CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

225352Gebiedsanalyse Hulst def.

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen woonzorgvisie gemeente Hulst11.489 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WOONZORGVISIE HULST Gebiedsanalyse 05-02-2020

Inhoud Samenvatting

2

Inleiding

4

Demografische opbouw

4

Zorggroepen

6

De WoonZorgwijzer

6

Indicaties WLZ

8

Overige bronnen

9

De gemeentelijke zorgdoelgroepen

10

Beperkingen per levensdomein

11

Ramingsmodel wonen met zorg (ouderen)

14

Behoefte aan woonzorgvormen

16

Huidig aanbod en fricties

18

Mogelijkheden in de kernclusters

24

Draagkracht

29

Mogelijkheden voor informele zorg

29

Veerkracht van wijken

33

Concluderend

34

Bijlagen

35

Kaarten

35

Pagina 1 van 36

Samenvatting Voortzettende vergrijzing Op dit moment is een kwart van de inwoners van Hulst 65 jaar of ouder, over vijftien jaar is dit ongeveer één derde. Dit komt neer op een toename van bijna 2.000 65 -plussers. Natuurlijk zijn deze ouderen voor een deel vitaal, maar ook het aantal ouderen me t beperkingen neemt sterk toe. Gegeven dit perspectief is het het juiste moment om nu te werken aan woonzorgvisie voor wonen met zorg.

Een brede doelgroep In deze woonzorgvisie heeft de vergrijzing uiteraard een belangrijke plek. Maar de groep ouderen is zeker niet de enige doelgroep die aandacht verdient. Gemeente Hulst vervult al jarenlang een regionale opvangfunctie voor de cliënten met psychiatrische problemen en voor mensen met een verstandelijke handicap. De aanwezigheid van de betreffende voorzieningen zorgt voor een kennisniveau en expertise die vrij uniek voor een kleine gemeente als Hulst. De betreffende cliënten wonen vooral in de instellingen. Als gekeken wordt naar het aandeel inwoners dat kampt met uiteenlopende aandoeningen, dan liggen de aand elen grotendeels op of net onder het landelijk gemiddelde. De ouderdom gerelateerde aandoeningen zijn daarop uiteraard een uitzondering, daar liggen de aandelen boven het landelijk gemiddelde.

Ondersteuningsbehoefte Aandoeningen kunnen zorgen voor beperkingen in het alledaagse leven en in sommige gevallen ook voor een specifieke woningbehoefte. In Hulst zijn er met name veel inwoners die beperkt zijn bij het vinden van een zinvolle dag invulling en deels parallel daaraan heeft een groot deel problemen met het onderhouden en aangaan van social e contacten. Dit tekent het belang van bijvoorbeeld het lokale verenigingsleven en de (soms hechte) lokale gemeenschappen. Voor de woonzorgvisie is het vooral van belang te beseffen dat een ‘passende woonruimte’ alleen niet voldoende is, het complete arrangement moet kloppen. Dat arrangement wordt ook bepaald door zaken als de locatie, de aanwezige voorzieningen, de geboden ondersteuning etc.

Woonzorgarrangementen Veel zorgdoelgroepen kunnen in verschillende woningen/woonvormen prima wonen, zolang aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Alleen bij de groep met de zwaarste aandoeningen geldt dat er vaak maar één oplossing is: verblijf in een instelling. Voor de instellingen in Hulst die verblijf bieden aan personen met een verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek geldt dat zij een regionale functie hebben. De capaciteit van de instellingen zal ook in de toekomst vrijwel per definitie voldoende zijn om de lokale (gemeentelijke) behoefte op te vangen. Of er ook op regionaal niveau voldoende aanbod is, is een vraagstuk dat op regionaal niveau moet worden aangevlogen.

Pagina 2 van 36

De groep ouderen die van oudsher op een instelling is aangewezen neemt in Hulst sterk toe. Nu zijn dat er nog 290, in 2030 380 en in 2040 510. Dit betekent niet per definitie dat de verpleeghuiscapaciteit met soortgelijke aantallen moet worden uitgebreid. Een toenemend aandeel ouderen ontvangt verpleeghuiszorg in de thuissituatie (met een MPT, PGB of VPT). Men kan ervoor kiezen deze situatie te bevorderen /stimuleren. Nog geen decennium geleden werden ouderen met wat lichtere beperkingen gehuisvest in een verzorgingshuis. De verzorgingshuizen zijn echter inmiddels uit het landschap verdwenen en al deze ouderen wonen nu zelfstandig. Vaak gaat dat goed, maar er is een deel dat behoefte heeft aan de geborgenheid, veiligheid en extra voorzieningen die een geclusterde woonvorm biedt. In sommige gevallen is een geclusterde woonvorm een noodzaak, voor velen is het een wens. De geclusterde woonvormen zijn voor ouderen een soort van ‘tussenvorm’ waarmee het gat tussen een verpleeghuis en volledig zelfstandig kan worden gevuld. Ook bij andere doelgroepen is het gat tussen intramuraal verblijf en volledig zelfstandig wonen vaak te groot. Als zij zelfstandig gaan wonen, hebben zij daar zeker in de beginperiode ondersteuning bij nodig. Anders is de kans een terugval in het herstelproces en overlast voor de omgeving niet uit te sluiten.

De begeleiding is belangrijk, maar uiteraard is ook de beschikbaarheid van een passende woonruimte van belang. Sommige instellingen ervaren problemen bij het vinden van de juiste woning voor hen cliënten. De corporaties hebben weinig bezit in de goedkoopste prijsklassen en weinig appartementen. Toch zeggen de corporaties dat het mogelijk moet zijn snel een passende woning aan te bieden, onder de voorwaarde dat de begeleiding op orde is. De komende periode zal moeten uitwijzen of dit ook daadwerkelijk het geval is.

Gebiedsgerichte uitwerking Het zo veel mogelijk in stand houden van sociale verb anden is van belang, zeker in de wetenschap dat door de vergrijzing er relatief steeds meer hulpbehoevenden zijn (ten opzichte van het aantal mensen dat hulp kan bieden). Dat pleit ervoor mensen zo veel mogelijk in de vertrouwde kern te huisvesten. Maar om de zorg en ondersteuning efficiënt te kunnen bieden, is een bepaalde mate van concentratie wenselijk. Kortom: maatwerk is bij de uitwerking van de woonzorgvisie van essentieel belang.

Pagina 3 van 36

Inleiding HHM en In.Fact.Research leggen op dit moment de laatste hand aan de concept woonzorgvisie voor de gemeente Hulst. Aan deze woonzorgvisie is een uitgebreid proces voorafgegaan. Cijfers uit uiteenlopende bronnen bijeen gebracht om een beeld te krijgen van de problematiek in gemeente Hulst. De cijfers zijn gesproken en nader geduid in diverse (werk)sessies met lokale partners. In de voorliggende gebiedsanalyse worden de onderzoeksmatige bevindingen in onderlinge samenhang weergegeven. De gebiedsanalyse dient als bijlage c.q. onderzoeksmatige onderlegger bij de woonzorgvisie (in wording). Bij opbouw van de gebiedsanalyse is aangesloten op de in de offerte benoemde stappen: 1.

Het bepalen van de omvang en spreiding van de zorgdoelgroepen, nu en in de toekomst;

2.

Het bepalen van de behoeften van deze groepen op het vlak van wonen, welzijn en zorg;

3.

Het in beeld brengen van het huidige aanbod voor de verschillende groepen;

4.

Het in beeld brengen van de eventuele fricties tussen de behoeften en het aanbod en het draagvlak voor nieuwe woonzorgvoorzieningen;

5.

Het in beeld brengen van de draagkracht in de 5 kernclusters.

Gestart wordt met een beknopte omschrijving van de demografische op bouw van de bevolking in de gemeente Hulst en de drie onderscheiden clusters van kernen. Voor de snelle lezer is aan het begin van de rapportage is een beknopte samenvatting toegevoegd.

Demografische opbouw In totaal stonden er begin dit jaar 27.556 inwone rs ingeschreven bij de gemeente Hulst. Ongeveer 565 personen verbleven in een institutioneel huishouden (verpleeghuizen en dergelijke), de andere vormden in totaal 12.668 particuliere huishoudens. In figuur 3 staat de leeftijdsopbouw van de inwoners van Hulst afgezet tegen het Nederlands en provinciaal gemiddelde. De figuur maakt duidelijk dat Hulst anno 2020 sterker is vergrijsd dan de rest van het land, maar vooral ook dat er veel vergrijzing in het vooruitzicht ligt. Er is met name sprake van oververtegenwoordiging van de leeftijdsklassen tussen de 50 en 75 jaar. Inwoners van onder de dertig jaar zijn ondervertegenwoordigd. In dit onderzoek worden vijf clusters van kernen onderscheiden. In figuur 2 staat de leeftijdsopbouw van de inwoners weergegeven. Het grootste cluster betreft de kern Hulst (inclusief Terhole). Dit cluster telt relatief veel ouderen, mede vanwege de voorzieningen voor groep. Het aantal aankomende ouderen (van 45 tot 65 jaar ) is relatief beperkt. Het op een na grootste cluster rondom Kloosterzande telt juist veel aankomende ouderen, de grootste vergrijzing moet hier nog komen. Het cluster rondom Sint Jansteen telt relatief weinig ouderen, terwijl de groep in de leeftijd van 25 tot 35 jaar relatief sterk vertegenwoordigd is.

