidig beleid en onderhoud 7 2.2 Evaluatie beleidsplan 2020-2024 8 2.3 Organisatie 10

7

3

Beleidskader 11 3.1 Wet- en regelgeving 11 3.1.1 Omgevingswet 11 3.1.2 Milieuwetgeving (vergunningen) 11 3.1.3 Arbowetgeving 12 3.1.4 Asbest gemeentelijke gebouwen 12 3.1.5 Beveiliging en toegang gemeentelijke gebouwen 13 3.1.6 Fysieke toegankelijkheid gemeentelijke gebouwen 13 3.1.7 Brandmeldinstallaties 13 3.1.8 Verzekering gemeentelijke gebouwen 13 3.2 Inspecties en veiligheid 14 3.2.1 Installatieverantwoordelijkheid 14 3.2.2 Werktuigbouwkundige installaties 14 3.2.3 Legionella 15 3.2.4 Risicoanalyse voor zwembaden 15 3.2.5 Overige inspecties 15 3.3 Eisen en voorschriften vergunningen 15 3.4 Duurzaamheid en energie 16 3.4.1 Regionale energie Strategie (RES) 17 3.4.2 Routekaart 17 3.4.3 Informatieplicht Energiebesparing 17 3.4.4 Energiemonitoring en rapportage 17 3.4.5 Europese Energy Performance of Building of Building Directive (EPBD) 18 3.4.6 Gebouw Automatisering en Controle Systeem (GACS) 18 3.4.7 Energiebeleid 18 3.4.8 Gas aansluitingen 18 3.4.9 Zonnepanelen en batterijen 18 3.4.10 Circulariteit 18

4

Doelen 4.1 Doelen 4.2 Toetsingskader

19 19 19 3

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029 4.2.1 19 4.2.2 afgestemd 4.2.3 19 4.2.4 19 4.2.5 20 4.2.6 20 5

6

7

15 oktober 2024

Instandhouding van het gemeentelijk vastgoed Gebruik en inrichting van het gemeentelijk vastgoed zijn op elkaar 19 Het gemeentelijk vastgoed kent een minimaal energieverbruik Het gemeentelijk vastgoed is duurzaam gebouwd en ingericht Het gemeentelijk vastgoed voldoet aan de wettelijke eisen en voorschriften Doelmatig beheer en goed gebruik van het gemeentelijk vastgoed

Overzicht van de aanwezige voorzieningen 21 5.1 Gebouwen 21 5.2 Kunstwerken 5.2.1 Bruggen en tunnels 5.2.2 Overige kunstwerken 21 5.3 Haltevoorzieningen 22 5.4 Vastgoed op begraafplaatsen 5.5 Woonwagenstandplaatsen 22 5.6 Kades Walsoorden 22 Beheer 23 6.1 Beheer gebouwen 23 6.1.1 Databeheer 6.1.2 Digitale tekeningen 6.1.3 Vergunningen 6.1.4 Kwaliteitsniveau en onderhoudsconditie 6.1.5 Duurzaamheid en energie 6.1.6 Beheer en inspecties 6.1.7 Accommodatiebeleid 6.1.8 Integraal Huisvestingsplan 6.2 Beheer kunstwerken en overig vastgoed 27 6.3 Beheer haltevoorzieningen 27 6.4 Beheer vastgoed op begraafplaatsen 6.5 Beheer woonwagenstandplaatsen 27 Kosten en kostendekking 7.1 Personele Middelen 28 7.2 Onderzoek 29 7.3 Financiële middelen 7.3.1 Klein onderhoud 7.3.2 Groot onderhoud 7.3.3 Investeringen 7.3.4 Egalisatie kosten en kostendekking 30

21 21

22

23 23 24 24 25 25 26 26

27

28

29 29 29 30

4

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029 7.3.5 Planning 7.3.6 Subsidies Bijlagen I Overzicht Energie labels II Overzicht Gas-aansluitingen Gemeentelijk Vastgoed 32 III Overzicht Gemeentelijk Vastgoed IV Cycli Groot Onderhoud 35 V Uitgaven MJOP 2025 – 2044

15 oktober 2024 30 30

31 33 37

5

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

Samenvatting Huidige situatie  Huidig beleidsplan vastgesteld in 2020  Gebouwinspecties dateren vanaf 2020  Betrekking op gemeentelijk vastgoed  Diverse budgethouders bepalen financiële kaders  Per 2023 aanstelling opzichter vastgoed  Per 2024 fulltime beleidsmedewerker vastgoed Beleidskader  Ontwikkeling laatste jaren aan gebouwaanpassingen vanuit wet- en regelgeving, accommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan veranderd gebruik of functieverbetering  Duurzaamheid en energie Doelen  Doelen ten aanzien van het gemeentelijk vastgoed: - Instandhouding voor een periode van minimaal 15 jaar - Gebruik en inrichting op elkaar afgestemd - Minimaal energieverbruik - Duurzaam gebouwd en ingericht - Voldoet aan wettelijke eisen en voorschriften - Doelmatig beheer en goed gebruik tegen laagst maatschappelijke kosten Strategie  Inzichtelijk hebben van de gemeentelijke eigendommen  Informatie en documentatie digitaal vastleggen  Alle vastgoed inspecteren conform NEN 2767  Indeling onderhoud verdeeld naar beheerder en gebruiker Verantwoordelijkheid  Beheerder gemeentelijk vastgoed: afdeling Realisatie & Beheer en is verantwoordelijk voor: - Instandhouding - Energie - Klein onderhoud - Inspecties - MeerJarenOnderhoudsPlanning (MJOP) - MIP-wettelijk  Gebruiker gemeentelijk vastgoed: afdeling of stichting en is verantwoordelijk voor: - Dagelijks onderhoud - MIP-wensen

Vastgoed  Gebouwen - In eigendom - In eigendom, bruikleen bij stichtingen - Scholen - In eigendom bij stichtingen - Monumenten - Woonwagenstandplaatsen  Kunstwerken en overig vastgoed - Bruggen en tunnels - Overige, zoals trappen, kademuren Bierkaai, duikers, beelden  Haltevoorzieningen  Gebouwen en monumenten op gemeentelijke begraafplaatsen

6

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

7

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

Duurzaamheid en energie  Opstellen routekaart duurzaamheid gemeentelijk vastgoed  Duurzaam onderhoud en vervangen  Energiebesparende maatregelen  Vaststellen Energielabel  Opzetten energiebeheersysteem  Circulariteit van materialen meenemen Financieel  Financiële middelen - Klein onderhoud (beheerbegroting) - MJOP (reserve onderhoud vastgoed) - MIP-wettelijk (investeringsaanvraag) - MIP-wenselijk (investeringsaanvraag)  Begroting 2025 - Groot onderhoud (MJOP) op basis inspecties, cycli en indexatie - Klein onderhoud jaarlijks indexatie

8

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

1

15 oktober 2024

Inleiding

Het gemeentelijk vastgoed omvat naast de 50 gemeentelijke bouwwerken ook allerlei kunstwerken. Onder gemeentelijke kunstwerken worden onder andere begrepen bruggen, duikers, trappen, haltevoorzieningen, kademuren. Onbebouwd vastgoed valt hier niet onder. Zowel de gebouwen als kunstwerken dragen bij aan het functioneren en uitstraling van de gemeente Hulst. Het maakt de gemeente Hulst aantrekkelijk om er te wonen, werken en recreëren.

1.1 Aanleiding Het besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht gemeenten tot het vaststellen van een beleidskader met bijbehorende financiële consequenties t.a.v. de gemeentelijke kapitaalgoederen. Daarnaast zijn allerlei wettelijke regelingen t.a.v. gebouwen aangepast (o.a. Omgevingswet). Dat betekent dat naast onderhoud en energiebeheer ook aandacht geschonken moet worden aan duurzaamheid, brandveiligheid, volksgezondheid, milieu en Arbo. Dit heeft tot gevolg dat niet alleen de technische levensduur van vastgoed doorslaggevend is, maar dat ook niet materiële zaken (gezondheid, veiligheid en milieu) meespelen in de besluitvorming.

