Absdaalseweg 19, Zoetevaart 8 Hulst_Bijlagen bij de toelichting_compressed
Tekst van het document
ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
17/51
bevindt zich een bovengrondse dieselolietank met een inhoud van 1.500 liter. Voor zover bekend hebben geen hinderwetplichtige dan wel bodembedreigende activiteiten op het terrein plaatsgevonden. Perceel D 933 betreft een braakliggend en met puin opgehoogd terrein, waar tot op het moment van onderzoek, in 1990, puin en andere bouwmaterialen werden gestort. Tijdens het onderzoek zijn onderstaande activiteiten verricht: • Op het bedrijfsterrein zijn 12 boringen verricht tot op een diepte van 2,0 à 3,0 m –mv (boringen 1 t/m 4, 7 t/m 9, en 11 t/m 15). Van deze boringen zijn 2 boringen afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. Het betreft boring 3 op het voorterrein en boring 9 op het achterterrein; • Ter plaatse van de groenstrook zijn 2 boringen verricht tot op een diepte van 2,0 m -mv (boringen 18 en 19) en is 1 boring verricht tot op een diepte van 3,0 m -mv (boring 17); • Op de groenstrook is 1 boring verricht tot op een diepte van 3,0 m -mv, welke is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (boring 10); • Op de vijverrand zijn 2 boringen verricht tot op een diepte van 2,0 cm -mv (boringen 15 en 16). De boringen hebben zich beperkt tot het onverharde en met klinkers en tegels verharde delen op het voorterrein en tot 2 boringen tussen de betonverharding en de vijver op het achterterrein.
In het met beton verharde achterterrein zijn geen boringen verricht. Uit het veldonderzoek is gebleken dat de bodem globaal tot op een diepte van circa 3,0 m –mv uit matig fijn zand en kleiig zand bestaat. Tot circa 1,2 m -mv zijn puinhoudende grondlagen aangetroffen die variëren van licht tot sterk met puin vermengde lagen. Nabij de bovengrondse olietank (boring 8) is een zeer lichte dieseloliegeur waargenomen in het traject van 0,1 tot 0,2 m -mv. Op basis van de onderzoeksresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: - Het onderzoek ter plaatse van het (voormalig) bedrijfsterrein heeft zich beperkt tot het analyseren van grondmonsters met daarin weinig puin. De aangetroffen sterk met puin vermengde grondmonsters zijn niet geanalyseerd; - Het onderzoek heeft zich beperkt tot de zware metalen (arseen, cadmium, chroom, koper, lood, nikkel en zink). De overige parameters uit het standaard NEN 5740-analysepakket (PAK's en minerale olie) zijn niet onderzocht; - Tijdens het onderzoek zijn in twee van de vijf grondmengmonsters matige verontreinigingen met respectievelijk lood en koper of zink aangetoond.
In vier grondmengmonsters zijn minimaal lichte verontreinigingen met diverse zware metalen aangetoond; - In de vier boringen ter plaatse van de groenstrook (boringen 10 en 17 t/m 19) zijn volgens de boorprofielen in de opgeboorde grond (0,00 – 2,00 en 3,00 m –mv) geen puin of overig bodemvreemd materiaal en is geen bodemvreemde geur en/of kleur aangetroffen. In de grondmengmonsters, waarvan de betreffende deelmonsters deel vanuit hebben gemaakt, zijn lichte en matige verontreinigingen aan metalen aangetoond; - In de twee boringen verricht aan de rand van de vijver is, behoudens enig puin in het traject van 0,40 – 0,60 m -mv van één van de boringen (boring 16), geen overig puin of bodemvreemd materiaal aangetroffen. In het grondmengmonster zijn matige verhoogde gehalten aan koper en lood en een licht verhoogd gehalte aan zink aangetoond; - Als gevolg van de plaatselijk aanwezige sterke mate aan puin in de grond kunnen lokaal sterk wisselende gehalten aan metalen in de grond voorkomen. Om meer inzicht in de mate aan puin in de grond van de locatie te krijgen en om meer inzicht in de mate en verspreiding van de zware metalen op de locatie te kunnen krijgen wordt een aanvullend onderzoek nodig geacht.
Daarnaast dient ook inzicht te worden verkregen in de verontreinigingsituatie van de overige standaard NEN 5740-grondparameters; - Tijdens het veldonderzoek is 1 boring verricht nabij de bovengrondse dieselolietank. In de opgeboorde grond (10-20 cm -mv) is een lichte oliegeur waargenomen. Er is geen verder onderzoek verricht. Om de mate en de omvang van de olieverontreiniging nader vast te kunnen stellen dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd. De locatie is in 1994 reeds bebouwd met een opslaghal.
ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
18/51
Verkennend bodemonderzoek aan de Absdaalseweg 19 (voormalige Karwei) te Hulst, Mos Grondmechanica B.V. te Rhoon, rapportnr. R107004-RH_1, 1 november 2004. In opdracht van Van Neerbos Vastgoed is in 2004 op de Absdaalseweg 19 (voormalige Karwei) een verkennend bodemonderzoek verricht in verband met de voorgenomen verkoop van het perceel D 1039, bedrijfspand met een opslag- en parkeerterrein, en perceel D 933, het zuidelijke gedeelte van de aan de oostzijde gelegen groenstrook. Het noordelijke deel van het terrein is voor een deel bebouwd met een bedrijfspand met een oppervlakte van ca. 3.250 m² dat deels in gebruik is door Brugman keukens (ca. 1.000 m²). Het andere deel is door bouwmarkt Karwei in gebruik geweest en staat ten tijden van het onderzoek leeg. Het overige deel van het terrein is voornamelijk in gebruik als opslag- en parkeerterrein. Bij de uitgevoerde locatie-inspectie voor de aanvang van de veldwerkzaamheden werd de volgende situatie aangetroffen: - De locatie is deels verhard met klinkers, tegels, betonplaten en beton; - Aan de achterzijde van het bedrijfspand is puin en een olievlek aangetroffen; - Er zijn geen bovengrondse tanks, of indicaties dat deze er hebben gestaan, op de onderzoekslocatie aangetroffen; - Er zijn geen vul- of ontluchtingspunten op de onderzoekslocatie aangetroffen die duiden op de (voormalige) aanwezigheid van een ondergrondse tank.
Bij de gemeentelijke milieudienst zijn geen gegevens bekend van boven- en/of ondergrondse brandstoftanks die op de onderzoekslocatie aanwezig zijn (geweest). Verder heeft een medewerker van de huidige "Karwei" aangegeven dat op de locatie, ter plaatse van het parkeerterrein ter hoogte van het voormalige kantoor van Karwei, een bovengrondse dieseltank aanwezig is geweest. Verdere informatie met betrekking tot de ligging en inhoud van deze opslagtank is ten tijden van het onderzoek niet voorhanden. Tijdens het onderzoek zijn onderstaande activiteiten verricht: - In totaal zijn op het bedrijfsterrein (perceel D1039) 24 boringen verricht (boringen 1 t/m 24); - Boringen 2, 9 en 24 zijn afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. De boringen zijn doorgezet tot op een diepte van respectievelijk: 5,00, 3,00 en 2,50 m –mv; - Boringen 10, 15, 18 en 23 zijn uitgevoerd tot 2,00 m -mv; - Boring 5 is uitgevoerd tot 1,50 m -mv; - Boringen 1 en 19 zijn uitgevoerd tot 1,00 m -mv; De boringen 3, 4, 6 t/m 8, 11 t/m 14, 16, 17 en 20 t/m 22 zijn uitgevoerd tot op een diepte van 0,30 à 0,60 m -mv; - Boringen 1, 5 en 12 konden wegens de hoeveelheid puin in de bodem niet dieper worden doorgezet dan 0,30 à 1,50 m –mv; - Tijdens dit onderzoek zijn op het perceel D 933 in totaal 2 boringen verricht. Het betreft de boringen 25 en 26.
De opgeboorde grond van de boringen 25 en 26 was in het traject van 0,0 – 0,50 m -mv uiterst puinhoudend. De grond van boring 26 was ook vermengd met stenen. Beide boringen zijn vanwege het aanwezige puin voortijdig gestuit. Op basis van de onderzoeksresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: - Tijdens het onderzoek is in grondmonster 15 (0,30 – 0,80 m -mv) een sterke loodverontreiniging aangetoond. Om vast te kunnen stellen of in het boven- en onderliggende traject ook een loodverontreiniging aanwezig is zijn zowel het boven- als het ondergelegen traject (0,10 – 0,30 m mv) en (0,80 – 1,50 m -mv) geanalyseerd op lood. Op basis van de analyseresultaten blijkt dat het gehalte aan lood in deze verticaal afperkende monsters niet boven de achtergrondwaarde is aangetoond; - In de mengmonsters XX005 en XX006 zijn matige en sterke verontreinigingen aan lood, koper of zink aangetoond. Om de mate en de omvang van de lood- en koperverontreinigingen in de puinhoudende bovengrond (0,00 - 0,60 m -mv) van het zuidelijke terreindeel vast te kunnen stellen en om de lood- en zinkverontreinigingen in de ondergrond (0,50 – 2,00 m -mv) van het noordelijke terreindeel vast te kunnen stellen zijn de betreffende grondmonsters individueel geanalyseerd lood en koper of zink.
