Nazending Bijlage 1 - Perspectiefnota 2026.versie 30 juni 2025
Tekst van het document
Individuele begeleiding Wmo
2026 150
2027 150
2028 150
2029 150
S.2 Afbouwen subsidie Samen Veilig Bij het afsluiten van het contract met Samen Veilig Midden-Nederland (SVMN) voor de periode 2019 tot en met 2025, is ook een vorm van ondersteuning ingekocht die ‘drang’ wordt genoemd. In 2023 werd duidelijk dat deze ‘drang’-maatregelen geen wettelijke basis hebben. Daardoor kregen zij steeds meer kritiek en waren zij gevoelig voor klachten en bezwaar. Daarnaast werd de norm voor het aantal zaken per medewerker in de jeugdbescherming verlaagd. Door deze ontwikkelingen is SVMN sneller gestopt met het aanbieden van drang en zijn deze taken overgenomen door het Lokale Team. Daarom stellen we voor om bij de nieuwe aanbesteding van Samen Veilig voor de periode 2026-2030 geen ‘drang’ meer op te nemen. 2026 2027 2028 2029 Afbouwen 100 100 100 100 subsidie Samen Veilig S.3 Hercontracteren leerlingenvervoer Door de nieuwe inkoop van leerlingenvervoer lijken de uitgaven te dalen. Bij een nieuwe inkoop is het vaak zo dat het even duurt voordat duidelijk is wat de financiële gevolgen precies zijn. Dit jaar moet blijken of het verwachte voordeel echt behaald wordt of dat het voordeel misschien nog groter is. De voorgestelde verlaging van het budget is een voorzichtige inschatting.
2026 2027 2028 2029 Verlagen budget 120 120 120 120 leerlingenvervoer S.4 Afstoten huisvestingslasten voormalige Bengelbongerd Een aantal partijen maakt sinds 2017 kosteloos gebruik van het gebouw van de voormalige basisschool de Bengelbongerd. De gemeente betaalt de huisvestingskosten, die onderdeel zijn van de onderwijsbegroting. Deze situatie is niet langer houdbaar omdat we bij het verhuren van gemeentelijk vastgoed in de regel een kostprijs dekkende huur vragen. Daarnaast is de huisvesting tijdelijk omdat de locatie aan de Dijkhoeve in de toekomst voor andere doelen gebruikt gaat worden. Daarom hoeven we de huisvestingslasten niet meer in stand te houden. 2026 2027 2028 2029 Afstoten 16 39 39. huisvestingslasten Bengelbongerd
21
S.5 Invoeren dalurentarief binnensportlocaties Uit de verhuuradministratie blijkt dat er op de volgende tijden weinig wordt verhuurd in de sporthallen en gymzalen: • Alle dagen van de week van 22.00-23.00 uur • Maandag t/m vrijdag van 15.00-17.00 uur • Zondag van 19.00 tot 23.00 uur Ook wordt er op zondagen weinig gebruik gemaakt van de sportparken. Om deze uren beter te benutten en aantrekkelijker te maken, stellen we voor een dalurentarief in te voeren. Dit zou de verhuurbaarheid van deze tijdvakken kunnen verbeteren en zorgen voor een efficiënter gebruik van de beschikbare ruimtes. Uitgaande van 14.944 daluren waarbij 3% van de daluren gehuurd gaat worden tegen een korting van 25% op de huidige tarieven door de invoering van het dalurentarief, zouden we gemiddeld uitkomen op een extra omzet van 8.000 euro per jaar. 2026 2027 2028 2029 Invoeren 8 8 8 8 dalurentarief S.6 Reëler begroten bijdrage Sociale Werkvoorziening (SW) De gemeente Houten werkt samen met UW-bedrijven en de begeleidingskosten zijn minder dan het nu gereserveerde bedrag. Het resterende bedrag, na de voorgestelde bezuiniging, is voldoende voor begeleiding en investeren in lokale infrastructuur en bedrijven die mensen met een indicatie ‘beschut werk’ naar werk willen begeleiden.
We verwachten dat de kosten vanaf 2028 voor deze doelgroep hoger zijn, maar we kunnen dan beschikken over een extra vergoeding van het Rijk (impuls-budget). 2026 2027 2028 2029 Verlagen SW 90 90 90 90 bijdrage S.7 Scherper begroten bijdrage Houtense Werktafel Voor de arbeidsontwikkelingsactiviteiten zijn meerdere budgetten beschikbaar. Met de opgave die er ligt kunnen we het budget licht verlagen met 50.000. We kunnen dan toch blijven voldoen aan de opdracht om meer mensen naar werk te begeleiden.
Verlagen bijdrage Houtense Werktafel
2026
2027
2028
2029
-
50
50
50
S.8 Overige Ook op andere vlakken is gekeken waar nog mogelijkheden zijn voor bezuinigingen zonder gevolgen voor inwoners. Dit is een verzameling van kleinere posten. 2026 2027 2028 2029 Diverse kleine 95 95 95 82 posten b. Minder kosten maatwerk S.9 Anders omgaan met aantal uren huishoudelijke ondersteuning We stellen voor om voortaan standaard 150 minuten huishoudelijke ondersteuning per twee weken te bieden. Tot nu toe werd een indicatie gegeven van 110 tot 125 minuten per week. Deze verandering sluit aan bij de landelijke richtlijnen en zou gelden voor ongeveer 70% van de cliënten. Voor de zorgaanbieders is dit een goed uitvoerbare keuze. Voor cliënten betekent het een versobering. We willen dit stap voor stap invoeren. Eerst voor alle nieuwe cliënten (ongeveer 190 per jaar), daarna voor cliënten die een verlenging aanvragen. 2026 2027 2028 2029 Verlagen aantal 219 475 650 650 uren huishoudelijke ondersteuning S.10 Scootmobielpool als algemene voorziening Het aantal scootmobielen neemt toe, onder andere door de vergrijzing. In wooncomplexen leidt dit tot problemen met het stallen van scootmobielen en de brandonveiligheid neemt toe. Ook blijkt dat veel 22
scootmobielen weinig worden gebruikt. Door scootmobielen te delen, kunnen we meerdere problemen tegelijk aanpakken. Bewoners van een wooncomplex krijgen daarom in principe geen eigen scootmobiel meer via de Wmo. Zij kunnen bij incidenteel gebruik een scootmobiel uit de pool gebruiken. Alleen als delen niet mogelijk is, bijvoorbeeld door intensief gebruik of als iemand een aangepaste scootmobiel nodig heeft, maken we een uitzondering. We verwachten dat het aantal deelscootmobielen jaarlijks toeneemt: 50 in 2026 oplopend tot 150 in 2028 en 2029.
Scootmobielpool als algemene voorziening
2026
2027
2028
2029
16
32
48
48
S.11 Recreatieve activering als algemene voorziening We willen de huidige maatwerkvoorziening ‘begeleiding/dagbesteding Wmo’ omzetten naar laagdrempelige activiteiten in de eigen buurt. Deze activiteiten vinden plaats dichtbij huis, zonder dat daar een indicatie voor nodig is, en sluiten aan bij de interesses, talenten en behoeften van de persoon. In de regio Lekstroom gaan we dit voorbereiden naar voorbeeld van Nieuwegein dat al met deze aanpak is gestart. De verwachte besparing is gemiddeld € 625 per cliënt. De huidige kosten zijn gemiddeld € 4.900 per cliënt. We verwachten dat we voor 100 cliënten recreatieve activering kunnen aanbieden, wat neerkomt op een totale besparing van € 62.500. 2026 2027 2028 2029 Recreatieve 30 45 63 63 activering als algemene voorziening S.12 Verlaging maatwerk GGD Door het stoppen van een aantal projecten bij de GGD waarvoor financiering afloopt, het terugbrengen van capaciteit naar het niveau van de basisfinanciering en het zelf uitvoeren van taken die nu bij de GGD belegd zijn, verwachten we € 70.000 euro per jaar te kunnen besparen. Concreet gaat het om de volgende producten: MAB (Meld en adviespunt bezorgd), Projectmanagement Gezondheidsbevordering (Gezonde school), Advies en onderzoek, MAZL, Versterking kennis en adviesfunctie (intensivering maatwerk), Lokale project coördinatie ketenaanpak valpreventie en Voorzorg.
