CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting

Gemeenteraad 13 februari 2024, gemeente HoutenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Tuurdijk 43 't Goy16.672 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de kap- en sloopwerkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige.

17

3.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Op een afstand van circa 8 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ (figuur 3.1).

Figuur 3.1 De planlocatie ligt op een afstand van circa 8 km tot het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ (bron: nationaal Georegister PDOK). De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de uitbreiding van de werkplaats de realisatie van een opslagplaats. Ondanks dat deze buiten een Natura 2000-gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ruimtelijke ingreep in de gebruiksfase tot een zelfde hoeveelheid verkeersbewegingen. Gedurende de aanlegfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. Per 2 november 2022 geldt dat de algemene bouwvrijstelling onbruikbaar is en dat activiteiten van de bouwsector onderdeel moeten zijn van de beoordeling.

Gezien er sprake is van een grote afstand (8 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en er sprake is van een ontwikkeling van beperkte omvang wordt op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een stikstofonderzoek middels de AERIUS Calculator kan derhalve achterwege blijven. Provinciaal aangewezen gebieden De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied betreffende het Natuurnetwerk Nederland, Groene contour of weidevogelkerngebied. Op een afstand van circa 700 m ligt het Natuurnetwerk Nederland (figuur 3.2). Op een afstand van circa 1,6 km ligt de Groene contour (figuur 3.3). Weidevogelkerngebied is gelegen op een afstand van circa 7 km van de planlocatie (geen kaartweergave). Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden geldt dat externe werking geen toetsingskader is.

18

Figuur 3.2 De planlocatie ligt op een afstand van circa 700 m tot het Natuurnetwerk Nederland (bron: www.ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl).

Figuur 3.3 De planlocatie ligt op een afstand van circa 1,6 km tot de Groene Contour (bron: www.ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl).

19

3.3 Houtopstanden Wet natuurbescherming In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien aan (i) zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer of (ii) een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Dit betreft de perenbomen en coniferenhaag. Voor de perenbomen gelden echter dat dit fruitbomen zijn (uitzondering c), waardoor een meldingsplicht in het kader van Wnb niet noodzakelijk is. Voor de coniferen geldt dat dit een houtopstand op een erf is (uitzondering b), waardoor een meldingsplicht in het kader van de Wnb niet noodzakelijk is. Voor de coniferen geldt dit niet, waardoor wel een meldingsplicht in het kader van de Wnb noodzakelijk is. Algemene Plaatselijke Verordening Naast het landelijk en provinciaal beleid waar deze beoordeling op wordt getoetst hebben gemeenten echter vaak een eigen beleid omtrent het kappen dan wel vellen van bomen en struiken. Dit is vaak opgenomen in een Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Gemeentelijke Verordeningen mogen niet strijdig zijn met landelijk/provinciaal beleid. Het is derhalve aanbevelingswaardig om in de voorbereidende fase de bepalingen in de APV af te stemmen met de gemeente om conflicterende situaties in een later stadium te voorkomen.

20

4 Samenvatting 4.1

Soortenbescherming De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli). Tabel 4.1

Overzicht van de Soortenbescherming.

Soortgroep

Bescherming Wnb

Soortspecifiek onderzoek

Planten

Nee

Grondgebonden zoogdieren

Nee

Vleermuizen

Nee

Amfibieën

Nee

Reptielen

Nee

Vissen

Nee

Insecten en andere ongewervelden

Nee

Vogels (cat. 1 t/m 4)

Nee

Vogels (Algemeen en cat. 5)

Nee

Mogelijke functie planlocatie

4.2 Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of provinciaal aangewezen beschermde gebieden. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een stikstofberekening, Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk. Tabel 4.2

Overzicht van beschermde gebieden in het kader van gebiedsbescherming.

Gebiedsbescherming

Afstand

Mogelijke effecten

Nader onderzoek

Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Groene Contour Weidevogelkerngebied

8 km 700 m 1,6 km 7 km

Geen Geen Geen Geen

N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

4.3 Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.

21

5 Conclusie 5.1

Conclusie De uitbreiding van de werkplaatsen en de realisatie van een nieuwe opslagplaats aan de Tuurdijk 43 te ‘t Goy is uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.

5.2 Uitvoerbaarheid De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels. Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen.

5.3 Vervolgstappen De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

5.4 Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de planlocatie te verlaten. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • Mogelijke overwinteringslocaties van algemene amfibieën (vorstvrije structuren als stenenstapels, houtwallen, dichte struwelen etc.) dienen verwijderd of ongeschikt gemaakt te worden buiten de overwinteringsperiode oktober – april.

• De kap- en uitbreidingswerkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio september). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.

22

Bronvermelding Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Bever (Castor fiber) Kennisdocument Das (Meles meles) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus) Kennisdocument Heikikker (Rana arvalis) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) (2023) Kennisdocument Kamsalamander (Triturus cristatus) Kennisdocument Poelkikker (Pelophylax lessonae) Kennisdocument Rugstreeppad (Epidalea calamita) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.bij12.nl www.nationaalgeoregister.nl www.ndff.nl www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuisprotocol.nl www.vlinderstichting.nl www.webkaart.provincie-utrecht.nl www.wilde-planten.nl www.zoogdiervereniging.nl Bijlage 1

Fotografische impressie

23

Bijlage 1

Fotografische impressie

Figuur 1

De planlocatie is gelegen aan de Tuurdijk 43 te ‘t Goy en bestaat uit een fruitteeltbedrijf met meerdere werkplaatsen, een opslagplaats en rijen perenbomen. De beoogde ruimtelijke ingreep betreft het uitbreiden van de werkplaatsen en het realiseren van een nieuwe opslagplaats.