1.2 Inhoud Beleidsplan Gemeentelijk Vastgoed In dit beleidsplan gemeentelijk vastgoed geeft de gemeente Hulst weer hoe zij de komende 5 jaar invulling geeft aan haar wettelijke verplichting ten aanzien van het gemeentelijk vastgoed en een evaluatie van de afgelopen 5 jaar. Een van de belangrijkste thema’s is hoe men binnen nu en 20 jaar omgaat met duurzaamheid van gebouwen en energiebesparingen. Per gebouw zal bepaald moeten worden welke aanpassingen nodig zijn om de doelstellingen van de overheid te halen. Het Beleidsplan Gemeentelijk Vastgoed is een beleidsmatig en strategisch plan op hoofdlijnen. De technische uitwerking van het beleid vindt plaats in jaarplannen.

1.3 Procedure Voor het bestuurlijk traject wordt een ontwerp Beleidsplan Gemeentelijk Vastgoed opgesteld, dat wordt vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders. Het door het college vastgesteld ontwerp Beleidsplan Gemeentelijk Vastgoed wordt aan de gemeenteraad aangeboden, waarna het Beleidsplan Gemeentelijk Vastgoed kan worden vastgesteld.

1.4 Leeswijzer Het Beleidsplan Gemeentelijk Vastgoed is opgebouwd volgens onderstaande indeling: Hoofdstuk 1 betreft deze inleiding en de procedure om te komen tot het nieuwe Beleidsplan Gemeentelijk Vastgoed 2025 - 2029. Hoofdstuk 2 betreft een korte evaluatie van het huidige beleidsplan Gemeentelijk Vastgoed 2020-2024 waarin wordt aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het beheer en onderhoud van het gemeentelijk vastgoed in de afgelopen periode van 5 jaar. Hoofdstuk 3 omvat de wettelijke verplichtingen en overige regelgeving ten aanzien van het gemeentelijk vastgoed. Hoofdstuk 4 beschrijft de gemeentelijke doelen welke in deze planperiode Hoofdstuk 5 geeft een overzicht van het gemeentelijk vastgoed en voor zover in beeld de kwaliteit van het vastgoed. Hoofdstuk 6 betreft de strategie voor de planperiode. Hierin wordt weergegeven hoe in de planperiode de gewenste kwaliteit wordt bereikt en hoe de gemeentelijke bezittingen beheerd gaan worden. Hoofdstuk 7 geeft inzicht in de kosten en kostendekking voor de komende planperiode.

9

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

2

15 oktober 2024

Evaluatie

2.1 Huidig beleid en onderhoud Vanwege natuurlijke en mechanische invloeden is bij vastgoed sprake van slijtage. Om toch te garanderen dat het vastgoed in stand blijft zijn onderhoudsactiviteiten noodzakelijk. Het onderhoud was in de afgelopen periode gericht op: bouwkundige voorzieningen, technische voorzieningen, vaste inrichting, terreinvoorzieningen. Het gehanteerde beheer is hieronder schematisch weergegeven.

Eigenaarsonderhoud betreft uit te voeren onderhoud door de eigenaar (lees de gemeente Hulst). Het betreft vooral onderhoud aan constructies, buitenschil en de vaste technische installaties van het gebouw. Voorbeelden van eigenaarsonderhoud zijn, buitenschilderwerk, vervangen van dakbedekking, vervangen van centrale verwarmingsketel. Gebruikersonderhoud betreft uit te voeren onderhoud door de gebruiker. Het betreft vooral onderhoud aan de binnenzijde van het gebouw. Voorbeelden van gebruikersonderhoud zijn: schilder-, saus- en behangwerk aan de binnenzijde van het gebouw, vervangen van lampen, kleine reparaties aan hang- en sluitwerk. Het eerste onderhoudsplan van de gemeente Hulst dateert uit het begin van de negentiger jaren. In de loop van de jaren zijn een drietal onderhoudsplannen opgesteld en één gebouwenbeleidsplan. In 2019 is een nieuw beleidsplan geschreven voor de planperiode 2020-2024. Als basis voor deze planperiode zijn er nieuwe gebouwinspecties uitgevoerd. De gebouwinspecties worden uitgevoerd met de methodiek zoals omschreven in de norm “conditiemeting NEN 2767” (graadmeter voor de staat van een gebouw). Met deze inspectie is de technische kwaliteit van de bouw- en installatiedelen op een objectieve manier vastgelegd in de vorm van een conditiescore. De bij deze inspectierapportages behorende ramingen zijn vertaald in een “meer jaren onderhoudsplanning (MJOP)”.

10

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

2.2 Evaluatie beleidsplan 2020-2024 In de afgelopen planperiode is de basis gelegd voor het vastgoedbeheer zoals beschreven in hoofdstuk 2.1. De gestelde doelen en strategie zijn voor het grootste gedeelte verwezenlijkt. Instandhouding van het gemeentelijk vastgoed  Het gemeentelijk vastgoed moet in goede staat zijn voor een periode van minimaal vijftien jaar. Het grootste deel van het gemeentelijk vastgoed is in goede staat en kan voor een periode van minimaal vijftien jaar mee  Gebouwen welke tijdelijk in eigendom zijn van de gemeente en gebouwen welke op de nominatie staan om gesloopt te worden minimaal in stand gehouden. Indien van toepassing worden gebouwen minimaal in stand gehouden  Het gemeentelijk vastgoed mag geen veiligheidsrisico opleveren. Het veiligheidsrisico van het vastgoed is onder controle. Toegang tot installaties dient nog georganiseerd te worden. De organisatie rond Installatieverantwoordelijkheid is vorm gegeven en dient verder uitgebouwd te worden.  De technische installaties moeten in goede staat zijn. De huidige staat van de installaties is in orde. Diverse technische installaties zijn afgelopen planperiode vervangen; een deel zal komende planperiode vervangen worden. Het onderhoud en storingen is uitbesteed aan externe partijen en er vindt regelmatig overleg plaats  De brandveiligheid is gewaarborgd.

De organisatie rond het beheer van de brandmeldinstallaties is opgezet en verplichte maandelijkse en jaarlijkse controles vinden plaats. Onderhoud is uitbesteed aan externe partijen. Nog niet bij alle gebouwen is de brandveiligheid 100% gewaarborgd. Gebruik en inrichting van het gemeentelijk vastgoed zijn op elkaar afgestemd  Werkplekken zijn efficiënt ingericht en bieden voldoende ruimte voor de uit te voeren taken. Aan de inrichting wordt voortdurend aandacht besteed en waar nodig aanpassingen of vernieuwingen doorgevoerd.  Publiek toegankelijke ruimten zijn voor iedereen toegankelijk. Ruimten in Stadhuis zijn aangepast; gemeentewinkel wordt meegenomen tijdens toekomstige verbouwing. Overige publieke ruimten zijn voor iedereen toegankelijk.  Klimaat in gebouwen voldoet aan de wet- en regelgeving. Door de ouderdom van diverse gebouwen en ontbreken van installaties voldoen we niet overal aan de huidige wet- en regelgeving. Met diverse aanpassingen wordt de huidige wet- en regelgeving zo goed mogelijk benaderd. Bij nieuwbouw voldoen we aan de huidige wet- en regelgeving.  Er zijn voldoende en logische vluchtwegen aanwezig. Van bijna elk gebouw zijn de bouwkundige plattegronden en bijbehorende vluchtplannen opnieuw opgesteld. Hier vindt jaarlijks controle op. Er is gestart met het organiseren van ontruimingsoefeningen voor de ambtelijke organisatie.

Nog niet alle gebouwen zijn op dit niveau.  Het inzamelen en afvoeren van het afval is goed geregeld. Gemeentewerken heeft een goed werkend afvalbeleid. In het stadhuis en de gemeentewinkel is dit nog niet georganiseerd.  De akoestiek van de werkruimten is afgestemd op het gebruik. Hier is nog geen onderzoek naar gedaan.  Er is voldoende ventilatie Er is gestart met de inventarisatie van de aanwezige installaties en de werking hiervan. Kapotte installaties zijn voor het grootste deel vervangen. In gebouwen worden gebouw Beheer Systemen (GBS) geplaatst om de installaties aan te kunnen sturen. Niet overal zijn installaties aanwezig om voldoende ventilatie te voorzien. Het gemeentelijk vastgoed kent een minimaal energieverbruik  Het gemeentelijk vastgoed is goed geïsoleerd.

