111223 ontwerp bp samengevoegd
Tekst van het document
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt.
6
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge
Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien. Gebiedenbescherming Natura 2000 De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen.
Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Binnen Nederland zijn er, in de periode 1986-2005, 79 belangrijke vogelgebieden als speciale beschermingszone (SBZ) van de Vogelrichtlijn aangewezen. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn in 2003 141 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie. Ongeveer 87% van het oppervlak van deze Habitatrichtlijngebieden heeft overlap met de gebieden die als Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. In Aanwijzingsbesluiten wordt door de minister van EZ de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden, natuurlijke Habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten, waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht; 2. Er een kans op effecten, maar zeker niet significant: vergunningaanvraag via een verstoringstoets/ verslechteringstoets; 3.
Er is een kans op significante effecten: vergunningaanvraag via Passende Beoordeling (alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang). Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen.
7
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge
Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Zeeland, vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Zeeuwse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het maakt onderdeel uit van het Nederlandse netwerk. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.
1.3
Afbakening plangebied en werkwijze
Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is het gebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden (rood aangegeven).
8
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge
Figuur 1. Plangebied.
Het plangebied is bezocht op 27 september 2022. Daarnaast zijn lokale verspreidingsatlassen geraadpleegd, zijn gegevens opgevraagd en zijn openbare websites geraadpleegd.
1.4
Opzet beoordeling
De opzet van deze beoordeling is als volgt. In hoofdstuk 2 is een korte beschrijving gegeven van het studiegebied, het plangebied en de voorgenomen activiteit. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de te verwachten en de aangetroffen natuurwaarden in het gebied. Deze gegevens zijn vervolgens geïnterpreteerd en beoordeeld in relatie tot de voorgenomen activiteit.
9
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge
2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie. Het plangebied waar deze quickscan op van toepassing is, is gelegen ten noordoosten van het dorp Clinge. Het betreft een tweetal schuren waar in dagelijks bedrijfsactiviteiten plaats vinden. De schuren bestaan uit metaal en een steens fundering. Daarnaast is er een prefab woning bestaande uit kunststof wanden. Het plangebied bestaat uit bedrijventerrein. Ten oosten liggen agrarische gronden. Ten noorden is een bosje.
Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied.
10
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge
Foto 1. Plangebied, binnenzijde te slopen bebouwing.
Foto 2. Plangebied, te slopen schuur.
11
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge
Foto 3. Te slopen bebouwing (prefab).
Foto 4. Te slopen huis (prefab).
12
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge
3
Soortenbescherming
Hieronder worden soorten vernoemd die in de omgeving van het plangebied voorkomen. Vervolgens wordt uitgewerkt of deze soorten ook in het plangebied voorkomen en of er eventueel nadelige effecten te verwachten zijn.
3.1
Zoogdieren
Overige soorten: egel, bosmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis, ree, vos. Beschermde soorten: eekhoorn, Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, mopsvleermuis, laatvlieger, haas, konijn, wezel, hermelijn, bunzing. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: Bekker 2009, Zoogdieren in Zeeland, NDFF 23 september 2022. Voor grondgebonden zoogdieren is de te slopen bebouwing niet geschikt. Er zijn geen schuilplaatsen aanwezig. Voor vleermuizen is de te slopen bebouwing niet geschikt. Er zijn geen mogelijkheden voor dagverblijven. De te slopen schuur bestaat uit een metalen dak, enkel steense muren, damwand en metalen spanten. Uit te voeren maatregelen: Slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Mitigerende maatregelen / Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: De te slopen bebouwing, is niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen en voor grondgebonden zoogdieren.
13
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge
3.2
Vogels
3.2.1 Broedvogels De volgende broedvogels zijn in de omgeving van het plangebied vastgesteld: Houtduif, Holenduif, Merel, Zanglijster, Koolmees, Pimpelmees, Kauw, Ekster, Zwarte kraai, Spreeuw, Turkse Tortel, Grote bonte specht, Groene specht, Boomkruiper, Zwarte roodstaart, Groenling, Putter, Kneu, Grasmus, Winterkoning, Heggenmus, Bosrietzanger, Waterhoen, Wilde eend, Witte kwikstaart, Fazant, Tjiftjaf, Zwartkop, Gaai, Tuinfluiter, Grasmuis, Bosuil, Buizerd, Sperwer, Huismus. Cursief zijn soorten die zijn opgenomen in categorie 5. Vet gedrukt soorten zijn soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: veldinspectie, vogelatlas van Nederland, NDFF versie 23 september 2022. De te slopen bebouwing is niet geschikt voor uilen. Het dak is niet geschikt als broedplaats voor huismussen. Er zijn geen geschikte toegangen tot nestlocaties. Ook voor die gierzwaluw is de bebouwing niet geschikt. Er zijn geen broedmogelijkheden. Uit te voeren maatregelen: Slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: De te slopen bebouwing is niet geschikt als broedlocatie voor vogels.