Figuur 2

De bebouwing bestaat uit bakstenen omhuld met sandwichpanelen wanden.

24

Figuur 3

Op de planlocatie staan meerdere rijen perenbomen.

Figuur 4

Op de plek van de huidige opslagplaats worden de werkplaatsen uitgebreid.

25

Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288

blomecologie.nl 26

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek

53

Transect-rapport 4808 ´t Goy, Tuurdijk 43 Gemeente Utrecht (UT) Inventariserend Veldonderzoek (verkennende fase)

Auteur Versie

Drs. T. Nales Versie 1.1

Projectcode Datum

23050062 26-06-2023

Opdrachtgever Uitvoerder

DLV Advies Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Veldonderzoek

T. Nales (KNA Senior Prospector) D. van den Hazel

Onderzoeksmelding Bevoegde overheid

5447278100 Gemeente Houten

Status Adviseur namens gemeente Beheer documentatie Foto voorblad

Nog te beoordelen De heer B. Peters Transect b.v., Nieuwegein Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (28-06-2023)

Autorisatie Naam Drs. A.A. Kerkhoven (Senior archeoloog)

Datum

Paraaf

13-07-2023

ISSN: 2211-7067

© Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Samenvatting In opdracht van DLV Advies heeft Transect in juni 2023 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Tuurdijk 43 in ´t Goy (gemeente Houten). De aanleiding voor het onderzoek vormt de ruimtelijke procedure ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak en het uitbreiden van de sorteerruimte en koelcellen van het fruitverwerkingsbedrijf op dit adres en het overschrijden van de vrijstellingsgrenzen uit het bestemmingsplan. Daarom is een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk. Het archeologisch vooronderzoek vindt plaats in de vorm van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (door middel van boringen), waarvan de resultaten in dit rapport worden beschreven. De vraagstelling van dit onderzoek richt zich op het toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. De archeologische verwachting is hierbij afkomstig uit een tweetal eerdere onderzoeken die op het bedrijfsterrein van de fruitverwerker zijn uitgevoerd (Nales, 2014; 2017). Op basis van het bureauonderzoek geldt een archeologische verwachting voor nederzettingsresten en sporen van landgebruik uit de periode Bronstijd-Late Middeleeuwen op de oeverafzettingen van de Houten stroomrug.

Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is deze hoge verwachting echter naar laag bij te stellen. Het archeologisch niveau, de top van de oeverafzettingen in het plangebied, is zodanig verstoord dat naar verwachting alle archeologische resten in het plangebied zijn verdwenen. Er resteert namelijk nog 10 cm van de oorspronkelijke oever. Deze verstoring hangt samen met de aanleg van de huidige bedrijfsterrein en de boomgaard in het plangebied. Dit resultaat sluit aan bij de eerdere resultaten van de onderzoeken die direct ten noorden van het plangebied zijn uitgevoerd. Advies Voor het plangebied zijn in het kader van de voorgenomen plannen geen aanvullende maatregelen nodig. Geadviseerd wordt het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Houten). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Houten) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

.

Inhoud 1.

Aanleiding

1

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

2

3.

Afbakening van het plangebied

3

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik

5

5.

Beleidskader

6

6.

Achtergrondinformatie en gespecificeerde archeologische verwachting

7

7.

Werkwijze

9

8.

Resultaten veldonderzoek

10

9.

Beantwoording onderzoeksvragen

11

10. Conclusie en Advies

12

11. Geraadpleegde bronnen

13

Bijlage 1: Archeologische Waardenkaart van de gemeente Houten

14

Bijlage 2: Boorpuntenkaart

15

Bijlage 3: Foto’s van boringen

16

Bijlage 4: Boorbeschrijvingen

17

1. Aanleiding In opdracht van DLV Advies heeft Transect1 in juni 2023 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Tuurdijk 43 in ´t Goy (gemeente Houten). De aanleiding voor het onderzoek vormt de ruimtelijke procedure ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak en het uitbreiden van de sorteerruimte en koelcellen van het fruitverwerkingsbedrijf op dit adres en het overschrijden van de vrijstellingsgrenzen uit het bestemmingsplan. Daarom is een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk. Dit rapport beschrijft de resultaten van een archeologisch vooronderzoek in het plangebied en voorziet in die plicht. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en het voor dit onderzoek opgestelde Plan van Aanpak (Nales, 2023).

1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

1

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende en karterende fase. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens (verkennende fase). De te toetsen verwachting is reeds in het verleden opgesteld: op het bedrijfsterrein aan de Tuurdijk 43 hebben in het verleden reeds twee onderzoeken plaatsgevonden (Nales, 2014; Nales, 2017), waar in beide gevallen een archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Dit model zal voor dit onderzoek ook worden gebruikt en getoetst. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: • Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? •

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze?

•

In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)?

•

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog?

Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegd gezag een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat, waar mogelijk, gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.1 (KNA 4.1). Tevens zijn voor alle onderzoeken de richtlijnen voor archeologisch onderzoek in Utrecht gevolgd.

2

3. Afbakening van het plangebied Gemeente

Houten

Plaats

’t Goy

Toponiem

Tuurdijk 43

Kaartblad

39A

Centrumcoördinaat

144.887 / 445.467

Huidig maaiveld

Circa 3,3 m +NAP

Het plangebied ligt achter het bedrijfspand van een fruitverwerkingsbedrijf aan de Tuurdijk 43 in ’t Goy (gemeente Houten). Het heeft in totaal een oppervlakte van 5400 m2. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal gezien maakt het plangebied deel uit van perceel HTN04-L-634 en HTN04-L-442. De begrenzing van het plangebied bestrijkt volledig het toekomstig bouwvlak van een sorteerruimte en koelcellen van het fruitverwerkingsbedrijf in het plangebied.

3

Figuur 1: Ligging van het plangebied (www.opentopo.nl)

4

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Ruimtelijke procedure

Planvorming

Uitbreiding van het bouwvlak van het bedrijfsterrein Nieuwbouw sorteerruimte en koelcellen

Bodemverstorende werkzaamheden

Graafwerkzaamheden, heiwerkzaamheden

Het plangebied omvat een deel van het bedrijfsterrein en een boomgaard van een fruitteler aan de Tuurdijk. Het plan bestaat om het bedrijfsterrein uit te breiden en in het gebied een sorteerruimte en koelcellen te realiseren. Een ontwerpschets van de toekomstige situatie is nog niet voorhanden. Daarom is het niet bekend hoe diep er exact voor de uitbreiding gegraven zal worden.

5

5. Beleidskader Onderzoekskader

Archeologievergunning

Juridisch-planologisch kader

Verordening op de Archeologische Monumentenzorg Archeologische Waardenkaart van de gemeente Utrecht

Onderzoeksgrens

Vanaf 100 m2 en dieper dan 50 cm -Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2024 in werking zal treden. In het bestemmingsplan “’t Goy en omgeving” heeft het plangebied Waarde – Archeologie 2 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Deze waarde is gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart (Hessing en Klerks, 2007; bijlage 1). Hierop heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting (categorie 3). Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 500 m2 én dieper reiken dan 50 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk.

Gezien het grotere verstoringsoppervlakte en diepte betekent dat in dit geval er in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is (zie hoofdstuk 4). In het kader van de omgevingsvergunning dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNAwaarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.

6

6. Achtergrondinformatie en gespecificeerde archeologische verwachting Vanwege het gegeven dat in het plangebied reeds twee keer eerder een bureauonderzoek heeft plaatsgevonden, zal in het kader van dit onderzoek niet opnieuw een bureauonderzoek worden uitgevoerd. Er is sinds de onderzoeken weinig tot niets veranderd in de directe omgeving van het plangebied, waardoor dezelfde gespecificeerde verwachting uit die onderzoeken ook voor het plangebied toe te passen is (Nales, 2014; Nales, 2017). Daarom wordt voor meer informatie over de landschappelijke en archeologische achtergronden naar deze rapportages verwezen. Uit de bureauonderzoeken blijkt dat de archeologische verwachting van het plangebied in principe hoog en primair gebaseerd is op de ligging van het plangebied op de Houten stroomrug (tabel 1). Op de oevers van deze rivier is theoretisch gezien bewoning mogelijk geweest vanaf de Bronstijd. Hoewel de rivier in de IJzertijd inactief geworden is, heeft de stroomrug altijd een hoger deel van het landschap gevormd en is daarmee aantrekkelijk voor bewoning geweest tot in de Late-Middeleeuwen. De stroomrug is namelijk nooit met (veel) jonger overstromingssediment of veen afgedekt, waardoor het altijd een relatief hoger gelegen en ontwaterd gebied vormde binnen de Kromme Rijnstreek. Even ten noorden van het plangebied ligt de Oosterlaak, een voormalige geul van de rivier.

Ook ligt het plangebied iets verwijderd van een middeleeuwse dijk, vlakbij een archeologisch attentiegebied waarbinnen reeds archeologische bewoning- en bebouwingsresten aangetroffen zijn uit de Romeinse tijd en Middeleeuwen. Derhalve is voor specifiek de periode Bronstijd tot en met Late-Middeleeuwen de archeologische verwachting op nederzettingsresten en/of sporen van landgebruik (waaronder ook grafvelden) hoog. Er geldt voor resten uit de Nieuwe tijd een lage archeologische verwachting. Ter plaatse van het plangebied is geen historische bebouwing aanwezig aan het begin van de 19e eeuw, waardoor de verwachting op oudere bebouwing in het plangebied ook niet hoog is. Oude bebouwing staat wel ten noordwesten van het plangebied, waar juist wel sprake kan zijn van oude bebouwingsresten. In het plangebied kunnen wel sporen van landgebruik aanwezig zijn, zoals greppels, akkerlagen en (nederzettings-)afval dat op de akkers terecht gekomen is. Het archeologisch relevante niveau ligt direct onder het maaiveld en wordt gevormd door de top van de oeverafzettingen. Hierin kan een cultuurlaag aanwezig zijn, die indicatief is voor zowel de aanwezigheid en diepteligging van archeologische resten als de mate van intactheid ervan. Daarentegen kunnen in het plangebied bodemingrepen hebben plaatsgevonden.

