Klimaatadaptatieplan Houten 2022-2027 (27-10-2021).pdf
Tekst van het document
Als door middel van maatwerk afgeweken wordt van de doelen voor klimaatadaptatie moet dit met een onderbouwing in de klimaatadaptatieparagraaf worden aangegeven. We zorgen dat afspraken en eisen voor klimaatadaptatie zo worden uitgewerkt, dat ze bij de invoering van de Omgevingswet in 2022 juridisch verankerd kunnen worden in omgevingsvisies en -plannen. In de Handreiking decentrale regelgeving ‘klimaatadaptief bouwen en inrichten’ (Ministerie van BZK, 20 april 2020) zijn hiervoor voorbeeldvoorschriften opgenomen. Voor locaties waar we als gemeente eigenaar zijn van de grond leggen we dit vast in anterieure overeenkomsten. Stappenplan naar klimaatbestendig ontwerp: Weten – willen – werken Bij iedere nieuwe (her)ontwikkeling gaan we te werk volgens de aanpak die het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie heeft ontwikkeld: weten, willen en werken. We brengen eerst in beeld wat kwetsbaarheden zijn van een te ontwikkelen locatie. De al bestaande stresstest geeft al een eerste inzicht, maar soms zal hiervoor verdiepend onderzoek nodig zijn. Door kwetsbaarheden naast het programma van eisen te leggen, komt de klimaatadaptatie-opgave in beeld. Het ontwerp wordt op deze opgave gebaseerd.
Beleidsuitgangspunten (principes voor uitwerking): •
•
28
Voor nieuwbouw, herstructurering en renovatie alsmede voor de bestaande bouw hebben wij de intentie om aan te sluiten bij “Afspraken voor klimaatadaptief bouwen van de Provincie Utrecht” (zie het kader op p. 29, tenzij in het traject “Bouwen aan Houten” blijkt dat dit niet haalbaar is. Deze eisen vormen een resultaatverplichting bij nieuwbouw en reconstructie en een inspanningsverplichting bij bestaande bouw. De eisen t.a.v. infiltratie gaan verder dan de reeds gehanteerde eis van 15 mm opvang per m 2 (WRP) verhardoppervlak en vervangen deze dan ook. Voor nieuwbouw geldt een minimale bouwpeilhoogte van 30 cm boven het (hoogste punt) straatniveau (zie ook het WRP).
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
• • •
29
We leggen kabels en leidingen zo veel mogelijk gebundeld aan, zodat er ondergronds meer ruimte ontstaat voor bomen en andere functies. De gemeente hanteert dat bij reconstructies 10% minder verharding terugkomt ten opzichte van de bestaande situatie. Groen tenzij. Dus alleen aanleg van verharding als dit echt nodig is.
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
“Afspraken voor klimaatadaptief bouwen” van de Provincie Utrecht Wateroverlast: Doel: Hevige neerslag leidt niet tot schade aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. 1. In het plangebied treedt bij extreem hevige neerslag geen schade op (bij 70 mm in een uur) aan bebouwing, infrastructuur en aan vitale voorzieningen en vitale voorzieningen blijven functioneren (bij 90mm in een uur) (hoofdwegen, drinkwater en energie) 2. Op privaat terrein wordt een groot deel van de neerslag (50mm, met range tussen 40-70mm) van een hevige bui (1/100 jaar, 70mm in een uur) verwerkt (geïnfiltreerd, vastgehouden en/of geborgen) in voorzieningen op privaat terrein of in daarvoor bestemde (extra) voorzieningen in het plangebied. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd (niet extra) af en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar (range 48-60 uur). 3. De (her)ontwikkeling of (her)inrichting gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het plangebied. Hittestress: Doel: tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving 4. Tenminste 40% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand (21 juni) voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst en minimaal 30 % op buurtniveau 5.
Koele, schaduwrijke verblijfsplekken zijn op loopafstand (300 meter) aanwezig en openbaar toegankelijk. 6. 40% van alle horizontale en verticale oppervlakten wordt warmtewerend of verkoelend ingericht 7. De koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs)ruimte in de directe omgeving 8. Vitale en kwetsbare functies en groenvoorzieningen in de openbare ruimte moeten bestand zijn tegen de hitte. Droogte Doel: langdurige droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale en kwetsbare functies. 1. De (grond)waterpeilen in het plangebied en de omgeving en de zoetwaterbeschikbaarheid in de bodem zijn sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied. 2. De inrichting van het plangebied is infiltratieneutraal bij uitbreidingslocaties en infiltratiepositief bij herontwikkeling of herinrichting (minimaal 50 % van de jaarneerslagsom). 3. Bij het ontwerp en de inrichting wordt ingezet op drinkwaterbesparing, regenwaterbenutting en verbetering van de waterkwaliteit. 4. Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte Natuurinclusiviteit & Biodiversiteit Doel: Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt 1.
Ecologische oplossingen en oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen van het specifieke gebied hebben altijd de voorkeur boven ‘grijze’ oplossingen, ook bij gelijke maatschappelijke prestaties en kosten (Total Cost of Ownership benadering) 2. Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 30 % groen op buurtniveau boomkroonoppervlak telt mee) Het plangebied creëert een hoogwaardige habitat voor tenminste gebouwbewonende soorten Bodemdaling Doel: Bodemdaling van gebouwd gebied blijft beheersbaar en betaalbaar 1. De natuurlijke draagkracht van de bodem is mede sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied. 2. Gebiedsspecifiek worden een restzettingseis en bijbehorende maatregelenset tegen bodemdaling gekozen die over de levensduur van zestig jaar maatschappelijk het meest kosteneffectief zijn voor openbaar en privaat terrein. Gevolgbeperking van overstromingen Doel: De gebouwde omgeving is via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen door dijkdoorbraken 1. Een risico-afweging van de plaatselijke overstromingskans, evacuatietijd en optredende waterdiepte op maaiveld bepaalt of een of meerdere van de volgende eisen van toepassing zijn of dat het risico wordt geaccepteerd: 2.
Schade voorkomen (<0,2 meter): bij overstromingen mag er geen schade op treden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar. 3. Schadebeperking (<0,50 meter): er dienen maatregelen genomen te worden om schade te beperken in een geval van een overstroming, mits deze doelmatig zijn. 4. Beschermen vitale functies (<2,0 meter): bij overstromingen zijn vitale functies beschermd en blijven doorfunctioneren, mits de maatregelen hiervoor doelmatig zijn gezien het regionaal of nationaal belang. 5. Schuilen en evacueren (>0,50 meter): Er moeten maatregelen getroffen worden om te evacueren in het geval van een overstroming en als de evacuatietijd te kort is, om veilig te schuilen.
30
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
4.2
Strategie speerpunt 2: De stad als spons Het speerpunt “stad als spons” is erop gericht om invulling te geven aan onze doelen voor wateroverlast en droogte in de openbare ruimte. Binnen dit speerpunt hanteren wij de volgende strategie:
Afkoppelen Het van de riolering afkoppelen van verharding versterkt de sponsfunctie van de buitenruimte en helpt problemen door extreme neerslag te voorkomen. In de komende jaren willen we door gaan met het jaarlijks 7.500 m2 verharding afkoppelen zoals al in het WRP is vastgelegd, waarbij we vooral proberen mee te liften met wegreconstructies en de aanpak van risicolocaties (m.b.t. waterschade). Voor de gemengde rioolstelsels is het beleid om bij vervangingen en wegreconstructies altijd de mogelijkheid tot afkoppelen te onderzoeken en bij een positieve afweging van kosten (maximaal 40% meerkosten), maatschappelijke acceptatie en ruimtelijke inpasbaarheid tot uitvoering over te gaan. Voor afkoppelen is jaarlijks € 90.000 euro beschikbaar vanuit het WRP. Vergroenen. Vergroenen is een effectief en relatief goedkoop middel voor het opvangen van de effecten van klimaatverandering, zoals hittestress en wateroverlast. Het omzetten van verharding naar groen verkleint de hoeveelheid hemelwater die het riool moet afvoeren en helpt daarmee wateroverlast te verminderen. Het vermindert het onderhoud aan verharding incl. onkruidbestrijding. Bovendien bevordert groen het welbevinden en de gezondheid van de inwoners. Op de vraag in de publiekspeiling welke maatregelen de gemeente moet treffen noemde 81% van de respondenten het planten van meer bomen voor meer schaduw.
