CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

111223 ontwerp bp samengevoegd

Gemeenteraad 8 februari 2024, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan ‘Tiberghiënweg 32, Clinge en Vlasstraat, ong. Heikant’.18.800 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6.1.2 Zienswijzen Op grond van het bepaalde in artikel 3.8, lid 1, van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met afdeling 3:12 van de Algemene Wet Bestuursrecht heeft het ontwerpbestemmingsplan van PM tot en met PM ter inzage gelegen. Binnen deze periode zijn wel/geen zienswijze ingediend.

6.2 Financiële uitvoerbaarheid De financiële uitvoerbaarheid van het project wordt aan de gemeente Hulst aangetoond. In de Wet ruimtelijke ordening is de grondexploitatiewet opgenomen. De zogenaamde grexwet regelt verplicht kostenverhaal door de gemeente. De gemeente legt dit kostenverhaal vast in een exploitatieplan. Van een exploitatieplan kan worden afgezien door in het kostenverhaal anderszins te voorzien (overeenkomst met alle grondeigenaren in het plangebied of volledig grondeigendom). In een bestemmingsplan is sprake van kostenverhaal (6.2.3. t/m 6.2.5. Bro) als een bouwplan (6.2.1 Bro) wordt mogelijk gemaakt. De wetgever heeft de volgende verschillende bouwplannen vastgesteld. • Bouw van één of meer woningen; • Bouw van één of meer andere hoofdgebouwen; • Uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² of met één of meer woningen; • Verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht worden, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; • Verbouwing van een of meer gebouwen voor andere doeleinden mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m² bedraagt; • De bouw van kassen tot 1.000 m². In dit bestemmingsplan wordt een 'bouwplan' mogelijk gemaakt dat voorziet in de herbouw van één woning.

Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in de grondexploitatiewet waarvoor kostenverhaal verplicht is. De gemeente heeft met de grondeigenaren een anterieure overeenkomst gesloten over eventueel kostenverhaal voor de woning. De kosten die de gemeente op een ontwikkelaar kan verhalen staan vermeld in 6.2.3, 6.2.4 en 6.2.5 Bro. De gemeente is dan ook niet

32

genoodzaakt op basis van 6.12 Wro een exploitatieplan vast te stellen. De eigenaar van het perceel, danwel de toekomstige eigenaren voorzien in de financiering van de bouwplannen. Conclusie Geconcludeerd mag worden dat de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan afdoende is gewaarborgd en dat geen exploitatieplan hoeft te worden opgesteld.

33

Bijlage 1 | Watertoetstabel

34

35

Bijlage 2 | Stikstofberekening

36

37

Bijlage 3 | Ecologisch onderzoek

38

39

40

De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in uw ruimtelijk plan.

Vlasstraat ong. Thema en water(beheer)doelstelling

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Uitwerking

De nieuw te bouwen woning aan de Vlasstraat is niet gelegen nabij een waterkering. huidige situatie

na realisatie

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

dakoppervlak

0

200

1

dichte bodemverharding

0

200

2

doorlatende bodemverharding

0

0

3

wateroppervlak

0

0

4

Het totaal aantal verharde oppervlakte zal in de nieuwe situatie toenemen. Op basis van de te verwachten te verharden extra oppervlakte van ca. 400 m2, dient op het terrein een waterberging te worden gerealiseerd van 00 x 0,075 = 30 m3. Er is sprake van een gescheiden afvoer van afval- en hemelwater. Hemelwater wordt afgevoerd zoals hiervoor aangegeven. Afvalwater wordt via de reeds aanwezige particuliere persleiding van perceel HUL 00 S1487 afgevoerd. Deze persleiding behoort bij het bedrijf, waarbij de bedrijfswoning wordt gerealiseerd.

Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Ter plaatse is geen grondwateroverlast bekend. De ondergrond is zand, waardoor er sprake is van snelle infiltratie.

De ontwikkeling is gelegen in het grondwaterschermingsgebied. Door bij de bouw geen gebruik te maken van uitlogende materialen, zoals zink en lood, maar enkel door gebruik te maken van duurzame nietuitloogbare bouwmaterialen, zal de

ontwikkeling geen gevolgen hebben voor de grondwaterkwaliteit.