Het plangebied is immers in gebruik als bedrijfsterrein en boomgaard en uit de onderzoeken die eerder ten noorden van het plangebied zijn uitgevoerd bleek de ondergrond door bodemingrepen te zijn aangetast. De mogelijkheid bestaat dat de bodemopbouw in het plangebied reeds vergraven is en daarmee ook eventuele archeologie. Daarom is het advies om in het plangebied een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase met behulp van grondboringen, uit te voeren om dit vast te stellen of uit te sluiten. In het volgende hoofdstuk worden de methodiek en resultaten van dit onderzoek weergegeven.

7

Tabel 1: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel.

1

Archeologische verwachting Datering

2 3 4 5

Complextype Omvang Diepteligging Gaafheid en conservering

6 7

Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren) Mogelijke verstoringen

8

Hoog

Bronstijd-Late Middeleeuwen

Laag

Nieuwe tijd

Reden In het plangebied bevinden zich naar verwachting oeverafzettingen van de Houten stroomrug. Deze hebben sinds de vorming van de rivier in de Bronstijd bewoningsmogelijkheden geboden. Er zijn geen aanwijzingen voor historische bebouwing in het plangebied, die zouden wijzen op bewoning in de Nieuwe tijd (tot aan 1500 na Chr. terug).

Nederzettingen, huisplaatsen, sporen van landgebruik 500-2000 m2 (omvang huisplaats, algemeen) Top van de oeverafzettingen of in een cultuurlaag daarboven, direct onder het maaiveld (bouwvoor) De kans is aanwezig dat de ondergrond in het plangebied reeds verstoord is. Dit bleek ook uit eerdere onderzoeken op hetzelfde bedrijfsterrein en boomgaard. Onbekend, op dit moment het hele plangebied. Vindplaatsen kenmerken zich naar verwachting door grondsporen, vondsten of cultuurlagen. Zie .5

8

7. Werkwijze Methode

Verkennend booronderzoek

Aantal boringen

5 boringen

Techniek

Edelmanboor 7 cm, gutsboor 3 cm.

Boordiepte

Maximaal tot 150 cm –Mv

Dataverwerking

Conform NEN5104 en PvA

Het onderhavig veldonderzoek bestond uit een verkennend booronderzoek. De boringen zijn gebruikt om de bodemopbouw en mate van intactheid van de bodem te bepalen. In totaal zijn in het plangebied 5 boringen gezet tot een diepte van maximaal 150 cm -Mv. Deze zijn verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en (vanaf een diepte van circa 1,4 m -Mv, het grondwaterpeil) met een gutsboor met een diameter van 3 cm. De beschrijvingen en verrichtingen zijn uitgevoerd conform NEN5104 en ASB en terug te vinden in bijlage 4. De boringen zijn gelijkmatig in het plangebied verdeeld. De locaties van de boorpunten zijn opgenomen in bijlage 2. De coördinaten en hoogteligging ten opzichte van NAP van de punten zijn bepaald met behulp van een meetlint en het AHN (versie 4, bron: www.ahn.nl).

9

8. Resultaten veldonderzoek Veldwaarnemingen Het plangebied is in gebruik als bedrijfsterrein en boomgaard en sluit aan op het bestaande fruitbedrijfspand. Op het deel van het bedrijfsterrein liggen stelconplaten en verschillende zaken opgeslagen. Op die plaatsen zijn voor het onderzoek de betonplaten opgelicht. In de boomgaard staan fruitbomen met ertussen met gras begroeide paden. Hierin is drainage aanwezig. Er is geen sprake van zichtbaar reliëf. Foto’s van het plangebied zijn weergegeven in figuur 2.

Figuur 2: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (28 juni 2023).

Lithologie en bodemopbouw Onder in de boringen is vanaf een diepte van 50-100 cm -Mv matig grof beigegrijs zand aanwezig, dat slecht afgerond is en matig slecht gesorteerd (2,4 tot 2,5 m NAP). Doorgaans is het zwak siltig, hoewel in boring 5 de top sterk siltig is. Tevens is het zand sterk kalkhoudend. Vermoedelijk betreffen de afzettingen de beddingafzettingen van de Houten stroomrug. Op het zand ligt een sterk zandige klei met een dikte van 20 cm en een sterk siltige tot zandige kleilaag met een dikte van 10 cm. De sterk zandige klei is onderdeel van de beddingafzettingen van de Houten stroomrug, de sterk siltige tot zandige klei daarboven betreft een restant van de oorspronkelijke oeverafzettingen die zich bovenop de beddingafzettingen hebben kunnen vormen. De top van de oorspronkelijke afzettingen is verdwenen en vervangen door een verstoringspakket, hetgeen samenhangt met de aanleg van de huidige bedrijfsterrein of de boomgaard. Ter plaatse van het bedrijfsterrein is de oorspronkelijk aanwezige, bovenste 50 cm weggegraven en vervangen door puin en stelcon, in de boomgaard is de bovenste 50 cm omgezet ten behoeve van de bomenteelt. In de boomgaard zit hierin ook modern bouwpuin. Archeologische indicatoren Er zijn geen archeologische indicatoren in de opgeboorde grondmonsters waargenomen.

