CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

2024 08 20 Notitie beantwoording zienswijzen Buitengebied geanonimiseerd

Commissie Ruimte 3 september 2024, gemeente HulstBij agendapunt: Vaststellen Herziening bestemmingsplan Buitengebied Hulst10.267 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan “Buitengebied Hulst 2023”.

Notitie Beantwoording zienswijzen en overzicht ambtshalve wijzigingen.

Hulst, 3 september 2024 Pagina 1 van 36

Inhoud 1.

Inleiding.............................................................................................. 3 1.1 Algemeen ....................................................................................... 3 1.2 Leeswijzer ...................................................................................... 3

2.

Zienswijzen .......................................................................................... 4 2.1 Ingediende zienswijze ......................................................................... 4 2.2 Ontvankelijkheid ............................................................................... 4

3.

Samenvatting en beoordeling zienswijze ....................................................... 5

4.

Ambtshalve wijzigingen .......................................................................... 30

Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Onderbouwing archeologie en cultuurhistorie t.b.v. Zienswijze en verbetering watersysteem (SWO) M.e.r.-beoordeling voor de uitbreiding van gemaal Paal en de herinrichting van Kruispolder Herinrichting Kruispolder, aangepaste quickscan archeologie en cultuurhistorie Ruimtelijke Onderbouwing Panoramaheuvel Hedwige-Prosperproject Tabel met overzicht ambtshalve wijzigingen Landschappelijke inpassing zoetwaterbassins Provincie Zeeland

Pagina 2 van 36

1. Inleiding 1.1 Algemeen Het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied Hulst 2023” heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening, van 20 december 2023 tot en met 31 januari 2024 ter inzage gelegen. Er zijn gedurende deze termijn tien zienswijzen ingediend. Tevens zijn enkele ambtshalve wijzigingen noodzakelijk gebleken.

1.2 Leeswijzer Deze notitie bevat de beantwoording van de ingediende zienswijzen en de ambtshalve wijzigingen. De opbouw van de notitie is als volgt. In hoofdstuk 2 wordt een overzicht gegeven van de ingediende zienswijzen en wordt ingegaan op de ontvankelijkheid. In hoofdstuk 3 worden de ingediende zienswijzen samengevat en beantwoord. In hoofdstuk 4 worden aansluitend de ambtshalve wijzigingen beschreven, die bij de vaststelling in het bestemmingsplan worden doorgevoerd.

Pagina 3 van 36

2. Zienswijzen 2.1 Ingediende zienswijze De navolgende (rechts)personen hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om een zienswijze naar voren te brengen: 1. Ingekomen email met nummer 659025 (email ontvangen op 11 januari 2024) 2. Ingekomen brief met nummer 662742 (brief van 26 januari 2024, ontvangen op 29 januari 2024) 3. Ingekomen email met nummer 663317 (email ontvangen op 26 januari 2024 4. Ingekomen email met nummer 663318 (email ontvangen op 29 januari 2024) 5. Ingekomen brief met nummer 663522 (brief van 30 januari 2024, ontvangen op 31 januari 2024) 6. Ingekomen email met nummer 663747 (email ontvangen op 31 januari 2024) 7. Ingekomen brief met nummer 663903 (brief van 30 januari 2024, ontvangen op 31 januari 2024) 8. Ingekomen email met nummer 663906 (email ontvangen op 31 januari 2024) 9. Ingekomen brief met nummer 664162 (brief van 28 januari 2024, ontvangen op 31 januari 2024) 10. Ingekomen brief met nummer 664339 (brief van 31 januari 2024, ontvangen op 31 januari 2024)

2.2 Ontvankelijkheid Alle zienswijzen zijn tijdig ingediend. Op grond hiervan worden de zienswijzen ontvankelijk geacht.

Pagina 4 van 36

3. Samenvatting en beoordeling zienswijze Zienswijze 1 Ingekomen email met nummer 659025 (email ontvangen op 11 januari 2024) Inhoud Op ons verzoek is de Kruispolder grotendeels bestemd als ‘Agrarisch’. In het ontwerpbestemmingsplan zien we dat onze reactie grotendeels is verwerkt. Op een aantal locaties is dit niet het geval. Wij verzoeken ook deze locaties te bestemmen als ‘Agrarisch’. Op onderstaande figuur zijn de betreffende locaties aangegeven.

In het bestemmingsplan is opgenomen dat “water en waterhuishoudkundige voorzieningen” zijn toegestaan binnen agrarische

Overweging Een aantal van deze watergangen staan als kreekrestant aangeduid op de Kaart Cultuurhistorie Zeeland van de provincie Zeeland. Ze zijn echter niet als dermate waardevol beoordeeld, dat ze ook beschermd zijn in het provinciaal beleid dan wel het bestemmingsplan. Dit is ook bevestigd in de Quickscan Archeologie en cultuurhistorie dd. 6 juni 2018 van Edufact Advies in erfgoed, zie bijlage 1: 1. Onderbouwing archeologie en cultuurhistorie t.b.v. Zienswijze en verbetering watersysteem (SWO). Tijdens de voorbereidingen van het project Kruispolder heeft Waterschap Scheldestromen ook nader onderzoek laten doen naar de waarde van de kreekrestanten, zie bijlage 2: Aanmeldingsnotitie, M.e.r.beoordeling voor uitbreiding van gemaal Paal en de herinrichting van de Kruispolder dd. 29 september 2020 van Royal HaskoningDHV. In de Aanmeldnotitie is geconstateerd dat de kreekrestanten al meer dan 100 jaar niet meer in hun oorspronkelijke staat verkeren en bovendien niet heel herkenbaar meer zijn in het landschap. Op basis daarvan is het dempen van de kreekrestanten voor het verbeteren van de waterhuishouding acceptabel geacht. Het college en de gemeenteraad achten sloten, watergangen en natuurvriendelijke oevers toegestaan onder de functie ‘water en

Conclusie De gevraagde watergangen worden gewijzigd van de bestemming ‘Water’ naar de bestemming ‘Agrarisch’.

Dit onderdeel geeft aanleiding om artikel 3.1 uit te breiden met ‘sloten, watergangen en natuurvriendelijke oevers’. Pagina 5 van 36

bestemmingen. Dit is algemeen omschreven. Wij stellen ter verduidelijking voor “sloten, watergangen en natuurvriendelijke oevers” ook op te nemen binnen de agrarische bestemmingen.

waterhuishoudkundige voorzieningen’ in de bestemming Agrarisch. Dit is wellicht niet duidelijk omschreven.

Waterschap Scheldestromen heeft het voornemen om, vanuit de stedelijke wateropgave (SWO), ten noorden van Kloosterzande (Mariapolder) het watersysteem te verbeteren door de polder her in te richten. Omdat een deel van de watergangen in het bestemmingsplan nu zijn bestemd als ‘Water’, is het niet mogelijk om het watersysteem aan te passen. Wij verzoeken daarom om deze watergangen als ‘Agrarisch’ te bestemmen, zodat er meer flexibiliteit is voor het aanpassen en verbeteren van het watersysteem. Op onderstaande figuur zijn de betreffende watergangen in rood aangegeven.

Omdat deze watergangen grotendeels op de Kaart Cultuurhistorie Zeeland van de provincie Zeeland als kreekrestant zijn aangeduid, is een Quickscan Archeologie en cultuurhistorie opgesteld, zie bijlage 1: Onderbouwing archeologie en cultuurhistorie t.b.v. Zienswijze en verbetering watersysteem (SWO). Uit deze quickscan blijkt dat de kreekrestanten niet zijn beschermd in het provinciaal en gemeentelijk beleid. Er zijn geen belemmeringen om de kreekrestanten als ‘Agrarisch’ te bestemmen om de mogelijkheid voor het aanpassen van het watersysteem te faciliteren.

De gevraagde watergangen worden gewijzigd van de bestemming ‘Water’ naar de bestemming ‘Agrarisch’.