De taken worden of zijn bij andere partijen belegd. Let op: deze bezuiniging is reeds verwerkt in de Begroting 2026 van de GGDrU. De financiële vertaling in de Houtense begroting vindt daarom plaats bij de besluitvorming over de begroting 2026 van de GGDrU. 2026 2027 2028 2029 Verlaging 70 70 70 70 maatwerk GGD S.13 Aanpak jeugdhulp bij complexe scheidingen Omdat er een sterk verband is tussen complexe scheidingen en het gebruik van jeugdhulp, versterken we de bestaande aanpak om complexe scheidingen te voorkomen. Waar nodig breiden we die uit. Voorbeelden hiervan zijn de Stiefacademie, Ouders voor Elkaar, Villa Pinedo en KIES-trainingen. Daarnaast investeren we in een meer eenduidige werkwijze. We willen dat ouders bij complexe scheidingen eerst zelf verantwoordelijkheid nemen, voordat zij jeugdhulp inschakelen. Ons doel is om in vier jaar tijd het gebruik van ambulante jeugdhulp door kinderen van gescheiden ouders met 10% te verlagen. Op dit moment gaat het om gemiddeld 250 kinderen per jaar. We streven naar een daling van 25 kinderen. N.B: bij de voorstellen rondom Jeugd is het uitgangspunt dat ‘sterke schouders meer dragen’. We verwachten dat inwoners en de samenleving meer zelf proberen op te lossen en het gewone leven wordt versterkt.
23
Aanpak Jeugdhulp i.r.t. complexe scheidingen
2026
2027
2028
2029
28
55
83
115
S.14 Aanpak thuiszitters We willen actief inzetten op het voorkomen van thuiszitters en het verminderen van het aantal kinderen dat langdurig thuiszit. Dit doen we in samenwerking met partners in het onderwijs, zoals scholen en Samenwerkingsverbanden (SWV). Ook willen we de kosten eerlijker verdelen tussen de gemeente en het onderwijs, zodat er minder druk ligt op de Jeugdhulp. Op dit moment zijn bij het Sociaal Team Houten 55 thuiszitters bekend. Ook landelijk zien we dat het aantal thuiszitters toeneemt. Daarom pakken we dit probleem aan op drie manieren: 1. Beter signaleren en preventief hulp bieden aan zogenoemde at-risk leerlingen 2. Handhaven van aanvraag jeugdhulp op school a.d.h.v. de Wegwijzer Onderwijs-Zorgmatrix 3. Maximeren individuele begeleiding van thuiszitters We verwachten dat hierdoor minder thuiszitters gebruik zullen maken van Jeugdhulp. 2026 2027 2028 2029 Aanpak 38 75 113 150 thuiszitters S.15 Inperken reikwijdte verordening Jeugd Sinds de invoering van de Jeugdwet hebben gemeenten soms meer verantwoordelijkheden op zich genomen dan bedoeld was. Ook verwachten inwoners steeds meer van de gemeente en weten zij beter waar ze recht op denken te hebben. Daarom is het nodig opnieuw kritisch te kijken naar wat wel en niet onder jeugdhulp valt.
In de verordening en beleidsregels moeten we duidelijker afbakenen: wat is jeugdhulp, en wat valt onder eigen verantwoordelijkheid of andere algemene voorzieningen? Dit betekent dat we kritischer gaan indiceren, waardoor er minder voorzieningen worden toegekend. We richten ons op het verminderen van vaktherapie, het beperken van het aantal uren dat zorgaanbieders inzetten en op sterker contractmanagement. Dit zorgt voor lagere kosten bij een aantal producten van jeugdhulp. 2026 2027 2028 2029 Inperken 45 90 135 reikwijdte Jeugdhulp S.16 Afschalen inzet Jeugd GGZ Door actief samen te werken met huisartsen dringen we specialistische zorg terug en maken we meer gebruik van basiszorg en algemene voorzieningen (sociale basis). De kosten voor SGGZ zijn in een jaar tijd met bijna € 500.000 euro toegenomen (in 2024: € 3,2 miljoen euro). De huisarts is de grootste verwijzer naar de specialistische jeugd GGZ. 2026 2027 2028 2029 Afschalen inzet 30 60 90 120 Jeugd GGZ S.17 Afschalen inzet Jeugd begeleiding We willen begeleiding stapsgewijs afbouwen naar lichtere vormen. Dit kan binnen dezelfde aanbieder; in samenwerking met een andere aanbieder of door over te dragen naar het Sociaal Team. Ook wil het Sociaal Team zelf begeleiding vaker afschalen naar voorliggende voorzieningen. Daarnaast sturen we op het beperken van het aantal uren begeleiding en van geprotocolleerde methodieken.
Het Sociaal Team krijgt hierbij ondersteuning via contractmanagement. Het aantal cliënten blijft de laatste jaren stabiel, maar de gemiddelde kosten stijgen. In 2024 bedragen de kosten voor begeleiding ruim € 3.2 miljoen euro, een stijging van € 1,1 miljoen euro (12%) ten opzichte van 2023.
Afschalen inzet Jeugd begeleiding
2026
2027
2028
30
60
90
2029 95
24
S.18 Meer mensen vanuit Participatiewet naar werk begeleiden Doordat meer mensen aan het werk gaan, geven we minder uit aan uitkeringen vanuit het BUIG-budget. Om het huidige tekort op dit budget te verkleinen, zijn er vanuit WIL en De Houtense Werktafel verschillende projecten gestart. We zetten in op: • Meer ondersteuning voor inwoners die parttime kunnen werken (5 inwoners) • Meer inzet op economische participatie, zoals vrijwilligerswerk of werk met behoud van uitkering (10 inwoners)
Verminderen uitgaven uitkeringen Participatiewet
2026
2027
2028
2029
200
200
300
300
S.19 Minimaregelingen harmoniseren en werkprocessen verbeteren We verwachten dat we kosten kunnen besparen op de bijzondere bijstand, de collectieve zorgverzekering voor minima en de Individuele Inkomenstoeslag door een andere aanpak. We onderzoeken hoe we dit kunnen doen, bijvoorbeeld door regelingen beter op elkaar af te stemmen (harmonisatie) en werkprocessen te verbeteren. Het doel is om de uitvoerings- en regelingskosten te verlagen, terwijl de regelingen grotendeels overeind blijven. Deze voorstellen maken deel uit van de Kaderbrief WIL 2027. Die wordt in december 2025 voorgelegd. Pas dan wordt helder of deze bezuinigingen mogelijk zijn. 2026 2027 2028 2029 Verlagen uitgaven 150 150 150 minimaregelingen S.20 Anders omgaan met leerlingenvervoer We willen de uitgaven op het Leerlingenvervoer beperken door onze eigen verordening beter toe te passen. Daarnaast willen we werken aan alternatieven binnen de huidige aanpak (innovatie). Dit vraagt goede communicatie met de ouders. De grootste winst zal zitten in het teruggeven van eigen verantwoordelijkheid aan ouders – daarmee bedoelen we dat we de mogelijkheid van ouders om zelf te brengen en te halen beter uitvragen en dat we alternatieve mogelijkheden beter verkennen. Daarnaast zit er winst in het zelfstandig maken van leerlingen. Dit kan door het inzetten van vervoerstrainingen.
2026 2027 2028 2029 Verlagen uitgaven 25 50 50 50 leerlingenvervoer
c. Verlagen kosten sociale basis S. 21 Actualiseren subsidieregelingen/fondsen De huidige subsidieregelingen in het sociaal domein zijn verouderd en sluiten onvoldoende aan bij de nieuwe Algemene Subsidie Verordening en de nieuwe Sociale Koers 2026-2029. Dit vraagt om twee aanpassingen. A. Het aanpassen en samenvoegen van regelingen a. Een nieuwe subsidieregeling: subsidieregeling Basisinfrastructuur Sociale Basis b. Instellen van het Fonds Houten Samen. Hierin voegen we het Sportfonds, Cultuurfonds en Inwonersfonds samen. We verwachten dat de nieuwe regelingen tot een betere integrale afweging en sturing zullen leiden en daarmee tot een effectievere inzet van middelen om de doelen van de Sociale Koers 2026-2029 te bereiken. Een belangrijk aspect hierbij is dat we in de beoordeling van aanvragen meenemen wat initiatiefnemers zélf kunnen bijdragen (vanuit het principe ‘sterkere schouders vragen we meer te dragen’) en of een bijdrage van de gemeente passend is. B. Algemene korting op de lopende subsidies Daarnaast hebben we aan subsidiepartners een korting opgelegd van gemiddeld 6%; met de vraag om activiteiten zo veel mogelijk te sparen en om de besparing te vinden in organisatie gerelateerde kosten. Het gaat dan om de partners die subsidies blijven ontvangen, zoals ‘van Houten&co’, bibliotheek en Theater Aan de Slinger.
