CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

2024 BIJLAGEN Notite beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Buitengebied 2023

Commissie Ruimte 3 september 2024, gemeente HulstBij agendapunt: Vaststellen Herziening bestemmingsplan Buitengebied Hulst24.202 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

24

Projectgerelateerd

4.3

Landschap en cultuurhistorie

4.3.1

Ontstaansgeschiedenis landschap

De globale ontwikkeling van het landschap ter hoogte van Kruispolder kan goed worden beschreven aan de hand van paleogeografische kaarten van de provincie Zeeland, de geologische informatie van DINOloket en het pleistocene hoogtemodel uit Archis (zie Figuur 4-6) [IDDS, 2018]. Hieruit blijkt dat de pleistocene ondergrond zich over het algemeen tussen -6 en -5m NAP bevindt. Er is sprake van diverse dalen waar het pleistoceen zand dieper ligt, tot een maximale diepte van -15m NAP. Het pleistocene landschap bestaat uit dekzand, afgezet door de wind aan het einde van de laatste ijstijd (ongeveer 12.000 tot 10.000 jaar geleden).

Figuur 4-7. De top van het pleistocene oppervlak (van tot) in meters ten opzichte van NAP. Het plangebied is rood omlijnd [IDDS Archeologie, 2018].

Uit de paleogeografische reconstructies blijkt dat het dekzandlandschap in het plangebied aan het maaiveld bleef tot ongeveer 5000 voor Chr. Sinds het einde van de ijstijd was de zeespiegel sterk gestegen en “verdronk” het dekzandlandschap ten noorden van het plangebied langzaam onder afzettingen van de Noordzee. Door de zeespiegelstijging steeg ook het grondwater, waardoor rond 5000 voor Chr. ten noorden van het plangebied een veenpakket ontstond op het zand (Basisveen, Formatie van Nieuwkoop). In het plangebied is het Basisveen waarschijnlijk niet gevormd of geërodeerd. Door de verdergaande zeespiegelstijging kwam het plangebied na ongeveer 4500 voor Chr. op de rand van een getijdengebied te liggen. De sedimenten die in dit milieu werden afgezet, worden gerekend tot het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk), en bestonden uit klei en zand. In het westen van het plangebied kan ook zand voorkomen, aangezien de geulen van het getijdengebied tot in dit deel van het plangebied reikten [IDDS, 2018]. Vanaf ongeveer 4000 voor Chr. nam de stijging van de zeespiegelstand sterk af. Vanuit de Noordzee en de grote rivieren werden grote hoeveelheden zand aangevoerd, waardoor de getijdengeulen geleidelijk verzandden en achter strandwallen grootschalige veenvorming plaats vond (Hollandveen Laagpakket, Formatie van Nieuwkoop).

In het plangebied trad de veenvorming volgens de paleo-geografische reconstructies op vanaf ongeveer 3100 voor Chr. Vanaf ongeveer 300 na Chr. nam de invloed van de zee weer sterk toe. Dit werd veroorzaakt door de nog steeds voortdurende zeespiegelstijging, maar vooral ook door de ontwatering (mede door de mens) en daardoor inklinking van het veen. Het plangebied kwam wederom in een kweldergebied te liggen, in een 29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

25

Projectgerelateerd

gebied met inbraken en erosie (zie Figuur 4-7). De afzettingen uit dit kweldergebied behoren tot het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk). De meeste van de kreken verlandden deels al rond 750 na Chr. en rond 1250 na Chr. werd het land, waarbinnen ook het plangebied ligt, bedijkt om nieuwe overstromingen te voorkomen (zie Figuur 4-8). Deze bedijking was echter niet volledig en perfect, waardoor regelmatig nog grote delen van het ingepolderde landschap overstroomden. Tussen 1508 en 1511 overstroomde de huidige Kruispolder en deze werd pas in 1612 weer bedijkt. Ook bij de Watersnoodramp in 1953 stond de Kruispolder onder water.

Figuur 4-8 (boven) en Figuur 4-9 (onder). Ontwikkeling van het landschap 800 en 1500 na Chr. [IDDS, 2018]

De polder heeft altijd een agrarische functie gehad en de hoeveelheid bebouwing is in de afgelopen eeuw weinig veranderd.

4.3.2

Landschappelijke en cultuurhistorische waarden

De provincie Zeeland heeft een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld (zie Figuur 4-10). Kreekrestanten, dijkbeplanting en de dijken grenzend aan de Westerschelde zijn hierop aangewezen als

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

26

Projectgerelateerd

structuren met cultuurhistorische waarden. Ook de restanten van een coupure ter hoogte van de Kruispolderhaven en het Schor van Baalhoek zijn hierin opgenomen. Onderstaand wordt nader ingegaan op de aanwezige waarden.

Schor van Baalhoek Restant coupure

Kreekrestanten

Dijkbeplanting

Figuur 4-10. Cultuurhistorische waarden (Bron: Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Zeeland).

Kreekrestanten Kreken vormen restanten van vroegere waterlopen tussen polders of van dijkdoorbraken (door stormvloeden of militaire inundaties). Ze zijn typerend voor het ontstaan en de vorming van ZeeuwsVlaanderen. De kreken zijn restanten van de geulen die door de Schorre van Hontenesse liepen, nadat de oude Polder van Hontenesse in 1508/1511 was overstroomd. Bij de bedijking van de Kruispolder in 1612 werd een groot aantal van deze geulen bedijkt; in 1644, bij de bedijking van de Wilhelmuspolder volgde er nog een aantal. Op de oudste kaarten van topotijdreis.nl is te zien dat deze kreken vroeger een stuk breder waren (zie Figuur 4-11). Omstreeks 1910 zijn de kreken versmald, waardoor het nu niet meer dan sloten zijn. Dijk(beplanting) Ook de dijken zijn belangrijk en typerend voor het landschap. Waardevolle landschappelijke structuren in het gebied zijn de dijk grenzend aan de Westerschelde of grenzend aan de Kruispolder. Dijkbeplanting bevindt zich alleen op de binnendijken, de buitendijken werden nooit beplant. De bomen worden doorgaans gekapt met een cyclus van circa 20/30 jaar; na de kap vindt nieuwe aanplant plaats. De dijkbeplanting is van oudsher bedoeld als houtproductie; tegenwoordig spelen ook landschappelijke aspecten een rol. Typisch Zeeuwse soorten zijn iepen, essen, meidoorns en populieren.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

27

Projectgerelateerd

. Figuur 4-11. Topografische kaarten Kruispolder [topotijdreis.nl]

Restanten coupure Ter hoogte van de Kruispolderhaven (tussen de Kruispolder en de Kleine Molenpolder) bevinden zich nog de restanten van een coupure. Alleen de zuidelijke pilaster bestaat nog, waarin zich dubbele sponningen bevinden. De coupure werd afgesloten met een stalen deur, die nog aanwezig is. Overige waarden Ten slotte is het schor van Baalhoek landschappelijk waardevol. Schorren representeren een van de fasen in de vorming van grote delen van het Zeeuwse landschap (water - slik - schor - polder) en geven daarmee inzicht in de landschapsgeschiedenis. Ook de openheid van de Kruispolder is waardevol. Binnen het projectgebied komen verder geen cultuurhistorische Rijksmonumenten voor.

4.3.3

Effecten op landschappelijke en cultuurhistorische waarden

Onderstaand zijn de effecten op de waarden zoals beschreven in de vorige paragraaf nader toegelicht. Kreekrestanten Met het oog op een landbouwkundige structuurverbetering zal het krekenstelsel worden vervangen door een geometrisch stelsel van nieuwe watergangen. Hierdoor wordt een deel van de bestaande kreekrestanten gedempt. De kreken zijn cultuurhistorisch waardevolle structuren in het gebied en typerend voor het ontstaan en de vorming van Zeeuws-Vlaanderen. De kreken hebben in de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zeeland een waardering gekregen van ‘redelijk hoog’ en geen beschermde status gekregen. Ook worden deze waarden niet in het bestemmingsplan beschermd. In Figuur 4-12 is zichtbaar gemaakt welk deel van de kreekrestanten worden gedempt. Alleen de middelste kreek wordt in zijn geheel gedempt. De kreek die meer oostelijk aantakt op de Westerschelde wordt deels gedempt (het middelste deel blijft behouden, zoals ook zichtbaar is in Figuur 3-4), de meest westelijk gelegen kreek niet. Het gaat om lokale ingrepen. 29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

28

Projectgerelateerd

Zoals zichtbaar in Figuur 4-11 verkeren de kreekrestanten al ruim 100 jaar niet meer in oorspronkelijke staat. Ze zijn sterk versmald en ogen momenteel als sloten die deels begroeid zijn met riet. Dit is ook zichtbaar in de foto’s van Figuur 4-12. Daarmee zijn de kreken niet goed meer herkenbaar in het landschap. Alles overziend wordt de demping van de kreekrestanten ter verbetering van de waterhuishouding en landbouwkundige structuur acceptabel geacht.

x

x x

x x x

Figuur 4-12. Ligging kreekrestanten cultuurhistorische waardenkaart. Een rood kruis geeft weer welk deel gedempt wordt. De pijlen geven aan in welke richting de foto’s zijn genomen.