“Tegels er uit groen erin in de openbare ruimte” werd door 86% genoemd, met 71% gevolg door “meer water tijdelijk in groenvoorzieningen laten staan”.
De komende jaren willen we doorgaan met het per jaar verwijderen van tot ca. 3.250m2 verharding zoals al in het WRP is vastgelegd. In de praktijk is het echter tot nu toe lastig gebleken om hiervan de geplande 2.000 m2 op basis van bewonersinitiatieven te halen. Met het ontstenen geeft de gemeente het goede voorbeeld aan particulieren om hun tuinen te vergroenen. In 2021 is met de door Sweco ontwikkelde “zinloze verhardings tool” een inventarisatie uitgevoerd van waar in de gemeente nutteloze verharding ligt die weg kan. Het kan daarbij ook gaan om vluchtheuvels en middengeleiders. Voor ontstenen is voldoende draagvlak onder omwonenden belangrijk. Hiervoor willen we de hulp inroepen van een zelfstandige communicatiemedewerker en de Houtens klimaatambassadeur (vanuit de NMU) die bewoners kunnen benaderen en bijvoorbeeld op basis van “no cure no pay” per m 2 te ontstenen oppervlak een vergoeding ontvangen. Voor ontstenen en vergroenen vanuit gemeentelijk initiatief en meekoppelkansen (ca 1.250 m2) is jaarlijks € 25.000 euro beschikbaar (in het WRP). Vanuit bewonersinitiatief (ca. 2.000 m2) is hiervoor jaarlijks € 75.000 beschikbaar (in het WRP). Bewonersinitiatieven worden begeleid door de wijkcoördinatoren. Bewoners zijn met name geneigd mee te werken aan ontstenen als er een biodivers, prettig en mooi alternatief voor in de plaats komt.
Als verharding wordt vervangen door een veldje met alleen gras, zien mensen dit al snel als negatief: een “hondenpoepveldje”. Als het een mooie plantstrook wordt met vaste bloeiende planten, zien mensen wel meerwaarde. De aanleg van een mooi plantsoen mag echter niet vanuit het rioleringsbudget worden bekostigd. Dit vraagt om een creatieve aanpak met sponsoring, zelfbeheer of door verbinding te leggen met andere ambities en projecten zoals het Biodiversiteitsbeleid dat zich richt op meer natuur en biodiversiteit. Ook kan een verbinding worden gelegd met “Bouwen Aan Houten”, bijvoorbeeld voor het vergroenen van het huidige veelal verharde centrum. Naast het verwijderen van verharding zetten we ook verharding om in waterpasserende verharding zoals op parkeervakken. Dit doen we bij 50 vakken (250m2) per jaar. Hiervoor is jaarlijks € 10.000 beschikbaar vanuit het WRP. Bij de vergroeningsopgave in stedelijk gebied kiezen we voor klimaatbestendige en waterrobuuste plantenen bomensoorten die een positieve bijdrage leveren aan de biodiversiteit.
31
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
Aanpak risicolocaties voor wateroverlast (met prioritering). Om in 2040 beschermd te zijn tegen schade door water in panden bij een bui “Herwijnen 2” moeten er op 345 locaties (met in totaal 1.283 panden) aanpassingen plaatsvinden in de openbare ruimte (zie ook het kaartje op p. 17) en zo nodig aan de panden zelf (in overleg met en op kosten van de eigenaar). De gemeente is in principe verantwoordelijk voor de schade als gevolg van afstroming vanaf openbaar gebied. De kosten hiervan zijn voor maatregelen in de openbare ruimte begroot op 10,1 miljoen euro, ofwel jaarlijks ca. 500.000 euro. We werken met een gefaseerde aanpak. Deze is eerder al vastgelegd in het WRP 2020-2023. In 2020 is gestart met de 81 locaties die bij een minder extreme bui (T=10) al risicovol zijn. De beschermingsmaatregelen voor deze locaties zijn wel gedimensioneerd op de veel heviger bui “Herwijnen”. De kosten per pand bedragen circa € 8.000. We starten met de “no regret” maatregelen op de 81 meest kwetsbare locaties bij extreme neerslag in Houten. De verwachte kosten van de aanpak van deze 81 locaties met “bui T=10 risicopanden“ zijn 3 miljoen euro tot 2025. In 2025 wordt de klimaatverkenning geactualiseerd en willen we opnieuw beoordelen waar we staan en wat we na 2025 gaan doen om in 2040 klimaatproof te worden.
Om kosten te besparen zoeken we nadrukkelijk naar meekoppelkansen met andere gemeentelijke projecten in de openbare ruimte. Wanneer het duidelijk is dat er binnen 5 jaar meekoppelkansen zijn wordt het project tot die tijd uitgesteld. We zoeken ook naar subsidie- en bijdragemogelijkheden van het Rijk, de Provincie, het waterschap en private partijen om de uitvoeringkosten te reduceren. Inmiddels kan de gemeente de komend paar jaar al rekenen op een bedrag van € 462.673,- uit de Impulsregeling klimaatadaptatie van het Rijk. Ook heeft Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) een bijdrage toegekend van ca. € 50.000 euro voor een afkoppelproject in de wijk De Campen. Locaties waarbij relatief veel panden profijt hebben bij de uitvoering van de maatregelen worden met voorrang uitgevoerd.
Wateroverlast op de Stellingmolen na hevige neerslag.
Verbeteren begaanbaarheid wegen bij extreme buien We gaan de afvoer van regenwater op de Rondweg verbeteren op kwetsbare locaties waar nu bij hevige buien water blijft staan. Bijvoorbeeld door de naast gelegen greppel ter plekke te verdiepen indien dit de verkeersveiligheid niet in gevaar brengt of door het aanbrengen van een afvoer door de wal naar de Rondwegsloot.
2 Werkelijk gevallen neerslaggebeurtenis van 94 mm in 70 minuten, gemeten door het KNMI in het dorp
Herwijnen in 2011. Deze neerslaggebeurtenis hanteert de gemeente Houten als toetsnorm om aan te pakken risicolocaties voor schade door waterinstroom te bepalen. 32
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
Samen optrekken met woningcorporatie Viveste en andere verhuurders Een samenwerking tussen de gemeente en woningcorporatie Viveste biedt kansen voor klimaatadaptatie (zo bleek in een gezamenlijk overleg). • Viveste heeft de mogelijkheid om verharding in tuinen terug te brengen bij mutaties, bijvoorbeeld naar maximaal 50%, om dit vervolgens met regels voor de nieuwe huurders te handhaven. De gemeente kan daarbij helpen door de overtollige verharding af te voeren. • De gemeente heeft risicolocaties voor corporatiewoningen in beeld, Viveste niet. Viveste en gemeente kunnen samen naar kwetsbaarheden kijken (zie klimaatatlashouten.nl) voor een gezamenlijk aanpak van risicolocaties met corporatiewoningen. Voorbeelden van maatregelen zijn het afkoppelen van de voorzijde van woningen t.b.v. afwatering op een gemeentelijk hemelwater-infiltratieriool (bovengronds afvoeren i.v.m. foutaansluitingen!) en de aanleg van geveltuintjes. • De gemeente gaat een reëel bedrag bepalen voor het ondersteunen van afkoppelen door Viveste. Dat gaat dan ook gelden voor particuliere bewoners. De samenwerking werken wij gezamenlijk uit en nemen afspraken hierover op in de prestatieafspraken met Viveste. Soortgelijke afspraken willen we ook maken met andere grote verhuurders. Integrale ondergrondse ordening Het wordt steeds drukker in de ondergrond.