Op basis van de analyseresultaten blijkt dat op het zuidelijke deel van het achterterrein de bovengrond licht tot plaatselijk sterk verontreinigd is met koper en lood. Sterke koper- en loodverontreinigingen zijn aangetoond in de bovengrond (0,10 – 0,50 m -mv) van boring 20. Dit betrof een matig puinhoudend monster; ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
19/51
-
-
In de uitgevoerde boringen 15 en 19, aan de achterzijde van het bedrijfspand, is tot op een diepte van 0,30 m –mv zintuigelijk een matige olie/waterreactie waargenomen. Tot op een diepte van respectievelijk 0,80 en 0,60 m –mv is nog een lichte olie/waterreactie aangetroffen. Uit de toetsingen van de analyseresultaten is gebleken dat in de bovengrond van boring 15 (0,00 – 0,30 m –mv) ten hoogste een verhoogde gehalte aan minerale olie van 660 mg/kg ds. is aangetoond; In de onderzochte 3 grondwatermonsters zijn lichte verontreinigingen aan xylenen aangetoond. De verontreinigingen zijn dermate gering dat deze geen aanleiding tot een nader onderzoek geven; Uit de toetsingen van de analyseresultaten kan geconcludeerd worden dat de sterke lood- en zinkverontreinigingen op het voorterrein, ofwel het noordelijk terreindeel, beperkt blijven tot grondmonster 2 (0,50 – 1,00 m –mv).
Op basis van de huidige onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat de puinhoudende lagen verontreinigd zijn met PAK's en metalen, met name met de metalen: lood, koper en zink. De verontreinigingen met PAK's zijn licht. De verontreinigingen met lood, koper en zink variëren van licht tot sterk. Van de overige metalen zijn alleen lichte verontreinigingen aangetoond. Op basis van de huidige onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat de puinhoudende lagen heterogeen verontreinigd zijn met lood, koper en zink. Op basis van de huidige onderzoeksresultaten kan gesteld worden dat op het bedrijfsterrein vier locaties aanwezig zijn die nader onderzocht dienen te worden op minerale in de grond en minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater. Het betreft: 1) De sliblaag op het voorterrein op een diepte van 2 m -mv en op een diepte van circa 4,5 à 5 m –mv; 2) De locatie van een voormalige bovengrondse dieselolietank (Oranjewoud 1990, boring 8). De locatie is in de huidige situatie bebouwd met de laatste uitbreiding van de opslaghal. 3) Ter hoogte van een olievlek op het maaiveld aan de achterzijde van de bedrijfshal (Mos Grondmechanica 2004, boringen 15 en 19); 4) De locatie van een voormalige bovengrondse dieselolietank tegenover het voormalige kantoor van de Karwei (Hinderwettekening van 1990). Historisch vooronderzoek incl.
bodemonderzoek verdachte deellocaties Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst. Locatie: Absdaalseweg 5 t/m 19, Steensedijk 4 en Industrieweg 31 t/m 37, projectnr. CSN06-0266 (historisch vooronderzoek) en projectnr. CSN06-0283 (bodemonderzoek), Colsen B.V., 14 november 2006. In 2006 is in opdracht van de gemeente Hulst een historisch onderzoek verricht op de locatie Absdaalseweg 19 en omgeving binnen een straal van 50 meter. Op het bedrijfsterrein van Absdaalseweg 19 is tijdens dit onderzoek geen veld- en laboratoriumonderzoek verricht. Het onderzoek is beperkt gebleven tot het historisch onderzoek van de locatie. Door Colsen B.V. wordt op het voormalige bedrijfsterrein een aanvullend bodemonderzoek geadviseerd om de omvang van de verontreinigingen nader in kaart te kunnen brengen. Tevens wordt een aanvullend onderzoek naar bestrijdingsmiddelen geadviseerd, vanwege het feit dat in de jaren ’40-’60 van de vorige eeuw op de locatie een boomgaard aanwezig is geweest, waarin mogelijk slecht afbreekbare chloorhoudende bestrijdingsmiddelen (OCB) zijn gebruikt.
Verder kan op basis van de huidige onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat op het bedrijfsterrein drie locaties aanwezig zijn die nader onderzocht dienen te worden op minerale in de grond en minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater, namelijk: 1) De locatie van een voormalige bovengrondse dieselolietank (Oranjewoud 1990, boring 8). De locatie is in de huidige situatie bebouwd met de laatste uitbreiding van de opslaghal. 2) Ter hoogte van een olievlek op het maaiveld aan de achterzijde van de bedrijfshal (Mos Grondmechanica 2004, boringen 15 en 19); 3) De locatie van een voormalige bovengrondse dieselolietank tegenover het voormalige kantoor van de Karwei (Hinderwettekening van 1990).
ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
20/51
Rapportage asbestinventarisatie Absdaalseweg 19 te Hulst, Van Santen Advies, kenmerk: 182607, d.d. 31 juli 2018 Naar aanleiding van de voorgenomen sloop van de bebouwing bekend als huisnummer 19, is door Van Santen Advies een asbestinventarisatie uitgevoerd. Op basis van de informatie uit de rapportage kan worden geconcludeerd dat tijdens het onderzoek de volgende asbesthoudende materialen zijn aangetroffen: Tabel 2.3: Conclusie asbesthoudende materialen asbestinventarisatie Van Santen Advies Bron nr. Ruimte Bron 1 Platdak Restanten plaatmateriaal 2 Daken Golfplaat 4 Showroom Pakking 5 Gevels Showroom Beglazingskit (buitenzijde)
Risico-Klasse 2 2 1 2
Tijdens het onderzoek zijn de volgende niet-asbesthoudende bronnen aangetroffen: Tabel 2.4: Conclusie niet-asbesthoudende materialen asbestinventarisatie Van Santen Advies Bron nr. Ruimte Bron 3 Platdak Bitumen 6 Gevels Showroom Beglazingskit (binnenzijde) 7 C.V.-ruimte Showroom Pakking 8 C.V.-kast opslaghal Pakking 9 Elektra verdeelruimte opslaghal Pakking 10 C.V.-kast opslaghal C.V.-ketel
Er is geen kruipruimten in/onder het pand. De vloer is rechtstreeks op isolatie en op het zand gestort. Geadviseerd wordt om de asbesthoudende bronnen bij renovatie/sloop te verwijderen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat door de gemeente Hulst aan ons een stortbon is toegezonden waaruit blijkt dat door Kole Transport BV, op 4 december 2018, ca. 20 ton asbesthoudend afval is afgevoerd naar Attero loc. Tilburg (afvalstroomnummer:10030085561). Verdere informatie betreffende het materiaal wat is afgevoerd is niet voorhanden. Hoogstwaarschijnlijk betreft dit het asbesthoudend materiaal uit bovengenoemde asbestinventarisatie. Voor zover bekend is er geen asbestvrijgave rapport van na de sloop van de opstallen beschikbaar. Perceel D747 (Industrieweg 2): Verkennend bodemonderzoek Industrieweg 2 (Morres Holding) te Hulst, Milec Milieu-Economisch Ingenieursbureau te Etten-Leur, rapportnr. B11021/VO, 3 oktober 2011. Op basis van de tekeningen uit bovenstaand onderzoek blijkt dat, ten behoeve van onderhavig historisch vooronderzoek de resultaten en bevindingen van boringen 5, 6, 10, 18 en 36 (gelegen binnen deelgebied 1, genaamd “Depot 7”) relevant zijn. De resultaten en bevindingen zijn hieronder kort samengevat. - Uit de zintuigelijke waarnemingen van boringen 5 en 18 blijkt dat onder de klinkerverharding een zandlaag van ca.
5 cm dikte en daaronder een puingranulaatlaag van 35 cm dik aanwezig is; - Op basis van de analyseresultaten van grondmengmonster MM01 (o.a. boringen 5 en 18) blijkt dat er licht verhoogde gehalten met barium, zink, minerale olie, PAK, PCB en EOX zijn aangetoond; - In grondmengmonster MM03 (o.a. boring 6, 10 en 36) zijn licht verhoogde gehalten met kwik, PAK en PCB aangetoond. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader onderzoek binnen deelgebied 1 niet noodzakelijk geacht.
ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
21/51
2.4 Bodemopbouw en geohydrologie De gemiddelde hoogteligging van de onderzoekslocatie bedraagt circa 0,13 m +NAP. De regionale ligging van de locatie is opgenomen in bijlage 1. Voor inzicht in de bodemopbouw (geologie en geohydrologisch) op de onderzoekslocatie is het digitale kaartmateriaal, zoals beschikbaar gesteld door TNO op de website van DINO loket, ingezien. In onderstaand figuur is het schematisch model (50 meter diepte) van de geologie ter plaatse van de onderzoekslocatie. De zwarte verticale lijn snijdt de onderzoekslocatie.
2.5 Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In de NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A:
Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.
A1)
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
Zie bijlage 1 voor de regionale ligging en bijlage 2 voor een overzicht van de onderzoekslocatie. In tabel 2.1 uit onderhavige rapportage zijn de locatie- en kadastrale gegevens behorende bij het onderzoeksgebied verder opgenomen. A2)
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters?
Op basis van de beschikbare historische informatie zijn binnen het projectgebied meerdere potentiële bronnen van bodemverontreiniging aanwezig (geweest). Hieronder zijn de betreffende bronnen verder uitgeschreven. Verder wordt verwezen naar de resultaten uit eerder uitgevoerde (bodem)onderzoeken in §2.3. Voormalige (gedempte) watergangen: Uit de historische topografische kaarten en luchtfoto's is gebleken dat in het verleden op een deel van de locatie een waterpartij aanwezig is geweest, welke in de loop van de jaren steeds verder is gedempt. De laatste demping heeft in 1979 plaatsgevonden. De waterpartij was destijds een brede sloot, welke gedeeltelijk gelegen was op het westelijke deel van het perceel van Absdaalseweg 13 en op het oostelijke deel van het huidige bedrijfsterrein van Absdaalseweg 19. Het meer zuidelijk gelegen deel was smaller en is nog intact. De oorspronkelijke waterpartij is in de loop van de jaren gedempt. De dempingen welke zijn verricht in de periode van 1850 tot 1985 zijn zichtbaar op de historische kadastrale kaarten in bijlage 1b en op de situatietekening in bijlage 2.
ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
22/51
Voormalige boomgaarden: In het verleden zijn delen binnen het projectgebied in gebruik geweest als boomgaard (periode 1936 – 1960). Daarmee is de grond binnen deze delen, verdacht op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen (OCB). In bijlage 7 van onderhavige rapportage is een overzicht van de ligging van deze boomgaarden opgenomen. Stortplaatsen: Ter plaatse van het onderzoeksgebied is geen (geregistreerde) stortplaats aanwezig (geweest). In bijlage 7 van onderhavige rapportage is een uitsnede van de ligging van geregistreerde stortlocaties binnen de gemeente Hulst opgenomen. (Verdachte) funderingslagen: Op basis van een tweetal proefboringen welke geplaatst zijn tijdens het locatiebezoek van 2 juli 2021 en uit informatie van eerder uitgevoerde (bodem)onderzoeken, kan worden geconcludeerd blijkt dat binnen het projectgebied meerdere (asbest)verdachte funderingslagen aanwezig zijn. A3)
Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
De bodem- en aanwezige funderingslagen zijn op basis van de beschikbare voorinformatie en door het aantreffen van asbestverdacht (plaat)materiaal in voorgaande onderzoeken en tijdens het locatiebezoek van 2 juni 2021 verdacht op de aanwezigheid van asbest in grond en/of puin. Hieronder staan in tabel 2 de te verwachten bodemkwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart opgenomen. Tabel 2.5: Te verwachten bodemkwaliteit op basis van de Bodemkwaliteitskaart Zone Bodemkwaliteitskaart Te verwachten kwaliteit Te verwachten kwaliteit bovengrond ondergrond D Bedrijfsterreinen Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde (Bron: Zeeuws Bodemvenster)
Bodemfunctieklasse Industrie
Op basis van de beschikbare historische informatie kan worden geconcludeerd dat op- en in de nabije omgeving (25 meter) van het onderzoeksgebied geen onderzoeken naar de aanwezigheid van PFAS in de bodem zijn uitgevoerd. Hieronder staat in tabel 3 de te verwachten bodemkwaliteit ten aanzien van de 28+2 PFAS parameters opgenomen. Tabel 2.6: Te verwachten bodemkwaliteit (PFAS) op basis van de Bodemkwaliteitskaart Zone Bodemkwaliteitskaart Te verwachten kwaliteit bovengrond1) Te verwachten kwaliteit ondergrond1) D Bedrijfsterreinen (Bron: Zeeuws Bodemvenster)
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
1)
De (toepassings)norm voor PFAS in bodemfunctieklasse landbouw/natuur (achtergrondwaarde) bedraagt voor de parameters overige PFAS inclusief GenX 1,4 µg/kg ds. en PFOS 1,9 µg/kg ds. Opgemerkt dient te worden dat gebiedsspecifiek mogelijk een hogere achtergrondwaarde wordt gehanteerd. De toepassingsnormen voor PFAS in bodemfunctieklasse Wonen en Industrie zijn respectievelijk 3 µg/kg ds. voor de overige PFAS, PFOS en GenX en voor PFOA 7 µg/kg ds.
A4)
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater?
Ten noordoosten van het onderzoeksgebied (Absdaalseweg 5-11) bevindt zich een geringe (rest) verontreiniging met minerale olie in de grond. In verband met de geringe mate van deze restverontreiniging wordt niet verwacht dat deze betrekking hebben tot beïnvloeding vanuit de omgeving. A5)
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord.
Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.
ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
23/51
A6)
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)?
Zie §2.6. 2.6 Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek Op basis van het historisch vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat wordt geadviseerd om binnen het projectgebied de volgende typen onderzoeken uit te voeren: - Onderdeel A: Verkennend bodemonderzoek conform NEN5740; - Onderdeel B: Verkennend waterbodemonderzoek conform NEN5720; - Onderdeel C: Verkennend asbest in grondonderzoek conform NEN5707; - Onderdeel D: Verkennend asbest in puinonderzoek conform NEN5897; - Onderdeel E: Indicatief funderingsonderzoek; - Onderdeel F: Indicatief onderzoek gronddepots. Hieronder staat in tabel 2.7 de onderzoeksstrategie voor het verkennend bodemonderzoek opgenomen: Tabel 2.7: Conclusie en onderzoeksstrategie NEN5740 Strategie Hypothese Boringen Peilbuizen Analyses grond1) Analyses grondwater NEN5740 (m- mv) Deellocatie 1: Voormalig bebouwd bedrijfsterrein incl. verhard parkeerterrein en opslagplaats (perceel D1039) §5.6 VED-HE 17 tot 1,5 2) 2 (standaard 8x NEN5740 2x NEN5740 Grond: 3) (ca. 8.500 m²) 4 tot 3,0 2) 9) filterstelling) standaardstoffenpakket grond standaardstoffenpakket Verdacht incl.
PFAS (verdachte grondwater Grondwater: bodemlagen 0,0 – 0,5 en 0,5 Onverdacht – 1,0 m -mv) Deellocatie 2: Voormalige bovengrondse dieseltank (1,500 liter) nabij voormalige Karwei §5.3 VEP 2 tot 1,5 2) 1 (standaard 1x minerale olie en vluchtige 1x minerale olie en Grond: (<100 m²) filterstelling) aromaten (BTEXN) grond vluchtige aromaten Verdacht4) (BTEXN) grondwater Grondwater: Onverdacht Deellocatie 3: Voormalige bovengrondse dieseltank op parkeerplaats voormalige Karwei §5.3 VEP 2 tot 1,5 2) 1 (standaard 1x minerale olie en vluchtige 1x minerale olie en Grond: (<100 m²) filterstelling) aromaten (BTEXN) grond vluchtige aromaten Verdacht4) (BTEXN) grondwater Grondwater: Onverdacht Deellocatie 4: Voormalige boomgaard binnen percelen D1039 en D1379 Maatwerk Zie opmerking 5) Zie opmerking 7) 2x OCB Zie opmerking 7) Grond: (ca. 4.360 m²) Verdacht5) Grondwater: Onverdacht6) Deellocatie 5: Voormalige boomgaard binnen te onderzoeken deel van perceel D747 Maatwerk Zie opmerking 6) Zie opmerking 7) 1x OCB Zie opmerking 7) Grond: (ca. 215 m²) Verdacht5) Grondwater: Onverdacht6) Deellocatie 6: Overig (onverhard) terrein excl. deellocatie 1, sloot en (brand)vijver §5.1 ONV-NL 17 tot 1,0 8) 2 (standaard 2x NEN5740 Grond: 3x NEN5740 (ca. 14.566 m²) 5 tot 3,0 9) filterstelling) Onverdacht standaardstoffenpakket grond standaardstoffenpakket grondwater incl.