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Bij de bouw wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. Het hemelwater wordt apart afgevoerd. Het afvalwater wordt aangesloten op de aanwezige drukriolering.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

De ontwikkeling zal geen gevolgen hebben voor de volksgezondheid.

Er is geen sprake van een zettinggevoelig gebied, de ontwikkeling vindt plaats op zandgrond. De nieuwe ontwikkeling zal geen gevolgen hebben ten aanzien van bodemdaling. In de nabijheid van het plangebied is geen natte natuur gelegen.

Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

In en om het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.

Andere belangen waterbeheerder Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

De ontwikkeling is niet gelegen in eigendommen van waterschap Scheldestromen.

Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking

De ontwikkeling is niet gelegen aan, of nabij wegen van het Waterschap Scheldestromen.

Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? * na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd?

* na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

Tiberghiënweg 32 Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Veiligheid waterkeringen

De nieuw te bouwen loods aan de Tiberghiënweg 32 is niet gelegen nabij een waterkering.

Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

huidige situatie

na realisatie

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

dakoppervlak

1.100

1.720

1

dichte bodemverharding

1.750

1.500

2

doorlatende bodemverharding

0

0

3

wateroppervlak

0

0

4

Het totaal aantal verharde oppervlakte zal in de nieuwe situatie toenemen. In de geldende planologische situatie wordt de nieuwe bebouwingsoppervlakte reeds rechtstreeks toegestaan. In planologische zin is er geen sprake van toename van verharding. Er hoeft geen extra waterberging te worden gerealiseerd. Er is sprake van een gescheiden afvoer van afval- en hemelwater. Afvalwater wordt op het gemengde stelsel onder de weg aangesloten. Hemelwater wordt op de sloot aan de achterzijde en op de sloot aan de noordzijde van het perceel aangesloten. Ten opzichte van de bestaande situatie verdwijnt een bedrijfswoning, hierdoor zal het afvalwater sterk afnemen. In de huidige situatie is zowel het afvalwater, als het hemelwater aangesloten op het aanwezige gemengde stelstel. Ten opzichte van de bestaande situatie wordt het gemengde rioolstelsel sterk ontlast.

Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Ter plaatse is geen grondwateroverlast bekend. De ondergrond is zand, waardoor er sprake is van snelle infiltratie.

De ontwikkeling is niet gelegen in een grondwaterschermingsgebied. Door bij de bouw geen gebruik te maken van uitlogende materialen, zoals zink en lood, maar enkel door gebruik te maken van duurzame nietuitloogbare bouwmaterialen, zal de ontwikkeling geen gevolgen hebben voor de grondwaterkwaliteit. Bij de bouw wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. Het hemelwater wordt rechtstreeks via een pvc-pijp geloost in de naast het perceel gelegen aanwezige sloten.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

De ontwikkeling zal geen gevolgen hebben voor de volksgezondheid.

Er is geen sprake van een zettinggevoelig gebied, de ontwikkeling vindt plaats op zandgrond. De nieuwe ontwikkeling zal geen gevolgen hebben ten aanzien van bodemdaling. In de nabijheid van het plangebied is geen natte natuur gelegen.

Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

In en om het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.

Andere belangen waterbeheerder Relatie met eigendom waterbeheerder

De ontwikkeling is niet gelegen in eigendommen van waterschap Scheldestromen.

Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? * na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd?

* na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

De ontwikkeling is niet gelegen aan, of nabij wegen van het Waterschap Scheldestromen.

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

De Koster Ruimtelijke Ordening BV Tiberghiënweg 32, 4567 BR Clinge Sloop en bouw loods Tiberghiënweg en bouw woning Vlasstraat Sloop woning en romney loodsen op de locatie Tiberghiënweg 32 te Clinge en bouw woning op het perceel Vlasstraat ong. te Heikant. RVrmsjVXvPqz 10 maart 2023, 04:39 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten

Rekenjaar Sloop en bouw loods Tiberghiënweg en bouw woning 2024 Vlasstraat - Beoogd

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hexagon

Gebied

Hoogste bijdrage Sloop en bouw loods Tiberghiënweg en bouw woning Vlasstraat - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie -

RVrmsjVXvPqz (10 maart 2023)