Bij maatregelen voor klimaatadaptatie in de ondergrond zijn we genoodzaakt om rekening te houden met de ondergrondse infra zoals voor gas, water, elektra, telecom en riolering (met mogelijk meer (afval)waterscheiding) en eventueel voor een warmtenet en de energietransitie (met extra elektriciteitsleidingen). Er is meer aandacht nodig voor een integrale ondergrondse ordening. We werken hiervoor een integraal afwegingskader uit. Momenteel loopt er een innovatieve pilot op de Lobbendijk waarbij wordt gekeken naar een optimaal ruimtegebruik in de ondergrond waarbij mogelijk zelfs bomen op de kabels en leidingen van het nutstracé komen te staan. Dergelijke ervaringen benutten we in het nog uit te werken integraal afwegingskader. Stimuleren van het ontstenen en vergroenen van particuliere terreinen. Om de gemeente klimaatproof te maken zullen ook particulieren een bijdrage moeten leveren. We zien (onder andere in de resultaten van de publiekspeiling in najaar 2021) dat het onderwerp leeft en dat inwoners een bijdrage willen leveren. Voorlopig blijven we dan ook voornamelijk inzetten op informeren en stimuleren. Paragraaf 4.6 gaat hierop verder in.
Beleidsuitgangspunten (principes voor uitwerking): •
Voorkeursvolgorde omgang hemelwater: 1. Vasthouden op daken en in regentonnen en nuttig gebruiken 2. Op maaiveld infiltreren 3. Ondergronds infiltreren via een voorziening 4. Verwerken in het oppervlaktewater 5. Afvoer naar de rioolwaterzuivering
•
We kiezen bij voorkeur voor zichtbare afvoer van regenwater van percelen op maaiveldniveau in plaats van ondergronds via buizen. Hierdoor is er minder kans op foutaansluitingen en dit geeft meer inzicht bij bewoners in wat er met het regenwater gebeurt. De komende jaren koppelen we jaarlijks 7.500 m2 af en verwijderen we zo mogelijk 3.250m2 verharding. We vervangen op 50 parkeervakken de verharding door waterpasserende verharding. Waterpasserende verharding brengen we alleen aan op parkeervakken in de vorm van graskeien met relatief grote openingen die niet snel dichtslibben. We leggen geen waterpasserende verharding aan op wegen, ook al gaat het om verkeer met een lage snelheid, omdat dit te hoge kosten voor aanleg en schoon/open houden met zich brengt. Weg- en groen reconstructies en de aanpak van risicolocaties grijpen we aan om de openbare ruimte geschikt voor tijdelijke wateropslag en infiltratie. Dit doen we onder andere door groenstroken te verlagen. Dit vormt een trendbreuk ten opzichte van de huidige indeling van groenvakken die vaak hoger liggen dan de weg. Andere mogelijke maatregelen zijn de aanleg van holle wegen, infiltratie riolering onder wegen, grindkoffers onder verharding en zelfs in zgn. “bunkers” onder boomplantvakken. Een boombunker biedt ondergrondse ruimte om regenwater op te slaan. Door capillaire werking kan de boom het water uit de bunker gebruiken.
We streven ernaar om kabels en leidingen gebundeld aan te leggen, zodat er ondergronds meer ruimte voor bomen ontstaat. Voor de openbare ruimte geldt een verdeling van 60 procent groen en water en 40 procent verharding.
• •
•
• •
33
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
4.3
Strategie speerpunt 3: Leefbaarheid bij hitte De strategie binnen speerpunt “leefbaarheid bij hitte” is erop gericht om de omgeving zo in te richten dat negatieve gevolgen van hete perioden beperkt blijven en om kwetsbare groepen tegen hittestress te beschermen. Binnen dit speerpunt hanteren wij de volgende strategie:
Definiëren uitgangspunten koelte- en schaduwlocaties in gemeente Houten Wat betreft verblijfsplekken zoals bij winkels, scholen en andere voorzieningen is nog niet in beeld of daar overal voldoende schaduw is. Hetzelfde geldt voor de aanwezigheid van koelteplekken. Dit gaan we nader onderzoeken. We haken hiervoor aan bij een vergelijkbaar onderzoek van het Netwerk Water & Klimaat. Bij het bijplaatsen van bomen of bankjes is er uiteraard ook aandacht voor de landschapsarchitectonische aspecten. Bedacht moet worden dat veel bewoners in de gemeente zelf over een tuin beschikken om bij warmte buiten te kunnen zitten. De behoefte in Houten aan koelteplekken zal daarom minder zijn dan in een stad als Utrecht. In de publiekspeiling gaf 68% van de respondenten aan tijdens een snikhete zomer het liefst thuis verkoeling te zoeken en 13% op een schaduwrijke plek in de openbare ruimte. Een andere 12% kiest voor zwemwater in de openbare ruimte.
Meer schaduw op langzaam-verkeerroutes Wat betreft de langzaamverkeersroutes hebben we gezien (par. 2.2.2) dat er op de belangrijkste fiets- en wandelroutes in Houten-Noord en in de kleine kernen veel schaduw is. Naar verwachting halen we hier de genoemde 40% schaduw wel. Houten-Zuid scoort wat minder maar in Houten-Zuid hebben de bomen nog lang niet hun uiteindelijke grootte bereikt. Hier staan wel meer bomen van de 2e categorie die wat minder groot worden. Ook is de groeiruimte in grond hier wat krapper dan in Noord. In 2040 (wanneer we klimaatproof willen zijn) is hier naar verwachting echter voldoende schaduw op de fietspaden. We gaan de beschaduwing monitoren en, indien nodig, in een volgend Klimaatadaptatieplan aanvullende maatregelen nemen. Ook het schaduwpercentage op buurtniveau vraagt in Houten-Zuid meer aandacht (par. 2.2.2). Naar verwachting zal in Houten-Zuid de beoogde 30% in 2040 wel gehaald worden. Hetzelfde geldt voor de kern in Schalkwijk waar recent nieuwbouw is toegevoegd. In de bebouwde kom van ’t Goy wordt de 30% wel gehaald wanneer rekening wordt gehouden met de daar aanwezige sportvelden op openbaar gebied. In Tull en ’t Waal is in de woonstraten ook wel 30% schaduw. Monitoring voortgang klimaatadaptatie Met het bewust hittebestendig maken van onze gemeente, hebben wij nog niet veel ervaring.
We reserveren een budget van jaarlijks €10.000 om koelte- en schaduwlocaties uit te breiden en te verbeteren waar dit effectief is. Al doende leren we. Op de helft van de planperiode evalueren we waar we staan. Welk percentage ontharding is gerealiseerd? Hoeveel schaduwrijke locaties zijn gerealiseerd? Welke langzaamverkeerroutes zijn voorzien van schaduw? Is de groeiperiode van bomen een belemmering? We evalueren niet alleen hoeveel schaduw we gecreëerd hebben, maar ook of dit nuttig was. Tijdens de evaluatie komt in beeld of we op deze voet moeten doorgaan om onze ambitie te halen van een klimaatproof Houten 2040, of we moeten versnellen of juist kunnen vertragen en of we het goed aanpakken. Uitbreiden hondenzwemlocaties Met de Rietplas in Houten, de recreatiegebieden ’t Waal Oost en West bij de Lek en de recreatiepas in Laagraven beschikt de gemeente al over goede voorzieningen. Honden gaan bij warmte ook graag het water in. Voor hen willen we het aantal zwemplaatsen beperkt uitbreiden (bijvoorbeeld in Schalkwijk en Houten Zuidwest waar veel honden zijn maar nog geen zwemplaats) daarvoor geschikte mogelijkheden zijn.
34
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
Schaduw langs fietsroute in Houten
Opstellen lokaal hitteplan We gaan een lokaal hitteplan maken samen met de GGD. Dit is een protocol voor de lokale aanpak van de gezondheidsgevolgen van hitte en werkt het nationaal hitteplan nader uit. Het plan richt zich op meest kwetsbare groepen voor hittestress. Dit zijn ouderen, mensen met lichamelijke of psychische beperkingen en jonge kinderen. Doel van het hitteplan is dat alle betrokkenen, zoals individuele verzorgers, professionals, zorginstellingen maatschappelijke organisaties, weten hoe te handelen tijdens periode van hitte.
Beleidsuitgangspunten (principes voor uitwerking) •
• • •
35
Met het aanplanten van extra bomen, creëren we aangename verkoelende verblijfslocaties. Dat betekent dat we bij aanplant rekening houden met de bereikbaarheid en de aantrekkelijkheid om op de betreffende locatie te verblijven. Specifiekere uitgangspunten voor het creëren van aangename verkoelende verblijfslocaties, volgen vanuit het onderzoek vanuit Netwerk Water & Klimaat; Bij iedere ingreep in de openbare ruimte, houden we rekening met optimale vergroening voor meer verkoeling; Bij de aanplant van bomen gebruiken we gebiedseigen soorten als Eiken, Lindes, Essen bij. Wilg, Beuk, Populier die het in de gemeente goed doen en een optimale bijdrage leveren aan verkoeling (door schaduwwerking en waterverdamping); We breiden hondenzwemplaatsen beperkt uit als daarvoor geschikte mogelijkheden zijn.