Dijkbeplanting De dijken en de dijkbeplanting grenzend aan de Westerschelde en de Kruispolder zijn waardevolle landschappelijke structuren in het gebied. Deze landschappelijke structuren worden door de voorgenomen activiteit niet aangetast, want er vindt geen verhoging of aanpassing plaats van de ligging van de dijk. Ook de dijkbeplanting zoals weergegeven in Figuur 4-10 wordt niet aangetast. Restanten coupure Er vinden geen ingrepen plaats ter hoogte van de restanten van de coupure. Effecten hierop zijn derhalve uitgesloten.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

29

Projectgerelateerd

Overige effecten Aangezien het pompgebouw aan de rand van de polder wordt gerealiseerd is ook de impact op de openheid van het gebied beperkt. Wel vindt een zeer beperkte ingreep plaats in het Schor van Baalhoek. Dit effect is echter grotendeels tijdelijk van aard en beperkt van omvang. Effecten meekoppelkansen Voor de realisatie van de dijkovergang voor fietsers bij Baalhoek en rondje Paal worden geen waarden verstoord. Door de realisatie van het laarzenpad langs de kreek wordt de landschappelijke beleving van de kreek versterkt.

4.4

Bodemkwaliteit

Volgens de bodemkwaliteitskaart [Bodemloket] zijn er geen saneringslocaties in het projectgebied. Er bevinden zich geen grondwaterbeschermingsgebieden en/of zoetwatervoorkomens in het projectgebied [Grondwaterbeheersplan Provincie Zeeland]. Op basis van milieu hygiënisch bodemonderzoek zijn er geen knelpunten geconstateerd. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Volgens de Bodemkwaliteitskaart Zeeland is de landbouwgrond binnen de Kruispolder voor het grootste deel van zowel de bovengrond (0 tot 50cm -mv) als de ondergrond (dieper dan 50cm -mv) geclassificeerd als “achtergrondwaarde”. De landbouwgrond is niet onderzocht, omdat de grond binnen de BKK kan worden vervoerd en verwerkt zolang maar geen vervuilde grond wordt verwerkt op percelen met achtergrondwaarde. Uitzonderingen hierop zijn voormalige boomgaarden, erven van woningen/boerderijen, sloten en wegbermen. Deze onderdelen worden indien noodzakelijk nadat de plannen exact bekend zijn nader onderzocht op de milieukwaliteit en Arboveiligheid. De boomgaardpercelen zijn een bijzonder categorie en zijn weergegeven op de boomgaardenkaart van de gemeente Hulst. De bovengrond die tijdens graafwerkzaamheden op deze percelen vrijkomt is meestal vervuild met bestrijdingsmiddelen.

Om die reden wordt deze bovengrond alleen verwerkt op een andere boomgaard zodat de vervuilingsgraad van deze percelen gelijk blijft en vervuiling zich niet kan verspreiden naar percelen met achtergrondwaarde. In het projectgebied zijn geen saneringslocaties bekend. Indien graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden dient rekening gehouden te worden met de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Hulst (Rb 2010/28, 20 juni 2010). Hierin is de algemene bodemkwaliteit vastgelegd en zijn met de bijbehorende Nota bodembeheer regels gesteld aan grondverzet. Als gevolg van eventuele benodigde saneringen treedt verbetering op van de bodemkwaliteit.

4.5

Oppervlakte- en grondwater

4.5.1

Bestaande situatie

De Kruispolder is het zuidelijke deel van peilgebied GJP903 in deelgebied Campen. In de huidige situatie stroomt het water via stuw Dreefken naar De Vogel en gemaal Campen. Tijdens het voeren van het zomerpeil is een te groot deel van het peilgebied te nat [Hydrologisch Onderzoek Campen 2016].

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

30

Projectgerelateerd

4.5.2

Effecten oppervlakte- en grondwater

Waterkwantiteit De aanleiding voor uitbereiding van gemaal Paal is het verbeteren van het waterbeheer in deelgebied Campen [Hydrologisch onderzoeksrapport Campen, 2016]. Door de uitbreiding van gemaal Paal ontstaat een sterke verbetering van het watersysteem van deelgebied Campen in extreme weersomstandigheden (NBW-opgave). Door de maatregelen in het watersysteem wordt bovendien de wateropgave (GGORknelpunt) in Kruispolder in normale omstandigheden opgelost. Na het uitvoeren van de voorgestelde maatregelen (waaronder de uitbereiding van gemaal Paal) zijn de situaties met een te kleine drooglegging (‘te nat’) en de situaties met een te grote drooglegging (‘te droog’) in beeld gebracht. De berekende percentages per (deel)peilgebied (die onderdeel uitmaken van de Kruispolder) geven een indicatie in hoeverre de knelpunten zijn opgelost (zie tabel 4-1). Minder dan 10% te nat is optimaal. Meer dan 25% te droog in de zomer is een indicator dat de peilen mogelijk te laag zijn. Tabel 4-1: Toetsing peilbeheer normale omstandigheden na realisatie maatregelen (peilgebieden zoals aanwezig in Kruispolder) Voorstel peilgebied

% te nat in zomer

% te droog in zomer

% te nat in winter (gemiddeld)

% te nat in winter (afvoer)

GJP903_2

19%

9%

13%

14%

GJP1052

12%

3%

9%

10%

GJP1053

12%

2%

4%

6%

Als gevolg van de maatregelen zijn de percentages te nat en te droog kleiner. Nog niet ieder peilgebied heeft daarmee een oppervlakte die minder dan 10% te nat is. In de afvoer wintersituatie is na de uitvoering van maatregelen het aantal peilgebieden met meer dan 15% te nat van 10 in de huidige situatie teruggebracht naar 4. In de zomer is het aantal peilgebieden met meer dan 15% te nat afgenomen van 12 tot 8. Tevens is het aantal peilgebieden met een te hoog percentage te droog afgenomen van 6 naar 5 [Hydrologisch onderzoeksrapport Campen, 2016 (incl. oplegnotitie]. Waterkwaliteit In periode van hevige neerslag gaat het water niet via Natura 2000-gebied De Vogel naar gemaal Campen, maar naar gemaal Paal. De waterkwaliteit neemt in een situatie van hevige neerslag af doordat riolen overstorten waardoor er meer effluent van de RWZI Kloosterzande in het oppervlaktewater komt. Het effluent bevat behalve nutriënten N en P, ook zware metalen, bestrijdingsmiddelen (of residuen daarvan) en geneesmiddelen. Op dat vlak zal de waterkwaliteit van het KRW-waterlichaam Campen, inclusief De Vogel, verbeteren. In de voorgenomen situatie wordt het water met effluent bij hevige neerslag afgevoerd naar de Westerschelde. De Westerschelde is ook aangewezen als KRW-waterlichaam.