Ook het cluster rondom Clinge telt op dit moment weinig ouderen , maar er is wel vergrijzing in aantocht. Er wonen hier relatief veel gezinnen met wat oudere kinderen. In Vogelwaarde en omgeving wonen relatief veel gezinnen met jonge kinderen. Jongeren en ouderen zijn hier ondervertegenwoordigd.

Pagina 4 van 36

figuur 1

De leefti jds opbouw van de be vol ki ng i n Neder land, Ze eland en H ulst per 1 -1-2020

2,0% 1,8%

Nederland

1,6% 1,4% 1,2%

Zeeland

1,0% 0,8% Hulst

0,6% 0,4% 0,2%

100 jaar

90 jaar

80 jaar

70 jaar

60 jaar

50 jaar

40 jaar

30 jaar

20 jaar

10 jaar

0 jaar

0,0%

Bron: CBS, bewerking In.Fact.Research figuur 2

De leefti jds opbouw van de be vol ki ng per ker ncl uster per 1 -1-2020 1

20%

18% 16% 14% 12% 10%

8% 6%

4% 2% 0% 0 tot 15

15 tot 25

25 tot 35

35 tot 45

45 tot 55

55 tot 65

65 tot 75

75 jaar en ouder

1. Sint Jansteen, Heikant, Kapellebrug (N = 4600) 2. Hulst, Terhole (N = 11400) 3. Clinge, Nieuw-Namen, Graauw (N = 3900) 4. Kloosterzande, Lamswaarde, Walsoorden, Ossenisse (N = 4900) 5. Vogelwaarde, Hengstdijk, Kuitaart (N = 2600) Bron: CBS/ micro-prognose model In.Fact.Research

1

De kern Absdale maakt onderdeel uit van het cluster rondom Sint-Jansteen. Kuitaart is in deze analyses ingedeeld bij Vogelwaarde, maar zou bij de uitwerking van het beleid volgens sommigen beter kunnen worden meegenomen bij het cluster rondom Kloosterzande.

Pagina 5 van 36

Zorggroepen De gemeente Hulst heeft voor dit onderzoek een zestal zorggroepen benoemd. Deze indeling in zorggroepen is vanuit het beleidsperspectief van de gemeente logisch, maar ze zijn in bestaande registraties niet altijd eenduidig te onderscheiden. In dit hoofdstuk wordt om deze reden eerst een beeld geschetst van de aanwezige zorggroepen op basis van algemene bronnen en definities. In de afsluitende paragraaf worden de bevindingen samengevat per door de gemeente benoemde zorggroep. De WoonZorgwijzer De WoonZorgwijzer is door de onderzoekers van In.Fact ontwikkeld in opdracht van het ministerie van BZK. Het instrument beoogt gemeenten en andere lokale stakeholders inzicht te bieden in de omvang van bepaalde zorggroepen en hun beperkingen/behoeften. Het instrument focust op die groepen waar gemeenten verantwoordelijkheid voor hebben. Dit zijn – beschermd wonen uitgezonderd – vooral de mensen die met beperkingen zelfstandig wonen. De groepen die institutioneel wonen worden in het instrument niet meegenomen. In paragraaf 3.2 wordt nader ingegaan op deze groepen. figuur 3

Het aandeel i nw one rs van 19 j aar of ouder dat zel fstandig w oont met ee n be paalde

aandoeni ng in gemeente H ulst , Zee land e n Ne derl and i n 2018

0%

2%

4%

0%

2%

4%

6%

8% 10% 12% 14% 16% 18% 20%

niet-aangeboren hersenletsel

psychiatrische problematiek

angst- en stemmingsproblematiek

zintuiglijke aandoeningen

somatische problematiek

matig of ernstig verstandelijk beperkt

licht verstandelijk beperkt/laaggeletterden

dementie (extramuraal)

Zeeland

6%

Nederland

8%

Hulst

Bron: WoonZorgwijzer

Pagina 6 van 36

10% 12% 14% 16% 18%

Hulst in perspectief Het aandeel inwoners met een bepaalde aandoening, hangt samen met verschillende factoren. Naast de sociaaleconomische samenstelling van de bevolking speelt ook de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen bijvoorbeeld een rol. Voor Hulst geldt dat het aandeel inwoners met LVB problematiek aanmerkelijk lager ligt dan in de rest van het land (zie ook figuur 3). Dat hangt samen met de relatief hoge inkomens in de gemeente. De LVB -groep is in vergelijking met de rest van het land relatief klein, maar het gaat nog altijd om de meest voorkomende aandoening. Bijna 14% van de inwoners van 19 j aar of ouder heeft te maken met LVB-problematiek. Daar waar het gaat om meer ouderdom gerelateerde aandoeningen, zoals somatische problematiek, dementie en zintuiglijke aandoeningen geldt dat deze ten opzichte van het landelijk gemiddelde vaker voorkomen i n gemeente Hulst.

Spreiding over de kernclusters De verdeling over de kernclusters hang uiteraard samen met de omvang. In het cluster rond de stad Hulst zijn de aantallen veruit het grootst (zie ook figuur 4). In relatieve zin is er vooral sprake van een oververtegenwoordiging van de groep dementerenden, LVB en personen met psychiatrische problematiek. Daarin wordt de centrumfunctie die dit cluster vervult weerspiegeld: er zijn meer voorzieningen, meer sociale huurwoningen en meer intramurale voorzieningen dan in de clusters met de meer landelijke kernen. figuur 4

Indicatie van het aant al i nw oners met ee n be paal de aandoening dat zelfst andig

2. Hulst, Terhole

3. Clinge, Nieuw-Namen, Graauw

4. Kloosterzande, Lamswaarde, Walsoorden, Ossenisse

5. Vogelwaarde, Hengstdijk, Kuitaart

Gemeente Hulst

dementie (extramuraal) licht verstandelijk beperkt/laaggeletterden matig of ernstig verstandelijk beperkt somatische problematiek zintuiglijke aandoeningen angst- en stemmingsproblematiek psychiatrische problematiek niet-aangeboren hersenletsel

1. Sint Jansteen, Heikant, Kapellebrug

woont per kernc luste r (1-1-2018)

50 440 10 400 40 160 30 40

210 1.370 50 990 70 450 110 80

50 390 20 350 30 160 30 30

60 300 10 370 40 130 30 40

20 200 10 290 30 100 10 20

400 2.700 100 2.400 200 1.000 200 200

Bron: WoonZorgwijzer

In de aangrenzende clusters rondom Sint Janssteen en Clinge is het aandeel inwoners met aandoeningen over de breedte wat lager. Uitzondering in het cluster Sint Jansteen zijn mensen somatische en zintuiglijke aandoeningen. Dit duidt op een vrij grote populatie ‘aankomende ouderen’. In het cluster rondom Clinge zijn er relatief wat meer zelfstandig wonende

Pagina 7 van 36

inwoners met een verstandelijke beperking (en/of angst - en stemmingsproblematiek). Dat laatste heeft vermoedelijk te maken met de aanwezigheid van intramurale instellingen voor deze groep. Zodra de lokale cijfers beschikbaar komen, kan een meer integraal beeld worden geschetst (waarbij zowel de intramuraal als extramuraal wonende inwo ners worden meegenomen). In het cluster rondom Kloosterzande ligt het aandeel inwoners met een aandoening relatief laag. Er is hier vooral sprake van een ondervertegenwoordiging van de groep met LVB -problematiek. Ook in het cluster rondom Vogelwaarde wonen relatief weinig mensen met LVBproblematiek. Er wonen hier relatief veel inwoners met somatische problemen. Het geschetste beeld van de aandoeningen onder de bevolking verandert niet van de ene dag op de andere dag. Wel moet er voor de komende jaren reken ing worden gehouden met een sterke toename van het aantal dementerenden.

Kwetsbare gezinnen In bovenstaande analyses gaat het in alle gevalle n om aantallen en aandelen die betrekking hebben op de inwoners van 19 jaar en ouder. De jeugd is op dit moment nog niet opgenomen in de WoonZorgwijzer. Wel is er in het kader van de WoonZorgwijzer een raming gemaakt van het aantal kwetsbare gezinnen. Deze is geoperationaliseerd als: “De kans op het vóórkomen van zelfstandige huishoudens met kinderen (eenoudergezin, pa rtners met kinderen) behorend tot de 20% laagste inkomensgroep, zonder werk en met een lage opleiding (hoogst voltooide opleiding: basisschool, praktijkschool, mbo1,vmbo basis/kader of mbo2).” Volgens deze benadering wonen er in Zeeland ongeveer 1.500 kwetsbare gezinnen, waarvan ongeveer 10 in Hulst. Indicaties WLZ In de voorgaande paragraaf is gefocust op die zorgdoelgroepen die zelfstandig wonen. Het zijn deze groepen waarvoor de gemeente primaire verantwoordelijkheid heeft, onder meer via de Wmo. Bij een ander deel van de zorgdoelgroepen wordt de zorg (en vaak ook het verblijf ) gefinancierd via de WLZ. Deze groepen wonen relatief vaak intramuraal. Een indicatie van de omvang van deze groepen kan worden herleid uit de afgegeven indicaties, zoals geregistreerd door het CIZ. In figuur 5 is te zien dat er 290 indicaties zijn afgegeven voor verpleging en verzorging. Als aandeel van de totale bevolking gaat het om iets meer dan 1%.

Dat is zeker gegeven de vergrijzing in Hulst een laag aandeel, hetgeen betekent dat er gemeente Hulst relatief veel ouderen erin slagen zelfstandig te blijven wonen. D aarbij spelen verschillende zaken een rol. De woningvoorraad is vaak fysiek geschikt, de bevolking is relatief welvarend (zelfredzaam) en er is veel sociale cohesie (samenredzaamheid). Daarnaast dragen ook de algemene voorzieningen en de ondersteuning vanuit de Wmo bij aan het langer zelfstandig wonen. Er zijn in Hulst 370 indicaties afgegeven voor verstandelijk gehandicapten. Dit is meer dan twee keer zo veel dan gemiddeld in de rest van de provincie en Nederland. Hulst vervult dus duidelijk een bovengemeentelijke opvangfunctie voor deze groep.

Pagina 8 van 36

figuur 5 Het aantal afgegeve n W LZ-i ndic aties per 1 -1- 2019 in H ulst e n het aandeel te n opzichte van het t ot aal aantal i nw oners i n Huls t, Zee uws -Vlaande ren, Zeel and e n Neder land

Hulst

VV VG LVG VIS AUD LG GGZ-B

abs. 290 370 5 0 0 25 0

perc. 1,05% 1,34% 0,02% 0,00% 0,00% 0,09% 0,00%

ZeeuwsVlaanderen perc. 1,21% 0,64% 0,00% 0,00% 0,00% 0,09% 0,00%

Zeeland

Nederland

perc. 1,16% 0,65% 0,01% 0,00% 0,00% 0,09% 0,02%

perc. 0,98% 0,64% 0,01% 0,01% 0,01% 0,09% 0,03%

Bron: CIZ

Dit laatste aantal is de afgelopen jaren licht afgenomen. Het aantal indicaties in de categorie VG is de afgelopen jaren constant. Deze aantallen worden op gemeentelijk niveau niet zozeer bepaald door de behoefte onder de bevolking van Hulst, maar door de capaciteit van de instellingen. Op landelijk niveau geldt – globaal gezien – het aandeel inwoners met een verstandelijke handicap ongeveer gelijk blijft. Door prenataal onderzoek worden er minder mensen met een verstandelijke handicap geboren, maar de levensverwachting van de verstandig gehandicapten neemt toe. Beide ontwikkelingen houden elkaar kwantitatief grotendeels in evenwicht. Overige bronnen

Jongeren en gezinnen In de Jeugdmonitor van het CBS wordt een bredere definitie gehanteerd van kwetsbare gezinnen dan in WoonZorgwijzer. Deze monitor laat zien dat er dat er in Hulst in 2018 ongeveer 170 kinderen zijn in bijstandsgezinnen, 824 jongeren in eenoudergezinnen en 300 kinderen met een kans op armoede. In 2018 waren er 49 kinderen betrokken bij een echtscheiding en ontvingen er 218 preventieve gezo ndheidszorg. Ongeveer 30 kinderen zaten op speciaal basisonderwijs en rond de 60 op speciaal voortgezet onderwijs.

Autisme Er is in Nederland geen onderzoek gedaan naar het aantal geregistreerde diagnoses autis mespectrumstoornis. In buitenlands onderzoek wordt de prevalentie van stoornissen in het autismespectrum gewoonlijk op 60 tot 100 per 10.000 mensen geschat (Bron: NJI). In deze onderzoeken zijn geen verschillen gevonden tussen etnische groepen of tussen groepen met een verschillende sociaaleconomische status. Om deze reden mag worden verondersteld dat de prevalentie in Nederland en ook Hulst niet veel afwijkt van deze internationale cijfers. Dit zou betekenen dat er in Hulst tussen de 165 en 175 inwoners een autismespectrumstoornis hebben.

Pagina 9 van 36

De gemeentelijke zorgdoelgroepen De gemeente heeft bij aanvang van het onderzoek de wens uitgesproken dat het onderzoek moet leiden tot inzicht in de een zestal zorgdoelgroepen. In onderstaande opsomming worden de belangrijkste bevindingen per zorgdoelgroep samengev at. •

Inwoners met een handicap: waaronder lichamelijke beperking, verstandelijke beperking, zintuiglijke beperking, in alle leeftijden. Als aandeel van de bevolking komen deze groepen in vrijwel gelijke mate voor als elders in de provincie. Er zijn ongeveer 2.400 zelfstandig wonende inwoners met een somatische aandoening, 100 met een (matig of ernstige) verstandelijke beperking en 200 met een zintuiglijke beperking. Daarnaast vervult Hulst voor wat betreft het intramurale verblijf voor met name verstandelijk gehandicapten een bovengemeentelijke opvangfunctie. Er verblijven rond de 370 verstandelijk gehandicapten in intramurale setting.

•

Inwoners met een psychische kwetsbaarheid: waaronder autisme, niet aangeboren hersenletsel, dementie, in alle leeftijden. Op basis van buitenlands onderzoek mag worden verwacht er in Hulst tussen de 165 en 275 inwoners kampen met een autismespectrumstoornis (tussen 0,6 en 1% van de bevolking). Het aantal zelfstandig wonende personen met niet aangeboren hersenletsel ligt rond de 100 en het aantal dementeren (inclusief pre-diagnose, exclusief intramurale bevolking) rond de 400. In de verpleeghuizen wonen daarnaast 190 ouderen, die deels ook kampen met psychogeriatrische problemen.

•

Jeugdigen en ouders: met opgroei en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Het aantal zeer kwetsbare gezinnen is in Hulst beperkt. Maar ook in Hulst zijn er echtscheidingen en zeker als deze ontaarden in een vechtscheiding, kunnen de kinderen daaronder lijden. Ook in Hulst zijn er kinderen die speciaal onderwijs nodig hebben. En hoewel de groep kleiner is dan in de rest van het land, heeft een groep ouderen een laag IQ en behoort derhalve tot de groep LVB. Dat is niet per definitie een probleem, maar als er ingrijpende veranderingen optreden (zoals het verlies van een baan of een scheiding) kan het gezin ontwricht raken.

•

Kwetsbare ouderen: ouderen die in mobiliteit of psychische vermogens achteruitgaan. Rond de 2.400 zelfstandig wonende inwoners kampen met somatische problemen, vaak zijn deze ouderdom gerelateerd. Ongeveer 400 inwoners kampen met dementie (inclusief pre -diagnose, exclusief intramuraal). Dit aantal zal als gevolg van de vergrijzing de komende decennia sterk gaan toenemen. Hetzelfde geldt voor het aantal ouderen met ernstige beperkingen die leiden tot wlz-indicatie verpleging en verzorging. Op dit moment ligt dat aantal op 290.

•

Inwoners die vanwege persoonlijke of maatschappelijke omstandigheden of problemen tijdelijk niet functioneren of niet veilig thuis kunnen wonen. Het risico dat de inwoners van Hulst in de problemen komen is relatief gezien kleiner dan elders, omdat de groepen met LVB problematiek of psychiatrische problematiek kleiner zijn. Er blijft echter sprake van een wezenlijke risicogroep. Met preventief beleid kan voorkomen dat men in problemen raakt, maar dat lukt niet altijd. Op dit moment vallen er 23 cliënten in deze doelgroep.

•

Mensen met psychiatrische en/of verslavingsachtergrond of complexe psychosociale problemen en/of mensen met een zwervend bestaan voor zover deze vallen onder de doelgroep 'Beschermd wonen’ of Maatschappelijke Opvang. Er wonen in Hulst naar schatting 200 mensen met een

Pagina 10 van 36

psychiatrische problematiek. Deze groep woont zelfstandig, daarnaast wonen er 40 in een beschermde woonvorm en verblijven er circa 45 in een extramurale woonvorm. De resterende groep woont zelfstandig. De nadruk in dit onderzoek/ deze visie ligt vooral op het bepalen van de behoefte aan vormen van wonen met zorg en/of ondersteuning. Daarnaast moet er oog zijn voor de aanvullende behoeften van de zorgdoelgroepen. In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de beperkingen die mensen die zelfstandig wonen als gevolg van aandoeningen ervaren in het alledaagse leven. Vervolgens wordt nader ingezoomd op de woonzorgbehoefte van ouderen. In de afsluitende paragraaf wordt mede op basis van voorgaande iets gezegd over de huisvestingsbehoefte van de verschillende zorgdoelgroepen. Daarbij moet worden opgemerkt dat er alleen bij intramurale woonvormen een dire cte (een op een) koppeling bestaat tussen het zorgniveau en het verblijf. Als mensen extramuraal wonen zijn er veel verschillende vormen mogelijk, waardoor er zelden een directe link is te leggen tussen een zorgdoelgroep en één specifieke woonvorm. De meeste groepen kunnen in verschillende woningen prima wonen, zolang deze maar betaalbaar is en de ondersteuning op orde is. Beperkingen per levensdomein

Beperkingen naar aandoening Het aantal personen met een bepaalde aandoening wordt in de WoonZorgwijzer bepa ald met statistisch gevalideerde modellen. Aan vele professionals is vervolgens gevraagd in hoeverre een dergelijke aandoening leidt tot beperkingen in het alledaagse leven. Op basis van deze inschatting van professionals is bepaald hoeveel mensen er naar schatting beperkingen hebben op een bepaald levensdomein. 2 In figuur 6 staat per aandoening aangegeven hoeveel mensen met een beperking te maken hebben. Het hierbij van belang te beseffen dat het gaat om een oordeel van professionals. Zo kan iemand met psychiatrische problemen het zelf prima vinden om de hele dag op de bank te liggen, maar een professional kan vinden dat dat geen zinvolle dagbesteding is. In de figuur staat ook het totaal aantal inwoners dat beperkt is op een bepaald levensdomein weergegeven. De snelle rekenaar zal direct hebben gezien dat dit totaal lager is dan de optelsom van de in de betreffende rij weergegeven aantallen. Dat is een gevolg van overlap tussen de verschillende aandoeningen: iemand met dementie kan bijvoorbeeld oo k somatische problemen en/of een zintuiglijke aandoening hebben. De figuur kan ook worden benut voor vinden van mogelijkheden voor samenwerking tussen sectoren.

Zo zal een alarmcentrale – op gemeentelijk niveau – niet haalbaar zijn voor alleen de groep met psychiatrische problemen, maar mogelijk wel als deze ook andere groepen kan bedienen.

2

In eerste instantie is van deze raming alleen de face-validiteit getoetst, met positief resultaat. Later is het mogelijk geweest bestanden over het Wmo-gebruik te koppelen aan de data. Uit deze statistische validatie bleek de geografische spreiding van beperk ingen en gebruik vrijwel een op een overeen te komen.

Pagina 11 van 36

figuur 6

Het aant al inw oners van 19 j aar of ouder dat als gevolg van ee n be paalde aandoe-

matig of ernstig verstandelijk beperkt

somatische problematiek

zintuiglijke aandoeningen

angst- en stemmingsproblematiek

psychiatrische problematiek

niet-aangeboren hersenletsel

40 240 40 140 20 20 10 40 40 240 130 240 100 240 400

480 640 320 320 0 130 0 130 320 210 100 640 430 0 2.700

120 120 100 120 70 120 70 120 120 100 100 120 120 120 120

1.710 0 1.350 370 1.700 870 810 810 1.320 1.680 0 0 0 0 2.400

140 120 90 100 90 30 50 80 80 110 10 0 70 0 200

510 0 510 340 0 340 0 0 340 510 0 340 510 340 1.000

140 120 140 70 10 70 0 10 120 170 70 60 120 60 200

110 30 110 50 80 100 50 100 140 110 30 30 30 20 200

totaal

licht verstandelijk beperkt/laaggeletterden

dagbesteding administratie/ financiën contacten/sociaal netwerk medicijngebruik/medische verzorging mobiliteit buitenshuis algemene dagelijkse levensverrichtingen mobiliteit in huis veiligheid in huis het huishouden doen stemmingen/angsten probleemgedrag/verslaving cognitief functioneren regie alarmering totaal

dementie (extramuraal)

ni ng be per kt is op een be paal d leve ns dome in i n gemee nte H ulst i n 20 18

2.700 1.200 2.200 1.300 1.800 1.400 900 1.100 2.100 2.600 400 1.400 1.300 700

Bron: WoonZorgwijzer

Hulst in perspectief In figuur 7 staat aangegeven welk aandeel inwoners beperkt is op een bepaald levensdomein. Ongeveer 14% van de inwoners heeft problemen met vinden van een zinvolle dagbesteding. Overigens geldt dat slechts voor een deel van deze groep ‘formele dagbesteding’ een passend antwoord is. Het is vooral een indicatie voor het belang van bijvoorbeeld een actief verenigingsleven. Ook zijn er relatief veel inwoners die te maken hebben met stemmingen/angsten en/of problemen hebben met het aangaan van sociale contacten en het onderhouden van een sociaal netwerk. Meer dan 10% van de inwoners zijn beperkt bij hu ishoudelijke werkzaamheden. Vergeleken met het landelijk en provinciaal gemiddelde zijn er vooral veel inwoners die beperkt zijn op het vlak van mobiliteit (binnen en buitenshuis). Zeker in combinatie met de wetenschap dat de inwoners verspreid wonen over vele kernen, levert dat uitdagingen op het vlak van vervoer.

Pagina 12 van 36

figuur 7

Het aandeel i nw one rs van 19 j aar of ouder dat zel fstandig w oont en naar verw ac h-

ting be per kt is op ee n be paald le ve nsdomei n i n gemeente H ulst , Zeel and en Ne derl and in 2018

0%

2%

4%

6%

8%

10% 12% 14% 16% 18%

0%

2%

4%

6%

8%

10% 12% 14% 16% 18%

alarmering regie cognitief functioneren probleemgedrag/verslaving stemmingen/angsten het huishouden doen

veiligheid in huis mobiliteit in huis algemene dagelijkse levensverrichtingen mobiliteit buitenshuis medicijngebruik/medische verzorging contacten/sociaal netwerk administratie/ financiën

dagbesteding

Zeeland

Nederland

Hulst

Bron: WoonZorgwijzer

Spreiding over de kernclusters In elk kerncluster zijn er inwoners die in het dagelijks leven beperkt worden. In het cluster rondom Hulst is het aandeel inwoners met een beperking op een van de levensdomeinen over het algemeen het hoogst. In de clusters rondom Clinge en Sint Jansteen li gt en aandeel inwoners met een beperking bij het alle domeinen beneden het gemeentelijk gemiddelde. Ook in het cluster rondom Kloosterzande ligt het aandeel inwoners met een beperking vaak wat lager, maar is een wat groter aandeel beperkt op het vlak van a dministratie/ financiën en medicijngebruik/ medische verzorging. De komende jaren zal het aantal inwoners met beperkingen niet veel veranderen. Uitgaande van bestaande trends zal het aantal in Hulst wat gaan toenemen, terwijl het aantal inwoners met beperkingen in de andere kernclusters wat zal afnemen. De belangrijkste toename – gemeente breed – betreft de levensdomeinen ‘alarmering’ en ‘administratie en financiën’.