0,2 kg/j

78,4 kg/j

2/10

Projectberekening

Sloop en bouw loods Tiberghiënweg en bouw woning Vlasstraat (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 7 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Graafmachine van en naar locatie Heikant 8 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Graafmachine in bedrijf Heikant 10 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Hijskraan naar en van locatie 11 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Hijskraan in bedrijf 12 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Betonwagen/storter naar en van locatie Heikant 13 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Betonwagen/storter in bedrijf 14 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Compactor Heikant 15 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Sleuvenfrees Heikant 16 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Graafmachine van en naar locatie Clinge tbv sloop loods en woning 17 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Graafmachine in bedrijf slopen en graven Clinge 18 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Betonwagen/storter naar en van locatie Clinge 19 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Betonwagen/storter in bedrijf  Verkeersnetwerk

RVrmsjVXvPqz (10 maart 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,2 kg/j

1,0 kg/j 13,5 kg/j 0,5 kg/j 14,3 kg/j 1,1 kg/j 13,7 kg/j 1,8 kg/j 0,4 kg/j 1,0 kg/j 13,5 kg/j 1,1 kg/j 13,7 kg/j 2,8 kg/j

3/10

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

1000 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RVrmsjVXvPqz (10 maart 2023)

4/10

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Sloop en bouw loods Tiberghiënweg en bouw woning Vlasstraat" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RVrmsjVXvPqz (10 maart 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/10

Projectberekening

Per eigen rekenpunt Naam

10 11 13 14 15 23 24 25 26 27 6 8 9 12 16 17 18 19 28 3 4 1 2 5 7 29 20 21 22

RVrmsjVXvPqz (10 maart 2023)

Coördinaat

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

Westerschelde & Saeftinghe H2110 (15 km) X:40798 Y:374497 Westerschelde & Saeftinghe H1330B (15 km) X:45262 Y:378949 Westerschelde & Saeftinghe H2120 (22 km) X:35019 Y:377451 Westerschelde & Saeftinghe H2190B (22 km) X:34231 Y:377419 Westerschelde & Saeftinghe H2130A (23 km) X:38871 Y:383433 Brabantse Wal & Brabantse Wal Lg13 (22 km) X:82151 Y:374795 Brabantse Wal L4030 (23 km) X:82300 Y:374875 Brabantse Wal Lg09 (23 km) X:82575 Y:374950 Brabantse Wal Lg14 (23 km) X:82867 Y:375342 Brabantse Wal Lg04 (24 km) X:81628 Y:379659 Westerschelde & Saeftinghe H1330A (9 km) X:67486 Y:372713 Westerschelde & Saeftinghe H1310A (10 km) X:67754 Y:372704 Westerschelde & Saeftinghe H1310B (15 km) X:73178 Y:374812 Westerschelde & Saeftinghe H2160 (18 km) X:75439 Y:376942 Oosterschelde (19 km) X:68585 Y:382858 Oosterschelde H1330A (19 km) X:68577 Y:382890 Oosterschelde H1320 (19 km) X:68583 Y:382927 Oosterschelde H1310A (19 km) X:67930 Y:383168 Markiezaat (23 km) X:75587 Y:383439 Canisvliet (7 km) X:45286 Y:360984 Canisvliet Lg08 (8 km) X:45220 Y:360075 Vogelkreek (7 km) X:57404 Y:373053 Vogelkreek Lg08 (7 km) X:58767 Y:373321 Westerschelde & Saeftinghe (8 km) X:49106 Y:372972 Westerschelde & Saeftinghe H1320 (9 km) X:54159 Y:375923 Zoommeer (25 km) X:74713 Y:386119 Yerseke en Kapelse Moer (22 km) X:58046 Y:388334 Yerseke en Kapelse Moer H1330B (22 km) X:58212 Y:388348 Yerseke en Kapelse Moer

H1310A (22 km) X:58401 Y:388338 -

6/10

Projectberekening

Sloop en bouw loods Tiberghiënweg en bouw woning Vlasstraat, Rekenjaar 2024 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Beschrijving

Vrachtwagen van en naar locatie Tiberghiënweg X:64788,92 Y:365652,7 Type scherm 194,56 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Vrachtauto - diesel - middelzwaar - Euro-3 - licht 2