11

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

 

15 oktober 2024

Uit onderzoek blijkt dat bij veel gebouwen de isolatie niet of minimaal aanwezig is. Hier is vanwege de aankomende duurzaamheidsonderzoeken verder nog geen acties op ondernomen. Het gemeentelijk vastgoed is wind- en waterdicht. Uit onderzoek blijkt dat veel gebouwen niet of minimaal wind en waterdicht zijn. Hier is vanwege de aankomende duurzaamheidsonderzoeken verder nog geen acties op ondernomen. Lokale lekkages worden direct opgelost. De verlichting vraagt minimale energie. Het grootste gedeelte van de verlichting is uitgevoerd in LED en waar mogelijk voorzien van sensoren. Centrale aansturing voor uitschakeling is nog niet voorzien. De verwarming van de gebouwen vraagt minimale energie. Er is een start gemaakt met de installatie van Gebouw Beheer Systemen (GBS) om de verwarming te optimaliseren en te beheren. Niet alle gebouwen zijn uitgelegd voor de huidige wensen en technieken. Waar mogelijk wordt gestuurd op minimaal energie verbruik. De klimaatbeheersing vraagt minimale energie. Er is een start gemaakt met de installatie van Gebouw Beheer Systemen (GBS) om de klimaatbeheersing te optimaliseren en te beheren. Niet alle gebouwen zijn uitgelegd voor de huidige wensen en technieken. Waar mogelijk wordt gestuurd op minimaal energie verbruik.

Het gemeentelijk vastgoed is duurzaam gebouwd en ingericht  De gebruikte materialen zijn zo duurzaam mogelijk. Waar mogelijk worden duurzame materialen toegepast zoals hergebruik van bestaande materialen  De verlichting is zo duurzaam mogelijk. Bij vervanging wordt LED toegepast met sensoren  De verwarming van de gebouwen voldoet zo veel mogelijk aan de energietransitie doelstellingen. Deze doelstelling wordt op dit moment nog niet gehaald; de toekomstige routekaart duurzaamheid zal hier meer duidelijkheid over geven.  De gebouwen zijn zo veel als mogelijk CO2 neutraal. Deze doelstelling wordt op dit moment nog niet gehaald; de toekomstige routekaart duurzaamheid zal hier meer duidelijkheid over geven.  Voor zo ver mogelijk wordt per gebouw de eigen energie opgewekt. Een aantal gebouwen zijn voorzien van zonnepanelen. Batterijen voor eigen opslag zijn nog niet aanwezig. Onderzoek is hier verder nog niet naar verricht.  Het drinkwaterverbruik is minimaal, daar waar mogelijk wordt een grijswatercircuit gebruikt. Hier is nog geen onderzoek naar gedaan. Benodigde investeringen wegen niet op tegen de milieuwinst. Het gemeentelijk vastgoed voldoet aan de wettelijke eisen en voorschriften  Het gemeentelijk vastgoed voldoet aan de eisen uit de verleende vergunningen. Er is gestart met het opvragen van verleende vergunningen en controle of het vastgoed hier aan voldoet.

Waar nodig zijn aanpassingen uitgevoerd. Nog niet alle gebouwen zijn gecontroleerd en aangepast.  De brandveiligheid voldoet aan de gestelde eisen. De organisatie rond het beheer en onderhoud van Brand Meld Installaties (BMI) is ingericht. De controle op brandveiligheid is nog niet bij alle gebouwen gewaarborgd.  Het gemeentelijk vastgoed voldoet aan technisch eisen. De organisatie rond wettelijke keuringen is opgezet en wordt periodiek uitgevoerd. Gebreken worden direct uitgevoerd.  Het gemeentelijk vastgoed is veilig ingericht. Er heeft een controle op veiligheid plaatsgevonden. Waar nodig zijn aanpassingen uitgevoerd.  Technische installaties voldoen aan de gestelde eisen.

12

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

Door de uitbesteding van het onderhoud en service voldoen de technische installatie aan de gestelde eisen. Gebreken worden direct opgelost. Van de installaties zijn nog geen Service Level Agreement (SLA) opgesteld. Doelmatig beheer en goed gebruik van het gemeentelijk vastgoed tegen de laagst maatschappelijke kosten  Er is inzicht in al het gemeentelijk vastgoed. Het gemeentelijk vastgoed is voor het grootste gedeelte inzichtelijk, uitgezonderd kunstwerken. Al het gemeentelijk vastgoed heeft een uniek nummer gekregen.  Er is inzicht in de staat van het gemeentelijk vastgoed. Er zijn inspecties uitgevoerd naar de staat van het vastgoed. De gegevens zijn verwerkt in het Meer Jaren Onderhoud Plan (MJOP). Periodiek worden de gegevens bijgewerkt.  Er is inzicht in de eisen welke gebruik stelt aan het gemeentelijk vastgoed Nog niet alle wettelijke eisen zijn bekend en in de organisatie geïmplementeerd  Het beheer van het gemeentelijk vastgoed is efficiënt en effectief ingericht. Door het ontbreken van voldoende capaciteit wordt het beheer niet efficiënt en effectief uitgevoerd  Het beheer van het gemeentelijk vastgoed is zo goed mogelijk afgestemd met de gebruikers. Er is een overleg structuur opgezet voor periodiek overleg met de gebruikers  Er moet zo veel als mogelijk gebruik worden gemaakt van duurzame en milieuvriendelijk materialen en werkmethoden.

Waar mogelijk wordt dit al toegepast  Er dienen doelmatige oplossingen te worden nagestreefd. Waar mogelijk wordt dit nagestreefd  Uitvoeren van maatregelen tegen de laagst maatschappelijke kosten. Er worden bij uitvoeringswerken meerdere offertes opgevraagd. Leveranciers worden regelmatig beoordeeld. Afhankelijk wat wordt ingekocht word gekeken naar laagste prijs, kwaliteit en lifecyclecost.

2.3 Organisatie Het beheer en onderhoud van het gemeentelijk vastgoed is ondergebracht bij de afdeling Realisatie & Beheer. Deze afdeling is verantwoordelijk voor het op een doelmatige wijze in stand houden van de gemeentelijke eigendommen. Functie Beleidsmedewerker gemeentelijk vastgoedbeheer Opzichter/beheerder Bouwkundig Opzichter/beheerder Installaties Medewerkers klein onderhoud gebouwen en installaties

Fte 2019 0,5

Fte 2024 1

Locatie Binnendienst

0,5 0,5 1,5

1 0 0

Binnendienst Binnendienst Buitendienst

De meeste planmatige onderhoudswerkzaamheden worden uitbesteed aan derden. De verantwoordelijkheden zijn duidelijk vanwege de korte lijnen. Er is sprake van effectieve uitvoering van onderhoudswerkzaamheden en een goede communicatie met de gebruikers. In de afgelopen planperiode zijn diverse medewerkers van de buitendienst met pensioen gegaan. Deze taken zijn niet meer ingevuld. In 2023 is de gebouwbeheerder met pensioen gegaan. Deze functie is ingevuld door een bouwkundige opzichter/beheerder. De beleidsmedewerker is vanaf 2024 volledig beschikbaar voor het gemeentelijk vastgoed beheer en energiecoördinatie. Door de toenemende groei van wet- en regelgeving, verduurzamingsopgaven, administratieve last en achterstallig onderhoud is de huidige capaciteit ontoereikend om het beheer op een juiste wijze uit te voeren. Dit betreft vooral de technische installaties.

13

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

Afdeling Realisatie & Beheer doet ook onderhoud van de gebouwen in opdracht van andere afdelingen. Het hoofd van de betreffende afdeling is dan budgethouder en bepaalt de financiële kaders. Budgethouder Samenleving Wonen & werken Realisatie & Beheer

Gemeentelijk Vastgoed Sport-, onderwijs, recreatieve- en welzijnsaccommodaties Gebouwen welke vallen binnen ruimtelijk ontwikkelingsprojecten en gebouwen welke verhuurd worden. Woonwagenstandplaatsen Stadhuis, Gemeentewinkel, Gemeentewerken Alle overige gebouwen zoals monumenten, gebouwen op begraafplaatsen, wijkposten, brandweerkazernes, bruggen

14

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

3

15 oktober 2024

Beleidskader

Een belangrijke ontwikkeling van de laatste jaren is de toename aan gebouwaanpassingen vanuit wet- en regelgeving, veranderd gebruik of functieverbeteringen. Deze ontwikkelingen worden hieronder nader toegelicht.