Archeologische interpretatie Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de hoge verwachting voor het plangebied op resten uit de periode Bronstijd – Late-Middeleeuwen naar laag bij te stellen. Het archeologisch niveau, de top van de oeverafzettingen in het plangebied, is zodanig verstoord dat naar verwachting alle archeologische resten in het plangebied zijn verdwenen. Er resteert namelijk nog 10 cm van de oorspronkelijke oever. Deze verstoring hangt samen met de aanleg van het huidige bedrijfsterrein en de boomgaard in het plangebied. Dit resultaat sluit aan bij de eerdere resultaten van de onderzoeken die direct ten noorden van het plangebied zijn uitgevoerd. 10

9. Beantwoording onderzoeksvragen •

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied ligt op de Houten stroomrug, die gevormd is door een rivier die actief is geweest vanaf de Bronstijd tot in de IJzertijd.

•

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat het archeologisch relevante niveau, de oeverafzettingen, niet meer intact aanwezig zijn. Van de oorspronkelijke oeverafzettingen in het gebied resteert nog 10 cm boven de beddingafzettingen van de rivier. De rest is afgegraven, omgezet of vervangen door puin en oppervlakteverharding.

•

In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Zie antwoord op de vorige vraag.

•

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op basis van de resultaten van dit onderzoek geldt een lage archeologische verwachting voor alle archeologische perioden.

11

10. Conclusie en Advies Conclusie Op basis van het bureauonderzoek geldt een archeologische verwachting voor nederzettingsresten en sporen van landgebruik uit de periode Bronstijd-Late Middeleeuwen op de oeverafzettingen van de Houten stroomrug. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is deze hoge verwachting echter naar laag bij te stellen. Het archeologisch niveau, de top van de oeverafzettingen in het plangebied, is zodanig verstoord dat naar verwachting alle archeologische resten in het plangebied zijn verdwenen. Er resteert namelijk nog 10 cm van de oorspronkelijke oever. Deze verstoring hangt samen met de aanleg van de huidige bedrijfsterrein en de boomgaard in het plangebied. Dit resultaat sluit aan bij de eerdere resultaten van de onderzoeken die direct ten noorden van het plangebied zijn uitgevoerd. Advies Voor het plangebied zijn in het kader van de voorgenomen plannen geen aanvullende maatregelen nodig. Geadviseerd wordt het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Houten). Bovenstaande vormt een advies.

Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Houten) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

.

12

11. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, 3e generatie, IKAW, Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), Amersfoort, 2008. • www.ahn.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl Lijst met afbeeldingen: Figuur 1: Ligging van het plangebied (www.opentopo.nl) Figuur 2: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (28 juni 2023). Literatuur: Hessing, W. en K. Klerks, 2007. Toelichting op de archeologische en cultuurhistorische beleidskaarten voor het grondgebied van de gemeente Houten Inventarisatie, onderbouwing en vertaling naar het ruimtelijk beleid. Vestigia rapport, Amersfoort Nales, T., 2014. ’t Goy, Tuurdijk 43. Archeologisch bureuaonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase), Transect rapport. Utrecht. Nales, T., 2017. ’t Goy, Tuurdijk 43. Archeologisch bureuaonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase), Transect rapport. Utrecht. Nales, T., 2023. Plan van Aanpak ’t Goy, Tuurdijk 43. Intern document, Nieuwegein

13

Bijlage 1: Archeologische Waardenkaart van de gemeente Houten

14

Bijlage 2: Boorpuntenkaart

15

Bijlage 3: Foto’s van boringen

Boring 3

Boring 5

16

Bijlage 4: Boorbeschrijvingen

17

Bijlage 5

Resultaten Digitale Watertoets

76

Digitale Watertoets

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Advies risico op wateroverlast 2. korte procedure 3. Advies wateropgave wateroverlast 4. Advies afvoer hemelwater infiltreer

Op basis van onderstaande locatie

28-04-2023 11:35

1

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Vragen en antwoorden uit de check Blijft de bebouwing staan en gaat het alleen om een interne functiewijziging?

nee

Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is?

nee

Overige_waterkeringen

nee

Belangrijke_watergangen

nee

Rioolwaterzuiveringsinstallatie

nee

invloedszone Primaire waterkering

nee

Rioolpersleidingen

nee

Invloedszone Regionale waterkeringen

nee

Is er sprake van een toename van verhard oppervlak nee van meer dan 500 vierkante meter in stedelijk gebied of meer dan 5000 vierkante meter in landelijk gebied? Gaat u het bestaande oppervlaktewater aanpassen? Bijvoorbeeld verleggen, dempen, vergroten of verkleinen van watergang of permanent waterpeil verlagen

nee

Gaat u water bergen buiten plangebied?

nee

Vindt er een lozing plaats van verontreinigingen en/of verontreinigd water naar oppervlaktewater?

nee

uiterwaarden

nee

Drinkwaterwingebieden provincie Utrecht

nee

Wateropgave wateroverlast

ja

Watergangen met ecologische doelstellingen KRW

nee

Wordt hemelwater rechtstreeks afgevoerd naar oppervlaktewater?