De belasting van het effluent op de Westerschelde is incidenteel en de omvang is gering ten opzichte van het waterlichaam. De pompen bij gemaal Paal worden vispasseerbaar gemaakt. De stuw bij Dreefkens wordt ook vispasseerbaar gemaakt zodat er een groot afvoergebied ontstaat met een verbinding naar Westerschelde (in en uit), waardoor zich een goede visstand kan ontwikkelen (=KRW). Droogte en verzilting Bij een hevige zomerbui wordt het water iets sneller afgevoerd, als gevolg van de herinrichting en aanpassen waterlopen. De drainage bepaalt in grote mate wat er met het water gebeurt. Als de drainage vernieuwd wordt en op een vergelijkbare wijze wordt aangelegd dan zal het water snel uit de wortelzone worden afgevoerd naar de waterlopen. Door de aangepaste waterlopen is er minder opstuwing, zodat de

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

31

Projectgerelateerd

waterstanden minder stijgen en het water sneller het gebied uit is. Het grondwater zakt na een hevige bui snel uit tot de drainagebuizen, het merendeel van het water stroomt af naar de waterlopen. Daarna wordt het uitzakken wat vertraagd doordat de waterstanden in de waterlopen hoger zijn. Met het herdraineren kan het risico op verdroging aanzienlijk verminderen. Door intensiever te draineren, kunnen de drains hoger worden gelegd. De kans op overlast blijft gelijk, maar het risico op verdroging neemt af. Onderzocht wordt of er met peilgestuurde drainage nog extra winst kan worden geboekt. In het oorspronkelijke plan was het voorstel om het zomerpeil met 30cm ter verlagen. Met de herinrichting van de polder worden diverse kreekrestanten gedempt. De meeste lage delen bevinden zich langs deze kreekrestanten. Door het ophogen van deze lage delen verdwijnt ook de noodzaak om het zomerpeil te verlagen. Op verzoek van de streek wordt het peil daarom verlaagd tot 10cm. Dit is gunstig voor droge perioden. Ook worden twee nieuwe peilgebieden opgenomen in het peilbesluit. De winterpeilen worden in deze gebieden met 20cm verhoogd en de zomerpeilen blijven gelijk aan de oude situatie of worden 5cm verhoogd. In deze gebieden wordt dus meer water vastgehouden. Ook in natuurgebied De Puttinge wordt er meer water vastgehouden.

Waterkering De nieuwe watergang ligt op voldoende afstand van de primaire kering waardoor er geen negatief effect is op de binnenwaartse macrostabiliteit. Er wordt nog onderzoek gedaan naar piping. Als het nodig is worden daarvoor anti-piping maatregelen getroffen. De leidingen van het gemaal door de waterkering worden zo aangelegd dat er geen verzwakking van de dijk optreedt. Effecten meekoppelkansen De dijkovergang voor fietsers het wandelpad over de dijk voor het ommetje Paal hebben geen effect op de stabiliteit van de waterkering of het grond- en oppervlaktewater.

4.6

Wonen, werken en recreëren

4.6.1

Bestaande situatie

Het landgebruik bestaat hoofdzakelijk uit landbouwgebied (akkers, weiland, laagstamboomgaarden) doorsneden met waterlopen (deels oude kreekrestanten). Verspreid over het gebied liggen erven, beplant met bomen en struiken. De Zeedijk, de Paalseweg, de Boudeloodijk/Kruispoldersedijk en de Kruisstraat maken deel uit van het fietsknooppuntennetwerk van de provincie Zeeland. In de noordwesthoek van het projectgebied langs de Zeedijk ligt het Watersnoodmonument.

4.6.2

Effecten wonen, werken en recreëren

Gedurende de aanlegwerkzaamheden zal sprake zijn van enige hinder waarbij de normen voor geluidshinder en luchtkwaliteit niet worden overschreden. Het materiaal en materieel wordt aangevoerd via de dichtstbijzijnde N-weg, in dit geval de N689/Rijksweg 60. De werkzaamheden worden overdag uitgevoerd waardoor lichthinder is uitgesloten. Met de herverkaveling verbetert de landbouwkundige structuur. Bovendien verbetert de drooglegging in Kruispolder door het aanpassen van het watersysteem met positieve effecten voor de landbouw. Er worden geen effecten verwacht op de woonfunctie in het gebied na realisatie. Er zal geen toename van verkeer plaatsvinden als gevolg van het nieuwe gemaal en/of de veranderingen in het landschap om de doorstroom van water te bevorderen.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

32

Projectgerelateerd

Effecten meekoppelkansen Met de realisatie van de dijkovergang voor fietsers bij Baakhoek wordt een hindernis in de fietsroute langs de Westerscheldekust opgeheven. Dit versterkt de recreatieve waarde van dit regionale fietspad. Met de realisatie van het ommetje Paal wordt voldaan aan de behoefte van bezoekers en bewoners in een wandelroute die deels buitendijks en deels binnendijks loopt. Paal is een belangrijk punt in de plannen van Versterk de Scheldekust en Grenspark Groot Saeftinghe o.a. door de jachthaven en de aanwezige voorzieningen (zoals Paviljoen ’t Schor) en met het ommetje Paal wordt de recreatieve functie versterkt.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

33

Projectgerelateerd

5

Samenvatting en conclusie

In een m.e.r.-procedure is het gebruikelijk de trits: voorkomen, mitigeren en compenseren toe te passen. Onder het motto 'voorkomen is beter dan genezen' dient een project reeds zoveel mogelijk nadelige effecten te voorkomen. Als bij een m.e.r.-beoordeling blijkt dat door middel van een mitigerende maatregel, bijvoorbeeld een geluidswal of een technische maatregel aan een installatie, de effecten dermate beperkt worden dat geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen behoeft in principe geen m.e.r.procedure doorlopen te worden. Er wordt dan expliciet wel vanuit gegaan dat de voorgenomen activiteit deze mitigerende maatregel verwerkt in de verdere uitwerking en deze planologisch worden geborgd. De belangrijkste milieuaspecten zijn hieronder samengevat. Tabel 5.1

Conclusies m.e.r.-beoordeling

Aspect

Effect ten opzichte van huidige situatie (kansen en risico’s)?

Sprake van onaanvaardbare gevolgen voor het milieu?

Uit de effectbeoordeling volgt dat de effecten samenhangend met de herinrichting van de Kruispolder, aanpassing van gemaal Paal en meekoppelkansen niet leiden tot significant negatieve effecten, ook niet als de effecten in cumulatie worden beschouwd. Er zijn geen negatieve gevolgen voor de gunstige staat van instandhouding van de Natuur (beschermde gebieden) habitattypen, -soorten, broedvogels en niet-broedvogels van het gebied. Geen De effecten op NNZ als gevolg van de herinrichting van de polder zijn tijdelijk en veroorzaken netto geen significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of een significante vermindering van oppervlakte of de samenhang tussen gebieden.

Natuur (beschermde soorten)

Nee. Een ontheffing wordt alleen verleend indien de gunstige staat van instandhouding niet verslechtert, er geen andere bevredigende oplossingen zijn, er sprake is van een bij wet Voor een aantal soorten is nog niet met zekerheid vastgesteld of ze genoemd belang en effecten daadwerkelijk in het gebied voorkomen en wat de functie van het worden gecompenseerd. Voor plangebied is. Er zijn wel geschikte biotopen in het plangebied de genoemde soorten zijn aanwezig. Voor deze soorten is nader onderzoek nodig om te bepalen afdoende compenserende of de beschermde soorten aanwezig zijn, of de voorgenomen maatregelen mogelijk, die ook werkzaamheden een negatief effect hebben en of er verbodsbepalingen binnen dit project kunnen overtreden worden in het kader van de Wet natuurbescherming. Het worden genomen. Negatieve betreft de soort(groep)en: wezel, hermelijn, steenmarter, vleermuizen, effecten kunnen zeker worden steenuil, ransuil, sperwer, torenvalk. Indien blijkt dat deze soorten gecompenseerd. Gezien de voorkomen en sprake is van overtreding van verbodsbepalingen, dan eerder uitgevoerde dient een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming alternatievenafweging en aangevraagd te worden. onderbouwing voor het project is aannemelijk het ontbreken van alternatieven en de dwingende reden kunnen worden onderbouwd en dat ontheffing kan worden verleend.

Archeologie

Er is kans op aantasting van archeologische waarden, daarom wordt (een deel van) de werkzaamheden uitgevoerd onder Archeologische Begeleiding.

Aardkunde

Er vinden beperkte ingrepen plaats in het aardkundig waardevol gebied Nee, er worden wel negatieve slik/plaat schor en veen/kleibanken. Wel worden de aardkundig effecten verwacht als gevolg waardevolle kreken gedempt. van het dempen van de kreken.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

Geen

BF7036TPRP2003181049

34

Projectgerelateerd

Aspect

Effect ten opzichte van huidige situatie (kansen en risico’s)?