Aan de Quickscan mer-beoordeling behorende bij Bestemmingsplan Buitengebied 2023 wordt in 1.2 een toelichting toegevoegd over de wijziging van de bestemming van enkele sloten in de Kruispolder. Op verzoek van het Waterschap Scheldestromen wordt deze wijziging meegenomen in het bestemmingsplan. De Quickscan mer richt zich dus enerzijds op het gehele bestemmingsplan Buitengebied Hulst 2023 en aanvullend specifiek op het wijzigen van de bestemming Water naar Agrarisch van enkele sloten in de Kruispolder.

Pagina 6 van 36

Zienswijze 2 Ingekomen brief met nummer 662742 (brief van 26 januari 2024, ontvangen op 29 januari 2024) Inhoud Op de verbeelding is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatieverblijfsrecreatie’ opgenomen op de percelen aan de Vogelweg 4 te Hengstdijk. In de regels is de aanduiding niet opgenomen. Graag ontvangen we duidelijkheid over de betekenis van deze aanduiding. De aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – dienstgebouwen’ zoals opgenomen op de Verbeelding op de locatie Vogelweg 4 Hengstdijk, komt niet terug in de regels.

Overweging Deze aanduiding komt nergens anders terug. Daarnaast is de bestemming reeds ‘RecreatieVerblijfsrecreatie’. Dat is dubbel op. Er is geen noodzaak om deze aanduiding te behouden, dus deze wordt verwijderd.

Conclusie De aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – verblijfsrecreatie’ wordt verwijderd van de verbeelding.

Deze aanduiding komt nergens anders terug. Daarnaast ligt er op dezelfde locatie reeds een aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie kampeerterrein met dienstgebouwen’. Dat is dubbel op. Er is geen noodzaak om deze aanduiding ‘dienstgebouwen’ te behouden, dus deze wordt verwijderd.

De aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – dienstgebouwen’ wordt verwijderd van de verbeelding bijbehorend het bestemmingsplan.

Op het uitbreidingsdeel van het recreatiepark, gelegen aan de zuidzijde van de kreek De Vogel, is op de verbeelding de aanduiding ‘maximum aantal standplaatsen: 275’ opgenomen. Deze aanduiding komt in de regels alleen terug bij de regeling voor ‘kampeerterrein’. De aanduiding ‘kampeerterrein’ is niet opgenomen voor dit deel van het terrein van De Vogel. Op het noordelijke deel is volgens het geldende bestemmingsplan 529 standplaatsen toegestaan. Dit komt in het nieuwe bestemmingsplan niet terug in de regels en op de verbeelding. Hier is wel de aanduiding ‘kampeerterrein’ aangegeven.

Artikel 17.2 lid b onder 1 geeft aan dat het maximum aantal standplaatsen ter plaatse van de aanduiding ‘kampeerterrein’ niet meer mag bedragen dan is aangeduid op de verbeelding. Op het uitbreidingsdeel zal de aanduiding ‘kampeerterrein’ worden toegevoegd.

De aanduiding ‘kampeerterrein’ wordt toegevoegd op het uitbreidingsdeel van het recreatiepark aan de zuidzijde van de Vogelkreek (perceel HTN01 P 96).

Op het noordelijke deel wordt de aanduiding ‘maximum aantal standplaatsen: 529’ toegevoegd. Tevens wordt het volgende lid toegevoegd aan artikel 17.1: “Ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal standplaatsen’ mag het aantal standplaatsen niet meer bedragen dan op de verbeelding is weergegeven.”

Artikel 17.1 van de regels bijbehorend het bestemmingsplan wordt uitgebreid met het volgende lid: “Ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal standplaatsen’ mag het aantal standplaatsen niet meer bedragen dan op de verbeelding is weergegeven.” Pagina 7 van 36

Op het uitbreidingsdeel van het recreatiepark wordt niet meer gesproken over toegestane oppervlaktes aan bebouwing m.u.v. bergingen. Niet duidelijk is hoeveel hier mag worden gebouwd.

De oppervlaktes uit artikel 6.2.2. uit de regels bijbehorend het bestemmingsplan ‘Uitbreiding recreatiecentrum De Vogel’, vastgesteld 19 september 2013, worden overgenomen en toegevoegd aan het vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied Hulst 2023.

Artikel 17.2 van de regels bijbehorend het bestemmingsplan wordt een artikel toegevoegd: 17.2.2 Gebouwen a. de oppervlakte van bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf of een stacaravan mag niet meer bedragen dan 60 m²; b. de gezamenlijke oppervlakte van kampeermiddelen mag per standplaats kampeermiddel niet meer bedragen dan 90 m²; c. de oppervlakte van bijgebouwen, waaronder begrepen individuele sanitairgebouwen, mag per standplaats kampeermiddel niet meer bedragen dan 10 m²; d. per standplaats kampeermiddel mag het aantal bijgebouwen niet meer bedragen dan 2; e. de gezamenlijke oppervlakte van was- en toiletgebouwen buiten de standplaats mag niet meer bedragen dan 1.100 m²; f. de gezamenlijke oppervlakte van dienstgebouwen voor beheer en onderhoud mag niet meer bedragen dan 1.100 ²; g. de gezamenlijke oppervlakte van stallen voor paarden en kleinvee mag niet meer bedragen dan 100 m²; h. de onderlinge afstand van nietaaneengebouwde bouwwerken mag niet minder bedragen dan 1 m; i. de afstand van bijgebouwen op een standplaats kampeermiddel tot de grens van de standplaats kampeermiddel mag 0 m bedragen of mag anders niet minder dan 1 m bedragen; Pagina 8 van 36

j.

Op het noordelijke deel van het recreatieterrein was in het bestemmingsplan ‘Kom Hengstdijk’ 1.100 m2 aan was- en toiletgebouwen en bergingen ter plaatse van de aanduiding ‘kampeerterrein’ toegestaan. In het ontwerp bestemmingsplan is een bouwvlak opgenomen en in de regels is vastgelegd dat buiten het bouwvlak geen gebouwen mogen worden gebouwd. Hiermee worden de huidige bebouwingsmogelijkheden ingeperkt. We verzoeken de huidige bebouwingsmogelijkheden met betrekking tot sanitair gebouwen weer op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan. De oppervlaktes per recreatiewoning inclusief bij- en aan-/uitbouwen bedraagt bij de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie-recreatiewoningen’ maximaal 100 m2. Voorheen was dit 100 m2 per recreatiewoning en

Dit was in het bestemmingsplan ‘Kom Hengstdijk’ inderdaad opgenomen. De regel die maximaal 1.100 m² aan was- en toiletgebouwen buiten de standplaats toestaat is overgenomen in 6.2.2 van het bestemmingsplan Buitengebied Hulst 2023. Omdat in het bestemmingsplan Buitengebied Hulst 2023 een extra regel is toegevoegd dat alle gebouwen binnen het bouwvlak moeten vallen, zou de plaatsing van dienstgebouwen nu inderdaad beperkt worden.

De oppervlakte per recreatiewoning inclusief bijgebouwen en aan-/ uitbouwen zal worden aangehouden zoals in het bestemmingsplan ‘Kom Hengstdijk’ is bepaald.

de goot- of boeibordhoogte en bouwhoogte van bouwwerken mag niet meer bedragen dan:

daarnaast worden ook de bouwregels voor bouwwerken, geen bebouwen zijnde aangevuld zodat deze in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan ‘Uitbreiding recreatiecentrum De Vogel’: a. erf- en terreinafscheidingen: b. tussen de standplaats en een interne ontsluitingsweg: 1 m; c. erf- en terreinafscheidingen elders: 2 m; d. pergola's: 2,75 m; e. speelvoorzieningen: 6 m; f. lichtmasten en overige masten: 3 m; g. bewegwijzering en overig straatmeubilair: 4,5 m; h. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 1 m. Het bouwvlak wordt vergroot zodat dienstgebouwen binnen het bouwvlak gerealiseerd kunnen worden. De bestaande maatvoeringen worden hierin overgenomen.