Euroklasse

Euro klasse MVADEUR3LCH

Wegverkeer | Weg

Naam Werknemers van en naar locatie van en naar locatie Tiberghiënweg Locatie X:64785,79 Y:365656,9 Type scherm Lengte 197,39 m Hoogte Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Euroklasse

Bestelauto - diesel - Euro-3 - N1 klasse 1 3

Euro klasse LBADEUR3CL1

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

9,2 g/j 0,0 kg/j 0,0 kg/j

Aantal voertuigen

12 p/jaar

LinksRechts NOₓ 8,5 g/j - - NO₂ 3,8 g/j - - NH₃ 0,0 kg/j

- -

Aantal voertuigen

60 p/jaar

Wegverkeer | Weg

Naam Vrachtwagen van en naar locatie Tiberghiënweg met schone grond LinksRechts NOₓ 6,8 g/j Locatie X:64803,46 Y:365659,84 Type scherm - - NO₂ 0,0 kg/j Lengte 179,73 m Hoogte - - NH₃ 0,0 kg/j Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Euroklasse Aantal voertuigen

Vrachtauto - diesel - zwaar - Euro-3 4

Euro klasse ZVADEUR3

4 p/jaar

Wegverkeer | Weg

Naam Vrachtwagen van en naar locatie Tiberghiënweg voor bouw loods LinksRechts NOₓ 69,0 g/j Locatie X:64782,84 Y:365661,31 Type scherm - - NO₂ 4,7 g/j Lengte 182,58 m Hoogte - - NH₃ 0,0 kg/j Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Euroklasse Aantal voertuigen

Vrachtauto - diesel - zwaar - Euro-3

RVrmsjVXvPqz (10 maart 2023)

Euro klasse ZVADEUR3

40 p/jaar

7/10

Projectberekening

5

Wegverkeer | Weg

Naam Werknemers van en naar locatie Vlasstraat voor bouw woning Locatie X:61608 Y:364190,87 Type scherm Lengte 2.541,74 m Hoogte Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Euroklasse

Bestelauto - diesel - Euro-3 - N1 klasse 1 6

Bewoners van en naar locatie Vlasstraat X:61597,43 Y:364191,8 Type scherm 2.539,66 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Personenauto - benzine - Euro-5 7

Naam

Aantal voertuigen

160 p/jaar

-

-

6 p/etmaal

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning 4,0 m 0,000 MW

NOₓ

1,0 kg/j

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning 4,0 m 0,000 MW

NOₓ

13,5 kg/j

Vrachtwagen van en naar locatie Vlasstraat voor bouw loods X:61622,16 Y:364209,98 Type scherm 2.628,07 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Links Rechts NOₓ 1,0 kg/j - NO₂ 67,5 g/j - NH₃ 0,0 kg/j

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Beschrijving

Vrachtauto - diesel - zwaar - Euro-3 RVrmsjVXvPqz (10 maart 2023)

1,4 kg/j 6,6 g/j 0,2 kg/j

Aantal voertuigen

Euro klasse LPABEUR5

Naam Graafmachine in Uittreedhoogte bedrijf Heikant Warmteinhoud Locatie X:60745,32 Y:363425,56 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 9

-

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

Euroklasse

Graafmachine van Uittreedhoogte en naar locatie Warmteinhoud Heikant Locatie X:61598,76 Y:364183,45 Lengte 2.519,19 m Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 8

-

Euro klasse LBADEUR3CL1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Beschrijving

Links Rechts NOₓ 0,3 kg/j - - NO₂ 0,1 kg/j - - NH₃ 1,2 g/j

Euroklasse

Euro klasse ZVADEUR3

-

-

Aantal voertuigen

40 p/jaar

8/10

Projectberekening

10

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Hijskraan naar en Uittreedhoogte van locatie Warmteinhoud Locatie X:64793,34 Y:365655,65 Lengte 188,56 m Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 11

Naam

4,0 m 0,000 MW

NOₓ

4,0 m 0,000 MW

NOₓ

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Compactor Heikant Uittreedhoogte Locatie X:60754,16 Warmteinhoud Y:363431,45 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 15

NOₓ

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Betonwagen/storterUittreedhoogte in bedrijf Warmteinhoud Locatie X:60751,21 Y:363428,5 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 14