Sprake van onaanvaardbare gevolgen voor het milieu? De effecten worden echter niet onaanvaardbaar geacht.

Landschap

Er is geen sprake van aantasting van landschappelijke waarden.

Geen

Cultuurhistorie

De cultuurhistorisch waardevolle kreken worden gedempt.

Nee, er worden wel negatieve effecten verwacht als gevolg van het dempen van de kreken. De effecten worden echter niet onaanvaardbaar geacht.

Bodemkwaliteit

Er is geen risico op verspreiding van bodemverontreinigingen

Geen

Oppervlaktewater

Met de maatregelen wordt een deel van de NBW-opgave in Campen en het GGOR-knelpunt in Kruispolder opgelost. Er is geen risico voor de binnenwaartse macro stabiliteit van de Geen waterkering. Er wordt nog onderzoek gedaan naar piping en indien nodig worden anti-piping maatregelen getroffen.

Grondwater

Er is geen sprake van verandering van de geohydrologische situatie.

Geen

Wonen, werken, recreëren

Tijdens de werkzaamheden kan tijdelijk sprake zijn van hinder voor omwonenden. Na realisatie verbetert de landbouwkundige structuur en de drooglegging met positieve effecten voor de landbouw. De realisatie van de dijkovergang voor fietsers bij Baalhoek en het ommetje Paal versterken de recreatieve waarde (meekoppelkansen).

Geen

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

35

Projectgerelateerd

Geraadpleegde bronnen Bodemkwaliteitskaart gemeente Hulst, actualisatie 2015, Marmos Bodemmanagement. Peilbesluit Campen, Waterschap Scheldestromen. Hydrologisch onderzoeksrapport registratienummer 2016031239.

Campen,

Waterschap

Oplegnotitie Hydrologisch onderzoeksrapport Registratienummer 2017017931 Variantenstudie fase 1 T&PBF7036R001F0.4.

nieuw

gemaal

Scheldestromen,

Campen,

Kruispolder,

Waterschap

RHDHV,

14

26

september

2016,

Scheldestromen,

2017.

februari

2018,

referentie

Memo Hydrologische toetsing afkoppelen Kruispolder naar Paal onder extremen, RHDHV, kenmerk WATBF7036N001D0.1. Notitie haalbaarheid voorkeursvariant gemaal Kruispolder, RHDHV, 17 augustus 2018, referentie BF7036WATNT1807261504. Projectplan Waterwet, RHDHV. Natuurtoets, RHDHV. Quickscan natuurwetgeving (beschermde soorten) project aanpassen gemaal Paal, Adviesbureau Wieland, 15 maart 2020. Quickscan natuurwetgeving (beschermde soorten) project herinrichting Kruispolder, Adviesbureau Wieland, 12 maart 2020. Memo Herinrichting Kruispolder incl uitbreiding gemaal Paal, RHDHV, 27 januari 2020, kenmerk BF7036TPNT2001171328 Met AERIUS berekening. Archeologisch bureauonderzoek Herinrichting Kruispolder (PRJ168), gemeente Hulst, IDDS Archeologie rapport 2150, september 2018. PRH1168B Herinrichting Kruispolder, aangepaste quickscan archeologie en cultuurhistorie. Edufact Advies in Erfgoed. Kenmerk 18U.041. 6 juni 2018. Inventariserend Veldonderzoek door middel van de verkennende boringen, Kloosterzande Kruispolder, gemeente Hulst. Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed! Artefact! Rapport 556. 16 juli 2020. Quick-scan archeologie KRW Graauwse kreek. Edufact Advies in Erfgoed. Kenmerk 20U.024. 30 juni 2020.

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

36

Projectgerelateerd

Bijlage 1 Ontwerp uitbereiding gemaal Paal

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

37

n

asse

anp erk a

hekw

toerit

bodemverharding betonplaten 2000 x 2000 x 140 mm

A

kroosvloer

pompgebouw persleiding DN1000

ontluchtings voorziening

persleiding DN1000

vervangende waterkering lengte en diepte n.t.b.

vergrootte maalkom

situatie schaal: 1:10.000

terreinverharding betonplaten 2000 x 2000 x 160 mm uit

str

oo

mb

ak

betonblokken

schuiven schacht

kantine

toilet machinehal

uitstroombak

kroosvloer

ontvangbed en taludverdedeging betonplaten 150 mm

LS-ruimte

stortebed

am

wa

nd

30

Azobé damwand 30 mm dik

mm

dik

werkplaats

A

Az

ob

éd

betonblokken

vergrootte maalkom terreinverharding betonplaten 2000 x 2000 mm

hekwerk nieuw / aanpassen

10170+ N.A.P. (kruin dijk)

10170+ N.A.P. (kruin dijk)

ontluchtings voorziening

Legenda

5000+ N.A.P.

hekwerk laagspanning middespanning telecom waterleiding

5000+ N.A.P.

3200+ N.A.P. (gem. hoog water) 2330+ N.A.P.

pompgebouw uitstroom voorziening

N.A.P. 1000- N.A.P.

nieuw

bestaand 3200+ N.A.P. best. deksloof 350 x 600

deksloof 350 x 600

2000- N.A.P. (polderpeil)

(gem. laag water) 2090- N.A.P. best. stortebed

3000- N.A.P. (max. afmalen) persleiding DN1000

5600- N.A.P.

vervangende waterkering lengte en diepte n.t.b.

stalen damwand

best. stalen damwand

MATEN IN METERS DIAMETERS IN MILLIMETERS HOOGTEMATEN IN METERS T.O.V. N.A.P.

Waterschap Scheldestromen

bodembescherming betonplaten op geotextiel

Kanaalweg 1, 4337 PA Middelburg, Postbus 1000 4330 ZW Middelburg. Tel: (088) 2461000 Mail: info@scheldestromen.nl

onderwerp:

Gemaal Paal omschrijving:

Ontwerp begrotingsplan Nieuwe situatie, uitbreiding gemaal t.b.v. herinrichting Kruispolder

plattegrond schaal: 1:200

doorsnede

behoort bij:

schaal: 1:200

getekend

corsanummer: paraaf

gezien gecontroleerd

afd.

J. H. M'burg

datum

14-12-2018

aantal bladen: 2 blad:

2

tek.nr.

projectfase:

Ontwerp begrotingsplan

formaat:

A0

besteknr.

?????-02

PRJ1168C

schaal:

1:200

status:

Concept

LOCATIE

Waterschap Scheldestromen Kanaalweg 1, 4337 PA Middelburg, Postbus 1000 4330 ZW Middelburg. Tel: (088) 2461000 Mail: info@scheldestromen.nl

onderwerp:

Herinrichting Kruispolder omschrijving:

Principe ontwerp gemaal Ruimtegebruik tijdens uitvoering

behoort bij:

corsanummer: aantal bladen:

projectfase:

3. Ontwerpfase

25-02-2020

blad:

formaat:

A1

IB

25-02-2020

tek.nr.

besteknr.

IB

25-02-2020

paraaf

afd.