De oppervlakte per recreatiewoning inclusief bijgebouwen en aan-/ uitbouwen wordt gewijzigd van 100 m2 naar 108 m2.

Pagina 9 van 36

8m2 per bijgebouw. Wij stellen voor dat de oude regels gehandhaafd blijven. Bij de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – groepskamperen’ wordt aangegeven dat uitsluitend groepskampeerverblijven zijn toegestaan. In het geldende bestemmingsplan ‘Kom Hengstdijk’ is hier zowel verblijfsrecreatie als groepskamperen toegestaan. Wij willen graag dat de oude mogelijkheden behouden blijven en dat het woord ‘uitsluitend’ wordt verwijderd uit de regeling, zowel groepskamperen als verblijfsrecreatie is toegestaan.

In december 2023 (nummer: 633649) heeft de gemeente Hulst besloten de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen voor de activiteit ‘Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan’. De gemeente gaat akkoord met het afwijken van het bestemmingsplan zodat de bedrijfswoning aan de Kievitstraat 13 te Hengstdijk ook als recreatiewoning gebruikt mag worden. Graag verwerken in het nieuwe bestemmingsplan. In 1988 is vergunning verleend voor een surfloods nabij de kreek. Dit graag positief bestemming in het nieuwe bestemmingsplan. In het overloopgebied is het wenselijk om een was- en sanitair gebouw toe te voegen.

Vanwege kwaliteitsverbetering is het wenselijk om het dierenverblijf naar het zuiden te

In het bestemmingsplan ‘Kom Hengstdijk’ is opgenomen dat de subbestemming vRgk is bedoeld ‘voor permanente verblijfsrecreatie in de vorm van groepskamperen’. Er staat geen ‘tevens’ genoemd. Groepskamperen is binnen de reguliere bestemming ook toegestaan. Deze aanduiding is opgenomen om andere vormen op die locatie uit te sluiten.

Tegen de omgevingsvergunning is bezwaar ingesteld. Er loopt dus op dit moment nog een aparte procedure waardoor deze wijziging niet verwerkt kan worden in het bestemmingsplan Buitengebied Hulst 2023.

Artikel 17.1 lid n. wordt gewijzigd van ‘ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - groepskamperen', zijn uitsluitend toegestaan groepskampeerverblijven ten behoeve van permanente verblijfsrecreatie met daarbij behorende bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;’ naar ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie groepskamperen', zijn tevens toegestaan groepskampeerverblijven ten behoeve van permanente verblijfsrecreatie met daarbij behorende bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;’ Nog even bespreken Aanpassing van het bestemmingsplan is niet noodzakelijk gebleken.

Doordat het bouwvlak wordt uitgebreid valt de surfloods ook binnen dit bouwvlak en is deze positief bestemd.

Aanpassing van het bestemmingsplan is niet noodzakelijk gebleken.

Doordat het bouwvlak wordt uitgebreid wordt het mogelijk om in het overloopgebied een wasen sanitair gebouw toe te voegen, mits kan worden voldaan aan de overige bouwregels uit het bestemmingsplan. Door het bouwvlak te vergroten ontstaat er meer flexibiliteit voor de dierenverblijven op de kinderboerderij. Bouwvlak 1 blijft ongewijzigd.

Aanpassing van het bestemmingsplan is niet noodzakelijk gebleken.

Het reeds bestaande bouwvlak wordt richting de Vogelkreek uitgebreid. Het maximum Pagina 10 van 36

verplaatsen buiten het bouwvak. Graag bespreken we dit.

Bouwvlak 2 wordt naar het zuiden toe uitgebreid. Het dierenverblijf komt verder van de reguliere woningen af te staan. De bouwregels en maatvoeringen blijven ongewijzigd.

bebouwingspercentage en goot- en bouwhoogte blijven ongewijzigd.

Zienswijze 3 Ingekomen email met nummer 663317 (email ontvangen op 26 januari 2024) Inhoud De ensemblewaarde van het boerenerf op de locatie Grootmoedersdijk 11 te Kuitaart is door Provincie Zeeland beoordeeld met een waarde A. Overige boerderijen met een ensemblewaarde A binnen de gemeente Hulst zijn opgenomen in de lijst met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Het verzoek om ook de locatie Grootmoedersdijk 11 te Kuitaart (terug) op deze lijst te plaatsen.

Overweging De locatie Grootmoedersdijk 11 Kuitaart is inderdaad opgenomen als eindoordeel A binnen de lijst met cultuurhistorische boerderijen (https://kaarten.zeeland.nl/services/report/html /item/chs_hisboer/filter/fid/value/4046). Dit is per abuis niet overgenomen in dit bestemmingsplan.

Conclusie De locatie Grootmoedersdijk 11 te Kuitaart wordt opgenomen in de lijst met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing.

Pagina 11 van 36

Zienswijze 4 Ingekomen email met nummer 663318 (email ontvangen op 29 januari 2024) Inhoud De locatie Havendijk 5 te Terhole bestaat uit een woonhuis met bijgebouwen en een grote schuur. In de schuur vinden momenteel activiteiten plaats met betrekking tot de zorgboerderij. Het woonhuis doet dienst als bedrijfswoning. Betrokkene wenst de woning te gebruiken voor kleinschalige dagbesteding. Het bestemmingsplan Buitengebied Hulst 2013 staat dit niet rechtstreeks toe. Verzocht wordt om de bestemming Wonen te wijzigen naar de bestemming Maatschappelijk.

Overweging Het college van B&W heeft op 21 november 2023 ingestemd met het wijzigen van de bestemming Wonen te wijzigen naar de bestemming Maatschappelijk op het perceel Havendijk 5 Terhole. Een woonbestemming is gezien de activiteiten op deze locatie niet meer gepast. De bestemming kan worden gewijzigd. Het heeft geen nadelige invloed op het woon- en leefklimaat ter plaatse. De locatie ligt op minimaal 145 meter afstand van omliggende woningen van derden waarmee ruimschoots voldaan wordt aan richtafstanden van functies die binnen maatschappelijke bestemmingen zijn toegestaan. Daarnaast ligt de locatie niet binnen een groepsrisicogebied in het kader van externe veiligheid.

Conclusie De locatie Havendijk 5 te Terhole wordt bestemd, conform het collegebesluit d.d. 21 november 2023, als Maatschappelijk met nadere aanduiding Zorgboerderij. In de regels onder ‘Maatschappelijk’ wordt opgenomen: ‘ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk zorgboerderij', tevens een zorgboerderij;

Zienswijze 5 Ingekomen brief met nummer 663522 (brief van 30 januari 2024, ontvangen op 31 januari 2024) Heemschut Inhoud Betrokkene verzet zich tegen het wijzigen van de bestemmingen Water naar Agrarisch in de Kruispolder voor zover het gedempte kreekrestanten betreft. Handhaven van de bestemming Agrarisch op locaties waar nog zichtbare kreekrestanten zijn is niet op zijn plaats. In voorliggende herziening is sprake van inmiddels gedempte kreekrestanten, maar ook nog zichtbare waardevolle situaties.