PFAS (bovengrond) Grondwater: 2x NEN5740 Onverdacht standaardstoffenpakket grond incl. PFAS (ondergrond) 1) Conform AS3000 en inclusief bepaling lutum- en/of organische stof gehalte. 2) In verband met de aanwezigheid van een fundatielaag worden de boringen behorende bij deze deellocatie tot in de vaste bodem gegraven met behulp van een machinale graafmachine incl. hydraulische prikker. Tevens worden deze boringen (voor zover mogelijk) gecombineerd uitgevoerd met werkzaamheden uit onderdeel B en C. 3) Verdacht op het voorkomen van verontreinigingen uit het NEN5740 standaard stoffenpakket grond. 4) Verdacht op het voorkomen van verontreinigingen met minerale olie en/of vluchtige aromaten. 5) De (voormalige) bovengrond is verdacht op het voorkomen van verontreinigingen organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). 6) Er wordt gebruik gemaakt van de boringen behorende van deellocatie 1 en 6. 7) Het grondwater behorende bij deze deelgebieden is (vooralsnog) onverdacht op het voorkomen van verontreinigingen met organochloorbestrijdingsmiddelen. Om deze reden wordt geadviseerd dit grondwater gecombineerd met deellocatie 1 en 6 te onderzoeken op een NEN5740 standaard stoffenpakket grondwater. 8) Opgemerkt dient te worden dat wordt geadviseerd om de voorgeschreven halve meter boringen door te zetten tot 1,0 m –mv.
9) In verband met het dempen van oppervlaktewater (periode 1850 – 1988) wordt geadviseerd om de voorgeschreven boringen tot 2,0 m –mv dieper doorzetten tot 3,0 m –mv. ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
24/51
3
VELDWERKZAAMHEDEN
3.1 Opzet- en resultaten veldwerkzaamheden verkennend bodemonderzoek (A) Opzet verkennend bodemonderzoek De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het plaatsen van de peilbuizen, het bemonsteren van de grond, het bemonsteren van het grondwater en het zintuiglijk onderzoek van de grond(water)monsters zijn uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000, protocollen 2001 en 2002 (laatst vigerende versie). De grond is, afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen en bodemopbouw, per 0,5 m bemonsterd. De situering van de boorpunten en de peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. Resultaten veldwerkzaamheden verkennend bodemonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan Sialtech BV. De boorwerkzaamheden, het plaatsen van de peilbuizen en het bemonsteren van het grondwater zijn uitgevoerd op 28 t/m 30 juni & 1, 2, 5 t/m 8, 20 en 27 juli 2021 door de heren: R.P. Kole, V.G. Cheglov, L.L Mulders, D. Laman en S. Nieuwkoop (allen in dienst van Sialtech B.V). Tabel 3.1: Verrichte veldwerkzaamheden Aantal boringen Aantal peilbuizen Deellocatie 1: Voormalig bebouwd bedrijfsterrein incl.
verhard parkeerterrein en opslagplaats (perceel D1039) 1 tot 0,5 m –mv (meetpunt: 110, gestaakt) Peilbuis P103 (filterstelling 2,0 - 3,0 m -mv) 8 tot 1,5 m –mv (meetpunten: 104, 114, 115, 117, 119, 120, 121 en 123) Peilbuis P105 (filterstelling 2,0 - 3,0 m -mv) 5 tot 2,0 m –mv (meetpunten: 106, 112, 113, 116 en 118) Peilbuis P109 (filterstelling 1,5 - 2,5 m -mv) 1 tot 2,2 m –mv (meetpunt: 108) Peilbuis P111 (filterstelling 1,5 - 2,5 m -mv) 1 tot 2,3 m –mv (meetpunt: 107) 2 tot 2,5 m –mv (meetpunten: P109 en P111) 6 tot 3,0 m –mv (meetpunten: 101, 102, P103, P105, 110a en 122) Deellocatie 2: Voormalige bovengrondse dieseltank (1,500 liter) nabij voormalige Karwei 2 tot 1,5 m –mv (meetpunten: 202 en 203) Peilbuis P201 (filterstelling 1,5 - 2,5 m -mv) 1 tot 3,0 m –mv (meetpunt: P201) Deellocatie 3: Voormalige bovengrondse dieseltank op parkeerplaats voormalige Karwei 2 tot 1,5 m –mv (meetpunten: 301 en 303) Peilbuis P302 (filterstelling 1,0 - 2,0 m -mv) 1 tot 3,0 m –mv (meetpunt: P302) Deellocatie 4: Voormalige boomgaard binnen percelen D1039 en D1379, zie opmerking 1) 2 tot 1,0 m –mv (meetpunten: 408 en 411) Niet van toepassing2) 9 tot 1,5 m –mv (meetpunten: 119, 120, 121, 202, 203, 301, 303, 422 en 423) 1 tot 2,2 m –mv (meetpunt: P407) 1 tot 2,5 m –mv (meetpunt: P411) 6 tot 3,0 m –mv (meetpunten: 122, P201, P302, 421, 403 en 409) Deellocatie 5: Voormalige boomgaard binnen te
onderzoeken deel van perceel D747, zie opmerking 1) 1 tot 2,0 m –mv (meetpunt: SL304) Niet van toepassing2) Deellocatie 6: Overig (onverhard) terrein excl. deellocatie 1, sloot en (brand)vijver 13 tot 1,0 m –mv (meetpunten: 402, 404 t/m 406, 408, 410, 412 t/m 414, 416 t/m 419) Peilbuis P407 (filterstelling 1,2 - 2,2 m -mv) 2 tot 1,5 m –mv (meetpunten: 422 en 423) Peilbuis P411 (filterstelling 1,5 - 2,5 m -mv) 1 tot 2,2 m –mv (meetpunt: P407) Peilbuis P420 (filterstelling 1,5 - 2,5 m -mv) 1 tot 2,5 m –mv (meetpunt: P411) 6 tot 3,0 m –mv (meetpunten: 403, 409, 415, P420, 421 en 424) 1) Er wordt gebruik gemaakt van de boringen behorende van deellocatie 1 & 6 en asbestinspectiesleuf SL304. 2) Het grondwater behorende bij deze deelgebieden is onverdacht op het voorkomen van verontreinigingen met organochloorbestrijdingsmiddelen. Om deze reden is aanvullend grondwateronderzoek niet meegenomen bij de werkzaamheden in deellocaties 4 en 5.
Ter plaatse van grote delen van de onderzoekslocatie (middenterrein deellocaties 1 en 6) is in het bodemtraject tot maximaal 2,3 m –mv (einddiepte niet bereikt) stortmateriaal bestaande uit; o.a. asbesthoudend plaatmateriaal, huisvuil, piepschuim, dakpannen, (metsel)puin, bakstenen, glas, metaal, ijzer en aardewerk). Duidelijk zichtbaar is dat er binnen het bodemtraject tot 2,3 m –mv een splitsing tussen “oud” en wat “nieuwer” stortmateriaal aanwezig is. Hoogstwaarschijnlijk is dit stortmateriaal te relateren aan het dempen van “De Vaart van Steen”. Deze vaart is in de periodes; 1850 – 1911, omstreeks 1949 en in 1980 – 1987 telkens verder gedempt zodat de locatie bekend als Absdaalseweg 19 e.o. in gebruik kon worden genomen voor bedrijvigheid. Uit navraag bij de gemeente Hulst blijkt, dat het voorafgaande aan onderhavig onderzoek niet bekend was, dat ter plaatse stortmateriaal in deze omvang aanwezig zou zijn.
ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
25/51
Verder zijn op het maaiveld ter plaatse van de oostzijde van de onderzoekslocatie (deel direct grenzend aan de achtertuinen van de Steensedijk), een aantal dumpingen met (asbesthoudend)puin aanwezig. Rondom deze dumpingen zijn op het maaiveld (o.a. ter plaatse van asbestinspectiesleuven SL25 en SL101 t/m SL104 en in de slootkant nabij W15) asbesthoudende plaatmaterialen aangetroffen. Het is vooralsnog onbekend wat de herkomst is van deze (asbesthoudende)puindumpingen en het asbesthoudend plaatmateriaal wat op het maaiveld aanwezig is. Ter plaatse van het meest zuidelijke deel van de onderzoekslocatie (asbestinspectiesleuven SL201 t/m SL204) is in het bodemtraject tot maximaal 1,5 m –mv een bijmenging met stortmateriaal bestaande uit; o.a. asbesthoudend plaatmateriaal, huisvuil, plastic, (metsel-, baksteen-, beton en/of ongedefineerd)puin) aangetroffen. Uit navraag bij de gemeente Hulst blijkt, dat bekend was dat dit deel van de onderzoekslocatie is opgehoogd met puinhoudend materiaal. In welke periode deze ophoging heeft plaatsgevonden is echter niet geheel bekend. Verder zijn ter plaatse van boringen P103, P105, P407 en asbestinspectiesleuf SL7, zintuigelijk op olie verdachte bodemlagen aangetroffen. In overleg met de opdrachtgever en gemeente Hulst zijn de verdachte bodemlagen bemonsterd middels een steekbus (ongeroerde monstername) en afgewerkt als peilbuis.