4,0 m 0,000 MW

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Betonwagen/storterUittreedhoogte naar en van locatie Warmteinhoud Heikant Locatie X:61575,69 Y:364173,5 Lengte 2.484,14 m Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 13

NOₓ

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Hijskraan in bedrijf Uittreedhoogte Locatie X:64837,51 Warmteinhoud Y:365564,36 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 12

4,0 m 0,000 MW

4,0 m 0,000 MW

NOₓ

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Sleuvenfrees Uittreedhoogte Heikant Warmteinhoud Locatie X:60751,21 Y:363425,56 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie

RVrmsjVXvPqz (10 maart 2023)

4,0 m 0,000 MW

NOₓ

0,5 kg/j

14,3 kg/j

1,1 kg/j

13,7 kg/j

1,8 kg/j

0,4 kg/j

9/10

Projectberekening

16

Naam

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Graafmachine van Uittreedhoogte en naar locatie Warmteinhoud Clinge tbv sloop loods en woning Locatie X:64790,4 Y:365661,54 Lengte 194,72 m Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 17

Naam

Naam

4,0 m 0,000 MW

NOₓ

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Betonwagen/storterUittreedhoogte naar en van locatie Warmteinhoud Clinge Locatie X:64794,81 Y:365658,59 Lengte 206,33 m Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 19

NOₓ

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Graafmachine in Uittreedhoogte bedrijf slopen en Warmteinhoud graven Clinge Locatie X:64834,57 Y:365561,41 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 18

4,0 m 0,000 MW

4,0 m 0,000 MW

NOₓ

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Betonwagen/storterUittreedhoogte in bedrijf Warmteinhoud Locatie X:64837,51 Y:365555,52 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie

4,0 m 0,000 MW

NOₓ

1,0 kg/j

13,5 kg/j

1,1 kg/j

13,7 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230221_e1cb893112 Database versie 2022_e1cb893112 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/ RVrmsjVXvPqz (10 maart 2023)

10/10

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

1

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

Datum: 21 januari 2023 Opdrachtgever: Uitgevoerd en opgesteld door: Adviesbureau Wieland Liniestraat 13 4561 ZS Hulst © Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.

2

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

INHOUD

1

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel onderzoek ................................................................................ 4 1.2 Kader ..................................................................................................................... 4 1.3 Afbakening plangebied en werkwijze ..................................................................... 8 1.4 Opzet beoordeling..................................................................................................

9 2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten.............................................10 3 Soortenbescherming.....................................................................................................12 3.1 Zoogdieren............................................................................................................12 3.2 Vogels ...................................................................................................................13 3.2.1 Broedvogels ......................................................................................................13 3.2.2 Watervogels ......................................................................................................13 3.3 Reptielen en Amfibieën .........................................................................................14 3.4 Vissen ...................................................................................................................14 3.5 Ongewervelden .....................................................................................................14 3.6 Vaatplanten...........................................................................................................15 4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland

(NNZ)..............................................................................................16 5 Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering ...........................................................17

Bijlage 1 Kaart Natuurbeheerplan, Natura 2000 Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming

3

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel onderzoek

De opdrachtgever wil op een landbouwperceel in de Vlasstraat in Heikant een woning realiseren. Voor deze activiteit geldt een onderzoeksplicht in het kader van beschermde natuurwaarden. Deze rapportage bevat de resultaten van een voorstudie van beschikbare kennis op het gebied van beschermde natuurwaarden. Op basis van de gevonden resultaten kan op voorhand bepaald worden of significante effecten op de huidige (beschermde) natuurwaarden al dan niet uit te sluiten zijn en wat eventueel nog nader onderzocht dient te worden. In deze quickscan worden dan ook de volgende vragen, voor zover mogelijk, beantwoord: • • • • •

1.2

Tot welke (mogelijke) effecten leidt het bouwen van een woning op beschermde natuurwaarden? Wat is de reikwijdte van de mogelijke effecten? Hoe beïnvloeden de effecten de jaarrond beschermde soorten en de kwalificerende natuurwaarden, gelet op de instandhoudingsdoelen? Zijn mogelijke negatieve effecten significant? Al of niet in combinatie met andere projecten in de omgeving? Op welke wijze kunnen negatieve effecten voorkomen of gemitigeerd worden?