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
4.4
Strategie speerpunt 4: Gevolgbeperking klimaateffecten vitale en kwetsbare functies
Bepaalde processen en functies zijn zo belangrijk dat ze de term ‘vitale en kwetsbare functies’ hebben gekregen. Uitval of verstoring van deze basisfuncties door bijvoorbeeld een overstroming leidt tot ernstige maatschappelijke ontwrichting en vormt een bedreiging voor de nationale veiligheid. Het speerpunt “Gevolgbeperking klimaateffecten vitale en kwetsbare functies” is erop gericht om te de gevolgen van klimaatverandering op deze processen en functies te beperken Mocht het toch misgaan, dan zetten we in op snel herstel. In de Intentieverklaring Meerlaagsveiligheid Utrecht (2018) hebben partners in de hele provincie Utrecht afgesproken hiervoor een aanpak voor gevolgbeperking overstromingen uit te werken. Binnen dit speerpunt hanteren wij de volgende strategie: Een aanpak in regionaal verband Voor de gevolgbeperking van een overstroming is een regionale aanpak nodig en efficiënt. De meeste gemeenten zullen immers met ongeveer dezelfde problemen te maken krijgen. Dit wordt dan ook regionaal opgepakt door de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) en het netwerk Water & Klimaat. Als gemeente stemmen wij onze calamiteitenplannen af met de verschillende calamiteitenplannen en rampenbestrijdingsplannen van organisaties op regionaal en bovenregionaal niveau. Hiermee wordt bijvoorbeeld gezamenlijk afgestemd welke ziekenhuizen er extra worden beschermd en welke routes daarop aansluiten.
Van inzicht naar ambitieniveau en maatregelen Onderdeel van de klimaatadaptatie is het onderzoeken hoe de gevolgen van een overstroming van de Lek kunnen worden beperkt. In 2018 is hiertoe de ‘Intentieverklaring Meerlaagsveiligheid’ ondertekend door de Utrechtse gemeenten en waterschappen, Rijkswaterstaat Midden-Nederland, Veiligheidsregio Utrecht en de provincie Utrecht. Partijen hebben hierin uitgesproken samen te gaan werken aan een langjarige en planmatige aanpak van het beperken van gevolgen van overstromingen. Het gehele traject wordt procesmatig getrokken door de provincie Utrecht en inhoudelijk door de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). De uitvoering vindt plaats binnen de werkregio’s Platform Water Vallei en Eem (PWVE) en Netwerk Water & Klimaat (NWK). De gemeente Houten maakt onderdeel uit van het Netwerk Water & Klimaat (NWK). Wij willen als gemeente beter inzicht in het effect van klimaatextremen op vitale functies en infrastructuur zoals gemalen, stroomkasten, verdeelstations en noodgeneratoren. Nog in 2021 wordt in het kader van het Regionale programma gevolgbeperking overstromingen een overzicht afgerond met alle vitale en kwetsbare objecten in de regio. Daarbij moet er duidelijkheid komen over de impact van een overstroming op deze objecten met onderscheid in schade, slachtoffers, maatschappelijke ontwrichting en imago.
In de herfst van 2022 wordt gezamenlijk het ambitieniveau vastgelegd: wanneer is onze regio overstromingsrobuust en wie is waarvoor verantwoordelijk? Er komt ook een Handreiking gevolgbeperking overstromingen. Dit is een hulpmiddel voor gemeenten, waterschappen en beheerders (van o.a. vitale en kwetsbare objecten) om bestaande en nieuwe ontwikkelingen bestand te maken tegen de gevolgen van eventuele overstromingen. Een belangrijk aandachtspunt is in hoeverre het zinvol en doelmatig is om fysieke maatregelen te treffen om de gevolgen van een eventuele dijkdoorbraak te beperken. Doelmatigheid is ook een uitgangspunten in het PvE Klimaatadaptief bouwen van de Provincie Utrecht t.a.v. Gevolgbeperking overstromingen. De Rondwegwal als waterkering? In Houten wordt ook de optie verkend om de geluidswal rondom de kern Houten in te zetten als dijk voor schadebeperking bij een overstroming.
Beleidsuitgangspunten (principes voor uitwerking): •
36
Zie de uitgangspunten in het PvE Klimaatadaptief bouwen van de Provincie Utrecht m.b.t. gevolgbeperking overstromingen. Intentie om is deze uitgangspunten te hanteren.
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
4.5
Strategie speerpunt 5: Klimaatbewustzijn en handelingsperspectief bewoners en bedrijven Om onze gemeente aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, hebben we de hulp nodig van bewoners, bedrijven, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Onze strategie binnen het speerpunt “Klimaatbewustzijn en handelingsperspectief bewoners en bedrijven” is: In de publiekspeiling geeft het merendeel (91%) van de respondenten aan dat de gemeente een verantwoordelijkheid heeft voor het ontstenen van bestaand particuliere terrein. 33% vindt dat de gemeente bewoners alleen moet stimuleren en informeren. 41% vindt dat de gemeente daarnaast ook subsidies moet geven en 17% is van mening dat de gemeente het beste regels kan opstellen.
Vergroten klimaatbewustzijn met een positieve boodschap 1. Als cruciale aanvulling op de maatregelen die wij als gemeente nemen, moeten inwoners helpen door tuinen en daken aan te passen voor meer waterberging, infiltratie en warmtewering. Vanuit de publiekspeiling blijkt dat een groot deel van de inwoners uit de gemeente Houten zich hier bewust van is een deel dit ook al gedaan heeft of van plan is te doen. Uit een vergelijking van de antwoorden van de peiling met een eerder breed uitgezet onderzoek (met ander accent), komt naar voren dat de deelnemers van de publiekspeiling waarschijnlijk bovengemiddeld klimaatbewust zijn. We willen het klimaatbewustzijn van een andere groep Houtenaren ook vergroten. Daarbij hebben daarbij een positieve boodschap: een groene woon- en werkomgeving vergroot de leefbaarheid en maakt onze gemeente mooier. Met gerichte communicatie maken we hen bewuster van de noodzaak en van de kansen die het voor hen oplevert. We maken hierbij gebruik van de communicatiemiddelen van Operatie Steenbreek. Zo organiseren we een bewustwordingsactie voor inwoners in het bezit van een versteende tuin om hen op de voordelen van vergroening en onze subsidiemogelijkheden te wijzen (zie onderstaande strategie over subsidieregelingen). We starten hiervoor eerst met een pilot onder een beperkt aantal inwoners om de effectiviteit hiervan vast te stellen.
Uit het burgerpanelonderzoek in 2019 bleek dat één op de zeven tuinen in de gemeente overwegend betegeld is met meestal nog wel een paar struikjes groen. De meeste tuinen in Houten (62%) kennen een combinatie van tegels en gazon, met groene beplanting en soms een vijvertje. Een kwart (25%) van de tuinen is nog groener en heeft meer gazon en groene borders dan tegels en soms een grotere vijver. Vanuit de publiekspeiling blijkt dat inwoners een voorkeur hebben voor maatregelen die ook een toegevoegde waarde hebben voor een aantrekkelijke leefomgeving, zoals vergroenen, ontstenen, planten van bomen. Dit geldt zowel voor maatregelen in de openbare ruimte als voor maatregelen op particulier terrein. De link met biodiversiteit wordt vaak genoemd. Maatregelen zonder groen-component zijn minder populair.