Onder het aanwezige stortmateriaal en ter plaatse van de overige niet-verharde delen van de onderzoekslocatie bestaat het bodemtraject tot maximaal 3,0 m –mv voornamelijk uit een zwak tot matig siltige zandlaag. Op sommige plaatsen wordt tussen de zandlaag een (dunne) matig siltige kleilaag aangetroffen. Tijdens het zintuiglijk onderzoek van de grond zijn verschillende bodemvreemde en/of op verontreiniging duidende kenmerken waargenomen. Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de bodemopbouw wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 3.1.1 (t.o.v. maaiveld) en 3.1.2 (t.o.v. NAP). De zintuigelijke waarnemingen zijn opgenomen in bijlage 3.1.3. Tabel 3.2: Peilbuisgegevens Watermonster Filterdiepte Grondwater-stand pH EC Troebelheid (m -mv) (m -mv) (-) (µS/cm) (NTU) Deellocatie 1: Voormalig bebouwd bedrijfsterrein incl. verhard parkeerterrein en opslagplaats (perceel D1039) P103-1-1 2,00 - 3,00 1,60 Geen veldmetingen i.v.m. sterke oliefilm op grondwater P105-1-1 2,00 - 3,00 1,70 7,5 2.100 63 P109-1-1 1,50 - 2,50 0,48 8,0 1.180 75,4 P111-1-1 1,50 - 2,50 0,55 7,6 1.319 13,2 Deellocatie 2: Voormalige bovengrondse dieseltank (1,500 liter) nabij voormalige Karwei P201-1-1 1,50 - 2,50 0,75 8,0 561 20,2 Deellocatie 3: Voormalige bovengrondse dieseltank op parkeerplaats voormalige Karwei P302-1-1 1,00 - 2,00 0,68 7,9 630 45,4 Deellocatie 6: Overig (onverhard) terrein excl.
deellocatie 1, sloot en (brand)vijver P407-1-1 1,20 - 2,20 0,54 7,6 2.020 22 P411-1-1 1,50 - 2,50 0,35 7,3 1.090 15 P420-1-1 1,50 - 2,50 0,45 7,9 1.050 49,3 EC: Elektrisch geleidingsvermogen pH: Zuurgraad NTU: Nephelometric Turbidity Unit
Troebelheid is een kwalitatieve meting die een waarde geeft over de helderheid van water tussen 1 en 10 NTU is een natuurlijke waarde, hoe hoger hoe troebeler het monster. In het grondwater van alle peilbuizen is een licht verhoogde troebelheid gemeten Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. In het grondwater afkomstig uit peilbuis P103 is zintuigelijk een duidelijke oliefilm geconstateerd. Omdat bekend is dat de aanwezigheid van olie kan zorgen voor slijtage van de apparatuur zijn veldmetingen in dit grondwater achterwege gelaten. Geen van de overige in het veld gemeten waarden in het grondwater wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden, verwacht kan worden. ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
26/51
3.2 Opzet- en resultaten veldwerkzaamheden verkennend waterbodemonderzoek (B) De opdrachtgever is voornemens om binnen het projectgebied de bestaande sloot te dempen en de brandvijver uit te baggeren. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de NEN 5720-richtlijn (2017), Onderzoeksstrategie voor lintvormig water, normale onderzoeksinspanning (§5.1.10) en overig water, normale onderzoeksinspanning (§5.1.12). In onderstaande tabel zijn de waterbodemonderzoek samengevat.
verrichte
werkzaamheden
voor
het
Tabel 3.3: Verrichte veldwerkzaamheden verkennend waterbodemonderzoek Deellocatie Strategie Aantal steken NEN5720 Bestaande sloot (circa §5.1.10 (LN) 10 steken tot 0,5 m in de 135 m1) waterbodem (1 vak van 10 steken per vak) Bestaande (brand)vijver §5.1.12 (ON) 6 steken tot 0,5 m in de (ca. 830 m²) waterbodem (1 vak van 6 steken per vak)
onderdeel
verkennend
Analyses slib (AS3000) 1 x standaard waterbodempakket (C1)+PFAS 1 x standaard waterbodempakket (C1)+PFAS
De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan Sialtech BV. De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de slibsteken, het bemonsteren van de waterbodem en het zintuiglijk onderzoek van de waterbodemmonsters zijn uitgevoerd op 28 en 29 juni 2021 door de heren: L.L Mulders en D. Laman van Sialtech B.V. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijke afwijkingen tijdens het waterbodemonderzoek opgenomen. Tabel 3.4: Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden verkennend waterbodemonderzoek Boring Diepte boring Traject Grondsoort Waargenomen bijzonderheden (m -mv) (m -mv) W05 2,20 1,70 - 2,20 Zand sporen schelpen, geen olie-water reactie W07 1,70 1,20 - 1,70 Zand sporen baksteen, matig schelphoudend, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie W08 1,80 1,30 - 1,80 Zand sporen baksteen, matig schelphoudend, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie W09 1,90 1,40 - 1,90 Zand sporen baksteen, matig schelphoudend, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie W10 1,90 1,40 - 1,90 Zand sporen baksteen, matig schelphoudend, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie W11 1,90 1,40 - 1,90 Zand zwak schelphoudend, geen olie-water reactie
Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de bodemopbouw wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 3.1.1 en 3.1.2. 3.3 Opzet- en resultaten veldwerkzaamheden verkennend asbest in grondonderzoek (C) Opzet asbestonderzoek De bemonstering van de bodem betreft voornamelijk maatwerk en is gebaseerd op de richtlijnen van de NEN 5707+ C1/C2(2017); ‘Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond’ en SIKB BRL 2000, protocol 2018 (v 6.0, 2018). Het verkennend asbestonderzoek voorziet in een maaiveld inspectie (waar mogelijk), het graven van gaten en het visueel inspecteren van de vrijkomende grond. Hierbij dient te worden opgemerkt dat om een beter beeld te kunnen krijgen van de bodem en een betrouwbare asbestberekening (concentratieberekening) te kunnen uitvoeren, de inspectiegaten worden vervangen voor inspectiesleuven. De vrijkomende grond uitkomend wordt gezeefd of uitgeharkt over 20 mm. De fijne fractie <20 mm wordt analytisch onderzocht. De grove fractie (>20 mm, AVM) indien aanwezig zal per sleuf, separaat worden onderzocht. De asbestinspectiesleuven zijn gegraven met behulp van een rupskraan voorzien van P3 overdruk. Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd door de opdrachtgever (firma Van de Manacker).
ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
27/51
Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Hiertoe zal een verkennend asbestonderzoek in de grond conform NEN 5707+C1/C2 (december 2017): “ Bodem- Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond” worden uitgevoerd. Resultaten veldwerkzaamheden asbestonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan Sialtech B.V. en uitgevoerd op 28 t/m 30 juni & 1, 2, 5 t/m 8, 20 en 27 juli 2021 door de heren: R.P. Kole, V.G. Cheglov, L.L Mulders, D. Laman en S. Nieuwkoop (allen in dienst van Sialtech B.V). Het weer tijdens de uitvoering van het onderzoek was wisselde regenachtig en droog. Het vochtpercentage is vastgesteld op > 10%. Ter plaatse van asbestinspectiesleuven SL1 t/m SL41, SL101 t/m 104, SL201 t/m SL204 en SL301 t/m SL304 zijn met behulp van een rupskraan of een minigraver asbestinspectiesleuven gegraven van 2,0 m lengte, 0,3 tot 0,6 m breedte en tot een diepte van maximaal 2,3 m -mv. Tijdens de visuele inspectie van het vrijkomende materiaal is ter plaatse van een aantal asbestinspectiesleuven asbest verdacht plaat materiaal aangetroffen. In onderstaande tabel 3.5 staan schematisch de veldwaarnemingen en samengestelde monsters (fijne fractie) vermeld.