nee

Wordt hemelwater afgevoerd naar een hemelwaterriool? nee Wordt het hemelwater geïnfiltreerd in de bodem?

ja

Wordt hemelwater afgevoerd via een gemengd nee rioolstelsel? (bij nieuwbouw is dit niet gewenst volgens het beleid) Worden er materialen (lood, koper, zink) gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?

nee

Zullen er in de toekomst binnen het plan agrarische activiteiten plaatsvinden?

nee

Bevat het bouwplan ondergrondse bouwwerken? Het nee gaat om grote constructies, zoals parkeergarage of grote kelders. Vindt er een tijdelijke of permanente onttrekking van grondwater plaats met een afvoer naar oppervlaktewater? Denk aan bronnering of drainage.

nee

28-04-2023 11:35

2

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Details 1. Advies risico op wateroverlast Wat moet ik doen? In dit gebied bestaat extra risico op wateroverlast. Probeer bij de ruimtelijke plannen in dit gebied wateroverlast te voorkomen.

28-04-2023 11:35

3

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 2. korte procedure Wat moet ik doen? U heeft via de website www.dewatertoets.nl een watertoetsproces gestart. De watertoets is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Door het starten van een watertoetsproces via deze website, zorgt u er voor dat het waterschap alle relevante informatie krijgt om een goed advies te kunnen geven. Bij geen of weinig gevolgen voor water, kunt u snel door in uw procedure, zonder dat u hoeft te wachten op een reactie van het waterschap. Deze email is automatisch gegenereerd naar aanleiding van uw ingevoerde gegevens. In dit document leest u de conclusie en krijgt u informatie over het vervolgproces voor uw ruimtelijke procedure.

Onze conclusie Op basis van de digitale procedure concluderen wij dat uw plan geen groot effect heeft op water (geen groot waterbelang). U kunt volstaan met een standaard wateradvies van het waterschap.

Op basis van uw ingevoerde gegevens blijkt dat uw ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan onze belangrijkste minimale voorwaarde: ""het standstill beginsel"". Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. De ontwikkelingen die door het plan mogelijk worden gemaakt, hebben een geringe invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen.

Graag de volgende actie uitvoeren: Bovenstaande conclusie betekent dat u geen verdere watertoetsproces met het waterschap hoeft door te lopen. Voor uw ruimtelijke plan kunt u gebruik maken van een standaard tekst. Wij verzoeken u onderstaande standaard waterparagraaf op te nemen in de toelichting of onderbouwing van uw plan. U dient de standaard waterparagraaf nog wel aan te vullen met uw eigen water- en rioleringsbeleid (indien van toepassing).

Vervolgproces Via www.dewatertoets.nl hebben wij uw watertoets als een melding ontvangen. Wij gaan deze melding archiveren. U hoeft met het waterschap geen (informeel) vooroverleg te hebben bij verdere planvorming, tenzij u dat zelf wenst of tenzij het plan verandert. Tijdens de formele overlegprocedures (art 3.1.1 of art 5.1.1) van uw RO-plan zal het waterschap alleen een controle doen of de conclusies kloppen. Indien u tijdens de ter inzage termijn van uw plan niets van ons hoort, gaan wij akkoord met het plan en kunt u deze email beschouwen als ons formele wateradvies. Indien wij wel willen/moeten reageren, zullen wij met u contact opnemen.

Contact Indien u dat wenst, kunt u nadere informatie toesturen naar emailadres: watertoets@hdsr.nl. Per gemeente hebben wij een contactpersoon RO-plannen en rioleringsplannen. Een overzicht van de contactpersonen vindt u op onze website http://www.hdsr.nl/watertoets Geen verlening Watervergunning

LET OP: Dit formulier en deze watertoetsprocedure is geen aanvraag voor een Watervergunning. Onze conclusie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de planvormingsfase. Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoetsprocedure geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. U dient zelf na te gaan welke vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Bij het waterschap dient u wellicht een Watervergunning aan te vragen of een melding te maken in het kader van vergunningverlening. Meer informatie over de Watervergunning vindt u op http://www.hdsr.nl/vergunningen"

28-04-2023 11:35

4

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 3. Advies wateropgave wateroverlast Wat moet ik doen? Uit toetsing blijkt dat het plan in een gebied ligt waar een wateropgave wateroverlast is gedefinieerd. Dit betekent dat het huidige watersysteem te weinig waterberging heeft om veel hemelwater (fikse regenbuien) te kunnen bergen. Dit leidt vaak tot wateroverlast. Het waterschap en de gemeente zijn bezig het watersysteem hier te verbeteren. Houdt u rekening mee dat uw ruimtelijk plan waterrobuust is aangelegd.

28-04-2023 11:35

5

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 4. Advies afvoer hemelwater infiltreer Wat moet ik doen? Hemelwater wordt geinfiltreerd in de bodem. In het waterbeleid is afvoer van overtollig hemelwater door middel van infiltratie in de bodem het uitgangspunt. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi\'s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Afvalwater kan worden afgevoerd naar vuilwaterriool/DWA-riool.