Daarnaast gaan we concreet aan de slag met het versterken van de samenwerking met de Houtense klimaatambassadeur die op initiatief van Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU) is gekomen te versterken met Stichting Klimaatgesprekken en gaan we in samenwerking met BuitenWijs ook op basisscholen aandacht vragen voor vergroening door middel van een lespakket Vergroten urgentiegevoel en handelingsperspectief bij ondernemers Om meer bedrijven aan te zetten tot klimaatadaptatiemaatregelen op hun perceel houden we informatiebijeenkomsten voor de verschillende bedrijventerreinen waarbij we met kaarten uit de klimaatatlas laten zien wat de concrete gevolgen ter plekke kunnen zijn van extreme buien. Bij het benaderen van bedrijven maken we gebruik van de ervaringen uit pilots met klimaatadaptatie op bedrijventerreinen die in regionaal verband worden uitgevoerd. Zelf het goede voorbeeld geven Als gemeente geven we zelf het goede voorbeeld. Dit doen we door ontstenen en afkoppelen in de openbare ruimte (zie speerpunt 2: de stad als spons). Zien is doen. We werken bij voorkeur met een bovengrondse verwerking van hemelwater omdat dat fout-aansluitingen voorkomt maar ook omdat dit zichtbaar is voor omwonenden.
37
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
Vanuit de publiekspeiling (open vraag) geven respondenten mee dat ze vinden dat de gemeente het goede voorbeeld moet geven en dat er in de openbare ruimte nog veel te ontharden valt.
Stimuleren particulieren om klimaatadaptieve maatregelen te nemen via subsidieregelingen Vanuit de resultaten enquête duurzaamheid met een Burgerpanel in 2019 (zie pas 1.3), blijkt dat kosten vaak een belemmering zijn voor inwoners om zelf maatregelen te treffen. Als extra stimulans voor particulieren zijn (in ieder geval t/m 2023) de volgende stimuleringsregelingen van kracht: • “Regeling afkoppelen en infiltreren hemelwater” (met max. € 30 subsidie per m 2 met een maximum van € 750). Doel is om toenemende ‘verstening’ van tuinen en het aansluiten van regenpijpen op het riool te voorkomen zodat grote hoeveelheden hemelwater in het rioolstelsel wordt beperkt. • “Regeling aanleg groene daken” (met max. € 25 subsidie per m 2 met een maximum van € 750). • “Regeling Gratis oude tuintegels laten ophalen”. Om bewoners te helpen hun tuin groener te maken haalt de gemeente de stenen die overbodig zijn geworden na het vergroenen gratis op. Hiervoor dient men een schets in te leveren van de oude (versteende) en nieuwe (groene) situatie. De tuin moet in de nieuwe situatie voor minder dan de helft verhard zijn. In de planperiode halen we bij maximaal 100 inwoners stenen op. • “Regeling ontstenen en zelfbeheer”. Particulieren kunnen bij de gemeente terecht met voorstellen om de openbare ruimte om hun huis te vergroenen, bijvoorbeeld door middel van geveltuintjes in straten zonder tuinen.
Is een idee geschikt en zinvol, bijvoorbeeld omdat het helpt waterschade bij risicopanden te voorkomen, dan legt de gemeente het extra groen aan als de bewoner zelf het verdere onderhoud verzorgt.
Sedumdak op particulier terrein
Verplichten als informeren en stimuleren niet afdoende zijn Voorlopig willen we inwoners en bedrijven informeren en stimuleren om hun perceel klimaatadaptief in te richten. Pas als dit niet afdoende blijkt zetten wij instrumenten in om hen te verplichten. In het verleden is in diverse straten, zoals in delen van Houten-Zuid, verharding van particulieren bewust niet aan de riolering gekoppeld. Helaas zien we soms dat particulieren deze verharding alsnog aansluiten op de riolering. Waar dit is gebeurd willen we bewoners hierop aanspreken en verzoeken de oorspronkelijke situatie weer te herstellen (op basis van de regenwaterverordening is dit een verplichting). In 2025 beoordelen we (mede op basis van een nieuwe stresstest) of het nodig is strenger te worden, bijvoorbeeld door een maximum percentage verharding op percelen waarvan het regenwater afstroomt naar openbaar gebied in te stellen. De meningen lopen uiteen over het verplichten van inwoners om water op hun eigen terrein te infiltreren 47% is het eens, 25% is het oneens en 29% reageert neutraal. Vanuit de antwoorden op de open vraag komen hierover ook uiteenlopende suggesties. Sommige inwoners vinden dat de gemeente meer regels moet stellen, terwijl anderen juist vinden van niet.
38
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
Beleidsuitgangspunten (principes voor uitwerking): • Waar nodig vergroten we de bewustwording. Ook voeren we stimuleringsmaatregelen uit om bewoners en bedrijven hun perceel klimaatadaptief in te laten richten. Voorlopig gaan we geen verplichtingen opleggen.
39
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
5
Uitvoeringsplan (Werken)
5.1
Agenda procesactiviteiten
In het vorige hoofdstuk hebben we per speerpunt activiteiten voor de komende jaren beschreven. Die vallen uiteen in onderzoeksactiviteiten, communicatieactiviteiten, organisatorische activiteiten en activiteiten rondom beleid en afspraken. In onderstaande tabel zijn alle activiteiten nog eens gecategoriseerd opgesomd en van een grove planning en investeringsvraag (capaciteit en financiën) voorzien. Activiteit
2022
2023
2024
2025
2026
2027
x
x
x
x
x
Algemeen 1. Aanpassen interne personele structuur voor een efficiëntere uitvoering van klimaatadaptatiewerkzaamheden (deelname aan overleggen, werkgroepen en projecten). (VOB en RO, resp. 6 + 4 = 10 uur)
Q1
2. Zoeken naar subsidie- en bijdragemogelijkheden van het Rijk, de Provincie, het waterschap en private partijen om de uitvoeringkosten te reduceren. (Team VOB in samenwerking met werkgroep subsidies van NW&K, benodigde uren: nihil)
x
x
3. Uitwerken voorstel voor ondergrondse ordening voor de ondergrondse infra. Betrokkenen: Nutsbedrijven. (VOB, RO en UB, resp. 140, 20 en 4 = 164 uur) 4. In 2025 actualiseren we de stresstest wateroverlast en beoordelen we waar we staan en in welke tempo we door gaan om in 2040 klimaatproof te zijn en of het nodig is in het algemeen meer verplichtingen op te leggen voor bewoners en bedrijven. Bij deze actualisatie hebben we specifiek aandacht voor de gemeentelijke vitale assets (zoals vuilcontainers, lantaarnpalen en gemalen). Gelet op de hoge kosten en capaciteitsinzet die aan deze uitgebreide klimaatstresstest m.b.t. hemelwater zijn verbonden voeren we deze eens per 10 jaar uit. Zo nodig maken we tussentijds bij de update van het klimaatadaptatieplan die elke 6 jaar plaats vindt af en toe ook gebruik van minder gedetailleerde informatie over hemelwater(overlast). (VOB, 400 uur; kosten: € 75.000, dekking vanuit WRP)
x
5. Opstellen nieuw klimaatadaptatieplan 2028 - 2033 (VOB en RO, uren nog PM)
x
Speerpunt 1: Nieuwbouw- en herstructurering klimaatadaptief 6. Volgen lokale en regionale projecten m.b.t. klimaatadaptief bouwen voor een beeld van de werkelijke kosten en mogelijke verbeterpunten. Daarbij besteden we ook aandacht aan de afstemming met andere aandachtsgebieden die een claim leggen op middelen en ruimte. Na 6 jaar evaluatie bij het opstellen van een volgend klimaatadaptatieplan. (VOB en RO, resp. 10 + 10 = 20 uur)(per jaar).