Overweging Een aantal van deze watergangen staan als kreekrestant aangeduid op de Kaart Cultuurhistorie Zeeland van de provincie Zeeland. Ze zijn echter niet als dermate waardevol beoordeeld, dat ze ook beschermd zijn in het provinciaal beleid dan wel het bestemmingsplan. Dit is ook bevestigd in de Quickscan Archeologie en cultuurhistorie dd. 6 juni 2018 van Edufact Advies in erfgoed, zie bijlage 1. Tijdens de voorbereidingen van het project Kruispolder heeft Waterschap Scheldestromen ook nader onderzoek laten doen

Conclusie Dit onderdeel geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

Pagina 12 van 36

naar de waarde van de kreekrestanten, zie bijlage 2: Aanmeldingsnotitie, M.e.r.beoordeling voor uitbreiding van gemaal Paal en de herinrichting van de Kruispolder dd. 29 september 2020 van Royal HaskoningDHV. In de Aanmeldnotitie is geconstateerd dat de kreekrestanten al meer dan 100 jaar niet meer in hun oorspronkelijke staat verkeren en bovendien niet heel herkenbaar meer zijn in het landschap. Op basis daarvan is het dempen van de kreekrestanten voor het verbeteren van de waterhuishouding acceptabel geacht. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Herinrichting Kruispolder’ uit 2021 is het dempen van de kreekrestanten reeds afgewogen. Dit bestemmingsplan is onherroepelijk in werking. Er zijn toen geen zienswijzen ingediend tegen dat bestemmingsplan. Een deugdelijke motivering en onderbouwing van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging wordt gemist. Betrokkene stelt dat het indienen van de zienswijze is gelegen in het belang van het waarborgen en behouden van cultuurhistorisch erfgoed verbonden met de landschapsgeschiedenis in de betreffende polder. De kreekrestanten zijn overblijfselen van de Tweede Cosmas- en Damianusvloed uit 1509. Na inpoldering van de kruispolder in 1612 bleven deze kreekrestanten duidelijk herkenbaar aanwezig in het planmatig, kaarsrecht ingerichte polderlandschap.

Deze landschapselementen zijn herkenbare sporen van historische gelaagdheid van het landschap en worden daarom als ‘redelijk hoog’ gewaardeerd in de Cultuurhistorische hoofdstructuur van de Provincie Zeeland.

Zie hiervoor de onderbouwing in bijlage 1 en 2 bij deze notitie.

Dit onderdeel geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

Zie hiervoor de onderbouwing in bijlage 1 en 2 bij deze notitie.

Dit onderdeel geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

Pagina 13 van 36

Het dempen van kreekrestanten strookt niet met de Gebiedsagenda Grenspark Groot Saeftinghe, waarin wordt ingezet op het uitbouwen van kreken tot een robuuste ecologische structuur.

In de Gebiedsagenda van Grenspark Groot Saeftinghe staat de ambitie opgenomen om ecologische en recreatieve verbindingen aan te leggen via dijken en kreken, met een grensoverschrijdend dijken- en krekenplan. Streven is om het krekenpatroon door te ontwikkelen tot een samenhangende natte structuur, met een functie voor natuur, landbouw en recreatie. In het geval van de Kruispolder is door middel van co-creatie met bewoners en agrariërs (ook in het kader van het Grenspark) een herverkavelingsplan opgesteld voor de achter het gemaal Paal gelegen Kruispolder. Daarbij zijn zowel de belangen van de agrariërs als die van natuur en recreatie meegenomen. Met een combinatie van diverse maatregelen in de polder wil men het waterbeheer optimaliseren. Een deel van de Kruispolder is namelijk te nat (GGOR-knelpunt) en om de drooglegging in de polder te verbeteren wil het Waterschap waterlopen verdiepen en verbreden en duikers verlagen. De waterbeheermaatregelen worden aangegrepen om de Kruispolder te herverkavelen. Het herverkavelingsplan voor Kruispolder is weergegeven in bijlage 2 van deze notitie. Voor de herinrichting dienen verschillende nieuwe watergangen gegraven of verruimd te worden en enkele bestaande watergangen (deels oude kreekrestanten) te worden gedempt. De herinrichting draagt zorg voor een goede afvoer richting het gemaal bij maatgevende omstandigheden.

Het gekozen tracé heeft als voordeel dat relatief weinig perceeltoegangen wijzigen en er een beperkt aantal duikers gerealiseerd moet worden. In het kader van natuurontwikkeling wordt de verbreding van watergangen als een

Ons inziens strookt het plan met de gebiedsagenda van Grenspark Groot Saeftinghe. Dit onderdeel geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

Pagina 14 van 36

natuurvriendelijke oever ingericht om een positieve bijdrage te leveren voor bepaalde flora en fauna en de uitkomende grond wordt hergebruikt in de laag liggende percelen. Zienswijze 6 Ingekomen email met nummer 663747 (email ontvangen op 31 januari 2024) Inhoud In het ontwerp bestemmingsplan worden waterbassins enkel toegestaan op of aansluitend aan het bouwvlak. Ons verzoek is om een bassin (a) ook toe te laten als het niet aansluit bij het bouwvlak, (b) de maximale dijkhoogte bij bassins buiten het bouwvlak toe te staan tot 3 meter boven maaiveld en (c) de maximale oppervlakte op 1 ha te maximeren. Landbouwkundig bezien heeft het grote voordelen als de bassins ook op andere locaties gerealiseerd kunnen worden dan enkel direct in de buurt van het bouwvlak. Met een goede landschappelijke inpassing kan een bassin in het buitengebied juist waarde toevoegen als landschapselement. Zoals er ook in de Zeeuwse Omgevingsvisie ruimte wordt geboden, vragen wij u hierbij aan te sluiten.

Overweging Voor de aanleg van waterbassins willen we zoveel mogelijk aansluiten bij de Provinciale Verordening en provinciale notitie ‘Landschappelijke inpassing zoetwaterbassins Zeeland’. In de Provinciale regeling worden waterbassins vrijliggend in het landschap (dus zonder koppeling met agrarische bebouwing, buiten het bouwblok) toegelaten. Mogelijkheden zoals koppeling met dijken of polderwegen worden afgeraden. Dit zijn op zichzelf staande, belangrijke historische elementen die het landschapsbeeld beïnvloeden. In een open veld is het buitentalud zeer beeldbepalend. Een flauw oplopend talud maakt dat het bassin meer opgaat in het beeld en minder als verstorend object in het landschap. Bij een open landschap wordt een talud van 1 op 6 als minimum gezien (elke meter verticaal betekent 6 meter horizontaal). De helling dient steeds begroeid en/of afgedekt te zijn met een teeltlaag van ca 0,5 m of meer. Binnen het bouwvlak is een hoger bassin te verantwoorden vanwege de directe omliggende gebouwen. Binnen het bouwvlak wordt daarom

Conclusie In artikel 3.2 lid d (Teeltondersteunende voorzieningen) punt a wordt een nummer toegevoegd voor de bouwhoogte van waterbassins binnen het bouwvlak: 4. voor waterbassins: 3 meter met inachtneming van de voorwaarden voor landschappelijke inpassing zoals aangegeven in bijlage 10 van de regels. Artikel 3.3.5 wordt aangepast naar: 3.3.5 Waterbassin buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 ten behoeve van het realiseren van een waterbassin buiten het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het waterbassin heeft een oppervlakte van maximaal 1 ha en een hoogte van maximaal 2 meter; b. er wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Omgevingsverordening Zeeland 2024; c. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan is opgesteld conform bijlage 10 bij de regels. Het Pagina 15 van 36

een hoogte van 3,0 meter ten opzichte van het omliggende maaiveld toelaatbaar geacht. Een bassin op de overgang van bouwblok naar open landschap heeft flauwe taluds aan de landschappelijke zijde, voorzien van grazige begroeiing/bloemrijk grasland, met een helling van 1 op 6. Daarvoor moet het folie afgedekt worden met een teeltlaag van minimaal 0,5m teelaarde. Op de overgang naar het bouwblok en waar het bassin volledig omgeven wordt door opgaande beplanting (van voldoende breedte) en onderdeel is van een integraal inpassingsplan kunnen de hellingen beperkt worden tot de technische minima van 1 op 1,5.

gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. d. afwijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; e. het waterbassin mag geen nadelige invloed hebben op de watersystemen en grondwaterstanden van het gebied. Het bevoegd gezag wint daarom bindend advies in bij de waterbeheerder.