Pagina 13 van 36

figuur 8

Indicatie van het aant al zelfst andig w one nde i nw one r s va n 19 j aar of ouder dat be-

2. Hulst, Terhole

3. Clinge, Nieuw-Namen, Graauw

4. Kloosterzande, Lamswaarde, Walsoorden, Ossenisse

5. Vogelwaarde, Hengstdijk, Kuitaart

Gemeente Hulst

dagbesteding administratie/ financiën contacten/sociaal netwerk medicijngebruik/medische verzorging mobiliteit buitenshuis algemene dagelijkse levensverrichtingen mobiliteit in huis veiligheid in huis het huishouden doen stemmingen/angsten probleemgedrag/verslaving cognitief functioneren regie alarmering

1. Sint Jansteen, Heikant, Kapellebrug

perkt is op een be paal d leve ns dome in pe r ker nclus ter 3

460 190 370 210 310 220 150 180 340 430 60 210 210 100

1.110 490 920 560 740 580 370 450 870 1.110 170 590 540 340

370 130 300 170 260 200 130 150 280 370 60 160 170 120

420 210 330 210 280 220 150 180 340 390 60 240 210 100

350 190 270 170 220 170 110 140 280 300 50 190 170 60

2.700 1.200 2.200 1.300 1.800 1.400 900 1.100 2.100 2.600 400 1.400 1.300 700

Bron: WoonZorgwijzer

Ramingsmodel wonen met zorg (ouderen) Door de vergrijzing neemt de groep ouderen de komende decennia sterk toe en daarmee ook de groep ouderen met een zorgbehoefte. In dit onderzoek brengen we deze trend in beeld aan de hand van het ramingsmodel wonen met zorg van In.Fact.Research. In dit model worden twee niveaus onderscheiden: •

Zorg op afroep. Het gaat hier om ouderen met beperkingen die leiden tot een behoefte aan zorg op afroep. In het verleden woonde deze groep veelal in het verzorgingshuis, tegenwoordig kan deze zorg op vele (sommigen zeggen alle) locaties worden geleverd.

•

24-uurszorg. Het gaat hier om ouderen met beperkingen die leiden tot een behoefte aan 24-uurszorg. Het grootste deel van deze groep verblijft in een verpleeghuis, maar een in aantal toenemende groep ontvangt de zorg via een PBG, VPT of MPT in de eigen woning.

In figuur 9 staat de ontwikkeling van beide groepen in Hulst weergegeven. In figuur 10 is een uitsplitsing naar kerncluster weergegeven. In Hulst zijn beide groepen het grootst, mede

3

Door de afronding op 10-tallen komt de optelsom van de kernclusters niet altijd exact overeen met het gemeentelijke totaal.

Pagina 14 van 36

vanwege de centrumfunctie die de stad op het vlak van (intramurale) ouderenhuisvesting vervult. figuur 9

De ontwi kkeli ng van het aant al oudere n met bepe rki ngen die lei den t ot ee n be hoefte

aan 24 -uurs z org of zorg op afr oep

1.400 1.200

24-uurs zorg

1.000 zorg op afroep

800 600 400 200

2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040

0

Bron: Ramingsmodel wonen met zorg In.Fact.Research

figuur 10

Het aant al ou deren met be per ki ngen die le ide n tot ee n behoefte aan 24 - uurs z org

of z org op afr oe p per ker ncl uster

Gemeente Hulst 1. Sint Jansteen, Heikant, Kapellebrug 2. Hulst, Terhole 3. Clinge, Nieuw-Namen, Graauw 4. Kloosterzande, Lamswaarde, Walsoorden, Ossenisse 5. Vogelwaarde, Hengstdijk, Kuitaart

24-uurs zorg 2020 290 40 140 40 60 20

2030 380 70 180 40 60 30

2040 510 110 220 60 80 40

zorg op afroep 2020 2030 500 620 70 100 230 270 60 80 90 110 40 60

2040 730 130 300 100 140 70

Bron: Ramingsmodel wonen met zorg In.Fact.Research

Naar de toekomst toe vindt de relatief grootste toename van de behoefte aan 24-uurs zorg plaats in Sint Jansteen en omgeving. Daar neemt het aantal ouderen dat hier behoefte aan heeft de komende 10 jaar met 85% toe. In Hulst en omgeving en Clinge en omgeving ligt de toename tegen de 30%. In Vogelwaarde en omgeving op 35% en in Kloosterzande en omgeving op slechts 5%. De behoefte aan zorg op afroep neemt in Sint Jansteen en omgeving met 50% toe en in Vogelwaarde met bijna 40%. In het cluster rond Hulst is de toename 16% en in de andere kernclusters ligt de toename rond de 25%. Op deze toename zal uiteraard een beleidsmatig antwoord moeten geformuleerd. De behoefte ontstaat verspreid over de gemeente (zie ook figuur 25 en figuur 11), maar het is de vraag of op elke locatie ook het benodigde aanbod kan worden gecreëerd. Voor de behoefte aan 24-uurs zorg zal moeten worden afgewogen of men streeft naar een extra verpleeghuis,

Pagina 15 van 36

naar meer kleinschalige woonvormen, naar meer ambulante zorg of naar een mix van woonvormen. Overigens kan ook bij een strategie gericht op ambulante zorg een bepaalde mate van concentratie nodig zijn, puur vanwege de zorglogistiek. Dit geldt in mindere mate ook voor de categorie zorg op afroep. Vanwege de schaarste aan personeel, kan het lastig zijn/worden dit zorgniveau overal binnen de gemeente te garanderen. figuur 11 Het aant al oudere n met een be hoe fte aan 24- uurs z org als aandeel van het t otaal aant al i nwoners i n 2030 CBS m icrod ata, Micro-prognosem odel, Ram ingsmo del wonen met zorg behoefte 24-uurs zorg 2030 0 - 0,5% 0,5 - 1,0% 1,0 - 1,5% 1,5 - 2,0% 2,0 - 2,5% 2,5 - 3,0% > 3,0%

Behoefte aan woonzorgvormen

Algemeen Voor een deel wonen de mensen met beperkingen geconcentreerd in Hulst, maar velen wonen verspreid op de vele kernen die de gemeente telt. Dat maakt dat een breed netwerk aan zorg en ondersteuning nodig is om iedereen te bereiken. Er wonen veel mensen die b eperkingen ervaren op het vlak van het vinden van een zinvolle dagbesteding en het aangaan en onderhouden van sociale contacten. Dit tekent het belang van bijvoorbeeld een actief lokaal verenigingsleven. Daarnaast geldt dat mobiliteit een thema is dat aan belang wint. Er wonen

Pagina 16 van 36

in gemeente Hulst veel mensen die beperkingen ervaren op het vlak van mobiliteit, binnenshuis, maar vooral ook buitenshuis. Dit aantal neemt naar verwachting verder toe en het bijzonder vervoer zal aan belang winnen.

Woonzorgvormen Daar waar het gaat om de behoefte aan specifieke vormen van wonen met zorg voor de benoemde doelgroepen geldt het volgende: •

Inwoners met een handicap: waaronder lichamelijke beperking, verstandelijke beperking, zintuiglijke beperking, in alle leeftijden. De groep met inwoners met een somatische beperking is aanzienlijk, maar slechts 900 inwoners hebben daadwerkelijk problemen met de mobiliteit binnenshuis. Zij hebben behoefte aan gelijkvloerse woning, zodat trappen lopen wordt voorkomen. De 120 zelfstandig wonende inwoners met een matige of ernstige verstandelijke beperking hebben veelal behoefte aan een kleinschalige woonvoorziening. Deze kan vele namen hebben: van gezinsvervangend tehuis, sociowoning, wooncentrum, woonlocatie tot woonhuis. De ondersteuningsbehoefte kan per persoon verschillen, een deel kan 24 -uurs toezicht nodig hebben. In alle gevallen is veiligheid een belangrijk thema. Ongeveer 370 verstandelijk gehandicapten wonen in een van de instellingen in Hulst. De vraag of deze woonvormen kwalitatief nog aan de hedendaagse kwaliteitseisen voldoen, zal moeten worden beantwoord door de lokale partijen. Ook kan het zijn dan men plannen heeft een deel van de cliënten meer zelfstandig/kleinschalig te laten wonen. Uit een zintuiglijke beperking alleen volgen geen specifieke woningbehoeften. Deze groep kan in veel woningen prima wonen, wel geldt dat de inrichting (ook van de woonomgeving) voor deze groep van groot belang is.

•

Inwoners met een psychische kwetsbaarheid: waaronder autisme, n iet aangeboren hersenletsel, dementie, in alle leeftijden. Op basis van buitenlands onderzoek mag worden verwacht er in Hulst tussen de 165 en 275 inwoners kampen met een autismespectrumstoornis (tussen 0,6 en 1% van de bevolking). Alleen voor de zwaardere gevallen zijn in Nederland specifieke woonvormen (of zorginstellingen) beschikbaar. Daar waar het gaat om de jongeren onder deze groep, zijn er specifieke woonvormen denkbaar. De ouderen wonen veelal in een gewone sociale huurwoning. Voor de gehele groep is van belang dat de omgeving prikkelvrij is. Het aantal personen met niet aangeboren hersenletsel ligt rond de 100 . Het gaat om zeer diverse groep, want het letsel kan zowel lichamelijk als geestelijk zijn. Specifieke woonvormen kunnen voor specifieke gevallen nodig zijn. Het aantal dementeren (inclusief pre-diagnose, exclusief intramurale bevolking) ligt rond de 400. Dit aantal zal de komende jaren sterk gaan toenemen. Als men in een geschikte woning woont, kan men daar veelal blijven wonen. Als dat niet het geval is, staat men voor een ingewikkelde afweging: een verhuizing kan het proces van dementeren versnellen, niet verhuizen kan leiden tot onveilige situaties.