Kader

Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen e projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden gedood, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield.

Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk

4

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) staan vernoemd in onderstaand kader. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)

Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken

5

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.

Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode.

Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander.

6

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk.

Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien. Gebiedenbescherming Natura 2000 De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd.

De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen. Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden.

7

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

Binnen Nederland zijn er, in de periode 1986-2005, 79 belangrijke vogelgebieden als speciale beschermingszone (SBZ) van de Vogelrichtlijn aangewezen. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn in 2003 141 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie. Ongeveer 87% van het oppervlak van deze Habitatrichtlijngebieden heeft overlap met de gebieden die als Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. In Aanwijzingsbesluiten wordt door de minister van EZ de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden, natuurlijke habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten, waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht; 2. Er een kans op effecten, maar zeker niet significant: vergunningaanvraag via een verstoringstoets/ verslechteringstoets; 3. Er is een kans op significante effecten: vergunningaanvraag via Passende Beoordeling (alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang). Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen.

Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Zeeland, vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Zeeuwse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het maakt onderdeel uit van het Nederlandse netwerk. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.

1.3

Afbakening plangebied en werkwijze

Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is het gebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden (rood aangegeven).

8

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

Figuur 1. Plangebied (rood).

Het terrein is bezocht op 10 januari 2023. Daarnaast zijn lokale verspreidingsatlassen geraadpleegd, zijn gegevens opgevraagd en zijn openbare websites geraadpleegd.

1.4

Opzet beoordeling

De opzet van deze beoordeling is als volgt. In hoofdstuk 2 is een korte beschrijving gegeven van het studiegebied, het plangebied en de voorgenomen activiteit. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de te verwachten en de aangetroffen natuurwaarden in het gebied. Deze gegevens zijn vervolgens geïnterpreteerd en beoordeeld in relatie tot de voorgenomen activiteit.

9

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie. Het plangebied waar deze quickscan op van toepassing is, is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is gelegen tussen Sint Jansteen en Heikant. Het betreft een weiland grenzend aan een industriegebied. Er staat geen beplanting. Ten oosten van het plangebied is agrarisch gebied. De geplande werkzaamheden bestaan uit het bouwrijp maken van het terrein en het realiseren van nieuwbouw. Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied en de omgeving.

10

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

Foto 1. Plangebied.

Foto 2. Plangebied.

11

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

3

Soortenbescherming

Hieronder worden soorten vernoemd die in en nabij het plangebied voorkomen. Vervolgens wordt uitgewerkt of er eventueel nadelige effecten te verwachten zijn.

3.1

Zoogdieren

Huisspitsmuis, Veldmuis, Vos, Ree, Bosmuis, Rosse woelmuis. Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Ruige dwergvleermuis, Konijn, Haas. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: Bekker 2009, Zoogdieren in Zeeland en veldbezoek, NDFF versie 15 januari 2023. Grondgebonden soorten komen sporadisch voor in het plangebied. Het plangebied heeft geen specifieke waarden voor grondgebonden zoogdieren. Het is in gebruik als intensief grasland. Vleermuizen komen niet voor in het plangebied. Er zijn geen verplaatsen in verband met ontbreken van beplanting en bebouwing. Er zijn ook geen foerageergebieden in verband met ontbreken van water en beplanting. Uit te voeren maatregelen: bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Mitigerende maatregelen / Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen effecten verwacht.

12

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

3.2

Vogels

3.2.1 Broedvogels De volgende broedvogels zijn in de omgeving van het plangebied vastgesteld: Houtduif, Holenduif, Kauw, Winterkoning, Heggenmus, Groenling, Zwartkop, Vink, Merel, Zanglijster, Grote Lijster, Zwarte roodstaart, Witte kwikstaart, Fazant, Koolmees, Pimpelmees, Staartmees, Zwarte kraai, Ekster, Turkse Tortel, Huismus, Kerkuil. Vetgedrukt zijn soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Voorkomen / functie van het plangebied: Vogelatlas van Nederland, NDFF versie 15 januari 2023 De genoemde soorten komen voor in de directe omgeving. Het plangebied is niet in gebruik als broedgebied. Het wordt intensief gebruikt als grasland. Er staat geen beplanting en bebouwing waarin vogels kunnen broeden. Uit te voeren maatregelen: Bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing.. Conclusie: Op het perceel zijn geen broedvogels te verwachten.