De beplanting maakt integraal onderdeel uit van het inpassingsplan voor het hele erf en kan bestaan uit opgaande beplantingen en grastaluds. De opgaande beplantingen bestaan uit boomweides, bomenrijen, forse windsingels en geriefhoutbosjes, allen met streekeigen soorten. De vegetatie sluit steeds aan bij de uitgangspunten en doelsoorten van het agrarisch natuurbeheer van de betreffende locatie. Wij pleiten ervoor om de maximale tiphoogte van windmolens 21 meter aan te houden. Dit sluit beter aan bij de standaard producten op de markt. Ook hier sluit u aan bij de wensen van de Provincie Zeeland. Wij willen graag onderstrepen dat agrarische bedrijven een belangrijke rol (kunnen) spelen in de energietransitie en het aanpakken van CO2vraagstukken. De landbouwsector heeft het potentieel om bij te dragen aan duurzame energieproductie door middel van wind, biogas, zonne-energie (op daken), en andere groene initiatieven. Met name ruimte voor de bouw van

We sluiten aan bij de Provinciale Omgevingsverordening om eenvoud in de regels te behouden. Daarin is een tiphoogte van 21,0 meter toegestaan.

De tiphoogte voor kleine windturbines bij agrarische bedrijven wordt in artikel 3.3.7, 4.3.1 en 5.3.8 gewijzigd van 20 meter hoogte naar 21 meter hoogte.

De gemeente Hulst staat open voor verduurzaming van agrarische bedrijven. Regels omtrent zon- en windenergie zijn opgenomen in het bestemmingsplan en onze beleidsregels. Voor wat betreft een collectieve monomestvergistinstallatie wordt er aangesloten bij de regels uit de Provinciale verordening. Een

Dit onderdeel geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

Pagina 16 van 36

(coöperatieve) monovergistingsinstallaties op het erf van melkveebedrijven ten behoeve van productie van groen gas missen wij in het bestemmingsplan, als ook in de lijst van nieuwe economische dragers. Zeker in de gemeente Hulst, met veel agrarische bedrijvigheid, zou een bestemmingsplan buitengebied dergelijke duurzaamheidsmaatregelen moeten omarmen. Wij hebben de indruk dat het ontwerp bestemmingsplan niet volledig aansluit bij de Provinciale regels (omgevingsvisie, Deltaplan Zoet Water, enz.). Dit geldt ondermeer voor de locatie van waterbassins en de tiphoogte van windmolens. Specifiek verzoeken wij de gemeente om m.b.t. uitbreidingsmogelijkheden van grondgebonden (intensieve) veehouderij, de maximale (provinciale) ruimte te benutten. Zeker intensieve veehouderij als neventak bij akkerbouwbedrijven (dus grondgebonden) kan kringlooplandbouw bevorderen en kunstmestgebruik reduceren.

installatie voor eigen gebruik wordt getoetst aan de bestemmingsplanregels.

Het vastgestelde bestemmingsplan kent, gezien bovenstaande, een aantal wijzigingen die zijn afgestemd op/in lijn is met de regels uit de Provinciale omgevingsverordening. In artikel 3 van de regels bijbehorend het bestemmingsplan zijn de beoordelingsregels terug te vinden.

Dit onderdeel geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

Zienswijze 7 Ingekomen brief met nummer 663903 (brief van 30 januari 2024, ontvangen op 31 januari 2024) Inhoud De definities van de begrippen ‘ecologische verbindingszone’ en ‘landgoed’ zijn niet meer actueel/ juist en dienen aangepast te worden.

Overweging De aanduiding ecologische hoofdstructuur is al ruime tijd vervangen door het Natuurnetwerk Nederland. Het gaat nu dus om natuurgebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Het begrip landgoed wordt aangepast.

Conclusie Het begrip ‘ecologische verbindingszone’ wordt geschrapt uit de regels bijbehorend het bestemmingsplan. Het begrip ‘landgoed’ wordt gewijzigd in: “een functionele eenheid, bestaande uit bos of natuur, waarbij vormen van bos- en landbouw onderdeel kunnen uitmaken van de bedrijfsvoering. Het geheel is overwegend openbaar toegankelijk. Op het landgoed staan Pagina 17 van 36

één of meer wooncomplexen met tuin van allure en uitstraling”. Hoe past het planologisch mogelijk maken van evenementen binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ zich verhoudt tot het behoud en/of herstel van ecologische waarden binnen de bestemming? Onduidelijk of er wordt voldaan aan de regels uit de Omgevingsverordening die gelden voor ‘agrarisch gebied van ecologische betekenis’.

Voorafgaand aan het evenement dient initiatiefnemer een ecologisch advies in te winnen bij een landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige waaruit blijkt dat de ecologische waarden niet worden geschaad en er voldaan kan worden aan de regels uit de Omgevingsverordening en het gemeentelijke beleid.

Artikel 5 wordt uitgebreid met een bepaling waarin het volgende wordt aangegeven:

Artikel 15 lid k schrappen

Extensief agrarisch gebruik in de vorm van beweiding is niet toegestaan binnen een natuurbestemming. De provincie Zeeland is hiervoor bevoegd gezag. De regels voor intensieve veehouderijen en waterbassins zijn in deze Notitie aangepast en worden daarmee afgestemd op de Provinciale Omgevingsverordening 2024.

Artikel 15 lid k wordt geschrapt uit de regels bijbehorend het bestemmingsplan.

In het vooroverleg zijn opmerkingen gemaakt over een aantal zaken die een relatie hebben met de regels uit de omgevingsverordening ((intensieve) veehouderij en waterbassins). De huidige gemeentelijke regels bieden echter niet de ruimte die het provinciaal beleid biedt en zijn daarmee in strijd met de Omgevingsverordening.

“Uitoefening van één of meerdaags evenementen voor ten hoogste 5 keer per jaar is toegestaan, met inachtneming van de volgende regels: a. vooraf schriftelijk ecologisch advies wordt ingewonnen bij de landschapsen natuurbeschermingsdeskundige waaruit blijkt dat de ecologische waarden ter plaatse niet worden geschaad; b. er wordt voldaan aan de regels van het geldende gemeentelijke evenementenbeleid.”

In de beantwoording van zienswijze 6 zijn de wijzigingen met betrekking tot waterbassins aangegeven. Artikel 3.6.5 (Vergroten bedrijfsvloeroppervlakte hoofdtak intensieve veehouderij) wordt aangepast naar: Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen ten behoeve van het vergroten van de maximale bedrijfsvloeroppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Pagina 18 van 36

a. een omgevingsvergunning voor het vergroten van de maximale bedrijfsvloeroppervlakte mag ten hoogste éénmaal worden verleend; b. het vergroten van de maximale bedrijfsvloeroppervlakte: 1. voor een intensieve veehouderij met een bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 5.000 m² is mogelijk tot ten hoogste 20% of een totaal bedrijfsvloeroppervlak van ten hoogste 8.000 m2. 2. voor een intensieve veehouderij met een bedrijfsvloeroppervlakte van minder dan 5.000 m² is mogelijk tot ten hoogste 5.000 m2. met dien verstande dat vergroting van het bouwvlak niet is toegestaan; c. aangetoond wordt dat wijziging noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en voor de continuïteit van het volwaardig agrarisch bedrijf dan wel vanuit een toepassing van milieuvoorschriften en/of andere wettelijke bepalingen. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarden schriftelijk advies in bij de agrarisch deskundige; d. de vergroting is uit milieuhygiënisch oogpunt uitvoerbaar; e. vergroting mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; Pagina 19 van 36

f.

Graag ter plaatse van de locatie Hertogin Hedwigepolder aandacht voor de hierna genoemde besluiten: 1. Besluit d.d. 10 februari 2014 – vastgesteld Rijksinpassingsplan Hertogin Hedwigepolder; 2. Besluit d.d. 9 september 2019 – kenmerk brief: GDR/142902. Dit is de verleende omgevingsvergunning voor het gebruik en het bouwen van een vleermuistoren op het perceel Mariastraat 2 te NieuwNamen; 3. Besluit d.d. 14 juli 2021 – kenmerk brief MET/188947. Dit is de verleende omgevingsvergunning voor het gebruik en het bouwen van een nieuw veldstation op het perceel Lignestraat 3 te NieuwNamen; 4. Besluit d.d. 8 juli 2021 – kenmerk brief: MET/20632. Dit is de verleende omgevingsvergunning strijdig gebruik voor het realiseren van een panoramaheuvel met uitkijktoren en een radar, twee toegangswegen en een parkeerplaats op de percelen kadastraal bekend als HUL00 X 187 en 200. 5. Besluit d.d. 15 februari 2023 – kenmerk brief: VMT/ 296471. Dit is de verleende omgevingsvergunning activiteit bouwen

De genoemde besluiten worden verwerkt in het bestemmingsplan, met uitzondering van: - Het Rijksinpassingsplan 2014. Deze is reeds verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2023.