28-04-2023 11:35

6

https://dewatertoets.nl

Bijlage 6

Verslag omgevingsdialoog

83

VERSLAG OMGEVINGSDIALOOG Aanwezig Omwonenden, zie presentielijst. Aantal omwonenden hebben deze lijst niet getekend. In totaal waren 25 omwonenden aanwezig, zie eigen inventarisatie van aanwezigen. Zita Aling en Salihe Seyman, gemeente Houten Ton, Ineke en Peter van den Brink, Van den Brink BV, Brinkfruit Anne van Rossum, DLV Advies Afgemeld 2 omwonenden hebben zich afgemeld. Na een eerste bezoek van Ton van den Brink aan de direct omwonenden maart/april 2023 is als omgevingsdialoog een inloopavond gehouden op woe 27 sept. Voor deze inloopavond is op 27 adressen een persoonlijke uitnodiging bezorgd, zie bijlage. Naast omwonenden aan Tuurdijk, Nachtdijk en Beusichemseweg is ook Stichting Mooi ’t Goy uitgenodigd. Van deze laatste waren voorzitter H. Miltenburg en Yvette Vernooij aanwezig. Van 13 adressen was niemand aanwezig, een deel van hen had al eerder gemeld geen bezwaar te hebben en het daarom niet nodig te vinden naar de inloopavond te komen. 1.

Presentatie plan Ton van den Brink en Anne van Rossum hebben bedrijf en plan toegelicht, zie presentatie, waarna een rondleiding is gegeven.

2. a

Reacties Verkeer: benadrukt werd door de omwonenden het belang van een goede afwikkeling van het verkeer via oostzijde – Watertorenweg – N229 - A12. De lengte van de passeervakken tussen Tuurdijk 43 en de Nachtdijk zijn vrij kort. Ook werd opgemerkt dat incidenteel wel verkeer via Nachtdijk – Beusichemseweg rijdt. Hierover het volgende: - Van den Brink geeft via instructie aan chauffeurs maximale inspanning om te verzoeken via bovengenoemde route te rijden. - Met gemeente Wijk bij Duurstede overleggen om deze vakken te vergroten. - Schade aan enkele heiningpalen door vrachtverkeer op de Tuurdijk: overleg tussen perceeleigenaar en Van den Brink over herstel. Het is niet gezegd dat dit ontstaan is door vrachtverkeer dat voor Brinkfruit bestemd is. Er rijden tevens grote tractoren en vrachtverkeer voor melkveehouders in de straat. Echter neemt Van den Brink zijn verantwoordelijkheid over herstel. - Verkeer via Beusichemseweg kan van telers in de buurt zijn, een enkele keer ook wel chauffeurs die op navigatie rijden. Gemeente onderzoekt of dit ontmoedigd kan worden via digitale beïnvloeding route opties Google Maps etc. - Heel sporadisch komt een enkele vrachtauto over het westelijk deel van de Tuurdijk. Vastgesteld is dat dit niet waarschijnlijk is dat dit voor Tuurdijk 43 is. Bovenstaande actiepunten hebben geen invloed op de procedure voor Tuurdijk 43. Accu’s voor stroomopslag.

Een aanwezige vroeg zich af, gezien de grote oppervlakte zonnepanelen of er ook rekening is gehouden met plaatsing van accu’s voor stroomopslag. Dit wordt als tip meegenomen, om hier evt. nu al rekening mee te houden, zodat niet al binnenkort een nieuwe procedure nodig is om opnieuw een aanpassing nodig te hebben. In overleg wordt onderzocht of een aanpassing mogelijk en wenselijk is. De verzekering eist

b

10 m afstand tussen gebouwen en accu’s. Voor een strook van 5 m breed binnen het bouwperceel zal het dan nodig zijn het bouwperceel minimaal 15 m aan de oostzijde te verbreden. Meerdere keren is verzocht of er vragen of opmerkingen waren. Er kwamen erg veel positieve reacties. Dit verslag zal worden toegevoegd van de Ruimtelijke onderbouwing A.H. van Rossum, Projectleider bouw 06 53 37 50 97, a.vanrossum@dlvadvies.nl

2

Geachte heer/mevrouw, Graag nodigen wij u uit voor een infoavond op woensdag 27 september a.s. om 19.00 uur bij Van den Brink BV aan de Tuurdijk 43 in ‘t Goy. Aanleiding Van den Brink BV heeft een koel-, opslag- en sorteerbedrijf op het adres Tuurdijk 43 in ’t Goy. In 2018 en 2020 werden hier een fase 1 en fase 2 bouwplan van vervanging van bestaande gebouwen gerealiseerd, waarbij binnen de contour van de bestaande bebouwing nieuwe koelcellen, een sorteerruimte een kantoor en huisvesting werden gerealiseerd. Nu heeft familie Van den Brink plannen voor een fase 3 waarbij het gebouw aan de achterzijde (zuidzijde) met 28,5 m wordt verlengd. Deze ruimtelijke ontwikkeling past niet in het huidige bestemmingsplan. De gemeente heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling, mits hiervoor een partiële herziening op het bestemmingsplan wordt opgesteld conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Er is daarom een procedure opgestart voor een bestemmingsplanwijziging, waarbij het bouwperceel wordt vergroot. De wijzigingsaanvraag wordt namens Van den Brink BV verzorgd door DLV Advies. Omgevingsdialoog In het kader van deze aanvraag lichten wij de plannen van de initiatiefnemer graag nader toe in een omgevingsdialoog en gaan we met u in gesprek over deze plannen. We zullen starten met een rondleiding door het complex.