40
x
x
x
x
x
x
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
2022
2023
2024
2025
2026
2027
7. Na vaststelling afspraken klimaatadaptief bouwen voor Houten, borgen van afspraken in het BIOR, interne werkprocessen, hemelwaterverordening, afvalwaterverordening, omgevingsvisie en omgevingsplannen. (VOB, RO en VTH, resp. 8 + 8 + 8= 24 uur + meenemen bij reguliere planvorming)
x
x
x
x
x
x
8. In nieuwe ruimtelijke en bouwontwikkelingsplannen (zoals Bouwen aan Houten) nemen we verplichte klimaatadaptatieparagraaf en klimaattoets op. (VOB, RO en VTH, resp. 8 + 8 + 4= 20 uur voor een eerste opzet + voortaan meenemen bij reguliere planvorming)
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Activiteit
Speerpunt 2: De stad als spons 9. De mogelijke samenwerking met Viveste op het gebied van klimaatadaptatie samen uitwerken en vastleggen in de prestatieafspraken. (VOB en RO, resp. 64 + 6 = 70 uur)
Q2
10. Samenwerking met een zelfstandige communicatiemedewerker en klimaatambassadeur die bewoners benadert voor voldoende draagvlak voor ontsteningsprojecten. (VOB, 80 uur; kosten: vergoeding van ca € 2 per m2 (per jaar)
x
11. In Houten Zuid gaan we op basis van de regenwaterverordening (met gebiedsaanwijzing) de oorspronkelijke situatie qua afkoppelen weer herstellen. (VOB (n.t.b. of VTH hier ook een rol in krijgt) 44 + 150 = 194 uur in 2023, 150 uur in 2024) Speerpunt 3: Leefbaarheid bij hitte 12. Opstellen lokaal Hitteplan (gericht op de bescherming van kwetsbare personen). (Samenleving, VOB en A&O (veiligheid en communicatie) resp. 130, 12 en 40 = 182 uur)
Q1 + Q2
13. Onderzoek naar gewenste verbetering en uitbreiding van schaduwrijke verblijfsplekken. Dit betreft het formuleren van uitgangspunten voor optimale inrichting van koelteplekken en een ruimtelijk plan. We haken daarbij aan bij een onderzoek van het Netwerk Water & Klimaat 2021/20 (VOB, RO en Samenleving resp. 48, 8 en 6 = 66 uur)
x
14. Evaluatie maatregelen hittebestendigheid in openbare ruimte. Evaluatie of we op koers liggen richting Klimaatproof 2040. Hieruit komt naar voren of we op de rit zijn en eventueel moeten versnellen. (VOB en RO, uren nog PM) Speerpunt 4: Gevolgbeperking klimaateffecten vitale en kwetsbare functies
41
x
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
2022
2023
15. In regionaal verband worden de volgende activiteiten uitgevoerd: opstellen overzicht met alle vitale en kwetsbare objecten in de regio (2021); vaststellen ambitieniveau gevolgbeperking overstromingen (2022); opstellen handreiking gevolgbeperking (2022). (VOB en A&O resp. 40 + 60 = 100 uur)
x
x
16. We verkennen de optie om de geluidswal rondom de kern Houten in te zetten als dijk voor schadebeperking bij een overstroming. (Extern betrokkenen: VRU, Tauw, Vrije Universiteit (VU), HDSR en provincie Utrecht) (VOB en A&O resp. 30 + 70 = 100 uur)
x
x
17. Door communicatie over de gevolgen van klimaatverandering en de maatregelen daartegen vergroten we het bewustzijn bij particulieren. Jaarlijks 2x een communicatiemoment. (VOB, A&O (communicatie) en RO, resp. 10, 20 + 4 = 34 uur, kosten € 300 (dekking WRP)(per jaar)
x
18. In samenwerking tussen het Natuur en Milieu Educatie team en BuitenWijs vragen we met een lespakket op basisscholen aandacht voor vergroenen. Betrokkenen: enkele basisscholen hebben hiervoor interesse (VOB en RO 6 + 80 = 86 uur) (per jaar)
x
19. Vervolggesprek met Stichting KlimaatGesprekken over versterken samenwerking in het opleiden van klimaatcoaches en ambassadeurs (VOB, 10 uur)
x
Activiteit
2024
2025
2026
2027
x
x
x
x
x
x
x
x
x
X
Speerpunt 5: Klimaatbewustzijn en handelingsperspectief bewoners en bedrijven
20. Bewustwordingsactie voor inwoners in het bezit van een versteende tuin. We starten hiervoor eerst met een kleine pilot om de effectiviteit hiervan vast te stellen.” (Pilot: VOB, A&O (communicatie) resp. 30, 8 = 38 uur, kosten € 200 (dekking WRP) (Uren en kosten vervolgactie PM) 21. Voortzetten uitvoering stimuleringsregelingen voor: Afkoppelen en groene daken; ophalen overtollige tuinverharding. (VOB, 128 uur (per jaar) (loopt reeds i.h.k.v. het WRP)
x
x
x
x
x
x
22. Voortzetting Regeling ontstenen en zelfbeheer (particulieren kunnen bij de gemeente terecht met voorstellen om de openbare ruimte om hun huis te vergroenen, bijvoorbeeld door middel van geveltuintjes in straten zonder tuinen). (VOB, 200 uur? (loopt reeds i.h.k.v. het WRP)
x
x
x
x
x
x
23. Informatieavonden per bedrijventerrein (Rondeel, Doornkade e.d.) om ondernemers te stimuleren klimaatadaptatiemaatregelen te nemen. (VOB en RO ,40 + 8 = 48 uur)
Q2
24. In 2025 beoordelen we (mede op basis van de nieuwe klimaatverkenning/stresstest) of het nodig is in het algemeen meer verplichtingen op te leggen aan bewoners en bedrijven. Bijvoorbeeld 42
x
x
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
2022
Activiteit
2023
2024
2025
2026
2027
in de vorm van het instellen van een maximum percentage verharding op percelen waarvan het regenwater afstroomt naar openbaar gebied. (VOB, 100 uur)
5.2
Fysieke uitvoeringsprojecten
De fysieke uitvoeringsagenda’s voor de komende jaren bestaan uit uitvoeringsactiviteiten. Activiteit
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Speerpunt 1: Nieuwbouw- en herstructurering klimaatadaptief Nog geen fysieke uitvoeringsactiviteiten. Speerpunt 2: De stad als spons 25. Aanpak risicolocaties. Om in 2040 beschermd te zijn tegen een bui “Herwijnen” moeten er op 345 locaties (met in totaal 1.283 panden) aanpassingen plaatsvinden in de openbare ruimte. In 2020-2025 aanpak van de 81 locaties die bij een minder extreme bui (T=10) al risicovol zijn. (VOB, uren en kosten: loopt reeds i.h.k.v. het WRP, Budget €500.000K per jaar dekking vanuit WRP)
x
x
x
x
x
x
26. De komende jaren koppelen we jaarlijks 7.500 m2 af, verwijderen we 1.250m2 tot maximaal 3.250m2 verharding en vervangen we op 50 parkeervakken de verharding door waterpasserende verharding. (VOB, loopt reeds i.h.k.v. het WRP)
x
x
x
x
x
x
x
x
x
27. Verbetering van de afvoer van regenwater op de Rondweg op kwetsbare locaties waar nu bij hevige buien water blijft staan. Bijvoorbeeld door de naast gelegen greppel ter plekke te verdiepen (indien dit de verkeersveiligheid niet in gevaar brengt) of door het aanbrengen van een afvoer door de wal naar de Rondwegsloot. (VOB, 200 uur, kosten PM, dekking nieuwe WRP)
x
Speerpunt 3: Leefbaarheid bij hitte
43
28. Beperkte uitbreiding van het aantal zwemplaatsen voor honden (bijvoorbeeld in Schalkwijk en Houten Zuidwest waar deze nu nog ontbreken) als daarvoor geschikte mogelijkheden zijn. (VOB, 40 uur, kosten €6.000, dekking indirect uit de hondenbelasting)
x
29. Koelteplekken uitbreiden en verbeteren waar dit eenvoudig (zonder grote kosten) betere verblijfsplekken oplevert. Daarbij als eerste meer koelte creëren bij plekken waar nu alleen op enige afstand koelteplekken zijn (zoals Castellum)
x
x
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
Activiteit
2022
2023
2024
2025
2026
2027
x
x
x
x
x
x
(VOB, 40 uur, kosten €10.000, dekking uit het duurzaamheidsbudget (FCL 673003) (per jaar) 30. Boomspiegels geschikt maken om water op te vangen. (VOB, 40 uur, kosten €5.000, dekking uit WRP (per jaar) Speerpunt 4: Gevolgbeperking klimaateffecten vitale en kwetsbare functies Nog geen fysieke uitvoeringsactiviteiten. Speerpunt 5: Klimaatbewustzijn en handelingsperspectief bewoners en bedrijven Geen fysieke uitvoeringsactiviteiten.