WJ

IB

gezien gecontroleerd

getekend

datum

schaal:

1: 25.000 / 200

status:

IN BEWERKING

Projectgerelateerd

Bijlage 2 Herinrichting Kruispolder

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

38

LOCATIE

Waterschap Scheldestromen Kanaalweg 1, 4337 PA Middelburg, Postbus 1000 4330 ZW Middelburg. Tel: (088) 2461000 Mail: info@scheldestromen.nl

onderwerp:

Herinrichting Kruispolder omschrijving:

Overzichtstekening t.b.v. vergunningen

behoort bij:

corsanummer: paraaf

afd.

datum

getekend

WJ

IB

15-01-2020

blad:

gezien

KH

IB

15-01-2020

tek.nr.

gecontroleerd

JKL

IB

15-01-2020

aantal bladen: 3

1

ON-PRJ1168C-41

projectfase:

3. Ontwerpfase

formaat:

1050x594

besteknr.

schaal:

1:5.000

status:

DEFINITIEF

Waterschap Scheldestromen Kanaalweg 1, 4337 PA Middelburg, Postbus 1000 4330 ZW Middelburg. Tel: (088) 2461000 Mail: info@scheldestromen.nl

onderwerp:

Herinrichting Kruispolder omschrijving:

Overzichtstekening t.b.v. vergunningen

behoort bij:

corsanummer: paraaf

afd.

datum

getekend

WJ

IB

15-01-2020

blad:

gezien

KH

IB

15-01-2020

tek.nr.

gecontroleerd

JKL

IB

15-01-2020

aantal bladen: 3

2

ON-PRJ1168C-41

projectfase:

3. Ontwerpfase

formaat:

A0

besteknr.

schaal:

1:100

status:

DEFINITIEF

Waterschap Scheldestromen Kanaalweg 1, 4337 PA Middelburg, Postbus 1000 4330 ZW Middelburg. Tel: (088) 2461000 Mail: info@scheldestromen.nl

onderwerp:

Herinrichting Kruispolder omschrijving:

Overzichtstekening t.b.v. vergunningen

behoort bij:

corsanummer: paraaf

afd.

datum

getekend

WJ

IB

15-01-2020

blad:

gezien

KH

IB

15-01-2020

tek.nr.

gecontroleerd

JKL

IB

15-01-2020

aantal bladen: 3

3

ON-PRJ1168C-41

projectfase:

3. Ontwerpfase

formaat:

A0

besteknr.

schaal:

1:100

status:

DEFINITIEF

Projectgerelateerd

Bijlage 3 Ontwerptekening kokerduiker Duivenhoek

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

39

Waterschap Scheldestromen Kanaalweg 1, 4337 PA Middelburg, Postbus 1000 4330 ZW Middelburg. Tel: (088) 2461000 Mail: info@scheldestromen.nl

onderwerp:

Herinrichting Kruispolder omschrijving:

Principe ontwerp kokerduiker

behoort bij:

corsanummer: afd.

WJ

IB

07-02-2020

blad:

gezien

IB

07-02-2020

tek.nr.

gecontroleerd

IB

07-02-2020

getekend

datum

aantal bladen: ..

paraaf

..

BP-PRJ1168C-02

projectfase:

3. Ontwerpfase

formaat:

1050x594

besteknr.

schaal:

1:100

status:

CONCEPT

Projectgerelateerd

Bijlage 4 Natuurtoets Kruispolder deel 1 en 2

29-Sep-20

M.E.R.-BEOORDELING

BF7036TPRP2003181049

40

RAPPORT Kruispolder en aanpassing gemaal Paal, toetsing Wet natuurbescherming: Natura 2000 Natuurtoets, deel 1 Klant:

Waterschap Scheldestromen

Referentie: BG8621WATRP2003021336 Status:

S2/P01.02

Datum:

29-Sep-20

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

George Hintzenweg 85 3068 AX ROTTERDAM Water Trade register number: 56515154 +31 88 348 90 00 T +31 10 209 44 26 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Kruispolder en aanpassing gemaal Paal, toetsing Wet natuurbescherming:

Natura 2000 Ondertitel: Toets Natura 2000 Kruispolder en gemaal Paal Referentie: BG8621WATRP2003021336 Status: P01.02/S2 Datum: 29-Sep-20 Projectnaam: Kruispolder Projectnummer: BF7036 Auteur(s): Sylvia den Held

Opgesteld door: Sylvia den Held Gecontroleerd door: Dorien Grote Beverborg Datum: DGB 20-3 Goedgekeurd door: Véronique Maronier Datum: 29 september 2020

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

ii

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

5

1.1

Achtergrond

5

1.2

Leeswijzer

5

2

Toetsingskader Wet natuurbescherming-gebiedsbescherming

6

3

Beschrijving van het voornemen

8

3.1

Project- en studiegebied Kruispolder en gemaal Paal

8

3.2

Voorgenomen activiteit

11

3.3

Meekoppelkansen

13

3.4

Uitvoeringduur en periode en in te zetten materieel

15

4

Mogelijk relevante storingsfactoren

17

5

Aanpak effectbeoordeling

20

5.1

Oppervlakteverlies/mechanische effecten en verstoring

20

5.2

Stikstofdepositie

20

6

Effectbeoordeling Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe

22

6.1

Oppervlakteverlies/mechanische effecten

22

6.2

Verstoring (geluid, optisch)

23

6.3

Stikstofdepositie

24

6.4

Effectbeoordeling

25

6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4

Habitattypen Habitatsoorten Broedvogels Niet-broedvogels

25 27 27 27

7

Effectbeoordeling Natura 2000-gebieden Oosterschelde en Vogelkreek

30

7.1

Stikstofstofdepositie

30

7.2

Effectbeoordeling

30

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

iii

Projectgerelateerd

8

Cumulatie

31

9

Conclusie

33

Referenties

34

Bijlage 1 Uitgangspunten bij berekeningen

36

Bijlage 2 Instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000-gebieden

37

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

iv

Projectgerelateerd

1

Inleiding

1.1

Achtergrond

Waterschap Scheldestromen is voornemens om de Kruispolder te herinrichten en de capaciteit van gemaal Paal uit te breiden. Dit voornemen vloeit voort uit de Planvorming Wateropgave Campen. Het watersysteem van afvoergebied Campen voldoet niet aan de normering voor wateroverlast. Op diverse locaties is de situatie te nat bij extreme neerslag. In de Kruispolder zelf is de situatie vooral te nat bij reguliere situaties. De herinrichting bestaat het de aanleg/aanpassing van watergangen, dempen van watergangen en aanpassing van diverse kunstwerken (stuwen, etc.). Om deze aanpassingen mogelijk te maken wordt een Projectplan Waterwet opgesteld en is een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Onderdeel hiervan vormt een beoordeling van de effecten van de herinrichting van de Kruispolder en de aanpassing van gemaal Paal op Natura 2000-gebieden. Dat is uitgewerkt in deze natuurtoets. In deze rapportage zijn voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase alle zogenoemde storingsfactoren beschouwd.

1.2

Leeswijzer

Het rapport is als volgt opgebouwd. Als eerste wordt in hoofdstuk 2 het wettelijk toetsingskader vanuit de Wet natuurbescherming voor Natura 2000 kort beschreven. In hoofdstuk 3 is het voornemen beschreven. De mogelijk relevante storingsfactoren zijn bepaald in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is beschreven hoe de effecten beoordeeld zullen worden, waarna in hoofdstuk 6 en 7 de effectbepaling en -beoordeling per Natura 2000-gebied is uitgewerkt. Mogelijke cumulatie is opgenomen in hoofdstuk 8. De conclusies zijn samengevat in hoofdstuk 9.

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

5

Projectgerelateerd

2

Toetsingskader Wet natuurbescherming-gebiedsbescherming

Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze nieuwe wet voegt de eerdere natuurwetten (Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en Boswet) samen. De wettelijke bescherming van beschermde natuurmonumenten op grond van de natuurwetgeving is vervallen met de invoering van de Wet natuurbescherming per 1 januari 2017. De meeste voormalige beschermde natuurmonumenten genieten nog wel planologische bescherming omdat zij binnen het Natuurnetwerk Nederland liggen. De uitwerking van de wet is vastgelegd in het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming 1. Naast de algemene zorgplicht (art 1.11) is hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) relevant voor deze rapportage. De provincie of het Rijk zijn bevoegd gezag voor de vergunningverlening in het kader van de Wet natuurbescherming, in het merendeel van de gevallen is provincie bevoegd gezag. Wet natuurbescherming Natura 2000 Natura 2000 is een samenhangend Europees netwerk van beschermde natuurgebieden bestaande uit vogel- en/of habitatrichtlijngebieden. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het EU-beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd.

Daarbij zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitats en/of soorten. Dit kunnen behoudsdoelstellingen zijn voor habitats en leefgebieden van soorten die zich al op het gewenste niveau (kwalitatief en kwantitatief) bevinden of uitbreidings- respectievelijk verbeterdoelstellingen voor habitats en leefgebieden van soorten die zich nog niet op het gewenste niveau bevinden. Voor elk Natura 2000gebied dient een beheerplan te worden opgesteld waarin de doelen in tijd en ruimte worden uitgewerkt en in hoeverre er aanvullende maatregelen nodig zijn. De bescherming van Natura 2000-gebieden is in hoofdstuk 2 van de Wnb geregeld. Projecten en andere handelingen die de kwaliteit van habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op Natura 2000-gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, mogen niet plaatsvinden zonder vergunning (conform de artikelen 2.7, 2.8 en 2.9 van de Wnb). In geval van de bepaling van mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden dient rekening te worden gehouden met de zogenoemde externe werking. Hierdoor moet ook worden bekeken of ontwikkelingen buiten een Natura 2000-gebied negatieve effecten kunnen hebben op de voor het betreffende gebied vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen.