2. onevenredige aantasting van de waterhuishouding van het gebied: vooraf wordt hierover door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap. het vergroten moet een significante bijdrage leveren aan verduurzaming van het bedrijf.

Voor de vleermuistoren op het perceel Mariastraat 2 Nieuw-Namen wordt een bouwvlak, een aanduiding ‘vleermuistoren’ inclusief maximale bouwhoogte van 10 meter vanaf peil opgenomen op de verbeelding. In de regels wordt bij de bestemming Groen een regel toegevoegd aan artikel 12.1: ‘Ter plaatse van de aanduiding ‘vleermuistoren’ tevens een vleermuistoren. Het veldstation op het perceel Lignestraat 3 te Nieuw-Namen is wel opgenomen op de verbeelding, maar onjuist opgenomen in de regels. In artikel 15.1 lid h wordt de regel aangepast naar: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - veldstation' tevens een veldstation. Artikel 20.1 lid g wordt aangepast naar: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - veldstation' is tevens een veldstation toegestaan; Ook wordt bij zowel artikel 15.2 als 20.2 aangegeven dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,0 meter tenzij anders op de verbeelding is aangeduid. Dit geldt ook voor de oppervlakte. De oppervlakte is niet gemaximeerd tenzij anders op de verbeelding aangeduid. Pagina 20 van 36

en aanleggen voor het realiseren van een geïntegreerde uitkijk- en radartoren op een paroramaheuvel, inclusief toegangsroutes en parkeervoorzieningen op het perceel Lignestraat 2 te NieuwNamen.

Op de locatie van de panoramaheuvel en -toren wordt op de verbeelding een bouwvlak opgenomen. Ook wordt op de verbeelding de aanduiding ‘panoramatoren’ opgenomen en wordt een maximale bouwhoogte van 63 meter +NAP opgenomen. Daarnaast wordt in de regels de aanduiding bij artikel 15.1 lid i aangepast naar: ter plaatse van de aanduiding ‘panoramatoren’ tevens een radartoren, panoramatoren met 5 ecolodges, natuureducatie en restaurant inclusief keuken’.

Ten opzichte van het voorontwerp bestemmingsplan Buitengebied Hulst zijn er in het ontwerp twee wijzigingsbevoegdheden uit het Rijksinpassingsplan Hertogin Hedwigepolder toegevoegd, namelijk artikel 15.7.1 en 15.7.2. deze wijzigingsbevoegdheden zijn met het beluit van 8 juli 2021 overruled en niet meer aan de orde. In de toelichting (paragraaf 1.3) wordt het Rijksinpassingsplan niet genoemd.

De wijzigingsbevoegdheden uit het Rijksinpassingsplan worden verwijderd uit de planregels bijbehorend het bestemmingsplan.

Artikel 15.7 wordt verwijderd uit de regels bijbehorend het bestemmingsplan.

Het Rijksinpassingsplan wordt opgenomen in de toelichting bijbehorend het bestemmingsplan.

Het gebruik van een restaurant/ natuureducatie in de uitkijktoren ontbreekt. De toegestane functies ontbreken in de planregels. De volgende functies zijn in de toren toegestaan: natuureducatie, vijf ecolodges (verblijfsrecreatie), restaurant met keuken, panoramaterras en radar. De bouwregels voor de uitkijk- en radartoren ontbreken. Op de verbeelding zijn wel maatvoeringen opgenomen, maar in de planregels zijn geen bouwregels opgenomen.

De regels met betrekking tot (het gebruik van) de panoramatoren wordt juist opgenomen in de planregels.

Onder paragraaf 1.3 wordt het Rijksinpassingsplan en de omgevingsvergunning voor de Panoramaheuvel Hedwige-Prosperproject toegevoegd. Zie voorgaande opmerking over de panoramatoren in deze zienswijze. Opmerking wordt opgenomen in de regels.

De regels met betrekking tot (het gebruik van) de panoramatoren wordt juist opgenomen in de planregels.

Zie voorgaande opmerking over de panoramatoren in deze zienswijze. Opmerking wordt opgenomen op de verbeelding.

Pagina 21 van 36

De vergunde hoogte (63 meter) is ten opzichte van het NAP. Volgens de wijze van meten wordt gemeten vanaf het hoogte peil. De term wooneenheden zoals weergegeven op de verbeelding op de locatie van de uitkijktoren is foutief. Dit dient te worden gewijzigd naar verblijfseenheden. Wonen is immers niet mogelijk. De maatvoering van de eenheden in de uitkijktoren is tevens foutief. Het verzoek is om de termen en maatvoering op de verbeelding te wijzigen en om de maatvoering op te nemen in de planregels. Het gebruik van de leidingendam en in het verlengde daarvan de noordelijke ontsluitingsbrug door gemotoriseerd verkeer (calamiteiten, bevoorrading en onderhoud) ten behoeve van de uitkijk-/ en radartoren ontbreekt. In artikel 15.1 lid p van het ontwerpplan is de leidingendam specifiek genoemd voor het onderhoud van kabels en leidingen, maar onterecht niet genoemd voor het onderhoud en het beheer van toegangsbruggen voor de panoramaheuvel, paden op de panoramaheuvel en de uitkijk- en radartoren. Het verzoek om alsnog beheer en onderhoud toe te voegen. De bouwregels/ maatvoeringen voor twee ontsluitingsroutes naar de panoramaheuvel ontbreken. De noordelijke en zuidelijke ontsluitingsbruggen omvatten bouwkundige voorzieningen (brug en vlonderpad). Het verzoek om dit alsnog mogelijk te maken in het plan.

De bouwregels voor dagrecreatieve voorzieningen, zoals informatieborden/ zitmeubilair, langs ontsluitingsroutes en op de panoramaheuvel ontbreken. Een regeling zoals onder andere opgenomen in de bestemmingen Gemengd en Groen ontbreekt nog in de bestemming Natuur.

De term ‘wooneenheden’ is onjuist. De juiste term wordt in de planregels toegekend.

De term ‘wooneenheden’ wordt gewijzigd naar ‘verblijfseenheden’. Tevens zijn de termen en maatvoering opgenomen in de planregels en op de verbeelding.

De regels met betrekking tot (het gebruik van) de leidingendam wordt opgenomen in de planregels.

Artikel 12.1 lid s en 15.1 lid p worden gewijzigd in: “paden ten behoeve van recreatie en onderhoud (ter hoogte van de Leidingendam ook ten behoeve van onderhoud van kabels en leidingen en onderhoud en beheer van toegangsbruggen en paden bij de panoramaheuvel), waaronder wandel- en fietspaden.

De regels met betrekking tot (het gebruik van) de panoramatoren wordt juist opgenomen in de planregels.

Bruggen en paden zijn in de bestemming Natuur (15.1 lid o) reeds toegestaan. Daarnaast zijn de ontsluitingsroutes op de verbeelding aangegeven.

Er worden bouwregels voor dagrecreatieve voorzieningen toegevoegd aan de bestemming Gemengd.