3.1 Wet- en regelgeving De laatste jaren is er steeds meer nadruk komen te liggen op de naleving van de voorschriften uit wet- en regelgeving. Hierna wordt omschreven welke wet- en regelgeving van toepassing is op de gemeentelijke gebouwen en objecten en hoe wordt omgegaan met de voorschriften uit deze wet- en regelgeving. 3.1.1 Omgevingswet De omgevingswet (Ow) is van kracht geworden op 1 januari 2024 en vervangt o.a. de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De Ow regelt alles voor de ruimte waarin we wonen en werken: de leefomgeving. Doel is om de regels voor bouwen, milieu, werken en wonen te vereenvoudigen. De Ow is van toepassing bij alle nieuwbouw en bij aanpassingen zoals verbouwingen of ander gebruik van een gebouw. De inrichtingseisen waaraan dient te worden voldaan, welke in het verleden waren opgenomen in het bouwbesluit 2012, zijn ondergebracht in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Gebruiksmeldingen zijn noodzakelijk bij panden waarin meer personen aanwezig kunnen zijn dan is opgenomen in tabel 6.6 van het Bbl. Het aantal personen verschilt per gebruiksfunctie. Voor een kantoorfunctie ligt de grens op 150 personen. Voor een bijeenkomstfunctie (denk aan dorpshuizen) op 50. Wanneer het pand wijzigt, dient een nieuwe gebruiksmelding te worden ingediend. Niet alle gemeentelijke gebouwen zijn voorzien van (geactualiseerde) gebruiksmeldingen.

Deze zullen geactualiseerd worden zodat we voldoen aan de regelgeving. 3.1.2 milieuwetgeving (vergunningen) Een milieumelding geeft een bedrijf duidelijkheid over welke milieuregels van toepassing zijn op het bedrijf. Het doel van vergunningen en meldingen is voorschriften aan te geven die de gezondheidsrisico’s, veiligheidsrisico’s, en milieurisico’s en hinder tot aanvaardbare proporties terugbrengen. Ook dienen milieumeldingen om de milieubelastingen (ten gevolge van: vervoer, gebruik van water en energie en productie van afval) – binnen de grenzen van het redelijke – zo laag mogelijk te houden. Voor bepaalde bedrijfstakken en sommige grotere bedrijven gelden branche-specifieke eisen en maatregelen om de risico’s en de milieubelasting zo laag mogelijk te houden. Met de invoering van de Omgevingswet vallen milieubelastende activiteiten van bedrijven onder het nieuwe besluit “Besluit activiteiten leefomgeving” (Bal). In dit Besluit wordt ook aangegeven wat milieubelastende activiteiten zijn en of deze onder een meldingsplicht dan wel vergunningplicht vallen. In geval van meldingsplicht gelden veelal algemene regels die ook in het Bal zijn opgenomen. Het merendeel van de bedrijven met milieubelastende activiteiten vallen onder de algemene regels in het Bal. Een klein deel van de bedrijven heeft nog een vergunning nodig.

Die bedrijven krijgen dan nog aanvullende milieuregels uit het Bal voorgeschreven. Worden activiteit niet genoemd in het Bal dan zijn geen algemene regels van het Bal of is vergunningplicht niet van toepassing. Wel gelden dan weer algemene milieuregels op grond van het gemeentelijk Omgevingsplan. Bedrijven die na de invoering van de Omgevingswet geen veranderingen hebben doorgevoerd zullen weinig merken van de overgang van het Activiteitenbesluit naar het Bal. Zij hoeven ook geen nieuwe meldingen te doen. In veel gevallen zijn de regels zelfs nagenoeg het zelfde gebleven.

15

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

Nieuwe meldingen worden ook nog steeds door de omgevingsdienst RUD Zeeland afgewerkt en beheerd. 3.1.3 Arbowetgeving De huidige Arbeidswet is ingegaan in 2017. Belangrijk kenmerk van de arbowet is dat het een kaderwet is wat betekent dat er geen regels in staan over concrete risico’s, maar algemene bepalingen over het arbobeleid. Deze zijn verder uitgewerkt in het arbobesluit en de arboregeling. De wetgeving omtrent arbeidsomstandigheden is ingedeeld in drie niveaus:  Arbowet  Arbobesluit  Arboregeling Met de vernieuwing van de arbowet wil de overheid bedrijfsgezondheid verbeteren. Hierbij wordt de betrokkenheid van werknemers bij de arbodienstverlening vergroot en preventie staat meer centraal. Volgens de Arbowet is de werkgever verantwoordelijk voor de veiligheid, gezondheid en welzijn van de werknemers. Kern van het Arbobeleid is het maken van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) met daaruit voortvloeiend een plan van aanpak. Iedere organisatie moet jaarlijks rapporteren over de voortgang van het plan van aanpak. De arbo-coördinator van de gemeente Hulst heeft van de volgende gebouwen een RI&E laten opstellen met geconstateerde knelpunten en een plan van aanpak en volgt deze op:  Stadhuis  Gemeentewinkel  Gemeentewerken incl.

wijkposten  Zwembad De Honte  Molen Kloosterzande  Molen Hulst  Den Dullaert Vanuit de ondernemingsraad (OR) is een commissie Veiligheid, Gezondheid, Milieu en Welzijn (VGMW) samengesteld. Hierin worden onderwerpen besproken met betrekking tot veiligheid, gezondheid, milieu en welzijn van de gebruikers van de gebouwen voor de ambtelijke organisatie. De arbowet stimuleert organisaties om eigen werknemers in te zetten voor de preventieve arbo-taken. De preventiemedewerker draagt, samen met de werkgever, werknemers, de OR en de arbodienstverleners, mede zorg voor de dagelijkse veiligheid en gezondheid binnen de organisatie. In 2024 zijn een aantal medewerkers aangesteld als preventiemedewerker binnen de gemeente Hulst. 3.1.4 Asbest gemeentelijke gebouwen De overheid heeft voorgesteld dat er vanaf 2024 geen asbestdaken meer in Nederland mogen voorkomen. In juni 2019 is er een wetsvoorstel naar de eerste kamer gestuurd om artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer aan te passen. Het wetsvoorstel regelt dat er een wettelijke grondslag komt voor het aanpakken van de resterende bronnen van asbestvezels. Met deze regeling kan op grond van een algemene maatregel van bestuur het in het bezit hebben van asbestproducten verboden worden.

De regering is in het kader van het verwijderen van asbesthoudende producten in bouwwerken voornemens een AMvB vast te stellen die het voorhanden hebben van een asbest dak per 31 december 2024 verbiedt. De eerste kamer heeft het wetsvoorstel echter verworpen. Dit houdt in dat er nog onduidelijkheid is over de wettelijke termijn en verplichting om het asbest uit gemeentelijk vastgoed te verwijderen. De gemeente Hulst heeft, voor zover na te gaan zonder onderzoek, nog 8 gebouwen in eigendom waar zich asbest bevindt:  Werkplaats/brandweerkazerne Vogelwaarde  Opslagloods Vogelwaarde 16

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029      

15 oktober 2024

Overkapping opslag Vogelwaarde Gebouw begraafplaats van der Maelstedeweg Dak Basisschool ’t Getij Kloosterzande Buitenbeplating theaterzaal Den Dullaert Binnenzijde dak De Warande St. Jansteen Onderzijde vloerbekleding Foyer Binnendeur

3.1.5 Beveiliging en toegang gemeentelijke gebouwen Informatiebeveiliging is er op gericht om uitval, verstoring en misbruik van ICT-systemen te voorkomen en daarmee bij te dragen aan de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijk van de informatievoorziening. Om het risico dat onbevoegden zich toegang kunnen verschaffen tot bepaalde informatiesystemen of geprinte bedrijfsgevoelige en/of vertrouwelijke informatie te minimaliseren, is het van belang om naast logische beveiligingsmaatregelen ook fysieke beveiligingsmaatregelen te nemen. Hiervoor is in 2022 een Fysiek beveiligingsbeleid opgesteld. 3.1.6 Fysieke toegankelijkheid gemeentelijke gebouwen In 2016 heeft de Nederlandse overheid het VN-verdrag handicap ondertekend. Als gevolg daarvan zijn de gemeenten verplicht om ervoor te zorgen dat mensen met een (lichamelijke)beperking kunnen meedoen in de samenleving. Dit betekent ook dat alle openbare gemeentelijke gebouwen fysiek toegankelijk dienen te zijn zodat zij zonder hulp een gebouw kunnen betreden. De gemeente Hulst beschikt over een lokale inclusie agenda 2023-2024 waarin aangegeven wordt dat we gaan voor een sterke basis met een sterke sociale samenhang en laagdrempelige toegankelijke voorzieningen waarbij iedereen de mogelijkheid heeft om mee te doen.