25
Actualisering subsidieregeling/fondsen
2026
2027
2028
2029
550
550
550
550
S.22 Intensiveren buurtgezinnen Bij ‘buurtgezinnen’ worden kwetsbare gezinnen gekoppeld aan vrijwilligers uit de buurt. Dit tot tevredenheid van alle betrokkenen. Onderzoek laat zien dat dit ook kosten bespaart. Een koppeling kost ongeveer 4000 euro, maar levert een besparing op van gemiddeld 14.650 euro. Deze besparing komt doordat er bijvoorbeeld minder jeugdhulp nodig is, minder inzet van het Sociaal Team en minder geïndiceerde kinderopvang. Er is in Houten ruimte om buurtgezinnen uit te breiden tot ongeveer anderhalf keer de huidige inzet. De extra structurele subsidie die daarvoor nodig is, is al verrekend met de genoemde besparing.
Besparing bij intensiveren buurtgezinnen
2026
2027
2028
2029
40
80
80
80
S.23 Wijzigen inhoud mantelzorgwaardering De gemeente heeft een wettelijke taak om haar mantelzorgers te waarderen, daarvoor is een budget beschikbaar van € 90.500. Door de inhoud van de waardering te veranderen kan dit budget verlaagd worden naar € 55.500. Uitgaande van 1.500 aanmeldingen kunnen we dan een waardering ter waarde van ongeveer € 35 per mantelzorger uitreiken. Ook daarmee kunnen we de doelen van de mantelzorgwaardering bereiken: waarderen en erkennen. Oprechte waardering en erkenning van mantelzorgers draagt namelijk bij aan het volhouden van de mantelzorgtaken. Met de mantelzorgwaardering krijgen we mantelzorgers ook in beeld en kunnen ze de weg vinden naar het ondersteuningsaanbod. We zorgen voor een mantelzorgwaardering die zorgt voor het gevoel van erkenning en waardering. De financiële waarde van de waardering blijft wel afhankelijk van het aantal aanmeldingen.
Verlagen budget mantelzorgwaardering
2026 35
2027 35
2028 35
2029 35
26
5.1.4 Totaaloverzicht bezuinigingsvoorstellen Samen leven
Nr
Maatregel
2026
2027
2028
2029
S.1 Individuele begeleiding
150
150
150
150
S.2 Afbouwen subsidie Samen Veilig
100
100
100
100
S.3 Hercontracteren leerlingenvervoer
120
120
120
120
S.4
Afstoten bekostiging huisvestingslasten van voormalige school Bengelbongerd
-
17
39
39
S.5
Invoeren dalurentarief binnensportaccommodaties
8
8
8
8
S.6 Reëler begroten bijdrage SW
90
90
90
90
50
50
50
94
94
95
82
S.7
Scherper begroten bijdrage Houtense Werktafel
S.8 Diverse kleine budgetten
-
S.9
Anders omgaan met Huishoudelijke ondersteuning
219
475
650
650
S.10
Scootmobielpool als algemene voorziening
16
32
49
49
S.11
Recreatieve activering als algemene voorziening
30
45
63
63
S.12 Verlaging maatwerk GGD*
70
70
70
70
S.13 Aanpak rond complexe scheidingen
28
55
83
115
S.14 Aanpak thuiszitters (schooluitval)
38
75
113
150
Inperken reikwijdte Jeugdhulp: via verordening en beleid
-
45
90
135
S.15
S.16 Passende inzet – Jeugd GGZ
30
60
90
120
S.17 Passende inzet – Begeleiding Jeugd Meer mensen P-wet naar werk S.18 begeleiden
30
60
90
95
200
200
300
300
150
150
150
50
50
50
S.19 Harmonisatie minimaregelingen S.20 Anders omgaan met leerlingenvervoer
25
S.21 Actualiseren Subsidieregelingen
550
550
550
550
S.22 Intensiveren buurtgezinnen
40
80
80
80
S.23 Wijzigen inhoud mantelzorgverlening
35
35
35
35
Totaal 1.802 2.540 3.043 3.180 *Reeds verwerkt in begroting 2026 van de GGDrU. Om dubbelingen te voorkomen telt deze maatregel daarom niet mee in de totaaltelling van deze bezuinigingsmaatregelen.
27
5.2 Ruimte Inleiding Het domein waarvoor we voorstellen voor bezuinigingen doen, raakt alle teams 6 in de fysieke leefomgeving. Deze teams werken aan ruimtelijke plannen, projecten, beleid, vergunningen, toezicht en handhaving, beheer infrastructuur, groen en afvalbeheer. De gemeente heeft een geschiedenis van bouwen in de context van de Vinex opgaves, gericht op uitbreiding en de groei van de gemeente. De financiële dekking van een belangrijk deel van het werk dat hiervoor in de teams RO en RP plaatsvindt is georganiseerd in de GREX en verschillende reserves. Met het oog op de afronding van de VINEX-opgave, heeft de gemeente de organisatie en de middelen hiervoor afgebouwd; lees bezuinigd. Daarnaast hebben wij niet geïnvesteerd in de organisatie terwijl het inwonersaantal en het areaal de afgelopen jaren groeide. Zie hiervoor ook de hoofdstuk 4 Transformatie, paragraaf "Bouwen mogelijk maken". 5.2.1 Type maatregelen De bezuinigingsopgave is bedoeld om te komen met voorstellen met een totale omvang van minimaal €1.250 miljoen, met daarin ruimte voor keuzes oplopend tot € 1.5 miljoen. Gegeven de grote inhoudelijke opgaven waar we voor staan, is dit een moeilijke puzzel. De ‘kaasschaafmethode’ werkt zoals gezegd niet meer. Wij hebben al te veel bezuinigd en niet-geïnvesteerd.
Dit maakt dat we nu met voorstellen komen met directe impact op de inwoners, en die de investeringen in de kapitaalgoederen ondermijnen. Wij hebben bij het maken van de voorstellen zo veel mogelijk proberen aan te sluiten bij wat inwoners in de ‘Ronde van Houten’ hebben meegegeven als zoekrichtingen voor de bezuinigingen. Zij gaven daarin aan dat het onderhoudsniveau van de openbare ruimte op diverse plekken omlaag kan, en dat zij bereid zijn om meer zelf te doen (activeren van de samenleving). Daarnaast zijn zij en ook bereid om meer bij te dragen in de kosten. De uiteindelijke bezuinigingsvoorstellen hebben wij ingedeeld in de volgende categorieën: A. Reëler begroten/kosten doorbelasten waar mogelijk Waar mogelijk maken wij de begroting nog scherper. Kosten belasten wij zo veel als mogelijk door aan gebruikers/initiatiefnemers/huurders. B. Uitstellen noodzakelijke ingrepen Om onze kapitaallasten doelmatig te onderhouden, is het noodzakelijk om tijdig groot onderhoud te plegen. Verlaging van budget betekent uitstel van investeringen en kapitaalverlies. Ook doen wij voorstellen om ambities bij te stellen en mogelijke investeringen nu niet op te pakken. C. Verlagen van de onderhoudskwaliteit van de openbare ruimte De openbare ruimte van Houten onderhouden wij tot heden op een manier die zorgt voor een goede beleving van de openbare ruimte.
Inwoners en gebruikers hebben hoge verwachtingen van deze ruimten. Wij doen voorstellen om het onderhoudsniveau te verlagen tot een zeer sober maar acceptabel kwaliteitsniveau. Wij hebben bij de voorstellen zo veel mogelijk geanticipeerd op de looptijd van huidige onderhoudscontracten. D. Activeren van de samenleving Waar mogelijk stellen wij voor om een aantal taken minder of zelfs helemaal niet op te pakken, waarmee wij een groter beroep doen op een actieve bijdrage door inwoners of ondernemers . E. Verlagen niveau dienstverlening veiligheid Wij stellen voor om de dienstverlening op veiligheid in beperkte mate te aan te passen.