De tabel bijbehorend artikel 15.2 wordt uitgebreid met de volgende categorie: - bewegwijzering en overig straatmeubilair: 4,50 meter;

Pagina 22 van 36

Het gebruik van het parkeerterrein op de dijk ten behoeve van de uitkijk- en radartoren ontbreekt. Op de verbeelding staat wel een functieaanduiding, maar deze aanduiding ontbreekt nu in de planregels bij de bestemming Groen. Het gebruik en de bouwregels voor het veldstation ontbreken. Er is wel een aanduiding veldstation en maatvoeringen op de verbeelding aanwezig. De aanduiding is opgenomen in de planregels van de bestemming Water. Het verzoek om de planregel Natuur, artikel 15.1 lid h aan te vullen met ‘tevens een veldstation’ en bij de bestemmingen Natuur en Water in de planregels de maatvoeringen en bouwregels voor het veldstation op te nemen. De aanduiding, maatvoering en bouwregels voor de vleermuistoren ontbreken op de verbeelding en in de planregels.

De regels met betrekking tot (het gebruik van) de panoramatoren wordt juist opgenomen in de planregels.

Aan artikel 12.1 wordt een lid toegevoegd “ter plaatste van de aanduiding ‘parkeerterrein’ tevens een parkeerterrein.”

De regels met betrekking tot (het gebruik van) het veldstation wordt juist opgenomen in de planregels.

Zie voorgaande opmerking over het veldstation in deze zienswijze. Regels worden toegevoegd.

De regels met betrekking tot (het gebruik van) de vleermuistoren wordt juist opgenomen in de planregels.

Zie voorgaande opmerking over de vleermuistoren in deze zienswijze. Regels worden toegevoegd.

Zienswijze 8 Inhoud Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de N689 door de bebouwde kom van Kuitaart voldoet volgens betrokkene niet aan de wettelijke normering. In bijlage 2, afweging veiligheidsrisico’s bij vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Hulst”, staat in de inleiding het volgende vermeld: “Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico’s en risico’s die kunnen

Overweging Voor vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg is de ADR (Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR) versie 2023) van toepassing. Deze overeenkomst bevat bepalingen voor het veilig vervoer van gevaarlijke goederen over de weg. Elke vervoerder dient zich te houden aan de regels die op grond van dit akkoord zijn gesteld. Hiermee kan worden gesteld dat de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen ook over de N689 voldoende is geborgd.

Conclusie Dit onderdeel geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

Pagina 23 van 36

optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke mogelijkheden. In het kader van het Bro, gelezen in de samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft. Mede op basis hiervan is het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, bepaald.” Het bovenstaande Bro gold tot en met 30 juni 2023 en was ten tijde van de vaststelling van het rapport van de RUD al niet meer in werking. Daarnaast is de Wro per 1 januari 2024 vervallen.

Dit bestemmingsplan is nog onder het oude recht in procedure gebracht. Door toepassing van overgangsrecht geldt de wetgeving op grond waarvan de onderbouwing van het aspect externe veiligheid en toelichting is gebaseerd.

In hoofdstuk 2 worden ten gevolgde van verplichting uit het Bevi onder 2.2 drie bedrijven genoemd die vanwege gevaarlijke stoffen risico’s met zich meebrengen voor de leefomgeving binnen de grenzen van het buitengebied Hulst. Voor de betreffende bedrijven zijn berekeningen bekend onder andere voor de EV signaleringskaart. Van deze drie bedrijven blijkt het bedrijf met het grootste invloedsgebied (200 meter) bij calamiteiten in Kloosterzande te zijn gehuisvest, waarvan de aanrijroute dus direct langs onze huizen loopt. De andere genoemde bedrijven hebben een kleiner invloedgebied.

Voor de ontsluitingsroute naar het landelijke basisnet van onze lokale bedrijven welke gevaarlijke stoffen vervoeren is op advies van onze veiligheidsregio in 2017 door de gemeenteraad de meest veilige route vastgesteld. Dit betekent dat bij voorkeur deze route voor vervoer van gevaarlijke stoffen dient te worden gebruikt en voor routeplichtige stoffen geldt zelfs een verplichting om deze route te gebruiken. Bij deze beoordeling is expliciet gekeken naar veiligheidsrisico’s en vastgesteld is dat deze ook voor de situatie in Kuitaart acceptabel zijn;

Berekeningen van het plaatsgebonden risico (PR)van locaties waar bedrijven gevestigd zijn hebben specifiek betrekking op handelingen met deze stoffen ter plaatse. Dit zegt niets over het transport van deze stoffen over de weg. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen geldt een aparte rekenmethodiek en gebleken is dat -voor zover in situaties er dan sprake is van een plaatsgebonden risico (PR)- voor de doorgaande wegen in de gemeente Hulst deze niet buiten de contouren van de weg zelf valt. Voor de volledigheid merken we op dat het gaat om een consoliderend bestemmingsplan waarin geen wijzigingen aan de N689 zijn doorgevoerd. De situatie verandert daardoor niet ten opzichte van het bestemmingsplan Buitengebied Hulst 2013. Dit onderdeel geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

In paragraaf 3.3 worden de vastgestelde routes voor het vervoer van gevaarlijke Pagina 24 van 36

stoffen als volgt vermeld: “In het plangebied zijn twee routes opgenomen in de route gevaarlijke stoffen, welke is vastgesteld voor de gehele provincie Zeeland en in het bijzonder voor de gemeente Hulst in 2017. Het betreft: 1. De N290 Provincialeweg, N689 Hulsterweg tot kruising met Hulsterweg/ Boudeloodijk, Hulsterweg (gelegen naast N689) tot kruising Oudeweg, Oudeweg 2. De Rondweg Terhole tot en met rotonde, Hontenissestraat, Zandstraat enkel in noordelijke richting, gedeelte Zeildijk, Veldstraat, gedeelte Zoutestraat vanaf kruising met Veldstraat tot en met Zoutestraat 109” Voorgaande opsomming van routes wordt besloten met “Vanwege de vastgestelde route gevaarlijke stoffen mag ervan uitgegaan worden dan op overige wegen binnen de gemeente Hulst geen structureel vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt”. In het vanaf 4 mei 2017 geldende besluit is een kaart opgenomen die laat zien dat de ‘Routering van gevaarlijke stoffen binnen de gemeente Hulst’ de bebouwde kom van Kuitaart doorkruist en direct langs het Natura2000-gebied Vogelkreek loopt. Een ander punt van zorg is dat de verhardingsbreedte van routes van gevaarlijke stoffen binnen de bebouwde kom wettelijk is vastgelegd op minimaal 7,5 meter. De wettelijke basis hiervoor is vastgelegd in artikel 2.1 lid 1, sub b van de

Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen dat onderdeel uitmaakt van de rijksinfrastructuur. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen

Dit onderdeel geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

Pagina 25 van 36

Regeling Basisnet. Voor andere wegen in de bebouwde kom is de minimale breedte 5,5 meter. De verharding van de rijbaan op de Hulsterweg binnen de bebouwde kom van Kuitaart varieert in breedte. Het smalste gedeelte is 5,5 meter, het breedste 7,5 meter. Dit is echter slechts een klein gedeelte van de weg.

(binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten).” (https://www.infomil.nl/onderwerpen/veiligheid/basisnet) De N689 is hier geen onderdeel van. De gemeente Hulst heeft de Regeling basisnet niet van toepassing verklaard. Omdat de N689 niet tot het Basisnet behoort is de Regeling Basisnet niet van toepassing en geldt geen minimale breedte van 7.5 meter. Derhalve voldoet de N689 met een breedte van 5.5 meter.

Regeling Basisnet (bron Atlas voor de leefomgeving, Rijksoverheid) Naast de Hulsterweg ligt een tweerichtingsfietspad, dat vanwege het ontbreken van een trottoir, ook gebruikt moet worden door wandelaars. Dit fietspad ligt op hetzelfde niveau als de rijbaan en wordt van de rijbaan gescheiden door een ononderbroken witte lijn. Dit fietspad is slechts twee meter breed. Volgens de meest

De CROW geeft richtlijnen mee. Dat zijn geen harde eisen. In de CROW is ook duidelijk opgenomen dat dit per situatie sterk kan verschillen. Het gaat in dit geval om een bestaande situatie. Voorliggend bestemmingsplan wijzigt niets aan de bestemmingen of wegbreedtes. De Hulsterweg te Kuitaart is immers vanuit historisch perspectief een smalle weg met bebouwing aan weerszijden. Het realiseren van een tweerichtingsfietspad voor gemengd gebruik van

Dit onderdeel geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

Pagina 26 van 36

recente publicatie van CROW-Fietsberaad is een minimale breedte van 3,0 meter van toepassing op een tweerichtingsfietspad met gemengd gebruik. Vanwege veiligheid wordt 3,5 of 4.0 meter geadviseerd. Voor een veilige doorgang op de rijbaan voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, die voldoet aan wettelijke en veiligheidsnormen, is de route op rijbaan en fietspad samen op een bepaald gedeelte (tussen Hulsterweg 78 en 103) misten 3,0 meter te smal.

minimaal 3,5 meter is in deze bestaande situatie lastig te realiseren zonder dat hiervoor bestaande woningen moeten worden gesloopt. Zoals eerder aangegeven is de N689 geen onderdeel van het Basisnet.

Dit onderdeel geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

Pagina 27 van 36

Het hoofddoel van een milieueffectrapportage (mer) is om het milieubelang bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten te laten meewegen. Daarnaast mag er van worden uitgegaan dat een mer geschreven wordt om betrokkenen te laten zien dat er zorgvuldig en veilig wordt omgegaan met hun leefomgeving. De beschrijving in hoofdstuk 2, Wettelijke kader Merbeoordeling, is volstrekt onbegrijpelijk omdat er wordt verwezen naar wettelijke artikelen zonder uitwerking van bijbehorende teksten en argumentatie waarom bij de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied geen merplicht aan de orde is. Bij het doorlopen van de mer-rapportage op onderdelen met betrekking tot verkeer en veiligheid heeft betrokkene ontdekt dat in paragraaf 4.3 in de tabel ‘overzicht gevoelige gebieden, bijlage 3’ onder ‘juridisch kader’ wordt verwezen naar de ‘Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen’ welke per 1 april 2015 is vervallen. De risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn sinds 1 april 2015 wettelijk verankerd in het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes. De toetsing aan de mer-beoordeling heeft niet op een wettelijk geldende basis plaatsgevonden. Het rapport is niet in zijn geheel te beoordelen en moet aangepast worden naar de op dit moment geldende regelgeving. In het bestemmingsplan en de bijlagen wordt over zowel N60 als N689 gesproken.

Het gaat echter om dezelfde weg. Deze weg

In de Mer-beoordeling wordt in hoofdstuk 1.1. toegelicht wat het bestemmingsplan Buitengebied Hulst 2023 inhoudt. Dit komt ons inziens in hoofdstuk 1.2 onvoldoende terug.

De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de Quickscan Merbeoordeling in paragraaf 1.2 en de tabel bij paragraaf 4.3.

Hoofdstuk 1.2 wordt aangepast naar ‘Waarom een merbeoordeling?’. In 1.2 wordt toegevoegd dat het bestemmingsplan met name consoliderend van aard is. Wel worden er enkele artikelen toegevoegd waardoor het college onder voorwaarden medewerking kan verlenen aan een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan. Bij elk van deze binnenplanse afwijkingen geldt dat de ontwikkelingen onder de drempelwaarden van het Besluit mer vallen én ze daarnaast afzonderlijk getoetst worden bij de aanvraag. Er dient in dit geval altijd sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening en ETFAL. Het bestemmingsplan Buitengebied Hulst 2023 maakt geen ontwikkelingen mogelijk die resulteren in een toenemende verkeersdrukte of gewijzigde routering in gevaarlijke stoffen. Het is indiener opgevallen dat er wordt verwezen naar de ‘Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen’, welke per 1 april 2015 inderdaad is vervallen. Dit wordt aangepast naar: Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling basisnet (beiden per 1 april 2015 in werking).

De verwijzingen naar N60 worden aangepast naar N689.

Dit onderdeel geeft aanleiding om de weg in het volledige bestemmingsplan aan te duiden met N689. Pagina 28 van 36

wordt sinds 2005 aangeduid met N689. Dit is niet consequent en werkt verwarrend. Zienswijze 9 Ingekomen brief met nummer 664162 (brief van 28 januari 2024, ontvangen op 31 januari 2024) Inhoud Betrokkene verzoekt de bouwhoogte op de locatie Absdaalseweg 66 te Hulst, te wijzigen naar 7 meter. Het bestaande, vervallen, schuurtje wordt afgebroken en er komt een nieuwe paardenstal voor terug.

Overweging De huidige paardenstal is in het verleden vergund met een maximale hoogte van 4 meter. De maximum bouwhoogte van overige bijgebouwen in de omgeving bedraagt 7 meter. In lijn met deze bouwregels is besloten de maximum goothoogte te wijzigen naar 7 meter.

Conclusie De maximum bouwhoogte wordt gewijzigd van 4 meter naar 7 meter op de locatie Absdaalseweg 66 te Hulst.

Zienswijze 10 Ingekomen brief met nummer 664339 (brief van 31 januari 2024, ontvangen op 31 januari 2024) Inhoud Betrokkene geeft aan dat hij betrokkenheid vanuit inwoners mist bij de totstandkoming van het nieuwe bestemmingsplan.

Overweging Op 16 mei 2013 is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hulst’ vastgesteld. Het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied Hulst bevat het totale buitengebied van de gemeente Hulst. In de afgelopen jaren is gebleken dat het wenselijk is om een aantal regels te verduidelijken, beleidsregels over te nemen uit Provinciale beleidsregels, omissies te herstellen en op perceelsniveau enkele wijzigingen door te voeren. Tevens worden ook alle partiële herzieningen tussen 2013 en 2023 opgenomen.

Conclusie Dit onderdeel leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.

Van 6 juli tot en met 2 augustus 2023 heeft het voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen. Eenieder kon hier een reactie op kenbaar maken. Alle binnengekomen reacties zijn verwerkt in de Nota inspraak reacties voorontwerp bestemmingsplan, welke als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan is toegevoegd. Pagina 29 van 36

Normaliter werkt de gemeente Hulst niet met een voorontwerp bestemmingsplan. Echter, vanwege de omvang van dit plan, is er voor gekozen om een extra stap aan participatie in te bouwen. In die periode zijn er ook twee inloopavonden georganiseerd waarop eenieder informatie kon ophalen. Tijdens die avonden waren meerdere medewerkers van de gemeente Hulst aanwezig om vragen te beantwoorden. De gemeente Hulst is van mening dat er uitgebreid is stilgestaan bij participatie en er voldoende mogelijkheden waren om input te leveren. Vervolgens heeft het ontwerp bestemmingsplan van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 ter inzage gelegen. Polders, inclusief hun naturel gevormde kromme sloten, moeten in het bestemmingsplan beter beschermd worden. Alle binnendijken moeten vanwege hun historie en landschapsbepalende karakter bestemd worden als ‘beschermde dijk’ Alle naturel gevormde kromme sloten in het plangebied dienen vanwege hun onwisselbaarheid, historie, natuur- en landschapsbepalende karakter de bestemming ‘water’ te krijgen. Deze bestemming mag niet worden gewijzigd naar een andere bestemming.

De belangrijkste kreekrestanten zijn aangeduid op de Kaart Cultuurhistorie Zeeland van de provincie Zeeland. Waardevol beoordeelde kreken worden beschermd in het bestemmingsplan. De aanwezige relicten zijn opgenomen binnen de bestemming ‘beschermde dijk’. De reeds verloren restanten zijn niet meer te herkennen in het landschap en daarom ook niet planologisch vastgelegd. Een aantal van deze watergangen staan als kreekrestant aangeduid op de Kaart Cultuurhistorie Zeeland van de provincie Zeeland. Ze zijn echter niet als dermate waardevol beoordeeld, dat ze ook beschermd zijn in het provinciaal beleid dan wel het bestemmingsplan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14441220/1