Dit betekent dat we verantwoordelijkheid dragen voor het toegankelijk maken/houden van onze gemeentelijke openbare gebouwen. 3.1.7 Brandmeldinstallaties Een brandmeldinstallatie (BMI) heeft tot doel een begin van brand in een vroeg stadium te signaleren, zodat het bestrijden hiervan tijdig kan plaatsvinden. Om de brand te bestrijden moet de interne organisatie (bedrijfshulpverlening (BHV)) worden gealarmeerd. Bij brand in het archief van het stadhuis wordt de brandweer via de regionale alarmcentrale (RAC) van de veiligheidsregio direct gealarmeerd. Het bouwbesluit 2012 geeft aan, aan welke kwaliteit de BMI moeten voldoen. De noodzaak en de omvang van een BMI wordt onder andere bepaald door de functie van het gebouw, validiteit van de gebruikers, omstandigheden waarin gebruikers zich kunnen bevinden, oppervlakte en hoogte van het gebouw. Een BMI moet voldoen aan de eisen uit het Programma van Eisen (PVE). Een PVE vormt de basis voor het certificeren van een BMI, laat de eigenaar opstellen en wordt door de eisende partij goedgekeurd. Indien nodig vindt doormelding plaats aan een particuliere alarmcentrale (PAC). De eigenaar van de BMI is verantwoordelijk voor het beheer van de BMI. De eigenaar kan deze taak delegeren aan de beheerder. De beheerder moet over een bewijs van vakbekwaamheid beschikken.

Binnen de gemeente Hulst is deze taak gedelegeerd aan de beleidsmedewerker vastgoed. 3.1.8 Verzekering gemeentelijke gebouwen Naast wet- en regelgeving van de Rijksoverheid en gemeentelijk beleid is ook de verzekeringsmaatschappij van het gemeentelijk vastgoed een eisende partij. Uitgangspunt zijn de polisvoorwaarden en communicatie vanuit de verzekeringsmaatschappijen. Ook de aanvullende richtlijnen van diverse verzekeringsmakelaars worden gevolgd. Deze richtlijnen zijn, in tegenstelling tot de polisvoorwaarden, niet altijd bindend. Het streven is echter wel om deze zoveel mogelijk na te komen. Dit vergemakkelijkt de inkoop van verzekeringen met betrekking tot de 17

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

opstallen/technische installaties. Op die manier blijft de gemeente Hulst gemakkelijk verzekerbaar. Soms levert dit ook een prijsvoordeel op bij een aanbesteding. Losse aanpassingen in dit kader gedurende de looptijd van de polis(sen) heeft veelal geen invloed op de prijs. De verzekeringen worden overigens regelmatig opnieuw aanbesteed. De eigendommenverzekering, wordt Europees aanbesteed. Het beleid en beheer van de verzekeringen wordt verzorgd door de afdeling bedrijfsvoering.

18

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

3.2 Inspecties en veiligheid In het kader van milieu, energieverbruik en veiligheid worden inspecties, metingen en registraties van de gebouw gebonden installaties steeds belangrijker. In toenemende mate wordt de verantwoordelijkheid daarvoor bij de eigenaar/gebruiker gelegd. Optimaal beheer van de gebouw gebonden installaties resulteert in installaties die efficiënter omgaan met energie, veiliger voor mens en milieu, kosten besparen en continuïteit waarborgen. Inspecties zijn daarbij de controle op het uitgevoerde beheer- en onderhoudsbeleid. 3.2.1 Installatieverantwoordelijkheid De gemeente Hulst is als eigenaar en onderhoudsplichtige, verantwoordelijk voor zijn gemeentelijk vastgoed en dient onder andere de elektrotechnische veiligheid van installaties te waarborgen zodat gebruikers (burgers, werknemers en opdrachtnemers) er op een verantwoorde manier gebruik van kunnen maken. De gemeente is als werkgever verantwoordelijk voor het creëren van een veilige werkomgeving voor haar werknemers. Vanuit de Arbowet dient de werkgever toe te zien op de veiligheid van de in beheer zijnde E-installaties en dient het veilig werken aan en het bedienen van deze installaties mogelijk te maken. De zorg voor de veiligheid van elektrotechnische installaties en de kwalificatie van de bij deze installaties betrokken werknemers dient te worden gewaarborgd.

De regelgeving voor de koppeling van beheerprosessen op deze wetgeving worden voor elektrische (laagspannings-) installaties (E-installaties) gevonden in de normen NEN 1010 en NEN 3140 van het Nederlands Normalisatie-instituut. Om de veiligheid van mensen (werknemers, burgers) en E-installaties te borgen is in 2024 een veiligheidsbeleid in de gemeentelijke organisatie geïmplementeerd. De werkgever is belast met de eindverantwoordelijkheid voor het organiseren van het veiligheidsbeleid (Elektrotechnische Bedrijfsvoering). Voor het organiseren van de Ebedrijfsvoering wijst de werkgever gekwalificeerde mensen aan met afgebakende taken en bevoegdheden:  Installatieverantwoordelijke (IV)  Installatieverantwoordelijke regisseur Vastgoed (IV-regisseur) De E-bedrijfsvoering is verwoord in een veiligheidshandboek. Door periodiek te evalueren kan de voortgang en de kwaliteit van de E-bedrijfsvoering worden gevolgd en wordt duidelijk of men, zoals het een goed huisvader betaamd, invulling geeft aan primaire taken en verantwoordelijkheden. Voor de waarborging qua veiligheid dienen de elektrische installaties, hoe klein ook, periodiek geïnspecteerd te worden.

Uitgangspunt bij de inspecties zijn de normen:  NEN 1010 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties  NEN 3140 Bedrijfsvoering van elektrische installaties – laagspanning  Scope 8 Inspectie Elektrische installaties gericht op arbeidsveiligheid  Scope 12 Inspectie van Zonnestroominstallaties gericht op brandveiligheid De inspectietermijn (interval) is vastgelegd op 4 jaar voor bestaande bouw en 7 jaar voor nieuwbouw. Van de periodieke inspectie dient een inspectierapport door een erkend installatiebedrijf opgesteld te worden. Opmerkingen in het rapport dienen binnen 3 maanden opgelost te worden en te worden ondertekend door een erkend installatiebedrijf. Wijzigingen aan een elektrische installaties mogen alleen uitgevoerd worden door een erkend installatiebedrijf of eigen monteurs met afgifte van een inspectierapport. 3.2.2 Werktuigbouwkundige installaties 19

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

De eerste of bijzondere inspecties (EBI) en periodieke inspecties (PI) zijn samen met goed periodiek onderhoud (PO) een belangrijke basis voor een veilige en bedrijfszekere werktuigbouwkundige installatie. Voor de borging van de uitvoering van de wettelijke eisen wordt gebruik gemaakt van de volgende inspecties:  Scios Scope 4 Noodstroom-aggregraten  Scios Scope 7 Brandstofleidingen  Gelijkwaardigheidsonderzoek beoordeling stookruimte 3.2.3 Legionella De eigenaar van een drinkwaterinstallatie heeft de zorgplicht om deugdelijk drinkwater beschikbaar te stellen. De wet- en regelgeving is beschreven in de drinkwaterwet en het onderliggende drinkwaterbesluit. Ook het Bouwbesluit en de aansluitvoorwaarden van het Waterleidingbedrijf spelen een rol. Zowel het Bouwbesluit, Drinkwaterbesluit als de aansluitvoorwaarden stellen dat een drinkwaterinstallatie conform de NEN-1006-eisen ontworpen, aangelegd en gerepareerd moet worden. Een legionellarisicoanalyse beschrijft de risico’s in de drinkwaterinstallatie. Het daaruit volgend beheersplan beschrijft de maatregelen die genomen dienen te worden inclusief de taken en bevoegdheden door legionellapreventie. De installatie wordt bij voorkeur door technische maatregelen veilig gemaakt. Indien dit niet lukt worden beheersmaatregelen voorgeschreven. Voor het gemeentelijk vastgoed is per gebouw een legionella beheersplan opgesteld.