•

Jeugdigen en ouders: met opgroei en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornisse n.

Pagina 17 van 36

Voor jongeren die om wat voor reden dan ook niet meer in het ouderlijk huis kunnen blijven wonen, is jeugdzorg met verblijf benodigd. Anders bestaat het geval dat men op straat en/of in de criminaliteit belandt. Vormen van jeugdzorg met verblijf zijn pl eeggezinnen, gezinsgerichte opvang en gesloten jeugdzorg. Ook is tijdelijk verblijf (bijvoorbeeld alleen in het weekend) in logeerhuizen is mogelijk. Gegeven de kleine aantallen waar het in Hulst om gaat, ligt een kleinschalige woonvorm voor de hand. •

Kwetsbare ouderen: ouderen die in mobiliteit of psychische vermogens achteruitgaan. Het aantal ouderen met een behoefte aan 24-uurs zorg zal de komende jaren sterk gaan toenemen. Aan deze toename kan tegemoet worden gekomen door uitbreiding van de verpleeghuiscapaciteit, maar er zijn alternatieven denkbaar. Een strategische keuze is op dit vlak benodigd. Ook het aantal ouderen met een lichtere zorgbehoefte gaat sterk toenemen. De meeste van deze ouderen zullen in de huidige woning willen en kunnen blijven wonen. Een deel zal behoefte hebben aan geclusterde woonvormen. Voor de groep met zwaardere beperkingen is de clustering een noodzaak, anderen vinden het prettig samen met ‘lotgenoten’ te wonen in een veilige omgeving.

•

Inwoners die vanwege persoonlijke of maatschappelijke omstandigheden of problemen tijdelijk niet functioneren of niet veilig thuis kunnen wonen. De maatschappelijk opvang blijft een essentiële rol vervullen. De benodigde omvang wordt – naar de toekomst toe - vooral ook bepaald door het succes van het preventieve beleid. Er is een groep die niet zozeer een ondersteuningsbehoefte heeft, maar wel behoefte aan een plek om tijdelijk even bij te komen (bijvoorbeeld na een scheiding). Voor deze groep zijn vormen van flexwonen denkbaar.

•

Mensen met psychiatrische en/of verslavingsachtergrond of complexe psychosociale problemen en/of mensen met een zwervend bestaan voor zover deze vallen onder de doelgroep 'Beschermd wonen’ of Maatschappelijke Opvang. Voor de zorgdoelgroep met een psychiatrische problematiek geldt dat ze vaak in gewone woningen kunnen wonen. Vanuit het streven naar een inclusieve samenleving is dit ook wenselijk. Men stelt wel specifieke eisen. Deze zijn deels individueel bepaald, maar de gemene deler is: betaalbaar, overzichtelijke plattegrond, niet te groot en in een prikkelvrije omgeving. Voor de mensen met zwaardere beperkingen is daarnaast de ligging nabij een zorg/inlooppunt van belang. Ook voor de groep die uitstroomt uit de maatschappelijke opvang geldt dat betaalbaarheid een essentieel punt is. Voor het overige verschillen de wensen per persoon tot persoon. Met uitzondering van problemen gerelateerd aan huislijk geweld, wil men vaak terug naar waar men woonde en waar men sociale contacten heeft.

Huidig aanbod en fricties Veel zorgdoelgroepen kunnen in verschillende woningen/woonvormen prima wonen, zolang aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Alleen bij de groep met de zwaarste aandoeningen geldt dat er vaak maar één oplossing is: verblijf in een instelling. Voor de instelli ngen in Hulst die verblijf bieden aan personen met een verstandelijke beperking of psychiatrische

Pagina 18 van 36

problematiek geldt dat zij een regionale functie hebben. De capaciteit van de instellingen zal ook in de toekomst vrijwel per definitie voldoende zijn om de l okale (gemeentelijke) behoefte op te vangen. Of er ook op regionaal niveau voldoende aanbod is, is een vraagstuk dat op regionaal niveau moet worden aangevlogen. In paragraaf 3.5 gaan we hier verder op in. De gegevens over het bestaande aanbod zijn geïnve ntariseerd onder lokale partners. Tekorten blijken enerzijds uit een puur cijfermatige vergelijking van de aantallen, maar belangrijker op dit vlak zijn de afgenomen interviews. Bij de inventarisatie van het aanbod is uiteraard gefocust op het wonen ofwel permanent verblijf. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen intramuraal en extramuraal wonen. Naast het wonen is een beeld verkregen van het aanbod aan (a) nachtopvang/ logeervoorzieningen voor dak- en thuislozen en (b) dagbesteding. Voor de voorzieningen i nzake dagbesteding geldt dat de plekken op verschillende momenten door verschillende personen (uit verschillende doelgroepen) kunnen worden benut. •

Inwoners met een handicap: waaronder lichamelijke beperking, verstandelijke beperking, zintuiglijke beperking, in alle leeftijden.

In totaal zijn er voor deze groepen 501 plaatsen in intramurale voorzieningen voor deze brede doelgroep en zijn er 15 extramurale woonvormen, waar naar schatting 120 inwoners met een handicap zelfstandig wonen. Daarnaast zijn 98 plaatsen in tijdelijk verblijf, waaronder dagbesteding en dagbehandeling. Daar waar het gaat om de huisvesting voor mensen met een verstandelijke bep erking geldt dat er in Hulst sprake is van overaanbod ten opzichte van de lokale behoefte. De gemeente vervult op dit vlak een bovengemeentelijke opvangfunctie. Er wonen ongeveer 120 personen zelfstandig in kleinschalige woonvoorzieningen en 370 intramura al. Bij de extramurale woonvormen voor mensen met somatische problemen (lichamelijke beperking), gaat het in de inventarisatie alleen om dat aanbod dat in beeld is bij de aanbieders. Er wonen meer mensen extramuraal. Voor deze groep met somatische beperkingen en mobiliteitsproblemen is het van belang dat er voldoende gelijkvloerse woningen zijn. Er zijn in Hulst ongeveer 900 zelfstandig wonende personen die problemen hebben met de mobiliteit binnenhuis. Daar staan ruim 1.200 geschikte woningen tegenover en daarnaast zijn er nog eens ruim 11.500 aanpasbaar (geschikt te maken). Kijkend naar puur de fysieke kenmerken inzake de toe - en doorgankelijkheid van de woningen, is er dus zeker geen sprake van tekorten.

figuur 12 De geschi kt hei d van de w oning voorr aad i n Hulst te n opzic hte van het regi onaal e n lande lij k gemi ddel de

Sluis Terneuzen Hulst ZV Nederland

ongeschikt 7% 7% 6% 7% 18%

aanpasbaar 81% 76% 85% 80% 61%

geschikt 12% 17% 9% 13% 21%

totaal 100% 100% 100% 100% 100%

Pagina 19 van 36

Los daarvan, is het niet zo dat iedereen die met mobiliteitsproblemen te maken krijgt direct ‘passend’ woont. De woning moet mogelijk nog aangepast worden, maar men k an ook besluiten te (willen) verhuizen. Deze verhuiswens is geen noodzaak die voortkomt uit de ongeschiktheid van de huidige woning. Andere elementen spelen vaak een belangrijke rol, zoals: kleiner willen wonen, nabij voorzieningen willen wonen, met andere buren te willen wonen, meer veiligheid/geborgenheid etc. •

Inwoners met een psychische kwetsbaarheid: waaronder autisme, niet aangeboren hersenletsel, dementie, in alle leeftijden.

Deze groep kan in veel gevallen zelfstandig wonen, maar heeft daarbij soms wel wat hulp nodig. Ook kan men moeite hebben met het vinden van een zinvolle dagbesteding. In bepaalde gevallen is daarbij formele dagbesteding een oplossing. Er zijn in Hulst 14 plekken beschikbaar voor dagbesteding aan de doelgroep met autisme en niet aangeboren hersenletsel en lokaal betrokkenen geven aan dat er geen wachtlijsten zijn. Er zit enige overlap tussen deze groep en de groep inwoners met een psychiatrische en/of verslavingsachtergrond. De behoefte aan woonzorgvormen wordt verderop nader omschreven. Voor de groep dementerenden geldt dat er de komende jaren sprake is van een sterke toename. De toenemende behoefte aan woonzorgvormen die hieruit voortkomt staat nader omschreven onder de doelgroep kwetsbare ouderen. •

Jeugdigen en ouders: met opgroei en opvoedingsproblemen, psychische pr oblemen en stoornissen.

De Jeugdhulp telt 40 intramurale plekken. Het gaat hier primair om Jeugdhulp met verblijf. Daarnaast zijn er 25 extramurale plekken, in een geclusterde of losstaande setting. Op basis van de interviews kan worden gesteld dat het aanbod voor permanent verblijf voor jeugd met problemen voldoende is. Probleem is vooral het vinden van geschikt aanbod op het moment dat men ouder wordt en zelfstandig gaat wonen. Het gaat dan niet alleen om het (tijdig) vinden van een geschikte woning, maar ook om het organiseren van de juiste begeleiding bij (de stap naar ) zelfstandig wonen. •

Kwetsbare ouderen: ouderen die in mobiliteit of psychische vermogens achteruitgaan.

In totaal zijn er 167 eenheden in verpleeghuizen voor deze doelgroep. Daarnaast z ijn er 105 extramurale woonvormen, specifiek voor deze groep. Sinds 2013/2014 is in het landelijk beleid de toegang tot de verzorgings- en verpleeghuizen onder de noemen ‘extramuralisering’ beperkt. Zorgzwaartepakketten 1 t/m 3 is de toegang tot verpleeghuiszorg ontzegd. Zoals altijd volgende het landelijk beleid een ontwikkeling die in de praktijk al lang gaande was. Dit zeker in Hulst, waar de gemeente via de pilot “Ruimte voor resultaat” al langer (met succes) op zoek was naar alternatieven voor het traditionele verzorgingshuis. In de praktijk raakte het landelijk beleid daardoor weinig personen, de meeste ouderen met dit soort lichte beperkingen verhuisde in de praktijk al niet meer naar verpleeg - of verzorgingshuis. Ze bleven vaak al zelfstandig wonen. Een deel van de groep die voorheen ZZP3

Pagina 20 van 36

kreeg vormde hierop een uitzondering. Deze groep kan wel (meer) zelfstandig wonen, maar daar zijn wel grenzen aan. Over het algemeen wordt gesteld dat een geclusterde woonvorm voor deze groep vaak noodzakelijk is. De clustering biedt de benodigde geborgenheid en veiligheid en daarnaast creëert de clustering draagvlak voor gezamenlijke voorzieningen. De omvang van de groep ouderen bedraagt in Hulst niet veel meer dan een tiental ouderen. De totale behoefte aan geclusterde woonvormen/ tussenvormen is groter en lokale partijen geven dan ook aan dat er op dit punt tekorten zijn. De behoefte aan dit soort vormen is veelkleurig: 1.

Er is een groep voor wie de geclusterde woonvorm een noodzaak is. Deze groep bestaat uit: a.

Een deel van de groep die voorheen een ZZP3 kreeg;

b.

Een deel van de groep die verpleeghuiszorg in een zelfstandige woonvorm (via een VPT, MPT of PGB) wil ontvangen.

2.

Daarnaast is er een groep die simpelweg de wens heeft om naar een dergelijke woning te verhuizen: a.

Op dit moment gaat het om een kwaliteitsvraag is, maar:

b.

Op de langere termijn zal een deel van deze groep met (ernstige) beperkingen te maken krijgen (gaat tot groep 1 behoren) en op dat moment is een verhuizing niet langer nodig.

In de uitwerking zal het zoeken zijn naar de juiste balans tussen beide groepen. Vanuit het oogpunt voor draagvlak voor bepaalde zorg en ondersteuning, zal minimaal een deel de inwoners tot de eerste categorie moeten behoren. Mocht het zo zijn dat de capaciteit in de verpleeghuizen niet toeneemt met de behoefte, dan zal groep 1 sterk in omvang gaan groeien (met 90 tot 2030 en 220 in de periode tot 2040). Van belang is te beseffen dat voor geclusterde woningen niet altijd nieuwbouw noodzakelijk is. Ook in de bestaande voorraad kunnen ouderen geclusterd wonen en kan door het in de straat of het complex opofferen van één woning een gezamenlijke ruimte/zorgpost worden gecreëerd. •

Inwoners die vanwege persoonlijke of maatschappelijke omstandigheden of problemen tijdelijk niet functioneren of niet veilig thuis kunnen wonen.

Voor deze doelgroep zijn er 2 intramurale en 9 extramurale plekken beschikbaar. Tijdens de interviews zijn er geen signalen naar voren gekomen over tekorten aan plekken in de maatschappelijke opvang of vrouwenopvang. Wel geldt net als bij de jeugd, dat de stap naar (volledig) zelfstandig wonen niet altijd gemakkelijk gaat. Enerzijds gaat het hier om de tijdige beschikbaarheid van passend aanbod, anderzijds om het organiseren van de juiste begeleiding. •

Mensen met psychiatrische en/of verslavingsachtergrond of complexe psychosociale problemen en/of mensen met een zwervend bestaan voor zover deze vallen onder de doel groep 'Beschermd wonen’ of Maatschappelijke Opvang.

Pagina 21 van 36

Er zijn in totaal 40 plekken intramuraal voor deze doelgroep. Het gaat hierbij primair om voorzieningen die vallen onder het beschermd wonen. Daarnaast zijn er nog 4 logeerplekken beschikbaar voor mensen die vallen onder deze doelgroep. Er is een beleefd tekort aan beschutte woonvormen (woonvormen tussen intramuraal en zelfstandig wonen in) voor met mensen psychiatrische problematiek.

Met de 40 plekken in beschermd wonen, vervult Hulst net als bij de VG een bovengemeentelijke opvangfunctie. Hoe groot deze bovengemeentelijke opvangfunctie exact is, is lastig te bepalen. Uit de WoonZorgwijzer is bekend hoeveel groepen met psychiatrische problemen zelfstandig wonen. In Hulst zijn dit er 200, in Sluis 100 en in Terneuzen 400. Een gelijke verdeling zou kunnen worden toegepast op de behoefte aan (intramurale) beschermde woonvormen. Dan zou in Hulst een kleine 30% van het regionale aanbod aan beschermde woonvormen moeten staan. In de praktijk zien we dat het percentage BW-cliënten met een intramurale zorgvraag op de 1.000 inwoners in Hulst op circa 2,75 ligt, terwijl dit in Terneuzen en Sluis op respectievelijk 2 en 0,6 ligt (Bron. cijfers centrumgemeente Vlissingen 2019). Opgemerkt moet worden dat de regionale functie mogelijk groter is, omdat in de mensen met psychiatrische aandoeningen vaak wonen in de nabijheid van voorzieningen. De aanwezigheid van intramuraal aanbod zorgt er in andere woorden voor dat er meer mensen met aandoeningen in de omgeving wonen. Hi er is sprake van een kip-ei problematiek die nooit helemaal te ontrafelen is.

Voor wat betreft het zelfstandig (gaan) wonen van mensen met een psychiatrische problematiek, wordt door lokale partijen gewezen op twee tekorten: (a) er zijn te weinig beschutte woonvormen beschikbaar en (b) te weinig woningen beschikbaar in prikkelvrije omgeving.

Concluderend Er zijn in Hulst anno 2020 geen grote kwantitatieve opgaven waar het gaat om wonen met zorg. De belangrijkste opgaven die er zijn, zijn meer van kwalitatie ve aard: •

Er is een tekort aan geclusterde woningen voor ouderen, die het gat tussen volledig zelfstandig wonen en een verpleeghuis moeten opvullen. De clustering is om twee redenen gewenst (a) er ontstaat draagvlak voor ondersteunende voorzieningen en (b) de clustering levert het gevoel van geborgenheid en veiligheid. Op dit moment geldt dat voor slechts een deel van de ouderen die een dergelijk woonzorgproduct wensen de clustering een echte noodzaak is. In de toekomst zal de groep voor wie een dergelijke w oonvorm een noodzaak is, sterk gaan toenemen. Uitbreiding is mogelijk met nieuwbouw, maar in de bestaande woningvoorraad liggen mogelijkheden.

•

Het blijkt lastig om voor mensen die terugkeren in de maatschappij tijdig een passend arrangement aan te bieden. Soms wordt daarbij gewezen op een tekort aan passende sociale huurwoningen, maar corporaties geven aan dat daar niet het (grootste) probleem ligt. Zij wijzen erop dat de stap naar volledig zelfstandig wonen vaak te groot is. Zeker in de beginperiode heeft men ondersteuning nodig en op dat vlak is het in het verleden een paar keer mis gegaan. Beide onderdelen – de fysieke woning én de ondersteuning –

Pagina 22 van 36

zijn essentieel voor deze groepen. Het lijkt vooral zaak dat de banden tussen de verschillende partijen worden aangehaald, zodat gezamenlijk het juiste arrangement kan worden samengesteld. Dat zal in veel gevallen maatwerk vragen.