Uit de Wnb volgt dat dat alle Natura 2000-gebieden die mogelijk beïnvloed worden door een ingreep in de natuurtoetsing worden betrokken. Een voortoets in de oriëntatiefase kan uitsluitsel geven of het plan geen negatieve effecten heeft (geen vervolg) of dat er een passende beoordeling vereist is (indien significant negatieve effecten op voorhand niet zijn uitgesloten) (Figuur 2.1). Onderhavig rapport kan worden beschouwd als een voortoets.

1

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-34.html

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

6

Projectgerelateerd

Figuur 2-1 Schematische weergaven toetsing van project aan Natura 2000-doelen

In de passende beoordeling wordt het projecteffect beoordeeld, in cumulatie met overige vergunde projecten en/of handelingen, die gevolgen hebben voor dezelfde instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied waar het project en/of de handeling effect op heeft. Wanneer uit de passende beoordeling blijkt dat significant negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, dient eerst gekeken te worden of er mitigerende maatregelen mogelijk zijn om deze effecten op te heffen. Als deze niet mogelijk zijn, kan gekeken worden naar saldering. Zijn mitigerende of salderingsmaatregelen niet mogelijk dan volgt de ADC-toets. Significantie bij beoordeling van gevolgen voor Natura 2000-gebieden Er is sprake van significante gevolgen als de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied worden aangetast in het licht van de bijbehorende instandhoudingsdoelen. Wanneer de instandhoudingsdoelstellingen door menselijk handelen of een project (mogelijk) niet gehaald worden, is mogelijk sprake van significant negatieve gevolgen. Aantasting van instandhoudingsdoelen kan door direct verlies aan areaal of aan populatieomvang alsook via afname in kwaliteit.

Bij afname in kwaliteit staat de vraag centraal of er sprake is van afname van het habitat ingenomen oppervlakte door verslechtering en/of de specifieke structuur en functies afnemen die voor de instandhouding van het habitat op lange termijn noodzakelijk zijn en/of het voorkomen van de typische soorten een dalende trend vertoont in vergelijking met de begintoestand. Deze evaluatie geschiedt in het licht van de bijdrage van het gebied tot de coherentie van het netwerk 2. Bij de beoordeling van verslechtering spelen factoren als kwaliteit, abiotische randvoorwaarden en overige kenmerken van functies en structuren een rol. Hierbij speelt de veerkracht van het gebied een rol, waarbij het effect kan worden opgevangen in de natuurlijke fluctuaties. Deze effectbeoordeling vergt maatwerk.

2

Leidraad bepaling significantie Nadere uitleg van het begrip ‘significante gevolgen’ uit de Natuurbeschermingswet, Steunpunt Natura 2000, 7 juli 2009 & interpretatiedocument van de Europese Commissie, 2000. Beheer van “Natura 2000”-gebieden. De bepalingen van artikel 6 van de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) & Factsheet nr. 25 Significantie bij beoordeling van gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Commissie m.e.r., 2010.

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

7

Projectgerelateerd

3

Beschrijving van het voornemen

3.1

Project- en studiegebied Kruispolder en gemaal Paal

Het projectgebied is het gebied waar de maatregelen worden uitgevoerd. We onderscheiden de Kruispolder en het gemaal Paal als onderdeel van het project en daarnaast meekoppelkansen (dijkovergang en ommetje Paal) (figuur 3-1). Het studiegebied omvat de wijdere omgeving van het projectgebied waar effecten optreden. Dit gebied zal verschillen per effect.

Dijkovergang voor fietsers

Uitbereiding gemaal Paal Projectgebied ‘herinrichting Kruispolder’

Ommetje Paal

Figuur 3-1. Projectgebied herinrichting Kruispolder en uitbreiding gemaal Paal (rood) en meekoppelkansen (blauw)

Hieronder is de ligging van gemaal Paal, de Kruispolder en Ommetje Paal ten opzichte van Natura 2000gebieden weergegeven. Het projectgebied voor gemaal Paal ligt voor een klein deel in het Natura 2000gebied Westerschelde & Saeftinghe, de Kruispolder en Ommetje Paal grenzen aan het Natura 2000 gebied. Op grotere afstand liggen de Natura 2000-gebieden Vogelkreek en Oosterschelde.

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

8

Projectgerelateerd

Figuur 3-2. Ligging projectgebied Kruispolder en Gemaal Paal (rood) en Ommetje Paal (blauw) ten opzichte van Natura 2000gebieden.

Gemaal Paal Gemaal Paal ligt tussen Baalhoek en Paal en staat onder aan de dijk. Rondom het gemaal staan bomen. Via het gemaal wordt zoet polderwater in het Speelmansgat geloosd (figuur 3-3). Met persleidingen wordt het water in een betonnen uitstroomconstructie geloosd. De stroomgeul bestaat uit verankerde damwanden (ca. 11 meter lang) met daartussen koperslakblokken (ca. 35 meter) en losse breuksteen (ca. 10 meter). Aan weerszijde van de damwanden ligt een oeverbescherming van betonblokken (tot 11,30 meter vanaf de damwand). Vervolgens gaat het water via een stroomgeul naar het Speelmansgat. Achter de oeverbescherming bestaat het voorland uit slikken en schorren die bij normaal hoog water droog blijven.

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

9

Projectgerelateerd

Figuur 3-3. Schetsmatige weergave van gemaal Paal, huidige situatie

De uitstroom van gemaal Paal is gelegen binnen Natura 2000-gebied Westerschelde en Saeftinghe. Het schor grenzend aan de uitstroomconstructie is relatief hoog gelegen en de vegetatie wordt gedomineerd door zeekweek (figuur 3-4). Richting de Westerschelde wordt het schor lager en groeit vooral heen. Momenteel wordt het schor niet begraasd, maar dit is wel voorzien.

Figuur 3-4. Het schor bij de uitstroom van gemaal Paal.

Kruispolder De Kruispolder is een landbouwgebied met akkers, weilanden en laagstamboomgaarden. De waterlopen zijn deels uit oude kreekrestanten. In het gebied liggen diverse erven met bebouwing, bomen en struiken. Aan de noordzijde wordt de polder begrensd door de Kruispoldersedijk/Zeedijk, met trappen om over de dijk te komen. Tegen de dijk ligt een bosje, verder heeft het gebied een zeer open karakter.

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

10

Projectgerelateerd

3.2

Voorgenomen activiteit

In de Kruispolder worden bestaande waterlopen gedempt en nieuwe waterlopen gegraven (figuur 3-5). De werkzaamheden bestaan uit: • Het realiseren van een waterloop t.b.v. extreme omstandigheden (oranje tracé op de plankaart in figuur 3-2) - afmetingen 7m bodembreedte, taluds 1:2, circa 20m boven breedte; • Het graven van nieuwe en aanpassen van bestaande waterlopen ten behoeve van normale omstandigheden (paarse en groene tracé op de plankaart) - bodembreedte 0,5 meter, taluds 1:2, boven breedte variabel); • Het dempen van bestaande waterlopen (grijze tracé op de plankaart); • Het aanbrengen van oeverbescherming (matten of beschoeiing). • Het ontgraven, vervoeren en verwerken van grond over percelen in de polder (of afvoeren uit het projectgebied). • Het deels rooien van bomen/bosschage langs de zeedijk • Het verwijderen van oevervegetatie (riet etc.) bij dempen en verruimen van waterlopen; • Het verwijderen en aanbrengen van dammen; • Het aanbrengen van kunstwerken, zoals kokerduikers en stuwen.

Figuur 3-5. Plan Kruispolder. Oranje tracés betreft nieuwe watergangen voor extreme omstandigheden, paarse en groene tracés zijn nieuwe/aan te passen watergangen voor normale omstandigheden, grijze tracés worden gedempt.