De implementatie in de organisatie hiervan zal de komende jaren worden uitgerold. 3.2.4 Risicoanalyse voor zwembaden Met de invoering van de omgevingswet in 2024 is de nieuwe regelgeving voor locaties met zwembaden opgenomen in hoofdstuk 15 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Eigenaren van zwembaden dienen door middel van een risicoanalyse en een beheersplan, zorgen voor de veiligheid en gezondheid van hun gebruikers. Deze analyse richt zich op drie hoofdrisico's: verdrinkingsgevaar, de kwaliteit van het water en de lucht, en letsel door technische installaties en voorzieningen. Na de risicoanalyse moeten zwembaden een beheersplan laten opstellen om de geïnventariseerde risico’s te voorkomen. Het beheersplan omschrijft in ieder geval:  Maatregelen tegen verdrinking  Maatregelen tegen gezondheidsschade  Bemonstering De risicoanalyse en het beheersplan dient per 1 januari 2026 geïmplementeerd te zijn in de organisatie. 3.2.5 Overige inspecties Naast eerder genoemde inspecties worden de volgende inspecties en keuringen op regelmatige basis uitgevoerd voor de borging van de zorgplicht van de eigenaar:  Liftkeuring  Brandmeldinstallaties  Alarminstallaties  Noodverlichting  Aardinginstallaties  Valbeveiliging  Gymtoestellen

3.3 Eisen en voorschriften vergunningen Aan alle vergunningen zijn eisen en voorschriften gekoppeld waaraan blijvend moet worden voldaan om de vergunning geldig te laten blijven. Vanuit de eisen kunnen uit te voeren werkzaamheden worden gedestilleerd. De eisen en werkzaamheden kunnen verschillen per object of gebouw. Daarnaast kunnen de uit te voeren werkzaamheden worden verdeeld in éénmalig of structureel.

20

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

Vanuit de omgevingswet kunnen voorschriften aan de vergunning worden verbonden betreffende:  Brandveiligheidsinstructie en ontruimingsplan  Uitgangen en vluchtwegen  De plaats van, het aantal en het type draagbare blustoestellen  Brandbare, brand bevorderende en bij brand gevaar opleverende stoffen  Stoffering en versiering  Installaties  Open vuur en vuurwerk  Bewaking en controle  Ventilatie en werkzaamheden  Opstellingsplannen  Afval  Doorlopend toezicht Vanuit de milieuwetgeving kunnen voorschriften aan de vergunning worden verbonden betreffende:  Geluid  Brandpreventie en brandbestrijding  Afvalstoffen  Afvalwater  Bodembescherming  Bestrijdingsmiddelen  Opslag gevaarlijke stoffen  Ventilatie  Energie- en waterverbruik  Installaties  Milieuzorg Op basis van de Arbo-wetgeving en RI&E kunnen eisen en voorschriften worden gesteld betreffende:  Uitgangen en vluchtwegen  Veilige installatie  Ventilatie en werkzaamheden  Brandbare, brand bevorderende en brand gevaar opleverende stoffen  Afval  Brandveiligheidsinstructie en ontruimingsplan  De plaats van, evenals het aantal en het type draagbare blustoestellen  Opslag gevaarlijke stoffen  Energie- en waterverbruik  Milieuzorg Uit deze overzichten blijkt dat overlappen kunnen plaatsvinden in de voorschriften.

Welke voorschriften dat zijn hangt af van de functie en/of gebruik die aan het gebouw wordt toegekend. Het gebruik van een object of gebouw bepaalt voor welke voorschriften en eisen de gemeente Hulst verantwoordelijk is. Bij de gebouwen waarvan de gemeente zowel eigenaar als gebruiker is zijn dit veelal alle voorschriften en eisen. Bij de gebouwen waarvan de gemeente wel eigenaar maar geen gebruiker is blijken de verantwoordelijkheden uit bijvoorbeeld de huurovereenkomst en de bijbehorende demarcatielijst.

3.4 Duurzaamheid en Energie De aarde warmt steeds meer op door de uitstoot van broeikasgassen. Om deze uitstoot te verminderen zijn maatregelen nodig. Hiervoor zijn wereldwijd doelen geformuleerd en omgezet naar landelijke wet- en regelgeving.

21

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

Energiebesparing en duurzaamheid zijn voor de gemeente Hulst speerpunten in het beleid. Zowel in het collegeprogramma als door de gemeenteraad wordt aandacht gevraagd voor het energiebeheer en verduurzaming van het gemeentelijke Vastgoed. De opdracht in het collegeprogramma is om te onderzoeken hoe het gebruik van duurzame energiebronnen kan worden gestimuleerd en het voeren van een actief duurzaamheidsbeleid. Gemeenten hebben hierin als bevoegd gezag voor vergunningverlening en de handhaving van milieuwet- en regelgeving een voorbeeldfunctie.

22

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

3.4.1 Regionale Energie Strategie (RES) In 2015 sloten 195 landen, waaronder Nederland, het akkoord van Parijs. Het doel van dit akkoord is de opwarming van de aarde tegen te gaan door de uitstoot van Broeikasgassen te verminderen (1,5 a 2 graden Celcius ten opzichte van 1990). In 2017 werd het Zeeuws Energie Akkoord afgesloten. Dit is een samenwerkingsovereenkomst van 25 Zeeuwse partijen voor het verduurzamen van de particuliere woningvoorraad. In 2018 zijn in Nederland 30 RES-regio’s gevormd; Zeeland is er hier een van. In 2019 is er een klimaatakkoord Nederland. Hierbij zijn afspraken gemaakt om de CO2uitstoot in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. De RES is een van de maatregelen uit dit klimaat akkoord. In 2020 is de RES 1.0 Zeeland vastgesteld door alle Zeeuwse Gemeenten, Provincie en Waterschap. De raad van de Gemeente Hulst heeft dit op 11 juni 2020 bekrachtigd. In 2024 wordt de RES 2.0 vastgesteld. Dit is een aanvulling op de RES 1.0 om de doelen te halen. 3.4.2 Routekaart Via het klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten een routekaart maatschappelijk vastgoed opstellen. Hiervoor is een stappenplan opgesteld om te komen tot Paris-proof in 2050 (2040?): 1. Inventariseren van de vastgoed portefeuille en bepalen scope 2. Analyse van de gebouwen 3. Opstellen van een verduurzamingsplan 4. Beschikbaar stellen van financiële middelen 5.

Realisatie en exploitatie 6. Monitoring Als basis voor het opstellen van de routekaart zal het VNG model/leidraad dienen. Elke 4 jaar zal de routekaart herzien dienen te worden en waar nodig het uitvoeringsprogramma aangepast. 3.4.3 Informatieplicht Energiebesparing De informatieplicht energiebesparing is op 01-07-2019 in werking getreden. Het is mede gebaseerd op het SER Energieakkoord (2013). In dit akkoord is onder andere vastgelegd dat een extra impuls wordt gegeven aan energiebesparing bij bedrijven. Hiermee is aangesloten bij reeds aanwezige energiebesparingsvoorschriften uit de Wet Milieubeheer. De ontwikkeling van de ontwikkelde Erkende Maatregelen Lijsten (EML) kent hier onder andere zijn oorsprong. Elke 4 jaar dient de Informatieplicht Energiebesparing opnieuw ingediend te worden. Uitgangspunt is dat de maatregelen binnen 4 jaar terugverdiend kunnen worden. De Informatieplicht Energiebesparing geldt voor de volgende gebouwen:  Stadhuis  Gemeentewinkel  Gemeentewerken  Den Dullaert De uitvoering van de maatregelen worden meegenomen in het MJOP of de natuurlijke momenten. 3.4.4 Energiemonitoring en rapportage Om inzicht te krijgen in het energieverbruik van het gemeentelijk vastgoed wordt van de grootste verbruikers de energie gemonitord. Hierbij worden ook de aanwezige zonnepanelen meegenomen. Op dit moment is er alleen inzicht op het totale verbruik.

23

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

Om meer inzicht te krijgen in het energieverbruik zal gekeken worden naar de mogelijkheden van tussenmeters. Deze gegevens kunnen gebruikt worden om extra energiebesparende maatregelen te verwezenlijken. Jaarlijks zal een energierapportage worden opgesteld om inzicht te krijgen in het energieverbruik.