5.3
Financiële paragraaf
Uitgangspunt dat de klimaatadaptatiemaatregelen passen binnen de huidige financiële kaders van de gemeentebegroting. Dit geldt ook voor de benodigde ureninzet vanuit de bestaande formatie. De meeste activiteiten kunnen worden gefinancierd vanuit de financiële ruimte die het Water- en Rioleringsplan (WRP) biedt. Aangevuld met externe subsidies. Zo zijn er succesvol subsidies toegekend vanuit het Rijk en HDSR en heeft de Provincie Utrecht recentelijk een subsidieregeling voor klimaatbestendige, groene en gezonde woonomgeving gelanceerd. Wij besteden in de gemeente Houten budgetten uit Tabel 4 (excl. formatieve uren) aan klimaatadaptatie. Tabel 4: Jaarlijks beschikbare budgetten voor klimaatadaptatie binnen de gemeente Houten Activiteit/regeling: Jaarlijks budget: Aanpak risicolocaties wateroverlast/schade € 500.000 Afkoppelen door gemeente € 90.000 Omzetten verharding in waterpasserende € 10.000 verharding. Ontstenen en vergroenen vanuit gemeentelijk € 25.000 initiatief (meekoppelkansen bij reconstructies). “Subsidieregeling afkoppelen en infiltreren € 40.000 hemelwater en aanleg groene daken” “Subsidieregeling Gratis oude tuintegels laten € 3.000 (op basis van tot op ophalen” heden gemiddeld ca. 10 inwoners) “Subsidieregeling ontstenen en zelfbeheer”. € 75.000
Dekking: WRP WRP WRP WRP WRP WRP
WRP
Communicatie-acties klimaatadaptatie
€ 5.000
Duurzaamheidsbudget
Bijplanten groen tegen hittestress (nieuw)
€ 10.000
Duurzaamheidsbudget
Daarnaast worden jaarlijks vanuit het duurzaamheidsbudget €10.000 en vanuit het WRP € 27.000 bijgedragen aan de kosten voor deelname aan het Netwerk Water en Klimaat (NWK) waarvan de werkzaamheden met name betrekking hebben op klimaatadaptatie.
44
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
Bijlage A Stand van zaken ambities Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Onderstaande opsomming is een toelichting op de inhoud van die ambities en de huidige stand van zaken in de gemeente Houten (oktober 2021). 1. Kwetsbaarheid in beeld brengen Hoe kwetsbaar zijn onze steden, dorpen en buitengebieden voor extreme neerslag, hitte, droogte en overstromingen? Inzicht hierin is de basis van ruimtelijke adaptatie. Om die kwetsbaarheden in beeld te krijgen, dienden alle overheden uiterlijk in 2019 een stresstest te hebben uitgevoerd voor de vier klimaatthema’s: wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Stand van zaken in gemeente Houten: In 2015 hebben wij als gemeente een belangrijke basis gelegd voor het klimaatadaptatieplan met de uitvoering van een gedetailleerde stresstest Wateroverlast. Met een gekoppeld riolering-maaiveldoppervlaktewater model hebben we de te verwachten wateroverlast en -schade bij verschillende typen hevige buien in beeld gebracht. In 2016 zijn de resultaten openbaar inzichtelijk gemaakt in de KIimaatatlas (https://houten.klimaatatlas.net/). In 2019 zijn de kosten in beeld gebracht voor het nemen van maatregelen om aan verschillende beschermingsniveaus te voldoen. • In 2018 heeft de gemeente samen met de partners van het NWK een regionale stresstest uitgevoerd naar de gevolgen van hitte, hevige regenbuien, droogte en overstromingenwater.
• In het kader van dit klimaatadaptatieplan is een verdiepende analyse uitgevoerd met betrekking tot hitte en droogte.
2. Risicodialoog voeren en klimaatadaptatiestrategie opstellen Zijn de resultaten van de stresstest beschikbaar? Dan starten gemeenten een klimaatdialoog (risicodialoog) met relevante gebiedspartners. Deze dialoog heeft twee doelen: met de dialoog vergroot je het bewustzijn over hoe kwetsbaar je gebied is voor klimaatextremen. En in de dialoog bespreek je hoe je deze kwetsbaarheid met concrete maatregelen kunt verkleinen. Stand van zaken in gemeente Houten: • Ter voorbereiding op de stresstest wateroverlast in 2015 hebben wij op 13 april 2015 twee klimaatworkshops gehouden voor bewoners, nutsbedrijven en semi-overheidsorganisaties (Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR), Provincie, 45
•
•
• •
•
•
Provincie, Veiligheidsregio Utrecht (VRU), woningcorporatie Viveste, Brandweer, Makeblijde, KPN, Ziggo, Stedin, Reggefiber, Vitens, Volker Wessels UPC, Eneco en CityTec). In totaal hebben ruim 60 bewoners en organisaties tijdens de workshops informatie aangeleverd die gebruikt is bij het bepalen van locaties die kwetsbaar zijn voor wateroverlast. Architektuurcentrum Makeblijde heeft in samenwerking met de gemeente in 2015 een Klimaatsafari georganiseerd waarbij bewoners samen met klimaatdeskundigen, architecten en studenten tijdens 4 klimaatateliers voorstellen hebben ontwikkeld om wateroverlast, verdroging en/of opwarming tegen te gaan in de wijken de Campen, de Erven, het Centrum en in Houten Zuid. Op 24 oktober 2016 zijn tijdens een informatieavond voor bewoners, bedrijven en instellingen de resultaten van de stresstest wateroverlast toegelicht. Aanvullend is het actieprogramma van de gemeente gepresenteerd waarmee we het stedelijk gebied (samen met particuliere eigenaren die ook zelf maatregelen moeten nemen) robuuster willen inrichten en beter bestand willen maken tegen de effecten van extreme neerslag. In 2019 is een burgerpanel bevraagd over maatregelen op privaat terrein In het voortraject van voorliggend Klimaatadaptatieplan is veel overleg geweest over de aanpak van klimaatadaptatie met HDSR, Provincie, VRU en regiogemeenten.
In het kader van het klimaatadaptatieplan (2021) is met interne betrokken overlegd en zijn twee brede interne dialogen georganiseerd: – Klimaatadaptatie in nieuwbouw en herontwikkeling. – Integrale ontwerpkeuzes stad als spons. – In het kader van het klimaatadaptatieplan (2021) zijn interviews met externe stakeholders gehouden: Viveste, Impact Houten/ondernemers en winkeliersvereniging, Klimaatambassadeur Houten. Ter voorbereiding van een Hitteplan is zijn eerste contacten gelegd met enkele zorginstellingen (ZorgSpectrum, Warande). Om aan te kunnen sluiten bij de behoefte van inwoners hebben we in het kader van dit Klimaatadaptatieplan een publiekspeiling georganiseerd De peiling liep in de periode van 8-29 september 2021. Via de peiling hebben 263 deelnemers aangegeven hoe ze over het thema klimaatadaptatie denken en welke oplossingen zij wenselijk vinden.
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
3. Uitvoeringsagenda opstellen Nadat overheden de adaptatiestrategie hebben opgesteld, maken ze een uitvoerings- en investeringsagenda. Hierin staan onder andere afspraken over wie wat gaat doen. Stand van zaken in gemeente Houten: •
•
Zowel in 2015 als in 2019 heeft de gemeente een Water en Rioleringsplan vastgesteld waarin besloten is projecten uit te voeren om het stedelijk gebied klimaat robuuster in te richten en hiervoor middelen beschikbaar te stellen. Een uitvoeringsplan vormt een onderdeel van voorliggend Klimaatadaptatieplan met daarin concrete acties met bijbehorende benodigde middelen en dekking.
4. Meekoppelkansen benutten Vaak is het niet efficiënt en niet effectief om alleen voor klimaatadaptatie ‘de straat open te breken’. Dat geldt vooral voor drukke stedelijke gebieden, denk aan aanpassingen in relatie tot riool- en wegbeheer. De komende decennia spelen ook andere grote ruimtelijke opgaven, zoals nieuwbouwopgave, transitie naar duurzame mobiliteit, de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. De inzet van het DPRA is om bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de kansen voor een klimaatbestendige inrichting te gebruiken.
hoeft niet iedereen opnieuw het wiel uit te vinden en kunnen we ruimtelijke adaptatie versnellen. Stand van zaken in gemeente Houten: • •
•
6. Reguleren en borgen In 2050 moet heel Nederland volgens het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie klimaatbestendig ingericht zijn. Om dat te bereiken, moet klimaatadaptatie in het beheer, het onderhoud en de inrichting van de leefomgeving geborgd worden. Dat doen de overheid en private partijen via wetten, visies, plannen en standaarden. Stand van zaken in gemeente Houten: •
Stand van zaken in gemeente Houten: •
•
Momenteel wordt bij wegreconstructies rekening gehouden met een klimaatadaptieve inrichting. Parkeervakken worden uitgevoerd in waterpasserende verharding en er komt in principe 10% minder verharding terug. Daarnaast worden groenvakken mede benut om water op te vangen en te infiltreren. Vanuit de rioolheffing worden de extra kosten die ontstaan gedekt. Het voorliggend klimaatadaptatieplan besteedt aandacht aan het benutten van meekoppelkansen.