Vastgoed en Interne Dienstverlening (VID), met uitzondering van de werkzaamheden op het onderdeel interne dienstverlening, want die raken de bedrijfsvoering; Groenbeheer, Afvalbeheer en Buitenbeheer (GAB); Infra Beheer (IB); Vergunningen Toezicht en Handhaving (VTH); Ruimtelijke Ontwikkeling (RO) en Ruimtelijke Projecten (RP). 28 6
5.2.2 Bezuinigingsvoorstellen Hieronder lichten wij alle bezuinigingsvoorstellen per categorie toe. A. Reëler begroten/kosten doorbelasten waar mogelijk R.1 Scherper begroten onderhoudsbudgetten Deze maatregel betreft het volgende: We halen de laatste ‘lucht’ uit diverse onderhoudsbudgetten door nog scherper te begroten. Hierdoor kunnen wij tegenvallers niet meer opvangen. Effecten: Een effect hiervan kan zijn dat voor seizoensinvloeden overschrijdingen plaatsvinden op budgetten ten gevolge van seizoensinvloeden. Bijvoorbeeld wanneer wij in droge jaren meer water moeten geven aan beplanting. Financieel effect per jaar 2026 2027 2028 2029 114
114
114
114
R.2 Invoeren bijdrage dienstverlening en gebruik openbare ruimte Deze maatregel betreft: Wij verhalen de kosten van het gebruik van gemeentelijke materialen en voorzieningen op de gebruikers. Concreet stellen we voor: • De commerciële evenementenorganisatoren te laten betalen voor het gebruik van hekken, kliko's, elektriciteit, etc. • Er is met elke school een overeenkomst afgesloten (afdeling samenleving) over het onderhoud aan de school en het gebruik van de buitenruimte. Voor 2015 ontving de gemeente Houten een bedrag vanuit het Rijk voor dit onderhoud aan de scholen. Na 2015 is dat gewijzigd en ontvangen de schoolbesturen dit zelf. Voor 2015 waren wij verantwoordelijk voor al het onderhoud aan de school en het buitenterrein. Na 2015 zijn wij verantwoordelijk voor de speeltoestellen. Dat is gedaan zodat het plein na sluitingstijd van de school openbaar blijft en de toestellen op het plein door de buurtkinderen kan worden gebruikt. In gesprek met de schoolbesturen gaan we aangeven dat deze situatie door de nieuwe financiële situatie niet meer haalbaar is. Om extra inkomsten te generen en de toestellen op de pleinen te kunnen handhaven willen we de scholen een gebruikersvergoeding vragen. • Voor graafwerkzaamheden voor bijvoorbeeld het aanleggen van kabels vragen wij een kostendekkende degeneratievergoeding.
Effecten: Deze maatregelen zijn kostenverhogend voor scholen, evenementenorganisatoren en aannemers. Eenmalige inzet nodig om de maatregel in te voeren: Communicatie inzet en voorbereidingscapaciteit. Financieel effect per jaar 2026 2027 65
65
2028
2029
65
65
R.3 Taakstelling op binnen- en buitensportfaciliteiten (o.a. huur, onderhoud) Deze maatregel betreft het volgende: De gemeente betaalt meer dan € 1 miljoen aan binnensport en buitensport wat niet wordt gedekt uit de huidige kostprijs. Het college wil in september in gesprek met de sportsector om samen te kijken wat de mogelijkheden zijn om de kosten te kunnen verlagen, extra opbrengsten te kunnen genereren en om te bespreken hoe extra bijdragen gevonden kunnen worden voor de sportfaciliteiten die de gemeente levert. Eenmalige inzet nodig om de maatregel in te voeren: n.v.t. Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
-
200
400
600 29
R.4 OZB-opslag niet-woningen gemeentelijke panden laten vervallen Deze maatregel betreft het volgende: De gemeente voert ten behoeve van het Ondernemersfonds een OZB-opslag in voor alle niet-woningen. Deze opslag kunnen wij voor wat betreft de gemeentelijke panden laten vervallen. Bij het instellen van het ondernemingsfonds is deze optie nadrukkelijk opgenomen. Effecten: Hierdoor daalt de inleg in het ondernemersfonds met een kleine 3%. Hierdoor kunnen ondernemers minder besteden. Eenmalige inzet nodig om de maatregel in te voeren: N.v.t. Financieel effect per jaar 2026 2027 14
14
2028
2029
14
14
R.5 Scherper begroten budgetten verkeer Deze maatregel betreft het volgende: Wij verlagen de adviesbudgetten voor parkeren en verkeersveiligheid en de uitvoeringsbudgetten voor verkeersmaatregelen en verkeersborden. Hiermee benutten we deels onderbesteding en gaan financieel scherper aan de wind zeilen. Wel blijft er € 60.000 per jaar beschikbaar om problemen op te lossen. Effecten: Er blijft budget beschikbaar om verkeersproblemen op te lossen, maar inwoners zullen mogelijk langer moeten wachten tot dat hun vragen en klachten over verkeerssituaties worden opgepakt. Eenmalige inzet nodig om de maatregel in te voeren: N.v.t Financieel effect per jaar 2026 2027 42
42
2028
2029
42
42
B. Uitstellen noodzakelijke ingrepen R.6 Taakstelling op de investeringsplanning Deze maatregel betreft het volgende: We gaan de komende periode onderzoeken waar we nog € 100.000 euro kunnen besparen. We zullen hiervoor al de investeringen nalopen om de juiste keuze te kunnen maken. Bij de Begroting 2026-2029 komen we met een concreet voorstel. Eenmalige inzet nodig om de maatregel in te voeren: N.v.t Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
100
100
100
100
C. Verlagen van de onderhoudskwaliteit R.7 Grasmaaien in eigen beheer Deze maatregel betreft het volgende: Wij hebben het maaien van gras uitbesteed aan een marktpartij. Naar verwachting kunnen wij het maaien van het gras, door dit op te nemen in onze eigen werkprocessen, goedkoper organiseren. Effecten: Voor de inwoners heeft deze maatregel geen effect. De maatregel is in te voeren na afloop van het huidige contract. 30
Eenmalige inzet nodig om de maatregel in te voeren: De capaciteit wordt vergroot met 3fte (binnen budget). Het vinden van geschikt personeel hiervoor is een risico. Financieel effect per jaar 2026 2027 2028 2029 -
40
40
40
R.8 Kwaliteitsniveau straatreinigen verlagen Deze maatregel betreft het volgende: Met de beschreven verlaging van het budget is naar verwachting een C-niveau haalbaar met een Bniveau in de centra en op de 2 gemeentelijke begraafplaatsen. Het beschikbare budget zal dan worden gebruikt voor een gerichte en efficiënte uitvoering van het ongewenste vegetatie beheer. Door deze aanpak behouden wij het overzicht en kunnen we monitoren waar en welke werkzaamheden worden uitgevoerd. Hierdoor ontstaat tevens de mogelijkheid om prioriteiten te stellen en bepaalde locaties eerder of intensiever aan te pakken Effecten: Minder onkruidbestrijding op verharding en het minder vegen van straten leidt vooral tot een mindere beeldkwaliteit en in mindere mate tot een lagere functionaliteit (denk aan toegankelijkheid stoepen, maar ook aan verstopping van de riolering). Het zal tevens leiden tot een forse toename van klachten en meldingen. Eenmalige inzet nodig om de maatregel in te voeren: Er lis extra communicatie-inzet nodig om deze maatregel door te voeren. Financieel effect per jaar 2026 2027 2028
2029
-
120
-
120
R.9 Versoberen onderhoud gras en bermen Ruw gras langs buitenwegen gaan we minder vaak maaien en ruimen: de Rondweg 1 x per 2 jaar (nu: elk jaar) en de overige buitenwegen 1 x per jaar (nu: 2 x per jaar). Dit bespaart € 100.000. Zichthoeken blijven we voorlopig 4 x per jaar maaien in verband met de verkeersveiligheid. Gazons binnen de bebouwde kom worden niet meer op beeldkwaliteit onderhouden (± 22 x per jaar), maar met een vaste frequentie van 8 keer per jaar. Dit bespaart € 100.000. Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
-
200
200
200
R.10 Onderhoud interieurbeplanting gemeentehuis en werf niet meer inkopen Deze maatregel betreft het volgende: Het onderhoud en de aanschaf van planten in het gemeentehuis en de gemeentewerf is uitbesteed. We kunnen stoppen met het aanschaffen van nieuwe planten en het beheer door de collega's laten doen. Effecten: Geen effect voor inwoners. Wel effect voor werknemers. Minder aantrekkelijke werkomgeving en daarmee worden wij een minder aantrekkelijke werkgever. Eenmalige inzet nodig om de maatregel in te voeren: N.v.t. Financieel effect per jaar 2026 2027 12