24

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

3.4.5 Europese Energy Performance of Building Directive (EPBD) Deze richtlijn bevat Eisen en bepalingen om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren waardoor een daling van het energieverbruik plaats vindt. De eisen en bepalingen die relevant zijn voor de Nederlandse situatie zijn opgenomen in het bouwbesluit en regeling bouwbesluit. Op 10 maart 2020 is de EPBD 3 geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Op 12 april 2024 is de EPBD 4 goedgekeurd door de Europese raad. De lidstaten dienen deze nu op te nemen in hun wet- en regelgeving (tijdspad nog niet bekend). 3.4.6 Gebouw Automatisering en Controle Systeem (GACS) Vanaf 2026 zullen gebouwen met een gezamenlijk nominaal vermogen van > 290 kW aan koeling en verwarming dienen te voldoen aan nieuwe richtlijnen. Met deze eis wordt invulling gegeven aan de 2e herziening van de Europese richtlijn EPBD 3. Een aantal gebouwen heeft al een (gedeeltelijk) Gebouw Beheers Systeem (GBS). Dit zal in de toekomst worden uitgebreid conform de wet- en regelgeving. Bij grote verbouwingen en nieuwbouw zal zo veel mogelijk rekening gehouden worden met de richtlijnen. De invloed van GACS op het gemeentelijk vastgoed en de organisatie is nog niet bekend. 3.4.7 Energielabel Overheidsorganisaties in publieke gebouwen met een vloeroppervlakte van > 250 m2 moeten hun een energielabel duidelijk zichtbaar ophangen.

Monumenten en (fabrieks)hallen zijn hiervan uitgezonderd. De energielabels voor het gemeentelijk vastgoed zijn vastgesteld in 2019 en zijn 10 jaar geldig (zie bijlage I). In 2021 is de nieuwe methodiek NTA8800 van kracht. Vanaf 2023 geldt de verplichting dat kantoren 100 m2 minimaal energielabel C dienen te hebben. Bij grote verbouwingen of nieuwbouw dient het energielabel opnieuw vastgesteld te worden. 3.4.8 Gas aansluitingen Het gemeentelijk Vastgoed heeft op dit moment nog 13 gas-aansluitingen (zie bijlage II). In het kader van duurzaamheid zullen deze gasaansluitingen in de toekomst vervallen. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de op dit moment geldende netcongestie van Stedin. Op dit moment van schrijven is de verwachting dat er pas in 2035 nieuwe elektrische aansluitingen mogelijk zijn. 3.4.9 Zonnepanelen en batterijen Om energieneutraal te worden is de mogelijkheid om eigen energie op te wekken door middel van zonnepanelen. Op enkele gemeentelijke gebouwen liggen op dit moment zonnepanelen:  Stadhuis  Gemeentewinkel  Gemeentewerken  Bredeschool St. Jansteen De opbrengst van de zonnepanelen worden niet voor de volle 100% gebruikt waardoor er terug geleverd wordt aan het net. De huidige energieleverancier tot 2025 betaalt hiervoor een vergoeding. Vanaf 2026 is nog niet bekend wat de nieuwe contract voorwaarden worden.

De opslag van energie in batterijen wordt nog niet toegepast. Bij nieuwbouw worden er zonnepanelen voorzien en de mogelijkheid van batterijen. Bij bestaande bouw zal onderzoek worden gedaan naar de mogelijkheden om zonnepanelen te plaatsen in combinatie met batterijen. Een en ander is afhankelijk van de toestemming van de netbeheerder Stedin. 3.4.10 Circulariteit

25

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

15 oktober 2024

Zeeuws breed is er een beleidsplan circulariteit opgesteld. In 2025 zal dit beleidsplan aan het college en de raad worden voorgelegd. In het kader van dit beleidsplan zal, waar mogelijk, rekening worden gehouden met de circulariteit van materialen.

26

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

4

15 oktober 2024

Doelen

De gemeente Hulst heeft veel vastgoed in eigendom. Dit vastgoed kent een technische staat en daarnaast ook een functionele staat. Doordat het gebruik van het vastgoed in de tijd kan wijzigen, wijzigt de functionele staat. Aan beiden worden de nodige eisen gesteld. Deze eisen worden verwoord in doelen en een daaraan gekoppeld toetsingskader.

4.1 Doelen Doel 1 Instandhouding van het gemeentelijk vastgoed. Doel 2 Gebruik en inrichting van het gemeentelijk vastgoed zijn op elkaar afgestemd. Doel 3 Het gemeentelijk vastgoed kent een minimaal energieverbruik. Doel 4 Het gemeentelijk vastgoed is duurzaam gebouwd en ingericht. Doel 5 Het gemeentelijk vastgoed voldoet aan de wettelijke eisen en voorschriften. Doel 6 Doelmatig beheer en goed gebruik van het gemeentelijk vastgoed tegen de laagst maatschappelijke kosten. Voor het in kunnen vullen van deze doelen is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de omvang van het gemeentelijk vastgoed, de technische staat, de functie van het vastgoed, de functie in verhouding tot de functievereisten, de duurzaamheid en energiezuinigheid.

4.2 Toetsingskader Om concreter invulling te kunnen geven aan de doelen is er een toetsingskader noodzakelijk. Hiervoor zijn per doel functionele eisen beschreven. 4.2.1 Instandhouding van het gemeentelijk vastgoed  Het gemeentelijk vastgoed moet in goede staat zijn voor een periode van minimaal vijftien jaar.  Gebouwen welke tijdelijk in eigendom zijn van de gemeente en gebouwen welke op de nominatie staan om gesloopt te worden minimaal in stand gehouden.  Het gemeentelijk vastgoed mag geen veiligheidsrisico opleveren.  De technische installaties moeten in goede staat zijn.  De brandveiligheid is gewaarborgd. 4.2.2 Gebruik en inrichting van het gemeentelijk vastgoed zijn op elkaar afgestemd  Werkplekken zijn efficiënt ingericht en bieden voldoende ruimte voor de uit te voeren taken.  Publiek toegankelijke ruimten zijn voor iedereen toegankelijk.  Klimaat in gebouwen voldoet aan de wet- en regelgeving.  Er zijn voldoende en logische vluchtwegen aanwezig.  Het inzamelen en afvoeren van het afval is goed geregeld.  Er is voldoende ruimte voor materieel om het dagelijks onderhoud te kunnen uitvoeren.  De akoestiek van de werkruimten is afgestemd op het gebruik.  Er is voldoende ventilatie. 4.2.3 Het gemeentelijk vastgoed kent een minimaal energieverbruik  Het gemeentelijk vastgoed is goed geïsoleerd.  Het gemeentelijk vastgoed is wind en waterdicht.

 De verlichting vraagt minimale energie.  De verwarming van de gebouwen vraagt minimale energie.  De klimaatbeheersing vraagt minimale energie. 4.2.4 Het gemeentelijk vastgoed is duurzaam gebouwd en ingericht  De gebruikte materialen zijn zo duurzaam mogelijk.  De inrichting is uitgevoerd in zo duurzame mogelijke materialen.  De verlichting is zo duurzaam mogelijk. 27

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029    

15 oktober 2024

De verwarming van de gebouwen voldoet zo veel mogelijk aan de energietransitiedoelstellingen. De gebouwen zijn zo veel als mogelijk CO2 neutraal. Voor zo ver mogelijk wordt per gebouw de eigen energie opgewekt. Het drinkwaterverbruik is minimaal, daar waar mogelijk wordt een grijswatercircuit gebruikt.

4.2.5 Het gemeentelijk vastgoed voldoet aan de wettelijke eisen en voorschriften  Het gemeentelijk vastgoed voldoet aan de eisen uit de verleende vergunningen.  De brandveiligheid voldoet aan de gestelde eisen.  Het gemeentelijk vastgoed voldoet aan technisch eisen.  Het gemeentelijk vastgoed is veilig ingericht.  Technische installaties voldoen aan de gestelde eisen. 4.2.6 Doelmatig beheer en goed gebruik van het gemeentelijk vastgoed  Er is inzicht in al het gemeentelijk vastgoed.  Er is inzicht in de staat van het gemeentelijk vastgoed.  Er is inzicht in de eisen welke gebruik stelt aan het gemeentelijk vastgoed  Het beheer van het gemeentelijk vastgoed is efficiënt en effectief ingericht.  Het beheer van het gemeentelijk vastgoed is zo goed mogelijk afgestemd met de gebruikers.  Er moet zo veel als mogelijk gebruik worden gemaakt van duurzame en milieuvriendelijk materialen en werkmethoden.  Er dienen doelmatige oplossingen te worden nagestreefd.  Uitvoeren van maatregelen tegen de laagst maatschappelijke kosten.