14
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge
3.2.2 Watervogels Er komen geen watervogels voor in het plangebied. Trekvogels en watervogels Voorkomen / functie van het plangebied: (Ministerie van Verkeer en Waterstaat e.a., Deltavogelatlas, atlas van vogelconcentraties en vliegbewegingen in het Deltagebied, digitale versie 23 september 2022.; SOVON Vogelonderzoek Nederland & Ganzenwerkgroep Zeeland.2019; Omdat het een bedrijfsterrein betreft met bebouwing en opgaande bomen en er geen water aanwezig is, is het ongeschikt voor watervogels. Geschikte gebieden voor watervogels liggen op meer dan 200 meter. Uit te voeren maatregelen: Slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet te verwachten Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen nadelig effect te verwachten. Het plangebied is ongeschikt voor watervogels. De afstand tot belangrijke watervogel gebieden is voldoende groot.
3.3
Reptielen en Amfibieën
Amfibieën die kunnen voorkomen in de ruimere omgeving van het plangebied zijn: Algemene beschermde soorten: Bruine kikker, Groene kikker, Kleine watersalamander, Gewone pad. Alpenwatersalamander Voorkomen en functie van het plangebied: Bron: website www.ravon.nl, NDFF datum 23 september 2022. De genoemde soorten komen voor in de omgeving van het plangebied. Het plangebied heeft geen waarde voor de beschermde soorten omdat er geen voortplantingswateren aanwezig zijn. Omdat het geheel verhard is, is het ook niet geschikt als landbiotoop voor amfibieën en reptielen. Uit te voeren maatregelen: Slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Het betreffende plangebied is niet geschikt als leefgebied. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet in het geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen nadelige effecten te verwachten. Het biotoop is ongeschikt voor amfibieën en reptielen.
15
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge
3.4
Vissen
Voorkomen en functie van het plangebied: Bron: website Ravon versie 23 september 2022. Er komen geen vissen voor. Er is geen water. Uit te voeren maatregelen: Slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten. Er is geen water.
3.5
Ongewervelden
Voorkomen en functie van het plangebied: Vlinder- en Libellenwerkgroep 2003; Geene et. al. 2007; Wagenaar 2007, NDFF 23 september 2022. In het plangebied komen geen dagvlinders, nachtvlinders, libellen, sprinkhanen en overige ongewervelden voor die beschermd worden door de Wet natuurbescherming. Het plangebied is ongeschikt omdat het bestaat uit verhard gebied. Ook zijn ook geen populaties van beschermde soorten gelegen binnen 1 kilometer afstand. Uit te voeren maatregelen: Slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Er komen geen beschermde soorten voor. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: het biotoop is ongeschikt voor beschermde ongewervelden. Geen negatieve effecten te verwachten. Er komen geen beschermde soorten voor.
3.6
Vaatplanten
In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Voorkomen en functie van het plangebied: Flora Zeelandica en veldbezoek. NDFF versie 23 september 2022 In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Tijdens het veldbezoek zijn deze niet vastgesteld. Beschermde vaatplanten komen vooral voor in kalkrijke (vochtige) biotopen, voedselarme akkers en schraallanden. Deze zijn in het plangebied niet aanwezig. Op de
16
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge
muren van het te slopen gebouw zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde muurplanten aangetroffen. Uit te voeren maatregelen Slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Er komen geen beschermde soorten voor in het plangebied. Geen negatieve effecten te verwachten.
17
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge
4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Natura 2000/Natuurbeschermingswet Het plangebied is geen Beschermd Natuurmonument of Natura 2000 gebied, zie bijlage 1. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Westerschelde & Saeftinghe, Vogelkreek en Stropersbossen. Deze zijn gelegen op meer dan 2 kilometer afstand. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 gebieden is groot genoeg om geen negatieve effecten van trilling, geluid of optische verstoring te veroorzaken. Er wordt ook geen grondwater onttrokken dus er zijn geen verdrogingseffecten. De instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden worden niet aangetast.
Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Het plangebied is niet begrensd in het kader van de Natuurnetwerk Zeeland (NNZ, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), zie bijlage 1. Gebieden die begrensd zijn in het kader van het NNZ liggen direct grenzend aan het plangebied. Het betreft het natuurgebied Clingepolder. Het beheertype is vochtig bos met productie. In het plangebied zijn dagelijks activiteiten met mensen en machines. De sloopactiviteiten zullen geen extra nadelig effect hebben. Er zijn geen nadelige effecten te verwachten.
Er wordt geen beplanting gekapt. Het onderdeel houtopstanden in de Wet natuurbescherming is niet van toepassing. Conclusie: Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op gebieden die zijn aangewezen in het kader van het NNZ. De gebieden zijn op voldoende afstand gelegen en de maatregelen zijn kleinschalig van aard.
18
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge
5
Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering
Op de locatie Tiberghienweg 32 in Clinge wordt bebouwing gesloopt. De te slopen bebouwing bestaat uit een metalen daken en wanden. Daarnaast is er een prefab kunststof woning. De te slopen bebouwing is niet geschikt als verblijfplaats voor grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en broedvogels waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. De sloop van de bebouwing heeft geen nadelig effect op de mogelijke broed- en verblijfplaatsen van beschermde soorten. Het plangebied is niet geschikt voor andere beschermde soorten. Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er is ook geen negatief effect te verwachten op de natuurkwaliteiten van terreinen die zijn aangemerkt in het kader van het natuurnetwerk Zeeland. Het plangebied is in gebruik voor bedrijfsactiviteiten. De sloopwerkzaamheden zullen geen extra nadelige verstoringen opleveren op het nabij gelegen bos.
19
Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge
Bijlage 1 Natuurnetwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), rood is plangebied.
20