U kunt vervolgens vragen stellen en uw tips en verwachtingen kenbaar maken aan de familie Van den Brink. Hiermee kunnen wij dan mogelijk rekening mee houden in de verdere uitwerking van het plan. De omgevingsdialoog is geen formele bezwaarmogelijkheid, maar alleen bedoeld om u te informeren en van u een reactie te krijgen op het plan. Met deze reacties kunnen wij het plan verder verbeteren zodat iedereen straks tevreden is met de ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse. Wanneer het ontwerpbestemmingsplan uiteindelijk wordt ingediend en ter inzage ligt is er nog altijd gelegenheid om een bezwaar (zienswijze) in te dienen. Op deze informatieavond zullen ook vertegenwoordigers van DLV Advies en de gemeente aanwezig zijn. Wij ontmoeten u graag op woensdag 27 september a.s. van 19.00 uur tot circa 21.00 uur bij de familie Van den Brink, Tuurdijk 43 in ‘t Goy. Wilt u vooraf svp aangeven of u aanwezig kunt zijn? U kunt zich aanmelden via een mailbericht naar a.vanrossum@dlvadvies.nl. Van de bijeenkomst wordt een verslag gemaakt dat wij u – indien gewenst – zullen toezenden.

Bijlage

Afb. 1 Situatie 1987 (bron www.topotijdreis.nl)

Afb. 3 Huidige situatie (bron google)

Afb. 2 Situatie 2000 (bron www.topotijdreis.nl)

Afb. 4 Gewenste situatie (bron DLV Advies)

Tuurdijk 43, ‘t Goy Inloopavond omgevingsdialoog

VAN DEN BRINK BV

▪ koel- en opslagbedrijf ▪ een sorteer-, en pakstation ▪ Teelt 35 ha peren en appels

DLV ADVIES

ONTWIKKELING IN DE LOOP VAN DE TIJD

▪ Voorheen Piet en Gert Jan van Oostrom ▪ Van den Brink BV ▪ t/m huidige situatie binnen de bebouwingscontour sinds 1987. ▪ Nu uitbreiding met 3143 m2

HUIDIGE SITUATIE

UITBREIDINGSPLAN

UITBREIDINGSPLAN

Huidig

▪ Westgevel

▪ Zuidgevel

Plan

ONTSLUITING/BEWEGWIJZERING VIA TUURDIJK – WATERTORENWEG – N229 – A12

VRAGEN?

PRESENTIELIJST INLOOPAVOND 27 SEPTEMBER 2023, TUURDIJK 43, ’T GOY, PAG. 1 Adres Tuurdijk 16, ’t Goy

Aanwezig ja

Naam en handtekening Antiquair

Tuurdijk 18, ’t Goy

nee

Arie Spithoven

Tuurdijk 18A, ’t Goy

Sjaak spithoven( broer van Arie spithoven)

Tuurdijk 37, ’t Goy

nee

Gerard Dorrestein

Tuurdijk 39, ‘t Goy

nee

Bontje

Hollendewagenweg 14, Werkh.

Ja

Freek en Denise

Tuurdijk 20, ’t Goy

Ja

Henk en Matthijs spithoven

Tuurdijk 45, ’t Goy

nee

Kim van Oostrom ( dochter van Marjan van Oostrom)

Tuurdijk 47, ’t Goy

Ja

Marian van Oostrom

Tuurdijk 2, Cothen

nee

onbekend

Tuurdijk 4, Cothen

nee

onbekend

Tuurdijk 1, Cothen

Ja

Hans Bos

Nachtdijk 1, Cothen

Ja

Aart en Nel Zwambag

Nachtdijk 3, Cothen

Ben B van fam . kok

Nachtdijk 4, Cothen

Mail, geen bezwaar Mail , geen bezwaar Ja

Nachtdijk 6, Cothen

nee

Mevr. Kemp

Nachtdijk 5, Cothen

Fam Kok Gijs, Mark en Arnout Kemp

Nachtdijk 12, Cothen

Evert kemp

Nachtdijk 15, Cothen

Nel Middelweerd

Nachtdijk 17, Cothen

Anouk v Rhenen

PRESENTIELIJST INLOOPAVOND 27 SEPTEMBER 2023, TUURDIJK 43, ’T GOY, PAG. 2 Adres Nachtdijk 19, Cothen

Aanwezig

Naam en handtekening Da Middelweerd+ Theo Oostveen

Beusichemseweg 144, ’t Goy

Mail geen

Janet van Koolwijk

bezwaar Beusichemseweg 142, ’t Goy

nee

onbekend

Beusichemseweg 140, ’t Goy

nee

Ouders Ries Vernooij

Beusichemseweg 138, ’t Goy

Ja

Ries en Yvette Vernooij

Beusichemseweg 136, ’t Goy

Ja

John Wieman

Beusichemseweg 134, ’t Goy

Nee

Stichting Mooi ’t Goy

Nee

Hans Miltenburg

Nachtdijk 7 Cothen

Nee

John vernooioj

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=9a8d9b25-cd64-4278-8c04-4dbcee3fb1a4