28

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

5

15 oktober 2024

Overzicht van de aanwezige voorzieningen

5.1 Gebouwen De gemeente Hulst heeft circa 50 bouwwerken en een nog nader te bepalen hoeveelheid kunstwerken in eigendom of zijn met steun van of onder regie van de gemeente gebouwd (zie bijlage III). Deze gebouwen en kunstwerken variëren in grootte en worden voor diverse doeleinden gebruikt en ingezet. Het betreft gebouwen voor de gemeentelijke organisatie, sportaccommodaties, schoolgebouwen, gebouwen voor sociaal culturele doeleinden (dorpscentra), monumenten, woonwagenstandplaatsen en gebouwen voor algemeen gebruik (diversen). De gebouwen waarvoor de gemeente de verantwoordelijkheid heeft voor het beheer en onderhoud vallen uiteen in 6 categorieën: 1. Gebouwen in eigendom en gebruik bij de Gemeente Hulst 2. Gebouwen (vnl. gemeenschapscentra) in eigendom gemeente, in bruikleen bij stichtingen 3. (Delen van) schoolgebouwen in eigendom van gemeente 4. Gebouwen (vnl. gemeenschapscentra) in eigendom en gebruik bij stichtingen 5. Woonwagens en bergingen in eigendom gemeente en in bruikleen bij huurders 6. Monumenten Schoolgebouwen (categorie 3) zijn juridisch eigendom van diverse onderwijsorganisaties die zelf verantwoordelijk zijn voor het (buiten)onderhoud. Groot onderhoud valt onder verantwoordelijkheid van de gemeente Hulst.

Indien schoolorganisaties delen van de schoolruimte niet meer gebruiken voor hun schoolactiviteiten wordt de gemeente weer juridisch eigenaar en verantwoordelijk voor het onderhoud. In uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat de gemeente eigenaar is van een schoolgebouw. De gebouwen onder categorie 4 vallen niet direct onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Onderhoud aan deze gebouwen en de bijbehorende planning, is formeel de verantwoordelijkheid van de eigenaar en dient als zodanig te worden behandeld. De onderhoudsplanning dient enkel ter beoordeling van subsidieaanvragen van de stichtingen en valt buiten de scope van dit plan. In diverse kernen heeft de gemeente Hulst woonwagenstandplaatsen. Naast de bergingen met installaties heeft de gemeente Hulst nog enkele woonwagens staan. Het groot onderhoud valt onder verantwoordelijkheid van de gemeente Hulst. De gemeente Hulst beschikt over diverse rijksmonumenten. De rijksmonumenten zijn omschreven in het monumentenregister. De gemeente kan zelf ook nog monumenten aanwijzen. De monumenten kunnen zowel gemeentelijk als privé eigendommen zijn.

5.2 Kunstwerken In de gemeente Hulst bevinden zich diverse civiele kunstwerken zoals bruggen, trappen en steigers. Een actueel overzicht van deze kunstwerken is niet beschikbaar. 5.2.1 Bruggen en tunnels Voor de oversteek van watergangen in de gemeente Hulst kunnen voetgangers en vervoersmiddelen gebruik maken van bruggen. De bruggen in de gemeente Hulst bevinden zich in de kernen Hulst en Kloosterzande en bestaan uit een houten, stalen, betonnen of kunststof constructie. De beschoeiing kan ook nog opgebouwd zijn uit grond/natuur. Onder de provinciale weg bevindt zich de fietstunnel van St. Jansteen naar Hulst. 5.2.1 Overige kunstwerken In de gemeente Hulst bevinden zich diverse speciale kunstwerken, te weten 29

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029     

15 oktober 2024

steiger grote kreek Hulst Kademuren Bierkaai Hulst Duikers Beelden/monumenten Versterk de Scheldekust (steiger Walsoorden en overige bouwwerken) en grenspark

5.3 Haltevoorzieningen In de Regionale Mobiliteits Strategie (RMS) is een minimaal voorzieningen niveau vastgelegd per soort hub. De voorzieningen op de haltes blijven minimaal volgens het beleid en implementatie van de haltevoorzieningen. In het kader van het gemeentelijk vastgoed gaat het hierbij om voorzieningen die zich boven het maaiveld bevinden: abri’s, vrijstaande informatievoorziening, DRIS, afvalbakken, banken en fietsvoorzieningen.

5.4 Vastgoed op begraafplaatsen In de gemeente Hulst bevinden zich op diverse locaties begraafplaatsen. Hiervan zijn een aantal eigendom van derden. Onderstaande begraafplaatsen zijn in bezit van de gemeente Hulst:  Begraafplaats Graauw  Begraafplaats Kloosterzande (Hulsterweg)  Begraafplaats Hulst (van der Maelstedeweg)  Begraafplaats Hulst (Zoutestraat) De vier begraafplaatsen zijn elk voorzien van een berging. Op de locatie aan de Zoutestraat dient de berging (voormalig baarhuisje) als opslag- en expositieruimte. De berging aan de Van de Maelstedeweg (hoofdlocatie) wordt gebruikt voor de opslag van materialen die vervolgens op alle locaties worden ingezet. Op de begraafplaats aan de Zoutestraat worden geen nieuwe graven meer uitgegeven. Hier wordt het onderstaande vastgoed onderhouden:  toegangspoort (rijksmonument)  historische graven (rijksmonument)  2 gedenkstenen (verzamelgraven)  Baarhuisje gebedshuis (kapel)

5.5 Woonwagenstandplaatsen In diverse kernen in de gemeente Hulst zijn woonwagencentra. De bergingen met technische installaties op deze locaties zijn eigendom van de gemeente Hulst en worden verhuurd aan de bewoner van de woonwagenstandplaats. Een aantal woonwagens zijn eigendom van de gemeente Hulst. De locaties van de woonwagencentra zijn:  Beringstraat en James Cookstraat in Hulst  De Rape in Hulst  Kamillestraat in Hulst  Lepelstraat in Kloosterzande  Tragel in St. Jansteen  Woestijneplein in Clinge

5.6 Kades Walsoorden De kades in de haven van Walsoorden vallen buiten dit beleidsplan gemeentelijk vastgoed.

30

Beleidsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2029

6

15 oktober 2024

Beheer

Basis voor het efficiënt en effectief beheren van het gemeentelijk vastgoed is het inzichtelijk hebben van de eigendommen. De komende planperiode zal het vastgoed van de gemeente Hulst in verder gedigitaliseerd worden. Voor zover noodzakelijk zullen de verschillende gegevens aan het vastgoed gekoppeld worden. Aan de hand van structurele inspecties en eigen waarnemingen zal het noodzakelijke onderhoud bepaald worden. De uitvoeringsplanning wordt bepaald aan de hand van de urgentie en de beschikbare middelen. Het beheer van het gemeentelijk vastgoed is formeel de verantwoordelijkheid van de afdeling Realisatie & Beheer geworden. Dit maakt het beheer overzichtelijk en beter beheersbaar. Gebruikers van het gemeentelijk vastgoed zijn enkel verantwoordelijk voor het gebruik en de wensen ten aanzien van het gebruik. Het verdelen van onderhoud in verschillende categorieën is noodzakelijk voor het verkrijgen van inzicht in de behoefte aan middelen.

Bij de invulling van de strategie wordt uitgegaan van de volgende indeling:  Dagelijks onderhoud (schoonmaken, afvalverwijdering, enz.)  Klein onderhoud (installaties, schilderen, kleine reparaties/verbouwingen, enz.)  Groot onderhoud (MJOP, vervanging installaties, aanpassen van inrichting, vervangen van daken, enz.)  Verbeteringen (maatregelen in kader van duurzaamheid en energietransitie, uitbreiding van gebouwen, nieuwbouw, enz.) Het dagelijks onderhoud is de verantwoordelijkheid van de gebruiker(s). De overige drie onderdelen zijn de verantwoordelijkheid van de afdeling Realisatie & Beheer. Onder klein onderhoud wordt verstaan het jaarlijkse onderhoud en reparaties die noodzakelijk zijn om het object in goede werkende en veilige staat te houden tegen een van te voren vastgesteld kwaliteitsniveau. Groot onderhoud is veelal van ingrijpende aard dat op een substantieel deel van het object wordt uitgevoerd. In de planperiode is de verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud van het gemeentelijk vastgoed ondergebracht bij de afdeling Realisatie & Beheer. Het dagelijks onderhoud blijft bij de gebruikers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14835152/2