3.2.2 Watervogels In de omgeving komen geen watervogels voor. Trekvogels en watervogels Voorkomen / functie van het plangebied: (Ministerie van Verkeer en Waterstaat e.a., Deltavogelatlas, atlas van vogelconcentraties en vliegbewegingen in het Deltagebied, digitale versie15 januari 2023; SOVON Vogelonderzoek Nederland & Ganzenwerkgroep Zeeland.2021; In het plangebied komen geen watervogels voor. Vanwege de ligging tussen lintbebouwing en nabij beplanting is het biotoop niet geschikt. Uit te voeren maatregelen: bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet te verwachten. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen nadelig effect te verwachten.

13

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

3.3

Reptielen en Amfibieën

Bruine kikker, Gewone pad, Groene kikker, Kleine watersalamander. Rugstreeppad. Alpenwatersalamander Voorkomen en functie van het plangebied: Bron: website www.ravon.nl versie 15 januari 2023 De genoemde soorten komen voor in waterpartijen in de wijdere omgeving van het plangebied. In het plangebied zelf zijn geen voortplantingswateren aanwezig. Uit te voeren maatregelen: bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: geen nadelige effecten te verwachten.

3.4

Vissen

In het plangebied komen geen vissen voor. Voorkomen en functie van het plangebied: (Website Ravon versie15 januari 2023). Er is geen water in het plangebied. Uit te voeren maatregelen: bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten.

3.5

Ongewervelden

Voorkomen en functie van het plangebied: Vlinder- en Libellenwerkgroep 2003; Geene et. al. 2007; Wagenaar 2007. NDDF versie15 januari 2023 . www.verspreidingsatlas.nl In het plangebied komen geen dagvlinders, nachtvlinders, libellen, sprinkhanen en overige ongewervelde voor die beschermd worden door de Wet natuurbescherming. Het plangebied

14

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

is gelegen in de bebouwde kom. Het plangebied is intensief in gebruik als akkerbouwgebied. Er komen geen beschermde soorten voor binnen 500 meter van het plangebied. Uit te voeren maatregelen: bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten.

3.6

Vaatplanten

In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Voorkomen en functie van het plangebied: In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Bron veldbezoek en Flora Zeelandica, NDFF 15 januari 2023. Het plangebied is in gebruik als weiland. Er zijn geen geschikte biotopen (voedselarme akkers, schraalgraslanden of moerassen) waar beschermde soorten voor kunnen komen. Uit te voeren maatregelen: bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Er komen geen beschermde soorten voor in het plangebied.

15

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000 gebied, zie bijlage 1. Het meest nabij gelegen Nature 2000 gebied in Nederland is het gebied de Vogelkreek op 7 kilometer afstand. Aan Belgische zijde ligt het Stroopersbos op circa 2 kilometer afstand. De geplande ingrepen zijn relatief kleinschalig en hebben hierdoor geen effect op het genoemde Natura 2000 gebied. Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Het plangebied is niet begrensd in het kader van de Natuurnetwerk Zeeland (NNZ, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), zie bijlage 1. De meest nabij gebiede is het waterwingebied Sint Jansteen. Dit gebied ligt op 0,4 kilometer. De werkzaamheden zijn kleinschalig van aard en gelegen op ruime afstand. De werkzaamheden hebben geen nadelig effect op de natuurkwaliteiten in gebieden die begrensd zijn in het kader van het Natuurnetwerk. Wet bescherming houtopstanden Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom. Er wordt geen beplanting gekapt. Het onderdeel Bescherming houtopstanden is niet van toepassing. Conclusie: Werkzaamheden worden niet uitgevoerd in een Natura 2000 gebied en niet een gebied dat is begrensd in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland.

Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op gebieden die zijn aangewezen in het kader van Natura 2000 en het NNZ. Het onderdeel bescherming houtopstanden binnen de Wet natuurbescherming is niet van toepassing.

16

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

5

Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering

Initiatiefnemer is voornemens om op grasland in de Vlasstraat in Heikant een woning te bouwen. Er is geen bebouwing of water, en er staan geen bomen in het plangebied. De omgeving van het plangebied bestaat uit bedrijventerrein en landbouwgebied.

Voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden dient geen rekening gehouden te worden met beschermde natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming. Er zijn geen beschermde soorten te verwachten.

Gebiedsbescherming De reikwijdte van de tijdelijke verstoring blijft beperkt tot enkele tientallen meters van het plangebied. Beschermde gebieden liggen op ruime afstand. De werkzaamheden vinden plaats op een kleine oppervlakte en hebben een kort tijdsbeslag. Na afloop van de werkzaamheden is er geen effect. Er is een zeer beperkte tijdelijke extra stikstofdepositie omdat de werkzaamheden relatief kleinschalig zijn en binnen een kort tijdsbestek uitgevoerd worden. Grondlagen en (grond)waterstromingen worden niet verstoord. Er is dus geen significante verstoring op beschermde natuurwaarden. Een Aeriusberekening (stikstof) behoort niet tot deze quickscan.

17

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

Bijlage 1 Natuurnetwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur).

18

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

Natura 2000.(rode pijl is plangebied).

19

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland

20

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

21

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

22

Quickscan natuurwetgeving project nieuwbouw locatie Vlasstraat Heikant

23

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge

Quickscan natuurwetgeving project

Tiberghienweg 32 Clinge

1

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge

Quickscan natuurwetgeving project

Tiberghienweg 32 Clinge

Opdrachtgever: Datum: 27 september 2022 (een quickscan is in principe 3 jaar actueel tenzij het plangebied, of de directe omgeving landschappelijk sterk is veranderd) Uitgevoerd en opgesteld door: Adviesbureau Wieland Liniestraat 13 4561 ZS Hulst 0612352169

© Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.

2

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge

INHOUD 1

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel onderzoek ................................................................................ 4 1.2 Kader ..................................................................................................................... 4 1.3 Afbakening plangebied en werkwijze ..................................................................... 8 1.4 Opzet beoordeling..................................................................................................

9 2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten.............................................10 3 Soortenbescherming.....................................................................................................13 3.1 Zoogdieren............................................................................................................13 3.2 Vogels ...................................................................................................................14 3.2.1 Broedvogels ......................................................................................................14 3.2.2 Watervogels ......................................................................................................15 3.3 Reptielen en Amfibieën .........................................................................................15 3.4 Vissen ...................................................................................................................16 3.5 Ongewervelden .....................................................................................................16 3.6 Vaatplanten...........................................................................................................16 4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland

(NNZ)..............................................................................................18 5 Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering ...........................................................19

Bijlage 1 Bijlage 2

Kaart Natuurbeheerplan, Natura 2000 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland

3

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel onderzoek

Gepland is om op de locatie Tiberghienweg 32 te Clinge bebouwing te slopen. Het betreft een tweetal loodsen (metalen nissen hutten waar dagelijks werkzaamheden plaats vinden en een prefab woning en schuur). Een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming is noodzakelijk om te bepalen of hierbij beschermde natuurwaarden een nadelig effect ondervinden. Deze rapportage bevat de resultaten van een voorstudie van beschikbare kennis op het gebied van beschermde natuurwaarden. Op basis van de gevonden resultaten kan op voorhand bepaald worden of significante effecten op de huidige (beschermde) natuurwaarden al dan niet uit te sluiten zijn en wat eventueel nog nader onderzocht dient te worden. In deze beoordeling worden dan ook de volgende vragen, voor zover mogelijk, beantwoord: • • • • •

1.2

Tot welke (mogelijke) effecten leidt de sloop van bebouwing op beschermde natuurwaarden? Wat is de reikwijdte van de mogelijke effecten? Hoe beïnvloeden de effecten de jaarrond beschermde soorten en de kwalificerende natuurwaarden, gelet op de instandhoudingsdoelen? Zijn mogelijke negatieve effecten significant? Al of niet in combinatie met andere projecten in de omgeving? Op welke wijze kunnen negatieve effecten voorkomen of gemitigeerd worden?

Kader

Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield.

Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord.

4

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge

Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) staan vernoemd in onderstaand kader. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)

Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken

De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.

5

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Tiberghienweg 32 Clinge

Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode.

Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander. Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13678151/1