In figuur 3-6 is het ontwerp van gemaal Paal weergegeven. Dit geeft het principe weer van de constructie die gemaakt moet worden, waarbij qua uitgangspunten is aangesloten bij het ontwerp van de huidige uitstroomconstructie. Het definitief ontwerp van de uitbreiding is nog niet gemaakt, en wordt waarschijnlijk

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

11

Projectgerelateerd

op de markt gezet. Er kan dus nog een en ander aangepast worden. Het ontwerp geeft wel een goede weergave van de impact op de omgeving; de effecten zijn ingeschat op basis van dit ontwerp. De uitbreiding van het gemaal wordt als volgt vormgegeven (de nummers verwijzen naar de nummers in figuur 3-6). Naast het bestaande gebouw komt aan de westzijde een pompgebouw [1] waarin de uitbreiding van de pompcapaciteit gerealiseerd wordt. Middels een instroomconstructie van damwandschermen [2] kan het water worden opgezogen. De maalkom voor het gemaal zal worden vergroot [3]. Vanaf het pompgebouw [1] lopen twee leidingen [4] die middels een kattenrug (volgt het talud) door de dijk lopen. In de waterkering komen voorzieningen om de veiligheid van de waterkering te waarborgen. De twee leidingen worden aangesloten op een uitstroomconstructie [5]. Hiervoor zal aan de bestaande constructie een (extra) betonnen bak gemaakt moeten worden om het water in uit te laten stromen en worden nieuwe damwanden, bodem- en taludbescherming aangebracht [6].

1

3

4 5

2

6

Figuur 3-6. Werkzaamheden bij gemaal Paal. De nummers verwijzen naar de beschrijving in de tekst.

Voor het realiseren van deze werkzaamheden, moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd: • Bomen/bosschage rooien op terrein ten westen van het bestaande gemaal [1]; • Grond ontgraven uit maalkom [3] en gemaalgebouw [1]; • Aanbrengen van damwanden (in den droge) [2]; • Bouw van gemaal gebouw [1] (aanbrengen fundering, plaatsen put, aanbrengen pompen, etc.); • Graven sleuf (open ontgraving) over de waterkering t.b.v. aanleg persleidingen [4] 3; • Opbreken verharding waterkering en graven werkput t.b.v. uitstroomconstructie [5]; • Aanbrengen tijdelijke waterkering in grond, met damwand of een combinatie; • Aanbrengen uitstroomconstructie [5] (aanbrengen fundering, plaatsen put, etc.); • Plaatsen damwand en oeverbescherming t.b.v. aansluiting op bestaand uitstroomconstructie [6]; 3

Dit is een worst case aanname. Hoe de leiding door de dijk wordt aangelegd is niet 100% zeker, open ontgraving is het meest ingrijpend en is hier beoordeeld.

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

12

Projectgerelateerd

• • •

Werkzaamheden op het voorland t.b.v. realiseren uitstroomconstructie [5/6]; Transportbewegingen over het onderhoudspad buitendijks; Bijkomende werkzaamheden.

3.3

Meekoppelkansen

Dijkovergang voor fietsers bij Baalhoek In de streek is veel behoefte om zonder hindernissen overal langs de Westerscheldekust te fietsen. Dat gebeurt zo veel mogelijk buitendijks. Op plaatsen waar dat niet kan, bijvoorbeeld omdat er een natuurgebied is, gaan de fietsers binnendijks fietsen totdat buitendijks fietsen weer mogelijk is. Komend vanuit Perkpolder is het bij Baalhoek niet toegestaan om buitendijks te blijven fietsen vanwege de buitendijkse natuurwaarden (Natura 2000). Bij Baalhoek moeten fietsers nu via een trap met een fietsgoot binnendijks verder fietsen. Dit voldoet niet voor de gebruikers en past niet bij het fietspad met deze regionale functie. Om de fietsroute compleet te maken wordt een dijkovergang gerealiseerd bij Baalhoek (Figuur 3-7). Bij Kruispolderhaven kan via de bestaande dijkovergang weer buitendijks gefietst worden.

Figuur 3-7. Buitendijk (blauw) en binnendijks (geel) fietspad met nieuwe dijkovergang (oranje)

Het precieze ontwerp voor de dijkovergang is nog niet bekend. De principeschets en de foto in Figuur 3-8 en Figuur 3-9 zijn van een dijkovergang die het waterschap bij Biezelingse Ham in ’s Gravenpolder heeft gerealiseerd. Er vindt nog nadere uitwerking plaats van het ontwerp voor de locatie bij Baalhoek in overleg met direct betrokkenen zoals bewoners van de kern Baalhoek.

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

13

Projectgerelateerd

Figuur 3-8. Principeschets dijkovergang (gebaseerd op locatie Biezelingse Ham in ’s Gravenpolder)

Figuur 3-9. Foto dijkovergang Biezelingse Ham in ’s Gravenpolder

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

14

Projectgerelateerd

Voor het realiseren van de dijkovergang voor fietsers bij Baalhoek worden de volgende werkzaamheden voorzien: • Aanleggen van een fietspad; • Aanbrengen kleidek langs de buitenzijde van het talud en grond uitvullen met zand; • Aanbrengen van asfaltdek; • Aanbrengen van afrasteringen. Ommetje Paal Paal is een belangrijk punt in de plannen van Versterk de Scheldekust en Grenspark Groot Saeftinghe o.a. door de jachthaven en de aanwezige voorzieningen (zoals Paviljoen ’t Schor). De behoefte is een wandelroute te creëren zowel voor bezoekers als bewoners die deels buitendijks en deels binnendijks loopt. Tussen Paal en het gemaal Paal kan er in de huidige situatie al buitendijks gewandeld worden. Om er een ‘ommetje’ van te maken, wordt langs de Graauwse kreek een laarzenpad aangelegd (Figuur 3-10).

Figuur 3-10. Ommetje Paal (oranje = nieuw te realiseren laarzenpad; blauw = reeds bestaand wandelpad)

De oever met het laarzenpad komt aan de oostkant van de watergang (de Graauwse kreek). Het laarzenpad komt uit in de kern Paal. In Paal zelf wordt er mogelijk een extra trap aangelegd. Er vindt nog nadere uitwerking plaats van het ontwerp in overleg met direct betrokkenen.

3.4

Uitvoeringduur en periode en in te zetten materieel

De uitvoering van de werkzaamheden is voorzien in 2022-2024. Het is aan de aannemer, die het werk gaat realiseren, om de planning nader uit te werken. Zodra deze gereed is, zal de planning worden gecommuniceerd aan omwonenden en andere belanghebbenden.

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

15

Projectgerelateerd

De werkzaamheden aan en rond de dijk kunnen alleen buiten het stormseizoen (van 1 oktober tot 1 april) worden uitgevoerd. De precieze duur en uitvoeringsperiode is nog niet bekend. Voor de toetsing houden we rekening met werkzaamheden buitendijks (en op het buitentalud van de dijk) gedurende 6 maanden met een uitloop naar 8 maanden. Er wordt niet ’s nachts gewerkt; werkzaamheden worden tot maximaal een half uur voor zonsondergang uitgevoerd. Het in te zetten materieel is van een bouwjaar 2014 of nieuwer (Stage IV) is. Omdat dit schoner is dan het gemiddelde huidige mobiele werktuigenpark, zal hiervoor een uitvoeringseis in de uitvraag moeten worden opgenomen. Het nieuwe gemaal zal, evenals het bestaande gemaal elektrisch worden aangedreven. Waterschap Scheldestromen is zich er van bewust dat er deels in een gevoelig natuur gebied wordt gewerkt en hanteert daarom de volgende uitgangspunten voor de werkzaamheden: • Het tijdelijk en permanent ruimtebeslag voor werkzaamheden wordt zoveel mogelijk beperkt; • Geen betreding van het schor (buiten het werkgebied); • De periode van werkzaamheden wordt zo kort mogelijk gehouden; • Op het tijdelijk werkterrein worden rijplaten gebruikt, om aantasting van het schor te voorkomen.