Verder is ter plaatse van asbestinspectiesleuf SL30 een grote hoeveelheid asbesthoudend plaatmateriaal onder- en in de aanwezige betonvloer aangetroffen (AVM-SL30-1). Op basis van de bevindingen zijn deze platen hoogstwaarschijnlijk ter plaatse aangebracht, waarna er beton overheen is gestort. Hierdoor is het plaatmateriaal geen direct onderdeel van de bodem maar het is wel bovenop de bodem aanwezig. Verwacht wordt dat deze betonvloer en het plaatmateriaal zijn aangebracht in de periode dat het terrein in gebruik was als betonwarenfabriek (periode 1938 – 1989). Tabel 3.5: Overzicht veldwaarnemingen en monstername asbest in grondonderzoek Asbestinspectie-sleuf Monstercode Asbestverdacht materiaalmonster > 20 mm incl. traject in m –mv (< 20 mm) (incl. gram, gewogen gewicht in veld) SL1 (0,00 – 0,30) SL1 (0,30 – 0,80) SL2 (0,00 – 0,20) SL3 (0,40 – 0,90) SL5 (0,50 – 0,70) SL13 (0,20 – 0,50) SL13 (0,50 – 2,00) SL14 (0,08 – 0,40) SL14 (0,60 – 0,80)
SL1-1 MMA1-1 MMA1-1 MMA1-1 SL5-2 MMA2-1 SL13-2 MMA2-1 SL14-6
SL19 (0,10 – 1,50) SL21 (0,00 – 0,30) SL22 (0,30 – 1,00) SL22 (1,00 – 2,00) SL23 (0,30 – 0,80) SL23 (0,80 – 1,70) SL24 (0,00 – 0,50) Verdachte bodemlaag loopt door tot 1,0 m –mv. SL25 (0,00 – 0,70)
SL19-2 MMA10-1 MMA4-1 MMA4-2 MMA4-1 MMA4-2 SL24-1
SL26 (0,30 – 0,70) SL27 (0,00 – 0,70) SL28 (0,00 – 0,50) SL29 (0,00 – 0,40) SL30 (0,15 – 0,35)
MMA4-2 MMA10-1 SL28-1 MMA5-1 MMA3-1
SL31 (0,00 – 0,50)
MMA12-1
SL32 (0,00 – 0,80) SL33 (0,00 – 0,40)
MMA5-1 SL33-1
MMA10-1
AVM-SL1-1 (56 gram) AVM-SL5-1 (47 gram) AVM-SL13-1 (30 gram) AVM-SL14-4 (26 gram) AVM-SL14-2 (1.559 gram) AVM-SL14-3 (463 gram) AVM-SL14-5 (500 gram) SL24-AVM-1 (147 gram)
Niet van toepassing. Wel is asbesthoudend plaatmateriaal op het maaiveld aangetroffen (SL25-AVM-MV-1) AVM-SL28-1 (400 gram) Niet van toepassing. Wel wordt direct onder betonvloer ca. 2.240 gram asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen (AVM-SL30-1) Niet van toepassing. Wel wordt in de directe omgeving asbesthoudend plaatmateriaal op het maaiveld aangetroffen AVM-SL33-1 (9 gram)
ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
Aantal aangetroffen stukjes asbest verdacht (plaat) materiaal 4 3 2 2 21 4 13 3
10 (maaiveld) 5 9
-
1
28/51
SL34 (0,00 – 0,50)
MMA12-1
SL35 (0,00 – 0,30) SL36 (0,00 – 0,40)
MMA13-1 MMA12-1
SL37 (0,00 – 0,50) SL38 (0,00 – 0,30)
MMA7-1 MMA7-1
SL39 (0,15 – 0,70)
MMA3-1
Niet van toepassing. Wel wordt in de directe omgeving asbesthoudend plaatmateriaal op het maaiveld aangetroffen SL35-AVM-1 (3.500 gram) Niet van toepassing. Wel wordt in de directe omgeving asbesthoudend plaatmateriaal op het maaiveld aangetroffen SL37-AVM-1 (58 gram) -
-
AVM-SL39-1 (186,25 gram) 1) AVM-SL39-2 (667 gram) AVM-SL41-1 (325 gram) Niet van toepassing. Wel is asbesthoudend plaatmateriaal op het maaiveld aangetroffen (MMAVM-MV-1)
7 25 7 6 7 -
SL40 (0,00 – 0,20) MMA5-1 SL41 (0,00 – 0,40) SL41-1 SL101 (0,00 – 0,20) MMA8-1 SL102 (0,00 – 0,20) SL103 (0,00 – 0,30) SL104 (0,00 – 0,30) SL101 (0,80 – 1,10) MMA9-1 SL102 (0,70 – 1,00) SL103 (0,80 – 1,20) SL104 (0,80 – 1,10) SL201 (0,00 – 1,20) MMA6-1 SL201-AVM-1 (430 gram) SL202 (0,00 – 1,20) SL203 (0,00 – 1,20) SL204 (0,00 – 1,50) SL204-AVM-1 (300 gram) SL303 (0,20 – 0,40) SL303-MMA11 1) Verrekend op basis van laagdikte (15 grond en 40 cm puin), zie asbestberekening in bijlage 4.3.2.
16 -
1 -
3.4 Opzet- en resultaten veldwerkzaamheden verkennend asbest in puinonderzoek (D) Opzet asbestonderzoek De onderzoeksopzet is gebaseerd op de NEN 5897+C1/C2 (december 2017): “ Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” maar betreft voornamelijk maatwerk. Het verkennend asbestonderzoek voorziet in een maaiveld inspectie (waar mogelijk), het graven van gaten en het visueel inspecteren van het uitkomende puin. Het uitkomend puin wordt gezeefd of uitgeharkt over 20 mm. De fijne fractie <20 mm wordt analytisch onderzocht. De grove fractie (>20 mm, AVM) indien aanwezig zal per sleuf, separaat worden onderzocht. De asbestinspectiesleuven zijn gegraven met behulp van een rupskraan voorzien van P3 overdruk. Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd door de opdrachtgever (firma Van de Manacker). Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging met asbest terecht is en een (indicatieve) uitspraak te doen over het asbestgehalte in de aanwezige puinlaag. Opgemerkt dient te worden dat in verband met het aantreffen van diverse stukken asbestverdacht materiaal op het maaiveld en het type puin (bestaat uit zeer grove brokken) in overleg met de opdrachtgever is besloten om de in de NEN 5897 voorgeschreven asbestinspectiegaten te vervangen voor asbestinspectiesleuven.
Dit betreft maatwerk in afwijking op de NEN 5897 maar resulteert in een beter zintuigelijk- en analytisch beeld van de aanwezige puinverharding. Resultaten veldwerkzaamheden asbestonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan Sialtech B.V. en uitgevoerd op 28 t/m 30 juni & 1, 2, 5 t/m 8, 20 en 27 juli 2021 door de heren: R.P. Kole, V.G. Cheglov, L.L Mulders, D. Laman en S. Nieuwkoop (allen in dienst van Sialtech B.V). Het weer tijdens de uitvoering van het onderzoek was wisselde regenachtig en droog. Het vochtpercentage is vastgesteld op > 10%. Ter plaatse van asbestinspectiesleuven SL1 t/m SL41, SL101 t/m 104, SL201 t/m SL204 en SL301 t/m SL304 zijn met behulp van een rupskraan of een minigraver asbestinspectiesleuven gegraven van 2,0 m lengte, 0,3 tot 0,6 m breedte en tot een diepte van maximaal 2,3 m -mv. Tijdens de visuele inspectie van het vrijkomende materiaal is ter plaatse van een aantal asbestinspectiesleuven asbest verdacht plaat materiaal aangetroffen. In onderstaande tabel 3.6 staan schematisch de veldwaarnemingen en samengestelde monsters (fijne fractie) vermeld. ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
29/51
Tabel 3.6: Overzicht veldwaarnemingen en monstername asbest in puinonderzoek Asbestinspectie-sleuf incl. Monstercode Asbestverdacht materiaalmonster > 20 Aantal aangetroffen stukjes traject in m –mv (< 20 mm) mm (incl. gram, gewogen gewicht in veld) asbest verdacht (plaat) materiaal SL4 (0,50 – 1,70) SL4-PU1 AVM-SL4-1 (250 gram) 4 AVM-SL4-2 (630 gram) 12 AVM-SL4-3 (42 gram) 2 AVM-SL4-4 (390 gram) 6 SL4 (1,70 – 2,20) SL4-PU2 AVM-SL4-5 (360 gram) 2 AVM-SL4-6 (57 gram) 2 SL5 (0,70 – 2,00) MMPU1 SL6 (0,50 – 1,50) MMPU2 SL6 (1,50 – 2,30) SL5-PU1 AVM-SL6-1 (1.487 gram) 47 SL7 (0,70 – 1,50) SL7-PU AVM-SL7-1 (488 gram) 5 SL7 (1,50 – 2,30) MMPU1 SL9 (0,08 – 0,50) MMPU2 SL9 (0,50 – 1,00) MMPU3 SL11 (0,30 – 1,20) MMPU3 SL12 (0,20 – 1,00) MMPU4 AVM-SL12-1 (357 gram) 3 SL14 (0,40 – 0,60) MMPU4 AVM-SL14-1 (144 gram) 2 SL15 (0,50 – 1,50) MMPU5 AVM-SL15-1 (113 gram) 6 AVM-SL15-2 (440 gram) 9 AVM-SL15-3 (180 gram) 3 SL17 (0,20 – 0,80) SL17-PU SL17 (0,80 – 1,50) MMPU5 AVM-SL17-1 (183 gram) 6 SL19 (1,50 – 2,00) SL19-2 AVM-SL19-1 (519 gram) 8 SL28 (0,50 – 1,00) MMPU6-1 SL29 (0,40 – 0,70) MMPU7-1 SL29-AVM-1 (161 gram) 1 SL33 (0,40 – 0,70) MMPU6-1 SL39 (0,30 – 0,70) MMPU7-1 AVM-SL39-1 (186,25 gram) 1) 7 AVM-SL39-2 (667 gram) 25 SL40 (0,20 – 0,50) MMPU7-1 SL301 (0,15 – 0,40) SL302 (0,15 – 0,35) MMPU8-1 SL304 (0,20 – 0,50) 1) Verrekend op basis van laagdikte (15 grond en 40 cm puin), zie
asbestberekening in bijlage 4.3.2.