12
2028
2029
12
12
R.11 Boomveiligheid anders organiseren Deze maatregel betreft het volgende: De boomveiligheid wordt volledig door externe partijen verzorgd. Door werkzaamheden anders in te regelen, kan de eigen buitendienst de boomveiligheid oppakken. Daarmee besparen we kosten. 31
Effecten: Wij lopen een klein risico dat we meer schadeclaims moeten honoreren doordat controles minder aantoonbaar zijn. Eenmalige inzet nodig om de maatregel in te voeren: Opleiding en training eigen personeel. Wij hebben voldoende gekwalificeerd personeel nodig. Financieel effect per jaar 2026 2027 2028 2029 10
20
20
20
R.12 Alleen hoognodig onderhoud straatmeubilair Deze maatregel betreft het volgende: Wij voeren alleen onderhoud uit aan straatmeubilair (bankjes en prullenbakken) wanneer dit hoognodig is. Bijvoorbeeld door het ontstaan van een gevaarlijke situatie. Het onderhoudsbudget is alleen bestemd voor dergelijke calamiteiten. Effecten: We vervangen het straatmeubilair minder snel en verwijderen het meubilair mogelijk eerder. Eenmalige inzet nodig om de maatregel in te voeren: Er is extra communicatiecapaciteit nodig om de inwoners te informeren over het effect van de keuze voor deze maatregel. Financieel effect per jaar 2026 2027 2028 2029 25
25
25
25
R.13 Versoberen onderhoud kunstobjecten Deze maatregel betreft: We verlagen het budget en doen alleen het hoogstnoodzakelijke met het oog op de veiligheid. We doen geen onderhoud meer en het is niet meer vanzelfsprekend dat kunstobjecten worden vervangen. Effecten: Een zichtbare achteruitgang van de staat van kunstwerken in Houten. Eenmalige inzet nodig om de maatregel in te voeren: Nvt Financieel effect per jaar 2026 2027 20
20
2028
2029
20
20
D. Activeren van de samenleving R.14 Stoppen van het onderhoud van bomen met bijzondere waarde op particulier terrein Deze maatregel betreft het volgende: We stoppen met de financiële ondersteuning van het beheer van bomen met bijzondere waarde op particulier terrein, ook als dit terrein openbaar toegankelijk is. Effect: De eigenaar van de boom moet zelf zorgdragen voor het juiste onderhoud, zoals dat al geldt voor alle andere bomen op particulier terrein. Er is een kans dat waardevolle/monumentale bomen door gebrek aan kennis of middelen bij de eigenaar worden verwaarloosd dan wel verdwijnen. Deze maatregel zorgt voor een stijging van onderhoudskosten van de boom voor de eigenaar. Eenmalige inzet nodig om de maatregel in te voeren: Communicatie-inzet om boomeigenaren te informeren. Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
17
17
17
17
32
R.15 Anders omgaan met plaagdierbestrijding Deze maatregel betreft het volgende: We stoppen met de curatieve bestrijding van de eikenprocessierups en de preventieve inzet van onder andere lieveheersbeestjes tegen luizen en sluipwespen tegen spinselmot. Op locaties met veel overlast door eikenprocessierups (bijvoorbeeld bij sportlocaties en scholen) vervangen we de eiken door andere soorten bomen. We stimuleren inwoners om zelf maatregelen te nemen. Zij kunnen bijvoorbeeld zelf mezenkastjes ophangen om eikenprocessierupsen te bestrijden. Effect: Mogelijk meer overlast door luizen, rupsen en dergelijke in bomen met als gevolg een toename van het aantal klachten en meldingen. Eenmalige inzet nodig om de maatregel in te voeren: Extra communicatie-inzet is nodig om hierover de inwoners te informeren en te activeren. Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
25
25
25
25
E. Verlagen niveau dienstverlening veiligheid R.16 Efficiëntere inzet formatie BOA’s Deze maatregel betreft het volgende: Het niet invullen van 2fte aan BOA-formatie ad € 130.000. We geven met deze maatregel geen invulling aan het collegeprogramma waarin in de extra capaciteit was voorzien. Door schaarste in deze beroepsgroep is het lastig om de bezetting op 8fte te krijgen. Van de besparing van € 130.000 houden we € 30.000 achter de hand, zodat een “BOA-pool” met buurgemeenten kan worden opgericht. Effecten voor inwoners: Dit leidt tot een minimaal effect op de uitvoering van taken uit de Uitvoering en Handhavingsstrategie (beleidskader/uitvoeringsplan). In het Uitvoeringsplan van 2026 houden wij met deze situatie rekening zodat dit geen effecten heeft op de hoog geprioriteerde taken zoals jeugdoverlast, ondermijning, handhaving bij evenementen en horeca. De overige (lagere geprioriteerde) taken en mogelijke toekomstige nieuwe taken pakken wij niet meer op. Dit kan een effect hebben op de leefbaarheid in de gemeente. Eenmalige inzet nodig om de maatregel in te voeren: N.v.t. Financieel effect per jaar 2026 2027 100
100
2028
2029
100
100
33
5.2.3 Totaaloverzicht bezuinigingsvoorstellen Ruimte
Nr .
Omschrijving
2026
2027
2028
2029
R.1 Scherper begroten onderhoudsbudgetten
114
114
114
114
R.2
Bijdrage dienstverlening en gebruik openbare ruimte
65
65
65
65
R.3
Taakstelling op binnen- en buitensportfaciliteiten
-
200
400
600
R.4
OZB opslag niet-woningen gemeentelijke panden
14
14
14
14
R.5 Scherper begroten budgetten verkeer
42
42
42
42
R.6 Taakstelling op investeringsplanning
100
100
100
100
R.7 Grasmaaien in eigen beheer
-
40
40
40
R.8 Verlagen kwaliteitsniveau straatreiniging
-
-
120
120
R.9 Versoberen onderhoud gras en bermen
-
200
200
200
12
12
12
12
R.11 Boomveiligheid anders organiseren
10
20
20
20
Alleen hoognodig onderhoud straatmeubilair
25
25
25
25
R.13 Versoberen onderhoud kunstobjecten
20
20
20
20
Onderhoud bomen met bijzondere waarden
17
17
17
17
R.15 Anders omgaan met plaagdierbestrijding
25
25
25
25
R.16 Efficiëntere inzet formatie BOA's
100
100
100
100
544
994
1.314
1.514
R.10
R.12
R.14
Stoppen inkoop onderhoud interieurbeplanting gemeentehuis en werf
Totaal
34
5.3 Bedrijfsvoering In de afgelopen jaren vonden er al vele bezuinigingen op het gebied van bedrijfsvoering plaats. Daarom hebben wij zorgvuldig gekeken naar welke mogelijkheden er in de huidige situatie nog zijn en wat de impact van deze bezuinigingen is binnen dit domein. Een stevige en stabiele gemeentelijke bedrijfsvoering is immers in het belang van de Houtense samenleving. Een organisatie die toegerust is op de complexe maatschappelijke opgaven van deze tijd, is een belangrijke voorwaarde voor het waarmaken van de ambities van de gemeente voor de komende jaren. Twee belangrijke pijlers, die voor de organisatie overeind moeten worden gehouden, zijn goed werkgeverschap en innovatie via stabiele informatietechnologie. Het uitgangspunt is dan ook dat wij hieraan, ondanks de bezuinigingen, invulling moeten blijven geven. Met dit in ons achterhoofd, hebben wij mogelijkheden voor bezuinigen gevonden in enkele andere grote maatregelen. Deze hebben betrekking op het contractmanagement, het verzekeringspakket en enkele mogelijke versoberingen van de bedrijfsvoering. Hieronder geven wij een korte toelichting per voorgestelde bezuinigingsmaatregel. 5.3.1
Toelichting per bezuinigingsmaatregel
B.1 Verbeteren inkoop- en contractmanagement De afgelopen jaren maakten wij al een behoorlijke professionaliseringsslag in het inkoopproces. Toch zijn er nog steeds verbeteringen mogelijk, waardoor we besparingen kunnen realiseren. Dit moet vorm krijgen door het inkoop- en aanbestedingsbeleid nog verder aan te scherpen en de positie van inkoopadviseurs verder te verstevigen. Inkopen is een vak en door te sturen op het niet vrijblijvend inschakelen van inkoopadviseurs voorkomen wij onnodige kosten en kunnen wij meer gunstige (raam)overeenkomsten realiseren. Evenzo goed moeten wij investeren in het contractmanagement. De gedachte hierbij is dat de investering in een contractmanager, zich ruimschoots financieel gaat terugvertalen. Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
-/- 30
60.
140
190
B.2 Aanbesteden opstalverzekeringen voor alle panden De einddatum van ons huidige contract van het opstal verzekeringspakket is 31-12-2025. Onze externe adviseur heeft, onder voorbehoud uiteraard, de verwachting uitgesproken dat een aanbesteding in de huidige verzekeringsmarkt tot een voordeel kan leiden. Op basis van hun benchmark ziet hij dat premies in de afgelopen periode sterk zijn gedaald. Bij het opnieuw aanbesteden van dit pakket blijven de voorwaarden, het eigen risico en het verzekerd bedrag gelijk. Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
100
100
100
100
B.3 Stopzetten Cyber security/Investeren op privacy beleid Op 1 januari 2024 heeft de gemeente Houten, op instigatie van raad en college, een cybersecurity verzekering afgesloten. Jaarlijks betalen wij hier €85.000 voor. Afgelopen jaar is het nut van deze verzekering nogmaals onderzocht en daaruit blijkt dat het mogelijk is om deze verzekering stop te zetten. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat ASAP Cloud al een cyber securityverzekering heeft, die ook het risico van de gemeente dekt. Daarnaast is er ook het advies van de IBD van de VNG, dat het hebben van een dusdanige verzekering afraadt en aanraadt om te investeren in preventie. Het voorstel is daarom om deze verzekering stop te zetten en een deel van de besparing in te zetten voor extra preventieve maatregelen. Het gaat dan om zaken als het opvoeren van externe toegangstesten, onafhankelijk advies en structureel inrichten van emergency response in het geval van calamiteiten. Hiervoor reserveren wij € 40.000. Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
45
45
45
45
35
B.4 Centrale sturing ICT-middelen Het inregelen van meer centrale regie voor wat betreft het beheer van alle ICT-middelen, levert een besparing op. Het verschaft een beter overzicht en biedt daarmee de mogelijkheid om kritischer te kijken naar het aantal benodigde licenties, het verminderen van het aantal applicaties, het vereenvoudigen van de totale architectuur en de onderhandelingen met de leveranciers. Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
-
-
50
50
B.5 Versoberen cateringvoorzieningen De totale cateringvoorziening kost op jaarbasis ongeveer €210.000. Hiervan maken onderdeel uit: het uitbaten van het bedrijfsrestaurant gemeentehuis, twee dagen in de week catering voorziening op de gemeentewerf, vergaderlunches, borrels, recepties en overwerkmaaltijden. Het voorstel is om deze cateringvoorzieningen flink te versoberen, door het totale budget terug te brengen naar €60.000. Het effect zal zijn dat er slechts nog een behoorlijk versoberde lunchvoorziening beschikbaar kan zijn. En mogelijk is er nog ruimte voor een sobere afscheidsreceptie of borrel. Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
150
150
150
150
B.6 Halveren openingstijden TIC in schoolvakanties Tijdens schoolvakanties neemt de drukte in het contact met het gemeentehuis evident af. Het voorstel is daarom om gedurende de schoolvakanties uitsluitend nog in de ochtend telefonisch bereikbaar te zijn. We halveren hiermee onze bereikbaarheid, waardoor wij de personele bezetting gedurende deze periodes kunnen terugbrengen. De kanaalsturing zorgt ervoor dat inwoners gebruik kunnen maken van de e-diensten of fysiek contact aan de balie van het gemeentehuis. Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
30
30
30
30
5.3.2. Totaal bezuinigingsvoorstellen Bedrijfsvoering Nr. Bezuiniging
2026
2027
2028
2029
-/- 30
60
140
190
100
100
100
100
Stopzetten cyber securityverzekering + investeren in preventie
45
45
45
45
B.4 Sturing op ICT -middelen centraliseren B.5 Versoberen cateringvoorzieningen
150
150
50 150
50 150
Halveren van openingstijden TIC in alle schoolvakanties
30
30
30
30
295
385
515
565
B.1
Verbeteren inkoop- en contractmanagement
B.2 Aanbesteden opstalverzekeringen B.3
B.6
Totaal
36
5.4 Financiële maatregelen 5.4.1 Algemene toelichting De bezuinigingsopgave noodzaakt ons om te bekijken welke financiële maatregelen we kunnen nemen ter dekking van het begrotingstekort. Hierbij hebben wij gekeken naar maatregelen met betrekking tot de belastingen, de financiering van de gemeente en naar slimme aanpassingen van het financieel beleid. Belastingen Gemeenten zijn bevoegd tot het heffen van verschillende belastingen en leges. De meeste belastinginkomsten ontvangt de gemeente uit de onroerendezaakbelasting (ozb), tevens de belasting waarvoor veel beleidsvrijheid bestaat en die vrij besteedbaar is. Daarom hebben wij gekeken naar de mogelijkheid om de ozb te verhogen. Wij stellen voor om de ozb trapsgewijs te verhogen, zowel in 2026 als in 2027. Uit het Houtens Begrotingsadvies blijkt namelijk dat de bereidheid van Houtenaren om de ozb te verhogen groot is. Bijna een kwart van de Houtenaren is zelfs bereid de ozb flink te verhogen. Daarnaast ligt de ozb relatief laag, ten opzichte van het (hoge) voorzieningenniveau in Houten. Onder bezuinigingsmaatregel F.1 leest u meer over wat dit voor de Houtense inwoner betekent. Financieel beleid Om te komen tot bezuinigingsopties hebben wij het financieel beleid opnieuw tegen het licht gehouden. In de afgelopen jaren hebben wij het financieel beleid aangepast om bezuinigingen mogelijk te maken.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan het verlengen van afschrijvingstermijnen. Daarom zijn de bezuinigingsmogelijkheden langs deze lijn beperkt. Desalniettemin, willen wij onder andere het beleid wat betreft investeren, waarderen en activeren moderniseren om te komen tot niet alleen een kleine besparing maar ook tot een efficiëntere uitvoering van beleid. Ook onderzoeken wij de mogelijkheid van het invoeren van Restwaardebeleid en gaan we de nota Reserves en Voorzieningen actualiseren. Dit zal niet direct leiden tot een bezuiniging, maar wel indirect doordat er mogelijk reserves zijn die kunnen vrijvallen ten gunste van de Algemene Reserve. De Algemene Reserve speelt namelijk vooralsnog een belangrijke rol in het sluitend krijgen van onze begroting.
Financiering van de gemeente Door kritisch te kijken naar de liquiditeitspositie en – planning van de gemeente, en door scherper te begroten, willen wij een bezuiniging op de rentelasten realiseren. 5.4.2 Toelichting per Bezuinigingsmaatregel F.1 Verhogen Onroerendezaakbelasting We verhogen de onroerendezaakbelasting (ozb) trapsgewijs. In 2026 halen we € 2.300.000 meer ozbopbrengsten op. Dit komt neer op een verhoging van de ozb met ongeveer 15%. In 2027 verhogen we de ozb-opbrengsten opnieuw met 15%. De ozb-opbrengst stijgt daardoor met in totaal € 4.900.000 ten opzichte van de huidige begroting. Door de stijging van de ozb verwachten wij dat meer huishoudens een aanvraag zullen doen voor kwijtschelding. De voorgestelde verhoging van de ozb is een kader. Bij de Begroting 2026-2029 komen we met een nader uitgewerkt voorstel hoe de verhoging te verdelen over woningen en niet-woningen. In dat voorstel zal ook uitgebreid toegelicht worden wat de effecten zijn voor bedrijven en inwoners met lage, gemiddelde, en hoge woningwaarden. Effect Hieronder presenteren we een indicatie van wat een ozb-verhoging betekent voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden in een koopwoning. We verhogen de ozb trapsgewijs, zowel in 2026 als in 2027.
Wanneer de voorgestelde ozb-verhoging in 2026 volledig voor rekening van woningen zou komen, stijgt het te betalen bedrag gemiddeld met ongeveer € 75,- per jaar in 2026. Dat komt neer op € 6,25 per maand. De voorgestelde stijging in 2027 bedraagt dan ongeveer € 86,- per jaar ten opzichte van 2026. Dat is ongeveer € 7,20 extra per maand. Dat is exclusief correctie voor inflatie en stijging WOZ-waarde. Ter illustratie is in onderstaande tabel de totale lokale lastendruk weergeven. De stijging van afvalstoffenen rioolheffing wordt bij de Begroting 2026 bekend en is daarom voor nu gelijk gehouden.
37
Heffing (absolute bedragen)
Afvalstoffenheffing Rioolheffing Ozb-eigenaar gedeelte Totaal lokale lasten
2022 309,72 150,24
2023 313,56 157,44
2024 333,60 167,20
2025 335,64 185,66
2026 335,64 185,66
2027 335,64 185,66
402,34 862,30
421,30 892,30
447,42 948,22
501,21 1.022,51
576,39 1.097,69
662,85 1.184,15
Kanttekening Wij maken een kanttekening bij deze bezuinigingsmaatregel. Het kabinet is namelijk voornemens om de beleidsvrijheid van gemeenten op de ozb te beperken. Als het kabinet de beleidsvrijheid beperkt, zou dit kunnen betekenen dat gemeenten hun ozb alleen nog mogen indexeren. Dat kan gevolgen hebben voor de voorgenomen ozb verhoging in 2027. Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
2.300.
4.948
4.948
4.948
F.2 Scherper begroten rentelasten Wij hebben kritisch gekeken naar de huidige begrote rentelasten voor langlopende en kortlopende leningen in relatie tot de lening portefeuille en toekomstige lening behoefte. We verwachten een bezuiniging van gemiddeld € 53.000 te realiseren. Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
-/- 36
83
201
-/- 98
F.3 Verhogen investeringsgrens Door de grens waarop investeringen geactiveerd moeten worden te verhogen van € 10.000 naar € 25.000, realiseren wij een kleine besparing. Hierdoor kunnen wij, door lagere administratieve lasten, efficiënter werken. Om deze bezuiniging te realiseren, zullen wij de nota Investeringen, waardering en afschrijving in 2025 actualiseren. Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
60
60
60
60
F.4 Restwaardebeleid Door bij nieuwe of vervangingsinvesteringen van bijvoorbeeld gemeentelijk vastgoed rekening te houden met een restwaarde, daalt het totaalbedrag waarover afgeschreven dient te worden en hiermee ook de jaarlijkse afschrijvingslast. Wij kunnen vooraf geen inschatting maken van de besparingsmogelijkheid, omdat restwaarde alleen aan nieuwe activa toegekend worden en per investering bepaald wordt aan de hand van bijvoorbeeld de mate van circulariteit. Kanttekening hierbij is dat het inschatten van een restwaarde lastig is en het risico op versneld afschrijven ontstaat wanneer de restwaarde te hoog wordt ingeschat. F.5 Aanpassen werkwijze indexering We stellen voor om de prijsindexatie op de lasten eenmalig op 0% vast te stellen. Dat betekent dat zowel onze gemeentelijke budgetten als uitgaande subsidies niet bijgesteld worden voor prijsontwikkelingen. Uitzondering hierop zijn de contractueel vastgestelde indexeringen (zie ook Bijlage 2) We nemen een beperkte stelpost op voor onverwachte, substantiële prijseffecten in 2026. Als aan het einde van 2026 blijkt dat wij (of onze subsidiepartners) geld tekortkomen vanwege substantiële prijseffecten, kan een beroep worden gedaan op deze stelpost. Wij zullen dit via de 2e bestuursrapportage 2026 aan uw raad voorleggen.
Let op: De subsidies van sommige (grote) subsidiepartners wordt geïndexeerd met een mixpercentage, gebaseerd op loon- en prijsindexatie. Dit bezuinigingsvoorstel heeft geen effect op de looncomponent van hun subsidie indexatie. De loonindex zal conform de begrotingsrichtlijnen worden toegepast. Financieel effect per jaar
2026
2027
2028
2029
900
900
900
900 38
5.4.3 Totaal bezuinigingsvoorstellen Financiële maatregelen Nr Maatregel F.1 Verhogen OZB F.2 Scherper begroten Rentelasten F.3 Verhogen investeringsgrens F.4 Restwaardebeleid F.5 Aanpassen werkwijze indexering Totaal
2026 2.300 -/- 36 60 pm 900 3.225
2027 4.948 83 60 pm 900 5.991
2028 4.948 201 60 pm 900 6.109
2029 4.948 -/- 98 60 pm 900 5.811
5.5 Verbonden partijen Onze verbonden partijen voeren een deel van de gemeentelijke taken uit.. Ook zij hebben gekeken naar bezuinigingsmogelijkheden. De bezuinigingen die zij in hun begrotingen voorstellen, hebben wij niet verwerkt tot bezuinigingsvoorstel in deze Perspectiefnota. Bij het bespreken van de begrotingen van de verbonden partijen zal namelijk uw zienswijze hierop gevraagd worden.
5.6 Resumé De gemeente Houten staat voor een grote bezuinigingsopgave om te komen tot een structureel sluitende begroting. We leggen een groot aantal bezuinigingsmaatregelen voor. Deze zijn in de vorige paragrafen nader uitgewerkt en in onderstaande tabel samengevat weergegeven. Onderdeel Samen leven Ruimte Bedrijfsvoering Financiële maatregelen Totaal Nr
2026 1.802 544 295 3.225 5.865
2027 2.540 994 385 5.991 9.910
Maatregel
2028 3.044 1.314 515 6.109 10.981
2029 3.180 1.514 565 5.811 11.069
2026
2027
2028
2029
S.1 Individuele begeleiding
150
150
150
150
S.2 Afbouwen subsidie Samen Veilig
100
100
100
100
S.3 Hercontracteren leerlingenvervoer
120
120
120
120
Voorstellen Samen Leven
S.4
Afstoten bekostiging huisvestingslasten van voormalige school Bengelbongerd
-
17
39
39
S.5
Invoeren dalurentarief binnensportaccommodaties
8
8
8
8
S.6 Reëeler begroten bijdrage SW
90
90
90
90
50
50
50
94
94
95
82
Anders omgaan met Huishoudelijke ondersteuning
219
475
650
650
S.10 Scootmobielpool als algemene voorziening
16
32
49
49
Recreatieve activering als algemene voorziening
30
45
63
63
70
70
70
70
S.7
Scherper begroten bijdrage Houtense Werktafel
S.8 Diverse kleine budgetten S.9
S.11
S.12 Verlaging maatwerk GGD*
-
39
S.13 Aanpak rond complexe scheidingen
28
55
83
115
S.14 Aanpak thuiszitters (schooluitval)
38
75
113
150
Inperken reikwijdte Jeugdhulp: via verordening en beleid
-
45
90
135
S.15
S.16 Passende inzet – Jeugd GGZ
30
60
90
120
S.17 Passende inzet – Begeleiding Jeugd
30
60
90
95
S.18 Meer mensen Pwet naar werk begeleiden
200
200
300
300
150
150
150
50
50
50
S.19 Harmonisatie minimaregelingen S.20 Anders omgaan met leerlingenvervoer
25
S.21 Actualiseren Subsidieregelingen
550
550
550
550
S.22 Intensiveren buurtgezinnen
40
80
80
80
S.23 Wijzigen inhoud mantelzorgverlening
35
35
35
35
1.802
2.540
3.044
3.180
R.1 Scherper begroten onderhoudsbudgetten
114
114
114
114
R.2
Bijdrage dienstverlening en gebruik openbare ruimte
65
65
65
65
R.3
Taakstelling op binnen- en buitensportfaciliteiten
-
200
400
600
R.4
OZB opslag niet-woningen gemeentelijke panden
14
14
14
14
R.5 Scherper begroten budgetten verkeer
42
42
42
42
R.6 Taakstelling op investeringsplanning
100
100
100
100
R.7 Grasmaaien in eigen beheer
-
40
40
40
R.8 Verlagen kwaliteitsniveau straatreiniging
-
-
120
120
R.9 Versoberen onderhoud gras en bermen
-
200
200
200
12
12
12
12
R.11 Boomveiligheid anders organiseren
10
20
20
20
R.12 Alleen hoognodig onderhoud straatmeubilair
25
25
25
25
R.13 Versoberen onderhoud kunstobjecten
20
20
20
20
R.14 Onderhoud bomen met bijzondere waarden
17
17
17
17
R.15 Anders omgaan met plaagdierbestrijding
25
25
25
25
R.16 Efficiëntere inzet formatie BOA's
100
100
100
100
Totaal Ruimte
544
994
1.314
1.514
B.1 Verbeteren inkoop- en contractmanagement
-/- 30
60
140
190
B.2 Aanbesteden opstalverzekeringen
100
100
100
100
Stopzetten cyber securityverzekering + investeren in preventie
45
45
45
45
B.4 Sturing op ICT -middelen centraliseren B.5 Versoberen cateringvoorzieningen
150
150
50 150
50 150
Totaal Samen Leven Voorstellen Ruimte
R.10
Stoppen inkoop onderhoud interieurbeplanting gemeentehuis en werf
Voorstellen Bedrijfsvoering
B.3
40
B.6
Halveren van openingstijden TIC in alle schoolvakanties
30
30
30
30
295
385
515
565
2.300
4.948
4.948
4.948
Totaal Bedrijfsvoering Voorstellen Financiële Maatregelen F.1 Verhogen OZB F.2 Scherper begroten Rentelasten F.3 Verhogen investeringsgrens F.4 Restwaardebeleid F.5 Aanpassen werkwijze indexering Totaal Financiële Maatregelen Totaal Generaal
-/- 36 60 pm 900 3.225 5.865
83 60
201 -/- 98 60 60 pm pm pm 900 900 900 5.991 6.109 5.811 9.910 10.981 11.069
41
6. Nieuwe beleidsvoorstellen Inleiding In dit hoofdstuk worden de nieuw beleidsvoorstellen gepresenteerd. Gelet op de bezuinigingen en druk op het begrotingssaldo, is nieuw beleid zeer beperkt mogelijk. Er is daarom kritisch naar ieder voorstel gekeken. Alleen absoluut noodzakelijke nieuw beleidsvoorstellen worden voorgelegd.
6.1 Versterken organisatie om ruimtelijke opgaven te realiseren Ook voor het programma duurzame leefomgeving werken wij aan het verder in balans brengen van de ambities, de uit te voeren wettelijke taken en de hiervoor beschikbare middelen en capaciteit. De formatie was tot voor kort gebaseerd op een groeiende Vinex-gemeente. Met het einde van Vinex in zicht zijn wij al een aantal jaren aan het afschalen op middelen en organisatie. Concreet betekent dit dat de Grex niet meer voor voldoende dekking kan zorgen. Dit betekent ook dat er, in de omslag van een bouwgemeente gestoeld op een projectorganisatie naar een meer beherende organisatie met een ander soort bouwopgave, niet voldoende gestuurd is op een evenwichtige opbouw van capaciteit. Het beheer van de bestaande wijken en het begeleiden van ruimtelijke initiatieven en projecten binnen de nieuwe wetgeving vraagt om een organisatie met (nieuwe) functies en het structureel inregelen van dekking. Willen we bouwen en regie nemen op ruimtelijke ontwikkelingen dan is het essentieel en randvoorwaardelijk om de organisatie formatief te versterken. In deze perspectiefnota stellen wij voor om de formatieve en budgettaire knelpunten structureel te dekken. We maken daarmee het ‘reguliere werk’ in de gemeente mogelijk.
Dat wil zeggen: Wij verwachten dat we hiermee beter toegerust zijn om de reguliere opgaven waar we voor staan op te vangen. Wij sturen daarnaast ook op het verbeteren van processen en het opgave gestuurd werken om dit mogelijk te maken. Structureel oplossen dekkingsproblematiek Beleidsadviseur mobiliteit € 100.000 Functioneel beheerder € 90.000 Projectleiding ten laste van projectbudgetten Formatie Duurzaamheid CDOKE-gelden structureel opnemen conform begrotingsrichtlijn prov. Utrecht subtotaal
€ 190.000 + CDOKE structureel opnemen
Toelichting • Wij repareren hiermee de incidentele dekking van de formatie van een beleidsadviseur mobiliteit (de kosten worden incidenteel gedekt voor twee jaar uit reserve). • De kosten voor een functioneel beheerder zijn incidenteel gedekt uit de omgevingswetreserve. Dit is een logisch gevolg uit de opmaat naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Nu maken wij de omslag naar het structureel inregelen van deze formatie en repareren wij daarmee de incidentele kostendekking. • De kosten voor het leiden van projecten werden tot nu gedekt uit de opbrengst van het grondbedrijf. Wij maken de omslag naar een andere manier van projectmatig werken en administreren. De kosten voor projectleiding zullen met ingang van 2026 gedekt moeten worden uit projectbudgetten en subsidies. Daarvoor zullen wij onder andere gaan werken met een heldere projectadministratie en voorbereidingskredieten. • De kosten voor een deel van de formatie van Duurzaamheid zijn gedekt uit extra meerjarige middelen van het Rijk, de zogenaamde CDOKE-gelden. De BBV-richtlijn van de provincie schrijft voor dat wij deze dekking structureel mogen opnemen in de begroting. Wij repareren deze kostendekking eveneens. Dat vraagt voor de komende jaren geen middelen, maar leidt wel tot een structurele doorrekening vanaf 2029.
42
Structureel oplossen formatieve tekorten Fysieke leefomgeving Regelbeheerder € 100.000 Omgevingsplan specialist € 100.000 RO-advisering € 220.000 Strategisch adviseur € 120.000 Formatie GAB € 300.000 subtotaal
€ 840.000
Toelichting • De Omgevingswet is per 1 januari 2024 van kracht. Wij hebben een voorlopig werkproces ingeregeld en zijn hard bezig om de kerninstrumenten als omgevingsvisie en omgevingsplan op te stellen. Vervolgens moeten deze worden ingebed en worden onderhouden. Dit vraagt om structurele formatie. De kosten voor de functies van regelbeheerder en omgevingsplanspecialist zijn tot nog toe tijdelijk gedekt uit de Reserve Omgevingswet. Structurele inbedding is nodig om het instrument Omgevingsplan goed in te bedden, in te regelen en te onderhouden. • De organisatie heeft een structureel capaciteitstekort op het onderdeel Ruimtelijke Ordening. Om goed te kunnen adviseren over de vele particuliere bouwinitiatieven en andere ruimtelijke initiatieven en projecten, is de huidige formatie van 2 fte absoluut ontoereikend. Uitbreiding met 2 fte aan ROadvisering is voor een gemeente met de omvang en opgaven van Houten een minimale uitbreiding om de basiskwaliteit en -advisering te kunnen garanderen. De grote ondercapaciteit trok een grote wissel op medewerkers. Dit kwam de kwaliteit van de advisering niet ten goede. (NB voor de grote bouwopgave van minimaal 300 woningen per jaar de komende 10 jaar is meer capaciteit nodig.
Zie daarvoor hoofdstuk 4 Transformatie, paragraaf Bouwen mogelijk maken.) • De strategische capaciteit in het ruimtelijk domein is onvoldoende om de steeds complexere opgaven in de gemeente, zowel binnen de ring/rondweg als in het buitengebied, goed op te pakken. Denk hierbij aan vraagstukken op het terrein van positionering in de regio, centrumontwikkeling mobiliteitsvraagstukken en agrarische structuurversterking. Medewerkers met functies op andere taakgebieden hebben dit in de afgelopen jaren opgepakt. Door de complexiteit van het werk en de verdergaande regionale samenwerking vraagt dit om structurele versterking van deze capaciteit. Zo zijn we goed toegerust voor het behandelen van de vraagstukken van morgen en onze positionering in de regio. • De capaciteit van onze buitendienst is de afgelopen jaren structureel uitgeput. Areaaluitbreiding heeft wel geleid tot extra onderhoudsbudgetten, maar nooit tot extra formatie-uitbreiding. Het rapport van Berenschot (Benchmark formatie en kosten gemeente Houten) uit 2022 toont dit aan. Hiermee repareren wij deze omissie en brengen wij de formatie in balans met de hoeveelheid werk van de onderhoudsmedewerkers. Het werken met een tekort aan capaciteit levert extra werkdruk en daarmee een hoger ziekteverzuim bij het aanwezige personeel van het team op.
Door het gebrek aan capaciteit worden uitvoeringstaken op diverse locaties (zoals de begraafplaatsen) beneden het met de raad afgesproken niveau uitgevoerd. Op basis van de huidige capaciteit moet naast het prioriteren van de planning ook dagelijks worden bepaald of het niveau dat is afgesproken haalbaar is (A/B/C/D beeldniveau). Daarmee is het kwaliteitsniveau bij een tekort aan capaciteit onzeker en het risico tot klachten groter. Het verhelpen van klachten leidt ook tot extra (onvoorzien) werk. Totaal structureel knelpunt Fysieke Leefomgeving om de basiswerkzaamheden fatsoenlijk op te kunnen pakken bedraagt daarmee €1.030.000. Incidenteel oplossen tekorten voor advisering (2026-2028) Benodigd budget voor extern advies en onderzoek € 300.000 per jaar (2026-2028) Op dit moment ontbreekt in het beleidsdomein Fysieke Leefomgeving budget voor het op beperkte schaal inregelen van extern advies, onderzoek of bijdragen aan ontwikkelingen. Dit leidt tot een hogere werkdruk en een achterstand in beleidsadvisering. Denk hierbij aan onder andere Wonen, Erfgoed/archeologie, RO, Economie, Natuur & Landschap, Recreatie en Milieu en Grondzaken. Met een incidenteel budget voor extern advies en onderzoek willen wij de achterstanden wegwerken en de medewerkers effectiever kunnen laten werken, door selectief en gericht adviesbureaus in te zetten bij het opstellen van adviezen.
Wij verwachten maximaal ongeveer 10 onderzoeken en adviezen per jaar te kunnen laten uitvoeren. Bijvoorbeeld over huisvesting arbeidsmigranten, onderzoek CPO-beleid, het herijken van een detailhandelsvisie, het laten beschrijven van cq opstellen van beschermde dorpsgezichten. Door ook in te zetten op een digitaal juridisch naslagwerk kunnen medewerkers efficiënter werken en de beschikbare tijd beter benutten. Tot slot, kunnen we met het budget de samenwerking met partners versnellen. Bijvoorbeeld ten behoeve van een pilot centrum-management, samenwerking in de regio aan regionale 43
voorstellen, en ook milieubeleidsvragen en adviezen laten opstellen door de RUD. Doordat er nu niet of nauwelijks budget is om hier iets in te betekenen, doen medewerkers al het handwerk zelf, kunnen we digitaliseringsslagen niet maken, en moeten we nee verkopen als samenwerkingspartners om een bijdrage vragen. Versterken organisatie (bedragen x 1.000)
2026
2027
2028
2029
Structureel oplossen dekkingsproblematiek Structureel oplossing formatieve tekorten