5. Stimuleren en faciliteren Ruimtelijke adaptatie moet een vanzelfsprekend onderdeel worden in stad, dorp en buitengebied. Eén van de ambities daarbij is dat alle betrokkenen hun kennis, instrumenten en ervaringen zoveel mogelijk met elkaar delen. Zo
46
De gemeente werkt in het Netwerk Water & Klimaat nauw samen met regionale partners aan klimaatadaptatie. De gemeente heeft al verschillende stimuleringsacties (veelal met subsidie) georganiseerd om inwoners, bedrijven en instellingen te stimuleren een steentje bij te dragen: afkoppelen, aanleg groene daken, stenen ophalen bij ontstenen tuin, ontwerp tuin & tuincentra, regentonactie. We gaan hiermee door. Deelname aan Operatie Steenbreek.
De uitganspunten van het klimaatadaptatieplan borgen we in kaderstellende plannen zoals de Omgevingsvisie, omgevingsplannen, Meerjarenplan Groot onderhoud en Vervanging, Beheereisen Inrichting Openbare Ruimte (BIOR) en Bouwen aan Houten.
7. Handelen bij calamiteiten Een klimaatbestendige inrichting kan de schade en overlast door extreme weersituaties beperken, maar nooit helemaal voorkomen. Overheden willen zich beter voorbereiden op calamiteiten die veroorzaakt worden door wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Noodvoorzieningen en snel herstel van vitale en kwetsbare infrastructuur krijgen daarbij speciale aandacht. Stand van zaken in gemeente Houten: • •
In regionaalverband werken we aan de gevolgbeperking van overstromingen. We maken een lokaal Hitteplan ter bescherming van kwetsbare bewoners.
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
Bijlage B Kaarten Stresstest gemeente Houten •
B.1.a: Wateroverlast – Maximale waterdiepte op maaiveld en panden met risico op waterinstroom bij T=100 (bron: gemeente Houten) Uitgangspunten: De klimaatverkenning is onderdeel van het Basisrioleringsplan 2015 van de gemeente. Hierin is een maaiveldmodel gekoppeld aan een rioleringsmodel (er is geen interactief model voor grondwater- en of oppervlaktewater gekoppeld). In deze kaart zijn de resultaten van weergegeven van een theoretische neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van 100 jaar. Tijdens deze gebeurtenis valt er 93 mm neerslag in 85 minuten. De resultaten bestaan uit: – Waterhoogte op maaiveld – Risicovolle gebouwen: een pand is gedefinieerd als risicovol wanneer er een waterhoogte van 10 cm of meer tegen de gevel staat. [zie kaart op: https://houten.klimaatatlas.net]
•
B.1.b: Wateroverlast – Begaanbaarheid wegen (bron: gemeente Houten) Uitgangspunten: De klimaatverkenning is onderdeel van het Basisrioleringsplan 2015 van de gemeente. Hierin is een maaiveldmodel gekoppeld aan een rioleringsmodel (er is geen interactief model voor grondwater- en of oppervlaktewater gekoppeld). In deze kaart zijn de resultaten van weergegeven van een theoretische neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van 100 jaar. Tijdens deze gebeurtenis valt er 93 mm neerslag in 85 minuten. De resultaten bestaan uit: – Waterhoogte op weg-as: de kleuren van de stippen geeft de waterhoogte op de weg-as aan. [zie kaart op: https://houten.klimaatatlas.net]
•
B.2.a: Hitte - Gevoelstemperatuur (bron: Stichting CAS; klimaateffectatlas) Uitgangspunten: De hittekaart gevoelstemperatuur laat de gevoelstemperatuur zien tijdens een extreem hete zomermiddag (een hete dag die in huidige situatie eens in de 5,5 jaar) voorkomt. Doel is om inzicht te geven in het effect van de inrichting op gevoelstemperatuur. De ruimtelijke informatie (gebouwen, vegetatie, water, bomen) is voor beide kaarten hetzelfde, hiervoor zijn landelijk beschikbare data gebruikt. [zie kaart op: https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/]
•
B.2.b: Hitte - Afstand tot verkoelend groen (bron: Arcadis) Uitgangspunten: Verkoelend groen locaties zijn groenlocaties met bomen (bomenbestand gemeente Houten) en een verblijfsmogelijkheid in de buurt (bankje op picknicktafel uit de dataset gemeente Houten). De afstand tussen verkoelend groen locaties is bepaald met een GIS-analyse. In de uitvoeringsagenda van de gemeente Houten staat dat uitgangspunten voor koelte- en schaduwlocaties in gemeente Houten worden herzien. [zie kaart op volgende pagina]
•
B.2.c: Hitte - Schaduwlocaties (bron: Arcadis) Uitgangspunten: Schaduwlocaties zijn berekend op het moment van de hoogste zonnestand. In Nederland is dat op 21 juni rond 14:00 uur. Objecten die schaduw geven in het gebied zijn gebouwen en bomen. Bij de analyse is ook gebruik gemaakt van het gemeentelijke bomenbestand (dd. 08-2021). Het kroondek van de bomen is bepaald op basis van het type boom en de boomhoogte. [zie kaarten op navolgende pagina’s. De kaarten zijn opgenomen in volgorde: kern Houten, kern ‘t Goy, kern Tull en ’t Wall en kern Schalkwijk]
•
B.2.d: Hitte - Percentage schaduw per wijk (bron: Arcadis) Uitgangspunten: Op basis van kaart B.2.c is ook het totale schaduwpercentage in de diverse buurten geschat. Hierbij is oppervlaktewater en privaat terrein niet meegerekend op basis van de BGT-vlakindeling. Privaat terrein is hierin niet specifiek aangegeven, aangenomen is dat erven en bouwgrond voor agrarisch gebruik privaat zijn. Er kunnen dus kleine verschillen zijn met de werkelijke verdeling privaat-openbaar terrein. [zie kaart op navolgende pagina]
47
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
•
B.3.a: Droogte - Verschil tussen GHG en GLG in de huidige situatie, gemeente Houten (bron: Arcadis) Uitgangspunten: Op basis van tijdreeksen vanuit de grondwatermeetpunten van de gemeente Houten (https://grondwater.webscada.nl/houten/#; 08-2021), is een (interpolatie) analyse gedaan om fluctuatie tussen GHG en GLG in beeld te brengen [zie kaart op navolgende pagina]
•
B.3.b: Droogte – Risico op verdroging groen (bron: Arcadis) GHG Risico op verdroging groen is bepaald op basis van het verschil tussen GHG en GLG. Hierbij is aangenomen dat een verschil groter dan 0,5 meter (worteldiepte van gras) een risico vormt voor gewassen. Dit is uiteraard een sterk vereenvoudigde inschatting van de situatie omdat de verdroging van groen sterk afhankelijk is van onder andere het type gewas en de worteldiepte. Deze kaart geeft echter een grove indicatie van de locaties waar het risico op verdroging het grootst is. [zie kaart op navolgende pagina]
48
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
•
49
B.2.b: Hitte - Afstand tot verkoelend groen (bron: Arcadis)
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
B.2.c: Hitte – Locaties met schaduw (bron: Arcadis)
50
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
51
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
52
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
53
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
•
B.2.d : Hitte - Percentage schaduw per wijk (bron: Arcadis)
Percentage schaduw (hoogste zonnestand) per wijk in gemeente Houten in openbaar gebied
54
KLIMAATADAPTATIEPLAN HOUTEN 2022-2027
•
55
B.3.a: Droogte - Verschil tussen GHG en GLG in de huidige situatie, gemeente Houten (bron: Arcadis)