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

16

Projectgerelateerd

4

Mogelijk relevante storingsfactoren

De Effectenindicator zoals aangereikt door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit 2019) geeft een negentiental mogelijke effecten, de zogenoemde storingsfactoren, waarmee in ieder geval rekening moet worden gehouden ten aanzien van in Natura 2000-gebieden beschermde waarden. Deze storingsfactoren vormen dan ook de basis (leidraad) voor voorliggende beoordeling. Hieronder wordt per storingsfactor afgewogen of deze wel of niet relevant is in het kader van voorliggend voornemen. Daarbij is uiteraard ook nagegaan of andere, niet onder voornoemde storingsfactoren gevatte effecten, aan de orde kunnen zijn, hetgeen niet het geval bleek. Oppervlakteverlies De huidige uitstroomconstructie van gemaal grenst direct aan Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe. Door de aanwezige verharding is de uitstroomopening tekstueel geëxclaveerd. Bij werkzaamheden grenzend aan de uitstroomconstructie zal sprake zijn van tijdelijk ruimtebeslag. Aanpassing/uitbreiding van de uitstroomconstructie kan leiden tot permanent ruimtebeslag. Omdat de maatregelen zich beperken tot Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe is de reikwijdte van mogelijke effecten ten gevolge van oppervlakteverlies ook beperkt tot dit gebied.

Versnippering Hoewel het projectgebied onderdeel is van Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe, leidt de voorgenomen activiteit er niet toe, dat bestaande verbindingen tussen Natura 2000-gebieden dan wel binnen Natura 2000-gebieden worden doorkruist. Verzuring en vermesting door stikstofdepositie Het gemotoriseerde materieel dat wordt ingezet tijdens de werkzaamheden in de Kruispolder en bij gemaal Paal stoot uitlaatgassen uit waarin zich stikstofoxiden bevinden. Via de atmosfeer kan deze stikstof neerslaan in (natuur)gebieden en daar het aanbod van voedingsstoffen vergroten en/of bodemchemische processen beïnvloeden. Om te bepalen of sprake is van (een tijdelijke toename van) stikstofdepositie op stikstofgevoelig habitattype en/of leefgebied als gevolg van het voornemen zijn berekeningen uitgevoerd met AERIUS 2019a. Voor uitgangspunten van de berekeningen zie bijlage 1. Berekeningen zijn uitsluitend uitgevoerd voor de aanlegfase, in de gebruiksfase is geen sprake van extra stikstofemissies of -depositie. Het resultaat van de depositieberekeningen is opgenomen in deze paragraaf. Effecten aanlegfase Het project veroorzaakt in de aanlegfase een tijdelijke depositietoename in de Natura 2000-gebieden Westerschelde & Saeftinghe, Oosterschelde en Vogelkreek (tabel 4-1). De aanlegfase duurt naar verwachting 2 jaar.

Hierbij wordt niet continue gewerkt, maar alleen in het geschikte seizoen. In totaal zal ongeveer 2 keer 5 maanden worden gewerkt. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van enig ander onder de Wet natuurbescherming beschermd gebied als gevolg van verzuring en vermesting door depositie van stikstof uit de lucht kunnen op voorhand worden uitgesloten.

29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

17

Projectgerelateerd

Tabel 4-1. Maximale tijdelijke depositietoename (mol N/ha/j) als gevolg van het project in de aanlegfase op habitattypen en leefgebied (LG) en overschrijding van de KDW binnen het invloedsgebied. Natura 2000-gebied

Westerschelde & Saeftinghe

Oosterschelde

Vogelkreek

Habitattype/leefgebiedtype

Maximale depositietoename

Overschrijding

(mol N/ha/j)

KDW?

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)

0,66

Nee

H1320 Slijkgrasvelden

0,66

Nee

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)

2,41

Ja, zeer lokaal

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)

0,01

Nee

H1320 Slijkgrasvelden

0,01

Nee

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)

0,01

Nee

LG08 Nat, matig voedselrijk grasland

0,05

Nee

Verzoeting, verzilting, verontreiniging De voorgenomen activiteit vindt plaats in een landschap dat bij uitstek overgangen tussen zout en zout water kent. De huidige capaciteit van gemaal Paal bedraagt 700 m3/min. De uitbreiding van de capaciteit bedraagt 170 m3/min die naar verwachting 1 á 2 keer per jaar moet worden ingezet. Deze beperkte uitbreiding die incidenteel zal worden ingezet in perioden van zware neerslag zal niet resulteren in effecten van verzoeting in de Westerschelde. Negatieve effecten ten gevolge van verzoeting of verzilting zijn dan ook niet aan de orde. Ook van verontreiniging is geen sprake op grond van de voorgenomen activiteit, die alleen ziet op aanpassing van de waterhuishouding en niet op, bijvoorbeeld, lozingen en dergelijke. Bij gevolg kunnen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van enig onder de Wet natuurbescherming beschermd gebied als gevolg van verzoeting, verzilting en verontreiniging op voorhand worden uitgesloten. Verdroging, vernatting en verstoring waterhuishouding De voorgenomen activiteit beoogd een vergroting van de capaciteit van het gemaal paal. Er is geen sprake van verdroging of vernatting van het Natura 2000-gebied. Effecten ten gevolge van verdroging, vernatting en verstoring van de waterhuishouding zijn dan ook op voorhand uit te sluiten.

Verstoring door geluid, licht, trillingen en optische verstoring De aanpassing van gemaal Paal zal gepaard gaan met werkzaamheden bij de uitstroomconstructie. Hiervoor zullen mensen en materieel buitendijks aanwezig zijn om een nieuwe damwand te plaatsen, damwandverankering en mogelijk steenbeslag. Ook voor de aanleg van de dijkovergang en de nieuwe trap wordt op korte afstand van het Natura 2000-gebied gewerkt. Gedurende deze werkzaamheden kunnen effecten ten gevolge van verstoring (geluid, optisch) optreden in het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe. Gezien de afstand van de nieuw te plaatsen damwand tot de Westerschelde (>800 meter) kunnen effecten van trillingen worden uitgesloten. Verstoring door licht is niet van belang omdat de werkzaamheden gedurende de daglichtperiode zullen plaatsvinden. Daarnaast zijn er inrichtingswerkzaamheden in de Kruispolder. Door afscherming zullen deze geen direct verstorend effect hebben op het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe. Indien soorten van het gebied de Kruispolder gebruiken als hoogwatervluchtplaats geldt wel de externe werking. Er worden geen nieuwe wandelpaden of fietspaden aangelegd nabij het Natura 2000-gebied. Met de fietsovergang worden gebruikers van de bestaande paden beter gefaciliteerd. Door het Ommetje Paal kan via het bestaande wandelpad langs het Natura 2000-gebied een rondje worden gemaakt.

Een toename van verstoring in het Natura 2000-gebied als gevolg van een toename van recreatie op de bestaande routes aan de rand van het Natura 2000-gebied is dan ook niet te verwachten. 29-Sep-20

TOETS NATURA 2000 KRUISPOLDER EN GEMAAL PAAL

BG8621WATRP2003021336

18

Projectgerelateerd

Gezien de afstand tot Natura 2000-gebied Vogelkreek (ca 1 km) en de instandhoudingsdoelen van dit gebied zullen hier geen effecten van verstoring optreden. Overige Natura 2000-gebieden met verstoringsgevoelige instandhoudingsdoelstellingen liggen op meer dan 8 kilometer afstand. Effecten van verstoring op overige Natura 2000-gebied zijn uitgesloten. Verstoring door mechanische effecten Graafwerkzaamheden grenzend aan de huidige uitstroomconstructie kunnen leiden tot tijdelijk oppervlakteverlies door mechanische effecten, zoals bedoeld in de Effectenindicator (cf. Broekmeyer et al. 2005). Verandering in populatiedynamiek, bewuste verandering van soortensamenstelling De voorgenomen activiteit voorziet niet in de introductie van soorten of bewuste verandering van de soortensamenstelling zoals bedoeld in de Effectenindicator (Broekmeyer et al. 2005). Hierdoor kunnen negatieve effecten als gevolg van verandering in populatiedynamiek en bewuste verandering van soortensamenstelling op voorhand worden uitgesloten. Samenvatting Geconcludeerd kan worden dat negatieve effecten van oppervlakteverlies/mechanische effecten en verstoring (geluid en aanwezigheid van mensen) uitsluitend denkbaar zijn voor het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe. Negatieve effecten van stikstofdepositie zijn denkbaar voor de Natura 2000gebieden Westerschelde & Saeftinghe, Oosterschelde en Vogelkreek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14463024/1