3.5 Opzet- en resultaten veldwerkzaamheden indicatief funderingsonderzoek (E) Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden behorende bij onderdeel A, C en D zijn meerdere funderings- en/of stortlagen aangetroffen. Om een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden van deze funderings- en/of stortlagen te verkrijgen is een indicatief funderingsonderzoek uitgevoerd. De funderings- en/of stortlagen worden tijdens uitvoering van onderdeel A t/m C, afhankelijk van het type materiaal bemonsterd. Per type materiaal wordt een mengmonster samengesteld welke zal worden geanalyseerd op een samenstellingsonderzoek bouwstoffen indicatief (onder AP04 condities). Hierbij worden analyses op de organische parameters (minerale olie, PAK en PCB) uitgevoerd. Tevens wordt middels uitvoering van een schudproef worstcase bestaande uit de analyse op 15 metalen (antimoon, arseen, barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, seleen, tin, vanadium en zink) en 4 anionen (bromide, chloride, fluoride en sulfaat) inzicht verkregen van het uitlooggedrag van het materiaal. Tevens wordt op het materiaal een SCG Zeefkromme uitgevoerd. Voor de resultaten van het indicatief funderingsonderzoek wordt doorverwezen naar §4.9.
ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
30/51
3.6 Opzet- en resultaten veldwerkzaamheden indicatief onderzoek gronddepots (F) Tijdens de visuele inspectie van de onderzoekslocatie zijn een tweetal depots op de locatie aangetroffen. Beide depots zijn sterk begroeid. Depot 1 is gelegen nabij de vijver en boring 418/419, depot 2 is gelegen op de betonverharding nabij boringen P420. In bijlage 2 is de ligging van beide depots op tekening aangegeven. In overleg met de opdrachtgever is besloten om de hergebruiksmogelijkheden van beide depots, middels indicatief onderzoek inzichtelijk te maken. Beide partijen worden (indicatief) bemonsterd middels uitvoering van 1 x 50 grepen. Voor de monstername wordt tevens aangesloten bij de Handreiking PFAS bemonsteren (V1.0, 25 juni 2020) opgesteld door het Expertisecentrum PFAS, VVMA en VKB. PFAS staat voor: Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen. Uit de genomen grepen wordt een (ongezeefd) grondmengmonster samengesteld. Dit mengmonster wordt geanalyseerd op een NEN 5740 standaardpakket A grond. Tevens wordt conform het tijdelijk handelingskader geanalyseerd op de 28+2 door Bodem+ geadviseerde PFAS-verbindingen (advieslijst 12 juli 2019).
Deze analyseresultaten worden getoetst aan de waarden van het Besluit bodemkwaliteit (laatste versie) en geldende vrijstellingsregelingen, zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit (laatste versie) en herziening normen bestrijdingsmiddelen in de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Tevens worden de onderzoeksresultaten van de PFAS analyses getoetst aan de landelijke normen voor toepasbaar op land of baggerspecie zoals genoemd in de Kamerbrief van 2 juli 2020 met betrekking tot aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS. Tijdens de visuele inspectie van beide depots zijn asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Hierdoor zal naast het samenstellen van een ongezeefd, per depot ook een gezeefd (< 20 mm) grondmengmonster worden samengesteld. Deze grondmengmonsters worden geanalyseerd op een asbest in grondanalyse conform NEN5898. Voor de resultaten van het indicatief funderingsonderzoek wordt doorverwezen naar §4.10.
ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
31/51
4
LABORATORIUMONDERZOEK
4.1 Opzet laboratoriumonderzoek Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door het AS 3000 en RvA- geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Analytico te Barneveld. In bijlage 4 zijn de analyserapporten opgenomen. De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling zijn als volgt. Tabel 4.1: Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters verkennend bodemonderzoek (grond) AnalyseTraject Deelmonsters Motivatie Analysepakket* monster (m -mv) Deellocatie 1: Voormalig bebouwd bedrijfsterrein incl. verhard parkeerterrein en opslagplaats (perceel D1039) MM1 0,00 - 1,00 101 (0,00 - 0,30) Zandlaag met verdachte bijmengingen van PFAS (28) Handelingskader, 101 (0,30 - 0,80) o.a. asbesthoudend plaatmateriaal, Standaardpakket grond incl. LUOS 102 (0,50 - 1,00) (baksteen)puin en glas MM2 0,00 - 0,50 102 (0,00 - 0,30) Zandlaag met zeer geringe bijmengingen PFAS (28) Handelingskader 102 (0,30 - 0,50) met (baksteen)puin Standaardpakket grond incl. LUOS 104 (0,08 - 0,40) P103 (0,00 - 0,50) MM3 0,00 - 0,80 106 (0,30 - 0,50) Onverdachte zandlaag (bovengrond) PFAS (28) Handelingskader 107 (0,30 - 0,50) Standaardpakket grond incl.
LUOS P105 (0,00 - 0,50) P109 (0,30 - 0,80) MM4 1,20 - 2,50 P103 (1,50 - 2,00) Zintuigelijk op minerale olie verdachte PFAS (28) Handelingskader P103 (2,00 - 2,50) zandlaag met verdachte bijmengingen met Standaardpakket grond incl. LUOS P105 (1,20 - 1,70) kolengruis P105 (1,70 - 2,20) MM5 0,00 - 0,90 104 (0,40 - 0,90) Zandlaag met zeer geringe bijmengingen PFAS (28) Handelingskader 106 (0,50 - 0,70) met (baksteen)puin en aardewerk Standaardpakket grond incl. LUOS 112 (0,00 - 0,30) 119 (0,00 - 0,30) MM6 0,00 - 0,50 108 (0,00 - 0,30) Zandlaag met verdachte bijmengingen van PFAS (28) Handelingskader 108 (0,30 - 0,50) o.a. huisvuil en kolengruis Standaardpakket grond incl. LUOS 110 (0,20 - 0,50) MM7 0,30 - 2,00 108 (1,00 - 1,50) Kleilaag met verdachte bijmengingen van PFAS (28) Handelingskader 108 (1,50 - 2,00) o.a. huisvuil en kolengruis Standaardpakket grond incl. LUOS 112 (0,80 - 1,30) 119 (0,30 - 0,70) MM8 0,08 - 1,30 115 (0,08 - 0,40) Zandlaag met verdachte bijmengingen van PFAS (28) Handelingskader 115 (0,60 - 0,80) o.a. (baksteen)puin, glas en stenen Standaardpakket grond incl. LUOS 116 (0,50 - 1,00) P109 (0,80 - 1,30) MM9 0,00 - 0,50 110a (0,00 - 0,50) Onverdachte zandlaag (bovengrond) PFAS (28) Handelingskader 117 (0,00 - 0,50) Standaardpakket grond incl.