Uitstroom naar corporatiebezit Om deze uitstroom beter te kunnen organiseren is het van belang inzicht te hebben in de samenstelling van het bezit van de corporaties. In figuur 13 staat de omvang van samenstelling van dit bezit weergegeven. Het totale corporatiebezit bestaat voor bij driekwart uit grondgebonden woningen. Slechts 27% betreft appartementen. Bijna 80% van de corporatiewoningen heeft een huurprijs beneden de eer ste aftoppingsgrens. Niet meer dan 10% heeft echter een huurprijs beneden de kwaliteitskortingsgrens en op dat segment zijn bepaalde doelgroepen – bijvoorbeeld jongeren – vaak aangewezen. De corporaties hebben aangegeven dat het voor de meeste cliënten die ‘uitstromen’ mogelijk is een geschikte woning aan te bieden, mits de begeleiding ook op orde is. De komende periode is het zaak gezamenlijk te bekijken of dit ook het geval blijkt. Mogelijk gaat het beperkte aanbod aan kleinere goedkope woningen op termijn knellen. Als dat zo is, kan het zijn dat toevoeging van een beperkt aantal goedkope appartementen wenselijk blijken. In figuur 14 is te zien dat er met name in Hulst, Sint-Jansteen en Kloosterzande concentraties zijn van corporatiehuurwoningen. Ook is te zien dat de corporaties in vrijwel alle kernen bezit hebben.

Daardoor is spreiding van de doelgroepen mogelijk en kan het – als het aanbod aansluit op de specifieke wensen – mogelijk zijn doelgroepen in de vertrouwde omgeving te laten terugkeren. figuur 13 De same nstell ing van het cor por atiebezit naar huurpr ijskl asse 4

Woongoed ZeeuwsVlaanderen Woningstichting Hulst

Totaal

Totaal

4

grondgebonden appartement totaal grondgebonden appartement totaal grondgebonden appartement totaal grondgebonden appartement totaal

tot 432,51 150 30 185 15 15 25 165 45 210 7% 2% 9%

432,51 619,01 665 120 785 540 375 920 1.210 495 1.705 49% 20% 70%

619,01 663,40 95 0 95 185 65 245 280 65 340 11% 3% 14%

664,40 - > 737,14 737,14 5 0 0 0 5 0 100 25 35 25 135 50 105 25 35 25 140 50 4% 1% 1% 1% 6% 2%

totaal 920 150 1.070 865 510 1.375 1.785 660 2.445 73% 27% 100%

Door de afronding op 5-tallen komen de totalen niet altijd exact overeen met de optelsom van de waarden.

Pagina 23 van 36

Mogelijkheden in de kernclusters Bij het kiezen van locaties voor nieuwe woonvormen zijn verschillende elementen van belang. Veelal is het streven waar mogelijk tegemoet te komen aan de wens om in bestaande kern of buurt te blijven wonen. Dat is ook de reden waarom in hoofdstuk 2 en 3 de aantallen (zoveel mogelijk) naar kerncluster zijn weergegeven. Er moet dus voor de verschillende woonzorgvormen immers wel voldoende draagvlak zijn. Naast het draagvlak is het van belang dat de woonomgeving ook geschikt is. Het gaat daarbij om het voorzieningenniveau, maar bij een aantal zorgdoelgroepen is het vooral ook van belang dat de omgeving prikkelvrij is. figuur 14 Het aandeel w oninge n in het bezit van de twee w oni ngcorpor aties

CBS microdata, Leefbaarometer, WoonZorgwijzer aandeel corporatiehuur (2018) < 10% 10 - 45% 46 - 60% 61 - 80% meer dan 80%

Voorzieningenniveau Voorzieningen zijn er in vele soorten en maten. Bepaalde zorgdoelgroepen hebben maatwerkvoorzieningen nodig, maar voor vrijwel iedereen met een beperking zijn volgens velen de volgende voorzieningen van belang: een supermarkt, een huisarts en een apotheek. Deze

Pagina 24 van 36

drie voorzieningen worden ook wel aangeduid als de ‘ triple a’ (arts, apotheek en Albert Heijn/ Aldi). Er zijn in Hulst maar weinig gebieden waar deze alle drie binnen een loopafstand van 500 meter bereikbaar zijn. Zelfs in de stad Hulst is het geval (zie ook figuur 15), al is er in veel gevallen wel een van de drie aanwezig. In Kloosterzande (zie ook figuur 16) is er wel een gebied waar alle drie de voorzieningen op loopafstand bereikbaar zijn. In veel landelijke kernen ontbreken deze voorzieningen, ook vanwege het ontbrekende draagvlak. Dat maakt dat vervoer een belangrijk thema is, om de bereikbaarheid van essentiële voorzieningen te borgen. figuur 15 De aanwezighei d van de ‘tri ple A’ voorzie ni ngen bi nnen 500 meter l oopafst and i n Hulst en omgevi ng

Bron: Huisartsen-overzicht.nl, Ministerie van VWS, websites supermarkten, Kadaster, OpenStreetMap, bewerking Object Vision en In.Fact.Research

Pagina 25 van 36

figuur 16 De aanwezighei d van de ‘tri ple a’ voorzieninge n b inne n 500 meter l oopafst and i n Kloosterz ande e n omge vi ng

Bron: Huisartsen-overzicht.nl, Ministerie van VWS, websites supermarkten, Kadaster, OpenStreetMap, bewerking Object Vision en In.Fact.Research

figuur 17 De l oopafst and tot ov-haltes i n H ulst e n omgevi ng

Bron: Open OV, Kadaster, OpenStreetMap, bewerking Object Vision en In.Fact.Research

Pagina 26 van 36

figuur 18 De l oopafst and tot ov-haltes i n K loosterz ande en omgevi ng

Bron: Open OV, Kadaster, OpenStreetMap, bewerking Object Vision en In.Fact.Research

Bereikbaarheid Er lopen door Hulst flink wat buslijnen en er zijn ook flink wat haltes. In figuur 17 en figuur 18 staan de loopstanden tot deze haltes aangegeven. Ondanks de hoeveelheid haltes zijn er flink wat inwoners die meer dan 500 meter moeten lopen alvorens bij een halte aan te komen. En dan moet er ook nog maar net een bus in de juiste richting vertrekken. Maatwerk in het openbaar vervoer lijkt dan ook cruciaal.

Prikkelvrij Voor zorgdoelgroepen als autisten en mensen met een psychiatrische problematiek is van belang dat men in een prikkelvrije omgeving woont. Dat betekent in de praktijk vaak een omgeving met zo min mogelijk overlast. In Hulst ligt het niveau van de overlast over het algemeen laag en is de leefbaarheid hoog. Als in de landelijke Leefbaarometer (zie www.leefbaarometer.nl) naar Hulst wordt gekeken kleurt vrijwel de gehele gemeente groen.

Pagina 27 van 36

figuur 19 De score op de dimens ie ‘ overl ast en ve ilig hei d’ t. o. v. het regi onaal gemi dde lde van Zeeuws-V laande ren

CBS m icrod ata, Leefbaarometer, WoonZorgwijzer overlast en veiligheid (2018) zeer veel slechter dan gemiddeld veel slechter dan gemiddeld slechter dan gemiddeld iets slechter dan gemiddeld gemiddelde in Zeeuws-Vlaanderen iets beter dan gemiddeld beter dan gemiddeld veel beter dan gemiddeld zeer veel beter dan gemiddeld

Toch geven de lokale partijen aan dat er tekorten zijn aan woningen in een prikkelvrije omgeving. Er zijn dan ook lokale verschillen die maken dat de ene woonomgeving meer geschikt is dan de andere. Om deze in beeld te krijgen zijn in figuur 19 de scores op de dimensie ‘overlast en veiligheid’ afgezet tegen het regionaal gemiddelde in Zeeuws -Vlaanderen. Met name in de stad Hulst en Clinge zijn er gebieden waar het niveau van overlast relatief hoog is. In en nabij deze gebieden is het zaak voorzichtig te zijn met plannen van nieuwe woonzorgvormen voor zorgdoelgroepen die een prikkelvrije omgeving wensen.

Concluderend Bereikbaarheid van voorzieningen is in een gemeente als Hulst een belangrijk thema. Er zijn maar heel weinig locaties van waaruit (alle) primaire voorzieningen op loopafstand liggen. Er is een vrij fijnmazig netwerk aan bushaltes, maar het is maar de vraag of daarmee alle voorzieningen voor de inwoners voldoende bereikbaar worden. Meer maatwerk in het vervoer is vermoedelijk een vereiste.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9890494/1