LUOS 120 (0,08 - 0,50) P111 (0,00 - 0,50) MM10 0,35 - 1,00 122 (0,35 - 0,50) Onverdachte kleilaag (ondergrond) PFAS (28) Handelingskader 123 (0,70 - 1,00) Standaardpakket grond incl. LUOS 120-2 0,70 - 0,90 120 (0,70 - 0,90) Zandlaag met verdachte bijmengingen van PFAS (28) Handelingskader o.a. (baksteen)puin, glas en stenen Standaardpakket grond incl. LUOS 121-1 0,00 - 0,50 121 (0,00 - 0,50) Zandlaag met verdachte bijmengingen van PFAS (28) Handelingskader o.a. (baksteen)puin en dakpannen Standaardpakket grond incl. LUOS P103-7 1,50 - 1,70 P103 (1,50 - 1,70) Zintuigelijk op minerale olie verdachte Aromaten (BTEXN), Organische stof zandlaag P105-8 1,50 - 1,70 P105 (1,50 - 1,70) Zintuigelijk op minerale olie verdachte Aromaten (BTEXN), Organische stof zandlaag Deellocatie 2: Voormalige bovengrondse dieseltank (1,500 liter) nabij voormalige Karwei 203-4 0,20 - 0,40 203 (0,20 - 0,40) Historische verdachte bodemlaag BTEXN + Minerale olie GC, Organische stof Deellocatie 3: Voormalige bovengrondse dieseltank op parkeerplaats voormalige Karwei 301-5 0,30 - 0,50 301 (0,30 - 0,50) Historische verdachte bodemlaag BTEXN + Minerale olie GC, Organische stof Deellocatie 4: Voormalige boomgaard binnen percelen D1039 en D1379 MMOCB-1 0,00 - 0,50 119 (0,00 - 0,30) Historische verdachte bodemlaag Lutum + Organische stof, OCB (25) 121 (0,00 - 0,50) 421 (0,00 - 0,40) 422 (0,00 - 0,40) 423 (0,00 -
0,50)
ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
32/51
Analysemonster MMOCB-2
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Deelmonsters
Motivatie
406 (0,00 - 0,20) Historische verdachte bodemlaag 410 (0,00 - 0,50) P411 (0,00 - 0,50) Deellocatie 5: Voormalige boomgaard binnen te onderzoeken deel van perceel D74 SL304-1 0,50 - 1,00 SL304 (0,50 - 1,00) Historische verdachte bodemlaag Deellocatie 6: Overig (onverhard) terrein excl. deellocatie 1, sloot en (brand)vijver 6MM1 0,00 - 1,00 415 (0,00 - 0,50) Zandlaag met verdachte bijmengingen van 415 (0,50 - 1,00) o.a. (baksteen- en beton)puin en 418 (0,00 - 0,40) asbesthoudend plaatmateriaal 6MM2 0,00 - 0,50 416 (0,00 - 0,50) Onverdachte zandlaag (bovengrond) 417 (0,00 - 0,50) 419 (0,00 - 0,20) 424 (0,00 - 0,50) 6MM3 0,50 - 1,50 418 (0,50 - 1,00) Onverdachte zandlaag (ondergrond) 419 (0,50 - 1,00) 421 (0,80 - 1,00) 422 (0,80 - 1,00) 423 (1,00 - 1,50) 424 (0,50 - 1,00) P420 (0,50 - 1,00) 6MM4 0,00 - 0,50 401 (0,00 - 0,30) Zandlaag met verdachte bijmengingen van 403 (0,00 - 0,50) (baksteen)puin 6MM5 0,00 - 1,00 402 (0,50 - 1,00) Zandlaag met zeer geringe bijmengingen 404 (0,00 - 0,50) met (baksteen)puin 405 (0,50 - 1,00) 406 (0,00 - 0,20) 409 (0,00 - 0,30) P407 (0,00 - 0,20) 6MM6 0,20 - 1,50 401 (1,00 - 1,50) Zandlaag met verdachte bijmengingen van 403 (0,50 - 1,00) o.a. (baksteen- en metsel)puin, ijzer, glas 406 (0,20 - 0,70) en asbesthoudend plaatmateriaal P407 (0,20 - 0,70) 6MM7 0,00 - 0,50 410 (0,00 - 0,50) Zandlaag met verdachte bijmengingen van 412 (0,00 - 0,30) o.a.
(baksteen)puin en asbesthoudend 413 (0,00 - 0,40) plaatmateriaal 6MM8 0,00 - 0,50 412 (0,30 - 0,50) Onverdachte kleilaag (bovengrond) 414 (0,00 - 0,50) 409-8 0,80 - 1,20 409 (0,80 - 1,20) Historische verdachte bodemlaag (oud maaiveld) P411-1 0,00 - 0,50 P411 (0,00 - 0,50) Onverdachte zandlaag (bovengrond) P420-1
0,00 - 0,50
P420 (0,00 - 0,50)
421-1
0,00 - 0,40
421 (0,00 - 0,40)
422-1
0,00 - 0,40
422 (0,00 - 0,40)
423-1
0,00 - 0,50
423 (0,00 - 0,50)
424-1
0,00 - 0,50
424 (0,00 - 0,50)
P407-4
0,70 - 0,90
P407 (0,70 - 0,90)
Analysepakket* Lutum + Organische stof, OCB (25)
Lutum + Organische stof, OCB (25) PFAS (28) Handelingskader Standaardpakket grond incl. LUOS PFAS (28) Handelingskader Standaardpakket grond incl. LUOS
PFAS (28) Handelingskader Standaardpakket grond incl. LUOS
PFAS (28) Handelingskader Standaardpakket grond incl. LUOS PFAS (28) Handelingskader Standaardpakket grond incl. LUOS
PFAS (28) Handelingskader Standaardpakket grond incl. LUOS
PFAS (28) Handelingskader Standaardpakket grond incl. LUOS
PFAS (28) Handelingskader Standaardpakket grond incl. LUOS PFAS (28) Handelingskader Standaardpakket grond incl. LUOS PFAS (28) Handelingskader Standaardpakket grond incl. LUOS Zandlaag met verdachte bijmengingen van PFA PFAS (28) Handelingskader (baksteen)puin en kolengruis Standaardpakket grond incl. LUOS Zandlaag met verdachte bijmengingen van PFAS (28) Handelingskader o.a. (baksteen- en metsel)puin en Standaardpakket grond incl. LUOS asbesthoudend plaatmateriaal Zandlaag met verdachte bijmengingen van PFAS (28) Handelingskader ongedefinieerd puin en huisvuil Standaardpakket grond incl. LUOS Zandlaag met verdachte bijmengingen van PFAS (28) Handelingskader ongedefinieerd puin, kolengruis, huisvuil Standaardpakket grond incl. LUOS en asbesthoudend plaatmateriaal Onverdachte zandlaag (bovengrond) PFAS (28) Handelingskader Standaardpakket grond incl. LUOS Zintuigelijk op minerale olie verdachte BTEXN + Minerale olie GC, zandlaag Organische stof (gloeiverlies)
Standaard pakket grond:
Bestaat uit de parameters: 9 metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, somPCB’s (som van PCB 28, PCB 52, PCB 101, PCB 118, PCB 138, PCB 153 en PCB 180), som-PAK’s (som van naftaleen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, chryseen, benzo(a)antraceen, benzo(a)pyreen, benzo(k)fluorantheen, indeno(1,2,3 cd)pyreen en benzo(ghi)peryleen) en minerale olie (GC).
*conform AS 3000:
Voorbehandeling van monsters conform accreditatie schema 3000
BTEXN:
Benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen en naftaleen
OCB:
Organochloorbestrijdingsmiddelen
PFAS:
Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (28+2 stoffen uit het tijdelijk handelingskader)
LUOS:
Lutum en organische stof gehalte
ANL21-6030 Gecombineerd bodemonderzoek, Absdaalseweg 19 e.o. te Hulst
33/51
Tabel 4.2: Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters verkennend bodemonderzoek (grondwater) AnalyseFilterdiepte (m -mv) Motivatie Analysepakket* monster Deellocatie 1: Voormalig bebouwd bedrijfsterrein incl. verhard parkeerterrein en opslagplaats (perceel D1039) P103-1-1 2,00 - 3,00 Zintuigelijk op minerale olie verdacht BTEXN + Minerale olie GC P105-1-1 2,00 - 3,00 Zintuigelijk op minerale olie verdacht BTEXN + Minerale olie GC P109-1-1 1,50 - 2,50 Grondwaterkwaliteit centraal deel Standaardpakket grondwater onderzoekslocatie P111-1-1 1,50 - 2,50 Grondwaterkwaliteit toekomstige winkel Standaardpakket grondwater Deellocatie 2: Voormalige bovengrondse dieseltank (1,500 liter) nabij voormalige Karwei P201-1-1 1,50 - 2,50 Historische verdachte locatie BTEXN + Minerale olie GC Deellocatie 3: Voormalige bovengrondse dieseltank op parkeerplaats voormalige Karwei P302-1-1 1,00 - 2,00 Historische verdachte locatie BTEXN + Minerale olie GC Deellocatie 6: Overig (onverhard) terrein excl. deellocatie 1, sloot en (brand)vijver P411-1-1 1,50 - 2,50 Grondwaterkwaliteit oostzijde onderzoekslocatie Standaardpakket grondwater P420-1-1 1,50 - 2,50 Grondwaterkwaliteit oostzijde onderzoekslocatie Standaardpakket grondwater 407-1-1 1,20 - 2,20 Zintuigelijk op minerale olie verdacht BTEXN + Minerale olie GC Standaard pakket grondwater: